20220549059 2. Bijlage 1 Uitvoeringsprogramma 2022 en Evaluatie 2021 VTH Omgevingsrecht Haarlem
Tekst van het document
6.8 Kwalitatieve doelen, indicatoren. Naast bovenstaande hebben wij een aantal concrete kwalitatieve doelen (dienstverlening). Hier geldt dat de gemeente Haarlem de vergunningen, meldingen en ontheffingen op een voldoende kwalitatief niveau afhandelt7*. Dit betekent dat: • In principe 98% van alle aanvragen om vergunningen, meldingen en ontheffingen binnen de (wettelijke) termijnen afgehandeld wordt (en bij voorkeur sneller). • De gemeente Haarlem het toezicht en de handhaving van de VTH-taken op een professionele wijze en op een kwalitatief voldoende niveau uitvoert. Het effect hiervan moet zijn dat de naleving van regelgeving wordt verhoogd en dat het aantal incidenten en handhavingsverzoeken vermindert. • 98% van alle klachten en meldingen met betrekking tot de bebouwde omgeving binnen 5 dagen in behandeling wordt genomen. In samenspraak met partijen wordt gezocht naar een passende oplossing waarbij de verantwoordelijkheid van eenieder wordt gestimuleerd.8 • Het strijdig gebruik van panden regulier en voor bepaalde gebieden projectmatig, door actief toezicht en handhaving wordt tegengegaan. Dit moet merkbaar worden in de leefbaarheid van de stad. • Minimaal 95% van de afgegeven handhavingsbeschikkingen in stand blijft in een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure.
7
bovenstaande willen wij bereiken ervan uit gaande dat de arbeidsmarkt voor vergunningverleners weer aantrekt en dat we in 2022 niet opnieuw worden getroffen door extra beperkingen in de uitvoering van het werk door corona. 8 Voor het realiseren van deze indicator wordt verwezen naar het meldingen en klachtenjaarverslag dat uitgebracht wordt door de afdeling Klantcontactcentrum.
27
6.9 Risicoanalyse Voor 2022 is een risicoanalyse (als bijlage bij deze nota) voor Toezicht en Handhaving opgesteld. Op basis van deze analyse maken wij inzichtelijk welke problemen zich binnen het VTH-werkveld zouden kunnen voordoen (bepalen risico) en hoe ernstig deze problemen zijn. Het gaat dan vooral om zaken die niet direct zichtbaar zijn, maar die wel een potentieel gevaar kunnen opleveren. Dit zijn zaken als brandgevaar, instortingsgevaar, bodemverontreiniging en de teloorgang van monumentale waarden. Met deze analyse wordt ook inzichtelijk hoe de beschikbare formatie zich verhoudt tot het volledige takenpakket. Op basis van de probleem- en risicoanalyse wordt voor 2022 een prioritering aangebracht in het werk.
6.10 Inspelen op actuele vraagstukken De werkzaamheden in de fysieke leefomgeving zijn nooit voor 100% vooraf te plannen. Het is noodzakelijk om flexibel te kunnen schuiven binnen het programma. Dat betekent dat wanneer zich specifieke zaken voordoen die acuut aandacht behoeven, daarop direct moet kunnen worden geacteerd. Een gevolg hiervan kan zijn dat niet alle in dit uitvoeringsprogramma 2022 opgenomen activiteiten volledig kunnen worden gerealiseerd. In het evaluatieverslag VTH over 2022, dat begin 2023 verschijnt, wordt hierover uiteraard nader gerapporteerd. Wat wij al dan niet aan werkzaamheden qua vergunningen uitvoeren in 2022 hangt deels samen met de inkomsten die wij hebben op de leges van de vergunningen. Voor 2022 is een bedrag van € 5.558.000 geraamd voor de baten leges fysieke leefomgeving. Eventuele afwijkingen worden conform de bestaande afspraken aan de raad verantwoorden en zo nodig bijgesteld worden in de twee bestuur rapportages gedurende het lopende boekingsjaar.
6.11 Handhavingsstrategie Beginselplicht tot handhaven Een belangrijk uitgangspunt bij handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. In de jurisprudentie is over deze beginselplicht de volgende standaardoverweging tot stand gekomen: ‘Gelet op het algemeen belang dat is gediend met de handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts in bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien’. Ondanks de beginselplicht tot handhaving kan in bepaalde gevallen worden besloten om niet tot handhaving over te gaan of dat op een later moment te doen. Dit heeft te maken met het spanningsveld tussen de omvang van de taken op het terrein van toezicht en handhaving enerzijds en de daarvoor beschikbare capaciteit anderzijds.
Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken op basis van vastgestelde prioriteiten. Handhaven op de langere termijn (‘uitgesteld handhaven’) kan juist een bewuste strategische keuze zijn in het kader van integraal programmatisch handhaven. Uitgesteld handhaven moet dan ook niet verward worden met gedogen. In situaties waarbij sprake is van gedogen wordt een gedoogbeschikking afgegeven. Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, maar geheel afzien van handhaving niet. 28
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat prioritering in handhavingsbeleid is toegestaan, maar dat beleid dat inhoudt dat tegen overtredingen die in het handhavingsbeleid een lage prioriteit hebben in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden, rechtens niet aanvaardbaar is, omdat daarmee het te handhaven wettelijk voorschrift wordt ondergraven. Handhaving in Haarlem (VTH) Bij de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken wordt de eigen verantwoordelijkheid en de betrokkenheid van burgers en bedrijven gestimuleerd bij het oplossen van vraagstukken. Als dat niet leidt tot een voldoende resultaat kan in voorkomende gevallen handhaving volgen. In geval van vergunningplichtige activiteiten is dit aan de orde wanneer tijdens controles wordt geconstateerd dat niet conform de verleende vergunningen wordt gewerkt. De toezichthouders proberen zoveel mogelijk afwijkingen ten opzichte van de vergunningen direct met de vergunninghouder op te lossen. Lukt dit niet, dan volgt op grond van de Algemene wet bestuursrecht eerst een waarschuwing. Als dat ook niet tot een oplossing leidt, wordt veelal besloten tot bestuursrechtelijke handhaving. Daarnaast vindt handhaving plaats naar aanleiding van geplande toezichtacties of de afhandeling van klachten en meldingen.
Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding wordt de overtreder gewaarschuwd of wordt er direct bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk opgetreden. De bestuursrechtelijke handhaving vindt plaats conform de nalevingsstrategie uit het Beleidsprogramma VTH.
Afbeelding hieronder: handhavingspiramide
6.12 Vormen van toezicht en handhaving Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse (zie de bijlage) zijn binnen de fysieke leefomgeving in Haarlem de volgende vormen van toezicht en controle te onderscheiden: 1. vergunningsgericht toezicht: uitvoeren van controles naar aanleiding van verleende vergunningen/meldingen; 2. objectgericht toezicht: toezicht op categorieën objecten zoals eigen gemeentelijk bezit en monumenten; 29
3. gebiedsgericht toezicht: toezicht op wijkniveau naar aanleiding van klachten, meldingen, of voor enig jaar geformuleerde speerpunten; 4. doelgroepgericht toezicht: toezicht op bepaalde groepen met dezelfde soort overtreding. 5. signaaltoezicht: toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen. Ad 1 Vergunningsgericht toezicht • Uitgangspunt is dat alle afgegeven Wabo-vergunningen (bouwfase) en meldingen activiteitenbesluit door de toezichthouders van de gemeente worden gecontroleerd. De omgevingsvergunningen milieu en een aantal meldingen activiteitenbesluit worden door de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) gecontroleerd. Daarnaast worden sloopmeldingen en toepassing van grond/bouwstoffen door de ODIJ op basis van een risicoklasse gecontroleerd. Van elke verleende Wabo-vergunning en/of melding wordt er een toezichtzaak in Squit aangemaakt. Hiermee vindt automatisch de overdracht van het dossier plaats van het team Vergunningverlening naar het team Toezicht & Handhaving. • In principe worden alle verleende omgevingsvergunningen en ingediende meldingen door de toezichthouders gecontroleerd. Met uitzondering van dakkapellen en werken met een bouwsom tot € 50.000. Het toezicht hierop vindt steekproefsgewijs plaats vanwege eerder in het kader van de bezuinigingen ingeleverde fte op toezicht en handhaving in de bouw.
• Daarnaast wordt getoetst of belangrijke wijzigingen die in het vergunningentraject zijn opgelegd aan de aanvrager en ook zo zijn opgenomen in het eindbesluit, ook op de bouwplaats buiten tot uitvoering worden gebracht. • Ook op de geweigerde Wabo-aanvragen wordt toezicht gehouden. Als een aanvrager ondanks de weigering toch gestart zijn met bouwen wordt een handhavingstraject opgestart • Bij afgegeven omgevingsvergunningen, activiteit Kappen wordt actief toezicht gehouden op de eventueel opgelegde herplantplicht. • Bij het toezicht in de bouwfase wordt het toezicht protocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland gehanteerd. De prioriteit ligt hier bij constructieve veiligheid en brandveiligheid. De bevindingen tijdens de controlebezoeken worden via de Squit applicatie middels bezoekrapporten vastgelegd. • Bij een constatering van, of op basis van een melding wordt toezicht gehouden op illegale bouwactiviteiten. • Bij gevestigde horecaondernemers wordt toezicht gehouden of de zaak conform de bestemming is ingericht.
• Team Toezicht en Handhaving is verder belast met de controle op de ontheffingen voor het innemen van openbare grond bij grote bouwprojecten en de daaraan gekoppelde afdracht van precario (bij de begroting 2020 is besloten om 1 fte te bezuinigen op toezicht en handhaving, daarom worden vanaf dat jaar ook hier de kleine projecten niet structureel maar nog wel steekproefsgewijs gecontroleerd). Ad 2 object gericht toezicht • Haarlem is een gemeente met een rijkdom aan rijks- en gemeentelijke monumenten en een viertal beschermde stadsgezichten. De bescherming hiervan is van groot belang. Op alle afgegeven omgevingsvergunningen voor monumenten vindt toezicht plaats. Hiervoor wordt er door het team Toezicht en Handhaving relatief veel tijd geïnvesteerd in het vooroverleg met de architectuurhistorici van de gemeente over verbouwwerkzaamheden aan monumenten. In het bijzonder als deze panden in eigendom zijn bij de gemeente zelf. Deze werkwijze draagt eraan bij dat er minder inzet nodig is in de uitvoeringsfase en uit het verleden blijkt dat deze gesprekken in het voortraject, waar de eigenaar vaak bij betrokken is, ook de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden ten goede komt. • In Haarlem worden jaarlijks grote en kleinschaligere evenementen georganiseerd. Hierbij is er vooral aandacht voor bouwkundige- en brandveiligheids-aspecten.
Bij grote evenementen vindt altijd controle plaats. Het team Toezicht en Handhaving van de afdeling VTH levert daarnaast een bijdrage aan de overleggen in de aanloop naar de grote evenementen (gemiddeld 6 op 30
jaarbasis). Ook vindt er een schouw plaats op deze evenementenlocaties. De grotere evenementen worden voor besproken en afgestemd met de Veiligheidsregio Kennemerland en de politie. Indien nodig wordt er in opdracht van de gemeente door de Omgevingsdienst IJmond een geluidsmeting uitgevoerd (standaard bij Bevrijdingspop, Veerplasfestival en Haarlem Jazz). Voor het jaar 2022 is, in verband met corona, nog steeds onzeker hoeveel evenementen er doorgang kunnen vinden. Ad 3 gebiedsgericht/programmatisch toezicht In 2022 zullen er, zoals het zich nu laat aanzien, twee gebiedsgerichte projecten worden voortgezet waarbij een rol voor team handhaving en vergunningen is weggelegd. Het gaat hierbij om: • Project Lelie (het gebied rondom de Schoterweg), integraal gemeentelijk project gericht op bestrijding van ondermijning (zie verder paragraaf 4.2.2); • Funderingsproblematiek Haarlem. Het programmatisch handhaven zal in 2022 onder meer zijn gericht op: • het toezicht op woonfraude. Ad 4 doelgroepgericht toezicht Het doelgroepgericht toezicht zal in 2022 in ieder geval gericht zijn op • Het tegengaan van langere verhuur, al dan niet met toepassing van AirBnB of soortgelijk platform, dan op basis van het beleid in Haarlem is toegestaan; • Het tegengaan van illegale bewoning in industriegebied Waarderpolder. Ad 5 Signaaltoezicht: Toezicht naar aanleiding van meldingen en klachten.
De meeste klachten komen binnen via het Klantcontactcentrum (KCC) van de gemeente Haarlem. Het overgrote deel van de klachten binnen het VTH-thema heeft betrekking op bouwwerkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de melder. Veelal is de klacht/melding terug te brengen tot de vraag of er wel een vergunning is voor de activiteiten die er plaatsvinden. De toezichthouders nemen te allen tijde contact op met de melder en beoordelen zo nodig de situatie ter plaatse. Indien er sprake is van een overtreding wordt hiertegen opgetreden. In de meeste gevallen kan het probleem via overleg worden opgelost. Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt er een handhavingstraject gestart. Dit kan tot intensieve trajecten leiden waarbij juridische capaciteit moet worden ingezet. In het geval er een formeel verzoek om handhaving wordt ingediend wordt altijd juridisch gereageerd en wordt juridische capaciteit hierop ingezet. In meerdere gevallen blijkt dat er, achter het indienen van een klacht, sprake is van andere conflicten en/of miscommunicatie met de omwonenden. Het weer met elkaar in gesprek brengen levert dan meestal een meer duurzame oplossing. Handhavingsbeleid onder de Omgevingswet moet worden uitgebreid met waarschuwingsbeleid voor handhaving op algemene regels.
De landelijke handhavingsstrategie die in Haarlem op hoofdlijnen ook wordt gevolgd, voldoet op zich ook onder de Omgevingswet. Alleen zal er onder de Omgevingswet meer met algemene regels (en minder met vergunningen) worden gewerkt. Voor inwoners en bedrijven wordt de kans om hierbij per ongeluk een fout te maken, groter. Een waarschuwingsbeleid voorkomt dan dat het bevoegd gezag bij elke vergissing een last onder dwangsom of bestuursdwang moet opleggen. Wij zullen de advisering vanuit de VNG op dit onderdeel overnemen. Handhavingsstrategie onder de Wet kwaliteitsborging bouw (gevolgklasse 1) Voor bouwactiviteiten die in de (nabije) toekomst onder de Wkb vallen of anderszins vergunningsvrij worden (maar wel vastgelegd in algemene regels) is het naar verwachting nodig onze handhavingsstrategie hier in de toekomst op aan ta passen. De handhavingsstrategie wordt opgenomen in het nieuwe Beleidskader VTH 2023-2027 en daarin zal reeds een doorkijkje naar de 31
toekomst "werken onder de gehele Wkb" worden meegenomen. Dit kan omdat het inwerking treden Omgevingswet en Wkb zijn uitgesteld tot 1-1-2023. Na de aanwijzing van de gevolgklassen 2 en 3 onder de Wkb zullen wij bekijken of ons vigerende handhavingsbeleid ook daarop moet worden aangepast. Voor de Wkb is door de wetgever het volgende geregeld over de bevoegdheden van de gemeente (toezicht en handhaving) bij het bouwproces: 1. Bij het indienen van de risicobeoordeling samen met het borgingsplan bij de gemeente is geen sprake van een goedkeuring door de gemeente. Bij een melding vindt geen inhoudelijke toetsing plaats zoals bij een vergunningaanvraag. Dit past volgens het rijk ook binnen de verantwoordelijkheidsverdeling in het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. In het nieuwe stelsel is het de taak van kwaliteitsborgers om bouwplannen vooraf te beoordelen en tijdens de uitvoering te controleren of het bouwwerk aan de regels voldoet. 2. Dit betekent niet dat de gemeente niet gerechtigd is proactief en preventief toezicht te houden. Aan haar bevoegdheid om toezicht te houden op de naleving van de bouwtechnische regels en handhavend op te treden is niets gewijzigd.
Om deze bevoegdheid goed te kunnen blijven uitvoeren zijn nadere afspraken gemaakt over de versterking van de informatiepositie van de gemeente als bevoegd gezag in het stelsel, die de gemeente in staat stellen het toezicht op de naleving van de bouwtechnische regels op een efficiënte manier in te richten en zo nodig ook proactief en preventief uit te voeren. 3. In het Wkb zijn hiertoe de volgende elementen toegevoegd: • bij het indienen van de bouwmelding moet een borgingsplan, inclusief een risicobeoordeling, worden aangeleverd. De risicobeoordeling is tevens een indieningsvereiste voor de bouwmelding; • in de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met specifieke lokale omstandigheden.
Wordt dit niet gedaan dan is een melding onvolledig en daarmee niet gedaan en mag er niet – na vier weken – met de bouw worden begonnen; • de gemeente kan vooraf informatie opvragen over specifieke bouwwerkzaamheden in bijzondere situaties waarin bepaalde risico’s spelen die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het bouwwerk aan de bouwtechnische regels; • de gemeente kan informatie opvragen over de momenten waarop specifieke bouwwerkzaamheden plaatsvinden; • op de bouwplaats is een actuele planning van de bouwwerkzaamheden aanwezig; • tijdens het bouwen informeert de kwaliteitsborger onverwijld de opdrachtgever en in afschrift de gemeente over afwijkingen van de bouwtechnische regels die zij constateert. Het gaat hier om afwijkingen die de bouwer niet herstelt waardoor het bouwwerk niet aan de bouwtechnische regels voldoet. Een afwijking die nog aangepast kan worden en uiteindelijk hersteld is, hoeft niet aan de gemeente te worden gemeld; 4. Na de realisatie van het bouwwerk krijgt de gemeente een dossier (dossier bevoegd gezag) met alle relevante informatie over het gerealiseerde bouwwerk inclusief de verklaring van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk naar zijn oordeel voldoet aan de bouwtechnische regels. Op basis hiervan kan toezicht en handhaving dus ook in een vroeg stadium ingezet worden om een onveilige of ongezonde situatie te voorkomen of te beëindigen.
Daarbij voorziet het stelsel in een kwaliteitsborger die zowel het bouwplan als de uitvoering daarvan controleert. Als in het kader van het toezicht uit eigen waarneming of signalen van bijvoorbeeld derden blijkt dat de bouwtechnische regels zijn overtreden of dreigen te worden overtreden, kan de gemeente – indien zij daartoe aanleiding ziet – handhavend optreden en zo nodig een handhavingsinstrument inzetten dat rekening houdt met de risico’s. 5. Het is aan de gemeente om die afweging in een concrete situatie te maken. De gemeente zal daarbij zelf een risicoafweging maken en waar mogelijk gebruik kunnen maken van het werk dat al door de kwaliteitsborger is gedaan. 32
6. De verwachting is dat de gemeente het toezicht, zeker op termijn, zo zal gaan inrichten dat er voornamelijk op specifieke risico’s of zaken gelet wordt (risico-gestuurd toezicht). De gemeente kan daarbij gebruikmaken van de bestaande bevoegdheden op grond van titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en hoofdstuk 18 van de Omgevingswet. 7. In het kader van het toezicht kan een gemeentelijke toezichthouder elke plaats betreden, zo nodig ook woningen, en zo onder meer toezicht houden op de bouwplaats, medewerking vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en informatie opvragen en medewerking en zakelijke gegevens en bescheiden vorderen. Op grond van artikel 5:13 van de Awb geldt dat een toezichthouder zijn bevoegdheden slechts gebruikt voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Het gebruik van de bevoegdheid moet worden geacht redelijkerwijs noodzakelijk te zijn, de bevoegdheid moet worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is verleend en het gebruik mag niet willekeurig zijn. 8. De algemene bestuursrechtelijke instrumenten (waarschuwingen, (spoedeisende) bestuursdwang, last onder dwangsom) en reeds bestaande specifieke instrumenten (bestuurlijke boete, stuiting) vormen de basis voor de gemeente om zo nodig de handhaving vorm te geven.
Daar waar zij een preventieve toetsingstaak hebben vervalt deze voor bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen. NB: overigens blijft het toezicht op bestaande bouw ongewijzigd. Op grond van het bovenstaande wordt ervoor gekozen om in geval van bouwen in gevolgklasse 1 terughoudend te zijn met toezicht (met andere woorden: we gaan niet het werk van de kwaliteitsborger nog eens overdoen). Dit mede omdat gevolgklasse 1 maar beperkt in Haarlem aan de orde is en impact zal hebben. Voor wat betreft handhaving na gereedmelding: als het om minimale afwijkingen van het BBL gaat zullen wij daar terughoudend in zijn. Dit betekent dat er alleen op verzoek (van kwaliteitsborger of een derde) wordt gehandhaafd.
33
7.
De organisatie van de afdeling. Het werk op het gebied van VTH wordt in een keten uitgevoerd. Diverse afdelingen binnen de gemeente zijn hierbij betrokken. Het gaat dan om inhoudelijke samenwerking op het gebied van wonen, veiligheid en handhaving, milieu, duurzaamheid, omgevingsbeleid, parkeren, evenementen, standplaatsen en gebiedsbeheer. In dit programma zoomen wij in op de afdeling VTH. De afdeling VTH is één van de vijfentwintig afdelingen bij de gemeente Haarlem. De afdeling VTH bestaat uit vier teams.
Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving
Team Vergunningen
Team Procedures en Projecten
Team Toezicht en Handhaving
Team Advies en Ondersteuning
7.1 VTH afdelingsbreed De werkdruk op de afdeling is de afgelopen jaren steeds toegenomen. In 2022 zal de werkdruk naar verwachting nog verder toenemen. Dit mede in verband met de voorbereidingen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb per 1-1-2023. Op VTH-gebied kan extra werk niet worden opgevangen met het tijdelijk wegzetten van het reguliere werk. Het gaat bij vergunningverlening en toezicht en handhaving immers om wettelijke taken die niet tijdelijk kunnen worden stilgelegd. Het jaar 2022 wordt net als 2021 voor VTH een jaar van keuzes: komen er meer middelen (formatie en bezetting) beschikbaar, of moeten taken tijdelijk worden stilgelegd, en zo ja welke taken dan. Zoals al eerder gemeld, het vinden van goede opgeleide mensen die dit werk willen doen is door de jaren heen steeds moeilijker aan het worden. Hieronder zoemen we wat verder in op de taken die op de afdeling af komen in 2022. Veel zal daarbij afhangen van de waardes die in zowel het Beleidsplan VTH 2023-2027, in de Omgevingsvisie, als het in Omgevingsplan voor Haarlem worden opgenomen.
7.2 Beschikbare formatie voor 2022 voor VTH-taken. Afdeling VTH heeft in 2022 de beschikking over 74,72 fte - inclusief 5,16 fte bestemd voor de uitvoering van niet-Wabo taken voor de gemeente Zandvoort voor de uitvoering van haar Waboen APV/bijzondere wetten-taken. Voor de uitvoering van het volledige Haarlemse VTH-pakket is derhalve 69,56 fte beschikbaar.
7.3 Ontwikkelingen team Vergunningen Het Team Vergunningen heeft in 2022 - 22,59 fte beschikbaar. Daarnaast is meer fte op basis van de Wabo-leges benodigd om de werkvoorraad aan te kunnen. 34
Overigens lukt het op dit moment nog niet om de toegewezen bezetting in zijn geheel te benutten in verband met krapte op de arbeidsmarkt. Dit geldt idem dito voor de externe inhuur van arbeidskrachten. Bij zowel de APV-vergunningen, de vergunningen op basis van bijzondere wetten, als de Omgevingsvergunningen wordt ernaar gestreefd deze binnen de gestelde wettelijke termijnen te verlenen. Waar mogelijk worden de aanvragen sneller afgedaan. Bij het ingaan van de Omgevingswet per 1 januari 2023 zullen bijna alle (v.h. Wabo-)aanvragen een kortere (wettelijk vastgestelde) doorlooptijd krijgen van acht weken. Deze termijn is dan echter geen fatale termijn meer. Bedoeling van de Omgevingswet is dat de vergunningaanvraag wordt ingediend als alle vooroverleg en participatie al heeft plaatsgehad, waardoor de vergunning sneller kan worden verleend. Het team Vergunningen wordt naar verwachting in 2022 wederom betrokken bij één of meerdere pilots op dit onderdeel in de VTH-keten. Dan zal ook blijken of de vergunningverleners al dan niet ook een actieve rol gaan spelen in het voortraject (voorafgaand aan de formele vergunningsaanvraag). Binnen team Vergunningen worden ook alle APV- vergunningen en de Alcoholvergunningen verleend.
Daarnaast ook nog: de vergunningen en toestemmingen/registraties op het gebied van kinderopvang, de huisvestingsverordening, de leegstandwet, de wegenverkeerswet (gehandicaptenparkeerplaatsen), de parkeerverordening (parkeervergunningen), de wet op de kansspelen, de winkeltijdenwet, de verordening weekmarkten 2014 en de meldingen brandveiligheid. Voor deze werkzaamheden wordt er ook in de keten met andere afdelingen en externe partners overleg gevoerd en worden adviezen ingewonnen. Het team Vergunningen is verder, via mandaat van de heffingsambtenaar, verantwoordelijk voor het heffen en innen van leges en (een deel van de) precario. De administratie en inning van de precario op vaste zaken (zoals reclame, standplaatsen, terrassen en uitstallingen) is ondergebracht bij Cocensus (gemeenschappelijke regeling). Het opleggen van de precario voor incidentele activiteiten (zoals tijdelijke standplaatsen en innemen openbare grond) wordt om praktische redenen afgehandeld in eigen huis door het team Vergunningen in samenwerking met de afdeling Financiën. In 2021 is de Haarlemse Huisvestingverordening gewijzigd, naar aanleiding van de vastgestelde doelgroepenverordening woningtoewijzing. En er is een wijziging aangebracht waarmee een vergunningstelsel gebouwd is wat heet "Verhuurvergunning opkoopbescherming".
Dit brengt voor VTH extra werk met zich voor registraties, meldingen, vergunningen toezicht. In 2022 zal duidelijk worden wat de consequenties hiervan zullen zijn voor de aanspraak binnen de beschikbare VTHcapaciteit. Om aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te voldoen worden de aanvraagformulieren voor niet-Wabo zaken, ingericht met een inlog via DigiD en eHerkenning. Hiermee wordt het aantal privacygevoelige gegevens die uitgevraagd worden tot een minimum beperkt. Daarnaast wordt met deze actie de uitvraag van gegevens die al bij de gemeente bekend zijn via de Basisregistratie Personen (BRP) of het handelsregister geschrapt. In de APV zullen waarschijnlijk op korte termijn nieuwe items worden opgenomen, zoals vergunningen voor deelscooters en alternatief personenvervoer (hop on, hop off bus). Een aantal niet-Wabo vergunningen zal na invoering van de Omgevingswet een omgevingsvergunning worden. Zoals het er nu naar uitziet wordt gaat dit in 2023 nog niet plaatsvinden. 35
7.4 Ontwikkelingen Team Procedures en Projecten Binnen het team Procedures en Projecten (17,59 fte) zijn de juridisch medewerkers werkzaam, alsmede de medewerkers parkeren. Dit team behandelt alle bezwaar- en beroepszaken die binnen het vakgebied van de afdeling VTH vallen. Bij de bezwaarzaken wordt het verweer ten behoeve van de behandeling bij de onafhankelijke Commissie Bezwaar en Beroep opgesteld. De juristen behandelen ook de beroepszaken. Daarnaast adviseren de juristen, gevraagd en ongevraagd, collega's van de eigen en andere afdelingen binnen de gemeente over zaken die verband houden met vergunningen en uitleg van bestemmingsplannen, Wabo-gerelateerde zaken en procedures rondom alle door de afdeling af te geven vergunningen. Bij de juristen van het team is in 2022 weer extra incidentele capaciteit op een aantal onderwerpen nodig. Dit zit met name op de onderwerpen AirBnB en woonfraude en een forse deelname aan het Dedicated Team Omgevingswet. In 2022 wordt één fte juristen volledig ingezet bij de opstelling van het Omgevingsplan, verordening Fysieke leefomgeving, toepasbare regels, e.d. Doordat het gaat om tijdelijke werkzaamheden is het niet mogelijk dit om te zetten in vaste bezetting. De capaciteit op woonfraude is voor de komende twee jaar wel al ingeboekt in de vacatureruimte.
Er is binnen dit team een trend waarneembaar dat er steeds meer capaciteit nodig is voor juridische handhaving. Naast de reguliere handhaving op bouwen, kinderopvang en brandveiligheid dienen zich ook onderwerpen/projecten aan als: ondermijning, funderingsherstel, bezwaar en beroep over plaatsing van ondergrondse afvalcontainers, het nieuwe standplaatsenbeleid, het nieuwe evenementenbeleid en de gevolgen van de nieuwe huisvestingsverordening. Daarnaast is de verwachting dat projecten zoals de Waarderpolder in 2022 weer verder gebracht zullen worden; deze hebben immers door de invloed van corona grotendeels stilgelegen. De in 2020 en 2021 ingezette toename van het aantal bezwaren op allerlei gebied zal zich naar verwachting voortzetten. Met name op het gebied van kapvergunningen verwachten we een toename in het werk. Ook de op grond van nieuwe jurisprudentie ontstane situatie dat men in beroep kan, zonder eerst een zienswijze te hebben ingediend, kan tot extra drukte bij de juristen leiden. De effecten hiervan worden in volgende jaren zichtbaar. Het team moet binnen deze veelheid aan werkzaamheden prioriteiten stellen. Uiteraard wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot zaken waar in 2022 minder aandacht aan gegeven kan worden, of die eventueel kunnen worden doorgeschoven naar een volgend uitvoeringsprogramma.
De parkeervergunningverleners behandelen de aanvragen voor parkeervergunningen en handelen de daaraan gerelateerde producten zoals ontheffingen af. Bij de parkeervergunningverleners is sprake van een overschrijding van de formatie door een reeds (in 2015) ingeboekte bezuiniging met betrekking tot automatisering bij de vervanging van het parkeervergunningensysteem. Naar verwachting zal medio 2022 het nieuwe systeem kunnen worden geïmplementeerd. Deze omschakeling zal in het begin wat meer tijd kosten, mede omdat dit gelijk oploopt met de jaarlijkse verlengingen.
36
Daarnaast komen er voor de parkeervergunningverleners nieuwe werkzaamheden bij. Voorbeelden hiervan zijn de invoering van de milieuzone per 1-1- 2022, de uitbreiding van het voetgangersgebied en mogelijk ook uitbreiding van het vergunningengebied. Hierdoor zal het in 2022 nodig zijn om extra inhuur te plegen voor al deze extra werkzaamheden.
7.5 Ontwikkelingen team Advies en Ondersteuning Het team Advies en Ondersteuning heeft de beschikking over 16,64 fte. Het gaat hierbij om 6 procesmanagers, 4 beleidsmedewerkers, 9 medewerkers planbegeleiding en de secretaris van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De planbegeleiding/administratie houdt zich hoofdzakelijk bezig met: • het inboeken van post voor de afdeling; • het inboeken van vergunningaanvragen in het vergunningensysteem; • de controle op de leges en precarioberekeningen; • de verzending van de beschikkingen en de rekeningen voor leges en precario; • de publicaties van vergunningaanvragen en beschikkingen. De procesmanagers houden zich onder andere bezig met: • de optimalisatie en het in beeld brengen van de werkprocessen. Het Kwaliteitszorgsysteem is in 2020 gerealiseerd en is raadpleegbaar via Insite (het betreft hier een dynamisch document waarin de werkprocessen, de kwaliteitseisen aan de medewerkers en de geldende regelgeving telkens aan de actualiteit worden aangepast). Dit Handboek Kwaliteit draagt bij aan het aantoonbaar en inzichtelijk maken van het werken op ISO-niveau op de afdeling VTH. • verder wordt in 2022 het onderwerp prestatie-indicatoren opgepakt. Dit is vanwege de veelheid aan werk in 2021 helaas nog niet gelukt. • de beleids- en procesmanagers zijn verantwoordelijk voor een of meer processen of producten binnen de afdeling.
De drukte zit voor hen in 2022 vooral op de wijzigingen in processen en systemen met het oog op de komende Omgevingswet en Wkb (het betreft hier de invoering van een nieuw vergunningensysteem, Squit XO wordt vervangen door Power Browse)r. Ook zijn zij betrokken bij de vervanging van het parkeervergunningensysteem. De beleidsmedewerkers hebben een scharnierfunctie tussen de uitvoerende afdeling VTH en de betrokken beleidsafdelingen. Dit ook om te bewaken dat geldend- en nieuw beleid na vaststelling uitvoerbaar, controleerbaar en handhaafbaar is. Met de komst van de Omgevingswet per 1-1-2023 zullen er in 2021 ook beleidsmatig aanpassingen moeten worden gedaan. Voorbeelden hiervan zijn: • de voorbereiding van een, op grond van de Omgevingswet vereiste, nieuwe verordening voor de Adviescommissie Omgeingskwaliteit; • het opstellen van een nieuw Beleidsplan VTH; • het opstellen van een nieuwe legesverordening (aangepast aan de Omgevingswet).
7.6 Ontwikkelingen team Toezicht en Handhaving. Het team Toezicht en Handhaving bestaat uit 16,91 fte waaronder de inspecteurs, de medewerker bouwfysica en de constructeurs . Het team houdt toezicht op de uitvoering van vergunningplichtige bouwactiviteiten. Er wordt tijdens dit proces handhavend opgetreden als het nodig is, maar het heeft de voorkeur om het in het proces zo bij te sturen dat dit niet meer nodig is. De nadruk bij het toezicht ligt op de constructieve- en brandveiligheidseisen. 37
Gezien de trend om gebouwen zo energiezuinig mogelijk te bouwen zal de komende jaren het accent hier meer op komen te liggen. Door wijzigingen in de regelgeving gaat het team zich ook meer bezighouden met de verduurzaming van bestaande gebouwen en monumentale gebouwen. Verder handelt het team veel klachten over de bebouwde omgeving af. Hier kunnen dan weer handhavingszaken uit voortkomen. Daarnaast is het team betrokken bij een aantal projecten zoals: • Wonen in de Waarderpolder; • Project Lelie; • AirBnB, toeristische verhuur; • Brandgevaarlijke hoge gevels; • Het actieplan woonwagen. De bouwfysica- en constructiespecialisten adviseren over de vergunningaanvragen, controleren de stukken die ingediend worden tijdens het bouwproces en ten slotte kunnen zij de inspecteurs ondersteunen als er iets niet goed is gegaan tijdens de bouw. Elke inspecteur heeft naast de vereiste kennis op het gebied van bouw- en woningtoezicht nog extra specialisaties, zoals bijvoorbeeld: • monumenten, • brandveiligheid en • evenementen en • huisvestingverordening. Het team gaat zich in 2022 verder voorbereiden op de nieuwe rol (per 2023) na invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen. Het team krijgt een grotere en duidelijkere rol in waarborgen van de veiligheid rondom de bouwlocaties (landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid).
Hieraan wordt nu en in de toekomst extra aandacht besteed, juist omdat het aantal grote bouwwerken in de stad hoog is. Ook wordt een tweede proefproject in het kader van de Wkb gedraaid. Het betreft een constructief funderingsherstel. Afhankelijk van het verloop van deze en eventuele andere projecten worden de ervaringen omgebogen naar beleid. Hierbij kan gedacht worden aan "hoe wordt omgegaan met de verschillende problemen die door de kwaliteitborgers niet worden opgelost, en wanneer wordt een handhavingstraject opgestart". Er zal in 2022 nauw en regelmatig met de VRK worden gecommuniceerd over de brandveiligheid bij zorginstellingen. Dit gebeurt om te monitoren of de controles en de administratie daaromheen rond de brandveiligheid bij zorginstellingen conform de nieuwe afspraken verlopen (o.a. naar aanleiding van onderzoek en aanbevelingen provincie uit 2019 naar organisatie rond brandveiligheid zorginstellingen). Het verbreden en uitbreiden van de taken betekent direct dat prioritering van de taken nog essentiëler is geworden, mede gezien de in 2020 doorgevoerde afname van het aantal beschikbare uren voor dit team (1 fte). Voor de toezichthouders geldt dat er een apart aanwijzingsbesluit moet komen om werkzaam te kunnen zijn onder de Omgevingswet. Dit besluit wordt in de tweede helft van 2022 door het college van B&W genomen.
38
8.
Uitvoering 2022 in cijfers prognose in risicoanalyse 8.1 Bijgevoegde risicoanalyse. Voor de prognose van de ureninzet in 2022 en eventuele tekorten binnen de beschikbare formatie wordt verwezen naar de bijgevoegde risicoanalyse.
9.
Samenwerking met verbonden partijen Voor de verbonden partijen (VRK en ODIJ) die taken uitvoeren binnen het VTH-werkveld geldt, dat hierover jaarlijks separaat aan de gemeenteraad stukken worden voorgelegd en over wordt gerapporteerd (begroting, jaarrekening). In deze paragraaf benoemen we dan ook alleen de algemene voortgang. Voor het overige verwijzen wij naar de stukken van de ODIJ en VRK zelf.
9.1 De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) Taken: De ODIJ geeft voor de gemeente Haarlem uitvoering aan de volgende takenpakketten: • het basistakenpakket, exclusief de bodemtaken (enkel handhaving op verzoek); • het bedrijfsgebonden milieutakenpakket, exclusief milieuadvisering en beleidsvoorbereiding en -uitvoering; • toezicht bij enkele evenementen (op verzoek); • signaaltoezicht brandveiligheid bij bedrijven. Verantwoording 2021 De eerste en tweede bestuur rapportage (januari tot en met augustus 2021) van de ODIJ zijn inmiddels door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. Zij zijn daarna doorgezonden naar de colleges van de deelnemende gemeenten. In Haarlem zijn deze stukken ter kennisneming naar de raad doorgezonden. Uitvoeringsprogramma 2022 Het uitvoeringsprogramma voor 2022 is inmiddels in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 15 december 2021 vastgesteld. De ODIJ zal in 2022 voor Haarlem als speerpunt het toezicht en de handhaving op energiebesparing bij bedrijven hanteren. Ondermijning zal ook in 2022 een thema zijn bij het toezicht en de handhaving door ODIJ. Daarvoor zal de ODIJ nauw samenwerken met gemeenten in de regio.
9.2 Veiligheidsregio Kennemerland, Brandweer De VRK geeft voor de gemeente Haarlem advies over brandveiligheid bij bestemmingsplannen, voor een deel bij omgevingsvergunningsaanvragen activiteit bouwen, milieutechnische zaken en aanvragen voor evenementen. 39
In het kader van toezicht op de brandveiligheid voert de VRK diverse soorten controles uit. Dit zijn voornamelijk de periodieke controles op de omgevingsvergunningen brandveilig gebruik en gebruiksmeldingen. Daarnaast voert de VRK controles uit op evenementen en andere tijdelijke inrichtingen. Verantwoording 2021/2022 Met een tussenrapportage en een jaaroverzicht informeert de Sector Risicobeheersing van de VRK de gemeente Haarlem twee keer per jaar (resp. kort na de eerste helft van het jaar (september) en vervolgens zo spoedig mogelijk na de jaarwisseling (eind januari)) over de bereikte resultaten in het betreffende jaar. De gerapporteerde activiteiten zijn als gevolg van het vele extra werk door de coronacrisis in 2021 niet geheel volgens planning gegaan. Jaarplan 2022 Het activiteitenplan beschrijft op hoofdlijnen de werkzaamheden die de sector Risicobeheersing van de VRK voor de gemeente Haarlem gaat verrichten. In 2022 komt de VRK hiervoor met een format in 3 delen: een infographic, een beschrijving van ontwikkelingen en trends en planningscijfers op de belangrijkste producten.
9.3 Veiligheidsregio Kennemerland, GGD De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving kinderopvang. Eventuele handhavingsacties, voortvloeiend uit de inspecties, worden door de gemeente uitgevoerd. Taken GGD: De inspecties kinderopvang worden uitgevoerd door de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. Jaarlijks wordt hiervoor in samenspraak met de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst een werkplan opgesteld. Verantwoording 2021. Met het jaarverslag legt het college verantwoording af over het uitgevoerde toezicht en handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang in het kader van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen aan de Inspectie van het Onderwijs. De verantwoording 2021 wordt vóór 1 juli 2022 vastgesteld door het college van B&W. In 2020 heeft Haarlem wederom de A-status van het Rijk gekregen voor de uitvoering van de toezichts- en handhavingstaken kinderopvang. Het resultaat over 2021 wordt in de loop van 2022 bekend. Jaarplan 2022. Eind 2021 heeft de GGD een korte terugblik gegeven op 2021 en tegelijkertijd een voorstel voor de inspecties 2022 opgesteld. Aan de hand van dit voorstel wordt de opdracht verstrekt voor de inspectie kinderopvang die de GGD in 2022 voor de gemeente Haarlem uitvoert.
40
10. Borging van financiële middelen 10.1 Begroting 2022-2026 gemeente Haarlem In de begroting 2022-2026 van de gemeente Haarlem worden in programma 6 Burger, bestuur en veiligheid de financiële middelen beschikbaar gesteld die nodig zijn om de taken uit te voeren. Specifiek vallen de werkzaamheden onder paragraaf 6.3 - Openbare orde en Veiligheid. De uitvoering van de VTH-taken wordt deels betaald uit de algemene middelen en deels uit de inkomsten op de leges. De legesinkomsten Wabo staan genoemd in de tabel "Opbrengst belastingen en heffingen" welke te vinden is op pagina 178. De bijdragen aan de verbonden partijen staan vermeld in de tabel "Gemeenschappelijke regelingen" op pagina 199. De salariskosten voor het personeel van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving staat in de tabel "5.6 Overzicht personeel" op pagina 257.
11. Vooruitblik VTH-beleidscyclus onder de Omgevingswet 11.1 Omgevingsvisie. Onze stad is volop in ontwikkeling. Steeds meer mensen willen er wonen, werken en recreëren. Met die groei komen we voor nieuwe uitdagingen te staan. Mede daarom is er een Omgevingsvisie gemaakt. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld tot 2045 voor de stad en alles wat zich hier afspeelt. Denk bijvoorbeeld aan hoe we straks wonen en werken, hoe we bereikbaar zijn en blijven en wat onze visie is rondom erfgoed of groen in de stad. De visie laat zien in welke richting we ons de komende jaren willen ontwikkelen. Uiteraard zullen er van tijd tot tijd zaken moeten worden aangepast/geactualiseerd vanwege maatschappelijk ontwikkelingen tot aan 2045 die we op dit moment nog niet kunnen voorzien. Op dit moment wordt ook gewerkt aan het omgevingsplan. Daarbij zullen ook de gevolgen voor het VTH-beleid worden onderzocht.
12. Procescriteria beleidscyclus VTHtaken De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening toezicht en handhaving (VTH). De procescriteria zijn te vinden in het Omgevingsbesluit, artikelen 13.5 tot en met 13.11.
41
12.1 Twee cycli: beleidsvormend en uitvoerend De beleidsvormende cyclus is voornamelijk het domein van de bevoegde gezagen. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deels bij bevoegde gezagen zelf
12.2 BIG-8 model is samenhangend geheel Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel BIG-8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten.
12.3 De procescriteria volgens de Omgevingswet De procescriteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt bij het inrichten van de organisatie. De volgende procescriteria worden onderscheiden: • de uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6) • de handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6) • het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8) • de uitvoeringsagenda (artikel 13.6) • de uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9) • de borging van middelen (artikel 13.10) • de evaluatierapportage (artikel 13.11)
12.4 Huidige regelgeving opgenomen via Invoeringswet Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Bij algemene maatregelen van bestuur (zoals het Omgevingsbesluit) stellen de betrokken bestuursorganen regels over de strategische en programmatische uitoefening van deze taken Dat doen zij in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.
12.5 Randvoorwaarden hogere kwaliteit handhaving In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staan de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Met name de artikelen 13.5 tot en met 13.11 gaan dieper in op de procescriteria, de afzonderlijke onderdelen van de strategische en programmatische uitvoering en handhaving.
42
12.6 Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet
Waterschapsverordening
43
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 1 maart 2022
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 44