3. Bijlage 2 Nota van Beantwoording
Tekst van het document
antwoord De buurt Zuiderhout bestaat, naast enkele complexen, voor een groot deel uit een open bebouwingsstructuur met vrijstaande en tweeonder-één kapwoningen. De bebouwing dateert hoofdzakelijk uit het interbellum. Ook zijn er naoorlogse woningen. Door de verkaveling en het type bebouwing is, naast het voordakvlak, ook het zijdakvlak vaak beeldbepalend en duidelijk zichtbaar vanaf de straat. Het plaatsen
aanpassing Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8, ter verduidelijking aangevuld.
Haarlem heeft grote duurzame ambities, met zo'n concervatieve instelling gaan we die natuurlijk nooit halen!
van panelen in het zicht, verhoudt zich in het algemeen niet goed tot het karakteristieke bebouwingsbeeld uit het interbellum. In specifieke gevallen, bijvoorbeeld bij naoorlogse bebouwing, kunnen er, met behoud van kwaliteit soms wel mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. De diversiteit van de bebouwing maakt dat het in algemene zin lastig is om vooraf aan te geven in hoeverre panelen geplaatst kunnen worden zonder onevenredige aantasting van de kwaliteit van de architectuur en het straatbeeld. Dit blijft dus maatwerk. Hierbij wordt getoetst aan hoofdstuk 5 Ruimte voor maatwerk, pagina 21, en kan contact met de gemeente opgenomen worden. Bij niet monumenten is voor het plaatsen van zonnepanelen op het achterdakvlak, wanneer dit niet grenst aan het openbaar gebied, geen vergunning nodig, zie eventueel bijlage 4 uit het beleid. Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8, ter verduidelijking aangevuld.
AR Nr. 1
opmerking Inspraakreactie op concept vernieuwd beleid gemeente Haarlem Zonnepanelen in beschermd stadsgezicht en op monumenten. Geachte, Hierbij onze reactie op het concept voor vernieuwd beleid zonnepanelen. Vernieuwing van dit beleid is hard nodig om het voor burgers en bedrijven makkelijker te maken om zonnestroom
antwoord Goed om te horen dat u ook van mening bent dat het goed is dat het beleid vernieuwd wordt en dat het makkelijker wordt gemaakt voor burgers en bedrijven om zonne-energie te benutten. Het beleid past bij de uitwerking van het Actieplan Schone Energie wat in het kader van de Regionale Energie Strategie is vastgesteld.
aanpassing Nee
en -warmte op te wekken en daarmee bij te dragen aan de opgave die de stad heeft om minder duurzame energiebronnen te vervangen door duurzamere, onder andere verwoord in het coalitieakkoord, de transitievisie warmte, doelstellingen Haarlem klimaatneutraal in 2030, Regionale Energie Strategie en het uitroepen van de klimaatnoodtoestand door de gemeenteraad. Het concept vernieuwd beleid zonnepanelen is in strijd met dit beleid en signaal van de gemeenteraad. Wie A zegt moet ook B zeggen en serieus werk maken van het bieden van kansen voor zonnepanelen in Haarlem. Positief is dat het concept, als het wordt aangenomen, het mogelijk zal maken dat onder de nieuwe Omgevingswet, onder bepaalde voorwaarden, geen vergunning meer aangevraagd hoeft te worden voor het leggen van zonnepanelen en -collectoren op platte daken. Echter het concept heeft de volgende grote tekortkomingen: 1. Veel naoorlogse woningen vallen ten onrechte onder een streng regime voor zonnepanelen en -collectoren op schuine daken zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Bijvoorbeeld een paar honderd woningen gebouwd tussen circa 1980 en 2000 ten oosten van het ECL. In totaal gaat het om duizenden woningen die ten onrechte strenge beperkingen krijgen opgelegd en daardoor niet voluit mee kunnen doen aan de opgave voor verduurzaming van de energievoorziening. 2.
De voorgestelde legplannen leiden tot ‘postzegelpanelen’ op relatief grote daken, bijvoorbeeld op woningen aan de Zaanenlaan worden maar 6 panelen toegestaan. Met de nieuwe technieken, passtukken, dummypanelen, micro-omvormers en optimizers, is een veelvoud aan panelen mogelijk. 3. Dat is des te pijnlijker omdat het concept bij toegestane panelen ook PVT panelen noemt. Dat is een belangrijke nieuwe techniek die dubbele energieopbrengst mogelijk maakt aan stroom en warmte door deze te koppelen aan warmtepompen. Daarvoor zijn tenminste 10 PVT panelen per woning nodig en dat wordt onmogelijk gemaakt door de getoonde legplannen. De
Een belangrijk element van het beleid is dat vooraf zoveel mogelijk inzichtelijk wordt gemaakt wat kan en welke voorwaarden er gelden zodat, daar waar het kan, het eenvoudiger wordt om zonnepanelen te plaatsen. 1. Voor de inbreidingslocatie met de meer recent gebouwde woningen ten oosten van het Eerste Christelijke Lyceum, is aangeven dat er mogelijkheden zijn voor panelen, ook wanneer deze in het zicht liggen. Een goed legplan is hierbij wel nodig. Deze bewoners kunnen dus zeker meedoen aan de verduurzaming van de energievoorziening. 2. Het beleid staat het gebruik van genoemde technieken en passtukken/ dummypanelen niet in de weg. Aangegeven legplannen zijn een uitnodiging om aan de slag te gaan. Wanneer op zorgvuldige meer panelen mogelijk zijn en dit niet leidt tot verrommeling zijn hier mogelijkheden. Dit is wel maatwerk waarbij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) om advies wordt gevraagd. 3. Ook in het beleid in Haarlem kan gebruik gemaakt worden van PVT-panelen (zie eventueel p 17 Type panelen, onder a). Het aantal is afhankelijk van hoe het dak er specifiek uitziet en hangt bijvoorbeeld samen met de aanwezigheid van dakkapellen, dakramen en schoorstenen. Dit is in andere gemeenten niet anders.
gemeente Leiden heeft voorbeelden van legplannen die wel PVT panelen mogelijk maken in het zicht in beschermd stadsgezicht. Deze zijn ook minder rommelig dan de voorbeelden in het concept. Zijn deze legplannen bij de gemeente Haarlem bekend? Zo ja, waarom volgt de gemeente Haarlem dit voorbeeld niet? Het is ook mogelijk om toe te staan op een heel dakvlak de dakpannen te vervangen door panelen met passtukken en zonnepanelen. Dat is in beschermd stadsgezicht, met uitzondering van monumenten, fraaier en minder rommelig dan wat nu wordt voorgesteld met randen van minimaal twee dakpannen die zichtbaar moeten blijven, afstanden tot kilkepers etc. 4. Waarom zijn zonnepanelen op dwarskappen niet toegestaan? De landelijke RCE richtlijnen sluiten dit niet uit, dus sta dit gewoon toe. 5. Waarom eindeloze zichtlijnen hanteren? De gemeente Leiden heeft deze beperkt tot maximaal 35 meter vanaf 1,80 meter hoogte met de reden dat op een bepaalde afstand zonnepanelen niet hinderlijk zijn, zeker als wordt voldaan aan regels wat betreft de kleur, niet spiegelend, patroon en dergelijke. Kennelijk staan de landelijke RCE richtlijnen dat toe en dat zou Haarlem als regel kunnen vastleggen. 6.
In het concept staan een aantal hinderlijke spel- en taalfouten, maar de kansenkaart zit vol met ernstige fouten: platte daken die als schuine daken worden bestempeld, vreemde patronen zijn te zien op individuele woningen waardoor burgers en bedrijven niet weten waar ze aan toe zijn en ambtenaren niet waar ze aan moeten toetsen. Kennelijk zitten er fouten in het algoritme waarmee de kaart is gemaakt. Deze fouten moeten worden hersteld voor de gemeenteraad erover kan oordelen. 2 voorbeelden: 7. Als alternatief voor zonnepanelen op eigen dak wordt deelname aan een energiecooperaties aangeraden of afname van groene stroom. De dakruimte voor energiecooperaties is echter zeer beperkt in verhouding tot de huidige en toekomstige elektriciteitsvraag. Groene stroom is op basis van Garanties Van
Het college is bekend met het beleid van de gemeente Leiden. In dit beleid is een vergelijkbare richting gekozen waarbij, daar waar het kan, ruimte is voor panelen in het zicht met een goed legplan en op andere plaatsen geen ruimte wordt gezien voor panelen in het zicht. Wat een goed legplan is verschilt per type architectuur en per gebouw.. In Haarlem gaat het hierbij met name om complexmatige bebouwing uit het interbellum. Hier zijn de voorbeeld-legplannen met name op gericht. Passtukken en dummypanelen worden expliciet genoemd als mogelijkheid. Dakvlakvullende oplossingen kunnen interessant zijn. Vaak is dit echter niet goed mogelijk in verband met dakkapellen, dakramen en schoorstenen. Verwachting is niet dat dit op grote schaal toegepast gaat worden. In het beleid is ruimte voor maatwerk. Dit wordt dan beoordeeld door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). 4.Naast de plekken waar specifiek is aangegeven dat zonnepanelen ook in het zicht mogen is er in principe ruimte voor zonnepanelen wanneer deze niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied, dit betreft platte daken maar ook schuine daken en dwarskappen. Op de tekening van pagina 14 is dit ook aangegeven.
Oorsprong en draagt daardoor niet of nauwelijks bij aan verduurzaming van de elektriciteitsopwekking, dat is al jaren bekend. Wij raden aan om serieuze aanpassingen te doen aan het concept en daarmee de kansen voor zonnepanelen in Haarlem verder uit te breiden en in overeenstemming te brengen met andere beleidsdoelstellingen en oproep van de gemeenteraad, volgens deze en andere inspraakreacties. En verder roepen wij op om de werkelijke visuele vervuiling in beschermd stadsgezicht en op en aan monumenten aan te pakken: bijvoorbeeld de vele schreeuwerige winkelpuien in de historische binnenstad op ooghoogte, verkeersaders, geparkeerd blik (auto’s) etc. Er horen enkele figuren bij deze inspraakreactie. Graag horen wij hoe wij die aan u kunnen toesturen.
De gemeente Leiden er een jaar geleden wel in is geslaagd om een eenduidige kansenkaart te maken. Het Posthuis in het Zaanenpark aan de Mercuriustraat dat herbouwd moet worden heeft ook een eigenaardig patroon:
5. Zonnepanelen zijn ook van een grotere aftand dan 35 meter heel duidelijk zichtbaar. Het is daarom niet wenselijk een dergelijke afstand op te nemen. 6. De kansenkaart geeft een indicatie van de mogelijkheden voor zonnepanelen. De kansenkaart is met zorgvuldigheid samengesteld. Het betreft een ‘automatisch’ gegenereerde kaart. Dit betekent dat er soms onvolkomenheden in zitten. Naar aanleiding van de reacties is de kaart nogmaals nagelopen en zijn enkele onvolkomenheden eruit gehaald. 7. Collectieve zonnedaken zijn een mooi alternatief voor mensen die weinig of geen mogelijkheden hebben voor zonnepanelen op hun eigen dak. Afgelopen jaar zijn er meerdere collectieve daken in Haarlem geopend en ook komende jaren wordt samen met energiecorporaties gewerkt aan de realisatie van nieuwe daken. De gemeente heeft daarvoor ook meerdere daken beschikbaar gesteld. Het voorgestelde beleid past binnen het beleid van de gemeente. Uit de inspraakreacties komt een gevarieerd beeld naar voren van bewoners en (belangen)organisaties. Hierin wordt zowel gepleit voor verdere verruiming van de mogelijkheden als voor het terugbrengen van de mogelijkheden met het oog op erfgoedwaarden. Ook zijn er reacties die aangeven een goede balans te zien in de gekozen lijn.
De genoemde beeldkwaliteit ten aanzien van o.a. winkelpuien en geparkeerde auto’s etc. valt buiten de scope van dit stuk. AS Nr. 1
opmerking Na kennisneming van de kansenkaart wilde ik graag een reactie geven op het concept van zoals gepubliceerd eind oktober 2021. Helaas moet ik constateren dat er geen enkel voordakvlak in de Zuiderhout geel is aangemerkt. In de Koninginnebuurt en Haarlem Noord zie ik wel diverse gele daken, o.a. op plekken met jaren 80 woningen. Ik vraag me af hoe deze afweging is gemaakt aangezien de uniformiteit in de Zuiderhout ver te zoeken is en er reeds een bonte mix van zeer diverse huizen staat uit uiteenlopende decennia? Zo kan ik me voorstellen dat er versoepelingen mogelijk zijn voor de wat moderne huizen (zoals bijvoorbeeld het cluster jaren 80 woningen aan de Fred. Hendrik, Prins Maurits en Anna van Burenlaan). Uit recente ervaring wordt een aanvraag voor zonnepanelen op een schuin voordakvlak bij deze woningen klakkeloos afgekeurd, zelfs als er grote moeite wordt gedaan de uniformiteit te waarborgen door het aanpassen van legplan en kleur. Het lijkt me dat we met de huidige klimaatcrisis en gestelde doelen (zowel van het rijk als de gemeente) ons niet kunnen veroorloven deze kansen te laten liggen in deze wijk? Daarom graag een heroverweging voor de mogelijkheden in de Zuiderhout, met name in de bovengenoemde straten.
antwoord De buurt Zuiderhout bestaat, naast enkele complexen, voor een groot deel uit een open bebouwingsstructuur met vrijstaande en tweeonder-één kapwoningen. De bebouwing dateert hoofdzakelijk uit het interbellum. Ook zijn er naoorlogse woningen. Door de verkaveling en het type bebouwing is, naast het voordakvlak, ook het zijdakvlak vaak beeldbepalend en duidelijk zichtbaar vanaf de straat. Het plaatsen van panelen in het zicht, verhoudt zich in het algemeen niet goed tot het karakteristieke bebouwingsbeeld uit het interbellum.
In specifieke gevallen, bijvoorbeeld bij naoorlogse bebouwing, kunnen er, met behoud van kwaliteit soms wel mogelijkheden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. De diversiteit van de bebouwing maakt dat het in algemene zin lastig is om vooraf aan te geven in hoeverre panelen geplaatst kunnen worden zonder onevenredige aantasting van de kwaliteit van de architectuur en het straatbeeld. Dit blijft dus maatwerk. Hierbij wordt getoetst aan hoofdstuk 5 Ruimte voor
aanpassing Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8, ter verduidelijking aangevuld.
maatwerk, pagina 21, en kan contact met de gemeente opgenomen worden.
Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8, ter verduidelijking aangevuld. AT Nr. 1
opmerking Samenvatting van zienswijze, zie eventueel de bijlage bij deze nota voor de volledige zienswijze van Erfgoedvereniging Heemschut. Erfgoedvereniging Heemschut geeft aan het beleid in algemeen zorgvuldig en goed doordacht te vinden. Wel worden er voorstellen voor aanpassingen gedaan. Samengevat wordt genoemd dat als uitgangspunt geldt dat panelen niet zichtbaar zijn vanaf de staat, met uitzondering van specifieke bebouwing, zoals aangegeven op de kansenkaart, welke net als andere afwijkingen altijd maatwerk zijn waarvoor een strak kwaliteitsregime geldt.
antwoord Dank voor uw reactie. Het college vindt het behoud van het historische stadsbeeld en kwaliteit van monumenten en het beschermde stadsgezicht van belang. Dit betekent niet er geen of weinig ruimte is voor verduurzaming en plaatsen van zonnepanelen. De kansenkaart laat zien dat er veel onbenutte ruimte is. Dit kan vaak uit het zicht van het openbaar toegankelijk gebied. Op sommige plekken is er ruimte voor panelen in het zicht met een goed legplan. Het beleid is erop gericht om daar waar het kan meer ruimte te geven en de beschikbare ruimte beter te benutten. Dit betekent een aanpassing van het huidige beleid waarbij meer ruimte is voor zonne-energie.
aanpassing Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8 ter verduidelijking aangevuld De koppeling met de categorieën is in de tabel opgenomen. Een verwijzing naar de kleur op de kansenkaart is toegevoegd. De leesbaarheid van de bijlage RCE zal verbeterd worden.
2
Aangegeven wordt dat de legenda onvoldoende duidelijk is en ongewenste verwachting oproept.
Er is zorgvuldig naar gekeken naar de legenda van de kansenkaart. Bij de legenda wordt een nadere uitleg gegeven onder de i. Hiermee is wordt een genuanceerd beeld gegeven over de mogelijkheden.
3
Kansenkaart heeft grillige vlakken en is soms niet goed leesbaar. Gevraagd wordt dit duidelijker te maken.
De kansenkaart geeft een indicatie van de mogelijkheden voor zonnepanelen. De kansenkaart is met zorgvuldigheid samengesteld. Het betreft een ‘automatisch’ gegenereerde kaart. Dit betekent dat er soms onvolkomenheden in zitten. Naar aanleiding van de reacties is de kaart nogmaals nagelopen en zijn enkele onvolkomenheden eruit gehaald.
4
Uitsnede van de kansenkaart van de historische binnenstad is niet opgenomen in het beleidsstuk.
Een uitsnede van de kansenkaart ter plaatse van binnenstad is opgenomen op pagina 11 van het beleidsstuk.
5
Aangegeven wordt dat het vergunningsvrij maken van panelen uit het zicht op schuine en platte daken te risicovol is.
Vergunningsvrij betekent niet regelvrij. Het vergunningsvrij maken biedt een mogelijkheid om het eenvoudiger te maken voor initiatiefnemers om panelen te plaatsen. Onder de voorwaarden die in het toetsingskader gegeven zijn worden mogelijkheden gezien om voor platte daken en schuine daken uit het zicht (bij niet monumenten) te kijken naar de vergunningsplichtig. Hierbij wordt opgemerkt dat voor niet monumenten in de huidige situatie op basis van landelijke regelgeving het plaatsen van panelen op het achterdakvlak, niet grenzend aan het openbaar gebied,
6
Gevraagd wordt om in Deel II toetsingskader een tekstdeel op te nemen naast de genoemd toetsingskader ook de overige regels / toetsingskader mbt beschermde stadsgezichten, monumenten en orde 2 panden van toepassing zijn.
7
Gevraagd wordt om op pagina 16 een zinsnede toe te voegen waarmee het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen afhankelijk wordt gemaakt van dat dit ‘niet zichtbaar is vanaf het openbaar gebied’ en het ‘historische stadsbeeld niet verstoord’.
8
Heemschut adviseert nogmaals goed te kijken naar de categorie Ruimte voor maatwerk en een goed idee (hoofdstuk 5), met name in relatie tot monumenten en orde 2 panden. Gevraagd wordt of dit afwegingskader toereikend is. Gevraagd wordt of naast de ARK ook de afdeling erfgoed hierbij om advies gevraagd moet worden.
9
Er worden verschillende tekstvoorstellen gedaan. Gevraagd wordt expliciet op te nemen dat het bij monumenten gaat om rijks- en gemeentelijke monumenten, hoofdstuk 1.
vergunningsvrij is. Verwacht wordt dat een mogelijke uitbreiding hiervan voor de genoemde categorieën, onder de voorwaarden van het toetsingskader zoals aangegeven in het beleid, niet tot onaanvaardbare situaties leidt. Duidelijke communicatie en handhaving zijn hierbij randvoorwaarden. We begrijpen deze suggestie maar een dergelijke aanvulling is niet nodig. Voor de omgang met zonnepanelen geeft het voorliggende beleid met het gegeven toetsingskader en afwegingskader een voldoende duidelijk beeld. Hiermee worden geen ongewenste verwachtingen gewerkt maar wordt op zorgvuldige wijze de ruimte geschetst die aanwezig is voor het de opwek van zonne-energie. De mogelijkheid voor het vergunningsvrij plaatsen van panelen op het achterdakvlak, wanneer dit niet grenst aan het openbaar gebied, bij niet monumenten, is opgenomen in landelijke regelgeving, (Besluit ruimtelijke ordening (Bor), Bijlage II). Het afwegingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is uitgebreid en biedt voldoende richting op basis waarvan concrete aanvragen getoetst kunnen worden door de ARK. De afdeling erfgoed adviseert hierbij voor zover het monumenten betreft, zowel binnen en als buiten de beschermde stadsgezichten. De meerwaarde van het benoemen hiervan wordt in deze context niet gezien aangezien er in dit kader beleidsmatig geen onderscheid is.
10
Aanvulling waarbij in plaats van het woord ‘onrustig’ wordt aangegeven dat het een ‘onnodige verstoring van de kwaliteit van het historische stadsbeeld’ betreft, hoofdstuk 2.
11
Paragraaf 2.1., 4e alinea suggereert te veel ruimte voor het plaatsen van zonnepanelen in het zicht met een goed legplan.
12
Verzocht wordt om op pagina 19, onder Toetsingskader, een zinsnede toe te voegen over bijzondere of kwetsbare materialen.
13
In paragraaf 2.3 expliciet vermelden dat voor Haarlem Zuid het plaatsen van panelen in het zicht moeilijk niet mogelijk is.
De gekozen redactie is wat algemener dan in de inspraakreactie wordt voorgesteld. In deze inleidende paragraaf wordt, de meerwaarde van het aangegeven tekstvoorstel niet gezien. Dit beeld wordt niet herkend. Er is gedetailleerd en precies beschreven waar ruimte is zonnepanelen. Op de kansenkaart is dit indicatief in beeld gebracht. Hiermee vinden wij dat sprake is van een zorgvuldige communicatie over de mogelijkheden. Het is niet nodig om dit hier toe te voegen omdat, dit al is opgenomen bij het betreffende toetsingskader onder d. op pagina 20. Naar aanleiding van de reacties is deze paragraaf aangevuld met: Het beschermde stadsgezicht van HaarlemZuid bestaat, naast enkele complexen, over het algemeen uit een open bebouwingsstructuur met vrijstaande en tweeonder-één kapwoningen. De bebouwing dateert hoofdzakelijk uit het interbellum. Ook zijn er naoorlogse woningen. Door de verkaveling en het type bebouwing is, naast het voordakvlak, ook het zijdakvlak vaak beeldbepalend en duidelijk zichtbaar vanaf de straat. Het plaatsen van panelen in het zicht, verhoudt zich in het algemeen niet goed tot de karakteristieke bebouwing uit het interbellum.
14
Paragraaf 2.4, er wordt gepleit voor meer verwachtingsmanagement bij het voorbeeld van de Zaanenlaan
Naar aanleiding van de reactie is paragraaf 2.3, pagina 8 ter verduidelijking aangevuld Opgemerkt wordt de panelen in het voorbeeld inmiddels geregisseerd zijn volgens het
en een koppeling te maken met de gele categorie (panelen in het zicht met een goed legplan.
legplan, waar in deze paragraaf naar verwezen wordt. Geschetste mogelijkheden zijn dus reëel. Het is op deze plek niet nodig om naar de categorieën te verwijzen. Voor de leesbaarheid is gekozen om het algemene deel niet technisch te maken. De koppeling met de categorieën is in de tabel opgenomen. Een verwijzing naar de kleur op de kansenkaart is toegevoegd. De reactie leidt tot aanpassing op dit punt. De toevoeging is hier de nodig. Aan het begin van de tekst is duidelijk aangegeven dat het gaat om panelen uit het zicht. Toevoeging in op deze plek is niet nodig. Om herhaling te voorkomen is er niet voor gekozen hier nogmaals op in te gaan. Hier is wel verwezen naar de kansenkaart waarmee duidelijk is voor welke bebouwing dit geldt.
15
Aangegeven wordt dat de categorieën uit de tabel op pagina 14 gekoppeld kunnen worden aan de categorieën en de kleuren op de kansenkaart.
16
Toevoegen op pagina 15 in de titel dat het gaat om platte daken uit het zicht in verband met het kweken van verwachtingen.
17
Op pagina 17 toevoegen welk soort bebouwing in aanmerking komt voor deze categorie, panelen in het zicht met een goed legplan, ivm verwachtingen.
18
Verder uitschrijven van criteria onder a met betrekking tot de aanwezigheid van onvoldoende alternatieven.
19
Toevoegen op pagina 19 in de inleidende alinea dat plaatsing niet mogelijk is wanneer het kwetsbare of bijzondere materialen betreft e.e.a. bij de criteria is opgenomen.
20
Gesuggereerd wordt om hier in algemene zin ook aan te geven dat de erfgoedwet van toepassing is en de belangrijkste criteria te benoemen met betrekking tot behoud van monumentwaarden.
Genoemde toevoeging valt buiten de scope van dit stuk. Voor de leesbaarheid is er niet voor gekozen om dit op te nemen.
21
Aangegeven wordt dat Heemschut Bijlage 4 niet duidelijk vindt en adviseert geen vergunningsvrije categorie op te nemen.
Het vergunningsvrij plaatsen van panelen op het achterdakvlak niet grenzend aan het openbaar gebied, bij niet monumenten, is opgenomen in landelijke regelgeving, (Besluit
Het verder uitschrijven hiervan is niet nodig. Dit betreft een afwegingskader waarbij ruimte is voor maatwerk. Genoemde criteria onder a past hierbij. Om herhaling te voorkomen is ervoor gekozen dit niet tweemaal op te nemen.
22
AU Nr. 1
Afwegingskader van de RCE in bijlage 6 is slecht leesbaar.
ruimtelijke ordening (Bor), Bijlage II). De uitleg is ons inziens voldoende duidelijk. De leesbaarheid van deze bijlage zal verbeterd worden. Dit wordt aangepast.
opmerking antwoord Samenvatting reactie Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK), Belangrijk uitgangspunt is dat panelen op zie eventueel de bijlage bij deze nota voor de volledige reactie. platte daken niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied. Hiervoor is voldoende De commissie is positief over de kansenkaart die veel duidelijkheid afstand tot de dakrand nodig. Als vuistregel is geeft aan bewoners. Wat betreft het concept-beleidsstuk heeft zij hierbij opgenomen dat de afstand minimaal de volgende opmerkingen: gelijk is aan de hoogte van de panelen. Zij adviseert uitspraken te doen over hellingshoek van Wanneer de zichtlijnen langer zijn kan meer zonnepanelen op een plat dak (p. 15) en de richting van afstand nodig zijn, om te zorgen dat panelen zonnepanelen ten opzichte van de zon, dakvlak en zichtlijnen. uit het zicht liggen. Het specifiek vastleggen van een (minimale / maximale) hellinghoek wordt niet nodig geacht. Hoewel de optimale hoek circa 36 graden is, worden zonnepanelen onder een steeds kleinere hoek op een plat dak gelegd om schaduwvorming te minimaliseren. Ten aanzien van de richting van de panelen is opgenomen dat deze in een zo rustig mogelijk patroon geplaats worden en zoveel mogelijk evenwijdig aan de dakrand, nok, of gootlijst, pagina 15.
Dit criterium is opgenomen om te voorkomen dat het dakenlandlandschap, zoals zichtbaar vanaf een hoger gelegen punt, niet onnodig verrommeld. Gelet op het belang van een goede oriëntatie op de zon is dit geen harde eis, bij monumenten kan dit soms anders zijn.
aanpassing Nee
2
Zij waarschuwt voor het beperkte draagvermogen van sommige historische bebouwing. Ze wil ervoor waken dat ingrijpende wijzigingen aan historische constructies gedaan moeten worden die ten koste gaan van monumentale waarden.
Ingrijpende wijzigingen aan historische constructies vanwege de plaatsing van zonnepanelen zijn niet gewenst. Gelet op de hoge kosten, in relatie tot de terugverdientijd van de zonnepanelen, wordt niet verwacht dat dit veelvuldig voor zal komen. Bij de vergunningaanvraag wordt dit aspect door de gemeente in de gaten gehouden. Hierbij wordt opgemerkt dat bij het toetsingskader voor monumenten, pagina 20, als voorwaarde is opgenomen dat het aanbrengen van panelen of collectoren reversibel moet zijn en verwijdering zonder blijvende schade moet kunnen plaatsvinden. Ook is aangegeven dat plaatsing niet mag leiden tot sloop van karakteristieke elementen.
3
Ook waarschuwt zij ervoor dat bepaalde type panelen in de toekomst mogelijk niet leverbaar meer zijn en de technische vooruitgang heel snel gaat waardoor er alsnog verrommeling kan ontstaan van het straatbeeld in beschermd stadsgezicht.
Dit is inderdaad een aandachtspunt voor legplannen die niet op één moment gerealiseerd worden maar waar buren op een later moment ‘aanhaken’.Bij de vergunning voor een legplan is precies aangegeven welk type paneel gebruikt mag worden. De verwachting is dat, voor zover een specifiek type paneel niet meer leverbaar is, er voldoende alternatieve panelen zijn die voldoende dicht in de buurt komen.
4
Zij adviseert in te zetten op een integrale benadering bij de verduurzaming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en ook de mogelijkheden voor isolatie en collectieve oplossingen op het perceel te verkennen.
Dit beeld wordt gedeeld. Het opwekken van zonne-energie is één van de elementen in het verduurzamen van historische bebouwing en monumenten, besparen van het energieverbruik door o.a. isolatie speelt hier ook een belangrijk rol. Ook bij monumenten en historische
bebouwing is met behoud van erfgoedwaarden veel mogelijk met betrekking tot het beter isoleren. Hierbij is het belangrijk dat vanuit de mogelijkheden van het gebouw gekeken wordt en ruimte is voor maatwerk. De gemeente stimuleert collectieve zonnedaken. Zowel het beperken van energieverbruik door isolatie en het alternatieve van collectieve zonnedaken worden genoemd in het beleidsstuk. 5
Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet wijst zij ook alvast op de mogelijkheid om in het omgevingsplan een vergunning voor het hele ensemble aan te vragen.
Dank hiervoor, dit advies wordt meegenomen.
Bijlage