CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220442066 2. GEHEIM Bijlage 1 Selectiedocument aanbesteding Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang

commissie Samenleving 19 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen selectiedocument Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Haarlem (MTM)25.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het staat de gemeentent evenwel vrij om geen antwoord te geven op tijdig ingediende vragen en/of gevolg te geven aan gemaakte opmerkingen. Na deze vragenronde staan alle inhoudelijke- en procedurele aspecten van voorliggende aanbesteding definitief vast.

6.4 Indienen en openen van de Aanmeldingen Indienen van de Aanmelding    

De Aanmelding dient gebaseerd te zijn op dit Selectiedocument, inclusief alle bijlagen en de Nota(‘s) van inlichtingen; De Aanmelding kan uitsluitend digitaal worden ingediend; Aanmeldingen dienen uiterlijk op de in de planning aangegeven datum en tijdstip te zijn ingediend; Aanmeldingen en bijbehorende documenten kunnen na het sluiten van de sluitingsdatum niet meer worden ingediend c.q. geüpload en worden daarmee niet meer toegelaten tot de procedure; Het tijdig indienen van de Aanmelding is geheel voor rekening en risico van de Aanbieder; 51

  

Door de gemeenten worden geen kosten vergoed inzake het uitbrengen van de Aanmelding; Aanmeldingen die worden aangeboden, anders dan via het Aanbestedingsplatform, worden niet geaccepteerd; Mocht onverhoopt TenderNed niet beschikbaar zijn, waardoor u uw Aanmelding niet kunt indienen, dan dient u per direct contact op te nemen met TenderNed en de Aanbestedende dienst.

Opening Aanmeldingen   

Na sluiting van de termijn voor het indienen van Aanmeldingen worden de Aanmeldingen uit de digitale kluis gedownload en start de beoordelingsprocedure; Aanbieders kunnen bij de opening van de Aanmeldingen niet aanwezig zijn; De Aanmelding dient volledig en consistent te zijn. Mocht blijken dat er informatie wordt gemist of dat de verstrekte informatie niet consistent is met de corresponderende documentatie en/of bijlagen, dan wel afwijkt van nadere informatie die ingewonnen wordt bij de Aanbieder, van algemeen bekende marktinformatie of van andere betrouwbare informatie dan kan de Aanmelding worden uitgesloten van de procedure.

De gemeenten behouden zich het recht voor Aanmeldingen niet in behandeling te nemen als niet alle gevraagde gegevens aangeleverd zijn of als de wijze van aanbieden afwijkt van hetgeen gesteld in deze vraag. 6.4.1 Vertrouwelijkheid  De informatie die in uw Aanmelding wordt verstrekt zullen de gemeenten als strikt vertrouwelijk behandelen en niet aan derden worden verstrekt, tenzij het informatie betreft die als gevolg van een wettelijke verplichting openbaar moet worden gemaakt of al openbaar is;  De Aanbieder mag de gegevens die de gemeenten haar in verband met deze aanbesteding ter beschikking stelt alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. Aanbieder dient vertrouwelijk om te gaan met de door de gemeenten verstrekte informatie;  Geheel of gedeeltelijk overnemen, reproductie of bewerking van (delen van) de inhoud van deze aanbesteding zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeenten, is niet toegestaan. 6.4.2 Samenwerkingsverband Combinatie Een Combinatie van partijen als Aanbieder is toegestaan. De Combinatie dient door het invullen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) aan te geven welke partij en contactpersoon het aanspreekpunt is tijdens deze aanbestedingsprocedure, gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst en hoe de taakverdeling binnen de Combinatie geregeld is.

Combinanten benaderen de gemeenten alleen namens de Combinatie.

52

Partijen in een Combinatie kunnen niet tevens apart of in een andere Combinatie aanmelden. Indien daarvan toch sprake is, zijn alle betreffende Aanmeldingen ongeldig. Het is bij de Inschrijvingsfase mogelijk om de Combinatie aan te passen. Bij de Inschrijvingsfase geldt dat alle Combinanten gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een juiste en complete afhandeling van de door hen aanvaarde Opdracht en alle uit de Opdracht voortvloeiende verplichtingen. Het is voor de gemeenten belangrijk dat de kwaliteit van de dienstverlening gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst constant blijft. Als een Combinatie wordt ontbonden dient Opdrachtnemer dit onverwijld aan de gemeenten te melden. In beginsel wordt de Raamovereenkomst dan ontbonden. Beroep op Derden Indien Aanbieder voor enige Geschiktheidseis, als bedoeld in dit Selectiedocument, een beroep moet doen op inbreng van Derden, zoals de holding, de moedermaatschappij of een Onderaannemer, dan toont Aanbieder in zijn Aanmelding aan dat hij een beroep op deze Derde kan doen. Aanbieder vermeldt in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument op welke Derden hij een beroep doet. Het is bij de Inschrijvingsfase mogelijk om een beroep op derden te wijzigen. Onderaanneming De gemeenten staan een samenwerking van de Aanbieder met een ander bedrijf als Onderaannemer toe.

Aanbieder en Onderaannemer geeft in zijn Aanmelding in het UEA aan welk deel van de Opdracht door een Onderaannemer wordt uitgevoerd. Aanbieder dient aan te tonen dat hij voor de Opdracht gebruik kan maken van de Onderaannemer en diens capaciteit. Aanbieder blijft verantwoordelijk voor een juiste en complete afhandeling van de door hem aanvaarde Opdracht en alle uit de Opdracht voortvloeiende verplichtingen en is bij gebreke daarvan volledig aansprakelijk. Het is voor de gemeenten belangrijk dat de kwaliteit van de dienstverlening gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst constant blijft. Opdrachtnemer mag tijdens de looptijd van de Raamovereenkomst slechts een Onderaannemer vervangen (en/of inschakelen) na schriftelijke goedkeuring door de gemeenten. De in te schakelen Onderaannemer dient in dat geval te voldoen aan alle in deze aanbestedingsprocedure gestelde Geschiktheidseisen en er mogen geen Uitsluitingsgronden op de Onderaannemer van toepassing zijn. De goedkeuring zal in ieder geval niet worden verleend als dit een wezenlijke wijziging van Opdracht oplevert of kan opleveren. Het is bij de Inschrijvingsfase mogelijk om een wijziging aan te brengen in de onderaannemingen. Let op: Het is Ondernemers niet toegestaan om meer dan één (1) Aanmelding in te dienen, ongeacht of dit zelfstandig, als Ondernemer of als Combinant plaats vindt.

Als meerdere ondernemingen van één (1) concern zich willen inschrijven (zelfstandig of als Combinatie), moeten zij – op verzoek van de gemeenten – kunnen aantonen dat: 53

 

Zij hun Aanmelding onafhankelijk hebben opgesteld van de andere Aanbieders die deel uitmaken van het concern; Zij hierbij strikte vertrouwelijkheid in acht hebben genomen.

Als zij dit niet eenduidig en naar genoegen van de gemeenten kunnen aantonen, dan leidt dit tot uitsluiting van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure van alle tot het betreffende concern behorende Aanbieders.

6.5 Selectie door gemeenten Met de publicatie van dit Selectiedocument start de Selectiefase. De Aanbieders die geselecteerd worden na afronding van de Selectiefase kunnen deelnemen aan de Dialoogfase. Aanbieders die zich niet Aanmelden of niet geselecteerd worden, zijn daarmee uitgesloten van de verdere Aanbestedingsprocedure en dus om een Inschrijving te doen. Zij kunnen zich later nog wel aansluiten bij de Geselecteerde Aanbieders en of bij de gecontracteerde Opdrachtnemer. Hieronder leest u op welke wijze een Aanbieder zich kan selecteren en wat de gemeenten minimaal van de Aanmelding verwachten. Ook wordt het proces toegelicht hoe de gemeenten komen tot de selectie van de Aanbieders. Aan de hand van de in dit hoofdstuk opgenomen gegevens wordt vastgesteld of er Uitsluitingsgronden op Aanbieders van toepassing zijn. Ook wordt de geschiktheid van de Aanbieder(s) vastgesteld aan de hand van de zogeheten Geschiktheidseisen. Indien blijkt dat een Aanbieder niet voldoet aan de gevraagde eisen, leggen de gemeenten de Aanmelding ter zijde en wordt verder niet inhoudelijk beoordeeld. U komt in aanmerking voor deelname aan de Dialoogfase wanneer: 1.

2.

Geen van de Uitsluitingsgronden op u, uw Combinant(en) en uw eventuele Onderaannemers (waarop u zich beroept om te voldoen aan de Geschiktheidseisen) van toepassing zijn. Deze zijn uitgewerkt in paragraaf 6.5.1; U voldoet aan de Geschiktheidseisen. Deze zijn uitgewerkt in paragraaf 6.5.2.

De gemeenten hebben getracht de geschiktheidseisen zo laagdrempelig mogelijk te houden. Elke Aanmelding die niet voldoet aan alle Geschiktheidseisen of waarop één of meer van de Uitsluitingsgronden op van toepassing zijn, valt af. De gemeenten behouden het recht om bij de voorlopige selectie de officiële bewijsstukken, die behoren bij de Geschiktheidseisen van de Aanbieder die voorlopig als Aanbieders geselecteerd zijn, op te vragen. Ten aanzien van Uitsluitingsgronden en Geschiktheidseisen wordt er onderscheidt gemaakt tussen twee (2) wijzen van indienen van bewijsstukken. Bewijsstukken die bij de Aanmelding gevoegd dienen te zijn en bewijsstukken die de Aanbieder op eerste verzoek van de gemeenten dient aan te leveren. Op eerste verzoek van de gemeenten betekent dat de Aanbieder de bewijsstukken en/of documentatie binnen zeven (7) werkdagen dient te overleggen. Als op Aanbieder één (1) of meer Uitsluitingsgronden van toepassing zijn, wordt Aanbieder uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. 54

Als Aanbieder niet volledig aan de gestelde Geschiktheidseisen voldoet, zal de Aanmelding als ongeldige Aanmelding terzijde gelegd worden en niet voor verdere beoordeling in aanmerking komen. De Uitsluitingsgronden en Geschiktheidseisen hebben zowel betrekking op de kwaliteit, financiële en economische draagkracht als op de technische- en beroepsbekwaamheid van de Aanbieder. Het doel van deze stap is om te beoordelen of de Aanbieders aan de minimumeisen voldoen.

6.5.1 Uitsluitingsgronden Uitsluitingsgrond: Uniform Europees Aanbestedingsdocument Voor deelname aan deze aanbesteding is het indienen van het “Uniform Europees Aanbestedingsdocument” (UEA) verplicht. Het UEA is in de vorm van een pdf-bestand bij dit Selectiedocument gevoegd (Bijlage 2). Aanbieder dient het UEA te downloaden, volledig in te vullen, rechtsgeldig te ondertekenen en te uploaden bij haar Aanmelding. Door middel van het ondertekenen van het UEA verklaart Aanbieder, dat op haar onderneming geen van de gestelde Uitsluitingsgronden van toepassing zijn en voldoet aan alle gestelde Geschiktheidseisen in voorliggende aanbesteding. Ook verklaart Aanbieder met het ondertekenen van het UEA in te stemmen met alle beschreven (vorm)voorschriften, voorwaarden en eisen in het Selectiedocument en verklaart te voldoen aan alle gestelde eisen. Let op: 

Het formulier vult meerdere keren automatisch de voor de Aanbieder positieve antwoorden in. Het blijft de verantwoordelijkheid van Aanbieder om te verifiëren of dit klopt; Voor een optimaal gebruik en een juist werking van het interactieve pdf-document van het UEA wordt geadviseerd het document direct op te slaan op de computer en niet te openen in een browser. Na het downloaden kan het document via de computer het best geopend worden met Acrobat Reader DC.

Uitsluitingsgrond: Ernstige beroepsfouten Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument vraagt ook of Aanbieder zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige beroepsfouten. Ernstige beroepsfouten zien op de integriteit van de onderneming, het omvat elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid. Hierbij is het volgende van belang. De gemeenten vinden dat Aanbieder in ieder geval een ernstige beroepsfout heeft begaan indien de onderneming (waar ook de medewerkers, vertegenwoordigers en ondergeschikten onder vallen) met kwade opzet voordeel verschaft of heeft verschaft aan een medewerker, ondergeschikte of vertegenwoordiger van de gemeente. De gemeenten vinden dat Aanbieder zich schuldig heeft gemaakt aan een aanzienlijke of voortdurende tekortkoming in een overheidsopdracht, als diens onderneming zich bij eerdere (overheids)opdrachten schuldig heeft gemaakt aan grove wanprestatie of (wan)gedrag dat ernstige twijfel doet rijzen aan de betrouwbaarheid van de onderneming. 55

De gemeenten kunnen bij deze aanbestedingsprocedure gebruik maken van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) om te toetsen of er bij een Aanbieder sprake is van één van de verplichte of facultatieve Uitsluitingsgronden, waaronder de hierboven genoemde ernstige beroepsfout. De gemeenten kunnen hierover aan het Landelijk Bureau Bibob advies vragen. Het advies dat het Landelijk Bureau Bibob op basis van de uitkomst van haar onderzoek zal uitbrengen, is voor de gemeenten niet bindend. De gemeenten beoordelen een zelf, mede aan de hand van het advies. De gemeenten kunnen in geval van toepassing van de Wet Bibob aan een Aanbieder verzoeken een vragenformulier als bedoeld in artikel 30, vijfde lid van de Wet Bibob in te vullen. Dit vragenformulier is erop gericht gegevens te verkrijgen, zodat het Landelijk Bureau Bibob onderzoek kan doen. U bent dan verplicht de voor het onderzoek noodzakelijke gegevens en bescheiden te verschaffen. Als u weigert om (voldoende) gegevens te verschaffen, wordt u uitgesloten van de verdere aanbestedingsprocedure.

Uitsluitingsgrond: Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) De gemeenten zullen de Aanbieder die voor selectie in aanmerking komt, als bewijsstuk bij zijn UEA, verzoeken een Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) te overleggen. Op verzoek overlegt u de gegevens binnen zeven (7) werkdagen. Een GVA is een verklaring dat uit een onderzoek is gebleken dat er geen bezwaren zijn dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon inschrijft op een overheidsopdracht, specialesectoropdracht, concessieovereenkomst voor openbare werken of prijsvraag. Justis verstrekt de GVA namens de minister van Justitie en Veiligheid. Voor meer informatie over de GVA zie: https://www.justis.nl/producten/gva/gva-aanvragen/. De te overleggen GVA mag op het moment van de Aanmelding niet ouder zijn dan twee (2) jaar. De GVA dient aangevraagd te worden bij het Ministerie van Jusititie. Wanneer sprake is van een buitenlandse onderneming, kan, als er in het land waar het bedrijf gevestigd is geen gelijkwaardig formulier bestaat, in plaats van de GVA een verklaring onder ede of een plechtige verklaring ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land worden afgelegd en deze verklaring vervolgens overleggen aan de gemeenten.

Let op: Aanbieder dient er zelf rekening mee te houden dat het verkrijgen van de gevraagde verklaring enige tijd tot een aantal weken kan duren.

6.5.2 Geschiktheidseisen Geschiktheidseis: Beroepsbekwaamheid De Aanbieder dient ingeschreven te zijn in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dan wel een overeenkomstig beroeps- of handelsregister van het land van vestiging van de onderneming. Aan de hand van de Aanmelding in genoemd register onderzoeken de gemeenten of de Aanmelding rechtsgeldig is ondertekend. 56

De gemeenten zullen de Aanbieder die voor selectie in aanmerking komt, als bewijsstuk bij zijn UEA, verzoeken een actueel inschrijvingsbewijs in het handelsregister, niet ouder dan zes (6) maanden, gerekend vanaf de sluitingsdatum voor het indienen van de Aanmelding, te overleggen. De Aanbieder vult dit bewijs eventueel met documentatie aan, waaruit de rechtsgeldigheid van de handtekening van de Geselecteerde Aanbieder blijkt (volmacht(en)). Indien de Geselecteerde Aanbieder een holding- of moedermaatschappij(en) heeft, dient de Geselecteerde Aanbieder tevens het inschrijvingsbewijs van deze holding- of moedermaatschappij(en) te overleggen. Op verzoek overlegt de Geselecteerde Aanbieder deze gegevens binnen zeven (7) werkdagen. Geschiktheidseis: Financieel en economische draagkracht Met het indienen van de Aanmelding verklaart de Aanbieder financieel voldoende gezond te zijn om de Opdracht uit te voeren. Aanbieder dient een stabiele onderneming te zijn, wiens continuïteit is gegarandeerd gedurende de looptijd van de Opdracht, inclusief mogelijke verlenging(en). Als de Aanbieder controleplichtig is, geldt dat de meest recente accountantsverklaring geen paragraaf bevat met negatieve continuïteitsverwachtingen. Aanbieder dient de meest recente jaarrekening en accountantsverklaring te kunnen overleggen.

Als de Aanbieder niet controleplichtig is, verklaart Aanbieder door ondertekening van het UEA dat de financiële en economische draagkracht van haar onderneming zodanig is dat de continuïteit van de dienstverlening gedurende de looptijd van de Opdracht, inclusief mogelijke verlenging(en), niet in gevaar komt. De gemeenten kunnen bij of na voorlopige gunning vragen om een jaarverslag en/of een beoordelings- of samenstellingsverklaring. De gemeenten kunnen de Aanbieder de die voor selectie in aanmerking komen, als bewijsstuk bij zijn UEA, verzoeken de hier genoemde bewijsstukken te overleggen. Op verzoek overlegt u deze gegevens binnen zeven (7) werkdagen. Geschiktheidseis: Verzekering Aanbieder beschikt op de uiterste datum voor het indienen van de Aanmelding over een adequate verzekering of voorziening voor wettelijke- en/of bedrijfsaansprakelijkheid. Deze dient gedurende de gehele looptijd van de Raamovereenkomst geldig te zijn tot het tijdstip waarop Opdrachtnemer aan al zijn verplichtingen met betrekking tot de Opdracht heeft voldaan. Met adequaat wordt bedoeld dat de Aanbieder in het bezit is van een wettelijke- en/of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering met een minimale dekking van € 2.500.000,- per gebeurtenis en een maximum van € 5.000.000,- euro per jaar.

Het is niet noodzakelijk dat een Combinatie als Combinatie verzekerd is, op voorwaarde dat de afzonderlijke partijen aan het samenwerkingsverband wel zoals geëist verzekerd zijn. De Aanbieder die voor gunning van de Opdracht in aanmerking komt, overlegt binnen zeven (7)

57

werkdagen na eerste verzoek van de gemeenten, een afschrift van een recent bij Inschrijving geldig polisblad (niet ouder dan één (1) jaar). Geschiktheidseis: Standaarden Aanbieder beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem. Door Aanbieder wordt een beschreven kwaliteitssysteem gebruikt. Bewijs hiervan kan worden geleverd door het beschikken over certificering zoals bijvoorbeeld HKZ- certificering, ISO 9001, danwel op andere wijze waarmee Aanbieder in staat is aan te tonen dat door hem op systematische wijze (dat wil zeggen volgens een cyclus van plan-do-check-act) binnen de organisatie aan de kwaliteit van de bedrijfsprocessen wordt gewerkt. Aanbieder verklaart door ondertekening van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument dat hij aan bovenstaande voldoet. Ten bewijze van het feit aan het bovenstaande te voldoen, dient u het UEA in te vullen en te ondertekenen. Slechts de Aanbieder(s) die de gemeente voornemens is te selecteren binnen zeven (7) werkdagen na een eerste verzoek een digitale kopie van de originele certificaten te overleggen. Indien Aanbieder niet beschikt over de genoemde certificeringen, doch zich beroept op aantoonbaar werkende vergelijkbare systemen, berust de bewijslast hiertoe bij Aanbieder. In het geval ondernemers besluiten om samen in te schrijven op de aanbesteding geldt het volgende:  

Onderaannemer(s) - Indien u zich aanmeldt als hoofdaannemer met Onderaannemer(s) hoeft alleen de hoofdaannemer aan te tonen dat hij aan bovenstaande eisen voldoet. Samenwerkingsverband - Indien u zich aanmeldt als Samenwerkingsverband, dan tonen de leden van het Samenwerkingsverband gezamenlijk aan dat zij aan bovenstaande eisen voldoen. Beroep op Derde(n) - Indien de U een beroep doet op een Derde(n) om op die manier te kunnen voldoen aan bovenstaande eisen, dan verstrekt de U daarvan bewijs.

De gemeenten kunnen hiernaast bij of na voorlopige selectie vragen om de klachtenprocedure, cliëntenonderzoek en/ of jaarverslag.

Geschiktheidseis: referenties Aanbieder dient aan te tonen over voldoende deskundigheid en ervaring te beschikken om de onderhavige Opdracht naar behoren te kunnen uitvoeren. De gemeenten hebben hiertoe de volgende kerncompetenties gedefinieerd. Aanbieder dient minimaal te voldoen aan beide volgende algemene kerncompetenties: 1. Aanbieder dient succesvolle en aantoonbare ervaring te hebben met de samenwerking met netwerkpartijen. Dit zijn de politie, handhaving, verslavingszorg, jeugdhulp, bemoeizorg, sociaal wijkteam en/of de toegang. U beschikt over minimaal 1 referentie bij een centrumgemeente waarbij u tijdens de uitvoering van de overeenkomst aantoonbaar actief heeft samengewerkt met minimaal 2 verschillende netwerkpartijen.

58

2. Aanbieder dient succesvolle en aantoonbare ervaring te hebben met samenwerking met de wijk/buurt. U beschikt over minimaal 1 referentie bij een centrumgemeente waarbij u tijdens de uitvoering van de overeenkomst aantoonbaar actief de samenwerking heeft opgezocht met de wijk/ buurt. Dit kunnen wijkraden, de politie, handhaving, bewonerscommissies of buurtbewoners zijn. Daarnaast dient de Aanbieder te voldoen aan minimaal een (1) van onderstaande specifieke kerncompetenties: 1. Aanbieder dient succesvolle en aantoonbare ervaring te hebben met de exploitatie van een locatie in het kader van Maatschappelijke opvang. U beschikt over een referentie bij een centrumgemeente. 2. Aanbieder dient succesvolle en aantoonbare ervaring te hebben met de exploitatie van een locatie in het kader van een Beschermd wonen locatie. U beschikt over een referentie bij een centrumgemeente. 3. Aanbieder dient succesvolle en aantoonbare ervaring te hebben met de ondersteuning en begeleiding in het kader van Maatschappelijke Opvang en/of Beschermd Wonen en/of ervaring in het ondersteunen en begeleiden van de personen met meervoudige problematiek. Let op: Aanbieder dient zich te realiseren dat in beginsel de door Aanbieder aangetoonde kerncompetentie mede bepaald over welke specifieke thema’s Aanbieder in de dialoogfase mee kan praten.

Uiteindelijk kan een Aanbieder alleen Inschrijven op de percelen waar een Aanbieder aantoonbare ervaring mee heeft. Aanbieder dient per genoemde kerncompetentie één (1) referentie te overleggen, waarmee hij aantoont te beschikken over de in de kerncompetentie gevraagde ervaring. Als een opgegeven referentieproject voldoet aan meer dan één (1) van de gevraagde kerncompetenties, dan is het toegestaan dit referentieproject meerdere keren op te geven. Aanbieder dient hiervoor de bij deze vraag gevoegde formulieren voor de opgave van de referentieprojecten volledig in te vullen, rechtsgeldig te ondertekenen en bij het betreffende onderdeel in TenderNed te uploaden (in .pdf-formaat) (zie bijlage 3 Verklaring opgedane ervaring). Voorstaande referentie(s) dienen te zijn opgedaan voor een gemeentelijk opdrachtgever. De met de referentieprojecten aan te tonen ervaring dient opgedaan te zijn in de afgelopen drie (3) jaar. In de afgelopen drie jaar moet de opdracht minimaal 1 jaar zijn uitgevoerd, te rekenen vanaf de sluitingsdatum van de Aanmeldingen. Bij ieder referentie vermeldt Aanbieder:  

De publieke- of privaatrechtelijke instantie(s) waarvoor de opdracht bestemd was. De adres- en contactgegevens en de naam en functie van de referent. Let op: Het is Aanbieder niet toegestaan om bij de naam van de contactpersoon van de 59

referent de naam van eigen medewerkers in te vullen, tenzij uw referentie betrekking heeft op Opdrachtgever. De gegevens over het op de kerncompetentie gerichte referentieproject dient gebaseerd te zijn op minimaal de hieronder opgenomen punten:   

Naam en beschrijving van de inhoud, omvang, looptijd van de uitgevoerde opdracht; De geleverde dienst; De naam en het adres van eventuele samenwerkingspartner(s)/ Onderaannemer(s), inclusief inhoud en omvang van de werkzaamheden.

Aanbieder dient er rekening mee te houden dat het de gemeenten vrij staat om de door Aanbieder opgegeven referent, zonder tussenkomst van Aanbieder, voor verificatiedoeleinden te benaderen. Ingeval de referentie niet succesvol nagetrokken kan worden of uit de verificatie blijkt dat het opgegeven referentieproject onjuistheden bevat en niet naar tevredenheid van de referent is verlopen kan besloten worden het referentieproject buiten beschouwing te laten en kan dit leiden tot het terzijde leggen, uitsluiten, van de Aanmelding voor verdere deelname aan de aanbesteding. 6.5.3 Bepalen selectie Elke Aanmelding die niet verkeerd in de situaties zoals beschreven in de uitsluitingsgronden en voldoet aan de geschiktheidseisen en kwaliteitseisen, komt in aanmerking voor selectie en de daarbij horende deelname aan de dialoogfase. 6.5.4 Bekendmaking resultaat van de selectie De gemeenten maken de selectie van Aanbieders bekend via het aanbestedingsplatform en nodigen de Geselecteerde Aanbieders uit tot het participeren in de Dialoogfase. De gemeenten stellen de dialoogdocumenten beschikbaar na het versturen van de Selectiebeslissing. Verificatie van de officiële bewijsstukken die behoren bij de Geschiktheidseisen vindt plaats vóór het beschikbaar stellen van de dialoogdocumenten.

Blijkt tijdens deze verificatie dat een Geselecteerde Aanbieder in zijn Aanmelding onjuiste informatie heeft verstrekt, dan sluiten de gemeenten deze Geselecteerde Aanbieder alsnog uit van verdere deelneming aan de procedure. Deze optie sluit de mogelijkheid voor de gemeenten om te beslissen de gehele procedure te stoppen niet uit. 6.5.5 Bezwaar maken tegen de Selectiebeslissing De Aanbieder(s) die (vooralsnog) niet in aanmerking komt/komen voor deelname aan de Dialoogfase, ontvangen van de gemeenten bericht voorzien van een motivering via het aanbestedingsplatform. Voor deze Aanbieders bestaat de mogelijkheid inlichtingen te vragen en in rechte op te komen tegen dit besluit door het aanhangig maken van een procedure in een kort geding bij de voorzieningenrechter. De termijn hiervoor is gesteld op vijftien (15) kalenderdagen na de verzenddatum van het bericht van afwijzing via TenderNed. Deze termijn is een vervaltermijn, waarna de Aanbieder niet meer in rechte kunnen opkomen tegen het besluit. Een verzoek om nadere toelichting laat deze datum ongewijzigd.

60

7. VERVOLGPROCEDURE Dit hoofdstuk geeft een doorkijk in de volgende 2 fasen van de aanbesteding; de Dialoogfase en de Inschrijvingsfase.

7.1 De Dialoogfase De gemeenten gaan ervan uit dat alle Geselecteerde Aanbieders deelnemen aan de inhoudelijke dialooggesprekken. Als een Geselecteerde Aanbieder gegronde redenen heeft om niet deel te nemen, dan kunnen de gemeenten een uitzondering maken. De Geselecteerde Aanbieder dient zo snel mogelijk na ontvangst van het dialoogdocument kenbaar te maken waarom deelname niet mogelijk is. De gemeenten houden zich het recht voor om te bepalen of er wel of geen sprake is van een gegronde reden. De Geselecteerde Aanbieders die niet deelnemen aan de Dialoogfase ontvangen na de Dialoogfase het Inschrijvingsdocument. 7.1.1 Inhoudelijke onderwerpen Met de Geselecteerde Aanbieders worden meerdere inhoudelijke dialooggesprekken gevoerd. Afhankelijk van het aantal Geselecteerde Aanbieders zijn deze gesprekken een mix tussen individuele en groepsgerichte gesprekken. Het doel van dialooggesprekken is om inhoudelijke vraagstukken te bespreken, de definitieve perceelindeling te bepalen en te komen tot een passend Inschrijvingsdocument. Dialoog: mogelijke gespreksonderwerpen               

Perceelindeling; De producten per perceel; De bekostiging en de tarifering van de verschillende percelen; Afspraken over op- en afschalen van ondersteuning; Afspraken over in-, uit- en doorstroom en wachtlijsten; Afspraken over acceptatie en inclusie; Afspraken over sturing en doelgroepen; Kwaliteitsafspraken en KPI’s; Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de opdracht; Innovatie en ontwikkeling; Administratieve lasten; Acceptatieplicht; Preventie en nazorg; Samenwerking met andere aanbieders die uitvoering geven aan percelen uit deze Opdracht; Samenwerking met netwerkpartijen zoals de sociale basis, bemoeizorgaanbieders, verslavingszorg, GGZ-instellingen, woningbouwcorporaties, handhaving, politie, etc.

De Dialoogfase wordt nader uitgewerkt in het Dialoogdocument. In het dialoogdocument wordt ook uitgewerkt in hoeveel bijeenkomsten bovenstaande thema’s worden besproken. In de bijlage 7 is een overzicht van mogelijke vragen die terugkomen in de dialoog. De gemeenten 61

nodigen de Geselecteerde Aanbieders uit om gespreksonderwerpen kenbaar te maken via de berichtenmodule TenderNed. 7.1.3 Participatie van stakeholders en (oud) cliënten tijdens de dialoogfase De gemeenten willen de Dialoogfase gebruiken om zoveel als mogelijk directe input en feedback te krijgen van netwerkpartijen waarmee de Geselecteerde Aanbieder(s) de samenwerking zal moeten aangaan. Bij de Dialoogfase worden ook ervaringsdeskundigen betrokken zodat het belang van de inwoner voorop blijft staan. De volgende stakeholders worden betrokken in de dialoogfase:         

BCT-medewerkers; Medewerkers (lokale) Beschermd wonen toegang; Verslavingszorg; GGZ-instellingen; Bemoeizorgpartners; Sociaal Wijkteam/Meerteam; Centrum voor Jeugd en Gezin; Jeugdhulpaanbieders; Ervaringsdeskundigen en/of (oud)cliënten.

Hiernaast kunnen ook andere stakeholders worden betrokken. 7.1.4 Afronding Dialoogfase De gemeenten verwachten de Dialoogfase in juni 2022 te starten en eind 2022 af te ronden door het opstellen van een conceptprogramma van eisen en een concept Raamovereenkomst. Als er inhoudelijke of procesmatige aanleiding toe is, verkorten of verlengen de gemeenten de Dialoogfase. Dit delen de gemeenten aan Geselecteerde Aanbieders mede door middel van een bericht op TenderNed.

7.2 Inschrijvingsfase Tijdens de Inschrijvingsfase wordt het Inschrijvingsdocument, programma van eisen en de concept Raamovereenkomst gedeeld. Middels een Nota van Inlichtingen kunnen Geselecteerde Aanbieders vragen stellen of tekstwijzigingen voorstellen. De gemeenten kunnen naar aanleiding hiervan wijzigingen doorvoeren in het programma van eisen en de concept Raamovereenkomst. Aanpassingen op de concept documenten betreffen geen wezenlijke wijziging. De Geselecteerde Aanbieders worden hierna uitgenodigd zich in te schrijven op één (1) of meerdere percelen van de Opdracht. Voor de beoogde percelen 2, 3, 4 en 6 geldt dat de Opdracht aan een Aanbieder wordt gegund op basis van het gunningcriterium Beste Prijs- Kwaliteitverhouding. De beoordeling vindt plaats door al dan niet in te stemmen met het definitieve programma van eisen en de Raamovereenkomst. De intentie is om tot een Raamovereenkomst te komen met de Geselecteerde Aanbieders. 62

Voor het beoogde perceel 1; de Maatschappelijke opvang en perceel 5; Pauzeplekken, geldt dat de Opdracht aan een Aanbieder wordt gegund op basis van de Inschrijving met de Beste PrijsKwaliteitverhouding. Aanbieders schrijven zich voor deze beoogde percelen in door inhoudelijk aan te geven hoe de Aanbieder invulling geeft aan de in de dialoog geformuleerde uitgangspunten. Hoe uitgebreid de Inschrijving voor perceel 1 en perceel 5 moet zijn, hangt mede af van de mate waarin er concrete afspraken kunnen worden gemaakt naar aanleiding van de dialoog met Geselecteerde Aanbieders. De gemeenten gaan op zoek naar partijen die het beste invulling geven aan het toepassen van: • •

de inhoudelijke uitgangspunten; de sturingsuitgangspunten.

Deze voorlopige gunningscriteria zullen aan de hand van de Dialoogfase concreet gemaakt worden. Zo zou het kunnen zijn dat uit de dialoog naar voren komt dat bepaalde onderdelen zich minder goed lenen om de Inschrijvingen te beoordelen op onderscheidend vermogen. Bijvoorbeeld als de gemeenten besluiten bepaalde onderdelen op te nemen in de concept Raamovereenkomst waardoor Aanbieders zich hierop niet meer kunnen onderscheiden. In dergelijke gevallen kan het zijn dat dit leidt tot aanpassing van een criterium. Wijzigingen in de criteria vindt in volledige transparantie en overleg met de Geselecteerde Aanbieders in de dialoog plaats. Na de beoordeling en een keuze voor een of meerdere Inschrijvers voor perceel 1 en 5, volgt het opstellen en ondertekenen van de Raamovereenkomst.

63

BIJLAGE 1. BEGRIPPENLIJST

64

BIJLAGE 2. UNIFORM EUROPEES AANBESTEDINGSDOCUMENT Zie aparte bijlage.

65

BIJLAGE 3. VERKLARING OPGEDANE ERVARING Zie aparte bijlage.

66

BIJLAGE 4. DERDE(N)VERKLARING Zie aparte bijlage.

67

BIJLAGE 5. ALGEMENE INKOOPVOORWAARDEN DIENSTEN HAARLEM Zie aparte bijlage.

68

BIJLAGE 6. SAMENVATTING UITKOMSTEN ONDERZOEKEN Om de kwaliteit en de effectiviteit van het huidige model te meten zijn er in de periode van 2018 tot met 2021 in opdracht van de gemeenten verschillende onderzoeken uitgevoerd. Hieronder worden de onderzoeken die relevant zijn voor de aanbesteding toegelicht en de uitkomsten kort omschreven. Ambulantisering en Regionalisering van MO en BW in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer (N. Boesveldt, Universiteit Utrecht, 2018- 2022)4 Het doel van dit onderzoek is om samen met (oud)cliënten en andere relevante stakeholders de voorbereiding op de doordecentralisatie in onze regio te volgen. Dit onderzoek loopt tot 2022 en is onderdeel van een landelijk onderzoek. Aan dit landelijke onderzoek doen in totaal vijf regio’s in Nederland mee. Inmiddels zijn er drie rapportages opgeleverd over deze regio. In deze paragraaf wordt de laatste stand van zaken toegelicht door de uitkomsten van de derde rapportage samen te vatten. In de derde rapportage over onze regio stond het cliëntperspectief centraal. De onderzoekers spraken met 27 (oud)cliënten uit de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. De onderzoekers vatten de conclusies samen op drie hoofdthema’s: 1.

Werken aan herstel in de opvang en in Beschermd Wonen  Kleinschalige opvanglocaties met eigen voorzieningen en eigen motivatie zijn belangrijke factoren voor herstelproces;  Het vinden van een passende plek voor cliënten met complexe problematiek of een dubbeldiagnose in deze regio blijft lastig;  Een groot aantal van de participanten is tevreden met de trajectbegeleiding in de Maatschappelijke Opvang. 2. Uitstroomtraject naar een zelfstandige woning in de regio:  Hoewel een deel van de Beschermd Wonen cliënten aangeven heeft eerder te hadden kunnen uitstromen gaat de uitstroom uit deze voorzieningen gemiddeld sneller dan voorheen;  Economisch daklozen lijken teveel tussen wal en het schip te vallen;  Bij uitstroom wordt contact met de woningbouw ervaren als zakelijk, maar prettig. 3. Zachte landing en goede start in de wijk:  Continuïteit van begeleiding bij uitstroom uit de opvang of Beschermd Wonen naar de wijk wordt door de meerderheid van de participanten als positief ervaren; 4

Alle rapportages zijn terug te vinden via de link: Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer – Onderzoek MO/BW (uva.nl)

69

Het merendeel van de uitstromers uit de opvang maakt kennis met een lokale wijkprofessional. Bij uitstroom uit Beschermd Wonen vond dit contact minder vaak plaats; Verschillende uitstromers geven aan een voorkeur te hebben voor ‘volkswijken’ omdat ze daar makkelijk aanspraak hebben en er onderling veel acceptatie is.

Trajectbegeleiding Maatschappelijke Opvang’ en ‘monitoring trajectbegeleiding’ (ZorgfocuZ, augustus 2019)5 ZorgfocuZ heeft onderzoek gedaan naar de ervaring van cliënten die in de opvang verblijven en die trajectbegeleiding ontvangen. De meeste cliënten zijn tevreden over de begeleiding in de Maatschappelijke Opvang omdat er aan doelen wordt gewerkt en cliënten daar zelf de regie op kunnen houden. De begeleiding is frequent genoeg. Nagenoeg alle cliënten zijn tevreden over het contact met hun maatschappelijk werker en persoonlijk begeleider. Cliënten hebben aangegeven wat het effect van de begeleiding was in hun leven. Dankzij de begeleiding ontstond er bij een aantal cliënten het gevoel voorbereid te zijn op het zelfstandig leven, werden cliënten gemotiveerd om te gaan én te blijven werken aan een zelfstandig leven en ontstond er een gevoel van regie over het eigen leven. Er zijn factoren die de positieve effecten van trajectbegeleiding beperken. Dat zijn vooral omgevingsfactoren die niet met de begeleiding zelf te maken hebben. Het gaat onder andere om een lange wachttijd voordat trajectbegeleiding kan worden opgestart, wachttijden bij doorstroomlocaties, onvoldoende scheiden van verslavings- en andere OGGZ-problematiek, het systeem van samenwerken van aanbieders, financiële prikkels, het soms moeizame proces van beschikkingen afgeven en de nazorg die soms te beperkt is.

Evaluatie contracten Maatschappelijke Opvang (2020)6 Ter voorbereiding op de nieuwe aanbesteding is aan bureau HHM gevraagd een evaluatie uit te voeren van de bestaande contracten voor Maatschappelijke Opvang waarbij is onderzocht of de huidige tarieven voor Maatschappelijke Opvang reëel zijn. De huidige aanbieders van Maatschappelijke Opvang zijn geïnterviewd voor deze evaluatie. De evaluatie laat zien dat: 1. De huidige manier van bekostigen van de Maatschappelijke Opvang bijdraagt aan het bereiken van de beleidsdoelen: De gemeente kan middels de beschikbaarheidsfinanciering zorgen voor voldoende ‘bedden’ in de opvang en middels de cliëntgebonden financiering van trajectbegeleiding zorgen voor hersteltrajecten op maat. Het advies van HHM is dan ook om het onderscheid in de bekostiging te handhaven. De beschikbaarheidsfinanciering en de cliëntgebonden financiering is in het huidige contract onderdeel van hetzelfde perceel (zie ook figuur 1 op pagina 7). Op basis van dit onderzoek ziet HHM geen reden om het perceel opvang en cliëntgebonden financiering te scheiden, omdat het scheiden de kans op discussie vergoot over wie verantwoordelijk is voor de resultaten op cliëntniveau en het kan leiden tot extra administratieve lasten. 5

Het volledig rapport is terug te vinden via: - Rapport ZorgfocuZ 2019 - Trajectbegeleiding Maatschappelijke Opvang (haarlem.nl)

6

Het volledige onderzoek is terug te vinden via de link: Eindrapportage evaluatie contracten MO Haarlem - bureau HHM

70

2. De tarieven in totaliteit reëel zijn: HHM constateert dat de tarieven in zijn totaliteit redelijk reëel zijn, maar adviseert wel om de tarieven op onderdelen aan te passen. HHM ziet dat de aanbieders feitelijk meer uren woonbegeleiding inzetten dan waar Haarlem in de beschikbaarheidsfinanciering vanuit is gegaan bij de berekening van de tarieven. 3. Sturing op de Maatschappelijke Opvang kan worden verbeterd: HHM heeft gezien dat Haarlem rond de Maatschappelijke Opvang veel zeer gedetailleerde afspraken met de aanbieders heeft gemaakt over allerlei aspecten. De hoeveelheid aan regels, uitzonderingen, aanvullingen en afspraken maakt de uitvoering van en sturing op de Maatschappelijke Opvang soms gecompliceerd. Huidige stand van zaken: Naar aanleiding van de evaluatie en in overleg met de aanbieders zijn er voor de korte termijn (tot 1 januari 2023) binnen het contract een aantal tariefwijzigingen doorgevoerd. De aanbevelingen over de complexiteit van de contracten en de inzet van de woonbegeleiding konden niet worden verwerkt binnen het huidige contract. Deze aanbevelingen worden meegenomen in de nieuwe verwerving.

Benchmark Maatschappelijke Opvang (HHM, 2021)7 In de benchmark Maatschappelijke Opvang wordt de Maatschappelijke Opvang van de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer vergeleken met de opvang in zes referentieregio’s met de volgende centrumgemeenten: Groningen, Alkmaar, Enschede, Leiden, Nijmegen en Den Bosch. Het onderzoek geeft antwoord op de vragen of de problematiek in Haarlem afwijkt van die in andere centrumgemeenten en of Haarlem de enige gemeente is die extra middelen uitrekt om de Maatschappelijke Opvang te kunnen bekostigen. HHM trekt de volgende conclusies: 1. De gemeente Haarlem heeft ten opzichte van de referentiegemeenten veel opvangplekken: De gemeente Haarlem heeft de meeste opvangplekken vergeleken met de andere gemeenten. HHM constateert dat er twee richtingen zijn in het toegangsbeleid. Zo zijn er gemeenten die stellen dat mensen waarbij het niet lukt om onderdak te vinden, door onderliggende problemen, een beroep mogen doen op de Maatschappelijke Opvang. Dit geldt ook voor de economisch daklozen. Aan de andere kant zijn er gemeenten die strikter zijn in het toelatingsbeleid. Deze gemeenten nemen economisch dak- en thuislozen en remigranten in principe niet op in de Maatschappelijke Opvang, tenzij er kinderen in het spel zijn. De gemeente Haarlem valt in de eerste categorie.

De gemeenten die economisch daklozen niet opvangen of een wachtlijst hebben voor de opvang ervaren dat er uiteindelijk minder mensen buiten slapen dan verwacht. Vaak kunnen mensen toch zelf een overnachtingsplek vinden.

7

De volledige benchmark is terug te vinden via Eindrapportage bureau HHM (haarlem.nl)

71

2. De gemeente Haarlem heeft een gemiddelde overschrijding van het budget: Over het algemeen valt op dat alle deelnemende centrumgemeenten moeten bijleggen op het budget voor opvang van het Rijk met uitzondering van de gemeente Groningen. Deze gemeente ontvangt echter een substantieel hoger budget per inwoner vergeleken met de andere referentiegemeenten. De gemeente Haarlem ontving in 2020 21,8% minder budget per inwoner dan het landelijk gemiddelde terwijl Groningen in dat jaar +68,9% meer kreeg. In 2019 hebben de referentiegemeenten gemiddeld € 2,9 miljoen uit eigen begroting toegevoegd aan het budget van het Rijk. Dit komt overeen met het tekort van de gemeente Haarlem van € 3 miljoen. Wat gemeenten in de praktijk betalen uit dit budget verschilt. 3. Vrijwel alle gemeenten zoeken hoe ze de uitstroom kunnen bevorderen: De acties die gemeente Haarlem inzet om uitstroom te bevorderen zijn vergelijkbaar met de acties van de referentiegemeenten.

Zo zetten gemeenten in op:  Verplichte trajectbegeleiding om mensen te motiveren om mee te werken aan herstel;  Goede samenwerkingsafspraken en convenanten met corporaties en lokale gemeenten om meer plekken te creëren;  Oplossingen buiten de opvang voor mensen waarbij het niet lukt om door- of uit te stromen vergelijkbaar met de Domus Plus en Skaeve Huse in Haarlem;  De overstap van nachtopvang naar privékamers met 24-uursopvang omdat de gedachte van deze manier van opvangen is dat het rust creëert bij cliënten en het herstelproces bevordert. 4. Haarlem vraagt voor sommige locaties in vergelijking tot andere gemeenten een lagere eigen bijdrage: Sommige gemeenten noemen de lage eigen bijdrage als belemmering van door- en uitstroom omdat er op vervolgplekken vaak een hogere eigen bijdrage wordt gevraagd. Als oplossing wordt de eigen bijdrage in de opvang dan verhoogd. Evaluatie arrangementenmodel Beschermd Wonen (2021) 8 Het volledige rapport is als bijlage toegevoegd. AEF en Xpertisezorg hebben ter voorbereiding op de nieuwe aanbesteding een evaluatie uitgevoerd van het bestaande arrangementenmodel. Daarvoor zijn een aantal stakeholders geïnterviewd waaronder verschillende gemeenten en ketenpartners. De vraag “In hoeverre heeft het arrangementenmodel bijgedragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het beleidskader Opvang, Wonen en Herstel?” stond centraal.

De evaluatie heeft plaatsgevonden in de zomer van 2021. Een kwantitatieve conclusie over in hoeverre cliëntresultaten behaald worden is op basis van de beschikbare data niet te geven. Daarnaast is het een evaluatie en zijn er geen adviezen in het onderzoek opgenomen. Hieronder zijn een aantal belangrijke bevindingen van de evaluatie opgenoemd:

8

Het volledige onderzoek is terug te vinden via de link Evaluatie Arrangementenmodel Beschermd Wonen (haarlem.nl)

72

Over het arrangementenmodel:  Het arrangementenmodel heeft bijgedragen aan een (cultuur)verandering bij een aantal ketenpartners. Zo heeft het arrangementenmodel ertoe geleid dat er concretere doelen worden nagestreefd in de begeleiding en dat er meer nadruk ligt op de zelfregie en persoonlijke doelen van een cliënt. Dat komt omdat er door het model meer gestuurd wordt op de resultaten en niet op de hoeveelheid ureninzet van de begeleiders. Zo draagt het arrangementenmodel ook bij aan het herstelproces van een cliënt. De herstelgerichte manier van werken legt de focus op persoonlijke, individuele doelen van cliënten en houdt in mindere mate rekening met de ondersteuningsvraag binnen een gezin. Zorgaanbieders geven daarnaast aan dat niet alle doelen behaald kunnen worden, bijvoorbeeld als gevolg van terugval of een hogere zorgvraag dan vooraf ingeschat;  Het ‘keukentafelgesprek’ geeft regelmatig onvoldoende informatie om een passend arrangement af te geven. Zorgaanbieders willen de ruimte hebben om een cliënt goed te leren kennen zodat de indicatie eventueel kan worden opgehoogd. Het aanvragen van een nieuw arrangement is namelijk veel werk;  Zorgaanbieders verschillen onderling in de mate waarin ze flexibiliteit en ruimte ervaren binnen het arrangementenmodel.

Er wordt aangegeven dat er behoefte is aan richtlijnen over waarvoor de middelen wel en niet voor mogen worden ingezet;  Het doorbreken van verkokering (één aanbieder verantwoordelijk voor het totale arrangement) lijkt van positieve invloed te zijn op het behalen van cliëntresultaten. Over andere aspecten van Beschermd Wonen:  Omklappen van Beschermd- naar Beschut wonen levert voor enkele zorgaanbieders problemen op in de bedrijfsvoering. Zij geven aan het niet altijd wenselijk te vinden om hun beschermde woonplekken ‘kwijt te raken’. Het ‘omklappen’ wordt dan als een negatieve prikkel ervaren;  Er moet meer aandacht zijn voor huurbescherming wanneer een cliënt Beschut gaat Wonen (en in alle andere situaties waarbij de inwoner zelf huur betaalt);  Er wordt (te) weinig gebruik gemaakt van overbruggingszorg. Hierdoor krijgen cliënten op de wachtlijst niet altijd de juiste ondersteuning;  De acceptatieplicht wordt niet altijd nageleefd. Dit kom deels door de complexiteit van de doelgroep en deels door personeelstekorten van zorgaanbieders;  Er wordt wel samengewerkt door aanbieders, bijvoorbeeld middels verschillende overlegtafels, maar nog niet op inwonerniveau: alle ondersteuning wordt door 1 aanbieder gegeven.

Nieuwe uitgangspunten en de eerste aanzet voor de nieuwe aanbesteding In 2021 hebben de gemeenten ook zelf gesprekken gevoerd met huidige aanbieders van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen over de knelpunten die ze ervaren en de gewenste veranderingen die ze zouden willen zien. In totaal zijn er 6 bijeenkomsten georganiseerd die gericht waren op verschillende thema’s. Op basis van de bijeenkomsten is een nieuw beleidskader opgesteld en is een eerste aanzet voor de scope van deze aanbesteding gemaakt (hoofdstuk 3). Hieronder worden een aantal thema’s die besproken zijn uitgelicht: 73

De weerbarstige praktijk: Aanbieders vinden het belangrijk dat er gemeenten oog hebben voor de weerbarstige praktijk waarin ze werken. Zo is de in-, door- en uitstroom van cliënten ondanks de ambulantiseringsbeweging onvoldoende op gang gekomen. Bovendien zijn er bijna geen (opvang- en woon)plekken voor complexe doelgroepen. Voorzieningen die gepland staan waaronder Skaeve Huse en Domus plus - worden moeizaam gerealiseerd waardoor het voor de meest complexe doelgroep niet altijd mogelijk is om een passende plek te vinden. Sommige cliënten moeten hierdoor meerdere keren verhuizen naar verschillende woonlocaties. De uitstroom naar zelfstandige woningen via voorrangsregelingen (omklap, contigent- en kanscontractenregeling) is sterk verbeterd, maar de wachttijden voor deze woningen zijn vaak langer dan de gewenste 6 maanden. Een betere samenwerking bij complexe casuïstiek: De partijen in de keten ervaren korte lijnen en er is sprake van een laagdrempelige samenwerking. Signalen van stagnatie of knelpunten worden snel gezien en opgepakt. De aanbieders zien nog wel verbetermogelijkheden voor de samenwerking rondom cliënten die kampen met complexe problematiek.

Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de zorg op een Beschermd Wonen locatie wordt beëindigd omdat een cliënt onvoldoende meewerkt of omdat een cliënt zeer agressief gedrag vertoont waarna een cliënt vervolgens bijna altijd in de Maatschappelijke Opvang terecht komt. Dat kan het resultaat zijn van een zorgvuldig afwegingsproces maar het is lang niet altijd de best passende plek voor de inwoner. Een betere samenwerking in dit traject kan voor de cliënt tot een betere oplossing leiden. Er is de wens om als aanbieders gezamenlijk breder te kijken naar een passende vervolgplek en passende begeleiding. Regie en doorzettingsmacht op de uitvoering Voor die samenwerking is een betere regie nodig op de uitvoering. Regie en doorzettingsmacht op verschillende uitvoeringsvraagstukken zoals; relatie behandeling-begeleiding, huisvesting (voldoende aanbod en voldoende door,- en uitstroom mogelijkheden), wijkgericht werken en verslavingszorg. Regie kan en moet door het gehele veld worden opgepakt. De ene keer is dat de gemeente, de andere keer een zorgaanbieder, een volgende keer de verslavingszorg. En partijen die de regie krijgen moeten ook doorzettingsmacht krijgen om resultaten te kunnen boeken. Het is van belang dat vooraf duidelijk is welke partij de regie heeft.

Naast de algemene knelpunten en verbeterpunten zijn er ook per beleidsveld verbeterpunten benoemd: Maatschappelijke Opvang:  Het huidige onderscheid tussen OGGZ-daklozen en economisch daklozen is niet helpend. Hulpverleners zien in de praktijk weinig verschil tussen beide groepen. Ook de economisch daklozen hebben vaak intensieve ondersteuning nodig op meerdere levensgebieden; 74

Het moet mogelijk zijn om meer maatwerk te kunnen bieden. Het is heel lastig om voorafgaand aan een traject in de opvang in te schatten wat een cliënt precies nodig heeft. Daarvoor moet tijdens het traject ook ruimte zijn; Er moet meer ingezet worden op vervolgplekken, waardoor de uitstroom kan worden versneld.

Beschermd Wonen:  Het is belangrijk om in te zetten op het voorkomen van Beschermd Wonen in een intramurale setting en uit te gaan van ‘ambulant tenzij’. Er kan meer ondersteuning worden ingezet in een thuissituatie van een cliënt als de ambulante begeleiding daarvoor goed is georganiseerd. Denk daarbij aan de mogelijkheid om ook in het weekend en in de avonduren zorg te kunnen leveren. Begeleiding:  Er is behoefte aan meer mandaat bij de professionals. De professionals werken nu nog te veel vanuit de visie van de eigen organisatie en de financieringssystematiek. Er moet beweegruimte zijn om te doen wat nodig is;  Het zou goed zijn als er één coördinator is gedurende het hele zorgpad. Een coördinator die betrokken blijft ook als de inwoner verhuist naar een andere voorziening of naar een zelfstandige woonvorm.

75

BIJLAGE 7. MOGELIJKE GESPREKSONDERWERPEN DIALOOG Maatschappelijke opvang:       

Al dan niet toevoegen van de gezinslocatie Velserpoort, de locatie voor Jongvolwassenen en de locatie Etta Palm aan de opdracht. Voldoet het huidige aantal Maatschappelijke opvang plekken aan de omvang van de doelgroep? Wat is voor de inwoner nodig om optimaal te kunnen werken aan herstel? Hoe kunnen Aanbieders de veiligheid op de locatie garanderen? Hoe kunnen Aanbieders er (gezamenlijk) voor zorgen dat ook de inwoners met complexe ondersteuningsvragen een plek hebben in de opvang? Hoe kunnen Aanbieders ervoor zorgen dat er geen overlast in of rondom de locatie ontstaat? Hoe werken Aanbieders samen met de wijk/ buurt zodat er een inclusieve wijk/buurt ontstaat?

Time-out bedden:  

  

   

Hoe kunnen de Maatschappelijke opvang, de Flexibele opvang en Beschermd wonen in gezamenlijkheid de time-outbedden inrichten? Om welke expertise vraagt het om een time-outplek te kunnen bieden? Zijn alle Aanbieders in staat om deel te nemen aan de verplichting om time-out bedden te kunnen leveren? Is het wenselijk als de locatie voor jongvolwassenen en de gezinslocaties ook deelnemen aan de time-outbedden regeling? Moet de time-out plek ook overdag beschikbaar zijn? En zo ja waarom? Is het passend/wenselijk om één regionale locatie in te richten met time-outbedden of past het beter om Aanbieders te verplichten een minimaal aantal plekken beschikbaar te stellen? Zien Aanbieders een verschil tussen pauzeplekken (perceel 5) en time-out bedden? Zo ja, welk verschil? Moeten pauzeplekken (perceel 5) en time-outbedden op verschillende locaties worden vormgegeven of kunnen deze plekken bij elkaar georganiseerd worden? In combinatie met de beoogde hoeveelheid pauzeplekken, wat is het beoogde aantal time-out bedden dat gerealiseerd moet worden? Is er onderscheid te maken in structurele time-out bedden en een flexibele schil waarbij iedere Aanbieder verantwoordelijkheid neemt om inwoners incidenteel tijdelijk een time-out bed te bieden? 76

Pauzeplekken:  Wat is wenselijk, realistisch en haalbaar in deze regio: één centrale voorziening voor de pauzeplekken of meerdere losse plekken die worden ingekocht bij verschillende Aanbieders?  Als één centrale voorziening wenselijk is, wat moet dan de minimale omvang zijn van deze locatie?  Is het nodig om een maximumaantal Aanbieders te contracteren voor het realiseren van de pauzeplekken?  Wat is de precieze afbakening van het product pauzeplekken met producten zoals kortdurend verblijf, time-out bedden en voorzieningen voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang?  Welke toegangseisen moeten er gesteld worden aan inwoners die gebruik mogen maken van pauzeplekken? Welke aanvullende in- en exclusiecriteria moeten er worden opgesteld?  Is de Aanbieder die de pauzeplekken organiseert verantwoordelijk voor de toegang of organiseren gemeenten de toegang?  Hoeveel dagen kunnen inwoners maximaal gebruik maken van de voorziening? Tussenvoorzieningen Beschermd Wonen:  Maakt het voor Aanbieders of inwoners een verschil of een voorziening ‘doorstroomlocatie Maatschappelijke opvang’ of ‘Tussenvoorziening Beschermd Wonen’ heet? Maakt het uit voor de begeleiding op de locatie?  Hoe kunnen Aanbieders aan de gestelde voorwaarden van de Tussenvoorziening voldoen? Trajectbegeleiding:   

 

  

Is het arrangementenmodel ook passend voor inwoners op de wachtlijst beschermd wonen? Wat is er nodig in om het arrangementenmodel passend te krijgen? Is het arrangementenmodel passend voor inwoners die gebruik maken van de Maatschappelijke opvang? Hoe kunnen inwoners in de Maatschappelijke opvang al werken aan Beschermd wonen doelstellingen? Hoe kunnen Aanbieders inzetten op een arrangement op maat in de opvang? Hoe gaan Aanbieders vormgeven aan de trajectbegeleiding los van de locatie waar een inwoner verblijft? Hoe kunnen Aanbieders vormgeven aan het uitgangspunt inwoner centraal met trajectbegeleiding wanneer de inwoner naar een andere locatie gaat (bijvoorbeeld van Beschermd wonen naar Beschermd thuis) Wat hebben Aanbieders nodig om een snelle uitstroom te bevorderen? Hoe willen de Aanbieders de dagbesteding vormgeven? En hoe zien de Aanbieders de samenwerking met Gewoon in de Wijk of de Sociale basis in elke gemeente? Hoe kunnen gemeenten meer sturen op resultaat? Is het mogelijk om in het Trajectplan vooraf op te nemen wat de verwachte planning is? 77

Waar ligt de grens tussen trajectbegeleiding en Beschermd thuis? Is Beschermd thuis nog wel nodig als trajectbegeleiding bijvoorbeeld 24 uur per dag, 7 dagen per week oproepbaar zou kunnen zijn?

Beschermd Thuis:  Hoe geschikt is het product Beschermd thuis voor onze regio?  Is Beschermd thuis een aanvulling op de Trajectbegeleiding?  Wat is de afbakening tussen Beschermd thuis en Trajectbegeleiding?  Wat is de afbakening tussen Beschermd thuis en Ambulante begeleiding vanuit de lokale Wmo?  Wat is er nodig om op- en af te kunnen schalen?  Hoe gaat Aanbieder de samenwerking met netwerkpartijen en wijk/buurt invullen?  Wat is er nodig om de veiligheid te bieden aan de inwoner en de omgeving?  Op welke manier gaan Aanbieders het sociaal netwerk en ervaringsdeskundigen bij de invulling van Beschermd thuis betrekken?

78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264343/1