CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230207399 2 Bijlage 1 Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 2023

gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluitvorming Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 202341.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Kadernota 2024

gemeente Haarlem

Kadernota 2024

1

Voorwoord In tegenstelling tot voorgaande jaren, waarin de bestuurswissel en de coronacrisis aanleiding gaven tot een aangepaste kadernota, biedt het college u dit jaar een besluitvormende kadernota aan waarin nieuwe voorstellen worden voorgelegd en de contouren van de komende begroting worden geschetst. De eerste volledige kadernota van dit college. Haarlem staat er financieel solide voor. De financiële situatie biedt ruimte voor intensiveringen en investeringen. Zoals in de opinienota Richting meegeven aan besteding incidentele middelen t.b.v. afweging Kadernota 2024 (2022/1730332) begin van het jaar met de raad is gedeeld kon worden verwacht dat er tot en met 2027 voor circa € 30 miljoen aan incidentele middelen te besteden was. Na actualisatie van het financieel kader blijkt dat er meer financiële ruimte is. Onder andere door positieve bijstellingen in het sociaal domein, het faseren en realistischer plannen van investeringen en het opheffen van reserves die niet meer nodig zijn. Totaal komt de ruimte hiermee op circa € 50 miljoen, grotendeels incidenteel. Het college stelt voor deze ruimte in te vullen door € 1 miljoen structureel beschikbaar te stellen voor intensiveringen in dienstverlening en bedrijfsvoering. Daarnaast is in het kader ruimte gemaakt voor kapitaallasten van nieuwe investeringen € 0,5 miljoen oplopend tot € 2 miljoen in 2027.

Dit biedt ruimte om voor circa € 30 miljoen aan nieuwe investeringen in het Investeringsplan op te nemen, wat voor een groot deel ten goede komt aan onderwijshuisvesting. Daarnaast wordt voorgesteld om voor circa € 40 miljoen aan incidentele voorstellen in de begroting op te nemen tot en met 2026. Het college investeert in de stad en gaat voor actie! Er wordt geïnvesteerd in het Zonnewarmtenet in het Ramplaankwartier, om deze te versnellen en uit te breiden. Er worden middelen gereserveerd voor een depot voor cultuurlocaties, de productie van betaalbare woningen en het helpen van sportaccommodaties energie te besparen. Voorgesteld wordt geld apart te houden om de openbare ruimte groener, toegankelijker en veiliger te maken als onderhoud is gepland en scholen verder te helpen met het vergroenen van hun schoolpleinen. Stuk voor stuk voorstellen gericht op uitvoering en uitvoeringskracht. Het totaalpakket aan voorstellen draagt bij aan het versterken van de stad en de organisatie, ook als het gaat om de basis als dienstverlening en het genereren van baten. Eerder heeft het Rijk besloten voor 2026 € 1 miljard voor gemeenten beschikbaar te stellen, daarmee werd het ‘ravijn’ jaar verschoven van 2026 naar 2027. In de recente Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is deze € 1 miljard structureel gemaakt.

Tegelijk is de opschalingskorting nog niet van tafel en daarmee nog steeds een bedreiging voor de structurele ruimte voor gemeenten. Ook is er tijdelijk meer ruimte voor Jeugd beschikbaar gesteld, maar het structurele perspectief hiervan is eveneens onzeker. Dat betekent dat in het financieel kader van Haarlem er in het jaar 2027 een tekort is van € 6 miljoen. Dit is het structurele tekort. Echter, over de jaren 2023 t/m 2027 is na verwerking van de voorstellen een positief saldo van € 2,2 miljoen te zien. Dit tegen de achtergrond van verslechterde economische conjunctuur door de hogere rentestand en door de hoogte van de inflatie. Beide verschijnselen remmen de economie. Het college ziet richting de begroting 2024 geen noodzaak om in te zetten op bezuinigingen. Wanneer het Rijk gemeenten blijvend geen duidelijkheid geeft wat er structureel beschikbaar is en de economie verder achteruitgaat, dan is de verwachting dat bij de Kadernota 2025 een andere afweging gemaakt moet gaan worden. Ten aanzien van de woonlasten wordt voorgesteld de OZB opbrengsten in 2024 met 3,9% te corrigeren voor inflatie. De rioolheffing stijgt in 2024 met 7,3%, naast correctie voor inflatie door Kadernota 2024

2

stijgende kapitaallasten (voortvloeiend uit investeringen) en modelmatige aanpassingen. De afvalstoffenheffing stijgt in 2024 met 8,1%, naast inflatiecorrectie ook door de meerkosten als gevolg van de overstap naar HVC en overige (BTW) uitgavenstijgingen. De woonlasten van de Haarlemmer worden in 2024 beperkt door incidentele investeringen in het nieuwe Waterplan en afvalscheiding buiten de tarieven te houden van de riool- en afvalstoffenheffing. De gemiddelde totale woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) stijgen hiermee in 2024 ten opzichte van 2023 met gemiddeld 6,1%. De woonlasten worden in 2024 anders verdeeld door de afvalstoffenheffing verder te differentiëren naar huishouden. Voor de toeristenbelasting wordt voorgesteld deze te herijken voor 2025 en hiertoe bij de Programmabegroting 2024-2028 met een voorstel te komen. Zoals gebruikelijk besluit de raad bij de kadernota over de bestemmingsvoorstellen rekeningresultaat. Na verwerking van deze voorstellen resteert circa € 40 miljoen welke wordt toegevoegd aan de Algemene reserve die stijgt tot ruim € 92 miljoen. Dit heeft een positief effect op het weerstandsvermogen in Haarlem, welke voor dotatie al de kwalificatie uitstekend kreeg. Het college acht de voorliggende voorstellen daarmee prudent en evenwichtig.

Raadsbehandeling Kadernota 2024 Op maandag 12 juni wordt een technische toelichting op de kadernota gegeven. Raadsleden hebben de mogelijkheid technische vragen te stellen tot en met donderdag 22 juni 12.00 uur, deze worden uiterlijk 29 juni beantwoord. De raadsbehandeling van de Kadernota 2024 en Voortgangsrapportage 2023 vindt plaats op maandag 10 en donderdag 13 juli.

Het college van burgemeester & wethouders, 30 mei 2023

Leeswijzer Alle bedragen in de financiële tabellen zijn maal € 1.000, tenzij anders vermeld. Naast de papieren versie is er een digitale versie (pdf) van de kadernota en voortgangsrapportage beschikbaar op de website, waar ook de bijlagen digitaal beschikbaar zijn. De begrippenlijst en afkortingenlijst is opgenomen in de Lexicon.

Kadernota 2024

3

Inhoudsopgave Voorwoord .......................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 4 1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen .................................................................................. 6 1.1 Binnen het domein Fysiek ............................................................................................................. 6 1.2 Binnen het domein Burger en bestuur ........................................................................................ 12 1.3 Uitwerking prioritering ................................................................................................................ 13 1.4 Stedelijke ontwikkelingen en prognoses ..................................................................................... 16 1.5 Doorontwikkeling Duurzaamheidsbegroting .............................................................................. 24 1.6 Gebiedsgericht werken ............................................................................................................... 31 2 Ontwikkelingen meerjarenraming en financiële positie ....................................................................

33 2.1 Financiële ontwikkeling en meerjarenraming ............................................................................. 33 2.2 Financieel kader........................................................................................................................... 35 2.3 Ontwikkeling reserves ................................................................................................................. 47 2.4 Bestemming rekeningresultaat 2022 .......................................................................................... 47 3 Voortgangsrapportage 2023 .............................................................................................................. 51 3.1 Samenvatting budgettaire wijzigingen ........................................................................................ 51 3.2 Wijzigingen per programma ........................................................................................................ 53 4 Investeringen en MPG/Grondbeleid .................................................................................................. 76 4.1 Hoofdlijnen 10 jarig Investeringsplan.......................................................................................... 76 4.2 Hoofdlijnen MPG/grondbeleid ....................................................................................................

94 5 Belastingen en woonlasten ................................................................................................................ 95 5.1 Uitgangspunten ........................................................................................................................... 95 5.2 Woonlasten ................................................................................................................................. 95 6 Bedrijfsvoering.................................................................................................................................. 103 6.1 Ontwikkeling inhuur .................................................................................................................. 103 6.2 Dienstverleningshandvest ambtelijke samenwerking............................................................... 103 6.3 Informatieveiligheid .................................................................................................................. 104 Kadernota 2024

4

7 Besluit ............................................................................................................................................... 106 8 Bijlagen ............................................................................................................................................. 110 Bijlage 1: Begrotingskader ............................................................................................................... 111 Bijlage 2: Begrotingswijziging Voortgangsrapportage 2023............................................................ 112 Bijlage 3: Neutrale verschuivingen binnen beleidsveld .................................................................. 115 Bijlage 4: Toelichting voorstellen en intensiveringen ..................................................................... 117 Bijlage 5: Beschrijving en samenhang prognoses............................................................................ 129 Bijlage 6: Overzicht aanvulling indicatoren doelenbomen ............................................................. 130 Bijlage 7: Financiële vergoeding ambtelijke samenwerking ........................................................... 138 Bijlage 8: Overzicht nieuw in te stellen reserves.............................................................................

140 9 Losse bijlagen ................................................................................................................................... 141 Bijlage 9: MPG ................................................................................................................................. 141 Bijlage 10: Grote en risicovolle projectenrapportage 2023 ............................................................ 141 Bijlage 11: Gebiedsopgave 2023-2026 ............................................................................................ 141 Bijlage 12: Nieuwe set doelenbomen p. 1, 4, 5 en 6 ....................................................................... 141 Bijlage 13: Investeringsplan 2023 .................................................................................................... 141

Kadernota 2024

5

1 Beleidsmatige ontwikkelingen en toezeggingen In het eerste hoofdstuk van deze kadernota wordt ingegaan op beleidsmatige toezegging en ontwikkelingen die een effect hebben op het financieel kader. Er liggen geen toezeggingen binnen het sociaal domein open die hier toelichting vragen. Voor de ontwikkeling van het financieel kader (inclusief de financiële ontwikkelingen van het sociaal domein) wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Voor de ontwikkelingen binnen het domein bedrijfsvoering wordt verwezen naar hoofdstuk 6.

1.1 Binnen het domein Fysiek Revolverend fonds Energiebesparing In de Programmabegroting 2023-2027 zijn in navolging van het Coalitieakkoord Actie! middelen in het investeringsplan opgenomen voor het verder verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed. Dit betreft € 14 miljoen aan duurzaamheidsinvesteringen, uit te voeren in 2026 en 2027. De kapitaallasten die voortkomen uit deze investering leiden tot hogere huren voor subsidierelaties of hogere huisvestingskosten voor de gemeente. Voor de hogere huren krijgen de subsidierelaties een hogere huursubsidie gesaldeerd met 80% van de verwachte energiebesparing. De hogere subsidiekosten worden gedekt uit de energiebesparing uit de 1e tranche van de verduurzaming van het vastgoed die gedoteerd wordt aan het Revolverend Fonds Energiebesparing (RFE). Ook de hogere huisvestingskosten van de gemeente door de verduurzaming worden gedekt uit energiebesparing uit de 1e tranche van de verduurzaming. De besparing op energie bij de bibliotheek voorkomend uit de investeringen in het gebouw komen conform afspraken ten goede aan de taakstelling die rust op cultuur. Nu deze taakstelling incidenteel tot en met 2027 niet wordt ingevuld ten laste van de algemene middelen, wordt het energievoordeel tot en met 2027 toegerekend aan het RFE.

De verwachte energiebesparing (baten) en de hogere huursubsidies of huisvestingslasten worden beiden verrekend via het RFE. In onderstaande tabel is op basis van aannamen het verloop van de energiebesparing en kapitaallasten weergegeven. De schatting op de energiebesparing van de 2e tranche is naar verhouding gebaseerd op de 1e tranche. Het is nog niet bekend welke panden in de 2e tranche worden verduurzaamd. Wel is de verwachting dat de 2e tranche minder rendabel is dan de 1e tranche, aangezien de meest rendabele panden zijn opgenomen in de 1e tranche. De aanname is dat de 2e tranche ongeveer de helft minder rendabel is.

Kadernota 2024

6

Reserve Energiebesparing Beginstand 01/01

2023 546

2024 728

2025 1.075

2026 1.655

2027 2.437

2028 2.967

2029 3.246

2030 3.525

Besparing straatverlichting Verwachte dotatie aan RFE uit 1e tranche Besparing bibliotheek

182

182 119 46

182 352 46

182 554 46

182 554 46

182 554

182 554

182 554

215 -467 -252

431 -934 -503

431 -934 -503

431 -934 -503

2.967

3.246

3.525

3.804

Schatting energiebesparing 2e tranche Verhoging huursubsidies/huisvestingslasten Saldo 2e tranche Stand per 31/12

728

1.075

1.655

2.437

Reserve Ontwikkelzones Het stimuleren van de woningbouwproductie is één van de doelstellingen van de gemeente. De gemeente heeft de ambitie uitgesproken om tot en met 2030 10.000 woningen toe te voegen aan de Haarlemse woningvoorraad en de ruimtelijke kwaliteit te doen toenemen. Om de woningbouwproductie te versnellen zijn zogeheten "ontwikkelzones" geïntroduceerd. Een ontwikkelzone is een gebied waarbinnen diverse locaties als deelprojecten ontwikkeld worden en de daarvoor benodigde investeringen in de openbare ruimte (ontsluiting, groen, water etc.) worden gedaan. Om de uitvoeringskracht in de ontwikkelzones te versterken is het belangrijk dat de aansturing en de beheersing van middelen optimaal zijn georganiseerd. Het is van belang dat snel en adequaat kan worden bijgestuurd binnen de vooraf door de raad gestelde kaders. Een duidelijke verantwoording tussentijds en achteraf aan het Rijk (ministerie van BZK) over de prestatie-afspraken en de financiering, die op goedkeuring kan rekenen van onze externe accountant, maakt een wezenlijk onderdeel uit van de af te spreken spelregels.

Financieel kader Om zicht te krijgen op de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkelzones zijn per zone businesscases (buca’s) opgesteld. Deze buca’s bestaan uit een verzameling van nauw verwante investeringsbudgetten, exploitatiebudgetten, anterieure overeenkomsten, grondexploitaties, reserves en subsidies. De huidige regelgeving bevat echter geen goede spelregels voor het sturen, beheersen, bewaken en achteraf kunnen verantwoorden aan derden over de vastgestelde buca’s. Bij het hanteren van de huidige kaders ontstaan de volgende knelpunten:

Opbrengsten binnen de zone houden De businesscase bestaat uit verschillende deelontwikkelingen waarbij de opbrengsten uit ontwikkellocaties (gedeeltelijk) dekking zijn voor de investeringen binnen de zone zoals opgenomen in de businesscase, en wel in de openbare ruimte. Dit betekent dat ‘overschotten’ op anterieure overeenkomsten, resultaten op grondexploitaties en verkoopopbrengsten beschikbaar moeten blijven voor het dekken van de kosten binnen een zone.

Kadernota 2024

7

Schuifruimte tussen begrotingsonderdelen De baten en lasten van een zone landen op verschillende plaatsen binnen de begroting. Een deel van de gemaakte kosten wordt verantwoord op de balans bij materiële vaste activa (IP), een deel op de balans bij voorraden (onderhanden werk grondexploitaties) en een deel in de exploitatie (zonebudget en anterieure overeenkomsten). Nadeel hiervan is dat het niet mogelijk is om tussen de verschillende onderdelen te schuiven. Een onderbesteding binnen een investering kan niet worden ingezet als dekking van een overschrijding op een exploitatiebudget.

Schuifruimte tussen jaren Als gevolg van vertragingen in de uitvoering kunnen er verschuivingen van budgetten optreden tussen verschillende jaren. Indien deze verschuivingen optreden binnen de onderdelen die via het Investeringsprogramma of grondexploitatie worden gedekt, dan is dit geen probleem. De restantkredieten schuiven dan automatisch door. Voor onderdelen die via de exploitatiebegroting worden gedekt, is dit minder eenvoudig. Budgetoverhevelingen moeten dan worden geregeld via: 1. Budgetoverheveling bij P&C producten. Dit is tijdrovend en werkt vertragend omdat besluitvorming door de raad nodig is. 2. Restantbudgetten bij jaarrekening vrij laten vallen ten gunste van de algemene middelen en opnieuw bij de voortgangsrapportage/kadernota aanvragen. Dit is niet wenselijk omdat de resterende middelen niet direct beschikbaar zijn; de besluitvorming vindt pas in juli plaats. Het kan ook tot misverstanden bij de raad leiden. Het gevoel kan ontstaan dat er continu aanvullende middelen moeten worden vrijgegeven, terwijl in werkelijkheid alles binnen de uitgangspunten van de vastgestelde businesscase blijft.

Inzicht (resterende) dekking Doordat de baten en lasten op verschillende plaatsen binnen de begroting landen is er geen goed overzicht van de nog beschikbare dekking. De nog resterende dekking is een optelsom van restantkredieten, positieve saldi van anterieure overeenkomsten en grondexploitaties en middelen in verschillende reserves. Omdat er geen sprake is van een gesloten systeem, ontstaat het risico dat de beschikbare dekking ‘verdwijnt’ in het exploitatieresultaat of dat gemaakte zonekosten worden verantwoord ten laste van het rekeningresultaat.

Nieuwe financiële spelregels Aangezien de financiële ontwikkelingen binnen een zone het best te sturen, bewaken en beheersen zijn op het publieke tekort van de zone (netto contante waarde) is er een parallel met de grondexploitaties. In een door de raad vastgesteld gebied worden, binnen door de raad vastgestelde paramaters, kosten gemaakt en opbrengsten gerealiseerd. Binnen deze kaders worden de opbrengsten gebruikt om de kosten te dekken en bestaat er ruimte om beoogde dekkingen te verschuiven tussen deelprojecten. De nieuwe voorgestelde spelregels voor de zones zijn een afgeleide van de bestaande regels met betrekking tot de grondexploitaties (artikel 15 van de financiële verordening) en zullen bij de Programmabegroting 2024 – 2028 ter besluitvorming worden voorgelegd. Onderdeel van de nieuwe spelregels is het vormen van een reserve Ontwikkelzones (zie bijlage 8).

Kadernota 2024

8

Vorming van een reserve is noodzakelijk omdat aan de inkomstenkant verschillende geldstromen bestaan en het essentieel is dat de gemeente Haarlem hierover achteraf met goedkeuring van de externe accountant kan rapporteren. Middelen die niet aantoonbaar (rechtmatig) uitgegeven zijn voor het specifieke doel, moeten immers teruggestort worden naar het Rijk. Het gaat hierbij om de zones die een WBI-subsidie hebben ontvangen: Zuidwest, Oostpoort, Zijlweg en Europaweg. Hiervoor is een Woningbouwimpuls (WBI) subsidie toegekend welke als dekking dient voor 50% van de publiek tekort. De overige 50% wordt gedekt door co- financiering van de gemeente. De voordelen van het instellen van een zonereserve zijn verder: - de netto kosten van de zones leiden tot een incidentele last, waardoor de structurele lasten afnemen, - het schuiven tussen exploitatie en investeringen kan zonder problemen, - het schuiven tussen jaren kan zonder problemen, - het weglekken van dekking wordt voorkomen, - het creëren van overdekking wordt voorkomen, - het nog resterende bedrag aan co-financiering is gelijk aan het restant van de zonereserve. Vooruitlopend op de bij de Programmabegroting 2024 -2028 vast te stellen spelregels wordt voorgesteld deze reserve nu bij de Kadernota 2024 al in te stellen.

Budgettaire effecten In de nieuwe reserve Ontwikkelzones dient de volledige cofinanciering van de businesscase te worden gestort. De eenmalige storting in de reserve bedraagt € 11,1 mln. Doordat ook de kapitaallasten van de investeringen binnen de zone gedekt worden uit deze reserve, wordt door de incidentele storting een structureel budgettair voordeel van circa € 0,5 miljoen gerealiseerd als verwerkt in het financieel kader binnen onderdeel actualisatie kapitaallasten.

Besluit: 1. In te stemmen met het instellen van de reserve Ontwikkelzones, overeenkomstig beschreven condities (Bijlage 8: Overzicht nieuw in te stellen reserves) en inclusief de storting van middelen voor cofinanciering, op basis waarvan aan het einde van het jaar de saldi op exploitatiebudgetten, anterieure overeenkomsten en grondexploitaties die binnen de businesscase van de WBI-zones vallen ten gunste dan wel ten laste van de reserve Ontwikkelzones worden gebracht.

Geldstromen Energietransitie en Duurzaamheid Nederland heeft een nationaal Klimaatakkoord vastgesteld met een doelstelling van 60% CO₂ reductie in 2030 (ten opzichte van 1990) om een grotere klimaatverandering te voorkomen. Haarlem is ambitieus op het gebied van duurzaamheid: Haarlem wil in 2040 van het aardgas af, in 2040 circulair en in 2050 klimaatbestendig zijn. Hiertoe is een Routekaart Duurzaamheid (2021/430881) opgesteld. In deze routekaart zijn 5 transitiepaden opgenomen waarbinnen de omslag naar een klimaatneutrale stad moet plaatsvinden. Dit zijn de transitiepaden Wonen, Werken, Mobiliteit, Elektriciteit en Opwek en Ketenverantwoordelijkheid. Elk pad bestaat uit een aantal pijlers met een eigen streefdoel. De uitvoering van de Routekaart wordt gefinancierd met eigen middelen, specifieke uitkeringen van het Rijk en subsidies vanuit Europa en de provincie Noord-Holland. Kadernota 2024

9

Tot nu toe blijken de vraag naar en het aanbod van middelen voor de uitvoering van de Routekaart Duurzaamheid te fluctueren in de tijd. De hoogte van en het moment waarop subsidies en rijksmiddelen vanuit het landelijk Klimaatakkoord beschikbaar worden gesteld, zijn moeilijk te begroten. Ook de uitgavenkant is lastig te begroten, omdat het om een transitie gaat. De Routekaart is nieuw, omvangrijk en kost tijd, hetgeen de planning bemoeilijkt. Warmtenetprojecten, schone opwek van energie in de stad en verduurzaming van de particuliere woningvoorraad hebben een grote maatschappelijke impact, kennen een lange doorlooptijd en zijn afhankelijk van samenwerkingspartners en initiatiefnemers. En belangrijker nog: uiteindelijk zijn het de eigenaren die moeten instemmen en/of maatregelen moeten nemen. Dit alles laat zich moeilijk plannen. Bovendien is er sprake van stijgende kosten en gebrek aan personeel. Gevolg hiervan is dat het uitgavenpatroon moeilijk meerjarig te ramen is. Aan de inkomstenkant bestaan verschillende geldstromen. Zo kunnen gemeenten extra geld krijgen om bepaald beleid van de Rijksoverheid uit te voeren. Dit zijn specifieke uitkeringen (SPUK’s). Ten aanzien van de Routekaart Duurzaamheid zal Haarlem de komende jaren een tweetal SPUK’s ontvangen: CDOKE en NIP (deze worden hierna toegelicht).

Gemeenten moeten elk jaar door middel van de SiSa-methodiek aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze dit geld hebben besteed. Middelen die niet (rechtmatig) uitgegeven zijn voor het specifieke doel, moeten teruggestort worden naar het Rijk. Gemeente Haarlem heeft vooruitlopend op beschikbaar komen van middelen van het rijk in de programmabegroting capaciteit en exploitatiebudgetten gereserveerd voor beleidsdoelen duurzaamheid en energietransitie. Met het binnenhalen van subsidies komen meer middelen beschikbaar voor dit doel. Omdat deze middelen veelal aan personeelskosten besteed moeten worden, en deze juist al in onze begroting zijn opgenomen (gedekt), ontstaat een positief saldo in de Programmabegroting 2023-2027 ad € 4,7 mln., die zonder besluitvorming hierover via het rekeningresultaat (naar de algemene middelen) zou lopen.

Besluit: 1. Jaarlijks bij vaststellen van de jaarrekening expliciet te besluiten over: a. het ontstane positieve saldo op de begroting als gevolg van ingezette art. 2 middelen welke reeds gedekt zijn binnen de begroting, b. en het beschikbaar houden hiervan voor latere jaren, met welk doel (met de regeling- en reserve Budgetoverheveling). 2. Voor 2023 € 4,7 miljoen beschikbaar te houden voor de realisatie van de Routekaart Duurzaamheid (met de regeling- en reserve Budgetoverheveling) en dit te verwerken bij de Bestuursrapportage 2023. Voor de CDOKE-bijdrage alsook de NIP-bijdrage geldt dat deze als vooruitontvangen subsidie op de balans worden gezet. De onttrekkingen aan de balans zullen per jaar geraamd worden.

CDOKE-middelen Eind februari is de tijdelijke regeling “Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid” (CDOKE) gepubliceerd. Deze regeling heeft tot doel om de capaciteit (bemensing) te vergroten voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Haarlem heeft deze middelen inmiddels aangevraagd en toegezegd gekregen. De uitkeringen vinden plaats in de jaren 2023 t/m 2025. In totaal gaat het om € 9,14 miljoen (inclusief een bijdrage van € 386.762 voor de zero-emissie Kadernota 2024

10

zone vrachtverkeer). Omdat het een specifieke uitkering betreft, zal het aangevraagde budget als vooruit ontvangen subsidie op de balans worden gezet. Per jaar wordt een onttrekking vanuit de balans geraamd. De CDOKE-middelen mogen alleen worden besteed aan personele inzet gericht op klimaatmitigatie. In de uitkeringsregeling wordt een koppeling gelegd met de doelen van de Klimaatwet (= mitigatie). Ze mogen dus niet voor personele inzet voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie of circulariteit worden ingezet. Voor de jaren 2026 t/m 2030 wordt op een later moment een nieuwe regeling opengesteld.

NIP-middelen In het transitiepad Wonen is het Haarlems Isolatieprogramma (HIP) opgenomen, de Haarlemse invulling van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) van het Rijk. Doel van het NIP is om 2,5 miljoen slecht geïsoleerde huur- en koopwoningen sneller en slimmer te isoleren in de periode tot en met 2030. Goed isoleren van woningen kan energieverbruik terugdringen, draagt bij aan de betaalbaarheid van de energierekening, het halen van de klimaatdoelen en is een noodzakelijke voorbereiding op de overstap naar een aardgasvrij alternatief. Een onderdeel van het Haarlems Isolatie Programma is de collectieve renovatie aanpak voor eigenaren van een lage label woning en met een laag inkomen. Deze aanpak wordt als volgt gefinancierd. Haarlem heeft een aanvraag ingediend bij het Rijk voor een specifieke uitkering (SPUK) voor een lokale aanpak. Voor Haarlem is in totaal voor 2023 en 2024 € 1.595.299 beschikbaar gesteld voor de isolatie van 1.094 woningen. Dat is tranche 1. Gemeenten hebben 4 jaar de tijd voor uitvoering van tranche 1. In 2024 komt een nieuwe regeling tot en met 2030 (tranche 2 en 3). Deze middelen kunnen als subsidie beschikbaar gesteld worden om kwetsbare woningeigenaren financieel te ondersteunen bij het isoleren van hun woning.

Reserve Groei van de stad Voorheen werd een inschatting gegeven van de groei component aan de batenkant via het Gemeentefonds. De verbinding van deze baten aan de bijbehorende lasten was niet altijd te maken en daarmee indicatief. Nog lastiger is het geworden nu de herijking van het gemeentefonds (per 1 januari 2023) heeft plaatsgevonden en de maatstaven zijn gewijzigd. Door een vermindering van het aantal maatstaven worden deze wat algemener van aard en/of direct gecorreleerd met een sociale component zoals inkomensniveau. De inkomsten via het Gemeentefonds geven daarmee nog minder (direct) inzicht in de extra lasten die gepaard gaan met een groeiende stad, ze dienen enkel als eerste dekkingsmiddel voor de lasten. Zonder dit inzicht is het handhaven van een ingewikkelde systematiek met verschillende aannames niet wenselijk. In plaats daarvan wordt, in combinatie met het 10-jarig IP, gekeken welke areaaluitbreiding er noodzakelijk is bij de gewenste groei van de stad. Het Fysiek Domein brengt de gebiedsontwikkelingen in kaart en wordt gezorgd dat er voldoende ruimte (al dan niet via stelposten) in het IP om te zorgen dat de noodzakelijke investeringen kunnen worden gerealiseerd. Ook met betrekking tot voorzieningen in het sociaal domein (opvang, onderwijshuisvesting etc.) wordt een zelfde systematiek gehanteerd.

Bij het stelsel gekoppeld aan de reserve van de groei van de stad, horen ook de middelen voor uitbreiding areaal openbare ruimte. De systematiek die tot nu toe werd gehanteerd is dat er meerjarig een bedrag aan de reserve werd toegevoegd op basis van de inschatting van de groei component van het gemeentefonds. Ieder keer als een deel openbare ruimte werd opgeleverd werd Kadernota 2024

11

de jaarlijkse onderhoudscomponent benoemd en bij de kadernota werd de optelling van deze bedragen meerjarig beschikbaar gesteld voor onderhoud openbare ruimte. Dit laatste deel blijft in stand maar dan rechtstreeks vanuit het gemeentefonds en nog steeds een keer per jaar. Wat wegvalt is de structurele toevoeging van de bate uit het gemeentefonds en de onttrekking van de lasten uitbreiding areaal openbare ruimte aan de reserve groei.

Besluit: 1. De reserve Groei van de stad op te heffen, de resterende middelen vrij te laten vallen ten gunste van de lopende begroting en dit technisch te verwerken in de Voortgangsrapportage 2023.

Programmastructuur fysiek domein In 2022 is naar aanleiding van het nieuw coalitieakkoord en een nieuwe programma-indeling voor het fysiek domein (gebaseerd op de thema’s van de Omgevingsvisie), een nieuwe set doelenbomen voorgelegd aan de raad. Op 26 januari 2023 jl. zijn de doelen, prestaties en eerste set bijhorende indicatoren vastgesteld en verwerkt als addendum op de Programmabegroting 2023-2027. In het voorjaar 2023 zijn de doelenbomen wederom besproken met voornamelijk de vakafdelingen van het fysieke domein in afzonderlijke gespreksessies. Deze gesprekrondes hebben geresulteerd in het aanvullen en aanscherpen van een aantal ontbrekende indicatoren van begrotingsprogramma 1, 4, 5 en 6. Daar waar nodig zijn ook de reeds vastgestelde doelen, prestaties of indicatoren aangescherpt om beter aan te sluiten bij de ambities van de gemeente. In Bijlage 12: Nieuwe set doelenbomen p. 1, 4, 5 en 6 zijn de aanvullingen en voorgestelde wijzigingen op de doelenbomen in de programma’s 4 en 5 terug te vinden. In de programma’s 1 en 6 zijn twee nieuwe indicatoren met betrekking tot de thema’s in Omgevingsvisie toegevoegd. In Bijlage 6: Overzicht aanvulling indicatoren doelenboom wordt per aanvulling/wijziging een korte toelichting gegeven per indicator en bijhorende bron.

Besluit: 1. In te stemmen met de aangepaste doelen, prestaties en indicatoren naar aanleiding van de nieuwe programmastructuur, zoals opgenomen in Bijlage 6 Overzicht aanvulling indicatoren doelenbomen en Bijlage 12 Nieuwe set doelenbomen P1, P4, P5 en P6, en deze te verwerken in de lopende begroting en daarmee de Duisenberg aanbevelingen Toezegging rapporteren in ontwerpbegroting 2020 over overgenomen aanbevelingen rapporteurs Duisenberg methode (2019/560113, deel 1) en Aanscherpen indicatoren (2020/0609648) als afgedaan te beschouwen.

1.2 Binnen het domein Burger en bestuur Governance gemeenschappelijke regelingen i.r.t. nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wet heeft onder andere tot doel de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken. Hierdoor wordt de Kadernota 2024

12

democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen verbeterd. De gewijzigde wet bevat aanpassingen en aanvullingen, naast de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Zo heeft de raad meer invloed gekregen op besluiten van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld via zienswijzen of door het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor raadsleden bij ‘zware’ regelingen. Ook heeft de raad meer mogelijkheden gekregen om invloed uit te oefenen op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over de evaluatie van de regeling en de verplichting om scherpere afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers. Op deze manier bestaat vooraf al duidelijkheid bij alle deelnemers over de (financiële) gevolgen die een eventuele uittreding met zich meebrengt. Daarnaast geeft de wet extra controlebevoegdheden, zoals de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête of een eigen rekenkameronderzoek in te stellen naar het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. De rechten die in de gewijzigde wet aan de raad worden geboden zijn direct van kracht. De overige wettelijke wijzigingen moeten uiterlijk 1 juli 2024 zijn ingevoerd. Een proces is ingezet waarmee alle gemeenschappelijke regelingen waar de Gemeente Haarlem aan deelneemt, tijdig worden aangepast aan de nieuwe wet.

Om bepaalde rechten uit te oefenen is het noodzakelijk dat de raad met raden van andere deelnemende gemeenten afstemt of, en zo ja op welke wijze zij deze rechten willen uitoefenen. Op 29 maart 2023 is tijdens een regionale radenbijeenkomst in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer hierover afgestemd. Naar aanleiding hiervan wordt per gemeenschappelijke regeling verkend welke aanpassingen moeten worden doorgevoerd, dit leidt tot een voorstel van het college aan de raad. In het najaar vindt een tweede regionale radenbijeenkomst plaats om dit proces te volgen. Medio 2024 zijn de gemeenschappelijke regelingen (beoogd) aan de wet aangepast.

Rising innovative city award Haarlem heeft in 2022 de prijs gewonnen voor meest innovatieve middelgrote stad van Europa (€ 500.000). Dit gaat de gemeente Haarlem met de stad vieren en tegelijkertijd de innovatiekracht van Haarlemmers stimuleren en vergroten. Hiervoor worden er verschillende acties opgezet voor de Haarlemse bewoners, ondernemers, onderwijsinstellingen en de Europese en internationale partners. Het college komt binnenkort met een informatienota om nader invulling te geven aan de besteding van deze middelen.

1.3 Uitwerking prioritering Begin 2023 heeft het college ter voorbereiding op de kadernota twee bespreek documenten bij de commissie Bestuur neergelegd. Een nota over prioritering en een nota met richtinggevende uitspraken over € 30 miljoen aan incidentele middelen. Op 12 januari jl. heeft het college met de commissie Bestuur gesproken over het aanbrengen van focus en het maken van keuzes ten aanzien van de uitvoering van het coalitieakkoord, aan de hand van de informatienota Prioritering 2023 (2022/1739441). Scherpe keuzes zijn van groot belang om effectief te kunnen investeren in Haarlem en om de stad verder te brengen als sociale, leefbare en

Kadernota 2024

13

duurzame plek om te wonen en werken. Ook is prioritering nodig om continuïteit van dienstverlening te garanderen. De prioritering betekent ook dat er consequenties zijn voor de punten op de Raadsjaaragenda. Met een losse informatienota informeert het college de commissies over de jaaragendapunten die niet meer (afstel) of later (uitstel) worden afgedaan. Wat betreft de incidentele voorstellen heeft het college de aandachtspunten van de commissie bestuur betrokken bij de voorstellen. Verder is in de beoordeling van de voorstellen zoals ingediend bij deze kadernota het coalitieakkoord Actie! en de nota Prioritering 2023 leidend geweest. Dit resulteert in het onderstaande beeld met betrekking tot voorstellen en intensiveringen. De volledige toelichting op de individuele voorstellen is opgenomen in Bijlage 4: Toelichting voorstellen en intensiveringen. Onderstaand is een overzicht opgenomen met de incidentele voorstellen per domein. Incidentele voorstellen Fysiek Duurzame stad Mobiliteit Culture stad Stad om te wonen Betrokken stad

2023 5.636 1.165 2.000 430 1.700 341

2024 8.610 6.500 100 1.260 400 350

2025 3.340 1.500 200 1.240 400 0

2026 1.140 250 200 690 0 0

Sociaal Sociale stad Gezonde stad

1.037 887 150

2.346 1.706 640

1.423 783 640

1.166 526 640

444 393 51

763 400 363

763 400 363

502 400 102

Bedrijfsvoering

1.640

1.171

785

280

Algemeen

6.000

1.500

1.000

1.000

Totaal

14.757

14.390

7.311

4.088

Burger en bestuur Veilig thuis, veilig op straat en digitaal veilig De gemeente en de gemeentelijke organisatie

Fysiek Duurzame stad: Haarlem zet in op het worden van een duurzame stad. Er zijn middelen gereserveerd voor het plaatsen van grotere bomen zodat vergroening en verkoeling sneller gerealiseerd wordt, ook worden overbodige stukken verharding vergroend en zijn er middelen gereserveerd voor een subsidieregeling voor scholen die het schoolplein willen vergroenen. Rondom scholen worden verder verkeersveiligheidsmaatregelen gerealiseerd. Er wordt versneld en/of opgeschaald op het gebied van verduurzaming van panden, vergroenen en passende invulling van (toekomstige) leegstand. Er zal een impuls worden gegeven aan het verbeteren van stadsparken en beoogd wordt om de groene daken subsidie uit te breiden met een regentonsubsidie om wateroverlast verder te beperken. Daarnaast wordt er ingezet op afvalscheiding (CAS) en wordt het zonnewarmtenet in het Ramplaankwartier opgeschaald naar de gehele wijk. Verder wordt de inzet op het programma Omgevingswet tijdelijk uitgebreid. Er is een reservering opgenomen voor de coördinator

Kadernota 2024

14

Toegankelijkheid Openbare Ruimte die zorgt voor een integrale aanpak en afstemming tussen de organisatie en externen. In het kader van biodiversiteit zal onderzocht worden of de grootschalige verduurzaming geen negatieve impact heeft op de biodiversiteit. Ook wordt de ecologische en recreatieve kwaliteit van het veerplasgebied verbeterd en wordt er een reservering opgenomen voor de veerpont Schoteroog. Om de voortgang richting gestelde duurzaamheidsdoelstellingen te monitoren en hierover te verantwoorden, zal de duurzaamheidsbegroting doorontwikkelen in de komende periode. Mobiliteit: Vanaf 2024 wordt betaald parkeren in 11 wijken ingevoerd, er zijn middelen gereserveerd om deze initiële kosten te dekken, hiervoor wordt een parkeerfonds ingesteld. Verder worden er vanuit het Rijk eisen gesteld aan Haarlem wat betreft de voortgang op het project ‘Bereikbare steden’. Ook hier zijn middelen voor gereserveerd. Culturele stad: De Schuur kampt met tekorten, er zijn middelen gereserveerd om deze tekorten te overbruggen. De (technische) kwaliteit van de NME-locaties zal op niveau worden gebracht, ook is er aandacht voor het beter presenteren en ontsluiten van het educatieve aanbod. Verder zijn er middelen gereserveerd om de continuïteit van gesubsidieerde evenementen en festival te borgen.

Ook wordt gekeken naar nieuwe initiatieven, er zal een business case worden ontwikkeld voor een jaarlijks terugkerend en stadsbreed evenement. Het Popcentrum Slachthuis zal een incidentele bijdrage ontvangen om de tekorten af te dekken, daarnaast zal er extern onderzoek uitgevoerd worden naar de businesscase voor het popcentrum. Verder zijn er extra middelen ten behoeve van een pilot naar vrije openingstijden voor de horeca. De taakstelling culturele instellingen zal worden opgeheven tot en met 2027. Stad om te wonen: De huidige economische markt kent onzekerheden, die gevolgen kunnen hebben voor de productie van betaalbare woningen. Om deze reden worden er middelen gereserveerd om betaalbare woningbouw mogelijk te maken. Verder zal er een subsidie verstrekt worden om de energielabels van woningcorporaties versneld te verlagen. Betrokken stad: De gemeente ontwikkelt een nieuwe herbestemmingsmethodiek om kerken een nieuwe (neven)functie te geven en om maatschappelijke organisaties een centrale plek in de wijken te geven. Met de extra middelen worden de buurtbakens van twee naar zeven kerken uitgebreid. Sociaal Sociale stad: Er zal een bijdrage worden geleverd aan de verbouwingskosten van een pand voor huisvesting van kwetsbare jongeren.

Verder zal Haarlem in gesprek gaan met mantelzorgondersteuning partijen gaan of met een financiële impuls een respijthuis in Haarlem (of de nabije omgeving) gerealiseerd kan worden. Om overlast in de parkeergarage de Raaks tegen te gaan, zullen er activiteiten ondernomen worden met als doel: het verminderen van de overlast en het vergroten van (de kans) op herstel van de groep dak- en thuislozen. Ook is er aandacht voor de huisvestingsproblemen waar huisartsen steeds vaker mee kampen, Haarlem is voornemens een overbruggingsmaatregel op te zetten hiervoor. De wijkaanpak Meerwijk zal worden versterkt, zodat er ook ondersteuning is voor initiatieven en projecten die de aanpak in Meerwijk vanuit het sociaal domein versterken. Verder zal de dienstverlening in het kader van de nieuwe wet inburgering gecontinueerd worden en wordt er extra formatie voor functioneel beheer in het sociaal domein toegevoegd ten behoeve van de efficiëntie en bedrijfscontinuïteit van de hoofdprocessen in het sociaal domein. Kadernota 2024

15

Gezonde stad: Er zal worden geïnvesteerd in het verduurzamen van sportaccommodaties. Verder zal ingezet worden op het versterken en vergroten van het platform rondom Sport in Haarlem. In de komende jaren wordt daarnaast beoogd extra sportevenementen naar Haarlem te halen en de talentontwikkeling verder te versterken. Burger en bestuur Veilig thuis, veilig op straat en digitaal veilig: De aanpak voor dealende jeugd zal geïntensiveerd worden, omdat Haarlemse jongeren in toenemende mate betrokken zijn bij het dealen en gebruiken van harddrugs. Verder zal de handhaving verder geprofessionaliseerd en gedigitaliseerd worden, zodat handhavers efficiënter kunnen worden ingezet en de dienstverlening aan de inwoners vergroot wordt. De capaciteit ten behoeve van regionale bevolkingszorg zal worden uitgebreid. De gemeente en de gemeentelijke organisatie: Er wordt een kernteam ingericht voor de websites die in beheer zijn van de organisatie. Verder zal de inzet voor kabinetszaken en representatie van het college en de directie uitgebreid worden. Bedrijfsvoering De werkomgeving van Haarlem zal hybride ingericht worden, dit vraag naast investeringen in faciliteiten en digitale infrastructuur, ook om een ontwikkeling van een cultuur van open communicatie en samenwerking onder medewerkers, zowel op kantoor als vanuit huis.

Verder zal de uitvoeringskracht voor het programma Open Overheid tijdelijk worden vergroot. Tot slot zal er een verschuiving zijn van de aanschaf van software naar ‘software as a service’. Algemeen In 2023 wordt het Waterplan 2024-2032 voorgelegd aan de raad, hierin staan de visie en de functies van het stedelijk water in hun onderlinge samenhang, de lasten hiervoor worden niet verwerkt in de afvalstoffenheffing (zie hoofdstuk 5). In 2024 zullen er voorbereidingsmaatregelen getroffen worden hiervoor. Verder zal de formatie bij de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving worden uitgebreid. Begin 2023 is een onderzoek uitgevoerd (2023/353886), waarbij is aangetoond dat dit benodigd is. Tot slot zijn er middelen gereserveerd voor de ontwikkeling voor een depot voor het Frans Halsmuseum, Noord-Hollands Archief en Archeologie.

Besluit: 1. In te stemmen met de voorstellen en intensiveringen zoals opgenomen in paragraaf 1.3 en Bijlage 4: Toelichting voorstellen en intensiveringen en deze te verwerken in de Voortgangsrapportage 2023 en Kadernota 2024.

1.4 Stedelijke ontwikkelingen en prognoses De gemeente Haarlem heeft de ambitie om het strategisch vermogen van de organisatie te versterken, mede naar aanleiding van de aanbevelingen van Berenschot uit de evaluatie van de organisatieontwikkeling. In dat kader wordt een structurele aanpak ontwikkeld waarbij maatschappelijke, sociaaleconomische en demografische trends en ontwikkelingen meer continu worden gevolgd, geduid en geagendeerd. De eerste resultaten hiervan worden in deze paragraaf toegelicht. Kadernota 2024

16

De ontwikkeling naar een strategisch(er) Investeringsplan van 10 jaar en ontwikkelingen rondom het Gemeentefonds (minder maatstaven, met juist meer gewicht per maatstaf voor de verdeling van de Algemene uitkering) geven aanleiding om met urgentie en focus een aantal ontwikkelingen en prognoses onder de loep te nemen. Doel hiervan is zowel raad als organisatie mee te nemen in de analyse van een set aan prioritaire trends op het gebied van bevolkingssamenstelling en ontwikkeling (demografie), leerlingenaantallen en woningmarktontwikkeling. Deze paragraaf bevat een inventarisatie van de kernprognoses die in het eerste kwartaal van 2023 beschikbaar zijn. Uit deze inventarisatie blijkt dat de prognoses op een aantal punten nog kunnen worden geoptimaliseerd. In het vervolgtraject zullen naar aanleiding van deze constateringen verbeteringen worden vastgesteld en doorgevoerd. Voor alle onderdelen in deze paragraaf geldt dat zowel informatie over realisatie als prognoses worden gepresenteerd voor de komende jaren. Daarbij ligt de focus op de verandering (delta). De tijdsspanne van de realisatie en prognoses kan verschillen naar gelang het onderwerp, maar omvat minimaal (o.v.v. beschikbaarheid data) t-5 of t+5. Alle ontwikkelingen en prognoses zijn op stedelijk niveau.

Aandachtspunten • De verschillende prognoses die in deze paragraaf worden weergegeven, te weten de woningprognose, de bevolkingsprognose en de leerlingenprognose hebben elk een andere peildatum. Daarnaast sluiten ze qua volgorde niet logisch op elkaar aan. Zo is de weergegeven woningprognose van een latere datum dan de weergegeven bevolkingsprognose (terwijl de woningbouwplanning input is voor de bevolkingsprognose) en zijn de leerlingenprognoses van een eerdere datum dan de bevolkingsprognose. • Voor de bevolkingsprognose is gebruik gemaakt van de Monitor Plancapaciteit van augustus 2022. De verwachting is dat de woningbouw vertraging oploopt. Dit komt ook tot uiting in de woningprognose van maart 2023, waarin de verwachte aantallen nieuwe woningen per jaar lager zijn dan in de Monitor Plancapaciteit. Daardoor zal het aantal inwoners op de korte termijn zeer waarschijnlijk minder hard stijgen dan in deze bevolkingsprognose. Ook de leerlingenprognoses zijn mede gebaseerd op een bevolkingsprognose waarvan de groei voor de eerste periode waarschijnlijk te hoog ingeschat is. • De aannames voor de prognoses zijn onzeker. Dit geldt met name voor de verwachtingen over de buitenlandse migratie en de woningbouw. De onzekerheidsfactor wordt groter naarmate er verder in de toekomst gekeken wordt. 1.4.1.

Demografische ontwikkelingen en prognoses Samenvatting en duiding Haarlem blijft aantrekkingskracht houden als stad om te wonen, ook in de regio. Na enkele stabiele jaren qua ontwikkeling in het aantal inwoners, lijkt de groei weer ingezet. Het geboorteoverschot en het migratieoverschot leiden tot de verwachting dat de komende jaren deze groei in Haarlem doorzet. Daarbij is de snelheid van de woningbouwontwikkelingen van grote betekenis voor de vraag of de verwachtte groei daadwerkelijk uitkomt. De leeftijd van de verwachte aanwas van de bevolking is relatief laag, wat mede maakt dat de leeftijdsopbouw nagenoeg stabiel blijft. In tegenstelling tot landelijke ontwikkelingen, is in Haarlem

Kadernota 2024

17

dan ook amper sprake van vergrijzing van de bevolking tot 2028. Het totaal aantal 65-plussers neemt toe, maar het relatieve aandeel in de samenleving blijft nagenoeg gelijk. Bevolkingsgroei/-afname

Aantal inwoners: realisatie (2000, 2010, 2019 t/m 2023) en prognose (2024 t/m 2028) 190.000 180.000 170.000

161.260 162.891 162.526 162.857

160.000 150.000

177.063

165.396 .

166.605

2023

2024

168.903

179.677

171.964

148.478 149.476

140.000 130.000 120.000 2000

2010

2019

2020

2021

2022

Aantal inwoners gerealiseerd per 1-1

2025

2026

2027

2028

Aantal inwoners prognose per 1-1

Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO – september 2022, gebaseerd op gegevens uit BRP, de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (augustus 2022) en de CBS-kernprognose (2021).

Belangrijkste ontwikkelingen: • In de periode 2000-2010 was er nauwelijks sprake van bevolkingsgroei (+ 1.000 inwoners in 10 jaar). • Van 2010 tot 2019 was de bevolkingsgroei veel sterker en is het aantal inwoners met bijna 12.000 toegenomen. • De bevolking is in de periode 2019-2023 gegroeid met 4.157 inwoners (+2,6%). • In de corona-jaren 2020 en 2021 was het aantal inwoners vrij stabiel. In 2022 is de bevolking gegroeid met bijna 2.500 inwoners (+1,6%). Belangrijke oorzaak van deze groei is de vestiging van ruim 1.250 Oekraïners.* Daarnaast hebben zich in 2022 voor het eerst sinds jaren meer personen gevestigd uit andere gemeenten in Nederland dan dat er vertrokken zijn naar andere gemeenten. Er kwamen vooral veel meer Amsterdammers in Haarlem wonen (voorlopig cijfer: 3.268) dan dat er Haarlemmers in Amsterdam gingen wonen (voorlopig cijfer: 1.142); het voorlopig vestigingsoverschot met Amsterdam is daarmee 2.126. Gemeenten waar veel meer Haarlemmers naartoe verhuisden dan dat er vanuit die gemeenten in Haarlem kwamen wonen zijn: Velsen (vertrekoverschot 410), Beverwijk (vertrekoverschot 174), Heemstede (vertrekoverschot 152) en Bloemendaal (vertrekoverschot 138). * Het CBS verwacht nog een verdubbeling van de instroom van Oekraïners doordat de oorlog wellicht nog lang gaat duren, doorstroom vanuit andere landen en gezinshereniging.

Het CBS verwacht dat uiteindelijk 45% van de Oekraïners weer terugkeert naar hun eigen land (voornamelijk o.b.v. ervaringen met de Joegoslavië-oorlog).

Kadernota 2024

18

Prognose: • Er wordt voorzien dat de stad tot bijna 180.000 inwoners groeit in 2028 (+ 8,7% t.o.v. 2023).** Voor de periode 2024-2028*** is de verwachte gemiddelde groei ruim 3.250 inwoners per jaar. Dit komt door: - Een verwacht geboorteoverschot (= aantal geboortes – aantal sterftes) van gemiddeld 580 per jaar. - Een verwacht buitenlands migratiesaldo (= aantal buitenlandse immigranten – aantal emigranten) van gemiddeld ruim 530 per jaar. - Een verwacht binnenlands migratiesaldo (= aantal binnenlandse vestigers van buiten Haarlem – aantal vertrekkers naar andere gemeenten binnen Nederland) van ruim 2.150 per jaar. Belangrijke oorzaak van dit overschot is het grote aantal nieuwe woningen dat naar verwachting de komende jaren opgeleverd wordt. Een deel van deze woningen zal bewoond gaan worden door personen uit andere gemeenten (schatting 35% tot 40%). Vertragingen in de woningbouw zullen tot minder sterke bevolkingsgroei leiden. ** Voor de bevolkingsprognose is gebruik gemaakt van de Monitor Plancapaciteit van augustus 2022. De verwachting is dat de woningbouw (veel) vertraging oploopt t.o.v. deze Monitor. Daardoor zal het aantal inwoners op de korte termijn waarschijnlijk minder hard stijgen dan in deze prognose. *** Doordat het aantal inwoners per 1-1-2023 (165.396) hoger was dan volgens de prognose (164.444) is het verwachte groeicijfer voor 2023 niet zuiver te berekenen.

Ontwikkeling leeftijdsopbouw bevolking

Leeftijdsopbouw bevolking: realisatie (2000, 2010, 2019 t/m 2023) en prognose (2024 t/m 2028) 100% 90%

16%

15%

17%

17%

17%

17%

18%

18%

18%

18%

18%

18%

24%

27%

27%

27%

27%

26%

26%

26%

26%

26%

25%

25%

40%

36%

34%

34%

34%

34%

34%

35%

35%

35%

36%

36%

21%

22%

22%

22%

22%

22%

22%

22%

22%

22%

21%

21%

2000

2010

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

0-19 jaar

20-44 jaar

45-64 jaar

65 jaar en ouder

Bron gerealiseerd: BRP gemeente Haarlem. Bron prognose: Gemeentelijke bevolkingsprognose o.b.v. GBPRO – september 2022

Belangrijkste ontwikkelingen: • In de periode 2000-2019 is er vooral een verschuiving van de leeftijdsgroep 20-44 jaar (40% in 200; 34% in 2019) naar de leeftijdsgroep 45-64 jaar (24% in 2000; 27% in 2019) zichtbaar. Kadernota 2024

19

•

•

De leeftijdsopbouw van de Haarlemse bevolking is vrij stabiel gebleven in de periode 2019-2023 en blijft naar verwachting ook stabiel de komende jaren. Er is nauwelijks sprake van vergrijzing. Dit komt mede doordat de verwachte gemiddelde leeftijd van de (verwachte) aanwas van de bevolking relatief laag is. Door de groei van de bevolking neemt het aantal inwoners van 65 jaar en ouder wel toe: van ongeveer 27.500 in 2019 tot naar verwachting ruim 32.000 in 2028. Overigens wordt er op de lange termijn wel een (lichte) vergrijzing van de bevolking verwacht.

1.6.2 Ontwikkelingen en prognoses woningvoorraad De cijfers in deze paragraaf over de ontwikkeling van de woningvoorraad, zijn ook opgenomen in de ‘Rapportage Woningbouw’ die in het voorjaar van 2023 verschijnt. Samenvatting en duiding De toenemende druk op de woningbouw is ook in Haarlem zichtbaar. De ontwikkeling van de woningvoorraad is in 2022 achtergebleven op de verwachting, onder andere door het later opleveren van een aantal grote woningbouwprojecten. Verwacht wordt dat er tot 2028 8,8% meer woningen bijkomen. Dit is minder dan de bij de gemeente bekende nieuwbouw en transformatieprojecten, omdat op basis van ervaringen én onzekerheid over de randvoorwaarden voor woningbouw (stikstof, bouwkosten) hierin een vertraging te verwachten valt. Voor de komende jaren is het de opgave deze vertraging te beperken om de druk op de woningvoorraad te kunnen verlichten. Het is de verwachting dat vanaf 2023 het percentage koopwoningen langzaam daalt en het percentage huurwoningen in bezit van corporaties en overige eigenaren langzaam stijgt, als gevolg van het toevoegen van met name sociale- en middeldure huurwoningen. Kwantitatieve ontwikkeling woningvoorraad

Kadernota 2024

20

Aantal woningen: realisatie (2001, 2010, 2019 t/m 2023) en prognose (2024 t/m 2028)

84.861 83.156 83.731 81.560 80.316 82.992 79.402 78.004 77.20077.496 76.424 75.633 74.796 73.67474.037

85.000

75.000

70.506 67.214 65.000 2001 2010 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Aantal woningen gerealiseerd per 1-1

Aantal woningen prognose per 1-1 (30% vertraging)

Aantal woningen prognose per 1-1 (40% vertraging)

Aantal woningen prognose per 1-1 (50% vertraging)

Bronnen en toelichting: De cijfers uit het verleden (t/m 2023) zijn gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en het CBS. Het cijfer per 1-1-2023 is nog voorlopig. Voor de prognose (maart 2023) is gebruik gemaakt van de gemeentelijke Monitor Plancapaciteit (versie februari 2023). Deze bevat bij de gemeente bekende nieuwbouw- en transformatieprojecten. Om van plancapaciteit tot prognose te komen wordt, is op basis van ervaringen in het verleden, gerekend met een gemiddeld planvertragingspercentage over de periode 2023 t/m 2030 van 30%. Daarbij moet de kanttekening worden gemaakt dat er de afgelopen jaren verhoudingsgewijs meer plannen in de tijd zijn vertraagd of een langere ontwikkeldoorlooptijd hebben. Met de huidige woningmarkt- en bouwmarktontwikkelingen, maar ook als gevolg van o.a. stikstofproblematiek of capaciteitsbeperkingen bij alle partijen staan de realisatiemogelijkheden van toekomstige plannen steeds meer onder druk. Daarom zijn ook scenario’s met 40% en 50% vertraging t/m 2030 weergegeven in de grafiek. Voor overige wijzigingen in de woningvoorraad (zoals splitsing, onttrekking of administratieve correcties) is de aanname gemaakt dat deze een positief saldo van 150 woningen per jaar opleveren.

Ontwikkeling: • Het aantal woningen is in de periode 2019-2023 gegroeid met bijna 2.400 (+ 3,1%) naar 78.004. • In 2022 bedroeg de netto groei ruim 500 woningen (+ 0,7%): - De geregistreerde nieuwbouw voor 2022 is met 260 woningen lager dan de verwachting vanuit de Monitor Plancapaciteit van februari 2023 (715). Dit verschil kan o.a. worden verklaard doordat woningen wel zijn opgeleverd, maar dat de nieuwe bewoners zich eind 2022 nog niet hebben ingeschreven. Ook is het aantal nieuwbouwwoningen lager dan in eerdere prognoses doordat de oplevering van een aantal grote projecten is vertraagd. - Andere oorzaak van de groei in 2022 zijn bijna 400 overige toevoegingen. Dit betreffen o.a. administratieve correcties (bijvoorbeeld splitsingen die administratief nog niet eerder waren doorgevoerd), splitsingen en transformatie van ander vastgoed tot woningen. - Door overige onttrekkingen en sloop zijn in 2022 bijna 150 woningen verdwenen uit de woningvoorraad. Prognose: • In 2023 wordt een toename van bijna 1.400 woningen verwacht (in alle drie scenario’s). Kadernota 2024

21

•

•

Voor 2024 is de verwachte toename van het aantal woningen relatief laag (ruim 900 in alle drie scenario’s) in vergelijking met de andere toekomstige jaren doordat er in 2023 relatief weinig woningbouwprojecten starten. Voor de periode erna is de verwachting onzeker en variabel. In de woningbouwrapportage zal nader worden ingegaan op deze prognoses.

Bezetting per woning De gemiddelde woningbezetting was in de periode 2019-2023 stabiel met 2,1 personen. Hierbij kan de kanttekening worden gemaakt dat in de toekomst meer 1-persoonshuishoudens kunnen worden verwacht, nadere analyse op de betekenis hiervan is nog nodig. 1.6.3 Maatschappelijke ontwikkelingen en prognoses De gemeentelijke bevolkingsprognose wordt voor meerdere doeleinden gebuikt, zoals de planning van de schoolcapaciteit en maatschappelijke en sportvoorzieningen en het vaststellen van de economische actieagenda. Samenvatting en duiding De leerlingenaantallen in Haarlem zijn de afgelopen jaren stabiel geweest. De verwachte bevolkingsgroei leidt echter tot een stijging in het aantal leerlingen dat naar de basisschool gaat. De stijging is minder groot voor het aantal leerlingen dat naar het voortgezet onderwijs gaat. Deze ontwikkelingen hebben betekenis voor het huisvestingsbeleid van scholen. Ontwikkeling leerlingenaantallen (Basisonderwijs en Voortgezet Onderwijs)

Leerlingen basisonderwijs (BO) en voortgezet onderwijs (VO): realisatie (2018 t/m 2022) en prognose (2023 t/m 2030) 15.000 14.000

14.489 13.664 13.788 13.811 13.643 13.515

13.641

11.806 11.742 11.565 11.678 11.648

11.893

11.962

2018

2022

2025

2030

BO prognose

VO realisatie

13.000 12.000 11.000 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 2019

2020

BO realisatie

2021

VO prognose

Het gaat hierbij om leerlingen die in Haarlem naar school gaan (dus niet om Haarlemse kinderen die naar school gaan). Bron gerealiseerd: 2018-2021 ‘Haarlem in Cijfers’ o.b.v. DUO/ABF; 2022: Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs.

Kadernota 2024

22

Bron prognose BO: Leerlingenprognose door Pronexus augustus 2021 o.b.v. Gemeentelijke bevolkingsprognose 2021, de leerlingenstand per 1-10-2020. Bron prognose VO: Leerlingenprognose door Pronexus augustus 2022 o.b.v. Gemeentelijke bevolkingsprognose 2021 en de leerlingenstand per 1-10-2021. Deze is alleen beschikbaar voor intervallen van 5 jaar. Voor beide leerlingenprognoses wordt rekening gehouden met de bevolkingsprognoses van de omliggende gemeentes en een analyse van waar de Haarlemse jeugd naar school gaat en uit welke gemeenten de leerlingen van de Haarlemse scholen komen. Ook wordt rekening gehouden met de capaciteit van de Haarlemse scholen. De aantallen in deze grafiek voor het BO wijken af van die in het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) omdat deze in het SHO worden berekend exclusief de leerlingenaantallen van de Koorschool, de Spaarneschool, ISH, ITK en inclusief de leerlingenaantallen van het IGVO. De aantallen in deze grafiek voor het VO wijken af van die in het SHO omdat deze in het SHO worden berekend exclusief de leerlingenaantallen van het IGVO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12964002/1