3 Bijlage 2 Rapport 213a ‘Milieuactieprogramma en brede welvaart Toepasbaarheid indicatoren voor de gemeente Haarlem
Tekst van het document
Milieuactieprogramma en brede welvaart Toepasbaarheid indicatoren voor de gemeente Haarlem
Milieuactieprogramma en brede welvaart
Annemariet van der Hout Marijn van Asseldonk Bianca Koomen
Het PON & Telos
Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van
Auteur(s) Annemariet van der Hout Marijn van Asseldonk Bianca Koomen
Fotograaf Foto voorkant: Melvin VK (https://nl.wikipedia.org/wiki/Haarlem)
Publicatienummer 23115
Datum juni 2023
© 2023 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten.
Meer informatie www.hetpon-telos.nl
Het PON & Telos | Colofon
Managementsamenvatting De gemeente Haarlem heeft als doel om ’haar duurzaamheidsontwikkelingen in beeld te brengen en ziet dat daar nog een ontwikkelopgave ligt. Het is de wens van de gemeente om te onderzoeken of de methodiek uit het Milieuactieprogramma overgenomen kan worden als onderdeel van de duurzaamheidsbegroting en daarmee aan te sluiten bij een gestandaardiseerde landelijke en Europese methodiek. Daarom zijn in het kader van het 213a onderzoek de 26 indicatoren uit het 8ste Milieuactieprogramma onderzocht op de toepasbaarheid voor de gemeente Haarlem Het PON & Telos heeft per indicator uit het 8ste Milieuactieprogramma een inschatting gemaakt of de methodiek toepasbaar is op het niveau van de gemeente, eventueel met een enkele aanpassing. Daarbij zijn een aantal overwegingen meegenomen: − − −
De beschikbaarheid van de gegevens op gemeentelijk niveau; De relevantie van de indicator op het niveau van de gemeente; De complexiteit van de indicator.
Het advies
Het advies van Het PON & Telos is om de indicatoren uit het Milieuactieprogramma niet integraal over te nemen voor de gemeente Haarlem. Een aantal indicatoren zijn niet goed toe te passen op het niveau van de gemeente . Dit geldt voor 3 indicatoren. Ter illustratie: −
−
Niet/minder relevant: voor de indicator eco-innovatie moet het aantal patenten en uitgaven aan R&D worden bijgehouden. Indien er in een gemeente een kennisinstelling of bijvoorbeeld high-tech industrie aanwezig is dan scoort de gemeente automatisch hoger op de index, maar zodra die er niet zijn scoort de gemeente automatisch lager. De mogelijkheid om dit soort instellingen aan te trekken is beperkt; Te complex: voor de indicator consumptievoetafdruk, moeten ruim 1.000 verschillende voetafdrukken berekend worden. Dit strookt niet met de toepassing van een indicator voor de gemeente.
Het PON & Telos adviseert om meerdere indicatoren op te nemen in de duurzaamheidsbegroting. Verschillende indicatoren worden al door de gemeente in kaart gebracht of zijn met enkele aanpassingen direct of op korte termijn implementeerbaar. Voor een aantal indicatoren geldt dat de vertaling van nationaal niveau naar gemeente niveau niet direct te maken is, maar na aanpassing wel relevant kan zijn. Daarmee wordt een stap gezet in het meten van duurzaamheid. De indicatoren
In Tabel 1 is per indicator beschreven of en hoe de indicator toepasbaar gemaakt kan worden, begeleid met een advies over de mate van implementeerbaarheid. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: − −
Direct implementeren: de indicator wordt al door de gemeente bijgehouden; Korte termijn implementeren: de indicator is relevant en de data is beschikbaar, maar de gemeente houdt deze data nu nog niet bij;
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
−
− −
(middel)lange termijn implementeren: de indicator is relevant en de data is beschikbaar, maar er moet nog een berekening plaatsvinden. De gemeente houdt deze data nu nog niet bij; Lange termijn implementeren: de indicator is relevant, maar het is onbekend of de data beschikbaar is. De gemeente houdt de data nog niet bij; Niet implementeren: de indicator is niet relevant of te complex, data is mogelijk niet beschikbaar en de gemeente houdt de data niet bij.
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Tabel 1: Overzicht indicatoren met de toepasbaarheid voor Haarlem Indicator Broeikasgasemissies Broeikasgasemissies van landgebruik (LULUCF-sector) Klimaatgerelateerde economische verliezen Gevolgen van droogte voor ecosystemen Grondstoffenverbruik Totale afvalproductie
Toepasbaarheid Europese doelen voor Haarlem
Advies
Indicatoren worden reeds verzameld. LULUCF-sector niet toepasbaar voor Haarlem, gerelateerde indicator (verbondenheid van) openbaar groen wel. Indicatoren niet toepasbaar op gemeentelijk schaalniveau. Andere gerelateerde indicatoren (na berekening): hittestress, kosten (tropische) stromen, wateroverlast en overledenen tijdens (tropisch) warme dagen. Indicator in aangepaste vorm toepasbaar: grondwaterstand.
Direct implementeren Aangepaste indicator direct implementeren
Europese indicator niet toepasbaar op gemeentelijk schaalniveau. Relevante alternatieve indicator: afvalstromen. Afvalindicatoren reeds verzameld door Spaarnelanden. Aanvullende alternatieven:
Implementeren op (middel)lange termijn
-
Verschillende afvalstromen huishoudens en sectoren; Voedselverspilling (consumenten, supermarkten).
Voortijdige sterfgevallen door blootstelling fijnstof Nitraten in grondwater
Aangepast beschikbaar op gemeenteniveau, via GGD-rekentool.
Vogelindex
Indicator niet beschikbaar op gemeentelijk schaalniveau. Alternatieven: - Combinatie soortenrijkendom en voorkomende rode lijst soorten (Het PON & Telos); - IKN / BeSi; - Ecologische kwaliteit water en oevers (Het PON & Telos); - Soortenmonitor (Nationale Databank Flora en Fauna). Enkel toepasbaar voor ‘land’. Haarlem kan o.b.v. eigen data over (de verbondenheid van) verschillende groenoppervlaktes in GIS berekeningen maken voor monitoring. Toepasbaar in aangepaste vorm: maatregelen voor verbonden ecologische structuur in Haarlem monitoren en prioriteren. Indicatoren worden reeds verzameld, uitgesplitst naar sectoren. Indicatoren worden reeds verzameld, uitgesplitst naar zonne- en windenergie.
Aangewezen beschermde gebieden op land en in de zee Connectiviteit bossen Energieverbruik Aandeel hernieuwbare energie Circulair gebruik van materialen
Aangepast toepasbaar: focus op kwantiteit i.p.v. kwaliteit water, via grondwatertools.
Indicatoren nog niet bekend bij gemeente Haarlem.
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Implementeren op (middel)lange termijn
Aangepaste indicator direct implementeren
Afvalindicatoren: direct implementeren Afvalstromen: implementeren op korte termijn Voedselverspilling: implementeren op (middel)lange termijn Implementeren op korte termijn Grondwaterkwantiteit: direct implementeren Grondwaterkwaliteit: implementeren op korte termijn Verkenning alternatieven op (middel)lange termijn
Implementeren op (middel)lange termijn Implementeren op (middel)lange termijn Direct implementeren Direct implementeren Implementeren op (middel)lange termijn
Aandeel bussen en treinen Biologische landbouw
Indicator niet openbaar beschikbaar op gemeenteniveau, te berekenen via Microdata CBS Niet toepasbaar voor Haarlem. Relevante alternatieven: ongezonde voedingslocaties en overgewicht.
Implementeren op (middel)lange termijn Ongezonde voedingslocaties: lange termijn (onbekend of data beschikbaar is) Overgewicht: implementeren op korte termijn
Milieubelastingen
Toepasbaar voor Haarlem: rioolheffing + afvalstoffenheffing / totale heffingen. Eventueel: differentiëren naar huishoudgrootte.
Direct implementeren
Subsidies voor fossiele brandstoffen
Niet toepasbaar voor Haarlem (verleent geen subsidies fossiele brandstoffen). Alternatief: klimaatneutrale inkoop diensten en opdrachten, reeds berekend door gemeente Haarlem.
Fossiele brandstoffen: niet implementeren
Uitgaven milieubescherming
Toepasbaar voor Haarlem, verschillende indicatoren: klimaat en luchtkwaliteit, afvalwaterzuivering, afvalbeheer, bescherming bodem, grond-, oppervlaktewater, straling en overige milieubeschermingsactiviteiten, vermindering van geluid en trilling, onderzoek en ontwikkeling op milieugebied Toepasbaar voor Haarlem, indicator reeds verzameld (prestatie-indicator duurzaamheidsleningen). Optioneel: uitsplitsing naar verschillende thema’s. Deze index bevat verschillende indicatoren die minder relevant zijn op gemeentelijk schaalniveau. In aangepaste vorm toepasbaar voor Haarlem, berekening nodig. In aangepaste vorm toepasbaar voor Haarlem, indicator: grondwaterstand. Minder relevant voor gemeente Haarlem (complex en zeer veel werk). Alternatief: focus op vermindering milieubelasting en grondstoffenverbruik via: Apparatuur en huishoudelijke artikelen, Voedsel, Wonen, Mobiliteit. De benodigde indicatoren worden reeds verzameld. Een deel van de indicator is toepasbaar voor Haarlem, via het CBS (bedrijfstakken energievoorziening, en waterbedrijven en afvalbeheer) Optioneel: aantal banen / aantal FTE op milieugebied binnen de gemeente.
Groene obligaties Eco-innovatie-index Ruimtebeslag Waterontrekkings-index+ Consumptie voetafdruk
Werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde van milieugoederen en -dienstensector Ongelijkheid op milieugebied
Europese indicator nog niet ontwikkeld. Toepasbaar voor Haarlem: energiearmoede en gezonde leefomgeving.
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Differentiatie: implementeren op (middel)lange termijn Klimaatneutrale inkoop: direct implementeren Implementeren op korte termijn (posten in de begroting van de betreffende thema’s optellen) Prestatie-indicator: direct implementeren. Optioneel: implementeren op (middel)lange termijn Niet implementeren Implementeren op (middel)lange termijn Implementeren op (middel)lange termijn Consumptie voetafdruk: niet implementeren Alternatief: direct implementeren Deel CBS: implementeren op korte termijn Optioneel: implementeren op (middel)lange termijn
Energiearmoede en gezonde leefomgeving: implementeren op (middel)lange termijn
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doelstelling
2
1.3
Onderzoeksvragen
2
1.4
Leeswijzer
2
2
Methode
3
2.1
Indicatoren 8ste Milieuactieprogramma
3
2.2
Vertaling indicatoren voor de gemeente Haarlem
3
2.3
Brede welvaart
5
3
Indicatoren en Haarlem
6
3.1
Mitigatie van klimaatverandering
6
3.1.1 Broeikasgasemissies
6
3.1.2 Broeikasgasemissie van landgebruik
7
3.2
Aanpassing aan klimaatverandering
9
3.2.1 Klimaatgerelateerde economische verliezen
9
3.2.2 Gevolgen van droogte voor ecosystemen
10
3.3
12
Regeneratieve circulaire economie
3.3.1 Grondstoffenverbruik
12
3.3.2 Totale afvalproductie
13
3.4
14
Verontreinigingen naar nul en gifvrij milieu
3.4.1 Voortijdige sterfgevallen door blootstelling aan fijnstof
14
3.4.2 Nitraten in grondwater
15
3.5
16
Biodiversiteit en ecosystemen
3.5.1 Vogelindex
16
3.5.2 Aangewezen beschermde gebieden op het land en in de zee
18
3.5.3 Connectiviteit bossen
19
3.6
20
Milieu- en klimaatdruk als gevolg van productie en consumptie
3.6.1 Energieverbruik
20
3.6.2 Aandeel hernieuwbare energie
21
3.6.3 Circulair gebruik van materialen
22
3.6.4 Aandeel bussen en treinen
23
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
3.6.5 Biologische landbouw
24
3.7
25
Faciliterende voorwaarden
3.7.1 Milieubelastingen
25
3.7.2 Subsidies voor fossiele brandstoffen
27
3.7.3 Uitgaven milieubescherming
28
3.7.4 Groene obligaties
30
3.7.5 Eco-innovatie-index
31
3.8
33
Goed leven binnen de grenzen van de planeet
3.8.1 Ruimtebeslag
33
3.8.2 Wateronttrekkingsindex+
34
3.8.3 Consumptie voetafdruk
35
3.8.4 Werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde van milieugoederen- en dienstensector
38
3.8.5 Ongelijkheid op milieugebied
39
4
Brede welvaart
42
4.1
De toepasbaarheid van brede welvaart
42
4.2
Brede welvaart in de gemeente Haarlem
44
4.3
Brede welvaart op andere plekken
44
. Overzicht bronnen uit de voetnoten
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
46
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Haarlem heeft duurzaamheidsdoestellingen opgesteld voor 2040 en soms 2050. Zo wil de gemeente voor 2040 van het aardgas af zijn, is in het programma Circulaire Stad 2040 de centrale doelstelling ‘geen uitval en geen afval’1 geformuleerd en blijkt een opgave uit het ‘Strategisch plan klimaatadaptatie’ om in 2050 ‘de effecten van klimaatverandering goed te kunnen opvangen.’2 Om de voortgang van die gestelde doelstellingen te kunnen volgen, zijn er onder andere meetbare indicatoren nodig. Indicatoren die in de tijd te volgen zijn en die de doelstellingen weerspiegelen. Voor meerdere van de gestelde doelen zijn al reeds van deze meetbare ijkpunten vastgelegd, die ook in de duurzaamheidsbegroting zijn verankerd. Andere doelstellingen, met name die in de programma’s Circulaire Stad 2040 en Klimbaatbestendig 2050, zijn echter nog niet voldoende meetbaar gemaakt. Om de doelstellingen uit die programma’s ook sterk te verankeren in de duurzaamheidsbegroting, is het van belang dat ze inzichtelijk worden gemaakt. Daarvoor is onder andere een set duidelijke indicatoren nodig. De Europese Commissie heeft in 2022 het 8ste milieuactieprogramma (MAP) uitgebracht. Dat programma is tot 2030 de leidraad voor de vormgeving en uitvoering van het milieubeleid.
Het programma bevat een prioritaire lange termijn doelstelling voor 2050 ‘goed leven, binnen de grenzen van onze planeet’ 3. Het programma richt zich daarnaast specifiek op een zestal thematische prioriteiten: (1) het terugdringen van de broeikasgasuitstoot, (2) de aanpassing aan de klimaatverandering, (3) een regeneratief groeimodel, (4) het terugdringen van de vervuiling tot nul, (5) het beschermen en herstellen van biodiversiteit en (6) het verminderen van de grootste productie- en consumptiebronnen van milieu- en klimaateffecten.4 Daarmee bouwt het programma onder andere voort op de doelstellingen van de Europese Green Deal en is het van fundamenteel belang voor de verwezenlijking van internationaal afgesproken milieu- en klimaatdoelstellingen.5 Daarmee is er (grote) overlap met de geformuleerde doelstellingen in de Haarlemse programma’s. Het monitoringskader van het MAP bevat 26 indicatoren waarmee de gestelde doelen voor 2030 en 2050 kunnen worden gevolgd. Deze indicatoren bieden mogelijkerwijs aanknopingspunten voor het meetbaar en inzichtelijk maken van de Haarlemse doelstellingen.
1
Programma Haarlem Circulair 2040
2
Strategisch plan klimaatadaptatie
3
https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11596-2022-INIT/nl/pdf
4
https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2022/03/29/counciladopts-8th-environmental-actionprogramme/#:~:text=De%206%20thematische%20prioritaire%20doelstellingen,vermi ndering%20van%20de%20grootste%20productie 5
https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11596-2022-INIT/nl/pdf
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
1
1.2
Doelstelling Om de doelstellingen uit de programma’s van de gemeente inzichtelijk te maken en ze binnen het afwegingskader van de duurzaamheidsbegroting te kunnen opnemen, is een gedefinieerde set indicatoren nodig. Het PON & Telos is in die lijn gevraagd om een inventarisatie uit te voeren voor de toepasbaarheid van de 26 indicatoren van Het 8 ste MAP. Bij ongeschiktheid van de indicator voor de gemeente Haarlem wordt een vergelijkbaar alternatief voorgesteld. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen direct implementeerbare indicatoren en indicatoren die stapsgewijs worden toegevoegd aan de duurzaamheidsanalyse. Daarnaast heeft de gemeenteraad via het coalitieakkoord ‘Actie!’ de opdracht aan de gemeente meegegeven om brede welvaart te integreren in de reguliere begroting. Een stevige inbedding van dit concept vergt dat de relatie met de doelstellingen van de reguliere begroting van de gemeente inzichtelijk wordt gemaakt. Het PON & Telos heeft een eerste beschouwende verkenning uitgevoerd om de inbedding van het concept te ondersteunen.
1.3
Onderzoeksvragen Om bovenstaande doelstelling te verwezenlijken zijn een aantal onderzoeksvragen opgesteld, die gezamenlijk tot een set van (direct) implementeerbare indicatoren leiden. − − − − −
1.4
In hoeverre is de methodiek zoals geformuleerd in Het 8ste MAP toepasbaar op de gemeente Haarlem? Welke informatie kan de gemeente Haarlem gaan gebruiken/monitoren om aan te sluiten op de 26 indicatoren van Het 8ste MAP? Welke alternatieven zijn er mogelijk indien de indicator of de informatie niet toepasbaar voor de gemeente Haarlem? Zijn de indicatoren direct implementeerbaar of is aanvullende informatie benodigd? Op welke manier kan het concept van brede welvaart aansluiten bij de gemeente Haarlem?
Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens de methode in hoofdstuk 2, de indicatoren uit het MAP voor de gemeente Haarlem in hoofdstuk 3 en afsluitend een beschouwende reflectie op brede welvaart in hoofdstuk 4 beschreven.
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
2
2
Methode
2.1
Indicatoren 8ste Milieuactieprogramma Via een deskstudie is onderzocht wat de indicatoren uit het uit het 8 ste Milieuactieprogramma (MAP) concreet inhouden. Van elke indicator is de beschrijving, de doelstelling en de eenheid waarin het gerapporteerd wordt door de EU beschreven. Gevolgde stappen voor de beschrijving op EU niveau: 1. 2.
2.2
Van elke indicator uit het Milieuactieprogramma is de bronhouder achterhaald; Bij elke bronhouder is de beschrijving van de indicator achterhaald (via Eurostat, European Environment Agency, Europese Commissie, gemeenschappelijk centrum voor onderzoek, Birdlife, EBCC of waarnemingspost voor eco-innovatie). De bronhouder Eurostat heeft in een metadatabestand voor iedere indicator een beschrijving. De andere bronhouders hebben geen metadatabestand, maar geven een beschrijving van iedere indicator of verwijzen naar andere bronbestanden. Via de beschrijvende tekst en via de ‘sneeuwbal’ methode (in elk artikel zijn de gebruikte bronnen gebruikt om op die manier verdiepende informatie te vinden) is vervolgens de benodigde informatie achterhaald.
Vertaling indicatoren voor de gemeente Haarlem Workshop
Bij de gemeente is (20 april 2023) een workshop gehouden met als doel te achterhalen: − − −
Welke data van de indicatoren uit het 8ste MAP al bij de gemeente beschikbaar is; Welke indicatoren toepasbaar of relevant zijn voor de gemeente; Welke indicatoren zijn gekoppeld aan doelen die de gemeente opgesteld heeft.
Voorafgaand aan de workshop is een korte deskstudie uitgevoerd naar de beschrijving van de indicatoren. Hierin zijn indicatoren geïdentificeerd die mogelijk minder toepasbaar of relevant zijn. De deelnemers zijn geselecteerd op basis van de inhoud van de indicatoren van het MAP en hun expertise binnen de gemeente Haarlem. Deelnemers: − −
Functies: (strategisch) beleidsadviseurs, programma- en teammanagers en controllers; Inhoudelijke expertises: circulaire economie, klimaatadaptatie, duurzaamheid, groen, beheer, openbare ruimte, luchtkwaliteit, energie- en warmtetransitie, wonen, afval, ecologie, mobiliteit en economie.
Op basis van de uitkomsten van de workshop en een deskstudie is de vertaling van de indicatoren naar de toepasbaarheid voor de gemeente Haarlem gemaakt. Deskstudie stappenplan:
1.
Selectie indicatoren die al worden bijgehouden: aanvullend op de workshop zijn de programmabegroting 2023 – 2027, routekaart duurzaamheid en de databank https://haarlem.incijfers.nl/databank gebruikt om te bepalen wat de gemeente
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
3
2.
3.
4.
heeft aan doelstellingen en gegevens. Indien de indicatoren al worden bijgehouden, en passend zijn voor de doelstellingen, is aanbevolen deze te behouden. Relevante indicatoren die nog niet worden bijgehouden: a. Van indicatoren die reeds door de gemeente worden ontwikkeld (zoals geldt voor circulariteit), is geadviseerd deze te gebruiken op het moment dat de informatie opgeleverd wordt; b. Het PON & Telos heeft meerdere monitors ontwikkeld (onder andere nationale monitor duurzame gemeenten en de SDG monitor). Indien de indicator in één van deze monitors wordt bijgehouden, is deze beschrijving opgenomen voor de indicator van het MAP; c. Indien de indicator niet opgenomen is door Het PON & Telos in een monitor is een alternatief beschreven waarbij de beschrijving van de EU als leidraad is genomen. Daarvoor zijn openbare databestanden of beschrijvingen van bijvoorbeeld het CBS, Infomil, waterschap en kaartmateriaal geraadpleegd. Deze indicatoren vergen soms nog een ontwikkelslag. Vertaling van indicatoren die op gemeenteniveau minder relevant of toepasbaar zijn: a. Per indicator is op basis van de beschrijving op EU-niveau het doel van de indicator bepaald. Aan de hand daarvan is bepaald wat de mogelijke relevantie kan zijn voor de gemeente. Een indicator zoals biologische landbouw is voor een stadsgemeente minder relevant.
Eén van de doelen van die indicator op Europees niveau is het bevorderen van een duurzaam voedselsysteem en daarmee dus minder ongezond voedsel. Daarmee kan alsnog een relevante vertaling van de indicator voor de gemeente bepaald worden. b. Indien gebleken is dat er geen relevante indicator kan worden opgesteld, doordat de indicator op EU-niveau bijvoorbeeld te complex is, of dat het te ver buiten de invloedssferen van de gemeente ligt, dan is geadviseerd deze indicator niet te implementeren. Indicatoren waarvan het schaalniveau niet op gemeentelijk niveau kan worden verzameld, maar bijvoorbeeld wel op regionaal niveau, zijn opgenomen inclusief een berekening hoe de vertaling naar een gemeentelijk schaalniveau te maken.
Van iedere indicator is voor de Haarlemse vertaling het volgende opgenomen: − − − − − − −
Een beschrijving met eventuele aanpassingen en/of aanvullingen; Bronhouder die de gegevens beheerd; Schaalniveau waarop de indicator wordt verzameld; Indien van toepassing een berekening; Meest recente bronjaar van de gegevens; Bij welk programma uit de programmabegroting de indicator opgenomen kan worden; De eenheid van de indicator.
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
4
2.3
Brede welvaart De gemeente Haarlem beschrijft haar ambitie rondom brede welvaart in haar Coalitieakkoord 2022-2026 als volgt: “Het is ons doel aan het einde van deze periode duurzaamheid(sdoelstellingen) en brede welvaart volledig te integreren in de reguliere begroting.” (Paragraaf 9.3 Duurzaamheid). Om dit te bewerkstelligen, is het nodig om eerst de staat van brede welvaart van de gemeente in kaart te brengen. Het PON & Telos heeft reeds, onder andere door het Nationale Netwerk Brede Welvaart, ervaring opgedaan met het brede welvaartsdenken en hoe dat in een monitor vorm te geven. 6 Om de gemeente Haarlem te ondersteunen bij die vertaling is er een workshop (30/05/2023) gehouden, met als doel te bepalen welke indicatoren relevant kunnen zijn en met welk doel de gemeente brede welvaart in kan zetten. Tijdens de workshop is gebleken de gemeentelijke projectgroep brede welvaart al verschillende stappen heeft gezet in de vertaling naar indicatoren. Het PON & Telos heeft ter aanvulling feedback gegeven op de ingeslagen weg. Op basis van de expertise van Het PON & Telos met het uitvoeren van verschillende methodieken om brede welvaart in beeld te brengen, of om brede welvaart bijvoorbeeld als afwegingskader te gebruiken, is een beschouwing geschreven.
In de workshop is getracht een zo breed mogelijk palet aan expertisen samen te brengen, zodat er van elk van de thema’s van brede welvaart een vertegenwoordiging aanwezig was. Deelnemers: − −
6
Functies: (strategisch) beleidsadviseurs, programma- en teammanager en controllers; Inhoudelijke expertises: brede welvaart, duurzaamheidsbegroting, wonen, welzijn & zorg, MRA, data informatie & analyse, schulden, minima, sociale recherche, werk & inkomen, sociaal domein.
www.netwerkbredewelvaart.nl
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
5
3
Indicatoren en Haarlem In het hoofdstuk indicatoren en Haarlem zijn de 26 indicatoren van het MAP beschreven. Per indicator zijn twee beschrijvingen opgenomen: 1. 2.
Een beschrijving zoals geformuleerd door de EU; Een beschrijving met de vertaling van deze indicator voor de gemeente Haarlem. De beschrijvingen zijn opgenomen in twee tabellen die als volgt zijn opgebouwd:
Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Beschrijving Doelstelling Eenheid
Beschrijving indicator voor Haarlem
Beschrijving met een onderbouwing van de voorgestelde aanpassing of aanvulling De benodigde gegevens inclusief bronhouder Het schaalniveau Indien van toepassing: de berekeningsmethode/methodiek Het bronjaar van de gegevens (met bronjaar wordt bedoeld in welk jaar de gegevens worden verzameld) Aansluiting bij programma in de duurzaamheidsbegroting Eenheid
3.1
Mitigatie van klimaatverandering
3.1.1
Broeikasgasemissies Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Deze indicator brengt de totale nationale emissies in beeld, inclusief de internationale luchtvaart en indirecte CO2 emissie, uitgedrukt in CO2-equivalenten. Het gaat hierbij om verschillende gassen, ook wel de ‘Kyoto basket’7 van broeikasgassen genoemd: CO2 (koolstofdioxide), CH4 (methaan), N2O (distikstofmonoxide/lachgas), F-gassen (fluorkoolwaterstoffen, perfluorkoolwaterstoffen, stikstoftrifluoride (NF3) en zwavelhexafluoride (SF6). Het totaal aan broeikasgassen is geïntegreerd tot één indicator. De indicator wordt op twee manier gerapporteerd. Enerzijds worden de broeikasgasemissie-gegevens 7
https://ec.europa.eu/eurostat/statisticsexplained/index.php?title=Glossary:Kyoto_basket
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
6
verzameld voor de volgende zes sectoren: 1) energie, 2) industriële processen en productgebruik, 3) landbouw, 4) landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF – zie paragraaf 3.1.2), 5) afvalbeheer, en 6) overige sectoren. Anderzijds is er een weergave van de zes sectoren minus LULUCF-sector.8 Ter afbakening zijn enkele emissies niet meegenomen zoals de emissie van biomassa.9 Het doel van deze indicator is geformuleerd in de Europese Klimaatwet: de broeikasgasemissies moeten uiterlijk tegen 2030 met ten minste 55 % verminderd zijn ten opzichte van de niveaus in 1990. In 2050 is het doel om klimaatneutraal te zijn. CO2-ton equivalent per hoofd van de bevolking (index: 1990 = 100)
Beschrijving indicator voor Haarlem
Informatie over broeikasgassen wordt momenteel door de gemeente Haarlem verzameld via de Regionale Klimaatmonitor (RWS). Voor de Routekaart ‘Route voor CO2-reductie’ worden reeds de CO2 uitstoot voor verschillende transitiepaden in beeld gebracht: wonen, werken, mobiliteit en elektriciteit & opwek. In lijn met de doelenboom ‘Programma 4’ brengt de gemeente Haarlem de indicator ‘Totale CO 2 uitstoot (x1000 ton) in Haarlem’ in beeld. Daarnaast zou de gemeente de volgende emissies kunnen verzamelen: Emissie CH4 (kg en CO2-equivalent), Emissie N2O (kg en CO2-equivalent) en F-gassen. Deze totale emissies(reducties) kunnen per (grote) sector in beeld gebracht worden. Bronhouder: Emissieregistratie Schaalniveau: Gemeente Voor berekening CO2-equivalent: − −
CH4 = kg * 25; N2O = kg * 298.
Jaarlijks, meest recente jaar 2020 Route Duurzaamheid: CO2 reductie van 60 % in 2030 t.o.v. 2017. kg en kg CO2 equivalent
3.1.2
Broeikasgasemissie van landgebruik Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Naast de algemene broeikasgasemissies, heeft het MAP een specifiek doel geformuleerd voor de broeikasgasreductie door koolstofopslag in de LULUCF-sector. LULUCF staat voor: Land Use, Land-Use Change en Forestry (Landgebruik, Landgebruiksverandering en bosbouw). Deze indicator meet de netto koolstofverwijdering van de LULUCF-sector, waarbij rekening wordt gehouden met 8
https://ec.europa.eu/eurostat/cache/egd-statistics/ en https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_air_gge_esms.htm 9
https://seea.un.org/sites/seea.un.org/files/airemissions_ks-gq-15-009-enn.pdf
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
7
zowel de emissies (zie paragraaf 3.1.1.) als de emissiereductie door de sector. De indicator wordt uitgedrukt als CO2-equivalent, rekening houdend met het Global Warming Potential (GWP = CO2 -equivalent) van elk gas.10 De emissies van de broeikasgassen worden door elk land bijgehouden. Voor de berekening van de netto koolstofverwijdering wordt het GLOBIOM model gebruikt (Global Biosphere Management Model). Het model baseert zich op een aantal hoofdcategorieën van landgebruik (bijvoorbeeld akkerbouw, grasland en bos) en verschillende deelcategorieën met gewastypes. Per hoofdcategorie worden kentallen in het model gebruikt. De hoeveelheid koolstof wordt berekend door de som van het totaal aan koolstof te vermenigvuldigen met het oppervlak.11 Doel is om in 2050 klimaatneutraal te worden. Dit wordt gemeten door de toename van de verwijdering van broeikasgassen door koolstofopslag door de LULUCF-sector tot 310 miljoen ton CO2 equivalent in 2030 te reduceren, wat bij moet dragen aan een vermindering van de totale broeikasgassen van 55 % in 2030 t.o.v. 1990. CO2-ton equivalent per hoofd van de bevolking, en CO2-ton equivalent per vierkante meter
Beschrijving indicator voor Haarlem
CO2-opname in de LULUCF-sector is relatief klein in Haarlem, aangezien Haarlem een stadsgemeente is. Wel zijn er gerelateerde indicatoren, die interessant zijn voor de gemeente Haarlem. Zo kan (de verbondenheid van) het (openbaar) groen in de stad in kaart worden gebracht. Dit faciliteert de opname van CO2 in de stad. Bronhouder: Haarlem brengt reeds het openbaar groen, uitgesplitst naar buurten, in beeld via de databank Haarlem in Cijfers 12. Het CBS brengt daarnaast bijvoorbeeld op gemeenteniveau de indicator Open Natuurlijk Terrein inbeeld, uitgesplitst naar droog en nat terrein, en naar bossen13. De informatie van het CBS wordt echter niet meer bijgewerkt sinds 2017 (zie subparagraaf 3.8.1). Het is mogelijk om op basis van verandering in openbaar groen de veranderingen in de hoeveelheid koolstof te berekenen met behulp van kentallen. De kentallen voor de veranderingen in koolstof (carbon stock changes) voor bijvoorbeeld land dat om wordt gezet naar bos of grasland zijn opgenomen in tabellen van de UNFCCC. Kentallen voor omvorming naar andere soorten ecosystemen, uitgaande van minerale bodems (en niet organisch rijke gronden zoals veen): − − − −
Bos blijft naar bos: 1,57 ton koolstof/ha; Overig land omgezet naar bos: 3,51 ton koolstof/ha; Grasland blijft grasland: 0,013 ton koolstof/ha Overig land omgezet naar grasland: 0,703 ton koolstof/ha 14
Schaalniveau: gemeente 10
https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_air_gge_esms.htm
11
https://climate.ec.europa.eu/system/files/202108/lulucf_methodology_report_en.pdf 12
https://haarlem.incijfers.nl/dashboard/haarlem-in-cijfers---dashboard/
13
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2012/23/in-nederland-is-het-groen-vaakdichtbij/open-natuurlijk-terrein 14
https://unfccc.int/sites/default/files/resource/AGI_2022_Final.pdf, tabellen 4.2, 4,4
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
8
Met de kentallen uit het model van GLOBIOM kan de verandering in hoeveelheid koolstof bepaald worden per hectare en vermenigvuldigd met het oppervlak aan openbaar groen. Voor de overige soorten openbaar groen kunnen kentallen gebruikt worden voor bijvoorbeeld bos of grasland. Haarlem in cijfers: jaarlijks, meest recente jaar 2023 CBS data over bodemgebruik: meest recente jaar is 2017 EU: Kentallen Globiom Deze indicator sluit aan bij de ambitie uit het Groenbeleidsplan (2022) van de gemeente: ‘Verbonden Natuurnetwerk Haarlem – ambitie 2030’15. ton koolstof
3.2
Aanpassing aan klimaatverandering
3.2.1
Klimaatgerelateerde economische verliezen Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Deze indicator sluit aan bij de Europese doel van het versterken van de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van landen ten aanzien van klimaatgerelateerde gevaren en natuurrampen. Deze indicator brengt de verliezen als gevolg van weer- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen in beeld. Weer- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen zijn meteorologische gebeurtenissen (stormen, lawines), hydrologische gebeurtenissen (overstromingen) en klimatologische gebeurtenissen (hittegolven, koudegolven, droogte en bosbranden). Deze indicator wordt via jaarcijfers in beeld gebracht, maar ook als afgevlakte tijdsreeks op basis van het gemiddelde van 30 jaar. Deze gemiddelde cijfers brengen zo de trends over 30 jaar in beeld. Dit tijdspad is in lijn met de klimaatperiodes zoals gedefinieerd door de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Het doel is om de totale financiële verliezen als gevolg van weers- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen te verminderen. Dit alles om in 2050 een klimaatbestendige samenleving te zijn. Miljard € (of € per inwoner).
Beschrijving indicator voor Haarlem
Deze indicator is in de Europese vorm (nog) niet van toepassing voor de gemeente Haarlem. Er zijn wel andere gerelateerde indicatoren relevant voor Haarlem. Hierbij valt te denken aan: hittestress, de kosten die gepaard gaan met (tropische) stormen, wateroverlast en het aantal mensen dat overlijdt tijdens de (extreem) warme dagen. Hittestress De Datacheck Gezonde Leefomgeving16 geeft onder andere op gemeenteniveau drie kaarten weer: hittekaart gevoelstemperatuur (data 2015), stedelijk hitte eiland effect (data 2017) en verkoelend effect van groen en blauw (2017). Verder berekend Het 15
https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/20220606659-2Bijlage-1-Groenbeleidsplan.pdf 16
https://www.gezondeleefomgeving.nl/datacheck
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
9
PON & Telos een indicator voor hittestress, door het gemiddelde temperatuurverschil dat ontstaat door het hitte-eiland effect in kaart te brengen. Kosten (tropische) stormen Haarlem is een kustgemeente, die vaak als eerste worden getroffen door tropische stormen. Dit soort weersfenomenen zullen komende jaren vaker voorkomen en de schade die daarmee gepaard gaat kan fors oplopen. Gemeente Haarlem kan de kosten hiervoor gaan bijhouden. Wateroverlast De Klimaateffectatlas brengt verschillende indicatoren rondom wateroverlast in beeld.17 Voor de gemeente Haarlem is het bijvoorbeeld relevant om middels GIS het percentage oppervlakte dat bij een hevige bui van 140 mm/2 uur meer dan 15 cm water blijft staan in beeld te brengen en te monitoren. Overledenen tijdens (tropisch) warme dagen Het CBS brengt op landelijk schaalniveau het aantal mensen dat per week overlijdt in beeld en kijkt hierin naar hoeveel mensen overlijden tijdens hittegolven in vergelijking met overige weken.18 De gemeente Haarlem kan dit op gemeentelijk schaalniveau in kaart brengen. Kosten (tropische) stormen: monitoren van schade/kosten bij (tropische) stormen. Wateroverlast: door de kaarten in GIS te laten is het mogelijk de categorieën genoemd in de kaart bij elkaar op te tellen. Dat geeft een beeld van het percentage oppervlakte waar tijdens een piekbui het water hoger dan 15 cm komt te staan.
Overledenen tijdens (tropisch) warme dagen: monitoren op gemeentelijk schaalniveau hoeveel mensen er per week overlijden in weken met tropische temperaturen (>30 graden Celsius). Hittestress – Datacheck Gezonde Leefomgeving: 2015 en 2017 Het PON & Telos: meest recente jaar is 2020, wordt niet structureel periodiek herhaald Kosten (tropische) stormen: nog geen data van beschikbaar Wateroverlast: 2018 Overledenen tijdens (tropisch) warme dagen: jaarlijks, meest recente jaar is 2020 Deze indicatoren sluiten aan bij het Strategisch plan klimaatadaptatie van gemeente Haarlem, met name bij paragraaf ‘2.3.4 Verwachte schade door klimaatverandering’, waar onder meer de verwachte klimaatkosten is uitgedrukt in € per inwoner per jaar. Hittestress: °C Kosten (tropische) stormen: € Wateroverlast: % Overledenen tijdens (tropisch) warme dagen: aantal inwoners
3.2.2
Gevolgen van droogte voor ecosystemen Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma 17
https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/
18
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/34/iets-hogere-sterfte-in-warme-week
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
10
Europa brengt de veerkracht van ecosystemen in kaart, om zo ecosystemen aan te passen aan klimaatverandering. Hierbij wordt gekeken naar afwijkingen en trends op lange termijn van vegetatieproductiviteit, wat gemeten wordt door op afstand waargenomen vegetatie-indexen in gebieden die onder druk staan door droogte. Deze indicator wordt in beeld gebracht door de EEA (European Environment Agency). De EEA onderscheidt zeven verschillende ecosystemen 19: binnenlandse natte gebieden, dun begroeid land, stedelijk, heide en struikgewassen, grasland, akkerland, en bosgebied. De indicator kijkt naar ‘droogtedruk’, wat berekend wordt als bodemvochttekorten binnen het groeiseizoen. Daarnaast worden de ‘droogte-effecten’ in kaart gebracht. Dit zijn ernstig negatieve jaarlijkse productiviteitsafwijkingen in het groeiseizoen in gebieden die onder druk staan van droogte, ofwel gebieden met negatieve jaarlijkse bodemvochtafwijkingen. Het Europese doel is om het gebied dat wordt getroffen door droogte en verlies van vegetatieproductiviteit verkleinen. Getroffen gebied in km2
Beschrijving indicator voor Haarlem
Droogte wordt als risico genoemd bij Programma 5 ‘Beheer en onderhoud’ in de duurzaamheidsbegroting (risico HM1.RIS.118). Het programma omschrijft de volgende risico’s van droogte: “Dit geeft een risico op o.a. schade aan funderingen (door schommelingen in de grondwaterstand wordt de kwaliteit van houten palen aangetast, door zetting ontstaan er scheuren), schade aan wegen en riolering (door zetting ontstaan er scheuren), schade aan groen/landbouw/natuur (door droogte vallen bladeren uit en kunnen takken scheuren) en een grotere kans op natuurbranden.” De kans op droogte neemt in de gemeente toe, als gevolg van groei van de stad, verstening van de openbare ruimte en demping van de watergangen. Voor gemeente Haarlem is het relevant om de indicator grondwaterstand bij te houden, zoals beschreven bij de indicator Wateronttrekkingsindex-plus (subparagraaf 4.8.2). Bronhouder: Gemeente Haarlem20 Schaalniveau: gemeente Aanvullend brengt Rijkswaterstaat brengt op landelijk niveau de droogtesituatie in beeld, met een kaart voor heel Nederland waarin bijvoorbeeld de neerslagindex van de afgelopen maanden in beeld wordt gebracht.21 Jaarlijks bijhouden van de gemiddelde stijghoogte op 1 september, om zo na het droge seizoen inzichtelijk te maken of de grondwaterstand jaarlijks afneemt en er dus meer kans is op verdroging. Maandelijks gerapporteerd, meest recent is juni 2023
19
https://www.eea.europa.eu/ims/drought-impact-on-ecosystems-in-europe
20
https://regelen.haarlem.nl/_ipp/dashboard/prod/peilbuizen/peilbuizen#peilbui s.186 21
https://waterberichtgeving.rws.nl/owb/droogtemonitor
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
11
Duurzaamheidsbegroting Programma 5 en Strategisch plan klimaatadaptatie (vernatten en vergroenen) m NAP
3.3
Regeneratieve circulaire economie
3.3.1
Grondstoffenverbruik Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
In 2020 is in Europa een actieplan ‘circulaire economie’ aangenomen, met als doel om het circulair materiaalgebruik in Europa het komende decennium te verdubbelen, economische groei los te koppelen van het gebruik van hulpbronnen en afvalproductie en het verbruik van hulpbronnen binnen de economische grenzen te houden. Deze indicator is daar een maatstaaf voor, door de hoeveelheid grondstoffen die nodig is om de in de Europese Unie geconsumeerde producten te produceren in beeld te brengen. De indicator wordt uitgedrukt in de materiële voetafdruk, ook wel grondstofverbruik genoemd. Dit omvat de wereldwijde vraag naar de winning van materialen (mineralen, metaalerts, biomassa en fossiele energiematerialen), veroorzaakt door de consumptie van goederen en diensten binnen een bepaald geografisch referentiegebied. Data voor deze materiële voetafdrukken worden verkregen uit materiaalstroomrekeningen: deze modelleren de stromen van natuurlijke hulpbronnen vanuit het milieu naar de economie. Het gaat hierbij om de binnenlandse winning van materialen gemeten in tonnen bruto materiaal (bijvoorbeeld bruto erts of bruto oogst), evenals import en export gemeten door schattingen van de grondstofequivalenten van de verhandelde producten (binnenlandse en buitenlandse winning vereist om de verhandelde producten te produceren).
Samenvattend: de materiële voetafdruk toont de hoeveelheid ontginning die nodig is om de goederen te produceren waar de eindgebruikers in het geografische referentiegebied om vragen, ongeacht waar ter wereld deze materiaalontginning plaatsvond. De materiële voetafdruk aanzienlijk verminderen. Ton per hoofd van de bevolking
Beschrijving indicator voor Haarlem
De gemeente Haarlem is in gesprek met verschillende partijen die afvalstromen analyseren om de hoeveelheid gebruikte grondstoffen en afval in kaart te brengen in het kader van de circulaire economie. Het doel is om dit in kaart te brengen voor consumenten, bedrijven en de eigen organisatie zie ook subparagraaf 3.6.3. Op korte termijn is deze indicator nog niet implementeerbaar.
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
12
Als voorbeeld kan de gemeente Amsterdam als inspiratie dienen22 Nader te bepalen Nader te bepalen 50 % reductie primaire grondstoffen en abiotische grondstoffen in 2030. Nader te bepalen
3.3.2
Totale afvalproductie Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Deze indicator brengt totale afvalproductie, en daarmee de afvalreductie, in beeld. Verschillend Europees beleid en bijbehorende actieprogramma’s zijn erop gericht om de gehele cyclus van materialen te bestrijden, van productie en consumptie tot afvalbeheer. Op het gebied van afval gaat het bijvoorbeeld over afvalpreventie en hergebruik, vermindering van storten van afval en verplichtingen om gescheiden afval beter in te zamelen. De indicator ‘totale afvalproductie’ omvat het totale afval dat in een land wordt geproduceerd, inclusief afval van delfstoffen, verontreinigde grond en baggerspecie.. Vermindering van totale hoeveelheid geproduceerd afval tegen 2030. kg per hoofd van de bevolking
Beschrijving indicator voor Haarlem
Gemeente Haarlem kan onderscheid maken tussen afvalstromen van huishoudens, met daarbij uitsplitsing naar verschillende stromen als huishoudelijk afval en grof huishoudelijk restafval, en van verschillende sectoren. Verder zijn er verschillende bedrijven die 'gevaarlijke' afvalstromen produceren. Aanvullend kan de gemeente Haarlem mogelijk voedselverspilling (van consumenten en bijvoorbeeld supermarkten) in beeld proberen te brengen, met als doel daar beter op te sturen. Hier worden momenteel initiatieven voor ontwikkeld (informatie opgehaald tijdens workshop bij de gemeente). Bronhouder: Per kwartaal brengt Spaarnelanden een rapportage over verschillende afvalindicatoren uit op het schaalniveau van de gemeente. Schaalniveau: gemeente Geen Huishoudelijk afval: Jaarlijks, meest recente 2021 Voedselverspilling: nader te bepalen met in samenwerking met b.v. Spaarnelanden of supermarkten
22
https://onderzoek.amsterdam.nl/dossier/circulaire-economie
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
13
In de duurzaamheidsbegroting van de gemeente is op het gebied van openbare ruimte als doelstelling opgenomen om 68 % van het afval te scheiden. Daarnaast is afval een indicator in de doelenboom (KPI) van gemeente Haarlem bij programma 5 ‘Beheer en onderhoud’. Het doel ‘verbetering van de duurzame inzameling van het huishoudelijk afval’ wordt gemeten via de indicator ‘omvang huishoudelijk restafval (BZK)’. kg per hoofd van de bevolking
3.4
Verontreinigingen naar nul en gifvrij milieu
3.4.1
Voortijdige sterfgevallen door blootstelling aan fijnstof Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
De Europese Unie heeft verschillende richtlijnen en wetgeving voor het verbeteren van de luchtkwaliteit, zoals het Clean Air Package. Ook is het actieplan ‘Naar geen verontreiniging voor lucht, water en bodem’ opgesteld, om gezondheidseffecten als gevolg van luchtverontreiniging te verminderen. Vermindering van het aantal vroegtijdige sterfgevallen door luchtverontreiniging (fijnstof/PM2,5) met 55 % in 2030 ten opzichte van het niveau in 2005. Geschatte aantal voortijdige sterfgevallen als gevolg van langdurige blootstelling aan fijnstof (PM2,5). Dit wordt berekend op basis van een door het WHO23 vastgestelde methodologie en toelichting van de EEA.24
Beschrijving indicator voor Haarlem
de GGD25 een rekentool ontwikkeld, waarin de te verwachte gezondheidseffecten zoals voortijdige sterfte als gevolg van blootstelling aan luchtverontreiniging berekend kan worden. De tool berekent de voor de blootstellingsindicatoren fijnstof (PM10, PM2,5) en NO2 gezondheidseffecten door die (zeer) waarschijnlijk een causaal verband houden. Het wordt geadviseerd om voor deze drie indicatoren de tool in te vullen. Bronhouder: RIVM (concentraties PM10, PM2,5 en NO2)26 Schaalniveau: gemeente Zie de GGD-rekentool voor de verwachte gezondheidseffecten van blootstelling aan PM10, PM2,5 en NO2 Voor de berekening van het aantal voorkomende casussen/jaar moet het aantal inwoners ingevuld worden. Concentraties PM10, PM2,5 en NO2: jaarlijks, meest recente data 2020
23
https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329
24
https://www.eea.europa.eu/publications/air-quality-in-europe-2022/healthimpacts-of-air-pollution 25
https://awgl.nl/projecten/ggd-rekentool-luchtkwaliteit-en-gezondheidupdate-2021 26
https://data.rivm.nl/meta/srv/dut/catalog.search#/home
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
14
Aantal inwoners: Haarlem in cijfers (totaal inwoners), jaarlijks, meest recente data 2022Rekentool GGD: 2019 Programma: Gezonde stad In de GGD rekentool: − − − − − −
3.4.2
Verloren levensdagen: aantal dagen; Laag geboortegewicht: % en aantal gevallen; Incidentie astma kinderen: % en aantal gevallen; Incidentie hart- en vaatziekten: % en aantal gevallen; Longkanker: % en aantal gevallen; Ziekenhuisopnames als gevolg van astma, COPD, ischemische hartziekten.
Nitraten in grondwater Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Europa brengt deze indicator in beeld om zicht te krijgen op de hoeveelheid schoon water in Europa, en om een algemene trend in de waterkwaliteit weer te geven. De meetstations (waarmee de indicator in beeld wordt gebracht) staan verspreid staan, waardoor specifieke verontreinigde gebieden niet goed in beeld komen. Het Europese waterbeleid heeft onder meer een aanpak voor waterbescherming en het inzetten op een goede toestand van de binnenlandse oppervlaktewateren, overgangswateren, kustwateren en het grondwater. De drinkwaterrichtlijn geeft aan dat er een maximale concentratie van 50 mg Nitraat per liter is toegestaan om grondwater als drinkwater te gebruiken. De gegevens worden verzameld via monsters in meetstations en samengevoegd tot gemiddelde jaarlijkse waarden. De analyses vinden plaats over een tijdsreeks van 2000 tot 2020, gebaseerd op 1.002 grondwaterputten verspreid over Europa. Vermindering van de nutriëntenverliezen met ten minste 50 % in veilige grondwaterbronnen. mg NO3-/L en % meetstations met een waarde van meer dan 50 mg NO3-/L.
Beschrijving indicator voor Haarlem
De grondwaterkwantiteit is op dit moment van groter belang dan de kwaliteit (op basis van informatie verkregen uit de workshop bij de gemeente). In de toekomst kan dit doel mogelijk uitgebreid worden naar de kwaliteit van het grondwater waarin nitraten en gewasbeschermingsmiddelen geregistreerd worden en naar de hoeveelheid drinkwaterwinning. De site ‘grondwatertools’ (een samenwerkingsverband tussen TNO en de Geologische dienst Nederland) brengt de grondwaterkwantiteit in beeld (zie subparagraaf 3.8.2). Tevens registreert de site ‘grondwatertools’ de grondwaterkwaliteit verschillende parameters rondom grondwaterkwaliteit in beeld27. Interessante parameters voor Haarlem zijn bijvoorbeeld: − 27
Nitraat (mate van vermesting);
https://www.grondwatertools.nl/gwatlas/
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
15
− −
pH (mate van verzuring); Chloride, zoutgehalte of EGV (mate van verzilting).
Bronhouder: grondwatertools Schaalniveau: gemeente. Geen Afhankelijk van de gekozen peilbuis Programmabegroting 2023 – 2027, programma 5 en gemeentelijk grondwaterplan Afhankelijk van gekozen parameter
3.5
Biodiversiteit en ecosystemen
3.5.1
Vogelindex Om de staat van biodiversiteit in kaart te brengen, wordt in het 8ste milieuactieprogramma voorgesteld om de index van alledaagse vogelsoorten (common bird index) te gebruiken. Dit zou met name de achteruitgang van de populatie akkervogels, als gevolg van de intensivering van landelijk, het beste weergeven.28 De alledaagse vogelindex wordt bijgehouden door de European Bird Census Council (EBCC). Het betreft een index waarbinnen de diversiteit en omvang van een selectie van alledaagse vogelsoorten in hun specifieke habitat is opgenomen. 29 De soorten zijn onderverdeeld in: veelvoorkomende akkervogels, veelvoorkomende bosvogels en alle veelvoorkomende vogels. De index van gewone akkervogels omvat 39 soorten die afhankelijk zijn van akkergrond (akkergrondspecialisten). De index van gewone bosvogels omvat 34 soorten die afhankelijk zijn van bossen (bosspecialisten). De index van alle gewone vogels omvat zowel akkergrond- als bosvogels plus 95 andere veelvoorkomende soorten die afhankelijk zijn van andere habitats, waaronder bebouwde kom, stadsparken en tuinen. De 95 soorten worden beschouwd als 'generalistische' soorten. Behoud, herstel en bescherming van biodiversiteit en ecosystemen Index
Beschrijving indicator voor Haarlem
28
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives 29
https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/sdg_15_60_esmsip2.htm
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
16
In Nederland wordt door Stichting SOVON onderzoek gedaan naar de populaties van verschillende vogelsoorten. De uitkomsten hiervan worden door het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) gepubliceerd, op landelijk niveau. Het aggregatieniveau van de index alledaagse vogelsoorten op Europees niveau, en het aggregatieniveau van de verschillende indices op nationaal niveau maken de vogelindex vooralsnog geen geschikte indicator voor de gemeente Haarlem. In plaats van de vogelindex stelt Het PON & Telos daarom voor om gebruik te maken van de combinatie soortenrijkendom en voorkomende rode lijst soorten. Deze indicatoren worden door Het PON & Telos gebruikt om de biodiversiteit in gemeenten in beeld te brengen. Een alternatief zou kunnen zijn om gebruik te maken van de recent uitgebracht InformatieKaart Natuur (IKN) en Beschermde SoortenIndicator (BeSi). De IKN biedt volgens BIJ12 in één oogopslag actuele en betrouwbare informatie over de beschermde natuur. De BeSi de landelijke bron voor informatie over beschermde en bedreigde soorten in relatie tot veranderingen in de fysieke leefomgeving30. Uit overleg met de betrokken ambtenaren blijkt dat er reeds voor een aantal stadsvogels al een monitoringsprogramma is opgesteld. Het gaat hier om de huismus en gierzwaluw31.
Uit de workshop over de indicatoren (20/04/2023) is de wens uitgesproken om de ecologische kwaliteit van water en oevers te monitoren. Voor de ecologische kwaliteit van water en oevers zijn mogelijkerwijs de metingen als onderdeel van de Kader Richtlijn Water (KRW) bruikbaar. Het PON & Telos ontsluit deze data jaarlijks op gemeenteniveau. Zowel de ecologische als chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in Haarlem zijn onderdeel van die dataset. De brondata daarvan is openbaar beschikbaar via Informatiehuiswater.nl. 32 De gemeente heeft daarnaast toegang tot het portaal van de Nationale Databank Flora en Fauna. Deze databank beschikt over een verscheidenheid aan soortengroepen. Soorten worden gedurende het jaar geteld; tellingen zijn ‘realtime’ beschikbaar. De gemeente kan hiermee potentieel de toename van een aantal soorten monitoren, die naast de huidige tellingen van wilde bijen, gezamenlijk een indicatie geven van de biodiversiteit in Haarlem. Welke vorm ook wordt gekozen; het monitoren van de biodiversiteit in Haarlem sluit goed aan op het doel om te toename van groen en ecologie in de stad te bewerkstelligen. Dat beleidsdoel sluit aan / komt overeen met de Europese doelstelling voor behoud, bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. Afhankelijk van gekozen vorm: − − −
Registratiedata van de NDFF; Eigen tellingen van de gemeente Haarlem; Voor de waterkwaliteit per gemeente is een GIS-berekening nodig om gemeentegrens overstijgende wateren aan gemeenten toe te kennen. Haarlem kan de registraties van haar oppervlaktewaterlichamen gebruiken.
Jaarlijks
30
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatiehuisnatuur/ 31
Informatie besproken tijdens workshop over indicatoren MAP op 20/04/2023
32
https://www.ihw.nl/
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
17
Conform Europese doelstellingen Aantallen/km2 in geval van soortentellingen Waterkwaliteit: % waterlichamen dat voldoet aan KRW-normen
3.5.2
Aangewezen beschermde gebieden op het land en in de zee Indicator EU 8ste Milieuactieprogramma
Deze indicator meet het oppervlakte van beschermde gebieden. Met aangewezen beschermde gebieden wordt een optelsom bedoelt van: Natura 2000 gebieden op land en op zee, akkervogel-index, algemene vogelindexen, en overige nationale beschermde gebieden op land en op zee. Natura 2000 gebieden zijn aangewezen vanuit de EU-habitat en -vogelrichtlijnen voor het behoud en herstel van instandhouding van verschillende habitatsoorten, op land en op zee. Nationale beschermde gebieden zijn aangewezen gebieden die worden beschermd door de nationale wetgeving. De vogelindexen zijn beschreven in subparagraaf 3.5.133. Ten minste 30 % van het landoppervlak van de EU en 30 % van het zeeoppervlak van de EU wettelijk beschermen. Beschermde gebieden: Beschermd gebied in km2 en percentage. Vogelindex: Zie paragraaf 3.5.1
Beschrijving indicator voor Haarlem
Gemeente Haarlem heeft geen zee in haar gemeentegebied, daarom zal zij focussen op beschermd land gebied. In de gemeente is klein deel NNN/NNH (Natuurnetwerk Nederland/Haarlem) en Natura 2000 aanwezig. Daarnaast zijn in de gemeente de ecologische groenstructuren van belang (om te verbinden, te versterken en te behouden). In de Groenstructuurkaart (p. 47, hoofdstuk 9 van bijlagen) in het Groenbeleidsplan van de gemeente, zijn de verschillende type groen in kaart gebracht 34. De gemeente kan dit kaartje gebruiken en komende jaren updaten, om te monitoren of de streefwaarden van het aantal (en de verbondenheid van de) groenoppervlakte de komende jaren wordt gerealiseerd. Bronhouder: gemeente Haarlem Schaalniveau: gemeente Gemeente kan dit zelf berekenen op basis van eigen GIS-data Meest recente jaar groenstructurenkaart: 2022, afhankelijk van updates gemeente Haarlem In haar Groenbeleidsplan (1 september 2022) stelt de gemeente de ambitie om in 2030 een verbonden Natuurnetwerk Haarlem te realiseren, waarbij de stedelijke omgeving en het buitengebied aan elkaar verbonden zijn.
33
https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/env_biodiv_esms.htm
34
https://haarlem.nl/file/groenbeleidsplan-oktober-2022?download=1
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
18
km2
3.5.3
Connectiviteit bossen Eén van de indicatoren om de bescherming van ecosystemen te monitoren, is de connectiviteit van bossen. Door het vergroten van de connectiviteit van bosecosystemen worden ecologische corridors en daarmee de veerkracht van ecosystemen vergroot. Dit geheel draagt bij aan de veerkracht van ecosystemen ten aanzien van klimaatverandering.35 De indicator is nog niet verder uitgewerkt op EU niveau.36 Het doel: gezonde ecosystemen en de connectiviteit van bossen vergroten. Nader uit te werken indicator
Beschrijving indicator voor Haarlem
De Europese doelstelling om de connectiviteit van bosecosystemen te vergroten voor het creëren en integreren van ecologische corridors sluit naadloos aan op het Ecologische Beleidsplan van de Gemeente Haarlem. In het Beleidsplan, deel 2, wordt de uitwerking van een robuust ecologisch netwerk toeglicht, dat onderling met elkaar verbonden is in het Natuur Netwerk Haarlem. Figuur 18 in het Ecologisch Beleidsplan (deel 2) schets het toekomstperspectief voor een verbonden ecologische structuur in Haarlem. Op de kaart en in het beleidsprogramma zijn de maatregelen opgenomen die benodigd zijn om het Natuur Netwerk Haarlem verder te versterken. Een berekening in GIS geeft echter naar verwachting niet het gewenste resultaat. Zo ligt het PBL in de publicatie ‘Voortgang natuurnetwerk en areaal beschermd natuurgebied’ (2020) toe: “De verwachting is echter dat de verbindingszones niet voor alle soorten optimaal functioneren en een te rooskleurig beeld geven van de ruimtelijke samenhang.
Bij de inrichting van verbindingszones gaat het voor grondgebonden soorten zoals reptielen en amfibieën (maar ook voor vlinders) om bijna aaneengesloten netwerken van natuurgebiedjes, verbonden door zones van 2550 meter breedte (Broekmeyer & Steingröver, 2001), terwijl de zones op de kaart vaak niet meer dan smalle kanalen, beken of andere wateren zijn van soms vele kilometers lengte”.37 Om een completer beeld te geven van de verbindingszones dan de hierboven genoemde GIS berekening, bieden de reeds uitgewerkte plannen in het Ecologisch 35
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives 36
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS on the monitoring framework for the 8th Environment Action Programme: Measuring progress towards the attainment of the Programme's 2030 and 2050 priority objectives 37
https://www.pbl.nl/publicaties/balans-van-de-leefomgeving-2020, pagina 37
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
19
Beleidsplan daarom wellicht de informatie om tot een score te komen die recht doet aan de voor Haarlem specifieke situatie. En, een score die meer rekening kan houden met de inrichting van de betreffende verbindingszones. In Bijlage 2, ‘Maatregelen NNH’, van het Ecologisch Beleidsplan, staan de benodigde maatregelen om tot het gewenste toekomstige beeld te komen. Hierin per maatregel een prioritering aangegeven met een onderverdeling in de uitvoering. De prioritering is tot stand gekomen op basis van de bijdrage die de maatregel heeft voor het hele ecologische netwerk. In de indicator voor de connectiviteit van bossen kan op basis van de voortgang per maatregel gevolgd worden gekoppeld aan de doelstelling in de tijd. Rapporteren op basis van uitgevoerde maatregelen en prioritering Op basis van doelstellingen Ecologisch beleidsplan gemeente Haarlem Een robuust ecologisch netwerk in Haarlem Score
3.6
Milieu- en klimaatdruk als gevolg van productie en consumptie
3.6.1
Energieverbruik De indicator energieverbruik38 bevat het energiegebruik van verschillende eindgebruikers, zoals industrie, transport, huishoudens en landbouw. Energie-efficiëntie: het energieverbruik tegen 2030 met ten minste 13 % verminderen ten opzichte van 2020. Deze doelstellling weerspiegelt de aankondiging van REPowerEU (COM(2022) 230 final). Miljoen ton olie equivalent
Beschrijving indicator voor Haarlem
Energieverbruik uitgesplitst naar sector, zoals opgenomen in de programmabegroting. De benodigde data is beschikbaar in de Klimaatmonitor, op gemeenteniveau. Registratiedata van klimaatmonitor Jaarlijks
38
https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_07_11/default/table?lang= en
Het PON & Telos | Milieuactieprogramma en brede welvaart
20
Haarlem heeft het verminderen van CO2 – emitterende emissiebronnen en het gebruik van duurzame bronnen in haar beleid verankerd.39 De energiereductiedoelstellingen die het kabinet in het Regeerakkooord heeft opgenomen zijn doorveraald naar de gemeente. In CO2 reductiedoelstellingen is sectoraal uitgesplitst hoeveel er gereduceerd moet worden. kton CO2