2024 04 04 Gemeente Haarlem Commissie Samenleving
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE SAMENLEVING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 4 april 2024 1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goed, dames en heren. Als u de onderlinge gesprekken wil staken, gaan we beginnen aan deze vergadering van de commissie Samenleving op 4 april. Ik heet u allen zoals altijd van harte welkom. Een kleine huishoudelijke mededeling: mevrouw Hartman heeft zich afgemeld en wordt vervangen door de heer Albert. En nog een huishoudelijke mededeling is dat we op 18 april geen commissievergadering hebben. Bijeenkomsten voor in uw agenda zoals altijd de technische sessie Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning. De nieuwe datum hiervan, eerst was hij in 2023, is 17 juni. Half zeven tot half acht hier in deze kamer. Dan heeft u een uitnodiging van Sport, sport voor de opening tijdens de Koningsspelen, inclusief de ontbijtsessie. Gaat plaatsvinden vrijdagochtend 26 april. U kunt zich hiervoor aanmelden via het adres wat in de in de Raadzaam staat. En ook hebben wij een uitnodiging van het Preventief Interventie Team van perMens. Dit is ook iets wat we kunnen gaan organiseren, maar er is nog geen datum voor. Gezien onze drukke agenda lijkt het me dat dat net na de zomer gaat worden. Kunt u daar zich in vinden, dat dat net na de zomer gaat worden? Ja? Mooi, gaan we dat net na de zomer doen. En dan hebben we ook nog de vraag of datNee, dat gaat goedkomen, oké.
Dan de technische sessie de staat van het kinderarmoedebeleid op maandagavond, 13 mei. Hiervoor komen twee medewerkers van het ministerie en van Divosa langs, die ons het een en het ander gaan vertellen over de staat van het kinderarmoedebeleid in het land en de doelen vanuit de Rijksoverheid. Ik nodig u er van harte bij uit om bij aanwezig te zijn. Dat is de tweede sessie in een lange lijn met sessies over het kinderarmoede beleid wat wij samen vormgeven. En die staat hier niet, maar dit was 13 mei en dan 16 mei ook een gezamenlijke doelsessie waarover later de verdere structuur nog naar u toekomt.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Goed, tot zover de mededelingen. Kunnen we dan door naar agendapunt twee, het vaststellen van de agenda. Kan de agenda conform worden vastgesteld? Ja? Mooi. Gaan we dat ook doen? Dan bij punt drie een mededeling van opnieuw huishoudelijke aard. Wethouder van Loenen voert het woord bij agendapunt negen, wat normaal gesproken zou gedaan worden door wethouder de Raad over de betalingen bij zwembaden.
3.
Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Wethouder, u nog mededelingen verder? Wethouder van Loenen: Nee. De voorzitter: Commissieleden, mededelingen? De heer Hulster, gaat uw gang. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter. Ik was te laat met het agenderen van een agendapunt, namelijk een punt een, onderzoek realisatie rivierzwembad. Ik zou aan de commissie willen vragen of ze dat toch ter stemming willen overwegen. Ik had dat gewoon natuurlijk eerder moeten indienen, maar misschien dat de commissie ook inziet dat dit toch een belangrijk punt is om te bespreken.
1
De voorzitter: Mocht dat zo zijn, we hebben met zijn allen natuurlijk regels afgesproken over hoe en wanneer stukken aangeleverd moeten worden. Het is niet zo dat uw kans om het te bespreken helemaal verdwijnt als we nu strikt aan de regels houden. Dat zou betekenen dat het volgende keer dan alsnog ter stemming komt voor agendering. Dat is hoe ik het normaal gesproken zou doen. Maar uiteindelijk ik uw dienaar. Dus ik kijk naar u, als commissie. Als u zegt van goh, we willen de heer Hulster toch gaan steunen, maar ik zou het liefste vasthouden- Persoonlijk zou ik het liefste vasthouden aan de regels zoals we die hebben. Maar als u zegt nou de heer Hulster en zijn verzoek daar kunnen wel mee akkoord. Ja? U wilt dat de heer Hulster zijn verzoek toch in stemming mag brengen? Nou, dan noteren we dat. Dat dat blijkbaar volgende keer per mededeling mag. Dan kunnen we dat in principe inderdaad direct in stemming brengen. Op het moment dat u vindt dat het stuk geagendeerd moet worden, dan mag u nu uw hand opsteken. Ja. Met heel veel moeite komen er nog een paar handen bij. Nou vooruit, dan ben ik heel schappelijk. Maar ik wil u er wel even op- Ik wil u wel benadrukken dat we die regel hebben met een reden, namelijk dat u allemaal tijdig kennis kunt nemen van de beweegredenen van een fractie om iets te agenderen.
Dus ondanks de uitzondering bij deze, lijkt het me wel dat we volgende keer wel aan die regel vast moeten houden. Maar goed, dat laat ik aan u. 4.
Agenda komende vergadering(en), jaarplanning en actielijst De voorzitter: Goed, even kijken. Verder geen ter kennisname geagendeerde stukken.
5.
Transcript commissie d.d. De voorzitter: En we hebben nog geen transcript, dat komt de volgende keer pas.
6.
Spreektijd voor belangstellenden. De voorzitter: Geen belangstellenden.
7.
Concept verordening Jeugdhulp gemeente Haarlem 2024 (BL) De voorzitter: Dus dan gaan we door naar punt zeven, de concept vordering jeugdhulp gemeente Haarlem 2024. Technische vragen zijn gesteld door de fractie van D66 en GroenLinks. Mevrouw Scholten: Ik stak mijn hand op. De voorzitter: Nee, u was te snel. Ja, ik ben nog bezig. Het college stuurt dit nu ter bespreking naar de commissie ook om voor de volgende cyclus een goede zienswijze bij u neer te kunnen leggen. En dan kom ik wel bij u, mevrouw Scholten. U wilt als eerste het woord? Gaat uw gang. Mevrouw Scholten: Anders dan gebeurt er nog niks. Dank u wel voorzitter. Deze verordening is natuurlijk een concept en het gaat ook om een zienswijze. De verordening is beleidsarm, maar hij roept ook enorm veel vragen op, eigenlijk bij ons allemaal. Vragen die we vaak ook allemaal al hadden en ook weer nieuwe vragen die wat ons als betreft steeds prangender worden, omdat de situatie in het hele jeugdhulp veld nijpend , zo niet kritiek aan het worden is. Of al is. We horen ook de afgelopen weken heel veel praktijk verhalen van werkers en van cliënten. Het doet ons allemaal veel, de hele complete commissie die hier zit. Nog los van onze volksvertegenwoordigende rol die we ook hebben.
We horen de laatste tijd steeds vaker de term een black box en we hebben zelf ook het idee dat we onvoldoende zicht en vooral overzicht hebben om de andere twee rollen, namelijk die kader stellende en controlerende rol, goed uit te kunnen voeren. Wij zijn heel benieuwd of
2
de andere fracties met ons mee willen denken om eventueel een raadsenquête te houden over dit onderwerp . En niet om op zoek te gaan naar schuldigen, of naar boetedoening, of wat dan ook. Maar omdat we zoveel onbeantwoorde vragen hebben, er zoveel dingen op dit moment niet duidelijk zijn. Dus daar zou ik graag ook met jullie van gedachten over willen wisselen. Ja, tot zover. De voorzitter: Uitstekend. Andere commissieleden die het woord willen voeren. Mevrouw Lammertse, namens GroenLinks. Mevrouw Lammertse: Dank u wel voorzitter. Ik sluit me zeker ook aan bij mevrouw Scholten wat betreft de zorgelijkheid van de situatie in de jeugdzorg, maar daarnaast zijn we vandaag natuurlijk ook meer op technische basis aan het kijken naar deze verordeningen. Daarin viel ons een aantal zaken op die ik ook aan de wethouder wil vragen of wil meegeven. Ten eerste heel positief denk ik, dat er meer afstemming met een aansluiting op andere voorzieningen in deze verordening meegenomen wordt. Dus dat gaat bijvoorbeeld over inkomensvoorzieningen of maatschappelijke ondersteuning. Wel viel ons op dat in de verordening alleen de aansluiting van zorg na de achttiende verjaardag is meegenomen als die onder de zorgverzekeringswet valt.
In een antwoord op mijn technische vragen blijkt dat er eigenlijk altijd een perspectief plan gemaakt wordt en dat er ook een mogelijkheid is tot verlengde jeugdhulp tot drieëntwintigste levensjaar. Maar dat staat niet in de verordening. Dus mijn vraag is kan erin dat ook opgenomen worden? Daarnaast valt op dat de verlening van het pgb kan worden ingetrokken als het budget na drie maanden nog niet is aangewend en dat is verkort vanaf zes maanden, uit de vorige verordening. In de gemeentelijk bekostigde jeugdhulp zien we die wachttijden en die lopen veel verder op dan drie maanden, dus ligt het niet in de lijn der verwachting dat er ook wachttijden zijn voor hulp die ingekocht wordt met een pgb. Mijn vraag is dus, wat is de reden dat dit dan al na drie maanden teruggevorderd zou moeten worden? Dan hoofdstuk zeven, fraudebestrijding. In artikel drie gaat het over samenwerking met andere organisaties. Dat is wat ons betreft een te onduidelijke definiëring waaruit niet blijkt wat voor organisaties dat zijn en wat voor bevoegdheden zij kunnen krijgen. Dus wij zouden graag willen zien dat die definitie aangescherpt en aangepast wordt. En dan een punt van iets minder technische aard wellicht. In hoofdstuk drie wordt in detail vastgelegd hoe jeugdigen een toekenning van een niet vrij toegankelijke jeugdhulp kunnen krijgen.
En tegelijkertijd weten we allemaal dat er sprake is van nijpende situaties en flink oplopende wachttijden. Juist voor deze voorzieningen, beide gecontracteerde consortia. Dus deze kinderen moeten na die toekenning vaak lang wachten. Wij krijgen signalen uit het veld dat het voor behandelaars buiten die consortia nu niet mogelijk is om overbruggingszorg te bieden, ook als ze daarvoor de expertise en de beschikbare tijd wel in huis hebben en soms zelfs ook al een behandelrelatie hebben met de jeugdige in kwestie. Dus mijn vraag daar is, kan de wethouder mij uitleggen hoe het mogelijk is dat die groep kinderen nu tussen wal en schip valt en tot welke oplossing we daar kunnen komen, bijvoorbeeld door ook overbruggingszorg in deze verordening op te nemen. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank. Wie dan? Niemand? Ja, mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Doet hij het? Ja, oké. Ik deel de zorgen van Jouw Haarlem, want dezelfde zorgen hebben wij als SP ook. Ook wij krijgen op dit moment allerlei signalen dat op het moment dat een kind basis jeugdzorg heeft en over moet naar het specialistische hulp, dat- Bij de specialistische heb je wachttijden van gemiddeld vijf maanden, dat in de tussentijd een kind niet uren of extra tijd krijgt om overbruggingshulp te krijgen, maar gewoon maanden thuis kan zitten zonder dat die hulp er is. En dat is zorgelijk.
De inspreekster heeft het ook beaamd, die twee weken geleden hier was. Dus wij maken ons ook zorgen. Ik heb naar de verordening gekeken. Daar staat dat de jongere zo licht mogelijk en zo zwaar mogelijk hulp krijgt indien dat nodig is. En dan denk ik ja, maar die hulp kunnen we nu niet eens geven wanneer dat nodig is. Dus voor de rest weet ik ook
3
niet, omdat we regionaal zitten, wat je nog aan zo'n verordening kan wijzigen of waar je nog vragen over kan hebben. Tuurlijk moet je als ouders meedenken en hobbels overwinnen en tuurlijk speelt alles en iedereen een rol, zoals schuldhulpverlening, misschien een woningbouw wat- Een woningprobleem wat speelt. En wellicht kan ook problemen rondom school zijn. Dus alles heeft een rol, maar dat neemt niet weg dat zo'n kind jeugdhulp nodig heeft en dat de jeugdhulp er ook moet zijn op het moment dat het nodig is. Dus ik zou van de wethouder willen weten of wij inderdaad zo’n overbruggingskrediet, of in ieder geval iets kunnen regelen in zo'n verordening dat in de tussentijd dat je wacht dat er- Wachttijden zijn al kwalijk. Maar dat als het echt niet anders kan, dat in de tussentijd hulp geregeld kan worden voor een kind en niet zonder hulp thuiszit. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Ik wilde alleen maar even toevoegen dat ik de vragen van mevrouw- Hanna? De voorzitter: Lammertse. Mevrouw Lammertse van GroenLinks. Mevrouw Jacobsz: Nee, dat ik me helemaal kan scharen achter haar betoog. En ook die van Jouw Haarlem en van de SP. En OPHaarlem maakt zich gewoon grote zorgen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De heer Van der Vliet, namens de VVD. De heer Van der Vliet: Dank u wel voorzitter.
VVD wil zich eigenlijk aansluiten bij de zorgen van Jouw Haarlem en SP. Wij zijn eigenlijk van mening dat overbruggingszorg van cruciaal belang is, zeker gezien de consortia niet de zorg kunnen overbrengen en er een wachttijd van vijf maanden is. Dit is eigenlijk onacceptabel en de gemeente moet hierin de verantwoordelijkheid nemen. Dus verzoek ook aan de wethouder om dit ook op te nemen, of in ieder geval zijn bij uiterste best te doen om dit ook over te nemen in verordening jeugdhulp. Als gemeente hebben wij ook een verantwoordelijkheid voor onze jeugd om goede zorg te garanderen. Een zesje, zoals recentelijk ambtenaren tijdens de technische sessie hebben uitgedrukt, is voor ons ook onacceptabel. Daarom wil ik ook de wethouder vragen waarom een zesje als voldoende kan worden beschouwd. Als VVD zijn eigenlijk ook van bewust dat simpelweg meer geld pompen in jeugdzorg geen duurzame oplossing is. Dit is ook door onze ambtenaar in de technisch sessie benadrukt, terwijl wij ook horen uit de markt of uit het veld dat er nu extra geld nodig is. Kan de wethouder dit verklaren? Indien het college ook besluit om meer middelen vrij te maken voor jeugdzorg, is de VVD ook van mening dat de belasting ook niet verhoogd moet worden, maar dat er ook een herindicatie voor middelen moet gebeuren om herprioritering ook mogelijk te maken. De voorzitter: Er is een interruptie, van mevrouw Özogul.
Mevrouw Özogul: Waarom denkt u dat extra middelen nu niet een oplossing is? De heer Van der Vliet: Dank u wel voor de vraag. Het zou een goede toevoeging kunnen zijn, alleen de ambtenaren hebben gezegd dat wel voldoende middelen beschikbaar zijn. Wij zien ook dat er nu vanuit de markt ook nu een noodkreet is dat er meer middelen nodig zijn, dus daarom ook de vraag naar de wethouder. De voorzitter: Ja, gaat uwMevrouw Özogul: Bent u op de hoogte dat op dit moment hulpverleners zijn die de hulp wel kunnen bieden , maar dat ze zich niet kunnen aansluiten bij consortia of niet het hulp mogen bieden aan een kind, terwijl ze er wel zijn. Dus dan is het een financieel probleem. Bent u daarmee eens?
4
De heer Van der Vliet: Ik ben het niet eens dat het een per se financieel probleem is. Ik denk dat het ook een probleem is in regelgeving. VVD is juist een voorstander voor overbruggingszorg aan te laten bieden, ook door de oude behandelaren, omdat zij de tijd beschikbaar hebben. Ze kennen de client en zij kunnen pas- Met een wachtlijst van vijf maanden is het gewoon niet te doen om dat kind alleen te laten zitten. De voorzitter: Gaat u door. De heer Van der Vliet: Tot slot. Eigenlijk wil de VVD ook oproepen om de wethouder- De wethouder oproepen om de Raad actief te informeren de komende commissievergadering … recente ontwikkelingen op jeugdzorg. Dank u wel. De voorzitter: En u ook dank. De heer Visser namens de Partij van de Arbeid. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Ja, wij kunnen ons in die zin ook aansluiten bij de zorg van Jouw Haarlem en wij zullen ook graag een raadsenquête- Nou ja, ik ben zelf niet zo erg procesmatig hoor, mij maakt het niet zoveel uit hoe het heet, maar ik zou graag in ieder geval een zitting willen hebben waarin we wat dieper in gesprek kunnen gaan met mensen uit het veld. Een korte inspreekperiode waar wij even kort op kunnen reageren, is eigenlijk niet voldoende voor ons om goed erachter te komen van, wat zijn nou de vragen die wij verder hebben? Hoe kunnen wij met mensen in gesprek? En ik heb een interruptie.
De voorzitter: Weet ik, maar u dan mag dan nog wel even de zin afmaken in de toekomst. Mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: U mocht zeker uw zin afmaken. Even, de vorm maakt ons op zich ook niet zoveel uit, maar wij merken dat mensen moeite hebben om in het openbaar echt het achterste van hun tong te laten zien en daadwerkelijk te vertellen waar ze tegen aanlopen en waar ze mee zitten. Dat maakt het voor ons weer heel lastig om het plaatje compleet te krijgen. Bent u het er wel mee eens dat we dan in ieder geval besloten zouden moeten kunnen spreken? De heer Visser: Ja, dat was dan net wat ik had willen voorstellen. Op het moment dat mensen moeite hebben om zich uit te spreken, omdat ze misschien het gevoel hebben dat ze een klokkenluidersfunctie hebben en eventueel met de organisatie, of dat nou overheid gerelateerd is of zorg gerelateerd is, daar problemen mee kunnen ervaren. Dan kunnen wij ons goed voorstellen dat ze dat niet in de openbaarheid willen doen en dat ze dat liever in een besloten sessie doen. En als dat als dat iets is waar meerdere partijen interesse in hebben, dan zou ik daar zeker voorstander van zijn. Verder kunnen wij ons goed vinden en ons aansluiten bij de input en de vragen van GroenLinks. En daar willen wij het even bij laten. De voorzitter: Dank u. Wie dan? Ja, gaat uw gang. Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Dank u wel voorzitter.
De Partij voor de Dieren deelt de zorgen die onder andere Jouw Haarlem, GroenLinks en andere partijen al deelden. En ik was echt best geschokt naar aanleiding van de inspreekster vorige keer dat er zo'n gat lijkt te bestaan tussen de signalen die we uit de organisatie krijgen en de signalen die we dus uit het veld vernemen. En daarom ook steun voor het voorstel van Jouw Haarlem van raadsenquête. Nog een paar vragen voor de wethouder. Hoe kan het dat nieuwe aanbieders van buiten de regio zijn gecontracteerd en de huidige aanbieders blijken te zijn gekort, terwijl juist zij die die samenwerking al wat langer hadden? Hoe staat de wethouder inderdaad tegenover extra budget en kan de wethouder op korte termijn ook duidelijkheid geven ook aan deze vrijgevestigde behandelaars maar ook aan de kinderen en ouders die nu tussen wal en schip dreigen te vallen? Dank u wel. En ook dan ja gaat gewoon valt...
5
De voorzitter: En u ook dank. Gaat uw gang, mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ik kan me aansluiten bij eigenlijk alle sprekers voorafgaand. Ik ben het eens met de VVD dat de wethouder ons goed moeten informeren, zodat we ook adequaat kunnen reageren op situaties. De raadsenquête voel ik eigenlijk niet zo heel veel voor, sluit ik meer aan bij PvdA. En ik vraag me nog steeds af, kunt u aangeven of nou geld het grootste probleem is of mankracht het grootste probleem? Want het verwart me een beetje, ook het verhaal van mijn buurvrouw van de SP. Van er zijn wel mensen, maar die kunnen zich niet aansluiten. Ik zou daar nog toch nog eens een keer wat meer helderheid over willen hebben . De voorzitter: Ja, die helderheid die kunt u dan van de wethouder krijgen waarschijnlijk, maar niet van mij, aangezien u mij aansprak. Meneer Hulster, gaat uw gang. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter. Wij kunnen instemmen met voorliggende verordening en we delen natuurlijk ook te zorgen wat ons betreft. Het is natuurlijk wel ingewikkeld om nu hele zware middelen in te gaan zetten want we zitten natuurlijk nog een beetje in het begin van de aanbesteding, die nu net een jaar loopt. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Maar zorg moet wel voortgang vinden toch? En dat lijkt op dit moment toch ernstig te stokken.
Dus op het moment dat er nu van allerlei signalen uit het veld komen dat dingen echt fout gaan. Vindt u dan ook niet dat we meer zouden moeten doen, ook als raad, om te kunnen ingrijpen waar nodig? De heer Hulster: Dat zijn een heleboel vragen. Laat ik het zo zeggen, natuurlijk zou ik dat ook willen, maar ik denk dat we ook goed op de hoogte moeten zijn van de positie die we hebben. En ik denk dat het wel heel fijn is als de wethouder ons goed op de hoogte houdt en meeneemt en zo en toe een raadsinformatiebrief stuurt over wat er precies aan de hand is. We lezen allemaal- We horen allemaal inderdaad de signalen en er zijn ook- De zorgen delen we. Maar ik denk toch dat het vooral aan de wethouder is om ons goed te informeren. En dat we over een jaar moeten gaan kijken, als we dus inderdaad netjes de cijfers krijgen hoe het echt daadwerkelijk eraan toegaat. Want voordat we enorm- Er wordt keihard gewerkt om de boel aan de gang te krijgen en als we iedereen ook nog vervolgens aan het werk zetten om weer extra informatie voor ons op te leveren. Ik weet niet of dat op dit moment het meest gunstig is. Maar ik deel uw zorgen. En ik ben natuurlijk ook geneigd om te denken ja, we moeten alles weten. Maar laten we proberen omdat we via de wethouder te doen. De voorzitter: Mevrouw Özogul heeft ook nog een interruptie voor u en dan mevrouw Moedt. Mevrouw Özogul: Dat heb ik zeker.
Wat kunt u zeggen tegen kinderen die op dit moment vijf maanden op een wachtlijst staan zonder dat ze hulp hebben? Kijk, u heeft de tijd, ik heb de tijd. Ik wil wachten op allerlei informatie wat we straks kunnen krijgen. Maar die kinderen die op zo'n wachtlijst staan die hebben die tijd niet. En volgens mij gaan wij als raad over het budget en kunnen wij ingrijpen daar waar nodig. Wilt u dat ook? Of maakt u zich enkel zorgen? De heer Hulster: Ja. Ik vind het een beetje merkwaardig dat u mij erop aanspreekt, want volgens mij ga ik daar niet over, maar gaat wethouder daarover. Of tenminste de wethouders daar gezamenlijk over. En ik deel uw zorgen dus die zou ik graag doorleiden naar de wethouder. Maar het lijkt me een beetje merkwaardig om te doen-
6
De voorzitter: Een vervolging terugzie. Mevrouw Özogul: Ik reageerde uw antwoord, op uw betoog, dat u over een jaar pas wil kijken. Die kinderen hebben die jaar niet, dat is wat ik bedoel. De voorzitter: Dat was geen vraag. Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Ik vroeg me af of de heer Hulster zich realiseert dat er ook behandelaars zijn die gedwongen af moeten haken omdat er geen budget meer is. De voorzitter: Dat is wel een vraag. De heer Hulster. De heer Hulster: Ja, daar ben ik van op de hoogte. Dat is voor- We hebben hier als in het zelf- De actiepartij was daar niet per se een voorstander van, maar we hebben als politiek deze route ingezet. Dus dat is misschien ook wel een beetje de consequentie. Maar ik denk dat we vooral de wethouder daarop moeten bevragen. De voorzitter: Mevrouw Lammertse. Mevrouw Lammertse: Maar bent u het niet met ons eens dat er ook- Een ingezette koers kan ook bij gekoerst worden op het moment dat het duidelijk is dat er bepaalde zaken niet werken. Het is geen stelselwijziging, hoeft geen stelselwijziging te zijn natuurlijk. De heer Hulster: Ja, uw partij was erg voorstander van de aanbesteding op dat moment, maar laat ik zeggen om al na zo'n korte periode- Ik vind eigenlijk helemaal niet dat ik me hiervoor hoef te verdedigen. Maar goed om al- Natuurlijk moeten we bijsturen, maar ik zou zeggen laten we het enige tijd gunnen.
Maar goed dat is onze positie. En natuurlijk horen we graag van de wethouder regelmatig een update wat er aan de hand is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser van de ChristenUnie. Ik moet het nu uit specificeren zie ik, nu u zo beide met de VVD tussenin zit. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. De ChristenUnie sluit zich aan bij de vragen van mevrouw Lammertse van GroenLinks over de overbruggingszorg en over de drie maanden periode van de pgb, waarom dat niet gewoon zes maanden kan zijn. Ik wil graag stilstaan bij artikel 3.6 uit de verordening, waarin staat het college draagt zorg voor jeugdhulp als dat nodig is. Volgens mij is dat de kern, het college draagt zorg. Vervolgens hebben een systeem opgebouwd met die aanbesteding waar het net over gaat met die consortia. En daar gaat toch heel wat mis. En dan is mijn vraag ja, maar het is wel een verplichting van het college, dus waar begint of eindigt die verplichting van het college? Ik lees bijvoorbeeld nergens in deze verordening dat het college die consortia kan passeren. Zo van, mensen hebben recht op zorg, de wachtlijst is nu zo lang, we vinden het onverantwoord. Zou er niet zo’n clausule in de verordening moeten komen? En op welk moment is dat punt bereikt volgens de wethouder, dat het college moet of gaat ingrijpen? Gezien alle situaties die we nu zien.
Want het gaat toch om die zorg die keihard nodig is? Daarom wil ik graag ook van de wethouder een reactie op het verhaal van de psychologen die deze week in het nieuws kwamen waarvan heel veel dreigt te stoppen. Dan denk ik van, dan hebben toch uiteindelijk wel een probleem, want dat kan je niet zomaar met alleen een consortia opvangen. En vorige keer was er een inspreker over specifieke logeerzorg, voor kinderen met hele complexe problematiek. Ik vond dat echt een aangrijpend verhaal. Is daar nu al een oplossing voor gevonden? Kan de wethouder daarop ingaan? Maar ik wil ook pleiten voor de mensen die minder ingrijpende zorg nodig
7
hebben, want het kan nog steeds heel ingrijpend in gezinnen zijn. En dan weet ik toch dat er heel veel misgaat, juist met die zorg die door de consortia niet geboden kan worden. Die wordt dan ingekocht en daar is zoveel gedoe achter de schermen. En wat zie je dus nu? Er worden hele korte termijnen wordt de zorg verstrekt. Dus dan wordt voor een paar maanden gezegd, nou, voor een paar maanden mag het buiten het consortium. Vervolgens dat je weer op een wachtlijst komt. En dan aan het eind van de periode krijg je net weer zorg, maar dan moet vervolgens moet je weer op een wachtlijst komen. Want het wordt steeds maar met hele korte termijnen verlengd, omdat er gewoon financieel geen goede afspraken zijn. Voorzitter, dit is echt een bureaucratie ten top. Hier gaat heel veel arbeidsuren aan op. Dit moet echt heel snel afgelopen zijn. Echt heel snel en niet pas over een paar maanden. Ook als er buiten consortia zorg wordt verleend, moet dat voor een langere periode zijn, niet steeds weer om de paar maanden opnieuw op een wachtlijst gezet worden. De consortia kunnen niet alles bieden. Wethouder, erken dat en zorgt dat het gewoon soepel verloopt als de zorg buiten consortia wordt verleend. En tenslotte de pgb voorzitter. Ik lees dat de pgb- Dat je moet aantonen dat het doelmatiger is.
Voorzitter als het even doelmatig is, dan moet pgb toch ook kunnen? Waarom de eis dat pgb per se doelmatiger moet zijn? Als het even doelmatig is, dan ontlast het de consortia. Prima. Ga met die banaan. De voorzitter: Dank u wel. Wie dan? Nog iemand? Gaat uw gang. Mevrouw Verhagen: Ik wil me bij deze geheel aansluiten bij wat de heer Visser hier heeft gezegd. En ik wil eigenlijk ook heel graag weten van, als u nou zo’n signaal hoort. Van er zijn wel psychologen, er zijn wel hulpverleners. Alleen het geld is er blijkbaar niet. Zou er dan geïnventariseerd kunnen worden hoeveel er zijn en wat daar mogelijk mee gedaan kan worden? Dat er ook nu daadwerkelijk ingegrepen wordt. Er zijn dus blijkbaar mensen, dus het is het probleem niet helemaal. Wat doen we daarmee? De voorzitter: Kijkt mij heel indringend aan en sprak ook met u. Ik neem aan dat het vragen voor wethouders zijn, anders komt de voorspelling van de wethouder die die eerder vanavond deed nog uit. Goed. Van alle markten thuis. Dames, heren, nog iemand het woord in de eerste termijn? Anders gaan we naar de wethouder luisteren. Wethouder. Wethouder van Leeuwen: Ja, forse dank. Volgens mij hebben wij hier zeven maart in deze commissie- En ik heb het even teruggezocht, anderhalf uur met elkaar gesproken over de zorg over wachtlijsten. Daar heb ik mijn zorg geuit, hebben we dat met elkaar gedeeld.
En toen hebben we het ook gehad over oplossingsrichtingen. Ik heb ook gezegd en toegezegd dat we uitzoeken, want dat was toen een vraag die u aan mij stelde, zou geld voor de implementatie kosten voor zorginnovatie, zou dat soelaas kunnen bieden? Daarvan heb ik dat complexe speelveld tussen zorg en financiën uitgelegd, de landelijke lijn en ook het normaliseren van het voorveld. Daar hebben we, tot misschien zelfs deels irritatie van uw voorzitter, heb ik daar uitgebreid over uitgeweid, uitgebreid uitgeweid over mijn zorg en de zorg die ik heb op dit dossier. Dus ik schrik er wat van dat ik blijkbaar niet duidelijk genoeg ben geweest die avond dat u niet heeft gehoord hoe ik uw zorg deel. Dus daar sta ik van te kijken en wellicht kunt u ook die nog terugluisteren, want ik zal- Want anders krijg ik weer hier en een zetje dat ik te lang van stof ben. Ik zal niet alles wat ik op zeven maart hebben gezegd in die anderhalf uur zal ik niet opnieuw herhalen. Want dat heb ik hier natuurlijk gezegd en dat heb ik ook uitvoerig gedaan, dat we deze zorg delen en ook daarbij is weer- Volgens mij is dit geen dossier in Nederland waar dat zo klem zit, waarbij we eigenlijk landelijk zien. Ik haalde toen ook Arne Popma aan, hoogleraar kinderpsychiatrie, die zegt normaliseren het voorveld, preventief beleid zoals we in Haarlem hier hebben.
@ease, een inloopspreekuur waar jongeren met andere jongeren in gesprek kunnen gaan. Dat is de toekomst. Vroeg signalering van mentale gezondheid.
8
De voorzitter: Heeft u eenWethouder van Leeuwen: En tegelijkertijd zit we in een complex stelselDe voorzitter: Interruptie, Wethouder. Wethouder van Leeuwen: Met knelpunten en daar hebben we het anderhalf uur met elkaar over gehad. De voorzitter: Ik onderbreek u iets sneller dan het gemiddelde commissielid, omdat uw zinnen soms heel erg lang zijn. Mevrouw Özogul, u heeft de interruptie. Mevrouw Özogul: Aangaande Wethouder, u deelt de zorg. Maar weet u dat op het moment dat een kind van de basis naar het specialisme gaat, dat dan basis moet stoppen op het moment dat die aangemeld is bij de ander, maar dat die hulp daar niet is en dat dus die vijf maanden betekent dat dat kind geen hulp heeft. Weet u dat? Wethouder van Leeuwen: Nee, ik ga gewoon verder met mijn termijn, want deze vraag is al gesteld. Deze vraag is gesteld over meerdere mensen, want dit is ook de zogenoemde overbruggingszorg. Ik ga ook weer even terug. Eerst over, voorzitter, wat dit agendapunt is. De verordening bepaalt dat mensen hulp krijgen, niet hoe het is ingekocht. Dus eigenlijk 90 procent van wat u heeft gezegd, met uitzondering van een paar punten van mevrouw Lammertse en één punt- Lammerse. En één punt van de heer Visser, gaat eigenlijk over het agendapunt, de rest is bezijden het agendapunt. Maar als u mij toestaat, gezien zorg en ook mijn betrokkenheid erbij, zou ik daar wel op willen antwoorden.
Op die andere punten over de verordening, daar kan ik gewoon in één keer- U geeft uw zienswijzen. Dus als u zegt pgb, doen in drie maanden, zou maar zes maanden. Kijk, het is wel zo dat als je die drie maanden aanvraagt, dan moet de pgb gebruiker al bekend zijn. Dus vragen ze of die zes maand nodig is. Maar zoiets als een zienswijze meegeeft, dan nemen we dat mee. En zeven gemeentes doen dit. Dus dan kunnen we terug bij komen bij ons, nou we hebben nog eens maar eens afgewogen, zes maanden kan ook. Dus die zullen we gewoon meenemen, dat luis. Dus daarvoor is deze bespreking echt bedoeld. Als ik het over die andere vragen heb over de overbruggingszorg, ook daarbij weer teruggaan. Met name de Raad van Haarlem, uw raad, uw voorgangers eigenlijk, een deel van u was hier al. Die heeft gevraagd, maak nou perceel één en twee. Maak nou perceel één en twee waarbij één over complexe jeugdzorg gaat en twee over enkelvoudige zorg. Daar zijn toen ook door u als raad verschillende spelregels voor opgesteld en dat leidt nu en daarvan ben ik op de hoogte, dus dat is gelijk een antwoord op de interruptie van mevrouw Özogul van de SP. Dan ben ik op de hoogte dat dat nu leidt tot de situatie waarvan ik ook heb af- Ik heb zelf afgelopen week met een aantal aanbieders gesproken met de ambtenaren.
Tot deels denk ik kinderziekten, deels verschil van inzicht en deels ook gewoon een aantal zaken die op een manier zijn uitgevoerd die niet zo goed zijn uitgepakt. En deels ook misschien wel het beeld wat we hier in deze zaal als raad hadden over enkelvoudige zorg, dat het wellicht niet zijn recht doet aan de zorg die werk door die mensen geleverd wordt. Wat dat betekent voor die regels en hoe we daarmee omgaan en ook hoe dat overleg is? Nou, daar is op dit moment intensief overleg over. Dus heb ik vandaag nog overleg geweest met deze partijen. En zodra ik daar duidelijkheid over heb en ook daarbij, dat doen we natuurlijk weer met zeven gemeentes, gaan we dat u laten weten. Want dat bent u ook voor mij gewend. Ik hou u op de hoogte …, ik hou u op de hoogte over wachtlijsten. En ook over deze zorg die mij bekend is, hou ik u ook op de hoogte. De voorzitter: Een interruptie van de heer van der Vliet.
9
De heer van der Vliet: Dank u wel. Vraag voor de wethouder, zou gezien ook het zorgwekkende artikel in het Haarlems dagblad, heeft ook de zorg kunnen wegnemen van deze zorgverleners? Of de acute zorgen weg kunnen nemen? Wethouder van Leeuwen: Zoals ik al zei, we zijn in overleg. Er zitten heel veel verschillende lagen onder, dus deels is inderdaad van hoe pakken de regels uit per individu? Hoe zit het als geheel? En wat zijn dus precies de spelregels? Dus dat is een meervoudig gelaagd ding. Daar ga ik nu niet op de troepen vooruitlopen. Want wat ik zei, ook vandaag nog terwijl wij al beneden met elkaar aan het vergaderen waren, heeft er nog overleg plaatsgevonden. Zodra ik daar iets kan melden, meld ik dat u en melden wij als zeven wethouders dat aan de zeven gemeenteraden. Want deze zorg gaat natuurlijk en dat gaat dus, ook weer voor duidelijkheid voorzitter, dat gaat dus niet over de verordening, dat gaat over hoe wij met elkaar hebben ingekocht. Daarbij weet u, u heeft met elkaar gevraagd doe ons ook een perceel twee voor enkelvoudige zorg. Is nog inderdaad een tariefonderzoek geweest, is een jaar uitgesteld en dit zijn dus eigenlijk inderdaad een aantal zaken die daarmee samenhangen en die zorg deel ik. En daar wordt nu hard aan gewerkt om tot een oplossing te komen. En dan zullen we bezien en daar zullen we ook over informeren, in hoeverre we die zorgen weg kunnen nemen.
Ik ga terug naar de vragen. De voorzitter: Voordat u dat gaat doen, heeft u een interruptie van mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Een vraag die bij me opkwam. Want we hadden vroeger honderdtwintig of honderdzestig hulpaanbieders. Is er ruimte voor die hulp aanbieders, die dus niet in het consortium meedoen, in die vier consortia. Is er ruimte dat daar aanspraak op gemaakt kan worden? In ieder geval van, ja, dat het toch wel heel erg nijpend is. Wethouder van Leeuwen: Voorzitter, ik kijk een beetje naar u, want ik kan op heel veel vragen antwoord geven maar dit is allemaal wel heel ver voorbij de verordening. Dus ja, ik kan deze vraag natuurlijk beantwoorden, als er inderdaad zorg op een nog nodig is buiten en consortium, dan kunnen we zogenaamde maatwerk contracten gaan doen. Hebben we u ook al over geïnformeerd in een P&C product, dat wij dus inderdaad zorg- Is ook toen een artikel over verschenen, dat wij zorg à 1,1 miljoen hebben gefinancierd voor zorg die wij niet hadden ingekocht vooraf, omdat die niet voorzien was. Dus ja, altijd als er echt iets extra's nodig is voor een bepaalde casuïstiek wat nergens geboden wordt, dan doen wij dat. Om nu helemaal in te gaan op wat het verschil is tussen perceel één en perceel twee. Nou, daar is hier vele uren over vergaderd. Dat lijkt me niet goed om nu te doen.
De voorzitter: De aanvullende vraag mag, maar ik ga niet de wethouder vragen om perceel één en twee uit te leggen. Dus als dat de vraag is dan gaan we dat niet doen, maar anders gaat uw gang. Mevrouw Jacobsz: Nee, omdat we het over de verordening hebben. Ik vind dit nou, wat u nu beschrijft als proces, iets voor in de verordening. Of ben ik nou abuis? Wethouder van Leeuwen: Dat is wel goed dat u het vraagt, want dan kan ik het nogmaals scherp zetten. De verordening bepaalt niet de inkoopspelregels. Dus de verordening bepaalt dat je een voorziening krijgt, dat er de jeugdhulp verleend gaat worden, hoe die jeugdhulp is ingekocht. Dat is een terecht vraagstuk. Daar hebben we met elkaar ook uitgebreid op zeven maart over gehad. Daar hebben we dus inderdaad- Naar aanleiding van insprekers zijn op dit moment ook inderdaad weer extra gesprekken over met een aantal aanbieders, van hoe nou die nieuwe contracteren voor hen uitpakt en wat daar de zorgen in zijn. Zodra ik daar nieuws over heb, kom ik daar daarbij bij u op terug. Maar dat is niet- De verordening is, je krijgt het. En hoe we het dan met
10
elkaar inkopen, dat is dus in een vraagstuk wat nu niet voorligt, waar wel een zorg zit en waar hard aan gewerkt wordt. De voorzitter: Mevrouw Lammertse. Mevrouw Lammertse: Dank u wel voorzitter. Los van de contractering en het verschil tussen perceel één en twee, is het recht op overbruggingszorg niet iets wat wel in een verordening vastgelegd zou moeten worden ? Wethouder van Leeuwen: Nee kijk, overbruggingszorg is er en dat is dus- Ook consortia moet dat bieden hè? Ook voor de kinderen die op een wachtlijst staan. En waar niet dan biedt het CJG dat. Dus deze vraag, die weet ik niet gelijk of dat dan in de verordening moet staan of dat dat gewoon geregeld moet hebben. Weet ik niet, maar die neem ik mee. Want dat is dus- Dat zie ik als een vraag over de verordening, dus die zal ik gewoonWant ik ben hier natuurlijk om te luisteren naar al uw wensen bedenkingen over de verordening. Om dan gelijk het brugje te maken om de andere wensenDe voorzitter: Nee, wacht u even, want de handen gaan als bosjes de lucht in momenteel. Als eerste, heer Visser van de ChristenUnie. De heer Visser: Volgens mij ligt mijn vraag over artikel 3.6, daarin in het verlengde. Het begin en het einde van het recht op zorg. En wanneer moet de wethouder niet in de verordening een middel hebben om in te kunnen grijpen van, ook al is het allemaal ingekocht of verkocht, het wordt niet gerealiseerd.
Ik ga toch een andere aanbieder vraag om die zorg te verlenen. En dat kan dus ook permanent zijn. Hoeft niet alleen overbrugging zijn. Want je wil niet ook de mensen steeds wisselen van hulpverlener. Ik ga het gewoon permanent regelen, want er zijn te weinig aanbieders bij de consortia. Wethouder van Leeuwen: Het hele korte antwoord is eigenlijk nee. Dus de verordening bepaalt, u heeft recht op zorg. Dan is er in dat- Hebben wij als zeven gemeentes twee jeugdzorg regio’s ingekocht via consortia en via vrijgevestigden die in perceel twee zitten. Als daar dan geen plek is op dat moment, dan moet er overbruggingszorg komen, want u heeft immers conform verordening recht op zorg. Dus overbruggingszorg hoeft niet in een verordening te staan. U heeft recht op zorg. Dat moeten ze met elkaar regelen. Hoeveel budget daarvoor beschikbaar is en hoe dat precies werkt, daar kunnen we inderdaad nog een nader gesprek over voeren. Daar informeer ik u ook nader over, als we daar weer meer duidelijkheid over hebben. Maar we werken dus inderdaad, u heeft recht op zorg en dan gaan we kijken hoe we dat organiseren. De voorzitter: Mevrouw Moedt. Mevrouw Moedt: Ik weet niet of de wethouder er toen bij was met de inspreekster mevrouw Huig de vorige keer. Maar ik vroeg toen aan haar van, CJG en de rol daar bij die overbrugging.
Toen zei ze dat is gewoon geen optie, want dat is gewoon te heftig voor die kinderen. Die moeten door of bij ons blijven. Dus hoe ziet u dat? Wethouder van Leeuwen: Ik heb net al gezegd, we zijn in gesprek en daar zitten vele- Heel veel kanten aan. Dus ik kan er nu op ingaan en dat zal ik heel kort doen. En dat zei ik namelijk net al op een eerdere vraag. Ik denk dat het beeld wat de raden, de zeven raden, hebben gehad bij perceel twee enkelvoudige jeugdhulp, dat het anders is dan de jeugdhulp die nu binnen perceel twee verleend wordt. En ik denk dat daar een deel van uw antwoord zit. Maar wat ik zeg, ik ga niet op die zaken vooruitlopen. Ja, ik heb die inspreker gezien. Ik heb haar, niet haar maar een aantal andere vertegenwoordigers gesproken, want zij kon niet op de avond dat ik ze gesproken heb vorige week. Dus ja, ik heb kennisgenomen van die zorgen. Ik heb ze duidelijk gehoord en
11
begrepen en daarover vindt op dit moment, sterker nog vandaag nog, nader overleg over plaats. En zodra ik daar meer nieuws over heb, bent u de eerste die dat via de raadsinformatiebrief hoort. De voorzitter: Nou mooi, dan zien we die raadsinformatiebrief komen. Heeft u nog een interruptie van mevrouw Scholten. Mevrouw Scholten: Ik vraag me toch echt af of in de verordening niet iets zou moeten staan over het zorgen dat kinderen niet verdwijnen tussen perceel twee en perceel één in. Want ik lees dat gewoon ook niet in de verordening. Dus er staat wel continuïteit van zorg indien noodzakelijk, maar er staat echt helemaal niets over hoe. Dus voor mij wordt het dan niet duidelijker. Kunt u het duidelijker maken? Wethouder van Leeuwen: Ja en dan en dan ga ik hem nog een keertje proberen te duiden. Uiteindelijk is een verordening, je vormt iets waardoor duidelijkheid wordt waar mensen recht op hebben. We hebben ook verordeningen over parkeren, bijvoorbeeld heeft u recht op een parkeerverordening. Dat gaat er niet over hoe je die parkeerverordening precies aanvraagt. Uiteindelijk gaat dit over een verordening jeugdhulp. U heeft recht op jeugdhulp en hoe dat dan precies gaat, ja, het staat buiten kijf dat wij niet willen dat mensen- Dat er kinderen tussen wal en schip vallen. Dus ja ik deel uw zorg, nogmaals. En wat ik zei, daar hebben we de zeven maart uitgebreid over gehad.
Maar dat is dus, de verordening gaat, u heeft recht op jeugdhulp en dan moeten we dat gaan organiseren. Hoe we dat organiseren, daar hebben we het ook vaak met elkaar over, maar deze verordening gaat over u heeft recht op jeugdhulp. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder van Leeuwen: Wat was nog een vraag? Dan ga ik weer terug naar de verordening, probeer ik het terug te brengen naar het agendaonderwerp voorzitter, met uw goedvinden. Want het doelmatig pgb dat komt van de wetgever. Dus de wetgever zegt eigenlijk- Ik ben geen jurist, dus dan probeer ik jullie taal uit te kramen. De voorzitter: Wat de wetgever hoeft teWethouder van Leeuwen: Een pgb kan verstrekt worden als het doelmatiger is dan de voorliggende voorziening. Dat is even mijn juridische vertaling van wat de wetgever beoogt. Maar als u zegt, kan dat niet ook gelijkgesteld worden? Dat was de heer Visser, sorry. Ik kijk u aan mevrouw Lammertse, van GroenLinks. Ik dacht dat het bij u vandaan kwam, maar het kwam bij de heer Visser vandaan. Dus dat heeft de wetgever zo voorgeschreven. Ik zou kijken, want dat is ook weer waarvoor we hier zitten, die zienswijze op de verordening. Kan dat ook anders? Nou daar zullen we naar kijken, of dat anders kan. En natuurlijk ook daarbij weer of er draagvlak voor is in de zeven gemeenteraden.
Want dat is wat die verordening moet doen, dat wij hier met elkaar in de regio, in ieder geval het vaststellen dat jeugdhulp geboden moet worden, dat het uniform, eenduidig en ook simpel gebeurt. De voorzitter: Interruptie nog, van mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Eigenlijk een aanvullende vraag op wat u zei over in de wet, over dat het doelmatiger moet zijn, de pgb. Staat er ook iets in over wie dat dan bepaalt of staat dat in verordening? Hoe werkt dat? Wethouder van Leeuwen: Ja, die vraag, u ziet mij naar boven kijken. Dat betekent dat ik hem zo technisch vind dat ik niet gelijk een antwoord praat heb.
12
De voorzitter: Laten we dat inderdaad als technische vraag doen. Dat lijkt me een goed idee. Dat lijkt me een zeker een goed idee. Goed, wethouder. Was u zover, of? We kijken nog even. Wethouder van Leeuwen: Volgens mij heb ik met mijn inleidende al gezegd van, wilt u de raad informeren? Volgens mij heb ik dat de afgelopen maanden gedaan en ben ik ook voornemens dat te blijven doen. Want zoals u ook heeft gehoord, dit heeft onze aandacht, van deze wethouder en ook van de andere zes collega wethouders met wie ik dit dossier samen doe. Ik ga nog even kijken. Ja, ik heb die zes maanden, drie maanden over pgb's heb ik het over gehad. Wat ik zei, kan ook zo nog benadrukt worden. Ook aangescherpte definities over wat zijn andere partijen, waren ook technische vragen, over gezegd we zullen kijken of dat nog in toelichting van waarde kan zijn voor deze verordening. En wat ik ook al en volgens mij heb dat ook al eerder tegen u gezegd, maar dat is ook even- Volgens mij hebben wij dat ook wel eens gewisseld voorzitter, maar wellicht kunt u daar ‘…’ iets over zeggen. Volgens mij heb ik ook weleens gezegd dat het mij van waarde lijkt om, net zoals dat u jaarlijks het onderwijsgesprek heeft, om ook met jeugdzorg partijen maar misschien ook jeugdzorg kennis, om daar een soort van sessie te over organiseren tussen technische sessie slash raadsmarkt en commissiebehandeling in.
Dus bijvoorbeeld, iemand die ik echt heel hoog heb zitten over dit dossier is dus die hoogleraar kinderpsychiatrie Arne Popma, die ook bij @ease betrokken is. En een preventieve instelling die wij ook in Haarlem hebben bij Flinty’s. Elke woensdagmiddag kan je gewoon naar binnen, kan je dus laagdrempelig al praten over je mentaal welzijn als jongere. Hoe kijken we nou naar dit domein? Want ik zie en ik spreek hier ook, meer dan bij andere dossiers eigenlijk wel, want andere wethouders jeugd en onderwijs over in het land. Ik zie overal deze zelfde worsteling. Hoe gaan we dit nou met elkaar doen? Want er is gelukkig meer aandacht voor het mentaal welzijn van jongeren. Maar ook de vergelijking op zeven maart deed ja. Het lek, zoals bij longkanker wel boven is gekomen, namelijk de sigaret, is hier nog niet boven. En hoe we dat met elkaar al samenleving doen hè? Want dat zijn ouders, dat zijn scholen, dat zijn jeugdzorginstellingen. Dat zijn CJG, dat zijn preventieve maatregelen. Hoe we dat met elkaar doen. Ja dat is ook inderdaad echt welEn dat is dan altijd een beetje een moeilijk, het is een wicked problem. Dus daar is niet één makkelijke oplossing. En daar zit bij u zorg, daar zit bij mij ook zorg. De voorzitter: Als we kijken naar wat er de komende maanden in ieder geval nog op de agenda staat.
We hebben nog een regionale sessie over jeugdhulp op vijf juni, waar we sowieso met consortia gaan spreken. Dat is hier op het stadhuis. Een sessie die geïnitieerd is door de griffier en mijzelf, omdat het nog goed leek dat u in ieder geval de informatie krijgt vanuit de consortia over hoe daar de zaken nu gaan. Ik denk dat het goed is, kijkende vooral naar de agenda van u allen, zeker met een hele drukke mei en juni, dat het goed is om een dergelijk gesprek ook wel te gaan plannen. Maar ik wil u dan gelijk weer wel realisme meegeven, dat ik niet verwacht dat we dat per gesprek per se nog voor het zomerreces kunnen gaan inplannen. Dat wil ik u even meegeven. De wethouder was klaar met zijn eerste termijn. Gaan wij door, als er behoefte is aan een tweede termijn? De heer van der Vliet. De heer van der Vliet: Dank u wel. VVD heeft eigenlijk nog een vraag voor de wethouder, want u wilt het heel graag- De wethouder wil het heel graag over de verordening hebben, maar dat biedt eigenlijk momenteel geen oplossing voor de huidige problematiek. Zoals de hulpverleners aan hebben gegeven, het is vijf voor twaalf. En eigenlijk zou de VVD ook graag antwoord willen hebben op de vraag van Jouw Haarlem of de raadsenquête misschien wel- Dat we dat kunnen gaan uitvoeren. Daarnaast is het nog steeds niet duidelijk voor de VVD wat nou de behoefte is vanuit de markt.
Is het nou meer geld, of is het meer beschikbaarheid? Dank u wel.
13
De wethouder: Ik zit zelf heel even na te denken over wat we net zeiden, een gesprek, een raadsenquête, een panelgesprek. Alle vormen die we ongeveer maar kunnen bedenken. Maar is misschien goed om met degene die het bedacht en degene die misschien een alternatief heeft ook even samen te denken over hoe we u nou op een goede manier kunnen informeren. Mag ik u en meneer Visser van de Partij van de Arbeid, mag ik u daar ook voor aankijken, omdat u al een alternatief idee had? Ook, prachtig. Noteren we dat we daar eventjes mee een informeel gesprekje voeren om te kijken over hoe we dit goed kunnen insteken en wie we daar dan bij willen aan laten sluiten. Wethouder van Leeuwen: Voorzitter, mag ik daarbij een suggestie doen? We doen dit als twee jeugdzorg regio’s met zeven gemeentes. Ik geef u het overweging mee of u dat voor de Haarlemse gemeenteraad doet of misschien wel een gezamenlijkheid, aanzien u met gezamenlijk tot wijziging moet komen als u de inkopen of het stelsel anders wil. Maar dat als suggestie. De voorzitter: Ik denk dat het goed is dat we dat meenemen. Dan gaan we daar verder nu geen discussie over voeren, maar dat kunnen we dan meenemen in het gesprek wat wij dan met in ieder geval vijf, plus vier, zes en waarschijnlijk komt er ook wel iemand van de ambtenaren bij. Is nog zeven, acht. Ja.
Achter de schermen kan er genoeg meegedacht worden, maar laten we niet een hele commissiedebat hierover gaan hebben. De heer Hulster, uw tweede termijn. De heer Hulster: Ik werd toch een beetje getriggerd. U zei deze raad heeft ervoor gepleit toen om in twee percelen te werken. En ik moest even terugdenken hoe dat ook alweer zat, dus er werd toen gesproken over budget plafonds. Wat we toen dachten, terwijl dat eigenlijk is jeugdzorg heeft een openeinderegeling wettelijk. Dus eigenlijk kan iedereen- Of jongeren kunnen totdat ze volwassen worden, kunnen ze eigenlijk zo’n zorg vragen en kunnen wij helemaal geen zorg weigeren als gemeente. En toen is eigenlijk natuurlijk bedacht van, de lichtere zorg daar zou je dan wel eventueel wat plafonds aan kunnen hangen en de zware zorg zou dat niet kunnen. Dus dat hebben we daarvan uitgezonderd. En nu zegt u eigenlijk ja, die lichte zorg, dat blijkt veel complexer te zijn en eigenlijk zou er dus veel meer onder de openeinderegeling moeten vallen. Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja ik schrik toch eigenlijk wel van de hele behandeling. Is natuurlijk niet de eerste keer en ik hoor u ook zeggen, de komende maanden staat het toch op de agenda, zijn er gesprekken. Maar er ligt iets heel acuuts ligt hier.
En nou weet ik wel dat als raadslid ik niet van de oplossingen ben, maar ik kan er niks doen, maar dat komt bij mij wel binnen. Is er niet iets pragmatisch te verzinnen? Kunt u- Ja, ben even op zoek naar de rol, ook wat de wethouder kan doen. Maar wethouder, kunt u zich wat harder maken voor een pragmatische oplossing? Ik hoor u al over een inloopspreekuur of toch iets meer voor op de korte termijn. Want nog een keer praten, nog een keer praten raadsessie dit, een gesprek dat. Het probleem speelt al heel lang, volgens mij sinds corona lijkt het opgelaaid. Maar de jeugd is wel de toekomst. En de jeugd die niet geholpen wordt, worden misschien wel de lastige mensen die straks in gevangenissen terechtkomen. En weet ik veel wat. En dan gaat het nog meer geld kosten. Maar goed, dat is een beetje uit emotie gesproken moet zeggen. Mevrouw Moedt: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor u zeggen, dat wordt dan richting de zomer. Maar de situatie is inderdaad acuut. Dus ik zou er toch wel willen pleiten om dat sneller voor elkaar te krijgen. Met elkaar in gesprek te gaan, met mensen uit het veld in gesprek te gaan. Want anders is de situatie waarschijnlijk zo dat na de zomer die aanbieders er niet meer zijn. Dan hebben we echt een probleem.
14
De voorzitter: We nemen het mee. Ik ben ook wel een beetje de bewaker van uw agenda. Ik bedoel, u heeft tenslotte ook, thans die illusie noemen we het dan, een persoonlijk leven nog. Anders nog commissieleden die nog het woord willen voeren? Nee? Wethouder. Wethouder van Leeuwen: Ja, ik ga achterstevoren. U heeft ons college neergezet als dagelijks bestuur van deze stad. Dus ja daar snit snelheid in. Dus ook even gewoon hoe dat dan gaat. De inspreker die heeft toen op donderdag ingesproken. Op vrijdag is contact geweest ambtelijk en op maandagavond heb ik drie andere mensen namens de insprekers gesproken. Dus die snelheid om zaken acuut op te passen op te pakken , die zit daar. Daar wordt op dit moment verder over gaat en zoals ik al zei, uiteindelijk moet er een antwoord komen van zeven wethouders aan zeven gemeenteraden. Daar wordt aan gewerkt. Dus als u vraagt om snelheid in de uitvoering van mijn kant, dan zetten wij daar alles op alles en daar zijn tal van mensen dagdagelijks mee bezig om elke dag dit weer in goede baan te lijden. Niet alleen bij de gemeentelijke apparaten, maar ook bij het CJG, ook bij de consortia, ook bij de vrijgevestigden. En daar zit dus die snelheid in om die knelpunten zo goed als om ook op te lossen. Als ik u daarbij nodig heb, want ik heb soms nodig, bijvoorbeeld voor geld.
Dat heeft ook aan mij gevraagd, zeven maart heeft u gevraagd breng een kaart of dan inderdaad iets van- Ik ben het precieze woord nu kwijt, ik zei het in mijn eerste termijn. De implementatie kosten. Hoeveel was dat en kan dat nog inderdaad als een soort van terug rekening richting consortia, kan het soelaas bieden? Dat brengen we voor u in kaart. En dan kom ik bij u terug, want uiteindelijk gaat natuurlijk over het budget en budgetrecht. En ook u heeft met elkaar wel en dat is eigenlijk een ander antwoord ook op de heer van der Vliet. U heeft met elkaar met de programma begroting mijn financiële kaders meegegeven. Dus daar staat naar mijn weten, ik hem even uit mijn hoofd, dus dat gaat niet kloppen voorspel ik hier alvast. Maar volgens mij staat daar 43 miljoen per jaar op het programma jeugd. Dat is mijn kader waarvoor ik dus zowel @ease moet betalen als de verschillende percelen. Wat u mij als kader heeft meegegeven, wat wij al hebben gedaan. Vorig jaar hadden we een keertje maatwerk nodig, toen heb ik weer extra gemeld. En dan eigenlijk is dat sorry geachte gemeenteraad, ik heb 1,1 miljoen meer uit te geven, want dat was op dit moment nodig. Als ik daar inderdaad signalen krijg dat dat weer nodig is, dan kom ik ook bij u terug. En dat mag ook van mij verwachten vind ik, als bestuurder van deze stad.
Ik zeg wel, ook daarbij is natuurlijk de vraag van, hoe zit het die verhouding tussen kosten, het preventief werken en wat er echt nodig is? En dat is inderdaad heel fragiel. En die fragiliteit heb ik inderdaad op zeven maart ook al uitgedrukt. Dat vind ik inderdaad ook echt complex in dit dossier. De jeugdzorg is toch anders dan iets in het fysiek domein, wat je vast kan houden. Je weet hoe breed- Daar weet de heer Visser van de ChristenUnie al het meer van dan ik. Hoe breed een fietspad moet zijn of mag zijn, wat dat mag kosten. Dat is hier natuurlijk veel complexer te zien. En uiteindelijk gaat- En er werd net gezegd, deze jeugd is onze toekomst. En hoe eerder we erbij zijn en daarom geloof ik ook weer en dat is ook de visie die u ook heeft uitgedragen in meerderheid, geloof ik ook in dat zo vroeg mogelijk erbij zijn, zoveel mogelijk preventief beleid voordat het inderdaad escaleert. En tegelijk moeten we wel zorgen dat voor de kinderen, voor de jeugdigen, voor wie het al echt nu niet goed gaat, dat we daarbij zijn. Dat is de klem waar we met elkaar in zitten volgens mij. De voorzitter: De heer van der Vliet. De heer van der Vliet: Dan heb ik wel een vraag voor de wethouder.
Welk ambitieniveau wordt dan ten opzichte van die kosten eigenlijk berekend? Zoals eerder ik betoogd noemde een zesje zoals de ambtenaren dat uitgedrukt hebben, of? Ik wil niet toespitsen op een bepaald cijfer, maar waar zit echt de ambitie in en waarvoor gaan we dan?
15
Wethouder van Leeuwen: Ik ben er eerst maar niet op ingegaan. Ik kan geen- Ik kan mij niet verdedigen voor de uitspraken die ik niet zelf heb gedaan. Ik weet niet de context van deze uitspraak, dus ik kan daar niks mee. Ik zeg alleen dat u met elkaar een financieel houdbare en goede jeugdzorg wil bieden. En als u ergens een uitspraak die in een context is gedaan die ik niet ken. Ik kan alleen maar zeggen dat u heeft mij meegegeven de regiovisie jeugdhulp waar u nu heeft gezegd wat in dat- De weg naar het voorveld, preventief erbij zijn, vroeg signaleren. En er zijn voor de kinderen, jongeren die het echt nodig hebben. Dat is wat we naar eer en geweten zo goed mogelijk uitvoeren. Wat overal in het land heel kwetsbaar en fragiel is. Dat zie ik ook in deze regio. Dus ik heb hier eigenlijk niet een directe reactie op. Was nog een vaag van de actiepartijvoorzitter. Hoe zit het nou? Dat dus echt even zo'n vraag waar ik op terug moet komen. Wat ik zei, er was inderdaad iemand van perceel twee die heeft ingesproken. Daar is intensief overleg over. Zodra we duidelijk hebben wat precies de verschillende problemen zijn, want daar zitten echt verschillende gradaties in, dan komen bij u terug. De voorzitter: Dan informeert u de commissie daarover. Uitstekend, fijn. Mooi. Dan denk ik dat we dit zo voldoende besproken hebben. Dan komt de hele volgende cyclus nog even terug.
Gezien de wethouder wissel en de raadsleden wissel. Laten we kort even zes minuten pauze houden. 8.
RIB Voorlopig resultaat regionale aanbesteding Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (DL) De voorzitter: Dames en heren, staakt u weer alle onderlinge gesprekken. Wij gaan weer verder met onze commissievergadering. Punt acht is aan de orde, de raadsinformatiebrief van het voorlopig resultaat regionale aanbesteding maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen. De SP heeft het stuk geagendeerd op 21 maart jongstleden. Dus het woord is aan mevrouw Özogul, gaat uw gang. Mevrouw Özogul: Dank u wel voorzitter. Ik heb hem geagendeerd omdat twee van onze maatschappelijke opvang niet gegund is. Dat is Spaarnezicht geloof ik, voor de jongeren, wat eerst op subsidie basis was. En dat is de Wilhelminastraat. Vervolgens heb ik in de krant gelezen dat HVO niet ingeschreven heeft, omdat zij zeggen dat zij het niet voor het bedrag de veiligheid en de zorg niet kunnen bieden. En ik was eigenlijk benieuwd wat het college daarover te vertellen heeft. En hoe we de kunnen zorgen dat in ieder geval straks Wilhelminastraat ook gegund wordt en de opvang blijft bestaan en de zorg kan verlenen. Daar ben ik benieuwd naar voordat ik met mijn vragen kom. De voorzitter: Oké. Nou dan heeft u alvast uw aankondiging voor in de tweede termijn. Kunnen we er wel op letten dat u ook echt door de tijd heen vliegt. U heeft hier minstens dubbele spreektijd versus de commissiebeheer.
Dus tijd is hier echt tijd he, zoals u weet. Andere commissieleden die het woord willen voeren in de eerste termijn? Mevrouw Verhagen, gaat uw gang. Mevrouw Verhagen: Dank u wel. Voorzitter. Zeer zorgelijk dat voor de Wilhelminastraat en by the way ook Spaarnezicht nog geen exploitant is. Terwijl de financiering maar tot december gerekt kan worden. Precies de zwaarste voorzieningen van de maatschappelijke opvang. Bij vergelijking van de lijst aanbieders die ik heb opgevraagd, valt op dat voor perceel drie RIBW K/AM en het Leger des Heils aanblijven. HVO-Querido en Kenter worden niet opnieuw gecontracteerd. Hebben die zich niet ingeschreven of zijn ze verlicht vanwege onvoldoende prestatie, op wel de zwaarste vormen van maatschappelijke opvang niet aangezocht? Querido heeft natuurlijk zwaar onder vuur gelegen. Helaas was inval over het waarom niet te vinden . Dus wethouder, stond dus blijkbaar in de krant, maar dat had ik nog niet gezien. Dus wethouder, niet opnieuw ingeschreven of niet gegund? Maar het wekt wel verbazing dat Velserpoort en de Wilhelminastraat, die beide onder Querido vallen, nu uit elkaar getrokken zijn. En per mens alleen Velserpoort gaat bemannen. Had er niet, net als voor de trajectbegeleiding, die immers voor alle aanbieders verplicht is, ook voor de Wilhelminastraat en
16
Spaarnezicht een dergelijke verplichting kunnen gelden? Dus wie voor Velperpoort wil inschrijven, dient dat ook voor de Wilhelminastraat te doen. En waarom gaat Kenter niet verder met Spaarnezicht? Wel heel goed dat de regio gezamenlijkheid en partnerschap in de sturing van de beleidsdoelen wil. We hopen dat de gemeente dan ook adequate eisen gaat stellen aan de kwaliteit van de begeleiding. Die, aldus trots, in ieder geval wat het Anton Pieckhofje betreft, zwaar tekortschiet. Met betrekking tot het beleidsdoel acceptatie in de wijk bevorderen, willen wij weten of het nu de buurt is die moet leren de overlast te accepteren, of dat er vooral een inspanningsverplichting rust op, in dit geval het leger des Heils. Om ervoor te zorgen dat die drugs en geluidsoverlast achterwege blijft. Nu lijkt het erop dat de omwonenden het klagen hebben opgegeven. Terwijl de tegen de regels in toch middelen gebruikers door flippen, waarbij de begeleiding de elders gebruikelijke urinecontroles te denigrerend acht. Ach, wat niet weet, ook niet deert, toch? Tijd om eens poolshoogte te nemen dachten we. We mochten immers ten alle tijde langskomen om te kijken hoe het ging. Dat heeft een van onze fractieleden gisteren gedaan. De begeleiding mocht ineens echter niet meer met de politiek spreken en verwees naar de persvoorlichter. Die bleek onbereikbaar.