3 Bijlage 2 Ontwerp-jaarrekening ODIJ 2024
Tekst van het document
59.624
111.848
Resultaat
124.232
3
2-
4.2 Begrotingsrechtmatigheid De overschrijding van de totale baten en lasten ten opzichte van de begroting leidt in overeenstemming met de begroting per saldo tot een positief saldo van baten en lasten. De lasten zijn direct gerelateerd aan de baten en passen binnen het bestaand beleid. Na de begrote onttrekking resteert een positief saldo. Het algemeen en dagelijkse bestuur ontvangen iedere vier maanden een rapportage en zijn daarmee geïnformeerd over onder- en overschrijdingen. Het algemeen bestuur is daarmee bekend met de onderschrijdingen. De overschrijding op de lasten op het programma betreft dan ook een overschrijding die gedekt wordt met direct gerelateerde baten. Hierdoor is deze onrechtmatig maar wordt deze in overeenstemming met de spelregels, die zijn opgenomen in de financiële verordening, geaccepteerd.
4.3 Toelichting overzicht van baten en lasten Grondslagen van resultaatbepaling Het overzicht van baten en lasten is opgesteld met in achtneming van het BBV. De kosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Afschrijvingen geschieden tijdsevenredig, op basis van de verwachte economische levensduur. Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt evenredig afgeschreven. Resultaat projecten Op de dienstverlening, buiten de GR takenpakketten, is een positief resultaat gerealiseerd. De projectbaten zijn hoger dan de begroting. Voorbeelden van niet-begrote dienstverlening betreffen de uitbreiding van dienstverlening van de taakuitvoering van bouw- en woningtoezicht. Het projectresultaat is hoger dan de begroting 2024. Dit komt met name doordat er na het vaststellen van de begroting een aantal projecten zijn gestart die direct ter dekking staan van onze formatie.
Jaarstukken 2024
31
Overige opbrengsten In 2024 is een grote renteopbrengst ontvangen als gevolg van stijgende rentes die wij ontvangen op de gelden die wij wegzetten in de schatkist. Er is geen gebruik gemaakt van deposito’s. De overige baten voor 2024 bestaan uit de vergoeding voor de informatievoorziening aan makelaars. Salarissen en sociale lasten De totale salarissen en sociale lasten geven de kosten weer van medewerkers die in deze verantwoordingsperiode bij ons werkzaam zijn, van zowel de kernformatie als de projectformatie. De kernformatie wordt ingezet om de uitvoeringsprogramma’s voor de deelnemende gemeenten en de provincie uit te voeren. De salarissen en sociale lasten zijn lager dan begroot als gevolg van het niet of later in kunnen vullen van vacatures. Inhuur derden Om de minimale bezetting op peil te houden is in 2024 meer gebruik gemaakt van inhuur. Ten opzichte van de begroting en voorgaande jaren zien we stijging van de inhuurlasten, dit heeft de volgende oorzaken: krappe arbeidsmarkt, betere personele inzet op de reguliere- en projectmatige taken, extra inspanningen op het inlopen van achterstanden. De dekking wordt gevonden in lagere personele kosten en projectbaten. Overige personeelslasten Omgevingsdienst IJmond heeft een hybride werkregeling minimaal 50% van de werktijd is op kantoor. We stimuleren de ontmoeting en afstemming van collega’s onderling actief.
Daarnaast is ons mobiliteitsbeleid aangepast naar 100% vergoeding voor het openbaar vervoer voor alle reizen. Wij zien dat, mede door de stijgende benzineprijzen, medewerkers meer reizen met het openbaar vervoer. Door deze effecten zijn de reiskosten hoger dan begroot. Helaas is ons verzuim opgelopen in 2024, hierdoor zijn ook de kosten voor verzuimbegeleiding door coaching en bedrijfsartsen hoger dan begroot. Kapitaallasten De kapitaallasten dalen incidenteel ten opzichte van onze begroting. In de begroting is rekening gehouden met vervangingsinvesteringen vanwege de inflatie maar ook door de geplande directeurswissel zijn deze investeringen uitgesteld. Hierdoor zijn de afschrijvingslasten lager dan begroot. Wel hebben we naar aanleiding van de pilot dit jaar in verplaatsbare vergaderruimten geïnvesteerd. Overige bedrijfslasten Het totaal van de overige bedrijfslasten is, voor aftrek van de doorbelasting aan projecten, hoger dan de begroting. In het kader van verandering in de rechtmatigheidsverantwoording is expertise ingehuurd om ons te ondersteunen met de voorbereiding hierop. In verband met de wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de impact op onze gemeenschappelijke regeling hebben wij advies ingewonnen. Hierdoor zijn de advieskosten hoger dan begroot. De aanhoudende inflatie heeft ook in 2024 gezorgd voor een overschrijding op onze energielasten.
Jaarstukken 2024
32
De kosten voor licenties zijn hoger door groei van het aantal applicaties maar ook doordat voor veel contracten het niet meer mogelijk is om gebruik te maken van gratis licenties als gevolg van onze toegenomen omvang. Deze incidentele kosten dekken wij uit een incidentele stijging van onze projectbaten, een daling van de kapitaallasten en door niet begrote rentebaten. De nagekomen baten en lasten welke niet worden begroot, hebben in 2024 betrekking op de doorbelasting van de kosten voor beveiliging en glasbewassing. Onvoorzien Er is geen post onvoorzien begroot en daarom ook niet verantwoordt in de jaarrekening. 4.3.1 Baten en lasten naar taakveld Wij verdelen de baten en lasten over de volgende taakvelden volgens het BBV: Taakveld
Baten
Lasten
Saldo
2024
2024
2024
8.3 Wonen en bouwen
2.758.555
1.598.832
1.159.723
7.4 Milieubeheer
15.338.387
12.190.207
3.148.179
0.4 Overhead
25.739
4.245.232
-4.219.493
4.1 Openbaar basisonderwijs
131.114
192.044
-60.930
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.5 Treasury Gerealiseerd saldo van baten en lasten
18.253.795
-
-
15.093
-15.093
18.241.409
12.386
0.10 Mutaties reserves
111.846
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
124.232
Jaarstukken 2024
33
4.3.2 Overheadkosten
Specificatie Overhead
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
Personele lasten
2.113.256
2.010.462
2.348.412
Overige personele lasten
748.186
164.572
281.070
Afschrijvingen
165.519
161.406
65.300
Rentelasten
15.093
14.430
14.430
ICT (afschrijving + overige)
213.706
210.313
145.250
Overige bedrijfslasten
989.472
725.239
808.941
4.245.232
3.286.422
3.663.402
Totaal
Toelichting op de overheadskosten De berekening van zowel de overheadformatie als de overheadkosten is in overeenstemming met de BBV-vernieuwingen. De overheadformatie ten opzichte van de totale formatie is 18,57% op basis van FTE. Het percentage overhead ten opzichte van onze totale lasten gecorrigeerd voor externe projectkosten is 18,17%
4.4 Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op ODIJmond. Het voor ons toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000 Dit betreft het algemeen bezoldigingsmaximum. 4.4.1 Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
Bedragen x € 1
J. Zandhuis
Functiegegevens
[Directeur]
Aanvang en einde functievervulling in 2024
[01/01] – [31/12]
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
[1,0]
Dienstbetrekking?
[ja]
Bezoldiging 2024: Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 123.709
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 20.462
Subtotaal
€ 144.171
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging 2024
Jaarstukken 2024
N.v.t. € 196.927
34
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2023: Aanvang en einde functievervulling in 2023
[02/06] – [31/12]
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
[1,0]
Dienstbetrekking
[ja]
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 68.037
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 11.664
Subtotaal
€ 79.701
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
€ 130.134
Totale bezoldiging 2023
€ 79.701
1b. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder Namenlijst Dagelijks en Algemeen Bestuur
FUNCTIE
Gemeente Velsen – de heer S. Dinjens
(LID AB en DB)
Gemeente Heemskerk – mevrouw A. Zalinyan
(LID AB en DB)
Gemeente Haarlem – de heer R. Berkhout
[LID AB en DB]
Gemeente Beverwijk – mevrouw S. Klaassen
[LID AB en DB]
Gemeente Landsmeer – de heer N. Bonenkamp
[LID AB en DB]
Gemeente Velsen – mevrouw M.T. Meijs
[LID AB en DB]
Gemeente Beverwijk – mevrouw B. van den Berg
[LID AB en DB]
Gemeente Landsmeer – mevrouw J. van Boeijen
[LID AB]
Gemeente Oostzaan – mevrouw R. Dral
[LID AB]
Gemeente Bloemendaal – de heer Wijkhuisen
[LID AB]
Gemeente Wormerland – de heer J. Schalkwijk
[LID AB]
Provincie Noord-Holland – de heer J. Beemsterboer
[LID AB]
Gemeente Purmerend – de heer M.T.A. Hegger
[LID AB]
Gemeente Edam-Volendam – de heer K. Schilder
(LID AB)
Gemeente Waterland – mevrouw A.M.H. v.d. Weijenberg
[LID AB]
Gemeente Oostzaan – de heer S. Nijssen
[LID AB]
Gemeente Uitgeest – de heer J. Schouten
(LID AB)
Gemeente Bloemendaal – mevrouw T. van der Windt
[LID AB]
Gemeente Heemstede – mevrouw A. Grummel
(LID AB)
Gemeente Zandvoort – de heer M. Hendriks
(LID AB)
Jaarstukken 2024
35
4.4.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 4.4.3 Overzicht incidentele baten en lasten In het overzicht van incidentele baten en lasten zijn alleen baten en lasten opgenomen waarbij het gaat om eenmalige zaken, resultaten uit eenmalige bijzondere projecten. Bij de meeste opgenomen projecten is sprake van een meerjarige tijdelijke geldstroom, waarvan de eindigheid vastligt. De incidentele baten zijn in totaal hoger dan de incidentele lasten. INCIDENTELE BATEN EN
Werkelijk
Begroting
LASTEN Jaar
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
Baten
9.772.879
2.213.242
4.180.195
Totaal incidentele baten
9.772.879
2.213.242
4.180.195
INCIDENTELE LASTEN
Werkelijk
Begroting
Gewijzigde begroting
Jaar
2024
2024
2024
Lasten
4.688.430
944.564
1.782.493
Totaal incidentele lasten
4.688.430
944.564
1.782.493
4.5 Belastingen 4.5.1 Omzetbelasting (BTW) ODIJmond is met ingang van 1 januari 2007 door de belastingdienst als een BTW-plichtige organisatie aangemerkt. Hierdoor is een vereenvoudiging van de administratieve handelingen voor zowel ons als onze deelnemers gerealiseerd en is efficiency in de administratie bewerkstelligd. In deze jaarrekening zijn alle baten en lasten exclusief BTW opgenomen. Doordat wij zelf BTW afdragen en verrekenen, wordt met uitzondering van Europese subsidies geen BTW doorgeschoven naar onze deelnemers in het kader van het BTW Compensatiefonds. 4.5.2 Vennootschapsbelasting (Vpb) Op basis van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldt per 1 januari 2016 belastingplicht voor overheidsondernemingen. Volgens deze wet moeten overheden die winst of structureel overschotten behalen met activiteiten die concurreren met de markt, in principe vennootschapsbelasting betalen. De Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden (SVLO) heeft met de belastingdienst een inschatting gemaakt van de gevolgen voor omgevingsdiensten. De uitkomsten zijn gepubliceerd in de vorm van onder meer een activiteitenlijst met wettelijke en plustaken waarvoor geen Vpb-plicht geldt. In 2021 hebben wij onze Vpb-positie laten herbeoordelen door EFK Belastingadviseurs. Het resultaat gerealiseerd uit de bodemrapportages is belastingplichtig.
Jaarstukken 2024
36
Vanaf 2021 doen wij alleen een vereenvoudigde aangifte voor dit onderdeel. EFK Belastingadviseurs ondersteunt ons hierin. De financiële impact hiervan is laag. Wanneer er geen resultaten meer gerealiseerd worden op dit onderdeel vervalt de belastingplicht.
4.6 Resultaatbestemming De jaarrekening 2024 toont een positief saldo van € 124.232. Het algemeen bestuur neemt een besluit over de bestemming van dit resultaat, in overeenstemming met artikel 31 uit de Gemeenschappelijke regeling.
Jaarstukken 2024
37
4.7 Balans per 31 december 2024 ACTIVA
31 december
2024
31 december
2023
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
3.469.447
3.653.169 3.469.447 3.469.447
Totaal vaste activa
3.653.169 3.653.169
Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Totaal financiële vaste activa
10.338
10.338 10.338
10.338
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Overige uitzettingen
1.303.521
538.386
8.872.406 158.426 0
7.878.632 237.588 0 10.334.353
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
851 191.944
8.654.606
1.171 215.991 192.795
217.162
Overlopende activa De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel 1. Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidsinstellingen
2. Nog te ontvangen voorschotbedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
0
72.907
83.582
228.138
83.582
301.045
Totaal vlottende activa
10.610.730
9.172.813
TOTAAL GENERAAL
14.090.514
12.836.320
Jaarstukken 2024
38
PASSIVA
31 december
2024
31 december
2023
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat
467.359 150.500 124.232
467.359 156.861 105.487 742.091
729.707
Voorzieningen Onderhoud pand Personeel
208.278 916.051
181.625 835.654 1.124.329
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: binnenlandse banken en overige financiële instellingen
3.700.000
Totaal vaste passiva
1.017.279
3.700.000 3.700.000
3.700.000
5.566.420
5.446.986
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden
771.251
593.212 771.251
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 1. Voorschotbedragen van Europese overheidslichamen 2. Voorschotbedragen van het Rijk 3. Voorschotbedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
Totaal vlottende passiva TOTAAL GENERAAL
Jaarstukken 2024
593.212
2.104.003
936.935
46.751 2.256.805
0 2.620.699
3.345.283
3.238.488 7.752.842
6.796.122
8.524.093
7.389.334
14.090.514
12.836.320
39
4.8 Toelichting op de balans 4.8.1 Waarderingsgrondslagen De balans is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben 4.8.2 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: -
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;
−
De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door het algemeen bestuur is vastgesteld op 6 november 2024;
o
Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.
o
Ten aanzien van het M&O-criterium is de nota M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
−
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van november 2023 alsmede onze eigen financiële verordening.
Jaarstukken 2024
40
Dit betekent dat: •
Een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de
reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; •
Een rapporteringstolerantie van € 25.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
4.8.3 Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en verminderd met een lineaire afschrijving. Berekend op basis van een percentage van de aanschafwaarde. Dit percentage is gebaseerd op de verwachte gemiddelde levensduur van de activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: Vaste activa
Afschrijftermijn in jaren
Appartementsrecht en parkeervergunningen
Niet van toepassing
Bedrijfsgebouwen
50
Vaste inrichting en warmtekoudeopslag-installatie
15
Overige inrichting
5 of 10
Hard- en software
3,5 of 5
Telecommunicatieapparatuur (onder hard- en software)
10
Mobiele telefoons (onder hard- en software)
3,5
Vervoersmiddelen
5
ODIJmond is van zowel het bedrijfsgebouw als de betreffende grond geen eigenaar. Gemeente Beverwijk heeft ons ondererfpacht van de grond en een recht van appartement geleverd. Dit betreft een exclusief gebruiksrecht van het appartement en het medegebruiksrecht van de gemeenschappelijke gedeelten. In 2011 is een splitsingsakte opgesteld en een vereniging van eigenaren (VvE) opgericht. In 2013 heeft gemeente Beverwijk ons twintig parkeervergunningen voor onbepaalde tijd geleverd, waarover wij niet afschrijven. De activeringsgrens voor aanschaffingen bedraagt € 1.000. 4.8.4 Onderhandenwerk (OHW) projecten en ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen Waardering vindt plaats op basis van aan deze projecten bestede kosten. Indien van toepassing, wordt een voorziening voor verwachte verliezen in mindering gebracht. De op 31 december gedeclareerde termijnen zijn in mindering gebracht op het OHW. Ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen zijn onder de overlopende passiva opgenomen. 4.8.5 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, voor zover rekening houdend met mogelijke oninbaarheid op basis van individuele beoordeling. 4.8.6 Overige activa en passiva Alle overige posten in de balans worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Jaarstukken 2024
41
ACTIVA Vaste activa Investeringen met een economisch nut
380.193
Overige materiële vaste activa: hard- en software 169 146.306
3.653.171
Investeringen
25.580
41.014
66.594
Desinvesteringen Boekwaarde Cumm. Afschrijvingen
64.416 -63.350
160.331 -160.331
224.747 -223.681
Vaste activa
Grond
Boekwaarden 1/1
143.755
Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarden 31/12
Gebouw
Vaste en overige inrichting
2.982.748
Vervoermiddelen
Totaal
0
-65.260
-102.830
-169
-83.125
-251.384 0
143.755
2.917.488
304.009
0
104.195
3.469.447
Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
2024
2023
Waarborgsommen Overige
10.338 0
10.338 0
Vorderingen op openbare lichamen
2024 1.303.521
2023 535.402
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
8.872.406
7.878.632
Waarborgsommen betreft de borg van ons bedrijfspand te Wormer. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
a. Het drempelbedrag voor middelen die buiten 's Rijks schatkist mogen worden gehouden bedraagt €1.000.000. b. Per kwartaal betrof dit gemiddeld: 2024 2023 1e kwartaal 211.338 1e kwartaal 224.078 2e kwartaal 211.130 2e kwartaal 219.374 3e kwartaal 203.713 3e kwartaal 236.315 4e kwartaal 192.922 4e kwartaal 213.236 gemiddeld 2024
204.776
gemiddeld 2023
223.251
Het bedrag van de RC-verhouding met het Rijk bestaat uit de ontvangen voorschotten van subsidieprojecten en doeluitkeringen, het totaal aan reserves en voorzieningen en nog te betalen bedragen. Overige vorderingen
158.423
291.465
Deze post wordt als volgt onderverdeeld: Overige debiteuren Overige vorderingen
55.432 102.991
37.087 254.378
Overige uitzettingen
0
0
De overige uitzettingen bestaan uit: Te vorderen bijdragen fietsenplan
0
0
Inventarisatie van de ouderdom en het risicoprofiel van de debiteurensaldi per 31-12-2024 heeft geen aanleiding gegeven om voor vorderingen een voorziening dubieuze debiteuren te vormen.
Jaarstukken 2024
42
Liquide middelen
Kassaldi
2024 851
2023 1.171
Banksaldi
191.944
215.991
Deze post wordt als volgt onderverdeeld: 1) Rekening courant Rabobank 2) Rekening-courant BNG 3) Kruispost LM
11.183 180.055 706
33.158 180.078 2.755
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan
2024 83.582
2023 301.045
Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese lichamen Nog te ontvangen voorschotbedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
83.582
72.907 228.138
2024 467.359
2023 467.359
Overlopende activa
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve
Algemene reserve Algemene reserve
Boekwaarde Toevoeging 1-1
Onttrekking
467.359
Vormen ResultaatBoekwaarde bestemmings bestemming 31-12 reserve 467.359
Algemene reserve Op 19 juni 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten €105.487 toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve ten behoeve van Risicobeheersing en oplossingsrichtingen. De algemene reserve is het weerstandsvermogen van de ODIJ. Gerealiseerd resultaat De bestemming van het resultaat vindt plaats op de vergadering van het Algemeen Bestuur
Jaarstukken 2024
43
2024 150.500 Boekwaarde Toevoeging 1-1
Bestemmingsreserves Nieuwbouw Arbeidsmarkt Vervoermiddelen IBP plan van aanpak robuustheid Risicobeheersing en oplossingsrichtingen TOTAAL
50.183 46.678 10.000 50.000 156.861
105.487 105.487
2023 156.861
ResultaatRetournering Boekwaarde Onttrekking bestemming gemeenten 31-12 2024 10.170 40.013 46.678 5.000 5.000 50.000 105.487 111.848 150.500
Nieuwbouw De reserve is gevormd voor een niet-begrote of tegenvallende kosten volgend uit de nieuwbouw, zoals de BDB-index, de warmtekoude-opslag, extra investeringen werkplekken, zonnepanelen, extra afschrijvingen oude inventaris en digitalisering van het archief. De onttrekking betreft deze onderdelen en is door het AB vastgesteld in de begroting 2022. Arbeidsmarkt Bij de resultaatbestemming 2021 is deze reserve gevormd. Om de ODIJ in staat te stellen te investeren in een arbeidsmarktcampagne. In 2024 zijn de kosten van een externe recruiter hiermee bekostigd. Reserve vervoermiddelen In 2020 hebben we een transitie gemaakt van bezit naar gebruik. We leasen nu een volledig elektrisch wagenpark. Hiermee zijn we een voorbeeld voor de omgeving. Voor de hogere lasten van lease voor elektrisch rijden ten opzichte van bezit van een hybride auto's is door het bestuur een bestemmingsreserve gevormd. De reserve is uitgeput wanneer ook het leasecontract is beëindigd. IBP plan van aanpak robuustheid In 2023 is de reserve gevormd om de kosten te dekken voor de totstandkoming van het plan van aanpak voor Robuustheid. Deze bestemmingsreserve had een looptijd van 2 jaar, 2023 en 2024, en is volledig benut voor het schrijven van een plan van aanpak.
Risicobeheersing en oplossingsrichtingen In 2024 is een bestemmingsreserve gevormd om de verandering in de organisatie en de nieuwe financieringsstructuur vorm te geven. Deze bestemmingsreserve zal de komende 2 jaar benut gaan worden en daarna vervallen. Gerealiseerde resultaat 2024 2023 124.232
105.487
De bestemming van het resultaat vindt plaats op de vergadering van het Algemeen Bestuur op 11 juni 2025.
Jaarstukken 2024
44
2024 1.124.329 Voorzieningen Voorziening voor verplichtingen en risico's Boventallig verlof Spaarverlof Eigen risico wga Reguliere voorziening voor ww vanuit cao Langdurig verzuim subtotaal Voorziening die dient ter egalisatie van kosten Onderhoud pand subtotaal TOTAAL
Boekwaarde 1-1 701.670 86.240 47.744 0 835.654 181.625 181.625 1.017.279
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
2023 1.017.279 Boekwaarde 31-12
36.180
116.577
36.180
-
665.490 202.817 47.744 0 916.051
26.653 26.653 143.230
36.180
-
208.278 208.278 1.124.329
116.577
Onderhoud pand De jaarrekening bevat een voorziening voor het onderhoud van het kantoorpand gedeeld met de gemeente Beverwijk, gebaseerd op ons aandeel van het totale gebouw (3/16-deel). De voorziening egaliseert kosten van groot onderhoud over meerdere jaren, voorkomt schommelingen in de begroting en dekt werkelijke onderhoudskosten. De gemeente Beverwijk leidt het onderhoudsplan, maar onze organisatie blijft verantwoordelijk voor de voorziening en zal het plan evalueren en aanpassen indien nodig. Het onderhoudsplan wordt momenteel geactualiseerd. Op basis hiervan zal bepaald worden of een aanpassing in de hoogte van de voorziening benodigd is. ODIJ is niet zeker van de toereikendheid van de voorziening en heeft vooruitlopend op de nieuwe berekening voorzichtigheidshalve de voorziening, naast onze reguliere reservering, opgehoogd met het prijsindexatiecijfer 2024. Verlof In 2021 hebben wij een reservering voor boventallig verlof gevormd. Deze is in de jaarrekening 2024 als kortlopende schuld gepresenteerd. Deze reservering betreft alle vakantie-uren die boventallig zijn. Binnen de ODIJ is het beleid dat het verlof groter dan twee keer de arbeidsduur boventallig is. Vanaf 2022 geeft de CAO ruimere mogelijkheden voor het opbouwen van verlof. Dit kan door extra aankopen via het individueel keuze budget (IKB) en/of te kiezen voor het spaarverlof.
Deze verlofsoorten vervallen niet of pas na vijf jaar. Voor het boventallig verlof en het spaarverlof is het volledige saldo voorzien. Beide voorzieningen zijn berekend op basis van een gemiddeld uurtarief. Personeel Wij zijn vanaf 1 januari 2022 eigen risicodrager voor de WGA. Dat betekent dat wij bij instroom in deze regeling financiële risico's lopen over de jaren 4 tot en met 10 die voorheen gedekt werden uit de externe Wet hervattingskas. Deze risico’s zijn maximaal 70% van de loonsom in die jaren. Op basis van ervaringscijfers tot op heden is de kans dat dit risico zich voordoet gering. Omdat de financiële impact echter groot kan zijn, willen wij uiteindelijk een voorziening vormen ter hoogte van de maximale schadelast voor 1 persoon voor de duur van 1 jaar. De schadelast na dit jaar kan via de reguliere begroting in de exploitatie worden opgenomen. De eerste schadelast kan zich pas in 2025 voordoen. Omdat wij nog geen specifieke ervaringscijfers voor onze organisatie hebben bestaan er op dit moment nog relatief grote onzekerheden rondom de juistheid van onze aannames rond de opbouw van de voorziening. In 2025 staat de premiekorting van de Wet hervattingskas hier ter dekking voor. Om de instroom te beperken en te voorkomen zijn wij een dienstverleningsovereenkomst met Robidus aangegaan en is ons verzuimbeleid aangescherpt.
De CAO verplicht tot doorbetalen bij ziekte van 2 kalenderjaren.
Jaarstukken 2024
45
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Lening BNG
2024 3.700.000 Saldo 1-1 Aangetrokken 3.700.000 0
Aflossing
2023 3.700.000
0
Saldo 31-12 3.700.000
Overige schulden
2024 771.251
2023 593.212
Deze post wordt als volgt onderverdeeld: Crediteuren Overige kortlopende schulden
745.255 25.996
419.656 173.556
De overige kortlopende schulden betreffen: Inschatting restant jaarverslag Nog te betalen kosten Nog te verlonen/ uit te betalen salarissen Ontvangen dwangsommen
0 0 8.726 17.270
10.000 108.420 10.492 44.644
De rentelast van de BNG-lening voor 2024 bedraagt € 14.430 Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De reservering boventallig verlof is gepresenteerd onder de voorzieningen Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
2024
2023
2.104.003
936.935
De nog te betalen bedragen kunnen als volgt verdeeld worden: Te betalen loonbelasting Te betalen BTW Te betalen vennootschapsbelasting Overige
1.002.704 744.893 0 356.406
0 868.539 -8.919 77.315
2024
2023
5.648.839 46.751 2.256.805 3.345.283
5.859.187
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Nog te besteden voorschotbedragen van Europese lichamen Nog te besteden voorschotbedragen van het Rijk Nog te besteden voorschotbedragen van overige Nederlandse overheidslichamen
2.620.699 3.238.488
Het verloop van de ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren wordt per categorie als volgt weergegeven:
Jaarstukken 2024
46
Jaarstukken 2024
47
4.9 Niet uit de balans blijkende verplichtingen In onderstaande tabel is het bedrag aan uitstaande verplichtingen per 31 december 2024 weergegeven. Uit hoofde van de gemeenschappelijke regeling (GR) staan de deelnemende gemeenten garant voor deze lopende verplichtingen Niet uit de balans blijkende verplichtingen Omschrijving Leasecontract printer
7.522
Leasecontract autolease
74.222
Contract mobiele telefonie en vaste datalijnen
50.499
Uit te betalen niet boventallig verlof
425.063
Totaal
557.306
4.9.1 Contract mobiele telefonie en vaste datalijnen In maart 2021 zijn contracten afgesloten voor mobiele telefonie en vaste datalijnen. Beide contracten hebben een looptijd van 60 maanden (5 jaar). De resterende looptijd per 31 december 2024 is 14 maanden. 4.9.2 Leasecontract autolease In november 2020 alsmede in mei 2022 is een leasecontract aangegaan voor ons elektrisch wagenpark. De resterende looptijd per 31 december 2024 is 10 en 11 maanden. 4.9.3 Restverlof Het restantverlof van alle medewerkers is in 2024 gekwantificeerd op basis van het gemiddelde uurtarief aan loonkosten van € 65,98. Het totaal aan restverlof bedraagt 6.442 uur. 4.9.4 Personele verplichtingen Voor medewerkers met een vaste of tijdelijke dienstbetrekking, waarvan het contract na balansdatum niet verlengd wordt, zijn wij verantwoordelijk voor de vergoeding van de WWuitkeringen. Dit zal maximaal voor een vooraf vastgestelde periode gelden, dan wel tot het moment dat met een nieuwe arbeidsbetrekking wordt begonnen. Gezien de huidige ontwikkelingen, onder meer de groei van de organisatie en toename van het personeelsbestand, kunnen dergelijke situaties zich voordoen. De omvang van de verplichting is op dit moment nog niet redelijkerwijs in te schatten, daarom is de post pro memorie opgenomen.
4.10 Investeringen We hebben in 2024 nagenoeg geen investeringen gedaan. De investeringen die gedaan zijn betreffen de aanschaf van nieuwe laptops en iPads voor onze nieuwe medewerkers. Deze investeringen passen in het investeringsplan. Al onze investeringen zijn van economisch nut.
Jaarstukken 2024
48
4.11 EMU-saldo Decentrale overheden zijn verplicht een inzicht te geven in de berekening van hun aandeel in het EMU-saldo van Nederland. Deze informatie wordt aangeleverd bij het CBS. Onder gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats, wanneer deze een exploitatie van twintig miljoen of hoger hebben. ODIJmond valt daarom niet in de steekproef. Het EMU-saldo is wel verplicht om op te nemen in de begroting. Het EMU-saldo is het totaal van inkomsten minus uitgaven.
EMU-saldo
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
Exploitatiesaldo
106.024
59.621-
111.850-
+ afschrijvingen
246.291
297.425
298.350
+ dotatie voorzieningen
136.577
20.000
25.000
- onttrekking voorzieningen
36.180
40.000
40.000
+ toevoeging aan reserves
105.467
- onttrekking reserves
111.848
59.621
111.848
EMU-saldo
446.334
158.183
59.652
4.12 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 6 november 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 182.000.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.902.156 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 182.000. Van de niet rechtmatig tot
Jaarstukken 2024
49
stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 1.902.156 acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken (aangezien er sprake is van overschrijdingen die worden gedekt door extra baten). In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarstukken 2024
50
5 SiSa-bijlage specifieke uitkeringen
Jaarstukken 2024
51
Jaarstukken 2024
52
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Plaats
Jaarstukken 2024
Plaats
53
Datum
Datum
Handtekening
Handtekening
Jaarstukken 2024
54
Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl www.odijmond.nl
Jaarstukken 2024
55