3 Bijlage 2 - Economische Monitor 2024-2025
Tekst van het document
Economische Monitor Onderzoeksrapport 2024-2025 6 oktober 2025 [Naam] Economie & Toerisme / Data Expertise (DE)
2
Inhoudsopgave Samenvatting
5
1.
Inleiding
8
2.
Economische Ontwikkelingen
9
2.1
Nationale ontwikkelingen
9
2.2
Regionale ontwikkelingen
9
2.3
Woon-Werk balans
11
3.
4.
5.
Ruimte
14
3.1
Regionale bedrijventerreinen
14
3.2
Bedrijventerrein Waarderpolder
15
3.3
Winkelaanbod
16
3.4
Gemengde woon-werkmilieus
19
3.5
Kantorenmarkt
20
3.6
Ontwikkelzones
21
3.7
OV-Knooppunten
22
Talent
23
4.1
Arbeidsmarkt
23
4.2
Arbeidsparticipatie
24
4.3
Talent binden
26
4.4
Werkgelegenheid
27
Innovatie
29
5.1
Innovatieve clusters
29
5.2
Circulaire economie
30
5.3
Impact ondernemen
31
5.4
Brede welvaart
32
3
6.
7.
Ondernemerschap
34
6.1
Ontwikkelingen in sectoren
34
6.1.1
Groeisectoren
34
6.1.2
Kansrijke sectoren
35
6.1.3
Consumentverzorgende sectoren
36
6.1.4
Detaihandel & horeca
36
6.1.5
Toerisme & bezoekerseconomie
39
6.2
Ondernemersklimaat
41
6.3
Ondernemersdienstverlening
42
Profileren
44
7.1
44
Haarlem als werk- en ondernemersstad
4
Samenvatting Economische ontwikkelingen Meer banen bijgekomen; woon-werkratio licht gestegen In de Economische visie Haarlem is voor de woon-werkbalans een bandbreedte vastgesteld tussen 0,43-0,5 baan per inwoner. In 2024 is de woon-werkbalans gestegen van 0,47 naar 0,48. Dit geeft een enigszins vertekend beeld omdat de groei van ZZP’ers in deze banen is meegenomen. Wanneer de trend van de groei van ZZP’ers wordt verrekend is er echter nog steeds sprake van een groei van de woon-werkratio. Per saldo betekent het een toename van 1.811 banen over 2024. Deze banengroei is met name terug te vinden in de zakelijke dienstverlening, de zorg, informatie en communicatie en de bouwnijverheid. Ondanks een toename van het aantal banen werkt slechts 34% van de Haarlemmers in Haarlem. Het zijn vooral theoretisch geschoolden die pendelen naar locaties buiten Haarlem (71%), maar óók praktisch geschoolden werken vaker buiten de gemeente dan in Haarlem zelf. Een hoge uitgaande pendel gaat richting Amsterdam (27%) of naar Amstelland-Meerlanden (Hoofddorp, Schiphol). De pendelgegevens zijn in 2024 nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2023.
Ruimte Leegstandtoename winkelgebieden; afname in kantoren en intensiveringskansen Waarderpolder Haarlemmers beoordelen het winkelaanbod in de stad met een 7,0 en het horeca aanbod met een 7,8. De winkelleegstand aan het einde van 2024 is 6,7% van het totale winkelvloeroppervlak en ligt daarmee iets boven het landelijk gemiddelde (6,4%, voorjaar 2024). Het aantal vierkante meter kantoren in Haarlem neemt sinds 2018 af, mede door de transformatie van incourante kantoren naar woningen. Vanwege deze transformatie kent Haarlem een relatief lage leegstand. De leegstand ligt met 7,5% inmiddels onder de minimale doorstroomleegstand van 8% voor een gezonde kantorenmarkt. Een op de vijf Haarlemse banen is te vinden op het bedrijventerrein Waarderpolder Haarlem Business Park. Het bedrijventerrein groeide in 2024 met ruim 400 banen tot in totaal ruim 16.000 banen. Hiermee biedt de Waarderpolder evenveel banen als de binnenstad. De Waarderpolder is binnen de MRA het bedrijventerrein met de hoogste toegevoegde waarde – de som van de productie en/of omzet van alle bedrijfsvestigingen, minus de kosten van ingekochte diensten en materialen van derden. Om bestaande bedrijven te laten uitbreiden en om nieuwe bedrijven te kunnen blijven faciliteren, is intensivering van de bestaande ruimte nodig.
Met name rondom de OV-knooppunten en de Zuidstrook Waarderpolder moet in de toekomst een groot aandeel van de werkgelegenheid landen. Beoogd doel is om in de Zuidstrook Waarderpolder een transformatie op gang te brengen naar een hoog-stedelijk gemengd werkgebied (zonder wonen). Met deze ontwikkeling wordt gestreefd naar meer banen te bieden voor theoretisch geschoolden en zo de mismatch op de arbeidsmarkt te verkleinen en de pendel te verminderen. Voor het intensiveren van de Zuidstrook Waarderpolder is in 2025 een participatieproces ingericht en wordt er toegewerkt naar een eind dit jaar vast te stellen ambitiedocument.
5
Talent Arbeidsmarkt blijft krap; arbeidsparticipatie is relatief hoog Er zijn eerste tekenen van een iets afnemende spanning op de arbeidsmarkt. Toch is het tekort aan arbeidskrachten nog steeds de meest genoemde belemmering door ondernemers in hun bedrijfsvoering. Voor specifieke sectoren zullen ook in Haarlem knelpunten blijven bestaan. Voor met name Zorg & Welzijn en Techniek kan het lastig blijven om aan voldoende personeel te komen. De netto arbeidsparticipatie (het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking) in Haarlem is met 75% relatief hoog.
Innovatie “Haarlem Innoveert”, circulaire economie en impact ondernemen Haarlem heeft een unieke kans zicht te profileren als creatieve stad voor toegepaste innovatie met focus op drie clusters: Circulaire Productie & Bouw (C-District); Digitalisering & AI (De Koepel); en Gezond & Vitaal leven (Spaarnelabs ea). Dit wordt inmiddels ook binnen de MRA (h)erkend. Met “Haarlem Innoveert” is in 2025 op initiatief van de gemeente een beweging gestart, waarin de drie clusters elkaar actief opzoeken en verdere samenwerking verkennen. Dat willen we de komende jaren verder intensiveren en uitbouwen. Haarlem heeft de ambitie gesteld om in 2040 een circulaire stad te zijn. Dit vraagt om versnelling en opschaling. Er is een actiegericht programma Circulaire economie opgesteld waarin Haarlem focust op vijf actielijnen: eigen organisatie, bouw, textiel, voedsel en consumptiegoederen. Zowel in de Voortgangsrapportage Economische Agenda 2023-2026 als in de Voortgangsrapportage Actieprogramma Circulaire Economie (verlengd tot 2027) wordt verder op de resultaten ingegaan. Steeds meer bedrijven combineren economische doelstellingen met maatschappelijke en ecologische impact. In 2024 zien we een toename van investeringen in sociale ondernemingen, circulaire businessmodellen en samenwerkingen tussen publieke en private partijen die gericht zijn op maatschappelijke waardecreatie.
Het Actieprogramma Impact Ondernemen is verlengd tot en met 2026. Daarin zijn instrumenten ontwikkeld ter bevordering van deze vorm van ondernemerschap. Naast het delen van kennis, het versterken van een netwerk en verbeteren van dienstverlening is in 2024 gestart met de ontwikkeling van een revolverend regionaal investeringsfonds (SIF-ZKIJ) voor impact bedrijven. Volgens planning zal dat fonds in het voorjaar van 2026 actief zijn.
Ondernemerschap Meeste waarde in Industrie, Onroerend goed, Zorg en Specialistische zakelijke diensten De bedrijvigheid in Zuid-Kennemerland vindt voor een belangrijk deel plaats in de sectoren Industrie, Onroerend goed, Zorg en Specialistische zakelijke diensten. Mede door het feit dat Haarlem de provinciehoofdstad is, is het aandeel Overheid ook aanzienlijk. Gezamenlijk zijn deze sectoren verantwoordelijk voor 60 procent van de gerealiseerde economische toegevoegde waarde. Stec Groep heeft in 2023 een analyse gemaakt van de meest kansrijke sectoren voor toekomstige groei. Het afgelopen jaar was er – net als vorig jaar – sprake van groei in alle vastgestelde kansrijke sectoren, waarbij de groei in de bouwnijverheid, de maak- en procesindustrie en de horeca procentueel het meest toenemen.
6
Detaihandel & horeca: nog altijd groei, maar groei webwinkels is hoger Het aantal banen in detailhandel en horeca is – ondanks de krimp in de coronajaren - de afgelopen tien jaar met 16% toegenomen. De grootste groei zit echter in de detailhandel die niet via een winkel of markt werkt, maar bijvoorbeeld als webwinkel. Veel detailhandel en horeca is terug te vinden in de binnenstad. Een derde van de bezoekers in de binnenstad mist voorzieningen in de openbare ruimte . Het meest noemt men hierbij openbare toiletten. Bezoekers gaven verder aan dat de binnenstad aantrekkelijker kan worden door een betere fietsregeling, meer groen en minder leegstand. Ruim vier op de tien geeft aan nog winkels te missen, zoals kleine speciaalzaken, een groot warenhuis, kringloopwinkels en sportzaken. Toeristische sector / bezoekerseconomie: vitaliteit met behoud van leefbaarheid Het aantal toeristisch-recreatieve dagbezoeken vanuit Nederland nam in 2024 weer iets toe ten opzichte van 2023 maar is nog altijd beduidend lager dan het aantal voor de coronacrisis. Het aantal hotelovernachtingen is ten opzichte van 2023 licht gedaald. In de Toeristische Koers is de ambitie geformuleerd om meer zakelijke bezoekers aan te trekken. Zowel in het aantal zakelijke gasten als in de zakelijke gastovernachtingen is een stijging te zien.
Het monitoren van het aantal bezoekers is relevant om zicht te houden op een goede balans tussen vitaliteit en leefbaarheid bij een verwachte groei van het aantal bezoekers/toerisme. Een manier waarop de gemeente de balans kan monitoren is door aan bewoners te vragen of zij overlast ervaren door toerisme. De door inwoners ervaren overlast is in 2024 10% ten opzichte van 9% in 2023. Ondernemersdienstverlening blijft een aandachtspunt Het ondernemersklimaat in Haarlem wordt gewaardeerd met een wat magere voldoende: 6,0. Het aspect dat het zwaarst meeweegt in het oordeel over ondernemers- en vestigingsklimaat is de bereikbaarheid inclusief parkeren in de buurt van het bedrijf/de vestiging. De algehele waardering van de gemeentelijke dienstverlening aan onze ondernemers scoort een stabiele 6,2. De waardering van de digitale dienstverlening is, evenals vorig jaar, een 6,3.
Profilering Haarlem heeft potentie zich ook als werk- en ondernemersstad te profileren Haarlem staat vooral bekend om het fijne woonklimaat, de diversiteit aan winkels en horeca, en het rijke culturele aanbod. Haarlem als werk- en ondernemersstad zit minder tussen de oren, terwijl de stad economisch gezien veel potentie heeft om verder te ontwikkelen. Haarlem is een sterk merk. Mensen hebben een positief beeld over Haarlem. Uit onderzoek blijkt dat Haarlem op de 8e plek stond in de vergelijking met Nederlandse steden.
7
1.
Inleiding De economische monitor is een om het jaar terugkerend product dat een beschouwing biedt van de economie in de gemeente Haarlem. In de monitor worden de meest recente data gebruikt, in dit geval meestal uit 2024. De monitor is opgesteld en ingedeeld aan de hand van de vijf economische pijlers uit de Economische Visie Haarlem uit 2020 (zie figuur 1), waarbij de samenwerking in de regio terugkomt binnen de alle thema’s. Daarvoor wordt overkoepelend stilgestaan bij de economische ontwikkelingen. De gemeente Haarlem heeft in 2023 een Economische (actie)agenda 2023- 2026 vastgesteld. Hiervoor is – separaat aan deze economische monitor – een aparte Voortgangsrapportage opgesteld. De transitie naar een circulaire economie en meer impact ondernemerschap staan daarin onder andere centraal en deze komen in de monitor kort terug in het hoofdstuk ‘Innovatie’.
Figuur 1 Pijlers Economische Visie (bron: gemeente Haarlem)
Nieuw dit jaar zijn de referentietabellen, waarbij de gemeente Haarlem cijfermatig wordt vergeleken met een vaste set van 10 andere middelgrote gemeenten én het Nederlands gemiddelde. Niet alle doelstellingen zijn cijfermatig te staven. Het rapport maakt daarom ook gebruik van kwalitatieve indrukken (‘verhalen uit het veld’) of contextinformatie om een beeld te schetsen van de ontwikkelingen of de ontwikkeling op doelen in perspectief te plaatsen, zoals de beschouwing op de Nederlandse en regionale economie. De bronnen zijn waar mogelijk via een hyperlink beschikbaar gemaakt, en dus te bereiken door op de onderstreepte tekst te klikken.
8
2.
Economische Ontwikkelingen 2.1 Nationale ontwikkelingen Het Centraal Economisch Plan 2025 (CPB) beschrijft dat de Nederlandse economie – na een stagnatie van de bbp-groei door afname van de koopkracht en terugvallende wereldhandel in 2023 - in de loop van 2024 weer op gang is gekomen. De groei voor het hele jaar kwam uit op 0,9%. Huishoudens hebben hun bestedingsruimte zien toenemen door hoge loongroei, waar de inflatie op jaarbasis ruim onder bleef. Verder is de werkzame beroepsbevolking in de tweede helft van 2024 voor het eerst sinds 2020 licht teruggelopen; ook de werkgelegenheid in uren groeide niet verder en de vacaturegraad nam wat af. Dit heeft zich nog niet vertaald in een hogere werkloosheid, omdat ook de participatiegraad wat daalde, maar het zijn de eerste tekenen van een iets afnemende spanning op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat de werkgelegenheid ook de komende jaren niet veel zal groeien, ondanks de bbp-groei. Hogere loonkosten drukken de winstgevendheid van bedrijven, waardoor de dynamiek op de arbeidsmarkt toeneemt. Ook voor de komende jaren groeit de Nederlandse economie gematigd. Vooralsnog wordt dit bevestigd door de eerste berekeningen van het CBS. Het binnenlands product (bbp) steeg in het eerste kwartaal van 2025 met 0,1 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2024.
Er is wel een kanttekening te plaatsen bij de verwachte groei: Geopolitieke onrust, zoals de Russische inval in Oekraïne, de onvoorspelbaarheid nieuwe Amerikaanse regering en de crisis in het MiddenOosten, zorgt momenteel voor extra onzekerheid. In de Conjunctuurenquête Nederland van het CBS over het eerste kwartaal van 2025 is het ondernemersvertrouwen voor het dertiende kwartaal op rij negatief, en voor het eerst sinds eind 2023 is het ondernemersvertrouwen ook weer verder gedaald.
2.2 Regionale ontwikkelingen Haarlem, als centrumgemeente van Zuid-Kennemerland, maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De economische situatie is daarmee ook verbonden met de regionale ontwikkeling. De Economische Verkenningen MRA uit 2025 geven een beeld van deze regionale economische situatie. De MRA is één van de meest welvarende regio’s ter wereld. In termen van verdienvermogen, werkgelegenheid, bereikbaarheid van voorzieningen en opleidingsniveau van de bevolking steekt het presteren van de MRA gunstig af ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde en andere stedelijke regio’s in Europa. De economische groei van de MRA was in de afgelopen decennia hoger dan die van Nederland, de EU-27 en de meeste andere Europese hoofdsteden en metropolen, zie ook figuur 2. De combinatie van vergrijzing en dalende arbeidsproductiviteits-groei is voor de toekomstige welvaart van de MRA een bron van zorg. De mogelijk nieuwe bezuinigingen op onderwijs, onderzoek en innovatie in de komende jaren zijn zorgwekkend. Dat geldt zeker voor een kennisintensieve samenleving als de MRA, ook met het oog op de transitie-opgaven waar de regio en ons land voor staan.
9
Figuur 2 Economische groei in bruto regionaal / binnenlands product, groei in % (bron: CBS, CPB, ING, Eurostat en EC)
De economie van de MRA kent- na een forse economische dip tijdens de coronapandemie – een krachtig herstel. De economische groei van de MRA wordt echter voornamelijk veroorzaakt door groei in Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en Almere-Lelystad. Er bestaan grote verschillen tussen deelregio’s. Zo was er sprake van krimp in IJmond, Zuid-Kennemerland, ZaanstreekWaterland en Gooi en Vechtstreek. Ook de lange termijn groei in werkgelegenheid in ZuidKennemerland is relatief laag (0,3 procent). Deze verschillen komen voort uit de profielen van de deelregio’s. De meeste economische sectoren in de MRA groeien, zowel in toegevoegde waarde als in werkgelegenheid. Gemiddeld is de groei in toegevoegde waarde en werkgelegenheid het hoogst in specialistische dienstverlening, zoals Informatie en communicatie en Specialistische zakelijke diensten. Vooral Amsterdam heeft hier een groot aandeel. Ongeveer tweederde van deze sectoren in de MRA is in Amsterdam geclusterd. In andere sectoren – die in Haarlem sterker vertegenwoordigd zijn (zie ook hoofdstuk 6) – zoals Zorg, Onderwijs en Horeca neemt de werkgelegenheid juist sneller toe dan de toegevoegde waarde. Dit komt voornamelijk doordat dit relatief arbeidsintensieve sectoren zijn waar de mogelijkheden tot arbeidsproductiviteitsstijgingen beperkter zijn.
Hierdoor groeit dus wél de werkgelegenheid, maar is het effect op de economische groei beperkt. Tot slot valt op dat de voor Haarlem relevante sectoren Cultuur, sport en recreatie, en Horeca zich snel ontwikkelen. Dit komt deels nog door het herstel van de coronapandemie. Maar deze sectoren groeien in de MRA ook relatief hard ten opzichte van het gemiddelde voor Nederland door de sterke aantrekkingskracht van de MRA voor zowel binnenlandse als buitenlandse toeristen, zie ook figuur 3. Deze groei zet wel druk op de al krappe arbeidsmarkt.
10
Figuur 3 Groei MRA per sector (2015-2023) (bron: CBS, bewerking TNO)
2.3 Woon-Werk balans Haarlem had tot 2015 een dalend aantal banen ten opzichte van het inwonertal. In de Economische visie is daarom een ondergrens van de zogeheten woon-werkratio (het aantal banen per inwoner) bepaald op 0,43. In de Economische visie wordt als uitgangspunt het totaal aantal inwoners genomen. In de afgelopen jaren neemt het aantal banen relatief gezien sneller toe dan het aantal inwoners. Ook in 2024 zet de stijging van de woon-werkratio door tot 0,48, zie ook figuur 4. Dit geeft een enigszins vertekend beeld omdat de groei van ZZP’ers in deze banen is meegenomen. Wanneer de trend van de groei van ZZP’ers wordt verrekend is er echter nog steeds sprake van een groei van de woon-werkratio, zij het minder sterk, zoals te zien is in de tabel ‘Ontwikkeling woonwerkratio Haarlem 2014-2024’ in de meest rechterkolom. Soms wordt de woon-werkratio ook berekend op basis van de potentiële beroepsbevolking, in de werkzame leeftijd van 15 tot 75 jaar. Het aantal banen per 1.000 inwoners in de werkzame leeftijd is – ondanks de groei van de woonwerkratio de afgelopen jaren – sterk onder gemiddeld wanneer naar andere gemeenten van vergelijkbare grootte wordt gekeken (zie figuur 5). Wel is de groei van het aantal banen per 1.000 inwoners de afgelopen jaren sterker dan in de referentie-gemeenten.
11
Figuur 4 Ontwikkeling woon-werkratio Haarlem 2014-2024 (bron: BRP en Vestigingenregister Noord-Holland, bewerking door DE)
Figuur 5 Referentietabel: Aantal banen per 1.000 inwoners van 15-75 jaar (2016-2023) (bron: LISA, bewerking door DE) Bevolkingsprognose 2025 In 2025 is er een nieuwe Haarlemse bevolkingsprognose uitgevoerd. Er blijft sprake van een structurele groei in Haarlem. In 2030 worden bijna 178.000 inwoners geprognosticeerd. In 2040 is dit doorgegroeid tot bijna 190.000 inwoners. Om de woon-werkratio in stand te houden, moet het aantal banen navenant meegroeien.
Pendel De werkgelegenheid in de stad wordt in de Haarlemse inwonerspeiling door de eigen inwoners beoordeeld met een 6,8. Dit is hoger dan de eerste meting (2019; 6,6), maar lager dan de afgelopen drie jaar (7,0). Al jaren werkt circa één op de drie Haarlemmers in Haarlem zelf. De groei van pendel richting Amsterdam, vooral ten koste van de pendel richting Haarlemmermeer, lijkt gestabiliseerd (zie ook figuur 6). Vanuit mobiliteitsoogpunt zijn er ook andere trends van invloed op de pendel, zoals de opkomst van thuiswerken en de toename van deeltijdbanen. Het zijn met name theoretisch geschoolden die een vast werkadres buiten Haarlem hebben (71%). Zij werken wel weer vaker thuis dan praktisch geschoolden. Het thuiswerken is na de coronacrisis teruggelopen, maar lijkt zich in 2024 voor het eerst meer te stabiliseren (zie figuur 7). Het NIDI constateert dat thuiswerken steeds meer een privilege is van hoger opgeleiden. Binnen Haarlem zijn die verschillen zichtbaar tussen stadsdelen: waar over heel Haarlem 32% nooit thuis werkt is dit in Schalkwijk met 42% veel hoger. In Centrum ligt dit met 23% juist onder het stedelijk gemiddelde. Jarenlang liep het aantal uur dat de gemiddelde Haarlemmer werkte eveneens terug. Aan de inwoners met betaald werk is in de inwonerspeiling gevraagd hoeveel uur in de week zij werken. In 2019 was dit 35,5 uur, maar in 2023 nog maar 33,9 uur.
In 2024 is er voor het eerst sinds 2018 weer sprake van een toename in het aantal gewerkte uren.
12
Figuur 6 Uitgaande pendel gemeente Haarlem (2017-2024) (bron: inwonerspeiling gemeente Haarlem, bewerking DE)
Binnenkomende pendel (regionaal beeld) Ongeveer de helft van de werkzame personen in Zuid-Kennemerland, bestaat uit personen die er ook wonen. De rest komt van buiten. Vooral uit IJmond (12 duizend personen), AmstellandMeerlanden (10 duizend) en Amsterdam (8 duizend). Ook reizen er 8 duizend personen vanuit Zuid-Holland naar Zuid-Kennemerland om er te werken. Toch is er door de aantrekkingskracht van Amsterdam als werkgevende regio een netto uitgaande pendelstroom van 22 duizend personen. (Bron: Economische Verkenningen MRA 2025) Figuur 7 Thuiswerken (2020-2024) (bron: inwonerspeiling gemeente Haarlem, bewerking DE)
13
3.
Ruimte In de Economische Visie en in de Omgevingsvisie is de ambitie gesteld om met de groei van het aantal inwoners in de stad het aandeel werkfuncties mee te laten groeien. We richten ons bij de Pijler Ruimte op het borgen van ruimte voor werken. Daarbij willen we: bestaande werkgebieden behouden en intensiveren; inzetten op nieuwe multifunctionele woon-werkgebieden; de economische structuur versterken en streven we naar woon- en werkfuncties dicht bij elkaar, waar dat kan.
3.1 Regionale bedrijventerreinen Zuid-Kennemerland De gemeenten in Zuid-Kennemerland zetten in op het behouden van de bestaande bedrijventerreinen en het beter benutten en verduurzamen en vergroenen hiervan. Door intensivering, onder andere door innovatie, wordt gestreefd naar meer werkgelegenheid per m2/ha. Waar mogelijk wordt functiemenging geambieerd, met uitzondering van de Waarderpolder (zie ook 3.2). In de regio Zuid-Kennemerland huisvesten zes bedrijventerreinen in totaal 17% van de werkgelegenheid. Regionaal is er ten opzichte van 2020 een toename van het aantal banen op bedrijventerreinen (2%). De totale uitgifte op bedrijventerreinen in de MRA is in 2024 beduidend lager dan in voorgaande jaren. De uitgifte op bedrijventerreinen in Zuid-Kennemerland blijft al jaren - na een piek in 2017 en 2019 – zeer laag door de beperkte ruimte. Dit zal ook de komende jaren zo blijven, zo is ook te zien in het planaanbod, zie ook figuur 8. Figuur 8 Segment, planaanbod, transformatie en netto uitgegeven Peildatum 1/1/2023 (bron: provincie Noord-Holland, provincie Flevoland; www.atlasplabeka.nl)
14
MRA en Noord-Holland Volgens de Monitor Werklocaties Noord-Holland 2023-2024 blijft de leegstand op bedrijventerreinen met 3,2% zeer laag. De leegstand in Zuid-Kennemerland ligt ook nog onder het MRAgemiddelde en er is nauwelijks aanbod. Vanwege de krapte gaat de provincie voor de regio Noord-
Bedrijventerreinenstrategie MRA Bedrijventerreinen kunnen een essentiële rol spelen bij de grote transitieopgaven, zoals de energietransitie, circulaire economie en vergroening van de leefomgeving. Tegelijkertijd staan de bedrijventerreinen onder druk door schaarse fysieke ruimte en tekorten op het elektriciteitsnetwerk. Het behoud van voldoende fysieke ruimte voor werkfuncties is van belang, omdat dit bijdraagt aan een gezonde woonwerkbalans en daarbij aan de mogelijkheid van nabijheid van werk op alle opleidingsniveaus.
Holland Noord een nieuwe behoefteraming uitvoeren. Ook werkt de provincie samen met de gemeenten uit de MRA aan de Bedrijventerreinenstrategie (zie kader).
3.2 Bedrijventerrein Waarderpolder Het bedrijventerrein van Zuid-Kennemerland met de meeste impact en economische waarde is het gezoneerde bedrijventerrein Waarderpolder Haarlem Business Park, kortweg ‘de Waarderpolder’. Dit is een bedrijventerrein waar bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4.2 is toegestaan. Milieucategorieën lopen van 1 (weinig belasting van het milieu) tot en met 6 (hoge belasting van het milieu) en worden gebruikt in bestemmingsplannen om te bepalen welke bedrijven zich op een bepaald bedrijventerrein mogen vestigen, zie ook kader ‘Milieuruimte’. Hier is mengen met wonen niet toegestaan. Milieuruimte Niet alleen de fysieke ruimte is schaars, zo ook de milieuruimte. Hoge milieuzonering wordt regionaal steeds schaarser en zullen we binnen de Waarderpolder moeten koesteren om bedrijven te laten innoveren en groeien. Dit vraagt om effectief benutten van deze milieuruimte door werkfuncties die hier geen aanspraak op doen beter elders te faciliteren en waar nodig actief grondbeleid/erfpachtbeleid toe te passen. Dat betekent dat functies in milieu categorie 1 en 2 bij voorkeur gefaciliteerd moeten worden in informele werkmilieus (bijv. wijken, buurten, stadsstraten). Uitgangspunt is functiemenging waar het kan en scheiden waar het moet. 15
De Waarderpolder is al jarenlang goed voor ongeveer een vijfde van de Haarlemse banen (zie figuur 10) en is binnen de MRA het bedrijventerrein met de hoogste toegevoegde waarde (zie ook figuur 9) - de som van de productie en/of omzet van alle bedrijfsvestigingen, minus de kosten van ingekochte diensten en materialen van derden. Uit de Monitor Werklocaties Noord-Holland 20232024 blijkt dat de Waarderpolder goed is voor een bijdrage van 1,34 miljard aan het BBP, op de voet gevolgd door het Mediapark Hilversum. Omdat ook de ruimte op bedrijventerrein Waarderpolder zeer gelimiteerd is, wordt ingezet op het intensiveren van het ruimtegebruik (verdichten en de hoogte in). Met name in het zuidelijk deel van de Waarderpolder (gebied het gebied ten zuiden van de Oudeweg: De Zuidstook) liggen kansen om te intensiveren met kennisintensieve en stapelbare werkfuncties. Mede hierdoor groeit het aantal banen op de Waarderpolder nog altijd mee met het gemeentelijk gemiddelde. In 2024 kwamen er opnieuw ruim 400 banen bij. Op het gebied van bedrijventerreinen kent de regio Haarlem nu al het meest intensieve ruimtegebruik van de MRA. Op basis van het handelsregister van de KvK kan de banengroei van de Waarderpolder ook vergeleken worden met het landelijk en provinciaal gemiddelde.
De Waarderpolder groeide tussen 2017 en 2020 bovengemiddeld ten opzichte van het provinciaal en landelijke gemiddelde, daarna was de groei in lijn met het provinciaal en landelijk beeld. Figuur 9 Bedrijventerreinen MRA met hoogste toegevoegde waarde (bron: Vestigingenregister Noord-Holland)
Figuur 10 Ontwikkeling aantal banen in Waarderpolder, ook in relatie tot totaal Haarlemse banen (2014-2024) (bron: Vestigingenregister Noord-Holland, bewerking DE) )
3.3 Winkelaanbod Behoud en intensivering bestaand winkelgebied Het aanbod aan winkelvloeroppervlak van de gemeente Haarlem is relatief klein ten opzichte van andere gemeenten van vergelijkbare omvang. Dit komt door de kleinschalige structuur, mede ingegeven door de historische binnenstad, en het beleid dat grootschalige winkels (Perifere Detailhandel Vestiging) alleen op de Spaarneboog aan de Paul Kugerstraat worden toegestaan. Het centrum van Haarlem is met 474 winkels het tweede winkelgebied van Noord-Holland, na het centrum van Amsterdam. Qua omvang in vierkante meters is het echter het zesde winkelgebied.
16
Leegstand Openbare Locatus data maakt het mogelijk om de gemeente Haarlem te benchmarken met andere gemeenten, met data tot 2023 (zie ook figuur 12). De leegstand was toen in Haarlem 5,3% en onder het Nederlands gemiddelde (zie de referentietabel Leegstaande winkels). Uit data van de Monitor Detailhandel 2024-2025 van de Provincie Noord-Holland weten we dat de leegstand in Haarlem nadien is toegenomen. Ook Locatus ziet de leegstand verder toenemen, door onder meer faillissementen van Bristol, Esprit, The Body Shop en Blokker. Daar waar begin 2024 6,2% van de winkel-panden leeg stond, was dat einde van dat jaar 6,7%. Landelijk krijgen veel leegstaande winkelpanden een andere functie, vaak een woonfunctie. Een afnemende leegstand staat dus niet per definitie gelijk aan meer winkels. Dit is te zien in onderstaande grafiek op basis van data van Locatus (figuur 11) waar afnemende leegstand (oranje lijn) niet leidt tot meer retailpanden (blauwe lijn). Figuur 11 Landelijke leegstand en retailpanden geïndiceerd (2015-2025) (bron: Locatus)
Figuur 12 Referentietabel: Leegstaande winkels (2023) (bron: Locatus, bewerking door DE)
In het Colliers-onderzoek ‘Het veranderd winkellandschap in Nederlandse binnensteden’ uit 2024, scoort Haarlem - samen met de gemeente Leiden - goed op een vergelijking van binnenstedelijke winkelgebieden (zie ook figuur 13): “Met een goede mix van winkels, horeca en musea bieden deze plekken een compleet aanbod voor een dagje uit.” Uit dit rapport blijkt dat Haarlem relatief weinig langdurige leegstand heeft. Figuur 13 Ontwikkeling langdurige leegstand 2022-2024 (bron: Colliers)
17
Transformatie Schalkwijk Leegstand biedt ook kansen voor transformatie en nieuwe functies, stelt het onderzoeksrapport Marktverwachtingen Retail 2025-2027 van Stec Groep. Gemeenten spelen samen met marktpartijen een belangrijke rol in de aanpak hierbij. Door slim gebruik te maken van de Omgevingswet en in te zetten op een brede functiemix, kunnen winkelgebieden zich ontwikkelen tot levendige ontmoetingsplekken. Een voorbeeld hiervan zijn de ontwikkelingen rond Winkelcentrum Schalkwijk (zie ook kader). De gemeentelijke leegstand wordt hierdoor tijdelijk sterk beïnvloed; met één op de drie winkelmeters is de leegstand hier het hoogst in de provincie. Dit is ten opzichte van vorig jaar licht opgelopen. Ontwikkeling Centrum Schalkwijk Centrum Schalkwijk is snel aan het veranderen van een monofunctioneel winkelcentrum in een multifunctioneel stadsdeelcentrum, waar mensen winkelen, maar ook wonen, werken en recreëren. Detailhandel blijft het middelpunt, maar het aanbod wordt kleiner en meer toegespitst op Schalkwijk. Zo ontstaat ruimte voor sociaal-maatschappelijke voorzieningen, zoals een cultuurpodium, een gecombineerd sportgebouw en een gezondheidscentrum. Ook komt er plek voor (betaalbare) bedrijfsruimte, hoogwaardige (nacht-)horeca en aangename verblijfs- en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte.
18
3.4 Gemengde woon-werkmilieus Waar mogelijk brengt de gemeente Haarlem wonen en werken dichter bij elkaar, in zogeheten gemengde werkmilieus (zie kader). Het overgrote deel van de banen is te vinden in gemengde werkmilieus. De werkgelegenheid blijft hier sinds 2017 toenemen, met name in woonwijken. Deze trend speelt al langer in de MRA, en hangt samen met de toename van het aandeel ZZP’ers die veelal op het woonadres ingeschreven staan. De groei van het aantal eenmanszaken is in gemengde werkmilieus is de sterkste stuwer van de werkgelegenheidsgroei. Ook in 2024 is de werkgelegenheid in gemengde werkmilieus in de MRA licht gestegen (2%), zie ook figuur 14. De groei van de werkgelegenheid op gemengde werkmilieus is verder evenredig verspreid over de verschillende deelregio’s. Wat betreft het type gemengde werkmilieus is de toename in het aantal banen het grootst in woonwijken (+3%). Figuur 14 Ontwikkeling werkgelegenheid gemengde werkmilieus per deelregio 2015-2024 (bron: LISA)
Gemengde werkmilieus Er worden meerdere typen gemengde werkmilieus onderscheiden: 1. Werkgelegenheid in woonwijken: het type bedrijvigheid dat binnen een woonwijk gevestigd is. Dit zijn onder meer zzp’ers, bedrijven aan huis, scholen/ onderwijsinstellingen, zorgfuncties, horeca en buurt-winkelcentra. 2. Centrumvoorzieningen: kenmerkend is de concentratie aan voorzieningen. Veel voorkomend type bedrijvigheid zijn retail, horeca, (overige) dienstverlening. 3. Creatieve wijken: woon-werkgebieden in (grote) steden die door menging met zelfstandige kantoorruimtes voorzien in een behoefte aan informeel stedelijk werkmilieu en leiden tot bedrijvigheid in de creatieve industrie (moderne maakindustrie, mode, cultuur). 4. Productieve wijken: woon-werkgebieden in (grote) steden die bedrijven integreren in het stedelijk woonmilieu, en zo divers ondernemerschap voor de stad behouden. Type bedrijvigheid: moderne maakindustrie, stadsverzorgende bedrijvigheid en retail. 5. Stadsstraten: economische functielinten met een duidelijke verkeersfunctie, maar ook een nadrukkelijke verblijfsfunctie. Onder meer de retail, de horeca en vele diensten in kantoren zijn hier gevestigd. 6. Landelijk gebied is alles buiten het bestaand stedelijk gebied, met onder meer 19 landbouw en leisure. Dit komt in de gemeente Haarlem in zeer beperkte mate voor.
3.5 Kantorenmarkt De Monitor Werklocaties Noord-Holland 2023-2024 laat zien dat de werkgelegenheid op kantorenlocaties stabiel lijkt, maar dat overaanbod dreigt. De in 2020 ingezette daling van het kantoorgebruik heeft zich ook binnen de MRA verder voortgezet in 2024. De verklaring van de afname in het kantoorgebruik moet gezocht worden in de toenemende populariteit van hybride werken. Mensen werken steeds meer vanuit thuis, waardoor er minder vraag is naar kantoorruimte. Door de slechte spreiding van de kantoor-werkdagen (met een concentratie op dinsdag en donderdag) worden de kantoren(locaties) op maandagen, woensdag en met name vrijdagen ineffectief gebruikt. De afname van kantoorgebruik sinds 2015 is het sterkst in de regio Zuid-Kennemerland, maar de afgelopen twee jaar is de trend relatief stabiel (zie figuur 15). De regio kenmerkt zich ook met een sterk afnemende kantoren voorraad sinds 2015 (zie figuur 16). In de MRA was er desondanks dit jaar voor het eerst een lichte toename van de voorraad, vooral door nieuwbouw in Amsterdam. In Haarlem en Zuid-Kennemerland is de nieuwbouw beperkt en neemt door de transformatie van kantoorruimte in woningen de voorraad sterk af (zie ook grafiek rechts). MRA-breed is deze trend gestagneerd, doordat de kantoorpanden die aantrekkelijk zijn voor transformatie tot woning grotendeels al zijn omgebouwd.
In Haarlem wordt, mede vanwege de woningbouwopgave, nog altijd een vrij groot aantal kantoren- en bedrijfslocaties getransformeerd. Vooral in ontwikkelzone Zuidwest (Eysinkweg / Stephensonstraat / Grijpensteinweg) is hier sprake van, met 26.0000 vierkante meter bedrijfslocatie dat beschikbaar is gemaakt voor woonfuncties. Dit betreft niet (alleen) kantoorruimte. De omgeving rond NS-station Haarlem (met o.a. herontwikkeling Beresteyn-complex) nemen we op als specifieke locatie in de nieuwe MRA Kantorenstrategie. Figuur 15 Ontwikkeling kantoorgebruik 20152025 per deelregio MRA (m2) (bron: Kantorenmonitor 2025)
Figuur 16 Ontwikkeling voorraad ZuidKennemerland en MRA (2025) (bron: Kantorenmonitor 2025)
20
3.6 Ontwikkelzones In 2017 is gestart met de acht ontwikkelzones waarin ongeveer 10.000 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Deze zones dienen naast de woningbouwopgave ook een kwalitatieve impuls te geven aan de stad, waarbij ook voldoende bedrijfsruimte beschikbaar moet blijven voor de beoogde werkgelegenheid. Inmiddels wordt nog met zeven ontwikkelzones gewerkt, omdat Spaarnesprong niet langer deze status heeft. Het bedrijfsoppervlakte in de ontwikkelzones laat een wisselend beeld zien, die niet altijd hand in hand gaat met de ontwikkeling van het aantal banen, zie ook figuur 17. Op de ontwikkelzones Planetenbaan/Orionweg en Korte Verspronckweg/ Spoorwegstraat is een toename van bedrijfsoppervlak, die beperkt effect heeft op de banengroei. Ontwikkelzone ZuidWest heeft juist een afname van het bedrijfsoppervlak, ondanks een beoogde groei van het aantal banen. De grootste banengroei is te zien in ontwikkelzone Zuid-West (375 banen, +35%), maar hier is de groei in het afgelopen jaar gestagneerd. Bij ontwikkelzone Schipholweg is het beeld andersom; er was jarenlang sprake van een afname van banen, maar in het afgelopen jaar was er sprake van groei van de werkgelegenheid (+12%). Figuur 17 Banengroei in ontwikkelzones (2018 - 2024) (bron: Vestigingenregister Noord-Holland, bewerking door DE)
21
3.7 OV-Knooppunten Vanuit de Economische Visie wordt ingezet op het toevoegen van werkgelegenheid en het ontwikkelen van multifunctionele woon-werkgebieden. Naast de ontwikkelzones is er rondom de drie OV-knooppunten (NS-station Haarlem Spaarnwoude/Oostpoort, NS-station Haarlem Centrum en HOV Nieuw Zuid) voldoende mogelijkheid om ruimte voor werken te creëren, met name gericht op kennisintensieve en stapelbare werkfuncties. De omgeving rond NS-station nemen we op als specifieke (her)ontwikkellocatie in de MRA Kantorenstrategie. In de MRA NOVEX Verstedelijkingsstrategie zijn deze drie OV-knooppunten ook verankerd voor de ontwikkeling van multifunctionele woon-werkgebieden. Vanuit Bereikbare steden wordt op deze locaties ingezet op het toevoegen van 8.100 arbeidsplaatsen. Haarlem zet voornamelijk in op (kennis)intensieve werkgelegenheid passend bij de lokale en regionale economie. Uit figuur 18 blijkt dat er tot 2021 vooral een groei was rond NS-station Haarlem Spaarnwoude, ook wel de Oostpoort genoemd. Deze groei is in 2022 sterk teruggelopen, onder meer door de terugkeer van het politiebureau naar Koudenhorn (600 banen). In de twee jaar hierna is er weer sprake van een lichte groei, waarmee er per saldo sprake is van groei (+10%) sinds 2019. Dit komt vooral door groei aan werkgelegenheid bij de bestaande bedrijven.
De groei van het aantal banen rond station Haarlem Centrum verloopt geleidelijk, maar is met zestien procent over de afgelopen zes jaar groter dan de Oostpoort. Bij HOV Nieuw-Zuid is nog geen groei zichtbaar en is door een afname van banen in het afgelopen jaar zelfs een krimp (-5%) te noteren sinds 2019. Dit is gevolg van sluiten kantoorpanden t.b.v. bouw OV hub Nieuw Zuid. OV-knooppunten (bron: gemeente Haarlem)
Figuur 18 Ontwikkeling werkgelegenheid in de 800-meter rond OV-knooppunten (2019-2024) (bron: Vestigingenregister Noord-Holland, bewerking DE)
22
4.
Talent In de Economische Visie Haarlem richten we ons bij de Pijler Talent op: het verbeteren van de aansluiting arbeidsmarkt en onderwijs; een kwalitatieve match tussen beroepsbevolking en banen; talent boeien en binden en inspelen op internationalisering.
4.1 Arbeidsmarkt Arbeidsmarkt blijft krap Het CPB verwachtte in 2024 al dat de aanpassingsmechanismes op de arbeidsmarkt – hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden, productiviteitsstijging – de komende jaren de krapte doen afnemen, maar deze aanpassing verloopt traag. Het Centraal Economisch Plan 2025 (CPB) ziet wel de eerste tekenen van een iets afnemende spanning op de arbeidsmarkt. Toch is het tekort aan arbeidskrachten met bijna 36 procent nog steeds de meest genoemde belemmering door ondernemers in hun bedrijfsvoering (CBS). Het UWV geeft aan dat voor specifieke sectoren knelpunten zullen blijven bestaan en voor met name de Zorg & Welzijn en Techniek lastig kan blijven om aan voldoende personeel te komen. In Zuid-Kennemerland ligt de krapte op de arbeidsmarkt al jaren een fractie onder het landelijk gemiddelde, blijkt uit de spanningsindicator van het UWV (figuur 19). De Spanningsindicator geeft een indicatie van de spanning tussen de openstaande vraag en het direct beschikbare aanbod op de arbeidsmarkt. Deze wordt uitgedrukt in een typering van de markt (zeer krap tot zeer ruim of een waarde tussen 0 en 16). Bij veel openstaande vacatures ten opzichte van het aantal kortdurend werklozen is de arbeidsmarkt zeer krap. Bij een zeer ruime markt is er sprake van weinig openstaande vacatures en veel kortdurend werklozen.
Wanneer naar specifieke beroepsklassen wordt gekeken valt op dat in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland & IJmond (ZKIJ) bovengemiddelde tekorten zijn aan zorg- en welzijn beroepen (zie figuur 20). Op gepaste afstand volgen technische en dienstverlenende beroepen. e
Figuur 19 Spanningsindicator arbeidsmarktregio ZKIJ t.o.v. Nederland 4 kwartaal 2024 (bron: UWV)
23
e
Figuur 20 Beroepsklassen met grootste krapte 4 kwartaal 2024 ZKIJ (bron: UWV)
4.2 Arbeidsparticipatie Toenemende arbeidsparticipatie De bruto-arbeidsparticipatie is het percentage van de beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking (tussen 15 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd). Als de ‘nietactieven’ (de groep die geen betaald werk verricht en daar ook niet actief naar op zoek is) niet worden meegerekend dan spreekt men over netto arbeidsparticipatie: het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking. Sinds 2020 was er sprake van een toename in arbeidsparticipatie. Door de krapte op de arbeidsmarkt name het aantal uitkeringen sterk af en werden parttimers gestimuleerd meer te werken. In 2024 is de groei van de arbeidsparticipatie tot stilstand gekomen. Dit ligt in lijn met het landelijk beeld (bron: CBS). Vooral onder de groep 25-45-jarigen lijkt de piek bereikt (bron: CBS). Lange tijd kwam de groei uit de toenemende arbeidsparticipatie grotendeels van de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen, maar deze groei is afgevlakt. Uit de Haarlemse inwonerspeiling blijkt dat na jaren van groei het percentage vrouwen met betaald werk stabiliseert; circa twee op de drie vrouwen heeft betaald werk, bij mannen is dit driekwart. Daarnaast is het gemiddeld aantal uren in de week dat vrouwen werken gestabiliseerd rond de 31 uur, bij mannen is dit ongeveer 37 uur per week.
De arbeidsparticipatie in Haarlem ligt duidelijk boven het landelijk gemiddelde (75%, zie ook figuur 21), en ook boven veel referentiegebieden (zie figuur 22). Mogelijke verklaring voor de relatief hoge Haarlemse netto-arbeidsparticipatie is het hoge opleidingsniveau in Haarlem. Hoogopgeleiden kennen gemiddeld een hogere bruto-arbeidsparticipatie. Verder kent de stad een relatief groot percentage ZZP’ers. Zij dragen bij aan de arbeidsparticipatie, hoewel er in theorie sprake kan zijn van verborgen werkloosheid. Figuur 21 Netto en bruto arbeidsparticipatie in de gemeente Haarlem (2016-2024), in % (bron: CBS)
24
Figuur 22 Referentietabel: Netto arbeidsparticipatie (2005-2023) (bron: CBS, bewerking door DE)
Werkgeversservicepunt Zuid-Kennemerland en IJmond (WSP ZKIJ) Het Werkgevers Servicepunt (WSP) bemiddelt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar een baan. Het WSP stimuleert werkgevers om alternatieve wervingsroutes te gebruiken, zoals samenwerking met VNO-NCW in nlwerktaanwerk en door het organiseren van inspiratiesessies voor ondernemers in de regio.
Werkcentrum Het Werkcentrum heeft in 2024 haar deuren geopend als voortzetting van de huidige samenwerkingsorganisatie ZKIJ Werkt Door. Het doel is dat werkzoekenden, werknemers en werkgevers via één loket de juiste arbeidsmarktdienstverlening ontvangen. Het Werkcentrum laat de diverse routes naar opleiding en werk zien. Hierbij kan onder meer advies worden gegeven over kansen op de arbeidsmarkt, (om)scholingsmogelijkheden en ondersteuning bij sollicitaties. In de komende periode wordt het Werkcentrum verder doorontwikkeld en zal de werkgeversdienstverlening ook in het Werkcentrum opgaan.
Spaarne Werkt Op 1 januari 2022 is onder de naam Spaarne Werkt een nieuw participatiebedrijf gestart. Spaarne is het werkontwikkelbedrijf van Haarlem samen met de regiogemeenten Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort. Het bedrijf organiseert in opdracht van de gemeenten betaald werk voor de doelgroepen Wet sociale werkvoorziening en beschut werk. Daarnaast richt het bedrijf zich op de toeleiding naar betaald werk voor werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, de doelgroep banenafspraak (mensen met een arbeidsbeperking) en leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps- of startkwalificatie (voortijdige schoolverlaters). Met Spaarne Werkt willen de deelnemende gemeenten met Haarlem als voorzitter een ondernemende, effectieve en flexibele organisatie ontwikkelen die samenwerkt met de klantmanagers van de afdeling Werk en Inkomen van de gemeenten maar ook met partners, werkgevers en sociaal ondernemers in de stad.
25
Regionale Strategische Arbeidsmarktagenda ZKIJ 2023-2027 Haarlem werkt in de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond samen met de 6 regiogemeenten, UWV, onderwijs, werkgevers- en werknemersorganisaties aan een goed functionerende en toekomstbestendige regionale arbeidsmarkt. Vanuit deze samenwerking is de regionale strategische arbeidsmarktagenda Zuid-Kennemerland & IJmond 2023-2027 opgesteld. Het zorgt ervoor dat ontwikkelingen, projecten en activiteiten op elkaar aansluiten en in samenhang worden opgepakt. De strategische arbeidsmarktagenda heeft als ambitie een toekomstbestendige arbeidsmarkt te creëren. Dit omvat een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen meedoet en gelijke kansen centraal staan, een duurzame plek op de arbeidsmarkt waarin medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen en de realisatie van de maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Om deze ambities te realiseren zijn drie belangrijke keuzes gemaakt: • Focus op ondersteuning van sectoren Zorg & Welzijn, Onderwijs en Techniek; • Jaarlijks vaststellen van eventuele focus op specifieke groepen werkzoekenden; • Ontwikkeling van een regionaal werkcentrum.
4.3 Talent binden In Haarlem wonen ca 5.400 studenten. De meeste van hen studeren elders, onder meer in Amsterdam en Leiden. Er studeren ca. 4.500 studenten op de Haarlemse hogescholen (Global School for Entrepeunership, ofwel SRH Haarlem Campus en Hogeschool Inholland), die deels vanuit andere gemeenten naar Haarlem reizen. De gemeente wil jongeren graag aan zich binden vanwege tekorten en vergrijzing op de arbeidsmarkt. Daarnaast versterkt dit de innovatiekracht. Het binden van jongeren blijkt echter complex. Ruim één op zeven (17%) van de Haarlemmers valt in de leeftijdscategorie 15-30 jaar (zie figuur 22). In 2000 was dit nog 19%. Met name de groep 25-29jarigen was sterk aan het afnemen, al wordt de dalende trend in 2024 voor het eerst gebroken. Figuur 22 Percentage van de Haarlemse bevolking tussen 15 en 30 jaar (2014-2024) (bron: BRP)
Woningmarkt Het wegtrekken van 25-29-jarigen heeft mogelijk te maken met de situatie op de woningmarkt. De gemiddelde WOZ-waarde nam sinds 2000 met meer dan 210% toe, de grootste stijging van alle referentiegebieden (zie figuur 23). De hoge prijzen hebben ook effect op de kosten voor een studentenkamer. Verhuursite Kamernet berekende dat de prijzen vrijwel overal opliepen, en dat Haarlem na Utrecht en Amsterdam in de top 3 staat van ‘duurste steden’, met gemiddeld 770 euro voor een kamer. De betaalbaarheid van de woningen wordt met een rapportcijfer van 4,1 beoordeeld in de inwonerspeiling, waarbij het oordeel van jongeren nog lager ligt. Zij zijn vaker gedwongen om te huren. Onderzoek van ING wees uit dat jongeren tot 34 jaar een steeds groter deel van hun inkomen kwijt aan woonuitgaven in de vrije huursector. Gemiddeld gaat het om 46 procent. Tien jaar geleden was dat nog 39 procent.
26
Figuur 23 Referentietabel: Gemiddelde koopsom woningen(2000-2023) (bron: Kadaster, bewerking door DE)
4.4 Werkgelegenheid De verdeling van werkgelegenheid in Haarlem is niet evenredig. De wijken met de meeste werkgelegenheid zijn de binnenstad (Oude Stad) en de Waarder- en Veerpolder, door de aanwezigheid van bedrijventerrein de Waarderpolder (zie figuur 24). Qua omvang van het aantal banen zijn deze twee vergelijkbaar en was er in beide gebieden sprake van groei. De wijken die hierop volgen zijn Haarlemmerhoutkwartier (ruim 7.500 banen) en Boerhaavewijk (ruim 5.700 banen). Alle andere wijken hebben minder dan 4.000 banen, met de laagste aantal banen in Spaarndam (187), Vogelenwijk (715) en Slachthuiswijk (1.174). De grootste procentuele groei van banen vond de afgelopen tien jaar plaats in Delftwijk, waar het aantal banen bijna verdubbelde (+89%). Figuur 24 Werkgelegenheid naar wijk (bron: Vestigingenregister Noord-Holland, bewerking door DE)
27
Werkgelegenheid in de stad wordt door de Haarlemmer beoordeeld met een 6,8. Jongeren beoordelen deze een fractie hoger. Het UWV beschrijft in het rapport Regio in Beeld 2024-2025 over de arbeidsregio Zuid-Kennemerland en IJmond dat er een grote mismatch is tussen vraag van werkgevers en aanbod van werkzoekenden. Haarlem heeft een zeer hoogopgeleide beroepsbevolking (zie figuur 26), maar in het werkgeversonderzoek van UWV geven werkgevers met moeilijk vervulbare vacatures vaak aan dat sollicitanten over onvoldoende vaardigheden beschikken (59%) en/of dat hun vakkennis ontoereikend is (47%). In de zorg, techniek en dienstverlening –sectoren met de meeste krapte – is een groot deel van de vacatures niet op beroepsniveau 4 (hoger/wetenschappelijk onderwijs vereist), zie ook figuur 25. UWV benoemt ook de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt: ‘Als de perfect passende kandidaat niet direct te vinden is, loont het om anders te kijken naar het talent dat nog wél beschikbaar is. Zo kunnen werkgevers meer kandidaten in beeld krijgen door mensen laagdrempelig te laten kennismaken met de organisatie en studenten stage te laten lopen.’ Met stages doen de studenten werkervaring op, krijgen ze een beeld van hun toekomst als werkende en kan het bovendien een eerste baan opleveren na het afstuderen.
Uit landelijk onderzoek blijkt dat zowel studenten als praktijkopleiders stages positief waarderen (bron: SBB), hoewel de stagevergoeding een blijvend punt van aandacht is. De gemeente Haarlem is daarom op diverse wijzen bezig om te zorgen voor voldoende stageplaatsen en arbeidsplaatsen voor jong talent. Figuur 25 Openstaande vacatures naar beroepsrichting en – niveau (2024) (bron: UWV) Stagebureau Waarderpolder & Smart Makers Network Voor het praktijk- en middelbaar beroepsonderwijs is het Stagebureau Waarderpolder voortdurend in contact met bedrijven in de Waarderpolder om matches te maken.
Figuur 26 Referentietabel: Hoogopgeleide beroepsbevolking (2020-2023) (bron: CBS, bewerking door DE)
Stichting Smart Makers Network is een helix samenwerking tussen o.a. 3D Makers Zone, Bouwlab R&Do, gemeente Haarlem, Nova College, Hogeschool InHolland, SRH Haarlem Campus en Industriekring Haarlem (IKH). Doel van dit netwerk is samen te werken aan een veerkrachtige technische en skillsgerichte arbeidsmarkt voor een innovatief en duurzame regio. Dit netwerk bouwen we de komende jaren verder uit en sluit aan bij het arbeidsmarktbeleid van de provincie.
28
5.
Innovatie In de Economische Visie richten we ons bij de Pijler Innovatie op het aanjagen en versterken van innovatieve clusters op circulaire en duurzame economie, technologie en gezondheid, het verbinden van bedrijven, kennisinstellingen en overheden en het versterken van de creatieve industrie. Brede Welvaart is hier als nieuwe invalshoek toegevoegd.
5.1 Innovatieve clusters Haarlem heeft een unieke kans om zich te profileren als creatieve stad voor toegepaste innovatie met focus op Circulaire Economie & Tech, Digitalisering & AI en Gezond & Vitaal Leven. Nabij de Haarlemse binnenstad zijn de innovatie hubs C-District en De Koepel te vinden, evenals een innovatief gezondheidscluster rondom het Spaarne Gasthuis: Spaarnelabs. In het rapport Versterken Innovatie- en Concurrentiekracht MRA (2025) zijn de drie Haarlemse innovatieclusters opgenomen en nader beschreven. Innovatieve clusters per deelregio (bron: Versterken innovatie- en concurrentiekracht MRA, Actieagenda Platform Economie, 2025)
Het C-District (Cluster Circulaire Productie/Bouw) Het C-District, een samenwerkingsverband gelokaliseerd in Waarderpolder Haarlem Business Park, is een proeftuin gericht op versnelling van de transitie naar een duurzame en circulaire economie. MAAK Haarlem speelt een centrale rol en is sinds 2014, met ondersteuning van de gemeente Haarlem, in ontwikkeling tot hub voor innovatieve en circulaire maakbedrijven en uitvalsbasis voor het C-District. Naast een community van meer dan 40 bedrijven die zijn gericht op circulaire maaktechnieken en 3D-printen, zijn er op het MAAK park twee nationaal erkende Smart Industry Fieldlabs gevestigd: 3DMakersZone en Bouwlab R&Do De Koepel e.o (Cluster Digitalisering/AI) Met een community van creatieve start-ups en MKB-ondernemers, studenten en docenten aan de Haarlem University of Applied Science (Haarlem Campus) en diverse culturele activiteiten onder
29
één dak, ontwikkelt De Koepel zich tot een inspirerende broedplaats en verbindend innovatie- en debatcentrum met een focus op digitalisering (AI, cloud, blockchain, digital marketing, etc). Spaarnelabs e.a. (Cluster Gezond & Vitaal) De gezondheidssector is sterk in beweging en de zorgvraag zal naar verwachting toenemen terwijl er minder zorgpersoneel beschikbaar zal zijn. Een belangrijk doel is om mensen zo lang mogelijk preventief vitaal en gezond te houden. Technologische en ook sociale innovaties kunnen daar een significante bijdrage aan leveren. Sinds 2018 vervult Spaarnelabs als innovatielab van het Spaarne Gasthuis, een belangrijke stimulerende en aanjagende rol. Er ligt een vruchtbare voedingsbodem voor een innovatiecluster “Gezond & Vitaal Leven”. Beweging “Haarlem Innoveert” van start Voor de komende jaren is het noodzakelijk om de gebiedsontwikkeling, de programmering en de organisatie rond onze innovatiehubs verder te versterken en waar kansrijk nauw met elkaar te verbinden. Centrale pijler daaronder is doorontwikkeling van een volwaardig actief innovatieecosysteem gebaseerd op helix samenwerking (bedrijven – kennisinstellingen – overheden). Met “Haarlem Innoveert” is in 2025 op initiatief van gemeente Haarlem een beweging gestart, waarin (vertegenwoordigers van) de drie clusters elkaar actief opzoeken en verdere samenwerking verkennen.
Dat willen we de komende jaren verder intensiveren en uitbouwen.
5.2 Circulaire economie In Nederland wordt gewerkt aan een duurzamere, circulaire economie. In een circulaire economie kunnen grondstoffen steeds opnieuw gebruikt worden en wordt verspilling zo veel mogelijk voorkomen. Grondstoffen worden gebruikt voor ons voedsel, onze kleding en onze spullen, maar ook om te bouwen, reizen en wonen. De noodzaak van een circulaire economie wordt onderstreept in de integrale circulaire economie rapportage 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving. Zij geven aan dat - ondanks de initiatieven in de maatschappij op het gebied van de circulaire economie - diverse trends nog niet de goede kant opgaan. Zo lukt het nog niet om structureel minder grondstoffen te gebruiken en zijn de leveringsrisico’s van de meeste kritieke grondstoffen toegenomen. Verder zijn voor veel circulaire producten nog geen markten aanwezig. Ook in Noord-Holland ligt een grote opgave als het gaat om het verduurzamen van de economie. Op dit moment neemt de CO2-uitstoot nog onvoldoende af om de klimaatdoelen te behalen en ook het grondstofgebruik neemt nog niet af, terwijl er wel scherpe doelen zijn gesteld, zo concludeert de provincie in de uitvoeringsagenda duurzame en circulaire economie 2025-2028.
Het Planbureau pleit er voor dat de overheid nog meer het goede voorbeeld geeft, bijvoorbeeld door bij haar inkopen hogere eisen te stellen aan circulariteit en zo bij te dragen aan marktvorming voor circulaire producten. De gemeente Haarlem onderschrijft de noodzaak om te versnellen, en werkt er aan om in 2040 een circulaire stad te zijn. Zij zet onder meer in op een circulaire grondstoffenhub (zie kader). Meer informatie over de stand van zaken op het gebied van duurzaamheid is te vinden op Haarlem in cijfers. Actieprogramma Circulaire Economie In de gemeentelijke Voortgangsrapportage Actieprogramma Circulaire Economie 2023 t/m 2025 is de voortgang terug te vinden rond acties die nodig zijn om de transitie naar een duurzame en circulaire economie te versnellen en op te schalen. De inzet op voedsel en textiel is verder geïntensiveerd. Het beleid voor het weren van reclames met grote impact op het klimaat vastgesteld, er worden wekelijks 3.000 maaltijden gered en de fair fashion pop up is wegens succes
30
verlengd. De actielijnen bouw en consumptiegoederen zijn gestart met onder andere de ontwikkeling van een grondstoffen hub, een circulair ambachtsnetwerk (Haarlemse Waardemakers), een grondstoffencoach op de Waarderpolder en de start van een circulaire bouwmarkt. Circulaire Grondstoffenhub Haarlem Gemeente Haarlem heeft samen met partners in het najaar van 2024 de Circulaire Grondstoffenhub Haarlem aangelegd. Dat is een centrale opslagplaats voor herbruikbare bouwmaterialen uit Haarlemse bouwprojecten, zoals gebruikte straatstenen, stoeptegels en hout. Deze materialen worden gesorteerd en klaargezet voor nieuwe projecten. Hergebruik van materialen gebeurde al, maar de hub en het registratiesysteem dat daar gebruikt wordt, maken dit beter en makkelijker. De gemeente verwacht dat er in 2025 al meer dan 15.000 m2 aan straatstenen en tegels via de nieuwe hub opnieuw gebruikt kunnen worden. De verwachte CO2-vermindering is ruim 400 ton, evenveel als de CO2-opname van ruim 20.000 bomen per jaar.
5.3 Impact ondernemen In de Metropoolregio Amsterdam groeit het belang van impact ondernemen gestaag. Steeds meer bedrijven combineren economische doelstellingen met maatschappelijke en ecologische impact, wat bijdraagt aan een veerkrachtige en toekomstbestendige regionale economie. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ambities van Haarlem op het gebied van duurzaamheid, inclusiviteit en innovatie. In 2024 zien we een toename van investeringen in sociale ondernemingen, circulaire businessmodellen en samenwerkingen tussen publieke en private partijen die gericht zijn op maatschappelijke waardecreatie. Gemeenten en regionale ontwikkelingsmaatschappijen spelen hierin een faciliterende rol door middel van stimuleringsregelingen, kennisdeling en netwerkvorming. Impact ondernemen is daarmee niet langer een niche, maar een strategische pijler binnen het bredere economische beleid van de regio. Impact ondernemen vraagt om nieuwe samenwerkingsvormen en andere businessmodellen. Om deze transities uit te voeren is het nodig om te versnellen, te experimenteren en te innoveren. In de Voortgangsrapportage Impact Ondernemen is de voortgang terug te vinden rond acties die nodig zijn om impact ondernemen te stimuleren. Er is een coachingspool opgericht voor begeleiding van impact ondernemers.
Er is een onderzoek opgestart naar de haalbaarheid van een revolverend regionaal investeringsfonds (SIF) voor impact bedrijven. Dit blijkt kansrijk bij een regionale aanpak. Het Actieprogramma Impact Ondernemen is verlengd tot en met 2026. Daarin zijn instrumenten ontwikkeld ter bevordering van deze vorm van ondernemerschap. Naast het delen van kennis, het versterken van een netwerk en verbeteren van dienstverlening is in 2024 gestart met de ontwikkeling van een revolverend regionaal investeringsfonds (SIF-ZKIJ) voor impact bedrijven. Het lopende Actieprogramma is verlengd tot en met 2026 en zal onderdeel worden van de werkwijze van het SIF-ZKIJ waarmee borging voor de toekomst geregeld is. Inmiddels bieden 110 impact makers hun producten en dienstverlening aan op het Kennemer Impact Platform. De City Deal Impact Ondernemen is ook verlengd tot en met 2026.
31
5.4 Brede welvaart In brede welvaart staat centraal dat er naast een financieel-economische dimensie, ook een sociaal-maatschappelijke en ecologische dimensie is. Dit vraagt een vernieuwende blik en analyse. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is veel aandacht voor rede welvaart. Daarom besteden we onder de pijler Innovatie - in deze monitor ook aandacht aan dit onderwerp. Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden, waarbij het o.a. gaat om zaken zoals gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Dit meet men op 8 hoofdthema’s, met meerdere onderliggende indicatoren. Door de complexiteit van deze methodiek zijn er op verschillende niveaus (landelijk, regionaal, gemeentelijk) meer of minder data beschikbaar. Ook is deze afbakening zeer relevant voor bepaalde indicatoren. Zo scoort Haarlem onder gemiddeld op veel indicatoren rondom natuur, omdat veel van de nabije natuur buiten de gemeentegrenzen ligt. De regio scoort daarom juist bovengemiddeld op dit thema. Brede Welvaart in Zuid-Kennemerland De MRA-verkenningen van 2025 geven een beeld van de brede welvaart in de regio ZuidKennemerland ten opzichte van de MRA-regio en Nederland, zie figuur 27. De regio wordt gekenmerkt door haar ligging aan de kust en de natuurgebieden. De regio is voor veel mensen dan ook een aantrekkelijke plek om te wonen.
Op bijna alle aspecten scoort Zuid-Kennemerland gelijk of beter dan het gemiddelde in de MRA. Het relatief grote aantal hbo/wo-opgeleiden heeft veel vertrouwen in anderen en instituties, en ervaart meer sociale cohesie dan gemiddeld in de MRA. Ook hebben inwoners van Zuid-Kennemerland een relatief goede gezondheid. Het mediane vermogen is groot, maar de gemiddelde schuld ook. Wel is er minder vaak sprake van problematische schulden. Figuur 27 Brede welvaart in Zuid-Kennemerland, vergeleken met MRA en Nederland (2023) (bron: CBS) ela eve core ten op ic te van ederland ederland score is guns g in termen van brede welvaart