20220937770 06. Bijlage 1.4. Visiedocument m.b.t. onderwijs
Tekst van het document
Een alternatief hiervoor is collectieve bekostiging (beschikbaarheidsfinanciering of doelgroepfinanciering).
10
Dit bedrag varieert afhankelijk van leeftijd en ondersteuningsbehoefte. Het bedrag kan oplopen tot zo’n 28.000 euro. In deze notitie wordt in voorbeeldberekeningen uitgegaan van 16.000 euro aan onderwijskosten per jaar. 11 Sommige scholen kennen deze groepen nog niet, op de scholen ontvangen deze kinderen onderwijs in de ‘reguliere’ klassen. Soms met een hoog aantal individuele begeleidingsuren.
24
Uit de gesprekken met scholen blijkt dat de huidige organisatie leidt tot diverse knelpunten ten aanzien van doorstroom, continuïteit, administratieve lasten, toegankelijkheid en flexibiliteit.
In de praktijk: collectieve bekostiging in Amsterdam De gemeente Amsterdam koos er in 2017 voor om jeugdhulp op scholen collectief te bekostigen. Aanbieders konden inschrijven op twee deelopdrachten: - Hulp die verbonden is aan school en daar beschikbaar is ter ondersteuning van leerling en gezin, ook in de thuissituatie. Dit is de individueel ambulant integrale specialistische hulp die voorheen bij beschikking of indicatie (met intakeprocedures, verwijzingen door specifieke indicatieorganen et cetera) werd geboden; Hulp verbonden aan een specifieke klas of voorziening binnen het onderwijs. Dit is de vorm waarbij onderwijs en jeugdhulp ‘geïntegreerd en groepsgewijs’ met enige frequentie wordt aangeboden (specialistisch preventief of kortdurend). è Collectieve jeugdhulp zoals beschreven in het onderzoek Berenschot betreft het effectiever organiseren van enkele uren jeugdhulp tijdens onderwijstijd aan leerlingen die het volledige onderwijsprogramma kunnen volgen (kolom 1/linker kolom). è Gemeenten en onderwijs kunnen er voor kiezen om ook de bekostiging van kleine groepen (OZA’s ) gezamenlijk anders (collectief) te organiseren en bekostigen. Dit vraagt uitgaand van de gesprekken in ieder geval om: o Een hoger tarief voor collectieve bekostiging per leerling dan de door Bureau Berenschot berekende 2 uur.
o De kosten zijn mogelijk lager dan de huidige optelsom van individuele onderwijs- en jeugdhulpbekostiging. Bijvoorbeeld als er wordt gefinancierd op basis van daadwerkelijke kosten. Zie rekenvoorbeeld in figuur 9. è Een knelpunt dat scholen noemen is de continuïteit en doorstroom van de groepen. Collectieve bekostiging van OZA’s kan ervoor zorgen dat de groep (waarvoor de collectieve bekostiging beschikbaar komt) kan blijven functioneren, ook als er tijdelijk minder leerlingen zijn. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor beschikbaarheidsfinanciering (AEF, 2021). ?
Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden voor een andere wijze van bekostigen (collectief) zodat de financiering dienstbaar kan worden gemaakt aan het doel en de doelgroep?
25
Een rekenvoorbeeld bij collectieve bekostiging van OZA’s (beschikbaarheidsfinanciering op basis van kostprijzen bij gezamenlijke financiering) Op de Van Voorthuijsenschool volgen sommige leerlingen onderwijs in de Stergroep. Een groot deel van deze leerlingen stroomt door naar onderwijs, de leerlingen zijn ingeschreven. De leerlingen ontvangen dagbesteding van de Hartenkampgroep. Hieronder volgen twee rekenmodellen waarbij eerst de huidige situatie wordt geschetst, vervolgens een mogelijke situatie. Deze berekening is niet specifiek ontleend aan de Stergroep, maar gebaseerd op een fictieve voorziening waarbij een leerkracht en pedagogisch medewerker samen aanbod verzorgen voor een groep van 8 leerlingen. De tarieven zijn gebaseerd op gangbare kosten binnen onderwijs en jeugdhulp en zijn indicatief. Huidige situatie (productbekostiging)
8 leerlingen ontvangen onderwijs in de Stergroep, zij ontvangen ieder een TLV
Kosten onderwijs/samenwerkingsverband 112.000
De leerlingen hebben ieder een indicatie voor dagbesteding Totaal Totale kosten gezamenlijk Mogelijke situatie/ beschikbaarheidsfinanciering Het onderwijs bekostigd een docent en onderwijsondersteuning Huisvesting en afschrijving (materiele bekostiging) Overheadkosten onderwijs
pedagogische begeleiding, incl. orthopedagogische ondersteuning Vervoerskosten Spelmaterialen/thema’s Overhead Totale kosten gezamenlijk
Kosten jeugdhulp/gemeenten
240.000 (30.000 per leerling) 112.000
240.000 352.000
80.000 10.000 10.000 90.000
105.000
5.000 10.000 10.000 115.000 (14.375 per leerling) 220.000
Figuur 10 Een indicatieve voorbeeldberekening voor het collectief bekostigen van een OZA (beschikbaarheidsfinanciering) in plaats van productbekostiging. In dit voorbeeld is uitgegaan van een groep onder leiding van een leerkracht en pedagogisch medewerker ondersteund door (ortho)pedagogische ondersteuning. Let op: de bedragen in dit voorbeeld zijn indicatief!
Scenario’s voor telling en berekening De te maken keuzes door gemeenten en samenwerkingsverbanden hebben gevolgen voor de opdracht, de financieringswijze en het toe te kennen kindbedrag (en de telling van leerlingen) voor de jeugdhulpaanbieder die jeugdhulp biedt. Hieronder volgen ter illustratie enkele scenario’s. Scenario 1: De collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder bedient alleen leerlingen die tijdens onderwijstijd jeugdhulp nodig hebben. De bekostiging van OZA’s/KDC zorg wordt als een aparte opdracht verleend aan (dezelfde of een andere) jeugdhulpaanbieder. De OZA’s worden niet collectief bekostigd, maar een individuele beschikking blijft nodig. Voor de jeugdhulpaanbieder verbonden aan de Van Voorthuijsenschool betekent het volgende: - 117 leerlingen ontvangen 2 uur pedagogische begeleiding ( € 4.254,15 per leerling)
26
-
8 leerlingen ontvangen KDC zorg (30.000 per leerling), maar deze zorg valt buiten de opdracht van de collectief te bekostigen aanbieder (er is geen sprake van gezamenlijke financiering). De collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder krijgt de opdracht om voor iedere ingeschreven leerling per week gemiddeld 2 uur jeugdhulp a te bieden op school. De aanbieder biedt totaal 117 x 2 = 234 uur per week. Aanvullend krijgt (dezelfde of een andere aanbieder) de opdracht om groepsbehandeling te bieden op individuele indicaties. Scenario 2: De collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder bedient leerlingen die tijdens onderwijstijd jeugdhulp nodig hebben De bekostiging van de OZA groep wordt onderdeel van de opdracht verleend aan dezelfde jeugdhulpaanbieder. Voor de jeugdhulpaanbieder(s) verbonden aan de Van Voorthuijsenschool betekent het volgende: - 117 leerlingen ontvangen 2 uur pedagogische begeleiding ( € 4.254,15 per leerling) - Er is voortdurend voor 8 leerlingen een plek beschikbaar in een groep, (€ 14.375 per leerling), deze zorg is onderdeel van de opdracht aan dezelfde jeugdhulpaanbieder. De collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder krijgt de opdracht om 234 uur per week jeugdhulp te bieden op school maar zorgt aanvullend voor beschikbaarheid van de groep a 14.375 per plek. Er zijn nog meer scenario’s te beschrijven uitgaand van het onderzoek van AEF (2021).
In ieder geval zullen gemeenten en onderwijs gezamenlijk keuzes moeten maken ten aanzien van doel en doelgroep van collectieve bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd en OZA’s12. Een van de keuzes betreft de vraag of de intensieve ondersteuning van leerlingen die in aanmerking komen voor een OZA als onderdeel worden gezien van de collectieve bekostiging of niet. ?
Is het wenselijk om bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd en bekostiging OZA’s op de scholen mee te nemen in 1 gezamenlijke opdracht waarbij de zorgaanbieder zowel de jeugdhulp tijdens onderwijstijd biedt als zorgdraagt voor begeleiding van leerlingen met een intensieve zorgbehoefte (in een OZA).
Zorgdragen voor een continuüm met aandacht voor soepele overgangen Nazorg en extra begeleiding bij een overgang
Regelmatig maken jeugdigen een overstap van een plek in een arrangement (OZA of ZOA) naar het onderwijs. Deze overgang verloopt niet vanzelf. Voor de leerling is het een spannende stap. Als de overstap mislukt betekent dit een faalervaring die veel impact kan hebben op het kind en zijn gezin. Ouders zijn soms terughoudend om hun leerling te laten deelnemen aan volledig onderwijs, omdat de indicatie voor dagbesteding of individuele begeleiding stopt. Goede nazorg en begeleiding is belangrijk. Deze nazorg moet opgenomen worden in de opdracht aan aanbieders. Daarbij lijken er twee opties te zijn (deze zijn mede afhankelijk van de keuze of OZA’s collectief bekostigd worden). - Nazorg wordt als onderdeel gezien van de aanbieder die KDC zorg biedt. - Nazorg wordt als taak gezien van de collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder. ? Op welke wijze wordt er zorggedragen voor een goede overgang bij start van onderwijsdeelname? Welke keuze maakt men voor financiering hiervan?
12
Factoren als effectiviteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid, zekerheid, keuzevrijheid, flexibiliteit en administratieve lasten spelen een rol bij het bepalen van de wijze van financiering (AEF, 2021).
27
onderwijszorgcontinuüm
Regulier onderwijs: Leerlingen kunnen het onderwijspro gramma volgen. Sommige leerlingen hebben (een tijdje) jeugdhulp nodig.
Speciaal onderwijs met collectief bekostigde jeugdhulp: Doel: Leerlingen kunnen met enkele uren jeugdhulp het speciaal onderwijspro gramma volgen.
OZA’s: Onderwijs met zorg Doel: 1. Toewerken naar onderwijs 2. Deelname aan gespecialiseerd onderwijs met een intensieve zorgbehoefte.
Zorg ZOA’s: zorg met onderwijs Doel: Onderwijs wordt aangeboden om tegemoet te komen aan leerrecht.
De jeugdigen kunnen geen onderwijs volgen. Een jeugdhulpaan bieder ondersteunt de jeugdige bij de ontwikkeling en het dagelijks functioneren.
Interprofessionele teams/kernteams/Commissies van begeleiding maken plannen gericht op het te bereiken perspectief
28
Keuzes ten aanzien van inschrijving en gevolgen bekostiging Sommige jeugdigen in OZA’s en ZOA’s zijn in de huidige situatie ingeschreven, anderen niet. Dit heeft te maken met wettelijke bepalingen. Scholen mogen geen onderwijsmiddelen besteden aan jeugdigen die niet staan ingeschreven. Dit is een argument om in te schrijven. Tegelijkertijd betekent inschrijving van leerlingen dat zij moeten toegroeien naar een volledig onderwijsprogramma. Dit is niet voor alle leerlingen in een OZA of ZOA mogelijk. Landelijk komt er experimenteerruimte om te verkennen of deze wettelijke beperking weggenomen kan worden. Een daadwerkelijke wetswijziging duurt naar verwachting nog zeker vijf jaar. è Leerlingen die worden ingeschreven maar feitelijk deelnemen aan een OZA of ZOA kunnen niet gerekend worden tot leerlingen die voldoende hebben aan 2 uur jeugdhulp (zoals berekend door Bureau Berenschot). In de huidige situatie ontvangen zij dagbesteding of veel pedagogische begeleiding.
Kosten en baten op casusniveau van een leerling die vanuit zorg startte met het volgen van onderwijs Een bredere toepassing van collectieve bekostiging (bijvoorbeeld ook voor leerlingen in een ZOA?) draagt bij aan flexibiliteit en doorstroom binnen de school. Het collectief bekostigen van jeugdhulp leidt tot een andere manier van werken, biedt ruimte aan inclusie. Inclusie betekent dat meer jeugdigen (met ondersteuningsbehoeften) gaan deelnemen aan onderwijs. Dit kan betekenen dat de kosten van de collectief te bekostigen jeugdhulp tijdens onderwijstijd toenemen. Tegelijkertijd leidt dit naar verwachting tot een afname van kosten van de OZA’s en ZOA’s. Ter verduidelijking staat dit beschreven in onderstaande voorbeeldberekening (op casusniveau) gebaseerd op een casus vanuit een van de scholen.
In de praktijk: Vanuit de Kikkerklas naar de ‘echte’ school Een leerling kon naar inschatting van professionals vanuit de Kikkerklas doorstromen in het reguliere onderwijs van De Schelp. Een goed bericht voor de leerling zelf. Ook voor de zorgaanbieder die een wachtlijst heeft. De indicatie werd beëindigd. De jongen ging naar school. Na enkele maanden bleek de overgang wat te veel voor de leerling. Hij zou het meest geholpen zijn met een stukje nazorg van de zorgaanbieder, of de mogelijkheid om af en toe nog even tot rust te komen in zijn oude, vertrouwde Kikkerklas. De zorgaanbieder heeft hiervoor geen opdracht, bovendien is de indicatie beëindigd. De ouders vragen, na overleg met school, individuele begeleiding aan voor de leerling. Dit is maar enkele weken nodig, vermoedelijk tot de kerst. Het duurt echter een paar weken tot dit geregeld is. De jongen gaat verder achteruit. Als de hulp niet tijdig komt, ligt een terugplaatsing naar het kinderdagcentrum op de loer. Een grote teleurstelling voor de leerling zelf. Onnodige extra kosten voor jeugdhulpaanbieder en onderwijs.
29
2020 – 2021: de leerling ontvangt KDC zorg en een TLV in de Kikkerklas
Huidige situatie Kosten Kosten onderwijs gemeente 16.00013 30.00014
2020 – 2021: De leerling gaat naar een gewone klas op De Schelp September – december 2021: de leerling heeft extra individuele begeleiding nodig. De pedagogische begeleiding komt traag op gang. Daarom (hoewel het om jeugdhulp gaat), bekostigt het SWV deze. Dit is mogelijk onvoldoende. 2022: De leerling komt thuis te zitten. Overwogen wordt om een vrijstelling aan te vragen. De verwachting is dat dit leidt tot een jeugdhulpvraag, bijvoorbeeld naar een plek in een KDC. Hoe langer de leerling (zonder dagprogramma thuiszit) hoe intensiever de zorgvraag zal zijn.
16.000
Totaal t/m eind 2022
34.250
80.000
Totaal t/m eind 2023 Totaal t/m eind 2024
51.250 51.25018
110.00 140.000
2250
30.000 50.00017
Gewenste situatie De leerling volgt onderwijs en begeleiding in de Kikkerklas op basis van een gezamenlijke (project)bekostiging De leerling gaat naar een gewone klas De leerling ontvangt nazorg zodat de kans op een succesvolle overgang groter is. De pedagogische begeleiding wordt geleverd vanuit de collectief bekostigde jeugdhulp/als nazorg KDC De leerling ontvangt onderwijs met aanvullende pedagogische begeleiding
Gewenste situatie Kosten Kosten onderwijs gemeente 4.00015 30.000
16.000 2.000
4.254,1516
16.000
4.254,15
38.000 54.000 70.000
38.508,30 42.762,45 47.016,60
è Doelgroepgericht werken aan inclusie leidt op termijn tot een toename van onderwijskosten; è Als er ieder jaar jeugdigen instromen vanuit zorg naar onderwijs (of niet uitvallen uit het onderwijs) dan leidt dit tot extra kosten voor collectieve bekostiging van jeugdhulp, maar leidt tot een besparing op het product ‘dagbesteding’ of ‘individuele begeleiding’. è Gemeenten besparen kosten door jeugdhulp tijdig beschikbaar te stellen en daarmee ‘thuiszitten’ te voorkomen.
13
TLV1 (10.000 euro) en DUO basisbekostiging (ong. 6.000 euro) KDC bekostiging 15 Projectbekostiging met onderwijsgelden voor niet ingeschreven leerlingen is wettelijk niet toegestaan. 16 Dit bedrag is ontleend uit het onderzoek van Bureau Berenschot. 17 Kan variëren van KDC (30.000 euro) tot 1 op 1 begeleiding (50.000 euro) 18 In deze casus wordt ervan uitgegaan dat na verloop van tijd (als er geen onderwijs meer wordt gevolgd) opnieuw een vrijstelling wordt aangevraagd. De onderwijsbekostiging vervalt dan. 14
30
Deel 4: 1 kind, 1 plan Collectieve jeugdhulp = werken vanuit 1 plan voor de leerling op school Scholen voor gespecialiseerd onderwijs maken al jaren voor iedere leerling een eigen plan (OPP). Dat plan is leidend voor de inzet van leerkrachten en onderwijsassistenten. Veel leerlingen hebben aanvullende jeugdhulp nodig. Voor de inzet van de jeugdhulp moet de school in de huidige werkwijze in overleg met de gemeente waar de leerling woont en vaak zelfs het wijkteam binnen de gemeente waar de leerling woont. Dit betekent dat voor iedere leerling er naast het schoolplan (OPP) een aparte route gelopen moet worden voordat de jeugdhulp geregeld is. De school werkt daarom al snel samen met meerdere jeugdhulpregio’s en een tiental gemeenten (zie figuur 6), met ieder hun eigen werkwijze. Wettechnisch gezien is deze aparte route voor jeugdhulp niet nodig. De wet op de jeugdhulp vereist dat er gewerkt wordt vanuit een plan, dit kan een familiegroepsplan zijn (deze moet in ieder geval aangeboden worden), maar mag ook een ander plan zijn. Belangrijkste eis is dat ouders hun vragen en ondersteuningsbehoefte kenbaar hebben kunnen maken en de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van cliëntondersteuning.
Juist dit is het uitgangspunt bij het beschrijven en vaststellen van het OPP: scholen moeten altijd met ouders het handelingsdeel van dit plan afstemmen, ouders wordt gevraagd in te stemmen met het plan. Het werken vanuit een gezamenlijk plan versterkt het werken vanuit een gedeelde visie, met een gezamenlijk mandaat, onderling vertrouwen, gedeelde sturing (Oberon en KBA Nijmegen, 2018). Jeugdhulp na een individuele verwijzing
Angsttherapie
gezinsplan
Persoonlijke ambulante begeleiding
Extra onderwijsondersteuning
OPP
54
Figuur 11 In de huidige werkwijze is een gezinsplan (of ander gemeentelijk erkend document) nodig om jeugdhulp te starten.
Jeugdhulp op school
onderwijsondersteuning
Systeemtherapie
gezinsplan
OPP (met zorg)
57
Figuur 12 In de nieuwe werkwijze kan jeugdhulp op school direct starten op basis van de doelen beschreven in het OPP. Er is wel afstemming nodig met de jeugdhulp in de thuissituatie.
31
?
Stemmen gemeenten en samenwerkingsverbanden overeen dat het OPP steeds meer gebruikt kan worden als basis voor de inzet van jeugdhulp, zodat de school en de jeugdhulpaanbieder hun gezamenlijke inzet en rapportage kan baseren op de doelen in dit plan
Een leerling die thuiszitter was, is begonnen met onderwijs op de school Heliomare. Hij begon dit schooljaar onder niveau 3. Na nog geen half jaar onderwijs functioneert hij nu op groep 6 doordat de omgeving is afgestemd op wat het kind nodig heeft. Er is goede afstemming geweest met de benodigde hulp in de thuissituatie. Afstemming ondersteuning onderwijs en thuis è Van groot belang voor scholen gespecialiseerd onderwijs is dat de afstemming tussen zorg op school en thuis vereenvoudigd wordt: o Bijvoorbeeld door een regionaal team van regionaal werkende CJG coaches aan te stellen; o En/of ervoor te zorgen dat het CJG/de gemeentelijke toegang zorgt voor de afstemming met coaches van andere wijken/gemeenten. ? Welke keuze maken gemeenten en samenwerkingsverbanden om de afstemming tussen ‘school’ en ‘thuis’ te vereenvoudigen?
In de praktijk: afstemming tussen school en thuis op de Van Voorthuijsen school Een leerling heeft zowel ondersteuning nodig op school als na school en in weekend. Er is goede samenwerking met de CJG coach die werkt voor de Haarlemse/Schalkwijks jeugdigen. Naast een goed programma tijdens schooltijd is er naschoolse opvang (NSO) en weekendopvang nodig voor de leerling, ook in de thuissituatie is hulp nodig. De CJG coach zet NSO in op voorwaarde dat ouders ook akkoord gaan met pedagogische begeleiding. De school merkt dat het goed gaat met de leerling op school. Die nauwe samenwerking wordt als heel prettig ervaren en zou voor alle leerlingen uit de hele regio op die manier moeten werken. De school merkt tegelijkertijd dat de CJG coach wel zo kan werken voor leerlingen uit de eigen wijk, maar voor leerlingen uit andere wijken en gemeenten moet de school zelf contact zoeken met de coaches uit die wijk of gemeente. In feite is de ‘vaste contactpersoon’ alleen inzetbaar voor leerlingen uit de wijk om school.
Meten van resultaten Het plan voor de leerling op school (OPP) kan de basis zijn van waaruit gewerkt en gerapporteerd wordt, gemeenten en onderwijs maken afspraken over de inhoud en totstandkoming van de plannen voorafgaand aan aanmelding en tijdens de schoolloopbaan. Dit kan door het zorgteam van de school (CvB) te versterken met jeugdhulpexpertise. Het plan dat school en jeugdprofessionals samen met ouders opstellen (en waarin zowel onderwijs- als zorgdoelen staan opgenomen) kan dan leidend zijn voor zowel de onderwijs- als jeugdhulpondersteuning. De scholen worden geacht te werken aan het perspectief voor de leerling. Jeugdhulpaanbieders worden geacht te werken aan doelrealisatie, cliënttevredenheid en voorkomen van vroegtijdige uitval uit hulptrajecten. Ouders stemmen met een handtekening in met de handelingsdoelen in dit plan. Ouders die niet instemmen met dit plan ontvangen ten aanzien van het jeugdhulpdeel alsnog een beschikking zodat zij bezwaar kunnen indienen bij de gemeente. Scholen en jeugdhulpaanbieder kunnen ook de voortgang bijhouden op basis van dit plan door inzichtelijk te maken: - of doelen bereikt worden: - of ouders tevreden zijn; - of uitval voorkomen wordt
32
Deze (jeugdhulp)indicatoren kunnen volgens enkele scholen op kindniveau en schoolniveau inzichtelijk worden gemaakt. ?
Stemmen gemeenten en samenwerkingsverbanden overeen dat aanmelding voor scholen verloopt met een gezamenlijk vastgesteld werkwijze zodat voorafgaand aan de aanmelding inzichtelijk is wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte is?
Van Voorthuijsen, Haarlem Wij zouden zonder problemen met de jeugdhulpaanbieder in ons plan kunnen opnemen welke sociale en emotionele doelen we willen bereiken. Probleem is alleen nu dat er dan steeds van een andere gemeente een jeugdhulpmedewerker moet aansluiten als voor het bereiken van die doelen jeugdhulp nodig is. En voor ieder kind zijn we vervolgens gebonden aan een aparte indicatie. In het ideale geval zouden we willen dat we kunnen werken vanuit 1 plan. Wij kunnen in dit plan opnemen of doelen bereikt worden, of er sprake is van uitstroom en met welke reden, of ouders tevreden zijn.
33
Deel 5: Overzicht te maken keuzes en mogelijk voorkeursscenario onderwijs ? ? ? ?
? ? ? ? ? ?
? ? ? ?
Welke taken worden onderdeel van de opdracht aan de collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder? o Maakt naschoolse opvang deel uit van de opdracht aan de collectief te bekostigen aanbieder? o Maakt S-GGZ zorg deel uit van de opdracht aan de collectief te bekostigen aanbieder? Wordt preventief aanbod toegevoegd aan de taken van de (collectief te bekostigen) jeugdhulpaanbieder? Wordt gekozen voor een kindbedrag voor alle scholen gelijk of wordt het kindbedrag afgestemd op het type onderwijs of de school? Welke keuze maken gemeenten en samenwerkingsverbanden in de regio ten aanzien van gemeenten buiten de regio? Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden ervoor om ten aanzien van de scholen in Zuid-Kennemerland en IJmond te gaan werken met een vast bedrag per leerling als voorwaarde voor toelating van leerlingen uit gemeenten buiten de jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland en IJmond.
Hoe wordt omgegaan met het bieden van zorg aan leerlingen uit gemeenten waar (nog) geen afspraken mee zijn gemaakt, mag de jeugdhulpaanbieder deze leerlingen begeleiden? Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden ervoor om richtlijnen op te stellen wat (inhoudelijk gezien) tot de taken van onderwijs en jeugdhulp behoort, of wordt dit aan de professionals overgelaten? Welke keuzes maken samenwerkingsverbanden ten aanzien van inschrijving van jeugdigen als zij deelnemen in een ZOA? Welke keuzes worden gemaakt als het gaat om bekostiging van onderwijs op zorglocaties (ZOA)? Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden voor een andere wijze van bekostigen (collectief) zodat de financiering dienstbaar kan worden gemaakt aan het doel en de doelgroep? Is het wenselijk om bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd en bekostiging OZA’s op de scholen mee te nemen in 1 gezamenlijke opdracht waarbij de zorgaanbieder zowel de jeugdhulp tijdens onderwijstijd biedt als zorgdraagt voor begeleiding van leerlingen met een intensieve zorgbehoefte (in een OZA).
Op welke wijze wordt er zorggedragen voor een goede overgang bij start van onderwijsdeelname? Welke keuze maakt men voor financiering hiervan? Stemmen gemeenten en samenwerkingsverbanden overeen dat het OPP steeds meer gebruikt kan worden als basis voor de inzet van jeugdhulp, zodat de school en de jeugdhulpaanbieder haar inzet en rapportage kan baseren op de doelen in dit plan Welke keuze maken gemeenten en samenwerking om de afstemming tussen ‘school’ en ‘thuis’ te vereenvoudigen? Stemmen gemeenten en samenwerkingsverbanden overeen dat aanmelding voor scholen verloopt met een gezamenlijk vastgesteld werkwijze zodat voorafgaand aan de aanmelding inzichtelijk is wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte is?
Mogelijk scenario op basis van input van scholen -
Gemeentes en samenwerkingsverbanden kiezen voor collectieve bekostiging voor alle leerlingen woonachtig in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond; Voor leerlingen van buiten de regio geldt de volgende werkwijze: § Gemeentes waar veel leerlingen vandaan komen worden benaderd om te participeren in de collectieve bekostiging (Haarlemmermeer heeft ambtelijk al aangegeven aan te willen sluiten op deze ontwikkeling); § Gemeentes waar enkele leerlingen vandaan komen geldt bij verlenging van de jeugdhulpindicatie van of bij nieuwe aanmeldingen dat als voorwaarde wordt gesteld voor plaatsing dat de gemeente instemt met betaling van het kindbedrag, voor nieuwe leerlingen; § Basisuitgangspunt is dat alle jeugdigen op scholen ondersteund kunnen worden, ongeacht de woonplaats om segregatie te voorkomen.
34
-
-
-
-
-
Het effectiever organiseren van jeugdhulp (met behulp van collectieve bekostiging) wordt volgens een ‘groeimodel’ geïmplementeerd, waarbij er ruimte moet blijven voor differentatie per school. Hiermee wordt bedoeld dat collectieve bekostiging vanaf het begin op alle scholen wordt toegepast voor enkele jeugdhulpvormen (bijvoorbeeld begeleiding en groepsbehandeling). Aanvullend wordt er (mede op basis van voorkeuren van scholen) geleerd van verschillende modellen. Het collectief bekostigen van preventie of bijvoorbeeld s-GGZ kan eerst op één of enkele scholen worden toegepast om helder te krijgen wat effecten zijn en of het wenselijk is om dit op meerdere of alle scholen toe te passen. Differentiatie per school blijft Gemeenten en schoolbesturen maken gezamenlijk afspraken voor monitoring van de effecten. Daarbij vindt monitoring plaats op de resultaten voor kinderen en hun gezinnen, maar wordt ook de ervaringen van scholen, aanbieders en andere belanghebbenden verzameld om gezamenlijk keuze te maken voor verdere implementatie (van het groeimodel). Het aanvragen van de EMB regeling is voorwaardelijk voor de inzet van collectief te bekostigen jeugdhulp.
De telling van het aantal leerlingen vindt plaats op 1 februari (analoog aan de telling voor de onderwijsbekostiging per 1-1-2023); Gemeenten en onderwijs maken bekostigingsafspraken die kunnen verschillen voor jeugdhulp op school, OZA’ s en ZOA’s. o Jeugdigen die niet ingeschreven kunnen worden (omdat zij niet kunnen toegroeien naar volledig onderwijs) ontvangen enkele uren onderwijs per week op basis van de daadwerkelijke kosten, zij worden niet ingeschreven; o De OZA’s worden ook collectief bekostigd, waarbij het gemiddeld aantal uren tot stand komt op basis van de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep, deze zal afwijken van de door Bureau Berenschot berekende 2 uur. Leerlingen op scholen die niet over een OZA beschikken kunnen voor een hoger aantal begeleidingsuren in aanmerking komen. Hier zouden criteria voor benoemd kunnen worden waaruit blijkt dat een leerling in aanmerking zou komen voor een OZA.
Aanbieders die op een school zowel jeugdhulp tijdens onderwijstijd als een OZA kunnen verzorgen hebben de voorkeur omdat zij kunnen zorgdragen voor samenhang, continuïteit en een ononderbroken ontwikkeling, de school heeft een stem in de te betrekken jeugdhulpaanbieder(s); Het verdelen van het aanbod onderwijs en zorg in drie ‘soorten’ moet faciliterend zijn voor een beweging richting inclusiever onderwijs en is niet bedoeld om leerlingen te ordenen, maar om hen de mogelijkheid te geven om te werken aan optimale ontwikkelkansen: o De jeugdhulpaanbieder ontvangt daarom voldoende ruimte om: § Leerlingen die deelnemen aan het volledige onderwijsprogramma enkele uren jeugdhulp per week te bieden (2 uur) § Leerlingen die in aanmerking komen voor een OZA te voorzien van intensievere pedagogische begeleiding § Zorg te dragen voor nazorg tijdens overgangsfases maakt expliciet onderdeel uit van de opdracht aan jeugdhulpaanbieders; Er is per school een vaste CJG coach in de Commissie van Begeleiding die de opdracht en het mandaat heeft om zorg te dragen voor afstemming van jeugdhulp op school en jeugdhulp thuis. Het OPP vormt de basis voor het inzetten van jeugdhulp tijdens onderwijstijd. Ouders die niet instemmen met het OPP ontvangen een beschikking, zodat zij bezwaar kunnen maken.
Elke school maakt samen met de jeugdhulpaanbieder eenmaal per jaar inzichtelijk in welke mate: § Doelen per leerling worden bereikt § Welke in en doorstroom (succesvol) heeft plaatsgevonden § Ouders tevreden zijn over het aanbod van de school en de aanbieder.
35
Bijlage 1: Overzicht OZA’s/ZOA’s Voortgezet Onderwijs Naam Flexarrangement
Doorstroomklas (DSK)
De Opmaat Pilot Megakids (proeftuin)
+VO
Zorggroep Van Voorthuijsenschool
IBL groep de Schelp
Prelisenum
Perspectief Leerwerkbedrijven
Arrangementen en voorzieningen Doelgroep Jongeren met intensieve problematiek die (tijdelijk) geen onderwijs volgen binnen een school Jongeren die passend zijn op de Daaf Geluk VSO of de Prof. Dr. Gunningschool VSO maar vanwege (dreigend) thuiszitten tijdelijk maatwerk nodig hebben Jongeren die vanwege (dreigend) thuiszitten tijdelijk maatwerk nodig hebben Thuiszitters met overwegend internaliserende problematiek voor wie ander aanbod binnen de regio geen optie is en die leergericht een onderwijsbehoefte hebben om richting hun toekomstperspectief te ontwikkelen Jongeren die vastlopen op de huidige school en waarvan de ondersteuningsbehoeften en de vorm van passend onderwijs onvoldoende duidelijk is Jongeren op zeer moeilijk lerend niveau die onvoldoende in staat zijn onderwijs te volgen in de reguliere ZMLK-klassen maar wel een ontwikkelingsbehoefte/onderwijsbehoefte hebben Jongeren op zeer moeilijk lerend niveau die onvoldoende in staat zijn onderwijs te volgen in de reguliere ZMLK-klassen maar wel een ontwikkelingsbehoefte/onderwijsbehoefte hebben Jongeren met VWO intelligentie, maar onvoldoende metacognitieve vaardigheden of sociaal-emotioneel nog niet ver genoeg voor de overstap PO-VO Praktijkgerichte jongeren zonder startkwalificatie die vastlopen op de huidige school, (dreigende) thuiszitters zijn, of onvoldoende aan kunnen sluiten op een regulier
arbeidstraject/reguliere MBO
Status school van inschrijving in samenwerking met verschillende ketenpartners Daaf Geluk VSO en Prof. Dr. Gunningschool VSO met verschillende ketenpartners
Molenduin in samenwerking met Levvel5 school van inschrijving in samenwerking met Megakids
Momenteel geen OZA, deze wens is er wel
Momenteel geen OZA, deze wens is er wel
Momenteel geen OZA, deze wens is er wel
Geen OZA
OZA Perspectief in samenwerking met Kenter
36
Bijlage 2: Risico- en kansenparagraaf In deze bijlage staat een overzicht van kansen en risico’s uit het eerdere voorstel. Per kans/risico staat weergegeven hoe hierop geanticipeerd kan worden. Kansen:
-
-
-
-
-
-
De nieuwe wijze van bekostigen is ter vervanging van een oude werkwijze die als onwenselijk werd ervaren. De individuele bekostiging leidde steeds opnieuw tot benodigd overleg en verwijzingsprocedures. Collectieve bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd en OZA’s voorkomt dat voor 1873 leerlingen individuele verwijzingen nodig zijn. Alleen een nieuwe wijze van bekostigen levert onvoldoende baten op. De nieuwe wijze van bekostigen biedt mogelijkheden om op innovatieve wijze samen te werken mits scholen en jeugdhulpaanbieders hiervoor de ruimte nemen en krijgen. Deze kunnen zij verwoorden in hun gezamenlijke plan zoals beschreven in dit voorstel; Scholen zien mogelijkheden om met de nieuwe werkwijze meer doelgroepgericht te werken aan inclusie. De nieuwe bekostiging en werkwijze kan een aanzet zijn tot inclusievere onderwijsvoorzieningen. Het onderwijs en de jeugdhulpaanbieder kunnen gezamenlijk werken aan het stimuleren van deelname aan regulier onderwijs of het voorkomen van uitstroom richting kinderdagcentra/bijdragen aan uitstroom vanuit kinderdagcentra. Dit is in lijn met de landelijke en regionale ontwikkeling richting inclusief. Let op: zie ook risico! De kosten-batenanalyses laten zien dat een andere wijze van opdrachtverlening en bekostiging bijdraagt aan zowel inclusie als kostenbesparing.
De nieuwe werkwijze draagt bij aan immateriële en maatschappelijke opbrengsten die ‘baten’ opleveren voor meer partijen dan alleen onderwijs en het jeugdhulpdomein. Thuiszitten wordt voorkomen, instroom in onderwijs wordt ondersteund met passende bekostiging. Het werken met vaste CJG-coaches en jeugdhulpaanbieders per school, biedt mogelijkheden om beter samenhang aan te brengen met hulp thuis en na school (waaronder naschoolse opvang). Het OPP kan als basis dienen voor inzet van jeugdhulp op school. Een regionaal team van CJG coaches kan zorgdragen voor afstemming. De samenwerking tussen onderwijs en CJG kan verstevigd worden, mits de rollen van onderwijs, CJG en jeugdhulpaanbieder helder beschreven worden ten aanzien van alle leerlingen, rekening houdend met de woonplaats. In de rolbeschrijving van het CJG Kennemerland en IJmond dient aandacht te zijn voor de rolbeschrijving van het CJG ten opzichte van de CVB, benodigde fte, de onderlinge verwachtingen tussen onderwijs en CJG, de werkwijze ten aanzien van jeugdigen uit Heemstede en de werkwijze voor jeugdigen uit andere gemeenten die niet deelnemen aan de volumebekostigde jeugdhulp. Het CJG kan zorgdragen voor samenhang tussen jeugdhulp op school en jeugdhulp thuis/jeugdhulp na school.
37
Risico’s
-
-
-
-
-
Er lopen tijdens en na implementatie van de nieuwe werkwijze twee werkwijzen door elkaar. Per saldo moet dit huidige knelpunten in ieder geval deels wegnemen. In bepaalde situaties blijft de huidige werkwijze van toepassing: o Er zullen jeugdigen zijn die woonachtig zijn in gemeentes die niet participeren in deze nieuwe werkwijze; o Voor jeugdhulpvragen die buiten de opdracht van de jeugdhulpaanbieder vragen (bijvoorbeeld omdat het gaat om hulp in de thuissituatie) blijft ook de bestaande werkwijze van toepassing. Het aantal jeugdigen dat woont in gemeenten buiten de regio is voor het gespecialiseerd basisonderwijs zeer beperkt. Het organiseren van jeugdhulp in school heeft het risico in zich dat jeugdhulp de preventieve taak van JGZ en CJG verdringt. De jeugdhulpaanbieders signaleert sneller, met het risico dat de ondersteuningsvraag wordt beantwoord door de jeugdhulpaanbieder, terwijl deze ook beantwoord had kunnen worden met aanpassingen in het dagelijks leven (normaliseren) of met behulp van een preventieve interventie. Gemeenten en samenwerkingsverbanden moeten een expliciete keuze maken of preventie onderdeel wordt van de taak van de jeugdhulpaanbieder verbonden aan school. De route via de huisarts vormt een risico voor het vergroten van het substitutie-effect.
Met andere woorden: zolang ouders de route via de huisarts blijven benutten, is er risico dat de taak van de jeugdhulpaanbieder op school overlapt met die van de jeugdhulpaanbieder die na een verwijzing door de huisarts de jeugdige ondersteunt. Voorafgaand aan de start van de nieuwe werkwijze is communicatie aan ouders en huisartsen nodig. Afstemming met CJG is van groot belang. De druk op de budgetten van de jeugdhulp kan ertoe leiden dat deze van invloed is op de totstandkoming van de budgetten en de tarieven. Er dient steeds zorgvuldig aandacht te zijn voor het feit dat de nieuwe werkwijze bedoeld is ter vervanging van een oude werkwijze uitgaand van de bestaande taak van gemeenten om jeugdhulpvragen te beantwoorden. Bij de totstandkoming van de budgetten en tarieven is het van belang om reële en haalbare afspraken te maken, rekening houdend met een balans tussen de oude, ongewenste situatie, de ideale situatie en de beschikbare budgetten; De taak en opdracht van de school en jeugdhulpaanbieder verschuift door onduidelijkheid over taakafbakening, organisatorische (bijvoorbeeld wachtlijsten) of maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld inclusie, zie ook kansen). Enkele voorbeelden: o Het streven naar inclusie kan leiden tot het verschuiven van grenzen van de opdracht van onderwijs en jeugdhulpaanbieders in onderwijstijd.
In dit voorstel wordt er vanuit gegaan dat de nieuwe wijze van bekostigen ter substitutie is van jeugdhulpproducten ‘begeleiding, behandeling en persoonlijke verzorging’. De grens tussen het volgen van onderwijs op een schoollocatie met aanvullende
38
-
jeugdhulp en het ontvangen van dagbesteding op een KDC met aanvullend onderwijs is dun19. Het bieden van begeleiding op een schoollocatie kan geleidelijk in de plaats komen van het bieden van dagbesteding20. Het aanpassen van de taken en opdracht van de school en jeugdhulpaanbieder dient altijd samen te gaan met afwegingen ten aanzien van te substitueren jeugdhulpproducten en de daarbij horende bekostiging en tarieven. o Wachtlijsten voor plaatsing in KDC’s kunnen bovenstaand effect versterken: jeugdhulpaanbieders gaan op scholen ‘compenseren’ voor het feit dat de jeugdige op de wachtlijst staat voor een KDC. Jeugdigen kunnen nog niet terecht op een KDC, blijven onderwijs volgen en de jeugdhulpaanbieder biedt jeugdhulp die feitelijk gedefinieerd zou kunnen worden als ‘dagbesteding’ (een deel van de jeugdhulpaanbieders die jeugdhulp biedt op scholen, biedt zelf ook dagbesteding). Een expliciete keuze is vereist ten aanzien van collectieve bekostiging van OZA’s. Er ontstaat verschil van inzicht tussen onderwijs en CJG/jeugdhulpaanbieders over de samenwerking of de rollen en taken ten aanzien van individuele jeugdigen. In die situaties dient duidelijk te zijn hoe tot een besluit wordt gekomen. Gemeentes en samenwerkingsverbanden moeten een expliciete keuze maken of hiervoor tools worden ontwikkeld/gekopieerd vanuit andere regio’s .
19
Tegelijkertijd met dit voorstel wordt gewerkt aan organisatie van onderwijs op KDC’s. Samenhang tussen beide ontwikkeling draagt eraan bij dat rollen en taken helder blijven en elkaar aanvullen. 20 Hier wordt dagbesteding breed opgevat: het gaat om zowel dagbesteding voor leerlingen onder 16 als leerlingen van 16 jaar en ouder waar sprake kan zijn van dagbesteding vanuit/ ter voorbereiding op WMOdagbesteding.
39
Bijlage 3: literatuur en verwijzingen Bakker, W., Van Biemen, T., Blokzijl, L., Castelijns, E. & Van der Mark, E. (2019). Inzicht in zorg in onderwijstijd. Onderzoek naar de organisatie en financiering van ondersteuning in het gespecialiseerd (voortgezet) onderwijs. Utrecht: Berenschot. Bakker, W., Varwijk, J. (2020). Zorg in Onderwijstijd. Onderzoek naar de financiering van jeugdzorg in cluster III scholen in Zuid-Kennemerland en Ijmond. Utrecht: Berenschot. Binsbergen, M.H. van, Koopman, P.N.J., Lourens, J. (2020) In een hand: specialistische jeugdhulp in het speciaal onderwijs. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Broek, van den , T. (2021). Financiering dienstbaar maken. Utrecht: AEF. Grinten, van der, M. ; Walraven, M ; Kooij, D, Bomhof, M. (Oberon). Smeets, E.(KBA Nijmegen), Ledoux, G. & Waslander, S. (2018). Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp. Amsterdam/Tilburg: Kohnstamm Instituut / TIAS School for Business and Society. Hilderink, A. (en anderen). (2020). Stelsel in groei, onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. Utrecht. AEF. (pagina 166 – 179). Inspectie Jeugdzorg. Toetsingskader verantwoorde hulp voor jeugd, jeugdhulp met verblijf. Lazrak, F. (2020) MKBA jeugdhulp in school: De maatschappelijke effecten van ondersteuning via lumpsumfinanciering van aanbieder in Almere. AEPB Onderzoek en Advies. Ledoux, G. & Waslander, S., & Eimers, T.
(2020). Evaluatie passend onderwijs, Eindrapport mei 2020. Amsterdam/Tilburg/Nijmegen: Kohnstamm Instituut/ TIAS School for Business and Society/KBA Nijmegen. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2020). De derde onderwijs en zorgbrief. Peeters, R., Lamers, M., Rats, E. & Zunderdorp, M. (2018). Met andere ogen. Advies voor versnelling en bestendiging van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd. In opdracht van coalitie onderwijs-zorg-jeugd. Rutgers, E., Hilderink, A. Venhuizen, M. & Niessen, I. (2018). Op weg naar een optimale ontwikkeling voor ieder kind, onderzoek maatregel 8 onderwijszorgbrief. Utrecht: AEF. Zorgwijzer.nl
40