CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bijlagen verkoopovereenkomst Pre Wonen Prinses Beatrixplein, d d 21 mei 2024 tekenversie

commissie Ontwikkeling 20 juni 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen verkoopovereenkomst Pre Wonen Prinses Beatrixplein (FR)19.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

moet worden met het (laten) uitvoeren van archeologisch

kerkgebouw. Hiermee wordt rekening gehouden in de

onderzoek.

verdere planvorming.

Het plangebied valt volgens de archeologische beleidskaart in categorie 5b. Deze categorie bestaat uit gebieden met een lage verwachting welke zijn afgedekt met een dik pakket recent ophoogmateriaal. Het uitgangspunt is het behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven. De gebieden in categorie 5b zijn planologisch beschermd. Er dient te worden gestreefd naar behoud van archeologische waarden, als die na onderzoek zijn aangetoond. Gezien de beoogde realisatie van de ondergrondse Plangebied Prinses Beatrixplein e.o.

parkeergarage vinden er bodem verstorende activiteiten in het plangebied plaats van 2.500 m2 of groter en dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld. Daarom is het benodigd om in de vervolgfase een waardestellend archeologisch onderzoek uit te voeren om te onderzoeken 81

7.1.6. Externe veiligheid In dit plangebied vormen wegtransport van gevaarlijke stoffen (LPG) via de A9 en de Prins Bernhardlaan en een hoge druk aardgasleiding onder de Prins Bernhardlaan risicobronnen voor externe veiligheid. Deze risicobronnen zijn voor de gebiedsontwikkeling Beatrixplein gescand. In de Stedenbouwkundig Plan-fase zal dit onderzoek geactualiseerd moeten worden. Hogedruk aardgastransportleiding •

De leiding heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op;

•

De hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding bevindt zich in zowel de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van deze leiding neemt in de toekomstige situatie toe;

•

Ligging W-532 - Bron: Gemeente Haarlem

Verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen van

In de vervolgfase wordt het onderzoek geactualiseerd en de

toepassing.

verantwoording van groepsrisico onderzocht.

Rijksweg A9 •

De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarom geen belemmeringen op;

•

De weg heeft een plasbrandaandachtsgebied dat niet tot het plangebied reikt;

•

Beschouwing van het groepsrisico is niet nodig (afstand tussen plangebied en weg bedraagt meer dan 200 meter);

•

Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing.

7.1.7. M.E.R. Het plan is een stedelijke ontwikkeling, dus valt dit binnen

Deze vormvrije M.E.R.- beoordeling kan worden

besluit M.E.R. Echter omdat de planomvang kleiner is dan

opgesteld wanneer de onderzoeken voor de

2000 woningen, kan met een vormvrije M.E.R.-beoordeling

ruimtelijke onderbouwing van het omgevingsplan of

volstaan worden. Omdat de stikstofdepositie naar alle

Omgevingvergunning voldoende ver gevorderd zijn om

verwachting verwaarloosbaar zal zijn is ook om die reden

het uitblijven van ernstige milieueffecten te onderbouwen.

geen plan-M.E.R. nodig. 82

7.1.8. Vliegverkeer Het plangebied valt niet binnen de LIB (luchthavenindelingbesluit)-5 contour van luchthaven Schiphol. Overlast door vliegverkeer is daarom niet te verwachten. Hoogbouw is niet voorzien binnen de huidige plancontouren. Dit zal daarom ook geen belemmering vormen voor het vliegverkeer. Mocht hoogbouw in een latere fase alsnog worden voorzien, dan moet dit opnieuw worden afgewogen binnen de geldende richtlijnen qua beperkingen aan hoogbouw in het LIB-5.

LIB-5 contour - Bron: Provincie Noord-Holland

7.1.9. Stikstof Er is geen vergunning Wnb nodig indien de

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de maximaal

stikstofdepositie niet de 0,00 mol N/ha,jr overschrijdt. Dit

berekende stikstofdepositie op omliggende Natura

geldt voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase.

2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Het

Voor de gebruiksfase is gelet op de ligging van het

aspect stikstofdepositie vormt geen verdere belemmering

plangebied (bijna 4 km van Natura2000 gebied Zuid-

voor de procedure.

Kennemerland) geen stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol N/ha,jr te verwachten bij de aangegeven

In de Stedenbouwkundig Plan-fase zal het onderzoek

omvang van de herontwikkeling.

geactualiseerd moeten worden.

Voor de aanlegfase is dat niet op voorhand uitgesloten, maar wel onwaarschijnlijk en er zal door maatregelen in de bouwfase en wellicht interne saldering voldoende reductie van stikstof emissie mogelijk zijn. Voorts hanteert de provincie voor de aanlegfase onofficieel een drempelwaarde van 0,05 mol N/ha,jr. Een berekening blijft ook dan verplicht in elk geval voor de gebruiksfase. Dit zou in vroeg stadium kunnen, maar dan zal de berekening voor het omgevingsplan bijgewerkt moeten worden. Er is een eerste stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase de ontwikkeling niet leidt tot een bijdrage van groter dan 0,00 mol N/ha/j op nabijgelegen Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie.

83

7.1.10. Niet gesprongen explosieven In de gemeente Haarlem vinden regelmatig grondroerende werkzaamheden plaats. Voorafgaand aan deze werkzaamheden zijn door REASeuro op projectmatige basis diverse Historische Vooronderzoeken – Niet Gesprongen Explosieven uitgevoerd. Deze historische vooronderzoeken zijn uitgebreide updates van de in 2009 opgestelde NGE-Risicokaart voor de gehele gemeente Haarlem. De toenmalige risicokaart is opgesteld volgens de toenmalige richtlijnen zoals opgenomen in de BRL-OCE (Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven). De nieuwe richtlijnen stellen strengere eisen aan het HVO-NGE, zowel

Ligging NGE-Risicogebied - Bron: REASeuro

op het gebied van te raadplegen bronnen als op de wijze van afbakenen van risicogebieden.

Figuur 87: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943.

Conclusie

Naar aanleiding van het bombardement op 16 april 1943 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, Naar aanleiding van een bombardement op 16 april

waarbinnen blindgangers van de kalibers 30, 250 G.P. en/of 500 lbs M.C. in de bodem aanwezig kunne

1943 is in Haarlem een NGE-Risicogebied afgebakend, zijn.

waarbinnen blindgangers van de kalibers 30, 250 G.P. en/ 4.4.3

Beschieting bij de Zijlweg, 29 juni 1943

of 500 lbs M.C. in de bodem aanwezig kunnen zijn. Op 29 juni 1943 omstreeks 20.30 uur vlogen twee vliegtuigen van westelijke naar oostelijke richting ov Haarlem en schoten met boordwapens op doelen op de grond. Enkele minuten later keerden de

toestellen om en vlogen nogmaals over Haarlem, waarbij wederom werd geschoten. Het Het plangebied valt niet binnen het NGE-risicogebied

luchtdoelgeschut en de luchtdoelmitrailleurs schoten tevergeefs op de vliegtuigen. Aan het pand Zijlw

aangegeven op deze kaart of andere risicogebieden. Het 267 ontstond schade door de boordwapens van de vliegtuigen. Dit blijkt uit het een proces-verbaal,

afkomstig uit het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 aantreffen van niet gesprongen explosieven is daarom

niet te verwachten.

7.1.11. Afvalinzameling De afvalinzameling in het plangebied wordt centraal

document ‘Richtlijnen voor plaatsing inzamelmiddelen en

geregeld op vaste punten aan de randen van het gebied.

-voorzieningen’ van de Gemeente Haarlem.

Bij voorkeur is dit niet aan de Prins Bernhardlaan-zijde in

Figuur 88: Uitsnede van het proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, toegang 1539

verband met ongewenste stilstaande inzamelvoertuigen.

Informatie afkomstig uit het NIMH (zie bijlage 4: NIMH, Collectie 400) vermeldt dat ook een marine-

Tevens is het autoluwe gebied van het plan om dezelfde onderkomen bij Overveen was getroffen. Hier was verder geen schade veroorzaakt. In het boek Zonder reden ongeschikt.

De vorm van inzameling dient bij de woningen middels

72334/RO-160069 versie 1.0

ondergrondse containers te geschiedden. Bedrijfsafval moet inpandig worden verzameld.

Op dit moment zijn er alleen richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse containers in de openbare ruimte. Bij het verstrekken van de overige inzamelmiddelen en -voorzieningen is tot op heden geen gebruik gemaakt van vaste richtlijnen of randvoorwaarden. Wel zijn er vrijwillige richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen en randvoorwaarden zijn te vinden in het 84

DR Update Haarlem NGE-Risicokaart

Pagina 75 van

7.1.12. Geur Er is geen bekende hinder van geur in het plangebied. Er zijn daarom geen specifieke aanvullende maatregelen benodigd. Wel wordt er in de voortzetting van het proces gelet op eventuele geur-producerende aspecten als afval en autoverkeer.

85

7.2.

Financiële haalbaarheid

Voor het project zijn Dreef Beheer, Pré Wonen en de Gemeente de initiatiefnemers. Zij zijn bereid voor eigen rekening en risico de investeringen te verrichten. Het project bestaat vanuit gemeentelijk financieel perspectief uit enerzijds gronduitgiften en anderzijds de ontwikkeling en realisatie van het maatschappelijk programma. Bij de gronduitgifte wordt door de initiatiefnemers een grondwaarde betaald. Daarnaast dragen Dreef Beheer en Pré Wonen via het wettelijke kostenverhaal, een eenmalige bijdrage en de nota bovenwijks bij aan de herinrichting van de openbare ruimte, overige benodigde (bovenwijks)investeringen, waaronder de gebiedsontsluiting en de realisatie van de mobiliteitshub. De Gemeente sluit met Dreef Beheer en Pré Wonen een exploitatie-, koop- en/of realisatieovereenkomsten. De financiële verkenning laat zien dat er een positief grondwaarderesultaat mogelijk is waarmee het plan economische uitvoerbaar is. Partijen hebben de uitgangspunten en (financiële)basisafspraken over de voorbereiding en realisatie van de ontwikkeling vastgelegd in een Afsprakenbrief.

86

7.3.

Maatschappelijke haalbaarheid

7.3.1. Inloopavond startnotitie Eind november 2019 is in voorbereiding op de

•

besluitvorming over de startnotitie een eerste

waar het fijn is om te verblijven;

inloopbijeenkomst georganiseerd voor gebruikers

•

van het gebied, buurtbewoners en geïnteresseerden.

Veel steen en een onaantrekkelijke uitstraling rondom de winkels en supermarkt;

De bijeenkomst is door de gemeente, Dreef Beheer

•

en woningcorporatie Pré Wonen gezamenlijk

Behoefte aan een aantrekkelijkere inrichting van de openbare ruimte

georganiseerd. Tijdens de informatieavond werd

•

duidelijk aangegeven dat het gebied vernieuwing behoeft

Met de nieuwe plannen wordt aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid van het gebied.

en mensen met belangstelling uitkijken naar wat de

De uitkomsten van de inloopavond zijn betrokken bij de

ontwikkelmogelijkheden voor het gebied zijn. Punten die

opstelling van het Stedenbouwkundig Programma van

ter sprake kwamen waren: •

Er mist een plek waar mensen kunnen ontmoeten en

Eisen.

Het gebied behoeft een upgrade en is onaantrekkelijk (verouderd);

•

De verkeerssituatie is rommelig en gevaarlijk;

•

Parkeren bij het winkelcentrum is onoverzichtelijk;

•

Er is voldoende ruimte om nieuwe gebouwen neer te kunnen zetten;

•

Behoefte aan een meer divers winkelaanbod;

7.3.2. Ambities en maatschappelijke scenario’s Middels vele (digitale)werksessies, brainstormsessies

voorzieningen zijn het uitgangspunt geweest voor de

en ontwerpend onderzoek hebben grondeigenaren,

verdere ruimtelijke uitwerking in het Stedenbouwkundig

verschillende gebruikers uit het gebied en welzijns-,

Programma van Eisen.

culturele- en sociaal-maatschappelijke organisaties in het afgelopen jaar meegedacht en meegepraat over de toekomstige ontwikkeling van het Prinses Beatrixplein. Daaruit zijn ambities voortgekomen ten aanzien van meerdere thema’s: identiteit, wonen, werken, openbare ruimte en verbindingen, voorzieningen, duurzaamheid en gezondheid. Ook bijzonder is de samenwerking tussen het ruimtelijke en sociale domein geweest. Middels meerdere ‘Social Talks’ is samen met stakeholders zoals Zorggroep Reinalda, Internationale Taalklas, beleidsafdelingen Jeugd, Onderwijs en Sport, Maatschappelijke Ondersteuning, Triple Threat en welzijnsorganisatie DOCK vormgegeven aan de maatschappelijke programmering van het gebied. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een voorkeursscenario. Het Ambitiedocument en de Scenariostudie maatschappelijke 87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14262389/1