4. Bijlage 3 Haarlemse Routekaart Duurzaamheid Route voor CO2-reductie
Tekst van het document
Inwoners Mensen veroorzaken de meeste schade aan het klimaat in de keten. Het kopen van spullen heeft de grootste impact. Van kleding, tot telefoons en meubels. Het winnen van grondstoffen, de productie en het transport kost veel energie. Daar komt bij dat de wereldbevolking groeit. De samenleving consumeert steeds meer en producten gaan minder lang mee. Zo ontstaan problemen als afval, ongezonde lucht, bodem en slechte waterkwaliteit. Bedrijven en instellingen Gemeenten hebben een groot belang bij een circulair bedrijfsleven. De gevolgen en kansen van zo’n economie gaan over onderwerpen als: stimulering van de regionale economie, werkgelegenheid en tegengaan van milieueffecten (zoals afval, stikstof, CO2- en andere uitstoot). Thema’s waarvan
decentrale overheden de rekening betalen of de vruchten van plukken. De urgentie voor bedrijven om met een circulaire economie aan de slag te gaan wordt steeds groter. Hun klanten vinden het een steeds belangrijker onderwerp. Daarbij worden materialen duur en schaars en regelgeving strenger. Financieel biedt circulaire economie het bedrijfsleven nu al voordelen: leningen worden voordeliger omdat banken hun geld vooral nog in toekomstbestendige bedrijven willen stoppen. In de toekomst is het misschien zelfs onmogelijk om nog een lening te krijgen als circulaire overwegingen niet worden meegenomen. Bedrijven die zich niet snel genoeg aanpassen vallen om.
Doelstelling en prognose In 2016 committeerde Nederland zich aan twee belangrijke doelstellingen: een 100% circulair Nederland in 2050, waarvan 50% gerealiseerd is in 2030. Haarlem heeft de doelstelling gesteld om zelf al in 2040 een circulaire stad te zijn. Achter deze doelen gaat een grote urgentie schuil. In het landelijke uitvoeringsprogramma en de vijf transitieagenda’s die in 2018 zijn vastgesteld staat wat er landelijk gedaan wordt om voor deze vijf sectoren de transitie op te starten. Daarnaast hebben de decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) zich verplicht om de transitie naar een circulaire economie te versnellen bij het ondertekenen van het Grondstoffenakkoord in 2017. Deze impact telt niet direct mee bij de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, maar zijn wel een zeer belangrijk onderdeel van de klimaatimpact van Haarlem.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
29
Intensivering is nodig en de cruciale rol van decentrale overheden Nederland beweegt op dit moment eerder weg van een circulaire economie dan naar een circulaire economie toe. Ondanks vele initiatieven en de toenemende bekendheid van de circulaire economie. Er is dus stevige inzet nodig om Nederland leefbaar te houden en de economie draaiende. Haarlem draagt hier al op verschillende niveaus en met wisselende rollen aan bij. Door anders om te gaan met bouwprojecten en anders te handelen binnen de eigen organisatie kan Haarlem een verandering teweegbrengen in de ketens. Door het eigen handelen te veranderen en door in te zetten op activiteiten met de bewoners en ondernemers in de stad vermindert de klimaatimpact van Haarlem . Op lokaal niveau ontbreken nog de cijfers voor een jaarlijkse monitoring. Voor circulaire economie is in 2021 voor het eerst een landelijke monitoringsrapportage verschenen (PBL, 2021). Voor Haarlem zijn deze cijfers nog niet beschikbaar. Daarom zijn voor deze routekaart haalbare en meetbare doelstellingen voor de komende jaren, 2030 en 2040 opgesteld. Deze doelstellingen vertegenwoordigen meetbare inspanningen om bij te dragen aan de transitie naar een circulaire economie. Het zijn bereikbare doelstellingen op de lokale schaal. Sommige vragen intensieve samenwerking in de regio en groter.
Haarlems beleid Via drie pijlers zet Haarlem zich momenteel in om de directe en indirecte emissies terug te dringen. • Pijler 9 Ketentransitie Eigen organisatie
• Pijler 10 Ketentransitie bewoners • Pijler 11 Ketentransitie bedrijven en instellingen
Pijler 9: Ketentransitie eigen organisatie De gemeentelijke organisatie beïnvloedt de reductie van CO2 in de keten met: • certificering CO2 Prestatieladder
gericht op het verminderen van gas. Met de CO2 Prestatieladder heeft de gemeentelijke organisatie inzicht in de eigen footprint. Ook worden maatregelen genomen om de directe uitstoot te verminderen. Dit past bij het huidige niveau van certificering op trede 3.
Gemeentelijke inkoop van goederen, werken en diensten
• duurzaam Grond, weg en waterbouw
Het gemeentelijk inkoopbeleid is een strategisch instrument om een bijdrage te leveren aan beleidsdoelen op het gebied van lokale, sociale en ecologische duurzaamheid. De gemeente Haarlem koopt jaarlijks voor circa 250 miljoen euro per jaar aan goederen, producten en diensten in.
• circulair/biobased bouwen
INFO-SQUARE
• gemeentelijke inkoop van goederen, werken en diensten • verduurzaming eigen vastgoed
• verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen • leerlijn Duurzaamheid CO2 Prestatieladder De gemeente Haarlem heeft zich eind 2020 laten certificeren op niveau 3 van de CO2-Prestatieladder: een CO2-managementsysteem dat inzicht geeft in de CO2-uitstoot en duidelijke maatregelen en doelen opstelt om deze te verminderen.
INFO-SQUARE Ook wordt de ladder toegepast bij aanbestedingen van werken en projecten. De gemeente heeft gekeken naar de CO2-uitstoot van de organisatie en heeft onderzoek gedaan naar het wagenpark, zakelijk vervoer, de openbare verlichting, gemeentelijk vastgoed en gemeentelijke huisvesting. Het gasverbruik speelt de grootste rol in onze CO2-uitstoot in 2018 en 2019. De maatregelen die de gemeente neemt om de CO2-uitstoot te verminderen zijn dan ook onder andere
In het voorjaar van 2021 is het Strategisch Inkoopbeleid 2021 van de gemeente Haarlem vastgesteld. Dit beleid stelt inkoopdoelstellingen langs drie pijlers: 1. Lokaal: Versterking lokale economie 2. Sociaal inkopen (SROI) 3. Duurzaamheid: circulair, MVI, klimaatbewust De gemeente Haarlem heeft, samen met andere gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, de ambitie om in 2022 10% circulair in te kopen en in 2025 50%. Doelen per inkoopcategorie Met het vaststellen van het strategische beleid wordt gewerkt aan het opstellen van doelen per inkoopcategorie. Het doel is om twee à drie categorieplannen per jaar op te stellen. Inkoopcategorieën zijn bijvoorbeeld Grond-, weg- en waterwerken, diensten, gebouwen, Sociaal Domein, OV-concessies en Automatisering en Telecommunicatie. Ervaring uit andere gemeenten en overheden laat zien dat de gemeente met name een hoge milieu-impact heeft vanuit haar maatschappelijk vastgoed, openbare ruimte (Duurzaam GWW), mobiliteit en energie. Via klimaatneutrale inkoop van met name werken en goederen, kan de uitstoot van CO2 reduceren. Door
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
30
bijvoorbeeld het aanschaffen van energiezuinige apparatuur, het verlengen van de levensduur of door het aanpassen van de eisen aan de werken en goederen kan hier winst worden geboekt.
Duurzaam Grond Weg en Waterbouw Gezien de grote impact van de Grond, Weg en Waterbouw op de milieudruk veroorzaakt door CO2-emissies en grondstoffengebruik is dit een aparte categorie. Haarlem heeft het landelijk Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, wat leidde tot een MVI-actieplan, en de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 ondertekend. Deze greendeal wil duurzaamheid borgen in de hele aanbestedingsprocedure van de Grond- weg- en waterbouw én een duurzame aanpak ontwikkelen aan de hand van projecten en praktijkervaringen.
INFO-SQUARE Voor aanleg en onderhoud van de openbare ruimte worden de tools zoals die aangereikt worden in de methode Duurzaam GWW 2.0 toegepast. Hierbij worden grote hoeveelheden opgeslagen CO2 verwerkt in grondstoffen. Ook vindt er directe emissie plaats bij transport en bijvoorbeeld het verwarmen van asfalt bij aanleg. De systematiek van de Duurzaam GWW 2.0 is erop gericht om de milieudruk in de GWW-sector te verlagen in het hele proces van ontwerp tot uitvoering en gebruik. Binnen de Haarlemse werkwijze zijn ook al stappen gezet om dit proces te verbeteren. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een grondstoffenplan bij de werken en wordt er een digitale circulaire hub gebruikt om hergebruik van materialen in dezelfde functie te bevorderen. Zo wordt veel onnodige emissie van CO2 voorkomen. Voor projecten van de gemeente in de openbare ruimte is in februari 2021 een grondstoffenplan opgesteld. Dit plan biedt handvatten voor projectleiders om duurzaamheid op een goede wijze te integreren in concrete projecten. Hiervoor zijn Kritieke Prestatie Indicatoren geïdentificeerd. Het
grondstoffenplan bevat hiernaast een uitgebreid overzicht hoe een projectleider deze indicatoren in zijn of haar project mee kan nemen. Voor het managementsysteem (GBI) dat hiervoor gebruikt wordt is een werkprotocol hoe het materiaalgebruik mee te nemen, zodat hiermee meer inzicht is in de materialen die in de openbare ruimte zijn. Door vroegtijdig een beeld te hebben van de vrijkomende materialen bij het uitvoeren van een werk kan actief gezocht worden voor hergebruik van deze materialen. Met de ontwikkeling van een mobiele applicatie moet het mogelijk worden dat alle partners in een project inzicht krijgen in de vrijkomende materialen bij gemeentelijke werkzaamheden die op dat moment worden uitgevoerd. De inzet is dat er een koppeling wordt gemaakt met de digitale grondstoffenbank.
Kritieke prestatie indicator (KPI)
Milieukosten gereduceerd t.o.v. referentieoplossing
% verbetering hergebruik coëfficiënt t.o.v. referentieoplossing ton CO2 gereduceerd t.o.v. referentieoplossing
Gemeente Haarlem heeft het convenant Green Deal Houtbouw ondertekend. Met het ondertekenen van het convenant spant Haarlem zich in, gezamenlijk met zowel publieke als private partijen, een schaalsprong in houtbouw te stimuleren. De schaalsprong moet ervoor zorgen dat er vanaf 2025 in de MRA voor minimaal 20% in houtbouw wordt gerealiseerd. Deze schaalsprong is nodig om de materiaaltransitie, die achter loopt op de energietransitie, te versnellen.
INFO-SQUARE
Tabel 5: De kritieke succesfactoren met eis of wens
thermometer-three-quarters
Circulair/biobased bouwen
thumbs-up
tasks
Kritieke succesfactoren
Eis of Wens
Milieukosten verminderen
Wens
Materiaalgebruik verminderen
Eis
Gebruik secundaire materialen
Eis
Hoogwaaçrdig hergebruik
Eis
Inzicht in materiaalstromen
Eis
Modulair bouwen
Wens
CO2-uitstoot mitigeren
Wens
Onze gebouwen bestaan nu nog uit grote hoeveelheden, vaak zware, fossiele materialen zoals steen, beton, cement en staal. De winning, bewerking en het transport hiervan, zijn een grote belasting voor de aarde. Om een schone, veilige leefomgeving voor toekomstige generaties te behouden, gaat het roer om. We moeten zorgen dat grondstoffen in de keten van de bouw zoveel mogelijk behouden blijven en er meer gebruik gemaakt gaat worden van biobased materialen, waaronder hout. Hout is lichter en levert minder stikstof-uitstoot op. Het is gezonder, je kunt er veel beter mee prefabriceren en het kan ook echt als motor fungeren voor de woningbouwtransitie. Volgens het VN-rapport uit 2020 ‘Global status report for buildings and construction ’ is de bouwsector wereldwijd verantwoordelijk voor 10% van de CO2 uitstoot. Hernieuwde bouwmethoden met hergroeibare materialen dragen bij aan een klimaat neutrale samenleving. Doordat hout en andere biobased materialen CO2 opslaan is er dubbele winst: CO2 wordt uit de lucht gehaald en voor langere tijd opgeslagen, daarnaast is er minder sprake van uitstoot tijdens de productie.
Verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen De gemeente heeft naast de activiteiten bij de gemeentelijk inkoop ook invloed op de werkwijze
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
31
van vennootschappen en coöperaties, in gemeenschappelijke regelingen en met organisaties met een groot subsidiebedrag (> 500.000 euro/j). In 2021 zijn voor deze 34 partijen/regelingen de duurzaamheidsgegevens opgevraagd. Voorbeelden zijn SRO, Spaarnelanden en de Veiligheidsregio.
INFO-SQUARE In de afspraken met verbonden partijen kan de gemeente meedenken over hoe deze partijen hun inkoop vormgeven of omgaan met de verwerking van het afval. Ook kan de gemeente deze partijen verzoeken om inzicht te geven in hun ketenverantwoordelijkheid. Bij het vaststellen van de Kadernota 2022 en Voortgangsrapportage 2021 is het besluit genomen dat de beleidsvoornemens op het gebied van duurzaamheid bij de verbonden partijen wordt uitgevraagd en dat er een minimum basisnorm wordt opgesteld aan de duurzaamheid informatievereisten voor verbonden partijen waar de gemeente een aanzienlijk belang heeft met een relatief grote impact.
Leerlijn Duurzaamheid Het werkveld van duurzaamheid is enorm in ontwikkeling. Dat vergt het toepassen van actuele kennis van de duurzaamheidsaspecten bij het opstellen van beleid en het formuleren van projecten. Hiervoor is er een continue aandacht voor bijscholing nodig. Daarom is voor medewerkers een leerlijn ontwikkeld die met behulp van HRM wordt opgezet.
Pijler 10: Ketentransitie bewoners en pijler 11: Ketentransitie bedrijven en instellingen De gemeente Haarlem heeft beperkt invloed op de ketenemissies van bewoners en bedrijven in de stad. De pijlers van bewoners en ondernemers kunnen
niet los van elkaar worden gezien. Alle Haarlemmers hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Om tot een circulaire economie te komen is samenwerking binnen de stad en buiten de stad noodzakelijk. Door veranderingen in de hele keten levert de transitie naar een circulaire economie een belangrijke bijdrage aan een duurzame economie én een beter leefklimaat. Dit vereist innovatie en samenwerking. Deze transitie start lokaal. Daarom werkt de gemeente Haarlem op verschillende niveaus aan circulaire economie. Hierbij betrekken we onze partners intensief, zoals ondernemers en inwoners. Haarlem is zich bewust van haar invloed en wil dan ook de juiste rol pakken binnen onze ketenverantwoordelijkheid. Dit betekent dat Haarlem op verschillende momenten andere rollen en manieren van beïnvloeden kent. Haarlem heeft bijvoorbeeld een leidende rol in het programma Urban Agenda Innovative and Social Public Procurement. Deze inzet vertaalt zich naar kansen binnen de gemeentegrenzen. Bijvoorbeeld de deelname aan EU Cities 2030, waarin Haarlem zich samen met 41 andere Europese partners inzet om het lokale voedselsysteem te verduurzamen. Inzet in Europees verband Voor een transitie naar een circulaire economie is schaalgrootte en kennisontwikkeling van belang. Daarom heeft Haarlem de afgelopen jaren ingezet op een positie binnen Europa.
Deze jarenlange inzet zorgt ervoor dat de gemeente Haarlem bekend staat als één van de trekkende partijen met kennis van zaken. Dit maakt Haarlem interessant voor Europese samenwerkingsverbanden en om te benaderen bij bijvoorbeeld het aanvragen van subsidies.
INFO-SQUARE Inzet Haarlem op Europese programma's: • Haarlem heeft een leidende rol in het programma Urban Agenda Innovative and Social Public Procurement. Binnen dit programma wordt op Europees niveau kennis gedeeld over maatschappelijk verantwoord inkopen met een focus op circulair inkopen vanuit Haarlem. • Haarlem heeft de Circular Cities Declaration ondertekend. Daarmee is Haarlem lid van een samenwerkingsverband van Europese steden om kennis te delen op het vlak van circulariteit en mogelijk in de toekomst nauwer te samenwerken. • Haarlem is onderdeel van de Big Buyer for Climate and Environment, een samenwerking met grote gemeenten om kennis te delen op het vlak van met name circulair bouwen in de Grond weg en waterbouw. • Haarlem is voorzitter van de werkgroep Circular Procurement Eurocities • Haarlem neemt deel aan het Horizon project: Cities 2030. In samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam en 41 andere partijen uit Europa is dit een samenwerkingsverband met partners om duurzame voedselkeuzes te stimuleren, biodiversiteit te vergroten en kortere (soms lokale) ketens te stimuleren. Het ingediende voorstel “FOOD 2030-Empowering cities as agents of food system transformation” heeft als doel om steden en regio's te helpen bij het implementeren van duurzame voedselsystemen.
Bestaande “Living Labs” in Haarlem worden versterkt en er wordt onderzocht of er nieuwe opgestart kunnen worden. Ook de verbinding tussen de verschillende voedselsystemen op lokaal en regionaal niveau moet het mogelijk maken om door te groeien naar een volwassen (gamma) systeem.
Inzet in Nederlands verband Op nationaal niveau is Haarlem de afgelopen jaren actief geweest op verschillende onderdelen. Haarlem doet bijvoorbeeld mee aan de City Deal Impact Ondernemen en Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Een City Deal is een thematische samenwerking waarin gemeenten, het Rijk, private
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
32
partijen, kennisinstellingen en andere organisaties op basis van gelijkwaardigheid werken aan innovatieve oplossingen voor complexe stedelijke opgaven. Dit geeft Haarlem de mogelijkheid om zich nationaal te positioneren.
programma betrokken. Deze regeling wordt op dit moment inhoudelijk opgetuigd. • Haarlem neemt deel aan de nationale Buyer Group ICT. In dit samenwerkingsverband past de (inter)nationale circulaire ICT kennis toe in eigen aanbestedingen ICT. Haarlem zal onder andere met de hier opgedane kennis in 2022 de ICT opnieuw aanbesteden.
INFO-SQUARE Inzet Haarlem op nationale programma's en deals: • Haarlem heeft de City Deal Gezonde en Duurzame Voeding ondertekend. Met drie werklijnen zet de City Deal in op een gezonder en duurzamer aanbod in het straatbeeld, gezonde en duurzame voedselroutines en het stimuleren van lokaal voedsel en de korte keten. Haarlem is samen met Amsterdam de trekker van deze laatste pijler; lokaal voedsel en de korte keten. • In 2020 is het Actieprogramma Impact Ondernemen 2020 – 2024 vastgesteld. Dit programma beoogt de trend naar maatschappelijk betekenisvol ondernemen te versterken. In het verlengde daarvan heeft Haarlem heeft de City Deal Impact Ondernemen ondertekend. Partijen spreken af om elkaar ruimte voor experimenten te bieden om zo van elkaar te leren en knelpunten in het betekenisvol ondernemen weg te nemen. Haarlem pakt haar rol als centrumgemeente en betrekt hier ook de regiogemeenten in. Zo komen er meer kansen voor ondernemers in de betekeniseconomie. • Deelname aan de Provinciale regeling GO!-NH. In dit accelerator programma voor het MKB biedt de provincie Noord-Holland start- en scale-ups de gelegenheid om via een intensief traject versnelling aan te brengen in hun bedrijfsontwikkeling, waarbij bijzondere aandacht is voor duurzame en circulaire businessmodellen. Haarlem levert coaches die de deelnemers ondersteunen in dit programma.
• SPRONG-regelingen zijn langdurige samenwerkingsafspraken tussen Hogescholen, lokale overheden en het bedrijfsleven met als doel het creëren van hoogwaardige onderwijs- en onderzoekecosystemen. Haarlem neemt deel aan een deze regeling in partnerschap met drie Hogescholen waaronder de Hoogeschool van Amsterdam en lokale partner het Bouwlab Haarlem. In dit traject komen onderwerpen als circulair bouwen en arbeidsmarkt aspecten van duurzame bouwketens aan de orde. Ook lokale onderwijsinstellingen InHolland en het Novacollege zijn bij het
Haarlemse bijdrage aan de ROM InWest Op 8 oktober 2021 vond de lancering plaats van de ROM InWest, de nieuwe regionale ontwikkelingsmaatschappij voor de regio MRA/Noord Holland Noord. ROMs hebben de doelstelling het regionale economische ecosysteem te versterken en ondersteunen hiertoe het regionale MKB met business development en hulp bij toegang tot financiering. Ook voeren de ROMs diverse (financiële) rijksregelingen uit, zoals bijvoorbeeld de verdeling van de coronagelden ter ondersteuning van de ondernemers.
INFO-SQUARE ROM InWest zal ook beschikken over een investeringsfonds van 100 miljoen euro voor MKB-financieringen die gericht zijn op innovatieve duurzame en circulaire businessmodellen. Daarnaast is er een fonds van 60 miljoen euro voor overige MKB-financieringen. De gemeente Haarlem heeft 5,5 miljoen bijgedragen aan het vermogen van de fondsen en is daarmee stemgerechtigd aandeelhouder in de ROM InWest. Met deze deelname investeert Haarlem niet alleen in de circulaire transitieopgaven maar ook in de lokale en regionale economische infrastructuur.
Inzet in de Metropoolregio Amsterdam In de MRA vervult Haarlem een trekkende rol binnen het programma Circulaire Economie. Wanneer 32 gemeenten, de provincie Noord-Holland en
Flevoland gezamenlijk optrekken kan er echt een verschil worden gemaakt. Een voorbeeld is de samenwerking op circulair inkopen en aanbesteden. Het gaat om het inzetten van de gezamenlijke inkoopkracht. Dit is gezamenlijk 4 miljard per jaar. In 2022 moet 4 miljoen daarvan circulair zijn; in 2025 de helft, namelijk 2 miljard en in 2030 moet de volledige inkoopkracht circulair zijn (4 miljard euro).
INFO-SQUARE Het MRA Programma Circulaire Economie bestaat uit meerdere werkgroepen, waarbij Haarlem deelneemt aan de volgende groepen: • Projectgroep Circulaire Economie: binnen deze projectgroep zijn bijvoorbeeld de afspraken voor de Duurzaamheid Top tot stand gekomen. Een voorbeeld hiervan is dat Haarlem samen met andere gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam de ambitie heeft uitgesproken ervoor te zorgen dat er in 2025 voor ten minste 20% aan houtbouw wordt gebouwd. Daarnaast fungeert de projectgroep als klankbordgroep. • Haarlem is lid van Cirkelstad en neemt deel aan het Regionaal Programma Cirkelstad. Cirkelstad is een landelijk platform voor organisaties in de circulaire bouwsector. • Werkgroep Circulair Textiel: het herbruikbare deel textiel uit huishoudelijk textiel brengt steeds minder geld op. Door de coronacrisis is deze situatie verergerd. De prijs voor deze ‘grondstof’ is inmiddels extreem laag, waardoor initiatieven en bedrijven hun businesscases rondom circulair textiel moeilijk rond krijgen. Met deze werkgroep vindt een samenwerking binnen de MRA plaats op het gebied van textielsortering en -verwerking (binnen de contracten met huidige partners). Haarlem doet mee met de Denim Deal en hebben de afspraak Circulair Textiel op de Duurzaamheid Top 2021 ondertekend.
• Werkgroep Circulair Inkopen en opdrachtgeverschap: binnen deze werkgroep worden best practices gedeeld en handreikingen circulair inkopen voor specifiek productgroepen opgesteld. Ook worden gezamenlijke marktconsultaties gedaan. • Netwerk Voedsel Verbindt: Haarlem is onderdeel van dit
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
33
activerende platform dat een overzicht biedt van relevante initiatieven, ontwikkelingen, projecten en partijen uit de regio. Haarlem neemt deel aan de werkgroep Circulaire Voedseleconomie waarin o.a. de ervaringen met de koplopergroep Circulaire Restaurants met de andere partners worden gedeeld. Deze koplopergroep is een door de gemeente Haarlem geïnitieerd samenwerkingsverband van meer dan 20 lokale restaurants met als doelstelling het circulair maken van de bedrijfsvoering.
Inzet in Haarlem Haarlem heeft de afgelopen jaren op met Haarlemse inwoners en ondernemers samengewerkt op de thema's: • consumptiegoederen • voedsel • bedrijven en maakindustrie Consumptiegoederen Haarlem heeft gekozen voor een focus op textiel binnen deze waardeketen. De textielketen is na olie de meest vervuilende industrie ter wereld. Samen met Haarlemse ondernemers en initiatieven is de Koplopergroep Circulair Textiel opgericht.
INFO-SQUARE De lokale duurzame textielketen rijkt verder dan Haarlem. De groep richt zich op het bewustmaken van de consument en het uitlichten van duurzame textielondernemers. Zij doen jaarlijks mee aan de Dutch Sustainable Fashion Week (DSFW) met een Groene Textielroute en verschillende workshops. Daarnaast is er een Haarlemse podcast over duurzaam textiel, een fashion tour langs duurzame ondernemers en een Haarlems boekje waar lokale duurzame ondernemers hun verhaal doen. Paswerk maakte in 2021 tassen van hergebruikt Haarlems Textiel, Spaarnelanden voert campagne meer textiel
te scheiden om het percentage restafval in de containers te verminderen.
Voedsel Een derde van ons geproduceerde voedsel wordt verspild. Eind 2019 is de Koplopergroep Circulaire Restaurants gestart. Vijfentwintig Haarlemse Restaurants werken gezamenlijk aan het verminderen van voedselverspilling, het scheiden van afval, meer (gezamenlijke) lokale inkoop en minder gebruik van plastic.
INFO-SQUARE Er zijn circulaire scans afgenomen bij de restaurants. Dit resulteerde in een bijsluiter en poster met circulaire tips in de keukens van restaurants om ook personeel handelingsperspectief te geven om te verduurzamen. Om bedrijfsafval beter te scheiden haalt de Schillenfiets, een pilot in samenwerking met Spaarnelanden, keukenafval op bij de restaurants. Verschillende restaurants hebben zich aangemeld bij het initiatief Plastic Vrij Terras. In januari 2022 is de pilot WeCup gestart, een retoursysteem voor to go bekers om de papieren beker te kunnen vervangen. De stichting Haarlem Food Future (HFF) werkt aan een efficiënte, gezonde en toekomstgerichte voedselvoorziening voor Haarlemmers en inwoners in de regio. De gemeente werkt met hen samen op de pijlers 'voorkomen van voedselverspilling', 'ruimte voor landbouw in en om de stad' en 'duurzame voedselkeuzes'. HFF introduceerde de 'Haarlemse Doggy Bag' waar ruim 60 restaurants gebruik van maken. De 'Gered Voedselschakelaar (GVS)' zorgt ervoor dat het overgebleven voedsel uit winkels en op markten bij diverse sociale initiatieven in Haarlem terecht komt. Voor het coronavirus werden er 150 maaltijden per dag gekookt van gered voedsel. Het afgelopen jaar heeft de GVS 2300 kilo voedsel gered toen sociale initiatieven sloten vanwege corona.
Bedrijven en maakindustrie In het ‘Convenant Waarderpolder 2021- 2025. Op weg naar een duurzaam en toonaangevend bedrijventerrein’ staan de duurzame ambities van de gemeente Haarlem, Industriekring Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland voor de Waarderpolder. Energiebesparing, duurzame energie-opwek, circulariteit en klimaatadaptatie zijn belangrijke thema’s in het convenant. Haarlem doet mee aan Present Your Start Up. Dit acceleratieprogramma leidt innovatieve en circulaire startups op en verbindt ze met (impact) financiers, andere startups en bedrijven om een innovatief ecosysteem te stimuleren. Haarlem is partner van het Innovatiecafé; een netwerkavond waar innovatieve ondernemers zichzelf presenteren.
Aanvullende plannen De wereld ziet er in 2040 waarschijnlijk heel anders uit. Het belang van een transitie naar een circulaire economie zal hoog op de agenda staan. Dit vraagt van de gemeente om zich constant aan te passen en de kennis van haar personeelsbestand blijft door ontwikkelen. Deze kennis zal ook moeten worden gedeeld en ontwikkeld met de stad en de regio wil de transitie een succes worden. Haarlem ziet hierin voor zichzelf een actieve rol. Haarlem heeft de doelstelling om in 2040 een circulaire stad te zijn. Om dit te halen is er intensivering en herziening van de huidige aanpak en inzet nodig. De huidige inspanningen uit het vorige hoofdstuk zijn op verkenning en kwartiermaken gericht geweest. Deze worden doorgezet.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
34
Hierna staat de aanvullende aanpak vanaf 2023 uitgewerkt om aan de slag te gaan met de transitie naar een circulaire economie. Deze zijn ieder uitgewerkt in doelstellingen voor 2030 en 2040. Vervolgens is voor de volgende coalitieperiode inzichtelijk gemaakt welke inspanningen er nodig zijn om de doelstellingen te halen. Tot 2022 zijn de middelen en formatie al vastgelegd. Voor de jaren na 2022 is er een nieuwe strategie tot 2026 geformuleerd voor de inzet op een circulaire economie. Haarlem heeft met haar ambitieuze doelstelling een voorbeeldfunctie en is aan zet. Aanpak richting 2040 Doorgaan op de huidige wijze betekent dat de doelstelling niet wordt gehaald. De doelstelling Haarlem circulair 2040 wordt alleen behaald met een extra inspanning op het gebied van middelen, doorontwikkeling en formatie.
Pijler 9: Ketentransitie eigen organisatie t/m 2025 | Opgaven Bij de inkoop van werken, goederen en diensten heeft Haarlem grote invloed op de circulariteit. Het doel is om in 2025 50% circulair in te kopen. Omdat circulaire processen ook een financiële basis moeten hebben is een doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting voorzien. Haarlem gaat werken aan het inpassen van circulaire principes in de duurzaamheidsbegroting en de procesopdrachten (duurzaamheidsparagraaf). Met als doel dat in 2025 circulaire principes opgenomen zijn in de financiële begroting. • Met de CO2 Prestatieladder kan de indirecte uitstoot veroorzaakt door activiteiten in de keten
via de methodiek van certificering op trede 5 verder aangepakt worden. • Om de impact van de inspanningen van Haarlem inzichtelijk te krijgen en te verwerken in de begroting moet, in lijn met de duurzaamheidsbegroting, de milieudruk in het fysieke domein bepaald worden. • Materiaalstromen in het fysieke domein zijn dominant in de CO2-footprint en de circulaire impact. Toepassing van de MilieuKostenIndicator (MKI) bij variantkeuzen wordt uitgebreid en verwerkt in de duurzaamheidsparagraaf. We starten met pilots voor grondstoffenrechten in projecten in bouw en GWW. Om in 2040 een geografisch gesloten materiaalstroom te hebben. • GWW moet in 2030 al 100% worden uitgevraagd. Alle partneraannemers van de gemeente zullen de komende jaren kennis van circulair GWW gaan opdoen. Alle uitvragen zijn volgens circulaire principes opgesteld. (meetsystemen (MKI, GPR, etc.), circulaire materialen, materialen paspoort (GBI, DGdialoc), gesloten materiaalstroom, circulaire begroting etc.). Kennis van circulariteit is als eis opgenomen in contracten • In analogie met de inspanning op het vlak van circulair inkopen wil Haarlem ook circulaire principes gaan toepassen in het toekennen van subsidies. Ook hier geldt dat Haarlem direct invloed uitoefent om strategische doelen te behalen. • Om de circulaire doelen te halen moeten de circulaire principes ingebed worden in beleidsplannen en contracten.
Deze andere grondslag vergt nieuwe kennis binnen de gemeentelijke organisatie. Daarom zal blijvend met een leerlijn worden gewerkt.
Pijler 10: Ketentransitie Bewoners t/m 2025 | Opgaven Haarlem moet haar inwoners informeren om de transitie in gang te zetten. Hiervoor wordt de inzet van de afgelopen jaren voortgezet en geïntensiveerd met publiekscampagnes en samenwerkingen met initiatieven. Nieuwe thema’s zijn het zelf klussen aan het huis en verbouwingen en het terugdringen van afgedankte laagwaardige elektronica. • In 2030 wil Haarlem 50% van de Haarlemmers hebben bereikt met informatie over meer vegetarisch, lokaal, seizoensgebonden, biologisch eten. Dit betekent dat de gemeente op het gebied van voedsel inzet op lokale voedselcoöperaties, een onderzoek doet naar stadslandbouw en in gesprek gaat met scholen, producenten en supermarkten om verstandige voedselkeuzes onder de aandacht te brengen. • In 2030 wil Haarlem dat de helft van de bewoners zich bewust is dat het kopen van elektronische apparaten een grote invloed heeft op de ketenemissies. Hiervoor zoekt Haarlem de samenwerking met gebiedsteams en met Spaarnelanden. • Haarlem wil daarnaast 50% van de Haarlemmers bewust maken om niet meer kleding te kopen dan nodig. Dit gaat gepaard met campagnes rondom verantwoorde kleding en pilots waar hoogwaardig textiel wordt hergebruikt. • De gemeente wil Haarlemmers wijzen op circulaire keuzes bij het verbouwen van de eigen woningen.
Daarnaast moet er aandacht komen voor de circulaire energietransitie, met bewuste keuzes voor isolatiemateriaal of zonnepanelen.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
35
• Op het gebied van afval en mobiliteit wordt samengewerkt binnen bestaande aanpakken en campagnes. Om de afvalberg terug te dringen worden milieubewuste vormen van de mobiliteit benadrukt.
Pijler 11: Ketentransitie Bedrijven en instellingen t/m 2025 | Opgaven Haarlem wil haar ondernemers en instellingen gaan informeren om de transitie in gang te zetten. Hiervoor zal de inzet van de afgelopen jaren worden voortgezet, aangevuld met campagnes en samenwerkingen met initiatieven. • In 2030 heeft 50% van de bedrijven via gemeente kennis gemaakt met Circulaire Economie.
• Haarlem heeft samen met de koplopers en kennisnetwerken leertrajecten ontwikkeld voor lokale bouwpartijen hierdoor werkt in 2030 20% van de lokale bouwbedrijven (bouw kolom Haarlem) met circulaire principes. • In 2030 zijn 50% van de voedsel gerelateerde bedrijven via de gemeente in contact gekomen met het circulaire lokale voedselsysteem. Dat betekent de komende jaren aandacht voor: het stimuleren van korte ketens, voedselverspilling tegengaan, plant based, afvalreductie, minder gebruik van verpakkingsmateriaal, eerlijke prijzen, (gezamenlijk) lokale circulaire inkoop.
• Gezamenlijke lobby bij het rijk met andere decentrale overheden voor verplichte circulaire doelstellingen voor bedrijven. • Gezamenlijke lobby met andere decentrale overheden voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in samenwerking met andere gemeenten en provincies.
• In 2030 werken lokale bedrijven samen in netwerken, waarbij circulaire bedrijfsvoering en kennisdeling centraal staan.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
36
9. Randvoorwaarden | Wat is er nodig? Duurzaamheid heeft de hoogste prioriteit in Haarlem. Haarlem wil in 2040 van het aardgas af, in 2040 circulair en in 2050 klimaatbestendig zijn. Hierbij is er een aantal essentiële randvoorwaarden nodig om deze doelen te bereiken. Deze randvoorwaarden zijn ondersteunend aan de uitvoering van het beleid in de transitiepaden, maar dragen zelf niet direct bij aan de CO2-reductie. Dit hoofdstuk werkt deze randvoorwaarden verder uit. We gaan eerst in op de drie resterende pijlers van het Haarlemse beleid: de sociale energietransitie, draagvlak en arbeidsmarkt en opleidingen. Tot slot kijken we naar de randvoorwaarden onder- en bovengrondse ruimte voor de energietransitie, voorbereiden van de uitvoering en financierbaarheid. Rand voorwaardelijk zien we de volgende 6 pijlers: Pijler 12: Werken aan een sociale energietransitie Pijler 13: Werken aan draagvlak Pijler 14: Werken aan arbeidsmarkt en opleidingen Pijler 15: Ruimte voor toekomstbestendige energie infrastructuur Pijler 16: Uitvoering voorbereiden Pijler 17: Financierbaarheid en subsidiestrategie
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
37
Pijler 12: Werken aan een sociale energietransitie In het coalitieakkoord Duurzaam Doen wordt benoemd dat iedereen mee moet kunnen doen aan de energietransitie. Dat betekent dat we ondersteuning bieden aan bewoners die financieel, organisatorisch of technisch niet de transitie kunnen maken. Dit staat ook verwoord in de Visie Sociale Energietransitie. We maken betaalbare keuzes om Haarlem aardgasvrij te maken, we bestrijden energiearmoede, houden in warmte uitvoeringsplannen (WUP’s) rekening met begeleiding voor degene die organisatorisch of technisch de stap niet kunnen maken. Betaalbare keuzes in de energietransitie In de transitievisie warmte (TVW) en het Klimaatakkoord is afgesproken dat de transitie naar aardgasvrij woonlastenneutraal moet plaatsvinden. De marktontwikkelingen en Rijksbeleid bepalen de betaalbaarheid van de energietransitie. De gemeente kan hier wel extra in stimuleren. Zij doet dit o.a. door het aanbieden van de duurzaamheidslening of een subsidie. De gemeente Haarlem start geen projecten als niet aan de randvoorwaarde woonlastenneutraal kan worden voldaan. Het ministerie van BZK heeft een nieuw financieringsvorm ontworpen, de Energiebespaarhypotheek.
Dit is een leenvorm voor woningeigenaren die niet in aanmerking komen voor reguliere financiering, omdat zij geen leenruimte hebben en die vallen binnen de grenzen van een gemeentelijk warmte uitvoeringsplan (WUP). We moeten onderzoeken hoe de gemeente deze doelgroep ook buiten de WUP’s een financieringsoplossing kan bieden.
Bestrijden van (verborgen) energiearmoede De gemeente vindt het niet acceptabel als de energietransitie leidt tot onevenredige kostenverschillen tussen groepen bewoners. Uit de transitievisie warmte blijkt dat nog lang niet voor elke woning in Haarlem een betaalbare oplossing beschikbaar is. Woonlastenneutraal is nog niet mogelijk zonder aanvullende financiële bijdrage. In het visiedocument Sociale Energie Transitie (SET) staat dat er in Haarlem steeds meer huishoudens zijn waarbij de energielasten stijgen. Daardoor neemt de kans op energiearmoede en een tweedeling in de samenleving toe. Haarlem wil dit voorkomen.
Er zijn groeiende zorgen over energiearmoede: Haarlemmers die moeite hebben met het betalen van de energierekening. Van energiearmoede is sprake wanneer meer dan 10% van het inkomen aan energie wordt besteed. Voor het effectief bestrijden van energiearmoede is een integrale aanpak nodig, waarbij meerdere beleidsterreinen samenkomen. In Haarlem heeft met name in de Slachthuiswijk, Boerhaavewijk en Meerwijk een deel van de inwoners (5-10%) last van energiearmoede (TNO, 2021). De gemeente heeft hierin een presterende rol en werkt samen met maatschappelijke organisaties. Zo heeft de gemeente energiecoaches die
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
38
woningeigenaren helpen op eenvoudige wijze energie te besparen. Het aanbod van de energiecoaches wordt geïntegreerd in de bestaande werkprocessen van het sociaal domein waaronder Schulddienstverlening, Minima, WMO, Werk en Inkomen en Sociaal Wijkteamenergiecoaches. Hiermee kunnen de energiecoaches actief de juiste doelgroep van advies voorzien en bijdragen aan het verlagen van de vaste lasten van deze mensen. Financiële ondersteuning van energiebesparende maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen en hybride warmtepompen kan bewoners helpen hun energierekening te verlagen en is daarom een belangrijk instrument. Eventueel kan de gemeente bij warmtenetten extra sturen op lage vaste lasten om energiearmoede tegen te gaan.
Pijler 13: Werken aan draagvlak De overgang naar een duurzame samenleving is een opgave die alleen gezamenlijk aangepakt kan worden. Het handelen van alle Haarlemmers heeft invloed op het klimaat (zie ook hoofdstuk 4.4). Het is belangrijk dat we werken aan draagvlak voor de grote opgave die we hebben. We doen dit op drie verschillende manieren: • Participatie: Betrekken van de stad bij het opstellen van nieuw beleid. • Communicatie: Heldere en herkenbare informatie verstrekken. • Samen met de Stad: We werken samen met bedrijven, bewonersinitiatieven en partners naar de beste oplossingen voor het verder verduurzamen van de stad.
• Natuur en Milieu Educatie: Haarlemmers kennis laten opdoen en vaardigheden laten ontwikkelen waarmee zij bewuste keuzes leren maken en zichzelf een groene en meer duurzame leefstijl kunnen aanmeten. • Ondersteuning van initiatief tot coöperatie Participatie Het beleid van de gemeente heeft grote invloed op het leven van onze inwoners. Om deze reden leggen wij onze beleidsstukken ter inzage voordat we deze vaststellen en hebben we intensief contact met de stad bij het opstellen van het beleid. Zo is er voor de transitievisie warmte een uitgebreid participatieproces gevolgd. Ruim 800 Haarlemmers dachten mee tijdens bewonersbijeenkomsten, expertsessies en via een online vragenlijst. Een volledig overzicht van de genomen activiteiten is hier te vinden. De transitievisie warmte is hierna ter inzage gelegd en de opmerkingen die hieruit
voortkwamen zijn in de transitievisie verwerkt voordat deze is vastgesteld. Ook het mobiliteitsbeleid is ter inzage en inspraak gelegd, en voor bredere communicatie over het doel van het mobiliteitsbeleid is een filmpje gemaakt. De gemeente heeft ruim 90 reacties ontvangen die opgenomen en beantwoord zijn in de nota van beantwoording. Correcties en wijzigingen zijn verwerkt in het definitieve Mobiliteitsbeleid. Communicatie We communiceren met heldere en toegankelijke informatie zodat iedereen kan meedoen. Daarmee creëren we draagvlak. We zetten ons netwerk in om breder te informeren. Dit doen we met oog voor de verschillende doelgroepen. Zo wordt bij de uitwerking van het aardgasvrij maken van gebouwen doelgroepgerichte communicatie ingezet voor huiseigenaren, huurders, VvE’s en bedrijven. Meer informatie in het communicatie- en participatieplan.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
39
Samen met de stad Verspreid over de stad worden al veel duurzame initiatieven genomen op de transitiepaden hernieuwbare energieopwekking en duurzame gebouwde omgeving. De gemeente ziet deze initiatiefnemers als belangrijke partners in de energietransitie. De gemeente betrekt deze initiatieven niet alleen bij de uitvoering, maar ook bij het opstellen van nieuw beleid. Bij de ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten werkt Haarlem samen met de energiecoöperaties om te zorgen dat alle Haarlemmers hieraan kunnen meedoen. Want niet iedereen heeft een eigen dak of de middelen om zonnepanelen te plaatsen. De ambitie van Haarlem is dat minimaal 50% van de opgewekte energie in lokaal eigendom is. Grootschalige energieprojecten op grote daken en in de openbare ruimte lenen zich hiervoor. Iedere Haarlemmer kan zo meedoen en geld besparen. NME Haarlem Natuur- en Milieueducatie (NME) Haarlem werkt samen met bewoners –jong en oud - aan een groene, schone en duurzame toekomst. NME organiseert lessen, workshops en rondleidingen, zodat mensen kennis opdoen en vaardigheden ontwikkelen waarmee zij bewuste keuzes leren maken en zichzelf een groene(re) en duurzame(re) levensstijl kunnen aanmeten. De thema's zijn Klimaat & Energie, Afval & Grondstoffen, Natuur & Leefomgeving, Mens & Dier en De Wereld achter ons voedsel.
NME is de spin in het web en verbindt lokale en regionale partijen rond aansprekende natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie.
De kennis en vaardigheden die nodig zijn om een actieve bijdrage te kunnen leveren aan de transitie naar een groene en duurzame stad moeten stap voor stap worden opgebouwd en aangeleerd. Duurzame ontwikkeling begint bij een bezoek aan een circulair bedrijf, een stoepplantjes excursie in een versteende wijk, een oogstfeest op de schooltuin of een les over zon- en windenergie. NME Haarlem vertaalt abstracte duurzaamheidsvraagstukken op een aansprekende en laagdrempelige manier naar de praktijk van alledag. Ondersteuning van initiatief tot coöperatie Er zijn in Haarlem veel bewoners betrokken bij de realisatie van collectieve zonnestroomdaken en energiebesparing. In het Ramplaankwartier werken bewoners zelfs samen met de gemeente om hun wijk van het aardgas af te halen. Deze initiatieven dragen bij aan het vergroten van draagvlak voor de energietransitie. De bestaande initiatieven koesteren we en blijven we ondersteunen en we helpen nieuwe initiatieven. Net als afgelopen jaren is er de komende jaren budget nodig voor beginnende initiatieven om bijvoorbeeld een website te bouwen, een bijeenkomst te houden en een coöperatie op te richten. Sommige coöperaties kunnen verder professionaliseren en op termijn bestaan zonder subsidie, andere initiatieven hebben de komende tijd nog steun nodig.
Door de bewonersinitiatieven op het thema energietransitie vinden hopelijk ook kruisbestuivingen plaats met initiatieven van andere thema’s zoals mobiliteit en klimaatadaptatie, of hier zelf nieuwe initiatieven op starten. Als er in bepaalde wijken geen initiatieven ontstaan kunnen we dit faciliteren en helpen opstarten zoals de gemeente dit ook doet met het project ‘Schalkwijk aan Zet’.
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
40
Pijler 14: Arbeidsmarkt en opleidingen De krapte op de arbeidsmarktmarkt is enorm. De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond kende een werkloosheidspercentage van 3,6% in het tweede kwartaal van 2021 en een spanningsindicator van 2,12 (bron: UWV). De krapte is daarmee op het hoogste niveau sinds 10 jaar en nog krapper dan pre-corona. De krapte neemt naar verwachting toe als gevolg van de energietransitie (Bron: PBL). Het is een uitdaging die niet alleen geldt voor onze arbeidsmarktregio, maar voor alle omliggende regio's. Met name rond Schiphol en in de IJmond is de verduurzamingsopgave en de vraag naar arbeidskrachten groot. Rekening houdend met een sterke arbeidsmobiliteit binnen de MRA en aan de randen hiervan, vissen we dus allemaal in dezelfde vijver. Naast te weinig arbeidskrachten is er nieuwe kennis nodig. Er is een kwalitatieve mismatch. Met de transitie wordt het werk meer digitaal en geautomatiseerd en is nieuwe kennis vereist (van technologieën, materialen, installatie en onderhoud etc.). Daarbij gaat vaak het vereiste opleidingsniveau omhoog. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak. Die wordt opgepakt op het niveau van de arbeidsmarktregio (Doe-agenda Arbeidsmarkt), Provincie (Manifest Arbeid 2030) en MRA (Human Capital Agenda). Focus ligt daarbij op:
september 2021 is gestart worden werkenden en werkzoekenden naar ander werk begeleid, waar nodig in combinatie met om- en bijscholing. In 2022 zijn hiervoor budgetten beschikbaar. Werkgevers die bereid zijn leerwerktrajecten aan te bieden, kunnen mensen in hun bedrijf opleiden via ‘praktijkleren’. Door samenwerking met het onderwijs behalen werkenden zo tijdens het werk erkende deelcertificaten. Stimuleren Doe-het-zelf om arbeidsmarkt te ontlasten Het tekort aan technisch geschoolde mensen komt onder andere doordat maar weinig jongeren kiezen voor een opleiding in de techniek. Vaak door onbekendheid met de inhoud van het werk. In de regio wordt veel aandacht besteed aan het stimuleren van een keuze voor techniek. Mensen kunnen veel zelf in de verduurzaming van de eigen woning. Bouwmarkten kunnen daarin stimuleren met het aanbieden van cursussen. Het werk aan de woning kan ook een bron van inspiratie zijn voor kinderen waardoor zij wellicht kiezen voor een technische opleiding. Bouwmarkten kunnen met familie-cursussen isoleren ouders en kinderen betrekken bij de aantrekkelijke aspecten van het vak.
Pijler 15: Ruimte voor toekomstbestendige energie infrastructuur
• het aantrekken van nieuw talent; • omscholing van werkenden; • het begeleiden van werkzoekenden; • het activeren van niet-werkenden. Vanuit het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) dat in
We gebruiken steeds meer elektriciteit. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste doen we steeds meer online en omdat Nederland een gunstig vestigingsklimaat heeft, komen er steeds meer datacenters bij. Datacenters gebruiken zeer veel elektriciteit. De
tweede reden is de energietransitie. We vervangen fossiele brandstoffen door groen elektriciteit. Bijvoorbeeld omdat elektrische auto’s benzine auto’s vervangen. En omdat we onze huizen niet meer met aardgas verwarmen maar met warmtepompen. Warmtepompen gebruiken elektriciteit. In de RES is gesignaleerd dat het elektriciteitssysteem in de toekomst vol zal raken (netcongestie). Dit geldt zowel voor het hoogspanningsnet als het middenspanningsnet. Voor het laagspanningsnet is dit nog niet duidelijk. Het elektriciteitsnet bestaat uit de kabels en leidingen (de infrastructuur) en uit de voorzieningen (hoog-, midden en laagspanningsstations). Onlangs hebben de provincie Noord-Holland, gemeenten en netbeheerders Liander en TenneT een taskforce opgericht om gezamenlijk de uitbreiding en verzwaring van het steeds vollere stroomnet in Noord Holland te versnellen. Ook voor Haarlem geldt dat het elektriciteitsnet snel volloopt. De gemeente heeft economisch beleid om de vestiging van nieuwe datacenters te weren. De bestaande datacenters hebben plannen om uit te breiden binnen het bestaande kader. Met de netbeheerders is overleg om ruimte op het elektriciteitsnet te reserveren voor ontwikkelingen zoals de voorzieningen van de nieuwbouw zoals scholen en winkelcentra. De netbeheerder geeft aan dat er 200-400 middenspanningsstations bij moeten komen in Haarlem.
Voor het terugleveren van elektriciteit op het elektriciteitsnet is in theorie in Haarlem voldoende ruimte. In de praktijk lopen we soms tegen problemen aan, zoals onlangs bij het collectieve zonnestroom net van het Rudolf Steiner college. Behalve het elektriciteitsnet, gaat ook de infrastructuur van duurzame warmte om ruimte vragen. In
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
41
Haarlem is het boven en onder de grond druk. In de omgevingsvisie is geconstateerd dat een beleidskader voor de ondergrond ontbreekt. Tegelijkertijd is er veel behoefte aan een dergelijk kader, omdat ontwikkelingen in de boven en ondergrond elkaar sterk beïnvloeden en zelfs randvoorwaardelijk ten opzichte van elkaar zijn. Daarom is in de omgevingsvisie een omgevingsprogramma aangekondigd over dit onderwerp. In dit omgevingsprogramma komen alle zes de strategische keuzes uit de omgevingsvisie terug, bekeken vanuit de relatie onder- en bovengrond. De eerste aanzet voor programma van eisen voor de onder- en bovengrondse ruimte voor de energietransitie: Angle-Up Bestaande MS-transformatorstations Kortenaerstraat en Houtmarkt, Haarlem Angle-down Bestaande onderstations in Haarlem West (50 kV) en Waarderpolder (150 kV) in Haarlem
Bron: Liander
• Warmtenetten: ondergronds vragen hoofdtransportleidingen, heen en retourleidingen, expansielussen en bronnen om ruimte, inpassing met bestaande kabels en leidingen en ruimtevragers zoals ondergrondse containers en wortels van bomen; • Warmtenetten: bovengronds komen er energiestations bij en toegangen om de systemen te beheren; • Buurtwarmtenetten: WKO’s voor het zonnewarmtenet in Ramplaankwartier en bij de ontwikkelzones vragen ruimte; • Elektriciteitsnet: verzwaring van het elektriciteitsnet vanwege netcongestie en het plaatsen van 200-400 middenspanningskasten; • Opslag: opslag van zowel warmte als elektriciteit staat nog in de kinderschoenen maar gaat in de toekomst ruimte vragen; • Bodemkwaliteit: behouden van het natuurlijke
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
42
systeem voor bodem en water; • Mobiliteit: Verschonen van de mobiliteit met laadinfra van snellaadpunten, laadpleinen en losse laadpalen; • Warmtenet: toepassen van PVT (zonnepanelen die ook warmte genereren) op dak met een gestandaardiseerde zonnedakkapel in het Ramplaankwartier; Energietransitie: om stapsgewijs naar aardgasvrij te gaan komen er buitenunits voor (hybride) warmtepompen, kleine windmolens, buitengevel isolatie, verhogen van daklijn met buiten isolatie. Dit is wel van een andere orde dan bovenstaande punten.
Pijler 16: Uitvoering voorbereiden In 2017 heeft de raad de nota Versnelling van het duurzaamheidsprogramma vastgesteld. Hiermee werd de routekaart voor versnelde uitvoering van energietransitie vastgelegd en verbreding met de onderwerpen circulaire economie, klimaatadaptatie en zero emissie mobiliteit. In dit document wordt de routekaart gemaakt voor alle onderwerpen van duurzaamheid. (Voor klimaatadaptatie is onlangs een apart strategisch plan opgesteld). Voor de transitiepaden Wonen, Werken en Elektriciteit en opwek zijn de voorbereidingen grotendeels achter de rug. Dat betekent dat de uitvoering gaat beginnen. De gemeente bereidt zich hier op voor door de juiste mensen en middelen beschikbaar te stellen. Volgens het artikel 2 onderzoek heeft een gemeente als Haarlem 39 tot 42 fte nodig voor de uitvoering van de afspraken uit het nationale klimaatakkoord. Zeer recent is het Regeerakkoord gepubliceerd met daarin middelen om gemeente
voor de uitvoeringslasten te compenseren. Het lijkt erop dat de middelen de eerste jaren fors minder zijn dan nodig is. Daar staat tegenover dat het Regeerakkoord veel verwacht van isolatiecampagnes en de hybride warmtepomp. Het aardgasvrij maken van wijken, wat zeer arbeidsintensief is, lijkt minder prominent gemaakt. In de Haarlemse transitievisie warmte is rekening gehouden dat er minder middelen zouden komen dan was afgesproken in het klimaatakkoord. In de transitievisie warmte zet Haarlem dan ook in op ‘plannen’ in plaats van ‘wijken’. Voor de begroting van de routekaart betekent het regeerakkoord dat alle uitgewerkte plannen uitgevoerd kunnen worden mits de structureel beschikbaar gestelde middelen in 2017 beschikbaar blijven, de incidentele middelen die sinds 2018 beschikbaar zijn gecontinueerd worden en de inschatting van de rijksmiddelen correct is. In de eerste jaren zijn er meer eigen middelen nodig en daarna lijken de middelen van het regeerakkoord voldoende en kunnen de incidentele eigen middelen komen te vervallen. De uitvoering vraagt om flinke extra inzet van mensen. Naast het huidige team van beleidsadviseurs zijn er allerlei specialisten nodig binnen en buiten de organisatie. Verder zijn er teams van energie-adviseurs en energie-coaches in de stad nodig om bewoners en ondernemers te informeren, te begeleiden en te ontzorgen.
Informatie is te vinden via het verplichte online energieloket en de fysieke loketten die de gemeente mogelijk gaat maken in Schalkwijk, Haarlemmer Kweektuin, Ramplaankwartier en het centrum. Mensen met een krappe beurs kunnen terecht bij energiecoaches die aan de sociale wijkteams worden toegevoegd.
In de Haarlemse transitievisie warmte staan 6 plannen om 11.500 woningen aardgasvrij te maken in 2030. Van deze plannen moeten warmteuitvoeringsplannen gemaakt worden, volgens het klimaatakkoord. Om de data van deze warmteuitvoeringsplanenn up to date te houden en voor iedereen toegankelijk te maken, is er een pilot om deze plannen datagedreven te maken en online te ontsluiten.
Pijler 17: Financierbaarheid en subsidiestrategie Het uitgangspunt van ket klimaatakkoord en van het Haarlemse beleid is dat de energietransitie woonlastenneutraal moet zijn. In de Haarlemse transitievisie warmte heeft de gemeente 6 plannen opgenomen om 11.500 woningequivalenten aardgasvrij te maken in 2030. Voor deze plannen zijn haalbaarheidsonderzoeken gedaan en daaruit blijkt dat er (forse) financiële impulsen nodig zijn. Voor individuele bewoners heeft het rijk financiering en meerdere subsidies beschikbaar gesteld. Het aanvullend financieel instrumentarium van de gemeente, zoals de duurzaamheidslening, kunnen bewoners hier flink mee uit de voeten. De gemeente is bereid garant te staan voor financiering van het zonnewarmtenet door de Bank Nederlandse Gemeenten. Ook de provincie Noord-Holland is bereid garant te staan voor financiering als dat nodig is. Speciale aandacht is nodig voor Haarlemmers met een krappe beurs. Met rijksmiddelen kunnen we proceskostendekken en twee coaches beschikbaar stellen. Om de uitvoering van maatregelen te versnellen, is een jaarlijkse subsidie van de
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
43
gemeente Haarlem van € 500.000 nodig.
Voor iedere doelgroep zekerheid:
Voor wijkinitiatieven heeft de gemeente Haarlem subsidie beschikbaar gesteld. Het voorstel is om deze subsidie van € 250.000 te continueren en daar de warmtetransitie door bewoners mee te stimuleren en het collectief opwekken van stroom met wind en zon door bewoners.
• Voor corporaties: verhuurdersheffing in kunnen zetten, SAH voor nieuwe warmtenetten geschikt maken
Voor de drie warmtenetprojecten zijn subsidies van een andere grootte nodig. Voor de drie warmtenetten is daarom een subsidiestrategie opgesteld. Een voor een worden de meest kansrijke subsidies aangevraagd volgens deze strategie. Dit zijn vooral subsidies die landelijk of Europees beschikbaar worden gesteld. Per warmtenet zijn meerdere subsidies nodig om de onrendabele top te dekken.
• Voor bedrijfsterreinen: versterken van financieel instrumentarium vanwege potentieel grote bijdrage aan doelstelling
• Voor huishoudens: bulkaanvragen mogelijk maken bij ontzorging, garanderen van subsidie bij langere doorlooptijd.
Haarlem is een van de eerste gemeenten die meerdere concrete plannen klaar heeft staan voor uitvoering. Hierdoor hebben wij (samen met de provincie Noord-Holland) kennis en ervaring om te delen met het rijk. In november was een werkbezoek van BZK, EZK en PAW voorzien dat vanwege de beperkingen door Corona is uitgesteld. Deze lobbypunten zijn alvast opgesteld: Meer zekerheid aan de start van een initiatief over de onrendabele top, met één Rijksregeling; En anders het bestaande financiële instrumentarium goed op elkaar afstemmen, bij voorkeur één loket met zekerheid vooraf als er een subsidie tussenuit valt;
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie
44
Colofon De Routekaart is opgesteld door de gemeente Haarlem Opgesteld door: Gemeente Haarlem: Carin Roest, Christiana van Lammeren, Christianne Lemckert, Christien van Verseveld, Emmy Jitta, Hans Klaren, Hellen Jennissen, Jim van Keulen, Joram de Ruijter, Karin Bodewes, Katja Adrichem, Maarten Noordhuis, Margreet van der Woude, Marie-José Brandsma, Matthijs de Boorder, Merav Barzel, Michelle van Geffen, Nadira Rambocus, Peter Tromp, Rudie de Vries, Sam de Guchteneire, Stephan Kooijman en Tom Hakkenberg CE Delft: Jasper Schilling, Sjoerd van der Niet, e.a. Speciale dank aan ambtenaren van de gemeente die deelnamen aan de ateliers Fotografie: Marisa Beretta, Jurriaan Hoefsmit, Bibi Veth, gemeente Haarlem, Shutterstock Vormgeving: sander Schaper, Studio Swanink Contact: duurzaam@haarlem.nl
Haarlemse Routekaart Duurzaamheid | Route voor CO2-reductie