CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Afzonderlijke bijlage Haarlemse Kerken, Kansen voor de Stad, Toekomstverkenning voor kerken, moskeeën en Joods erfgoed

commissie Ontwikkeling 4 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Vaststellen Erfgoednota, Haarlems Erfgoed, Verbindende kracht in de stad (FR)9.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kansen voor de stad!

Toekomstverkenning voor kerken, moskeeën en Joods erfgoed

Haarlemse kerken

Haarlemse kerken. Kansen voor de stad! In co-creatie opgesteld met besturen van kerken

Foto’s omslag

en moskeeën, adviesbureaus Kathedraaldenkers

(met de klok mee) Grote of St.-Bavokerk, event ‘Welkom Hier’, in 1983

& COUP en gemeente Haarlem in 2023.

gesloopte Spaarnekerk, Nieuwe Kerk ca. 1920, #IMPACT Haarlem, Pelgrimkerk. Foto’s Noord-Hollands Archief, Geloven in de Stad en Gemeente Haarlem.

2

Inhoud Woorden vooraf 1. Waarom een visie op religieus erfgoed? 2. Verkenningsfase 2019-2022 3. Feiten en cijfers 4. Kijk op de toekomst 5. Conclusies 6. Hoe verder na de verkenningsfase? Bijlage 1: Voorbeeld van een paspoort Bijlage 2: Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd

4 5 6 8 23 25 29 31 32

De Grote of St.-Bavokerk bij nacht.

3

Woorden vooraf Namens de gemeente Haarlem Floor Roduner, Wethouder Monumenten Deze toekomstverkenning voor kerken, moskeeën en Joods erfgoed is een verslag van de eerste stappen die gezet zijn om te komen tot een visie op Haarlems religieus erfgoed. We zijn blij dat de kerken het initiatief hebben genomen met ons een visie te vormen op de opgaven waar kerken voor staan. Kerkgemeenschappen zoeken naar manieren om van meer betekenis te zijn in de wijk. Veel kerken hebben te maken met een afnemend aantal kerkleden, wat de toekomst onzeker maakt. Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke ontwikkelingen in de stad die ons zorgen baren. Steeds meer Haarlemmers van alle leeftijden geven aan eenzaam te zijn. Als gemeente ondersteunen we initiatieven die mensen verbinden. Het nieuwe kerkenproject Buurtbakens is een voorbeeld van hoe we met kerken plekken creëren waar mensen zich thuisvoelen en elkaar kunnen vinden. De landelijke bijdrage uit de Erfgoed Deal maakt dit bijzondere project mogelijk. Leegkomende kerken hebben niet alleen gevolgen voor de kerken zelf, maar ook voor de hele samenleving. Gebedshuizen zijn belangrijke ontmoetingsplaatsen én iconen van de stad. Zij laten zien hoe de stad zich de afgelopen honderden jaren ontwikkeld heeft. Een groot aantal kerken heeft mede daarom een beschermde status.

Veel mensen hebben er belangrijke momenten in hun leven gevierd of herdacht, maar ook niet-kerkelijke oud-Haarlemmers blijken gehecht aan deze gebouwen. Ik heb waardering voor de vele vrijwilligers die zich inzetten voor de stad en het religieuze erfgoed in het bijzonder. De wens van de kerken elkaar te leren kennen en samen aan de slag te gaan heeft geleid tot mooie gesprekken en wederzijds vertrouwen. We gaan met een positief gevoel de toekomst in!

4

Namens de klankbordgroep Hans Luttik (Geloven in de Stad en Raad van Kerken Haarlem) Joke Rooseboom (Protestantse Gemeente Haarlem) Bob van Zijll (Goede Herderkerk, CGK, Haarlem) Martin van Bleek (Historische Vereniging Haerlem, Anglican Church Haarlem ) Heleen Agterhuis (Kathedraaldenkers) Als kerken in Haarlem zijn wij ons al jaren meer dan voorheen aan het oriënteren op de manier waarop wij actief zijn in de stad. Deels omdat kerken kleiner worden en zich moeten bezinnen op de haalbaarheid van hun activiteiten en ook op de inzet van hun gebouwen. Maar vaker nog doordat wij ons in de veranderende samenleving willen inzetten voor de samenleving, voor de wijk waar ons gebouw staat, waar wij actief zijn. De gebouwen staan buiten de weekenden te vaak leeg terwijl ze op allerlei manieren van waarde zouden kunnen zijn – voor verschillende activiteiten en organisaties. Ook is er een aantal kerken dat groeit en daarom op zoek is naar andere of ruimere locaties. Voor de meeste kerken is gebouwenbeheer en exploitatie niet hun kernactiviteit. Daarom hebben in Haarlem de kerken zelf contact gezocht met de gemeente om te bespreken of religieuze gemeenten en burgelijke gemeente gezamenlijk tot een kerkenvisie zouden kunnen komen.

Met de inbreng van de deskundigheid van de gemeente en verschillende maatschappelijke partners zien we de kerkenvisie als een prachtige kans om samen initiatieven en inzet te ontwikkelen die passen bij de visie en activiteiten van de kerken en bij de behoeften van de bewoners en maatschappelijke partners.

1.

Waarom een visie op religieus erfgoed? Haarlem heeft veel gebouwen, verhalen en structuren die je zou kunnen samenvatten als religieus erfgoed. Een deel daarvan is verdwenen, overbouwd of onherkenbaar, een ander deel is springlevend en actueel. Maar de toekomst van de meeste religieuze gebouwen staat onder druk. Op dit moment zijn in Haarlem 55 gebouwen die als gebedshuis zijn gebouwd, waarvan er nog 38 in religieus gebruik waren ten tijde van de interviews met besturen (2020). Met het maken van een visie onderzoeken we wat de stand van zaken is en hoe we op een goede manier met deze verandering omgaan. Gebedshuizen zijn een kans voor de stad. Zo hebben veel kerken ruimte over om te delen met de buurt en maatschappelijke organisaties, zoals ook uit het project

Elke Nederlandse gemeente kon in de periode 2019-2021 een aanvraag voor een financiële bijdrage indienen bij de Rijksoverheid voor het opstellen van een kerkenvisie. ‘Het doel is het behoud van kerkgebouwen nu ontkerkelijking actueel is. De opzet is dat kerkeigenaren en de burgerlijke gemeenten het gesprek aangaan om deze problematiek te verkennen. In een later stadium kunnen ook andere partijen worden betrokken (erfgoedpartijen, maatschappelijke organisaties en burgers). Onderzocht wordt wat de kansen en bedreigingen zijn en hoe door krachtenbundeling een duurzaam toekomstperspectief ontwikkeld kan worden voor de religieuze gebouwen.’ Zie video.

5

Buurtbakens blijkt. Door gebedshuizen te koesteren en de functie als ontmoetingsplek te behouden blijft hun centrale en beeldbepalende plek in de wijk voortbestaan.

nagedacht over het vertellen van het verhaal van de religieuze ontwikkeling van de stad. Het project Buurtbakens waar de gemeente een bijdrage van de rijksoverheid voor heeft gekregen, werkt daarbij als katalysator. Het De nationale kerkenaanpak is een pilotproject om te onderzoeken en Dat de toekomst van religieus erfgoed onzeker ervaren hoe kerken hun functie kunnen beis, blijkt ook elders in Nederland. Bijna houden en uitbreiden om meer van betekenis een kwart van de ruim 7000 kerken heeft te zijn voor de wijk en de stad. Dit project is een nieuwe bestemming, zoals werken en een leerproject voor Haarlem en de rest van wonen. Vooral door ontkerkelijking, minder het land. financiële middelen en minder vrijwilligers zet deze ontwikkeling zich door. Ook voldoen Fase 3 Beleidsvertaling veel kerkgebouwen niet meer aan de huidige In de Erfgoednota die de gemeente Haarlem comforteisen. Om voor Haarlem te komen tot opstelt kan aangegeven worden hoe de een visie op het religieus erfgoed worden drie opgebouwde relatie met besturen van fases doorlopen: gebedshuizen wordt vastgehouden en verstevigd.

In de Erfgoednota kan ook Fase 1 Verkenning 2019-2023 (voltooid) worden aangegeven hoe ondersteuning van uit de gemeente eruit ziet, bijvoorbeeld Fase 2 Visievorming (2022-2024) op het gebied van praktische zaken als In 2023 en 2024 wordt met de kerken vergunningen, functiewijziging, parkeren en en de gemeente onderzocht hoe we de verduurzamen. uitkomsten uit deze verkenningsfase kun­­nen omzetten in concrete ambities. Zo onderzoeken we of het mogelijk is voor de kerken een gezamenlijk podium te vormen om publiciteit te geven aan activiteiten. Dat draagt bij aan de toegankelijkheid en aan het afstemmen van initiatieven. Ook wordt

2.

Verkenningsfase 2019 – 2022

Doelstellingen van de verkenningsfase: • Het gesprek aangaan tussen gemeente en besturen van kerken en moskeeën om elkaar te leren kennen en inzicht te krijgen in de opgaven waar besturen van religieuze gebouwen voor staan; • De kerkenopgaven op de gemeentelijke politieke agenda plaatsen; • Bewustwording van de urgente opgaven bij alle betrokkenen; • Komen tot krachtenbundeling en een actie- en impactgerichte aanpak voor het vervolg, om proactief de bedreiging van (deels) leegkomende kerken van duurzame oplossingen te voorzien. De resultaten van de verkenningsfase staan in deze Toekomstverkenning voor kerken, moskeeën en Joods erfgoed.

6

2.1 Hoe het in Haarlem begon

2.2 Een brede visie op religieus erfgoed

In 2019 heeft een aantal vertegenwoordigers vanuit de Haarlemse kerken samen met adviesbureau COUP/Kathedraaldenkers de gemeente Haarlem benaderd om te praten over het samen opstellen van een kerkenvisie. Tijdens een startbijeenkomst in de Grote of St.-Bavokerk is door de gemeente en de kerkennetwerken de wederzijdse intentie uitgesproken om gezamenlijk een kerkenvisietraject te starten. Een heldere visie geeft houvast als kerken leeg komen te staan en als verkoop het enige redmiddel lijkt. Samen kan gekeken worden welke andere kansen er zijn voor de kerken en de stad. Ook de Rooms-Katholieke Kerk was betrokken in de klankbordgroep. Gezien hun specifieke situatie is later gekozen voor separaat structureel overleg tussen het Rooms - Katholieke kerkbestuur en accountmanagement vanuit de gemeente Haarlem.

Bij aanvang van de verkenningsfase, ontstond de wens de kerken in breder perspectief te plaatsen. Ook andere gebedshuizen horen bij het verhaal en bij de identiteit van de stad. Ook de opgaven die bij andere geloofsgemeenschappen spelen maken onderdeel uit van alle opgaven die in de stad spelen. Er is contact gezocht met alle besturen van religieuze gebouwen zodat ook het erfgoed van niet-christelijke religies een plek krijgt. Ten aanzien van de Joodse gebouwen in de stad dient vermeld te worden dat er geen synagoge in de stad is in religieus gebruik en deze gebouwen dus buiten deze verkenning vallen. Wel is er een initiatief van het Comité Joods Erfgoed Haarlem om het Joodse Gemeentegebouw weer een Joods informatie- en ontmoetings­ centrum te laten zijn. Meer over dit vroegere Gemeentegebouw staat in bijlage 2.

2.3 Gesprekken met besturen van gebouwen in religieus gebruik 2. Verkenningsfase 2019 – 2022

Tijdens de verkenningsfase zijn twintig gesprekken gevoerd met besturen van religieuze gebouwen. Gesproken werd over dertig kerken en twee moskeeën die nu in religieus gebruik zijn en oorspronkelijk als religieus gebouw gebouwd. Het zijn zowel beschermde als niet-beschermde gebouwen. Gebouwen (zoals scholen en buurtcentra) waar religieuze vieringen gehouden worden zijn dus buiten beschouwing gelaten. Vanaf de start is afstemming geweest met een klankbordgroep waarin vier vertegenwoordigers van de kerken, de voorzitter van de Historische Vereniging Haerlem, een adviseur van COUP/ Kathedraaldenkers en de projectleider van de gemeente Haarlem zitting hadden. De inzichten zijn in maart 2021 tijdens workshops besproken met circa twintig ambtenaren van zowel fysiek als sociaal domein (duurzaamheid, ruimtelijk beleid, toerisme etc.). De opbrengst is in april 2021 gedeeld in een workshop met alle kerkbesturen, met een zeer hoge opkomst.

7

Een activiteit van Stadsklooster Haarlem in de Doopsgezinde Kerk.

3. Feiten en cijfers

Functioneel gebruik kerken Religieus Herbestemd Uit religieus gebruik / In transitie

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de collectie van Haarlemse religieuze gebouwen. Bij aanvang van de verkenningsfase was er geen compleet overzicht van het aantal gebouwen, de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden daarvan, welk gebouw welke denominatie momenteel onderbrengt, de precieze (aanvullende) functies, het ruimtegebruik, ruimtelijke structuren zoals parochies, begraafplaatsen en muren, parkeerplaatsen etc. In dit hoofdstuk wordt kort weergegeven hoe de Haarlemse gebouwencollectie eruit ziet. In 2020 waren er 55 gebedshuizen in Haarlem: 48 kerken, 1 synagoge en 6 moskeeën. Alle moskeeën waren in 2020 in religieus gebruik en van de kerken waren er 36 in religieus gebruik en één af en toe.

4%

31%

65%

Overzicht van de denominaties in hoofdcategorieën in Haarlemse gebedshuizen Rooms-Katholieke Kerk (RKK) Protestantse Kerk in Nederland (PKN) Orthodox-Gereformeerd Evangelisch Overige christelijke denominaties Islamitisch

Op de foto’s staan kerkgebouwen die ruim 300 jaar na elkaar zijn gebouwd. Boven staat de Sionskerk in Haarlem-Noord vlak na de bouwtijd (beeld­­ bepalend pand, 1952) en onder de Hervormde Kerk Spaarndam anno 2020 (rijksmonument, 1617).

8

7

6

9

9 4

2

LEGENDA B9

Religieus gebruik Herbestemd

15

B12

In transitie / uit religieus gebruik

14 B5 H16

3. Feiten en cijfers

B4

B3

1

11

2 1 4

3 H13

4 5 6

H6

7

H14 H1

8

H17

B2

9 10

B1

21

2 8

H7

19

13

H10 10 20

H9

B11 3

H2

7

H12 5

9 12

11 6 H4

12

H11

13 H18

16

H3

14

17

15 16

B10

17

H8

18

18 19

H15

20 H19 H5

21

B6

B1 B14 B13

B2 B3

B8

B4 B7

B5

B6

9

Heilige Adelbertuskerk Sint Anna en Mariakerk Heilige Antonius van Paduakerk Sint Barbarakapel Grote of St.-Bavokerk Waalse Kerk (Begijnenkerk) Doopsgezinde kerk Evangelisch-Lutherse Kerk Evangelische Broedergemeente Hersteld Apostolische Zendingsgemeente Immanuëlkerk Josephkerk KoepelKathedraal Mariakerk Oude Kerk Spaarndam Nieuwe Kerk Oosterkerk Pelgrimkerk Remonstrantse Kerk Wilhelminakerk Zevende Dag Baptisten Gemeente

B15

Kerk van de Nazarener Koningkerk Pinkstergemeente Immanuël Goede Herderkerk Nieuw-Apostolische Kerk (Vaste Burchtkerk) Ontmoetingskerk

Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen B8 Apostolisch Genootschap B9 Sionskerk B10 Selimiye Moskee B11 Arrahman Moskee B12 Fatih Moskee B13 Furkan Moskee B14 Al Muhsinin Moskee B15 Dar As Salaam Moskee H1 Heilig Hartkerk H2 Janskerk H3 Pastor van Arskerk H4 Bakenesserkerk H5 Kapel Nieuw Vredenhof H6 Noorderkerk H7 Opstandingskerk H8 Zuid-Oosterkerk H9 Noorderkerk (vm. Ger.Gem.) H10 Vestekerk (Jopenkerk) H11 vm. Synagoge H12 Begijnhofkapel H13 Bethelkerk H14 Elisabeth en Barbarakerk H15 Apostel Pauluskerk H16 Mennokapel H17 Sint Jacobskapel H18 Johannes de Doper H19 Moeder van de Verlosserkerk B7

Rijks- en gemeentelijke monumenten in religieus gebruik in 2020

1

3

2

5

4

6

3. Feiten en cijfers Heilige Adelbertuskerk

7

Sint Anna en Mariakerk

8

Doopsgezinde Kerk

13

Evangelisch-Lutherse Kerk

19

Sint Barbarakapel

9

10

Evangelisch Broedergemeente

Herst. Apostolische Zendingsgem.

15

14

KoepelKathedraal

Heilige Antonius van Paduakerk

Mariakerk

11

Nieuwe Kerk

Immanuelkerk

Oosterkerk

Rijksmonumenten Gemeentelijk monument Remonstrantse kerk

10

Wilhelminakerk

Zevende Dag Baptisten Gemeente

Josephkerk

18

21

20

Waalse Kerk (Begijnenkerk)

12

17

16

Oude Kerk Spaarndam

Grote of St.-Bavokerk

Beeldbepalend gebedshuis (orde 2)

Pelgrimkerk

Gebedshuizen zonder monumentstatus in religieus gebruik in 2020

B1

B2

B3

B5

B4

B6

3. Feiten en cijfers Kerk van Waalse de Nazarener kerk B7

Koningkerk

B13

Apostolisch Genootschap

Al Muhsinin Moskee

Goede Herderkerk

Sionskerk

Dar As Salaam Moskee

Selimiye Moskee

Ontmoetingskerk

Nieuw-Apostolische Kerk (Vaste Burchtkerk)

B11

B10

B15

B14

Furkan Moskee

11

B9

B8

Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Pinkstergemeente Immanuël

B12

Arrahman Moskee

Fatih Moskee

Herbestemde gebedshuizen of in transitie in 2020

H1

H3

H2

H5

H4

3. Feiten en cijfers Heilig Hart Kerk H6

Janskerk H8

H7

Noorderkerk

Opstandingskerk H12

H11

Pastoor van Arskerk

Bakenesserkerk H10

H9

Zuid-Oosterkerk H13

Kapel Nieuw Vredenhof

Vestekerk (Jopenkerk)

Noorderkerk (vm. Ger. Gem.) H14

H15 9

vm. Synagoge H16

Begijnhofkapel H17

Bethelkerk H18

Elisabeth en Barbarakerk H19

Apostel Pauluskerk

Functies herbestemde kerken Publiek Privaat In transitie

Mennokapel

12

Sint Jacobskapel

Johannes de Doper

Moeder van de Verlosserkerk

1

1

Theater

Archief

3 2

2 1

Horeca

Tandarts

Kantoor

Wonen

Transitie

Geheel of gedeeltelijk gesloopte kerken

1

3. Feiten en cijfers De Hoeksteen (2003)

5

Noodkerk Goede Herder (1969)

9

Synagoge Lange Begijnstraat (1953)

13

3

2

In Haarlem zijn twaalf gebedshuizen verdwenen door sloop of brand. De sloop van de Spaarnekerk in de jaren 80 van de 20e eeuw heeft waarschijnlijk de meeste impact gehad op de stad.

Johannes de de Doper Doper (1973) (1971) Johannes (de (de oude oude toren toren is is bewaard bewaard gebleven) gebleven)

Julianakerk (1983)

7

6

Grachtkerk vervangen door Wilhelminakerk (1919)

10

Verlosserkerk (2006)

Verdwenen gebedshuizen

4

Klein Heiligland (1931)

Vier kerken zijn na de sloop vervangen door een nieuwe kerk: • Oude Grachtkerk • Koningkerk • Bavokerk Schoten • Johannes de Doper (de oude toren is bewaard gebleven)

8

Petrus en Pauluskerk (1997)

Spaarnekerk (1983)

11

12

Bavokerk Schoten Bavokerk Schoten Vervangen door Mariakerk (1935) vervangen door Mariakerk (1935)

Koningkerk afgebrand & vervangen door nieuwe Koningkerk (2004)

3.1 Bouwperiodes 3. Feiten en cijfers

Haarlem heeft een grote diversiteit aan oude en nieuwe religieuze gebouwen van uiteenlopende geloofsrichting, grootte en architectuur. De stad heeft door de eeuwen heen meer dan twintig kloosters, vijf kathedralen, zes moskeeën, een begijnhof, drie opeenvolgende synagogen, staties 1 , schuilkerken en verscholen kerken gehad. De rijke gebouwencollectie laat de religieuze ontwikkeling van de stad zien tot in onze tijd. 17

Op de volgende pagina is een tijdlijn getekend met de groei van de stad en van het aantal religieuze gebouwen. De gebouwen en gebruiken hebben Haarlem gevormd en het is belangrijk dat dit religieus erfgoed behouden blijft om de geschiedenis te kunnen blijven herkennen. Als bijlage 2 is een uitgebreide beschrijving van die geschiedenis en de bijbehorende gebouwen opgenomen.

15

9 7 4 1

2

Kerken per bouwperiode Voor 1700 1700 - 1800 1800 - 1850 1850 - 1900 1900 – 1950 1950 – 2000 Na 2000

1 Een statie is een bijkerk van een katholiek klooster of kerk.

14

170k 150k

100k

50k

0 1200

1400

1600

1800

2020

Sloop Spaarnekerk en Julianakerk

Aantal gebedshuizen door de tijd heen in Haarlem

Hoogtepunt: 56 gebedshuizen

60

Begijnhofkapel (oudste bestaande gebedshuis in Haarlem)

KoepelKathedraal

30 Janskerk Grote Vermaning

Sloop Johannes de Doper

Oude Kerk Spaarndam Grote of St.-Bavo

Sint Jacobskapel

9 gebedshuizen

10 gebedshuizen

20 gebedshuizen

1700

1800

1900

0 1200

15

Sloop Heilige Petrus en Pauluskerk

1300

1400

1500

1600

Toekomstscenario’s

Inwoners van de gemeente Haarlem

Inwoners van Haarlem

2022

3.2 De kernwaarden van de collectie 3. Feiten en cijfers

De kerken samen vormen de Haarlemse kerkencollectie die het verhaal vertelt over de religieuze ontwikkeling van de stad. De ontwikkelingsgeschiedenis is samen te vatten in zes kernwaarden. Deze waarden hebben betrekking op de rol en betekenis van religieuze gebouwen in met name de historisch-ruimtelijke en sociaal-religieuze ontwikkeling van de stad. Een deel van de kernwaarden komt dan ook voort uit de hoofdpunten van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Andere kernwaarden zijn geformuleerd op basis van verkennend literatuur- en archiefonderzoek. 1. De vier oudste, van oorsprong middeleeuwse, kerken geven uitdrukking aan de enorme tijdsdiepte van de stad en hun representatieve ligging in de monumentale binnenstad. Tot de oudste kerken van vóór de Reformatie behoren de Grote of St.-Bavokerk, de Janskerk, de Waalse kerk en de Bakenesserkerk. Na de Reformatie werden deze gebouwen geschikt gemaakt voor de protestantse eredienst. 2. In het stadssilhouet zijn het de kerken die het beeld bepalen en uitdrukking geven aan de pre-industriële maatschappelijke

16

orde. De Grote of St.-Bavokerk aan de Grote Markt is sterk verankerd in het stedelijk weefsel van de stad en is een baken voor stad en regio. De Grote of St.-Bavokerk ligt hoog op de strandwal en in zichtlijnen die de positie van de kerk in de stedelijke structuur optimaliseren. De van oorsprong eerste kerklocatie. De kerk is van grote waarde in het kenmerkende stadssilhouet, dat wordt bepaald door het grote schip van de Grote of St.-Bavokerk dat ver uittorent boven het verder vrij uniforme dakenlandschap met verfijnde kerktorens zoals van de Bakenesserkerk. Hoewel ook molens en enkele publieke gebouwen zoals de stadspoorten en het stadhuis zich nadrukkelijk ruimtelijk manifesteren, zijn het vooral de kerken die het beeld bepalen en ruimtelijk uitdrukking geven aan de pre-industrieel maatschappelijke orde. 3. De verscheidenheid aan geloofsgemeenschappen en de diversiteit aan religieuze gebouwen, zoals de nog aanwezige schuilkerken, staties en verscholen kerken is sterk verbonden met de ‘tolerante stad’. De gebedshuizen vertellen het verhaal van een grote dynamiek in religiebeleving. Voor

kerken geldt dat in Haarlem godsdienstvrede heerste, wat uniek is voor Hollandse steden. Ook werden nieuwe kerkgebouwen specifiek voor de protestantse eredienst gebouwd, zoals de Nieuwe Kerk. Soms werden ze ontworpen als verscholen kerk, zoals de (Evangelisch-)Lutherse kerk en de Grote Vermaning (Doopsgezinden). 4. De collectie van Haarlemse religieuze gebouwen toont de gelaagdheid van de sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen van de stad door de eeuwen heen vanwege hun ligging, architectuur, relatie met verdwenen kloosters en verschijningsvormen (kerken, kapellen, moskeeën, kerkelijke hofjes, staties, schuilkerken/ verscholen kerken). De kerken vervulden een maatschappelijk centrale rol en zijn veelal dominant in het straatbeeld en de stedenbouwkundige structuur van wijken. De diversiteit aan religieuze gebouwen weerspiegelt de religieuze en ruimtelijke ontwikkelings­ geschiedenis. De gebouwen, hun omgeving, hofjes, kapellen, de waardevolle architectuur zijn tastbare herinneringen uit het rijke verleden van de stad en bezitten een enorme gelaagdheid wat betreft stedenbouwkundige ligging, diversiteit in architectuur,

3. Feiten en cijfers

Stadssilhouet van de binnenstad van Haarlem met Grote of Sint-Bavokerk als baken, van west naar oost. (uit: Dit is Haarlem, Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad, 2019)

bijzondere interieurs, relatie met hofjes en begraafplaatsen. Hiermee zijn de religieuze gebouwen niet alleen als individuele gebouwen, maar juist als collectie met hun onderlinge verbondenheid en gelaagdheid (ensemblewaarde op verschillende niveaus) van zeer hoge waarde. 5. De 19e-eeuwse christelijke en joodse gebouwen geven uitdrukking aan de groei van de economie en aan het herstel van de katholieke kerk. De nieuwe KoepelKathedraal is een verrijking van het Haarlemse stadssilhouet. Haarlem kreeg in 1853 weer een rooms-katholieke bisschop. Het aantal rooms-katholieke kerken groeide. Staties werden ‘omgedoopt’ tot gewone parochiekerken, en Haarlem kende vanaf de tweede helft van de 19e eeuw een behoorlijk aantal congregaties. Staties verdwenen geleidelijk. De weinige die er toen nog waren werden op den duur volwaardige parochies, in een gewoon kerkgebouw. Vanaf het midden van de 19e eeuw verschenen

17

nieuwe katholieke kerken in de stad, zoals de Josephkerk, Antonius van Paduakerk (Groenmarktkerk) en de Kathedrale Basiliek Sint Bavo (nu KoepelKathedraal). De nieuwe synagoge (1841), het Joods Gemeentegebouw (1888) en de nieuwe begraafplaats wijzen op de voorspoed van Haarlem en de Joodse gemeenschap in het laatste kwart van de 19e eeuw. 6. De 20e-eeuwse religieuze gebouwen bestaan uit vooroorlogse en wederopbouwkerken en moskeeën. De 20e eeuw vertoonde grote pieken en dalen bij het merendeel van de christelijke geloofsrichtingen. In de eerste helft van de 20e eeuw is er groei en worden nieuwe kerken gebouwd: Adelbertuskerk (1920-1929), Wilhelminakerk (1921), Oosterkerk (1926-1927), Mariakerk (1936), Sint Anna en Mariakathedraal (1936-1937) en de Immanuelkerk 1938). Met name de katholiek gebouwde kerken zijn relatief groot en gebouwd in een neostijl. De tweede helft van deze eeuw laat een plotselinge leegloop

zien van verschillende kerken, de start van de ontkerkelijking. Splintergroeperingen huren ‘kerktijd’ bij andere kerkgenootschappen. Leegstaande kerkgebouwen werden gesloopt of verkocht en voor andere doeleinden gebruikt. Dat is een landelijke tendens die in de Haarlemse context weerspiegeld wordt. Er zijn in deze periode drie kerken gebouwd: de Pelgrimkerk (1965) in Zuidwest en de Moeder van de Verlosserkerk (1965-1966) in Schalkwijk en de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatse Dagen (1973). Binnen de collectie geven de Pelgrimkerk en de Moeder van de Verlosserkerk uiting aan de naoorlogse periode (wederopbouw). De zes moskeeën in Haarlem zijn gebouwd tussen 1995 en 2018 en markeren de grote diversiteit aan achtergronden van de Haarlemmers van de 20e eeuw.

3. Feiten en cijfers Archeologen onderzoeken het verdwenen altaar van de Begijnhofkapel.

18

Archeologie

Zorg voor orgels

Een groot aantal Haarlemse gebedshuizen is gefundeerd op oudere kerkgebouwen en/of voormalige kloosterterreinen. Religieus erfgoed heeft veelal niet alleen een zichtbaar deel, maar ook ondergronds een monumentale geschiedenis. In de bodem om en in kerken kunnen waardevolle resten bewaard zijn gebleven. Als deze archeologische resten door ontwikkelingen bedreigd worden, moet er een afweging plaatsvinden of deze door planaanpassing ter plaatse bewaard kunnen blijven of dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. In Haarlem is regelmatig onderzoek gedaan in kerken en op kerkterreinen. Zo werd in de Grote of St.-Bavokerk onderzoek uitgevoerd naar de voorgangers van deze middeleeuwse kathedraal. En in de Waalse kerk kwamen onder andere de verdwenen altaren van de Begijnhofkapel aan het licht. Als er werkzaamheden in en om kerken worden gepland, moet daarom rekening worden gehouden met archeologisch erfgoed.

Veel kerken willen verduurzamen en aanpassingen doen om meer functies in de

Haarlem is een echte orgelstad. Het is niet voor niks dat hier al 71 jaar het ‘meest bekende Orgelfestival ter wereld’ plaatsvindt. Haarlem heeft maar liefst dertien orgels die aangewezen zijn als rijksmonument. Het Müller-orgel van de Grote of St.-Bavokerk uit 1735 heeft wellicht het meest bekende orgelfront ter wereld. De frontpijpen van het orgel zijn recent gerestaureerd en ontdaan van vleermuizenpoep. Orgels hebben vaak een grote cultuurhistorische waarde. In de orgelkassen is het mooiste snijwerk en meubelwerk toegepast. Elk aspect is van belang. Maar orgels zijn juist door de complexiteit kwetsbaar. De techniek is gevoelig voor het klimaat in de kerk. Te veel of te weinig vocht kan een orgel schade toebrengen door ontregeling van de mechanieken, scheurvorming, lekkage of insectenvraat. Regelmatig onderhoud door een goede orgelmaker is nodig.

kerk onder te brengen. Het is dan zaak na te gaan of ingrepen geen negatieve gevolgen hebben voor het orgel en de akoestiek van de ruimte. En voor het behoud van het orgel is het van belang dat het orgel blijft klinken. Stilte is achteruitgang.

19

De steigers worden afgebroken na de restauratie van het Müller-orgel in de Grote of St.-Bavokerk. Foto: Daniëlle Huijgens

3.3 Interieurwaarden 3. Feiten en cijfers

De afdeling Erfgoed in kerken en kloosters van Museum Catharijneconvent heeft in het kader van de verkenningsfase geïnventariseerd welke kennis er al is over de Haarlemse interieurs. Aanvullend deed het Catharijneconvent aanbevelingen over ontbrekende kennis. De gemeente Haarlem heeft een zeer gevarieerd kerkenlandschap met allerlei denominaties en gebouwen uit verschillende bouwstijlen en perioden. De aanwezige hoeveelheid rijksmonumentale gebouwen is relatief hoog en de waarde van de kerkinterieurs is in het algemeen hoog te noemen. Niet voor niets bemachtigden vier Haarlemse kerken een plaats in de publicatie Kerkinterieurs in Nederland. Het convent stelt voor een aantal kerken aanvullend of opnieuw te onderzoeken. Veel kerken lieten niet eerder het interieur registreren en waarderen of omdat het bij enkele kerken meer dan twintig jaar geleden is dat een erfgoedspecialist het interieur en roerend erfgoed registreerde en voorzag van een actuele waardenstelling. Prioriteit zouden moeten krijgen: de Barbarakapel bij de begraafplaats in Haarlem-Noord, de Immanuëlkerk en de Wilhelminakerk.

20

Voor actualisatie komen in aanmerking de Heilige Antonius van Padua en de Evangelisch-Lutherse Kerk. De waardevolle interieurs die onderzocht zijn: • De Grote of St.-Bavokerk • Nieuwe Kerk • Doopsgezinde Kerk • KoepelKathedraal • Waalse Kerk/Begijnenkerk • Anna en Mariakathedraal • Antonius van Padua • Evangelisch-Lutherse Kerk • Evangelische Broedergemeenschap • Liduinakerk (nu Adelbertuskerk) • Josephkerk • Hervormde Kerk in Spaarndam • Remonstrantse Kerk • Mariakerk • Moeder van de Verlosser • Oosterkerk • Pelgrimkerk

Het interieur van de Doopsgezinde Kerk in 2019.

3.4 Vormen van bescherming 3. Feiten en cijfers

Haarlem is de vijfde monumentenstad van Nederland. Ook veel religieuze gebouwen zijn juridisch beschermd. Er zijn verschillende vormen van bescherming: • Rijksmonumenten • Door het Rijk beschermde stads- en dorpsgezichten • Gemeentelijke monumenten • Beeldbepalende gebouwen die via het bestemmingsplan zijn beschermd Overigens zijn veel van de religieuze gebouwen zonder bescherming zeker wel behoudenswaardig. De religieuze gebouwen die wel een bescherming genieten staan op de kaart op pagina 22 weergegeven. De meeste rijksmonumenten liggen in de beschermde stadsgezichten. Meer informatie staat op de erfgoedkaarten op haarlem.kaart.nl.

21

Boven: de Sionskerk in Haarlem Noord (anno 2020), onder: de voormalige Vestekerk is nu de Jopenkerk (brouwerij en horeca).

LEGENDA B9

Rijksmonument Gemeentelijk monument

15

B12

V

Beeldbepalend gebedshuis (orde 2)

14

Gebedshuis zonder beschermde status

B5

Beschermde stads- en dorpsgezichten I. Haarlem Centrum II. Haarlem Noord III. Haarlem Zuid IV. Haarlem Zuidwest V. Spaarndam

20

H16 B4

B3

11

1 4

H13

II

19 H6

14

H14 H1 H17

B1

8

Vormen van bescherming

H10 10

H7

19

Rijksmonument 13

Beeldbepalend gebedshuis (orde 2) Gebedshuis zonder beschermde

3

H9 H2 H12 7

5

12 6

H4

H11

16

H3 17

B10

IV

status

I.

20

B11

I

9

H18

Gemeentelijk monument

Beschermde stads- en dorpsgezichten

21

2

2

B2

H8

18

H15

Haarlem Centrum

II. Haarlem Noord III. Haarlem Zuid

III H5

H19 B6

IV. Haarlem Zuidwest V. Spaarndam

B14 B13 B8

22 B7

4. Kijk op de toekomst 55

4. Kijk op de toekomst

Tijdens de verkenningsfase is van 2020 tot 2022 gesproken met de besturen van 23 kerken en 2 moskeeën die nog in religieus gebruik zijn. Tijdens de gesprekken is gevraagd hoe de besturen de toekomst van de geloofsgemeenschap en gebouwen zien. Veel van hen gaven aan zich zorgen te maken over de toekomst. De meeste kerken hebben te maken met een teruglopend aantal kerkleden. Voor de onderzochte moskeeën geldt dit niet. In de staafdiagram is de toekomstverwachting van de besturen voor hun kerk of moskee weergegeven voor de komende 15 jaar. Hieruit komt het volgende beeld naar voren. De verwachting van de besturen is als volgt: • Tot 2025 van vier of vijf kerken dat de religieuze functie zal worden beëindigd en het gebouw in transitie zal gaan en/of al zal worden herbestemd;

17

55

55

55

19

19

19

2 5

14 17

27 22

• Tussen 2025 en 2030 dat het voor nog eens vier of vijf kerken onzeker wordt of de religieuze functie zal worden gecontinueerd;

12

• Tussen 2030 en 2035 neemt de onzekerheid verder toe voor een additioneel aantal van vijf kerken; • 2035 en verder is de inschatting dat nog eenderde deel van de gebedshuizen in religieus gebruik is (ten tijde van het onderzoek was dat tweederde deel).

9

9

9

9

2020 - 2022

2025

2030

2035

Toekomstperspectief

Uit de inventarisatie blijkt dat juist onder de kerken die naar verwachting op relatief korte termijn uit religieus gebruik zullen gaan, zich veel monumentale kerken bevinden.

Herbestemd Uit religieus gebruik / transitie Onzeker Religieus Nog niet onderzocht en/of geconfirmeerd

23

9

4.1 Analyse van resultaten

4. Kijk op de toekomst

Sterkte

Zwakte

Kansen

Bedreigingen

Een rijke religieuze geschiedenis.

Vrijwel alle besturen hebben te maken met vergrijzing en gestage krimp.

Goedwerkende samenwerkingsverbanden tussen kerken.

Vinden van nieuwe vrijwilligers lukt onvoldoende.

De oriëntatiefase geeft inzicht in de uitdagingen en opgaven rondom religieus erfgoed de komende 15 jaar.

Door verhogen van de pensioenleeftijd zijn minder vrijwilligers beschikbaar.

Veel vrijwilligers actief.

Bijna alle tot nu toe herbestemde gebedshuizen zijn woningen.

Door de stedelijke groei neemt de behoefte aan ontmoetingsplekken en maatschappelijke voorzieningen toe.

Hoge huizenprijzen drijven gezinnen weg uit Haarlem wat de leegloop versnelt.

Op basis van dit inzicht, kunnen besturen en de gemeente Haarlem in plaats van een reactieve een proactieve houding aannemen. Zij kunnen tijdig krachten bundelen om te onderzoeken of ze in (deels) leegkomende gebeds­ huizen publiekstoegankelijke culturele of maatschappelijke functies kunnen onderbrengen.

Sinds de coronacrisis lijken meer mensen vanuit huis diensten te volgen. De blijvende impact is nog onduidelijk.

Positief momentum voor duurzaamheidsmaatregelen.

Het pilotproject Buurtbakens draagt bij aan kennisopbouw en het creëren van kerken als Huis van de Wijk voor ontmoeting, zorg, welzijn en (culturele) activiteiten (zie p.30).

Hoge huizenprijzen maken herbestemming kerken tot woningen lucratief.

Religieus erfgoed levert belangrijke bijdrage aan aantrekkingskracht stad.

Betrokkenheid van niet-kerkgaande Haarlemmers kan vergroot worden.

Belangen van kerkeigenaren en ‘de stad’ staan niet altijd op één lijn.

Centrale ligging in buurten.

De monumentenstatus kan een beperking zijn voor ontwikkelingen.

Prachtige interieurs en orgels.

Contacten tussen eigenaren en gemeenten zijn soms stroef.

Regionaal centrum voor grotere kerkelijke verbanden. Financiële situatie van relatief veel gebedshuizen goed.

24

5. Conclusies Uniek aan Haarlem is dat de meeste kerken verbonden zijn via netwerken • De twee grote netwerkorganisaties voor kerken Geloven in de Stad (GIDS) en Raad van Kerken Haarlem maken samenwerking en contact makkelijk. Het contact tussen deze organisaties en de gemeente zou moeten voortduren ook in de volgende fases. • Deze basis levert veel op voor betrokkenen en de stad, denk aan initiatieven als Stem in de Stad en het Inloophuis in Schalkwijk. • De verbinding bleek ook tijdens de verkenningsfase en bij vormgeven van het project Buurtbakens heel waardevol. Het elkaar leren kennen en begrijpen is hierdoor relatief soepel verlopen.

25

Besturen verwachten dat in 2035 slechts eenderde van de kerken met zekerheid nog in religieus gebruik is • Deze verwachting is het scenario dat ontstaat als er niets verandert. Dit inzicht biedt de kans om proactief krachten te bundelen van enthousiaste besturen en de gemeente Haarlem en samen op zoek te gaan naar een voor de stad en kerken wenselijk duurzaam toekomstperspectief voor het religieuze erfgoed. • De meeste kerkgemeenschappen krimpen, sommige groeien. Het aantal kerkbezoekers neemt gestaag af, de gemiddelde leeftijd neemt toe en het wordt lastiger voldoende (geschikte) vrijwilligers te vinden voor alle taken. • Het onderhoud voor de grote en vaak monumentale gebouwen gaat zwaar drukken. Het varieert in hoeverre kerkgemeenschappen hierdoor ook financiële problemen ondervinden. • Het merendeel van de kerkgebouwen staat door de week regelmatig of overwegend, leeg. Een groot deel van de kerkbesturen geeft aan onzeker te zijn over de toekomst. Dit betreft op de relatief korte termijn een aantal bijzondere kerkgebouwen. Moskeeën lijken vooralsnog minder met deze problematiek te maken te hebben.

• Uit alle gesprekken met besturen van religieuze gebouwen hebben we de toekomstverwachting voor kerken en twee moskeeën vrij nauwkeurig in beeld kunnen brengen. Dit beeld is niet uniek voor Haarlem, maar laat de urgentie zien om actie te ondernemen. • Nu er inzicht is in welke religieuze gebouwen ruimte hebben of op termijn vrijkomen, kan (vroegtijdig) een plan worden gemaakt dat meerwaarde biedt voor de stad en de eigenaar. Zo kunnen de gebouwen naast de religieuze functie bijv. maatschappelijke nevenfuncties herbergen. • Steeds meer kerken trekken vrijwilligers aan die niet perse op zondag de dienst bijwonen, maar bijvoorbeeld de tuin of begraafplaats onderhouden. Met de vrijwilligerscentrale en/of BUUV kunnen activiteiten worden opgezet. Met deze steun ontvangen kerkbesturen hulp bij het in stand houden van de waardevolle gebouwen.

Gemotiveerde kerkbesturen die ruimte over hebben, bieden kansen voor de stad 5. Conclusies

26

• Bij de start van de verkenningsfase was onduidelijk wat de participatieve aanpak van het project zou opleveren. De insteek van een kerkenvisie, zoals door de rijksoverheid ingezet, is in de basis probleemgestuurd: ons religieus erfgoed wordt bedreigd door ontkerkelijking. Kerkbesturen keken ook een beetje de kat uit de boom. Door elkaar beter te leren kennen is begrip en energie ontstaan tussen kerkbesturen en de gemeente (in verschillende domeinen). Gaandeweg ontstond zicht op de kansen die een krachtenbundeling tussen de burgerlijke en kerkelijke gemeente kan bieden voor kerken en de stad. Er zijn groeiende kerken en kerken die wel krimpen, maar nog vol energie zitten om van betekenis te zijn voor stad en buurt. Sommige kerkbesturen voelen de noodzaak hun leegstaande ruimten te verhuren. In Haarlem is ruimte een schaars goed. • Kerken zijn overdekte, vaak prachtige ontmoetingsruimten, waaraan in Haarlem als verdichtende stad, een grote behoefte is. Het zijn in dat licht verborgen schatten in de stad. Veel kerkbesturen willen die schatten ook delen, maar weten vaak niet hoe.

• Door de kerken die deels of geheel leeg komen in hun oorspronkelijke ontmoetingsfunctie opnieuw in te zetten voor de stad als Huis van de Wijk of andere vorm van culturele of maatschappelijke voorziening, blijft het religieus erfgoed behouden voor toekomstige generaties. Veel meer Haarlemmers kunnen op deze wijze ook genieten van deze prachtige gebouwen doordat ze ook toegankelijk worden. Tenslotte liggen de kerken op loopen fietsafstand in de buurten.

Per religieus gebouw is de situatie uniek • Per gemeenschap en religieus gebouw is de situatie verschillend, wat betreft gebouwtype, relatie met de buurt, de problematiek (bijvoorbeeld wel of geen financiële nood om het gebouw te onderhouden), de ambities (intern gericht of juist naar buiten, op de buurt gericht), geloofsrichtingen (afstoten van gebouwen is wel/niet wenselijk, bepaalde functies worden wel of niet als passend ervaren). • De manier waarop een bestuur en een religieuze gemeenschap zich verhouden tot de ontkerkelijkingstrend, is heel bepalend. Ervaart een gemeenschap het als een uitdaging om zichzelf te vernieuwen en aantrekkelijk te blijven of opnieuw te worden? Of is de veerkracht er niet meer, omdat de gemiddelde leeftijd heel hoog is, de gemeenschap sterk is gekrompen en de organisatiekracht sterk is afgenomen? Het kan voor besturen ingewikkeld zijn hoe vernieuwing vorm moet krijgen, zoals het promoten van activiteiten via social media. • Ten slotte kan het voor betrokkenen een emotioneel proces zijn als de religieuze functie op korte termijn eindig blijkt te zijn.

5. Conclusies

27

Verduurzaming is wel een wens, maar hoge investeringen zijn voor religieuze gebouwen niet rendabel • Hoewel verschillende kerkbesturen hebben aangegeven concrete plannen te hebben met verduurzaming aan de slag te gaan, of al stappen hebben gezet, blijft het een kip-ei dilemma wanneer en welke investeringen gedaan worden. Wanneer de intensiviteit van het gebruik achter blijft, is er geen aanleiding investeringen te doen. Soms zijn de benodigde investeringen zo hoog dat de terugverdientijd niet realistisch is. Met de huidige energieprijzen neemt de druk toe om duurzaamheid op te pakken om de kosten te drukken. • Verduurzaming is een belangrijk thema in het project Buurtbakens voor de zeven deelnemende kerken en kan als voorbeeld dienen voor anderen. • Veel kleinere ingrepen kunnen al veel opleveren aan energiebesparing en meer comfort. • Alle eigenaren van kerken kunnen terecht bij het Monumentenloket van de gemeente en bij toekomstige kennisbijeenkomsten (onder andere in het kader van Buurtbakens). • Het komt voor dat maatschappelijk vastgoed dat gedateerd is, verduurzaamd wordt

Taken en rollen terwijl de functie ook in een kerkgebouw zou kunnen worden ondergebracht. Voor • Om de waardevolle samenwerking tussen alle partijen is het dus waardevol dat men gemeente Haarlem en de religieuze elkaar volgtijdig weet te vinden en weet wat gemeenschappen voort te zetten is het er speelt binnen de diverse sectoren van de waardevol te weten wie aanspreekpunt is, gemeente. zowel bij de religieuze gebouwen als bij de • Begin oktober 2022 startte een gemeente. subsidieregeling voor het verduurzamen van • Er liggen kansen voor de stad en de kerken, maatschappelijk vastgoed van de Rijksdienst mits de gemeente Haarlem vanuit een voor Ondernemend Nederland. multidisciplinaire aanpak meedenkt. Om sociaal-maatschappelijke functies in religieuze gebouwen onder te brengen kunnen disciplines betrokken worden als erfgoed, stedenbouw, sociaal domein, maatschappelijk vastgoed, financiën, projectmanagement, wijkverbinders, parkeren en groen.

Onderzoek naar het religieuze erfgoed is nodig voor een completer beeld • Voor de verkenningsfase is onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de stad vanuit religieus perspectief. Dit was de eerste keer dat de gemeente dit onderzoek deed en zeer waardevol om een eerste indruk te krijgen van de brede Haarlemse collectie religieus erfgoed. Het onderzoek heeft inzicht gegeven in de religieuze gebouwen die al dan niet verdwenen zijn, de verschillende geloofsrichtingen, de ruimte in en om de gebouwen, waardevolle interieurs etc. Dit overzicht is door het oriënterende karakter van het onderzoek niet compleet. • Het religieuze erfgoed wordt meegenomen in de onderzoeksagenda voor het Haarlemse erfgoed (onder andere ten aanzien van onderzoek van de kerkinterieurs).

Welkom hier. Event in 2017 voor Syrische vluchtelingen van alle gezamenlijke kerken met maatschappelijke organisaties, gemeente Haarlem en anderen. Bron: Geloven in de Stad

28

6. Hoe verder na de verkenningsfase? Fase 1 is met deze informatienota afgerond. De noodzaak tot handelen, met het oog op geheel of deels leegkomende kerken is helder in beeld gebracht. De komende tijd wordt tijdens het project Buurtbakens met de kerken en de gemeente verkend hoe kerken weer meer van betekenis kunnen zijn voor de buurt en de stad. Fase 2 Kerkenproject Buurtbakens Deze kerken doen mee: • Goede Herderkerk • Oosterkerk • Anna en Mariakerk • Sionskerk • Pinkstergemeente Immanuel • Oude Kerk Spaarndam • Pelgrimkerk Het project is een proeftuin en (landelijke) leeromgeving om te komen tot een krachtenbundeling van kerken en de burgerlijke gemeente die sociaalmaatschappelijke en/of culturele functies in kerken gaat onderbrengen, naast de religieuze functie. Zeven kerken doen actief mee, maar andere kerken kunnen de pilot volgen en in een later stadium aansluiten als zij dat willen. Dankzij de landelijke bijdrage uit de Erfgoed Deal en

29

de bijdrage van de gemeente Haarlem zelf, worden de deelnemende ondersteund bij het transformatieonderzoek en in meer of mindere mate de daadwerkelijke transformatie. In een verdichtende stad als Haarlem zijn de ontmoetingsruimten die religieuze gebouwen van oudsher zijn belangrijk. Haarlem wil deze maatschappelijke functie en ruimten voor samenkomst en bezinning behouden. Ook de meerwaarde van dit bijzondere erfgoed in het stedelijk landschap wil Haarlem koesteren. Dat daarmee ‘verborgen erfgoedschatten’ ontsloten worden voor een veel groter publiek dan nu, betekent dat Haarlem zich nog beter kan profileren als de aantrekkelijke monumentenstad die Haarlem al is. Bewoners krijgen zo de kans om van de reeds aanwezige, maar voor velen nauwelijks toegankelijke pracht van de Haarlem kerken en hun interieurs te genieten als zij een maatschappelijke organisatie bezoeken. Gezamenlijke conclusie is dat de invalshoeken van kerken en gemeente Haarlem wellicht iets verschillen, maar dat er meer overlap blijkt te zijn. Dat samen optrekken kansen biedt voor alle betrokkenen om hun doelstellingen te realiseren.

Stichting Kunstnest organiseert creatieve activiteiten voor kinderen in Haarlem Noord en in Schalkwijk, zoals hier in de Ontmoetingskerk.

6.2 Beleidsvorming Sociaal beleid 6. Hoe verder na de verkenningsfase?

30

Het project Buurtbakens past in het beleid van de gemeente voor het ‘Versterken sociaal weefsel’. De gemeente wil daartoe: • De sociale infrastructuur van de stad versterken en het zelf-organiserend vermogen in de stad beter benutten; • Voldoende ruimte creëren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten -denk aan parken en pleinen- om sociale netwerken op te bouwen en te onderhouden; • Nabijheid van voorzieningen, zoals onderwijs, wijkcentra of andere ontmoetingsruimten, culturele ontmoetingsplekken en sportfaciliteiten. Het gaat erom dat iedereen op gelijkwaardige manier, en met dezelfde kansen, mee kan doen in de samenleving; • Hiermee voegt Haarlem een nieuwe laag toe aan haar profiel als zorgzame stad met oog voor elkaar; • Om elkaar te begrijpen en gezamenlijk aan de toekomst van de stad te kunnen bouwen is het belangrijk dat we elkaar ontmoeten. Deze sociale basisinfrastructuur bestaat uit clusters van sociale voorzieningen genaamd ‘Huis van de Wijk’ en vrijetijdsvoorzieningen.

Het pilotproject Buurtbakens draagt met andere onderzoeken die de gemeente samen met de kerken gaat doen bij aan visievorming over hoe we willen omgaan met de gebedshuizen in Haarlem. In de Erfgoednota die de gemeente Haarlem opstelt kan aangegeven worden hoe de opgebouwde relatie met besturen van gebedshuizen wordt vastgehouden en verstevigd. In de Erfgoednota kan ook worden aangegeven hoe ondersteuning van uit de gemeente eruit ziet, bijvoorbeeld op het gebied van prakitsche zaken als vergunningen, functiewijziging, parkeren en verduurzamen.

Wethouder Roduner: ‘Haarlem groeit waardoor de behoefte aan meer voorzieningen groot is. Buurtbakens helpt dit probleem aan te pakken. Het is een mooi project dat een voorbeeld kan zijn voor andere gemeenten en wij delen de kennis die we opdoen graag.’ Meer deelnemers zijn te zien in deze video Buurtbakens: veilige plekken voor zorg, ontmoeting, stilte op een markante plekken in de stad. En een uniek matchingsproject zodat kerken van nog meer betekenis zijn voor de Haarlemmers.

Bijlage 1 : Uitsnede kerkenkaart

31

Bijlage 2: Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd Bijlage 2. Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd

Deze paragraaf schetst de kerkgeschiedenis van Haarlem vanaf de middeleeuwen tot nu waarbij de bouw van religieuze gebouwen centraal staat, binnen de context van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling van de stad en het publieke leven. Daarbij kan vermeld worden dat Haarlem voor een groot deel de landelijke kerkgeschiedenis volgt. Dankzij verkennend literatuuronderzoek en het onderzoek uit 2007 door Historische Vereniging Haerlem is het specifieke Haarlemse verhaal te vertellen. Middeleeuwen: de eerste kerken en kapellen in de stad

De eerste kerken en kapellen hadden nog niet de later typerende kruisvormige plattegrond, maar rechthoekig. Daarom worden deze kerkgebouwen ook wel wel zaal- of hallenkerken genoemd. In Haarlem vinden we al vrij snel de kruisvorm in de plattegrond, al blijft, zeker bij kleinere godshuizen, de zaalkerk door de tijd heen populair (Wijnands-Van der Leij, 2007) 2

32

Het bouwen van christelijke geloofsgebouwen begon in de middeleeuwen (500-1500) met kleine houten kerkjes, als voorlopers van de latere stenen gebouwen. In de tweede helft van de middeleeuwen groeide het aantal kerken1 en kapellen in Haarlem. Dit waren voornamelijk gasthuiskapellen en kloosterkerken. Het eerste parochiekerkje was de houten Mariakerk op de Grote Markt, dat vermoedelijk al in de 10e eeuw werd gebouwd. De kerk op het Begijnhof (nu Waalse Kerk) is de oudste nog bestaande kerk in Haarlem

en werd gesticht rond 1261. De stichter was de pastoor van de ‘parochiekerk op het Sant’. Dit begijnhofkerkje, vermoedelijk toen niet meer dan een kapel, kreeg in 1398 een toren. De Janskerk, behorende bij het nabijgelegen Sint Jansklooster, stond er toen al (ca. 1310). Middeleeuwen: stad van kloosters Het valt op dat de kloosters die ten tijde van de middeleeuwen binnen de stadsmuren lagen een groot oppervlak van de stad in beslag nemen. Deze ontwikkeling in Haarlem stond niet op zichzelf. In heel Europa zijn bij de uitbreiding van het aantal kloosters twee grote ontwikkelingsgolven te onderkennen. De eerste golf vond plaats vanaf het begin van de twaalfde eeuw. Dit waren vrij grote plattelandsnederzettingen met door de kloosterlingen bebouwde velden. Zij waren zelfvoorzienend en ook in hun geloofsbeleving naar binnen gekeerd. De tweede golf kwam ruwweg in de eerste helft van de 13e eeuw op gang. Deze bestond voornamelijk uit bedelorden, die naar het voorbeeld van Franciscus Assisi en van Jezus zelf, de armoede als een na te streven ideaal beleefden. Deze kloosters waren kleiner, en door hun afhankelijkheid van giften of verdiensten uit eigen arbeid aangewezen op grotere leefgemeenschappen: de steden

die in deze periode overal in Europa tot ontwikkeling begonnen te komen. Het is vooral deze tweede golfbeweging die we in de Haarlemse kloosters terugzien. De kloosterorden hadden goede redenen om Haarlem als een van de vestigingsplaatsen te kiezen. De bevolkingsconcentratie en de centrumfunctie waren belangrijk, daarnaast het belang van de zielzorg, het levensonderhoud van de broeders en de veiligheid die een versterkte stad als Haarlem biedt. De opeenvolgende graven van Holland hebben de bouw van kloosters gestimuleerd. Graaf Willem II en graaf Floris V hebben de Haarlemse kloosters bij de stichting materieel gesteund en testamentaire schenkingen gedaan. Beiden zijn afgebeeld in de Gravenzaal in het oude stadhuis op de Grote Markt. Het laatste klooster dat gesticht werd was het Cellebroederklooster dat in 1496 in de Jacobijnestraat gebouwd werd. Kort daarop besloot het stadsbestuur dat het voortaan verboden was grond of huizen aan de kloosters te schenken en dat het niet zou toestaan dat nieuwe kloosters in de stad toegelaten werden.

Bijlage 2. Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd

33

Waarschijnlijk heeft het stadsbestuur met deze maatregel een verdere uitbreiding van het kloosterbezit binnen de muren willen voorkomen, hetgeen niet zo verwonderlijk is gezien het feit dat de negentien kloosters die de stad in 1500 telde samen met het Begijnhof circa 10% van het stadsoppervlak innamen. Het bouwen van kloosters en kerken had een meer dan alleen kerkelijk belang. Veel rechtshandelingen moesten worden beoorkond (in oorkonden beschreven), en kloosterlingen konden schrijven.

Veel van de Haarlemse kloosters waren klein. Soms bestond een klooster uit niet meer dan twee of drie belendende huizen (vaak ‘cameren’ genoemd, een- of tweekamerwoninkjes), waarvan de erven werden samengevoegd en omgeven door een muur. De wat grotere kloosters hadden een eigen kapel of (klooster)kerk, evenals de gasthuizen.

Kloosters beschikten over grote ruimtes, die voor bijvoorbeeld gilde-bijeenkomsten konden worden gehuurd. En door het netwerk van de kloosters en de mobiliteit van de mannelijke kloosterlingen konden deze vaak bode- of gezantschapsdiensten verrichten. Het reclame-effect van een goede geestelijke voorziening en de verfraaiing met stedelijke kerkarchitectuur had een aanzuigende werking, die de stad ook economisch verder tot ontwikkeling zou brengen; meer nijverheid en grotere welvaart.

verlate beeldenstorm. Op de Sacramentsdag bestormden protestanten de - toen nog rooms-katholieke - Grote of St.-Bavokerk, ze plunderden, sloegen de boel kort en klein en doodden de priester. Uiteindelijk werd in 1581 het verdrag van Veere beëindigd en de stad lag als een ‘gemengd eiland’ in het Prinsgezinde, gereformeerde gewest Holland. Er veranderde veel. De gelijkwaardigheid van de verschillende kerkgenootschappen verviel. Er was één Publieke Kerk, dat was de Gereformeerde Kerk. Alle andere werden vanaf dat moment ‘getolereerde kerken’.

16e eeuw: godsdienstvrede, de Reformatie en kloosters verdwijnen uit het stadsbeeld In 1566 brak de beeldenstorm uit in de Nederlanden en andere landen in Europa. De protestanten zagen de verering van beelden in de katholieke kerk als afgoderij en vernielden kerken en kloosters. Het was de beginfase van de Reformatie. In Haarlem echter, als enige Hollandse stad, heerste tussen 1577 en 1581 een unieke godsdienstvrede. In 1577 werd de Satisfactie van Veere van kracht. Dat was een verdrag over vrijheid van godsdienst dat de stadsregering met de Prins van Oranje had gesloten. Toch vond er op 29 mei 1578 de ‘Haarlemse noon’ plaats, een

De bouw van de kloosters begint in 1249 met de bouw van het Karmelietenklooster, omstreeks 1270 gevolgd door de stichting van het Begijnhof, waarna de Dominicanen rond 1296 de 13e eeuw afsluiten. In de beginjaren van de 14e eeuw volgen de twee ridderlijke orden die de stad heeft gekend. In 1307 de Lazaristen en in 1310 de Johannieters, die in 1312 het Lazaristenklooster erven. In de late 14e en de 15e eeuw volgen dan nog 4 mannenkloosters en 13 vrouwenkloosters.

Bijlage 2. Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd

De vanzelfsprekende eenheid van kerk en staat, en het routinematige van die ene kerk, verdween. Alles wat het geloof betrof werd zaak van zorgvuldige overdenking, beraad, bewust beleid en activiteit. De traditionele heiligendagen vervielen en werden vervangen door de kerkelijke feestdagen van de Gereformeerde Kerk. En de geestelijkheid verloor zijn belastingvrijstelling. In 1581 werd door de Staten van Holland het eigendom van alle rooms-katholieke geestelijke goederen binnen Haarlem aan de stad overgedragen ter compensatie van de tijdens het beleg geleden schade. Alleen de Commanderij van Sint Jan mocht blijven voortbestaan. De stad kreeg door deze maatregel de beschikking over enorme gebieden binnen de stadsmuren (Speet, 1982). 2

3 Speet, 1982 4 www.digibron.nl/viewer/ collectie/Digibron/id/ b66bfc8304c1005e52f9 35012b652192 [10 augustus 2020].

34

De katholieke kerken en kloosters werden door de stadsregering geconfisqueerd.2 De kerken gingen over in hervormde handen en de meeste kloosters werden afgebroken. Gezien het nijpend tekort aan woningen in die tijd werden de meeste kloosters vervangen door particuliere woningen (vaak nog wel gebouwd op de fundamenten van de kloosters). Aan de kloosters herinneren nu slechts straatnamen, zoals Barrevoetezusterstraat, Ceciliasteeg, Magdalenastraat, Witte Herenstraat, Korte en Lange Annastraat, Korte en Lange Margarethastraat en Ursulastraat. Slechts een klein aantal kloosters werd verbouwd en ingericht tot andere doeleinden, zoals bijvoorbeeld het Cellebroederklooster tot Latijnse School (nu Gymnasium) en het Sint Maria Magdalenaklooster tot Pesthuis.3

Alle heiligenbeelden, schilderijen en andere versieringen moesten uit de voormalige katholieke kerken worden verwijderd, en alle muurschilderingen werden met witkalk weggewerkt. Een kerk moest er eenvoudig uitzien; de kerkgangers moesten zich niet laten afleiden door mooie kleuren en vormen. Omdat er aanvankelijk voldoende kerkgebouwen in Haarlem waren, is er tussen 1581 en de 19de eeuw maar één protestantse kerk bijgebouwd: de Nieuwe Kerk. De stad leek zich langzamerhand naar de rest van de Hollandse steden te voegen. De stadsregering van Haarlem heeft altijd een ruimhartig gedoogbeleid gevoerd. Zolang de gelovigen zich verzamelden om hun ziel wel te doen, en niet om politieke zaken te bespreken of onrust te stoken, waren de ‘getolereerden’ vrij om discreet hun erediensten te houden. Vrijwel meteen kwamen de schuilkerken op, evenals het voor deze regio typerende fenomeen van de klopjes of kloppen (ongehuwde vrouwen die werkzaamheden verrichten t.b.v. de rooms-katholieke eredienst). De leden van de verboden maar getolereerde godsdiensten kwamen aanvankelijk samen in particuliere huizen of schuren. Ook hield men op zolders of in bedrijfspanden (schuil-)kerkdiensten.

Vooral de moutzolders van brouwerijen – en daar waren er in Haarlem de nodige van – waren door hun formaat een gewilde plek van samenkomst. Dergelijke plekken waren de schuilkerken van het eerste uur. Tijdens en na de Hervorming werd statie (naam voor een bijkerk van een katholiek klooster of kerk) synoniem voor het begrip schuilkerk. Deze staties waren in de oude stad gesitueerd, dikwijls op zolders, met een eigen (vaak onaantrekkelijke) ingang in een nauwe straat of steeg. Staties konden zowel onder een wereldheer (pastoor) als onder een kloosterorde vallen. Haarlemse hofjes 4 Haarlem staat bekend om zijn hofjes. De stad telde vroeger meer dan 40 hofjes in de binnenstad. Hofjes werden gebouwd van de 12e tot en met de 19e eeuw en er waren drie typen te onderscheiden: kerkelijke hofjes, stichtingshofjes en gildehofjes. Het ontstaan van hofjes is vrijwel nooit te danken geweest aan een burgerlijke of kerkelijke overheid, maar aan particulier initiatief. Pas later gingen ook kerken over tot het stichten van eigen hofjes. Dit kwam voort uit het feit dat de vermogende stichter vaak het bewind overdroeg aan de kerk.

Bijlage 2. Haarlemse religieuze gebouwen in de tijd

Lange Begijnetraat; Gedenksteen Synagoge. door: Anoniem, Noord-Hollands Archief / 1100 - Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, 17264

In Haarlem zijn nog enkele hofjes met een kerkelijk bestuur; de lutherse en doopsgezinde kerk beheren beide hofjes. Opvallend is dat het merendeel van de Nederlandse hofjes opgericht is na de Hervorming in 1517. De kerkelijke armenzorg was in de elfde eeuw zo goed als verdwenen en de kloosters namen die plaats in. Het klooster werd een toevluchtsoord voor zieken en bejaarden. Gelijktijdig met de Hervorming echter pakte de kerk haar diaconale taak weer op. Voor ouden van dagen betekende dit opvang in hofjes. Van de huidige negentien Haarlemse hofjes zijn er slechts vier van voor de Hervorming. Er zijn nog 23 hofjes aanwezig, dit is inclusief de moderne hofjes. 17e eeuw: verscholen kerken en welvaart

www.geschiedenislokaal023.nl/canon-van-haarlem/ [30 juli 2020]. 5

Bron: ‘Een overweldigend gevoel’ van Wim de Wagt 2019. 6

35

In latere tijden (2e helft 17e eeuw) kon het verbod op het houden van andere dan de toegestane erediensten worden afgekocht met de betaling van recognitiegeld, een forse belasting op religieuze eigenzinnigheid. Het bouwen van eigen kerken werd toen toegestaan, mits op afgezonderde plekken, weggestopt achter huizenrijen of blinde muren. Deze latere, echt als kerken gebouwde bedehuizen, worden daarom wel verscholen kerken genoemd.

Slechts een enkele keer kwam het voor, dat een schuilkerk niet werd getolereerd, en dat daadwerkelijke vervolging en berechting plaatsvond. Bijvoorbeeld bij de Jezuïetenstatie ‘Het Springende Paard’. Maar dat was een uitzondering. Omdat hier, ondanks het formele verbod, na 1578 vrijwel geen geloofsvervolgingen zijn geweest, werd Nederland vanaf de 17e eeuw een veilige wijkplaats voor mensen die in andere landen wel vanwege hun geloof werden vervolgd. Die vluchtelingen waren vakbekwame mensen en hun vakkennis en ijver leidden tot grote welvaart, de Gouden Eeuw van Nederland.5 19e eeuw: herstel van de katholieke kerk Haarlem kreeg in 1853 weer een rooms-katholieke bisschop. Het aantal Rooms-Katholieke kerken groeide. Staties werden ‘omgedoopt’ tot gewone parochiekerken, en Haarlem kende vanaf de tweede helft van de 19e eeuw een behoorlijk aantal christelijke geloofs-richtingen. In de aanloop naar het herstel van de katholieke hiërarchie in 1853, verdwenen de staties geleidelijk. De weinige die er toen nog waren werden op den duur volwaardige parochies, in een gewoon kerkgebouw.

Ten aanzien van Joods erfgoed vond in deze tijd een belangrijke ontwikkeling plaats. De eerste synagoge aan het Goudsmidspleintje was in gebruik tot 1846 (de precieze bouwdatum is niet bekend, maar is vermoedelijk al uit de 18e eeuw). In 1841 werd de tweede synagoge gebouwd aan de Lange Begijnestraat. De synagoge is verdwenen door een grote brand in 1953. Nu bevindt zich daar de Toneelschuur. In 1888 werd in de Lange Wijngaardstraat -deels op het verdwenen Jansklooster- en op de plek waar de Joodse gemeente sinds 1857 een godsdienstschool had, een groot complex gebouwd. Naast onderwijs werd er vergaderd door het kerkbestuur en de kerkenraad, er was een kleine sjoel en het secretariaat van de gemeente vond er onderdak. Op de binnenplaats werd een rituele badinrichting gerealiseerd. De conciërge was tevens koster van de synagoge aan de Lange Begijnestraat en kreeg woonruimte in het nieuwe complex. In dezelfde tijd werd de Joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart aangelegd. Deze ontwikkelingen passen in de voorspoed van Haarlem en de Joodse gemeenschap in het laatste kwart van de 19e eeuw.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966698/1