CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Bijlage 3 Verduurzaming van monumenten, afwegingskader voor vergunningverlening

commissie Ontwikkeling 4 april 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Vaststellen Erfgoednota, Haarlems Erfgoed, Verbindende kracht in de stad (FR)12.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verduurzaming van monumenten Afwegingskader voor vergunningverlening Versie september 2023

Verduurzaming van monumenten Afwegingskader voor vergunningverlening Versie september 2023

Colofon Opdrachtgever: Tekst: Coördinatie: Ontwerp: Fotografie:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) Frank Buchner, Ilse Koreman, Hilde van Meeteren, Daan Wolthuis, Hans de Witte Jaap Lageman Joyce Walrave, Romotion Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders aangegeven

Afstemmings- en begeleidingsgroep Ilse Rijneveld (Federatie Grote Monumentengemeenten) Fenna van Hout (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) Merian Koekkoek (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) Christian Braak (Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) Felix Kusters (Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) Myrthe Doelman (Ministerie van BZK) Stef Koning (Ministerie van BZK) Thomas van den Berg (Ministerie van OCW) Els Romeijn (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Jeroen Westerman (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Amersfoort, september 2023 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

5

Vensterisolatie

Inhoudsopgave

Inleiding

6

Vensterisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Verbeteren Typen beglazing Behouden Vernieuwen

12 14 16 21 22 26

Dakisolatie Introductie 30 Keuzes en afwegingen 32 Buitenzijde isoleren 34 Binnenzijde isoleren 38 Zoldervloer isoleren 42

Gevelisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Binnenzijde isoleren Spouwmuur isoleren Buitenzijde isoleren

44 46 48 52 54

Vloerisolatie Introductie Keuzes en afwegingen Onderzijde isoleren Vloer vervangen Bovenzijde isoleren

56 58 60 64 66

6

Inleiding Klimaatdoelstellingen plaatsen ons land voor een grote opgave. Ook monumenten zullen moeten verduurzamen. Dit is niet alleen nodig vanwege het klimaat. Voor het behoud van monumenten is het evenzeer van belang dat zij in de toekomst goed gebruikt kunnen worden. Daarvoor moeten energiekosten beheersbaar blijven. Alleen zo kunnen we onze monumenten in stand houden en doorgeven aan toekomstige generaties. Om de klimaatdoelstelling bij monumenten te realiseren heeft de erfgoedsector de Routekaart Verduurzaming Monumenten opgesteld. Om de ambities uit de Routekaart waar te maken zijn fysieke ingrepen aan monumenten noodzakelijk, zoals isolatiemaatregelen, duurzame installaties en/of de plaatsing van zonnepanelen. Het is in sommige gevallen onvermijdelijk dat dit gevolgen zal hebben voor de monumentale waarden van de panden. De kunst is om een goede balans te vinden tussen energie- en kostenefficiëntie enerzijds en behoud van monumentale waarden anderzijds. Voorliggend afwegingskader beoogt hieraan bij te dragen. Aanleiding en doel van het afwegingskader Alhoewel de erfgoedsector, verenigd in de Routekaart,

zich sterk maakt voor verduurzaming van monumenten, is het uiteindelijk aan eigenaren om de verduurzaming van hun gebouwen ter hand te nemen. Dit is voor hen vaak geen eenvoudige opgave: verduurzaming van monumenten vereist specialistische kennis. Er moet rekening worden gehouden met het zoveel mogelijk behouden van monumentale waarden die bovendien kunnen verschillen per pand. Aanleiding voor het opstellen van dit afwegingskader is een verzoek van de Tweede Kamer om te onderzoeken hoe obstakels bij het isoleren van monumenten kunnen worden weggenomen. Als reactie op dit verzoek heeft de Minister van VROM de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gevraagd te adviseren over de vraag, of en zo ja, hoe een landelijke richtlijn ondersteunend kan zijn voor de uitvoeringspraktijk van het verduurzamen van monumenten. Omdat gemeenten de vergunning verlenen, waarmee de verduurzaming van een monument mogelijk wordt, heeft de RCE de Federatie Grote Monumentengemeenten (FGM) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) betrokken bij de totstandkoming van dit afwegingskader. Ook de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) is gevraagd om mee te kijken.

7

Onder de partijen is draagvlak voor een afwegingskader dat bijdraagt aan een meer uniforme afweging van duurzaamheidsingrepen in monumenten. Belangrijk daarbij is dat dit geen afbreuk doet aan de beleidsvrijheid van gemeenten, er voldoende aandacht is voor kwaliteit en het bij bijzondere gevallen ruimte laat voor het benodigde maatwerk. Het afwegingskader kent een dynamisch karakter: het wordt ieder half jaar geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. De RCE beschouwt reacties uit het veld als belangrijke input. In de eerstvolgende actualisatieslag wordt in ieder geval het thema Installaties toegevoegd. Ook zal gekeken worden naar de mogelijke consequenties van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 zal ingaan. Voor wie is het afwegingskader bedoeld? Dit afwegingskader is bedoeld voor gemeenten in hun rol als vergunningverlener in het proces van de verduurzaming van monumenten. In het verlengde daarvan is het afwegingskader ook van belang voor ruimtelijke kwaliteits- en monumentencommissies, omdat die binnen het proces van de vergunningverlening opereren binnen de kaders die de betreffende gemeente hen stelt.

Belangrijk voor eigenaren! Dit afwegingskader is primair bedoeld voor gemeenten. Monumenteigenaren die hun monument willen verduurzamen en andere betrokkenen in de monumentensector zullen het ongetwijfeld ook raadplegen. In dat kader wordt er uitdrukkelijk op gewezen dat voor het verduurzamen van een monument in vrijwel alle gevallen een vergunning nodig is. Neem hiervoor zo tijdig mogelijk contact op met uw eigen gemeente. Aan de inhoud van dit afwegingskader kunnen onder geen beding rechten ontleend worden met betrekking tot de vergunbaarheid van duurzaamheidsingrepen.

Maatwerk en vakmanschap Monumenten verdienen vakmanschap. Nederland kent bijna 150.000 beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Alles bij elkaar gaat het om een heel divers bestand van allerlei verschillende soorten monumenten: uitgebreide fabriekscomplexen en imposante kerken, historische boerderijen en buitenplaatsen, maar ook bescheiden arbeidershuisjes en kleine hofjeswoningen. En van eeuwenoude panden tot jonge bouwkunst van na de Tweede Wereldoorlog. Monumenten met waardevolle historische interieurs en details waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en panden die vaak veranderd zijn en in dat opzicht soms minder kwetsbaar zijn. Monumenten die puntgaaf en authentiek zijn en panden die in minder goede bouwkundige staat zijn. Kortom, monumenten zijn heel verschillend en monumentale waarden verschillen per pand. De unieke waarden van een monument bepalen de ruimte die er is om het betreffende monument te verduurzamen. Wat in het ene pand goed mogelijk is, kan in een ander pand niet, of op een andere manier. In de praktijk blijkt dat er veel mogelijk is. En ondanks de verschillen tussen al die monumenten, zijn er veel overeenkomsten in de vragen bij verduurzaming en de mogelijke oplossingen. Het is daarbij van belang om de juiste balans te vinden tussen behoud van monumentale waarden en verduurzaming.

Wees als eigenaar, architect, gemeente, monumentencommissie en uitvoerders creatief, innovatief, flexibel en zoek naar kansen.

8

Wanneer is dit afwegingskader bruikbaar? Dit afwegingskader richt zich primair op veelvoorkomende en relatief eenvoudige ingrepen. Denk aan het isoleren van woonhuizen, of van al eerder als woningen herbestemde monumenten, zoals een voormalige fabriek. Bij dergelijke vergunningaanvragen zal de gemeente meestal een reguliere procedure doorlopen met een advies van de eigen monumentencommissie. Zoals hiervoor reeds aangegeven zijn alle monumenten uniek en is er niet zelden maatwerk nodig om te kunnen verduurzamen. Dit geldt zeker voor complexere projecten, nieuwe herbestemmingen of plannen voor uitzonderlijke monumenten. In deze gevallen zal de gemeente vaak ook de RCE om advies vragen. In die complexere gevallen biedt het afwegingskader misschien niet direct een verduurzamingsmogelijkheid, maar kan het wel helpen om de juiste vragen te stellen. Het afwegingskader is uitdrukkelijk niet bedoeld als een dwingend toetsingskader of als een stel voorgeschreven oplossingen. Het afwegingskader heeft als doel de eenduidigheid, helderheid, navolgbaarheid en transparantie bij de afweging en beoordeling van duurzaamheidsingrepen in monumenten te verbeteren. Het afwegingskader zet de lijnen uit, maar als de specifieke situatie daar aanleiding toe geeft, is er altijd de mogelijkheid om hier gemotiveerd van af te wijken.

Implementeren van het afwegingskader Het afwegingskader heeft geen rechtstreekse werking. Het zal daarvoor eerst tot gemeentelijk beleid gemaakt moeten worden. Gemeenten zijn vrij of en op welke manier ze gebruikmaken van het afwegingskader. Het is belangrijk om als gemeente met de gemeentelijke monumentencommissie te spreken over de criteria die worden toegepast bij verduurzaming. Dit afwegingskader biedt daarvoor een mooie kans. De gemeente kan het integraal of naar eigen behoefte aangepast vaststellen. Daarbij zijn er drie mogelijkheden:

1. Als vast te stellen beleid: uit onderzoek blijkt dat ruim 200 gemeenten geen vastgelegd beleid hebben op het gebied van het verduurzamen van monumenten. Deze gemeenten zouden het afwegingskader integraal kunnen overnemen en vaststellen. Of: 2. Ter inspiratie: het afwegingskader kan als inspiratiebron worden gebruikt om te komen tot een eigen kader of handreiking voor de beoordeling van vergunningaanvragen. Of: 3. Als toets van het eigen beleid: er zijn gemeenten die al (uitgebreide) kaders of handreikingen hebben voor de beoordeling van duurzaamheidsingrepen bij monumenten. Deze gemeenten kunnen het afwegingskader gebruiken om het eigen beleid nog eens tegen het licht te houden en te beoordelen of er aanleiding is om dit bij te stellen. Gebruik van het afwegingskader in het vergunningproces Monumenteneigenaren zijn beter in staat een goed verduurzamingsplan te (laten) maken als zij van tevoren weten hoe dit plan beoordeeld wordt en welke eisen de gemeente eraan stelt. Als de eigenaar en zijn architect of adviseur weten wat zij kunnen verwachten, komen ze met betere plannen en die helpen bij een kortere doorlooptijd van het vergunningtraject. Dit afwegingskader biedt hiervoor een basis. Het afwegingskader richt zich met name op twee momenten in het vergunningproces: 1.

De gemeente (en de commissie) kan het afwegingskader gebruiken om plannen te beoordelen en af te wegen in het kader van een vergunningaanvraag. Het afwegingskader werkt dan als een toetsingskader. Het duidt op welke punten er gelet moet worden bij de beoordeling van een vergunningaanvraag. De voorwaarden uit het afwegingskader kunnen desgewenst gebruikt worden om voorwaarden aan de vergunning te verbinden. 2. Het afwegingskader kan gebruikt worden bij vooroverleg tussen initiatiefnemer en gemeente. Overleg tussen initiatiefnemer en gemeente, voordat er een concreet plan aangevraagd wordt, leidt in de regel tot betere plannen en geeft meer ruimte voor maatwerk. In deze situatie werkt het afwegingskader als startpunt voor het vinden van de beste oplossing voor het betreffende monument.

9

Behoud gaat voor vernieuwen De monumentale waarde van het pand en zijn onderdelen bepalen hoeveel ruimte er is om in te grijpen. Het is daarom van belang om die waarden goed in beeld te brengen. De omvang van de beoogde ingreep bepaalt hoe uitgebreid het onderzoek moet zijn. Voor het isoleren van enkele vensters zal een compleet bouwhistorisch onderzoek wat ver gaan. Maar bij een integraal isolatie- of verduurzamingsplan voor een kwetsbaar monument kan zo’n onderzoek de eigenaar voor heel veel verrassingen en onaangenaamheden in het proces behoeden. Het onderzoek naar de monumentale waarden van het gebouw vormt immers de basis bij het maken van keuzes voor ingrepen. In de zoektocht naar ruimte om te verduurzamen is de systematiek van de Restauratieladder in dit afwegingskader als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat een zeker verlies van monumentale waarden (met name historisch materiaal) in een aantal gevallen als acceptabel beoordeeld wordt om monumenten te kunnen verduurzamen. De afweging tussen de monumentale waarden enerzijds en energiebesparing en kostenefficiëntie anderzijds is het in wisselwerking zoeken naar een balans. Daarbij moeten alle beoogde ingrepen in samenhang met elkaar beoordeeld worden.

Soms zal het noodzakelijk zijn om op een bepaald onderdeel wat meer verlies van monumentale waarden te accepteren, om monumentale waarden op een andere plek juist te kunnen ontzien. Het is daarbij goed om te realiseren dat gebruik - en daarmee verduurzaming - van het monument essentieel is voor de toekomstige instandhouding ervan. In het kader van een vergunningaanvraag bij monumenten is het zeer gebruikelijk dat gemeenten naast tekeningen en een heldere werkomschrijving ook documentatie vragen, bijvoorbeeld in de vorm van een fotodocumentatie. Hiervoor kwam ook bouwhistorische informatie al ter sprake. Vooral als er sprake is van sloopwerkzaamheden is het belangrijk om vast te leggen wat er verwijderd of aan het zicht onttrokken wordt. Ook kunnen er juist zaken tevoorschijn komen. De gemeente kan daartoe ook voorwaarden opnemen in de vergunning. Het is sowieso raadzaam om werk aan een monument goed te documenteren. Kennis van wat er in het verleden met een monument is gebeurd en welke materialen zijn gebruikt, kan in de toekomst zeer waardevol zijn bij de instandhouding en verduurzaming. Het kan kosten besparen en kwaliteit verhogen.

10

Leeswijzer Het afwegingskader kent een thematische opbouw en stelt het monument centraal. Het afwegingskader heeft in deze eerste versie de volgende thema’s: • Vensterisolatie • Gevelisolatie • Dakisolatie • Vloerisolatie Over de toepassing van zonnepanelen op monumenten is reeds een afwegingsdocument beschikbaar in de vorm van de advieslijn van de RCE. In de volgende versie zal dit thema, evenals het thema Installaties, aan dit afwegingskader toegevoegd worden.

11

Ieder thema heeft een vergelijkbare opbouw: 1. Bouwhistorische en technische inleiding In de inleiding van ieder thema wordt ingegaan op de bouwhistorische en technische aspecten van het betreffende thema. 2. Afwegingsschema Na de inleiding volgt een afwegingschema zoals op de afbeelding linksonder. De schema’s zijn nadrukkelijk niet bedoeld als een stroomschema met ‘zwart/wit’ keuzes, maar als stappen in de afwegingen die gemaakt worden door de inhoudelijk professional. Het schema leidt uiteindelijk tot de keuze voor een bepaalde categorie met oplossingsrichtingen. Voor bijvoorbeeld het thema Vensters zijn dat de categorieën Behouden, Verbeteren en Vernieuwen.

4. Voorwaarden per oplossing Vervolgens is voor iedere mogelijke oplossing aangegeven welke voorwaarden daarbij horen. De Uitvoeringsrichtlijnen van Stichting ERM gaan hier met technische details nog dieper op in. In het voorbeeld ‘dun dubbelglas’ binnen de categorie Verbeteren van het thema Vensters is bijvoorbeeld aangegeven hoe ver het raam uitgefreesd kan worden om het dikkere isolatieglas te kunnen plaatsen en wordt er aandacht gevraagd voor spiegeling en kleur van het glas. Deze voorwaarden kunnen desgewenst als basis gebruikt worden voor voorwaarden aan een te verlenen vergunning.

3. Mogelijke oplossingen per categorie Binnen iedere categorie zijn er verschillende oplossingen mogelijk. In het voorbeeld Vensters zijn er binnen de categorie Verbeteren bijvoorbeeld de oplossingen vacuümglas, dun dubbelglas en gelamineerd isolatieglas.

Verwijzingen en links Het afwegingskader staat niet op zichzelf. Op verschillende plekken zijn er koppelingen gemaakt naar de Kennisbank van de RCE, waarin bepaalde onderwerpen verder uitgewerkt en/of geïllustreerd zijn met onder andere animatievideo’s en infographics, de website van Stichting ERM en andere bronnen. Daarnaast zijn afbeeldingen in het afwegingskader soms klikbaar gemaakt om een grotere versie of de bron van de afbeelding te openen.

12

© 2018 Hans Roggen Fotografie

Vensters Historische vensters dragen in belangrijke mate bij aan de beleving van een monument. Ze zijn bepalend voor de opbouw en verhoudingen van een gevel. Aan de binnenzijde bepalen ze de beleving van de achterliggende ruimte. Bovendien kunnen ze een rol spelen in de historische afwerking van een vertrek. Denk aan omtimmeringen, lambriseringen, vensterbanken, binnenluiken of zelfs gordijnen of andere stoffen bekleding van het venster. Monumentale waarde De grootte van het venster, de profileringen, de materialen en de constructie geven veel informatie over de geschiedenis van het venster en de rest van het gebouw. Vorm en materiaal zijn typerend voor een bepaalde bouwstijl of ze vertonen regionale karakteristieken.

De monumentale waarde van het venster is leidend bij het beoordelen van de mogelijkheden tot aanpassing. Belangrijk is dat daarbij zowel naar de buitenzijde als de binnenzijde van het monument wordt gekeken. Bij het bepalen van de monumentale waarde kunnen onder andere de volgende vragen behulpzaam zijn: • • • • • • •

Uit het oogpunt van energiebesparing of comfort kunnen er wensen zijn om het bestaande venster aan te passen. In veel gevallen zijn hier goede mogelijkheden voor. Uitgangspunt bij het aanpassen van het venster is dat het historische beeld van het venster behouden blijft.

Uit welke bouwfase dateert het venster? Hoe authentiek is het aan te passen venster? Hoe gaaf is het venster? Wat is de historische waarde van de materialen van het venster? Zijn er bouwsporen aanwezig die verwijzen naar een ouder venster? Is het venster kenmerkend voor dit gebouw of bouwdeel? Is er sprake van een bijzonder interieur?

Vervolgens kunnen de wensen van de gebruiker afgewogen worden tegen de monumentale waarden van het monument en in het bijzonder het venster. Daarbij is over het algemeen elke situatie weer anders. Dit vraagt om een beoordeling op maat.

13

< Door floatglas of blank getrokken glas te vervangen door isolerende beglazing waarbij de ruit aan de buitenzijde is uitgevoerd met een onregelmatige spiegeling kan de beeldwaarde van het historisch glas grotendeels behouden blijven.

Het afwegingskader geeft inzicht in de wijze waarop de afweging tussen wensen van de gebruiker en de monumentale waarden van een monument gemaakt kan worden. Glas behouden of vervangen Het glas in vensters van monumenten is vaak medebepalend voor het historische karakter van het pand. Om te kunnen bepalen of het uit het oogpunt van cultuurhistorie aanvaardbaar is om het bestaande glas te vervangen door isolatieglas moet eerst vastgesteld zijn wat voor soort glas in het venster zit en wat de monumentale waarde van dat glas is.

Vlakglas met een bijzondere bewerking en glas dat voor 1900 handmatig gemaakt werd heeft meestal een hoge monumentale waarde. Uitgangspunt is dat dit behouden blijft. Doorsnee glassoorten van na 1900 zoals floatglas of blank getrokken glas kunnen in beginsel vervangen worden door glas met een hogere isolatiewaarde. Soms is een venster voorzien van verschillende soorten glas (bijvoorbeeld glas-in-lood in het bovenlicht en floatglas in het onderraam). Dan is inzicht in de monumentale waarde van de verschillende glassoorten, de verhouding tussen de verschillende glassoorten, de architectuur en bouwgeschiedenis van het betreffende monument nodig om een afweging tussen vervangen en behouden te kunnen maken.

Materiaal

Betrek bij de afweging ook het materiaal van het bestaande venster of raam:

Hout; Ramen kunnen uitgevoerd zijn in verschillende soorten hout. Onderzoek in welke houtsoort het raam is uitgevoerd. Bij vervanging van houten ramen is behoud van beeldwaarde bij een juiste uitvoering vaak mogelijk. Staal; Ramen van dit materiaal maken meestal deel uit van de totale architectuur en zijn belangrijk voor de expressie van de architectuur. Stalen ramen zijn zeldzamer dan houten ramen. Bovendien blijkt dat behoud van beeldwaarde bij vervanging van stalen ramen vaak zeer nauw luistert. Brons / messing; Ramen van dit materiaal maken meestal deel uit van de totale architectuur van het monument. Deze toepassing heeft hoge esthetische waarde en is zeldzaam. Behoud daarom deze ramen omdat ze hoge monumentale waarde hebben. Aluminium; Ramen van aluminium kunnen een relatief recente toevoeging in een ouder monument zijn waarbij de monumentale waarde van de ramen beperkt is. In dat geval kunnen aluminium ramen vervangen worden. Bij jonge monumenten maken aluminium ramen soms deel uit van het oorspronkelijke ontwerp en uitvoering. Onderzoek in dat geval wat de monumentale waarde van de bestaande ramen is.

Keuzes & afwegingen vensterisolatie

AFWEGING 1

AFWEGING 2

Aanleiding om te overwegen om het raam integraal te vernieuwen?

Is het aanvaardbaar om glas te vervangen?

Welke aspecten zijn van belang?

Ja, indien • Floatglas; • Blank getrokken glas; • Modern glas, zoals dubbel glas.

JA

Nee, indien • Handmatig vervaardigd en bewerkt glas, bijvoorbeeld historisch schijvenglas, gegoten glas, glas-in-lood en cilinderglas. (Kijk voor een overzicht van bijzondere glassoorten op de Kennisbank van de RCE).

• Het venster en/of raamhout heeft een indifferente waarde; • Het raamhout heeft een indifferente waarde en bij vervanging wordt gekozen voor een vorm en detaillering die aansluit bij het monument; • De technische staat van het raamhout is dusdanig slecht dat meer dan de helft vervangen moet worden.

NEE

JA

NEE

TECHNISCH

Past het nieuwe glas in het historisch venster? S G

P

B

14

D

R T

• Raamhout of roede is dik genoeg om dikker glas in te plaatsen: ≥ 35/38 mm (T); • Nieuwe stopverfrand (S) ≥ 8mm; • Plat deel (P) ≥ 5 mm; • Resterende afmeting raamhout (R) ≥ 14 mm óf, ≥ 40% totale dikte raamhout (T); • Profilering laat dikker glas toe; • Sponningbreedte (B) is groot genoeg om afstandhouder dun dubbel glas of vacuümglas in aanzicht weg te werken. Circa 2 mm verschil is met schilderwerk op te vangen.

NEE

JA

15

Venster integraal vervangen

vernieuwen BLZ. 26 t/m 29

Isolerend glas in bestaand venster

verbeteren BLZ. 16 t/m 21

Afweging: Venster niet uitzonderlijk of in slechte staat

Afweging: Behoud van historisch venster met nieuw isolatieglas

Isolerende maatregelen als binnenvoorzetbeglazing

behouden BLZ. 22 t/m 25

Afweging: Isolatieglas in het bestaande raam vanwege uitzonderlijke waarde niet mogelijk

16

verbeteren

Isolerend glas in bestaand venster

Glas vervangen De meest voorkomende typen vlakglas zijn floatglas, blank getrokken glas en cilinderglas. Floatglas wordt toegepast sinds 1960. Getrokken glas wordt toegepast vanaf het begin van de twintigste eeuw. Getrokken glas is te herkennen aan het oppervlak dat niet geheel vlak is, waardoor het glas een lichte vertekening heeft. Dit glas met vertekening heeft historische waarde. Bij vervanging van het glas gaat deze waarde verloren. Door dit historische glas te vervangen door isolerende beglazing waarbij de ruit aan de buitenzijde is uitgevoerd met een onregelmatige spiegeling kan de beeldwaarde van het historische glas grotendeels behouden blijven. Uitgangspunt bij de bovenstaande soorten vlakglas is dat het in beginsel vervangen kan worden door glas met een hogere isolatiewaarde.

verbeteren

Vensterisolatie

Oplossingen

Vacuümglas Ug-waarde 0,5 - 1,2, dikte 6-10 mm, afstandhouder, absorptiestrip, vacuümdop

Dun dubbelglas Ug-waarde 1,4 - 3,6 (afhankelijk van gasvulling in de spouw en coating), dikte 8-12 mm

Gelamineerd isolatieglas Ug-waarde 3,5 (met low-e coating), dikte 6-8 mm

Uitvoering ramen algemeen • Bij voorkeur zwarte / donkere afstandhouders toepassen of in de kleur van het lakwerk. • Stopverf mag niet worden vervangen door glaslatten. • Glaslatten enkel wanneer deze oorspronkelijk aanwezig waren en dan conform historisch detail. • Buitenbeglazing niet vervangen door binnenbeglazing. • Blank glas toepassen. Glas kan door bepaalde grondstoffen groen of blauw kleuren en daardoor invloed hebben op het gevelbeeld. Dit kan storend zijn. • Coatings en folies ter prestatieverbetering van het nieuwe glas kunnen verkleuring en spiegeling veroorzaken. Dit kan storend zijn. • In veel gevallen kan de buitenste ruit een onregelmatige spiegeling krijgen, soms wordt de ruit hierdoor dikker. • Er is dun dubbelglas verkrijgbaar met smalle kaders die in sponningen met een beperkte breedte (B) passen. • Bij vacuümglas worden kleine bolletjes als afstandhouders gebruikt, deze zijn van dichtbij zichtbaar. Er zijn ook varianten met zichtbare vacuümnippels of absorptiestrips. Deze kenmerken kunnen soms storend zijn.

17

Isolerend glas in bestaand venster

verbeteren

Voorwaarden houten raam • Behoud van oorspronkelijke uitstraling en detaillering van historische ramen (roeden, raamhout en kozijn). • Behoud van het raamhout en roeden. • Het raamhout en roeden zijn voldoende stevig en de profilering laat dit ook toe; zie toelichting tekening. • Glas op dezelfde manier gezet als historisch. Stopverfvervanger is mogelijk indien correct toegepast volgens historisch profiel. • Indien de kozijnen ingrijpend moeten worden aangepast, is dit niet altijd mogelijk in verband met de monumentwaarde. • Door isolatieglas neemt het gewicht van het raam toe. Bij schuiframen de gewichten verzwaren door deze uit te voeren in lood. Of gewichtstoename opvangen door toepassen van schuifraamveren die in het kozijn zijn weggewerkt met behoud van katrollen en touwen. • Bij draairamen rekening houden met maximale belasting van het raamhout en hang- en sluitwerk. Verstijven met bijvoorbeeld stalen hoeken is niet toegestaan. Behoud van historisch hang- en sluitwerk is het uitgangspunt.

S G

P

D

R

B

18

T

• Diepte stopverfrand (S) ≥ 8 mm. • Plat deel (P) ≥5 mm. • Resterende afmeting raamhout (R) ≥14 mm óf , ≥40% totale dikte raamhout (T). • Voor dun dubbelglas van bijvoorbeeld 12 mm is een sponningdiepte (D) nodig van 21 mm (=8 mm stopverf (S), 12mm glas (G), 1 mm beglazingskit). • Bij vacuümglas van ca 7 mm is dit 16 mm ( (S) 8 + (G) 7 + 1). • Let op voldoende sponningbreedte (B). Sommige glassoorten hebben een breed kader. Met schilderwerk is 2 mm verschil op te lossen.

Vensterisolatie

verbeteren

Combineer dit met kierdichting • Kierdichting betekent dat er aandacht moet zijn voor voldoende ventilatie van het monument. • Onzichtbaar aangebrachte professionele kierdichting heeft de voorkeur. • Kierdichting mogelijk door vastzetten draai- of schuiframen en ‘dichtschilderen’. Houd altijd minimaal één raam per ruimte te openen. • Kierdichting middels plakstrips is op de lange termijn niet duurzaam. Plakstrips zijn reversibel, frezen is niet nodig, maar ze hebben ook nadelen. Na verloop van tijd laat de lijmlaag los en vermindert de elasticiteit. • Kierdichting middels rubber profielen. Op langere termijn een duurzame oplossing. Hierbij is het nodig om te frezen in raamhout of kozijnen. • Bij binnenvoorzetramen is de kierdichting geïntegreerd en is geen kierdichting nodig in het originele raam of kozijn. In schuiframen is kierdichting minder makkelijk, omdat het raam moet kunnen schuiven. Er zijn diverse oplossingen speciaal voor schuiframen zoals glijvilt in de schuifsponning en V-profielen (RVS, messing) aan de onderzijde en zijkant van het raam en in de wissellat. • Meer ingrijpende opties zijn kierdichting van schuiframen middels infrezen van tochtprofielen, aangepaste beleglatten die scharnieren en klemmen. • Vensters met een hoge historische waarde mogen niet ingrijpend worden aangepast.

19

20

verbeteren

Isolerend glas in bestaand venster

Deuren • Tochtdicht maken van de brievenbus. • Tochtborstel tegen de onderdorpel van de binnenzijde. Weinig aantasting, wel gevoelig voor slijtage. • Valdorpel infrezen. • Bronzen tochtprofielen in de sponning van het kozijn (duurzaam/zeer lange houdbaarheid). • Als er ruimte is voor een tochtportaal kunnen alle eisen/ wensen in tweede lijn worden opgelost. Aanpassen van de bestaande deur of het kozijn is dan niet nodig.

Hang- en sluitwerk deuren • Bijzonder hang- en sluitwerk dient behouden te blijven.

Uitvoering stalen raam

• Glas vervangen door dun isolatieglas gezet in moderne stopverf/kit. • Stopverfrand moet voldoende schuinte behouden (S = ≥ 8 mm). • Zo nodig eerst het staal restaureren: technische staat van de bestaande ramen moet goed zijn. Door corrosie zet staal uit en kan de ruit barsten. • Het glas dient in de sponning te worden geplaatst. Prefab oplossingen met glas in kunststof kaders zijn niet passend.

Hang- en sluitwerk raam • Stalen vensters bevatten vaak bijzonder hang- en sluitwerk, dit dient behouden te blijven.

verbeteren

Vensterisolatie

Combineer dit met kierdichting • Bij stalen ramen kan in het draaiende deel een tochtstrip worden geplakt. • Bij veel speling kan een zelfklevende strip op de aanslag worden geplakt.

Typen beglazing

Een overzicht met de eigenschappen van verschillende glassoorten

Type beglazing

Totale glasdikte Isolatiewaarde (Ug) Bijzonderheden

Enkel glas 2 - 4 mm 5,8 W/m2K

Enkelglas. Uitgevoerd in getrokken glas, cilinderglas of floatglas.

Gelamineerd 6 - 8 mm 3,5 W/m2K isolatieglas

Gelamineerd glas met low-e coating speciaal voor monumenten. Uitgevoerd met gewelfd glas of floatglas.

Dun dubbelglas 8 - 12 mm 1,5 - 3,6 W/m2K

Isolatieglas speciaal voor monumenten, gas-gevuld met meestal een low-e coating. Buitenste ruit kan uitgevoerd worden met gewelfd glas of floatglas.

Vacuümglas 6 – 10 mm 0,5 – 1,2 W/m2-K

Dun isolatieglas met low-e coating waarbij de spouw vacuüm is getrokken. Er kan een ruit worden toegevoegd met gewelfd glas. Totale dikte neemt dan met circa 3 mm toe.

Binnenvoorzet- 6 mm 2,0 – 2,5 W/m2-K raam, enkel glas met of zonder low-e coating

Voorzetraam aan de binnenzijde van het bestaande venster. De Ug-waarde is de som van een bestaand houten venster met enkel glas en het binnenvoorzetraam met enkel glas met of zonder een low-e coating.

HR+ / HR++ glas 14-22 mm 0,8 - 2,0 W/m2K

Hoogrendement isolatieglas, gasgevuld met een low-e coating. Vanwege de dikte past dit zelden in bestaande historische ramen.

Triple glas 28-40 mm 0,5 - 0,9 W/m²K

Drielaags hoogrendement isolatieglas, gasgevuld met een low-e coating. Vanwege de dikte past dit zelden in bestaande historische en moderne ramen.

21

22

behouden

Isolerende maatregelen als voorzetbeglazing of glasfolie

Glas behouden Vlakglas met een bijzondere bewerking en glas dat handmatig gemaakt werd, heeft hoge monumentale waarde. Voorbeelden zijn het historische schijvenglas, gegoten glas en glas-in-lood (kijk voor een overzicht van de bijzondere glassoorten met een toelichting op de kennisbank van de RCE). Deze bijzondere soorten glas zijn zeldzaam en kennen een hoge mate van ambachtelijke, handmatige vervaardiging. Bovendien zijn ze over het algemeen niet te vervangen door een moderne variant met dezelfde beeldwaarde. Daarom is behoud het uitgangspunt bij deze bijzondere soorten glas met hoge monumentale waarde. Afweging: Wanneer een venster voorzien is van verschillende soorten glas moet een afweging op maat gemaakt worden. Betrek hierbij de monumentale waarde van de verschillende glassoorten, de verhouding tussen de verschillende glassoorten, de architectuur en bouwgeschiedenis van het betreffende object.

Voorzetglas aan de buitenzijde plaatsen is vanwege kleur, spiegeling en vervlakking van de gevel niet gewenst.

behouden

Vensterisolatie

Oplossingen

Binnenvoorzetraam Kierdichting geïntegreerd extra raam aan de binnenzijde. De totale Ug-waarde van het bestaande enkelglas en het binnenvoorzetraam met enkelglas: Ug-waarde 2.0 - binnenvoorzetraam met low-e coating Ug-waarde 2,5 - binnenvoorzetraam zonder low-e coating

Glasfolie Low-e folie aan te brengen op de binnenzijde van de bestaande ruit: Ug-waarde 3,5

Kozijn-/raamfolie Low-e folie aan te brengen op de binnenzijde van het raam- of kozijnhout. Ug-waarde vergelijkbaar met glasfolie.

23

24

behouden

Voorwaarden binnenvoorzetraam • De indeling mag niet conflicteren met de indeling van het bestaande raam. • Voorzetramen enkel aan de binnenzijde plaatsen. • Met een binnenvoorzetraam kunnen meerdere gebruikerswensen worden opgelost: isolatie, kierdichting, inbraakwering, brandveiligheid, geluidsisolatie, et cetera. • Zorg voor luchtdichte afwerking aan de binnenzijde om te voorkomen dat er vochtige binnenlucht in de spouw komt. • Ventileer de spouw met buitenlucht. • Een binnenvoorzetraam kan goed worden geïntegreerd in een binnenvoorzetwand. • Een te openen raam of een eenvoudig uit te nemen raam is praktischer vanwege schoonmaak en onderhoud. • Plaats het binnenvoorzetraam zo dat het oorspronkelijke raam kan blijven functioneren. Beleglatten moeten afgenomen kunnen worden, ramen moeten kunnen draaien, bijzonder hang- en sluitwerk moet behouden blijven. Luiken moeten open en dicht kunnen. • Binnenvoorzetramen kunnen op verschillende manieren worden geplaatst: op het raam zelf, in de kozijnnegge, op het kozijn, of buiten de architraaflijsten. • In bijzondere interieurs is een binnenvoorzetraam soms niet wenselijk vanwege de (visuele) verstoring van het historisch interieur.

Let op: • Wanneer de beglazing van het binnenvoorzetraam zonwerende coating bevat, kan de temperatuur tussen de ruiten te hoog kan oplopen waardoor thermische breuk kan optreden. • Wanneer aan de binnenzijde zonwering met een warmtewerende coating dicht op een ruit met hoge isolatiewaarde is geplaatst, kan thermische breuk optreden.

Vensterisolatie

behouden

Kozijn/raamfolie • Net als glasfolie een relatief goedkope oplossing maar van een meer tijdelijke aard. De folie wordt aangebracht op het raamhout of op het kozijn. Eenvoudig zelf aan te brengen en reversibel. Door verwijderen van het plakband kan het schilderwerk beschadigen.

Glasfolie • Alleen op niet bijzonder glas, omdat bij verwijderen het glas kan breken. • Glasfolies kunnen de kleur en de spiegeling van het glas veranderen, dit is niet altijd acceptabel.

25

26

vernieuwen

Venster integraal vervangen

Integraal vervangen Het integraal vervangen van het hele kozijn of alleen een raam kan in twee situaties worden overwogen: • Wanneer de technische staat van het bestaande raam of kozijn dusdanig slecht is dat herstellen redelijkerwijs niet meer mogelijk is; • Als het gaat om een raam of kozijn met indifferente waarde, bijvoorbeeld door een latere toevoeging waarbij beeldwaarde verloren is gegaan. Afweging Om een afweging te kunnen maken of vervangen mogelijk is, moet eerst de monumentale waarde van het bestaande venster vastgesteld worden. Maak hierbij gebruik van de keuzes en afwegingen vensterisolatie op blz. 14. Wanneer het venster (grotendeels) oorspronkelijk is en dateert uit de bouwtijd of een belangrijke historische bouwfase heeft het over het algemeen een hoge monumentale waarde. Dan is alleen een zeer slechte technische staat een reden om materiaal te vervangen. Hierbij is behoud van de historische detaillering het uitgangspunt en dient het historische venster gekopieerd te worden. Ramen die niet dateren uit de bouwtijd, maar in een latere bouwfase zijn toegevoegd of gewijzigd met historische waarde en tevens zijn uitgevoerd met een detaillering die aansluit op de betreffende bouwfase worden over het algemeen positief gewaardeerd.

In dit geval moet een afweging gemaakt worden op basis van de ouderdom, de esthetische waarde en de materialisering van het betreffende raam. In geval van integrale vervanging moet het nieuwe raam zo veel mogelijk conform het bestaande raam uitgevoerd worden. Ramen die relatief recent zijn toegevoegd of vervangen in een ouder monument in een detaillering die niet aansluit op de architectuur van het monument hebben over het algemeen een indifferente waarde. Deze ramen kunnen meestal vervangen worden door een nieuw raam. Het is dan mogelijk om het beeld en de detaillering te herstellen, zodat deze weer aansluit bij de waarde van het monument. Let op: In de praktijk zal het vaak zo zijn dat het raam (beweegbaar of niet-beweegbaar) als indifferent gewaardeerd wordt, terwijl het kozijn positief gewaardeerd wordt. In dat geval kan vervanging van het raam overwogen worden, maar is dit geen aanleiding om het gehele kozijn te vervangen.

Vensterisolatie

vernieuwen

Oplossingen

Vervanging conform bestaand • Nieuw raam met isolatieglas en geïntegreerde kierdichting; • Nieuw kozijn en raam met isolatieglas en geïntegreerde kierdichting.

Vervanging met gedeeltelijke reconstructie • Nieuw kozijn en raam volgens historisch onderzoek met isolatieglas en geïntegreerde kierdichting.

27

28

vernieuwen

Venster integraal vervangen

Voorwaarden houten raam • Bij het vernieuwen van ramen is er kans om het bestaande detail te verbeteren. De sponning kan bijvoorbeeld dieper worden uitgevoerd en kierdichting kan worden geïntegreerd. • Dikte van het raamhout kan niet onbeperkt aangepast worden. Te grote wijzigingen in het detail zijn onwenselijk. Gevelplastiek (bijvoorbeeld neggediepte) aan de buitenzijde is leidend. Ruimte voor aanpassingen is er hoofdzakelijk aan de binnenzijde. • Aanpassen glassoort/glasdikte aan de mogelijkheid tot verzwaren raamhout. • Pas geen KVT detaillering toe. Dat betekent hoeken niet afronden, geen V-groeven bij aansluiting op horizontale en verticale onderdelen, geen glaslatten, geen ontwateringsopeningen en geen inhaakkozijnen. • Openingswijze als bestaand uitvoeren. • Geen draai-/kiepramen toepassen. • Wiener Sprossen en plakroeden zijn in beginsel niet toegestaan. • Afstandhouders zwart of donker. • In sommige gevallen kan het glas van binnenuit gezet worden met glaslatten. De stopverf profilering wordt dan geïmiteerd in de profilering van het raamhout. • Te behouden kozijnen mogen niet ingrijpend worden aangepast om nieuwe ramen passend te maken of ten behoeve van kierdichting.

* De termen kopiëren, imiteren en verbeteren worden gebruikt in de restauratieladder. Voor meer informatie: Restauratieladder als leidraad - Stichting ERM

Vensterisolatie

vernieuwen

Hang- en sluitwerk • Bijzonder hang- en sluitwerk dient te worden hergebruikt.

Voorwaarden stalen raam • Thermisch ontkoppelde stalen profielen die de bestaande detaillering nauwkeurig benaderen zijn het meest wenselijk. • Afhankelijk van bouwhistorische waarde, de beeldwaarde en de omvang wordt in sommige gevallen overgegaan tot het imiteren van de bestaande vensters. Met een alternatieve detaillering en/of een ander materiaal (ontwerp en technische uitwerking luisteren erg nauw).

29

30

Dakisolatie De vorm, constructie, opbouw en materialisering van een dak zijn bepalend voor het aanzien van een gebouw. Het dak geeft informatie over de bouwtijd, de bouwstijl, de bouwtechniek en de bouwgeschiedenis van het monument. Dit vertegenwoordigt belangrijke monumentale waarde. Monumentale waarde Zorg dat eerst in kaart is gebracht wat de monumentale waarde van dit deel van het monument is. Bij het bepalen van de monumentale waarde kunnen onder andere de volgende vragen behulpzaam zijn: • • • •

Wanneer is het monument gebouwd? Wat is de bouwgeschiedenis van het monument? Is het dak oorspronkelijk of zijn onderdelen al eens vervangen of aangepast? Hoe is het dak uitgevoerd? Let op: - De dakvorm - De dakafwerking: opbouw en materiaal - De dakconstructie

- Detaillering en aansluitingen - De dakafwerking aan de binnenzijde - Daglichtvoorzieningen zoals dakkapellen en dakvensters De monumentale waarde is bepalend voor de verduurzamingsmogelijkheden van het dak. Uitgangspunt is dat de monumentale waarden behouden blijven en dat de isolatiemaatregelen deze waarden niet of zo min mogelijk verstoren. Om te kunnen beoordelen of de voorgestelde isolatiemaatregelen passend zijn voor het betreffende monument zijn de volgende afwegingen van belang: • Is de ruimte onder het dak een onverwarmde ruimte? In dat geval kan het beste gekozen worden voor het isoleren van de zoldervloer in plaats van het isoleren van het dak. Hiermee blijft de monumentale uitvoering van het dak behouden. • Wordt de ruimte onder het dak wel verwarmd? Dan is het het beste om het dak zelf te isoleren. Er zijn twee opties:

31

• Isoleren aan de buitenzijde Uit bouwfysisch oogpunt is isoleren aan de buitenzijde van het dak de beste oplossing. Uit het oogpunt van cultuurhistorie kan plaatsen van de isolatie aan de buitenzijde een oplossing zijn om de dakconstructie aan de binnenzijde in het zicht te kunnen houden. Zeker wanneer de dakconstructie een beeldbepalend element in het interieur is of een bijzondere binnenafwerking met bijvoorbeeld schilderingen of houtsnijwerk heeft, is het van belang dat de dakconstructie behouden en volledig zichtbaar blijft.

bestaande kap aan het zicht onttrekt. Daarom is het van belang om te weten wat de monumentale waarde van de binnenzijde van de kap is. Uit bouwfysisch oogpunt vereist dampdicht isoleren aan de binnenzijde een zeer zorgvuldige uitvoering.

• Isoleren aan de binnenzijde Een andere oplossing is het dak aan de binnenzijde isoleren. Door isolatie aan de binnenzijde te plaatsen blijft de uiterlijke verschijningsvorm aan de buitenzijde van het dak intact. Plaatsing van isolatie aan de binnenzijde heeft wel gevolgen voor de beleving van de kap aan de binnenkant doordat het isolatiemateriaal een deel van de

Materiaal

Welke materialen zijn geschikt voor dakisolatie?

Mineraal: Isolatiemateriaal op basis van gesponnen draden van gesmolten glas (glaswol) of steen (steenwol). Deze materialen zijn dampopen en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Synthetisch: Isolatiemateriaal op basis van synthetische grondstoffen zoals: PIR, PUR, EPS, XPS en resol, maar ook meerlaagse reflecterende folies. Deze hebben een hoge isolatiewaarde, zijn (redelijk) dampdicht en hebben een voor isolatiematerialen lage warmteopslagcapaciteit en een laag vochtregulerend vermogen. Natuurlijk: Isolatiemateriaal op basis van natuurlijke grondstoffen zoals houtwol, gerecycled katoen, hennep, vlas en kurk. De materiaaleigenschappen zijn nogal uiteenlopend. Natuurlijke materialen zijn circulair en sluiten over het algemeen goed aan bij een traditionele bouwwijze. De isolatiewaarde van natuurlijke isolatiematerialen is lager dan minerale of synthetische materialen. Bij een gelijke Rd-waarde is een dikker isolatiepakket nodig.

Meer informatie over isolatiematerialen is beschikbaar bij Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg.

32

Keuzes & afwegingen dakisolatie

AFWEGING 1

Is er een verwarmde zolder aanwezig?

Is dakisolatie aan de buitenzijde mogelijk?

Wordt de ruimte onder het dak verwarmd dan kan het beste het dak zelf geïsoleerd worden.

Ja, indien:

Is de ruimte onder het dak een onverwarmde ruimte? In dat geval kan het beste gekozen worden voor het isoleren van de zoldervloer in plaats van het isoleren van het dak. Hiermee blijft de monumentale uitvoering van het dak behouden.

NEE

JA

• het dak slechts een paar onderbrekingen heeft zoals een dakkapel of schoorsteen en details van aansluitingen op te lossen zijn. (En er dus geen sprake is van een bijzondere kapvorm met veel details zoals torentjes, kleine dakkapellen e.d.); • de goot breed genoeg is; • aansluitingsdetails zijn op te lossen zonder verlies van waarden; • er geen waarden verloren gaan (zoals welvingen), doordat het dakpakket strakker wordt.

JA

NEE AFWEGING 2

Is dakisolatie aan de binnenzijde mogelijk? Ja, indien: • er geen sprake is van een dakconstructie met bijzondere waarde; • er geen sprake is van een bijzondere afwerking zoals beschildering, betimmering et cetera met hoge cultuurhistorische waarde; • de binnenisolatie toepasbaar is met een luchtdichte en dampremmende laag aan de binnenzijde van het isolatiemateriaal. Indien dit niet haalbaar is, is het te risicovol om het dak aan de binnenzijde te isoleren.

NEE

JA

33

Buitenzijde ISOLEREN

BLZ. 34 t/m 37

Binnenzijde ISOLEREN

BLZ. 38 t/m 41

Zoldervloer ISOLEREN

BLZ. 42 t/m 43

34

Buitenzijde ISOLEREN

Dak aan buitenzijde isoleren

Over het algemeen lijkt het isoleren aan de buitenzijde van de kap het eenvoudigst en bouwfysisch het minst risicovol: pannen eraf, een isolatielaag aanbrengen en de pannen er weer op. Uit het oogpunt van cultuurhistorie kan het plaatsen van de isolatie aan de buitenzijde een oplossing zijn om de dakconstructie aan de binnenzijde in het zicht te kunnen houden. Zeker wanneer de dakconstructie een beeldbepalend element in het interieur is of een bijzondere binnenafwerking met bijvoorbeeld schilderingen of houtsnijwerk heeft, is het van belang dat de dakconstructie behouden en volledig zichtbaar blijft. Tegelijkertijd zijn er vanuit cultuurhistorisch oogpunt ook nadelen te benoemen. Door aanpassingen wijzigt de visuele beleving aan de buitenzijde van het monument en wordt de monumentale waarde van het monument soms aangetast. Doordat de dikte van het nieuwe isolatiemateriaal aan de dakopbouw wordt toegevoegd komt de daklijn meer naar buiten te liggen. Hierdoor wijzigen aansluitingen op goten, dakranden, opgaand metselwerk, boeidelen, dakkapellen en schoorstenen. Voorkomen moet worden dat na isolatie de nieuwe daklijn boven opgaand metselwerk uitsteekt, goten verbreed moeten worden of boeidelen ingrijpend gewijzigd moeten worden.

Let er ook op dat met nieuwe beplating de welvingen die in de kap zichtbaar zijn en vaak karakteristiek zijn voor oude panden niet verdwijnen, omdat moderne bouwmaterialen veel rechter en strakker zijn. Indien deze aandachtspunten opgelost kunnen worden zonder verlies van monumentale waarde, dan is dakisolatie aan de buitenzijde de beste keuze.

Meer informatie over bouwfysische en praktische gevolgen bij dakisolatie? Kijk op verduurzamingsrichtlijnen.nl of op de Kennisbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Buitenzijde

Dakisolatie

ISOLEREN

Oplossingen Aan de buitenzijde isolatie toepassen Er zijn verschillende materialen mogelijk, meestal harde platen en afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen folies een goede oplossing zijn. Isolatieplaten

Isolatiefolie

Voorwaarden

---waterlijn, deze moet in gootbodem terechtkomen.

---pannenlijn of daklijn, deze mag niet boven de kopgevels uitkomen.

• Voordat er wordt geïsoleerd dient de bouwtechnische staat van het dak goed te zijn. • De aansluiting op goten, dakkapellen, schoorstenen, daklichten, gevels et cetera wijzigen door het dikkere dakpakket. Te grote wijzigingen verstoren het beeld. • Daklijn dient onder de gevellijn te blijven. • Goot moet breed genoeg zijn om dikker pakket dak kwijt te kunnen. De waterlijn moet in de gootbodem uitkomen. Wanneer een ladder, gelijk liggend met de daklijn, nog net in de gootbodem past is de maximale ophoging bereikt. • Geen goot betekent niet oneindig verhogen. De verhouding in aanzicht kan verstoord worden. • Het verkleinen van goten, door het verhogen van de bodem, verkleint ook de capaciteit van de goten (afvoer hevige stortregen bijvoorbeeld). Houd hier rekening mee. • Aansluitingen zoals bij boeidelen et cetera conform bestaand oplossen. In overleg met de gemeente kan een detail in beperkte mate worden aangepast. • Historische daken kunnen onregelmatig zijn doorgezakt, dit is onderdeel van de karakteristiek. Dit kan de voorkeur voor isolatiemateriaal en isolatiewijze bepalen. Harde isolatieplaten maken een dak strak. Dat kan onwenselijk zijn. • Indien de opbouw van het dak wijzigt dient het gehele dak in een keer te worden aangepast om hoogteverschillen te voorkomen. • Een dampopen waterkerende laag aan de buitenzijde wordt aanbevolen.

Het voorkomt dat vocht van buitenaf in het isolatiemateriaal terecht komt. • Door het dak te isoleren wordt de dampopenheid van de constructie verminderd. Afhankelijk van het gebruik van de ruimte onder het dak dient rekening te worden gehouden met extra ventilatie. • Een dampremmende laag is in de meeste gevallen vereist. Sd-waarde 20 - 100. • Bij toepassing van meerlaagse reflecterende folies dient deze dampopen te zijn (dit kan alleen wanneer de ruimte onder de kap droog is). Als de isolerende werking van een isolatiefolie in de praktijk toch tegenvalt, dan is het fijn als er ook nog aan de binnenzijde kan worden geïsoleerd. Om dat mogelijk te maken mogen meerlaagse reflecterende folies onder de pannen niet dampdicht zijn, omdat de dakconstructie anders in de toekomst zou kunnen worden opgesloten tussen twee dampdichte lagen.

35

36

Buitenzijde

Dak aan buitenzijde isoleren

ISOLEREN

Voorwaarden (vervolg) • De toename in dikte van het gehele dakpakket bedraagt de dikte van de folie plus 30 mm (in verband met de spouw voor een goede werking van de folie). Per type folie kan dit verschillen. • Folies dienen niet te strak te worden gespannen anders komen de verschillende lagen te strak op elkaar waardoor de werking mogelijk wordt verkleind. • Ter plaatse van de tengels is het effect van folies nihil door samenpersing.

Specifiek voor pannendaken • De waterlijn moet in de gootbodem uitkomen. De onderste rij pannen mag niet de goot in knikken. • Wanneer de karakteristieke doorzakkingen van het dak behouden dienen te blijven dan zijn harde isolatieplaten of sandwichpanelen meestal niet passend. De breedte van de platen zorgt voor een strak uiterlijk. Smalle en dunne platen of folies volgen welvingen beter. Doorgaans geldt dit alleen voor oudere daken met oude holle pannen. Moderne pannen dekken strakker en zijn doorgaans op een strak dak gelegd. • Of een dak dat van binnen al is voorzien van isolatie van buitenaf kan worden geïsoleerd, hangt af van de aanwezige dampdichting. Dit dient per geval te worden beoordeeld. • Het toepassen van een isolatiepaneel met verlijmde tengels is alleen technisch uitvoerbaar indien er reeds dragend beschot aanwezig is en diverse aansluitingen de gewijzigde maatvoering aankunnen.

Specifiek bij leien dakbedekking • Bij leien op latten gedekt in maasdekking zijn de specificaties vrijwel gelijk aan de specificaties voor pannendaken. • Buitenisolatie is bij een rijndekking nagenoeg niet mogelijk in verband met de stijglijnen.

Specifiek voor rieten dakbedekking • Een traditioneel gebonden rieten dak heeft een R-waarde van 1,5 (de waarde is vrij laag omdat het dak niet tochtdicht is). Een nieuw schroefdak (gesloten constructie) van circa 28 cm dikte heeft een R-waarde van circa 4,0. Naarmate het dak degradeert verliest het ook een deel van de isolatiewaarden. • Traditioneel gebonden daken die worden geïsoleerd drogen minder goed. Hierdoor wordt de levensduur van het dak verkort.

Buitenzijde

Dakisolatie

ISOLEREN

37

Specifiek voor rieten dakbedekking (vervolg) • Wanneer dakbedekking in zijn geheel vervangen dient te worden kan op de sporen een isolatieplaat worden aangebracht, eventueel geïntegreerd in de schroefplaat. • Bij het aanbrengen van een meerlaagse folie aan de binnenzijde over de sporen moet deze nog worden afgewerkt. Bovendien is de isolatiewaarde van de folie ter plaatse van de sporen nihil, omdat deze wordt samengedrukt. Voordeel is dat het dakpakket niet verder naar buiten komt. • Folie kan ook worden aangebracht door deze in een isolatiespouw aan te brengen tussen beschot en schroefdak. • Een luchtdichte laag zo dicht mogelijk tegen de warme zijde van het isolatiemateriaal is een vereiste. • Het toepassen van een isolatiepaneel is alleen technisch uitvoerbaar indien er reeds een dragend beschot aanwezig is en diverse aansluitingen de gewijzigde maatvoering aankunnen

Specifiek voor metalen dakbedekking • Aan te bevelen is dat de dakbedekking ventilerend wordt aangebracht. Wanneer er niet geventileerd kan worden, is er grote kans op problemen door condensatie. • De dakbedekking zelf is waterdicht, een waterkerende dampopen laag is daarom niet vereist. Optioneel kan deze worden aangebracht om bij een eventuele vochtbelasting van buitenaf (condens of stuifsneeuw) het isolatiemateriaal en het dakbeschot te beschermen. • Metalen dakbedekking ventileert minder dan een met pannen gedekt dak. Eventueel vocht in de constructie en het isolatiemateriaal kan minder makkelijk weg. Een dampremmer aan de warme zijde van het isolatiemateriaal en ventilatie tussen isolatie en dakbedekking is daarom een vereiste. • Sandwichpanelen zijn geschikt voor niet-geventileerde daken, vanwege de geïntegreerde bovenplaat waarop een structuurmat aangebracht kan worden. Bij niet-geventileerde metalen daken moet de dakbedekking goed regendicht zijn, omdat de waterafvoer en de capaciteit van de structuurmat beperkt is. Deze oplossing is daarom niet geschikt voor losanges en alleen toepasbaar bij gefelste of roevendaken.

Specifiek bij platte daken met dampdichte buitenlaag (zoals bitumen of EPDM) • Bij aanbrengen van nieuwe dakbedekking kan het isolatiemateriaal op het beschot of op de bestaande dakafwerking worden aangebracht. Het dak wordt hierdoor hoger waardoor de details van bijvoorbeeld boeidelen moeten worden aangepast. Per geval dient te worden beoordeeld of deze wijziging acceptabel is vanuit het oogpunt van monumentale waarde. • Een mogelijkheid is om het isolatiemateriaal in de nabijheid van de dakrand te verjongen. Verjongen betekent dat het isolatiemateriaal richting de dakranden in dikte afneemt. Hierdoor hoeven details niet of minder te worden aangepast en is het dikkere pakket vanaf maaiveldniveau niet zichtbaar.

38

Binnenzijde ISOLEREN

Dak aan binnenzijde isoleren

Plaatsing van isolatie aan de binnenzijde heeft gevolgen voor de beleving van de kap aan de binnenkant doordat het isolatiemateriaal een deel van de bestaande kap aan het zicht onttrekt. Daarom is het van belang om te weten wat de monumentale waarde van de binnenzijde van de kap is. Wanneer de kapconstructie een bijzondere historische of beeldbepalende waarde heeft is het van belang dat deze in het zicht blijft. Behoud ook een bijzondere historische binnenafwerking zoals bijvoorbeeld een decoratieve afwerking of schildering. Wanneer een historische kap aan de binnenzijde geïsoleerd wordt, heeft het de voorkeur dat de kapconstructie zo veel mogelijk in het zicht blijft. Liefst wordt het isolatiemateriaal tussen de constructie aangebracht. Dit vraagt bijzondere aandacht voor de aansluitdetails. Beoordeel of - bij de keuze voor de wijze van plaatsing - een duidelijke afweging tussen de monumentale waarde en de praktische uitvoerbaarheid is gemaakt.

Een dampremmende laag aanbrengen Dampdicht isoleren aan de binnenzijde vereist een zeer zorgvuldige luchtdichte uitvoering om afdoende afsluiting te kunnen garanderen. Eventuele condensatie vindt plaats aan de koude zijde van de isolatie, waardoor bij isolatie aan de binnenzijde het risico ontstaat dat er vochtproblemen in de dakconstructie optreden. Om dit te beperken moet een dampremmende laag luchtdicht aan de warme zijde van de isolatie worden aangebracht. Een dampremmende laag is meestal een kunststof folie die soms is voorzien van een aluminium cachering. De dampremmende laag kan op of tussen de sporen of gordingen worden aangebracht. Doorbrekingen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Andere kritische punten zijn de aansluitingen bij knooppunten zoals spanten, balken, gordingen et cetera. De naden ter plaatse van de overlapping van de foliebanen en bij de aansluitingen op de dakconstructie en doorvoeren moeten luchtdicht worden afgeplakt met speciale tape. De folie mag niet geperforeerd worden. Indien een luchtdichte afwerking niet overal goed mogelijk is kan binnenisolatie bij een monumentale kap niet toegepast worden.

Meer informatie over bouwfysische en praktische gevolgen bij dakisolatie? Kijk op verduurzamingsrichtlijnen.nl of op de Kennisbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Binnenzijde

Dakisolatie

ISOLEREN

Oplossingen Aan de binnenzijde isolatiemateriaal toepassen tegen het dakbeschot, met luchtdichte dampremmende laag aan de warme zijde van het isolatiemateriaal. Dikte en materiaal kan verschillen, er zijn twee opties:

Tegen sporen / gordingen

Tussen sporen / gordingen

Voorwaarden (algemeen) • GEEN capillair actief systeem. Altijd een dampdicht systeem met een dampremmende laag luchtdicht aan de warme zijde van het isolatiemateriaal. • Voordat er wordt geïsoleerd dient de bouwtechnische staat van het dak goed te zijn. • Het is noodzakelijk dat de binnenzijde goed toegankelijk is. De aansluiting op balken, kapvoet, nok, wanden, doorvoeren et cetera dienen luchtdicht te worden afgewerkt om condensatie te voorkomen. Let op! Er kan makkelijk een uitvoeringsfout worden gemaakt waardoor er luchtlekken ontstaan. • Lukt lichtdicht afwerken niet? Kies dan voor zoldervloerisolatie of isoleren van buitenaf. • Bij isoleren van binnenuit wordt de constructie deels of geheel uit het zicht onttrokken. Afhankelijk van de monumentwaarde kan dit onwenselijk zijn. • Houten kappen kunnen onregelmatig zijn. Wanneer er tussen de sporen of gordingen wordt geïsoleerd dan hebben zachte isolatiematerialen de voorkeur. Deze vullen de ruimte tussen de constructie goed op. Met harde platen is dit lastiger. • Er kan tussen de sporen/gordingen worden geïsoleerd (met of zonder spouw). De constructie blijft dan grotendeels in het zicht. Het juist aanbrengen van de dampdichte laag is dan bewerkelijker. • Wanneer de sporen of gordingen niet in het zicht dienen te blijven kan er tegen de sporen/gordingen worden afgewerkt.

Het isolatiemateriaal wordt tussen de houten constructie geplaatst, de dampremmer en de afwerking kunnen dan over de sporen/ gordingen worden aangebracht. Het juist aanbrengen van de dampdichte laag is dan eenvoudiger. • Deze wijze van isoleren wordt afgeraden wanneer een waterkerende dampdichte laag onder de dakbedekking ontbreekt én er leksporen aanwezig zijn. Eventuele lekkages blijven door de isolatie en de afgewerkte kap sneller onopgemerkt. Een frequentere inspectie is daarom aan te raden. • Door het dak te isoleren wordt de dampopenheid van de constructie verminderd. Bij van binnenuit isoleren is de kans op schade door condensatie in de constructie groter dan bij isoleren vanaf buiten. Ventileren van de ruimte onder het dak is dus van groot belang. • Een dak van binnenuit isoleren dat aan de buitenzijde reeds is geïsoleerd kan risicovol zijn. De constructie kan opgesloten worden tussen twee dampdichte lagen.

39

40

Binnenzijde ISOLEREN

Dak aan binnenzijde isoleren

Specifieke voorwaarden voor pannendaken • Een dampopen waterkerende laag aan de buitenzijde van het beschot wordt aanbevolen om te voorkomen dat vocht van buitenaf in het isolatiemateriaal of de constructie kan komen.

Specifieke voorwaarden voor leien dakbedekking • Van binnenuit isoleren is een optie wanneer er sprake is van rijndekking. Deze wijze van leidekking leent zicht niet voor van buitenaf isoleren, omdat de leien direct op het beschot worden gespijkerd. • Een dampopen waterkerende laag aan de buitenzijde van het beschot wordt aanbevolen om te voorkomen dat vocht van buitenaf in het isolatiemateriaal of de constructie kan komen.

Specifieke voorwaarden voor rieten dakbedekking • Een bestaand dak, schroefdak of traditioneel gebonden, kan aan de binnenzijde worden geïsoleerd. Traditioneel gebonden daken die worden geïsoleerd drogen minder goed. Hierdoor wordt de levensduur van het dak verkort. • Tussen de sporen (met of zonder spouw) wanneer de constructie in het zicht moet blijven. • Indien de sporen niet in het zicht dienen te blijven kan tegen de sporen worden geïsoleerd. Het luchtdicht afwerken is dan eenvoudiger.

Binnenzijde

Dakisolatie

ISOLEREN

41

Specifieke voorwaarden voor metalen dakbedekkingen • Enkel toepassen wanneer de dakbedekking geventileerd is aangebracht. • Niet-geventileerde dakconstructie niet van binnenuit isoleren. Zowel de metalen dakbedekking als de folie zijn dampdicht. Als je toch van binnenuit gaat isoleren ontstaat er een onaanvaardbaar risico - hoe goed de dampremmer ook wordt aangebracht doordat inwendige condensatie niet meer weg kan. • Wanneer de dakbedekking nieuw moet worden aangebracht dan kan deze ventilerend worden aangebracht. Dan kan er wél vanuit binnen worden geïsoleerd.

Specifieke voorwaarden voor platte daken met dampdichte afwerking zoals bitumen of EPDM • Enkel toepassen wanneer de dakbedekking geventileerd is aangebracht. • Niet-geventileerde dakconstructie niet van binnenuit isoleren. Zowel de bitumen of EPDM dakbedekking als de folie zijn dampdicht. Als je toch van binnenuit gaat isoleren ontstaat er een onaanvaardbaar risico - hoe goed de dampremmer ook wordt aangebracht - doordat inwendige condensatie niet meer weg kan. • Wanneer de dakbedekking nieuw moet worden aangebracht dan kan deze ventilerend worden aangebracht. Dan kan er wél vanuit binnen worden geïsoleerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966671/1