CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Rapport 213a ‘Milieuactieprogramma en brede welvaart Toepasbaarheid indicatoren voor de gemeente Haarlem

commissie Bestuur 5 oktober 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen 213a-rapport Milieuactieprogramma en brede welvaart (FR)17.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.6.2

Aandeel hernieuwbare energie De Europese indicator brengt het aandeel hernieuwbare (bruto) energie verbruik volgens het Renewable Energy Directive (RED) in kaart.40 Het RED, opgesteld in 2018, verplicht lidstaten -onder andere- om sinds 1 juli 2021 hun aandeel hernieuwbare energie in kaart te brengen. Het bevatte daarnaast de doelstelling om Europees tot een percentage van 32 % hernieuwbare opwek te komen. Duurzame energie: ten minste 45 % van de energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik van energie tegen 2030 %

Beschrijving indicator voor Haarlem

Nederland werkt aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie die voor iedereen betaalbaar is. In 2019 kwam 8,7 % van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen. In 2030 moet dat minimaal 27 % zijn. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. Een overgang naar een duurzame energievoorziening is van groot belang, vanwege het tegengaan van klimaatverandering. Ook spelen afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van internationale energieleveranciers een rol. 41 De gemeente Haarlem kan het bekende percentage hernieuwebare energie bepalen, waarbij een opsplitsing wordt gemaakt tussen zonne-energie en windenergie. In Haarlem in cijfers wordt deze splitsing in indicator bijgehouden. 42 Percentage bekende hernieuwbare energie. − −

Bronhouder: Klimaatmonitor, indicator gebruik van hernieuwbare energie Schaalniveau: gemeente

Zonnestroom − − 39

Bronhouder: Klimaatmonitor, indicator zonnestroom Schaalniveau: gemeente

Zie o.a. programmabegroting

40

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_07_40/default/table?lang= en 41

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzameenergie#:~:text=Nederland%20werkt%20aan%20duurzame%2C%20betrouwbare,energiev oorziening%20bijna%20helemaal%20duurzaam%20zijn 42

https://haarlem.incijfers.nl/databank

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

21

Wind op land − −

Bronhouder: Klimaatmonitor, wind op land genormaliseerd 43 Schaalniveau: gemeente

Geen Jaarlijks, meest recente data 2021 In het Haarlemse Actieplan Schone Energie committeert de gemeente zich aan de opwek van 750TJ duurzame energie door zon en wind.44 % TJ (voor zon en wind)

3.6.3

Circulair gebruik van materialen De indicator circulair gebruik van materialen berekent het percentage circulair materiaalgebruik ten opzichte van het totale materiaalgebruik. Het totale materiaalgebruik wordt gedefinieerd als de som van materiaalconsumptie. Het circulaire gebruik wordt berekend door de hoeveelheid gerecycled afval minus het geïmporteerde gevaarlijk afval dat wordt verwerkt plus het geëxporteerde afval dat elders wordt verwerkt. Het percentage circulair gebruik van materialen wordt zowel berekend als totaal45 als per een viertal materiaalstromen: biomassa, metalen, niet-metaal mineralen en grondstoffen voor fossiele energie en de daarvoor benodigde dragers. 46 Duurzame industrie: het circulaire gebruik van materialen verdubbelen tegen 2030 ten opzichte van 2020 %

Beschrijving indicator voor Haarlem

De gegevens over het circulair materiaalgebruik zijn op dit moment nog niet bekend. De gemeente Haarlem is in gesprek met verschillende partijen die afvalstromen analyseren, om gegevens hierover te ontsluiten.47’ Op gemeenteniveau worden

43

Gecorrigeerd vermogen op basis van weersomstandigheden. Wordt berekend door de gemiddelde capaciteit aan het begin en einde van een verslagjaar de vermenigvuldigen met de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar. 44

Actieplan Schone Energie

45

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/cei_srm030/default/table?lang =en 46

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/env_ac_curm/default/table?lan g=en 47

Informatie besproken tijdens workshop over de indicatoren van het MAP op 20/04/2023

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

22

grondstoffenstromen nog niet openbaar gepubliceerd. Huishoudelijke afvalstromen zijn wel beschikbaar. Onbekend, afhankelijk van beschikbare data Onbekend, afhankelijk van beschikbare data 50 % reductie gebruik primaire en abiotische grondstoffen.48,49.Met het Coalitieprogramma ‘Duurzaam doen’ uit 2018 is de horizon verplaatst naar Haarlem Circulair 2040. In het startprogramma zijn de doelstellingen 60 % circulair in 2030 en 100 % in 2040 opgenomen.50 % of fysieke eenheden

3.6.4

Aandeel bussen en treinen Aandeel bussen en treinen in het totale personenvervoer over land51 Duurzame mobiliteit: het aandeel van collectieve vervoerswijzen (bussen, reisbussen en treinen) verhogen % van het totale personenvervoer over land, uitgedrukt in passagierskilometers

Beschrijving indicator voor Haarlem

Het aandeel bussen en treinen ten opzichte van het totale personenvervoer kan achterhaald worden op basis van het aantal verplaatsingen met het openbaar vervoer. Onderweg in Nederland (ODIN) is een onderzoek dat wordt uitgevoerd door het CBS. Het onderzoek Onderweg in Nederland (ODIN) is een continu dagelijks onderzoek naar het verplaatsingsgedrag van inwoners van Nederland van 6 jaar of ouder. Aan de respondenten wordt gevraagd om voor één bepaalde dag van het jaar op te geven waar ze die dag naartoe gaan, met welk doel, met welk vervoermiddel en hoe lang het duurt om er te komen. Daarnaast wordt gevraagd naar andere specifieke informatie die van belang is voor het onderzoek. 52

48

Informatie besproken tijdens workshop over de indicatoren van het MAP op 20/04/2023 49

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederlandcirculair-in2050#:~:text=203050%25%20minder%20gebruik%20van,%2C%20metalen%20en%20fossiel )%20gebruiken. 50

Programma Haarlem Circulair 2040. Voortgang en actieplan 2020

51

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_09_50_esmsip2.htm

52

https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdatazelf-onderzoek-doen/microdatabestanden/odin2021-onderweg-in-nederland-2021

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

23

Bronhouder: CBS (Microdata)53,54 Schaalniveau: gemeente Jaarlijks Het streven is dat in 2030 het merendeel van de korte afstanden binnen Haarlem per fiets of te voet afgelegd worden en dat meer dan de helft van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem met het openbaar vervoer (OV) of de fiets plaatsvinden.55 % (ten opzichte van totaalverplaatsingen), km’s of aantallen

3.6.5

Biologische landbouw Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De indicator aandeel biologische landbouw brengt het areaal biologisch landbouw ten opzichte van het totaal areaal gebruikt voor landbouw in kaart. Landbouw wordt als biologisch beschouwd als het in overeenstemming is met de Council Regulation (EC) No 834/200756, een uitgebreid framework voor het beoordelen van biologische landbouw.57 Duurzame landbouw: tegen 2030 biologische landbouwbedrijven op 25 % van de landbouwgrond in de EU, als onderdeel van de ‘van boer tot bord’-strategie. In mei 2020 heeft de Commissie haar ‘van boer tot bord’-strategie gepresenteerd, één van de belangrijkste acties van de Europese Green Deal. De strategie wil bijdragen aan het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050 en daartoe het huidige EU-voedselsysteem omvormen tot een duurzaam model. De strategie geeft prioriteit aan voedselzekerheid en -veiligheid. De hoofddoelen ervan zijn: − − − − − − −

zorgen voor voldoende, betaalbaar en voedzaam voedsel binnen de grenzen van de planeet; halveren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en meststoffen en de verkoop van antimicrobiële stoffen; verhogen van het areaal voor biologische landbouw; bevorderen van duurzamere voedselconsumptie en voedingspatronen; verminderen van voedselverlies en -verspilling; bestrijden van voedselfraude in de voedselvoorzieningsketen; verbeteren van dierenwelzijn.

% van het landbouwareaal in km²

53

https://www.cbs.nl/nl-nl/onzediensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korteonderzoeksbeschrijvingen/onderweg-in-nederland 54

https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdatazelf-onderzoek-doen/catalogus-microdata/verkeer-en-vervoer 55

https://haarlem.nl/mobiliteitsbeleid

56

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex%3A32007R0834

57

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_02_40_esmsip2.htm

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

24

Beschrijving indicator voor Haarlem

De gemeente Haarlem heeft als stadsgemeente weinig agrariërs binnen de gemeente. De indicator biologische landbouw is dan ook te weinig zinvol. Als alternatief past het beter om aan te sluiten bij één van de doelen die nagestreefd wordt door de ‘van boer tot bord’-strategie: het bevorderen van duurzamere voedselconsumptie en voedingspatronen. Omgekeerd kan dan gesteld worden dat ongezonde voeding niet bevorderd moet worden. Het aantal ongezonde voedingslocaties of het aantal inwoners met overgewicht kan als maatstaf dienen voor ongezonde voeding. Ongezonde voedingslocaties komt voort uit een onderzoek van Pointer / KRO-NCRV. Per gemeente is gekeken naar het aantal ongezonde voedingslocaties en de verdwenen verswinkels. Ongezond betekent in het onderzoek: Fastfood, grillrooms, ijssalons, crepes-/wafel-/donutzaken, pannenkoekenhuizen, winkels met zoetwaren en bezorg- en afhaaltenten.58 Verswinkels zijn groente- en fruitboeren, bakkers, kaasboeren, boerderijwinkels, poelieren, slagers en viswinkels. En als uitzondering de aanbieders die bij bezorg/afhaal stonden en waarin de naam van de winkel het woord ‘salade’ in voorkomt.59 Ervan uitgaande dat dit onderzoek niet wordt herhaald, kan de gemeente Haarlem eventueel voortbouwen op de data en methode met deze classificatie.

Overgewicht Het overgewicht kan bepaald worden aan de hand van de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor van de GGD. Hierin wordt gevraagd naar lengte en gewicht. Aan de hand daarvan kan het BMI worden berekend, waarbij een BMI van 30,0 kg/m2 wordt aangeduid als ernstig overgewicht. − −

Aandeel ongezonde voedselocaties ten opzichte van het totaal aantal voedsellocaties; Aan de hand van zelf gerapporteerde lengte en gewicht in de GGDGezondheidsmonitor. Op basis van lengte en gewicht kan het BMI (lengte/gewicht2) worden berekend, waarbij een BMI van 30,0 kg/m2 wordt aangeduid als ernstig overgewicht.

Het is onduidelijk of het onderzoek naar ongezonde voedingslocaties wordt herhaald. De GGD-gezondheidsmonitor, van waaruit overgewicht kan worden berekend, wordt vierjaarlijks herhaald Programmabegroting 2023 – 2027, doelenboom 1 (meer Haarlemmers sporten of bewegen). %

3.7

Faciliterende voorwaarden

3.7.1

Milieubelastingen

58

https://pointer.kro-ncrv.nl/dataverantwoording-een-veranderendeeetomgeving 59

https://pointer.kro-ncrv.nl/dataverantwoording-een-veranderendeeetomgeving

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

25

Aandeel van milieubelastingen in de totale belastinginkomsten en sociale bijdragen.60 Milieubelastingen zijn gedefinieerd als heffingen waarvan het ‘gehefte’ een bewezen, specifieke negatieve impact heeft op het milieu. De heffingen zijn opgesplitst in drie categoriën: − − −

energie (deze heffingen zijn doorgaans 75 % van het totaal); transport (doorgaans 20% van het totaal); heffingen op vervuiling en op grondstoffen (ongeveer 4 % van het totaal).61

Als uitgangspunt wordt het principe van ’de vervuiler betaalt’ aangehouden. . Dit principe houdt in dat bedrijven die vervuiling veroorzaken verplicht zijn om te betalen voor het opruimen van de schade. Vervuilers dragen dus de herstelkosten die overheden moeten nemen. Het is één van de centrale beginselen van het milieubeleid van de Europese Unie, naast principes als het voorzorgs- en het preventiebeginsel. Milieuschade moet allereerst zoveel mogelijk voorkomen worden. Waar dat niet kan moet schade worden hersteld; als daarvoor kosten moeten worden gemaakt, dan moet de vervuiler daarvan in principe de rekening gepresenteerd krijgen. Dat laatste gebeurt niet consistent volgens de Europese Rekenkamer.62 Er is geen specifieke doelstelling geformuleerd. %

Beschrijving indicator voor Haarlem

Aandeel milieubelastingen (rioolheffing en afvalstoffenheffing) van de totale belastinginkomsten. Rioolheffing: de kosten die de gemeente maakt voor de uitvoering van watertaken verhaalt de gemeente op burgers en bedrijven via de rioolheffing. De kosten voor afvalwaterinzameling, afvalwatertransport en afvoer van overtollig regen- en grondwater zijn berekend in het Verbreed Gemeentelijke RioleringsPlan (VGRP) 20182023 (2017/361078) dat door de raad is vastgesteld. De investeringen die hieruit voortvloeien, leiden tot een stijging van de kapitaallasten die worden doorberekend in de tarieven. Uitgangspunt uit het coalitieprogramma 2022-2026 is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend wordt vastgesteld. Naast de directe kosten worden ook de btw en de heffingskosten van Cocensus in de heffing doorberekend. De belastingplichtige is de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Afvalstoffenheffing: wie in de gemeente gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente op grond van de Wet milieubeheer huishoudelijke afvalstoffen inzamelt, betaalt hiervoor afvalstoffenheffing. Uitgangspunt uit het coalitieprogramma 202260

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_17_50_esmsip2.htm

61

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_17_50_esmsip2.htm

62

https://europadecentraal.nl/europese-rekenkamer-vervuiler-betaaltprincipe-moet-wordenversterkt/#:~:text=Het%20principe%20'de%20Vervuiler%20betaalt'&text=Dit%20be ginsel%20heet%20ook%20wel,het%20voorzorgs%2D%20en%20het%20preventiebeginsel.

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

26

2026 is dat de afvalstoffenheffing 100 % kostendekkend wordt vastgesteld. Naast de kosten van afvalinzameling en -verwerking worden de kosten van kwijtschelding aan de heffing toegekend. Ook de btw en de heffingskosten van Cocensus worden in de tarieven doorberekend. De gemeente heeft de ambitie (zie coalitieakkoord) om verdere tariefdifferentiatie te onderzoeken. Het college legt uiterlijk bij de Kadernota 2024 een voorstel aan de raad voor.63 Voor de kosten van afvalscheiding wordt het principe van de vervuiler betaalt gehanteerd. Differentiatie wordt naar gelang van de grootte van het huishouden en het bedrag nader uitgewerkt.64 Bronhouder: De gemeente Haarlem beschikt zelf over de benodigde cijfers. Schaalniveau: gemeente Som van afvalstoffenheffing + rioolheffing, gedeeld door de som van alle heffingen. Geadviseerd wordt om eventueel te differentiëren naar huishoudgrootte, passend bij het principe van de vervuiler betaalt. Jaarlijks Doel is dat de heffingen kostendekkend zijn. %

3.7.2

Subsidies voor fossiele brandstoffen Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De vervuiler betaalt: milieuschadelijke subsidies, met name subsidies voor fossiele brandstoffen, verminderen met het oog op de onverwijlde afbouw ervan.65 In Nederland worden een aantal subsidies verstrekt: − − −

Vrijstelling voor gebruik kolen en gas voor het opwekken van elektriciteit (gebruiker betaalt belasting, niet de opwekker); Korting energiebelasting glastuinbouw, met een maximum op basis van de CO2 uitstoot; Lagere energiebelasting voor grootverbruikers van energie. 66

Beëindigen subsidies fossiele brandstoffen, deadline onbekend 67 Miljoen euro

63

Programmabegroting 2023 – 2027, gemeente Haarlem

64

Coalitieprogramma

65

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52022DC0357

66

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/toekomstfossiele-brandstoffen/fossiele-subsidies 67

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52021DC0950

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

27

Beschrijving indicator voor Haarlem

De gemeente Haarlem verleent zelf geen subsidies voor fossiele energie. Dit wordt landelijk geregeld (vrijstelling voor opwekken van elektriciteit) of via de energieleverancier (korting of lagere energiebelasting). De gemeente heeft niet de mogelijkheid om op deze indicator te sturen. De gemeente Haarlem fungeert zelf als opdrachtgever voor diensten, ICTopdrachten en leveringen en stuurt op deze wijze op de afbouw van fossiele energie. Een onderdeel van de inkoopvoorwaarden is maatschappelijk verantwoord ondernemen waarin inzicht wordt gevraagd over het milieubewustzijn van de opdrachtnemer.68 Uit de routekaart duurzaamheid blijkt dat voor wonen, werken en mobiliteit doelen zijn opgesteld voor onder andere aardgasvrij wonen en werken, zie ook pijler 9: ketentransitie van de eigen organisatie.69 De gemeente houdt zicht op de vorderingen van deze doelen met behulp van de CO 2 uitstoot (programmabegroting, paragraaf 1.10 duurzaamheidsbegroting). Bronhouder: gemeente Haarlem Schaalniveau: gemeente De klimaatneutrale inkoop wordt uitgedrukt in CO2 reductie en wordt al berekend door de gemeente. 2023 is/wordt de doorrekening opgeleverd Routekaart duurzaamheid en programmabegroting. kton en % CO2 reductie

3.7.3

Uitgaven milieubescherming Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De Europese Unie definieert de uitgaven voor milieubescherming als uitgaven gerelateerd aan preventie, verminderen en uitbannen van vervuiling of aantasting van het milieu. De uitgaven zijn geclassificeerd in acht categorieën: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bescherming van de luchtkwaliteit, klimaat en specifiek de ozonlaag (ter voorkomen/vermindering van klimaatverandering); Afvalwaterzuivering; Afvalbeheer; Bescherming en herstel van bodem, grondwater en oppervlaktewater; Vermindering van geluid en trilling; Bescherming tegen straling; Onderzoek en ontwikkeling op milieugebied; Overige milieubeschermingsactiviteiten.

68

https://haarlem.nl/aanbestedingen-en-inkoopvoorwaarden#inkoopvoorwaardendownloaden-1420 69

https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20210430881-4Bijlage-3-Haarlemse-Routekaart-Duurzaamheid-Route-voor-CO2-reductie.pdf

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

28

De uitgaven worden verzameld voor bedrijven, overheid, non-profit organisaties gericht op huishoudens, huishoudens en de wereld.70 Niet beschreven Miljoen euro en % van het BBP

Beschrijving indicator voor Haarlem

Klimaat en luchtwaliteit In de duurzaamheidsbegroting en de routekaart duurzaamheid van Haarlem zijn meerdere doelen en effectindicatoren opgenomen voor de bescherming van het klimaat, onder andere: − − − − −

Energiezuiniger aanbod van woningen; Uitstoot van CO2 (uitgesplitst in wonen, werken, mobiliteit en elektriciteit en opwekking); Percentage hernieuwbare elektriciteit (vermogen zonnepanelen); Autoluwe binnenstad; Bevorderen lopen en fietsen voor korte afstanden.

In de programmabegroting zijn financiële middelen opgenomen tot 2027. In de begroting is voor het gehele beleidsveld 41 een bedrag opgenomen. Intern is deze begroting waarschijnlijk opgesplitst per indicator. In de routekaart zijn posten opgenomen voor het maken van bijvoorbeeld warmteuitvoeringsplannen met bewoners, subsidie aanvragen, voorlichtingscampagnes en ondersteuning van aardgas-vrij initiatieven. Afvalwaterzuivering De kosten voor het zuiveren van afvalwater worden via de rioolheffing bij inwoners verhaald. In het Verbeek Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) 2018-2023 zijn de kosten berekend. Het uitgangspunt is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend is. Deze kosten kunnen eenvoudig achterhaald worden (zie subparagraaf 3.7.1). Afvalbeheer In de duurzaamheidsbegroting (programma 5, ‘beheer en onderhoud’) is als doel het verbeteren van de duurzame inzameling van huishoudelijk afval opgenomen zodat het meer gescheiden kan worden ingezameld (doelstelling Continuering AfvalScheiding). Daarnaast heeft de gemeente afvalinzameling uitbesteed aan Spaarnelanden. Via de afvalstoffenheffing worden de kosten 100 % kostendekkend verhaald op de inwoners. Deze kosten kunnen eenvoudig achterhaald worden. De verbetering van de duurzame inzameling valt waarschijnlijk buiten de afvalstoffenheffing en kan apart worden opgenomen als kostenpost.

Bescherming bodem, grond-, oppervlaktewater, straling en overige milieubeschermingsactiviteiten De omgevingsdienst IJmond voert voor de gemeente taken uit op het gebied van vergunningen, meldingen, toezicht en handhaving van milieutaken, waaronder bodem, grond- oppervlaktewateren straling milieubescherming vallen. De gemeente Haarlem levert een financiële bijdrage via een gemeenschappelijke regeling met andere deelnemers. Deze post is in de duurzaamheidsbegroting opgenomen. 70

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_ac_epea_esms.htm

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

29

Vermindering van geluid en trilling In de concept raadsagenda van 202371 is het ontwerp actieplan geluid opgenomen. In het actieplan worden waarschijnlijk financiële middelen opgenomen voor de vermindering van geluid. Trilling is niet opgenomen in de duurzaamheidsbegroting en de concept raadsagenda en er worden geen cijfers bijgehouden. In de workshop met ambtenaren van de gemeente is dit ook niet als speerpunt benoemd. Aanbevolen wordt om op het gebied van trilling geen aanvullende indicator bij te houden. Onderzoek en ontwikkeling op milieugebied De gemeente laat onderzoeken uitvoeren naar bijvoorbeeld het inpassen van winden zonne-energie in de Waarderpolder72, onderzoek naar afvalscheiding en duurzaamheid van de pleziervaart (Haarlem in cijfers). Enkele van de onderzoeken ingevolge van de Verordening artikel 213a vallen ook onder onderzoeken op het milieugebied. Aanbevolen wordt om de kosten voor deze onderzoeken op te tellen. In de programmabegroting zijn de onderzoeken opgenomen. De kosten voor onderzoeken op milieugebied zijn niet als aparte post opgenomen, maar zijn binnen de verschillende afdelingen van de gemeente te achterhalen. Bronhouder: gemeente Haarlem Schaalniveau: gemeente Voor de indicator uitgaven milieubescherming wordt geadviseerd om de posten in de begroting voor de thema’s op te tellen.

Jaarlijks, meest recente gegevens 2022 Doelstellingen op basis van de programmabegroting van de gemeente €

3.7.4

Groene obligaties Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

Groene obligaties zijn obligaties geoormerkt voor groene projecten. Groene projecten zijn gericht op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, water- en afvalprojecten en afvalbeheerprojecten, schone mobiliteit, groene gebouwen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulaire economie en natuurlijke hulpbronnen. 73,74 In deze indicator zijn gegevens van obligaties uitgegeven door bedrijven, banken, overheden, unies van landen (bijvoorbeeld de EU) en lagere overheden opgenomen. Verhogen van het aandeel groene obligaties, geen concreet percentage.

71

https://gemeentebestuur.haarlem.nl/Vergaderingen/Commissie-beheer/2022/03november/17:00/21-50-uur-Raadsjaaragenda-2023-deze-wordt-op-24-okt-a-sbewerkt-tot-de-lijst-alleen-voor-de-commissie-Beheer/Conceptlijst-RJA-2023Beheer.pdf 72

Programmabegroting 2023 – 2027 Gemeente Haarlem

73

https://www.icmagroup.org/assets/documents/Regulatory/GreenBonds/Translations/2018/Dutch-GBP_-2018-06.pdf 74

https://www.icmagroup.org/sustainable-finance/impact-reporting/greenprojects/

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

30

% groene obligaties van het totaal aan obligaties75

Beschrijving indicator voor Haarlem

De gemeente Haarlem verstrekt duurzaamheidsleningen en subsidies voor groene initiatieven in de openbare ruimte (groene daken, geveltuinen), energiebesparende maatregelen, duurzame opwekking van energie en adviezen voor verduurzamen woning. Benodigde gegevens duurzaamheidsleningen: − −

Aantal verstrekte duurzaamheidsleningen (deze prestatie-indicator wordt al bijgehouden); Bedrag verstrekte duurzaamheidsleningen.

Eventueel kan onderscheid gemaakt worden in: − − − − −

Energiebesparing: dak-, gevel-, raam-, vloerisolatie; Duurzame energie opwekking: windturbines, WKO, zonnepanelen, zondelen; Energie efficiënte: lage temperatuur verwarmingsinstallatie, warmtepomp, warmte terugwin-installatie; Klimaatadaptatie: regenwaterberging, groene daken; Overig: gasafsluiting, energielabel actualisatie, maatwerkadvies verduurzamen woning, natuurinclusief renoveren.

Bronhouder: − −

https://klimaatmonitor.databank.nl/jive of https://www.duurzaambouwloket.nl/subsidie-financieringsregeling/32

Schaalniveau: gemeente n.v.t. In de klimaatmonitor is het meest recente bronjaar 2020, de gegevens worden jaarlijks vernieuwd. Bij het duurzaambouwloket kunnen zeer waarschijnlijk recentere en gedetailleerdere gegevens worden opgevraagd. Dit sluit aan bij programma 4 ‘Duurzame stedelijke vernieuwing’ beleidsveld 4.1 ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’, prestatie-indicator: aantal verstrekte duurzaamheidsleningen en % geldige energielabels uit de duurzaamheidsbegroting 2023 – 2027. Aantal verstrekte duurzaamheidsleningen en bedrag in €

3.7.5

Eco-innovatie-index Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

75

https://www.eea.europa.eu/ims/green-bonds-8th-eap

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

31

De indicator laat zien hoe goed een lidstaat presteert in vergelijking met het Europees gemiddelde. De index berekent op basis van 16 sub-indicatoren, verdeeld over 5 thema, het innoverend vermogen van de lidstaten. Thema’s en subindicatoren: 1.

2. 3.

4.

5.

Eco-innovatie: input a. Uitgaven en kredietverstrekking overheden voor milieu en energie voor R&D (% van de BBP); b. Hoeveelheid banen in R&D en onderzoekers (% van totaal aantal banen). Eco-innovatie: activiteiten a. Aantal ISO14001 certificaten (aantal/per miljoen inwoners). Eco-innovatie: resultaten a. Aantal patenten gerelateerd aan eco-innovatie (aantal/per miljoen inwoners); b. Aantal wetenschappelijke publicaties gerelateerd aan ecoinnovatie (aantal/per miljoen inwoners). Outcome: Efficiëntie in grondstoffen a. Materiaalgebruik (BBP/ materiaalgebruik per huishouden in €/kg); b. Watergebruik (BBP/wateronttrekking in €/m3); c. Energiegebruik (BBP/totaal energieverbruik in €/ton minerale olieequivalent); d. Productie broeikasgassen (BBP/CO2-equivalent). Sociaaleconomische resultaten a. Exportproducten van eco-industrie (% van de totale export); b. Werkgelegenheid in milieubescherming en beheer van grondstoffen (% van het totaal aan werkgelegenheid); c. Waarde toegevoegd door milieubescherming en beheer van grondstoffen (% van het BBP).76

Doelstelling niet benoemd Geen eenheid

Beschrijving indicator voor Haarlem

De eco-innovatie index bevat vele verschillende posten die minder relevant zijn op gemeenteniveau. De gemeente kan weinig invloed uitoefenen op bijvoorbeeld het aantal banen in R&D of het aantal wetenschappelijke publicaties op het gebied aan eco-innovatie. De posten die wel relevant zijn, zoals uitgaven aan milieubescherming en de productie van broeikasgassen, zijn onderdeel van andere indicatoren in het 8 ste milieuactieprogramma. Op basis van deze argumenten adviseert Het PON & Telos deze indicator niet op te nemen voor de gemeente Haarlem. Dit werd ondersteund door de aanwezige gemeenteambtenaren tijdens de workshop bij de gemeente Haarlem. Niet van toepassing

76

https://circabc.europa.eu/ui/group/96ccdecd-11b4-4a35-a04630e01459ea9e/library/bfcfee53-c8f0-41e6-82bb-4d7704f9358a/details

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

32

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

3.8

Goed leven binnen de grenzen van de planeet

3.8.1

Ruimtebeslag Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De indicator ruimtebeslag meet de verandering in landgebruik van agrarisch gebied, bos, natuurlijk grasland, moerasgebieden en ander semi-natuurlijk ingericht land tot stedelijk en andere kunstmatige terreinen. Dit is inclusief gebieden die worden afgedekt door bouwwerken, infrastructurele werken, stedelijke groene gebieden en sport- en recreatieterreinen. Geen verandering in ruimtebeslag in 2050. km2/jaar77

Beschrijving indicator voor Haarlem

Het bodemgebruik wordt door het CBS gerapporteerd en maakt onderscheid in bos, open droog natuurlijk terrein, open natuurlijk nat terrein en overig agrarisch terrein (niet zijnde glastuinbouw). Deze indicator geeft de verandering in ruimtebeslag goed in de tijd weer, maar de meest recente data zijn van 2017 en de tabel wordt niet meer vernieuwd. De provincie Noord-Holland heeft kaarten gebundeld op een site met geoapps over natuurbeheerplannen met het inzicht waar welke natuur aanwezig78 is en een kaart met natuurgebieden waarin onderscheid gemaakt wordt tussen het natuurnetwerk Nederland, natuurverbindingen, stilteverbindingen en bijzonder provinciaal landschap.79 Bronhouder: provincie Noord-Holland en voor oudere gegevens CBS (tabel bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente) Schaalniveau: gemeente De geodata uit het dataportaal van de provincie kan gedownload worden. De verschillende beheertypen hebben in die lagen een waarde. Die verschillende waarden kunnen bij elkaar worden opgeteld. GIS geeft dan ook het totale oppervlakte van de betreffende waarde.

77

https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/indicators/land-take-3/assessment

78

https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp

79

https://geoapps.noordholland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=d40b74358f2b49f383 113ea8d74362b5

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

33

Het oppervlak moet vergeleken worden met het oppervlak uit de voorgaande periode om het verschil in bodemgebruik inzichtelijk te maken (Oppervlak nieuw – oppervlakoud / periode) De data van CBS zijn t/m 2017 bijgehouden. Recentere gegevens kunnen via de kaarten van de provincie gedownload worden. De natuurbeheerplannen zijn van 2019 t/m 2023. Het is niet inzichtelijk van welk bronjaar deze de referentiekaarten voor Natura 2000 en het NNN netwerk beschikbaar zijn. Het ruimtebeslag sluit aan bij programma 5, beleidsveld 5.1 openbare ruimte en mobiliteit km2 /jaar

3.8.2

Wateronttrekkingsindex+ Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De wateronttrekkingsindex of waterexploitatie-index+ (WEI+) brengt de waterschaarste in beeld. Waterschaarste wordt veroorzaakt door watergebruik en consumptie, klimaat, landschap en geologische eigenschappen. WEI+ = (wateronttrekking – terug levering) / hernieuwbare waterbronnen. In de hernieuwbare waterbronnen wordt onderscheid gemaakt tussen het water dat extern binnen stroomt (via rivieren), regen, evapotranspiratie (verdamping van water uit de bodem, vegetatie en het wateroppervlak), het verschil in niveau in meren en reservoirs, en het afstromende water richting rivieren/zee. Een WEI+ van > 20 % geeft aan dat er waterschaarste is en een WEI+ van > 40 % geeft aan dat er ernstige waterschaarste is. Vermindering van waterschaarste, er zijn geen specifieke doelen opgesteld. % van hernieuwbare waterbronnen80

Beschrijving indicator voor Haarlem

Via een watervergunning is de wateronttrekking en het op peil houden van de grondwatervoorraad te achterhalen.81 Echter betreft dit niet al het onttrokken water aangezien alleen grote hoeveelheden (> 150.000 m3/jaar) standaard vergunningplichtig zijn, onttrekkingen en infiltraties die niet vergunningplichtig zijn moeten in principe wel worden gemeld. Water gebruikt voor beregening is niet vergunningplichtig indien de onttrekking minder is dan 100 m3/uur en het totaal minder is dan 100.000 m3/jaar. De gegevens van de vergunningen en meldingen zijn aanwezig bij het waterschap (en de provincie).82 Kleinere hoeveelheden zoals 80

https://www.eea.europa.eu/ims/use-of-freshwater-resources-in-europe-1

81

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboekwater/activiteiten/oppervalktewater/grondwater-ontrekken/ 82

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboekwater/wetgeving/waterwet/handelingen/vergunningplichtig/grondwater/#Provinci alewatervergunningvoorgrondwateronttrekkingeninfiltratie

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

34

particulieren met een grondwaterpomp zijn volgens het hoogheemraadschap van Rijnland meldingplichtig83, maar vermoedelijk zijn niet alle particulieren op de hoogte van de meldingplicht of doen dit niet. Naast dat niet alle gegevens inzichtelijk zijn kan de daadwerkelijk onttrokken hoeveelheid wisselend zijn (minder of meer dan vergund), deze verschillen kunnen aanzienlijk zijn (verkregen uit persoonlijke bron). Het is mogelijk de onttrokken hoeveelheden waarden te achterhalen via het hoogheemraadschap van Rijnland. Als alternatief kan de grondwaterstand worden gevolgd om inzicht te verkrijgen in de aanwezige waterschaarste. Bronhouders: De gemeente Haarlem heeft een overzicht van de aanwezige peilbuizen in de gemeente84. Het hoogheemraadschap van Rijnland houdt daarnaast bij wat het debiet is in aan- en afvoer van water via de gemalen.85 Schaalniveau: In de gemeente zijn meerdere peilbuizen en gemalen aanwezig. Berekening: niet van toepassing Bronjaar is afhankelijk van de gekozen peilbuis. De gegevens van de gemalen worden dagelijks bijgehouden. De gemeente Haarlem heeft samen met het hoogheemraadschap van Rijnland een integraal waterplan waarin het waterbeleid is opgenomen. Peilbuis: m ten opzicht van het NAP Debiet gemalen: m3/s

3.8.3

Consumptie voetafdruk Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De consumptie voetafdruk is gebaseerd op de levenscyclusanalyse en brengt de voetafdruk van vijf categorieën in kaart: − − − − −

Apparatuur; Huishoudelijke artikelen; Voedsel; Wonen; Mobiliteit.

Per categorie zijn representatieve producten geselecteerd, variërend van 18 tot 45 producten per categorie. De impact van de voetafdruk wordt op 16 verschillende thema’s berekend: klimaatverandering, landgebruik, grondstofgebruik (fossiel, mineralen en metalen), watergebruik, verzuring, vermesting (marien, zoetwater en bodem), humane toxiciteit (kanker en niet-kanker), ozon verwijdering, fijnstof, vorming van ozon en straling. Significante daling van de consumptie voetafdruk 83

https://www.rijnland.net/regels-op-een-rij/vergunningen/grondwateronttrekken-en-lozen/ 84

https://regelen.haarlem.nl/_ipp/dashboard/prod/peilbuizen/peilbuizen

85

https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=230be61a2b7 446439d1c40138c98f7ec

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

35

De eenheid is afhankelijk van het thema86

Beschrijving indicator voor Haarlem

De consumptievoetafdruk op EU-niveau levert meer dan 1.000 individuele voetafdrukken (5 categorieën x minimaal 18 producten x 16 thema’s). Op gemeenteniveau is dit een te grote inspanning voor één individuele indicator. Het PON & Telos adviseert om de indicator niet op te nemen, maar een alternatieve aanpak te hanteren. Bij de alternatieve aanpak ligt de focus meer op de achterliggende reden van de EU om de voetafdruk te bepalen, namelijk het verminderen van de milieubelasting en grondstoffenverbruik.87 −

−

−

−

Apparatuur en huishoudelijke artikelen: de hoeveelheid aangeschafte apparatuur en huishoudelijke artikelen worden niet specifiek bijgehouden. De gegevens van de hoeveelheid gescheiden ingezameld afval wordt wel per categorie bijgehouden; Voedsel: de hoeveelheid voedsel wordt niet bijgehouden, maar op korte termijn kan de hoeveelheid GFT-afval worden bijgehouden, welke indicatief is voor de hoeveelheid weggegooid voedsel. Een deel van het GFT-afval bestaat uit tuinafval en het geeft dus een overschatting van de hoeveelheid weggegooid voedsel. Op de middellange termijn kan gedacht worden aan de voedselvermalers die de gemeente voornemens is om aan te schaffen. Mogelijk dat deze vermalers de hoeveelheid voedsel kunnen registreren. Als tweede optie op de middellange termijn kan de gemeente aandacht besteden aan voedselverspilling bij supermarkten. Deze wens is er, maar dit is nog niet geconcretiseerd in een tijdspad; Wonen: door het aantal woningen per energielabel te monitoren, kan inzicht gekregen worden of de verhouding tussen het aantal woningen met energie-gunstige energielabels toeneemt ten opzichte van de ongunstige energielabels (bijvoorbeeld labels E, F en G); Mobiliteit: het energieverbruik toegerekend aan verkeer en vervoer wordt in de klimaatmonitor per gemeente bijgehouden.

Bronhouder: allen gemeente Haarlem (Haarlem in cijfers), met uitzondering van mobiliteit: https://klimaatmonitor.databank.nl/jive Naam indicatoren: −

− − −

Apparatuur en huishoudelijke artikelen: in de categorie gescheiden ingezameld grof afval: o afgedankte elektr(on)ische apparaten; o harde plastics; o bruikbaar huisraad; o matrassen. Voedsel: GFT-afval (korte termijn); Wonen: woningen met geregistreerd energielabel A++ t/m G; Mobiliteit: totaal energieverbruik verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. elektrisch verkeer.

86

https://eplca.jrc.ec.europa.eu/uploads/FAQ_CFP.pdf

87

https://eplca.jrc.ec.europa.eu/uploads/FAQ_CFP.pdf

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

36

Schaalniveau: gemeente Berekening is niet van toepassing met uitzondering voor wonen. Wonen: aantal woningen met energielabel A++ t/m D / aantal woningen met energielabel E t/m F Jaarlijks, meest recente bronjaar: 2021 Aansluiting bij doelstellingen: − −

Wonen: programmabegroting, programma 4, beleidsveld 4.1 duurzame stedelijke ontwikkeling; Apparatuur, huishoudelijke artikelen, voedsel en mobiliteit: programmabegroting, programma 5, beleidsveld 5.1 openbare ruimte en mobiliteit.

Eenheden − − − −

Apparatuur en huishoudelijke artikelen: kg/inwoner; Voedsel: kg/inwoner; Wonen: verhouding; Mobiliteit: TJ.

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

37

3.8.4

Werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde van milieugoederen- en dienstensector Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde in de milieusector omvat het beschermen van het milieu (vermijden, verminderen en uitbannen van vervuiling) en het beheer van grondstoffen (bescherming en behoud). Het beschermen en beheer wordt onderverdeeld banen in de volgende sectoren: − − − − − − − − − − − −

Bescherming van de luchtkwaliteit, klimaat en specifiek de ozonlaag (ter voorkomen/vermindering van klimaatverandering); Afvalwaterzuivering; Afvalbeheer; Bescherming en herstel van bodem, grondwater en oppervlaktewater; Vermindering van geluid en trilling; Bescherming van biodiversiteit en landschap; Bescherming tegen straling; Onderzoek en ontwikkeling op milieugebied; Overige milieubeschermingsactiviteiten; Beheer van wateren; Hernieuwbare energieproductie; Besparing van warmte/energie en beheer.88,89

De werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde worden afgezet tegenover het aandeel in de totale economie. Vergroten aandeel, geen concrete doelstelling. % van de totale economie − −

Werkgelegenheid: FTE Bruto toegevoegde waarde: miljoen €

Beschrijving indicator voor Haarlem

Het CBS registreert per gemeente het aantal banen in de sectoren energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer. Daarmee wordt een deel van de door de EU bedoelde werkgelegenheid afgedekt. Met name de bescherming van milieu, landschap en ecosystemen worden niet specifiek bijgehouden. Het advies is om op de korte termijn deze indicator op te nemen aangezien deze jaarlijks wordt bijgehouden en daarmee per direct beschikbaar is. −

Bedrijfstakken: D energievoorziening en E Waterbedrijven en afvalbeheer

Bronhouder CBS90

88

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ten00131/default/table?lang=e n 89

https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/ten00132/default/table?lang=e n 90

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83582NED/table?ts=16850206 32957

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

38

Schaalniveau: gemeente Aanvullend kan ook binnen de gemeente worden gekeken naar het aantal banen / het aantal FTE op milieugebied. Binnen de gemeente zijn diverse personen werkzaam bij de onder andere binnen de afdelingen economie, cultuur, duurzaamheid en wonen, programma- en gebiedsmanagement en mogelijk ook omgevingsbeleid. Bronhouder en schaalniveau: De bruto toegevoegde waarde wordt door het CBS bijgehouden op COROP niveau. Haarlem valt binnen de COROP Agglomeratie Haarlem samen met de gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort. Voordat de bruto toegevoegde waarde aan Haarlem toegekend kan worden moet deze eerst omgerekend worden naar het schaalniveau van de gemeente met behulp van de werkzame personen COROP niveau −

−

Indicator naam/onderwerp: o Toegevoegde waarde (bruto basisprijzen) o Werkzame personen totaal x1000 Bronhouder CBS91:

Gemeente − −

Indicator naam: werkzame beroepsbevolking x 1000 personen Bronhouder gemeente Haarlem: Haarlem in cijfers

Omrekening COROP naar gemeente: 𝐵𝑟𝑢𝑡𝑜 𝑡𝑜𝑒𝑔𝑒𝑣𝑜𝑒𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒𝐶𝑂𝑅𝑂𝑃 𝑥 ( Indicator:

𝑊𝑒𝑟𝑘𝑧𝑎𝑚𝑒 𝑏𝑒𝑟𝑜𝑒𝑝𝑠𝑏𝑒𝑣𝑜𝑙𝑘𝑖𝑛𝑔𝐻𝑎𝑎𝑟𝑙𝑒𝑚 𝑊𝑒𝑟𝑘𝑧𝑎𝑚𝑒 𝑝𝑒𝑟𝑠𝑜𝑛𝑒𝑛 𝑡𝑜𝑡𝑎𝑎𝑙 𝐶𝑂𝑅𝑂𝑃

)

Aantal banen bruto toegevoegde waardeHaarlem

2021 Het kan aansluiten bij programma 3: werk, inkomen en schulden van de duurzaamheidsbegroting Indicator: banen x 1000/miljoen euro

3.8.5

Ongelijkheid op milieugebied Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma

De indicator ongelijkheid op milieu is nog niet ontwikkeld. Deze indicator wordt door het Europees Milieu Agentschap ontwikkeld. Het doel is een koppeling te maken tussen risico’s die mensen lopen op milieugebied (bijvoorbeeld luchtverontreiniging, overstromingsgevaar, isolatie van huizen) en het inkomensniveau. Het maakt deel uit van een bredere inspanning om de milieurechtvaardigheid te meten en blootstelling van gemeenschappen en groepen die rond moeten komen met een inkomen beneden de inkomensgrens terwijl deze groepen kwetsbaarder zijn voor milieugevaren.92 91

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84432NED/table

92

https://www.eea.europa.eu/nl/articles/een-gezond-milieu-is-noodzakelijk

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

39

Niet gedefinieerd Niet gedefinieerd

Beschrijving indicator voor Haarlem

In het kader van de sociale energietransitie kan voor de ongelijkheid op milieugebied gekeken worden naar de energiearmoede. Deze indicator meet het percentage huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten of een woning met een relatief lage energetische kwaliteit. − −

Bronhouder: TNO93 Cijfers per gemeente of per wijk

Aanvullend kan informatie voor de gezonde leefomgeving opgenomen worden. De gezonde leefomgeving op milieugebied wordt onder andere bepaald door luchtkwaliteit en hittestress. Door deze te combineren met de cijfers van de buurten in de gemeente met een laag inkomen kunnen buurten geïdentificeerd worden waarbij de gelijkheid op milieugebied lager is. Voor luchtkwaliteit wordt geadviseerd fijnstof mee te nemen aangezien gegevens voor deze indicator beschikbaar zijn en de fijnstof gezondheidsschade oplevert. 94 De verkeersintensiteit (bron van fijnstof) in wijken verschilt en kan in wijken met meer bedrijvigheid groter zijn. Indien hier mensen wonen uit een lagere economische klasse ondervinden ze een groter effect op de gezondheid. Hittestress en/of het hitte eiland effect vindt voornamelijk plaats op locaties met veel verstening. Wijken met veel openbaar groen hebben dus vaak minder last van hittestress. Het openbaar groen wordt per buurt door de gemeente bijgehouden. Bronhouder − −

Gegevens leefomgeving: regiocheck hittekaart, fijnstof (PM2,5 en PM10)95 Huishoudens met een laag inkomen (huishoudens tot 105 % van het sociaal minimum) en openbaar groen: databank Haarlem in cijfers96

Schaalniveau: gemeente Energiearmoede: geen berekening noodzakelijk Leefomgeving: gegevens van leefomgeving, laag inkomen en openbaar groen worden per wijk verzameld. Energiearmoede: 2020, 2022 Leefomgeving: − − −

Gegevens leefomgeving: 2015 en 2017; Cijfers inkomen: 2021, deze worden jaarlijks vernieuwd; Gegevens openbaar groen: 2023 (deze worden jaarlijks vernieuwd).

93

https://www.tno.nl/nl/duurzaam/systeemtransitie/socialeinnovatie/energiearmoede-voorkomen/#hebde5e0d-865b-4f5a-a0b6-c087009a9e5e 94

https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteit-engezondheid/gezondheidseffecten-luchtverontreiniging/luchtkwaliteit-fijn-stof 95

https://www.gezondeleefomgeving.nl/regiocheck

96

https://haarlem.incijfers.nl/databank?cat_open_code=cgdhajcSoltwjd

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

40

Aansluiting bij duurzaamheidsbegroting programma 4: ‘duurzame stedelijke vernieuwing’ − − − −

Energiearmoede: % huishoudens met energiearmoede Gegevens leefomgeving: kaart met graden Celsius Huishoudens laag inkomen: aantal personen Gegevens openbaar groen: %

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

41

4

Brede welvaart De gemeente Haarlem stelt in haar Coalitieakkoord 2022-2026 de volgende ambitie: “Het is ons doel aan het einde van deze periode duurzaamheid(sdoelstellingen) en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting.” (Paragraaf 9.3 Duurzaamheid). Steeds vaker komen bestuurders en beleidsmakers tot de conclusie dat de smalle, economische welvaartsbenadering onvoldoende antwoord biedt op de grote sociaalmaatschappelijke uitdagingen en ontwikkelingen van deze tijd. De transities vragen om een breder, meer integraal en samenhangend perspectief op de welvaartsontwikkeling. Dat wordt gevat in het concept brede welvaart, dat gaat over de kwaliteit van leven én de kwaliteit van de (sociale en fysieke) leefomgeving. Ofwel, over dat wat mensen van waarde vinden. Het gaat over het hier en nu, over toekomstige generaties en over mensen elders in de wereld. Het PON & Telos maakt in het concept brede welvaart onderscheid in verschillende thema’s: − − − − − − − − − − − −

Milieu en klimaat; Ecosystemen en biodiversiteit; Welbevinden en vertrouwen; Sociale cohesie en participatie; Wonen en woonomgeving; Gezondheid en leefstijl; Kunst en cultuur; Veiligheid en omgevingsrisico’s; Onderwijs en kennis; Materiële welvaart en inkomen; Arbeid en vrije tijd; Bereikbaarheid en mobiliteit.

Elk thema wordt geladen met een set aan indicatoren, in totaliteit ongeveer 100 indicatoren. Deze bestaan zowel uit subjectieve indicatoren (belevingen, waarden) als objectieve indicatoren (registratiedata). Het geheel aan subjectieve en objectieve indicatoren geeft daarmee een afspiegeling van de kwaliteit van leven en van de leefomgeving.

4.1

De toepasbaarheid van brede welvaart Het PON & Telos is betrokken bij verschillende trajecten gericht op brede welvaart, onder meer vanuit het Nationaal Netwerk Brede Welvaart.97 en verschillende sociaaleconomische impactanalyses (SEIA) vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG, ministerie van LNV)98. De ervaring leert dat overheden in het gehele land brede welvaart steeds meer als wenkend perspectief omarmen, maar dat de vertaling naar de concrete beleidspraktijk 97

Www.netwerkbredewelvaart.nl

98

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof-natuur-water-enklimaat/gebiedsgerichte-en-samenhangende-aanpak-landelijk-gebied

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

42

nog zoekende is. De foto en monitoring wordt al vaker toegepast waarbij het vaak gaat om het ‘hier en nu’ en nog niet de afwenteling naar elders of later. Ook gemeente Haarlem staat aan het begin van deze zoektocht. Echter, gezien bijvoorbeeld de opgezette werkgroep om de interne brede welvaartsindicatoren te doorgronden, loopt Haarlem hierin redelijk voorop in vergelijking met andere gemeenten. Gemeente Haarlem staat nu op het punt om het concept brede welvaart beter te begrijpen en te doorgronden. Daarna kan de gemeente door met het implementeren, normeren en het opstellen van streefdoelen. Het brede welvaartsperspectief is op verschillende manieren in te zetten. Achtereenvolgens worden vier methodieken beschreven: foto, kompas, scenariobepaling en monitoring. Foto: Hoe staan we ervoor?

Door eenmalig kwantitatieve gegevens in beeld te brengen, zonder daar streefwaarden of normeringen aan toe te kennen, maak je als het ware een foto van de huidige situatie. Op welke thema’s (of indicatoren) gaat het goed, waar blijven we achter? Of: bij welke groepen en in welke gebieden blijft de brede welvaart achter? Deze methode is beleidsarm. Kompas: Wanneer gaat het goed?

Wanneer zijn we tevreden met de status van brede welvaart (voor groepen en op verschillende plekken)? Door gezamenlijk intern of met externe stakeholders te bepalen wat de streefwaarden en normen van de brede welvaartsthema’s (of indicatoren) zijn, ofwel de minimale en wenselijke niveaus, kan worden bepaalt wanneer het ‘goed’ gaat. Deze normeringen en streefwaarden kunnen gebaseerd zijn op wettelijke normen en/of op politiekbestuurlijke keuzes. Het helpt bij het bepalen waar de komende tijd de prioriteit op zou moeten liggen. Scenariobepaling: welke keuze maak je?

Wanneer normen, streefwaarden en prioritering in beeld zijn, kunnen met behulp van scenariobepaling verschillende toekomstscenario’s worden afgewogen. Via (stakeholder)gesprekken of dialogen kan worden bepaald welke (beleids)keuzes er gemaakt moeten worden over waarop ingezet wordt. Deze methode is beleidsrijk. Monitoring: hoe ontwikkelt brede welvaart in de tijd?

Om de brede welvaartontwikkeling (in gebieden en voor groepen), over de tijd te volgen, is het monitoring nodig. Dit kan kwantitatief worden ingestoken, maar ook verdiepend via kwalitatieve methoden. Via monitoring wordt in beeld gebracht of de brede welvaartonwikkeling binnen de gewenste normen blijven en of de gestelde streefwaarden gerealiseerd worden.

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

43

4.2

Brede welvaart in de gemeente Haarlem In een tweede workshop (30/05/2023) is met verschillende experts van de gemeente Haarlem gekeken naar de mogelijkheden voor het toepassen van brede welvaart in de begroting van de gemeente. Eén van de uitkomsten van de workshop is dat de gemeente Haarlem al veel brede welvaartsdata verzamelt en dat er momenteel een interne inventarisatie loopt naar welke brede welvaartsdata allemaal wordt verzameld, door welke afdeling, met welke doeleinden en voor welke beleidsdomeinen. Op basis van onder meer de workshop, zijn er enkele aandachtspunten voor de gemeente Haarlem. 1 Er is al veel Ten eerste blijkt dat de gemeente Haarlem al veel brede welvaartsdata verzamelt, veelal via verschillende (regionale) monitors. Dit wordt in kaart gebracht via de interne inventarisatie. Daarbij is het van belang om na te gaan hoe de data wordt gepositioneerd. Komt dit in de P&C cyclus of behoort het tot een programmabegroting? Ook moeten worden meegewogen waar de bestuurlijke prioriteiten liggen. Dit is bepalend voor de keuzes die gemaakt worden in wat wel of wat niet wordt meegenomen in de brede welvaartsmonitoring / duurzaamheidbegroting. Het zal voor de gemeente nodig zijn om af te wegen en te selecteren welke indicatoren (mogelijk gecombineerd) relevant zijn en gebruikt moeten worden.

2 Wat is het doel? Ten tweede is het van belang om per thema (of per set aan indicatoren) na te gaan vanuit welke methode of doel de data verzamelt wordt. Is dit als foto, kompas, scenariobepaling en/of monitoring? Dit maakt inzichtelijk waarvoor of op welke wijze data verzamelt wordt. Tevens hebben de aanwezigen tijdens de workshop aangegeven dat het gesprek over de data net zo belangrijk is als het verzamelen van de data zelf. ”De gemeente moet niet enkel monitoren, maar ook daarop acteren”. Bijvoorbeeld door eens per aantal jaar het narratief (de verhalen uit de stad op te halen), om verdieping op enkele thema’s aan te brengen. Maar ook door intern te onderzoeken hoe het gesprek over (prioritering of uitwerking van) de brede welvaartsthema’s gevoerd kan worden; met collega’s én met de gemeenteraad. Er is behoefte aan handvatten om dat gesprek over hoe om te gaan met de data te voeren. 3 Normering Ten derde is besproken of normering van indicatoren wenselijk is. Aangezien het lastig kan zijn met één waarde te werken is het wenselijker om met bandbreedtes van normeringen te werken: verschillende streefwaarden wanneer het goed, acceptabel en niet meer goed gaat. Het werken met bandbreedtes helpt bij het bepalen waar de gemeente – in de nabije toekomst – op wil acteren.

4.3

Brede welvaart op andere plekken Steeds meer gemeenten, regio’s, provincies en het Rijk zijn bezig met de implementatie van brede welvaart in de beleidspraktijk. In deze paragraaf zijn enkele voorbeelden opgenomen waaruit de gemeente Haarlem mogelijk inspiratie kan halen.

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

44

Sociaaleconomische impactanalyses (SEIA) Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG, ministerie LNV) stelt landelijke doelen en eisen ten aanzien van stikstofreductie, waterkwaliteit en klimaat. Elke provincie stelt een plan op om provinciaal uitwerking te geven aan deze (rijks)doelen en eisen, waarin verschillende maatregelen zijn opgenomen. Deze maatregelen hebben hoe dan ook impact op de agrarische sector en het landelijk (leef)gebied, zowel op sociaal, economisch als op ecologisch vlak. En daarmee op de brede welvaart in de regio. Om deze sociaaleconomische structuren meer in beeld te brengen voor bestuurders, beleidsmakers en betrokken ‘streekholders’ in de regio, maakt elke provincie een SEIA om de verwachtte effecten van de groenblauwe maatregelen op de brede welvaart in beeld te brengen. Het PON & Telos is betrokken bij meerdere SEIA’s. Hiervoor worden verschillende instrumenten gehanteerd. Allereerst wordt een nulmeting gemaakt, om een foto van het gebied te maken. Op basis van relevante sociale, ecologische en economische indicatoren worden verschillende aspecten van brede welvaart geanalyseerd.

Daarnaast wordt een Theory of Change (ToC) opgesteld, om schematisch de samenhang en interacties tussen opgaven (natuur, water, klimaat), keuzes die de agrarische sector kan nemen als gevolg van de gebiedsgerichte maatregelen en de effecten als gevolg van de maatregelen inzichtelijk te maken. De ToC biedt zicht op waar uitdagingen en kansen liggen op de verschillende brede welvaartthema’s, en welke keuzeopties er zijn. De impact op brede welvaart wordt vervolgens berekend op basis van de geïdentificeerde effecten in de ToC’s. Foto, kompas en monitoring van brede welvaart Verschillende provincies en regio’s hebben een ‘foto’ en/of een monitoring ontwikkeld voor brede welvaart: − − −

99

De provincie Gelderland heeft een eigen monitor om brede welvaart in de Provincie in de verschillende regio’s kaart te brengen;99 De metropoolregio Eindhoven heeft een foto en een monitor ontwikkeld; 100 Voor de provincie Noord-Holland heeft het PON & Telos een brede basismonitor ontwikkeld waarin normeringen zijn opgenomen zodat het potentieel als kompas kan dienen.101

https://gelderland.incijfers.nl/documents

100

https://metropoolregioeindhoven.nl/actueel/ons-nieuws/brede-welvaart-inonze-regio 101

https://cijfers.noord-holland.nl/content/bredebasismonitor

Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

45

. Overzicht bronnen uit de voetnoten 1.

Programma Haarlem Circulair 2040

2.

Strategisch plan klimaatadaptatie

3.

https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11596-2022-INIT/nl/pdf

4.

https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2022/03/29/counciladopts-8th-environmental-actionprogramme/#:~:text=De%206%20thematische%20prioritaire%20doelstellingen,ve rmindering%20van%20de%20grootste%20productie

5.

https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11596-2022-INIT/nl/pdf

6.

www.netwerkbredewelvaart.nl

7.

https://ec.europa.eu/eurostat/statisticsexplained/index.php?title=Glossary:Kyoto_basket

8.

https://ec.europa.eu/eurostat/cache/egd-statistics/ en https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_air_gge_esms.htm

9.

https://seea.un.org/sites/seea.un.org/files/airemissions_ks-gq-15-009-en-n.pdf

10. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_air_gge_esms.htm 11. https://climate.ec.europa.eu/system/files/202108/lulucf_methodology_report_en.pdf 12. https://haarlem.incijfers.nl/dashboard/haarlem-in-cijfers---dashboard/ 13. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2012/23/in-nederland-is-het-groen-vaakdichtbij/open-natuurlijk-terrein 14. https://unfccc.int/sites/default/files/resource/AGI_2022_Final.pdf, tabellen 4.2, 4,4 15. https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20220606659-2-Bijlage1-Groenbeleidsplan.pdf 16. https://www.gezondeleefomgeving.nl/datacheck 17. https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/ 18. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/34/iets-hogere-sterfte-in-warme-week 19. https://www.eea.europa.eu/ims/drought-impact-on-ecosystems-in-europe 20. https://regelen.haarlem.nl/_ipp/dashboard/prod/peilbuizen/peilbuizen#peilbuis. 186 21. https://waterberichtgeving.rws.nl/owb/droogtemonitor 22. https://onderzoek.amsterdam.nl/dossier/circulaire-economie 23. https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329 24. https://www.eea.europa.eu/publications/air-quality-in-europe-2022/healthimpacts-of-air-pollution 25. https://awgl.nl/projecten/ggd-rekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheid-update2021 26. https://data.rivm.nl/meta/srv/dut/catalog.search#/home 27. https://www.grondwatertools.nl/gwatlas/ 28.

COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

46

29. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_15_60_esmsip2.htm 30. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatiehuis-natuur/ 31. Informatie besproken tijdens workshop over indicatoren MAP op 20/04/2023 32. https://www.ihw.nl/ 33. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_biodiv_esms.htm 34. https://haarlem.nl/file/groenbeleidsplan-oktober-2022?download=1 35. COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives 36. COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives 37. https://www.pbl.nl/publicaties/balans-van-de-leefomgeving-2020, pagina 37 38. https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_07_11/default/table?lang=e n 39. Zie o.a. programmabegroting 40. https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_07_40/default/table?lang=e n 41.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzameenergie#:~:text=Nederland%20werkt%20aan%20duurzame%2C%20betrouwbare, energievoorziening%20bijna%20helemaal%20duurzaam%20zijn 42. https://haarlem.incijfers.nl/databank 43. Gecorrigeerd vermogen op basis van weersomstandigheden. Wordt berekend door de gemiddelde capaciteit aan het begin en einde van een verslagjaar de vermenigvuldigen met de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar. 44. Actieplan Schone Energie 45. https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/cei_srm030/default/table?lang= en 46. https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/env_ac_curm/default/table?lan g=en 47. Informatie besproken tijdens workshop over de indicatoren van het MAP op 20/04/2023 48. Informatie besproken tijdens workshop over de indicatoren van het MAP op 20/04/2023 49. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederlandcirculair-in2050#:~:text=203050%25%20minder%20gebruik%20van,%2C%20metalen%20en %20fossiel)%20gebruiken. 50. Programma Haarlem Circulair 2040. Voortgang en actieplan 2020 51. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_09_50_esmsip2.htm 52. https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdata-zelfonderzoek-doen/microdatabestanden/odin2021-onderweg-in-nederland-2021 53.

https://www.cbs.nl/nl-nl/onzediensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korteonderzoeksbeschrijvingen/onderweg-in-nederland Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart

47

54. https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdata-zelfonderzoek-doen/catalogus-microdata/verkeer-en-vervoer 55. https://haarlem.nl/mobiliteitsbeleid 56. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex%3A32007R0834 57. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_02_40_esmsip2.htm 58. https://pointer.kro-ncrv.nl/dataverantwoording-een-veranderende-eetomgeving 59. https://pointer.kro-ncrv.nl/dataverantwoording-een-veranderende-eetomgeving 60. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_17_50_esmsip2.htm 61. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_17_50_esmsip2.htm 62. https://europadecentraal.nl/europese-rekenkamer-vervuiler-betaalt-principemoet-wordenversterkt/#:~:text=Het%20principe%20'de%20Vervuiler%20betaalt'&text=Dit%20b eginsel%20heet%20ook%20wel,het%20voorzorgs%2D%20en%20het%20preventi ebeginsel. 63. Programmabegroting 2023 – 2027, gemeente Haarlem 64. Coalitieprogramma 65. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52022DC0357 66. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/toekomst-fossielebrandstoffen/fossiele-subsidies 67. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52021DC0950 68. https://haarlem.nl/aanbestedingen-en-inkoopvoorwaarden#inkoopvoorwaardendownloaden-1420 69.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13211511/1