Bijlage 1 Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk 2027-2030
Tekst van het document
Inventarisatie Jeugd- en Jongerenwerk 2027–2030
2027-2030
Samenvatting IIn Haarlem groeit de groep jongeren voor wie
Als er niet aanvullend wordt geïnvesteerd,
opgroeien niet vanzelf gaat. Meldingen van
stagneert de kanteling. Online jongerenwerk komt
jeugdoverlast stegen van 812 (2022) naar 2.080
niet van de grond, risicoscholen hebben geen
(2025) (een groei van 156%). Ervaren overlast steeg
vaste jongerenwerker, en opschalen bij hotspots
van 16% naar 23%. Partners in de praktijk (GGD,
gaat ten koste van inzet elders. Als er wél wordt
politie, CJG, scholen) signaleren toenemende
geïnvesteerd, krijgt elk stadsdeel een herkenbare
eenzaamheid, suïcidaliteit en overmatig
basis, worden tien risicoscholen structureel
alcoholgebruik onder minderjarigen. Tegelijkertijd
gekoppeld aan het jongerenwerk, en wordt het
wordt de wettelijke opdracht aan de sociale basis
jongerenwerk ook online aanwezig.
groter: met de aanscherping van de Jeugdwet
De inventarisatie onderscheidt drie scenario's:
(Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet, in consultatie tot
1. Scenario A (Huidige koers): geen extra
april 2026) moet het jeugd- en jongerenwerk meer en
investering. Buurts doet wat het kan, maar de
eerder kunnen signaleren, opvangen en verbinden
kanteling stagneert.
.Als strategisch partners hebben Buurts en gemeente
2. Scenario B (Structurele basis): €500.000 per
gezamenlijk in kaart gebracht wat dit betekent. De
jaar structureel, in combinatie met wat Buurts
kloof tussen wat er van het jongerenwerk wordt
zelf vrijspeelt. Het fundament dat nodig is om
verwacht en wat met de huidige middelen van circa
in álle gebieden een herkenbaar, bereikbaar en
€2,2 miljoen haalbaar is, groeit. Die kloof kan niet
veilig aanbod te kunnen garanderen.
worden gedicht door alleen anders te verdelen,
3. Scenario C (Structurele basis met gerichte
daarvoor is ook aanvullende structurele investering
versterking): zes aanvullende opschaalbare
nodig.
bouwstenen, oplopend van €532.000 naar €1.050.000 per jaar in 2030.
Buurts wacht daar niet op. Vanuit haar regierol zet
Twee varianten (bouwsteengericht of
Buurts het groeibudget 2026 gericht in om de meest
gebiedsgericht) illustreren hoe versterking
urgente tekorten te verkleinen. Ook ziet Buurts
concreet vorm kan krijgen
mogelijkheden om de kosten van het benodigde fundament te drukken door binnen bestaande
Met deze inventarisatie maken wij als gemeente en
middelen te schuiven: stadsbreed inzetbare
Buurts gezamenlijk inzichtelijk wat nodig is om de
capaciteit voor talentontwikkeling wordt verlaagd ten
structurele basis te realiseren voor het jeugd- en
gunste van gebiedsgerichte inzet. Zo wordt de
jongerenwerk én het toekomstbestendig te
aanvullende rekening voor de gemeente kleiner. Maar
versterken. De scenariogerichte opbouw biedt de
die bewegingsruimte kent grenzen, wat intern kan
flexibiliteit om gefaseerd te verstevigen. Want
worden verschoven is niet genoeg om in alle
achter elk cijfer in deze inventarisatie staat een
gebieden een herkenbaar en wendbaar aanbod te
jongere die het verdient om gezien te worden in de
garanderen
wijk, op school én online
.
2027-2030
1.Inleiding Het jeugd- en jongerenwerk is een essentieel
1.3 Urgentie
onderdeel van de sociale basis in Haarlem en
De druk op jongeren, gezinnen én professionals
ondersteunt jongeren in hun ontwikkeling en
neemt toe, terwijl problematiek zwaarder wordt en
welzijn, daar waar zij leven: in de wijk, op school en
de jeugdhulpvraag stijgt. In de stad is dit zichtbaar
(steeds vaker) online. Binnen de opdracht Gewoon
in leefbaarheidscijfers: de ervaren overlast steeg
in de Wijk wordt circa €2,2 miljoen van het budget
van 16% in 2018 naar 23% in 2024 en meldingen
besteed aan het jeugd- en jongerenwerk.
blijven toenemen.
Door laagdrempelig en zichtbaar aanwezig te zijn,
De aangekondigde aanscherping van de
kan het jeugd- en jongerenwerk vroeg signaleren,
jeugdhulpplicht en de Hervormingsagenda Jeugd
steun bieden en jongeren (en hun ouders/netwerk)
vergroten de noodzaak om problemen eerder en
versterken, zodat kleine problemen niet uitgroeien
dichterbij te kunnen opvangen. Dat vraagt om een
tot grote problemen. Daarnaast is het jeugd- en
stevige sociale basis die in de dagelijkse
jongerenwerk een belangrijke schakel in de
leefomgeving (wijk, school, netwerk) sneller steun
integrale aanpak van (jeugd)overlast en
biedt en escalatie naar zwaardere zorg helpt
jeugdcriminaliteit, passend binnen de werkwijze ‘1
voorkomen. In lijn met de Hervormingsagenda
gezin, 1 plan’. Tegelijkertijd vervangt jeugd- en
Jeugd en het Regionaal Programmaplan
jongerenwerk niet de rollen van ouders, onderwijs,
Jeugd/ZKIJ betekent dit een verschuiving van
handhaving of specialistische jeugdhulp: het werkt
‘voorveld’ naar ‘hoofdveld’: laagdrempelige,
aanvullend, preventief en verbindend, en zorgt dat
collectieve ondersteuning waar het kan, en gerichte
jongeren eerder passende steun vinden in hun
inzet waar het moet.
directe leefomgeving. 1.2 Aanleiding In Haarlem groeit de groep jongeren voor wie opgroeien niet vanzelf gaat. Zij ervaren prestatiedruk, zoeken hun weg in school en vrije tijd
"Bij grote incidenten of opspelende problematiek is het belangrijk dat er teruggegrepen kan worden op jongerenwerk dat een stevig netwerk heeft opgebouwd. Dit komt hiermee onder druk te staan." Jongerenwerker
en missen soms een steunend netwerk om hobbels te nemen; professionals herkennen dit dagelijks in
1.4 De stip op de horizon
de wijk. De maatschappij wordt complexer en
Tegen deze achtergrond hebben gemeente
veeleisender, en de ervaren (sociale) veiligheid staat
Haarlem en Buurts in kaart gebracht wat nu én de
onder druk. Daarbij zien partners in de praktijk
komende jaren nodig is om het jeugd- en
(GGD, politie, CJG, handhaving) signalen van
jongerenwerk toekomstbestendig te versterken:
toenemende eenzaamheid, suïcidaliteit, overmatig
dichtbij, wendbaar en duurzaam, met ruimte voor
alcoholgebruik door minderjarigen en
relatieopbouw, talentontwikkeling, vroegsignalering
(jeugd)overlast. Ook de stedelijke dynamiek
en structurele samenwerking rond jongeren.
verandert: jongeren zijn mobieler (online, e-bikes,
Deze inventarisatie maakt concreet wat nodig is om
tussen wijken en gemeenten) en incidenten
het jeugd- en jongerenwerk binnen Gewoon in de
verspreiden sneller via social media, met een
Wijk steviger te positioneren bij de actuele
grotere impact.
opgaven.
2
2027-2030
2.De aanpak Dit document is ontwikkeld in een gezamenlijk traject
2023 samen met partners en onderzoeksbureau
binnen het strategisch partnerschap van gemeente
Radar een traject om te komen tot één gezamenlijke
Haarlem en Buurts en is gebaseerd op
opdracht en een ontwikkelagenda voor het jeugd- en
praktijkonderzoek naar wat nu en de komende jaren
jongerenwerk. Onder regie van Buurts verzorgen
nodig is om kinderen en jongeren gezond en veilig te
Buurts en partners (o.a. PerMens, SportSupport,
laten opgroeien en hun talenten te ontwikkelen.
STAD, Triple ThreaT, Hattrick en Rebup, CityShapers
Met deze inventarisatie willen we zichtbaar maken
en Kikid) het jeugd- en jongerenwerk binnen Gewoon
wat er nodig is om beter aan te sluiten op wat
in de Wijk.
jongeren in alle wijken en gebieden nodig hebben.
Omdat het werk tegelijk gebiedsgericht én
Het is daarmee nadrukkelijk van ons samen: het
stadsbreed is, vraagt het om flexibele samenwerking,
bundelt inzichten uit beleid, uitvoering en de
heldere regie en gezamenlijke prioritering. De
samenwerking met partners in de stad. Ook maakt
opbrengsten van beide sporen versterken elkaar en
het concreet wat nodig is om het bestaande jeugd-
zijn in deze inventarisatie samengebracht.
en jongerenwerk binnen Gewoon in de Wijk steviger te positioneren in de opgaven die nú spelen. Het gaat
2.4 Wat staat stevig, en wat vraagt keuzes
hierbij nadrukkelijk niet om nieuw gemeentelijk
Het jeugd- en jongerenwerk is uitgegroeid tot een
beleid, maar om het steviger inbedden van huidig
breed en divers aanbod met een stevig bereik. Juist
beleid en het duidelijk positioneren van het
die diversiteit vraagt om een herkenbare koers en
bestaande jeugd- en jongerenwerk binnen de actuele consequente keuzes. In de praktijk komen daarbij opgaven.
terugkerende dilemma’s naar voren: Middelen: maatwerk en behoud kunnen schuren
2.2. Heldere rolverdeling: ‘Het Wat’ en ‘Het Hoe’
met flexibiliteit en samenhang.
Gewoon in de Wijk is een taakgerichte opdracht met
Prioritering: niet alles kan tegelijk; keuzes geven
lumpsumfinanciering. Jeugd- en jongerenwerk is één
soms spanning tussen belangen.
van de taken binnen deze opdracht. De opdracht
Verschillen tussen gebieden: wendbaarheid botst
wordt uitgevoerd binnen de kenmerken van een
soms met de behoefte aan gelijkwaardigheid en
strategisch partnerschap tussen de gemeente en
samenhang.
Buurts: een langdurige samenwerking met een
Samenwerking: verschillende werkwijzen en
gedeelde visie en gezamenlijke doelen.
verwachtingen maken afstemming extra
Vanuit dit strategisch partnerschap wordt gewerkt
belangrijk.
met een heldere rolverdeling: De gemeente versterkt haar rol als richtinggever,
Door deze dilemma's expliciet (zie Paragraaf 3.7) te maken is deze inventarisatie geen 'wensenlijst', maar
bewaker van publieke waarden en partner in leren een realistische en onderbouwde verkenning van wat en verbeteren (Het Wat).
nodig is om de opdracht uitvoerbaar te houden en de
Buurts voert niet alleen uit, maar geeft ook mede
kloof tussen opdracht en praktijk de komende jaren te
vorm aan de manier waarop doelen in de
verkleinen.
gebieden worden bereikt (Het Hoe). Deze rolzuiverheid is een belangrijke basis onder
2.5 Samen werken, samen leren
deze inventarisatie: het maakt mogelijk om samen
Integrale samenwerking (o.a. met wijkteams,
scherpte aan te brengen in doelen en keuzes, terwijl
onderwijs, zorg en veiligheid) vraagt tijd, ruimte en
de uitvoering professioneel en wendbaar kan blijven.
structuur: een gezamenlijke taal, afspraken over werkwijze en een ritme van leren en bijstellen. Daarom
2.3 Twee sporen die samenkomen in dit document
is leer en ontwikkelruimte in deze inventarisatie niet
Parallel aan het gemeentelijke traject startte Buurts in alleen randvoorwaarde, maar onderdeel van de oplossing.
3
2027-2030
3.Governance en samenwerking In de opdracht Gewoon in de Wijk staat één doel
Door van en met elkaar te leren, elkaar tijdig te
centraal: dat ondersteuning dichtbij,
betrekken bij vraagstukken en scherp te blijven op
laagdrempelig, herkenbaar en aansluitend op de
ieders rol blijft ieder verantwoordelijk voor de eigen
mogelijkheden en leefwereld van de inwoners en
taken en nemen partijen geen werk van elkaar over.
hun omgeving geboden wordt. Buurts is de
In deze samenwerking versterkt de gemeente vooral
opdrachtnemer van deze opdracht. Deze opdracht
haar rol als richtinggever en bewaker van publieke
richt zich op alle Haarlemmers, van 0 tot 100 jaar.
waarden (het wat), terwijl Buurts naast uitvoering
Het jeugd- en jongerenwerk vormt daarbij een van
ook actief bijdraagt aan de wijze waarop doelen in de
de kernonderdelen.
wijk worden bereikt (het hoe).
Het strategisch partnerschap tussen Buurts en de gemeente Haarlem is een langjarige samenwerking
3.3 Heldere communicatie en afstemming op
binnen het sociale domein. In de afgelopen periode
meerdere niveaus
heeft deze samenwerking zich verder ontwikkeld
Heldere communicatie, een open en lerende
tot een partnerschap met een gedeelde visie en
houding en duidelijke afspraken zijn essentieel om
gezamenlijke doelen. Hierdoor ontstaat ruimte om
gezamenlijke verwachtingen scherp te houden. Dit
niet alleen te sturen op resultaten, maar ook op de
vraagt niet alleen een andere manier van
achterliggende bedoeling van het werk, met oog
samenwerken, maar ook een goede afstemming op
voor de menselijke maat en de behoeften van
verschillende niveaus:
inwoners.
Strategisch niveau: bestuurlijke afstemming over richting, doelen en kaders.
3.2 Gezamenlijke sturing met heldere rollen
Tactisch niveau: management en beleid, vertaald
Gemeente en Buurts dragen samen de doelen van
naar praktische aanpak en randvoorwaarden.
Gewoon in de Wijk, met een heldere verdeling van
Uitvoerend niveau: dagelijkse samenwerking,
de verantwoordelijkheden:
zoals handhaving, jongerenwerk en wijkteams.
Buurts is eindverantwoordelijk voor de integrale uitvoering: het waarborgen van de kwaliteit van
3.4 Samenwerking in de praktijk
de dienstverlening, het voeren van
Door samenwerking niet alleen te bedenken, maar
risicomanagement, het realiseren van de
ook daadwerkelijk werkend te maken in de praktijk,
afgesproken doelen, het nemen van de
realiseren we een partnerschap dat blijvend resultaat
regierol, het contractmanagement en de
oplevert. Door samen te leren, scherp te blijven op
verantwoording richting de gemeente.
ieders rol en verantwoordelijkheid, en continu te
De gemeente maakt ruimte voor uitvoering
verbeteren, zorgen we ervoor dat de inwoners in de
dicht bij inwoners en bewaakt de samenhang
wijk écht verder worden geholpen.
en kwaliteit op wijkniveau. Het succes van het partnerschap staat of valt met blijvende, goede samenwerking: een gedeelde focus op doelen, duidelijke afspraken over wie wat doet, een lerende houding en steeds het perspectief van wat inwoners écht verder helpt. Daarom bouwen gemeente en Buurts aan een groeiend strategisch partnerschap dat gericht is op continu verbeteren en efficiënter samenwerken. 4
2027-2030 3.Governance en samenwerking
3.5 Huisvesting en multigebruik
3.6 Ruimte voor wijkkracht en collectieve
De gemeente Haarlem streeft naar groei en meer
oplossingen
leefbaarheid, ondanks schaarse ruimte en budget. Dit
De gebiedsgerichte aanpak is onderdeel van de
vereist een slimme en toekomstbestendige aanpak
opdracht Gewoon in de wijk. Hierbij staat het
voor het optimaal benutten van maatschappelijke
versterken van de leefbaarheid en het welzijn in
ruimtes via multigebruik: het doelgericht delen van één
de wijk centraal. Bewonersinitiatieven en
ruimte door meerdere gebruikers of functies,
activiteiten spelen hierin een belangrijke rol,
gelijktijdig of na elkaar. De voorkeur gaat uit naar
omdat zij ontmoeting stimuleren, eenzaamheid
multifunctionele plekken met een gezamenlijke visie
verminderen en verbondenheid vergroten. Buurts
en programmering. Dit verhoogt sociale cohesie,
ondersteunt en versterkt bewoners, organisaties
wijknetwerken en de vindbaarheid van voorzieningen.
en netwerken op een manier die aansluit bij wat
Bij complexe doelgroepen (bijv. overlastgevende
er al in de wijk groeit.
jongeren met complexe problematiek, kwetsbare
De focus ligt op het combineren van individuele
ouderen) kan menging niet altijd. Dan wordt er
ondersteuningsvragen met collectieve
gekeken naar kansen binnen multigebruik, zoals
oplossingen. Vanuit haar regierol borgt Buurts
gescheiden tijdsblokken, extra begeleiding, of een
een consequente en kwalitatieve uitvoering,
prikkelarme plek binnen een grotere hub.
terwijl de gemeente samen met Buurts stuurt op een aanpak die dicht bij het dagelijks leven van
Rollen en verantwoordelijkheden:
inwoners staat.
Buurts Verantwoordelijk voor uitvoering van de
3.7 Prioriteiten voor 2026 (GidW)
opdracht Gewoon in de Wijk én voor eigen
Maatwerk in de wijk: activiteiten en
huisvesting.
ondersteuning sluiten beter aan op wat
Bepaalt hoeveel en voor welke organisaties er
inwoners per wijk nodig hebben.
middelen beschikbaar zijn voor huisvesting
Meer herkenbare ontmoetingsplekken:
binnen de opdracht (incl. onderaannemers
uitbreiding van herkenbare Huizen van de
waar van toepassing).
Wijk voor activiteiten, steun en ontmoeting.
Als exploitant van (een groot deel van)
Sterkere ondersteuning rond 18 jaar: extra
accommodaties: optimale verdeling en sturing
begeleiding bij de stap naar volwassenheid en
op multigebruik.
zelfstandigheid.
Als het Buurts niet lukt de opdracht uit te
Meer focus op mentale gezondheid: meer
voeren door gebrek aan ruimte (bij zichzelf of
en breder aanbod tegen stress, eenzaamheid
onderaannemers), dan kan Buurts indien nodig
en andere mentale klachten.
de gemeente om hulp vragen.
Buurts versterkt dit door in contract- en koersgesprekken te sturen op de gezamenlijke
Gemeente Haarlem
veranderopgave en partners actief te verbinden.
Faciliterend en ondersteunend: meedenken, adviseren, (mee)zoeken in het bredere vastgoed-/locatienetwerk, en waar nodig besluitvorming over aanvullende publieke investeringen. Gedeelde verantwoordelijkheid met Buurts voor voldoende passende en betaalbare ruimte op langere termijn (voor de totale opdracht). 5
2027-2030 3.Governance en samenwerking
3.7 Samenspel met partners in de stad Buurts voert de opdracht Gewoon in de Wijk (GidW) uit en blijft eindverantwoordelijk voor de integrale uitvoering en kwaliteit. Buurts voert een deel zelf uit en zet voor circa 40% gecontracteerde partners in, die extra expertise, netwerken en diversiteit toevoegen. Vanuit haar regierol zorgt Buurts dat de samenwerking effectief bijdraagt aan de gemeentelijke doelen en aan de doelstellingen van GidW. Dit vraagt om heldere afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden, waarbij Buurts door alle partners wordt erkend als opdrachtgever en samenwerkingspartner. Om koers en kwaliteit te borgen maakt Buurts jaarlijks concrete uitvoeringsafspraken over inzet en resultaten. Omdat het aanbod per gebied historisch verschilt en daarmee waardevol maatwerk biedt, stuurt Buurts tegelijk op samenhang, prioritering en optimale inzet van middelen, zonder het gebiedsmaatwerk en de specifieke behoeften van wijken uit het oog te verliezen. Deze manier van werken levert veel op, maar brengt in de praktijk ook spanningen en afwegingen met zich mee: Dilemma's in de praktijk: Besteding van middelen: De verdeling van
Gebieden ontwikkelen zich niet in hetzelfde
middelen en expertise, die vaak historisch is
tempo of op het zelfde onderdeel: Het
ontstaan, brengt twee risico’s met zich mee.
streven naar maatwerk per gebied kan botsen
Enerzijds kan het streven naar samenhang en
met de behoefte aan samenhang en een
efficiëntie botsen met de behoefte aan
gelijkwaardige aanpak. Dit kan leiden tot
flexibiliteit en maatwerk, waardoor een one-size-
discussie over de verdeling van middelen of
fits-all-aanpak dreigt en de unieke behoeften
ongelijkheid tussen gebieden.
van wijken uit het oog worden verloren.
Samenwerking en verwachtingen: Het
Anderzijds bestaat het risico dat middelen en
samenwerken met diverse partijen die elk hun
expertise te rigide vastliggen, waardoor er
eigen aanpak en expertise meebrengen is
onvoldoende ruimte is om flexibel in te spelen
waardevol voor de diversiteit, echter kan dit
op veranderende situaties of specifieke
ook leiden tot uiteenlopende verwachtingen
wijkbehoeften.
en conflicterende belangen. Dit kan
Prioriteiten stellen: Het is een uitdaging om te
afstemming en het vormen van een
bepalen welke behoeften of initiatieven in een
gezamenlijke visie bemoeilijken, wanneer
gebied prioriteit krijgen, zeker als middelen
partijen vast blijven houden aan hun eigen
beperkt zijn. Dit kan spanningen veroorzaken
werkwijze en autonomie.
tussen betrokken partijen. Door praktijkdilemma’s te erkennen en in gesprek te blijven, werken gemeente en Buurts aan een aanpak die verschillen tussen wijken respecteert en samenhang tussen gebieden versterkt. De gemeente ondersteunt dit door flexibiliteit binnen kaders te bieden, middelen inzetbaar te houden waar nodig, afstemming tussen partijen te faciliteren en Buurts te versterken met data, meedenken en steun bij knelpunten, netwerken en samenwerking. Zo sluiten we beter aan op wijkbehoeften én gemeentelijke doelen.
6
2027-2030
4.Opdracht Jeugd en Jongerenwerk (GidW) In Haarlem willen we dat kinderen, tieners en
Zichtbaar en aanwezig: Jongerenwerkers zijn
jongeren opgroeien in een omgeving die uitnodigt
aanwezig op plekken waar jongeren
tot ontmoeting en meedoen. Een stad waar zij zich
samenkomen en waar signalen ontstaan: in de
gezien, gewaardeerd en serieus genomen voelen,
wijk, rond scholen, in de openbare ruimte én
de ruimte krijgen om te ontdekken wie ze zijn,
online.
talenten ontwikkelen en bijdragen aan de
Outreachend en laagdrempelig: Jongeren
samenleving. Voor veel jongeren verloopt
worden actief opgezocht, ook als zij niet vanzelf
opgroeien zonder grote problemen. Zij hebben een
aansluiten. De drempel om contact te leggen is
steunend gezin en netwerk en vinden vaak vanzelf
laag: contact kan informeel beginnen en
hun weg naar sport, cultuur, scouting en andere
uitgroeien tot ondersteuning of toeleiding.
verenigingen. Het jeugd- en jongerenwerk is er voor
Relationeel: werken met vertrouwen: Met
(in principe) alle kinderen en jongeren en sluit aan
vaste, vertrouwde gezichten en doorlopend
bij verschillende leeftijdsfases en leefdomeinen. Het
contact bouwen jongerenwerkers vertrouwen
werkt preventief en laagdrempelig, met extra
op, wat helpt om problemen vroeg te
aandacht voor jongeren bij wie meedoen of
signaleren.
opgroeien minder vanzelf gaat, bijvoorbeeld door
Tijdig en dichtbij: Door vroegsignalering en
omstandigheden op school, in het gezin, de buurt,
lichte ondersteuning waar mogelijk, en warme
online of in de vrije tijd.
toeleiding waar nodig, wordt hulp
Binnen Gewoon in de Wijk draagt het jongerenwerk
laagdrempelig en toegankelijk gehouden.
bij aan ondersteuning die dichtbij, tijdig en integraal
Flexibel en wendbaar: Het aanbod beweegt
is, aansluit bij de leefwereld van jongeren en de
mee met de behoeften in de wijk en signalen uit
kracht van de wijk benut. Er wordt gewerkt werken
de praktijk. Jongerenwerkers spelen in op
vanuit de gedeelde opgaven, zodat jongeren en
actuele ontwikkelingen en passen hun aanpak
partners in heel Haarlem herkenbare steun, kansen
aan waar nodig.
en aandacht ervaren. 4.4 Hoe werken zij samen? 4.2 Doelgroepen en onderdelen van het aanbod
Om in heel Haarlem herkenbaar en effectief te
Onder jeugd- en jongerenwerk vallen de volgende
werken, hanteren we de volgende principes:
onderdelen:
Gezamenlijke opgaven centraal: Verschillende
Kinderwerk (7–11 jaar)
partijen of professionals verenigen zich rondom
Tienerwerk (12–15 jaar)
de gezamenlijke gebiedsgerichte vraagstukken.
Jongerenwerk (16–23 jaar)
Samenwerken waar het telt: De samenwerking
Outreachend jongerenwerk en straathoekwerk
vindt plaats op plekken en momenten waar het
(12–27 jaar)
verschil gemaakt kan worden. Dit betekent dat
De onderdelen sluiten op elkaar aan, zodat
partners elkaar aanvullen en versterken.
jongeren op een passende manier kunnen
Duurzaam versterken vóór overnemen:
instromen en doorstromen, afhankelijk van leeftijd,
Uitgaan van talenten, draagkracht en het
ontwikkelfase en ondersteuningsvraag.
netwerk rondom jongeren met een ontwikkelingsgerichte benadering.
4.3 Hoe werkt het jongerenwerk?
Reflectie en afstemming: Door gezamenlijke
De werkwijze van het jeugd- en jongerenwerk is
reflectie en het uitwisselen van inzichten tussen
zichtbaar, outreachend en relationeel.
partners wordt de samenwerking continu verbeterd. 7
2027-2030 4.Opdracht Jeugd en Jongerenwerk (GidW)
4.5 Wat doet het jongerenwerk concreet? Het jongerenwerk organiseert, ondersteunt en verbindt. Met een herkenbare en veelzijdige aanpak levert het jeugd- en jongerenwerk in elk stadsdeel een bijdrage aan de groei, ontwikkeling en veiligheid van jongeren, in lijn met de opgaven binnen Gewoon in de Wijk. Dit krijgt concreet vorm in de volgende kerntaken: 1.Ontmoeting, Ontwikkeling en Community Building Focusgebied: het creëren van een veilige en stimulerende omgeving waarin jongeren kunnen groeien, leren en participeren. Activiteiten en plekken bieden waar jongeren kunnen aansluiten en meedoen, op maat en passend bij eigen interesses en behoeften, zodat jongeren zich gezien voelen en onderdeel van de wijk. Sport, spel en cultuur inzetten voor talentontwikkeling, zelfvertrouwen, weerbaarheid en sociale vaardigheden, met nadruk op sport en beweging in de wijk (gezondheid, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden). Ruimte bieden voor eigenaarschap: jongeren ondersteunen bij het uitwerken en uitvoeren van hun ideeën, met aandacht voor verantwoordelijkheid en actief burgerschap, zodat jongeren ruimte krijgen om eigen initiatieven te realiseren. Positieve groepsvorming stimuleren door rolmodellen, verbinding met bewoners, ouders, scholen en gebiedspartners, zodat de sociale betrokkenheid groeit en jongeren zich blijvend verbonden voelen met hun omgeving.
Flexibiliteit in aanbod: activiteiten aanpassen aan de behoeften en ontwikkelingen in de wijk/gebied. 2.Preventie en Vroegsignalering Focusgebied: het vroegtijdig herkennen van risico’s en het bieden van lichte ondersteuning of voorlichting om problemen te voorkomen. Zorgen en risico’s vroegtijdig signaleren bij jongeren, zodat tijdig passende ondersteuning voor jongeren en gezinnen kan worden ingezet. Lichte ondersteuning bieden bij vragen of beginnende problemen, met een laagdrempelige, veilige plek om te praten over wat jongeren bezighoudt (o.a. stress en tegenslag). Warm doorverwijzen naar CJG, wijkteams of andere passende hulpverlening, als onderdeel van een integraal afgestemde route zodat ondersteuning aansluit en niet versnipperd raakt. Voorlichting en begeleiding gericht op veerkracht, financiële redzaamheid, gezonde leefstijl en mentaal welbevinden, als preventieve inzet op gezond en veerkrachtig opgroeien (o.a. mentale gezondheid en financiële weerbaarheid). 3.Outreachend Werken: Bereiken van Kwetsbare Jongeren Focusgebied: het actief opzoeken en ondersteunen van jongeren die niet vanzelfsprekend deelnemen aan activiteiten of ondersteuning. Jongeren opzoeken op plekken waar zij zijn (offline én online), om hen vroegtijdig en proactief te bereiken en contact op te bouwen.
Contact onderhouden met jongeren die anders uit beeld raken, met extra aandacht voor jongeren in kwetsbare situaties zodat zij kunnen meedoen en zich ontwikkelen. Actieve begeleiding bieden bij het vinden van een passende plek of aanbod (sportclub, vereniging, cultuuractiviteit) of route binnen onderwijs/ ontwikkeling, zodat jongeren alternatieven en ontwikkelkansen vinden die bij hen passen. Drempels verkleinen om deelname haalbaar te maken, zodat meedoen toegankelijk wordt en ontwikkeling niet afhangt van praktische of sociale belemmeringen. 4.Samenwerking met Onderwijs en Ondersteuningsstructuren Focusgebied: samenwerking met scholen en andere partners om jongeren duurzaam te ondersteunen. Doorlopende aanwezigheid en vertrouwen opbouwen met vaste gezichten, niet alleen reactief bij incidenten, met zichtbare en betrokken aanwezigheid op en rond scholen. Preventief werken aan rust en leefbaarheid: signaleren, begrenzen, groepsdynamiek beïnvloeden en de-escaleren, zodat signalen vroeg besproken worden en passende stappen mogelijk zijn. 5.Bijdragen aan Veiligheid en Criminaliteitspreventie Focusgebied: het voorkomen en verminderen van overlast en risicogedrag bij jongeren.
Vroeg signaleren en ondersteunen rond jongeren die betrokken zijn bij jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit of ander risicogedrag, door vroegtijdig bereiken, acute problemen oplossen, sociaal netwerk versterken, vergroten van maatschappelijke participatie en stabiliseren en versterken van de leefomgeving. Perspectief bieden door jongeren te verbinden met positieve alternatieven, zoals zinvolle vrijetijdsbesteding, school of ontwikkelingstrajecten, om overlast en criminaliteit te voorkomen en aan te pakken. Samenwerking met relevante partners om overlast en criminaliteit effectief aan te pakken, met aandacht voor mediawijsheid (veilig en bewust omgaan met sociale media en online risico’s) én normen en grenzen (een veilige en positieve cultuur met duidelijke kaders en begeleiding).
8
2027-2030 4.Opdracht Jeugd en Jongerenwerk (GidW)
4.6 Aanvullende tijdelijke inzet: Preventie met Gezag (2024–2027) In Haarlem heeft Buurts de opdracht om het zogenaamde 2%-straathoekwerk vorm te geven. Dit doet zij door specifieke straathoekwerkers van perMens in te zetten die zich richten op jongeren tussen 10 en 18 jaar waarover men zich ernstige zorgen maakt en die al jong betrokken raken bij ernstige overlast en eerste delicten. De straathoekwerkers helpen jongeren die in eerste instantie ongemotiveerd lijken in beweging te krijgen en te motiveren om een zinvolle dagbesteding aan te gaan en/of hulpverlening te aanvaarden. Deze aanpak wordt mogelijk gemaakt door de tijdelijke rijkssubsidie Preventie met Gezag (2024-2027), die een aanvulling is op het reeds bestaande reguliere straathoekwerk. Voor het 2%-straathoekwerk is een bedrag van € 280.000,- beschikbaar gesteld door de gemeente. Belangrijke speerpunten van deze aanpak zijn: Actief contact leggen: Jongeren die in beeld komen met gedragsproblemen, overlast en/of criminaliteit worden zowel op straat als online benaderd. Samen wordt bekeken welke ondersteuning nodig is om (delinquent) gedrag te verbeteren, acute problemen te verminderen en toekomstperspectief te vergroten.
Nieuwe kansen en stabilisatie: De begeleiding is gericht op het vergroten van zelfstandigheid, het versterken van sociale netwerken, deelname aan de maatschappij en het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid. Samenwerking voor duurzame verandering: Scholen, ouders en andere organisaties spelen een cruciale rol in het realiseren van blijvende verbeteringen voor jongeren en hun omgeving. Met deze gerichte aanpak hoopt Haarlem jongeren die in beeld komen met gedragsproblemen, jeugdoverlast of jeugdcriminaliteit perspectief te bieden en tegelijkertijd bij te dragen aan een veiliger en leefbaarder leefklimaat. Door het tijdelijke karakter van deze subsidie ligt er na evaluatie (naar verwachting eind 2026) ook een aanvullend vraagstuk voor de structurele inbedding van deze aanpak binnen de sociale basis van Haarlem op de langere termijn. Onze belofte aan jongeren We staan naast je: We luisteren zonder oordeel en nemen de tijd om jou echt te begrijpen. Wij helpen je jouw talenten en mogelijkheden te zien en te benutten, zodat jij je plek vindt in je gezin, vriendengroep, op school, bij sport en/of cultuur, wijk en in de stad. En als het nodig is, schakelen we met school en partners zoals zorg of veiligheid, want jongerenwerk is meer dan vrije tijd. Het is een springplank naar een toekomst waar jij in gelooft!
4.6 Wat jongerenwerk níet doet: afbakening die samenwerking juist helpt Jongerenwerk neemt geen taken over van andere domeinen. Het is geen vervanging van: specialistische jeugdhulp (verwijzing/indicatie), onderwijs (lesgeven en formele schooltaken), handhaving/politie (repressie en strafrecht), formele zorg onder andere wettelijke kaders. Jongerenwerk is ook geen sportvereniging of scouting. Het jongerenwerk vult verenigingen, Wijkteams, CJG's en specialistische hulp aan en helpt kinderen en jongeren de weg te vinden naar dit aanbod. Sport, spel en cultuur worden wel ingezet als middel om jongeren te bereiken, te versterken, signalen op te vangen en waar nodig toe te leiden. 9
2027-2030 4.Opdracht Jeugd en Jongerenwerk (GidW) 4.8 Met wie doen we dat? In Haarlem wordt het jeugd- en jongerenwerk gedragen door een diverse groep organisaties die gezamenlijk kinderen, tieners en jongeren ondersteunen. Onder regie van Buurts verzorgen partners als PerMens, CityShapers, Kikid, SportSupport, STAD, Triple Threat, Hattrick en Rebup elk een deel van het aanbod, met eigen expertise, doelgroepen en werkwijzen . Buurts heeft er bewust voor gekozen om de waardevolle kennis, netwerken en gemeenschappen die door de jaren heen zijn opgebouwd, zoveel mogelijk te behouden. Het aanbod per gebied verschilt daardoor historisch, en die diversiteit biedt waardevol maatwerk: Aansluiting op de leefwereld: activiteiten en programma's sluiten aan bij uiteenlopende interesses en achtergronden van jongeren, zodat zij zich kunnen identificeren met het aanbod. Maatwerk per gebied: in elk stadsdeel wordt een aanbod ontwikkeld dat specifiek inspeelt op de behoeften van jongeren in dat gebied. Bereik door diversiteit: jongeren uit verschillende groepen worden op verschillende manieren benaderd en bereikt. Tegelijk brengt deze diversiteit ook een keerzijde met zich mee: het vraagt om stevige regie, heldere prioritering en de bereidheid om bestaande patronen te doorbreken wanneer de opgave daarom vraagt. Dat is niet altijd eenvoudig.
4.9 Gezamenlijk ontwikkeltraject Om integraliteit, wendbaarheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid te bevorderen, startte Buurts in 2023 samen met partners en onderzoeksbureau Radar een traject naar één gezamenlijke opdracht en een ontwikkelagenda voor jeugd- en jongerenwerk. In juni 2025 resulteerde dit in vier thema’s: mentale gezondheid, participatie, talentontwikkeling en veiligheid. Elk thema heeft een eigen trekker en wordt verder uitgewerkt in kenniswerkplaatsen waarin professionals en jongeren samen leren en ontwikkelen. Het traject was een belangrijke eerste stap. Het bracht meer helderheid over de gezamenlijke opgaven en stadsbrede doelen, en creëerde een gedeelde taal tussen partners die voorheen vooral vanuit hun eigen werkwijze opereerden. Het duurzaam realiseren van integrale samenwerking vraagt meer dan een gezamenlijk traject alleen. In de praktijk zijn er terugkerende spanningen tussen de nieuwe regierol van Buurts en de bestaande werkpatronen van partners. 4.10 Complexe praktijk Hoewel samenwerking tussen verschillende partijen veel positieve resultaten kán opleveren, blijkt dit in de praktijk complexer. De huidige verdeling van middelen en expertise is grotendeels historisch bepaald en botst met de opdracht om een meer integraal, flexibel en samenhangend aanbod te realiseren. Voor Buurts ontstaat hierdoor een reëel spanningsveld.
De nieuwe regierol vraagt om meer samenhang en flexibiliteit, terwijl partners sterk hechten aan hun autonomie, identiteit en ondernemerschap. Dat is begrijpelijk: hun eigenheid is juist wat hen waardevol maakt in het bereiken van specifieke doelgroepen en het opbouwen van vertrouwen in wijken. Maar het betekent ook dat het aanpassen of herordenen van afspraken zorgvuldigheid vergt: contractcycli, het behoud van opgebouwd vertrouwen bij jongeren en het respecteren van de eigenheid van partners stellen grenzen aan het tempo waarin kan worden geschoven. Daarnaast ontbreekt op dit moment de financiële ruimte om deze spanning structureel op te lossen zonder het huidige aanbod en bereik aan te tasten. Buurts pakt vanuit haar regierol op wat nu al mogelijk is via koersen contractgesprekken, gezamenlijke reflectie en het actief verbinden van partners rond gebiedsopgaven. Maar de bewegingsruimte kent grenzen. Wat intern kan worden verschoven is niet genoeg om in alle gebieden de integrale, wendbare werkwijze te realiseren die de opdracht vraagt.
10
2027-2030
5.Wat er op ons af komt Het Rijk heeft aangekondigd dat het de Jeugdwet wordt aanscherpt (Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet tot 13 april 2026 in consultatie). De jeugdhulpplicht gaat zich explicieter richten op jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties: jeugdigen in onveilige situaties en jeugdigen met ernstige problematiek waarbij jeugdhulp, gezien aard en ernst van de hulpvraag, noodzakelijk is. Die aanscherping doet twee dingen tegelijk: Aan de achterkant wordt duidelijker wat gemeenten minimaal moeten organiseren binnen specialistische jeugdhulp. Aan de voorkant wordt de opdracht groter: de sociale basis moet meer én sneller kunnen dragen. Dat betekent toewerken naar een situatie waarin vragen en signalen eerst landen in de sociale basis, waar normaliseren en versterken centraal staan, en waar pas wordt opgeschaald als dat echt noodzakelijk is. 5.2 Wat betekent dit voor onze inwoners Voor inwoners moet deze beweging merkbaar worden als laagdrempelig, nabij en minder versnipperd. Ondersteuning start vaker via een eerste aanspreekpunt dichtbij, zoals welzijn/jongerenwerk, school, CJG of buurtteam. Wat inwoners daarvan mogen merken: Sneller lichte ondersteuning bij beginnende zorgen (praktische steun, gesprekken, groepstrainingen, toeleiding naar sport/cultuur, ondersteuning richting school).
Eerst versterken wat er al is: gezin, netwerk, school en wijk (met passende steun). Scherpere route bij ernst/onveiligheid: bij signalen van onveiligheid en/of ernstige problematiek is sneller duidelijk wanneer en hoe wordt opgeschaald naar specialistische jeugdhulp. Meer samenwerking rondom het gezin: minder losse loketten, meer afgestemde aanpak en opvolging. 5.3 Wat betekent dit voor Buurts Voor Buurts (sociale basis) betekent dit dat er nóg meer vragen bij hen moeten gaan landen. De rol aan de voorkant groeit in preventie, vroegsignalering, lichte begeleiding en toeleiding. Daarbij hoort ook een volwassenere voorkant: niet alleen laagdrempelig zijn, maar ook scherp kunnen duiden en schakelen: signalen sneller oppakken (gebied, school, online), tijdig normaliseren en versterken waar dat kan, escaleer-afspraken hanteren waar dat moet (onveilig/ernstig → direct opschalen) én de rol van duurzaam anker vóór, tijdens en na inzet van ondersteuning, met warme overdrachten en gezamenlijke opvolging. Dit zet druk op capaciteit én op vakgrenzen. Het vraagt een stevig basisaanbod, maar ook het voortdurend bewaken van: wat doet welzijn relationeel en preventief, en wat is specialistisch. 5.4 Jongeren leven óók online Jongeren brengen een groot deel van hun tijd online door.
Juist daar komen onderwerpen snel aan de oppervlakte en kunnen ze ook sneller escaleren: stress, groepsdruk, ruzies, uitsluiting, polarisatie, middelengebruik, criminaliteit, seksuele grensoverschrijding en geldzorgen. Als de sociale basis de plek moet zijn waar vragen vroeg landen, dan geldt dat óók digitaal. Dat vraagt zichtbare en toegankelijke ondersteuning online, laagdrempelig contact, en meebewegen met de platforms waar jongeren op dat moment zijn. Online presentie is daarmee geen extraatje, maar een onderdeel van signaleren, aansluiten, voorlichten , de-escaleren én verbonden met wat we offline doen. 11
2027-2030 5.Wat er op ons af komt
5.5 Regionale routekaart: ZKIJ maakt de beweging concreet Binnen de jeugdhulpregio ZKIJ (waar Haarlem deel van uitmaakt) is de koers uitgewerkt in het Regionaal Programmaplan Jeugd. Centraal staan normaliseren en het afbakenen van jeugdhulp: verduidelijken wanneer specialistische jeugdhulp echt nodig is en wat gezinnen met steun uit de vrij toegankelijke sociale basis (eventueel met lichte hulp) kunnen oppakken. De opgave is uitgewerkt in twee deelopdrachten: 1. Versterken sociale basis: jongerenwerk, maatschappelijk werk, CJG’s, welzijn en vrijwilligersinitiatieven versterken om veerkracht, veiligheid en verbondenheid te vergroten en zwaardere problemen te voorkomen. 2. Afbakenen jeugdhulp & normaliseren: voor jongeren, ouders, verwijzers en professionals verduidelijken wat onder gemeentelijke jeugdhulp valt en wanneer andere ondersteuning passender is. 5.6 Jeugd- en jongerenwerk als basisvoorziening: het vaste anker in de leefwereld Het wetsvoorstel onderstreept dat het uitgangspunt is dat welzijnswerk bijdraagt aan community-building in de wijken. Waarbij het het jeugd- en jongerenwerk expliciet wordt gepositioneerd als structurele basisvoorziening.
Een vast en herkenbaar aanspreekpunt met een wendbaar aanbod in de wijk, op straat, op school én online: doorlopende aanwezigheid en vertrouwen opbouwen met vaste gezichten (niet alleen reactief bij incidenten), preventief werken aan rust en leefbaarheid: signaleren, begrenzen waar nodig, groepsdynamiek beïnvloeden en de-escaleren, actieve en warme toeleiding naar CJG/wijkteam bij extra ondersteuningsbehoefte, duurzaam anker vóór, tijdens en na ondersteuning (gezamenlijke opvolging, voorkomen van versnippering). als onderdeel van de samenwerkings-en ondersteuningsstructuur van het onderwijs. Daarbij hoort een professioneel geborgde online aanpak met duidelijke kanalen, expertise, wendbare werkwijze en organisatorische inbedding. 5.7 Randvoorwaarden dit in de uitvoering waar te maken Om de sociale basis en het jeugd- en jongerenwerk deze rol consequent te laten dragen, zijn nodig: Structurele samenwerking met CJG, wijkteams (sterke lokale teams) en specialistische jeugdhulp: gezamenlijke opvolging, gedeelde werkwijze/taal, vaste terugkoppeling. Structurele schoolpresentie: inclusief extra aandacht voor (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs. Tijd voor jongeren én voor afstemming: ruimte voor contact én multidisciplinaire tafels/overleggen (bijv. beschermingstafel/RET).
Online jongerenwerk als volwaardige opdracht: structurele capaciteit, werkmiddelen, professionalisering, innovatie en verankering in roosters/functies. Toegankelijkheid en flexibiliteit in de sociale basis: herkenbaar “eerste hulplijn”, snel schakelen zonder overdrachtsschotten. Voldoende mensen en middelen, inclusief flexibele ruimte: werving/opleiding/behoud én begrotingsruimte om mee te bewegen met wijk- en schoolvragen. Scherpe triage en escalatie-afspraken: onveiligheid/ernst beter herkennen, weten wanneer direct opschalen, en warme overdracht borgen. 12
2027-2030 5.Wat er op ons af komt 5.8 Waarom de praktijk trager kantelt dan de ambitie, terwijl de druk hoog blijft Binnen Gewoon in de wijk zijn al belangrijke stappen gezet: ondersteuning is dichterbij georganiseerd, vroegsignalering is versterkt en er is meer focus op wat wijken en gebieden nodig hebben, bijvoorbeeld via de versteviging van de wijkteams en de gebiedsgerichte werkwijze. Toch blijft de druk op professionals hoog en verloopt de transformatie langzamer dan gewenst. Dat ligt niet aan een gebrek aan ambitie, maar aan een combinatie van oorzaken die elkaar versterken. De kanteling gaat trager, omdat: Gedragsverandering niet-lineair verloopt: weerstand, twijfel en experimenteren wisselen elkaar af; verankering komt pas later. Als er weinig ruimte is om te leren en te oefenen, blijft de praktijk langer “oud”. De verandering breder is dan een nieuwe inrichting van het aanbod door Buurts: het vraagt ook ander denken en doen bij inwoners, verwijzers, wijkteams, jongerenwerk, CJG en specialistische jeugdhulp. De cultuur- en systeemverandering nog niet overal is doorleefd: de koers kan formeel zijn vastgesteld, maar het dagelijks handelen verandert pas als nieuw gedrag breed gedeeld en herhaald wordt. Druk terugval in routines versterkt: onder hoge werkdruk grijpen professionals sneller terug op vertrouwde werkwijzen, waardoor de nieuwe aanpak minder goed landt.
Capaciteit en middelen niet meebewegen met de zwaardere opgave: sinds de budgetverschuiving in 2023 naar Buurts is het budget voor jeugd- en jongerenwerk wel geïndexeerd, maar niet herijkt op de zwaardere rol. De vraag in de gebieden is toegenomen: onder meer door toenemende jeugdoverlast, druk op scholen, veranderde stedelijke dynamiek (mobielere jongeren door e-bikes, grote impact social media) en complexere gezinssituaties. Met de huidige verdeling van middelen en capaciteit is het nauwelijks haalbaar om al een stevige basis neer te zetten. Die krapte vertraagt de kanteling: afstemmen, reflecteren, leren en nieuw gedrag borgen vragen tijd, aandacht en continuïteit. Hetgeen wat in de dagelijkse uitvoering het eerst onder druk komt te staan. Daardoor blijft de samenwerking vaker steken in wat vertrouwd is, terwijl de praktijk juist vraagt om meer gezamenlijke beweging, snelle bijsturing en eenduidige keuzes. Buurts anticipeert hier in 2026 gedeeltelijk op door een derde van het groeibudget (naar aanleiding van de trendrapportage 2025) gericht in te zetten om de hoge werkdruk te verlagen en de toenemende vraag uit de praktijk beter op te vangen.
13
2027-2030
6.Financieel versterkingspad 2027–2030 Het vorige hoofdstuk laat het gat zien tussen de gewenste kanteling en de dagelijkse realiteit: hoge werkdruk, beperkte flexibiliteit en te weinig ruimte om te leren en te borgen, terwijl de opgaven in de gebieden complexer worden. Dat maakt duidelijk dat de kanteling niet alleen vraagt om sturing en inhoudelijke keuzes van Buurts, maar vooral om randvoorwaarden die het mogelijk maken om goed werk te leveren. Met de huidige beschikbaarheid én verdeling van middelen is het niet realistisch om tegelijk: overal dezelfde basis te borgen, voldoende bewegingsruimte te houden voor nieuwe vragen en pieken, structureel online actief aanwezig te zijn, én te voldoen aan de verwachtingen van een structurele basisvoorziening. Dit hoofdstuk maakt daarom inzichtelijk: 1. Waar staan we nu: hoe zijn de huidige middelen verdeeld? 2. Wat gebeurt er als er niets bijkomt: de huidige koers (Scenario A). 3. Wat is minimaal nodig: de basis op orde in elk gebied (Scenario B). 4. Wat is er aanvullend mogelijk: zes bouwstenen waarmee gericht kan worden versterkt (Scenario C). 5. Wat vraagt dit: en in welk tempo, uitgewerkt in twee concrete varianten. 6.2 Scenario's De versterkingsmogelijkheden zijn opgebouwd uit 3 lagen: Scenario A (huidige koers): Geen extra investering. Buurts werkt binnen bestaande middelen en het groeibudget 2026.
Scenario B (structurele basis): De dekkingsgraad en randvoorwaarden om in álle gebieden een herkenbaar, bereikbaar en laagdrempelig aanbod te kunnen garanderen. Scenario C (structurele basis + gerichte versterking)(Bouwstenen (1 t/m 6): Aanvullende investeringen via zes bouwstenen die de uitvoeringskracht, samenwerking en het bereik gericht versterken. Opschaalbaar en per gebied inzetbaar. Gewoon in de Wijk is en blijft een taakgerichte opdracht met lumpsumfinanciering. Dat betekent dat ook wanneer de gemeente besluit om via de bouwstenen extra middelen beschikbaar te stellen, deze middelen onderdeel worden van de opdracht aan Buurts. 6.3 Huidige verdeling Buurts ontvangt voor de opdracht jeugd- en jongerenwerk binnen Gewoon in de Wijk middelen uit meerdere gemeentelijke budgetlijnen (o.a. jeugd, veiligheid). Dit is circa €2,2 miljoen. Een deel van deze middelen is structureel (€310.000 voor Bijdragen aan Veiligheid en Criminaliteitspreventie) of incidenteel geoormerkt om te borgen dat afgesproken taken en prestaties binnen de opdracht worden uitgevoerd. Daarnaast is er een deel dat in principe flexibel inzetbaar is door Buurts. In de praktijk is die flexibiliteit echter beperkt.
Circa 60% van de uitvoering van het jeugd- en jongerenwerk wordt verzorgd door gecontracteerde partners (organisaties als PerMens, STAD, Triple Threat, Hattrick, Rebup, CityShapers, Kikid en SportSupport) die elk hun eigen expertise, netwerken en bereik inbrengen. Dit partnernetwerk is grotendeels historisch gegroeid: de meeste samenwerkingen bestonden al vóór de invoering van Gewoon in de Wijk en zijn bij de overgang naar Buurts via contracten gecontinueerd. Die continuïteit is waardevol, omdat zij de jarenlange opgebouwde kennis, vertrouwensrelaties met jongeren en gewortelde wijknetwerken vertegenwoordigt die niet zomaar te vervangen zijn. Het aanpassen of herordenen van die afspraken vergt zorgvuldigheid: contractcycli, het behoud van opgebouwd vertrouwen bij jongeren en het respecteren van de eigenheid van partners stellen grenzen aan het tempo waarin kan worden geschoven. Herprioriteren of meebewegen met nieuwe opgaven is daardoor minder eenvoudig dan het budgettair op papier lijkt.
14
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 6.4 Scenario A (huidige koers): wat als er geen extra middelen komen? Als een extra structurele investering uitblijft, is Buurts genoodzaakt om uitsluitend binnen bestaande middelen te verbeteren en te verschuiven. De enige aanvullende impuls in dit scenario is het groeibudget 2026, dat Buurts gericht inzet om de werkdruk te verlagen en de meest urgente tekorten voor het outreachend jongerenwerk in Oost en Noord te verkleinen. Daarbuiten resteert alleen het herprioriteren van bestaande inzet en zoals beschreven in §6.3 is die ruimte beperkt: het merendeel van de middelen is verbonden aan contracten met partners wier kennis en netwerken niet van de ene op de andere dag kunnen worden herverdeeld. Tabel 6.4.1 Wat Buurts wél kan doen met huidige middelen en groeibudget Actie
Wat het oplevert
Groeibudget 2026 gericht inzetten (Oost: 0,5 → 1,5 fte; Noord: 0,5 → 1,5 fte)
Eerste structurele basis in twee gebieden die tot nu toe te krap bezet waren
Interne herprioritering binnen bestaande contracten en inzet
Iets meer ruimte voor samenwerking en afstemming op gebiedsniveau
Integrale samenwerking binnen Buurts verder uitbouwen via koersMeer samenhang in het aanbod, betere gezamenlijke taal en contractgesprekken met partners Stadsbreed aanbod voor voorlichting op PO- en VO-scholen continueren
Basis vroegsignalering blijft overeind
Tabel 6.4.2 Wat Buurts níet kan doen zonder extra middelen Wat valt weg of komt onder druk?
Impact op jongeren
Minder activiteiten, minder begeleiding bij talent en eigen initiatieven van jongeren en vrije tijdsbesteding
Minder ruimte voor persoonlijke talentontwikkeling en maatschappelijke participatie. (door verschuiving fte in Stadsbreed aanbod naar Oost)
Minder vaste aanwezigheid en vertrouwde gezichten
Vertrouwen opbouwen kost meer tijd; signalen worden te laat ondervangen.
Ambulant en outreachend werken onder druk
Jongeren die niet vanzelf naar activiteiten komen, blijven buiten beeld
Wendbaarheid bij nieuwe vragen of (overlast)signalen beperkt
Opschalen gaat vrijwel altijd ten koste van inzet elders
Online jongerenwerk komt niet structureel van de grond Een groot deel van de leefwereld van jongeren blijft onbereikt Structurele schoolkoppeling niet mogelijk
Geen doorlopende lijn met (risico)scholen
Casusondersteuning en integrale opvolging niet geborgd
Jongeren moeten steeds opnieuw hun verhaal doen; versnippering houdt aan
Tabel 6.4.4 Wat valt er weg na 2027 in alle varianten? Tijdelijke financiering
Afloopmoment
Gevolg bij niet-borgen
Preventie met Gezag (€280.000, 2,2 fte 2%-straathoekwerk)
Juli 2027 (evaluatie eind 2026)
Gat in straathoekwerk; 2%-straathoekwerk stopt; minder bereik van risicojongeren
SPUK-financiering Nova College (16–20 uur/week outreachend)
2027 (evaluatie eind 2026)
Outreachend jongerenwerk op het mbo verdwijnt
Tabel 6.4.5 Financieel Bedrag Extra gemeentelijke investering
€0,=
Beschikbare ruimte
Alleen intern schuiven (groeibudget 2026 + herprioritering bestaande inzet)
Conclusie
Bij de huidige koers stagneert de kanteling, blijft de druk op professionals en jongeren hoog, wordt tijdelijke financiering niet structureel geborgd, en kan het jongerenwerk in de meeste gebieden niet uitgroeien tot de structurele basisvoorziening die het Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet en de Hervormingsagenda Jeugd vragen.
15
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 6.5 Scenario B (structurele basis): wat is minimaal nodig per gebied? De structurele basis beschrijft per thema wat minimaal nodig is om in elk gebied een herkenbaar, bereikbaar en veilig aanbod voor jongeren te garanderen. Het is het fundament dat nodig is om de eerste stappen in de kanteling voor het jongerenwerk te kunnen zetten. De kosten van dit fundament worden bewust gedrukt doordat Buurts ook in dit scenario actief verschuift binnen de eigen middelen: stadsbreed inzetbare capaciteit wordt verlaagd ten gunste van gebiedsgerichte inzet, het groeibudget 2026 wordt gericht ingezet in Oost en Noord, en het straathoekwerk wordt door interne herverdeling opgeschaald. Daarmee draagt Buurts vanuit haar regierol bij aan het realiseren van de structurele basis, zonder de volledige rekening bij de gemeente neer te leggen. De aanvullende structurele investering van €500.000 per jaar betreft het deel dat niet door intern schuiven kan worden opgelost. Tabel 6.5.1 Kerntaken 1: Ontmoeting, talentontwikkeling, participatie en community building Kerntaak
Van
→ Naar
1.Ontmoeting, Ontwikkeling en Community Building
Niet overal vindplekken; beperkte avondopenstelling; 1 fte centrum, 1 fte Zuid-West, 0,5fte Oost, 5fte Schalkwijk, 0,5 is Noord, Stadsbreed = 2,5fte
→ 1 vindplek + hubs per gebied; → 1 fte centrum, 1 fte Zuid-West, 1,5fte Oost, 5fte Schalkwijk, 1,5fte Noord, Stadsbreed = 1,5fte.
2. Preventie & vroegsignalering
Stadsbreed aanbod
→ Stadsbreed aanbod
Grootste verandering +1,0 fte Oost, + 1,0 fte Noord (Groeibudget 2026) Verlagen stadsbrede inzet voor het versterken van kerntaak 3 (herverdeling bestaande middelen) Blijft gelijk 2 fte outreachend (aanvullende investering gemeente) 1 fte online (light) (aanvullende investering gemeente)
3.Outreachend Werken: Bereiken van Kwetsbare Jongeren
0 fte outreachend per gebied; → 0,5 fte outreachend per gebied online alleen incidenteel en → 1 fte online (light) stadsbrede online medewerker afhankelijk contactmomenten (minder kwetsbaar)
4.Samenwerking met Onderwijs en Ondersteuningsstruct uren
Nova College gecontinueerd SPUK-gefinancierd (tijdelijk); Inzet op middelbare scholen vanuit Programma Mentale gezondheid (niet via Buurts) Geen ruimte voor domeinoverstijgende samenwerking
→Nova College gecontinueerd SPUKgefinancierd (tijdelijk); →Inzet op middelbare scholen vanuit Programma Mentale gezondheid (niet via Buurts) → 1 fte voor domeinoverstijgende samenwerking (Minimale, structurele werkafspraken en beschikbare basisruimte voor samenwerking )
1fte ruimte voor domeinoverstijgende samenwerking (aanvullende investering gemeente)
5.Bijdragen aan Veiligheid en Criminaliteitspreventie
0,75 fte straathoekwerk per gebied; 2.2fte 2%- straathoekwerk Preventie met Gezag (tot juli 2027)
→1 fte straathoekwerk per gebied → 2.2fte 2%- straathoekwerk Preventie met Gezag (tot juli 2027)
Van 0,75 naar 1 fte per gebied (herverdeling bestaande middelen)
Totale ingeschatte gemeentelijke investering Scenario B structurele basis (stadsbreed): €500.000,Let op: De kosten voor het groeibudget 2026 (Oost en Noord van 0,5 naar 1,5 fte) worden door Buurts zelf gedragen uit het bestaande Groeibudget. Het stadsbrede aanbod voor talentontwikkeling wordt ook in dit scenario afgebouwd ten behoeve van de gebiedsgerichte inzet. De €500.000 betreft de aanvullende structurele investering die nodig is om de structurele basis te realiseren. Separaat besluit vereist: De structurele borging van Preventie met Gezag (€280.000, aflopend juli 2027) en de SPUK-financiering Nova College (aflopend 2027) zijn niet opgenomen in dit bedrag. Zonder vervangende dekking ontstaan gaten in het straathoekwerk en het outreachend jongerenwerk op het mbo.
16
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 Tabel 6.5.2 Wat ook met Scenario B nog onder druk staat Wat valt weg of staat nog steeds onder druk?
Impact op jongeren
Minder activiteiten, minder begeleiding bij talent en eigen initiatieven van jongeren en vrije tijdsbesteding
Minder ruimte voor persoonlijke talentontwikkeling en maatschappelijke participatie. (door verschuiving fte in Stadsbreed aanbod naar Oost)
Online jongerenwerk komt niet slechts in light versie van de grond
Een groot deel van de leefwereld van jongeren blijft onbereikt
Wendbaarheid bij nieuwe vragen of (overlast)signalen blijft op beperkt
Opschalen bij grote vraag gaat vrijwel altijd ten koste van inzet elders
Structurele schoolkoppeling niet mogelijk
Geen doorlopende lijn met (risico)scholen
Geen ruimte voor ondersteuning bij casuïstiek
Geen duurzaam anker vóór, tijdens en na jeugdhulp
6.6 Opgavegestuurd werken: gebiedsanalyse en urgentieprofiel Per stadsdeel brengen we de belangrijkste opgaven, risico's en versterkingskansen in beeld en vertalen die naar een urgentieprofiel. We gebruiken daarvoor een eenvoudige kleurcodering. Kleur
Noord
Oost
Noord
Centrum
Zuid-West
Schalkwijk
🟢 Groen 🟠 Oranje 🔴 Rood
Betekenis Lage urgentie — onderhouden en monitoren Aandacht nodig — gericht versterken waar het knelt Urgent — direct prioriteren in keuzes en investering
56.798 inwoners, 17,9% is 0–14 jaar, grootste stadsdeel
Knelpunten
1.Capaciteit jongerenwerk te krap: Periode met ontbreken structureel jongerenwerk en sluiting van Delftwijk City leidde tot meer overlast en weggevallen netwerken. 2.Weinig toegankelijke plekken (1 is onvoldoende) 3.Verhoogde vraag naar domeinoverstijgende vraag: Noord herbergt relatief veel gezinnen en (V)SO, wat de vraag naar samenwerking (jeugd, onderwijs, zorg, veiligheid) vergroot. Gespecialiseerd onderwijs vraagt nauwere koppeling met straathoek- en jongerenwerk
Risico's
1.Groot gebied en moeilijk bereikbare/grijpbare doelgroep; hoogste jeugdhulpgebruik. 2.Delftwijk twee na hoogste (na Meerwijk) kinderarmoede. 3.Aanhoudende overlast door tieners en jongeren; jongerenwerk alleen adhoc/repressief ingezet
Risicoscholen in Noord (6 locaties)
Schoterbos SBO (2 locaties), Prof. Dr. Gunning VSO, Daaf Geluk VSO, Praktijkcollege De Schakel PRO, Spaarne College vmbo
Meest urgente bouwstenen:
🔴 B3 (school), 🔴 B2 (hotspot/opschalen), 🟠 B4 (integrale opvolging)
Oost
24.323 inwoners, opkomende groei jongeren
Knelpunten
1.Outreach/straathoekwerk: te weinig capaciteit → jongeren blijven buiten beeld, meer escalatie. 2.Toeleiding: te weinig capaciteit → jongeren bereiken/benutten het aanbod niet. 3.Samenwerking (complexe casuïstiek): te weinig capaciteit met zorg, onderwijs en veiligheid.
Risico's
1.Structurele overlast 2.Bovengemiddelde ondersteuningsvraag in Amsterdamsewijk, Parkwijk en Slachthuiswijk; in de Slachthuiswijk zijn veel jongeren in contact met jeugdzorg; circa 1 op 5 niet‑schoolgaande jongeren. 3.Exponentiële groei aantal jongeren in komende 5 jaar
Risicoscholen in Oost (1 locatie)
Oost ter Hout praktijkschool
Meest urgente bouwstenen:
🔴 B1 (online/hybride), 🟠 B2 (hotspot/opschalen), 🟠 B4 (integrale opvolging) 17
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030
Centrum
14.437 inwoners, weinig woonachtige jeugd maar veel passerende jongeren
Knelpunten
1.Hotspot Structurele overlast; behoefte aan vaste gezichten. 2.Onvoldoende zichtbaarheid op hotspots 3.Negatieve groepsvorming; ontbreken gerichte en eenduidige aanpak.
Risico's
1.Uitgaansgebied trekt veel jeugd aan. 2.Aanhoudende overlast en spanningen tussen 15-18 jarigen. 3.Ontbrekend avond/nachtaanbod voor 15+ jongeren
Risicoscholen in Centrum
Geen
Meest urgente bouwstenen:
🔴 B2 (hotspot/opschalen), 🟠 B4 (integrale opvolging), 🟠 B1 (online/hybride)
Zuid-West
36.059 inwoners, na Noord de meeste jongeren
Knelpunten
1.Overlast en ruimtegebrek voor ontmoeting van jongeren; Speelplekken vaak gericht op jonge kinderen. Rozenprieel structurele overlast. 2.Beperkte aandacht voor jongeren in/uit AZC; Meester Lottelaan en AMV’ers Asterstraat. 3.Pedagogische kwaliteit jongerenwerk; op dit moment vooral repressief en ad-hoc.
Risico's
1.Groot tekort aan aanbod; voor jongeren van 14 jaar en ouder in dit gebied. 2.Complexe problematiek: Grote groep jongeren met transgenerationele gezinsproblematiek. 3.Toenemend grensoverschrijdend gedrag; onder jongeren in de fysieke ruimte.
Risicoscholen in ZuidWest (1 locatie)
Focus SBO
Meest urgente bouwstenen:
🔴 B4 (integrale opvolging), 🔴 B2 (hotspot/opschalen),🟠 B5 (hubs/plekken),
Schalkwijk
37.362 inwoners, 40% van alle lage-inkomenshuishoudens in Haarlem
Knelpunten
1.Rondhangen/risico’s nemen toe in avond. 2.Vroeg begin kansenongelijkheid; aandacht nodig voor laaggeletterdheid; meer jongeren die in aanraking komen met criminaliteit dan in elk ander stadsdeel. 3.Veel aanbod met meerdere uitvoerders; behoefte aan structurele openstellingen, focus en verbreding van de talentroutes.
Risico's
1.Socio‑economische kwetsbaarheid: in Meerwijk groeit ca. 1 op 4 kinderen op in armoede; bijna dubbel zoveel lage‑inkomenshuishoudens als stedelijk gemiddelde. Ook is zijn de overlast cijfers hoog en is er sprake van verhoogd risico op (ondermijndende criminaliteit). 2.Dichtbevolkt stadsdeel met hoog aantal inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Grotere groep jongeren die moeite heeft met toegang krijgen tot juiste zorg.
Risicoscholen in Schalkwijk (3 locatie)
IKC Schalkwijk SBO (2 locaties), Haarlem College vmbo
Meest urgente bouwstenen:
🔴 B2 (hotspot/opschalen), 🔴 B4 (integrale opvolging), 🟠 B3 (school)
6.6.1 Urgentieprofiel per gebied (samenvatting) Gebied Noord Oost Centrum Zuid-West Schalkwijk
B1 Hybride
B2 Hotspot
B3 School
B4 Opvolging
B5 Hubs
B6 Versneller
🔴 🔴 🔴 🔴 🟠
🔴 🔴 🔴 🔴 🔴
🔴 🟠 🟢 🟠 🟠
🔴 🔴 🟢 🔴 🔴
🔴 🟠 🟢 🟠 🟠
🟠 🟠 🟠 🟠 🟠 18
2027-2030 6.Financieel versterkingspad 2027–2030 6.7 Scenario C (structurele basis + gerichte versterking) Keuzemenu bouwstenen: inhoud en kosten Aanvullend op de structurele basis (Scenario B) kunnen zes bouwstenen worden ingezet om de uitvoeringskracht te versterken, de samenwerking te verdiepen en het bereik te vergroten. De bouwstenen zijn geen simpele "aan/uit-knoppen"; ze helpen bij afbakening en prioritering. De praktijk vraagt blijvend om flexibele en wendbare (bij)sturing op basis van de actuele behoefte. De gemeente kan per bouwsteen kiezen of en in welke mate hierin wordt geïnvesteerd. Daarbij geldt het principe van de taakgerichte bekostiging: de raad besluit over de omvang en richting van de investering, maar de regie over de uitvoering (de keuze van partners, de gebiedsgerichte inzet, de programmering en de dagelijkse aansturing) blijft bij Buurts. Dit is consistent met de rolverdeling binnen het strategisch partnerschap: de gemeente als richtinggever en bewaker van publieke waarden (het wat), Buurts als eindverantwoordelijke voor de integrale uitvoering (het hoe). 6.7.1 Bouwstenen tabel Bouwsteen