4. Bijlage 3: Ontwerp Waterschapsverordening 2023
Tekst van het document
Paragraaf X.1.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag Subparagraaf X.1.2.1 Beoordelen vergunningaanvraag algemeen Artikel X.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het uitvoeren van een activiteit, als dat in deze verordening is aangegeven bij de artikelen voor die activiteit. Artikel X.2a Minimaal 90 millimeter neerslag opvangen 1 Is de toename van hard oppervlak in het plangebied meer dan 5000 m², dan moet de initiatiefnemer ervoor zorgen dat in 24 uur minimaal 90 millimeter neerslag kan worden opgevangen binnen dat plangebied. 2 De initiatiefnemer vangt, als het redelijkerwijs mogelijk is, minimaal 20 millimeter van de 90 millimeter neerslag uit lid 1 op in de bodem. 3 Is het peilvak groter dan het plangebied waarin de initiatiefnemer het hard oppervlak maakt, dan wordt het bestaande oppervlaktewater uit dat peilvak in de juiste verhouding aan het plangebied toegekend. Artikel X.3 Maken van extra waterberging 1 De initiatiefnemer moet extra waterberging maken als het hard oppervlak 500 m2 of groter is. 2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. de toename aan hard oppervlak maximaal 1 jaar aanwezig blijft en niet zorgt voor wateroverlast, en/of; b. het hard oppervlak lijnvormig is en neerslag niet versneld in het oppervlaktewater stroomt, en/of; c.
het hard oppervlak zo wordt gemaakt dat de neerslag helemaal in de bodem zakt. Artikel X.4 Wanneer wordt de waterberging gemaakt 1 De waterberging moet eerder dan of tegelijk met het nieuwe hard oppervlak worden gemaakt. 2 De waterberging is maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak gemaakt.
3 De waterberging is niet gemaakt of ingezet om te voldoen aan een andere verplichting. 4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. het technisch niet mogelijk is de nieuwe waterberging eerder dan of tegelijk met het nieuwe hard oppervlak te maken, en; b. er geen wateroverlast ontstaat als de nieuwe waterberging op een later tijdstip wordt gemaakt. Artikel X.5 Plaats van de waterberging 1 Als de neerslag in oppervlaktewater van een polder komt, wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak waarin de neerslag in het oppervlaktewater komt. 2 Als de neerslag in oppervlaktewater van de boezem komt, wordt de waterberging gemaakt binnen 5 kilometer van de plaats waar de neerslag in het oppervlaktewater komt. 3 Als de neerslag in oppervlaktewater met een verhoogd waterpeil komt, wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak van dit oppervlaktewater. De waterberging heeft een waterpeil zoals in het peilbesluit is vastgesteld. 4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1, lid 2 of lid 3 als: a. er te weinig ruimte is om de waterberging op de voorgeschreven plaats te maken, en; b. het maken van de waterberging op een andere plaats niet zorgt voor wateroverlast.
Subparagraaf X.1.2.2 Oppervlaktewater als waterberging Artikel X.6 Nieuw oppervlaktewater als waterberging 1 Het nieuwe oppervlaktewater heeft een oppervlakte dat minimaal even groot is als 15% van de toename in het hard oppervlak. 2 De toename van hard oppervlak is het nieuwe hard oppervlak min het verwijderde hard oppervlak. 3 hard oppervlak dat maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van nieuw hard oppervlak is verwijderd, mag van het nieuwe hard oppervlak worden afgetrokken als: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of;
b. de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt. 4 Verwijderd hard oppervlak mag worden afgetrokken als het tussen de 5 en 10 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak is verwijderd, er geen wateroverlast ontstaat en: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b. de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt. Artikel X.6a Flexibel waterpeil Is de toename van hard oppervlak in het plangebied meer dan 5000 m², dan maakt de initiatiefnemer, als het redelijkerwijs mogelijk is, het nieuwe oppervlaktewater geschikt voor een flexibel waterpeil met een verschil van 30 centimeter tussen het hoogste en laagste peil. Artikel X.7 Waterberging afschrijven van de Berging Rekening Courant 1 Er hoeft geen nieuw oppervlaktewater te worden gemaakt als het oppervlak wordt afgeschreven van een Berging Rekening Courant. 2 In uitzondering op artikel X.4, lid 2 mag ook een tegoed dat langer dan 5 jaar op de Berging Rekening Courant staat, worden afgeschreven.
Subparagraaf X.1.2.3 Andere manier om waterberging te maken Artikel X.8 Neerslag komt niet in oppervlaktewater Als de neerslag van een nieuw hard oppervlak niet in het oppervlaktewater terecht kan komen, staat Rijnland een andere manier van waterbergen toe. Artikel X.9 Binnen aangewezen gebied tot en met 50.000 m² Rijnland staat een andere manier van waterbergen toe als: a. dit gebeurt in een door Rijnland aangewezen gebied met andere manieren voor extra waterberging, en; b. niet meer dan 50.000 m² hard oppervlak wordt gemaakt. Artikel X.10 Binnen aangewezen gebied meer dan 50.000 m² Rijnland staat een andere manier van waterbergen toe als: a. dit gebeurt in een door Rijnland aangewezen gebied met andere manieren voor extra waterberging, en; b. meer dan 50.000 m² hard oppervlak wordt gemaakt, en; c. de waterberging voor minimaal 80% wordt gemaakt als nieuw oppervlaktewater of wordt afgeschreven van een Berging Rekening Courant.
Artikel X.11 Buiten aangewezen gebied Rijnland staat een andere manier voor waterbergen toe als: a. dit gebeurt in een gebied zonder andere manieren voor extra waterberging, en; b. het redelijkerwijs niet mogelijk is om voldoende nieuw oppervlaktewater te maken. Artikel X.12 Grootte van de waterberging 1 Als neerslag in het oppervlaktewater kan komen, dan kan de waterberging minimaal 55 liter per m² toename hard oppervlak bergen. 2 De afvoer van de waterberging is 0,6 liter per uur per m² toename hard oppervlak . 3 De toename van hard oppervlak is het nieuwe hard oppervlak min het verwijderde hard oppervlak. 4 Verwijderd hard oppervlak mag worden afgetrokken als het maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak is verwijderd en: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b. de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt. 5 Verwijderd hard oppervlak mag worden afgetrokken als het tussen de 5 en 10 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak is verwijderd, er geen wateroverlast gaat ontstaan en: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b.
de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt.
Paragraaf X.1.3 Voorschriften in de vergunning Artikel X.13 Voorschriften in de vergunning In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. de plaats en de afmetingen van het hard oppervlak; b. de plaats waar de neerslag in het oppervlaktewater stroomt; c. de plaats, afmeting, constructie en bediening van de extra waterberging; d. de volgorde in het maken van de extra waterberging en het hard oppervlak.
Afdeling X.2 Voorwaarden zonder vergunning waterberging bij maken hard
oppervlak Artikel X.14 Wanneer gelden deze voorwaarden De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor een activiteit, als dat staat in het hoofdstuk over die activiteit. Artikel X.15 Wat moet de initiatiefnemer melden 1 In de melding staan de gegevens uit artikel 3.4. 2 Bij de melding zit een situatietekening met een schaal van ten minste 1:200. Op deze situatietekening staat de volgende informatie: a. de plaats en het aantal m² van het nieuwe hard oppervlak; en b. de plaats het aantal m² van het nieuwe oppervlaktewater; en c. de plaats waar de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in het oppervlaktewater stroomt. 3 Gebruikt de initiatiefnemer eerder verwijderd hard oppervlak, dan zit bij de melding: a. een bewijs van het verwijderen van dit hard oppervlak; en b. een bewijs van toestemming van de eigenaar. Dit geldt als het hard oppervlak is verwijderd van een perceel waarvan de initiatiefnemer geen eigenaar is. 4 Maakt de initiatiefnemer gebruik van de Berging Rekening Courant, dan zit bij de melding: a. een bewijs dat er betaald is, of: b. een toestemming van de eigenaar/beheerder van deze Berging Rekening Courant. 5 Gebruikt de initiatiefnemer eerder gegraven oppervlaktewater, dan zit bij de melding: a. een bewijs dat er betaald is, of: b. een toestemming van de eigenaar van het eerder gegraven oppervlaktewater.
Artikel X.16 Maken van waterberging 1 De initiatiefnemer maakt nieuw oppervlaktewater. 2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. de toename aan hard oppervlak maximaal 1 jaar aanwezig blijft en niet zorgt voor wateroverlast, en/of; b. het hard oppervlak lijnvormig is en de neerslag niet versneld in het oppervlaktewater stroomt, en/of;
c. het hard oppervlak zo wordt aangelegd dat de neerslag helemaal in de bodem zakt. Artikel X.17 De grootte van de waterberging 1 Het nieuwe oppervlaktewater heeft een oppervlakte dat even groot is als 15% van de toename in het hard oppervlak. 2 De toename van hard oppervlak is het nieuwe hard oppervlak min het verwijderd hard oppervlak. 3 De initiatiefnemer mag verwijderd hard oppervlak alleen aftrekken van het nieuwe hard oppervlak als het maximaal 5 jaar voor de melding voor het maken van hard oppervlak is verwijderd en: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b. de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt. 4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 3 als: a. het af te trekken hard oppervlak maximaal 10 jaar geleden is verwijderd, en; b. het aftrekken van verwijderd hard oppervlak geen probleem geeft voor het watersysteem. Artikel X.18 Afschrijving van de Berging Rekening Courant Een initiatiefnemer hoeft geen nieuw oppervlaktewater te maken voor het oppervlak dat wordt afgeschreven van een Berging Rekening Courant.
Artikel X.19 Wanneer wordt de waterberging gemaakt 1 Het nieuwe oppervlaktewater is maximaal 5 jaar voor de melding voor het maken van hard oppervlak gemaakt. 2 Het nieuwe oppervlaktewater is niet gemaakt om te voldoen aan een andere verplichting. Artikel X.20 Plaats van de waterberging 1 Als de neerslag in oppervlaktewater van een polder komt, wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak waarin de neerslag in het oppervlaktewater komt. 2 Als de neerslag in oppervlaktewater van de boezem komt, wordt de waterberging gemaakt binnen 5 kilometer van de plaats waar de neerslag in het oppervlaktewater komt. 3