3 Bijlage 2 Projectbeschrijving Werken aan een nieuwe toekomst - AMIF bijlage D
Tekst van het document
De keuze tussen huur, leasing of koop moet in principe altijd zijn gebaseerd op de goedkoopste optie. Indien niet gekozen wordt voor de goedkoopste optie, licht dan uw keuze toe. n.v.t.
Is er sprake van medefinanciering van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten? Dan mag het materieel voor een minimale periode van vijf jaar na de einddatum van het project alleen voor het projectdoel worden gebruikt. Indien u het materieel korter dan de projectperiode wilt gebruiken, licht dan uw keuze toe. n.v.t.
B. AANKOOP VAN ONROEREND GOED De aankoopkosten van onroerend goed is alleen subsidiabel, voor zover het deel van de afschrijvingen overeenstemt met de duur van het gebruik tijdens het project. En met de mate waarin het onroerend goed daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt en dat nog niet eerder afgeschreven werd. Conform de AMIF, ISF en BMVI-regeling 2021-2027 kan bij ‘onroerend goed’ worden gedacht aan bijvoorbeeld opvangvoorzieningen, voorzieningen inzake opvang en detentie, grensdoorlaatposten, gebouwen voor de behandeling van visumaanvragen en voor consulaire samenwerking. Is er sprake van volledige of gedeeltelijke aankoopkosten in plaats van afschrijvingen? Of van volledige kosten van de herinrichting, modernisering of renovatie van gebouwen? Indien u geen gebruik gaat maken van afschrijvingen, licht dan uw keuze toe. n.v.t.
Is er sprake van medefinanciering van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten of de volledige kosten van de herinrichting, modernisering of renovatie van gebouwen? Dan mag de onroerende zaak voor een minimale periode van vijf jaar na de einddatum van het project alleen voor het projectdoel worden gebruikt. Indien u het onroerend goed korter dan de projectperiode wilt gebruiken, licht dan uw keuze toe. n.v.t.
3d. Overige externe kosten 27
Artikel 18 van de subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 schrijft voor wanneer overige externe kosten subsidiabel zijn. Kunt u toelichten waarom u gekozen heeft voor deze kostensoort? Binnen het project is gekozen om de activiteiten 6 en 8; Informatievoorziening en Projectevaluatie & Projectadministratie, op te nemen als externe kosten. Artikel 18 van de subsidieregeling geeft aan dat overige externe kosten, directe kosten zijn die in het kader van het project moeten worden uitbesteed en kosten zijn die vallen onder diensten en producten. Informatievoorziening De activiteit informatievoorziening is gericht op de ontwikkeling van communicatiemateriaal voor het informeren van zowel de doelgroep (asielzoekers en statushouders) als werkgevers. De kosten zijn geclassificeerd als overige externe kosten omdat het gaat om ondersteunende activiteiten zoals de ontwikkeling en verspreiding van communicatiemateriaal en de ondersteuning bij het organiseren van (groeps-)bijeenkomsten en banenmarkten bijvoorbeeld door middel van de inzet van tolken. Projectevaluatie & projectadministratie De projectevaluatie(s) en administratieve ondersteuning bij het project zijn van belang voor de doelmatigheid en effectiviteit.
In lijn met artikel 18 worden kosten voor monitoring, rapportage en evaluatie van het project als noodzakelijke ondersteunede activiteiten gezien, die vallen onder overige externe kosten.
Kunt u toelichten hoe u de marktconformiteit wil gaan onderbouwen? n.v.t.
28
Onderdeel 4: Organisatie a. Hoe zorgt u ervoor dat er voldoende capaciteit, ervaring en financiële armslag beschikbaar is voor de uitvoering van het project? (art. 7, lid 4 onder f) Toelichting: Indien cofinanciering van toepassing, voeg dan ook de cofinancieringsverklaring bij het E-formulier en licht de rol van de derden toe. (art. 7, lid 4 onder f). Dit kan bijvoorbeeld een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijke toezegging van die derde zijn. Zonder cofinancieringsverklaring kan geen subsidie worden toegekend. Capaciteit Binnen het projectplan en de begroting is zorgvuldig gekeken naar benodigde capaciteit om het project te laten slagen. Om een ondersteuningsstructuur voor zowel werkgevers als bewoners op te zetten, is uitbreiding van capaciteit door middel van deze subsidie van belang. Binnen de huidige formatie van deelnemende organisaties (het Werkcentrum, het WSP en het COA) is het niet mogelijk om deze taken en verantwoordelijkheden uit te voeren. Daarom is in deze subsidieaanvraag uitbreiding van capaciteit opgenomen en zijn de benodigde uren onderdeel van de begroting. Dit betreft de inzet van (een) coördinator(en) voor 32 uur per week, een werkcoach (1 fte), 0,33 fte werkadviseur en een projectleider voor 16 uur per week.
Tot slot wordt binnen het project gerekend op de betrokkenheid en medewerking van gemeenten binnen de arbeidsmarktregio en andere medewerkers (zoals programmabegeleiders en casemanagers) van het COA. Deze inzet valt onder bestaande capaciteit en taken, die gemeenten hebben in het kader van de Inburgeringswet en het COA heeft met betrekking tot de opvang en begeleiding van asielzoekers en statushouders. Ervaring Door uitbreiding van capaciteit binnen partijen die al een rol spelen in de ondersteuning van de doelgroep asielzoekers (en statushouders) én werkgevers is de benodigde expertise en ervaring geborgd binnen het project. Daarnaast zal met andere gemeenten en regio’s die al een pilot of project zijn gestart, ervaring worden uitgewisseld. Kennisdeling is hierbij cruciaal. Financiële armslag Bij de projectsubsidieaanvraag is een gedetailleerde begroting opgenomen, waarin alle tot dusver in kaart gebrachte kosten zijn verwerkt. Gedurende de looptijd van het project is de projectleider, met ondersteuning van financieel adviseurs van de centrumgemeente, verantwoordelijk voor de kostenbewaking en het tijdig bijstellen van de begroting indien nodig. Dit zorgt ervoor dat het project binnen het beschikbare budget blijft.
Mocht er extra budget nodig zijn en/of mocht blijken dat extra inzet of capaciteit gewenst is, is de projectleider verantwoordelijk voor het onderzoeken van aanvullende financieringsmogelijkheden bijvoorbeeld via gemeentelijke of regionale arbeidsmarktmiddelen. Voor de uitvoering van het project ‘Werken aan een nieuwe toekomst’ wordt gebruik gemaakt van financiering vanuit de AMIF-subsidie, cofinanciering vanuit het regionale middelen (via de centrumgemeente) en cofinanciering door het COA.
b. Op welke wijze is uw projectadministratie, die van uw samenwerkingspartners en die van externe uitvoerders ingericht, zodat het ook inzichtelijk en controleerbaar is voor derden? Neem daarbij de onderstaande onderdelen, kosten en deelnemers, in acht: Hoe worden de gemaakte projectkosten verantwoord en bijgehouden? (art. 7, lid 4 onder d, artikel 24 t/m 26) Samen met een financieel adviseur bedrijfsvoering van de centrumgemeente houdt de projectleider de financiële projectadministratie via een Excel-bestand bij. Hierin worden alle uitgaven van de projectactiviteiten zoals kosten voor de inzet van Werkfit-trajecten, taalondersteuning en kosten voor de ontwikkeling van communicatiemateriaal, bijgehouden.
29
De arbeidskosten die worden gemaakt door het COA, het Werkcentrum, het WSP en de Arbeidsmarktregio worden op de volgende manier vastgelegd: Indien personeel specifiek voor het project wordt aangenomen of ingehuurd, wordt dit direct in het contract met desbetreffende medewerker opgenomen. Voor personeel dat al in dienst is bij het COA, het Werkcentrum, het WSP of de centrumgemeente (arbeidsmarktregio) wordt een addendum opgesteld waarin het percentage van de aanstelling van elk betrokken persoon in het project wordt vastgelegd.
Hoe wordt de deelnemersadministratie verantwoord en bijgehouden? (art. 7, lid 4 onder h, artikel 24 t/m 26) Een externe partij wordt ingeschakeld voor het bieden van ondersteuning bij het opzetten van de deelnemersadministratie. De projectleider zal samen met deze externe partij inzichtelijk maken wie/welke organisatie, verantwoordelijk is voor het bijhouden van welke gegevens, en hoe informatie samenkomt. De deelnemersadministratie die in het kader van het project en de AMIF-subsidie in ieder geval zal worden bijgehouden zijn: • Naam • Geboortedatum/leeftijd • Geslacht • Nationaliteit • Als de deelnemer een asielzoeker is – kopie Vreemdelingen Identiteitsbewijs, het W(2) – document dat door de Immigratie – en Naturalisatiedienst (IND) beschikbaar wordt gesteld. • Als de deelnemer een vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onderdeel a of b van de Vreemdelingenwet 2000 – kopie verblijfsdocument of kopie inwilligende beschikking van de IND.
• Instroom/startdatum deelname project • Uitstroom/einddatum deelname project • Heeft de deelnemer een intakegesprek gehad met de werkcoach? • Heeft de deelnemer vervolggesprekken gehad met de werkcoach? • Is de deelnemer bemiddeld naar betaald werk? • Is de deelnemer aangemeld voor een Werk-fittraject? • Heeft de deelnemer deelgenomen aan een Werk-fittraject (verzuim registratie)? • Heeft de deelnemer extra taalondersteuning ontvangen? • Taalniveau voorafgaand aan taalondersteuning • Taalniveau na extra taalondersteuning • Geleverde prestaties (ondersteuningsplan/ rapportages, verzuimregistratie, bewijs deelname trajecten) • Evaluatie van traject (was de activiteit nuttig) Met betrekking tot deze deelnemersgegevens zal het COA verantwoordelijk zijn voor het aanleveren van deelnemers en het verantwoorden en bijhouden van de persoonsgegevens. De werkcoach van het Werkcentrum houdt samen met de werkadviseur van het WSP bij welke deelnemers succesvol zijn bemiddeld richting werk. Casemanagers van het COA verwerken daarnaast de informatie over het project in IBIS. Zodra een asielzoeker een status krijgt wordt de informatie m.b.t. het klantprofiel over gezet in TVS (het taakstelling volgsysteem). Op deze manier kan de inburgeringsklantmanager van de gemeente deze informatie ook inzien. Dit bevordert de doorgaande integratie lijn.
De projectleider is binnen het project tot slot verantwoordelijk voor het aanleveren van benodigde projectadministratie aan het UVB.
30
c. Heeft u eerder projectadministratie(s) voor EU- of nationaal gesubsidieerd project(en) gevoerd en zo ja kunt u dit nader onderbouwd met voorbeelden toelichten. Ja, gemeente Haarlem als penvoerder van deze subsidieaanvraag heeft eerder projectadministraties gevoerd voor EU- of nationaal gesubsidieerde project(en). Voorbeelden hiervan zijn de Europese subsidie ELENA (European Local Energy Assistance) en meerdere ESFsubsidies, onder andere voor activiteiten gericht op de ondersteuning van kwetsbare werkzoekenden en werkenden in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Ook heeft gemeente Haarlem ervaring met het inrichten van financiële administratie voor subsidies. De gemeente verzamelt hiervoor alle facturen van de programmalijnen en daarnaast hebben is een budgetoverzicht opgesteld om de uitgaven te monitoren. Verder beheert gemeente Haarlem onder andere aanvragen, beschikkingen, verantwoordingen, contracten en opdrachtbrieven. Het bewaken van de deadlines behoort onder andere tot de taak van de gemeente.
d. Heeft u ervaring en kennis op het gebied van asiel, opvang of integratie in huis en kunt u dit nader onderbouwd met voorbeelden toelichten? Het COA beschikt over ruime ervaring op het gebied van asiel en opvang van asielzoekers en statushouders (afhankelijk van de fase in de asielprocedure). Het COA is verantwoordelijk voor het regelen van de eerste opvang en het bieden van begeleiding op de COA-locaties. Het COA streeft ernaar om op elke locatie een volwaardige Meedoenbalie te realiseren en biedt hier diverse activiteiten voor asielzoekers en statushouders aan, op het gebied van taal, cultuur en vrijwilligerswerk. Actieve werkgevers/werknemersondersteuning is echter geen (wettelijke) taak van het COA. Een samenwerking met partijen als gemeenten, het Werkcentrum en het WSP op het gebied van integratie en participatie om bewoners naar werk te begeleiden is daarom van belang. Het WSP en partijen binnen het Werkcentrum hebben gezamenlijk veel ervaring in de bemiddeling van diverse doelgroepen, waaronder statushouders, en de ondersteuning van werkgevers. Gemeenten hebben met name ervaring op het gebied van statushouders in het kader van de uitvoering van de Wet inburgering en de Participatiewet.
Daarnaast werken gemeenten in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond al geruime tijd intensief samen met het COA, zoals in Haarlem op de COA/Gemeentelijke opvanglocatie en wordt er samengewerkt binnen het regionaal programma Opvang en Asiel. Daarnaast is met deze partijen samengewerkt bij de totstandkoming van dit projectplan. Dit vormt een goede basis om verder uit te bereiden.
31
Onderdeel 5: Monitoring en evaluatie a. Kunt u aangeven hoe de geplande activiteiten bijdragen aan het behalen van de in het aanvraagformulier onder stap ‘Streefwaarden’ ingevulde beoogde te behalen streefwaarden? Betrek in uw antwoord de AMIF – output and result indicators (Annex VIII) Fiche V2.3 | Publicatie |
Uitvoering van Beleid (uitvoeringvanbeleidszw.nl) De genoemde activiteiten binnen het project dragen bij aan het behalen van de streefwaarden die zijn opgenomen in het aanvraagformulier en tot doel hebben de arbeidsmarktparticipatie van COA-bewoners te vergroten. Per activiteit volgt een toelichting op hoe elke activiteit bijdraagt aan de ingevulde streefwaarden zoals bedoeld in de AMIF – output and result indicators (Annex VIII) Fiche V2.3 | Publicatie |
Uitvoering van Beleid (uitvoeringvanbeleidszw.nl) : 1. Coördinatoren COA Meedoenbalies – Doordat het COA binnen dit project meer capaciteit krijgt om asielzoekers en, statushouders verblijvend op een COA-locatie te ondersteunen bij hun integratie draagt deze activiteit bij aan de streefwaarde het aantal lokale en regionale instanties dat steun ontvangt voor het uitvoeren van integratiemaatregelen. Tevens draagt de activiteit bij aan de streefwaarde het verwachte aantal gesteunde deelnemers, het aantal deelnemers dat deel heeft genomen aan een taalcursus, en het aantal deelnemers dat gepersonaliseerd beroepsadvies heeft gekregen, doordat het COA-bewoners informeert, een voorselectie van deelnemers maakt, en ondersteunt bij de aanmelding van deelnemers voor de aanvullende modules (Werkfit-trajecten en taalondersteuning) en vervolggesprekken met de werkcoach. Ook draagt deze activiteit bij aan de streefwaarde het aantal deelnemers dat ten kennen heeft gegeven dat de activiteit nuttig was voor zijn of haar integratie omdat de coördinator een belangrijke rol speelt in de voorlichting en het COA ondersteuning biedt in de eerste stap van het proces naar werk. Overigens worden door middel van dit project en met name deze activiteit meer mensen bereikt dan het aantal deelnemers dat is opgenomen in de streefwaarden.
Onder de streefwaarden vallen enkel de deelnemers die een intakegesprek hebben gehad met de werkcoach of zijn aangemeld voor taalondersteuning. COA-bewoners die gebruik hebben gemaakt van een voorlichting of informatie hebben gehad over werk worden niet opgenomen in de streefwaarden. Hier wordt in de evaluatie(s) wel aandacht aan besteed. 2. Inzet werkcoach Werkcentrum en 3.) werkadviseur WSP – De inzet van de werkcoach en de werkadviseur dragen met name bij aan het aantal deelnemers dat steun heeft ontvangen, het aantal deelnemers dat gepersonaliseerd beroepsadvies heeft gekregen en het aantal deelnemers dat ten kennen heeft gegeven dat de activiteit nuttig was voor zijn of haar integratie, doordat de werkcoach en werkadviseur directe ondersteuning bieden bij het krijgen van een betaalde baan. Daarnaast vergroot de ondersteuning van werkgevers het aantal integratieprojecten waarbij lokale en regionale overheden de begunstigden zijn. De begeleiding en de bemiddeling door de werkcoach en werkadviseur helpt de deelnemers om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. 4. Werkfit(groeps-)trajecten – Het Werkfit maken van COA-bewoners draagt direct bij aan het aantal gesteunde deelnemers en het aantal deelnemers dat ten kennen heeft gegeven dat de activiteit nuttig was voor zijn of haar integratie.
Daarnaast draagt het bij aan de streefwaarde het verwachte aantal gesteunde deelnemers. De kans op het vinden van betaald werk wordt namelijk vergroot op het moment dat iemand Werkfit is en beschikt over werknemersvaardigheden. 5. Extra taalondersteuning – Taalondersteuning draagt bij aan het aantal gesteunde deelnemers en het vergroten van het aantal deelnemers dat na afloop zijn of haar taalvaardigheidsniveau heeft verbeterd, wat uiteindelijk resulteert in een verbeterde
32
integratie op de werkvloer. Het maakt het voor deze doelgroep mogelijk om effectief deel te nemen aan de Nederlandse arbeidsmarkt en samenleving. Daarom draagt deze activiteit ook bij aan het aantal deelnemers dat ten kennen heeft gegeven dat de activiteit nuttig was voor zijn of haar integratie. 6. Informatievoorziening – Het verbeteren van de informatievoorziening voor COAbewoners en werkgevers zorgt ervoor dat zowel werkgevers als COA-bewoners beter geïnformeerde zijn over de rechten en plichten van de doelgroep op de arbeidsmarkt. Dit draagt bij aan de streefwaarde om het aantal deelnemers dat de activiteit nuttig vond voor hun integratie, doordat het hen voorziet van de kennis die nodig is om succesvol te integreren. 7. Projectleider – De projectleider draagt onder andere zorg voor het ontwikkelen van een werkwijze die lokale en regionale overheden ondersteunt bij de arbeidsmarkttoeleiding van asielzoekers. Een effectieve projectleider draagt indirect bij aan alle beoogde te behalen streefwaarden. 8. Evaluatieonderzoek – Het evaluatieonderzoek biedt inzicht in de successen van de activiteiten. Door het perspectief van betrokkenen, inclusief werkgevers en bewoners, te betrekken, wordt duidelijk of de activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan de integratie van de doelgroep.
Dit draagt bij aan de streefwaarde van het aantal deelnemers dat aangeeft dat de activiteit nuttig was voor hun integratie, door de effectiviteit van de interventies te beoordelen. Daarnaast draagt het evaluatieonderzoek indirect bij aan alle andere streefwaarden, mede doordat de tussentijdse evaluaties bijdragen aan het bijstellen en verbeteren van het project en de bijbehorende activiteiten, met het oog op het behalen van de gestelde doelen en streefwaarden.
b. Kunt u aangeven wat de criteria zijn om aan te tonen dat er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen? Betrek in uw antwoord de AMIF – output and result indicators (Annex VIII) Fiche V2.3 |
Publicatie | Uitvoering van Beleid (uitvoeringvanbeleidszw.nl) Om aan te tonen of er sprake is van succes of falen van de activiteiten die ondernomen worden om het projectdoel te bereiken en de streefwaarden te behalen, worden de volgende criteria gehanteerd: Algemeen • Het succes van de activiteiten wordt bepaald door de mate van tevredenheid en de ervaringen van de betrokkene, zoals de COA-bewoners, werkgevers en andere stakeholders. Dit wordt gemeten aan de hand van kwalitatief onderzoek bij deelnemers om te achterhalen of zij de activiteiten als nuttig hebben ervaren en of zij denken dat het bijdraagt aan hun integratie. Indien de meerderheid aangeeft tevreden te zijn spreken we van succes. • De tussentijdse en eindevaluaties worden gebruikt om de effectiviteit van de activiteiten binnen het project te beoordelen. • De resultaten worden gemeten aan de doelstellingen en de gestelde streefwaarden om te bepalen of er sprake is van succes of falen. Inzet coördinatoren COA
•
Het aantal deelnemers dat zich heeft gemeld bij de Meedoenbalie voor advies en/of informatie.
•
Het aantal COA-bewoners en werkgevers dat gebruik heeft gemaakt van de verstrekte informatie over rechten, plichten en integratie.
• •
Het aantal deelnemers aan de (minimaal 4) voorlichtingsbijeenkomsten van het COA.
•
We spreken van een succes wanneer minimaal 150 deelnemers zijn aangemeld voor een intakegesprek met de werkcoach.
Het aantal deelnemers dat aangeeft dat de verstrekte informatie hen geholpen heeft bij hun integratie en deelname aan de arbeidsmarkt. Indien het merendeel aangeeft dat verstrekte informatie heeft geholpen spreken we van een succes.
33
Inzet werkcoach en werkadviseur • Het aantal deelnemers dat een intakegesprek heeft gehad met de werkcoach van het Werkcentrum en daarmee gepersonaliseerd beroepsadvies heeft ontvangen. We spreken van een succes als minimaal 150 deelnemers gedurende de looptijd van het project een intakegesprek hebben gehad.
•
Het aantal deelnemers dat een betaalde baan heeft. We spreken van een succes als minimaal 30% van de bewoners waarmee een intakegesprek is gevoerd een betaalde baan heeft.
Werkgeversondersteuning • Het aantal werkplekken dat is gerealiseerd voor de deelnemers. We spreken van een succes als minimaal 30% van de bewoners waarmee een intake is gevoerd succesvol is gematcht aan een werkgever.
• • •
Kwalitatief onderzoek bij werkgevers over de ervaringen en prestatie van de deelnemers. Het aantal deelnemende werkgevers aan de (minimaal twee) voorlichtingsbijeenkomsten. Het aantal deelnemende werkgevers aan de twee banenmarkten.
Werkfit(groeps-)trajecten • Het aantal deelnemers dat zich heeft ingeschreven voor een Werkfit-traject • Het aantal deelnemers dat succesvol heeft deelgenomen aan de Werkfit-trajecten en in staat is een baan te vinden en te behouden. • We spreken van een succes als minimaal 32 deelnemers een Werkfit-traject hebben gevolgd. Taalondersteuning
•
Het aantal deelnemers dat zich heeft ingeschreven voor- en succesvol heeft deelgenomen aan de taalondersteuning.
•
Het aantal deelnemers waarvan het taalniveau aan het einde van de taalondersteuning aantoonbaar is verbeterd.
•
We spreken van een succes als bij minimaal 45 deelnemers het taalniveau tenminste één niveau is verbeterd.
Inzet projectleider • De voortgang van de activiteiten en de mate waarin de geplande doelen op tijd en binnen het budget zijn gerealiseerd.
• •
Het vermogen om tijdig bij te sturen wanneer er knelpunten of vertragingen optreden. We spreken van een succes als er na afloop van het project een werkwijze, een borgingsplan en een evaluatie van het project ligt.
Samenvattend kan het succes of falen van de activiteiten worden beoordeeld op basis van de voortgang ten opzichte van de gestelde streefwaarden, de feedback van betrokkenen tijdens de evaluatiemomenten, de verbetering van specifieke vaardigheden (zoals werkfitheid en taalvaardigheid), het aantal gerealiseerde werkplekken en bemiddelingen en de effectiviteit van het projectmanagement.
Bij de uitvoering van de EMVF-fondsen 2021-2027 is er een rapportageverplichting richting de Europese Commissie. Zo moet bekend zijn wat voor interventietype de projectactiviteiten betreffen. (Bijlage VI van de Verordening AMIF – 2021/1147.) In aanvulling op het E-formulier kunt u toelichten waarom uw projectactiviteiten onder een bepaald interventietype vallen. Uw toelichting hoeft niet uitgebreid te zijn. Denk aan max. 250-300 woorden in totaal voor deze bijlage. Het project ‘Werken aan een nieuwe toekomst’ valt onder het volgende interventietype: Integratiemaatregelen — introductie in, deelname aan en uitwisseling met de gastsamenleving. De arbeidsmarkttoeleiding van asielzoekers (en statushouders) verblijvend in een COA-locatie is een integratiemaatregel die bijdraagt aan de integratie en participatie van asielzoekers op de
34
Nederlandse arbeidsmarkt. Het project richt zich op verschillende activiteiten die asielzoekers en statushouders voorbereiden op de Nederlandse arbeidsmarkt. De focus binnen het project ‘Werken aan een nieuwe toekomst’ ligt op de bemiddeling naar werk. Daarnaast kunnen aanvullende modules zoals Werkfit-trajecten en extra taalondersteuning worden ingezet om de toegang tot de arbeidsmarkt te verbeteren. Deze activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van benodigde (werknemers)vaardigheden die de doelgroep helpen om een werkplek te vinden en te behouden en dragen direct bij aan de sociale én economische integratie. De bemiddeling door de werkcoach van het Werkcentrum zorgt ervoor dat asielzoekers en statushouders in een vroeg stadium kennis kunnen maken met de Nederlandse arbeidsmarkt en de kans krijgen om volwaardig deel te nemen aan de Nederlandse (gast)samenleving. Het hebben van werk draagt daarnaast bij aan de uitwisseling met de gastsamenleving. Werk biedt de mogelijkheid om te communiceren en samen te werken met andere Nederlanders, wat hen in staat stelt om kennis te maken met verschillende achtergronden en culturen. Dit bevordert de uitwisseling van sociale normen en culturele waarden. Bovendien draagt het contact met collega’s bij aan de ontwikkeling van taalvaardigheid en vergroot het de zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers.
Dit alles leidt uiteindelijk tot een verbeterde en meer duurzame deelname aan de (gast)samenleving.
35
Onderdeel 6: Duurzaamheid a. Hoe gaat u de projectresultaten en/of samenwerking na de projectperiode structureel inbedden? Bestuurders van het Regionaal Beraad Arbeidsmarktregio (RBA) Zuid-Kennemerland en IJmond hebben begin 2025 de wens uitgesproken om werk te maken van de arbeidsmarkttoeleiding van asielzoekers. Deze wens komt voort uit de doelstellingen binnen het sociaal domein en inclusiviteit (asielzoekers worden over het algemeen statushouder en inwoner van de gemeente of regio), als uit economisch perspectief (inspelen op de arbeidsmarktkrapte voor werkgevers). Daarnaast wordt vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid en het streven naar brede welvaart voor alle inwoners, het belang van de inzet op arbeidsmarkttoeleiding van asielzoekers, benadrukt. Tegelijk met de aanvraag van de AMIF-subsidie wordt vanwege deze bestuurlijke wens een onderzoek gedaan naar de structurele borging, inclusief financiële uitwerking, voor de periode na de projectduur. Met behulp van deze AMIF-subsidie willen we in de arbeidsmarktregio een ondersteuningsstructuur opzetten welke na de subsidieperiode gebruikt kan worden voor een structurele aanpak en duurzame borging. Dit project wordt namelijk gezien als een lerende aanpak waarbij continu gewerkt wordt aan het versterken van de samenwerking tussen alle betrokken partijen, waaronder COA-bewoners en werkgevers.
Door regelmatig evaluatiemomenten in te bouwen, ontstaat er ruimte om bij te sturen op basis van de ervaringen uit de praktijk en gericht te anticiperen op wat nodig is voor een duurzame borging van de werkwijze. b. Hoe gaat u uw kennis/projectresultaten bekendmaken en delen gedurende de looptijd? (art. 7, lid 4 onder g) Een extern onderzoeksbureau draagt zorg voor de evaluatie van het project. Diverse tussentijdse evaluatiemomenten zorgen ervoor dat tussentijds bijgestuurd kan worden en dat tussentijdse resultaten gedeeld kunnen worden met andere partijen, gemeenten en regio’s. De tussenevaluaties en de eindevaluatie zullen (zowel landelijk als regionaal) worden verspreid via diverse kanalen van de arbeidsmarktregio, zoals de A35, het afstemmingsoverleg VNG Asielzoekers naar werk, het G40-overleg of bijvoorbeeld de Praktijkdag. Aan het einde van het project leveren we een eindrapport op met aanbevelingen en conclusies. Tevens wordt de ontwikkelde werkwijze opgesteld. Dit rapport en de ontwikkelde werkwijze worden gecommuniceerd (schriftelijk of via presentaties) via de eerdergenoemde kanalen. c.
Indien uw project succesvol blijkt te zijn, hoe zorgt u ervoor dat de aanpak overdraagbaar kan zijn/worden en als blauwdruk kan dienen voor andere organisaties? De projectleider is gedurende de looptijd van het project verantwoordelijk voor de verslaglegging van de gemaakte werkafspraken tussen de betrokken partijen, de procesbeschrijving en de nader te ontwikkelen werkwijze. Daarnaast wordt een plan opgesteld met specifieke aandacht voor de structurele borging van de aanpak en de wijze waarop deze duurzaam kan worden georganiseerd. Een externe, onafhankelijke partij ondersteunt bij de evaluatie van het project waarin aandacht is voor de borging. Hierbij ligt de nadruk op de overdraagbaarheid van de werkwijze naar andere regio’s of organisaties, evenals op de noodzakelijke randvoorwaarden voor succesvolle implementatie. Om te zorgen dat de aanpak overdraagbaar is wordt minimaal aandacht besteed aan de volgende onderdelen: Omschrijving van de processtappen Betrokken partijen en een duidelijke omschrijving van de taken en rollen Gevraagde inzet van partijen Successen en knelpunten Advies en aanbevelingen Deze inspanningen leiden tot een uitgewerkte werkwijze en een evaluatie die door andere organisaties toegepast en benut kunnen worden.
36
Onderdeel 8: Integratie a. Kunt u aangeven of en hoe u het verplichte externe evaluatieonderzoek vorm gaat geven en hoe u daarbij de richtlijnen die zijn beschreven in de toelichting op artikel D7, lid 1b meeneemt? In artikel D7,lid 1b is vastgesteld dat binnen het project een onafhankelijk inhoudelijk evaluatieonderzoek door een extern onderzoeksbureau moet worden uitgevoerd. Het evaluatieonderzoek bevat in ieder geval een procesevaluatie en een uitkomst- en effectevaluatie. Binnen het project geven we hier vorm aan door een extern onafhankelijke partij te betrekken die op minimaal twee momenten een tussenevaluatie uitvoert en aan het einde van het project een eindevaluatie verzorgt. Door middel van de tussenevaluaties kunnen we tijdig bijsturen. Alle evaluaties bevatten een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. De ervaringen en het perspectief van de deelnemers staan centraal in de evaluatie, samen met de input van betrokken partijen. De vooraf opgestelde ambities worden geëvalueerd en daarnaast wordt gekeken wat goed werkt, wat minder goed werkt en waar knelpunten liggen. Tot slot is er ruimte voor de (rand)voorwaarden die gelden voor de werkwijze die we hebben opgesteld en hoe de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan de resultaten, de succesfactoren en de knelpunten.
De definitieve rapportage wordt verzonden met het verzoek om subsidievaststelling. b. Geef hier aan of uw project zich specifiek richt op jongeren (18-27 jaar): Maak een keuze tussen deze drie: o
volledig,
o
grotendeels
o
niet specifiek
Indien het project zich volledig of grotendeels op jongeren richt, kunt u een beschrijving geven hoe de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk wordt afgestemd op de specifieke kenmerken en wensen van jongeren?
Toelichting: Een groot deel van de COA-bewoners in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond valt onder de leeftijdscategorie 18-27 jaar, namelijk ruim 40%. Daarnaast worden op diverse locaties in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond (voormalig) alleenstaande minderjarige vluchtelingen opgevangen. Het merendeel van deze jongeren volgt een opleiding of gaat naar school. Voor jongeren die niet schoolgaand zijn bestaat de mogelijkheid om deel te nemen aan het project. Inhoud traject Bij de start van het traject wordt met elke jongere een persoonlijk intakegesprek gevoerd, waarbij zowel hun achtergrond, ervaringen als persoonlijke wensen en ambities in kaart worden gebracht. Dit maakt het mogelijk om de begeleiding te richten op de specifieke behoeften van de jongere, of het nu gaat om het verbeteren van taalvaardigheid, werknemersvaardigheden of directe bemiddeling. Het type werk dat wordt aangeboden is afgestemd op de wensen, capaciteiten en achtergrond van de jongeren. Voor jongeren die snel de arbeidsmarkt willen betreden, worden er werkplekken gezocht die passen bij hun vaardigheden en opleidingsniveau. Voor jongeren met minder werkervaring wordt extra aandacht besteed aan het opbouwen van praktische werkervaring of het inzetten van een Werkfit-traject of extra (taal)ondersteuning.
c. Geef hier aan of uw project zich specifiek richt op vrouwen:
37
Maak een keuze tussen deze drie: o
volledig
o
grotendeels
o
niet specifiek
Indien het project zich volledig of grotendeels op vrouwen richt, kunt u een beschrijving geven hoe de begeleiding, het toeleidingstraject en het aanbod aan activiteiten en type werk wordt afgestemd op de specifieke kenmerken en wensen van vrouwen. Toelichting: n.v.t.
d. Uw project moet zich richten op één van de vier thema’s, opgenomen in artikel D5, eerste lid. Beantwoord hieronder alleen de vragen die betrekking heeft op het door u gekozen thema. Formuleer uw antwoorden SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden).
Online lessen in de inburgering In het geval van subsidiabele activiteiten als bedoeld artikel D5, eerste lid, onderdeel a, online lessen in de inburgering: Kunt u een beschrijving geven hoe met de voorgestelde acties rekening wordt gehouden met de diversiteit van inburgeraars qua leerbaarheid en digitale vaardigheden en welke aandacht er in het project is voor de didactiek van online lesgeven en voor de digitale vaardigheden van de betrokken NT2-docenten? n.v.t.
Arbeidstoeleiding van kansrijke asielzoekers en statushouders die in een COA-locatie verblijven In het geval van subsidiabele activiteiten als bedoeld artikel D5, eerste lid, onderdeel b, arbeidstoeleiding van kansrijke asielzoekers en statushouders die in een COA-locatie verblijven en die mogen werken: Kunt u een beschrijving geven van de inhoud van de begeleiding van zowel COA-locatiebewoners als werkgevers, van de wijze waarop goede ‘matches’ tussen werkgevers en COA-locatiebewoners gerealiseerd worden en een beschrijving van het netwerk van werkgevers dat in het project gebruikt gaat worden? Route bewonersondersteuning: Stap 1: Voorlichting Het COA is verantwoordelijk voor het verstrekken van gerichte voorlichting (individueel en groepsgewijs) aan bewoners over arbeidsparticipatie, rechten en plichten en kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Deze voorlichting legt de basis voor bewustwording en motivatie bij bewoners om deel te nemen aan het traject richting werk. Bewoners worden daarnaast geïnformeerd over, de tijden waarop de werkcoach van het Werkcentrum op de COA-locaties aanwezig is en de mogelijkheid tot het hebben van een intakegesprek. Stap 2: In kaart brengen van kennis en vaardigheden Bewoners die willen werken, kunnen zich melden bij de coördinator Meedoenbalie of casemanager van het COA.
Het COA speelt een centrale rol in de werving en voorselectie van deelnemers, mede doordat zij de doelgroep goed kennen en nauw betrokken zijn bij hun dagelijks leven. Op basis van deze kennis wordt door het COA een eerste gesprek gevoerd en een voorselectie gemaakt. Hierbij worden vaardigheden, competenties, motivatie én mogelijke belemmeringen (zoals medische of juridische factoren) in kaart gebracht. Deze informatie wordt vastgelegd in een intakeformulier en verwerkt in het systeem van het COA.
38
Dit vormt de basis voor het intakegesprek met de werkcoach. Stap 3: Intake De werkcoach van het Werkcentrum is wekelijks op vaste momenten aanwezig op de COAlocaties in de regio. Tijdens de intake wordt samen met de deelnemer een passende route richting werk bepaald, gebaseerd op diens talenten, wensen en mogelijkheden. Indien nodig wordt ondersteuning geboden bij het opstellen van een CV. De werkcoach fungeert vanaf deze stap als vast aanspreekpunt voor de bewoner als het gaat om werkgerelateerde zaken. Het COA houdt gedurende het traject vinger aan de pols. De werkcoach beschikt over actuele kennis van de regionale arbeidsmarkt en werkt nauw samen met de adviseurs van het WerkgeversServicepunt (WSP), met wie voortdurend wordt afgestemd over beschikbare vacatures en kansen binnen het werkgeversnetwerk. Stap 4 (optioneel): Werkfit-traject en/of taalondersteuning Voor deelnemers die baat kunnen hebben bij aanvullende modules zoals de Werkfit-trajecten of extra taalondersteuning, stemmen het de coördinator van het COA en de werkcoach gezamenlijk af welke vorm van begeleiding het best aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. Stap 5: Matching De werkadviseur van het WSP is verantwoordelijk voor het tot stand brengen van een match tussen werkzoekende en werkgever.
Daarbij wordt gekeken of beschikbare vacatures aansluiten bij de wensen, vaardigheden en mogelijkheden van de deelnemer. Dankzij de intensieve samenwerking tussen de coördinator van het COA, de werkcoach van het Werkcentrum en de werkadviseur van het WSP wordt gericht gewerkt aan het realiseren van succesvolle plaatsingen. Stap 6: Voorbereiding sollicitatiegesprekken en regie op sollicitatieproces Indien er een geschikte vacature is gevonden wordt de deelnemer door de werkcoach ondersteund bij de voorbereiding op het sollicitatiegesprek. Deze begeleiding richt zich op het vergroten van (sollicitatie)vaardigheden van de deelnemer. De werkcoach biedt praktische ondersteuning bij het opstellen en/of aanscherpen van het CV en de motivatiebrief en geeft gerichte tips over hoe een sollicitatiegesprek in Nederland doorgaans verloopt. Gedurende het hele sollicitatieproces bewaakt de werkcoach de voortgang en houdt hij of zij regie over het traject. Stap 7: Ondersteuning bij procedure van in dienst gaan Nadat de bewoner kennis heeft gemaakt met de werkgever en/of een sollicitatiegesprek heeft gevoerd en is aangenomen, volgt de administratieve afhandeling van het indiensttredingsproces. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning (TWV). De werkadviseur ondersteunt de werkgever en voorziet de werkgever van de juiste informatie.
De werkcoach pakt samen met het COA het proces van (versnelde) BSN-aanvraag op, mocht dit nog niet geregeld zijn. Deze gezamenlijke aanpak zorgt ervoor dat alle noodzakelijke formaliteiten tijdig en correct worden afgehandeld, zodat de bewoner zo snel mogelijk daadwerkelijk aan de slag kan bij de werkgever. Stap 8: Nazorg De begeleiding stopt niet bij een succesvolle match. De werkcoach van het Werkcentrum blijft betrokken bij de deelnemer voor vragen. Daarnaast heeft het COA regelmatig gesprekken met de bewoners waarin werk ter sprake komt. Op deze manier houden we zicht op het proces. Mocht er uiteindelijk meer nodig zijn onderzoekt de projectleider wat hiervoor nodig is. Route Werkgeversondersteuning: Stap 1: Actieve benadering en informatievoorziening De werkadviseur van het WSP benadert actief werkgevers en informeert hen over het project, de doelgroep (asielzoekers en statushouders), en de kansen en voorwaarden rondom het aannemen
39
van nieuwkomers. Hierbij wordt toegelicht wat er komt kijken bij het in dienst nemen van een asielzoeker of statushouder, waaronder de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning (TWV), de REBA-regeling en eventuele administratieve verplichtingen. Stap 2: Onderhouden en versterken van het werkgeversnetwerk Binnen het project wordt gewerkt met een bestaand netwerk van betrokken werkgevers uit diverse sectoren, die openstaan voor het begeleiden en aannemen van asielzoekers en statushouders. Dit (bestaande) netwerk wordt actief onderhouden. Daarnaast is het WSP voortdurend bezig om het netwerk uit te breiden. De focus van de werkadviseur zal hier in eerste instantie binnen dit project ook op liggen. Ook wordt gebruik gemaakt van de netwerken van de onderwijsinstellingen, SBB en ondernemingsverenigingen in de regio. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de netwerken van de focussectoren Techniek, Zorg en Onderwijs. De werkadviseur blijft in contact met werkgevers via één-op-één-gesprekken, werkgeversbijeenkomsten of informatiesessies. Naast het delen van informatie wordt ingespeeld op de behoeften en ervaringen van werkgevers. Stap 3: Ontmoeting en Matching Om directe ontmoetingen tussen werkgevers en kandidaten te stimuleren en de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen, organiseert het WSP gerichte evenementen, zoals banenmarkten, speeddates en informatiebijeenkomsten.
Deze momenten zijn afgestemd op de doelgroep en bieden werkgevers de kans om op een laagdrempelige manier kennis te maken met potentiële werknemers. We onderzoeken binnen het project tevens de mogelijkheid om een buddy-systeem in te voeren, waarbij asielzoekers en statushouders die de Nederlandse of Engelse taal nog niet beheersen, gekoppeld worden aan iemand op de werkplek die deze talen wel spreekt. Op deze manier wordt de kans op (succesvolle) matching voor deelnemers die de taal (nog) niet beheersen vergroot. Stap 4: Ondersteuning bij indiensttreding Na een succesvolle match worden de benodigde administratieve stappen geregeld. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanvragen van een TWV, indien nodig. De werkadviseur biedt hierbij ondersteuning en is aanspeekpunt voor vragen van de werkgever. Tegelijkertijd regelt de werkcoach, in samenwerking met het COA, eventuele aanvullende zaken zoals een (versnelde) aanvraag van een BSN. Stap 5: Nazorg en duurzame samenwerking Ook na de plaatsing blijft de werkadviseur in contact met de werkgever. De werkadviseur blijft beschikbaar voor vragen of knelpunten. Daarnaast wordt geëvalueerd hoe de samenwerking verloopt, en worden waar nodig aanvullende maatregelen getroffen. Op deze manier zorgen we voor positieve ervaringen van werkgevers wat bij draagt aan structurele arbeidsmarktkansen voor asielzoekers en statushouders.
Duale trajecten In het geval van subsidiabele activiteiten als bedoeld artikel D5, eerste lid, onderdeel c, duale trajecten: Kunt u een beschrijving geven van de wijze waarop wordt gezorgd voor een goede samenwerking met werkgevers, de wijze waarop voor voldoende taalrijke werkplekken bij werkgevers wordt gezorgd en de wijze waarop de taalactiviteiten en werkactiviteiten op elkaar worden afgestemd? n.v.t.
Versterken vaardigheden activatie en participatie
40
In het geval van subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel D5, eerste lid, onderdeel d, versterken vaardigheden voor activatie en participatie: Kunt u een beschrijving geven van: - de wijze waarop de deelnemers in een taalrijke omgeving geactiveerd worden en meer gaan participeren in de Nederlandse samenleving? en - op welk subthema of subthema's het project zich richt en hoe de activiteiten aansluiten bij de gekozen subthema’s? n.v.t.
41
42