CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221397822 3 Bijlage 2 Rapportage BRINK depot Haarlem

commissie Ontwikkeling 22 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.15 uur Uitkomsten onderzoek depotgebouw culturele instellingen (DL)16.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor deze overige eigenaarslasten wordt uitgegaan van de volgende exploitatiecijfers:

EEN LOCATIE Onderdeel Eigenaarsonderhoud Zakelijke lasten Verzekering (% van investeringskosten) Beheerkosten

TWEE LOCATIES

NIEUWBOUW RENOVATIE NIEUWBOUW RENOVATIE € 30,00 € 32,00 € 36,00 € 38,50 € 6,00 € 6,00 € 6,00 € 6,00 0,25% 0,25% 0,25% 0,25% € 2,00

€ 2,00

€ 3,00

€ 3,00

Tabel 4: overige eigenaarslasten in € per m2 bvo

In de tabel is weergegeven wat de verwachte exploitatiekosten zijn indien sprake is van een of twee locaties. Hiermee wordt de synergie van de centralisatie nader in beeld gebracht. Dit is bijvoorbeeld duidelijk te zien in de hogere onderhouds- en beheerkosten. Dit is het effect dat ook voor een kleinere locatie, met kleinere installaties, de installaties jaarlijks moeten worden gekeurd, een MJOP moet worden opgesteld en gemonitord, et cetera. Daarnaast is ook het verschil op hoofdlijnen in beeld gebracht van een gerenoveerde locatie versus een nieuwbouwlocatie. Met name bij het onderhoud geldt dat nieuwbouw over het algemeen goedkoper in onderhoud is, omdat het pand specifiek is gemaakt voor de toekomstige functie.

13

“Nota Activabeleid: 2021-2024”, gemeente Haarlem

26

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bij een gerenoveerd pand moeten, in sommige gevallen, toch concessies worden gedaan waardoor het (uitvoeren van) onderhoud duurder is. Voor zakelijke lasten is het uitgangspunt dat deze kosten, ongeacht centralisatie of nieuwbouw/renovatie, op hetzelfde niveau ligt. Voor de verzekeringen wordt een vast percentage van de investeringskosten gerekend. Gebruikerslasten Verder hebben de gebruikers ook te maken met huurderslasten en lasten voor bepaalde facilitaire diensten. In onderstaande tabel wordt het verschil inzichtelijk gemaakt voor (de)centralisatie, en de keuze voor nieuwbouw of renovatie. De gebruikerslasten kunnen grotendeels worden ingedeeld in drie groepen:  Gebruikerslasten die tussen de varianten gelijk blijven (per m²). Dit zijn schoonmaaklasten en de zakelijke lasten.  Gebruikerslasten die hoger zijn bij renovatie dan bij nieuwbouw én waarbij de kosten in een gerenoveerd pand ook hoger liggen dan bij nieuwbouw. Dit gaat bijvoorbeeld om de verbruikslasten (elektriciteit) en het huurdersonderhoud.  Daarnaast zijn er ook gebruikerslasten waarbij renovatie geen rol speelt in de hoogte van de kosten, maar wel in de keuze voor (de)centralisatie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kosten voor beveiliging, receptie en diverse overige exploitatiekosten.

Onderdeel Schoonmaak Zakelijke lasten Verbruik Beveiliging Receptie Huurdersonderhoud Overig/onvoorzien CAI, buma / overig BHV/EHBO (excl. catering / kantine) Totaal

EEN LOCATIE TWEE LOCATIES NIEUWBOUW RENOVATIE NIEUWBOUW RENOVATIE € 6,80 € 6,80 € 6,80 € 6,80 € 6,00 € 6,00 € 6,00 € 6,00 € 11,50 € 13,50 € 13,50 € 16,00 € 2,00 € 2,00 € 4,00 € 4,00 € 5,00 € 5,00 € 10,00 € 10,00 € 6,00 € 8,00 € 7,00 € 9,50 € 2,50 € 2,50 € 4,00 € 4,00 € 1,00

€ 1,00

€ 1,50

€ 1,50

€ 40,80

€ 44,80

€ 52,80

€ 57,80

Tabel 5: gebruikerslasten in € per m2 bvo

Hierbij geldt de volgende toelichting op enkele onderdelen:  Voor schoonmaak wordt uitgegaan van een dagelijkse schoonmaak in het kantoor/werkgedeelte (20%) en een lagere frequentie (maandelijks) in het depotgedeelte.  Bij zakelijke lasten gaat het met name om het gebruikersgedeelte van diverse gemeentelijke en waterschap belastingen.  Een gerenoveerd pand leidt in veel gevallen ook tot een wat hoger energieverbruik. Ook een decentralisatie heeft een negatieve impact op het verbruik, omdat bij twee locaties meer geveloppervlakte is in verhouding tot de oppervlakte, en dus meer warmteverlies.  Voor de beveiliging wordt uitgegaan van een dagelijkse open- en sluitronde en controle bij afgaan van het alarm. In de huidige situatie is het camera- en beveiligingssysteem van de depotruimte op zolder van het FHM ook gekoppeld aan de meldkamer voor de beveiliging in het museum. In de nadere uitwerking voor het gezamenlijke depot lijkt het logisch hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten om kosten te besparen.  Bij de receptie is het uitgangspunt een bemande balie voor 2.250 uur per jaar (50 weken van 45 uur/week). De exploitatiecijfers zijn gebaseerd op zoveel mogelijk vergelijkbare projecten qua functie en omvang. Het schetst in belangrijke mate de richting waarin de exploitatiecijfers zich bewegen bij de te maken keuzes.

Tegelijkertijd is het in deze fase van de planontwikkeling niet mogelijk om gedetailleerde exploitatiemodellen op te stellen, gelet op de onzekerheid qua ontwerp, samenwerking en het programma van eisen. 27

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

07.03 BTW belaste huurovereenkomst Het uitgangspunt voor wat betreft de te sluiten huurovereenkomsten is een met btw belaste huurovereenkomst. Dit kan als de huurder ondernemer is voor de btw en wordt voldaan aan de 90% eis. Dit betekent dat de huurder de onroerende zaak voor minstens 90% gebruikt voor omzet waarover de huurder btw moet betalen. De huurder kan de btw op de huur vervolgens in aftrek nemen op de btw aangifte. Op dit moment wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het Frans Hals Museum, Museum van de Geest en Teylers Museum recht hebben op de btw aftrek. Voor de overige partijen ligt dit iets complexer.  Voor gemeente Haarlem en Velsen geldt dat voor zuivere overheidstaken (zoals huisvesting van ambtenaren) de btw op de kosten kunnen worden gecompenseerd bij het btw compensatiefonds. Daarnaast is het van belang in hoeverre de gemeentelijke archieffunctie ook wordt beschouwd als een zuivere overheidstaak.  Voor het Noord-Hollands Archief geldt dat zij in het verleden een regeling heeft getroffen met de belastinginspecteur waaruit naar voren komt dat een gedeelte van de btw in aanmerking komt voor compensatie14. Of, en zo ja in welke mate, de btw kostenverhogend werkt in deze casus is voor Brink niet vast te stellen. Wij adviseren in dit type complexe gevallen altijd om een fiscaal adviseur in te schakelen.

07.04 Planning Voor wat betreft de planning wordt uitgegaan van de volgende globale planning op hoofdlijnen:  half tot driekwart jaar besluitvorming;  drie tot zes maanden voor uitwerken van een voorlopig ontwerp (VO);  drie tot zes maanden voor uitwerken van een definitief ontwerp (DO);  zes maanden voor de aanvraag en behandeling omgevingsvergunning, en het parallel uitwerken tot een Technisch Ontwerp (TO);  zes maanden voor het aanbesteden en contracteren van de realisatieovereenkomst. Voor de planontwikkelingsfase wordt daarom uitgegaan van een periode van drie jaar. Bovenstaande termijnen zijn indicatief en afhankelijk van onder andere bestuurlijke besluitvorming, te kiezen contractvorm, aanbestedingstrajecten, kredietverlening gemeenteraad en marktomstandigheden. Voor de bouwtijd lijkt een periode van negen tot twaalf maanden reëel, afhankelijk van het nader uit werken ontwerp, bouwsysteem en locatie. Op basis hiervan wordt voor de investeringskosten een prijsstijging van gemiddeld 3% per jaar meegenomen. Na oplevering van het gebouw duurt het nog enige tijd om de klimaatinstallaties goed in te regelen, voordat de collecties kunnen worden ingehuisd. Ook de inhuizing vergt enige tijd. Dit betekent dat sommige partijen gedurende het eerste jaar van ingebruikname te maken krijgen met “dubbele lasten”.

Tot slot wordt opgemerkt dat de ontwikkelplanning van de nieuwe huisvesting een zekere mate van urgentie heeft voor verschillende partijen. Niet alleen vanwege het gebrek aan kwaliteit en de matige bewaaromstandigheden van de huidige depots, maar in het specifieke geval van afdeling Archeologie ook vanwege de aanstaande sloop van hun locatie binnen drie tot vijf jaar. De verhuizing brengt naar verwachting ook veel voorbereiding en nodige kosten met zich

14

https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/2019367288-3-Bijlage-2-Toelichting-op-ontwerpbegroting-2020-2023-NoordHollands-Archief-2.pdf

28

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

meebrengen. Dit maakt de urgentie om op korte termijn het besluitvormingsproces te doorlopen nog groter. 07.05 Financiële effecten in hoofdlijnen In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties in hoofdlijnen uitgewerkt. 2027 wordt als vertrekpunt genomen, zijnde het eerste volledige operationele jaar van het nieuwe depotgebouw c.q. gebouwen. Het bedrag in de tabel betreft het totaal van de kapitaallasten (exclusief restwaarde grond), overige eigenaars- en gebruikerslasten, zoals in paragraaf §07.02 is beschreven. € 6.810.000 Gemeente € Beheerstichting € Commerciële derde €

Var. 1 5.990.000 € 6.585.000 € 8.245.000 €

Var. 2 7.045.000 € 7.800.000 € 9.735.000 €

Var. 3 7.010.000 € 7.685.000 € 9.555.000 €

Var. 4 6.530.000 € 7.080.000 € 8.780.000 €

Var. 5 6.810.000 7.460.000 9.280.000

Tabel 6: overzicht van totale lasten per variant en per organisatievorm (p.p. 202 7)

Uit de tabel komt het volgende naar voren:  De gemeente als eigenaar leidt in alle gevallen tot de goedkoopste oplossing. Ten opzichte van een separate beheerstichting met projectfinanciering bespaart dit circa € 0,6 tot € 0,7 miljoen per jaar. Ten opzichte van het huren van een commerciële derde scheelt dit tussen de € 2,2 en 2,7 miljoen.  De centrale oplossing (variant 1) kent de laagste lasten van alle varianten. Dit komt in belangrijke mate door de voordelen van lagere gebruikerslasten (schoonmaak, verbruik, beveiliging, receptie). Ten opzichte van de andere varianten zijn de jaarlijkse huisvestingslasten circa € 0,5 tot 1,0 miljoen lager.  Van de decentrale varianten (variant 2 t/m 5) hebben variant 2 en 3 de hoogste lasten. Dit komt in belangrijke mate door de onderbenutting van locatie Joh. Enschedé voor alleen het NHA. Hierdoor wordt de vaste aankoopsom over relatief weinig metrage verdeeld en blijft zelfs nog een gedeelte van de ruimte in het pand onbenut. In onderstaande tabel is een nadere uitsplitsing te zien van de verschillende huisvestingslasten met het gemeentelijk eigendom en lineaire afschrijving als uitgangspunt. Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 4

Variant 5

Gebouw

Johan. Enschede

Johan. Enschede

Kleine Houtweg 18

Johan. Enschede

Gebouw 2

Gebouw 1

Gebouw 2

Gebouw 1

Kleine Houtweg 18

Partij Omvang Investering Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Jaarlijkse huisvestingskosten (2027) Per variant (totaal, excl. btw) € / m2 bvo, excl. btw

(bestaande bouw)

(bestaande bouw)

(bestaande bouw)

(bestaande bouw)

(nieuwbouw)

(nieuwbouw)

(nieuwbouw)

(nieuwbouw)

(bestaande bouw)

16.655 68.890.000 4.294.000 865.000 830.000

11.303 48.770.000 3.058.000 649.000 698.000

5.866 30.000.000 1.887.000 361.000 392.000

9.238 44.240.000 2.773.000 574.000 619.000

7.922 33.180.000 2.068.000 485.000 491.000

9.238 38.490.000 2.399.000 540.000 543.000

7.922 33.180.000 2.068.000 485.000 491.000

11.303 45.370.000 2.826.000 667.000 676.000

5.866 30.000.000 1.887.000 361.000 392.000

5.989.000

4.405.000

2.640.000

3.966.000

3.044.000

3.482.000

3.044.000

4.169.000

2.640.000

5.989.000

7.045.000

7.010.000

6.526.000

6.809.000

360

410

409

380

397

Tabel 7: overzicht van totale lasten per variant

07.06 Financiële effecten voor betrokken partijen In onderstaande variant zijn de financiële effecten ook per betrokken partij in beeld gebracht. Bij de resultaten uit onderstaande tabel geldt de volgende toelichting:  De verwachte eigenaars- en exploitatielasten zijn voor alle gebouwen per variant opgeteld en pro rata de verwachte ruimtebehoefte toegekend aan de verschillende partijen. In sommige varianten betekent dit dat partijen meer m2 toegerekend krijgen dan hun ruimtebehoefte, omdat de bestaande locaties Joh. Enschedé en Kleine Houtweg een bepaalde (minimum)omvang hebben.  Exploitatieverschillen tussen twee gebouwen worden per variant uitgemiddeld over de betrokken partijen. Elke partij betaalt dus per variant hetzelfde bedrag per m2 bvo, ongeacht of de ene partij een nieuwbouwlocatie betrekt en de andere partij een gerenoveerd pand. 29

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Dit is een versimpeling om op totaalniveau inzicht te geven in de financiële voor- en nadelen van de verschillende varianten, maar die uiteindelijk lastig werkbaar is in een dergelijk gesplitst organisatiemodel.  De kapitaallasten zijn gebaseerd op een lineaire afschrijving binnen een gemeentelijke omgeving (dus met een 10-jaars gemiddelde omslagrente van 2,7%). Variant 1 Partij FHM

Archeologie

NHA

Museum vd Geest

Teylers

Velsen

Onderdeel Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Totaal

m2 bvo Bedrag 2027 € 1.020.000 € 206.000 3.978 € 197.000 € 1.423.000 € 303.000 € 61.000 1.183 € 59.000 € 423.000 € 2.254.000 € 454.000 8.790 € 436.000 € 3.144.000 € 551.000 € 111.000 2.150 € 107.000 € 769.000 € 138.000 € 28.000 538 € 27.000 € 193.000 € 28.000 € 6.000 108 € 5.000 € 39.000 16.747 € 5.991.000

Per m2 bvo (in 2027) Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Totaal

Variant 1 € 256 € 52 € 50 € 358

Variant 2 m2 bvo 4.181

1.243

8.741

2.139

565

113 16.982

Bedrag 2027 € 1.218.000 € 249.000 € 268.000 € 1.735.000 € 362.000 € 74.000 € 80.000 € 516.000 € 2.546.000 € 520.000 € 561.000 € 3.627.000 € 623.000 € 127.000 € 137.000 € 887.000 € 165.000 € 34.000 € 36.000 € 235.000 € 33.000 € 7.000 € 7.000 € 47.000 € 7.047.000

Variant 3 m2 bvo 3.961

1.178

9.640

2.141

535

107 17.562

Bedrag 2027 € 1.092.000 € 239.000 € 250.000 € 1.581.000 € 325.000 € 71.000 € 74.000 € 470.000 € 2.657.000 € 582.000 € 609.000 € 3.848.000 € 590.000 € 129.000 € 135.000 € 854.000 € 148.000 € 32.000 € 34.000 € 214.000 € 30.000 € 6.000 € 7.000 € 43.000 € 7.010.000

Variant 2 € 291 € 60 € 64 € 415

Variant 3 € 276 € 60 € 63 € 399

Variant 4 m2 bvo 3.961

1.178

9.238

2.141

535

107 17.160

Bedrag 2027 € 1.031.000 € 237.000 € 239.000 € 1.507.000 € 307.000 € 70.000 € 71.000 € 448.000 € 2.405.000 € 552.000 € 557.000 € 3.514.000 € 557.000 € 128.000 € 129.000 € 814.000 € 139.000 € 32.000 € 32.000 € 203.000 € 28.000 € 6.000 € 6.000 € 40.000 € 6.526.000 Variant 4 € 260 € 60 € 60 € 380

Variant 5 m2 bvo 4.181

1.243

9.081

2.222

565

113 17.405

Bedrag 2027 € 1.132.000 € 247.000 € 256.000 € 1.635.000 € 337.000 € 73.000 € 76.000 € 486.000 € 2.459.000 € 536.000 € 557.000 € 3.552.000 € 602.000 € 131.000 € 136.000 € 869.000 € 153.000 € 33.000 € 35.000 € 221.000 € 31.000 € 7.000 € 7.000 € 45.000 € 6.808.000 Variant 5 € 271 € 59 € 61 € 391

Tabel 8: overzicht van omvang en lasten per variant en per partij

Uit de resultaten komt naar voren dat het pro rata toegerekende kostenniveau voor de partijen FHM, NHA en afdeling Archeologie fors boven de huidige lasten ligt. Dit is op zichzelf niet onlogisch, omdat er (a) meer ruimte wordt afgenomen dan in de huidige situatie en (b) deze ruimte ook van een kwalitatief hoogwaardig niveau is.  Voor FHM geldt dat het benodigde budget in variant 1 bijna € 1,4 miljoen boven het budget ligt van € 52.000,- wat komt te vervallen.  Voor NHA geldt dat het benodigde budget in variant 1 circa € 2,5 miljoen boven het budget ligt van € 621.000,- wat komt te vervallen.  Voor afdeling Archeologie geldt dat het benodigde budget in variant 1 circa € 0,35 miljoen boven het budget ligt van € 77.000,- wat komt te vervallen. Of en op welke manier partijen deze extra huisvestingskosten kunnen dragen, is vooralsnog onbekend. Het volgende hoofdstuk schetst diverse voordelen op het gebied van integrale samenwerking. Dit kan deels leiden tot vrijval van bestaande budgetten. Verder moeten partijen op zoek naar extra financiële middelen/subsidies voor het restant van het tekort. Hierbij geldt dat bijzondere eenmalige kosten zoals het verhuizen van de collectie, niet is meegenomen in de raming van de investeringskosten.

Voor deze eenmalige kosten, gerelateerd aan de voorbereiding van de verhuizing, opslag, transport, inrichting, verhuizing zelf en de noodzakelijke behandeling van de gemeentelijke collectie, zijn naar inschatting van FHM geen fondsen en/of sponsoren beschikbaar. 07.07 Mogelijke risico’s In deze paragraaf zijn twee mogelijke risico’s benoemd ten opzichte van de variant 1, waarin alle partijen worden gehuisvest in het Joh. Enschedé gebouw. Dit is niet bedoeld als integrale risicoanalyse, maar geeft inzicht in twee mogelijke scenario’s.

30

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Subvariant 1A – alleen FHM/Archeologie/NHA naar Joh. Enschedé gebouw Als om wat voor reden dan ook de partijen Teylers Museum, Museum van de Geest en/of gemeente Velsen niet willen of kunnen meedoen in de gezamenlijke huisvesting, is de ruimtebehoefte ook kleiner. De vraag is wat voor impact dit heeft op de totale huisvestingslasten, maar ook wat de kosten per partij zijn in dit scenario. In dit scenario is 14.129 m2 bvo aan huisvesting benodigd. De investering om het Joh. Enschedé pand aan te kopen en geschikt te maken, bedraagt indicatief bijna € 66 miljoen. In dit scenario wordt uitgegaan van het volledige centralisatie effect als het gaat om de eigenaars- en gebruikerslasten van het vastgoed. In de praktijk valt het effect door het ontbreken van drie partijen naar verwachting wat lager uit. In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen variant 1 (alle partijen) en variant 1A (enkel FHM, NHA en afdeling Archeologie) weergegeven. Als puur wordt gekeken naar de huisvestinglasten van deze drie partijen, dan nemen de huisvestinglasten in 2027 in totaal toe met bijna € 600.000,- per jaar. Dat komt in belangrijke mate doordat de aankoopkosten van de locatie zwaarder meewegen door een kleiner aantal partijen. Ook de investeringskosten zijn relatief gezien wat duurder, omdat een gedeelte van de bouwkundige en installatiewerkzaamheden in alle gevallen moeten worden uitgevoerd.

Variant 1 Partij FHM

Archeologie

NHA

Rest

Onderdeel Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Totaal

m2 bvo Bedrag 2027 € 1.020.000 € 206.000 3.978 € 197.000 € 1.423.000 € 303.000 € 61.000 1.183 € 59.000 € 423.000 € 2.254.000 € 454.000 8.790 € 436.000 € 3.144.000 € 717.000 € 145.000 2.796 € 139.000 € 1.001.000 16.747 € 5.991.000

Variant 1A m2 bvo 4.029

1.198

8.902

n.v.t. 14.129

Bedrag 2027 € 1.178.000 € 212.000 € 200.000 € 1.590.000 € 350.000 € 63.000 € 59.000 € 472.000 € 2.602.000 € 469.000 € 441.000 € 3.512.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. € 5.574.000

Verschil € 158.000 € 6.000 € 3.000 € 167.000 € 47.000 € 2.000 €0 € 49.000 € 348.000 € 15.000 € 5.000 € 368.000

Tabel 9: impact op huisvestingslasten in variant met enkel FHM, NHA en archeologie

31

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Hogere omslagrente Als door een vertraging in het project of de stijgende rente een omslagrente van 2,7% niet meer van toepassing is, maar bijvoorbeeld moet worden gerekend met de rente om een nieuwe lening aan te trekken (aanname 3,5%), dan nemen de kapitaallasten toe. Voor alle partijen gezamenlijk kost dit circa € 0,5 miljoen per jaar extra in 2027. In dit scenario wordt nog steeds uitgegaan van een gemeentelijke eigendomssituatie waarbij op de aankoop van het Joh. Enschedé gebouw geen overdrachtsbelasting is verschuldigd. Variant 1: 2,7% rente Partij FHM

Archeologie

NHA

Rest

Onderdeel Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Kapitaallasten Overige eigenaarslasten Gebruikerslasten Subtotaal Totaal

m2 bvo Bedrag 2027 € 1.020.000 € 206.000 3.978 € 197.000 € 1.423.000 € 303.000 € 61.000 1.183 € 59.000 € 423.000 € 2.254.000 € 454.000 8.790 € 436.000 € 3.144.000 € 717.000 € 145.000 2.796 € 139.000 € 1.001.000 16.747 € 5.991.000

3,5% rente m2 bvo 3.978

1.183

8.790

2.796 16.747

Bedrag 2027 € 1.139.000 € 206.000 € 197.000 € 1.542.000 € 339.000 € 61.000 € 59.000 € 459.000 € 2.517.000 € 454.000 € 436.000 € 3.407.000 € 801.000 € 145.000 € 139.000 € 1.085.000 € 6.493.000

Verschil € 119.000 €0 €0 € 119.000 € 36.000 €0 €0 € 36.000 € 263.000 €0 €0 € 263.000 € 84.000 €0 €0 € 84.000 € 502.000

Tabel 10: impact op huisvestingslasten bij een hogere rente

32

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

08 KWALITATIEVE ANALYSE In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende voor- en nadelen van de varianten als het gaat om de inhoudelijke samenwerking tussen partijen en de mogelijke synergie op andere vlakken dan vastgoed en huisvesting. De nieuwe huisvesting is niet enkel bedoeld als een duurzame, kwalitatief hoogwaardige en toekomstbestendige depotruimte, maar moet ook ruimte bieden aan verregaande samenwerking op het vlak van conserverings- en restauratiewerkzaamheden, fotografie en digitalisering van collectie-onderdelen en collectiebeschrijving. Tot slot wordt aan het einde van dit hoofdstuk ook stilgestaan bij andere, meer immateriële vooren nadelen van de varianten. De meerwaarde van een gezamenlijk collectieverzamelgebouw levert namelijk niet alleen materiele voordelen en voordelen voor werkzaamheden op, maar ook maatschappelijke en immateriële voordelen. Het is een grote kans voor gemeente Haarlem en de cultuurhistorische collecties en kan ook een impuls zijn voor de toekomst van het behoud van het restauratie vak. 08.01 Conservering en restauratie Verschillende partijen voeren conserverings- en restauratiewerkzaamheden uit.  Het Frans Hals Museum restaureert diverse schilderijen, kleine en grotere objecten (zoals meubels) voor collectiepresentaties, tentoonstellingen en bruiklenen.

 Het NHA heeft specifieke kennis van het restaureren en conserveren van papier, boeken, foto’s en glasnegatieven.  Het archeologisch depot heeft kennis in huis met betrekking tot aardewerkrestauratie en conservering van onder andere metaal, hout en glas. Een gedeelde locatie en interdisciplinaire aanpak draagt bij aan een gezamenlijke focus en leidt naar verwachting tot een meer efficiënter bedrijfsvoering en betere kwaliteit.  Voor sommige expertises worden door partijen nu externe restauratoren ingehuurd. Die expertises zijn in veelvoorkomende gevallen aanwezig bij de andere partijen.  De kosten voor materiële verzorging zoals het verpakken en ompakken van archieven of archeologische vondsten kunnen grootschaliger worden ingekocht en gedeeld tussen de verschillende deelnemers.  Conserverings- en restauratiemedewerkers kunnen onderling hun expertise delen over zowel het beheer als het behoud van objecten, papieren en andere materialen. Deze samenwerking zorgt voor meer inzicht in de (gezamenlijke) collecties en een hogere standaard. 08.02 Digitalisering Het digitaliseren van de collectie en het digitaal ontsluiten is ook een belangrijke, gedeelde ambitie van betrokken partijen.  Het NHA heeft geïnvesteerd in digitalisering door de aanschaf van een derde scanner. De ambitie is om dit digitaliseringsproces meer samen te gaan uitvoeren in een soort van ‘productielijn’.

Het volume van het aantal mogelijk uit te voeren digitaliseringsopgaven wordt groter door de workflow efficiënt in te richten. Het NHA heeft de expertise in huis rondom het proces van ‘scannen op verzoek’.  Het bedrijfsarchief van FHM is ondergebracht bij het NHA. Dat betekent dat archiefmateriaal moet worden getransporteerd, verwerkt en weer worden getransporteerd. Met een gezamenlijke scanstraat kan dit efficiënter en is archiefmateriaal beter klaar te maken, en vervolgens gemakkelijker te raadplegen.  De afdeling Archeologie is voornemens om een digitaliseringsproject te starten rondom het papieren archief. 33

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Dit kost circa € 70.000,- en is onderdeel van de wettelijke plicht, maar kan enkel in kleine, jaarlijkse stapjes worden uitgevoerd. Centralisatie leidt naar verwachting tot versnelling in dit proces. 08.03 Fotografie Voor alle betrokken partijen is fotografie van de collectie een belangrijke taak.  Het NHA is relatief slecht bemand als het gaat om erfgoed fotografie. De fotograaf van het NHA werkt ook een dag bij het Teylers. De fotostudio van het NHA is relatief klein, en biedt niet de mogelijkheid voor verschillende foto opstellingen.  FHM huurt externe (zzp) fotografen in voor fotografie van de collectie. FHM heeft geen eigen fotoruimte. FHM betaalt in verhouding veel reiskosten en voorbereidende kosten voor het klaarzetten van een mobiele fotostudio.  Bij afdeling Archeologie geldt dat foto’s op dit moment worden gemaakt door een vrijwilliger. Dat gaat op zichzelf op een goede en kwalitatieve wijze, maar is geen duurzame wijze van het inrichten van een belangrijke taak. Het bundelen van deze functie onder de samenwerkende partijen is efficiënt, kan op een locatie plaatsvinden met daarvoor geschikte faciliteiten en biedt daarmee ook een duurzaam model voor de toekomst. 08.04 Art handling Partijen hebben nu depots op verschillende externe locaties.  FHM heeft drie externe locaties (Baars in Haarlem, Kortmann in Hoofddorp en Hizkia van Kralingen in Den Haag.

FHM heeft een budget van € 10.000,- per jaar voor transportkosten van de externe depotlocaties naar het museum en vice versa. Daarnaast is FHM niet vrij in de keuze van transporteur voor deze verplaatsingen. Tot slot hebben ze te maken met kosten van de verhuurders, die objecten klaarzetten (bijvoorbeeld het klaarzetten van een container).  Ook het NHA heeft te maken met transport, handling en beveiliging van collecties. De verwachting bestaat dat een centrale huisvesting leidt tot lagere kosten voor ‘art handling’. Er is geen afstand meer tussen de verschillende collecties; inkoopmaterialen en vervoer kunnen worden gedeeld en/of gezamenlijk worden ingekocht. Ook kunnen medewerkers/vrijwilligers gemakkelijker worden ingezet op verschillende projecten. 08.05 Maatschappelijke meerwaarde Naast de wat meer concrete voorbeelden hoe een centralisatie kan leiden tot een verbetering van de dienstverlening, zijn ook meer algemene, maatschappelijke voordelen te bedenken.  Een gedeeld collectiecentrum brengt verschillende collecties fysiek samen, zoals bijvoorbeeld alle bibliotheekverzamelingen met betrekking tot de verschillende verzamelgebieden. Een buitengewoon waardevolle catalogus voor onderzoekers, studenten en andere belangstellenden voor de geschiedenis van Haarlem en omstreken.

 Het gecentraliseerd toegankelijk maken/ontsluiten van de collectie informatie biedt extra mogelijkheden voor het interdisciplinair belichten van herkomst en context van de aanwezige materialen.  Centralisatie leidt tot een verbetering en verrijking van de gezamenlijke beschrijvingen in een gemeenschappelijk collectiebeheersysteem. Datakwaliteit en linked open data zijn hierbij belangrijke uitgangspunten; dit is ook onderdeel van een onderschreven code van het Netwerk Digitaal Erfgoed.  Een belangrijk voordeel wat gecentraliseerde dienstverlening kan opleveren voor de stad Haarlem is het innoveren en mogelijk maken van ruimtelijk onderzoek, gebaseerd op locatiegegevens. Het NHA werkt met veel locatiegegevens (denk aan bestemmingsplannen, bouwdossiers, riool aanleg). Een ander belangrijk aspect van ruimtelijke locatie is de monumentenstatus en informatie over historisch erfgoed. Dat is een belangrijke pijler die afdeling Archeologie kan inbrengen. 34

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Door samenwerking tussen het Noord-Hollands Archief en afdeling Archeologie kunnen bovendien ook mogelijkheden ontstaan om op langere termijn een regiofunctie te vervullen in erfgoed.  Door een gecentraliseerde locatie en gedeelde dienstverlening is het makkelijker om mensen te interesseren die een relevante opleiding willen volgen, stage willen lopen of bij een van de betrokken partijen willen werken. Een investering in een gezamenlijk depot biedt de mogelijkheid om op professionele wijze invulling te geven aan het beheer en behoud van belangrijke cultuurhistorische collecties. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld het CC NL in Amersfoort of het Depotgebouw van Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.  Het stadsbestuur van Haarlem maakt zich zorgen over het klimaat en wil haar verantwoordelijkheid nemen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. Daarom is afgesproken dat duurzaamheid de hoogste prioriteit heeft in de stad. Haarlem wil in 2040 van het aardgas af, in 2040 circulair zijn en in 2050 klimaatbestendig. Een belangrijk voordeel van het gebruik van locaties Joh. Enschedé en/of Kleine Houtweg is dat een bestaande locatie wordt hergebruikt, zodat minder grondstoffen noodzakelijk zijn voor de bouw van een nieuw depotgebouw. Tegelijkertijd zijn de principes van circulair bouwen ook voor renovatie van bestaande locaties van belang.

Denk hierbij aan de materiaalkeuze rondom herbruikbare materialen (hout, hennep, et cetera). 08.06 Samenvatting In dit hoofdstuk zijn diverse voordelen benoemd op het gebied van conserverings- en restauratiewerkzaamheden, fotografie en digitalisering van collectie onderdelen en collectiebeschrijving. Het is op basis van de interviews met de verschillende partijen lastig gebleken deze efficiëntievoordelen en kwaliteitsverbetering uit te drukken in een concreet financieel voordeel in de vorm van een jaarlijks te besparen inkoopbudget, dan wel het kunnen “inverdienen” van bijvoorbeeld een of twee fte voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Daarnaast zijn er verschillende maatschappelijke, immateriële voordelen van een centralisatie van de verschillende collecties. Deze voordelen worden in belangrijke mate mogelijk bij de keuze voor variant 1, maar in mindere mate voor de andere varianten waarbij de partijen toch over twee locaties zijn verdeeld en daarmee wordt ingeboet op de kracht van samenwerking.

35

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

09 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen weergegeven. Er wordt stilgestaan bij de conclusies die toezien op:  de huisvestingsbehoefte van partijen en de ruimtelijke inpassing daarvan in de varianten;  de financiële consequenties van de verschillende varianten;  de overige aspecten op het vlak van synergie, integrale samenwerking en maatschappelijke meerwaarde. 09.01 Ruimtelijk Op basis van de ruimtelijke analyse die is uitgevoerd, komen wij tot de volgende conclusies:  De meeste (ruimtelijke en inhoudelijke) synergie wordt behaald door zo veel mogelijk partijen samen te voegen op een locatie. Het maximale synergievoordeel bedraagt circa 950 m2 bvo.  Het Joh. Enschedé gebouw kan zo worden aangepast dat deze locatie voldoet als gemeenschappelijke huisvesting voor álle partijen. Als hiervoor wordt gekozen, wordt het gebouw volledig benut en kunnen de beoogde functies optimaal worden gehuisvest. Een kleiner programma leidt tot een lagere investering, maar ook tot ongebruikt potentieel van de ruimte.  Verdere optimalisatie van het programma is nog mogelijk door te kijken naar de bruto/netto verhouding bij het ontwerp van het programma in het Joh. Enschedé gebouw. Door de grote vrije vloervelden van dit gebouw, kan er efficiënt worden ingedeeld.

Wij verwachten dat hiermee een gunstiger bruto/netto verhouding wordt behaald. Dit vergt echter een nadere, meer gedetailleerde uitwerking van de inpassingsstudie.  De indelingsvrijheid van locatie Kleine Houtweg is beperkter door de relatief kleine verdiepingen met ruimtebepalende kolommenstructuur. Hierdoor is deze locatie minder efficiënt in te delen dan het Joh. Enschedé gebouw. Met de voorgestelde aanpassingen is het programma, inclusief uittrekbare schilderijenrekken, echter wel in te passen.  Toekomstige groei kan bij een nieuwbouwlocatie al in het ontwerp worden meegenomen. Er kan rekening worden gehouden met uitbreiding door keuzes te maken qua constructie en installaties (optoppen of extra beuken toevoegen). Voor het Joh. Enschedé gebouw kan toekomstige groei worden opgevangen door op de nieuwe optopping op het dak (zowel op de centrale hal als de twee vleugels) nog een extra laag te realiseren. Uitbreiding bij de Kleine Houtweg is verreweg de lastigste. Hier kan eventueel worden gekeken naar optopping van de studiezaal of bebouwen van de parkeerplaatsen. 09.02 Financieel Op basis van de uitgevoerde financiële analyse worden de volgende conclusies getrokken:  De aankoop en een volledige aanpak van gebouw 4.2 op de Joh. Enschedé locatie kost naar verwachting € 69 miljoen, exclusief btw.  Variant 2 en 3 vereisen de hoogste investering.

Dit komt doordat de aankoopsom voor locatie Joh. Enschedé een vast bedrag is, terwijl de potentie in deze varianten niet volledig wordt benut (zoals in variant 1). In aanvulling daarop moet dus een tweede locatie (bijvoorbeeld Kleine Houtweg) worden verworven om te kunnen voorzien in de volledige huisvestingsbehoefte. De organisatievariant waarin de gemeente als eigenaar optreedt, leidt in alle gevallen tot de goedkoopste oplossing. Ten opzichte van een separate beheerstichting met projectfinanciering bespaart dit circa € 0,6 tot € 0,7 miljoen per jaar. Ten opzichte van het huren bij een commerciële derde scheelt dit € 2,2 tot € 2,7 miljoen per jaar. 36

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

 De centrale oplossing (variant 1) kent de laagste lasten van alle varianten. Dit komt in belangrijke mate door de voordelen van lagere gebruikerslasten (schoonmaak, verbruik, beveiliging, receptie).  Uit de resultaten komt naar voren dat het pro rata toegerekende kostenniveau voor de partijen FHM, NHA en afdeling Archeologie in alle varianten en modellen fors boven de huidige lasten liggen. Dit is op zichzelf niet onlogisch, omdat er (a) meer ruimte wordt afgenomen dan in de huidige situatie en (b) deze ruimte ook van een kwalitatief hoogwaardig niveau is. De kwaliteit van de huidige depots (en de daarvoor beschikbare budgetten) zijn daarom eigenlijk niet te vergelijken met de nieuwe situatie. Of en op welke wijze partijen deze extra huisvestingskosten kunnen dragen, is vooralsnog onbekend.  In de financiële analyse zijn twee mogelijke risico’s gekwantificeerd ten opzichte van variant 1:  Als enkel FHM, het NHA en afdeling Archeologie worden gehuisvest in het Joh. Enschedé gebouw, dan nemen de huisvestingslasten van deze drie partijen in totaliteit toe met bijna € 0,6 miljoen per jaar in 2027. Dat komt in belangrijke mate doordat de aankoopkosten van de locatie zwaarder meewegen door een kleiner aantal partijen.

Ook de investeringskosten zijn relatief gezien wat duurder, omdat een gedeelte van de bouwkundige en installatiewerkzaamheden in alle gevallen moet worden uitgevoerd.  Indien de 10-jaars gemiddelde omslagrente van 2,7% niet meer van toepassing is, maar bijvoorbeeld moet worden gerekend met een rente van 3,5% om een nieuwe lening aan te trekken, dan nemen de kapitaallasten met € 0,5 miljoen per jaar toe in 2027.  Daarnaast geldt dat de eenmalige kosten voor gebruikers in deze huisvestingsanalyse vooralsnog buiten beschouwing zijn gelaten, omdat ze geen structureel karakter kennen. Het is echter wel van belang de benodigde financiële middelen hiervoor in beeld te brengen, en mee te nemen in de besluitvorming. Het gaat dan om kosten zoals de voorbereiding van de verhuizing, opslag, transport, inrichting, de verhuizing zelf, de eventuele behandeling van collecties na transport en dubbele huisvestingslasten in het eerste jaar. Hiervoor zijn naar inschatting van FHM geen fondsen en/of sponsoren beschikbaar.  In deze analyse is het uitgangspunt dat er geen sprake is van kostenverhogende btw. Of, en zo ja in welke mate de btw kostenverhogend werkt in deze casus, is voor Brink niet vast te stellen. Wij adviseren in dit soort complexe gevallen altijd om een fiscaal adviseur in te schakelen.

09.03 Overige afwegingen Daarnaast spelen diverse andere afwegingen een rol:  De integrale samenwerking van partijen op een locatie resulteert in een breed scala aan voordelen op het gebied van conserverings- en restauratiewerkzaamheden, fotografie en digitalisering van collectie onderdelen en collectiebeschrijving. Het is op basis van de interviews met de verschillende partijen echter lastig gebleken deze efficiëntievoordelen en kwaliteitsverbetering uit te drukken in een concreet financieel voordeel.  Het hergebruik van gebouw 4.2 op locatie Joh. Enschedé levert een bijdrage in de circulaire ambitie van gemeente Haarlem, omdat geen nieuwbouwlocatie elders hoeft te worden ontwikkeld. Tegelijkertijd blijft hiermee locatie Kleine Houtweg beschikbaar als potentiële, toekomstige woningbouwlocatie.  Daarnaast zijn er verschillende maatschappelijke, immateriële voordelen van een centralisatie van de verschillende collecties. Denk hierbij aan de verbetering en verrijking van de gezamenlijke collecties, en de beschrijving en ontsluiting daarvan voor de inwoners van Haarlem en omringende gemeenten.  De investering in een gezamenlijke locatie en samenwerking levert ook een belangrijke impuls op voor het depotgebouw als instituut, om mensen te interesseren die een relevante opleiding willen volgen, stage willen lopen of bij een van de betrokken partijen willen werken.

Een investering in een gezamenlijk depot biedt de mogelijkheid om op een professionele wijze invulling te geven aan het beheer en behoud van belangrijke cultuurhistorische collecties.

37

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

10 BIBLIOGRAFIE  Afdeling PCM. (2022, juli 22). Locatieonderzoek depotruimte (culturele) organisaties Haarlem . Haarlem.  Bestuurlijke stuurgroep. (2022, december 15). Annotatie bestuurlijke stuurgroep depot. Haarlem.  Frans Hals Museum, NHA, Afdeling Archeologie Gemeente Haarlem. (2022, augustus 24). Collectiecentrum Haarlem: Een nieuwe impuls voor de cultuur. Haarlem.  Toornend Partners. (2021, november 24). Nieuw Haarlems Depot: ruimtevraag en -modellen. Haarlem.

38

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

BIJLAGE 1: KOSTENRAMINGEN

39

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bijlage 1A: bouw- en investeringskosten nieuwbouw Nieuwbouw

Variant 3

Oppervlakte (m2 bvo) % depot % overige ruimten Bouwlagen depot Bouwlagen 'voorgebouw' Footprint depot (m2) Footprint voorgebouw (m2) Breedte/lengte depot (m') Diepte 'voorgebouw' Bouwhoogte depot (m' per laag) Bouwhoogte voorgebouw (m' per laag) Kavelindicatie (70% bebouwd)

7.922 80% 20% 2 1,5 3.169 1.056 56 19 4,0 3,0 6.000

Nieuwbouw

Variant 3

Bouwkosten per m2 bvo Bouwkosten Honoraria/leges/onvoorzien Investeringskosten excl. btw Investeringskosten per m2 bvo (excl. btw)

€ 2.900 € 23.000.000 € 5.900.000 € 28.900.000 € 3.640

Afmetingen

Variant 3

omvang kavel m2 footprint (en dak) m2 bvo depot m2 bvo overig m2 gevel depot m2 gevel voorgebouw

6.000 4.225 6.338 1.584 1.717 676

Omschrijving

€ / eenh.

bouwrijp maken + voorbereiding € 25,-/m² kavel grondwerk € 35,-/m² footprint heiwerk € 48,-/m² bvo fundering € 45,-/m² bvo begane grond € 165,-/m² footprint ruwbouw depot € 450,-/m² bvo ruwbouw overig € 300,-/m² bvo dak € 150,-/m² footprint gevel depot € 350,-/m² gevel gevel overig € 800,-/m² gevel afbouw depot € 150,-/m² bvo afbouw overig € 550,-/m² bvo brandscheiding algemeen € 40,-/m² bvo vaste inrichting depot € 100,-/m² bvo vaste inrichting overig € 100,-/m² bvo docks en expeditie € / st. liften depot € / st. liften overig € / st. W-installaties depot € 538,-/m² bvo E-installaties depot € 500,-/m² bvo W-installaties overig € 500,-/m² bvo E-installaties overig € 275,-/m² bvo terrein, inclusief inrichting/installaties € 125,-/m² opslagen 23% bouwkosten totaal bouwkosten per m² bouwkosten per m² (afgerond) bijkomende kosten

%

honoraria interne kosten gemeente heffingen en leges prijsstijgingen tijdens de bouw prijsstijgingen tot aan start bouw aankoop gronden losse inrichting onvoorzien investeringskosten totaal investeringskosten per m² investeringskosten per m² (afgerond)

13% 2,50% 1,50%

7,0%

Variant 3 150.000 147.877 380.256 356.490 697.136 2.851.920 475.320 633.760 600.918 540.404 950.640 871.420 316.880 633.760 158.440 250.000 500.000 120.000 3.406.460 3.168.800 792.200 435.710 221.867 4.291.859 22.952.118 2.897 2.900 Variant 3 2.983.775 pm 648.397 389.038 pm pm pm 1.888.133 28.861.462 3.643 3.640

Variant 4 Gebouw 1 9.238 80% 20% 3 2,0 2.463 924 50 19 4,0 3,0 4.800 Variant 4 Gebouw 1 € 2.880 € 26.600.000 € 6.800.000 € 33.400.000 € 3.620

Variant 4 Gebouw 2 7.922 80% 20% 2 1,5 3.169 1.056 56 19 4,0 3,0 6.000 Variant 4 Gebouw 2 € 2.900 € 23.000.000 € 5.900.000 € 28.900.000 € 3.640

Variant 4 Gebouw 1 4.800 3.387 7.390 1.848 2.271 819

Variant 4 Gebouw 2 6.000 4.225 6.338 1.584 1.717 676

Variant 4 Gebouw 1 120.000 118.554 443.424 415.710 558.899 3.325.680 554.280 508.090 794.754 655.160 1.108.560 1.016.180 369.520 739.040 184.760 250.000 1.000.000 180.000 3.972.340 3.695.200 923.800 508.090 176.592 4.972.285 26.590.918 2.878 2.880

Variant 4 Gebouw 2 150.000 147.877 380.256 356.490 697.136 2.851.920 475.320 633.760 600.918 540.404 950.640 871.420 316.880 633.760 158.440 250.000 500.000 120.000 3.406.460 3.168.800 792.200 435.710 221.867 4.291.859 22.952.118 2.897 2.900

Variant 4 Gebouw 1 3.456.819 pm 751.193 450.716 pm pm pm 2.187.475 33.437.122 3.620 3.620

Variant 4 Gebouw 2 2.983.775 pm 648.397 389.038 pm pm pm 1.888.133 28.861.462 3.643 3.640

Variant 5 11.303 80% 20% 3 2,0 3.014 1.130 55 21 4,0 3,0 5.900 Variant 5 € 2.760 € 31.200.000 € 8.100.000 € 39.300.000 € 3.480 Variant 5 5.900 4.144 9.042 2.261 2.512 906 Variant 5 147.500 145.055 542.544 508.635 683.832 4.069.080 678.180 621.665 879.104 724.695 1.356.360 1.243.330 452.120 904.240 226.060 250.000 500.000 120.000 4.860.290 4.521.200 1.130.300 621.665 219.446 5.843.219 31.248.520 2.765 2.760 Variant 5 4.062.308 pm 882.771 529.662 pm pm pm 2.570.628 39.293.889 3.476 3.480

40

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

BIJLAGE 2: SYNERGIE RUIMTESTAAT

41

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bijlage 2A: optimalisatie ruimtestaat variant 1

42

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bijlage 2B: optimalisatie ruimtestaat variant 2 - NHA/ vd Geest

43

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bijlage 2C: optimalisatie ruimtestaat variant 2/5 - FHM/ Archeologie/ Teylers/ Velsen

44

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

Bijlage 2D: optimalisatie ruimtestaat variant 3/4 - FHM/ Arch/ vd Geest/ Teylers/ Velsen FHM

Arch

Algemeen

2.600

600

900

Fotografie

30

-

50

Koudedepot

-

-

Film

-

-

Schilderijen

-

Papier

-

Opslag, beheer en behoud (metaal)

Vd Geest Teylers

Velsen

Totaal

Optimaal

325

32

4.457

4.457

-

-

80

80

-

-

-

-

-

30

-

-

30

30

-

120

-

-

120

120

-

100

-

-

100

100

-

20

-

-

-

20

20

Enschede-collectie (metaal)

-

-

-

-

-

-

-

Kranten

-

-

-

-

-

-

-

Bijzondere collecties Velsen en andere gemeenten -

-

-

-

-

-

-

Opslag, beheer en behoud

-

40

-

-

-

40

40

Archief

-

45

100

-

-

145

145

Bouwhistorische collectie

-

50

-

-

-

50

50

2.630

755

1.300

325

32

5.042

5.042

Conservering en restauratie (schoon en droog + vuil 210gezamenlijk) 25

35

-

-

270

280

Conservering en restauratie (vuil)

90

20

20

-

-

130

120

Werkplekken collectie

-

10

-

-

-

10

-

Fotostudio

40

15

20

-

-

75

60

Machinale werkplaats

100

-

-

-

-

100

100

Scanstraat

-

-

-

-

-

-

-

Bewerkingsruimte archieven

-

-

-

-

-

-

-

Werkruimte verwerking en onderzoek

-

100

-

-

-

100

100

Multifunctionele ruimte

-

80

-

-

-

80

80

Werkruimte vrijwilligers

-

50

-

-

-

50

50

Schouwruimte

-

-

-

-

15

15

15

440

300

75

0

15

830

805

Opstelplek leveringen

-

-

-

-

-

-

-

Truckdock

52

-

52

40

op locatie

144

92

Laad- en losruimte

50

50

25

25

op locatie

150

50

Transitoruimte

50

-

25

-

-

75

50

Emballageruimte

50

10

25

-

op locatie

85

50

Quarantaineruimte

40

10

25

-

-

75

50

Voorraadruimte materiële voorzieningen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

40

40

1. Depotruimten

Totaal depotruimten 2. Werkruimten

Totaal werkruimten 3. Logistieke ruimten

Opslag materiaal en materieel Archiologisch museum -

40

Containerruimte

5

5

5

5

-

20

15

Totaal logistieke ruimten

247

115

157

70

0

589

347

4. Ondersteunende ruimten Entreeruimten

30

20

5

15

op locatie

70

50

Garderobe

incl.

incl.

5

incl.

-

5

incl.

Ontvangst en wachtruimte

-

-

25

-

-

25

incl.

Kantoorruimte medewerkers

30

incl.

20

-

-

50

50

Vergaderruimte

30

-

20

-

-

50

30

Lunchruimte en pantry

30

15

35

-

-

80

60

Opslagruimte inventaris

-

20

20

-

-

40

40

Bibliotheek met naslagwerken en vakliteratuur

-

incl.

-

-

-

-

-

Totaal ondersteunende ruimten

120

55

130

15

0

320

230

Totaal m2 fno

3.437

1.225

1.674

410

47

6.793

6.436

Totaal m bvo (+30%)

4.181

1.243

2.260

565

113

8.362

7.923

Vormfactor FNO --> BVO

1,22

1,01

1,35

1,38

2,40

1,23

2

1,23

Ruimtebesparing (in m2 bvo)

-440

Als % van ruimte excl. depotruimte

-25%

45

22 mei 2023 Referentie: B003452/230522/RN/ISO:JvdW/IJ financiële haalbaarheidsanalyse

KLOPPEND HART VAN BOUW, INFRA EN VASTGOED. Typ hier kop2

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12865465/1