4 Bijlage 1 1 1 Onderzoeks- en adviesrapport ontvlechting CJGZ ViVa
Tekst van het document
Onderzoeks- en adviesrapport ontvlech ng CJGZ van ViVa! Zorggroep Versie 6.0 Datum: 15 mei 2025 Auteurs: - Regiogemeenten ZKIJ: Beleidsadviseurs & Accounthouders CJGZ: S. Fischer, E. Verduin, I. Abdellaui Regionaal Financieel Controller L. de Jong / Contractmanager Jeugdhulp D. Bruin / Manager/Voorzi er L. Hulskamp - Jeugdgezondheidszorg Kennemerland en Centrum Jeugd en Gezin Kennemerland: Kwar ermaker CJGZ M. Visser-de Boer / Manager JGZ Donate Elfers - ViVa! Zorggroep Bestuurssecretaris L. van Rijn / Manager Planning & Control T. Raat-Wielage
1
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1 – Context en landelijke ontwikkelingen .............................................................................. 4 Hoofdstuk 2 – Gemeenschappelijke Regeling ......................................................................................... 6 2.1 - Inleiding ....................................................................................................................................... 6 2.2 - Proces .......................................................................................................................................... 6 2.3 - GR Openbaar Lichaam ................................................................................................................. 7 2.4 - Conclusie ..................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3 – Zelfstandig CJGZ ............................................................................................................... 9 3.1 – Governancestructuren zelfstandig CJGZ .....................................................................................
9 3.2 – Zienswijze betrokken organisa es op een zelfstandig CJGZ met een RvT ................................ 10 3.3 – Randvoorwaarde voor verzelfstandiging CJGZ ......................................................................... 11 3.4 – Financiën................................................................................................................................... 11 3.4.1 - Beoordeling financiële posi e ............................................................................................ 11 3.4.2 - Kosten die gepaard gaan met ontvlech ng ........................................................................ 13 3.4.3 - Overige financiële randvoorwaarden ................................................................................. 16 3.5 - Conclusie ................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 4 – Conclusie, advies en gevraagd besluit............................................................................ 18 4.1 – Conclusie................................................................................................................................... 18 4.2 - Advies en benodigde voorbereiding..........................................................................................
18 4.3 - Gevraagd besluit ........................................................................................................................ 18 Nawoord ................................................................................................................................................ 20 BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 21 Bijlage 1 – Memo Governancestructuur ........................................................................................... 21 Bijlage 2 – Profielschets RVT.............................................................................................................. 25 Bijlage 3 – Parameters, incl. toets ..................................................................................................... 28 Bijlage 4a – Structurele kosten herposi onering CJGZ...................................................................... 32 Bijlage 4b – Structurele kosten herposi onering CJGZ ..................................................................... 33 Bijlage 5 – Incidentele kosten herposi onering CJGZ........................................................................ 34
2
Inleiding Zoals vastgesteld in het plan van aanpak van januari 2025 wordt dit onderzoeks- en adviesrapport aangeboden ten behoeve van de ontvlech ng van CJG Kennemerland B.V. en JGZ Kennemerland B.V. (hierna: CJGZ) van S ch ng ViVa! Zorggroep (hierna: ViVa!). Dit omdat de Raad van Bestuur van ViVa! hee besloten om haar focus te leggen op de zorg voor ouderen en chronisch zieken. ViVa! is anno 2025 100% aandeelhouder en bestuurlijk verantwoordelijk voor JGZ Kennemerland BV, JGZ is 100% aandeelhouder van CJG Kennemerland BV. Beide organisa es zijn werkzaam in de regio IJmond en Zuid-Kennemerland (hierna: regiogemeenten ZKIJ). In de gemeente Uitgeest en gemeente Heemstede is alleen de JGZ werkzaam. ViVa! levert ondersteunende diensten zoals HRM, salarisadministra e, finance & control en diverse vastgoed- en facilitaire zaken. CJGZ volgt op diverse punten het beleid van het concern, denk hierbij aan HRM, privacy en governance. Dit rapport beschrij de resultaten van het aanvullende onderzoek dat is uitgevoerd naar de twee meest kansrijke organisa evormen: CJGZ onder een Gemeenschappelijke Regeling, een publiekrechtelijke organisa e Zelfstandig CJGZ (s ch ng), een privaatrechtelijke organisa e met een eigen bestuur. Hierbij wordt een advies gegeven over de in te richten organisa evorm van CJGZ.
Daarnaast is door gemeentebestuurders, gezien landelijke ontwikkelingen, nadrukkelijke aandacht gevraagd voor de inhoudelijke verdieping van stevige lokale teams. Na een eerste verkennende sessie wordt inzicht gegeven in de huidige situa e en worden aanbevelingen gedaan voor het versterken van de lokale wijkteams van de regiogemeenten ZKIJ. Dit wordt beschreven in de no e Stevige lokale teams. Hier wordt regionaal en lokaal nader invulling aan gegeven. Het advies over de in te richten organisa evorm wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de bestuurders van ViVa! en de regiogemeenten ZKIJ. De streefdatum voor besluitvorming is 1 juli 2025. De streefdatum voor de ontvlech ng is vastgesteld op 1 januari 2026. Op het voorgenomen besluit wordt de Ondernemingsraad van ViVa! Zorggroep (die ook ac ef is voor CJGZ) om advies gevraagd (op grond van ar kel 25, lid 1, sub b van de WOR). Jaarlijkse subsidieaanvraag Jaarlijks vragen JGZ en CJG een subsidie aan bij de verschillende regiogemeenten ZKIJ voor de bekostiging van de dienstverlening. Dit proces loopt parallel aan de inrichting van de nieuwe organisatievorm, die eveneens start op 1 januari 2026. Financiële consequenties hiervan zijn toegelicht in hoofdstuk 3.
3
Hoofdstuk 1 – Context en landelijke ontwikkelingen De voorgenomen herposi onering van CJGZ staat niet op zichzelf. Binnen de lokale, regionale- en landelijke context spelen verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de herposi onering van CJGZ. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ontwikkelingen weergegeven. Lokale en Regionale context CJG en JGZ Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Zuid-Kennemerland en IJmond biedt opvoed- en opgroeiondersteuning, advies en lichte hulp aan kinderen, jongeren en ouders. Het CJG hee een we elijke taak als toegangspoort tot jeugdhulp: het CJG is door de gemeenten gemandateerd om de toegang tot jeugdhulp te organiseren op basis van de Jeugdwet. Via prak jkondersteuners jeugd (POHjeugd) wordt ondersteuning ook laagdrempelig via huisartsen geboden. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 0-4 jaar Kennemerland richt zich op preven eve gezondheidszorg voor jonge kinderen, met we elijke taken vanuit de Wet publieke gezondheid. De JGZ voert het Rijksvaccina eprogramma uit, biedt consulta ebureaubezoeken voor groeicontrole en opvoedondersteuning. Beide organisa es werken lokaal en wijkgericht, waardoor zij goed bereikbaar zijn voor gezinnen en nauw samenwerken met andere lokale voorzieningen zoals huisartsen, opvang en onderwijs, wijkteams en andere maatschappelijke partners in de sociale basis.
Landelijke ontwikkelingen Begin 2024 is het Rich nggevend Kader1 vastgesteld. Dit was een van de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd. Het Rich nggevend Kader brengt in beeld wat gemeenten vanuit o.a. de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming, de Wmo en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kunnen doen om toegang tot hulp en ondersteuning voor inwoners (0-100 jaar) te op maliseren. In het Rich nggevend Kader zijn drie centrale waarden gesteld, met 13 uitgangspunten waar een stevig lokaal team per 2028 aan moet voldoen. Voor de doelgroep 0-23 is CJGZ het eerste loket, daarmee is CJGZ reeds een belangrijk deel van de wijkteamfunc e in de regio. Waarde: dichtbij werken Eenvoudig systeem met inwoners als uitgangspunt. Laagdrempelig; dichtbij, vindbaar, zichtbaar, benaderbaar. Werken aan een sterke rela e met de sociale en pedagogische basis. Achterliggende patronen en systeemkenmerken. Waarde: integraal werken Brede blik, brede analyse. Professionals met de juiste houding, vaardigheden en kennis. Zelf (basis)hulp bieden en vertrouwd aanspreekpunt blijven. Duidelijke afspraken voor integrale en domein-overs jgende samenwerking. Streven naar soepelere overgangen in de levensloop. Inwoners met levenslange en/of levensbrede beperkingen. Waarde: met mandaat Mandaat over gemeentelijke beleidsterreinen heen.
Oog voor onveiligheid. Bewust omgaan met wat passend en nodig is, in rela e tot de schaarste aan mensen en middelen.
1 Rich
nggevend Kader voor toegang sociaal domein, VNG, 2 april 2024
4
De kenmerken van een stevig lokaal team zoals door de VNG omschreven2, zijn binnen de regiogemeenten ZKIJ op het gebied van jeugd op veel punten al bereikt door de ontwikkeling van de regionale CJGZ-organisa e met lokale teams. Dit biedt een goede basis om door te ontwikkelen tot stevige lokale teams 0-100. Op 11 maart 2025 vond een verkennende sessie plaats over de rol van stevige lokale teams in de regio en de posi e van CJGZ binnen deze teams. Dit hee inzicht gegeven in de huidige situa e en aanbevelingen voortgebracht over het versterken van de lokale wijkteams van de regiogemeenten ZKIJ. Dit wordt beschreven in de no e Stevige lokale teams. Hier wordt regionaal en lokaal nader invulling aan gegeven.
2 Ondersteuningslijn Stevige Lokale Teams, VNG, 2024
5
Hoofdstuk 2 – Gemeenschappelijke Regeling 2.1 - Inleiding Om de gewenste organisa evorm van CJGZ te kunnen bepalen is onderzoek verricht naar de gemeenschappelijke regeling (GR). Op 25 april 2024 is een wetsvoorstel ingediend (Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg3), waarbij o.a. de Jeugdwet wordt aangepast. Er komt een nieuw ar kel 2.18, waar in lid 1 het volgende staat opgenomen: “de colleges van de gemeenten in een regio treffen een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Doel hiervan is het regionaal organiseren van specialis sche jeugdzorg: de jeugdhulpregio''. Dit wetsvoorstel is nog in behandeling. Op het moment van schrijven is nog niet bekend wat de ingangsdatum is van deze verplichte regionale samenwerking. Ook in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond zijn voorbereidingen in gang gezet voor de inrich ng van een GR Jeugd (in de vorm: openbaar lichaam). De werkzaamheden van CJGZ vallen in beginsel niet binnen het bereik van de verplich ng tot regionale samenwerking conform het wetsvoorstel, maar kunnen, als dat gelet op de efficiën e en samenhang wenselijk wordt geacht, op termijn onderdeel worden van een GR-Jeugd.
2.2 - Proces Als gedacht wordt aan een GR als organisa estructuur voor CJGZ, dan dient een traject te worden doorlopen om een gezamenlijke organisa estructuur binnen de WGR op te ze en. Dit neemt naar verwach ng minimaal drie jaar in beslag en kan langer duren, a ankelijk van de gekozen construc e en besluitvormingstrajecten. Dit proces behelst de volgende stappen. • Oriënta e en Onderzoek: In deze fase wordt een oriënta e uitgevoerd, waarbij de colleges van de regiogemeenten ZKIJ op basis van een lokaal afwegingskader4 een eerste inscha ng maken van de toegevoegde waarde van een GR binnen de context jeugdhulp. Hierbij wordt ook een risicoanalyse opgesteld. De bevindingen worden in deze fase door de verschillende gemeenten ter informa e voorgelegd aan hun gemeenteraad. • Principebesluit en Consulta e van de Raad. Op basis van bovenstaande resultaten neemt het college een principebesluit en biedt de gemeenteraad de gelegenheid om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. • Defini ef Besluit en Raadpleging. In het defini eve besluit zijn de wensen en bedenkingen van de raad meegenomen. Dit besluit wordt in hoofdlijnen opgesteld en vervolgens opnieuw ter beoordeling aan de raad voorgelegd. • Goedkeuring en Implementa e. Voor het treffen van of toetreden tot een Gemeenschappelijke Regeling is toestemming van de gemeenteraad vereist5.
Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Na verkrijging van de vereiste toestemming wordt het besluit tot oprich ng/deelname door het college uitgewerkt. • NB: bij het besluiten tot oprich ng van of deelname aan een privaatrechtelijke organisa e, c.q. inrichten van een verzelfstandigde organisa estructuur middels een s ch ng, is toestemming van de gemeenteraden niet vereist en dient het besluit enkel ter consulta e te worden voorgelegd.
3 Kamerstukken II 2023/24, 36546, nr. 2. 4 Gemeenten ZKIJ kunnen toewerken naar een gezamenlijk afwegingskader. 5 Wet Gemeenschappelijke Regeling, ar
kel 1 lid 4 jo. lid 5.
6
2.3 - GR Openbaar Lichaam Binnen de gemeenschappelijke regelingen (GR) zijn zoals eerder in het plan van aanpak is beschreven, vijf verschillende vormen te onderscheiden6. Na onderzoek en overleg met juristen en experts van binnen en buiten de gemeenten is vastgesteld dat als het CJGZ in het kader van haar verzelfstandiging op dit moment (anno 2025) zou moeten kiezen voor een GR dan, is slechts één van de GR-vormen passend, namelijk het Openbaar Lichaam. De andere GR-vormen kennen geen rechtspersoonlijkheid, of vergen onevenredige betrokkenheid van één van de gemeenten ten opzichte van de regio en/of richten zich voornamelijk op ondersteunende diensten en worden om die redenen niet of minder passend geacht. GR Openbaar Lichaam Het openbaar lichaam hee rechtspersoonlijkheid en kan zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Dit houdt in dat zij privaatrechtelijke handelingen kan verrichten zoals het sluiten van overeenkomsten en het in dienst nemen van personeel. Het openbaar lichaam hee een geleed bestuur: een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzi er.7 Het algemeen bestuur van een openbaar lichaam bestaat uit vertegenwoordigers van de bij de regeling betrokken gemeenten.
Het dagelijks bestuur en elk van de leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd.8 A ankelijk van het type regeling (een raadsregeling, een collegeregeling, of een burgemeestersregeling) zijn dat raadsleden, wethouders, collegeleden en/of burgemeesters. De voorzi er wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. Naast de drie hoofdorganen kunnen ook adviescommissies en bestuurscommissies worden ingesteld.9 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de voorzi er en twee of meer andere leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Niet alle leden van het dagelijks bestuur mogen a oms g zijn uit dezelfde gemeente. Ar kel 14 lid 2 WGR biedt daarnaast de mogelijkheid om één of meer leden van het dagelijks bestuur aan te wijzen (niet zijnde de voorzi er) van buiten het algemeen bestuur. Het aantal DB leden van buitenaf, mag in beginsel nooit de meerderheid vormen.10 Kenmerken van de organisa evorm GR openbaar lichaam: Dit vergt dat de regiogemeenten ZKIJ en CJGZ samenwerken en op één lijn zi en over de inrich ng van CJGZ. Met regiogemeenten ZKIJ (en de gemeente Uitgeest) kan eenduidige afstemming ingewikkeld zijn. Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken over verantwoordelijkheden en processen.
Binnen deze GR-vorm is er ruimte voor lokale invulling, waarbij gemeenten specifieke behoe en kunnen adresseren, maar wel binnen het gezamenlijke kader en beleid. Administra eve en opera onele kosten worden gedeeld onder gemeenten. Momenteel is er geen inscha ng beschikbaar van de financiële impact. De invloed van de deelnemende gemeenten op de dagelijkse uitvoering van taken is beperkt, omdat het openbaar lichaam zelfstandig func oneert. Gemeenten behouden wel invloed via het algemeen bestuur. CJGZ behoudt invloed op de dagelijkse uitvoering van taken. Het bestuurlijke (a reuk)risico voor de deelnemende gemeenten is bij een GR openbaar lichaam groter dan ten opzichte van een zelfstandige s ch ng, aangezien bestuurders een meer directe betrokkenheid en (eind)verantwoordelijkheid hebben. 6
Dit betre de volgende vijf vormen: Openbaar lichaam, bedrijfsvoeringorganisa e, gemeenschappelijk orgaan, centrumgemeente en de “regeling zonder meer”. 7 Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 12. 8 Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 19a. 9 Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 24 en 25. 10 Behoudens de situa e genoemd in art. 13 lid 7 WGR (regeling uitsluitend getroffen door burgemeesters met minder dan zes gemeenten) welke in voorliggend geval niet van toepassing is.
7
Met betrekking tot het openbaar lichaam geldt een dubbele verantwoordingsrela e, namelijk binnen het openbaar lichaam, tussen de ambten van de gemeenschappelijke regeling, en buiten het openbaar lichaam, tussen de besturen van de gemeenschappelijke regeling en (de gemeenteraden van) de deelnemende gemeenten.
Voordat er een GR wordt opgezet dienen betrokken gemeenten gezamenlijk te bepalen op welke wijze samenwerking gewenst is en welke taken en verantwoordelijkheden worden overgedragen of gezamenlijk uitgevoerd dienen te worden. In deze regeling moet het volgende worden opgenomen: De keuze over het overdragen, opdragen of behar gen van bevoegdheden; De samenstelling en bevoegdheden van het bestuur; Informa e- en verantwoordingsverplich ngen van het bestuur en de individuele bestuursleden; Begro ng, eventuele tussen jdse rapportages, jaarrekening en meerjarenraming van de regeling; Bepalingen over de wijziging, opheffing, toetreding en de (financiële) gevolgen van ui reding; Eventuele toezicht- en controlemechanismen; De mate van invloed en/of inmenging van de burger; De duur van de regeling en voorwaarden voor beëindiging of wijziging van de regeling. Op grond van art. 12 WGR zal een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzi er aangesteld moeten worden. Eventueel kunnen een secretaris, directeur en/of commissies worden aan-/ingesteld. Het inrichten van een deze organisa evorm duurt in de meeste gevallen drie jaar. Na overleg met verschillende juristen en experts van binnen- en buiten de gemeenten staat vast dat: 1.
Er gelet op de noodzaak om CJGZ op korte termijn te ontvlechten - conform bestuurlijke afspraak uiterlijk besluitvorming op 1 juli 2025 – in een nieuwe (of in ieder geval jdelijke) organisa evorm deze vorm van een GR als in een Openbaar lichaam niet passend is. Omdat het jdspad en bijbehorende benodigde processen vraagt om een langere inrich ngs jd en zorgvuldigheid. 2. Het inrichten van een aparte GR voor CJGZ, naast de toekoms ge GR jeugd, wordt afgeraden. Dit zou dan namelijk betekenen dat er twee gemeenschappelijke regelingen naast elkaar bestaan. Het besluit of de GR Jeugd voor CJGZ in de toekomst passend is, zal niet in 2025 worden genomen. Advies is om deze mogelijkheid in overweging te nemen op het moment dat de regionale GR Jeugd wordt opgezet.
2.4 - Conclusie Na onderzoek naar de vijf verschillende GR-vormen is gebleken dat van alle GR-vormen een openbaar lichaam het meest kansrijk is. Dit is een vergaande vorm van samenwerking van gemeenten. Het is geen kortetermijnoplossing en hee een loop jd van tenminste drie jaar. Het inrichten van een aparte GR voor CJGZ, naast de toekoms ge GR jeugd wordt afgeraden omdat dit zou betekenen dat er twee gemeenschappelijke regelingen naast elkaar bestaan. Dit is inefficiënt, gee extra ambtelijke en bestuurlijke druk en biedt geen meerwaarde. Een aparte GR CJGZ wordt dan ook niet verder uitgewerkt. In de toekomst zal wel worden onderzocht of het van toegevoegde waarde is om CJGZ onder te brengen bij de nog op te richten GR Jeugd. Om het gesprek te blijven voeren over het eventueel onderbrengen van CJGZ bij de GR Jeugd, kunnen afspraken worden vastgelegd in statuten en convenanten. Hierbij valt te denken aan de overlegstructuur en (verdeling van) verantwoordelijkheden, waaronder afspraken ten aanzien van besluitvorming over de toekomst, bijvoorbeeld via een ‘Commissie Toekomst’, zoals beschreven in ar kel 3.4 van bijlage 1. Dit wordt verder toegelicht in Hoofstuk 3.1. 8
Hoofdstuk 3 – Zelfstandig CJGZ In geval van de organisa evorm verzelfstandiging zijn twee verschillende governancestructuren te onderscheiden: een zelfstandige s ch ng met een raad van toezicht en een eigen bestuur en een beheerss ch ng als aandeelhouder en bestuurder.
3.1 – Governancestructuren zelfstandig CJGZ 1. Zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht Zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht (RvT) Een zelfstandig CJGZ betekent een privaatrechtelijke organisa e met een eigen bestuur. Het oprichten van een zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht vereist een zorgvuldig juridisch en organisatorisch proces. Hierbij is o.a. de samenwerking en financiële rela e tot de gemeenten nader uit te werken in een meerjarig samenwerkingsovereenkomst, een convenant of een inten everklaring waarin afspraken worden gemaakt over de rela e tussen de betrokken par jen en invulling van taken, verplich ngen en financiering. Het regionale belang dient daarbij meegenomen te worden, waarbij aanslui ng met de sociale teams gewaarborgd wordt.
Kenmerken en juridische aspecten voor de organisa evorm S ch ng met een RvT: Oprich ng van een nieuwe s ch ng Jeugdkennemerland met eigen bestuur (in de prak jk: een directeur-bestuurder). Aandelenoverdracht van aandelenkapitaal in JGZ van ViVa! naar deze nieuwe s ch ng Dit vergt o.a. het opstellen van oprich ngsakte, statuten, begeleiding van het fusietraject door een notaris en het aanstellen van een RvT. Dit gee ruimte ten aanzien van de inrich ng van de governancestructuur ten opzichte van de gereguleerde GR vormen. De organisa evorm s ch ng hee geen winstoogmerk en biedt ruimte voor invulling van de gewenste mate van (lokale) betrokkenheid en maatwerkafspraken. Voorafgaand aan oprich ng kunnen afspraken gemaakt worden in een convenant waarin de overkoepelende uitgangspunten van de samenwerking tussen de gemeenten geborgd worden. Er is beperkt bestuurlijk (a reuk)risico voor deelnemende gemeenten, gelet op het feit dat sprake is van een zelfstandige en teit die meer op afstand staat van de gemeenten. Deelnemende gemeenten kunnen grip uitoefenen op de ac viteiten van de zelfstandige s ch ng op de wijzen zoals omschreven in bijlage 1. Hierbij wordt de nadruk gelegd op de inrich ng van een deelnemersorgaan waarin een overlegstructuur en verdeling van verantwoordelijkheden, via een ‘Commissie Toekomst’ worden vastgelegd. Daarnaast wordt een RvT ingericht.
Deze dient te bestaan uit 5 leden met diverse achtergronden (geen we elijke verplich ng maar statutaire borging) en dient op basis van een vooraf vastgestelde profielschets, (bijlage 2) ona ankelijk te worden geworven met een gespecialiseerd selec ebureau en via een transparante, openbare procedure. Werving wordt in dat geval gestart in juli, ingangsdatum bestuur is 1.1.202611. Onderbrengen van de ac viteiten in een verzelfstandigde s ch ng kan op korte termijn gerealiseerd worden, ingangsdatum 1 januari 2026 is haalbaar. Buiten scope van de directe verzelfstandiging van CJGZ valt de juridische fusie van JGZ en CJG tot één BV. Dit is op oneel in het eerste kwartaal van 2026. Vervolgens kan de juridische fusie met de s ch ng plaatsvinden, waarna de twee losse BV’s worden opgeheven en verder gaan als twee (interne) divisies binnen de zelfstandige s ch ng.
11 Voor de samenstelling en bevoegdheden van de RvT/het toezichthoudend orgaan dient rekening gehouden te worden
met de uitgangspunten welke gelden op grond van de Governance Code Zorg.
9
2. Beheers ch ng als aanhouder van beide BV’s Beheers ch ng als aandeelhouder van beide BV’s Een beheerss ch ng is een juridische en teit die vaak wordt gebruikt voor het beheren van aandelen in andere bedrijven en eventueel het bestuur hiervan, zoals bijvoorbeeld BV’s (Besloten Vennootschappen). In dit geval zou de beheerss ch ng als "aandeelhouder" van de BV’s fungeren, wat betekent dat de s ch ng de aandelen van JGZ, en daarmee indirect ook die van CJG bezit en dat zij beide BV’s bestuurt.
Kenmerken en juridische aspecten van een beheerss ch ng: Hierbij wordt de beheerss ch ng aandeelhouder van JGZ BV en CJG BV. Er kan een externe bestuurder worden aangewezen. ViVa! kan hiertoe zelfstandig besluiten. Ingangsdatum 1-1-2026 is realis sch. De beheerss ch ng biedt ten opzichte van variant 1, de zelfstandige s ch ng met een raad van toezicht, minder governance waarborgen en geen inhoudelijke, juridische, financiële noch fiscale voordelen. Daarom wordt deze vorm niet verder in overweging genomen. Het resterende hoofdstuk richt zich daarom op de zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht.
3.2 – Zienswijze betrokken organisa es op een zelfstandig CJGZ met een RvT Gebleken is dat volgens alle betrokken par jen en de geconsulteerde deskundigen een zelfstandige s ch ng met een raad van toezicht de meest passende organisa evorm is, ten minste tot de regionale GR Jeugd van kracht is. Op dat moment kan opnieuw worden bezien of aanslui ng bij de GR Jeugd van toegevoegde waarde is. Op basis van de vergelijking met de in het plan van aanpak vastgestelde parameters (bijlage 3), blijkt dat de gekozen organisa evorm in sterke mate aansluit bij de beoogde uitgangspunten. Er is sprake van een evenwich ge balans tussen (1) stabiliteit en flexibiliteit, met (2) behoud van con nuïteit in de dienstverlening en (3) ruimte voor innova e. Daarnaast biedt de organisa evorm voldoende aanknopingspunten voor (4) samenwerking met gemeenten, het (5) werken vanuit het perspec ef van de inwoner en het (6) benu en van de kracht van de wijk. Tot slot wordt (7) de integraliteit van de aanpak bevorderd, met oog voor doelma gheid en kostenbewustzijn. Hierna worden de drie perspec even van betrokken organisa es nog eens kort toegelicht.
Perspec even van ViVa!, CJGZ en regiogemeenten op een zelfstandig CJGZ met een RvT ViVa! Zorggroep ViVa! acht het van belang om financiële zekerheid te waarborgen voor de nabije toekomst zodat de con nuïteit van de dienstverlening en opera onele processen gegarandeerd blijven. Dit is niet alleen van belang voor de cliënten van CJGZ, maar ook voor de bestaanszekerheid van de medewerkers. Financiële waarborgen in de vorm van lange termijn garan es zijn essen eel voor het vertrouwen en de stabiliteit. CJG en JGZ Naast haar formele bestuurlijke rol heeft ViVa! vooral gefaciliteerd in het beschikbaar stellen van ondersteunende diensten aan CJGZ. Dit betekent dat CJGZ grotendeels zelfstandig opereert. Medewerkers zijn zich weinig bewust van de moederorganisatie ViVa!. De kleinschaligheid van de organisa e en daarmee de flexibiliteit en innova ekracht is voor veel medewerkers belangrijk om zich te verbinden aan een organisa e zoals het CJGZ. Een wijziging hierin of een overgang naar een andere organisa e of instelling betekent onzekerheid en daarmee vergroot het de kans op vertrek en ongewenste discon nuïteit voor de dienstverlening.
Gemeenten Voor de betrokken gemeenten is de impact van het gemeentelijk beleid op de uitvoering van CJGZ van groot belang omdat het CJG als subsidiepartner het beleid van de gemeenten uitvoert is het van belang dat gemeenten invloed hebben op deze uitvoering. De beperkte omvang en de korte lijn van beleid naar uitvoering binnen de CJGZ past goed bij de dynamiek die het jeugd(gezondheids-)beleid met zich meebrengt. Behoud van deze flexibiliteit en wendbaarheid is essen eel voor de gemeenten. Vanuit gemeentelijk perspectief
10
betekent een verzelfstandigd CJGZ, dat zij toegang hebben tot een preventieve jeugdorganisatie, die zij direct als samenwerkingspartner kan benutten. Wijziging in de structuur kan discon nuïteit in de zorgverlening en/of kosten betekenen en wordt niet als wenselijk voor haar bewoners ervaren. Van belang is dat duurzame con nuïteit in de dienstverlening aan de inwoners van de regiogemeenten ZKIJ gegarandeerd is.
3.3 – Randvoorwaarde voor verzelfstandiging CJGZ Als randvoorwaarde voor de verzelfstandiging wordt gesteld dat er samenwerkingsafspraken worden gemaakt over o.a. (meerjarige) financiën, zodat een solide en stabiele bedrijfsvoering gewaarborgd blij . Om betrokkenheid tussen CJGZ en de regiogemeenten ZKIJ te formaliseren, is een meerjarenconvenant voor een periode van 3-5 jaar, op regionaal niveau noodzakelijk. Onderdeel van de besluitvorming voor het inrichten van de verzelfstandiging is het vaststellen van uitgangspunten die in het convenant dienen te worden opgenomen, zoals: De loop jd, beëindiging, opzegging en/of wijziging van het convenant; Doelstelling en reikwijdte van de samenwerking; De samenwerking en speerpunten; Dienstverlening; Beleidsma ge (we elijke en regionale) kaders; Het financieel kader, waarborgen en de financieringsstructuur (zie paragraaf 3.4), waaronder: - Garantstelling voor financiële risico’s en een instandhoudingsplicht - De inten e om per 1 januari 2027 toe te werken naar een meerjarige opdracht en subsidieen financieringsstructuur; Inrich ng van een beoordelingsorgaan die de overlegstructuur en (verdeling van) verantwoordelijkheden en het ini a efrecht waarborgt (zie ar kel 3, bijlage 1). Dit is het orgaan waar afspraken ten aanzien van besluitvorming over de toekomst, via een ‘Commissie Toekomst’ worden vastgelegd.
Een orgaan waarin een afvaardiging van regiogemeenten ZKIJ en CJGZ aan deelnemen; De geschillenregeling en het toepasselijk recht; Het convenant wordt opgesteld na de formele besluitvorming over de organisa evorm in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2025. Het convenant zal ingaan op 1 januari 2026. CJGZ is verantwoordelijk voor de organisatorische gevolgen, zoals het organiseren van ondersteunende diensten die momenteel worden afgenomen bij ViVa! en het opze en van een eigen medezeggenschapsorgaan.
3.4 – Financiën De overgang naar een zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht, zal een andere kostenstructuur met zich meebrengen dan in de huidige situa e. Daarnaast zullen door de betrokken par jen ook incidentele kosten worden gemaakt om de transi e mogelijk te maken. In deze paragraaf wordt meer inzicht gegeven in deze kosten en ook in de financiële con nuïteit op de lange termijn van de nieuwe s ch ng.
3.4.1 - Beoordeling financiële posi e
Uit de jaarrekening 2024 van CJG en JGZ, de interne cijfers over het eerste kwartaal 2025 en onderstaande tabel met de belangrijkste ra o’s blijkt dat het eigen vermogen en de liquiditeit van CJGZ voldoende ruimte biedt om de uitvoeringstaken uit te voeren en eventuele tegenvallers in de uitvoeringstaken op te kunnen vangen. Daarnaast betalen de regionale gemeenten op dit moment de subsidies vooraf waardoor het liquiditeitsrisico beperkt is. 11
2022
2023
2024
Streven
Weerstandsvermogen
6,3%
Solvabiliteit13
38,4%
2,3%
5,9%
nnb
13,8%
30,6%
nnb
Liquiditeit (current ra o )
1,29
0,99
1,44
1,2 - 1,5
Gezonde exploita e
Nee
Nee
Ja
Ja
Meerjarenraming
Nee
Nee
Nee
Ja
12
14
Op basis van deze cijfers kan het volgende worden geconcludeerd: CJGZ is financieel in staat om zelfstandig te opereren. De organisa e is van voldoende omvang om de uitvoeringstaken te kunnen realiseren. De financiële posi e is het afgelopen jaar aanzienlijk verbeterd. Zowel de solvabiliteit, weerstandsvermogen als de liquiditeit zijn in 2024 duidelijk sterker dan in 2023. Hiermee is er vertrouwen dat CJGZ, als zelfstandige organisa e, haar we elijke taken ook in de toekomst op een financieel verantwoorde manier kan blijven uitvoeren. ViVa! is nu bestuurlijk verantwoordelijk voor CJGZ en kan jdelijk financiële ruimte bieden bij bijvoorbeeld een liquiditeitstekort in de vorm van bijvoorbeeld een rekening-courant of een jdelijke lening. ViVa! is niet in staat of bevoegd om structurele financiële tekorten van CJGZ op te vangen, omdat ViVa! en CJGZ aparte financieringsstromen kennen. Elke financieringsstroom hee zijn eigen we elijke bestemming. Vermenging van gelden is verboden om misbruik en ondoorzich ge bestedingen te voorkomen. ViVa! kan na verzelfstandiging van CJGZ niet langer optreden als jdelijke financier. Dit is in de prak jk nooit van toepassing geweest omdat het CJGZ over voldoende liquiditeiten beschikte.
Voldoende vermogen en liquiditeiten stellen de s ch ng in staat om financiële tekorten in enig jaar zelf op te vangen, zonder dat hiervoor direct aanvullende middelen van de gemeenten noodzakelijk zijn. De noodzakelijke hoogte van deze buffers hangt af van de vraag in hoeverre en op welke wijze de regiogemeenten bereid zijn om garant te staan bij het voorze en van de huidige gesubsidieerde uitvoeringstaken. Het CJGZ vormt daarvoor in elk geval een reserve (weerstandsvermogen) uit niet benu e subsidies waarbij in principe de huidige werkwijze over het vormen van reserves worden gehanteerd. In het convenant worden hierover nadere afspraken gemaakt. Met deze afspraken ontstaat er helderheid over de wederzijdse verantwoordelijkheden en ontstaat een stabiele financiële basis voor de verdere zelfstandige ontwikkeling van CJGZ. Weerstandsvermogen en garantstelling Het weerstandsvermogen van CJGZ ligt eind 2024 op 5,9%. Met deze buffer kunnen financiële tegenvallers worden opgevangen. De buffer is niet zodanig groot dat alle acute bijzondere situa es en/of meerjarige financiële tekorten kunnen worden opgevangen. Als CJGZ wel in deze situa e komt, dan zullen aanvullende middelen vanuit de gemeenten noodzakelijk zijn om de con nuïteit van CJGZ te kunnen blijven waarborgen. Het huidige (beperkte) niveau van het weerstandsvermogen is o.a.
ontstaan doordat tot op heden CJGZ een zogenaamde “nulbegro ng” hee ingediend bij het aanvragen van de subsidie en er in de subsidie geen rekening werd gehouden met vermogensopbouw.
12
Weerstandsvermogen: eigen vermogen / totale bedrijfslasten. Gee aan in hoeverre een organisa e eventuele calamiteiten financieel kan opvangen. Door een weerstandsvermogen te hanteren voorkomt een organisa e dat het meteen in financiële problemen komt bij een calamiteit. 13 Solvabiliteit: eigen vermogen / vreemd vermogen. Deze verhouding gee aan of de organisa e de schulden op lange termijn kan voldoen. 14 Current ra o: vlo ende ac va/kortlopende schulden. Gee een weergave van de mate waarin de organisa e in staat is op jd te voldoen aan kortlopende financiële verplich ngen.
12
De regiogemeenten ZKIJ zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Daarbij hebben zij de keuze gemaakt om beleid en uitvoering te scheiden. De uitvoeringstaken zijn gemandateerd aan het CJGZ, hiervoor ontvangt CJGZ een subsidie. Gemeenten kunnen toezeggen dat de dienstverlening in stand wordt gehouden en dat zij bij onverwachte tegenvallers in overleg zullen gaan met het CJGZ. CJGZ wordt weliswaar een zelfstandige s ch ng met een eigen bestuur en toezicht, maar fungeert daarnaast als uitvoeringsorganisa e van de regiogemeenten. Hiermee staan de gemeenten in wezen al garant binnen de vastgestelde kaders en met de randvoorwaarden die nog worden uitgewerkt en vastgelegd in mandaten en convenanten. Het huidige mandaatbesluit moet concreter en juridisch helderder worden geformuleerd.
3.4.2 - Kosten die gepaard gaan met ontvlech ng
Structurele kosten bij verzelfstandiging Op dit moment wordt een deel van de ondersteunende ac viteiten uitgevoerd door ViVa!. Hierbij valt te denken aan het voeren van de financiële- en personeelsadministra e, HR-ac viteiten, control ac viteiten (opstellen jaarrekening, begro ng e.d.) en ondersteuning vanuit inkoop, vastgoed en facilitair management (hierna: overhead). Deze ac viteiten zijn vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Jaarlijks betaalt CJGZ hiervoor een vergoeding aan ViVa! (2025: € 572.000). De doorbelas ng bestaat grotendeels uit een vergoeding voor de personele inzet binnen ViVa! voor deze ac viteiten. Uit het Berenschot Benchmark onderzoek (2024) blijkt dat de overheadkosten op dit moment aan de lage kant zijn. Het is niet reëel om zonder de toevoeging van extra subsidiemiddelen de bedrijfsvoeringtaken te con nueren. Na de ontvlech ng zal de vergoeding aan ViVa! vervallen. Bij de verzelfstandiging zal CJGZ de ac viteiten die nu door ViVa! worden uitgevoerd zelf (al dan niet uitbesteed) gaan uitvoeren. In bijlage 4a is een inscha ng opgenomen van de structurele kosten (ad €851.730) bij een verzelfstandiging.
Naar verwach ng zullen deze structurele kosten maximaal €279.730 hoger uitvallen wegens schaalverlies en enkele kostenverhogende aspecten, zoals het opze en van een eigen ondernemingsraad, cliëntenraad en Raad van Toezicht, zoals toegelicht in bijlage 4b. Voor een deel van de vervangende ondersteuning wordt samenwerking verkend met een administra ekantoor dat landelijk meerdere CJGZ-organisa es ondersteunt15. Een overig deel van deze dienstverlening wordt intern opgezet of ingevuld. Dit betre noodzakelijke vervanging van de ondersteunende diensten en is geen uitbreiding. Er zijn geen financiële consequen es omtrent vastgoed. Lopende huurcontracten kunnen waar nodig op naam worden omgezet. Voor een verdeling van de te verwachten structurele (meer)kosten worden per regiogemeente ZKIJ de volgende bedragen opgenomen in de subsidieaanvraag 2026. Gemeente Beverwijk Bloemendaal Haarlem Heemskerk Heemstede Uitgeest Velsen Zandvoort Totaal
Meerkosten subsidie 2026 € 27.637,32 € 13.986,50 € 138.816,01 € 25.497,39 € 10.084,27 € 4.377,77 € 46.407,21 € 12.923,53 € 279.730,00
Bovenstaande verdeling is aan de hand van onderstaande verdeelsleutel berekend.
15
Care & Able
13
Verdeelsleutel Sinds de oprich ng van het CJG zijn de kosten, die niet toe te rekenen zijn aan één opdrachtgever op basis van een verdeelsleutel begroot en toegerekend. Deze verdeelsleutel wordt bepaald door het aandeel van de subsidie per opdrachtgever ten opzichte van de totale begro ng. Vanaf 2020 is de verdeelsleutel ook toegepast voor de managemen unc es, de managementassistenten, de secretaris beschermingstafel (inmiddels nvt) en de gedragswetenschappers. Deze medewerkers werken voor alle drie de opdrachtgevers. Vanaf 2021 zijn ook de specialist toegang, de medewerker PR en communica e, de projectmedewerker en de medewerkers Informa e en Advies over alle opdrachtgevers verdeeld. De verdeelsleutelsystema ek leidt tot vereenvoudiging van de administra e en daarmee het terugdringen van administra eve lasten en duidelijkheid naar de opdrachtgevers. De IJmondgemeenten hebben zelf voor het CJG een onderlinge verdeelsleutel bepaald op basis van het aantal inwoners. Dat geldt ook voor de verdeelsleutel tussen Haarlem en Zandvoort. Ook voor de JGZ is de verdeelsleutel de omzetverhouding. Het gaat om de omzetverhouding van het basistakenpakket JGZ. Door de jaren heen (vanaf 2003) is er bij de JGZ een scheefgroei ontstaan tussen gemeenten. Dit kwam omdat Haarlem als centrumgemeente in verhouding meer subsidie gaf aan de JGZ.
Uitgangspunt is al jd solidariteit geweest en bij de JGZ is dit nooit een punt van discussie geweest. Pas sinds het afgelopen jaar is vanuit de JGZ met de gemeente Velsen besproken dat in die gemeente het dienstverleningsniveau aangepast moet worden ten opzichte van de rest van de regio, omdat het gat tussen de gevraagde en toegekende subsidie te groot was geworden in vergelijking met de andere gemeenten.
In 2026 zal beoordeeld worden welke structurele kosten vanaf 2027 noodzakelijk zijn om een zelfstandige s ch ng op peil te houden. Deze zullen niet meer bedragen dan € 851.730 en worden zo laag mogelijk gehouden. Verzoek tot besluitvorming structurele meerkosten overhead: Het verzoek van ViVa! en CJGZ is om akkoord te krijgen op de structurele meerkosten van €279.730 en deze op te nemen als onderdeel van de subsidieaanvragen voor 2026. Het alterna ef is om eenmalig een beroep te doen op het eigen vermogen van CJGZ. Consequen e hiervan is dat het eigen vermogen in 2026 verder terugzakt wat de financiële con nuïteit onder druk zet en waarbij er eerder een beroep moet worden gedaan op aanvullende bijdragen vanuit regiogemeenten ZKIJ. Dit risico moet een gedragen besluit zijn door bestuurders. CJGZ zal ook in de toekomst over voldoende financiële buffers moeten beschikken om eventuele tekorten of schommelingen in de liquiditeiten zelf op te vangen. Financiële garantstelling/instandhouding van de uitvoeringstaken vanuit regiogemeenten is in beide situa es van belang, en des te belangrijker als er een beroep wordt gedaan op het eigen vermogen.
14
Het geconsolideerd eigen vermogen is als volgt opgebouwd:
Incidentele transi ekosten bij verzelfstandiging In 2025 en begin 2026 zullen daarnaast extra kosten worden gemaakt om de verzelfstandiging mogelijk te maken (ad €282.342, zie bijlage 5). Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan juridische en notariële kosten, advieskosten, ICT kosten, inrich ng administra e en organisa e-ontwikkelingskosten. Dit zijn voornamelijk kosten die door CJGZ zullen worden gemaakt. Ook door ViVa! worden extra kosten gemaakt in de vorm van extra personele inzet, juridisch advies en fric ekosten die ontstaan door boventallig personeel na de verzelfstandiging. Deze kosten zijn niet in het overzicht in bijlage 5 opgenomen en neemt ViVa! voor eigen rekening. Regiogemeenten ZKIJ en ViVa! verschillen van zienswijze over de bekos ging van de incidentele kosten, hierover zullen in een afzonderlijk bestuurlijk gesprek nadere afspraken moeten worden gemaakt. Standpunt ViVa!: ViVa! en CJGZ stellen voor om voor de incidentele transi ekosten geen aparte subsidieaanvraag in te dienen. Dit wordt in de lopende exploita e 2025 CJGZ opgevangen. Indirect betekent dit dat het wordt bekos gd vanuit het eigen vermogen van CJGZ. ViVa! is van mening dat zij niet alle incidentele kosten die betrekking hebben op de verzelfstandiging voor haar rekening kan nemen.
Onder andere omdat de financieringsstromen (zoals Wlz, ZVW en Wmo) binnen ViVa! een eigen we elijk bestemming kennen en daaruit geen kosten voor CJGZ gefinancierd kunnen worden. Standpunt regiogemeenten ZKIJ: Als deze incidentele kosten uit de exploita e van CJGZ worden bekos gd, worden deze indirect vanuit de subsidies van de gemeenten betaald. Subsidies zijn niet bedoeld om de ontvlech ng te bekos gen maar voor de afspraken die zijn gemaakt in de presta eplannen en bijbehorende KPI’s. Ook niet als CJGZ het eigen vermogen hiermee de afgelopen jaren hee opgebouwd. ViVa! hee besloten om CJGZ te ontvlechten en is tot en met het moment van ontvlech ng verantwoordelijk voor de kosten van de ontvlech ng en voor een financieel gezonde overdracht. Hieronder valt ook het afwikkelen van schulden of financiële risico’s. Daarbij mogen ze geen gebruik maken van Wlz- of Wmo-middelen, maar 15
dienen wel te zorgen voor een transparante balansoverdracht waarin het CJGZ niet start met een financieel nadeel. De middelen in het eigen vermogen zijn vrijgevallen subsidiemiddelen van de gemeenten over meerdere jaren. Hierover zijn subsidieafspraken gemaakt, dit kan niet worden ingezet voor dekking van incidentele- en meerkosten, ook omdat daarmee de financiële posi e verslechtert. Verzoek tot besluitvorming: Het verzoek is om in bestuurlijk overleg (gepland d.d. 10 juni 2025) tot overeenstemming te komen over de dekking van de incidentele kosten.
3.4.3 - Overige financiële randvoorwaarden
Naast de dekking van incidentele en structurele financiën, zijn enkele andere aspecten noodzakelijk voor een gezonde bedrijfsvoering. Hierover dienen nadere afspraken te worden opgenomen in het convenant (paragraaf 3.3.). Minimaal moeten afspraken worden vastgelegd over: a. Het zorgdragen voor de financiële con nuïteit (garantstelling/instandhouding), inclusief afspraken over het eigen vermogen (het weerstandsvermogen); b. Uniforme indexering door alle gemeenten (voor CJG reeds vastgesteld middels collegebesluit); c. De inten e om per 1 januari 2027 te komen tot meerjarige afspraken over de subsidies en de bijbehorende voorwaarden. Totstandkoming hiervan is onderdeel van de commissie Toekomst, als gespecificeerd in paragraaf 3.1; d. Toepassing van de wet normering topinkomens (WNT); e. De betrokkenheid van gemeenten bij de financiële bedrijfsvoering via de P&C cyclus (begro ng, presta eplannen, kwartaalrapportages, jaarrekening e.d.), zoals dat op dit moment ook gebeurt.
3.5 - Conclusie Na onderzoek is gebleken dat volgens alle betrokken par jen en de geconsulteerde deskundigen een zelfstandige s ch ng met een raad van toezicht de meest passende organisa evorm is. Bestuurlijke besluitvorming is noodzakelijk voor: 1. Structurele kosten: a. Het verzoek van CJGZ en Viva! is om akkoord te krijgen op de bekos ging van de structurele meerkosten van €279.730 euro voor 2026 en van een nog nader te onderbouwen structureel bedrag (maar maximaal €279.730) vanaf 2027. De meerkosten 2026 worden opgenomen als onderdeel van de reguliere subsidieaanvragen. b. Het alterna ef is om voor 2026 eenmalig een beroep te doen op het eigen vermogen van CJGZ. 2. Incidentele kosten: het verzoek is om in bestuurlijk overleg (gepland d.d. 10 juni 2025) tot overeenstemming te komen over de dekking van de incidentele kosten (ad €282.342). 3. Kaders en randvoorwaarden: Het vastleggen van de kaders en de nodige randvoorwaarden in mandaten en convenant. Hierbij valt te denken aan afspraken over: a. Het zorgdragen voor de financiële con nuïteit (garantstelling/instandhouding), inclusief afspraken over het eigen vermogen (het weerstandsvermogen); b. Uniforme indexering door alle gemeenten (voor CJG reeds vastgesteld middels collegebesluit);
16
c. De inten e om per 1 januari 2027 te komen tot meerjarige afspraken over de subsidies en de bijbehorende voorwaarden. Totstandkoming hiervan is onderdeel van de commissie Toekomst, als gespecificeerd in paragraaf 3.1; d. Toepassing van de wet normering topinkomens (WNT); e. De betrokkenheid van gemeenten bij de financiële bedrijfsvoering via de P&C cyclus (begro ng, presta eplannen, kwartaalrapportages, jaarrekening e.d.), zoals dat op dit moment ook gebeurt.
17
Hoofdstuk 4 – Conclusie, advies en gevraagd besluit 4.1 – Conclusie Na uitgebreid onderzoek, in afstemming met betrokken par jen en bezien vanuit verschillende disciplines, en bijbehorende parameters wordt geconcludeerd dat een gekozen organisa evorm van een zelfstandige s ch ng met een Raad van Toezicht (RvT) kan worden gerealiseerd met ingang van 1 januari 2026. Deze vorm sluit aan bij vastgestelde parameters, bij de behoe e aan een slagvaardige, wendbare organisa e die dicht bij inwoners en gemeenten staat en biedt bestuurlijke flexibiliteit. Ook vanuit medewerkersperspec ef is dit een passende op e: het behoud van organisa ekenmerken zoals korte lijnen en ruimte voor innova e draagt bij aan het vasthouden van exper se en betrokkenheid. Dit is van belang om de kwaliteit en con nuïteit van de dienstverlening in de regio te kunnen blijven waarborgen. Deze organisa evorm biedt ruimte om verder te bouwen aan de ontwikkeling en versterking van stevige lokale teams, in nauwe samenwerking met gemeenten en ketenpartners. Aanbevelingen voor de verdere uitwerking hiervan volgen in een aparte no e. De organisa evorm kan jdelijk danwel structureel van karakter zijn. In ieder geval ten minste tot de regionale GR Jeugd in een verder stadium ontwikkeld is. Op dat moment kan opnieuw worden bezien of aanslui ng bij de GR Jeugd van toegevoegde waarde is.
Het oprichten van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) is op korte termijn onhaalbaar. Wel kan (de toegevoegde waarde voor de inwoner van) een toekoms ge aanslui ng bij de regionale GR Jeugd worden overwogen wanneer deze wordt opgezet. De afweging die op dat moment zal plaatsvinden is een gezamenlijk proces tussen CJGZ en Regiogemeenten ZKIJ waarbij de ‘Commissie Toekomst’ een belangrijke rol hee .
4.2 - Advies en benodigde voorbereiding Het advies is om per 1 januari 2026 over te gaan tot de verzelfstandiging van CJGZ in de vorm van een s ch ng met een Raad van Toezicht. Dit vergt voorbereiding op de volgende onderwerpen: Het treffen van juridische en governance-voorbereidingen, waaronder het opstellen van de oprich ngsakte en statuten, begeleiding van het fusietraject door een notaris en het werven en aanstellen van een RvT bestaande uit vijf leden (bijlage 2) in lijn met de Governance Code Zorg; Het formaliseren van samenwerking met gemeenten via een meerjarenconvenant om stabiliteit, betrokkenheid en financiële con nuïteit te borgen; Het inrichten van een beoordelingsorgaan (‘Commissie Toekomst’) dat de overlegstructuur en (verdeling van) verantwoordelijkheden en het ini a efrecht waarborgt (zie ar kel 3, bijlage 1); Het treffen van voorbereidingen voor het inrichten van ondersteunende diensten buiten ViVa! Zorggroep door CJGZ; Het voorbereiden en waarborgen van financiële consequen es, zoals beschreven in paragraaf 3.4 en hieronder ter besluitvorming is voorgelegd. Met deze stappen kan per 1 januari 2026 een zelfstandig, goed func onerend CJGZ worden gerealiseerd.
4.3 - Gevraagd besluit De bestuurders van ViVa! Zorggroep en de regiogemeenten ZKIJ en de gemeente Uitgeest, worden gevraagd om: 1. In te stemmen met de oprich ng van- en aandelenoverdracht naar zelfstandige s ch ng Jeugdkennemerland met een eigen bestuur en Raad van Toezicht, per 1 januari 2026.
18
2. Het opstellen van een meerjarenconvenant met ingangsdatum 1 januari 2026 (loop jd 3-5 jaar) waarin onder andere afspraken worden vastgelegd over: De loop jd, beëindiging, opzegging en/of wijziging van het convenant; Doelstelling en reikwijdte van de samenwerking; De samenwerking en speerpunten; Dienstverlening; Beleidsma ge (we elijke en regionale) kaders; Het financieel kader; Inrich ng van een beoordelingsorgaan die de overlegstructuur en (verdeling van) verantwoordelijkheden en het ini a efrecht waarborgt (zie ar kel 3, bijlage 1). Dit is het orgaan waar afspraken ten aanzien van besluitvorming over de toekomst, via een ‘Commissie Toekomst’ worden vastgelegd. Een orgaan waarin een afvaardiging van regiogemeenten ZKIJ en Uitgeest en CJGZ aan deelnemen; De geschillenregeling en het toepasselijk recht; 3. Een besluit te nemen inzake de financiële consequen es van de onvlech ng, namelijk: Structurele kosten: a. Het verzoek van CJGZ en Viva! is om akkoord te krijgen op de bekos ging van de structurele meerkosten van €279.730 euro voor 2026 en van een nog nader te onderbouwen structureel bedrag (maar maximaal €279.730) vanaf 2027. De meerkosten 2026 worden opgenomen als onderdeel van de reguliere subsidieaanvragen. b. Het alterna ef is om voor 2026 eenmalig een beroep te doen op het eigen vermogen van CJGZ.
Incidentele kosten: het verzoek is om in bestuurlijk overleg (gepland d.d. 10 juni 2025) tot overeenstemming te komen over de dekking van de incidentele kosten (ad €282.342). Kaders en randvoorwaarden: Het vastleggen van de kaders en de nodige randvoorwaarden in mandaten en convenant. Hierbij valt te denken aan afspraken over: a. Het zorgdragen voor de financiële con nuïteit (garantstelling/instandhouding), inclusief afspraken over het eigen vermogen (het weerstandsvermogen); b. Uniforme indexering door alle gemeenten (voor CJG reeds vastgesteld middels collegebesluit); c. De inten e om per 1 januari 2027 te komen tot meerjarige afspraken over de subsidies en de bijbehorende voorwaarden. Totstandkoming hiervan is onderdeel van de commissie Toekomst, als gespecificeerd in paragraaf 3.1; d. Toepassing van de wet normering topinkomens (WNT); e. De betrokkenheid van gemeenten bij de financiële bedrijfsvoering via de P&C cyclus (begro ng, presta eplannen, kwartaalrapportages, jaarrekening e.d.), zoals dat op dit moment ook gebeurt. De instemming van alle par jen is a ankelijk van enkele randvoorwaardelijke toezeggingen. Op 22 mei wordt hierover een principebesluit gevraagd in het portefeuillehoudersoverleg (PFO), waarin de regiogemeenten ZKIJ en Uitgeest bestuurlijk vertegenwoordigd zijn. Dit besluit moet vervolgens door de lokale colleges worden bekrach gd.
Voor ViVa! geldt daarnaast dat goedkeuring door de Raad van Toezicht en een posi ef advies van de OR vereist zijn.
19
Nawoord Met deze onderzoeksrapportage is een belangrijke stap gezet om te komen tot een passende organisa evorm op basis van inhoudelijke uitgangspunten. De gekozen benadering voor een, al dan niet jdelijke, organisa evorm van verzelfstandiging met een Raad van Toezicht biedt perspec ef voor een toekomstbestendige uitvoering die recht doet aan zowel de maatschappelijke opgaven als de behoe en van inwoners. Verdere concre sering en betrokkenheid van betrokken par jen blij essen eel om samen blijvend het verschil te maken. In het komende half jaar ligt de nadruk op de implementa e. Ook de regionale werkgroep zal hier opnieuw gezamenlijk in optrekken, met als doel de vastgestelde besluiten uit dit onderzoek daadwerkelijk in de prak jk te brengen. Tot slot willen we iedereen bedanken voor de inzet en betrokkenheid in deze eerste fase van een construc eve en pre ge samenwerking.
20
BIJLAGEN Bijlage 1 – Memo Governancestructuur
21
22
23
24
Bijlage 2 – Profielschets RVT
25
26
27
Bijlage 3 – Parameters, incl. toets Parameters CJGZ en gemeenten afgezet tegen de organisatievorm Verzelfstandiging in de vorm van een stichting CJGZ.
Parameters organisatorisch en financieel
1. Stabiliteit en flexibiliteit: de organisatie is stabiel en kan flexibel inspelen op veranderingen in wetgeving en behoeftes en ontwikkelingen. Financiële Stabiliteit: streef naar meerjarige financieringsafspraken en een gezond weerstandsvermogen en voldoende liquiditeitspositie passend bij de organisatievorm. Lage structurele overheadkosten: Focus op efficiënte bedrijfsvoering met lage bestuurlijke kosten ten opzichte van de benchmark, niet ten opzichte van nu. Behoud van medewerkers en hun expertise en andersom baanzekerheid voor de medewerkers. CJGZ is flexibel genoeg om wendbaar op veranderingen in te spelen, zoals landelijke wet- en regelgeving, regionale ontwikkelingen, maatschappelijke behoefte, technologische ontwikkelingen en interne aanpassingen. Autonomie van teams: Teams krijgen de ruimte voor maatwerk en beslissingen binnen hun verantwoordelijkheden. Beperking van incidentele overdrachtskosten: duidelijke afspraken over de kosten bij herpositionering om continuïteit te waarborgen. Stabiliteit en flexibiliteit blijft overeenkomstig met huidige situatie, daarom behoud van medewerkers en hun expertise en autonomie van de teams om lokaal aan te sluiten en te innoveren. Financiële stabiliteit wordt opgenomen in de afspraken die regionaal met de controllers en ViVa! en CJGZ worden gemaakt en hierin wordt rekening gehouden met frictie- en overdrachtskosten.
Het maken van meerjarige afspraken wordt als streven opgenomen maar zal nog niet voor 2026 gelden. 2. Continuïteit in dienstverlening De dienstverlening is duidelijk voor gezinnen en externe partijen, mensen weten wie waarvoor verantwoordelijk is. De dienstverlening blijft tijdens de overgangsfase ononderbroken, zodat kinderen en ouders geen last ondervinden van de ontvlechting. Een ‘versnippering’ van de regionale functie van CJGZ (het opknippen in verschillende gemeenten) creëert door schaalverlies risico’s op gebied van o.a. continuïteit en kwaliteit. Efficiënte Processen: ondersteunende bedrijfsprocessen worden geoptimaliseerd en zo nodig uitbesteed zonder ingrijpende veranderingen die risico's op vrijwillig vertrek vergroten. Dienstverlening blijft overeenkomstig met de huidige situatie, dit geeft vertrouwen aan inwoners. Gezinnen en externen weten wie wat doet. Er is geen sprake van verstoring in de bestaande werkwijze en processen. 3. Kwaliteit en innovatie vanuit het perspectief van de inwoner Decentrale wijkgerichte structuur: fysieke aanwezigheid in wijken voor zichtbaarheid en nabijheid. Hulp en ondersteuning zo dicht mogelijk bij de leefwereld van jeugd/jongeren organiseren (in de wijk, op school, etc.) Inzet bewezen effectieve Interventies: gebruik professionele standaarden en continue verbetering door data-analyse en opleiding.
Gezinsgerichte integrale hulp: Integreer hulp bij complexe problematiek (bijv. armoede/schulden) en betrek gezinssystemen. Goede samenhang en samenwerking tussen hulp en ondersteuning voor jongvolwassenen en volwassenen (18-/18+) 28
Behoud van expertise: behoud de kennis van bijna 300 medewerkers met diverse expertises, om continuïteit en kwaliteit te garanderen. Innovatiekracht behouden en geeft hiervoor voldoende beleidsvrijheid. Overeenkomstig met huidige situatie: er is al sprake van een decentrale, wijkgerichte structuur. In de nieuwe organisatievorm worden organisatiekenmerken zoals korte lijnen en ruimte voor innovatie behouden. Dit draagt bij aan het vasthouden van expertise en betrokkenheid en is van belang om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening in de regio te kunnen blijven waarborgen. Een zelfstandige stichting met een Raad van Toezicht (RvT) biedt bestuurlijke flexibiliteit en sluit aan bij de behoefte aan een slagvaardige, wendbare organisatie die dicht bij inwoners en gemeenten staat. Deze organisatievorm biedt ruimte om verder te bouwen aan de ontwikkeling en versterking van stevige lokale in nauwe samenwerking met gemeenten en ketenpartners.
4. Eén organisatie CJG en JGZ (al of niet zelfstandig) Een gecombineerde organisatie versterkt synergie in preventieve zorg en ondersteuning. CJG en JGZ versterken elkaar in hun missie om preventieve zorg en ondersteuning te bieden aan kinderen, jongeren en gezinnen. CJGZ heeft de robuustheid om een zelfstandige organisatie te vormen. Innovatiekracht in het primair proces wordt door de gezamenlijke omvang versterkt en de huidige schaalvoordelen in de ondersteunende bedrijfsprocessen kunnen worden behouden. Moment van uittreding gelijktijdig voor CJG en JGZ bij voorkeur per 1 januari 2026. Overeenkomstig met huidige situatie blijft het CJGZ na verzelfstandiging één stichting waarin zij elkaar als gecombineerde organisatie versterken in hun missie om preventieve zorg en ondersteuning te bieden. Het is een haalbaar doel dat de organisatie op 1 januari 2026 staat. 5. Samenwerking en Afstemming met Gemeenten De dienstverlening van het CJGZ wordt dicht bij de gemeente georganiseerd. CJGZ en gemeenten werken nauw samen op basis van een duidelijke opdracht. Het CJG en de JGZ werken op basis van een regionale opdracht die aansluit bij het regionale inkoopstelsel met ruimte voor lokale verschillen. Er is een beperkte afstand tussen beleid en uitvoering er is afstemming met individuele gemeenten over lokaal beleid.
Regionale en lokale samenwerking: ruimte voor maatwerk binnen regionale uniforme richtlijnen, afhankelijk van de lokale behoeften. Overeenkomstig met huidige situatie blijft het CJGZ in de nieuwe organisatievorm dicht bij de gemeenten met een duidelijke opdracht, met ruimte voor lokale verschillen. Op deze wijze maken zij efficiënt gebruik van middelen en is er een goede aansluiting op gemeentelijk beleid. Er blijft ruimte voor maatwerk binnen regionale uniforme richtlijnen. De samenwerking en afstemming wordt geborgd door deelname van de gemeente in de RvT en/of opname van afspraken over besluitvorming en overleg in het convenant en de statuten. Daarnaast blijven de reguliere subsidie en verantwoordingsafspraken staan in de vorm van kwartaalgesprekken, prestatieplan, jaarrekening en jaarverslag. Hieraan kan zo nodig nog een bestuurlijk kwartaalgesprek worden toegevoegd.