3 Bijlage 2 Ontwerp-jaarrekening ODIJ 2024
Tekst van het document
Jaarstukken 2024 Omgevingsdienst IJmond
ValidSigned door A.R. Sallehart RA op 10-04-2025
Publieke Sector Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden Behorende bij de controleverklaring d.d. 10 april 2025 met kenmerk 312021001.25.200
Inhoud Inleiding ........................................................................................................................... 4 1
Financieel jaarverslag .................................................................................................. 5
2
Programmaverantwoording ......................................................................................... 9 2.1 Programma Milieu en leefomgeving ............................................................................ 9 2.1.1 Doelstellingen ................................................................................................ 9 2.2 Samenvatting baten en lasten programma Milieu en leefomgeving ................................. 9
3
Verplichte paragrafen ................................................................................................ 12 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................. 12 3.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit ........................................ 12 3.2.1 Algemene reserve ........................................................................................ 12 3.2.2 Bestemmingsreserves ................................................................................... 12 3.2.3 Begrotingsruimte en stille reserves ................................................................. 13 3.2.4 Voorzieningen .............................................................................................. 13 3.3 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit ........................................................ 13 3.4 Beoordeling weerstandsvermogen ............................................................................ 16 3.5 Conclusie weerstandsvermogen ............................................................................... 16 3.6 Financiële kengetallen ............................................................................................ 17 3.7 Onderhoud kapitaalgoederen...................................................................................
18 3.8 Treasury/financiering ............................................................................................. 19 3.9 Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 20 3.9.1 Opleiding en ontwikkeling ............................................................................. 21 3.9.2 Arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim ....................................................... 22 3.9.3 Eigenrisicodrager Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en Ziekte Wet (ZW) .......................................................................................... 24 3.9.4 Klachtbehandeling over 2024......................................................................... 24 3.9.5 Rechtmatigheidsverantwoording .................................................................... 24 3.10 Verbonden partijen ................................................................................................ 26 3.10.1 VvE Stationsplein ......................................................................................... 26 3.11 Wet Open Overheid ................................................................................................ 26
4
Jaarrekening .............................................................................................................. 29 4.1 Overzicht van baten en lasten programma Milieu en leefomgeving ............................... 29 4.2 Begrotingsrechtmatigheid ....................................................................................... 31 4.3 Toelichting overzicht van baten en lasten.................................................................. 31 4.3.1 Baten en lasten naar taakveld ....................................................................... 33 4.3.2 Overheadkosten........................................................................................... 34 4.4 Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ........................................................................................................ 34 4.4.1 Bezoldiging topfunctionarissen ....................................................................... 34 4.4.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT ................................... 36
4.4.3 Overzicht incidentele baten en lasten.............................................................. 36 4.5 Belastingen ........................................................................................................... 36 4.5.1 Omzetbelasting (BTW) .................................................................................. 36 4.5.2 Vennootschapsbelasting (Vpb) ....................................................................... 36 4.6 Resultaatbestemming ............................................................................................. 37 4.7 Balans per 31 december 2024 ................................................................................. 38 4.8 Toelichting op de balans ......................................................................................... 40 4.8.1 Waarderingsgrondslagen ............................................................................... 40 4.8.2 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording ....................................... 40 4.8.3 Materiële vaste activa ................................................................................... 41 4.8.4 Onderhandenwerk (OHW) projecten en ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen ...................................................................................
41 4.8.5 Vorderingen en overlopende activa ................................................................. 41 4.8.6 Overige activa en passiva.............................................................................. 41 4.9 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ................................................................ 48 4.9.1 Contract mobiele telefonie en vaste datalijnen ................................................. 48 4.9.2 Leasecontract autolease ................................................................................ 48 4.9.3 Restverlof ................................................................................................... 48 4.9.4 Personele verplichtingen ............................................................................... 48 4.10 Investeringen ........................................................................................................ 48 4.11 EMU-saldo ............................................................................................................ 49 4.12 Rechtmatigheidsverantwoording .............................................................................. 49 5
SiSa-bijlage specifieke uitkeringen ............................................................................ 51
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant .................................................... 53
Inleiding Dit zijn de jaarstukken van Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) over het boekjaar 2024. De begroting en jaarstukken van een Gemeenschappelijke Regeling moet voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV). In dit besluit zijn de richtlijnen opgenomen waaraan ODIJmond zich moet houden in het kader van de informatieverstrekking aan het Algemeen Bestuur (AB) en de informatieverstrekking aan derden. De jaarstukken zijn tweeledig en bestaan uit een jaarverslag en een jaarrekening. Het jaarverslag bestaat uit een programmaverantwoording en de verplichte paragrafen. De jaarrekening bestaat uit een overzicht van baten en lasten en de financiële positie, waaronder de balans. De jaarrekening bevat ook de rechtmatigheidsverantwoording. Dit is een vereiste paragraaf waarbij het Dagelijks Bestuur zelfstandig verantwoording aflegt over het feit dat zij rechtmatig heeft gehandeld.
Jaarstukken 2024
4
1 Financieel jaarverslag Voorwoord Het jaar 2024 was in belangrijke mate het jaar waarin we nadrukkelijk hebben gekeken waar we staan als organisatie in de uitvoering van onze opdracht, waarbij de veranderende context waarin omgevingsdiensten werken, centraal stond. Enerzijds werkten wij aan meer inzicht; waar staan we met de uitvoering van de dienstverlening voor onze deelnemers, hoe ontwikkelen de opgaven buiten zich en welke thema’s pakken wij zelfstandig op en op welke thema’s is winst en efficiency te behalen door de samenwerking aan te gaan met bijvoorbeeld andere omgevingsdiensten. Anderzijds was onze focus erop gericht om de basis op orde te brengen; we keken daarbij naar de afspraken met onze deelnemers en of deze voldoende actueel en duidelijk waren voor beide partijen. Daarbij keken we naar de veranderende opgave, maar ook naar de balans tussen de beschikbare middelen en capaciteit. Op landelijk niveau droegen wij actief bij aan het versterken van het VTH-stelsel. We namen hierbinnen deel aan het Interbestuurlijke Programma Versterking-VTH (IBP-VTH) Vanuit zes landelijke pijlers werkten wij, samen met overheden aan meer uniformiteit, de effectiviteit van het stelsel en de toekomstbestendigheid van de omgevingsdiensten. Voor ons ook een belangrijk proces om een goed beeld op te bouwen waar we staan ten opzichte van een sterk veranderende opgave.
Een opgave om de leefomgeving gezond, veilig en duurzaam te houden voor toekomstige generaties. Tegen de achtergrond dat we steeds meer zicht krijgen op wat de impact van mens en bedrijf is op de milieu, gezondheid en daarmee de leefomgeving. Vanuit dit inzicht en de criteria om het VTH-stelsel te versterken, bepaalden wij in 2024 richting om gedurende 2025 en 2026 samen met ons bestuur en deelnemers onze organisatie toekomstbestendig te maken voor de komende jaren. Gelijktijdig gaven wij in 2024 ook een stevige impuls aan onze VTH-taken op het gebied van milieu, met een noodzakelijke inhaalslag controleerden wij de vergunningplichtige bedrijven en bedrijven met een hoge risico op omgevingsveiligheid. Daarnaast startten we met werken onder de omgevingswet, wat onze werkprocessen en dienstverlening in de breedte raakt. Voor VTH bouw hebben we onze dienstverlening uitgebreid met de gemeenten Edam-Volendam en Landsmeer. Samen met de andere drie omgevingsdiensten in de provincie Noord-Holland doorliepen we afgelopen jaar een intensief proces om in kaart te brengen welke expertise er op landelijk, provinciaal of lokaal niveau nodig is, beschikbaar was en verkenden we hoe we de samenwerking hierin met elkaar kunnen organiseren. Dit is een belangrijke eerste stap in het versterken van de provinciale samenwerking tussen de omgevingsdiensten, iets waar de opgave om vraagt.
Door de expertise, lokale kennis en inzet van onze medewerkers waren wij in 2024 in staat een stevige stap te zetten richting een toekomstbestendige uitvoering. Samenwerking Wij zijn een proactieve, klantgerichte kennisorganisatie, gewend om onze deelnemers te ondersteunen en trekken hierin als partners met elkaar op.
Jaarstukken 2024
5
De afgelopen jaren merkten wij dat de basis waarop deze samenwerking steunt, namelijk het juridische en financiële kader, aan actualisatie vraagt. De organisatie is gegroeid, het takenpakket is bij verschillende deelnemers toegenomen en de opgave verandert en wordt complexer. Daarnaast heeft zowel onze organisatie al onze deelnemers te maken met personele wisselingen, waardoor informele werkafspraken en historische kennis van en over de samenwerking niet langer geborgd zijn. Wij merkten dat er steeds vaker onduidelijkheid ontstond rond afspraken over de opdracht, financiële kaders en verantwoordelijkheden onderling. Om te zorgen dat er weer een gezamenlijk beeld ontstaat bij de basis, namelijk de afspraken en middelen, startten wij met onze deelnemers een programma om de GR, DVO- en financieringsstructuur te herijken. Dit programma startten we in 2024 en loopt door t/m 2026. De uitkomsten zullen een nieuwe basis geven vanaf 2027. In de tussentijd werken wij, samen met onze deelnemers, ketenpartners en collega-OD’s aan het versterken van de onderlinge samenwerking. Inzet is om optimaal gebruik kunnen maken van elkaar expertise en capaciteit bij het aanpakken van uitdagingen in ons werkgebied. Just Zandhuis MBA Directeur
Jaarstukken 2024
6
Algemene toelichting Onze vijftien deelnemers vormen samen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omgevingsdienst IJmond. Deze GR bepaalt in artikel 30 dat het Algemeen Bestuur de jaarstukken, voorzien van een controleverklaring, uiterlijk op 15 juli 2025 vaststelt. De datum van vaststelling van de jaarstukken 2024 is gepland op 9 juli 2025. Met ingang van 29 november 2010 is de GR Omgevingsdienst IJmond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 51365901 met als rechtsvorm: Publiekrechtelijke rechtspersoon; Openbaar Lichaam op basis van Gemeenschappelijke Regeling. Alle bedragen in de jaarrekening zijn exclusief BTW. ODIJmond is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die wij voor onze dienstverlening verzenden, verzwaard met het geldende tarief voor de omzetbelasting. Zelf kunnen wij geen beroep doen op het BTW-compensatiefonds. Verder is het officiële standpunt van de Belastingdienst (in 2016 ontvangen), dat ODIJmond géén activiteiten verricht die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Al onze activiteiten in 2020 waren vrijgesteld van vennootschapsbelasting (Vpb). In 2021 is dit gewijzigd. Een deel van de overige opbrengsten is aangemerkt als belastingplichtig. Dit is klein van omvang.
Rechtmatigheid In overeenstemming met het controleprotocol dat het algemeen bestuur op 1 november 2023 heeft vastgesteld, heeft de accountant de jaarrekening gecontroleerd op getrouwheid in overeenstemming met de richtlijnen van de verslagleggingsregels Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In november 2024 vond de interim-controle plaats door de accountant. De uitkomsten zijn uitgewerkt in de managementletter. Financieel resultaat Het financieel resultaat van 2024 is positief in vergelijking tot de begroting, voornamelijk door een niet-begrote bijdrage van het Interbestuurlijk Programma 2023-2024 en hogere rentebaten dan begroot. Beide factoren hebben een eenmalig karakter; zonder deze baten zou een negatief resultaat zijn verantwoord. Doorontwikkeling ODIJmond Medio 2024 is via een bestuursopdracht een externe analyse uitgevoerd over de positie van de dienst ten opzichte van haar opdracht. De uitkomsten en aanbevelingen zijn verwerkt in de rapportage "Twee zijden van de medaille". Uit deze analyse blijkt dat de opdracht en middelen niet meer in balans zijn, de organisatie teveel steunt op incidentele middelen en dat er meerjarige achterstanden zijn ontstaan in de uitvoering.
Het bestuur heeft besloten om de achterstanden bij hoog-risicobedrijven in te lopen, wat in de tweede helft van het jaar leidde tot herprioritering en extra inhuur voor toezicht en handhaving. De IBP-bijdrage heeft voorkomen dat hiervoor reserves aangesproken moesten worden. De rapportage bestuursopdracht is input geweest voor het Plan van Aanpak toekomstbestendige organisatie. In dit plan beschrijft ons bestuur hoe zij via een ontwikkelagenda van vijf punten de organisatie toekomstbestendig wil maken. Enerzijds betekent dat de basis op orde brengen en het ophalen van inzicht in de uitvoering van de opdracht. Anderszijds betekent dat dat gekeken is wat er nodig is om als organisatie te kunnen gaan voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria waaraan omgevingsdiensten op 1 april 2026 moeten voldoen. Na deze rapportage zijn eind 2024 de eerste
Jaarstukken 2024
7
verbeterstappen gezet. Onder begeleiding van een extern bureau is eind november met organisatiebrede steun besloten om de principes van zelforganisatie los te laten en terug te gaan naar meer centrale sturing via een hiërarchische organisatiestructuur. Er is een managementteam gevormd en in 2025 starten de procedures voor managementfuncties, waarmee centrale sturing wordt hersteld zonder afbreuk te doen aan de autonomie van medewerkers en teams. Belangrijk is dat er vanuit de bestuursopdracht ook nadrukkelijk is gekeken naar de noodzaak om de financieringsstructuur te herijken; het financieel volume en de mate waarin er gestuurd wordt op operationeel en financieel resultaat. Hier zijn belangrijke constateringen gedaan ten aanzien van het meerjarige financieel resultaat van de dienst, de hoofdlijnen: -
De organisatie is in een te grote mate afhankelijk geworden van incidentele middelen (diverse kortlopende overeenkomsten & subsidiestromen), terwijl de organisatiekosten structureel van aard zijn.
-
Het financiële volume is niet meer in balans met de omvang van de opdracht. Hierdoor is de dienst al meerjarig niet in staat de volledige opdracht van de deelnemers te realiseren. Er is geen gezamenlijk beeld welk gedeelte van de opdracht wel en niet is gerealiseerd over de afgelopen jaren.
-
Door het financiële volume niet tussentijds te herijken, maar nieuwe taken uit te voeren met de reeds beschikbare middelen is een herijking- en verdringingseffect ontstaan.
-
Het operationeel resultaat van de organisatie staat onder druk. Aan de subsidiestromen, die de afgelopen jaren in belangrijke mate zorgden voor een positief operationeel resultaat, zitten verplichtingen. Deze verplichtingen werden grotendeels uitgevoerd met eigen medewerkers. Door de uitvoering van deze verplichtingen door eigen medewerkers zijn andere taken, die door onze organisatie had moeten worden uitgevoerd, niet uitgevoerd. Hierdoor zijn er achterstanden ontstaan, maar is er ook rendement gerealiseerd.
-
Het verlofsaldo is de afgelopen jaren opgelopen naar een te hoog niveau. Door onvoldoende sturing op verlofopname maar ook door structureel te veel werkzaamheden met een te kleine organisatie uit te voeren.
Deze constateringen vragen een aantal interventies om te borgen dat de organisatie operationeel en financieel in controle komt en er op volledige wijze kan worden verantwoord richting de deelnemers. Hiervoor startten wij het eerdergenoemde Programma herijking GR, DVO- en financieringsstructuur. We pasten de organisatiestructuur aan, maakten een start om de planning & controle cyclus te verbeteren en hebben volop ingezet om achterstanden in te lopen. Om dit te kunnen realiseren verzochten wij onze deelnemers via een begrotingswijziging 2025 om aanvullende, incidentele middelen. Het bestuur besloot dit te ondersteunen, maar realiseert zich dat een groot deel van de onderliggende vraagstukken structureel van aard zijn. De jaren 2025 en 2026 zijn aangemerkt als transitieperiode waarin we inzichten verder uitwerken en samen met onze deelnemers de toekomstrichting bepalen. Het voornemen is om de inzichten, die in onze transitieperiode zijn uitgewerkt, vanaf 2027 te implementeren en te verankeren in een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling en financieringsstructuur. Hiermee werken we toe naar een toekomstbestendige organisatie. Voor een inhoudelijk toelichting op onze uitvoering verwijzen wij naar ons jaarverslag 2024.
Jaarstukken 2024
8
2 Programmaverantwoording Alle activiteiten van ODIJmond zijn samengevoegd in één programma: “Milieu en leefomgeving”.
2.1 Programma Milieu en leefomgeving 2.1.1 Doelstellingen De beleidslijnen die de gemeenten Beverwijk Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland, Zandvoort en de provincie Noord-Holland in hun milieubeleidsplannen en ons uitvoeringsprogramma hebben neergelegd, bepaalden in 2024 grotendeels onze werkzaamheden. ODIJmond is een uitvoerende dienst en ons doel is de wettelijke taken zo adequaat mogelijk uit te voeren. Daarnaast zijn wij erop gericht burgers en bedrijven te stimuleren en te ondersteunen om een duurzame ontwikkeling in de IJmond in beweging te brengen. De activiteiten van ODIJmond beperken zich al jaren niet meer tot alleen ‘klassieke’ milieutaken. In een aantal gemeenten wordt het toezicht ook integraal uitgevoerd op brandveiligheid, Bouw- en Woningtoezicht, de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO), Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) en Drank- en Horecawetgeving. Om haar medewerkers breed en sector overstijgend in te kunnen zetten, investeert ODIJmond in het opleiden van haar medewerkers. ODIJmond ziet voordelen in het verbreden van haar takenpakket waar deze inhoudelijk en/of procesmatig vergelijkbare voordelen biedt aan de verschillende opdrachtgevers, zoals het geval is bij de bundeling van milieutaken.
We zien dat verschillende thema’s in onze dienstverlening steeds specialistischer worden, dit vraagt meer expertise. Omdat hier naar de toekomst toe het juiste antwoord op te kunnen geven gaan wij ons richten op het extra opleiden van onze collega’s en het versterken van de samenwerking met de andere omgevingsdiensten op landelijk- en provinciaal niveau.
2.2 Samenvatting baten en lasten programma Milieu en leefomgeving Wij hebben in 2024 positief resultaat van €124.232 gerealiseerd na de mutaties in de reserves. Dit is inclusief een onttrekking uit de reserves. Het resultaat is hoger dan begroot. Niet begrote baten De projectbaten zijn hoger dan begroot. Het grootste aandeel hiervan is dat voor de uitvoering van het Interbestuurlijk programma 'versterking VTH-stelsel’ (IBP) hiervoor is minder ingehuurd is dan vooraf was begroot. De overige baten bestaan uit de vergoeding voor het opvragen van bodeminformatie, deze zijn lager dan begroot als gevolg van de stabilisatie van de woningmarkt. Daarnaast zijn hier de rentebaten verantwoord. De rentebaten waren niet begroot.
Jaarstukken 2024
9
Personeel, recruitment en inhuur In 2024 is het aantal medewerkers gestegen naar 149 (2023: 144). Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn we erin geslaagd vacatures in te vullen. Een belangrijke stap hierin was te investeren in eigen recruitment capaciteit die met zijn expertise een waardevolle bijdrage levert aan het genereren van sollicitaties en het invullen van vacatures. Tot nu toe hebben we 31 nieuwe collega's mogen verwelkomen en werken we aan de verdere optimalisatie van het recruitmentproces. Om de dienstverlening op het minimaal vereiste niveau te houden, hebben we meer gebruik gemaakt van externe inhuur dan begroot. We constateren dat zowel de niet-ingevulde vacatures als de toenemende complexiteit van het werk veel van onze medewerkers vraagt. We investeren extra in het opleiden en begeleiden van nieuwe medewerkers Verlofbalans Ondanks de verruiming van de verlofrechten in 2024 is het verlofsaldo in uren gedaald, maar in financiële waarde gestegen. Dit komt door de stijging van het interne uurtarief van €60,94 in 2023 naar €65,98 in 2024. Het totaal aantal verlofuren is gedaald van 18.596 uur in 2023 naar 16.527 uur in 2024. Stijgende overige bedrijfslasten De overige personeelslasten zijn hoger dan begroot omdat de organisatie in de afgelopen jaren sterk is gegroeid. Deze groei werkt ook door in de kosten voor het afnemen van onze licenties.
Waar wij als kleine organisatie gebruik konden maken van pilot systemen of ingroeiregelingen voor het gebruik van systemen, zien we dat dit niet meer mogelijk is. Dit betekent dat wij contracten hebben moeten afsluiten tegen hogere tarieven welke niet waren begroot Externe projectkosten In tegenstelling tot voorgaande jaren is er in 2024 voor de uitvoering van projecten externe capaciteit ingehuurd, aangezien deze niet konden worden uitgevoerd met de bestaande personele capaciteit. We zijn overgegaan op een zuiverdere aanpak waarbij extra capaciteit wordt ingehuurd voor zowel regulier als projectmatig werk. Met uitzondering van de formatiedekking worden de overschrijdingen op externe projectlasten direct gedekt door de projectbijdragen. Nog te besteden subsidies worden verantwoord in de jaren van daadwerkelijke uitvoering. Rentebaten In 2024 hebben wij voor het rente ontvangen vanuit het schatkistbankieren. Hierdoor zijn de rente baten hoger dan begroot, deze staan voor een groot gedeelte ter dekking van de overige bedrijfslasten overschrijdingen. De rente die verband houdt met subsidie of projectbijdragen die wij op rekening hebben, zijn toegerekend aan deze projecten en niet verantwoord als baten.
Jaarstukken 2024
10
TOTALEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
€
€
€
Totaal baten
18.253.795
14.253.112
16.227.402
Totaal directe lasten
13.996.176
11.035.454
13.106.521
Overhead
4.245.232
3.277.279
3.232.731
12.386
59.621-
111.850-
Toevoeging aan reserves
-
-
-
Onttrekking aan reserves
111.846
59.624
111.848
Resultaat
124.232
3
2-
Saldo van baten en lasten
Jaarstukken 2024
11
3 Verplichte paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De term ‘weerstandsvermogen’ verwijst niet naar euro’s, maar is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De omvang van reserves bepalen mede de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Uitgangspunt van het beleid voor de omvang van het weerstandsvermogen is dat de omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit tenminste voldoende moet zijn om de gekwantificeerde risico’s op te vangen. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en in de weerstandscapaciteit. Anders gezegd: het weerstandsvermogen geeft inzicht in de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) definieert dit als volgt: De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen en mogelijkheden waarover ODIJmond beschikt om financiële tegenvallers te dekken. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn risico’s die niet op een andere manier zijn te ondervangen.
3.2 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s betreffen mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed zijn te voorzien of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben) wordt verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. ODIJmond heeft de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren.
Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen die op 16 december 2020 is vastgesteld door het Algemeen bestuur. 3.2.1 Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming bedraagt €467.359. 3.2.2 Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfunctie zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen.
Jaarstukken 2024
12
3.2.3 Begrotingsruimte en stille reserves De begroting van ODIJmond is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte wordt niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. 3.2.4 Voorzieningen In 2024 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand en een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. Laatstgenoemde is zeer gering. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan voor 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.
3.3 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2024, vóór resultaatbestemming 2024) Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit
€
Algemene reserve
467.359
Totaal
467.359
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid (zie volgende pagina).
Jaarstukken 2024
13
Risicoanalyse 1
Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is weergegeven in figuur 1 tot en met 3.
Figuur 1 Kansverdeling
Jaarstukken 2024
14
Figuur 2 Berekening benodigde weerstandscapaciteit
Figuur 3 Tabel weerstandscapaciteit
Uit figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel van ODIJmond € 467.360 bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360. Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie In 2024 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd om het weerstandsvermogen te herijken. Wel is in de rapportage "Twee zijden van de medaille" een integrale analyse van de organisatie opgenomen. Naar aanleiding van deze rapportage is het programma GR, DVO en financieringsstructuur gestart. Nadat de uitkomsten van dit project bekend zijn, zal een herijking
Jaarstukken 2024
15
van ons weerstandsvermogen worden uitgevoerd. Deze gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat de beoordeling van risico's en benodigde buffers gebaseerd zal zijn op de meest actuele inzichten in onze financiële structuur en verplichtingen.
Risicoanalyse uitbreiding
3.4 Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigd weerstandsvermogen, kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend.
3.5 Conclusie weerstandsvermogen De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020, en het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dit rapport met een ratio van 1.0. In 2024 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd voor een herijking, maar wel is een integrale analyse opgenomen in de rapportage "Twee zijden van de medaille". Naar aanleiding hiervan is het programma GR, DVO en financieringsstructuur gestart. Sommige risico's zijn in kans of omvang toegenomen en er zijn ook nieuwe risico's geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen is echter nog niet berekend en daarom niet opgenomen in deze jaarrekening. Een volledige herijking van het weerstandsvermogen zal worden uitgevoerd nadat de uitkomsten van het project DVO-financiering bekend zijn.
Jaarstukken 2024
16
Onderstaande tabel geeft inzicht in de betekenis van het de weerstandsratio.
Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2,0 1,4 -2,0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uistekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
3.6 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in Artikel 113 van het BBV en worden in tabel 6 berekend en toegelicht. Ratio's
Oorspronkelijke Begroting
Gewijzigde begroting
Realisatie
2024
2024
2024
Netto schuldquote
-10,80%
-21,17%
-22,36%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-10,87%
-21,24%
-22,30%
5,14%
4,39 %
5,27%
Structurele exploitatieruimte
-9,17%
-5,73%
-28,29%
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. De langlopende lening van ODIJmond is aflossingsvrij. Er is geen sprake van rentelasten bij onze kortlopende schulden, grotendeels nog aan te wenden voor vooruit ontvangen specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de dienst in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Gezien ODIJmond een gemeenschappelijke regeling is waarbij het aanhouden van een groot eigen vermogen onwenselijk is, is solvabiliteit geen ratio om voor ons op te sturen. Het eigen vermogen betreft gelden van de deelnemende gemeenten. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijken wij naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Jaarstukken 2024
17
Grondexploitatie Wij exploiteren geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Belastingcapaciteit Omdat wij geen belastingen innen, is dit kengetal niet van toepassing.
3.7 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud van ons gebouw is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen:
•
Gemeente Beverwijk, het Stadhuis
•
Gemeente Beverwijk, het Verhuurkantoor (of marktkantoor)
Voor elk onderdeel is een apart MJOP opgesteld. Het huidige MJOP dateert van oktober 2020 en is door een extern bureau in opdracht van gemeente Beverwijk opgesteld. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hen gebruikte gebouwdeel. Er is besloten om de gebouwonderdelen die gezamenlijk worden gebruikt en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. Eind 2024 is een eerste analyse uitgevoerd ter voorbereiding op een nieuw MJOP. Uit deze analyse is gebleken dat het eerdere MJOP onvolledig is opgesteld doordat onder andere de elektronische installatie en ook de WKO installatie niet volledig zijn meegenomen. Deze installaties blijken aan vervanging toe te zijn omdat de economische levensduur is verstreken. Bovendien is het MJOP niet aangepast aan de huidige inflatie. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Per 31-12-2024 bedraagt deze voorziening ongeveer € 208.000. Voor 2024 is wel aanpassing in de voorziening meegenomen in verband met een correctie voor de inflatie, deze correctie is gebaseerd op de inflatiecijfers van het CPB, wat heeft geleid tot een stijging van € 8.000. In 2025 wordt samen met de gemeente Beverwijk het meerjarenonderhoudsplan geactualiseerd. Hierbij wordt ook de rol van de VVE ten opzichte van de eigenaren herzien.
Tot en met 2024 lag de uitvoering van het onderhoud bij medewerkers van de gemeente Beverwijk, maar dit past niet meer bij hun beschikbare capaciteit, mede door de toegenomen complexiteit van de installaties. Het gebouw is inmiddels de nieuwbouwfase gepasseerd, maar betreft het meerjarenonderhoudsplan is er onzekerheid over de toereikendheid van de hoogte van de voorziening voor deze nieuwe fase. Dit vraagt om een hernieuwde visie op het beheer en onderhoud van het gebouw voor de komende jaren, welke in 2025 zal worden opgesteld. Financiële verantwoording in 2024 De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. In overeenstemming met deze begroting heeft ODIJmond over 2024 hiervoor een bedrag van ongeveer € 28.000 als last verantwoord. Deze kosten komen in de jaarrekening tot uitdrukking onder de huisvestingskosten.
Jaarstukken 2024
18
3.8 Treasury/financiering In 2014 is het treasury statuut met daarin het treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld, namelijk: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogen en resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut; 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. In 2024 hebben wij actief op de hoogte van de saldi van onze betaalrekeningen gestuurd. De intentie is om de saldi van de bankrekeningen zo laag mogelijk te houden. De reden hiervoor is dat wij sinds 2014 aan verplichte schatkistbankieren meedoen.
Over de saldi die op onze schatkistbankieren bankrekeningen staan ontvangen wij rente. Door de gestegen rente in 2024 is over het geld in de schatkist een positief renteresultaat behaald van € 264.000. Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een lening van € 3.700.000 bij BNG Bank afgesloten met de looptijd van 10 jaar. In 2024 bedragen de rentelasten voor deze lening € 14.430. Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaar geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden.
Jaarstukken 2024
19
3.9 Bedrijfsvoering Wij hebben als doelstelling te blijven groeien naar een organisatie van professionals waarin een optimale dienstverlening centraal staat. In 2024 is bij de bedrijfsvoering aandacht besteed aan: Personeel Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is de formatie in 2024 gegroeid. Op 31 december 2024 bestond onze formatie uit 149 medewerkers met een fte van 135,8. Dit cijfer is exclusief externe inhuur en vacatures en is niet gecorrigeerd voor de generatiepactregeling. Gedurende 2024 zijn er 31 nieuwe medewerkers in dienst getreden. Helaas is een medewerker in de loop van het jaar overleden. Daarnaast hebben 24 medewerkers de organisatie verlaten, waarvan vier medewerkers met (vervroegd) pensioen. Deze ontwikkelingen weerspiegelen zowel de dynamiek binnen onze organisatie als de inspanningen om, ondanks de uitdagingen op de arbeidsmarkt, een stabiele en groeiende formatie te behouden.
De leeftijdsopbouw in 2024 laat aan het einde van het jaar met name in de categorie 20-30 en 4050 jaar een stijging ten opzichte van het begin zien.
Formatieoverzicht 2023 De opbouw van dienstjaren laat zien dat ruim een kwart (27%) van de medewerkers meer dan 15 dienstjaren heeft. Ruim 40% kent een dienstverband van 5 jaar of korter. Het aantal contracten voor bepaalde tijd is -net als vorig jaar- net boven de 20%.
Jaarstukken 2024
20
Formatie
Oorspronkelijke Begroting 2024
Gewijzigde Begroting 2024
Realisatie
62,3
63,4
65,1
39,5
43,8
33,9
27,9
30,3
36,1
2,1 131,8
2,5 140,0
2,5 137,6
2024
GR-formatie Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten Overheadformatie Formatie Regeling Generatiepact Totaal formatie 3.9.1 Opleiding en ontwikkeling In 2025 wordt een strategische personeelsplanning opgesteld. Uit de eerste analyses blijkt dat in de komende vier jaar een grote groep senioren de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Door de huidige arbeidsmarktsituatie blijkt dat vaak personeel moet worden aangetrokken met een lichter ervaringsniveau dan gewenst. Daarnaast zijn we begonnen met de ontwikkeling van een programma voor de doorgroei van medewerkers naar medior- en seniorniveau. In dit programma maken wij ook gebruik van de ODNL Academy die eind 2024 is opgestart vanuit ODNL. Al meer dan twintig jaar leiden wij eigen medewerkers op tot medewerker omgevingsrecht. Ook in 2024 zijn wij gestart met het opleiden van een groep van acht junioren. De opleiding duurt ongeveer zeven maanden. Via theorieles en het meelopen met controles (training on the job) stomen wij nieuwe collega’s klaar tot medewerker omgevingsrecht. De theorielessen worden verzorgd door onze eigen collega’s, wat eraan bijdraagt dat ook zij hun eigen vakkennis up-to-date houden. Voor de lichting van afgelopen jaar hebben wij ons gericht op zij-instromers. Onze nieuwe collega’s komen daarmee uit verschillende functies en branches en kijken ernaar uit om een nieuwe stap te zetten in hun carrière.
Wij hebben gedurende 2024 negen stagiaires een stageplaats aangeboden. Groeispurt Na het succes van de afgelopen 2 jaar, organiseerden wij ook in 2024 de groeispurt. Gestart werd met een gezamenlijk ontbijt en gedurende de maand oktober kregen onze collega’s de mogelijkheid om deel te nemen aan diverse inhoudelijke workshops, presentaties en (ontspannende) activiteiten. Tijdens de groeispurt is met een plenaire sessie aandacht gegeven aan de evaluatie en het herijkingsproces van de (zelf)organisatie, maar ook aan het vergroten van de kennis over werkinhoudelijke onderwerpen en de persoonlijke ontwikkeling. Voorbeelden daarvan zijn workshops Omgevingswet, Feedback geven en ontvangen, de WOO en trainingen als Word, Excel en B1-schrijven, Datamask (een tool om gegevens te anonimiseren) & AVG. We wisselden dit af met activiteiten zoals een natuurwandeling, fietstocht, bootcamp of stoelmassage.
Jaarstukken 2024
21
Onboardings programma welkom bij ODIJMOND Aan het eind van 2024 is een start gemaakt met een vernieuwd onboarding programma ‘Welkom bij ODIJmond!’ Belangrijk onderdeel van het programma is het onderwerp psychosociale arbeidsbelasting (PSA). PSA zijn alle belastende factoren in het werk die tot stress kunnen leiden. Met alle nieuwe medewerkers wordt – in aanwezigheid van HR- besproken hoe we met elkaar, binnen deze onderwerpen, omgaan. Ook wordt extra aandacht aan de mogelijkheden om contact op te nemen met onze externe vertrouwenspersoon. Het is belangrijk dat iedereen zich prettig voelt en dat wanneer dit niet zo voelt, je dat bespreekbaar mag en kan maken. Externe ontwikkelingen In 2024 lag er een bekrachtigde cao SGO 2024-2025, welke - naast een salarisverhoging per 1 januari en 1 oktober 2024 - een aantal belangrijke wijzigingen bevatte. Zo is de doorbetaling bij arbeidsongeschiktheid gelijkgetrokken met de landelijke wet- en regelgeving (104 weken loondoorbetaling voor arbeidsongeschiktheid op of na 31-12-2023). Is er een verplichte bijdrage (mits voldaan aan de voorwaarden) van de werkgever aan de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor medewerkers. De opzegtermijn van medewerkers die minder dan 5 jaar in dienst zijn, is van één maand naar twee maanden gegaan. En er moet een beleidsplan vitaliteit worden opgesteld.
Dit geven wij in 2025 verder vorm; het formuleren van een integraal vitaliteitsbeleid is één van de prioriteiten in ons HR-Jaarplan. We zien dat door de korte looptijd van de cao de afgelopen jaren, regeldruk ontstaat om regelingen aan te passen. Ook als het gaat om de diverse verlofregelingen die in de cao aanvullend werken op de geldende wettelijke regelingen. 3.9.2 Arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim Ziekteverzuim Het verzuimpercentage over 2024 is 5,38%. Het aantal meldingen is 190 met een ziekmeldfrequentie van 1,34. We zien een lichte stijging in het verzuim (vorig jaar was het percentage 5,17%), met name het lange en extra lange verzuim nam toe. We gaven afgelopen jaar veel aandacht aan dit verzuim en de ondersteuning daarbij. Dat leidde in een aantal gevallen tot een positieve oplossing. Tegelijk ontstonden er ook weer nieuwe meldingen. We zetten voor 2025 in op preventie en duurzame inzetbaarheid; onder andere door in huis een spreekuur te organiseren van een adviseur arbeid & gezondheid en (daardoor) een kortere lijn met de arbodienst. Ook stellen wij een integraal vitaliteitsbeleid op, waar ook de huidige cao handvatten voor geeft. Het verzuimcijfer over de eerste drie kwartalen van 2024 voor openbaar bestuur en overheidsdiensten is 6% (bron: CBS). In onderstaande grafiek zetten we het verzuimpercentage van ODIJmond af tegen de cijfers van het CBS.
Jaarstukken 2024
22
Uitleg verzuimduur •
Kort verzuim betreft verzuimmeldingen korter dan 8 dagen
•
Middellang verzuim betreft verzuimmeldingen tussen de 8 en 43 dagen
•
Lang verzuim betreft verzuimmeldingen met een duur tussen de 43 en 366 dagen.
•
Extra lang verzuim betreft verzuimmeldingen met een duur van 366 dagen en langer.
Jaarstukken 2024
23
3.9.3 Arbeidsomstandigheden In 2024 is de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) opgepakt. Een RI&E is een wettelijk verplicht instrument dat ons helpt om de risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn binnen onze organisatie systematisch in kaart te brengen en te evalueren. Het stelt ons in staat om gerichte maatregelen te nemen om deze risico’s te beheersen en de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Voor het opstellen van de RI&E zijn in 2024 verschillende acties afgerond. Vragenlijsten -met externe ondersteuning- over veiligheid en gezondheid binnen onze organisatie zijn ingevuld. Gesprekken met preventiemedewerker, inspecties van onze kantoren in Beverwijk en Wormer, externe inspecties bij collega’s van toezicht en handhaving, groepsinterviews met medewerkers zijn gehouden. En dit alles in gesprek en overleg met een vertegenwoordiger van de OR. Op basis van bovenstaand is een plan van aanpak opgesteld, dat in 2025 wordt afgerond en de acties worden in 2025 en 2026 opgepakt. Aanvullend valt te melden dat in 2024 de zgn. “Toolboxmeetings” met medewerkers zijn gehouden. Ook zijn Veiligheidsbewustzijnstrainingen (van SGS) gegeven. 3.9.4 Eigenrisicodrager Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en Ziekte Wet (ZW) Er is over 2024 geen instroom te rapporteren in zowel WGA als ZW.
3.9.5 Klachtbehandeling over 2024 In 2024 is slechts een klacht afgehandeld. Dit betrof een klacht in de zin van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) over een beweerdelijk klachtwaardige gedraging van een medewerker van Omgevingsdienst IJmond. Het betrof een geval dat in informele sfeer kon worden afgedaan. In 2025 zal team P&O klachtprocedures oppakken. Steviger borging – in samenspraak met het MT, juridische zaken en onze externe vertrouwenspersoon- staat centraal. Afgehandelde klachten (Hoofdstuk 9 van de Awb) Jaar
Aantal afgehandeld
Afkomstig van hoeveel personen
Oordeel met personele consequentie
Aantal door naar de Nationale Ombudsman
2021
4
3
0
0
2022
3
3
0
0
2023
2
2
0
0
2024
1
1
0
0
3.9.6 Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. •
Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting.
Jaarstukken 2024
24
In paragraaf 4.1 is een uiteenzetting gemaakt van de overschrijding op baten en lastenniveau. Gezien er sprake is van één programma binnen de Omgevingsdienst IJmond bekijken wij de begrotingsrechtmatigheid op dat niveau. Daaruit blijkt dat de totale lasten van €18.241.408 de lasten conform de gewijzigde begroting van €16.339.252 overschrijden met €1.902.156. Hiermee zijn deze lasten dus onrechtmatig. Tegenover deze extra lasten staan extra baten van €2.026.393 waarom deze worden gecompenseerd. Dit is conform de spelregels die het algemeen bestuur met het dagelijks bestuur heeft afgesproken in de financiële verordening. Het voorkomen van deze onrechtmatigheid is, door de lange doorlooptijd van het goedkeuringsproces van begrotingswijziging inclusief zienswijzen, uitdagend. Hierdoor is het voorkomen van budgetoverschrijdingen enkel mogelijk door de begroting conservatiever op te stellen waarbij voldoende ruimte in budgetten wordt verwerkt om tegenvallers op te vangen. Hierdoor is ook de uitzondering in de financiële verordening opgenomen dat overschrijdingen geaccepteerd worden door het algemeen bestuur, mits hier extra baten tegenover staan. Gezien hier sprake van is, zal de huidige werkwijze worden gecontinueerd en het algemeen bestuur zo goed als mogelijk worden geïnformeerd omtrent wijzigingen in de begroting. In 2024 heeft de omgevingsdienst voor €66.594 geïnvesteerd.
In totaal was er voor 2024 op basis van de bestuursrapportage een investeringskrediet beschikbaar gesteld van €46.000. Hiermee is dit krediet met €20.594 overschreden waarmee dit onrechtmatig is. Gezien de geringe omvang hiervan kleiner is dan de grens benoemd in artikel 8.3 van de Financiële verordening Omgevingsdienst IJmond artikel 212 Gemeentewet heeft dit verder geen invloed op de rechtmatigheidsverantwoording. •
Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Zoals in het gecommuniceerde en vastgestelde normenkader 2024 en controleplan 2024 is opgenomen, zijn hierop werkzaamheden uitgevoerd op de Europese aanbestedingen en naleving van de subsidievoorwaarden. Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan € 200.000 in de afgelopen 4 jaar en een uitgaaf van meer dan € 50.000 in 2024. Hierin zijn geen crediteuren aangetroffen die onterecht niet Europees aanbesteed zijn. Uit de uitgevoerde analyses op de naleving van de subsidievoorwaarden is vastgesteld dat er geen subsidiebaten zijn verantwoord waarbij is gebleken dat niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan. •
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. Een risico wat wij zien is dat toezichthouders worden omgekocht door bedrijven of personen om een ander oordeel te vellen. Gezien hier sprake is van beïnvloeding van eigen personeel betreft dit fraude en behoort dit niet tot het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.
Jaarstukken 2024
25
In 2024 zijn de directie en het dagelijks bestuur geen gevallen van fraude bekend.
3.10 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2024 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en de Provincie Noord-Holland. 3.10.1 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. In overeenstemming met de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren. Gegevens over 2024 van de VvE: a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
c.
Belang in de verbonden partij
d.
Verwachte omvang van het EV
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand 1-1-2024 en 31-12-2024: 3/16 deel. Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50. 1-1-2024: € 47.908 31-12-2024: € 47.908
Verwachte omvang van het VV
1-1-2024: € 597.245 31-12-2024: € 597.245
e.
Verwachte omvang van het financiële resultaat
Het VV bestaat per 31-12-2024 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud. € 32.473 positief resultaat verwacht (op basis van concept jaarrekening)
(*)
*Dit op basis van de jaarrekening over 2023. Nog geen definitieve jaarrekening ontvangen. Gedurende het boekjaar 2024 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
3.11 Wet Open Overheid Inleiding De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening
Jaarstukken 2024
26
wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. In de begroting 2023 is voor het eerst een openbaarheidsparagraaf opgenomen, evenals in de jaarstukken 2022. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1.
De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen.
2.
Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking.
3.
Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking.
4.
Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
Woo contactfunctionaris ODIJ heeft een Woo coördinator in dienst. Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo kent de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, zoals een kortere doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken en de verplichting om informatie actiever openbaar te maken. In totaal zijn in 2024 35 Woo-verzoeken ontvangen en afgehandeld. Hiervan is 1 verzoek afgedaan door een gesprek met de burgemeester. Twee verzoeken bleken pas achteraf geen Woo verzoek, maar een verzoek om openbare informatie. Daarnaast ontvingen we 7 verzoeken om zienswijze van andere bestuursorganen. Tegen besluiten op Woo-verzoeken kan bezwaar worden ingediend. In 2024 zijn 4 beslissingen op bezwaar genomen. Daarvan werd maar één bezwaarmaker deels in het gelijk gesteld, omdat er meer informatie was. Twee bezwaarmakers kregen ongelijk. Eén bezwaar werd voor een deel niet behandeld, omdat niet werd voldaan aan de eisen en voor het overige kreeg bezwaarmaker geen gelijk. Eén bezwaar werd ingetrokken. Actieve openbaarmaking De Woo verplicht overheidsorganen om zeventien informatiecategorieën actief te publiceren, waarvan tien voor ons gelden. Per 1 november 2024 is het verplicht om informatie over de organisatie en werkwijze en de bereikbaarheidsgegevens openbaar te maken.
De verplichting voor de eerstvolgende informatiecategorieën wordt pas eind 2025 verwacht. Deze zal bestaan uit het openbaar maken van de vergaderstukken van het Algemeen Bestuur, de agenda’s en besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur en de jaarplannen en jaarverslagen. Wij voldoen hier nu al bijna aan. Alleen de agenda’s en besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur zijn nog niet openbaar. De voorbereidingen hiervoor zijn al gestart. Vooruitlopend op de verplichtingen publiceren we al jaarverslagen, jaarplannen, onderzoeksrapporten en de Woo-verzoeken, besluiten en openbaar gemaakte documenten op onze website. Om te kunnen voldoen aan de toekomstige verplichte publicaties bereidden we ons in 2024 inhoudelijk en technisch voor. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen. In 2023 is een impact analyse opgesteld en dit is uitgewerkt in een plan van aanpak. Voor de actieve openbaarmaking en het op orde brengen van de informatiehuishouding is begin 2024 een projectgroep open overheid ingesteld. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van archief/Avg, communicatie, ICT, management en de Woo-coördinator, die ook projectleider is. De projectgroep is verantwoordelijk voor het bijstellen en uitvoeren van het plan van aanpak. Ook
Jaarstukken 2024
27
is extra aandacht voor bewustwording en worden interactieve trainingen aan onze medewerkers gegeven over de Wet open overheid.
Jaarstukken 2024
28
4 Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten programma Milieu en leefomgeving
Financiële begroting (incl. overhead) BATEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
GR-bijdragen Gemeente Beverwijk
1.201.498
1.209.573
1.226.497
Gemeente Bloemendaal
152.688
149.812
152.688
Gemeente Edam-Volendam
278.377
273.133
278.377
1.788.705
1.763.575
1.788.705
Gemeente Heemskerk
666.796
682.366
691.796
Gemeente Heemstede
150.404
147.571
150.404
Gemeente Landsmeer
156.244
153.301
156.244
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
132.817
130.315
132.817
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
316.679
310.714
316.679
Gemeente Oostzaan
135.022
132.478
135.022
Gemeente Purmerend
413.391
405.603
413.391
Gemeente Uitgeest
297.280
293.151
297.280
Gemeente Velsen
2.083.525
2.193.864
2.224.484
Gemeente Waterland
180.451
177.052
180.451
Gemeente Wormerland
194.669
191.001
194.669
Gemeente Zandvoort
174.150
170.869
174.150
GR-bijdragen deelnemers
8.322.696
8.384.378
8.513.654
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
9.772.879
5.828.734
7.596.748
158.220
40.000
117.000
18.253.795
14.253.112
16.227.402
Gemeente Haarlem
Overige baten Nagekomen baten TOTAAL BATEN
Jaarstukken 2024
29
Financiële begroting (incl. overhead)
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
Salarissen en sociale lasten
11.382.257
11.521.511
12.290.000
Werving & personeelsbeleid
102.126
24.000
74.000
LASTEN Personele lasten
Inhuur derden
1.271.919
152.500
600.000
Scholing & employability
193.613
288.038
328.038
Overige personeelslasten
251.942
210.000
210.000
13.201.857
12.196.049
13.502.038
Afschrijvingslast Gebouw
65.260
65.300
65.300
Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris Afschrijvingslast Vervoermiddelen Afschrijvingslast ICT
100.090
100.000
100.000
169
5.000
5.035
80.772
127.125
128.015
Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslasten
15.093
14.430
14.430
261.384
311.855
312.780
PZ-zaken/ salarisadministratie Organisatieontwikkeling
49.062
47.430
47.431
60.059
25.625
25.625
Accountants- en advieskosten Huisvestingskosten
147.883
40.000
40.000
270.935
268.000
268.000
Facilitaire kosten
31.590
26.000
26.000
ICT-kosten
472.123
365.000
415.000
Handhavingskosten
47.971
39.000
39.000
Algemene kosten
380.697
311.685
361.685
1.325
1.200
1.200
1.461.595
1.123.940
1.223.941
3.300.227
680.889
1.300.493
16.345
-
-
-
-
-
18.241.409
14.312.733
16.339.252
Subtotaal personele lasten Kapitaalslasten
Overige bedrijfslasten
Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslasten Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschapsbelasting TOTAAL LASTEN
Jaarstukken 2024
30
TOTALEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2024
2024
2024
Totaal baten
18.253.795
14.253.112
16.227.402
Totaal directe lasten
13.996.176
11.035.454
13.106.521
Overhead
4.245.232
3.277.279
3.232.731
12.386
59.621-
111.850-
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves
-
-
-
Onttrekking aan reserves
111.846