20220937770 06. Bijlage 1.4. Visiedocument m.b.t. onderwijs
Tekst van het document
Op weg naar collectieve bekostiging van jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond Gesprekspunten en te maken keuzes op basis van gesprekken met scholen Versie 24 februari 2022
Inhoudsopgave
Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 Deel 1: Collectieve bekostiging: uitgangspunten ............................................................................................. 5 Het huidige financieringsmodel en het beoogde model ..................................................................................... 5 Collectieve bekostiging en toch individuele uitvoering ....................................................................................... 6 Jeugdhulp tijdens schooltijd en na schooltijd...................................................................................................... 6 WLZ en zorgverzekeringwet................................................................................................................................ 6 Landelijke ontwikkelingen collectieve bekostiging ........................................................................................ 6 Hulp aan leerlingen met een ernstig meervoudige beperking (EMB-regeling) ................................................... 7 Ontwikkelingen onder voorbehoud ....................................................................................................................
8 Definities ............................................................................................................................................................. 9 Deel 2: Collectieve jeugdhulp: reikwijdte en omvang in cijfers ...................................................................... 11 Wat zijn de taken van de collectief bekostigde jeugdhulpaanbieder?.............................................................. 11 Te substitueren producten .......................................................................................................................... 11 Preventief aanbod in het gespecialiseerd onderwijs ................................................................................... 13 Het te berekenen kindbedrag ........................................................................................................................... 14 Aantal leerlingen uit de regio en van buiten de regio ....................................................................................... 15 Collectief bekostigde jeugdhulp: een eind aan de discussie op school of het gaat om onderwijs of jeugdhulp tijdens onderwijstijd?........................................................................................................................................
16 Deel 3: Jeugdhulp tijdens onderwijstijd als onderdeel van een continuüm.................................................... 19 Onderwijs aan kleine groepen en financieringswijzen ...................................................................................... 19 Overzicht van leerlingenaantallen en specifieke groepen (OZA’s en ZOA’s) per school.................................... 19 Inclusie (waaronder afbouw Jeugdzorg Plus) en ontwikkelrecht: wijzigingen met grote gevolgen ................. 22 Het werken met verschillende zorgintensiteiten (jeugdhulp tijdens onderwijstijd en OZA’s) op scholen en gevolgen voor collectieve bekostiging .............................................................................................................. 22 Van reactief en individueel werken naar proactief, doelgroepgericht werken aan inclusie ............................. 22 Bekostiging van onderwijs op zorglocaties in kader van ontwikkelrecht (ZOA’s) ............................................. 23 Inhoud en bekostiging van OZA’s .....................................................................................................................
24 Een rekenvoorbeeld bij collectieve bekostiging van OZA’s (beschikbaarheidsfinanciering op basis van kostprijzen bij gezamenlijke financiering).................................................................................................... 26 Scenario’s voor telling en berekening ............................................................................................................... 26 Zorgdragen voor een continuüm met aandacht voor soepele overgangen ...................................................... 27 Nazorg en extra begeleiding bij een overgang ............................................................................................ 27 Keuzes ten aanzien van inschrijving en gevolgen bekostiging .......................................................................... 29 Kosten en baten op casusniveau van een leerling die vanuit zorg startte met het volgen van onderwijs .. 29 Deel 4: 1 kind, 1 plan .................................................................................................................................... 31 Collectieve jeugdhulp = werken vanuit 1 plan voor de leerling op school......................................................... 31 Afstemming ondersteuning onderwijs en thuis ........................................................................................... 32
2
Meten van resultaten ....................................................................................................................................... 32 Deel 5: Overzicht te maken keuzes en mogelijk voorkeursscenario onderwijs ............................................... 34 Mogelijk scenario op basis van input van scholen ............................................................................................ 34 Bijlage 1: Overzicht OZA’s/ZOA’s Voortgezet Onderwijs ............................................................................... 36 Bijlage 2: Risico- en kansenparagraaf ............................................................................................................ 37 Bijlage 3: literatuur en verwijzingen.............................................................................................................. 40
3
Inleiding In het voorjaar/de zomer van 2021 zijn gemeenten en samenwerkingsverbanden overeengekomen dat collectieve bekostiging verder verkend wordt als onderdeel van het verwervingsproces. Het voornemen was een vervolg op een onderzoek van Bureau Berenschot naar zorg tijdens onderwijstijd.1 Conclusie van dit rapport was dat gemeenten per ingeschreven leerling een gemiddeld aantal uren jeugdhulp beschikbaar kan stellen om de bekostiging eenvoudiger (collectief in plaats van individueel) te regelen. Deze conclusie en het voornemen om over te gaan tot collectief bekostigde jeugdhulp heeft inmiddels een plek gekregen in de regiovisie verwervingstraject gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond, het jeugdondersteuningsplan van ZuidKennemerland (OOGO ZK) en uitvoeringsagenda van IJmond (OOGO IJmond). Het voornemen betreft zowel cluster III onderwijs als cluster IV/SBO onderwijs (IKC’s in het primair onderwijs). In dit rapport staat beschreven (op basis van informatie van en gesprekken met scholen) wat collectieve bekostiging in de praktijk inhoudt, wat effecten zijn volgens de scholen en welke afwegingen nog gemaakt moeten worden.
Dit rapport gaat in op: - Definities en afbakening van collectieve bekostiging: uitgangspunten - Nader te bepalen reikwijdte en omvang van collectieve bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd; - Collectieve bekostiging als onderdeel van en middel om te komen tot een zorgcontinuüm; - Afstemming tussen jeugdhulp op school en jeugdhulp thuis. Leeswijzer - Diverse afweging en keuzemomenten worden verhelderd aan de hand van voorbeelden in tekstvakken. è Samenvattingen en conclusies die van belang zijn voor afwegingen staan aangegeven met een pijl. ? Afwegingen en te maken keuzes zijn te herkennen aan het vraagteken.
1
Het onderzoek is uitgevoerd in 2020 in opdracht van de gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond. Er is op de scholen Heliomare, de Parel, de Schelp en de Van Voorthuijsenschool inzichtelijk gemaakt hoeveel extra ondersteuning tijdens onderwijstijd nodig is en hoe de bekostiging verdeeld kan worden over onderwijs en gemeenten.
4
Deel 1: Collectieve bekostiging: uitgangspunten Het voornemen van de regio Zuid-Kennemerland en IJmond om over te gaan tot collectieve bekostiging van jeugdhulp tijdens onderwijstijd is een alternatief voor de huidige vorm van bekostiging waarbij jeugdhulp per individueel kind na verwijzing beschikbaar wordt gesteld. Daarmee wordt jeugdhulp tijdens onderwijstijd effectiever georganiseerd en wordt regeldruk bij scholen en gemeentelijke toegang tot jeugdhulp weggenomen (Berenschot, 2019; Berenschot, 2020).
Het huidige financieringsmodel en het beoogde model In de huidige situatie ontvangen jeugdigen met een jeugdhulpvraag ondersteuning na verwijzing door de gemeentelijke toegang. Vervolgens gaat de jeugdwet en het gemeentelijk beleid ervan uit dat vooral overleg met ouders plaatsvindt over doelen van jeugdhulp en de benodigde aanbieder. In het gespecialiseerd onderwijs komt het vaak voor dat leerlingen een jeugdhulpvraag hebben die tijdens onderwijstijd om ondersteuning vraagt. Dit levert knelpunten op. Scholen noemen de volgende knelpunten veelvuldig: - Jeugdhulp moet individueel aangevraagd en georganiseerd worden. Scholen signaleren een hulpvraag en zijn (in overleg met ouders) veel tijd kwijt met de voorbereiding. Scholen bespreken met ouders wat nodig is, wat zij zien op school. Scholen gaan het overleg aan met gemeenten (afhankelijk van de woonplaats). In de toekenning zelf spelen scholen geen rol, achteraf worden scholen wel geconfronteerd met een veelheid aan aanbieders die binnen de muren van de school werkzaamheden verrichten; - Niet effectieve inzet van middelen. De jeugdhulpaanbieder is gebonden aan de individuele verwijzing per kind. Er is bijvoorbeeld een medewerker op bepaalde tijden aanwezig terwijl de jeugdige niet altijd op dat moment jeugdhulp nodig heeft.
Als de leerling ondersteuning nodig heeft, is niet altijd een jeugdhulpaanbieder aanwezig; Er zijn daarnaast meerdere aanbieders per school en per klas en de afstemming tussen schoolondersteuning en jeugdhulpondersteuning verloopt moeizaam. - De aanvraagprocedure duurt te lang. Omdat de start van jeugdhulp soms (te) lang op zich wacht, ontstaat er onrust in de klas, waardoor de ondersteuningsbehoefte van andere leerlingen toeneemt; Het voornemen in de regio betreft het vervangen van deze huidige werkwijze (productiefinanciering) voor beschikbaarheidsfinanciering (zie onderstaand schema). Uit het onderzoek van Bureau Berenschot en de besluiten in de regio gaat het om een voornemen om te komen tot beschikbaarheidsfinanciering: jeugdhulp tijdens onderwijstijd wordt vooraf gefinancierd op basis van een inschatting van de benodigde tijd per ingeschreven leerling. Bureau Berenschot berekende dat voor leerlingen in cluster III scholen 2 uur per leerling nodig zou zijn. De twee uur is tot stand gekomen op basis van het onderzoek naar de huidige ondersteuning en onderbouwde aannames. Zo is de aanname gedaan dat de huidige geboden ondersteuning overeen komt met dat wat jeugdigen nodig hebben. Deze aanname is onderbouwd met een steekproef van 12 leerlingen. Ook zijn aannames gedaan ten aanzien van de verantwoordelijkheidsverdeling.
Aanvullend heeft Bureau Berenschot twee scenario’s geschetst bij andere aannames. De twee alternatieve scenario’s lieten lagere urenaantallen zien. Belangrijk hierbij is dat binnen het onderwijs er ook sprake kan zijn van aanvullende individuele ondersteuning aan leerlingen met extra/specialistische ondersteuningsbehoeften. Parallel aan het voornemen tot collectieve bekostiging jeugdhulp werkt het samenwerkingsverband PO-ZK ook aan het collectief bekostigen van de passend onderwijsmiddelen (TLV’s) voor de IKC locaties in Zuid-Kennemerland. Hierdoor kunnen scholen en jeugdhulpaanbieder in de beoogde situatie gezamenlijk vooraf (op basis van de beschikbaar gestelde financiering) bepalen hoe zij de ondersteuning voor leerlingen op de school gaan vormgeven.
5
Figuur 1 Overzicht van mogelijke financieringsmodellen (AEF: Financiering dienstbaar maken, 2021).
Collectieve bekostiging en toch individuele uitvoering
Het is belangrijk om duidelijk te maken dat het ‘collectieve’ de bekostiging betreft. Collectieve bekostiging betekent niet dat de jeugdhulpaanbieder met die middelen alleen maar jeugdhulp mag verlenen ten behoeve van een groep. Een jeugdhulpaanbieder die de opdracht krijgt om leerlingen te helpen tijdens onderwijstijd (en die daarvoor collectieve bekostiging ontvangt) kan binnen die opdracht nog steeds leerlingen individueel ondersteunen (AEF, 2021). De jeugdhulpaanbieder is, in tegenstelling tot de huidige werkwijze, niet meer gebonden aan indicaties of beschikkingen per kind. De jeugdhulpaanbieder kan ondersteunen op het moment dat het nodig is en is flexibeler om datgene te doen wat nodig is binnen de school. Activiteiten gericht op individuele kinderen kunnen (net als de individueel gerichte extra onderwijsondersteuning) onderdeel zijn van het plan voor de leerling op school (Ontwikkelings Perspectief Plan, OPP). Dit betekent ook dat collectieve bekostiging zorgt voor een afname van de werkdruk bij de gemeentelijke toegang en overlegtijd op scholen bespaard wordt (AEF, 2020).
Jeugdhulp tijdens schooltijd en na schooltijd Leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs (en/of hun gezinnen) hebben geregeld ook jeugdhulp thuis of na school nodig. Deze jeugdhulp blijft beschikbaar na een individuele verwijzing. Het blijft daarom van groot belang dat de school en aanbieders zorgen voor goede samenhang tussen de jeugdhulp op school en na schooltijd. Het zorgteam van de school (in het gespecialiseerd onderwijs vaak Commissie van Begeleiding genoemd) speelt een belangrijke rol in deze afstemming samen met de gemeentelijke toegang/CJG.
WLZ en zorgverzekeringwet De voornemens van gemeenten en samenwerkingsverbanden betreffen in eerste instantie de jeugdhulpmiddelen. Deze hangen samen met de inzet van onderwijsmiddelen. Op scholen voor gespecialiseerd onderwijs zijn ook leerlingen die zorg ontvangen vanuit de WLZ en zorgverzekeringswet. Deze zorg blijft vooralsnog individueel bekostigd. De aanvraag en organisatie hiervan verloopt via ouders en zorgkantoor en dit blijft zo. Scholen voor gespecialiseerd onderwijs zijn gewend om de plannen voor leerlingen met ouders af te stemmen. Dit blijft ook zo als er sprake is van collectieve bekostiging. Collectieve bekostiging jeugdhulp en WLZ/zorgverzekerde zorg bestaan naast elkaar en kunnen beide nodig zijn voor een leerling.
Landelijke ontwikkelingen collectieve bekostiging
Landelijk wordt er ook onderzoek gedaan naar het effectiever organiseren van zorg tijdens onderwijstijd. Dit onderzoek betreft ook de middelen vanuit WLZ en zorgverzekeringswet. De school Heliomare en de Parel zijn aangesloten op dit landelijke traject. De landelijke ontwikkelingen worden gevolgd om een optimale samenwerking tussen landelijke en regionale ontwikkelingen te kunnen realiseren.
6
Hulp aan leerlingen met een ernstig meervoudige beperking (EMB-regeling) Leerlingen met een ernstig meervoudige beperking hebben vaak extra onderwijsondersteuning, jeugdhulp, zorgverzekerde zorg en of zorg nodig vanuit de Wet Langdurige Zorg. Landelijk wordt er onderzoek gedaan naar betere organisatie van zorg in onderwijstijd vanuit deze vier wetten. Tot die tijd is er voor deze leerlingen een tijdelijke regeling, de ‘EMB-regeling’. Ook is er een landelijk uniform aanvraagformulier ontwikkeld voor een doorlopend TLV. Dit betekent dat: - De aanvraag van een TLV voor deze leerlingen vereenvoudigd is met een aanvraagformulier TLV EMB. - Scholen aanvullend een beroep kunnen doen op de extra bijzondere bekostiging (een bedrag variërend tussen 4000 en 8000 euro (de hoogte is afhankelijk van het aantal aanvragen). Deze regeling is dus ingesteld om de afstemming en organisatie van zorg vanuit jeugdhulp, WLZ en zorgverzekeringswet voor leerlingen met EMB-problematiek tijdelijk eenvoudiger te maken vooruitlopend op eventuele landelijke wijzigingen. Het gaat dus om leerlingen die zowel ondersteuning nodig hebben vanuit onderwijsbekostiging, jeugdhulp, zorgverzekerde zorg en WLZ zorg.
Om de complexiteit enigszins weg te nemen heeft het rijk extra bekostiging beschikbaar gesteld (de afgelopen jaar was deze tussen de € 4000 en €8000 per leerling) zodat deze kwetsbare groep minder hinder ondervindt als gevolg van die complexiteit. https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/bekostiging-en-subsidies/bijzondere-bekostiging/leerlingen-ernstigemeervoudige-beperking.jsp In het onderzoek van Bureau Berenschot lijkt ervan uit te zijn gegaan dat leerlingen die in aanmerking komen voor een EMB-regeling niet gelijktijdig ook jeugdhulp kunnen ontvangen.
Figuur 2 Indeling van zorg onder de verschillende wetten (bron: Zorgwijzer).
7
In de praktijk: verschillende zorgwetten op de cluster III scholen Vijftig procent van de leerlingen van de school Heliomare komen vanuit gemeenten die niet tot de jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland en IJmond komen. Vijftig procent van de leerlingen ontvangt ook WLZ en/of zorgverzekerde zorg. Voor De Parel geldt bijvoorbeeld dat naar schatting dertig procent van de leerlingen zorg ontvangt vanuit de WLZ. Exacte cijfers zijn moeilijk te achterhalen omdat ouders deze zorg zelf regelen. De school Heliomare doet mee aan een landelijke pilot waar onderzocht wordt of de zorgverzekerde zorg, WLZ zorg en jeugdhulp vereenvoudigd kan worden. Er zijn gesprekken gevoerd met de scholen en de projectleider van het landelijk onderzoek over de vraag of het voornemen in IJmond en Zuid-Kennemerland wel bijdraagt aan vereenvoudiging. Hieruit blijkt dat: Scholen blij zijn met iedere stap die bijdraagt aan vereenvoudiging. De Parel: ‘Wij hebben liever een klein stapje, dan geen stappen. Alles wat het eenvoudiger maakt is welkom!’ - De ontwikkelingen zoals die in Zuid-Kennemerland en IJmond in gang zijn gezet, zijn in lijn met de landelijke ontwikkelingen. In Brabant is men begonnen met een willekeurig bedrag voor collectieve bekostiging, maar werkt men nu ook toe naar een kindbedrag per leerling.
Waarschijnlijk zal (als er over enkele jaren al landelijke wijzigingen plaatsvinden) ook sprake zijn van een te bepalen bedrag per leerling voor zorg. - Scholen voeren in alle gevallen al gesprekken met ouders. Deze gesprekken blijven nodig, ook om te zorgen voor samenhang met zorgverzekerde en WLZ zorg, de gesprekken worden wel eenvoudiger. o Voor de organisatie en start van jeugdhulp op school hoeven ouders niet meer ‘via een loket’ om jeugdhulp aan te vragen. o Collectieve bekostiging bespaart ook volgens scholen veel tijd die zij nu kwijt zijn aan het regelen van indicaties. o Er kan één plan komen voor het aanbod van onderwijs en jeugdhulp op school. o Voor de afstemming tussen jeugdhulp op school en jeugdhulp thuis blijven gesprekken met ouders (en een eventueel gezinsplan) in alle gevallen van groot belang. o Ouders krijgen in de huidige situatie een toekenning voor begeleiding. Welk deel van deze begeleiding op school plaatsvindt wordt (met name bij een PGB) in onderling overleg bepaald. Met organisatie van jeugdhulp tijdens onderwijstijd is hier meer duidelijkheid over, waardoor de gesprekken tussen scholen en ouders niet gaan over hoeveel zorg er op school wordt geboden , maar wat er nodig is.
Ontwikkelingen onder voorbehoud Landelijk en regionaal zijn er diverse ontwikkelingen die gevolgen hebben voor collectieve bekostiging van jeugdhulp in Zuid-Kennemerland en IJmond. Deze ontwikkelingen zijn zeer relevant voor te maken keuzes. - Landelijk is er onderzoek gaande naar organisatie van zorg in onderwijstijd. Deze bevestigt de complexiteit van het stelsel. De onderzoeken maken duidelijk dat de huidige inzet van zorg in onderwijstijd (los van wie het bekostigt) niet altijd overeenkomt met wat jeugdigen nodig hebben. Er wordt gepleit voor een werkwijze volgens een ‘groeimodel’ om te komen tot collectieve bekostiging. (Tussenstand Zorg in Onderwijstijd, november 2021). - Afhankelijk van de omvang en definitie van zorg in onderwijstijd wordt deze zorg nu voor een deel (onterecht) bekostigd door onderwijs. Bij een brede definitie (zorg in het grijze gebied wordt gezien als ‘(jeugd)zorg in onderwijstijd’) vindt de bekostiging nu deels plaats door onderwijs. Bij een smalle definitie is dit minder het geval. (Tussenstand Zorg in Onderwijstijd, november 2021) - Er zijn wijzigingen geweest/aanstaande ten aanzien van de afbakening WLZ en jeugdwet waardoor de aannames dat WLZ ‘voorliggend’ is met enige terughoudendheid beschouwd moet worden. - Er is een experimenteerregeling gaande voor jeugdigen die behoefte hebben aan een combinatie van onderwijs en jeugdhulp.
- Cijfers (ook in deze notitie) betreffen een tijdsopname, de cijfers kunnen in de loop van een schooljaar fluctueren. - De beweging richting inclusiever onderwijs zorgt voor een toename van leerlingenaantallen zonder dat er extra onderwijsmiddelen beschikbaar komen. De afbouw van Jeugdzorg Plus, de aandacht voor ontwikkelrecht en wachtijsten voor plekken in kinderdagcentra kan bijvoorbeeld vergaande gevolgen hebben voor samenwerkingsverbanden.
8
Definities Collectief bekostigde jeugdhulp Jeugdhulp tijdens onderwijstijd
Onderwijs zorg continuüm OZA
ZOA
Een bekostigingsmethodiek waarbij jeugdhulp beschikbaar wordt gesteld aan een groep leerlingen of jeugdigen. Jeugdhulp (begeleiding, behandeling, persoonlijke verzorging) die tijdens onderwijstijd nodig is voor leerlingen die het onderwijsprogramma volgen. Bekostiging hiervan is volgens Bureau Berenschot voor (ongeveer) vijftig procent een verantwoordelijkheid van gemeenten2 Het geheel aan aanbod van onderwijs en zorg dat alle jeugdigen een veilige en passende plek biedt om zich te ontwikkelen(kamerbrief Onderwijs en Zorg, november 2020).. Arrangementen waarbij een school met een zorgaanbieder samenwerkt om een voorziening te vormen voor een groep leerlingen. De leerlingen staan ingeschreven en er is voor hen onderwijsbekostiging beschikbaar in de vorm van een TLV. In dit rapport gaat het om kleine groepen leerlingen die alleen het volledige schoolprogramma kunnen volgen mits er continu pedagogische begeleiding beschikbaar is en waarbij verkend wordt en/of zij kunnen toegroeien naar een volledige schoolprogramma met minder jeugdhulp. Een arrangement waarbij jeugdigen dagbesteding ontvangen en aanvullend hierop een klein aantal uren onderwijs krijgt in het kader van ‘ontwikkelrecht’. De jeugdigen staan niet ingeschreven.
De definities en afbakening in samenhang De collectieve bekostigde jeugdhulp betreft de leerlingen die het schoolprogramma kunnen volgen met enkele uren jeugdhulp per week. Daarnaast zijn er kleine groepjes jeugdigen die een afwijkende ondersteuningsbehoefte hebben maar die in principe wel ingeschreven zijn. collectieve bekostiging kan hierop toegepast worden, maar vraagt om bewuste keuzes. In een ZOA krijgen jeugdigen een heel klein beetje onderwijs zonder daarmee te beogen dat ze toegroeien naar onderwijs. In deze notitie wordt er vanuit gegaan dat de jeugdhulp in deze voorzieningen niet collectief bekostigd zal worden. De voorzieningen maken allemaal deel uit van een onderwijszorg continuüm.
•
2
Uit onderzoek Bureau Berenschot: Bij de inventarisatie gaat het om extra ondersteuning bovenop de basisondersteuning van de scholen, die gericht is op de gehele groep. Het betreft extra ondersteuning die nodig is voor leerlingen om deel te kunnen nemen aan de groep. Voorbeeld, als een leerling bij instructie mee gaat met de groep dan is dat basisondersteuning. Als een leerling 1 op 1 of in een kleine groep instructie nodig heeft dan valt dat onder extra ondersteuning en wordt het meegenomen in de inventarisatie.
9
onderwijszorgcontinuüm
Regulier onderwijs: Leerlingen kunnen het onderwijspro gramma volgen. Sommige leerlingen hebben (een tijdje) jeugdhulp nodig.
Speciaal onderwijs met collectief bekostigde jeugdhulp: Doel: Leerlingen kunnen met enkele uren jeugdhulp het speciaal onderwijspro gramma volgen.
OZA’s: Onderwijs met zorg Doel: 1. Toewerken naar onderwijs 2. Deelname aan gespecialiseerd onderwijs met een intensieve zorgbehoefte.
Zorg ZOA’s: zorg met onderwijs Doel: Onderwijs wordt aangeboden om tegemoet te komen aan leerrecht.
De jeugdigen kunnen geen onderwijs volgen. Een jeugdhulpaan bieder ondersteunt de jeugdige bij de ontwikkeling en het dagelijks functioneren.
Interprofessionele teams (kernteams/Commissies van begeleiding) maken plannen gericht op het te bereiken perspectief
Figuur 3 Overzicht van het aanbod in een onderwijs-zorg continuüm: van volledig onderwijs(links) naar volledig zorg (rechts). Collectieve bekostiging jeugdhulp betreft het tweede gele vlak van links.
10
Deel 2: Collectieve jeugdhulp: reikwijdte en omvang in cijfers onderwijszorgcontinuüm Dit deel gaat allereerst over de taken van de Zorg jeugdhulpaanbieder die per januari 2023 collectief OZA’s: Speciaal Regulier Onderwijs met onderwijs onderwijs: zorg met collectief bekostigd wordt om jeugdhulp te bieden tijdens De jeugdigen ZOA’s: zorg Leerlingen bekostigde met kunnen geen kunnen het jeugdhulp: onderwijs onderwijs onderwijstijd. Doel: onderwijspro volgen. Een Doel: Doel: gramma 1. Toewerken jeugdhulpaan Leerlingen Onderwijs volgen. Het voornemen in de regio betreft de leerlingen die in naar onderwijs bieder kunnen met wordt Sommige ondersteunt enkele uren 2. Deelname aangeboden leerlingen de jeugdige jeugdhulp het aan de regio naar school gaan én wonen in een van de om tegemoet hebben (een bij de speciaal gespecialiseerd te komen aan tijdje) ontwikkeling onderwijspro onderwijs met leerrecht. jeugdhulp en het gemeenten die behoren tot de regio. Voor leerlingen gramma een intensieve nodig. dagelijks volgen. zorgbehoefte functioneren. die wonen in een gemeente buiten de regio (bijvoorbeeld Haarlemmermeer of Lisse) geldt dat die gemeente verantwoordelijk is voor alle te bieden jeugdhulp. Wel kunnen met deze gemeenten (bijvoorbeeld door de werkgroep inkoop jeugdhulp) afspraken gemaakt worden over deelname/aansluiting op aan de collectieve bekostigingssystematiek.
Dit betekent dat duidelijk moet worden hoeveel leerlingen afkomstig zijn van buiten de regio en wat dit betekent voor scholen, jeugdhulpaanbieders en gemeenten.
Wat zijn de taken van de collectief bekostigde jeugdhulpaanbieder? Te substitueren producten
Bureau Berenschot (2020) berekende (op basis van de huidige ingezette ondersteuning) dat voor jeugdigen op cluster III scholen 2 uur jeugdhulp per week nodig is voor het bieden van jeugdhulp tijdens onderwijstijd. Daarmee zouden alle leerlingen de volgende jeugdhulpvormen kunnen ontvangen tijdens onderwijstijd: - Begeleiding - Behandeling - Persoonlijke verzorging - S-GGZ zorg In de gesprekken met sommige scholen kwam naar voren dat zij vragen stellen bij het collectief bekostigen van gespecialiseerde zorg, zoals s-GGZ zorg. Deze behandelingen zijn vaak sterk individueel bepaald. De specifieke aard van de behandeling en keuzevrijheid van ouders kan een argument zijn volgens de scholen om deze hulp geen onderdeel te laten zijn van de taak van de collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder. Daarmee zou het berekende aantal uren door Berenschot wat omlaag gaan. Dit betekent wel dat voor die interventies ouders de hulp alsnog moeten aanvragen. Andere scholen pleiten er juist sterk voor om s-GGZ zorg wel onderdeel te laten zijn van de opdracht. Voor leerlingen op de IKC geldt bijvoorbeeld dat zij vaak s-GGZ zorg ontvangen. Deze scholen zien dat meerdere leerlingen op school een beroep doen op deze specialistische zorg.
De vraag is dus of dit onderdeel moet zijn van de collectief te bekostigen aanbieder (omdat hier vaak gebruik van wordt gemaakt) of juist niet (omdat het vaak om specialistische zorg waar ouders hun eigen keuze moeten/willen maken). Leerlingen in zorggroepen (onderwijszorggroepen op de IKC’s) gebruiken aanzienlijk meer uren jeugdhulp dan de door Berenschot berekende 2 uur. Hier moet nog een aparte berekening plaatsvinden, waarbij rekening moet worden gehouden met verschillende zorgintensiteiten binnen de school (zie deel 3). In onderstaand overzicht is het gebruik van intensievere jeugdhulp op scholen inzichtelijk, het gaat met name om ‘behandeling groep’ (bijvoorbeeld de onderwijszorggroepen op de IKC’s).
11
Figuur 4 Het aantal kinderen dat gebruik heeft gemaakt van een plek in een onderwijszorggroep op het IKC in het schooljaar 2020/ 2021 voor de gemeenten Beverwijk, Haarlem, Velsen3 naar leeftijdscategorie.
Figuur 5 Kinderen die gebruik maken van een plek in een onderwijszorggroep maken daarnaast ook gebruik van specialistische GGZ zorg en aanvullende individuele begeleiding). Uit deze tabel is op te maken dat voor Beverwijkse kinderen in een onderwijszorggroep geldt dat zij samen 32 aanvullende trajecten gebruikten (leerlingen kunnen gebruik maken van meerdere aanvullende producten).
Figuur 6 Overzicht van aanbieders die meerdere kinderen voorzien van een groepsbegeleiding/dagbesteding op een school (bijvoorbeeld de onderwijszorggroep van IKC’s).
è Het wel of niet opnemen van een taak/product leidt tot een hoger of lager gemiddeld bedrag per leerling.
3
Van deze gemeenten waren data beschikbaar. Data van andere gemeenten kunnen (op verzoek) toegevoegd worden.
12
è Het belang van keuzevrijheid van ouders speelt een rol bij de afweging om een taak niet op te nemen in het pakket van de jeugdhulpaanbieder. Het feit dat veel leerlingen deze hulp nodig hebben (en deze hulp dus effectiever georganiseerd kan worden) kan een argument zijn om deze wel op te nemen. ? Welke taken worden onderdeel van de opdracht aan de collectief te bekostigen jeugdhulpaanbieder?4 o Maakt naschoolse opvang deel uit van de opdracht aan de collectief te bekostigen aanbieder? o Maakt S-GGZ zorg deel uit van de opdracht aan de collectief te bekostigen aanbieder?
‘Een van de leerlingen had extra individuele begeleiding nodig. De indicatieprocedure nam 12 weken in beslag. Dit duurde te lang. De school zette zelf onderwijspersoneel bij, maar de aandacht die de leerling vroeg ging ten koste van andere leerlingen in de klas. De school koos er uiteindelijk voor om met ouders via de huisarts begeleiding aan te vragen. De hulp kwam echter te laat. De leerling zit inmiddels thuis. De andere leerlingen zijn ontregeld door de onrust in de klas en laten een hogere ondersteuningsbehoefte zien.’ Preventief aanbod in het gespecialiseerd onderwijs Preventieve programma’s worden in de huidige situatie niet aangeboden door jeugdhulpaanbieders. Preventie vindt vaak plaats op locaties buiten school. Inzet van preventieve programma’s kan voorkomen dat jeugdhulp nodig is. Het kan gaan om preventie gericht op eetproblemen, sociale vaardigheden en pestgedrag. Leerlingen op scholen voor gespecialiseerd onderwijs worden vaak verwezen naar preventieve programma’s in de woonplaats van de leerling. Voor scholen betekent dit dat ze met veel gemeentes moeten afstemmen. In een onderzoek ‘Sturing op Jeugdhulp’ (AEF, 2020) staat beschreven dat de kosten van preventie te weinig baten opleveren. Volgens dit onderzoek wordt dit veroorzaakt omdat met het aanbieden van preventie een ‘latente’ behoefte aanboort en maar ten dele jeugdhulp voorkomt.
AEF beschrijft ook dat de effectiviteit van preventie toeneemt naarmate deze meer is gericht op jeugdigen waarvoor de kans groot is dat ze in de jeugdhulp terecht komen. Preventie kan ook sneller tot een kostenbesparing leiden als er gebruik wordt gemaakt van bewezen effectieve interventies in plaats van duurdere jeugdhulptrajecten waarvan onzeker is dat deze tot effect leiden. è Preventieve programma op scholen voor gespecialiseerd onderwijs kunnen een (onnodig) beroep op jeugdhulp voorkomen voor deze leerlingen die gemiddeld vaak gebruik maken van jeugdhulp5. è Het collectief bekostigen van jeugdhulp maakt de stap naar het (gezamenlijk) beschikbaar stellen van preventief aanbod makkelijker. Het beschikbaar te stellen aantal uren per leerling gaat (iets) omhoog. ? Wordt preventief aanbod toegevoegd aan de taken van de (collectief te bekostigen) jeugdhulpaanbieder? + Dit heeft de voorkeur van sommige scholen en kan een verdringingseffect voorkomen (er wordt jeugdhulp aangeboden terwijl feitelijk preventie ook had kunnen volstaan). _ De aanpak in Almere (zie kader) laat geen grote verschillen in maatschappelijke opbrengen tussen de aanpak waarbij preventie wel onderdeel was van het aanbod en de aanpak waarbij dat niet het geval was. _In Amsterdam bleek geen sprake van een verdringingseffect tussen SJSO en ondersteuning vanuit onderwijs.
4
Er kan voor gekozen worden om dit per onderwijssoort of school te variëren. Dit risico wordt het verdringsingseffect genoemd. De jeugdhulpaanbieder gaat hulp bieden en drukt daarmee andere aanbieders die soortgelijke diensten biedt weg, bijvoorbeeld preventieve aanbieders, terwijl feitelijk preventie zou volstaan.
5
13
In de praktijk: preventie als onderdeel van de taak van de jeugdhulpaanbieder In Almere werd het bieden van jeugdhulp op school belegd bij één hoofdaannemer die vervolgens geacht werd om alle jeugdhulp op school te bieden. Daarbij werd onderscheid gemaakt in verschillende varianten: - Jeugdhulp tijdens onderwijstijd (OJA -) - Jeugdhulp tijdens onderwijstijd en na schooltijd (OJA) - Jeugdhulp tijdens onderwijstijd, na school en aan het gezin (OJA +). De subsidies voor Oké, Rots en Water en Sterk in de Klas, sociale vaardigheidstraining en naschoolse opvang werden toegevoegd aan de OJA’s (tweede variant). Het voornemen in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond betreft het bieden van jeugdhulp tijdens onderwijstijd (vergelijkbaar dus met OJA- in Almere, de eerste variant). Het preventieve aanbod is hierbij in Zuid-Kennemerland en IJmond vooralsnog buiten beschouwing gebleven. IKC IJmond en IKC Focus De behoefte van het IKC IJmond en IKC Focus om jeugdhulp op school te organiseren betreft niet alleen de oorspronkelijke jeugdhulptaken, maar omvat ook preventieve programma’s. IKC IJmond ziet dat leerlingen behoefte hebben aan dit aanbod. In de praktijk is dit lastig te regelen. De jeugdigen wonen in verschillende gemeenten. Preventief aanbod van de gemeente vindt plaats buiten school.
Het aanbieden van preventieve programma’s in school leidt mogelijk tot een behoefte aan ruimtes om dit aanbod te realiseren. De school ziet meerwaarde in het preventieve aanbod om daarmee een onnodig beroep op jeugdhulp te voorkomen. jeugdhulpvragen te voorkomen. IKC Focus benoemt dat voor ouders de school een logische plek is om vragen te stellen ten aanzien van problemen waar ze in het alledaagse leven tegenaan lopen.
Het te berekenen kindbedrag Op basis van te maken keuzes zoals in dit deel beschreven moet een kindbedrag per leerling berekend worden. Dit kan een bedrag zijn voor alle scholen. Er kan ook gevarieerd worden per (type) school of per doelgroep (zie deel 4). ?
Wordt gekozen voor een kindbedrag voor alle scholen gelijk of wordt het kindbedrag afgestemd op het type onderwijs of de school?
14
Aantal leerlingen uit de regio en van buiten de regio
Figuur 7 Inschrijving van leerlingen naar herkomst gemeente, absolute aantallen en percentages. Dit overzicht is bedoeld om inzage te geven in de globale spreiding van leelringen over gemeentes en regio’s, cijfers kunnen fluctueren!
Van Voorthuijsen Amsterdam
PO
VO
Totaal
2
2
4
Aalsmeer
11
8
19
Amstelveen
4
2
6
De ronde venen
3
Hillegom
6
2
8
Uithoorn
8
3
11
1
1
Aalsmeerderbrug alle gemeenten
3
52
Figuur 8 Herkomst van leerlingen uit andere gemeenten dan uit de jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer6 op de Van Voorthuijsenschool. De Van Voorthuijsenschool heeft ook een locatie in Haarlemmermeer. De leerlingen zijn meegenomen in deze tabel.
è Op de meeste PO- scholen komt 80 tot 90 procent van de leerlingen uit gemeenten uit de jeugdzorgregio Zuid-Kennemerland/IJmond; è Op IKC locaties komt zelfs tot bijna honderd procent van de leerlingen uit gemeenten ZK en IJmond (behalve IKC Beverwijk/SBO); è Op VO scholen komt zo’n 60 tot 70% van de leerlingen uit gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond; è 210 van de 12066 leerlingen (PO en VO samen) komen uit Haarlemmermeer, 127 leerlingen uit de Alkmaar/Buch gemeenten. è Voor leerlingen die niet wonen in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond moeten (ook na implementatie van collectief bekostiging) afspraken gemaakt worden. De opties zijn:
6
Haarlemmermeer heeft toegezegd dat zij willen participeren in de collectief te bekostigen jeugdhulp.
15
i. Dat leerlingen alleen kunnen deelnemen aan het onderwijs op de scholen als de gemeente instemt met een bedrag per leerling voor jeugdhulp tijdens onderwijstijd. ii. Dat gemeenten vooraf instemmen met collectieve bekostiging van een bepaald aantal leerlingen op een teldatum of gemiddelde van de afgelopen jaren (dit is een optie voor bijvoorbeeld de Buch gemeenten waar een aanzienlijk aantal leerlingen vandaan komt). ?
+ ?
Welke keuze maken gemeenten en samenwerkingsverbanden in de regio ten aanzien van gemeenten buiten de regio? Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden ervoor om ten aanzien van de scholen in Zuid-Kennemerland en IJmond te gaan werken met een vast bedrag per leerling als voorwaarde voor toelating van leerlingen uit gemeenten buiten de jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland en IJmond. Daarmee kan bereikt worden dat voor alle leerlingen die van buiten de jeugdhulpregio het toeleidingsproces voor jeugdhulp tijdens onderwijs sterk vereenvoudigd wordt. Scholen vrezen dat leerlingen dan worden aangemeld bij een andere school waarvoor deze voorwaarde niet geld. Hoe wordt omgegaan met het bieden van zorg aan leerlingen uit gemeenten waar (nog) geen afspraken mee zijn gemaakt, mag de jeugdhulpaanbieder deze leerlingen begeleiden?
In de praktijk: Amsterdam, Holland Rijnland en de Buch gemeenten. Amsterdam heeft enkele jaren geleden voor collectieve bekostiging gekozen. Zij kozen ervoor om de jeugdhulp te bestempelen als voorliggende voorziening, alle leerlingen werden in gelijke mate ondersteund. De gemeente ontdekte dat veel leerlingen van buiten de regio kwamen. De gemeente koos er voor om de hulp op school weer aan te merken als jeugdhulp zodat vervolgens afspraken gemaakt konden worden met omliggende gemeenten over betaling uitgaande van het woonplaatsbeginsel. De regio Holland Rijnland kiest voor collectieve bekostiging en lijkt er g vooralsnog vanuit te gaan dat de jeugdhulpaanbieder alle leerlingen hulp biedt, ongeacht woonplaats. Ook de BUCH-gemeenten verkennen collectieve bekostiging. In plaats van onderling te verrekenen kan er ook gekozen worden dat zowel de telling als het bieden van jeugdhulp plaatsvindt voor alle leerlingen ongeacht woonplaats (eventueel op voorwaarde dat omliggende jeugdhulpregio’s dat ook doen).
Collectief bekostigde jeugdhulp: een eind aan de discussie op school of het gaat om onderwijs of jeugdhulp tijdens onderwijstijd? De scholen krijgen voor veel leerlingen vragen van ouders of ze ‘even’ dit kunnen doen, en er ook op kunnen letten dat…. De ene leerling heeft medicijnen nodig, de ander draagt een beugel waarvan de elastiekjes drie maal daags moeten worden vervangen, een derde heeft protheses, een vierde sondevoeding. Alle jeugdigen vragen dagelijks zorg die per kind een kleine moeite lijkt, maar die op een school van honderd leerlingen om extra handen vragen. Scholen leveren deze zorg in de huidige situatie veelal zelf, ten koste van de fte die beschikbaar is voor het geven van onderwijs. Bureau Berenschot concludeerde dat deze zorg (deels) bekostigd moet worden door gemeenten. Het feit dat een indicatie- of verwijzingsprocedure nodig is, is een van de oorzaken waarom scholen de ondersteuning vaak zelf bieden en pas als de situatie escaleert extra begeleiding aanvragen bij de gemeente. In de praktijk levert dit zowel discussies op met de gemeente (of het wel gaat om jeugdhulp) als met ouders. Ouders ontvangen in de huidige situatie de toekenning, waarna er een gesprek volgt tussen school en ouders welk deel van de begeleiding op school beschikbaar is.
Nadat is gekozen voor collectieve bekostiging kan er behoefte zijn aan richtlijnen bij scholen wat precies van de jeugdhulpaanbieder mag worden verwacht: is het helpen bij omkleden een taak van de school of de aanbieder, time-out, de leerling die in de klas individuele aandacht nodig heeft? Bureau Berenschot heeft aannames gedaan ten aanzien van de bekostiging, waarbij een deel van dit soort taken wordt toegerekend aan de gemeente. Inhoudelijk kan die afbakening onduidelijk blijven.
16
In andere regio’s worden daarom tools ontwikkeld om te verhelderen wat inhoudelijk gezien een taak is van onderwijs en jeugdhulp. Er kan ook bewust voor gekozen worden om hier niet het gesprek over aan te gaan en het ‘grijze gebied grijs te laten’. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd bij een van de landelijke pilots: Onderwijscentrum Leypark, Breda. Dit biedt vrijheid aan scholen en jeugdhulpprofessionals om dit per school, per situatie en per kind te bekijken. Voorbeelden: https://foodvalley.jeugdhulponderwijs.nl/ https://zorginregiowestfriesland.nl/assets/upload/21_906696%20A4%20Onderwijszorgarrangementen%20fc_C _V2.pdf ?
Kiezen gemeenten en samenwerkingsverbanden ervoor om richtlijnen op te stellen wat (inhoudelijk gezien) tot de taken van onderwijs en jeugdhulp behoort, of wordt dit aan de professionals overgelaten?
In de praktijk: Wie doet wat? Wie zou wat moeten doen? Het wordt soms gewoon even te veel… Soms wordt het even te veel voor een leerling. En dat gebeurt heel regelmatig in het gespecialiseerd onderwijs. De school moet op zoek naar iemand die een leerling kan opvangen: een onderwijsassistent, een leerkracht die even de klas uit kan….. Meerdere scholen geven aan dat een time-out voorziening binnen de muren van de school zou bijdragen aan rust en stabiliteit op school en in de klassen. Volgens het onderzoek van Bureau Berenschot (het gaat om individuele begeleiding bij gedragsproblemen) zou deze vorm van ondersteuning voor 75% bekostigd moeten worden door de gemeente. De Schelp De Schelp geeft aan dat de opvang het meest succes heeft als deze geboden wordt door een bekend gezicht van alle jeugdigen, een vast persoon dus. In de huidige situatie (waarbij jeugdhulp door verschillende aanbieders wordt geboden) is dat een medewerker in dienst van de school. Indien er sprake is van collectief bekostigde jeugdhulp kan deze opvang ook gerealiseerd worden door een jeugdhulpaanbieder die dan ‘vast gezicht’ is. De Schelp zou graag een time-out voorziening hebben voor 30 uur per week. Volgens het onderzoek zou er op De Schelp 176 uur per week aan jeugdhulp nodig kunnen zijn. De time-out voorziening kan (in overleg met de zorgaanbieder) gerealiseerd worden vanuit die beschikbare uren.
Time-out op de IKC’s Op de IKC’s bieden pedagogisch medewerkers van verschillende aanbieders pedagogische begeleiding op de scholen. Op IKC Beverwijk zijn dit Kenter, Sig, Sein, Sensa zorg. De school heeft beperkt inzicht in de omvang van pedagogische begeleiding. Dit wordt door ouders (meestal in overleg met school) aangevraagd. De school weet dat het in ieder geval gaat om twee pedagogische medewerkers van Kenter. De zorgaanbieders moeten zich beperken tot het bieden van ondersteuning aan leerlingen waarvoor een indicatie is aangevraagd door ouders. Leerlingen die geen indicatie hebben en die tijdelijk begeleiding nodig hebben kunnen nu formeel gezien niet ondersteund worden. Het collectief beschikbaar stellen van jeugdhulp biedt ook de IKC’ s de mogelijkheid om in overleg met de collectief bekostigde aanbieder afspraken te maken over de opvang van alle leerlingen die tijdelijk (meestal gaat het om kleine periodes) begeleiding nodig hebben buiten het klaslokaal. Sondevoeding, zindelijkheid op de cluster III scholen Op de Van Voorthuijsenschool, Heliomare en De Parel komt bij een groot deel van de jeugdigen voor dat zij dagelijks op diverse momenten even ondersteuning nodig hebben. Al die kleine momenten leiden tot een flinke zorgbehoefte: sondevoedingen aan- en afkoppelen, helpen op het toilet, medicijngebruik, elastiekjes vervangen.
Een deel van de taken wordt uitgevoerd door onderwijspersoneel. Dit is voor een deel ‘gebruikelijke zorg’ die ook van school verwacht mag worden. Voor een deel is dit ook een taak van gemeenten/zorg. De Parel: ‘Jeugdhulpbegeleiding vragen we aan als het escaleert. Het kost ons te veel moeite om voor iedere leerling voor wie we jeugdhulp nodig hebben dit ook daadwekelijk aan te vragen. Vaak proberen we de benodigde ondersteuning zelf te bieden’.
17
18
Deel 3: Jeugdhulp tijdens onderwijstijd als onderdeel van een continuüm onderwijszorgcontinuüm Collectieve bekostiging gaat om het effectiever organiseren van jeugdhulp tijdens onderwijstijd. Zorg OZA’s: Speciaal Regulier Onderwijs met onderwijs De leerling kan in principe het schoolprogramma onderwijs: zorg met collectief De jeugdigen ZOA’s: zorg Leerlingen bekostigde met kunnen geen volgen, mits er aanvullend enkele uren jeugdhulp kunnen het jeugdhulp: onderwijs onderwijs Doel: onderwijspro volgen. Een Doel: Doel: gramma 1. Toewerken jeugdhulpaan beschikbaar is. Soms zijn er jeugdigen die heel Leerlingen Onderwijs volgen. naar onderwijs bieder kunnen met wordt Sommige ondersteunt enkele uren 2. Deelname veel jeugdhulp nodig hebben, maar waarbij voor aangeboden leerlingen de jeugdige jeugdhulp het aan om tegemoet hebben (een bij de speciaal gespecialiseerd te komen aan tijdje) ontwikkeling het merendeel geldt de dat dit tijdelijk is. En er onderwijspro onderwijs met leerrecht. jeugdhulp en het gramma een intensieve nodig. dagelijks volgen. zorgbehoefte zijn leerlingen die vooral jeugdhulp nodig hebben functioneren. en aanvullend daarop enkele uren onderwijs kunnen volgen. De afgelopen jaren zijn scholen samen met aanbieders op zoek gegaan naar samenwerking om deze jeugdigen van passend aanbod te voorzien.
Dit heeft geleid tot diverse ontwikkelingen, waarbij de ene school voor andere oplossingen kiest dan de ander. Deze ontwikkelingen raken aan de collectieve bekostiging van jeugdhulp. In dit deel staat beschreven wat dit betekent.
Onderwijs aan kleine groepen en financieringswijzen In de regio Zuid-Kennemerland en Ijmond hebben meerdere scholen in samenwerking met jeugdhulpaanbieder aanbod vormgegeven voor kleine groepen binnen de school. Het aanbod is er op gericht om de leerlingen van onderwijs te voorzien met aansluitend intensieve jeugdhulp. De groepen dienen vaak als ‘doorstroomplek’ naar de klassen in het gespecialiseerd onderwijs. è De leerlingen in deze OZA groepen staan ingeschreven, maar hebben meer dan 2 uur begeleiding per week nodig. In de huidige situatie ontvangen zij vaak het product ‘dagbesteding’ of tien tot twintig uur individuele begeleiding. De leerlingen in deze groepen zijn in het onderzoek van Bureau Berenschot niet meegeteld, tenzij een school een dergelijke groep niet kende (zoals bijvoorbeeld Heliomare of de Parel). Op deze scholen bevinden leerlingen met een grote zorgbehoefte zich in de ‘reguliere’ klassen. De extra ondersteuning wordt de ene keer bekostigd met onderwijsmiddelen, de andere keer leidt dit tot een hoge vraag naar jeugdhulpbegeleiding. è De leerlingen blijven soms ‘hangen’ in de OZA groep waar zij intensieve ondersteuning ontvangen omdat ouders vrezen dat de indicatie voor dagbesteding vervalt, ze vrezen dat hun zoon of dochter de overgang niet kan maken en later toch behoefte blijkt te hebben aan dagbesteding, dit belemmert doorstroom/inclusie.
AEF (2020) beschrijft dat de financiering van deze groepen heel divers wordt vormgegeven. In het land komt zowel individuele als collectieve bekostiging voor. In de regio vindt bekostiging vanuit zowel onderwijs als jeugdhulp individueel plaats. AEF beschrijft enkele voordelen van collectieve bekostiging: - Minder administratieve lasten; - Betere toegankelijkheid van het aanbod; - Continuïteit van het aanbod; - Financieringswijzen die sterk sturen op resultaat (resultaatfinanciering en populatiefinanciering) zijn minder geschikt. De financiering moet afgestemd worden op de doelgroep. Collectieve financiering (beschikbaarheidsfinanciering of doelgroepfinanciering lijken beter te passen bij het doel en de doelgroep van OZA’s.
Overzicht van leerlingenaantallen en specifieke groepen (OZA’s en ZOA’s) per school In de tabel hieronder staat weergegeven hoeveel leerlingen deelnemen aan het ‘reguliere’ programma en hoeveel leerlingen deelnemen aan een arrangement dat gericht is op herstel van onderwijsdeelname (OZA, de combinatie is bedoeld voor leerlingen die staan ingeschreven) en arrangementen waarbij leerlingen onderwijs krijgen omdat ze er recht op hebben, zonder dat de verwachting is dat zij toegroeien naar volledig onderwijs (ZOA, de jeugdigen zijn niet ingeschreven) . Cursief is aangegeven welke jeugdhulpaanbieder is betrokken. De indeling is ontleend aan de gesprekken met scholen en de gesprekken met gemeenten. De groepen zijn ten
19
behoeve van de collectieve bekostiging op deze wijze ‘geordend’. De ordening is onder voorbehoud van verdere ontwikkeling. Onderwijs
OZA
ZOA
Van Voorthuijsen 117 leerlingen (PO en VO)
Stergroep 8 leerlingen
Jupiter, Mars 12 leerlingen
Ons Tweede Thuis
Zorggroep met Ons Tweede Thuis
Ons Tweede Thuis; de Wollewei
De Parel 120 leerlingen Happy2move, PGB, WLZ zorg Heliomare 199 leerlingen Kenter Hartenkamp Happy2Move
Voornemen tot 2 onderwijszorggroepen
De Schelp7 87 leerlingen
IBL groep? Kikkerklas?
De Zorgspecialist, Inzowijs, J&K WLZ
3 leerlingen ‘nieuw OZA’?
Kikkerklas? 15 leerlingen Hartenkampgroep
IKC Beverwijk 166 leerlingen
2 onderwijszorggroepen 20 leerlingen
1 Behandelgroep Arendsnest (5 leerlingen)
Kenter, Scala, Sig, Sensa zorg
Kenter
IKC Noord 240 leerlingen IKC Focus 178 leerlingen
5 leerlingen Hartekampgroep
Gentiaan
2 onderwijszorggroepen Kenter Jeugdhulp
7
Op De Schelp is er een kleine groep waar de school zelf intensieve begeleiding heeft georganiseerd met onderwijspersoneel. Inhoudelijk gezien zou het om een groep kunnen gaan die als ‘OZA’ gekenmerkt zou moeten worden, waarbij de jeugdhulpaanbieder de intensieve begeleiding biedt. Ook ten aanzien van de Kikkerklas denkt de school met de jeugdhulpaanbieder na over het aanpassen van de werkwijze.
20
IKC Schalkwijk
Onderwijszorggroepen
163 leerlingen
20 leerlingen
Kenter Jeugdhulp
Kenter Jeugdhulp
Molenduin Driehuis 66 leerlingen
Op Maat groepen Levvel 5 (per december 2021 gaat het om een ZOAin een residentiele setting. Per 2022 verandert de plaats van uitvoering noodgedwongen naar de school door ombouw naar KWV’s van de verblijfplekken van de jongeren.
Kenter
Molenduin Santpoort 74 leerlingen
1 opmaat groep S’ Heerenloo, Parlan, Levvel 5 De Opmaat
Daaf Geluk 410 leerlingen
DSK 10 leerlingen (2 groepen)
ZOA VO
Megakids, Triversum, Youz, Carehouse, Family Supporters, Just Care en Levvel.
+VO
Flexarrangement
Gunning 96 leerlingen Jeugdhulpaanbieders die regelmatig betrokken zijn: Kenter, De Waag, De Opvoedpoli, Levvel, Zijn, Youz
Prelisenum Op Maat
DSK 12 leerlingen (2 groepen)
Pilot Megakids + VO
Nieuw OZA voor thuiszitters/(Gentiaan) Perspectief Leerwerkbedrijven (arbeidsarrangement met zorg en onderwijs)
Daarnaast is een groot aantal jeugdhulpaanbieders af en toe betrokken voor een enkele leerling. Dat zijn o.a.: Youthcare,
21
Triversum, De Zorgcoach, Family Supporters, Megakids
Inclusie (waaronder afbouw Jeugdzorg Plus) en ontwikkelrecht: wijzigingen met grote gevolgen
De beweging naar inclusiever onderwijs heeft grote gevolgen. De beweging naar inclusiever onderwijs betekent dat jeugdigen vaker in regulier onderwijs volgen in plaats van gespecialiseerd onderwijs. Ook de toenemende aandacht voor ontwikkelrecht heeft gevolgen op de scholen voor gespecialiseerd onderwijs in de regio. Voor enkele leerlingen in de regio geldt nu bijvoorbeeld dat zij jeugdhulp Plus zorg ontvangen. Deze leerlingen verblijven in een Jeugdzorg Plus voorziening en ontvangen daarvoor onderwijs op basis van landelijke financiering (plaatsbekostiging). Als gevolg van inclusie en de afbouw Jeugdzorg Plus kunnen terecht komen in het gespecialiseerd onderwijs via de route die geldt voor alle kinderen die gespecialiseerd onderwijs ontvangen. De plaatsbekostiging van onderwijs vervalt, de aanvragen TLV stijgen. De aandacht voor ontwikkelrecht betekent dat jeugdigen geen vrijstelling krijgen of deze beëindigd wordt. Deze leerlingen komen terecht in het gespecialiseerd onderwijs. Er is sprake van een samenspel van factoren: de landelijke beweging richting inclusiever onderwijs, keuzes van ouders en professionals of keuzes van scholen in samenwerking met aanbieders. De factoren zorgen er gezamenlijk voor dat scholen voor gespecialiseerd onderwijs te maken krijgen met steeds meer diversiteit in ondersteuningsbehoeften van leerlingen.
Het werken met verschillende zorgintensiteiten (jeugdhulp tijdens onderwijstijd en OZA’s) op scholen en gevolgen voor collectieve bekostiging Het feit dat er steeds vaker leerlingen staan ingeschreven die feitelijk vooral een groot en divers beroep doen op zorg betekent dat scholen en gemeenten zorgvuldig moeten omgaan met het advies van Bureau Berenschot. Dit advies luidt dat voor ingeschreven leerlingen 2 uur begeleiding nodig zou zijn per week. Dit geldt niet zonder meer voor leerlingen die deelnemen aan een OZA (noot: deze leerlingen, bijvoorbeeld die in de Stergroep, zijn in het onderzoek van Bureau Berenschot niet altijd meegenomen in de berekening). Rekenvoorbeeld Van Voorthuijsen. Er zijn in totaal 125 leerlingen ingeschreven op de locatie in Haarlem: - 117 leerlingen hebben behoefte aan 2 uur jeugdhulpbegeleiding per week 234 uur - 8 leerlingen hebben behoefte aan gemiddeld 15 uur jeugdhulpbegeleiding8 160 uur - Totale behoefte aan jeugdhulp aan leerlingen Van Voorthuijsen 394 uur - En dus geen 125 x 2 = 250 uur! Bovenstaande betekent niet dat de kosten voor collectief bekostigde jeugdhulp nog hoger worden dan berekend door Bureau Berenschot. Feitelijk gaat het om een mogelijke besparing doordat de jeugdhulp niet per leerling, maar collectief georganiseerd wordt. Zie ter indicatie hiervoor het rekenvoorbeeld bij ‘collectieve bekostiging van OZA’s’.
Van reactief en individueel werken naar proactief, doelgroepgericht werken aan inclusie
8
Dit is een indicatie op basis van informatie van scholen die aangeven dat zij enkele leerlingen zien die deze mate van intensiteit nodig hebben. In de huidige situatie moet deze aanvullende jeugdhulp per leerling aangevraagd worden. Op sommige scholen zijn/worden deze leerlingen samengevoegd in een zorg/instroom/doorstroomgroep. De behoefte aan jeugdhulpbegeleiding kan voor deze leerlingen dan ook groepsgewijs aangeboden worden (ook al wordt de indicatie nog steeds per leerling aangevraagd). Het betreft hier vaak een indicatie voor ‘behandeling groep’.
22
In de huidige situatie is er veel diversiteit tussen scholen en leerlingen als het gaat om bekostiging van het aanbod. De huidige diversiteit tussen scholen is ontstaan vanuit een situatie waarin scholen per leerling individuele onderwijs- en jeugdhulpbekostiging aanvragen. Dit betekent dat op sommige scholen leerlingen in reguliere klassen zitten met een groot aantal uren individuele begeleiding (soms tot wel 20 uur per week, zoals bijvoorbeeld bij Heliomare of de Parel). Er zijn ook jeugdigen die in een groepje een plek hebben gekregen en waarvoor zowel volledige onderwijs- als volledige jeugdhulpbekostiging is aangevraagd (zoals IKC’s, Gunning, Molenduin, Van Voorthuijsen, de Schelp). De nieuwe ordening naar doelgroep en doelen biedt mogelijkheden om de bekostiging daaraan ondersteunend te laten zijn. Of, zoals AEF, het zegt: ‘financiering kan dienstbaar worden gemaakt’ (2021) - Onderwijs stelt bekostiging beschikbaar voor onderwijs op KDC’s (pijl bovenin) op basis van kostprijzen; - Onderwijs en gemeenten dragen samen zorg voor bekostiging van onderwijs en jeugdhulp aan kleine groepen (groene vak); - Er is aandacht voor overgangen van zorg naar onderwijs (pijlen onderin) zodat leerlingen niet onnodig blijven hangen in zorg.
Samen kunnen onderwijs en gemeenten een continuüm van onderwijs en zorg realiseren waarbij er voor ieder kind een veilige plek is om zich te ontwikkelen. onderwijszorgcontinuüm
Regulier onderwijs: Leerlingen kunnen het onderwijspro gramma volgen. Sommige leerlingen hebben (een tijdje) jeugdhulp nodig.
Speciaal onderwijs met collectief bekostigde jeugdhulp: Doel: Leerlingen kunnen met enkele uren jeugdhulp het speciaal onderwijspro gramma volgen.
OZA’s: Onderwijs met zorg Doel: 1. Toewerken naar onderwijs 2. Deelname aan gespecialiseerd onderwijs met een intensieve zorgbehoefte
Zorg ZOA’s: zorg met onderwijs Doel: Onderwijs wordt aangeboden om tegemoet te komen aan leerrecht.
De jeugdigen kunnen geen onderwijs volgen. Een jeugdhulpaan bieder ondersteunt de jeugdige bij de ontwikkeling en het dagelijks functioneren.
Figuur 9 Onderwijs en gemeenten geven samen vorm een continuüm: onderwijs stelt bekostiging beschikbaar voor onderwijs op zorglocaties (pijl bovenin), gemeenten en onderwijs geven samen vorm aan kleinschalige voorzieningen (OZA’s, groene vlak)) en gemeenten en onderwijs dragen zorg voor nazorg en soepele overgangen (pijlen onderin).
Bekostiging van onderwijs op zorglocaties in kader van ontwikkelrecht (ZOA’s) In de huidige situatie is een school verplicht om passende ondersteuning te bieden voor alle leerlingen die staan ingeschreven. Jeugdigen op een kinderdagcentrum (die vrijgesteld zijn van onderwijs) vallen niet onder de zorgplicht van scholen. Toch hebben deze jeugdigen soms behoefte aan enkele uren onderwijs. Dit vraagt van scholen/samenwerkingsverbanden een bewuste keuze. Daarbij moet rekening worden gehouden met enkele afwegingen. è Voor een deel van deze jeugdigen geldt dat zij op termijn mogelijk kunnen toegroeien naar onderwijs en een inschrijving (OZA); Als de jeugdigen worden ingeschreven zullen zij binnen enkele jaren (in het huidige wettelijk stelsel)9 volledig onderwijs moeten kunnen volgen. Inschrijving betekent automatisch 9
Landelijk is een experimenteerregeling voor deze doelgroep aangekondigd.
23
è
è
è
è ?
?
dat het samenwerkingsverband een bedrag van minimaal 10.00010 euro beschikbaar moet stellen aan school, terwijl de leerling feitelijk maar enkele uren onderwijs volgt. Daarnaast ontvangt een school voor iedere leerling basisbekostiging. Voor een deel van de jeugdigen geldt dat zij jarenlang enkele uren onderwijs nodig hebben, dit goed voor hen is, maar de verwachting tegelijkertijd is dat deze jeugdigen niet gebaat zijn bij het volgen van onderwijs op een school. Zij kunnen feitelijk niet ingeschreven worden, maar dat betekent ook dat er geen onderwijsmiddelen ingezet mogen worden voor deze groep. Als zij niet worden ingeschreven mag een school feitelijk geen onderwijsmiddelen inzetten ten behoeve van deze jeugdigen. Er is een experimenteerregeling aangekondigd die meer wettelijke ruimte biedt voor onder andere deze doelgroep. Inschrijving blijft een belangrijk criterium. Meer inschrijvingen betekent niet dat het budget van het samenwerkingsverband toeneemt, terwijl de kosten wel zullen toenemen. Een inschrijving van een leerling betekent dat dit een toename betekent van lasten voor het samenwerkingsverband (er gaat een budget van minimaal 14.000 euro naar de school van inschrijving) zonder dat het beschikbare budget van het samenwerkingsverband toeneemt. De leerling volgt maar enkele uren onderwijs.
Inschrijving van leerlingen die feitelijk niet kunnen toegroeien naar onderwijs kan voor onnodige druk (en faalervaringen) leiden, zeker voor leerlingen in een ZOA. Welke keuzes maken samenwerkingsverbanden ten aanzien van inschrijving van jeugdigen als zij deelnemen in een ZOA? Welke keuzes worden gemaakt als het gaat om bekostiging van onderwijs op zorglocaties (ZOA)?
Inhoud en bekostiging van OZA’s Meerdere scholen hebben groepen die bestempeld kunnen worden als OZA (Stergroep, Onderwijszorggroepen, doorstroomklassen). 11 De leerlingen in de specifieke groepen onderscheiden zich van de andere leerlingen in de ‘reguliere groepen’ door: - Een intensieve zorgbehoefte van de leerling; - De professionals verwachten dat de leerling op termijn (weer) kan toegroeien naar regulier (gespecialiseerd) onderwijs; - Er is intensieve pedagogische begeleiding beschikbaar of nodig; - Het onderwijs wordt (geleidelijk opgebouwd) toegevoegd aan het programma; In de huidige situatie worden de OZA’s op diverse wijzen bekostigd, ze zijn ontstaan in een tijd waarin onderwijsen jeugdhulpbekostiging per individuele leerling beschikbaar komt. Dit betekent dat: - Jeugdigen in een zorggroep/OZA soms wel/soms niet zijn ingeschreven; - De jeugdhulp bekostigd is middels een toewijzing voor dagbesteding, behandeling groep of een PGB voor individuele begeleiding, het gaat om intensieve pedagogische begeleiding (kosten tussen de € 30.000 en € 50.000 per leerling, in de berekening wordt uitgegaan van € 30.000); - Er is geen sprake van bekostiging voor de groep op basis van instandhouding of beschikbaarheid van de voorziening. Als de indicaties/individuele bekostigingen vervallen (voor een of enkele leerlingen) is het voortbestaan van de groep in het geding.