CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Bijlage 3 Verduurzaming van monumenten, afwegingskader voor vergunningverlening

commissie Ontwikkeling 4 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Vaststellen Erfgoednota, Haarlems Erfgoed, Verbindende kracht in de stad (FR)12.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

42

Zoldervloer ISOLEREN

Zoldervloer isoleren

De ruimte onder de kap diende in veel panden oorspronkelijk als opslag- of droogruimte. Het hedendaagse gebruik als verblijfsruimte vraagt om comfortverbetering, zoals meer daglicht en een hogere temperatuur. Dat laatste is te bereiken door de kap na te isoleren. Bedenk eerst of isolatie van de kap voor het toekomstige gebruik echt nodig is. Wanneer de zolder niet of nauwelijks verwarmd wordt, verdient het de voorkeur de vliering- of zoldervloer te isoleren in plaats van de kap zelf.

Meer informatie over bouwfysische en praktische gevolgen bij dakisolatie? Kijk op verduurzamingsrichtlijnen.nl of op de Kennisbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Zoldervloer

Dakisolatie

ISOLEREN

Oplossingen Zoldervloer isoleren Als de zolder een onverwarmde ruimte is, dan is het het beste om de zoldervloer te isoleren. De isolatie plaats je op de bestaande vloer. Soms kan de isolatie in de vloer worden aangebracht. Er moet dan wel een plafond met voldoende draagkracht aanwezig zijn.

Voorwaarden • Voordat er wordt geïsoleerd dient de bouwtechnische staat van het dak, de vloer en de constructie goed te zijn. • Zorg dat de zolder beloopbaar blijft. Dat kan door het toepassen van een harde (beloopbare) isolatieplaat met een plaatmateriaal er bovenop, een isolatie-element dat aan één zijde is voorzien van plaatmateriaal of een verhoogde vloer uittimmeren en afwerken met bijvoorbeeld multiplex. • Dampremmende folie aanbrengen aan de warme zijde van de isolatie. • Het isolatiemateriaal kan worden aangesloten op houten constructie-onderdelen zoals muurplaten en spantbenen. • Zorg dat de onverwarmde zolder of vliering voldoende ventileert.

Het isoleren van een zoldervloer heeft een aantal voordelen • Eenvoudig aan te brengen. • Geen steiger nodig in tegenstelling tot van buitenaf isoleren. • Risico op condensatie in de kapconstructie is kleiner dan bij van binnenuit isoleren, omdat daarbij makkelijker fouten worden gemaakt (bij het luchtdicht afwerken dat hierbij noodzakelijk is). • Onbeschoten kappen of bijzondere constructies blijven onaangetast. • Minder oppervlak te isoleren. • Thermisch gebouwvolume wordt verkleind.

43

44

Gevelisolatie Bij monumenten is zowel het exterieur als het interieur beschermd. Veel monumenten zijn voorzien van een bijzondere afwerking of hebben monumentale details in het exterieur en interieur. Breng daarom in kaart welke afwerking de buiten- en binnengevels hebben en wat de monumentale waarde van deze afwerking is.

Monumentale waarde De buitengevels zijn bepalend voor de verschijningsvorm van het monument. De indeling, maat, vorm, de toegepaste bouwmaterialen en eventuele decoratie van de gevel vertellen over de geschiedenis, bouwstijl en gebruik van het monument. Uitgangspunt is dat de uiterlijke verschijningsvorm van het monument vanwege de monumentale waarde behouden moet blijven. Bij het plaatsen van isolatie tegen de buitengevels wordt de bestaande gevel aan het zicht onttrokken. Omdat dit het gevelbeeld aantast, komt buitenisolatie over het algemeen niet in aanmerking bij monumenten. Soms is een buitengevel gepleisterd. In dat geval kan onderzocht worden of het mogelijk is om een buitenisolatie met een pleisterafwerking toe te passen. Door de buitenisolatie neemt de geveldikte toe. Dit heeft gevolgen voor aansluitingen op gevelopeningen en het dak. Hierdoor wijzigt het gevelbeeld. Dit kan een aantasting van de architectuur zijn. Bekijk dit daarom goed. Het plaatsen van binnengevelisolatie heeft gevolgen voor het interieur. Uitgangspunt is dat bijzondere interieurafwerkingen niet aangetast of aan het zicht onttrokken mogen worden.

45

Materiaal

Welke materialen zijn geschikt voor gevelisolatie?

Mineraal: Isolatiemateriaal op basis van gesponnen draden van gesmolten glas (glaswol) of steen (steenwol). Deze materialen zijn dampopen en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Synthetisch: Isolatiemateriaal op basis van synthetische grondstoffen zoals PIR, PUR, EPS, XPS en resol, maar ook meerlaagse reflecterende folies. Deze hebben een hoge isolatiewaarde, zijn (redelijk) dampdicht en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Natuurlijk: Isolatiemateriaal op basis van natuurlijke grondstoffen zoals houtwol, gerecycled katoen, hennep, vlas en kurk. De materiaaleigenschappen zijn nogal uiteenlopend. Natuurlijke materialen zijn circulair en sluiten over het algemeen goed aan bij een traditionele bouwwijze. De isolatiewaarde van natuurlijke isolatiematerialen is lager dan minerale of synthetische materialen. Bij een gelijke Rd-waarde is een dikker pakket nodig. Capillair actief isolatiemateriaal: Alle capillair actieve systemen zijn per definitie dampopen isolatiemethoden. Een voorbeeld is het materiaal calciumsilicaat. Meer informatie over isolatiematerialen is beschikbaar bij Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.

46

Keuzes & afwegingen gevelisolatie

AFWEGING 1

Is er een spouwmuur aanwezig?

JA

NEE

Is isolatie van de spouw mogelijk? Ja, indien: • de spouw minimaal 40 mm breed is; • de spouw schoon is; • de buitenafwerking dampopen is (dus geen geglazuurde steen, sterk dampremmende verf of coating); • het isolatiemateriaal reversibel is toe te passen en er dus altijd uit kan, zonder schade te veroorzaken.

AFWEGING 2

Is isolatie aan de binnenzijde mogelijk? Ja, indien: • er geen bijzondere binnenafwerking verloren gaat; • bijvoorbeeld doordat lambrisering gedemonteerd en teruggeplaatst kan worden zonder schade toe te brengen; • de gevel in technisch goede staat is en niet sterk vochtbelast is; • het geen metalen constructie betreft zoals stalen balken.

NEE

JA

NEE AFWEGING 3

Is isolatie aan de buitenzijde mogelijk? Ja, indien: • de constructie waardevoller is dan de buitengevel(afwerking) en je deze (bouwfysisch) wilt beschermen; • er sprake is van een gestucte gevel waarbij er geen cultuurhistorische waarden verloren gaan als de gevel aan de buitenzijde wordt geïsoleerd. Bijvoorbeeld als er sprake is van een blinde gevel en de detaillering netjes wordt opgelost.

JA

JA

47

Spouwmuur ISOLEREN

Bron: Natuur en Milieu

BLZ. 52 t/m 53

Binnenzijde ISOLEREN

BLZ. 48 t/m 51

Buitenzijde ISOLEREN

BLZ. 54 t/m 55

48

Binnenzijde ISOLEREN

Gevel aan binnenzijde isoleren

Binnenisolatie is de meest voorkomende maatregel om gevels van monumenten te isoleren. Uitgangspunt is dat bijzondere interieurafwerkingen niet aangetast of aan het zicht onttrokken mogen worden. Voorbeelden van interieurelementen met een bijzondere cultuurhistorische waarde zijn: • Lambriseringen; • Wandafwerking zoals bespanningen, historisch behang, pleisterwerk met speciale bewerking (kleur of materiaal), tegelwerk, wandschilderingen, betonnen zichtwerk (bij jonge monumenten); • Plafonds en plafondlijsten; • Deur- en vensteromlijstingen.

Bouwfysische risico’s Het aanbrengen van gevelisolatie in monumenten vraagt om zorgvuldige afwegingen. Onjuiste materiaal- en constructiekeuzes kunnen problemen veroorzaken. Bouwfysisch gezien is het aan de binnenzijde isoleren van een buitenmuur altijd een zeker risico. Door het plaatsen van voorzetwanden koelt de gevel in de winter af, waardoor deze langer nat blijft en de kans op schade door vorst toeneemt. Ter plaatse van de oplegging van houten balken in de gevel bestaat het risico op schade door condensatie van woonvocht, terwijl de balken door de afkoeling van de muur vervolgens ook langer nat blijven. Door een geïsoleerde voorzetwand wordt de gevel bovendien blootgesteld aan grotere schommelingen in de temperatuur. Hierdoor ontstaan spanningen die kunnen leiden tot scheurvorming in de gevel. Ondanks de risico’s zijn voorzetwanden bij monumenten meestal de enige mogelijkheid tot na-isoleren van de gevels, omdat isolatie aan de buitenzijde het aanzicht van de monumentale gevel aantast en de meeste monumenten geen spouwmuren hebben. Het is dan wel van belang dat de genoemde risico’s beheersbaar zijn en dat een eventueel monumentaal interieur niet ernstig aangetast wordt. Vanwege deze randvoorwaarden is een isolatiepakket van zo’n 5 centimeter vaak het maximaal haalbare.

Maar daarmee wordt al een grote energiebesparing bereikt, want juist die eerste paar centimeters leveren het meeste op!

Warmteweerstand en warmtestroomdichtheid in relatie tot isolatiedikte (Bron: RCE)

Meer informatie over bouwfysische en praktische gevolgen bij gevelisolatie? Kijk op de Kennisbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Binnenzijde

Gevelisolatie

ISOLEREN

Oplossingen Meer informatie over de verschillen tussen dampdicht en dampopen capillair actief isoleren? Kijk op de Kennisbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Dampdicht isoleren

Dampopen capillair actief isoleren

Voorwaarden (algemeen) • Isoleren kan alleen wanneer de bestaande gevel in goede technische staat verkeert. Eventuele technische en/of vochtproblemen moeten eerst worden verholpen. • Houten gevels kunnen alleen dampdicht worden geïsoleerd. • Vochtbelaste gevels lenen zich niet voor dampdicht isoleren. Kies in dat geval voor een dampopen capillair actief systeem. • Monumentale interieuronderdelen zoals lambriseringen, betimmeringen, wandbespanning, monumentale plafonds en lijstwerk mogen niet worden aangetast of aan het zicht worden onttrokken. • Strijkbalken of strijkspanten mogen niet worden verplaatst.

Voorwaarden dampdichte voorzetwand • De dampremmer wordt aan de warme zijde van de isolatie aangebracht. • De dampremmer dient overal luchtdicht te worden aangebracht in aansluiting op kozijnen, balklagen, wanden, doorvoeren et cetera. • De dampremmer heeft een waarde van Sd ≥ 20. • Het risico op condensatie wordt voorkomen door rondom de balkkoppen 20 cm vrij te laten van isolatiemateriaal. De dampremmer dient wel te worden doorgezet. • Voorkom perforaties van de dampdichte folie. Door een spouw te realiseren kunnen installaties toch worden weggewerkt. Deze spouw bevindt zich aan de warme zijde van de isolatie en is niet geventileerd. Door een spouw aan te houden tussen de folie en de ondergrond waarop geschroefd gaat worden is de kans nihil dat schroeven de folie perforeren. • Strijkbalken en strijkspanten die tegen of dicht op de gevel zitten vormen een risico voor schade als gevolg van condensatie. Mogelijk dient het spant of de balk boven en onder

49

50

Binnenzijde ISOLEREN

Gevel aan binnenzijde isoleren

Binnenzijde

Gevelisolatie

ISOLEREN

Voorwaarden dampdichte voorzetwand (vervolg) • 20 cm vrij te worden gehouden van isolatiemateriaal. Per geval dient te worden onderzocht wat de beste oplossing is. Hetzelfde geldt voor plafonds met lastige aansluitingen of onbekende situaties. • Breng de geïsoleerde wand bij voorkeur aan zonder spouw, waarbij er een dun laagje isolatie tussen het regelwerk en de bestaande gevel wordt aangebracht. • De isolerende gevel kan zowel als voorzetwand met zacht isolatiemateriaal worden uitgevoerd als met een dampdichte plaat van harde persing direct op de gevel. • Er mogen in beginsel geen open stootvoegen of andere ventilatievoorzieningen worden aangebracht in de bestaande gevel. • Houten geveldelen aan de buitenzijde dienen te worden geventileerd met buitenlucht. De delen kunnen geventileerd worden aangebracht (naar buiten geplaatst als dit mogelijk is), of in elk gebintvak aan onder- en bovenzijde worden voorzien van een ventilatie-opening met voldoende capaciteit.

Voorwaarden dampopen capillair actieve voorzetwand • Deze isolatiemethode is veelal geschikt als het een gevel betreft met hoge vochtbelasting waarin houten vloerbalken zijn opgelegd. • Het isolatiemateriaal is dampopen capillair actief als het aan de volgende eigenschapen voldoet: • Waterdampdiffusieweerstandsgetal laag, µ = 5 – 15; • Waterabsorptiecoëfficiënt hoog A = 0,5 - 1,0 kg/(m²·s0,5); • Zie ook artikel kennisbank RCE. • Zorg voor een luchtdichte afsluiting rondom balkkoppen. • Afwerking aan zowel de binnen- als de buitenzijde dient dampopen te zijn en te blijven. Dus niet aan de binnen- of buitenzijde afwerken met een dampdichte verf of andere afwerklaag. • Het isolatiemateriaal dient vlak, zonder holle ruimten, tegen de bestaande gevel te worden verlijmd met een dampopen en capillair actief product.

51

Spouwmuur ISOLEREN

Spouw vullen met isolatiemateriaal

Bron: Natuur en Milieu

52

Spouwmuren zijn typisch Nederlands. De dubbele muur is namelijk bedacht om vocht te weren uit huis. Dat is handig in ons klimaat. Uit de eerste helft van de negentiende eeuw zijn relatief weinig spouwmuren bekend, daarna werd het land rijker en nam het aantal spouwen sterk toe. In 1902 trad de Woningwet in werking met als doel om de bouw van betere woningen te bevorderen. In de decennia die daarop volgden, wijzigden gemeenten hun bouwverordening ten gunste van de spouwmuur, zodat deze vrijwel standaard werd toegepast. Vanaf de oliecrisis werden spouwen standaard gevuld met isolatiemateriaal. Ook in monumenten worden soms spouwmuren aangetroffen. Soms is het mogelijk om de spouw te vullen met isolatiemateriaal zonder verlies van monumentale waarden. Uit onderzoek blijkt dat er geen fundamenteel bezwaar is tegen het vullen van spouwen, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Die zijn van belang om het risico op vervolgschade zoveel mogelijk te beperken. Het is belangrijk dat de gevels in goede staat verkeren. Omdat door na te isoleren de kans op vorstschade en scheurvorming toeneemt, is het niet verstandig om muren met vorstschade of vochtdoorslag na te isoleren. Door na-isolatie is het buitenblad namelijk onderhevig aan grotere temperatuurschommelingen en neemt het temperatuurverschil tussen het binnen- en het buitenblad toe. Dit vergroot de kans op scheurvorming.

Kans op vervolgschade is er ook bij spouwmuren die dampremmend zijn afgewerkt, zoals buitenbladen van geglazuurde of verblendsteen. Bij een dampdichte pleisterlaag of verflaag aan de buitenzijde kan hetzelfde gebeuren. Een spouwvulling moet reversibel aangebracht worden. Tegelijkertijd is van belang dat het vulpatroon voldoende dicht is en dat schuimvormige materialen na verloop van tijd geen scheuren gaan vertonen. Materialen in bulkvorm worden zo aangebracht dat zij dichtgepakt in de spouw zitten. Spouwen isoleren, zeker bij historische gebouwen, vraagt om deskundigheid en vakmanschap. Kies voor het werk een ervaren specialist die de benodigde certificaten heeft.

Spouwmuur

Gevelisolatie

ISOLEREN

Voorwaarden (algemeen) • De minimale afmeting van de spouw is 40 mm. • Het binnen- en buitenblad mogen, afgezien van spouwankers, niet met elkaar in verbinding staan. • De spouw moet vrij zijn van verontreiniging. • Gevels met een dampdichte afwerking aan de buitenzijde mogen niet worden voorzien van spouwmuurisolatie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een dampdichte pleisterlaag of geglazuurd metselwerk. Het vulmateriaal mag niet capillair zijn en vormt een dichtgepakte homogene laag zonder scheuren of holtes. Vochtdoorslag wordt daarmee vermeden. • Er wordt gebruik gemaakt van isolatiemateriaal dat de lage λ-waarde ook behoudt wanneer dit toch een geringe hoeveelheid vocht zou opnemen. • De ingreep moet omkeerbaar zijn. Het isolatiemateriaal mag niet worden verlijmd of aan elkaar worden geplakt. • De isolatiematerialen bestaan soms uit kleine korrels of parels. Deze moeten dichtgepakt in de spouw zitten. Dicht daarom openingen in de gevel voordat de isolatie wordt aangebracht. • Gaten voor het inblazen mogen niet groter zijn dan de voegbreedte. Past het mondstuk niet in de bestaande voegafmeting dan is spouwmuurisolatie geen optie. Inblaasgaten dienen na afronding van het werk overeenkomstig bestaand te worden hersteld. • Kies voor het werk een specialist met de benodigde certificaten.

Materialen voor spouwmuurisolatie • Glaswol- of steenwolvlokken zijn minerale isolatiematerialen. Deze materialen zijn dampopen. Vanwege de kleine vezelstructuur kunnen deze materialen schadelijk zijn voor de gezondheid bij het verwerken. Een alternatief voor glas- of steenwol is materiaal op basis van aerogel. • EPS parels, al dan niet voorzien van een laagje grafiet. Dit zijn kleine piepschuimbolletjes die in de spouw worden geblazen. Er zijn ook korrels verkrijgbaar die voor een deel uit plantaardige grondstoffen bestaan. • Perliet is een natuurlijk materiaal dat voorbehandeld moet worden met een waterafstotend middel zoals siliconen. Ook dit materiaal komt in korrelvorm. De isolatiewaarde van natuurlijke isolatiematerialen is lager dan minerale of synthetische materialen. Het is van belang dat de spouwmuurisolatie niet verlijmd of aan elkaar wordt geplakt. Dat maakt de ingreep onomkeerbaar. Meer informatie over isolatiematerialen is beschikbaar bij Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.

53

54

Buitenzijde ISOLEREN

Gevel aan de buitenzijde isoleren

Bij het plaatsen van isolatie tegen de buitengevels wordt de bestaande gevel aan het zicht onttrokken. Omdat dit het gevelbeeld aantast, komt buitenisolatie over het algemeen niet in aanmerking bij monumenten. Soms is een buitengevel gepleisterd. In dat geval kan onderzocht worden of het mogelijk is om buitenisolatie met een pleisterafwerking toe te passen. Door de buitenisolatie neemt de geveldikte toe. Dit heeft gevolgen voor aansluitingen op gevelopeningen en het dak. Hierdoor wijzigt het gevelbeeld. Dit kan een aantasting van de architectuur zijn. Bekijk dit daarom goed.

Buitenzijde

Gevelisolatie

ISOLEREN

Voorwaarden (algemeen) • Buitenisolatie van een monument is een ingrijpende wijziging, die slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. • In enkele gevallen is dit principe toepasbaar voor gestucte gevels. • Houd er rekening mee dat er diverse aansluitingen moeten worden aangepast, zoals goten, muurafdekkers et cetera. • Handhaaf het uiterlijk van de bestaande gevel. Als de oorspronkelijke gevel gestuct is, breng dan ook stucwerk aan op de buitengevelisolatie.

55

56

Vloerisolatie Vloeren zijn samen met wanden en plafonds onlosmakelijk met de rest van het monument verbonden en vormen daarmee een wezenlijk element van het gebouwde erfgoed en de interieurs daarvan. Monumentale waarde Vaak is er weinig waardering en aandacht voor de vloer. Maar toch heeft de vloer in een monument vaak ook monumentale waarde. Dat kan vanuit de bouwhistorie, de architectuur, het materiaal of de afwerking zijn. Daarom

moet eerst in kaart gebracht worden wat de monumentale waarde van de vloer is waarbij ook de constructie van de vloer betrokken wordt. Er zijn verschillende methoden om de vloer te isoleren. Uit het oogpunt van cultuurhistorie is het van belang dat wanneer een vloer een bijzondere afwerking heeft deze in het zicht blijft. Let er bij historische deuren en interieurelementen op dat deze niet ingekort of aangepast worden ten behoeve van een nieuw isolatiepakket op de bestaande vloer. In sommige gevallen wordt voorgesteld om de vloerconstructie volledig te vervangen door een nieuwe geïsoleerde vloer. Hiermee gaat de oorspronkelijke constructie en dus monumentale waarde verloren. Toch kan dit in sommige gevallen een mogelijkheid zijn, bijvoorbeeld wanneer er een technische reden is om de vloer te vervangen. Daarnaast is het belangrijk om vast te stellen wat de historische waarde van de bestaande vloer is. Wanneer deze beperkt is, bijvoorbeeld bij industrieel verzaagde vloerbalken dan kan het vervangen van de vloer worden overwogen.

57

Materiaal

Welke materialen zijn geschikt voor vloerisolatie?

Mineraal: Isolatiemateriaal op basis van gesponnen draden van gesmolten glas (glaswol) of steen (steenwol). Deze materialen zijn dampopen en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Synthetisch: Isolatiemateriaal op basis van synthetische grondstoffen zoals PIR, PUR, EPS, XPS en resol, maar ook meerlaagse reflecterende folies. Deze hebben een hoge isolatiewaarde, zijn (redelijk) dampdicht en hebben een voor isolatie materialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Natuurlijk: Isolatiemateriaal op basis van natuurlijke grondstoffen zoals houtwol, gerecycled katoen, hennep, vlas en kurk. De materiaaleigenschappen zijn nogal uiteenlopend. Natuurlijke materialen zijn circulair en sluiten over het algemeen goed aan bij een traditionele bouwwijze. De isolatiewaarde van natuurlijke isolatie materialen is lager dan minerale of synthetische materialen. Bij een gelijke Rd-waarde is een dikker pakket nodig.

Meer informatie over isolatiematerialen is beschikbaar bij Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.

58

Keuzes & afwegingen vloerisolatie

AFWEGING 1

Is isolatie onder de vloer mogelijk? Ja, indien: • de kruipruimte minimaal 35 cm hoog is en droog is; • de vloerbalken in goede technische staat zijn.

JA

NEE AFWEGING 2

Is de vloer te vervangen door een nieuwe vloer? Ja, indien: • de bestaande vloer in zeer slechte technische staat is en niet meer is te handhaven; • de bestaande vloer geen hoge cultuurhistorische waarden vertegenwoordigt.

JA

NEE

AFWEGING 3

Is isolatie aan de bovenzijde van de vloer mogelijk? Ja, indien: • deuren ingekort kunnen worden zonder verlies van cultuurhistorische waarden; • aansluitingen bij trappen goed kunnen worden opgelost zonder verlies van cultuur historische waarden; • aansluitingen bij andere interieuronderdelen goed kunnen worden opgelost zonder verlies van cultuurhistorische waarden; • er geen waardevolle vloerafwerking verloren gaat, of als deze kan worden gedemonteerd en worden teruggeplaatst.

JA

59

Onder de vloer ISOLEREN

BLZ. 60 t/m 63

Vloer

VERVANGEN BLZ. 64 t/m 65

Bovenzijde ISOLEREN

BLZ. 66 t/m 67

60

Onder de vloer ISOLEREN

Onder de vloer isoleren

Als een vloer en de afwerking ervan een hoge monumentale waarde hebben, is het isoleren onder de vloer een goede optie. Hierbij blijven de waarden behouden. Belangrijk is wel dat er een kruipruimte van minimaal 35 cm hoog is en dat deze ruimte droog is. Daarnaast dienen de houten vloerbalken in goede technische staat te zijn.

Onder de vloer

Vloerisolatie

ISOLEREN

61

Oplossingen

Bodemisolatie / kruipruimte isoleren

Vloer direct aan de onderzijde isoleren

Voorwaarden bij isolatie direct onder de vloer (algemeen) • De kruipruimte dient voldoende droog te zijn. Vocht in de kruipruimte kan meerdere oorzaken hebben zoals optrekkend vocht, grondwater, lekkages of bijvoorbeeld doorslaand vocht vanwege een hoge vochtbelasting van buitenaf. • Bij een reeds vochtige situatie, waarbij tot dan toe geen problemen zijn geweest, kan het vochtgehalte door na-isoleren hoger worden met schade tot gevolg. • Het is noodzakelijk dat de kruipruimte goed toegankelijk is en blijft. • Voldoende ventilatie van de ruimte onder de vloer is een vereiste. Bij een combinatie van isoleren van onderaf én bodemisolatie is dit minder belangrijk. • Verspuitbaar isolatieschuim is geen optie. De ingreep is dan niet omkeerbaar.

Voorwaarden bij isolatie direct onder de vloer, houten vloer • Minimale hoogte circa 35 cm. De aansluitingen op balken, muurwerk en vloeren dienen luchtdicht te worden afgewerkt. Kan dit niet? Kies dan voor bodemisolatie. • De dampremmende laag dient rondom zorgvuldig luchtdicht te worden aangebracht. Ook in aansluiting op andere bouwdelen. • De dampremmende laag dient zo dicht mogelijk tegen de warme zijde te worden aangebracht. • Bij een (verleden met) vochtbelasting van buitenaf of optrekkend vocht kan rondom 20 cm vrijgehouden worden van isolatiemateriaal in aansluiting op koude bouwdelen. Dit vermindert het risico op schade door condensatie. De dampremmende laag dient wel rondom luchtdicht te worden aangebracht.

62

Onder de vloer ISOLEREN

Onder de vloer isoleren

Onder de vloer

Vloerisolatie

ISOLEREN

Voorwaarden isolatie direct onder de vloer, steenachtige vloer • Stalen liggers en wapeningsstaal kunnen door condens corroderen. Let ook bij steenachtige vloeren op juiste toepassing van folies.

Voorwaarden bodemisolatie / kruipruimte isoleren (algemeen) • • • • •

Bodemisolatie isoleert minder goed dan het van onderaf isoleren van de vloer. Relatief goedkope oplossing. Eenvoudig zelf uit te voeren. Bodemisolatie is tweeledig, het vormt een vochtscherm en is isolerend. Bij bodemisolatie is een sterk geventileerde kruipruimte minder van belang, de isolatie vormt reeds een vochtscherm. • Laagdikte circa 30 cm. • Een historische gewapende betonvloer heeft doorgaans beperkte dekking op het wapeningsstaal. Het vochtscherm dat door de bodemisolatie wordt toegevoegd vertraagt de corrosie van wapeningsstaal.

Materialen voor bodemisolatie • Schelpenlaag aanbrengen is een methode die vroeger ook al werd toegepast voor vochtwering in gebouwen. Nadeel is dat de schelpen bij een wisselende grondwaterstand niet opdrijven. • Kunststoffen zoals EPS korrels (piepschuimbolletjes) of EPS chips. De isolatiewaarde is hoger dan bij schelpen. Sommige fabrikanten maken dit van gerecyclede grondstoffen. De bolletjes zijn erg klein en kunnen door bijvoorbeeld ventilatieroosters gaan zwerven. Chips drijven net als de korrels op bij wisselende grondwaterstanden en behouden beter de isolatiewaarde dan schelpen. • Folie op de bodem van de kruipruimte heeft weinig tot geen isolatiewaarde, maar functioneert wel als een vochtscherm.

63

64

Vloer

VERVANGEN

Bestaande vloer vervangen door geïsoleerde vloer

Het vervangen van de bestaande vloer door een geïsoleerde vloer is een mogelijke afweging: • Wanneer de technische staat van de bestaande vloer dusdanig slecht is dat herstellen redelijkerwijs niet meer mogelijk is. • Als het gaat om een vloerconstructie met indifferente waarde. Om een afweging te kunnen maken, moet eerst de monumentale waarde van de bestaande vloer vastgesteld worden. Wanneer deze beperkt is zoals bij moderne balklagen of vloerbalken met een beperkte zeldzaamheidswaarde dan behoort het vervangen van de vloer tot de mogelijkheden. Voordeel van het vervangen de vloer is, dat het gecombineerd kan worden met het toepassen van vloerverwarming.

1. Vloerafwerking 2. Verwarmingsbuizen 3. Betonvloer 4. Isolatieplaat

Vloer

Vloerisolatie

VERVANGEN

Oplossingen Houten vloeren: In de praktijk wordt een houten vloer ook wel vervangen door een massieve vloer van beton of schuimbeton. Steenachtige vloeren: Een nieuwe steenachtige vloer kan zowel van de onder- als van de bovenzijde worden voorzien van isolatie. Broodjesvloer: Relatief lichte, geïsoleerde vloer van XPS elementen tussen betonnen of metalen elementen.

Voorwaarden bij een nieuwe geïsoleerde vloer • Wanneer de fundering hersteld dient te worden is het mogelijk een nieuwe geïsoleerde opbouw te maken. • Houd rekening met veranderde belasting van de fundering. • De kruipruimte kan verdiept worden. • Benut de kans om eventueel vloerverwarming te integreren in de nieuwe vloer.

65

66

Bovenzijde ISOLEREN

Aan de bovenzijde van de vloer isoleren

In situaties waarbij er geen of weinig kruipruimte aanwezig is en de vloer wel cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt, kan aan de bovenzijde van de vloer isoleren een optie zijn. Zo blijft al het materiaal van de historische vloer behouden. Vloeren van kelders en souterrains lenen zich in de meeste gevallen goed voor isolatie op de vloer. Isolatie op de vloer kan uitgevoerd worden met gipsvezelversterkte vloerelementen met een isolatielaag of een beloopbare isolatieplaat. Eventuele oneffenheden kunnen uitgevuld worden met een laag egalisatiekorrels. Het vloerpakket kan desgewenst voorzien worden van vloerverwarming. Maak bij de afweging of dit haalbaar is gebruik van de volgende vragen: • Kunnen deuren ingekort kunnen worden zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Is het mogelijk om aansluitingen bij trappen goed op te lossen zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Zijn aansluitingen bij andere interieuronderdelen goed op te lossen zonder verlies van cultuurhistorische waarden? • Gaan er geen waardevolle vloerafwerking verloren? Of is het mogelijk om deze te demonteren en terug te plaatsen?

Bovenzijde

Vloerisolatie

ISOLEREN

Oplossing Bestaande vloer aan de bovenzijde isoleren

Voorwaarden • Houten vloeren met een kruipruimte mogen aan de bovenzijde worden geïsoleerd, mits de kruipruimte voldoende wordt geventileerd. • Wanneer de vloer vanaf de onderzijde niet kan worden geventileerd, is isoleren aan de bovenzijde niet mogelijk. • Door aan de bovenzijde te isoleren wordt het vloerpeil verhoogd. Hierdoor kan het zijn dat interieuronderdelen zoals deuren, plinten, neuten, dorpels en lambriseringen moeten worden aangepast. Dit is alleen een optie als geen verlies van cultuurhistorische waarden optreedt. • Dampremmende laag aanbrengen aan de warme zijde van het isolatiemateriaal. Zorg ook dat de aansluitingen rondom luchtdicht worden afgewerkt.

67

Dit afwegingskader is gemaakt voor gemeenten en richt zich primair op veelvoorkomende en relatief eenvoudige ingrepen. Denk aan het isoleren van woonhuizen, of van al eerder als woningen herbestemde monumenten, zoals een voormalige fabriek. Bij dergelijke vergunningaanvragen zal de gemeente meestal een reguliere procedure doorlopen met een advies van de eigen monumentencommissie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966671/1