CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bijlagen bij koopovereenkomst

commissie Ontwikkeling 4 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aangaan overeenkomsten Parkeergarage Sonneborn (FR)31.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29

te stellen. De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet worden verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de Vereniging of de gezamenlijke Eigenaars. Zolang door de Vergadering niet de voorschotbijdrage voor een Boekjaar is vastgesteld, moeten de Eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen voldoen. Deze voorschotbijdragen worden verrekend met de door de Vergadering krachtens Artikel 15.2 vastgestelde voorschotbijdragen. Een eventueel overschot wordt in mindering gebracht op toekomstige nieuw vastgestelde bedragen, tenzij de Vergadering anders besluit. Het bepaalde in dit Artikel 15.3 eerste (1ste), vierde (4de), vijfde (5de) en zesde (6de) volzin geldt tevens niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds indien: -

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds een bankgarantie is gesteld; of

-

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 bij besluit van de Vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfde (4/5de) van het aantal stemmen dat aan de Eigenaars toekomt, is besloten om de bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het Reservefonds niet te deponeren op de in Artikel 47.3 bedoelde rekening.

Artikel 16 Jaarrekening en bijdragen Eigenaars 16.1 Na afloop van elk Boekjaar maakt het Bestuur het Jaarverslag en de Jaarrekening op. Het Jaarverslag vermeldt de gang van zaken inzake de Vereniging en geeft een overzicht van het gevoerde beleid. De Jaarrekening bestaat uit: -

de exploitatierekening als bedoeld in artikel 5:112 BW, omvattende de baten en lasten over het afgelopen Boekjaar, onderverdeeld naar de posten vermeld in Artikel 15.1, alsmede een toelichting;

-

de balans, waaruit onder meer de omvang van het Reservefonds blijkt.

Indien één of meer Privé-gedeelten door de Eigenaar(s) wordt/worden verhuurd, wordt met het oog op de berekening van de eigenaars- en gebruikerslasten op verzoek en voor rekening van de betreffende Eigenaar(s) in de lasten van de exploitatierekening een splitsing aangebracht tussen kosten die aan de huurder kunnen worden doorberekend en overige kosten. 16.2 In de jaarvergadering bedoeld in Artikel 49.1 legt het Bestuur de Jaarrekening ter goedkeuring voor aan de Vergadering. De Jaarrekening wordt ondertekend

30

door de bestuurders en de commissarissen. Ontbreekt een Raad van Commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan de Vergadering niet een verklaring overgelegd afkomstig van een accountant bedoeld in artikel 2:393 lid 1 BW, dan brengt de kascommissie bedoeld in Artikel 63.2 ter vergadering verslag van haar bevindingen omtrent de Jaarrekening uit. Na de goedkeuring van de Jaarrekening door de Vergadering, besluit de Vergadering over de décharge van het Bestuur voor het gevoerde beleid voor zover dat blijkt uit de Jaarrekening. 16.3 Bij het vaststellen van de Jaarrekening bepaalt de Vergadering tevens de definitieve bijdragen van de Eigenaars met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10. 16.4 Bij de toepassing van het in Artikel 16.3 bepaalde treden de definitieve bijdragen in de plaats van de in Artikel 15.2 bedoelde voorschotbijdragen. Indien deze voorschotbijdragen de definitieve bijdragen te boven gaan, zal het verschil aan de Eigenaars worden terugbetaald, tenzij de Vergadering anders besluit. Indien de definitieve bijdragen de voorschotbijdragen te boven gaan, moeten de Eigenaars het tekort binnen één (1) maand na de vaststelling van de exploitatierekening aanzuiveren, tenzij de Vergadering besluit dat het tekort binnen een andere termijn moet worden aangezuiverd.

Het bepaalde in de tweede (2de) en derde (3de) zin van dit Artikel 16.4 geldt niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds indien: -

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds een bankgarantie is gesteld; of

-

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 bij besluit van de Vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfde (4/5de) van het aantal stemmen dat aan de Eigenaars toekomt, is besloten om de bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het Reservefonds niet te deponeren op de in Artikel 47.3 bedoelde rekening.

16.5 Het Bestuur casu quo de Administratief Beheerder zal op verzoek en voor rekening van een Eigenaar die als ondernemer wordt aangemerkt in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, ervoor zorg dragen dat de betreffende Eigenaar over een geheel Boekjaar een afrekening ontvangt waarin is opgenomen de door de Vereniging in het betreffende Boekjaar betaalde omzetbelasting, voor zover deze omzetbelasting is doorberekend in de door die Eigenaar verschuldigde voorschotbijdragen respectievelijk definitieve bijdragen aan de Vereniging.

31

De afrekeningen ter zake van de reeds in rekening gebrachte voorschotbijdragen respectievelijk definitieve bijdragen over het betreffende Boekjaar zullen voor hetzelfde bedrag worden gecrediteerd. Tevens zullen kopieën worden verstrekt van de inkoopfacturen die betrekking hebben op de door de Vereniging betaalde en aan die Eigenaar doorberekende omzetbelasting. Artikel 17 Wanbetaling 17.1 Indien een Eigenaar de door hem aan de Vereniging verschuldigde bijdragen als bedoeld in Artikel 15.3 en/of Artikel 16.3 en/of Artikel 56.7 en/of boetes niet binnen één (1) maand nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de Vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met een minimum van tien euro (€ 10,00) of zoveel meer als de Vergadering jaarlijks mocht vaststellen. Het Bestuur is bevoegd dit bedrag te matigen. Artikel 45 is niet van toepassing.

17.2 Indien een Eigenaar het bedrag van zijn definitieve bijdrage niet binnen het op dat moment lopende boekjaar heeft voldaan, wordt zijn schuld op het moment van vaststelling van de jaarrekening over het volgende boekjaar omgeslagen over de andere Eigenaars in de onderlinge verhouding als is bepaald in de volgende volzin van dit Artikel 17.2, ongeacht de maatregelen die jegens de nalatige Eigenaar kunnen worden genomen en onverminderd het recht van verhaal van de andere Eigenaars op eerstgenoemde. De in de vorige volzin bedoelde verhouding is de verhouding als bepaald in Artikel 8, met dien verstande dat de in dat Artikel bedoelde breukdelen worden gewijzigd zodanig dat de noemer voor de breukdelen gelijk is aan de som van de tellers van de breukdelen van de in de vorige volzin bedoelde andere Eigenaars. 17.3 Een Eigenaar is verplicht alle door de Vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, voor het verhalen van het door hem aan de Vereniging verschuldigde, zowel in als buiten rechte, aan de Vereniging te vergoeden. 17.4 Het bepaalde in dit Artikel 17 geldt niet voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds indien: -

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 voor het gedeelte van de voorschotbijdrage van een Eigenaar dat ziet op zijn bijdrage aan het Reservefonds een bankgarantie is gesteld; of

32

-

er conform het bepaalde in Artikel 47.3 bij besluit van de Vergadering, genomen met een meerderheid van ten minste vier vijfde (4/5de) van het aantal stemmen dat aan de Eigenaars toekomt, is besloten om de bijdragen aan (en derhalve de gelden van) het Reservefonds niet te deponeren op de in Artikel 47.3 bedoelde rekening.

Artikel 18 Gemeenschappelijk Appartementsrecht, Ondersplitsing 18.1 Voor het geval een Appartementsrecht aan meer Eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn die Eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot dat Appartementsrecht voortvloeien, tenzij het gezamenlijk toebehoren een gevolg is van een Ondersplitsing. 18.2 In geval van Ondersplitsing gelden de rechten en verplichtingen van de Eigenaar van het in de Ondersplitsing betrokken Appartementsrecht als rechten en verplichtingen van de Ondereigenaars gezamenlijk. 18.3 De Eigenaar die zijn Appartementsrecht betrekt in een Ondersplitsing dient daarvan binnen veertien (14) dagen na de Ondersplitsing mededeling te doen aan het Bestuur onder vermelding van de gegevens van de Ondereigenaar(s) zoals vermeld in Artikel 59.1. E. Verzekeringen Artikel 19 Verzekeringen 19.1 Het Bestuur dient het Gebouw te verzekeren bij één of meer door de Vergadering aan te wijzen verzekeraars tegen water-, storm-, brand- en ontploffingsschade (opstalverzekering). De Buitendelen dienen door de betreffende (Onder)appartementseigenaar(s) te worden verzekerd.

De Vergadering is daarnaast bevoegd te besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere gevaren, zoals ter dekking van de aansprakelijkheid van een bestuurder of commissaris, of voor rechtsbijstand, alsmede tegen schade als gevolg van blikseminslag, diefstal/inbraak en vandalisme. 19.2 De Vergadering stelt het bedrag van de verzekeringen vast. Het verzekerde bedrag dient wat de opstalverzekering betreft minimaal overeen te stemmen met de herbouwkosten (inclusief sloop- en opruimkosten) van het Gebouw, welk bedrag vervolgens zal worden gesplitst in de verzekerde waarde van het Privé-gedeelte van elk Appartementsrecht alsmede het aandeel in de Gemeenschappelijke Gedeelten. De vraag of de totale verzekerde waarde overeenstemt met de herbouwkosten en de verdeling van de waarde over de Privé-gedeelten van de Appartementsrechten alsmede de aandelen in de

33

Gemeenschappelijke Gedeelten nog accuraat is, zal periodiek gecontroleerd dienen te worden in overleg met de verzekeraar. De periodieke controle kan in overleg met de verzekeraar bij een jaarlijkse automatische aanpassing (indexclausule) van de herbouwkosten van het Gebouw met aanhorigheden door de verzekeraar worden beperkt tot éénmaal per zes (6) jaar. Regels ter vaststelling van de verzekerde waarde van de Privé-gedeelten van de Appartementsrechten alsmede de aandelen in de Gemeenschappelijke Gedeelten kunnen nader bij Huishoudelijk Reglement worden vastgesteld. 19.3 Verzekeringsovereenkomsten worden afgesloten door het Bestuur ten name van de Vereniging en ten behoeve van de gezamenlijke Eigenaars en mede ten behoeve van de Vereniging als de verzekerden. Het Bestuur is daartoe, voor zover het betreft de in de eerste (1ste) zin van Artikel 19.1 bedoelde verzekeringen, slechts bevoegd indien het bepaalde in Artikel 19.5 wordt nageleefd. 19.4 a.

De Eigenaars dienen de uit hoofde van de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste (1ste) zin van Artikel 19.1 uit te keren schadepenningen, indien deze een bedrag gelijk aan één procent (1%) van de verzekerde waarde van het Gebouw te boven gaan, te doen plaatsen op een voor de financiering van het herstel van de schade krachtens besluit van de Vergadering door het Bestuur te openen afzonderlijke rekening ten name van de Vereniging. Deze gelden dienen steeds bestemd te blijven voor het herstel of de wederopbouw, onverminderd artikel 5:136 lid 4 BW. In geval van toepassing van het bepaalde in artikel 5:136 lid 4 BW zal, indien een Eigenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een daad of verzuim die krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van de verzekeraar tot uitkering van de schadepenningen tot gevolg zou hebben, de uitkering van het aandeel van de desbetreffende Eigenaar dienen te geschieden aan de verzekeraar.

b.

Naast de in Artikel 19.4.a. bedoelde regeling met betrekking tot het uitbetalen van de schadepenningen kan de Vergadering – indien de betreffende verzekering die mogelijkheid opent – besluiten in plaats van uitbetaling van de schadepenningen genoegen te nemen met een herstel in natura; dat wil zeggen in samenspraak met het Bestuur herstel van de schade door een door de verzekeraar geselecteerd, gekwalificeerd herstelbedrijf, waarvan de kosten door de verzekeraar rechtstreeks worden gedragen.

34

19.5 Het Bestuur dient ervoor te zorgen, dat de verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in de eerste (1ste) zin van Artikel 19.1 (opstalverzekeringen) de volgende clausule bevatten: “Zolang de eigendom van (dan wel een beperkt recht op) het verzekerde gebouw gesplitst is in appartementsrechten, gelden de volgende aanvullende voorwaarden. Een daad of verzuim van een eigenaar van een appartementsrecht, die krachtens de wet of de verzekeringsvoorwaarden gehele of gedeeltelijke ongehoudenheid van ondergetekenden tot uitkering van de verzekeringspenningen tot gevolg zou hebben, laat de uit deze polis voortvloeiende rechten onverlet. Niettemin zal de verzekeraar in zodanig geval gerechtigd zijn, mits zij voor de uitkering de wens daartoe te kennen heeft gegeven, een aandeel in de schadepenningen overeenkomende met het aandeel waarin de desbetreffende eigenaar in de gemeenschap gerechtigd is, van deze terug te vorderen. In geval van toepassing van artikel 5:136 lid 4 BW zal de uitkering van het aandeel in bedoeld geval in plaats van aan de eigenaar geschieden aan de verzekeraar. Gaat de verschuldigde uitkering een bedrag gelijk aan elfduizend driehonderd vijfenveertig euro (€ 11.345,00) te boven, #dan geschiedt zij op de wijze te bepalen door de vergadering van eigenaars, zulks blijkende uit een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering.

Door uitkering overeenkomstig de voorwaarden dezer polis zal de verzekeraar tegenover alle belanghebbenden volledig zijn gekweten”, dan wel een clausule met een gelijke strekking of voormelde clausule waarin de hoogte van het bedrag van elfduizend driehonderd vijfenveertig euro (€ 11.345,00) is aangepast. 19.6 In geval door de Vergadering besloten wordt tot herstel of herbouw, is het bepaalde in artikel 5:136, leden 2 tot en met 4 BW en artikel 5:138 BW van toepassing, met dien verstande dat uitkering van het aan iedere Eigenaar toekomende aandeel in de verzekeringspenningen aan deze in de in artikel 5:136 lid 4 BW bedoelde gevallen slechts zal kunnen geschieden met toestemming van degenen die op het desbetreffende Appartementsrecht een recht van hypotheek hebben. Uitkering van de schadepenningen geschiedt, voor zover niet aangewend tot herstel, naar rato van de verzekerde waarde van het Privé-gedeelte van elk Appartementsrecht. 19.7 Indien de schadepenningen niet toereikend blijken te zijn voor herstel of herbouw, draagt iedere Eigenaar bij in het tekort, in de verhouding van de vastgestelde schade van de Privé-gedeelten van de Appartementsrechten

35

alsmede de aandelen in de Gemeenschappelijke Gedeelten, zoals die alsdan voor de Eigenaars bindend zal worden vastgesteld door de betreffende assuradeur, onverminderd het verhaal op degene die voor de schade aansprakelijk is. 19.8 Iedere Eigenaar is bevoegd een aanvullende verzekering te sluiten. In het geval van een verandering in het Privé-gedeelte als bedoeld in artikel 5:119 BW is het Bestuur tot het sluiten van een aanvullende verzekering verplicht. Iedere Eigenaar is verplicht het Bestuur onverwijld van een verandering in het Privégedeelte schriftelijk of per e-mail in kennis te stellen. Leidt de verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie dan komt het verschil voor rekening van de desbetreffende Eigenaar. 19.9 Leidt het gebruik van een Privé-gedeelte tot verhoging van de verzekeringspremie, dan komt die verhoging voor rekening van de desbetreffende Eigenaar. F. Gebruik, beheer en onderhoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken Artikel 20 Onderhoud Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken 20.1 De Vereniging voert het beheer over en draagt de zorg voor het onderhoud en herstel van de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken. 20.2 Bij Huishoudelijk Reglement kunnen het gebruik, het beheer en het onderhoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken nader worden geregeld.

20.3 De Eigenaars gezamenlijk noch de Vereniging zijn/is aansprakelijk voor diefstal van of schade toegebracht aan Privé-gedeelten of privé-bezittingen die zich bevinden in, aan of op de Gemeenschappelijke Gedeelten, behoudens wettelijke bepalingen. Artikel 21 Gebruik Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken 21.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker heeft het medegebruik van de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken volgens de bestemming daarvan. Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken, ook wanneer die zich in zijn Privégedeelte bevinden. Hij mag geen inbreuk maken op het recht van medegebruik van de andere Eigenaars en Gebruikers.

36

21.2 In afwijking van het bepaalde in de eerste (1ste) zin van Artikel 21.1 hebben de Eigenaars en Gebruikers niet het medegebruik van die Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken waarvoor zij op grond van het bepaalde in Artikel 10.3 sub c niet hoeven bij te dragen in de kosten voor gebruik, vernieuwing of onderhoud, een en ander uitdrukkelijk met inachtneming van het bepaalde in Artikel 56.2: de Eigenaars van de Appartementsrechten met indices 2 tot en met 4 hebben het gebruik van de Fietsenstalling (Bezoekers), ieder wat betreft het aandeel naar rato van het aantal woningen die onderdeel uitmaken van het Privégedeelte waarop deze Appartementsrechten recht geven. Zij dienen echter te gedogen dat de Eigenaar en/of Gebruiker van het Appartementsrecht met index 1 van de Fietsenstalling (Bezoekers) gebruik maken om te komen van en te gaan naar de ruimte voor de watervoorraad en sprinklerinstallatie (pompkamer). 21.3 In afwijking van het in Artikel 21.1 bepaalde kan de Vereniging krachtens een besluit van de Vergadering dat tot stand gekomen is met de in Artikel 56.5 vermelde meerderheid, Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken krachtens overeenkomst aan een Eigenaar of een derde in gebruik geven, al dan niet tegen een door de Vergadering te bepalen vergoeding, mits: a.

de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in het gebruik en genot van hun Privé-gedeelte en/of hun medegebruik van de Gemeenschappelijke Gedeelten en/of Gemeenschappelijke Zaken; en

b.

de ingebruikgeving kan worden beëindigd door opzegging met inachtneming van een overeen te komen termijn van ten hoogste zes (6) maanden na een daartoe door de Vergadering genomen besluit genomen met de in Artikel 56.5 vermelde meerderheid.

Aan de toestemming tot ingebruikgeving kunnen ook andere voorwaarden worden verbonden. De eventuele baten ten gevolge van deze ingebruikgeving zijn baten als bedoeld in Artikel 9.2. 21.4 In geval van ingebruikgeving als bedoeld in Artikel 21.3 van een Gemeenschappelijk Gedeelte en/of Gemeenschappelijke Zaak geldt het in Artikel 23.6 bepaalde onverkort. Artikel 22 Uitleg Akte en Tekening

37

22.1 In geval van twijfel over de uitleg van de Akte dient, in het uiterste geval door de rechter, te worden vastgesteld welke uitleg naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is, waarbij slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de Akte kenbaar zijn en voorts rekening wordt gehouden met: -

de aan de Akte te ontlenen aanwijzingen, en met hetgeen daaruit valt af te leiden omtrent de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of wijziging van de Splitsing is/zijn overgegaan;

-

de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke interpretaties van de Akte zouden leiden;

-

de feitelijke situatie van het Gebouw en/of de Grond, waarbij kennisneming van de situatie ter plaatse van belang kan zijn voor de beantwoording van de vraag welke uitleg het meest aannemelijk is indien de onderdelen van de Akte die voor verschillende uitleg vatbaar zijn, verwijzen naar feitelijke kenmerken van het Gebouw en/of de Grond; en

-

de overige uit de rechtspraak eventueel voortvloeiende normen.

22.2 Indien de tekst van de Akte in combinatie met de tot de Akte behorende Tekening geen uitsluitsel geeft over de vraag of een bepaalde ruimte tot een Privé-gedeelte of een Gemeenschappelijke Ruimte behoort, kan er niet op voorhand van worden uitgegaan dat hetzij de tekst van de Akte hetzij de tot de Akte behorende Tekening de bedoeling van degene(n) die tot Splitsing of wijziging van de Splitsing is/zijn overgegaan juist weergeeft. De inhoud van de Akte dient te worden vastgesteld op de in Artikel 22.1 beschreven wijze, waarbij mede rekening wordt gehouden met de gedetailleerdheid waarin de betreffende gedeelten zijn omschreven in de tekst van de Akte en zijn weergegeven op de tot de Akte behorende splitsingstekening. 22.3 Kopteksten zijn in het Reglement slechts ingevoegd voor het leesgemak en zijn niet van invloed op de inhoud van de hierin opgenomen bepalingen. Artikel 23 Gebruik Gemeenschappelijke Ruimten 23.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht zich te onthouden van luidruchtigheid, het onnodig verblijf in de Gemeenschappelijke Ruimten en het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen die hiervoor niet zijn bestemd.

23.2 Behoudens zaken die bij de oplevering van het Gebouw zijn aangebracht, mogen de Gemeenschappelijke Ruimten niet worden gebruikt voor het ophangen van schilderijen, afbeeldingen of andere voorwerpen, en het aanbrengen van decoraties en dergelijke.

38

23.3 De Vergadering kan toestemming verlenen tot het verrichten van handelingen die afwijken van het bepaalde in de Artikelen 23.1 en 23.2. 23.4 Het is niet toegestaan om op enigerlei wijze, in strijd met de ter plaatse geldende veiligheidsvoorschriften, de doorgang via de Gemeenschappelijke Ruimten, in het bijzonder vluchtwegen, te belemmeren, bijvoorbeeld door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (zoals kinderwagens, fietsen, scootmobiels en andere voertuigen, vuilniscontainers, deurmatten en bloembakken). 23.5 De afvoer van vuilnis dient te geschieden overeenkomstig de ter plaatse geldende richtlijnen en voorts overeenkomstig de besluiten van de Vergadering en/of het Bestuur en met inachtneming van het eventuele Huishoudelijk Reglement. Indien (mede) ten behoeve van de afvoer van huisvuil containers beschikbaar zijn, dient het huisvuil daarin te worden gedeponeerd. Het deponeren en opslaan van huisvuil op galerijen, gangen of in trappenhuizen en/of andere Gemeenschappelijke Gedeelten is buiten de hiervoor in dit Artikel 23.5 bedoelde gevallen niet toegestaan. 23.6 De Eigenaars en Gebruikers hebben zonder toestemming van het Bestuur geen toegang tot de Gemeenschappelijke Ruimten waarin zich de centrale (nuts-) voorzieningen bevinden.

Artikel 24 Verbodsbepalingen Gebouw en Gemeenschappelijke Gedeelten 24.1 Ook indien daarvoor geen wijziging van de Akte is vereist, is iedere op-, aan-, onder- of bijbouw door een Eigenaar zonder voorafgaande toestemming van de Vergadering verboden. 24.2 De kosten van aanleg, onderhoud, herstel en vernieuwing van een op-, aan-, onder- of bijbouw, ook indien deze door natrekking bestanddeel wordt van het Gebouw, komen ten laste van de Eigenaar van het Appartementsrecht ten behoeve waarvan de op-, aan-, onder- of bijbouw strekt. Schade als gevolg van de op-, aan-, onder- of bijbouw alsmede de extra premies die ter zake van de eventuele verzekering van de op-, aan-, onder- of bijbouw verschuldigd zijn, komen voor rekening en risico en derhalve ten laste van de in de vorige zin bedoelde Eigenaar respectievelijk diens rechtsopvolgers. 24.3 Het zichtbaar aanbrengen in of aan het Gebouw dan wel op de Grond van naamborden, reclameaanduidingen, uithangborden, zonweringen, wind- en terrasschermen, rolluiken, zonnepanelen, boilers, vlaggen, spandoeken, bloembakken, schijnwerpers, (schotel-)antennes, antennes van zendamateurs, alarminstallaties, luchtbehandelings- en koelinstallaties, en in het algemeen van

39

uitstekende voorwerpen, alsmede het in het zicht hangen van wasgoed, mag slechts geschieden: -

met toestemming van de Vergadering, of

-

volgens regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement;

-

volgens regels te bepalen in het specificatieboek, onderdeel uit te laten maken van het Huishoudelijk Reglement,

en met inachtneming van het bepaalde in Artikel 7. Het in de vorige zin bepaalde geldt mede voor de tot de Privé-gedeelten behorende buitenruimten. 24.4 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen veranderingen aanbrengen in de Gemeenschappelijke Gedeelten, ook niet als deze zich in Privé-gedeelten bevinden. 24.5 Het in dit Artikel 24 bepaalde is niet van toepassing op het aanbrengen van oplaadpunten als bedoeld in Artikel 28.3. 24.6 In afwijking van Artikel 24.3 is/zijn de Eigenaar(s) van de Stallingsgarage behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 1) en de Eigenaar(s) van de commerciële ruimten behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 2 zonder toestemming van de Vergadering bevoegd tot het voor eigen rekening en risico zichtbaar aanbrengen, hebben en houden van naamborden, (elektronische) reclameaanduidingen, uithangborden, zonwering, vlaggen en spandoeken, aan de buitenkant van zijn Privé-gedeelte, doch zulks met inachtneming van: -

de regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement;

-

de regels te bepalen in het specificatieboek, onderdeel uit te laten maken van het Huishoudelijk Reglement.

In aanvulling daarop mogen deze voorwerpen: -

niet worden aangebracht aan de gevels die het Privé-gedeelte van een ander Appartementsrecht omsluiten;

-

geen andere teksten bevatten dan die welke verband houden met het in het betreffende Privé-gedeelte uitgeoefend bedrijf of beroep dan wel verband houden met de bedrijfsvoering;

-

geen hinderlijk uitstralend, noch knipperend of trillend licht verspreiden;

-

geen onredelijke hinder veroorzaken voor de Eigenaars en Gebruikers van het Privé-gedeelte van de overige Appartementsrechten.

De eventueel benodigde vergunningen moeten door de betreffende Eigenaar/Gebruiker voorafgaand aan de plaatsing zelf worden aangevraagd en zijn verkregen.

40

Degene die deze (elektronische) reclameaanduidingen en overige zaken ten behoeve van commerciële activiteiten aanbrengt, wordt geacht eigenaar te zijn en te blijven van deze zaken en draagt de baten en lasten van deze zaken. De eventuele precarioheffingen of enige andere heffing wegens de aanwezigheid van de hiervoor bedoelde zaken zijn uitsluitend voor rekening van de desbetreffende Eigenaar/Gebruiker. 24.7 In afwijking van het bepaalde in Artikel 24.3 zijn de Eigenaar(s)/Gebruiker(s) van de commerciële ruimten behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 2 voorts te allen tijde, zonder toestemming van de Vergadering, bevoegd aan de binnenzijde van de tot dat Privé-gedeelte behorende pui(en) naams- en/of reclameaanduidingen aan te brengen, doch zulks met inachtneming van: -

de regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement;

-

de regels te bepalen in het specificatieboek, onderdeel uit te laten maken van het Huishoudelijk Reglement.

In aanvulling daarop mogen deze naams- en/of reclameaanduidingen: -

geen andere teksten of afbeeldingen bevatten dan die welke verband houden met het in het betreffende Privé-gedeelte uitgeoefend bedrijf of beroep dan wel verband houden met de bedrijfsvoering;

-

geen hinderlijk uitstralend, noch knipperend of trillend licht verspreiden;

-

geen onredelijke hinder veroorzaken voor de Eigenaars en Gebruikers van het Privé-gedeelte van de overige Appartementsrechten.

Degene die deze naams- en/of reclameaanduidingen aanbrengt, wordt geacht eigenaar te zijn en te blijven van deze zaken en draagt de baten en lasten van deze zaken. 24.8 De Vergadering kan aan het verlenen van de toestemming als bedoeld in Artikel 24.3 voorwaarden verbinden en nadere eisen stellen omtrent de kleur en de vormgeving van de wind- en/of zonneschermen. De Vergadering kan een reeds verleende toestemming intrekken indien niet (meer) aan alle gestelde voorwaarden wordt voldaan. Iedere Eigenaar/Gebruiker is gehouden bedoeld wind- en/of zonnescherm behoorlijk te onderhouden. Artikel 25 Veranderingen in constructie Gebouw 25.1 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen verandering aanbrengen waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het Gebouw gewijzigd wordt. Onder architectonisch uiterlijk wordt in ieder geval begrepen de kleur, kwaliteit en uitstraling van de gevels.

41

De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het Gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht. Het aanbrengen van de in Artikel 24.6 en Artikel 24.7 bedoelde zaken wordt geacht niet in strijd te zijn met het in dit Artikel 25.1 bepaalde. 25.2 De Vergadering zal haar toestemming als bedoeld in Artikel 25.1 niet onthouden indien het bouwkundige wijzigingen betreft die de Privé-gedeelten van de overige Appartementsrechten niet nadelig beïnvloeden, de hechtheid van het Gebouw niet in gevaar brengen en overigens is voldaan aan alle vereisten die door publiekrechtelijke voorschriften worden gesteld. De Vergadering kan aan het verlenen van de toestemming voorwaarden verbinden. 25.3 Indien bouwkundige wijzigingen die met inachtneming van de in het vorige lid gestelde eisen zijn aangebracht een wijziging van de begrenzing als bedoeld in artikel 5:109 lid 2 BW en/of een goederenrechtelijke situatie tot gevolg hebben, waardoor een wijziging van de Tekening en/of dit Reglement noodzakelijk is, zullen de Eigenaars van de overige Appartementsrechten hieraan hun medewerking niet onthouden.

25.4 De kosten die samenhangen met de in Artikel 25.2 en 25.3 bedoelde wijzigingen, alsmede de wijziging van de Tekening en/of dit Reglement als bedoeld in het vorige lid zijn voor rekening van de Eigenaar of Gebruiker die de betreffende bouwkundige wijzigingen heeft aangebracht. 25.5 In afwijking van het in Artikel 24.4 en 25.1 bepaalde is de Eigenaar die gerechtigd is tot twee (2) of meer direct horizontaal en/of verticaal aan elkaar grenzende Privé-gedeelten, zonder toestemming van de Vergadering doch na schriftelijk of per e-mail verkregen toestemming van het Bestuur, bevoegd om de tussen die Privé-gedeelten aanwezige (gemeenschappelijke) scheidingswand(en), respectievelijk (gemeenschappelijke) vloer(en) geheel of gedeeltelijk te verwijderen en/of – indien zodanige wanden, dan wel vloer(en) (nog) niet zijn aangebracht - verwijderd te houden, mits deze scheidingswand(en), dan wel vloer(en) geen dragende functie heeft/hebben in de constructie van het Gebouw.

Deze bevoegdheid eindigt zodra de Eigenaar niet meer gerechtigd is tot de desbetreffende aan elkaar grenzende Privé-gedeelten, in welk geval de Eigenaar gehouden is de begrenzing van de desbetreffende Privé-gedeelten te brengen in de oorspronkelijke toestand door het (her)plaatsen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) in een zoveel mogelijk gelijkwaardige technische uitvoering als de overige scheidingswanden dan wel vloer(en) van genoemde Privé-gedeelten. Van het voornemen tot het verwijderen van

42

dergelijke niet dragende scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en in geval van (her)plaatsing, dient het Bestuur vooraf door de desbetreffende Eigenaar(s) schriftelijk of per e-mail in kennis te worden gesteld. Het Bestuur kan nadere eisen stellen ten aanzien van het verwijderen van de scheidingswand(en) dan wel vloer(en) en het (her-)plaatsen ervan voor wat betreft afwerking, kwaliteit en (geluids-)isolatie. De desbetreffende Eigenaar en diens rechtsopvolgers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van het in dit Artikel 25.5 bepaalde. In geval van samenvoeging worden het stemrecht en de betalingsverplichting niet gewijzigd en vormen deze het totaal van de aldus samengevoegde breukdelen en de daarbij behorende betalingsverplichting. 25.6 Voor zover de in Artikel 25.5 bedoelde aan elkaar grenzende Privé-gedeelten bij dezelfde Gebruiker in gebruik zijn, terwijl de betreffende Appartementsrechten aan twee (2) of meer Eigenaars toebehoren, kan het Bestuur ontheffing van de in Artikel 25.5 bedoelde gehoudenheid tot (her)plaatsing van de scheidingswand(en) dan wel scheidingsvloer(en) verlenen. Artikel 26 Toestemming, bedoeld in Artikel 23, Artikel 24 en Artikel 25 Aan het geven van toestemming of ontheffing, bedoeld in Artikel 23, Artikel 24 en Artikel 25, kunnen voorwaarden worden verbonden. Toestemmingen en ontheffingen kunnen worden gewijzigd en worden ingetrokken.

De in Artikel 23, Artikel 24 en Artikel 25 bedoelde toestemmingen of ontheffingen mogen niet op onredelijke gronden worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken, noch kunnen aan het verlenen daarvan onredelijke voorwaarden worden verbonden. G. Gebruik, beheer en onderhoud van de Privé-gedeelten Artikel 27 Gebruik Privé-gedeelten 27.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht het Privé-gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming. Deze bestemming is voor de Privé-gedeelten tot het uitsluitend gebruik waarvan: -

het Appartementsrecht met index 1 (Stallingsgarage) recht geeft: stallingsgarage ten behoeve van het stallen van (motor)rijtuigen, met bijbehorende voorzieningen.

-

het Appartementsrecht met index 2 (Blok E) recht geeft: woonruimten met buitenruimte op de begane grond tot en met de elfde (11de) verdieping en bijbehorende voorzieningen en de bergingen in het souterrain en de begane grond van Blok E), behoudens ten aanzien van de ruimte gelegen op de begane grond waarbij de bestemming is (een) commerciële

43

ruimte(n) dan wel (een) ruimte(n) met een andere functie conform de geldende publiekrechtelijke wet- en regelgeving, alles met bijbehorende voorzieningen, een en ander met inachtneming van de toepasselijke privaat- of publiekrechtelijke beperkingen, waarbij de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 2 de beslissingsbevoegdheid heeft ten aanzien van welke bestemming wordt toegekend aan vorenbedoelde ruimte; -

het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) recht geeft: woonruimten met buitenruimte op de begane grond tot en met de derde (3de) verdieping, en de bergingen gelegen in het souterrain# en bijbehorende voorzieningen#;

-

het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) recht geeft: woonruimten met buitenruimte en inpandige berging op de begane grond tot en met de zesde (6de) verdieping en bijbehorende voorzieningen (waaronder uitdrukkelijk begrepen de fietsenstalling gelegen in het souterrain van Blok G, bestemd voor de bewoners van de woningen in Blok G);

-

het Appartementsrecht met index 5 (Blok H) recht geeft: woonruimten met buitenruimte op de eerste (1ste) verdieping tot en met de derde (3de) verdieping en bijbehorende voorzieningen (waaronder uitdrukkelijk begrepen de fietsenstalling gelegen op de begane grond van Blok H), behoudens ten aanzien van de ruimte(n) op de begane grond van Blok H bestemd als kantoorruimte(n) en/of gemeenschapsruimte(n) voor de Gebruikers van Blok H (medewerkers en/of bewoners) dan wel (een) ruimte(n) met een andere functie conform de geldende publiekrechtelijke wet- en regelgeving, alles met bijbehorende voorzieningen, een en ander met inachtneming van de toepasselijke privaat- of publiekrechtelijke beperkingen, waarbij de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 5 de beslissingsbevoegdheid heeft ten aanzien van welke bestemming wordt toegekend aan vorenbedoelde ruimte.

Een gebruik dat afwijkt van de in de Akte gegeven bestemming en niet bij Reglement is verboden, is slechts geoorloofd met toestemming van de Vergadering, onverminderd eventuele andere privaat- of publiekrechtelijke beperkingen. Het is zonder voorafgaande toestemming van de Vergadering toegestaan om mede een kantoorruimte voor eigen gebruik te hebben in een woning, onverminderd eventuele privaat- of publiekrechtelijke beperkingen. Commerciële ruimten

44

Onder de voormelde bestemming "commerciële ruimten" wordt begrepen een gebruik voor commerciële doeleinden in overeenstemming met de daarvoor geldende gemeentelijke (en andere publiekrechtelijke) voorwaarden en bepalingen en mits daartoe de eventueel vereiste publiekrechtelijke toestemming(en), vergunning(en) en/of ontheffing(en) is/zijn verkregen, waaronder begrepen winkels, detailhandel en lichte horeca (mits met inachtneming van het voorgaande) conform het dan vigerende omgevingsplan. Middelzware horeca, zware horeca en nachthoreca zijn niet toegestaan. Voorts is het verboden om een zogenaamde coffeeshop van waaruit drugs worden verkocht en/of een zogenaamde shisha lounge en naar de aard daarmee te vergelijken horeca typen te (laten) exploiteren. Tevens is de vestiging van (boodschappen)bezorgdiensten niet toegestaan. Omgevingsplan Onder omgevingsplan wordt in dit Artikel 27.1 verstaan het vigerende omgevingsplan maar ook alle wijzigingen, aanvullingen dan wel indeplaatstredingen daarop. 27.2 a.

Het is niet toegestaan in het Privé-gedeelte een beroep of bedrijf uit te oefenen of te doen uitoefenen dat in strijd is met de goede zeden, waaronder mede wordt verstaan het gelegenheid geven tot het beroepsmatig uitoefenen of doen uitoefenen van het gokspel, de prostitutie en het produceren en/of verkopen van verdovende middelen.

b.

Voor de tot de Privé-gedeelten behorende ruimten bestemd tot bewoning dan wel in gebruik als woonruimte(n) geldt dat het niet is toegestaan in het Privé-gedeelte activiteiten op het gebied van de horeca uit te oefenen.

c.

Het is niet toegestaan in het Privé-gedeelte activiteiten op het gebied van het pension-of kamerverhuurbedrijf uit te oefenen noch is verhuur voor recreatie toegestaan. Onder het pension-of kamerverhuurbedrijf respectievelijk verhuur voor recreatie worden onder meer begrepen: -

het gedurende één (1) of meer nachten tegen betaling ter beschikking stellen van het Privé-gedeelte of een gedeelte daarvan ongeacht of tevens ontbijt wordt verstrekt, waaronder in ieder geval wordt begrepen AirBnB of vergelijkbare concepten, aanbieders of bedrijven;

-

het tegen vergoeding in gebruik geven van het Privé-gedeelte of een gedeelte daarvan tijdens tijdelijke afwezigheid van de Eigenaar of Gebruiker, anders dan krachtens een huurovereenkomst voor zes (6) maanden of langer voor wat betreft de tot de Privé-gedeelten

45

behorende ruimten bestemd tot bewoning dan wel in gebruik als woonruimte(n). Het Privé-gedeelte of een gedeelte daarvan mag ook niet voor andere dan de hiervoor vermelde vormen van verhuur voor recreatie worden gebruikt. In afwijking van het hiervoor bepaalde is een gebruik als hiervoor in dit Artikel 27.2 onder c vermeld toegestaan indien en voor zover dat gebruik uitdrukkelijk in overeenstemming is met de in de Akte vermelde bestemming van het Privé-gedeelte en niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele verplichtingen jegens derden. De Vergadering kan toestemming verlenen voor een gebruik als hiervoor in dit Artikel 27.2 onder c bedoeld, mits het betreffende gebruik niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele verplichtingen jegens derden. Indien de Vergadering bedoelde toestemming verleent, dient in het Huishoudelijk Reglement duidelijk omschreven te worden welk gebruik is toegestaan en welke eventuele voorwaarden daaraan verbonden zijn. d.

Elektriciteitsaansluitingen in tot Privé-gedeelten behorende bergingen en garages waarvan het elektriciteitsverbruik ten laste komt van de gezamenlijke Eigenaars mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van verlichting, behoudens toestemming van de Vergadering;

e.

het Privé-gedeelte dat bestemd is voor de stalling van één of meer (motor)rijtuigen (Appartementsrecht index 1) dient te worden gebruikt voor de stalling van rijklare (motor)rijtuigen en mag niet worden gebruikt voor het stallen van caravans, aanhangwagens, boten, trailers en dergelijke, noch voor het uitvoeren van reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden (waaronder olie verversen) aan (motor)rijtuigen anders dan kleine direct noodzakelijke reparaties dan wel enig ander van het toegestane gebruik afwijkend gebruik, behoudens toestemming van de Vergadering of volgens de regels te bepalen in het Huishoudelijk Reglement.

27.3 Een besluit van de Vergadering tot het verlenen van de toestemming als bedoeld in Artikel 27.1 dan wel 27.2 onder c en d en e dient te worden genomen met de in Artikel 56.5 vermelde meerderheid. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien: a.

het betreffende gebruik niet in strijd is met het publiekrecht en/of eventuele verplichtingen jegens derden;

b.

de andere Eigenaars en Gebruikers hierdoor niet onredelijk worden beperkt in het gebruik en genot van hun Privé-gedeelte; en

46

c.

het van de Akte afwijkende gebruik door een besluit van de Vergadering genomen met de in Artikel 56.6 vermelde meerderheid kan worden beëindigd, zodanig dat het betreffende Privé-gedeelte weer overeenkomstig de daaraan in de Akte gegeven bestemming gebruikt dient te worden binnen een termijn van ten minste drie (3) en ten hoogste zes (6) maanden na het daartoe door de Vergadering genomen besluit.

27.4 Bij Huishoudelijk Reglement kan het gebruik, het beheer en het onderhoud van de Privé-gedeelten nader worden geregeld. Daarbij kunnen tevens regels ter beperking of voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder worden opgenomen. 27.5 In geval van Ondersplitsing worden het gebruik, het beheer en het onderhoud van het in de Ondersplitsing betrokken Appartementsrecht geregeld bij de akte waarbij de Ondersplitsing plaatsvindt met inachtneming van de bepalingen in het Reglement. Artikel 28 Gebruik Privé-gedeelten: overige bepalingen 28.1 Het Gebouw wordt uitgevoerd met een verend opgelegde dekvloer, waardoor een eventuele harde vloerbedekking niet eveneens verend opgelegd dient te worden. Door het aanbrengen van twee verend opgelegde constructies op elkaar kan de geluidisolatie namelijk verslechteren. Dit houdt in dat parket en steenachtige vloeren rechtstreeks op de dekvloer moeten worden aangebracht. De vloerafwerking behoort minstens tien millimeter (10 mm) te worden vrijgehouden van het opgaande werk. Ook plinten behoren te worden vrijhouden van de harde vloerafwerking. Aanvullend daarop dient de vloerbedekking van de Privé-gedeelten van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan.

Behalve in keukens en sanitaire ruimten is het met name niet toegestaan om parket, laminaat, stenen, tegels of andersoortige harde vloeren aan te brengen, tenzij dit geschiedt met inachtneming van normen die bij Huishoudelijk Reglement of door de Vergadering zijn vastgesteld en zodanig dat geen onredelijke hinder kan ontstaan voor de overige Eigenaars en/of Gebruikers. Wat betreft de normen in het Huishoudelijk Reglement geldt in ieder geval dat de akoestische prestatie met betrekking tot het contactgeluidniveau voldoet aan de norm "LnT,A ≤ 43 dB", zulks gemeten in de grootste ontvangstruimte. Reclamematerialen van fabrikanten en/of doorleveranciers worden in dit kader niet als bewijsmateriaal erkend. De voorgestelde Ico normwaarde is van

47

toepassing op alle vloeren van de woningen, behoudens die van keukens, bergingen en sanitaire ruimten. 28.2 De Eigenaars en Gebruikers mogen zonder toestemming van de Vergadering geen open vuur-/haardinstallaties aanleggen. 28.3 De Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 (Stallingsgarage) is bevoegd om zonder toestemming van de Vergadering, voor eigen rekening en risico, een of meerdere oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) voor een elektrisch aangedreven motorrijtuig te doen aanbrengen in de Stallingsgarage. Elk betreffende oplaadpunt, alsmede elke (eventuele) centrale voorziening ten behoeve van meerdere oplaadpunten, dient: -

te worden aangebracht binnen de begrenzing van het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 1 (daaronder mede begrepen: een muur die het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 1 begrenst, het plafond boven het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 1 en een kolom die direct naast het Privégedeelte van het Appartementsrecht met index 1 staat);

-

te worden aangebracht door een ter zake van dergelijke oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) erkende installateur op basis van een door die installateur opgesteld werkplan;

-

zodanig te worden aangebracht dat de kosten van het stroomverbruik ten laste komen van de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1;

-

bij gebruik niet te leiden tot beperking van de energie die beschikbaar is voor apparatuur die (ook) door een of meer andere Eigenaars wordt gebruikt;

-

te zijn voorzien van technische oplossingen ter voorkoming dat het oplaadpunt (of vergelijkbare installatie) leidt tot uitval en/of storing van apparatuur die (ook) door de Eigenaars van de andere Appartementsrechten wordt gebruikt, terwijl de kosten van die oplossingen voor rekening komen van de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1;

-

door de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 voor zijn rekening en risico in goede staat te worden onderhouden; en

-

te voldoen aan de eventueel in een Huishoudelijk Reglement opgenomen voorschriften.

De extra administratiekosten van de Vereniging in verband met een oplaadpunt (of vergelijkbare installatie) komen ten laste van de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1.

48

Indien de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 voornemens is een of meer oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) te doen aanbrengen, doet hij daarvan mededeling aan het Bestuur onder overlegging van het werkplan. Alvorens de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 bevoegd is een of meer oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) te installeren, dient de verzekeraar voor de installatie(s) toestemming te verlenen. Een verhoging van de premie die verband houdt met de aanleg, instandhouding of het gebruik van het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) komt voor rekening van de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1. Nadat het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) is geïnstalleerd, dient de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 aan het Bestuur een certificaat of garantiedocument te overleggen waaruit blijkt dat het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) conform de daarvoor geldende voorschriften is geïnstalleerd. De Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 is bevoegd om de kabels en leidingen die noodzakelijk zijn om het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) op het elektriciteitsnet aan te sluiten te laten lopen via de Gemeenschappelijke Ruimten, mits dat geschiedt op een daartoe geëigende en de voor de andere Eigenaars minst bezwarende wijze.

Wanneer het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) blijvend niet meer wordt gebruikt, dient degene die op dat moment tot het Appartementsrecht met index 1 gerechtigd is het oplaadpunt (of vergelijkbare installaties) en de daarbij behorende kabels en leidingen en overige werken op eerste verzoek van het Bestuur voor eigen rekening en risico te verwijderen. 28.4 Het bepaalde in Artikel 28.3 is uitsluitend van toepassing op eventuele nieuwe oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) die zijn aangebracht na de bouw en derhalve na de (bouwkundige) oplevering van het Gebouw (en derhalve niet op oplaadpunten (of vergelijkbare installaties) die zijn aangelegd ten tijde van de bouw en derhalve voor (bouwkundige) oplevering van het Gebouw). 28.5 De Eigenaar van de Stallingsgarage is verplicht om voor eigen rekening en risico de Stallingsgarage te voorzien en voorzien te houden van (een) brandveiligheidsinstallatie(s). Ter zake van de aanbreng van de brandveiligheidsinstallatie(s) geldt het navolgende: a.

de brandveiligheidsinstallatie(s) dient/dienen te worden aangebracht door een daartoe gecertificeerd en gerenommeerd bedrijf conform alle daarvoor geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften en conform een door de daartoe bevoegde (overheids)instantie

49

goedgekeurd programma van eisen op basis van een door dat bedrijf opgesteld werkplan; b.

de brandveiligheidsinstallatie(s) zal/zullen in de Stallingsgarage worden aangebracht. Indien en voor zover vereist voor de werking van de brandveiligheidsinstallatie(s) is de Eigenaar van de Stallingsgarage bevoegd eventuele kabels en leidingen in de gemeenschappelijke vloeren en wanden als bedoeld in Artikel 11.1 aan te (laten) leggen;

c.

nadat de brandveiligheidsinstallatie(s) is/zijn geïnstalleerd dient de Eigenaar van de Stallingsgarage het Bestuur en de Beheerder een certificaat of garantiedocument te overleggen waaruit blijkt dat de brandveiligheidsinstallatie(s) conform de daarvoor geldende voorschriften en aan de hand van het werkplan is/zijn geïnstalleerd;

d.

alle schulden en kosten in verband met de aanleg/installatie van de brandveiligheidsinstallatie(s) komen voor rekening van de Eigenaar van de Stallingsgarage.

28.6 Ter zake het onderhoud van de brandveiligheidsinstallatie(s) geldt het navolgende: a.

de Eigenaar van de Stallingsgarage is verplicht de brandveiligheidsinstallatie(s) periodiek te (laten) controleren en conform de daarvoor geldende voorschriften te laten onderhouden en (indien vereist) vernieuwen door een daartoe gecertificeerd en gerenommeerd bedrijf;

b.

op verzoek van het Bestuur en/of de Beheerder zal de Eigenaar van de Stallingsgarage documentatie overleggen waaruit blijkt dat de periodieke controles en onderhoud als hiervoor in Artikel 28.6 onder a. bedoeld hebben plaatsgevonden;

c.

indien blijkt dat de brandveiligheidsinstallatie(s) niet (meer) voldoet/voldoen aan de daarvoor geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften: (i)

is het Bestuur bevoegd de Eigenaar van de Stallingsgarage te verzoeken om: -

ervoor zorg te dragen dat de brandveiligheidsinstallatie(s) in de Stallingsgarage binnen één (1) maand – tenzij de betreffende inspectie-instelling een kortere termijn stelt, in welk geval deze kortere termijn geldt – na het hiervoor vermelde verzoek voldoet/voldoen aan alle geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften; en

50

-

een certificaat of garantiedocument aan het Bestuur en de Beheerder te overleggen waaruit blijkt dat de brandveiligheidsinstallatie(s) (weer) voldoet/voldoen aan de daarvoor geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften; en

(ii)

indien de Eigenaar van de Stallingsgarage er niet binnen de hiervoor onder (i) bedoelde maand – of het hiervoor onder (i) bedoelde kortere termijn, indien de betreffende inspectie-instelling een kortere termijn stelt – voor heeft zorggedragen dat de brandveiligheidsinstallatie(s) in de Stallingsgarage voldoet/voldoen aan alle geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften, is het Bestuur bevoegd voor rekening en risico van de Eigenaar van de Stallingsgarage die handelingen te (laten) verrichten om de brandveiligheidsinstallatie(s) alsnog te laten voldoen aan alle geldende (privaat- en publiekrechtelijke) voorschriften.

Het Bestuur is bevoegd de in dit Artikel 28.6 onder c. vermelde bevoegdheid aan de Bouwtechnisch Beheerder toe te kennen. d.

alle schulden en kosten voor het onderhoud, beheer en het vernieuwen van vorenbedoelde brandveiligheidsinstallatie(s) komen voor rekening van de Eigenaar van de Stallingsgarage.

28.7 Het bepaalde in Artikel 28.6 is uitsluitend van toepassing op eventuele nieuwe brandveiligheidsinstallatie(s) die zijn aangebracht na de bouw en derhalve na de (bouwkundige) oplevering van de Stallingsgarage (en derhalve niet op brandveiligheidsinstallatie(s) die zijn aangebracht ten tijde van de bouw en derhalve voor (bouwkundige) oplevering van de Stallingsgarage). Artikel 28A. Bevoegdheid in geval van lekkages Ingeval er ten gevolge van schade of mankementen aan de aan de Appartementsrechten scheidende vloeren lekkages ontstaan, waardoor sprake is van een noodsituatie, die de bedrijfsvoering van de Eigenaar/Gebruiker van de Stallingsgarage in gevaar brengt of belemmert, heeft/hebben de Eigenaar(s)/Gebruiker(s) van de Stallingsgarage het recht om, onmiddellijk, zonder dat daarvoor enige toestemming van de overige Eigenaars benodigd is, die maatregelen te treffen die nodig zijn om vorenbedoelde gevaren en of belemmeringen op te heffen. Artikel 29 Opslag gevaarlijke stoffen 29.1 Opslag van andere dan voor normaal huishoudelijk gebruik bestemde (brand)gevaarlijke, ontplofbare dan wel verontreinigende stoffen en/of

51

materialen en andere dan standaard brandstoffen in voertuigen is uitsluitend geoorloofd in de tot de Privé-gedeelten behorende ruimten die niet bestemd zijn tot dan wel niet in gebruik zijn als woonruimte(n), bergruimte(n) en stallingsplaatsen, na verkregen schriftelijke of per e-mail verleende toestemming van het Bestuur. Het Bestuur kan deze toestemming verlenen, mits aan de volgende drie (3) vereisten is voldaan, onverminderd de bevoegdheid van het Bestuur om aanvullende eisen te stellen: -

het opslaan als zodanig en de wijze van opslag is niet in strijd met de geldende regelgeving;

-

de opslag geschiedt in speciaal daartoe ingerichte opslagkluizen/tanks;

-

de opslag is in verband met de verzekering tijdig gemeld bij de verzekeraar. De extra verschuldigde premie voor de opstalverzekering als gevolg van het hebben en houden van deze hiervoor bedoelde stoffen is voor rekening van de desbetreffende Eigenaar.

29.2 In afwijking van het vorenstaande is de opslag van vuurwerk nimmer toegestaan, derhalve ook niet wanneer de Eigenaar en/of Gebruiker over de daartoe benodigde vergunningen beschikt en/of het Bestuur daarvoor toestemming heeft gegeven. Artikel 30 Onderhoud Privé-gedeelten. Gedoogverplichtingen. Diversen 30.1 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht zijn Privé-gedeelte voor eigen rekening behoorlijk te onderhouden en daarbij de belangen van de andere Eigenaars in acht te nemen. Tot dat onderhoud behoort met name onderhoud, herstel vernieuwing en vervanging van alle onderdelen van het Gebouw en alle voorzieningen in het Gebouw als in Artikel 12 bedoeld. 30.2 Iedere Eigenaar en Gebruiker is verplicht de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot de Gemeenschappelijke Gedeelten en Gemeenschappelijke Zaken en dient er voor zorg te dragen dat de Gemeenschappelijke Gedeelten die zich in zijn Privé-gedeelte bevinden te allen tijde goed bereikbaar zijn.

30.3 Indien voor het verrichten van een handeling met betrekking tot een ander Privé-gedeelte of met betrekking tot een Gemeenschappelijk Gedeelte (waaronder begrepen de installatieruimten), de toegang tot of het gebruik van een Privé-gedeelte naar het oordeel van het Bestuur alsmede de door deze aan te wijzen personen belast met onderhoudswerkzaamheden, noodzakelijk is, is iedere desbetreffende Eigenaar en Gebruiker verplicht de toegang te verlenen respectievelijk het gebruik toe te staan, mede om onderhoudswerkzaamheden in de meest uitgebreide zin des woords,

52

waaronder ook begrepen vervangingswerkzaamheden, te kunnen verrichten. Eventuele schade die hieruit voortvloeit, wordt door de Eigenaar van het andere Appartementsrecht respectievelijk de Vereniging vergoed. 30.4 De Eigenaars en Gebruikers zullen in voorkomend geval over en weer gedogen dat gebruik wordt gemaakt van hun Privé-gedeelte teneinde te kunnen vluchten via de zich in het Gebouw bevindende vluchtroutes. In dat kader is het niet toegestaan vluchtwegen te belemmeren, bijvoorbeeld door het plaatsen van voorwerpen of andere obstakels (zoals bijvoorbeeld kinderwagens, fietsen, scootmobiels en andere voertuigen, vuilniscontainers en bloembakken). 30.5 De Eigenaars en de Gebruikers zijn verplicht een bestuurder of de door het Bestuur aan te wijzen personen toegang tot zijn Privé-gedeelte te verschaffen, wanneer dit voor de vervulling van de taak van het Bestuur noodzakelijk is. 30.6 Indien wordt besloten tot vervanging of tot herstel van dakbedekking onder de daktuinen, de terrassen en/of de balkons die behoren tot een Privé-gedeelte, dient de betreffende Eigenaar het daarop aanwezige beloopbaar oppervlak (zoals betegeling, vlonders of kunstgras) voor eigen rekening te verwijderen en te herstellen. De betreffende Eigenaar heeft, in afwijking van Artikel 30.3, in dat geval geen recht op schadevergoeding.

30.7 Glasschade in of aan een Privé-gedeelte komt voor rekening van iedere betrokken Eigenaar en Gebruiker indien en voor zover er geen verzekering bestaat in de zin van Artikel 19. Indien en voor zover wel een zodanige verzekering bestaat, draagt het Bestuur zorg voor de reparatie. 30.8 a.

De Eigenaar en Gebruikers van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) zijn verplicht te gedogen dat de Eigenaar en Gebruikers van de bergingen gelegen in het souterrain en behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) te allen tijde kosteloos komen van en gaan van de gemeenschappelijke entree van het souterrain via de fietsenstalling in het souterrain behorend tot het Privégedeelte van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) van en naar de bergingen gelegen in het souterrain van het Gebouw en behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F), zulks met inachtneming van de (gebruiks)voorwaarden die de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) daarvoor stelt. Indien de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) voormelde fietsenstalling in het souterrain heeft afgesloten of zal afsluiten door middel van deuren (al dan niet met toegangssysteem), dient de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) een sleutel van

53

voormelde deuren (al dan niet met toegangssysteem) aan de Eigenaar en Gebruikers van de bergingen gelegen in het souterrain van het Gebouw en behorende tot het Privé-gedeelte van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) te overhandigen. De uitoefening van rechten voortvloeiende uit dit Artikel 30.8 sub a dient op de voor de Eigenaar en Gebruikers van het Appartementsrecht met index 4 (Blok G) minst bezwarende wijze te geschieden. b.

De Eigenaar en Gebruikers van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) zijn verplicht te gedogen dat de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 (Stallingsgarage) alsmede de door deze aan te wijzen personen, alsmede eventuele toezichthoudende instanties, belast met onderhoudswerkzaamheden en/of inspectie- en controlewerkzaamheden kosteloos komen van en gaan van de openbare weg via de entreeruimte, de lift en/of het trappenhuis in Blok F dat toegang geeft tot het dak van Blok F, van en naar de Daktuin, een en ander om onderhoudswerkzaamheden en/of inspectie- en controlewerkzaamheden in de meest uitgebreide zin des woords, waaronder ook begrepen vervangingswerkzaamheden, te kunnen verrichten aan (de diverse onderdelen van) de Daktuin zulks met inachtneming van de (gebruiks)voorwaarden die de Eigenaar van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) daarvoor stelt. De uitoefening van rechten voortvloeiende uit dit Artikel 30.8 sub b dient op de voor de Eigenaar en Gebruikers van het Appartementsrecht met index 3 (Blok F) minst bezwarende wijze te geschieden.

c.

De Eigenaar en Gebruikers van het Appartementsrecht met index 1 (Stallingsgarage), zijn verplicht te gedogen dat de Eigenaren van de Appartementsrechten met indices 2 tot en met 4 gebruik maken van (de diverse onderdelen van) de Daktuin, met dien verstande dat de Daktuin niet daadwerkelijk betreden mag worden. De Eigenaar van het Appartementsrecht met index 1 is bevoegd voor voornoemd gebruik een jaarlijkse retributie in rekening te brengen bij de Eigenaren van de Appartementsrechten met indices 2 tot en met 4, zodanig dat alle Eigenaars van de Appartementsrechten (1 tot en met 4) bijdragen aan de schulden en kosten van de Daktuin, ieder voor een breukdeel waarvan de teller gelijk is aan de teller van het breukdeel waarvoor die Eigenaar in de totale gemeenschap is gerechtigd en de noemer gelijk is aan de som van de tellers, dat wil zeggen:

54

-

het Appartementsrecht met index 1 voor drieduizend vierhonderdacht/dertienduizend tweehonderdvijfenzestigste (3408/13.265ste) aandeel;

-

het Appartementsrecht met index 2 voor vijfduizend zevenentachtig/dertienduizend tweehonderdvijfenzestigste (5087/13.265ste) aandeel;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16267803/1