CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230862299 2 Bijlage 1 Beheerplan Haarlemmerhout en Frederikspark

commissie Beheer 21 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.05 Beheerplan Haarlemmerhout en Frederikspark (RB)21.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

0,83 ha

B Halfverharding

0,43 ha

Terreinmeubilair, beelden en monumenten A Meubilair

314 st

B Beelden/ monumenten

26 st

Water

BEHEERPLAN

Figuur 4-2: Beheertypen

Deze kaart geeft de verschillende beheertypen weer. De bomen die met een stip zijn aangegeven maken onderdeel uit van een boomgroep of laan of zijn vrijstaand. Deze bomen worden individueel beheerd. De bomen die gecategoriseerd zijn in een bostype als eikenbos of gemengd loofbos worden als houtopstand beheerd.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

37

4.2.1 BOSTYPEN De volgende bostypen komen voor in de Haarlemmerhout: A Eikenbos B Beukenbos C Gemengd bos D Beukenhal E Hakhout Deze variatie aan bostypen geeft het park een divers uiterlijk en biedt een thuis aan een groot aantal plant- en diersoorten. De aanwezige diversiteit aan soorten en leeftijden binnen de bostypen is een belangrijke waarde. Soorten- en leeftijdsspreiding zorgt namelijk voor een veerkrachtig bos dat bestand is tegen uitdagingen in de toekomst. De bostypen beukenhal en hakhout hebben een lagere diversiteit aan leeftijden en soorten, passend bij het bostype. Op de volgende pagina’s volgt: • een beschrijving van de maatregelen voor instandhouding van de bostypen in het verlengde van de in hoofdstuk 3 geformuleerde opgaven; • de aanpak voor het maken van een jaarlijks werkplan.

ONDERHOUDSMAATREGELEN De dagelijkse beheermaatregelen die geen relatie hebben met een opgave, maar wel voor de instandhouding van de parken nodig zijn, zijn in een maatregelentabel in Bijlage 3 opgenomen (de zogenaamde onderhoudsmaatregelen). ADDENDUM MAATREGEL 6.1 - BESTRIJDING WOEKERENDE BRAAM, KLIMOP EN BRANDNETELS Op moment van schrijven hebben de eerste ervaringen met een gerichte bestrijding geleerd dat de huidige aanpak – gericht maaien – in de praktijk niet afdoende blijkt te werken, zeker bij de woekerende braamsoort (Dijkviltbraam - Rubus armenianus - staat op de internationale lijst van invasieve soorten). Er ligt daarom een voorstel om bovengenoemde aanpak aan te scherpen op basis van voortschrijdend inzicht. Tot die tijd dat deze is vastgesteld, blijft de huidige aanpak van kracht.

Figuur 4-3: Beeld van bos in de Haarlemmerhout

38

BEHEERPLAN

Figuur 4-4: De opgave gerelateerde maatregelen voor de aanwezige bostypen. Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.3 en 4.4). Vanwege het relatief hoge aantal maatregelen is als keuzehulpmiddel voor de beheerder een prioritering aangebracht. De best uitvoerbare maatregelen met het grootste effect, hebben de hoogste prioriteit gekregen.

NR

MAATREGELEN BOSTYPEN (1/2)

PRIO

DEELGEBIED

2.5

Te verwijderen oude bomen niet individueel vervangen, maar tijdelijk als kleine open plek handhaven met struiken en tussengeneratie veldesdoorn en haagbeuk. Met lichthout verjongen wanneer door wegvallen van meer oude bomen de plek groter wordt dan ¼ hectare. Plant aan in groepen met eenzelfde soort. Bestaande groepen oude beuken buiten de twee ‘beukenhallen’ niet met beuk verjongen, maar met lichthoutsoorten.

2

F,K,G,E

2.6

Soortenkeuze aanplant wordt afgestemd op omgevingsfactoren. Zie Figuur 4-7 en 4-12.

2

A

2.7

Bodemverbetering uitvoeren naar aanleiding van blad- en bodemonderzoek 2022.

1

G

3.1

Aanwijzen toekomstbomen: tijdens de blesronde voorafgaand aan het cyclisch beheer toekomstbomen aanmerken (Figuur 4-8). Randvoorwaarden zijn: soortenspreiding en leeftijdsspeiding (Figuur 4-9). Eik, linde en iep hebben voorkeur boven soorten die goed verjongen.

1

K,G

3.2

Selectief verjonging verwijderen van esdoorn en beuk wanneer soortenmenging moet worden versterkt.

1

K,G

3.3

Introductie/selectie soorten t.b.v. soortenspreiding en optimaliatie bosecosysteem, (klimaatrobuust, passend in ontwerp en huidige waarden, oorspronkelijk genoom). Namelijk: linde, zoete kers, ruwe berk, gewone esdoorn, wintereik, moseik, haagbeuk. Toepassing van soorten met een goed verteerbare bladmassa.

2

K.G

3.4

Duurzame bosverjonging vraagt om aanplant van lichthoutsoorten op plaatsen waar natuurlijke verjonging geen kans krijgt. Door verjongingsgaten te kappen van 1-3 x de boomlengte (ca. 1/4 hectare). Opstellen verjongingslocaties in kaart, t.b.v. uitvoering.

2

K,G

3.5

Dominantie van taxus en hulst beperken. Bij een vlakbezetting van meer van 30%: verwijderen en vervangen met struiklaag van o.a. hazelaar, meidoorn, krent, Europese vogelkers en vuilboom.

3

K,G

4.2

Verbeteren/behouden bodemstructuur t.b.v bestaande stinzenplantlocaties. Creëren luchtige bodem door (afhankelijk van de locatie) bewerking, toevoegen van goed verterend blad, bekalking.

2

F

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

39

Figuur 4-4: De opgave gerelateerde maatregelen voor de aanwezige bostypen (vervolg).

NR

MAATREGELEN BOSTYPEN (2/2)

PRIO

DEELGEBIED

5.1

Introduceren/vergroten bestaande struiklaag met de volgende soorten: Europese vogelkers, krent, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, hazelaar, lijsterbes.

2

K,G

5.2

Sneeuwbes (deels) vervangen/uitfaseren en meer ecologisch of historisch waardevolle soorten terug laten komen. Soorten: Europese vogelkers, krent, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, hazelaar, lijsterbes.

2

K,G

5.3

Vergroten voorraad staand en liggend doodhout naar 10-15%. Laten liggen van stamstukken. Laten staan van stamstukken van afstervende bomen. Spreiding over het vak is gewenst ipv concentratie op één plek om ‘verrommeling’ tegen te gaan.

2

K, G

5.4

Mantel-zoomvegetatie ontwikkelen op kansrijke locaties (Figuur 4-10).

2

K, G

5.5

Toepassen takkenrillen op geschikte locaties t.b.v. broedvogels en kleine zoogdieren. Takkenrillen worden tevens ingezet om mensen en honden te weren en zo bezoekluwe delen te creëren(Figuur 4-14).

2

K, G

5.6

Kruidlaag bevorderen: op schaduwplaatsen lokaal verwijderen van de strooisellaag. Let op de kans op verbraming op lichtplekken.

1

K, G

6.1

Locaties waar braam of klimop gewenst zijn, zijn in kaart (Figuur 4-13). Daarbuiten gerichte bestrijding (door gericht maaien) en herinrichting struweel (aanplant gewenste struiksoorten).

1

K,G,E

6.2

Introductie struiklaag t.b.v. schaduwval op plaatsen waar braam of klimop ongewenst en dominant zijn.

2

K,G,E

17

Selecteren padkruisingen waar aanvullende beplanting gewenst is en beplantingsplan opstellen tijdens het vaststellen van de jaarplannen.

2

G

19.1

In beperkte mate werkpaden aanleggen waardoor Vogelbos enigszins toegankelijk is voor hakhoutbeheer.

1

E

19.2

Cultuurhistorisch hakhout beschermen en herstellen door een combinatie te kiezen van ca. 70% elzen- en 30% essenhakhout. In deze samenstelling is dominantie van els natuurlijk en wordt rekening gehouden met de kwetsbaarheid van es voor essentaksterfte.

1

E

2

K,G

21

Mantel- en zoombegroeiing in de oost en zuidrand van Kleine en Grote hout versterken en de bermbegroeiingen van de lindelanen daarbij betrekken (Figuur 4-10). Rijk bloeiende kruiden stimuleren als dagkoekoeksbloem, fluitenkruid, gewone berenklauw, margriet en voorjaarszonnebloem. De aanwezigheid van dagvlinders in de bermen van Spanjaardslaan en Kleine Houtweg is daarbij een

kwaliteitscriterium. DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

40

BEHEERPLAN

JAARLIJKS WERKPLAN BOSTYPE Per bostype is vastgelegd welke doelstellingen en maatregelen worden gekozen. Tijdens het maken van het jaarlijkse werkplan wordt gehandeld in geest van de opgaven en worden de maatregelen opgevolgd. Het proces dat gevolgd wordt om te komen tot een dergelijk werkplan is hiernaast in Figuur 4-5 uitgewerkt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van verschillende kaarten (Figuur 4-2, 4-6, 4-9 en Figuur 4-12 t/m 4-17). Bij de figuren die kaarten betreffen, is een korte toelichting gegeven hoe deze het best te gebruiken is. De locaties van de verschillende bostypen zijn in Figuur 4-2 terug te vinden. Vrijkomend en geschikt tak- en stamhout wordt indien mogelijk verwerkt in het park in takkenrillen, afrasteringen of voor andere toepassingen.

ACTIVITEIT

TE RAADPLEGEN BRONNEN

Bepalen vakken voor beheercyclus

Beheercyclus kaart

(figuur 4-6)

Beheertype kaart

(figuur 4-2)

Doelstellingen bostype

Doelstellingen bostypen

(Figuur 4-7)

Toekomstbomenkaart

(Figuur 4-8)

Leeftijdsspreidingskaart

(Figuur 4-9)

Veldwerk (blessen)

Optimaliseren natuurljike overgangen (Figuur 4-10) Schematische weergave van gelaagdheid en natuurlijke opbouw (Figuur 4-11) Werkplan ▪ aantal stuks geblest ▪ aanplant locaties ▪ bestrijding storingskruiden ▪ beplanting padkruisingen ▪ verwerken tak- en stamhout o.a. in aanleg takkenrillen

Doelsoorten tabel

(Figuur 4-12)

Tolerantie braam kaart

(Figuur 4-13)

Bezoekluwe parkdelen

(Figuur 4-14)

RESULTAAT Jaarplan ▪ locaties ▪ stuks

▪ m2 Figuur 4-5: Van beheerplan naar werkplan DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

41

BEHEERCYCLUS BOSTYPEN Figuur 4-6

Op deze kaart zijn de beheervakken weergegeven met desbetreffende beheercyclus. De beheercylcus van 7 jaar is gekozen voor een evenredige verdeling van de hoeveelheid werkzaamheden en sluit aan op de groeisnelheid van de beplantingen en de voorgaande planperiode. Deze kaart wordt geraadpleegd ter voorbereiding van het jaarplan, voor een selectie van de juiste vaknummers. Nadat de vakken voor een bepaald beheerjaar zijn vastgesteld, wordt gekeken naar de beheertype kaart om een beheertype te kunnen koppelen aan desbetreffende vakken.

Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5 Jaar 6 Jaar 7

42

Figuur 4-7: Doelstellingen bostypen

BOSTYPEN Thema’s

Soorten

stamtal % per soort in boomlaag

A eikenbos

B beukenbos

C gemengd bos

D beukenhal

beuk

10%

55%

20%

80%

zomereik

55%

20%

30%

haagbeuk

10%

10%

10%

linde

10%

10%

15%

berk (ruwe/zachte)

10%

E hakhout*

10%

10%

zwarte els

50%

gewone es

30%

overig

5%

5%

15%

20%

10%

Toekomstbomen

(per ha)

25-50 st

25-50 st

50-75 st

50 st

n.v.t.

Leeftijd

Generaties

5

4

5

3

2

Doodhout

% Staand/liggend doodhout

10%

10%

15%

<5%

10%

Boomlaag

Kroonbedekking

40-70%

40-70%

40-70%

>80%

70%

Struiklaag

Bedekkingsgraad

40%

40%

40%

<10%

40%

Bedekkingsgraad

90%

90%

90%

90%

90%

Stinzenplanten

40%

20%

50%

10%

30%

Storingskruiden (braam, klimop)

<30%

<30%

<30%

<30%

<30%

Kruidlaag

*Situatie hakhout aan het einde van een beheercyclus, dus met volledige aanwas.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

43

TOEKOMSTBOMEN Figuur 4-8

Op deze kaart is het aantal gewenste (volgroeide) toekomstbomen in de boomlaag per bosvak weergegeven. De aantallen hangen samen met het bostype en het oppervlak van het vak. Deze kaart wordt gebruikt tijdens de blesronde van de vakken. Het blessen (selecteren van te kappen bomen) en toewijzen van toekomstbomen wordt uitgevoerd met inachtneming van meerdere kaders; gewenst aantal toekomstbomen, soorten en generaties (zie Figuur 4-9).

44 44

BEHEERPLAN

LEEFTIJDSSPREIDING Figuur 4-9

Deze kaart geeft weer wat de huidige situatie versus de doelsituatie is. De getallen geven aan hoeveel leeftijdsklassen er beoogd zijn per bosvak. De kleur geeft aan in hoeverre die leeftijdsklassen al aanwezig zijn in het vak. Tijdens het maken van het jaarplan dient deze kaart bekeken te worden om bij te sturen richting de doelsituatie. Denk bijvoorbeeld aan het creëren van een open plek voor verjonging.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

45

OPTIMALISEREN NATUURLIJKE OVERGANGEN Figuur 4-10

Deze kaart geeft (kansrijke) locaties weer voor mantel-zoomvegetatie. Een mantelzoomvegetatie is ecologisch waardevol door de de natuurlijke overgang van bos naar een open, kruidenrijk landschap. Belangrijk is de expositie ten opzichte van de zon. Bij voorkeur schijnt de zon goed op de mantelzoom zodat er een microklimaat ontstaat met een hogere

46 46

temperatuur dan in de directe omgeving. Deze warmte in combinatie met luwte en een diversiteit aan kruid- en struiksoorten biedt insecten, vogels en (kleine) zoogdieren een gunstig leefgebied. De aangewezen locaties aan de noordzijde van de Grote Hout zijn geselecteerd ten behoeve van een toegangsbelemmerende maatregel.

Tijdens het opstellen van het jaarplan wordt op basis van deze kaart vastgesteld of het desbetreffende vak onderdeel uitmaakt van de aangegeven natuurlijke overgangen. Wanneer dat het geval is, dient de bosrand als beheermaatregel omgevormd te worden naar een mantelzoomvegetatie.

BEHEERPLAN

Figuur 4-12: Doelsoorten van de bostypen

DOELSOORTEN AANPLANT

Boomlaag

Struiklaag

Kruid-/moslaag Figuur 4-11: Schematische weergave van gelaagdheid en natuurlijke opbouw DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

BOOMSOORTEN

STRUIKSOORTEN

berk (zachte, ruwe)

egelantierroos

beuk

gewone vogelkers

boswilg

hazelaar

haagbeuk*

krent

Hollandsche Iep (res.)*

kruisbes

moseik*

lijsterbes

schietwilg

meidoorn

winterlinde*

sporkenhout (vuilboom)

zoete kers

veldesdoorn

zomereik

wilde liguster

zwarte els

zwarte bes *klimaatboom

47

TOLERANTIE BRAAM Figuur 4-13

Op deze kaart zijn de plekken weergegeven waar braam wordt getolereerd en waar niet. De maximum bedekkingsgraad van storingskruiden* is 30% van het totaal oppervlak van een vak. Deze kaart wordt gebruikt bij het opstellen van het jaarlijkse werkplan om te beoordelen of er ingegrepen wordt in de storingskruiden (maatregel 6.1).

48 48

Op moment van schrijven hebben de eerste ervaringen met een gerichte bestrijding geleerd dat de huidige aanpak – gericht maaien – in de praktijk niet afdoende blijkt te werken, zeker bij de woekerende braamsoort (Dijkviltbraam - Rubus armenianus - staat op de internationale lijst van invasieve soorten). Er ligt daarom een voorstel om bovengenoemde aanpak aan te

scherpen op basis van voortschrijdend inzicht. Tot die tijd dat deze is vastgesteld, blijft de huidige aanpak van kracht. *klimop, braam, brandnetel

BEHEERPLAN

BEZOEKLUWE PARKDELEN Figuur 4-14

Op deze kaart zijn de locaties aangegeven waar takkenrillen gecreëerd mogen worden, al dan niet aangevuld met braamstruweel. Deze locaties zijn gekozen om rust te creëren in de bosdelen. De takkenrillen worden cirkelvormig aangelegd en niet in het zicht (minimaal 10 meter van het pad) om mensen en honden te weren. Tijdens het opstellen van het jaarplan wordt gebruikgemaakt van deze kaart om te bepalen of vrijgekomen hout verwerkt kan worden in takkenrillen.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

49

4.2.2 SOLITAIRE EN LAANBOMEN Vrijstaande bomen, laanbomen en boomgroepen zijn kenmerkend voor het parkachtige karakter van De Haarlemmerhout en Frederikspark (voor locaties op kaart, zie Figuur 4-16). De verschillende boomsoorten geven een diverse uitstraling aan het park. Tijdens warme zomerdagen zorgen de bomen voor aangename schaduwplekken op de ligweides. Veel bomen zijn vrij oud (+80 jaar) en volgroeid.

Om het huidige karakter van het park voor de toekomst te behouden, moet worden gekeken naar de toekomstverwachting van de bomen. Daarna kan er actie worden genomen door bijvoorbeeld inboet, groeiplaatsverbetering of niets doen. ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Behoud en herstel oude bomen en lanen zo lang mogelijk, mits veiligheid niet in het geding is. Vervang zo nodig bij voorkeur met een doelsoort (Figuur 4-12).

▪ Monitoren bodem en groeiplaats (verdichting, doorwortelbare ruimte). ▪ Beschermen en verbeteren groeiplaatsen. ▪ Voorkom bodemverdichting in boomspiegels door maaiwerkzaamheden en evenementen. Een maatregel kan zijn het aanplanten met heesters en vaste planten in boomspiegels. ▪ Onderhoud en verzorging gebeurt conform kwaliteitsniveau A.

Figuur 4-15: De opgaven gerelateerde maatregelen voor solitaire bomen en laanbomen. Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.3 en 4.4). Vanwege het relatief hoge aantal maatregelen is als keuzehulpmiddel voor de beheerder een prioritering aangebracht. De best uitvoerbare maatregelen met het grootste effect, hebben de hoogste prioriteit gekregen.

NR

MAATREGELEN

PRIO

DEELGEBIED

2.2

Herstellen en beschermen groeiplaatsen bomen binnen recreatieve zones. Herstel van het doorwortelbaar vermogen en de voedingssituatie van de bodem onder bomen in het Frederikspark, op het Vlooienveld en bij bomen onder invloed van paden en evenementen.

1

Frederikspark Kleine Hout

2.3

Onderhoud ter bescherming en behoud van solitaire bomen en boomgroepen op korte en lange termijn. Het uitvoeren van onderhoudssnoei, begeleidingssnoei en ingrepen t.b.v. boomveiligheid (BVC ronde/snoeironde).

1

Alle deelgebieden

2.4

Herinventarisatie bomenbestand op o.a boomkenmerken, veiligheid, levensverwachting en aanvullende waarden.

1

Alle deelgebieden

2.6

Soortenkeuze aanplant wordt afgestemd op omgevingsfactoren. Zie Figuren 4-7 en 4-8

2

Alle deelgebieden

9

Herstel (oude) lanen met monumentenstatus door inboet, verbetering groeiplaats, gefaseerde renovatie en aansluiten van de structuren binnen het park en de Dreef.

3

Dreef, Kleine Hout, Grote Hout

13

De huidige ondergroei van de lindes met gras vervangen door heesters en vaste planten.

3

Dreef

50

BEHEERPLAN

BOOMBEHEER Figuur 4-16

Op deze kaart zijn de solitaire bomen, lanen en boomgroepen weergegeven. De acties voor de komende 10 jaar betreffen het vervangen van solitaire bomen, herstellen/vitaal maken van lanen, en het reguliere onderhoud aan deze beheergroep. Solitaire bomen met een levensverwachting <10 jaar worden in de komende 10 jaar gefaseerd vervangen, indien het mogelijk is zoveel mogelijk bomen al aanplanten voordat de oude boom verwijderd wordt. Lanen waarvan individuen of de gehele laan in slechte staat verkeert vervangen/herstellen.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

51

4.2.3 GAZON (MET EN ZONDER BOLLEN) Het gazon in de parkdelen is een belangrijk kenmerk van het ontwerp van Zocher en draagt bij aan de belevingswaarde van het park. Daarnaast is het erg belangrijk voor recreatie. Dagelijks zijn er veel recreanten op de gazons te vinden, met name in de zomer kan de recreatiedruk erg hoog zijn. De gazons in het evenementengebied staan dan onder hoge druk. Het is daarom van belang dat de gazons goed worden beheerd. Voor de locatie van de verschillende grastypen (met en zonder bollen), zie Figuur 4-18. Van de huidige groeiplaatsen van de stinzen zijn geen digitale kaarten beschikbaar.

ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Houd rekening met de hoge recreatiedruk door het gazon goed te onderhouden, zoals beluchten en doorzaaien. De maatregelen hiervoor zijn opgenomen in Bijlage 3. ▪ Zorg voor geschikte groeiomstandigheden van de bollen en stinzen door de bodem en het strooisel te schonen. Maai echter niet het bollenloof van de stinzen! Het loof moet voeding aan de bol teruggeven. ▪ Belast natuur minimaal: pas geen kunstmest toe en bescherm de boomwortels bij evenementen en onderhoud. ▪ Onderhoud en verzorging gebeurt conform kwaliteitsniveau A.

4.2.4 (HALF) VERHARDING De paden in de parkdelen zijn een belangrijk kenmerk van het Zocher ontwerp en zijn van belang voor verschillende vormen van recreatie, zoals wandelen, hardlopen en fietsen. Het padprofiel en verhardingstype wordt gekozen op basis van het beoogde gebruik en aan de hand van de regels zoals omschreven in de Inrichtingsprincipes Haarlemmerhout (Zwet, van der, M. & Schaap, J. (2017). De verharde en halfverharde paden zijn weergegeven op de waardenkaart Recreatie (Figuur 2-6).

Figuur 4-17: De opgaven gerelateerde maatregelen voor gazon (met en zonder bollen). Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.3 en 4.4). Vanwege het relatief hoge aantal maatregelen is als keuzehulpmiddel voor de beheerder een prioritering aangebracht. De best uitvoerbare maatregelen met het grootste effect, hebben de hoogste prioriteit gekregen.

NR

MAATREGELEN

PRIO

DEELGEBIED

8.1

Uitvoeren cultuurtechnisch onderhoudsprogramma zoals beluchten, bezanden, bemesten, doorzaaien, etc. Geen gebruik van kunstmest, geen aantasting van boomwortels, geen tot minimaal onderhoud onder boomkronen.

1

Frederikspark Kleine Hout

8.2

Onderzoeken duurzaam festivalterrein door grasveldinrichting met hoge draagkracht (bijv: E-gras).

3

Frederikspark Kleine Hout

52

BEHEERPLAN

ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Na evenementen toezien dat schade hersteld wordt en de verharding schoon is. ▪ Ontzien van gevoelige paden tijdens evenementen door deze af te sluiten voor publiek of te bedekken met rijplaten. ▪ Herstel van verzakkingen en slijtage: door gebruik krijg je uitloop in bochten. ▪ Onderhoud en verzorging gebeurt conform kwaliteitsniveau A.

4.2.5 TERREINMEUBILAIR, BEELDEN EN MONUMENTEN A MEUBILAIR Het terreinmeubilair wordt gekozen aan de hand van de regels zoals omschreven in de Inrichtingsprincipes Haarlemmerhout (Copijn, 2017). Het schoon en netjes houden van de bankjes en de prullenbakken zorgt voor een verzorgd beeld en voor gebruiksgemak gedurende het bezoek aan de parkdelen. B BEELDEN EN MONUMENTEN De priëlen, beelden en kunstwerken in het park zijn van grote cultuurhistorische en esthetische waarde. Samen met de beelden van

de beeldengalerij dienen ze goed te worden onderhouden. Het beheer van de monumenten wordt hier niet onder geschaard, want deze wordt anders bekostigd. De beeldengalerij is in beheer bij Stichting Beeldengalerij Haarlem. Een overzicht met aanwezige beelden en monumenten is als bijlage opgenomen. ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Na evenementen eventuele schade herstellen en meubilair schoonmaken. ▪ Onderhoud en verzorging gebeurt conform kwaliteitsniveau A.

Figuur 4-18: De opgaven gerelateerde maatregelen voor (half) verharding. Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.3 en 4.4). Vanwege het relatief hoge aantal maatregelen is als keuzehulpmiddel voor de beheerder een prioritering aangebracht. De best uitvoerbare maatregelen met het grootste effect, hebben de hoogste prioriteit gekregen.

NR

MAATREGELEN

PRIO

DEELGEBIED

12.1

Onderzoek naar huidige padverharding wandelboulevard en voorstellen renovatie.

2

Dreef

12.2

3 padtypes duidelijk onderscheiden: asfaltverharding voor fietspaden, schelpenpaden voor wandelpaden, zand voor struinpaden. Opnemen in padenplan.

1

Alle deelgebieden

16.2

Oplossen problemen waterhuishouding rond speeltuin.

1

Frederikspark

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

53 53

4.2.6 OVERIGE BEHEERTYPEN De overige beheertypen hebben geen opgaven gerelateerde maatregelen. Wel gelden voor de uitvoering van het dagelijks beheer een aantal algemene richtlijnen. Deze worden hieronder per beheertype benoemd. De onderhoudsmaatregelen zijn opgenomen in Bijlage 3. BLOEMRIJK GRAS Waar de historische opgave van Zocher en de waardestelling dit toelaat, wordt bloemrijk gras ontwikkeld. De diverse kleuren, hoogte en geuren van bloemrijk gras vergroten, op andere wijze dan het gazon, de belevingswaarde van het park. Bloemrijk gras draagt daarnaast sterk bij aan de natuurwaarde door de grotere

aantallen soorten planten per vierkante meter en daarmee ook het leefgebied voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Ecologisch beheer is daarbij essentieel: maaien na de bloei, gefaseerd maaien en het maaisel enkele dagen te laten liggen alvorens het af te ruimen. De locaties van de beheertypen die onder bloemrijk gras vallen (bermgras en kruidenrijke gras) zijn weergegeven op kaart (Figuur 4-20). Het dagelijks beheer richt zich op het creëren van een structuurrijke grasvegetatie met een hoge biodiversiteit en een natuurlijk streefbeeld met 50% kruiden en 50% gras. De daarbij horende beheermaatregelen zijn opgenomen in Bijlage 3. ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Moment van maaien is van belang in verband met biodiversiteit. Daarom in juni en oktober maaien en afvoeren.

▪ Gefaseerd maaien toepassen. ▪ Vegetatie aan mantel en zoom stimuleren. Heemtuin en bermen eromheen worden beheerd door vrijwilligers. De locatie van de Heemtuin is weergegeven op de waardenkaart Ecologie (Figuur 2-5). CULTUURBEPLANTING EN HAGEN De cultuurbeplantingen passen bij het karakter van het Frederikspark, Kleine Hout en de Dreef. Deze zijn onderdeel van het ontwerp van Zocher (voor locaties op kaart, zie Figuur 4-18). Het dagelijks beheer richt zich op een verzorgde en vitale cultuurbeplanting en het tot zijn recht laten komen van deze cultuurbeplanting in het parkbeeld. De daarbij horende beheermaatregelen zijn opgenomen in Bijlage 3. ALGEMENE RICHTLIJNEN

Figuur 4-19: De opgaven gerelateerde maatregelen voor monumenten. Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.3 en 4.4). Vanwege het relatief hoge aantal maatregelen is als keuzehulpmiddel voor de beheerder een prioritering aangebracht. De best uitvoerbare maatregelen met het grootste effect, hebben de hoogste prioriteit gekregen.

NR

MAATREGELEN

PRIO

DEELGEBIED

10

Instandhoudingsplan voor monumenten.

1

Alle deelgebieden

54

BEHEERPLAN

▪ Gefaseerd beheer toepassen om het beeld te waarborgen. ▪ Indien nodig aanplanten van/vervangen door geschikte soorten. Onderhoud en verzorging gebeurt conform kwaliteitsniveau A.

ALGEMENE RICHTLIJNEN ▪ Voorkomen te dikke sliblaag door baggeren. ▪ Om beschadigingen aan het talud te voorkomen alleen maar maaien op droge momenten met een maaibalk/maaikorf.

WATER In de Haarlemmerhout ligt een aantal waterpartijen en in de Kleine Hout ligt een oude (tank)gracht uit de Tweede Wereldoorlog om legervoertuigen te verhinderen. Nu is dit een onderdeel van de Hertenkamp. Verder zijn er in Eindenhout nog enkele poelen en sloten. Het water wordt voornamelijk gebruikt door watervogels, amfibieën en vissen. De waterpartijen hebben ook een waterbergende functie wat in tijden van piekbuien goed van pas komt. De duikers vallen onder verantwoordelijkheid van Hoogheemraadschap van Rijnland. Het dagelijks beheer richt zich het openhouden van de watergangen voor watervogels, een goede biologische kwaliteit, het schoon en vrij houden van vuil en het beperken van de baggerlaag beperken tot maximaal 10 centimeter. De daarbij horende beheermaatregelen zijn opgenomen in Bijlage 3.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

55

GRAS EN CULTUURBEPLANTING Figuur 4-20

Op deze kaart zijn de verschillende grasvlakken en cultuurbeplanting te zien. Deze kaart kan gebruikt worden als navigatietool bij het jaarlijks beheer van dit beheertype.

56 56

BEHEERPLAN

4.3 ONDERZOEKEN Er zijn in totaal elf onderzoeken geformuleerd die bijdragen aan het behalen van de gestelde opgaven (Figuur 4-21). Deze onderzoeken worden hieronder toegelicht.

Bij ieder onderzoek wordt het beoogd resultaat, de locaties waarop het onderzoek van toepassing is en een budgetinschatting gegeven. Een totaaloverzicht van de opgaven en maatregelen is opgenomen in Bijlage 2. Daar is ook aangegeven welke van de onderzoeken prioriteit heeft. Het getal in de eerste kolom is

de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.2 en 4.4).

Figuur 4-21: De benodigde opgave gerelateerde onderzoeken.

NR

1

2.1

2.4

ONDERZOEKSMAATREGEL

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

Cultuurhistorische waardeborging

Toekomstige ingrepen, al dan niet onderinvloed van recratieve of klimatologische ontwikkelingen, dienen getoets te worden aan de waardestelling uit 2008 (Rombout et al., 2008) ten behoeve van een toekomstbestendig groen rijksmonument. Hierbij worden ook de eenmalige ingrepen betrokken, in het bijzonder maatregel 14 en 22.

Toetsingskader cultuurhistorie

alle

Monitoren bodem- en groeiplaats (chemische, biologische, hydrologische eigenschappen en bodemprofiel) ter bescherming van bomen met monumentaal karakter binnen recreatieve zones.

De bomen (monumentaal of niet) die op locaties staan waar het wortelpakket betreden of bereden wordt, zijn gevoelig voor bodemverdichting. Ter voorkoming van (te laat) ingrijpen wanneer de boom gebreken gaat vertonen, wordt er met een vaste regelmaat onderzoek gedaan naar de bodemgesteldheid. Vanwege het grote aantal bomen (+100) wordt een representatieve onderzoeksmethode opgezet.

Vastgestelde onderzoekslocaties en methodiek.

F,G,K

Herinventarisatie bomenbestand op o.a: boomkenmerken, veiligheid, levensverwachting

Deze herinventarisatie betreffen de bomen die als solitaire of laanboom zijn aangemerkt met het doel inzage te krijgen in aanwezige bomen met een levensverwachting van minder dan

Overzicht bomenbestand met levensverwachting en advies ten aanzien van

10 jaar.

vervangingstermijnen.

en aanvullende waarden.

D,K,G, E,F

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

57

Figuur 4-21 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde onderzoeken.

NR

ONDERZOEKSMAATREGEL

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

4.1

Onderzoek soort- en locatiegeschiktheid specifieke stinzensoorten. Op basis hiervan stimuleren bestaande of (her)introductie nieuwe stinzenplanten. Opstellen kaart actuele en wenselijke locaties. Gebruik soorten met historische en ecologische waarde, zoals bosgeelster en weidegeelster.

Voor de verdere verspreiding van aanwezige stinzenplanten is een nadere uitwerking relevant. Waar komen de stinzenplanten nu voor (soorten, bedekking) en waar liggen de mogelijkheden voor verdere uitbreiding? Specifieke aandacht gaat uit naar soorten waarvan het voorkomen wordt bedreigd.

Kaart met vindplaatsen en op basis daarvan advies voor vergroten verspreidingsgebied met benodigde acties.

K,G,E,F

Onderzoek naar verduurzaamd festival terrein door grasveldinrichting met hoge draagkracht (bijv. E-gras).

Na elk festival zijn herstelwerkzaamheden nodig voor de gazons. Bovendien zorgt betreding van de toplaag voor bodemverdichting. Technische maatregelen (geo-textiel bijvoorbeeld) kunnen de draagkracht van de bodem verhogen. Vraag is of een dergelijke investering door de gemeente gedragen moet worden gezien het feit dat de schade tijdens evenementen door derden wordt aangericht.

Afweging kosten en baten voor optimalisatie gazons.

V, F

K,G,E, F

K,G,E, D,F

8.2

10

Instandhoudingsplan voor monumenten.

Er is beperkt zicht op instandhouding/onderhoud/herstel van de aanwezige gemeentelijke en rijksmonumenten.

Instandhoudingsplan met acties, planning en verantwoordelijke betrokken partijen.

11

Functies/medegebruik in kaart brengen en op elkaar afstemmen: fietsen en wandelen van elkaar scheiden. Zie ook eenmalige ingreep 12.2.

Voor het afwegen van toekomstige maatregelen is het waardevol zicht te hebben op doelgroepen en hun gebruikswensen. Op die manier kunnen vraag en aanbod in de diverse parkdelen beter op elkaar worden afgestemd.

Recreatieve opgave De Haarlemmerhout en Frederikspark

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

58

BEHEERPLAN

Figuur 4-21 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde onderzoeken.

NR

ONDERZOEKSMAATREGEL

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

12.1

Onderzoek naar huidige padverharding van wandelboulevard en voorstellen renovatie wanneer nodig.

Voldoet de cultuurtechnische opbouw (gebruiksmaterialen) aan het gebruik en eisen van het beheer?

Beoordeling en advies voor aanpassingen wanneer benodigd.

D

14.2

Samenwerking afspraken BBOR en NME over eigenaarschap en beheer van de bestaande assets bomen en straatmeubilair.

De assets op de hertenkamp worden nu zonder duidelijke eigenaarschap of beheer beheerd. NME en BBOR willen in gesprek om te kijken hoe om te gaan met de bestaande assets in de Hertenkamp.

Eigenaarschap en beheer op de aanwezige assets in de Hertenkamp (straatmeubilair, bomen).

K

19.3

Onderzoek naar optimalisatie hydrologie van Eindenhout en de potentiële effecten op de Grote Hout.

De aanpassingen van het oppervlaktewater in de afgelopen decennia heeft geleid tot een verandering van de grondwaterstanden, de waterkwaliteit en (daarmee samenhangend) de vegetatie.

Opstellen monitoringsplan door professional, waarbij monitoring deels door vrijwilligers wordt uitgevoerd met educatie als nevendoel.

Gezien de rol die de ecologie inneemt (hoofdstuk 3) is het van belang te volgen hoe de ecologie zich ontwikkelt. Op basis van bevindingen kan in komende planperiodes het beheer worden bijgestuurd. Vanwege de kosten van een volledig professioneel uitgevoerde monitoring en de betrokkenheid van Haarlemmers bij de parken, is het wenselijk een monitoringsplan op te stellen waarin wordt gewerkt met een mix van professionals en vrijwilligers die de ecologische ontwikkeling kunnen volgen.

20

Ecohydrologisch advies

Soortenmonitoringsplan uitwerken door ecoloog dat gericht is op inzet van bewoners uit Haarlem.

E

alle

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

59

4.4 EENMALIGE INGREPEN Er zijn zestien eenmalige ingrepen geformuleerd die bijdragen aan het behalen van de gestelde opgaven (Figuur 4-22). Dit zijn voorlopige voornemens die eerst nog moeten worden afgestemd en getoetst op de onderliggende opgave en de waardestelling vanuit cultuurhistorie en erfgoed. Eenmalige ingrepen aan beschermde monumenten zijn daarnaast vergunningsplichtig. Daarom is hierover in vroegtijdig stadium afstemming met Erfgoed en RCE noodzakelijk. Wanneer deze voornemens zijn getoetst en akkoord bevonden zijn, is het doel om hiervoor een concreet plan te ontwikkelen. Uitvoering gebeurt op basis van programmering (MJP) en is meestal projectmatig.

60

Een totaaloverzicht van de opgaven en maatregelen is opgenomen in Bijlage 2. Daar is ook aangegeven welke van de ingrepen prioriteit heeft. Het getal in de eerste kolom is de nummering die in Bijlage 2 is aangehouden. Daar zijn alle maatregelen per opgave inzichtelijk gemaakt. Het eerste getal verwijst naar de opgave. Het tweede getal geeft aan welke maatregel het betreft. De ontbrekende nummers worden in de andere paragrafen genoemd (paragraaf 4.2 en 4.3).

BEHEERPLAN

Figuur 4-22: De benodigde opgave gerelateerde eenmalige ingrepen.

NR

EENMALIGE INGREEP

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

2.7

Bodemverbetering uitvoeren naar aanleiding van blad- en bodemonderzoek 2022.

Op basis van het blad- en bodemonderzoek blijkt er afhankelijk van de groeiplaats sprake van een tekort aan kalium of bufferstoffen te zijn. Voor het herstellen van de natuurlijke balans dienen de juiste producten te worden toegediend. Deze worden geselecteerd door een toeleverancier en ter goedkeuring aan B-Ware voorgelegd.

Vitale bodem.

G

5.7

Vergroten bosvakken door verwijderen overbodige/ spontaan ontstane paden.

Creëren van bezoekluwe delen is voor planten en diersoorten van toegevoegde waarde. Spontaan ontstane 'olifantenpaadjes', maar ook andere aanwezige paden worden beoordeeld op wenselijkheid. Deze e hangt samen met 12.2, waarin op een padenplan wordt aangestuurd.

Minder paden.

G,K

6.1

Locaties waar braam of klimop gewenst zijn, zijn in kaart. Daarbuiten gerichte bestrijding en herinrichting struweel (aanplant gewenste struiksoorten).

Voor veel delen geldt dat de aanwezigheid van storingssoorten ongewenst is. Er zijn echter ook uitzonderingen, met name op de zonkanten van bospercelen en toegangsluwe delen, waar betreding beperkt moet worden. Op de bramenkaart (Figuur 4-13) is nu in grote vlakken aangegeven wat de doelstellingen zijn, maar dit kan worden verfijnd.

Overwoekering braam, brandnetel en klimop tegengaan. Op gewenste locaties uitbundig bloeiende braamstruwelen (niet woekerende soorten).

G,K,E

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

61

Figuur 4-22 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde eenmalige ingrepen.

NR

EENMALIGE INGREEP

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

7.1

Opstellen maatregelenkaarten voor evenementenlocaties waarop verboden en geboden zijn aangegeven.

Onderdeel van het beheerplan is een advies maatregelenkaart (zie bijlage 7). Deze zal verder moeten worden uitgewerkt en verankerd in het evenementenbeleid.

7.2

Opstellen omgangsprotocol evenementen/ beschermingsmaatregelen.

Samenhangend met 7.1 worden maatregelen opgesteld die bijdragen aan instandhouding.

7.3

Locatieprofielen opstellen waarin maatregelenkaart en omgangsprotocol wordt geborgd.

Samenhangend met 7.1 en 7.2 worden maatregelen opgesteld die bijdragen aan instandhouding.

F,D,K

9

Herstel (oude) lanen met monumentenstatus door inboet, verbetering groeiplaats, gefaseerde renovatie en aansluiten van de structuren binnen het park en de Dreef.

In het verlengde van maatregelen 2.4 is het opstellen van een laanherstelplan relevant. Hiermee worden de benodigde investeringen en het tempo van ingrijpen duidelijk.

D, G, K (incl. Spanjaardslaan & Fonteinlaan)

F,D,K

Aanpassing locatieprofielen en evenementenbeleid

Laanherstelplan

F,D,K

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

62

BEHEERPLAN

Figuur 4-22 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde eenmalige ingrepen.

NR

EENMALIGE INGREEP

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

12.2

Drie padtypes duidelijk onderscheiden: asfaltverharding voor fietspaden, schelpenpaden voor wandelpaden, zand voor struinpaden. Opnemen in een padenplan.

Het scheiden van de bezoekersstromen geeft meer rust voor bezoekers en planten en dieren in de parken. Een uitwerking van de verschillende vormen van recreatief medegebruik in combinatie met de padtypes wordt uitgewerkt.

Padenplan

G,K,E,F

13

De huidige ondergroei van de lindes met gras vervangen door heesters en vaste planten.

De boomspiegels van de lindes op de Dreef (zijde wandelboulevard) zijn begroeid met gras/bloembollen. De bomen hebben een vrij kleine boomspiegel doordat deze ingeklemd ligt tussen de rijbaan en de wandelboulevard. Bovendien wordt de berm nu betreden/bereden. Ter voorkoming van verdichting en ter versterking van de groeiplaats wordt herinrichting met (lage) vaste planten geadviseeerd. Ter bescherming wordt bovendien aanbevolen om verhoogde borderranden aan te brengen.

Beplantingsplan en constructie boomspiegelranden

D

14.1

Inrichting en beheer (randzones) Hertenkamp optimaliseren met oog op een functieverandering.

Bestaande ontwerpopgave uit eerdere planperiode bijstellen vanwege verbod op het houden van herten in een hertenkamp op de langere termijn.

Herinrichtingsplan

K

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

63

Figuur 4-22 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde eenmalige ingrepen.

NR

EENMALIGE INGREEP

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

15

Uitvoeren eenmalige ingreep aansluiting Grote Hout op Eindenhout met het doel de entrees van beide parken beter op elkaar af te stemmen en aan te laten sluiten.

Aanpassen wegprofiel Wagenweg met mogelijkheden voor faunapassage. Oversteek realiseren die uitnodigt om de oversteek van Eindenhout naar Grote Hout en terug te maken.

Herinrichtingsplan

Wagenweg

16.1

Aanbrengen diverse kleinere kamers in het Frederikspark voor o.a. hondenlosloopplaats en speelgelegenheid en versterken relatie met de Dreef. Gebruiksfunctie dagrecreatie (picknick, etc.) scheiden van hondenlosloopplaats.

Het Frederikspark is grootschalig ingericht; het bestaat hoofdzakelijk uit gazon, paden en boom-/heestergroepen. Gezien de diversiteit in gebruik (leeftijden doelgroepen en vormen van recreatie) is een nadere invulling met meer verschillende elementen van meerwaarde. Denk aan speelweide, hondenlosloopplaats, diverse looprondes, etc. Hierbij wordt ook de verbinding met de Dreef versterkt.

Herinrichtingsplan

F,D

16.2

Oplossen problemen waterhuishouding rond speeltuin.

In periodes met neerslagpieken ontstaan er plassen in de speeltuin met alle ongemakken van dien. Onderzoek naar benodigde aanpassingen zal uitwijzen welke ingrepen benodigd zijn.

Geen wateroverlast speeltuin

D, F tegenover Dreefschool

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

64

BEHEERPLAN

Figuur 4-22 (vervolg): De benodigde opgave gerelateerde eenmalige ingrepen.

NR

EENMALIGE INGREEP

TOELICHTING

BEOOGD RESULTAAT

LOCATIE

18

Herplant kenmerkende eiken rond tuinkoepel Eindenhout (verbeteren bodem en groeiplaats, met oog op waterhuishouding en aanplanten nieuwe generatie).

De aanwezige eiken zijn deels in aftakeling. Vanwege de karakteristieke bomen in relatie tot het parkontwerp is het aan te bevelen deze bomen (geleidelijk) te vervangen/ aan te vullen.

Beplantingsplan

E

22

Aansluiten Dreefzicht op de Dreef/Kleine Hout, herinrichtingsplan planperiode 2012-2022 uitvoeren.

Restant van eenmalige ingrepen uit vorige planperiode.

Herinrichtingsplan

D,K

23

Versterken educatieve functie met aandacht voor balans cultuurhistorie, ecologie, recreatie en klimaatregulatie.

In afstemming met NME worden educatieve panelen geplaatst met aandacht voor de verschillende functies (cultuurhistorie, ecologie, recreatie en klimaatregulatie) en gericht op de diverse doelgroepen.

Plaatsing panelen.

alle

DEELGEBIEDEN: D: Dreef E: Eindenhout F: Frederikspark G: Grote Hout K: Kleine Hout

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

65

4.5 ONTWIKKELINGEN RONDOM HET PARK Ontwikkelingen grenzend aan of in de nabijheid van De Haarlemmerhout en Frederikspark kunnen van positieve of negatieve invloed zijn. Bij het uitwerken van deze ontwikkelingen dienen de belangen van het park te worden meegewogen. Dit geldt ook voor het opstellen van toekomstige omgevingsplannen. Het betreft in ieder geval de volgende projecten: • de verbetering, versmalling en vergroening van de N205 langs en door de Haarlemmerhout, dat wil zeggen de Paviljoenslaan, Dreef, Fonteinlaan, Spanjaardslaan en Wagenweg; • de sloop en nieuwbouw van verpleeghuis Zuiderhout aan de Beelslaan aan de rand van de Hout; • in de omgevingsvisie wordt gesproken over een boezemwaterverbinding langs de zuidrand van de Grote Hout. De voorgestelde boezemwaterverbinding staat op gespannen voet met de visuele en ecologische waarde van het de rand van de Haarlemmerhout als groen Rijksmonument.

66

BEHEERPLAN

HOOFDSTUK 5:

KOSTEN EN ORGANISATIE De kosten voor het beheer komen in dit hoofdstuk aan de orde, evenals de organisatorische aanpak om tot uitvoering over te gaan.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

67

5.1 KOSTENRAMING De benodigde beheermaatregelen voor een duurzame instandhouding en verdere ontwikkeling van De Haarlemmerhout en Frederikspark gaan vanzelfsprekend ook gepaard met kosten. De tabellen in deze paragraaf geven hiervan een overzicht.

ONDERZOEKEN Voor de benoemde onderzoeken is een inschatting van de kosten gemaakt op basis van kennis en ervaring. De werkelijke kosten zijn o.a. afhankelijk van de uiteindelijke onderzoeksvraag, het moment van uitvoeren in de beheerperiode en de beschikbaarheid/ inzetbaarheid van vrijwilliigers.

DAGELIJKS BEHEER De jaarlijkse kosten voor het dagelijks beheer zijn berekend op basis van de onderhoudsmaatregelen en arealen uit bijlage 3 en kostenkengetallen van de gemeente Haarlem. Waar nodig zijn ze aangevuld met kostenkengetallen uit andere bronnen (SIM Meerjarenbegroting, Spaarnelanden, BIJ12, CROW en eigen NLadviseurs).

Financiering van de onderzoeksopgaven vindt plaats via de beschikbare gelden van het groenbeleidsplan en de voorgestelde incidentele middelen.

Financiering van het dagelijks beheer is geregeld in de totaalsom van het dagelijks beheercontract (DBC). Op basis van de doorrekening van de beheerkosten past de gekozen aanpak en uitwerking in maatregelen binnen de jaarlijkse budgetten. De kosten zijn opgenomen in Figuur 5-1.

Van de benoemde eenmalige ingrepen is een inschatting van de ontwerpkosten gemaakt op basis van kennis en ervaring. De uitvoeringskosten zijn afhankelijk van het resultaat van de uiteindelijke uitwerking en daarom nog niet benoemd.

68

EENMALIGE INGREPEN De geraamde kosten voor de diverse eenmalige ingrepen, als beschreven in hoofdstuk 4 zijn opgenomen in Figuur 5-3.

Financiering van de eenmalige ingrepen (zowel ontwerp als uitvoering) vindt zoveel mogelijk plaats via de meerjarenprogrammabegroting, de beschikbare gelden van het groenbeleidsplan en de voorgestelde incidentele middelen.

Figuur 5-1: Geschat budget voor het onderhoud per jaar van De Haarlemmerhout en Frederikspark.

ONDERDEEL

KOSTEN

Bos onderhoud (Bostypen)

€ 91.876,-

Solitaire- en laanbomen

€ 40.130.-

Gazon VA + VB

€ 43.300,-

Natuurlijk gras (Berm-/weide-/ kruidenrijk gras)

€ 31.076,-

Paden (verharding)

€ 8.672,-

Paden (halfverharding)

€ 8.812,-

Cultuurbeplantingen

€ 21.845,-

Water

€ 5.304,-

Meubilair

€ 54.012,-

Overige activiteiten

€ 26.784,-

Overige kosten

€ 92.953,-

Totaal jaarlijks

€ 424.764,-

BEHEERPLAN

Figuur 5-2: De geschatte kosten voor de onderzoeken.

Figuur 5-3: De geschatte ontwerpkosten voor de eenmalige ingrepen.

NR.

ONDERZOEK

KOSTEN

1

Cultuurhistorische waardeborging

€ 35.000,-

2.1

Monitoren bodem

€ 5.500,-

2.4

Herinventarisatie bomenbestand

€ 15.000,-

4.1

Onderzoek stinzen

€ 6.500,-

8.2

Onderzoek naar verduurzaamd festivalterrein

€ 5.500,-

10

Instandhoudingsplan voor monumenten

€ 5.500,-

11

Recreatieve opgave

€ 15.000,-

12.1

Onderzoek naar huidige padverharding

€ 1.500,-

14.2

Afspraken BBOR/NME de Hertenkamp

PM

19.3

Onderzoek naar optimalisatie hydrologie van Eindenhout en de potentiële effecten op de Grote Hout.

20

Soortenmonitoringsplan met vrijwilligers

ONTWERP KOSTEN

NR.

EENMALIGE INGREEP

2.7

Bodemverbetering

€ 4.000,-

5.7

Vergroten bosvakken

€ 9.000,-

6.1

Locaties waar braam of klimop gewenst zijn, zijn in kaart.

€ 4.000,-

7.1

Opstellen maatregelenkaart voor evenementenlocaties

€ 4.500,-

7.2

Opstellen omgangsprotocol evenementen

€2.500,-

7.3

Aanpassing locatieprofielen en evenementenbeleid

€ 2.500,-

9

Laanherstelplan

€ 9.500,-

12.2

Padenplan

€ 7.500,-

13

Beplantingsplan en constructie boomspiegelrande

€5.000,-

€ 5.000,-

14.1

Uitvoeren verbeteren omgeving Theehuis/Hertenkamp en zone langs Kleine Houtweg/Hertenkamp*

€ 6.500,-

15

Aansluiting Grote Hout op Eindenhout

€ 7.500,-

Totaal inschatting kosten onderzoeksopgaven

€ 101.000,-

16.1

Aanbrengen kleinere kamers in het Frederikspark

€ 25.000,-

Gemiddelde onderzoekskosten per jaar

€ 10.100,-

16.2

Oplossen problemen waterhuishouding speeltuin

€ 2.500,-

18

Herplant eiken rond tuinkoepel Eindenhout

€ 3.500,-

22

Aansluiten Dreefzicht op de Dreef/Kleine Hout, herinrichtingsplan planperiode 2012-2022 uitvoeren*

PM

23

Versterken educatieve functie met aandacht voor balans cultuurhistorie, ecologie, recreatie en klimaatregulatie.

PM

PM

Totaal inschatting ontwerpkosten eenmalige ingrepen

€ 87.000,-

Gemiddelde ontwerpkosten per jaar

€ 8.700,-

* Ontwerpen zijn in afgelopen planperiode voorbereid, daarom is er geen budget voor opgenomen. DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

69

5.2 ORGANISATIE EN WERKWIJZE VASTSTELLEN JAARPLAN Dit beheerplan biedt concrete doelstellingen per beheertype. Zoals van gewenste boomsoorten en leeftijdsspreiding. Aan de hand van gericht dagelijks onderhoud, beschreven in jaarplannen worden beoogde doelen gerealiseerd.

A K

EC

O

CH

70

PLANNEN DAGELIJKS ONDERHOUD ▪ Jaarlijks onderhoud ▪ Cyclisch onderhoud ▪ Projecten

D

EVALUATIE Voor beheer dat leidt tot structurele verbeteringen is een lerende houding van belang. Onderdeel van de werkwijze is dan ook het volgen van de plan-do-check-act aanpak. Hiermee worden lessen uit het verleden meegenomen naar de toekomst. Dit proces van structureel beheer wordt met Figuur 5-4 geïllustreerd.

BEOORDELEN WERKZAAMHEDEN ▪ Uitvoering ▪ Voortgang ▪ Resultaat

PL

CT

AN

OVERIGE WERKZAAMHEDEN Naast het dagelijks onderhoud zijn er andersoortige werkzaamheden die gecategoriseerd kunnen worden als: ▪ beperkt klein onderhoud: ad-hoc beheer ivm schadeherstel ▪ onderzoek: op basis van onderzoeken ▪ grote werkzaamheden: eenmalige ingrepen en overige projecten

MAATREGELEN/VERBETEREN ▪ Actualiseren ▪ Voorbereiden ▪ Plannen

UITVOEREN JAARPLAN ▪ Beheer ▪ Ontwikkeling ▪ Onderzoek

Figuur 5-4: Dagelijks onderhoud.

BEHEERPLAN

BIJLAGEN DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

71

BIJLAGE 1: BEGRIPPENLIJST BEHEERPLAN DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK BEGRIP

DEFINITIE

Afzetten, afgezet

Het snoeien van takken van hakhout (en soms struiken) met de bedoeling dat de overgebleven stobbe weer uitloopt.

Begroeiingstype

Een begroeiingstype is de verzameling van verschillende beheerelementen (bomen, struiken, gras etc). Elke unieke samenstelling heeft zijn eigen karakter en daarmee een eigen beheer.

Beheertype

Groep beplantingen of inrichtingselementen waaraan dezelfde beheermaatregelen worden uitgevoerd en waarvoor gelijksoortige streefbeelden gelden.

Beukenhal

Een beukenbos met een gesloten kroonlaag, waaronder vrijwel alle onderbegroeiing is verdwenen en waarin alleen in het voorjaar ruimte is voor een tijdelijk gewas (stinzenplanten).

Boomlaag

De horizontale laag in een bos, waarin boomkruinen (stammen mét takken) de hoofdrol spelen

Boomveiligheidscontrole

(Zie VTA). Bij een boomveiligheidscontrole wordt de boom door een boomveiligheidscontroleur visueel beoordeeld op gebreken. Deze controleur kijkt naar afwijkingen in stamvoet, stam en kroon die kunnen wijzen op een gebrek en een potentieel risico.

(Bos)opstanden

Begroeiingstypen waarbij boomvormend gewas dominant is. In de volksmond: een bos.

Bosverband

Bos (bosopstand) waarbinnen de individuele bomen een eigen (intrinsieke) rol spelen. Dat kunnen monumentale bomen zijn, maar ook zaailingen van toekomstige bomen. Het betreft een gesloten bos, geen park.

Dunnen, gedund

Het op basis van de aanwijzing van toekomstbomen verwijderen van naaststaande bomen die de ontwikkeling van toekomstbomen belemmeren (voor de Haarlemse situatie). Dunnen van [jonge] bomen in ook een middel om de gewenste soortensamenstelling van het bosvak in stand te houden en om voldoende licht voor de ondergroei te behouden.

Hakhout

Periodiek, dicht bij de grond gesnoeide boom of struik, waardoor de boom of struik nieuwe uitlopers (takken) vormt. Deze uitlopers worden vervolgens na enige tijd verwijderd. Op deze wijze vormt zich een karakteristiek gevormde, grille stobbe. We vinden deze oude cultuurvorm meestal bij eik en es, maar ook bij hazelaar en els.

Inboet

Vervangen van een dode of slechtgroeiende boom of struik door een nieuw exemplaar.

72

BEHEERPLAN

BEGRIP

DEFINITIE

Ingrepen

Maatregelen in het gebied, op een bepaald moment in het jaar, die invloed hebben op de samenstelling en aard van de begroeiing, maar ook op het dierenleven en het bosklimaat

Kap

Het door afzagen verwijderen van bomen. Een kap-ingreep kan vlak bij de grond (hierdoor ontstaat een stobbe) of halverwege de stam.

Klimaatboom

Soorten, waarvan verwacht wordt dat zij bij de aan de gang zijnde klimaatsveranderingen op de lange duur duurzamer zullen blijken te zijn. Dit los van het feit, dat de duurzaamheid van het bestaande soortenbestand niet te voorspellen is.

Kruidlaag

Horizontale laag met een- of meerjarige flora die onder de struiklaag groeit.

Mengsoorten

Andere soorten houtachtigen dan de hoofdsoort.

Monitoring

Voortgangscontrole voor de uitvoering van het beheer waarbij de resultaten van het beheer getoetst worden.

Monumentale boom

Monumentale bomen zijn bomen die aan twee voorwaarden moeten voldoen en op de lijst van monumentale bomen gezet worden. Monumentale bomen ontvangen extra bescherming. De twee voorwaarden zijn: 1. De leeftijd van de boom is minimaal 80 jaar. Een uitzondering kan gemaakt worden voor bijvoorbeeld een herdenkingsboom of een boom met een grote dendrologische waarde. De bomen mogen niet in een onherstelbare slechte conditie verkeren (of weer in een goede conditie te brengen zijn), volledig verval van de boom mag niet binnen tien jaar te verwachten zijn. 2. De boom heeft ten minste een van de volgende specifieke kenmerken: beeldbepalend, cultuurhistorische waarde, dendrologische waarde, natuurwaarde, levensverwachting. Voor meer informatie zie het Bomenbeleidsplan Haarlem “Geef bomen de ruimte” 2009-2019.

Naaststaande bomen

Bomen die naast andere bomen een plaats hebben en die door hun eigenschappen een bepaalde figuurlijke en letterlijke ruimte innemen. Eiken met naaststaande beuken hebben vaak te lijden onder de concurrentiekracht van de beuken.

Omvorming

Het vernieuwen van een vak of element waarbij het bestaande groen vervangen wordt door een geschikter type (beplanting of gras) waarvan het beheer efficiënter en goedkoper kan plaatsvinden.

Onderstandige bomen

Bomen die met hun kroon niet verder reiken dan de onderzijde van de kronen van grotere bomen. De meeste soorten, behalve beuken, lijden hieronder, zodat ze afsterven of wegkwijnen.

Opslag

Spontaan uit ingewaaid zaad of wortels opkomende houtige gewassen.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

73

BEGRIP

DEFINITIE

Rillen

Langwerpige hopen van takken, stammen en kruidachtig gewas, opgeworpen na het maaien, snoeien en vellen van struiken en bomen. In rillen kunnen veel verschillende organismen zich vestigen. Dit dode materiaal verteert langzaam en heeft een positieve invloed op het bosklimaat.

Snoeien

Activiteit waarbij houtachtig gewas gedeeltelijk wordt ingekort of boven de grond wordt afgezet met de bedoeling dat het gewas weer opnieuw takken vormt.

Stinzen beplanting

Opvallende voorjaarsbloeiers met een bol, knol of wortelstok, die in historische tijden zijn ingevoerd uit Midden- of Zuid-Europa als siergewas voor de welgestelden en die zich niet spontaan vanuit cultuursituatie uitbreiden in ongestoorde natuurlijke vegetaties. Vaak uitheemse soorten die bijvoorbeeld rondom landgoederen en stadswallen aangeplant zijn, zich in stand hebben weten te houden en nu op deze plekken verwilderd zijn. Het woord stinse komt van het Friese woord stins (steenhuis), een met stenen versterkt huis. Deze huizen waren vaak in bezit van adellijke heren, die landgoederen hadden, waar de exotische planten aangeplant werden en verwilderden.

Stobbe

Een zeer lage boomvormer die door snoeien tot hakhout is gevormd.

Streefbeeld

Het uiterlijk dat een beplanting in een volgroeide, volledig functionerende staat dient te hebben.

Strooisellaag

Een verzameling van dood half- of onverteerd materiaal op de bosbodem. In de strooisellaag vindt het omzettingsproces plaats van dit materiaal naar kleinere delen, die op hun beurt in de bosbodem tot humus wordt gevormd. Dierlijke organismen, bacteriën en schimmels spelen een onlosmakelijke rol in dit proces.

Struiklaag

Horizontale laag van houtige gewassen in het bos dat onder de boomlaag groeit.

Toekomstboom

Een boom waarvoor de intentie bestaat hem te ontwikkelen tot monumentale boom.

Uitkleden

Een te vellen boom eerst ontdoen van zijn takken, zodat schade aan blijvende bomen tijdens het omzagen van de boom tot een minimum wordt beperkt.

Vellen

Het kappen van een boom.

Veren

Jonge bomen van 3-5 jaar oud, met een volledige betakking en 1.50-2.50 m. groot

VTA

Visual Tree Assessment. Zie Boomveiligheidscontrole.

74

BEHEERPLAN

BEGRIP

DEFINITIE

Zorgplicht

De verplichting van de beheerder (gebaseerd op de regels uit het Burgerlijk Wetboek) om volgens de huidige technische kennis een onderdeel van de openbare ruimte in goede staat te houden. Onder zorgplicht wordt in de boomverzorging verstaan dat er regelmatig boomveiligheidscontroles moeten worden uitgevoerd. Indien er zichtbare afwijkingen worden geconstateerd moeten deze worden vastgelegd. Per afwijking wordt tevens een onderhoudsmaatregel gekoppeld met een bepaalde urgentie om eventuele veiligheidsrisico’s te beperken. Ook in de Wet natuurbescherming is sprake van Zorgplicht. Werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, worden in redelijkheid zo veel mogelijk nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Het plaatselijk uitsterven van soorten moet worden vermeden, ook als zij [nog] geen benoemde status als bedreigde soort hebben.

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

75

BIJLAGE 2: OPGAVEN BEHEERPLAN DE HAARLEMMERHOUT EN FREDERIKSPARK OPGAVEN

1

2

Cultuurhistorische waardenborging

Behouden 1000 bomen, ouder dan 100 jaar ten behoeve van duurzame instandhouding, cultuurhistorische en ecologische waarden.

NR

MAATREGELEN (HOE DE OPGAVEN UITGEVOERD WORDEN)

DEELGEBIED

1

Alle deelgebieden

Toekomstige ingrepen, al dan niet onderinvloed van recratieve of 1

klimatologische ontwikkelingen, dienen getoets te worden aan de waardestelling uit 2008.

2.1

Monitoren bodem- en groeiplaats (chemische, biologische, hydrologische eigenschappen en bodemprofiel) ter bescherming van bomen met monumentaal karakter binnen recreatieve zones.

1

Frederikspark Kleine Hout Grote Hout

2.2

Herstellen en beschermen groeiplaatsen bomen binnen recreatieve zones. Herstel van het doorwortelbaar vermogen en de voedingssituatie van de bodem onder bomen in het Frederikspark, op het Vlooienveld en bij bomen onder invloed van paden en evenementen.

1

Frederikspark Kleine Hout

2.3

Onderhoud ter bescherming en behoud van solitaire bomen en boomgroepen op korte en lange termijn. Het uitvoeren van onderhoudssnoei, begeleidingssnoei en ingrepen t.b.v. boomveiligheid (BVC ronde/snoeironde).

1

Alle deelgebieden

2.4

Herinventarisatie bomenbestand op o.a boomkenmerken, veiligheid, levensverwachting en aanvullende waarden.

1

Alle deelgebieden

2.5

Te verwijderen oude bomen niet individueel vervangen, maar tijdelijk als kleine open plek handhaven met struiken en tussengeneratie veldesdoorn en haagbeuk. Wanneer door wegvallen van meer oude bomen de plek groter wordt dan ¼ hectare, dan met lichthout verjongen. Plant aan in groepen met eenzelfde soort. Bestaande groepen oude beuken buiten de twee ‘beukenhallen’ niet met beuk verjongen, maar met zomereik, eventueel aangevuld met andere lichthoutsoorten.

2

Alle deelgebieden

2.6

Soortenkeuze aanplant wordt afgestemd op omgevingsfactoren. Zie Figuren 4-7 en 4-8

2

Alle deelgebieden

2.7

Bodemverbetering uitvoeren naar aanleiding van blad- en bodemonderzoek 2022.

1

Grote Hout

FUNCTIES:

76

PRIO

CATEGORIE:

Natuur en ecologie Onderzoek

(cultuur)historie en archeologie Eenmalige ingreep

FUNCTIES

Recreatie en ontspanning Dagelijks beheer Laag frequent

CATEGORIE

Klimaatregulatie Dagelijks beheer Hoog frequent

OPGAVEN

3

Toekomstbestendig loofbos, gericht op soortendiversiteit en leeftijdsspreiding: 5 generaties bomen en tenminste 6 boomsoorten per hectare met een gelijkwaardige verdeling.

NR

MAATREGELEN (HOE DE OPGAVEN UITGEVOERD WORDEN)

PRIO

DEELGEBIED

3.1

Aanwijzen toekomstbomen: tijdens de blesronde voorafgaand aan het cyclisch beheer toekomstbomen aanmerken. Randvoorwaarden zijn: soortenspreiding en leeftijdsspeiding. Eik, linde en iep hebben voorkeur boven soorten die goed verjongen.

1

Kleine Hout Grote Hout

3.2

Selectief verjonging verwijderen van esdoorn en beuk wanneer soortenmenging moet worden versterkt.

1

Kleine Hout Grote Hout

3.3

Introductie/selectie soorten t.b.v. soortenspreiding en optimaliatie bosecosysteem, (klimaatrobuust, passend in ontwerp en huidige waarden, oorspronkelijk genoom). Namelijk: linde, zoete kers, ruwe berk, wintereik, moseik, haagbeuk. Toepassing van soorten met een goed verteerbare bladmassa.

2

Kleine Hout Grote Hout

2

Kleine Hout Grote Hout

3

Kleine Hout Grote Hout

CATEGORIE

Duurzame bosverjonging vraagt om aanplant van 3.4

3.5

DE HAARLEMMERHOUT & FREDERIKSPARK

FUNCTIES

lichthoutsoorten op plaatsen waar natuurlijke verjonging geen kans krijgt. Door verjongingsgaten te kappen van 1-3 x de boomlengte (ca. 1/4 hectare). Opstellen verjongingslocaties in kaart, t.b.v. uitvoering. Dominantie van taxus en hulst beperken. Bij een vlakbezetting van meer van 30%: verwijderen en vervangen met struiklaag van o.a. hazelaar, meidoorn, krent, Europese vogelkers en vuilboom. FUNCTIES:

Natuur en ecologie

CATEGORIE:

Onderzoek

(cultuur)historie en archeologie Eenmalige ingreep

Recreatie en ontspanning Dagelijks beheer Laag frequent

Klimaatregulatie Dagelijks beheer Hoog frequent

77

OPGAVEN

4

De houtopstanden bieden een geschikte groeiplaats aan stinzenplanten; minimaal 30% van de oppervlakte is begroeid met stinzenplanten.

NR

MAATREGELEN (HOE DE OPGAVEN UITGEVOERD WORDEN)

PRIO

DEELGEBIED

4.1

Onderzoeken soort- en locatiegeschiktheid specifieke stinzensoorten. Op basis hiervan stimuleren bestaande of (her)introduceren nieuwe stinzenplanten. Stel hiervoor een kaart op met de actuele en wenselijke locaties. Gebruik soorten met historische en ecologische waarde, zoals bosgeelster en weidegeelster.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13124464/1