CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220073147 3. Bijlage B Verkennen van Wonen met Zorg 2021-2040 ABF Research (1)

commissie Samenleving 3 maart 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Stadsdeal ouderenhuisvesting, afspraken met corporaties en ouderenzorgorganisaties voor een toekomstbestendig Haarlem29.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkenning wonen met zorg 2021-2040 Regio Zuid-Kennemerland/IJmond

Verkenning wonen met zorg 2021-2040 Regio Zuid-Kennemerland/IJmond

Uitgevoerd in opdracht van gemeente Haarlem Judith Willems – Wim Faessen

Februari 2022 | r2022-0007JW | 22042-WON

ABF Research | Verwersdijk 8 | 2611 NH | Delft | 015 - 27 99 300

Copyright ABF Research 2022 De informatie in dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. ABF Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten, onnauwkeurigheden of onvolledigheden. Het gebruik van (onderdelen van) dit rapport is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld.

Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies ........................................................................................................................................ 1 1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 9

DEEL A DEMOGRAFISCHE VERWACHTINGEN 2

Verwachte ontwikkeling van bevolking en huishoudens 2021-2040 .............................................................. 13

2.1

Ontwikkeling bevolking .............................................................................................................................. 13

2.2

Ontwikkeling huishoudens ......................................................................................................................... 14

DEEL B WONEN MET ZORG EXTRAMURAAL 3

Langer zelfstandig wonen ................................................................................................................................. 17

3.1

Ontwikkeling huishoudens met mobiliteitsbeperkingen .............................................................................. 17

3.2

Geschikt wonen voor ouderen ................................................................................................................... 21

3.3

Eigendom en geschiktheid ......................................................................................................................... 22

3.4

Opgave voor ouderenhuisvesting 2021-2040 ............................................................................................. 24

DEEL C WONEN MET ZORG INTRAMURAAL 4

Wet langdurige zorg .......................................................................................................................................... 31

4.1

V&V: Cliënten Verpleging en Verzorging in 2021 ....................................................................................... 31

4.2

Ontwikkeling V&V 2021-2040 .................................................................................................................... 33

4.3

GHZ: Cliënten Gehandicaptenzorg in 2021................................................................................................ 35

4.4

Ontwikkeling GHZ 2021-2040 .................................................................................................................... 37

4.5

GGZ: Cliënten Geestelijke gezondheidszorg in 2021 ................................................................................. 38

4.6

Ontwikkeling GGZ 2021-2040 .................................................................................................................... 40

5

Volledig Pakket Thuis........................................................................................................................................ 41

DEEL D LOKALE UITKOMSTEN 6

Uitkomsten per gemeente ................................................................................................................................. 47

7

Uitkomsten per wijk ........................................................................................................................................... 53

BIJLAGEN ................................................................................................................................................................... 81 Bijlage 1 Fortuna Extramuraal ................................................................................................................................... 83 Bijlage 2 Fortuna Intramuraal..................................................................................................................................... 87

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

Samenvatting en conclusies Inleiding Nederland vergrijst in hoog tempo. In het afgelopen decennium heeft de Nederlandse overheid ingezet op ouderenbeleid gericht op een geringere afhankelijkheid van geïnstitutionaliseerde zorg en op zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Dit beleidsstreven van de overheid past bij de wens van ouderen om zo lang mogelijk thuis, in de eigen omgeving, te blijven wonen. Vergrijzing en extramuralisering hebben samen grote invloed op de vraag naar intramurale zorg en met een nieuw zorgstelsel tracht de overheid grip te krijgen op de kosten voor zorg. Het langer zelfstandig wonen vereist aanpassingen aan de woningvoorraad, een voorraad die meer geschikt moet worden gemaakt voor ouderen met beperkingen. Daarnaast hebben gemeenten tevens de taak om mensen met een indicatie Beschermd Wonen GGZ meer in de wijk te huisvesten en begeleiden, in plaats van in een instelling. Om de problemen bij het langer zelfstandig wonen, zoals eenzaamheid, onvoldoende geschikte woningen en een tekort aan personeel in de zorg, het hoofd te bieden is in 2019 de Taskforce Wonen & Zorg ingesteld. De Taskforce maakt zich er sterk voor dat in de komende jaren overal in Nederland partijen op lokaal niveau komen tot uitvoering van gezamenlijke prestatieafspraken op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid.

Daarbij is het vizier vooral gericht op realisatie van woonzorgvoorzieningen voor ouderen en is er aandacht voor de woonzorgbehoeften van andere kwetsbare doelgroepen. De Taskforce wil zich er hard voor maken dat partijen op lokaal niveau beschikken over de juiste informatie.

Met de informatie uit het prognosemodel Wonen met zorg (Fortuna) brengt ABF Research de huidige situatie en toekomstige vraag naar wonen en zorg op regionaal en lokaal niveau in kaart, geheel in lijn met de oproep van de Taskforce. Deze brede intra- en extramurale opgave wonen en zorg wordt in dit rapport uitgewerkt voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Het biedt inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van de verschillende groepen, in de verwachte intramurale zorgvraag van de toekomstige bevolking en daarmee ook in de gewenste woningvoorraad en het benodigde zorgvastgoed in de regio, waarmee de opgave tot 2040 in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond duidelijk wordt. Aanvullend is voor de 7 gemeenten binnen de regio de informatie samengevat in hoofdstuk 7 en wordt in hoofdstuk 8 verder ingezoomd op de wijken daarbinnen. Hiervan zijn tevens aanvullende tabellen in een afzonderlijke bijlage (Excel-bestand) opgenomen.

Onderstaand samenvattend schema laat voor 2021 en 2040 de verdeling van de bevolking van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond over particuliere en institutionele huishoudens zien. Het biedt daarmee een beeld van de verschillende groepen huishoudens die in dit rapport worden onderscheiden en van de omvang en ontwikkeling daarvan. Binnen maar ook tussen beide groepen van huishoudens is sprake van instroom, doorstroom en uitstroom. Volledigheidshalve is een groep in het schema vermeld die verder niet in dit rapport besproken wordt. Dit betreft bij particuliere huishoudens de huishoudens die niet zelfstandig in een woning wonen maar bijvoorbeeld als inwonend huishouden of in een andere, onzelfstandige woonruimte wonen

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

1

(zonder eigen voordeur of keuken, toilet of badkamer) of in een woonruimte die geen gebouw vormt, zoals een woonwagen of woonboot. Deze huishoudens in Bewoonde Andere Ruimten (BAR) staan uiterst links in het overzicht. In 2021 behoort landelijk 2 procent van de 65-plushuishoudens tot deze groep. Daarnaast zijn op verzoek van de opdrachtgever de cliënten Beschermd Wonen GGZ (Wmo) en de uitstroom daarvan naar de meer inclusieve woonvormen in dit rapport buiten beschouwing gelaten.

Schema: Onderdelen van de prognoses voor wonen en wonen met zorg (Primos, Socrates, Fortuna), Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021 en 2040) Basis

2

r2022-0007JW

De uitbraak van COVID-19 en de daarmee gepaard gaande oversterfte is in aanloop naar de nieuwe prognose Fortuna 2021 in de analyses betrokken. Het uitgangspunt is dat de coronapandemie op de lange termijn gevolgen kan hebben voor de vraag naar intramurale zorg en geschikte woningen voor ouderen. Verwacht wordt dat oversterfte en verlaagde instroom in verpleeghuizen van tijdelijke aard zijn (geweest) en dat het evenwicht in aanwas – sterfte versus nieuwe instroom – zich snel herstelt. Op langere termijn kan de coronapandemie de toekomstige demografische groei beïnvloeden. Naast de basisvariant, gebaseerd op de standaard demografische prognose van Primos 2021, is daarom ook een scenario met een lagere bevolkings- en huishoudensontwikkeling doorgerekend. Bevolkingsgroei en vergrijzing zijn namelijk de centrale pijlers van het Fortuna-model. De sterke samenhang tussen intra- en extramurale zorgvraag en leeftijd, in combinatie met de zekere, sterke groei van het aantal 75-plussers, is bepalend voor richting en niveau van de verwachte ontwikkelingen voor de intra- en extramurale zorgvraag in de prognose. Behalve met de demografische ontwikkeling wordt er voor de prognose wonen met zorg extramuraal ook gevarieerd met de inkomensontwikkeling en is er een keuze uit drie scenario’s: Basis, Laag en Hoog.

In dit rapport voor Regio Zuid-Kennemerland/IJmond wordt uitgegaan van de basisvariant qua demografische groei en inkomensontwikkeling.

DEMOGRAFISCHE VERWACHTINGEN Zuid-Kennemerland/IJmond is een sterk vergrijzende regio In 2021 wonen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond 380.300 personen. Volgens de standaard Primosprognose 2021 (scenario Basis) loopt dit inwonertal op naar 407.300 inwoners in 2040. Naar verhouding zal de sterkste groei optreden onder personen van 75 jaar en ouder. In absolute aantallen groeit het aantal 75plussers met 22.330 naar 57.200 personen in 2040; in aandeel van 9,2 naar 14,0 procent. Parallel hieraan zal het aantal huishoudens tussen 2021 en 2040 toenemen van 177,200 naar 194,600. Ook bij huishoudens vindt de sterkste stijging plaats onder 75-plussers, van 14,2 procent van alle huishoudens in 2021 naar 22,2 procent in 2040; in aantallen van 25.140 naar 43.280 huishoudens 75+. Het aantal huishoudens van 65-74 jaar neemt in omvang beperkt toe, terwijl voor de huishoudens jonger dan 65 jaar een daling wordt verwacht in diezelfde periode.

WONEN EN ZORG EXTRAMURAAL Stijging 75-plussers met mobiliteitsbeperkingen leidt tot opgave in geschikte voorraad Met het stijgen van de leeftijd nemen fysieke beperkingen veelal flink toe; van de huishoudens 75+ kampt landelijk bijna de helft met mobiliteitsbeperkingen. De sterke vergrijzing in de regio ZuidKennemerland/IJmond in combinatie met het steeds langer zelfstandig thuiswonen resulteert tussen 2021 en 2040 per saldo in een toename met 5.190 huishoudens met mobiliteitsbeperkingen op de reguliere woningmarkt in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Deze groei concentreert zich met 5.920 bij de 75-plussers en wordt gecompenseerd door een afname van mobiliteitsbeperkingen onder huishoudens jonger dan 75 jaar. Van deze 5.920 huishoudens is 82 procent alleenstaand. Alleenstaanden zijn kwetsbaarder dan samenwonenden waar de partner eventueel mantelzorg bieden kan. Het kan bijna niet anders dan dat deze stijging van het aantal huishoudens van 75plussers met mobiliteitsbeperkingen invloed heeft op de gewenste uitbreiding en aanpassingen in de woningvoorraad.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

3

Tot 2040 in totaal 9.160 voor ouderen geschikte woningen extra gewenst in de regio ZuidKennemerland/IJmond In totaal wordt het aantal voor ouderen geschikte woningen1 in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond in 2021 ingeschat op 52.250 woningen, ongeveer gelijk verdeeld over de huur- en koopsector. Voor het merendeel gaat het om nultredenwoningen, 38.800 in totaal; het aantal aangepaste woningen wordt ingeschat op 6.320 en het aantal geclusterde ouderenwoningen op 7.140. Tot 2040 zouden er 9.160 voor ouderen geschikte woningen bij moeten komen. Wordt echter alleen naar de vraag onder huishoudens 65+ gekeken dan zouden er zelfs nog iets meer, totaal 10.090, geschikte woningen extra nodig zijn. Dat duidt erop dat het gewicht van de oudere huishoudens in de samenstelling van de huishoudens in de regio in de loop der jaren naar 2040 toe gaat toenemen. Op de korte termijn (tot 2025) zijn voor de huishoudens 65+ dan 2.770 geschikte woningen extra nodig en op de wat langere termijn, tussen 2025 en 2040, nog eens 7.320. De gewenste uitbreiding kan worden gerealiseerd door nieuwbouw maar ook (deels) door woningaanpassingen binnen de bestaande woningvoorraad of verbouw of labeling.

Uitbreiding geschikte voorraad voor huishoudens 65+ betreft zowel huur als koop Om vraag en aanbod voor wonen met zorg onder huishoudens 65+ beter op elkaar te laten aansluiten moet het aantal geclusterde ouderenwoningen tussen 2021 en 2040 in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond met 2.190 toenemen, terwijl het aantal aangepaste woningen met 2.270 moet worden uitgebreid. Daarnaast zouden nog zo’n 5.630 nultredenwoningen moeten worden toegevoegd. De gewenste toename van geclusterde ouderenwoningen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond betreft voor 85 procent huurwoningen. Het overgrote deel daarvan, bijna driekwart, wordt bij voorkeur gerealiseerd in het sociale segment. De toename van aangepaste ouderenwoningen betreft hoofdzakelijk de koopsector (73 procent), waarvan zo’n 60 procent in het duurdere segment (vanaf 310.000 euro). Ook bij de nultredenwoningen wordt de toename grotendeels voorzien in de koopsector (67 procent) met eveneens een iets zwaarder accent op het duurdere segment.

WONEN EN ZORG INTRAMURAAL Substantieel en verwachte stijging marktaandeel Volledig Pakket Thuis V&V in de regio Er zijn in 2021 in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond in totaal 4.395 cliënten met intramurale zorg gefinancierd vanuit de Wlz. De V&V is met 3.025 cliënten de grootste intramurale zorgsector in de regio. In deze sector wordt daarnaast in toenemende mate ook gebruikgemaakt van het Volledig Pakket Thuis (VPT). Cliënten met een indicatie voor zorg met verblijf die niet binnen een zorginstelling willen wonen kunnen – onder voorwaarden – ervoor kiezen de indicatie in te zetten in de eigen woonomgeving of in een geclusterde woonvorm binnen een kleinschalige setting van een zorginstelling. Met een Volledig Pakket Thuis (VPT) worden dezelfde zorg en begeleiding vanuit de Wlz verleend als in een zorginstelling, maar dan aan huis in een zelfstandige woning. In 2021 zijn in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond 420 VPT-cliënten,

1 Zie voor definities bladzijde 21.

4

r2022-0007JW

wat overeenkomt met 12 procent van het totaal aantal cliënten Wlz-zorg V&V in de regio; dit is hoger dan het landelijke gemiddelde van 7 procent. Volgens alleen de demografische ontwikkeling mag worden verwacht dat het aantal VPT-cliënten ruim verdubbelen zal, tot 890 in 2050. Als ook de recente landelijke groei van VPT in de raming wordt meegenomen zal het aantal VPT-cliënten in de regio in 2050 zijn opgelopen naar 1.680, precies 4 maal zoveel als in 2021. Bij een versnelde groei zou vanaf 2043 de hele V&V-sector in de regio ZuidKennemerland/IJmond via een VPT-regeling van intramurale zorg thuis kunnen worden voorzien. Het zou dan gaan om in totaal zo’n 5.510 VPT-cliënten in 2050. Of dergelijke volledige substitutie zal optreden is vanuit de huidige analyses nog onzeker, maar duidelijk is wel dat de mogelijke ontwikkelingen in het gebruik van VPT – en eventueel ook het Modulair Pakket Thuis (MPT) – moeten worden meegewogen bij de bepaling van de opgave ten aanzien van verpleeghuisplaatsen.

Sterke groei V&V-sector verwacht De sterke vergrijzing is de belangrijkste oorzaak van de groei in wonen met Wlz-zorg V&V. Het totale aantal intramuraal verblijvende cliënten in deze sector in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond, in 2021 zo’n 3.025, wordt voor 2040 ingeschat op 4.220 cliënten. Overigens is in deze prognose geen rekening gehouden met huidige wachtlijsten, omdat informatie hierover ontbreekt of onvoldoende betrouwbaar is. De totale opgave van 1.195 plaatsen ligt daarmee in 2040 bijna 40 procent hoger dan de huidige capaciteit en betreft voor driekwart zorgzwaartepakket 5, ofwel dementiezorg. Tot 2025 blijft de totale V&V-opgave met 120 plaatsen overigens aanvankelijk nog vrij beperkt tot een groei van 4 procent. Ook wanneer de verwevenheid met het bestaande aanbod wordt losgelaten en puur vanuit de demografische ontwikkeling binnen de regio wordt gekeken hoeveel ouderen met een bepaalde zorgvraag worden verwacht, blijkt dat uitbreiding van de intramurale capaciteit in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond in de V&V-sector gewenst is. In dat geval is er met een gewenste toename van 1.155 plaatsen sprake van een nagenoeg even hoge uitbreidingsopgave.

Wlz-sectoren GHZ en GGZ blijven redelijk stabiel De GHZ-sector in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond telt in 2021 in totaal 1.290 cliënten, waarvan 740 personen zwaar verstandelijk gehandicapt zijn. In 2040 zijn er naar verwachting circa 1.330 cliënten; dit betekent een zeer lichte toename met 35 cliënten. Vanuit de lokale vraag wordt het aantal cliënten voor de jaren 2021 en 2040 met in totaal 1.520 respectievelijk 1.580 personen iets hoger ingeschat. Het huidige aantal GGZ-cliënten in een intramurale instelling en gefinancierd vanuit de Wlz in de regio ZuidKennemerland/IJmond is gering (circa 85). Dit aantal is in 2040 nagenoeg ongewijzigd. Vanuit de lokale vraag wordt het aantal cliënten voor de jaren 2021 en 2040 met in totaal 125 respectievelijk 140 personen ook iets hoger ingeschat. De uitkomsten indiceren daarmee dat in zowel de GHZ- als de GGZ-sector gegeven de eigen bevolking een iets hoger gebruik aan plaatsen verwacht zou worden dan feitelijk het geval is. Mogelijk worden cliënten uit de regio Zuid-Kennemerland/IJmond in een andere regio opgevangen.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

5

GGZ naar Wlz: GGZ-Wonen Mensen die blijvend intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben kunnen vanaf 2021 toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz). De inschatting is dat per 1-1-2021 een derde van de huidige populatie van beschermd wonen gaat instromen in de Wlz. Daarnaast is inmiddels reeds voor 60 procent van de huidige populatie ggz-B met tijdelijke toegang een Wlz-indicatie afgegeven. Verder zal ook een deel van de huidige populatie met behandeling en verblijf vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) toegang krijgen tot de Wlz. In aanloop naar de nieuwe prognose Fortuna 2021 waren de registraties rondom deze ontwikkelingen nog te gering om de zorgprofielen GGZ-Wonen in de prognose te verwerken. Het algemene uitgangspunt is echter dat cliënten kunnen blijven wonen op hun huidige locatie; de wijzigingen betreffen hoofdzakelijk financieringsstromen. Zodra voldoende registraties bekend zijn en duidelijk is hoe een en ander zich vertaalt naar de toekomst worden de zorgprofielen GGZ-Wonen geïntegreerd in de prognose Wonen met zorg Intramuraal. In het verlengde hiervan wordt dan tevens de huidige prognose Beschermd Wonen herzien.

6

r2022-0007JW

Relatie Fortuna met de Monitor Ouderenhuisvesting Op verzoek van het Ministerie van BZK is ook de Monitor Ouderenhuisvesting door ABF ontwikkeld en in januari 2021 beschikbaar gesteld via een rapport en een online databank (55plus.cijfersoverwonen.nl). Deze monitor heeft als doel een breed beeld te geven van de woonsituatie van ouderenhuishoudens vanaf 55 jaar. In de databank zijn lokale cijfers opgenomen over de woonsituatie van ouderen, de ondernomen verhuizingen en het aantal ouderen met een fysieke beperking. De cijfers kunnen lokale partijen helpen bij het opstellen van woonzorgvisies, prestatieafspraken en concrete plannen voor ouderenhuisvesting. De cijfers in deze Monitor wijken af van de (extramurale) uitkomsten in Fortuna, ook al gaan ze beide over hetzelfde onderwerp en gaan ze beide uit van demografische ontwikkelingen die tot een sterke stijging van het aantal ouderenhuishoudens en van het aantal huishoudens met een beperking leiden. Oorzaken van verschillen tussen de uitkomsten van de Monitor Ouderenhuisvesting en Fortuna zijn het gebruik van deels andere bronnen, van andere definities en van andere methodieken in beide onderzoeken. Zo zijn de beperkingen in huishoudens en de geschiktheid van woningen op een andere wijze bepaald.

Verder ligt de focus van de Monitor op de huidige woonsituatie van ouderenhuishoudens, terwijl in Fortuna Extramuraal nadrukkelijk ook de opgave op het vlak van de geschikte voorraad in beeld wordt gebracht. In de Fortuna-prognose wordt aangegeven in welke mate uitbreiding van de geschikte voorraad ouderenwoningen gewenst is in de verschillende woningmarktsegmenten en wordt daarmee ook aangegeven op welke schouders de opgave voor een belangrijk deel rust. Daarmee biedt Fortuna een ander waardevol perspectief dat nuttig is voor het lokale beleid op het vlak van ouderenhuisvesting.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

7

Inleiding

1

Taskforce Wonen & Zorg Nederland vergrijst in hoog tempo. Om de problemen van eenzaamheid onder ouderen, onvoldoende geschikte woningen voor ouderen en een tekort aan personeel in de zorg het hoofd te bieden hebben de VNG, Aedes, ActiZ en de ministeries van VWS en BZK in 2019 de handen ineen geslagen in de bestuurlijke Taskforce Wonen & Zorg. De Taskforce maakt zich er sterk voor dat in de komende jaren overal in Nederland partijen op lokaal niveau komen tot uitvoering van gezamenlijke prestatieafspraken op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid. Daarbij is het vizier vooral gericht op realisatie van woonzorgvoorzieningen voor ouderen en is er aandacht voor de woonzorgbehoeften van andere kwetsbare doelgroepen. Vergrijzing en extramuralisering hebben samen grote invloed op de vraag naar intramurale zorg en met een nieuw zorgstelsel tracht de overheid grip te krijgen op de kosten voor zorg. Het langer zelfstandig wonen vereist aanpassingen aan de woningvoorraad, een voorraad die meer geschikt moet worden gemaakt voor ouderen met beperkingen. Daarnaast hebben gemeenten tevens de taak om mensen met een indicatie Beschermd Wonen GGZ meer in de wijk te huisvesten en begeleiden, in plaats van in een instelling.

Deze brede intra- en extramurale opgave wonen en zorg wordt in dit rapport uitgewerkt voor de regio ZuidKennemerland/IJmond met de informatie uit het prognosemodel Fortuna. Het biedt inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van de verschillende groepen, in de verwachte intramurale zorgvraag van de toekomstige bevolking en daarmee ook in de gewenste woningvoorraad en het benodigde zorgvastgoed in de regio, waarmee de opgave tot 2040 in Zuid-Kennemerland/IJmond duidelijk wordt.

Ontwikkelingen in de zorg In het afgelopen decennium heeft de Nederlandse overheid ingezet op ouderenbeleid dat gericht is op een geringere afhankelijkheid van geïnstitutionaliseerde zorg en op zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Dit beleidsstreven van de overheid past bij de wens van ouderen om zo lang mogelijk thuis, in de eigen omgeving, te willen wonen. Het extramuraliseringsbeleid is erop gericht zoveel mogelijk zorg buiten de muren van een intramurale instelling van bijvoorbeeld een verpleeghuis plaats te laten vinden. Dit beleid van de overheid moet de zorg betaalbaar houden, ook met het oog op een absoluut en relatief groeiende groep van ouderen in onze samenleving. Een omvangrijke groep mensen maakt zodoende niet langer aanspraak op een duur intramuraal verblijf, maar blijft – zeker met een lichte maar ook met een zwaardere zorgvraag – zelfstandig wonen binnen de reguliere woningmarkt. Mantelzorg, begeleiding, voorzieningen, voor ouderen geschikte woningen en eventuele professionele hulp aan huis dragen ertoe bij dat ouderen en andere kwetsbare personen langer zelfstandig thuis (kunnen) blijven wonen en in hun eigen omgeving worden geholpen via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De organisatie van deze

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

9

hulp of zorg is deels bij de gemeente gelegd. Sinds 1 januari 2015 kunnen alleen nog de meest kwetsbaren die permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid nodig hebben gebruikmaken van de Wet langdurige zorg (Wlz) en daarmee ook aanspraak maken op verblijf in een instelling. Maar zelfs voor deze groep is het tegenwoordig mogelijk de benodigde – intramurale – zorg thuis te ontvangen en dat gebeurt steeds meer. Het Volledig Pakket Thuis (VPT), het Modulair Pakket Thuis (MPT) en het Persoonsgebonden budget (Pgb) sluiten hierop aan. Ook ambulantisering, afbouwbeleid van intramurale zorg ofwel reductie van intramurale beddencapaciteit, stimuleert het zelfstandig thuis blijven wonen. In dit verband wordt gewezen op ontwikkelingen binnen de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en het Beschermd Wonen GGZ. Van de zeer divers samengestelde populatie cliënten binnen deze sector weet een deel de zelfregie weer op te pakken en in aanmerking te komen voor beschut of zelfstandig wonen met ad hoc op- en af te schalen begeleiding. Veelal wordt voor deze woonvormen een beroep gedaan op de sociale huursector. Hoewel extramuralisering en ambulantisering het aantal cliënten in intramurale woonsituaties dempen zal de totale omvang van de intramurale vraag toch toenemen als gevolg van demografische ontwikkelingen.

Dit doet zich vooral voor in de sector Verpleging en verzorging waar door de vergrijzing het aantal ouderen sterk gaat toenemen en daarmee ook het aantal mensen met een zwaardere zorgbehoefte (meer mensen met een hogere indicatie van de zorgzwaarte). Parallel hieraan neemt door extramuralisering en vergrijzing ook op de reguliere woningmarkt het aantal oudere huishoudens met mobiliteits- en vaak ook andere beperkingen toe. Dat mensen met een lichtere zorgvraag zelfstandig kunnen (blijven) wonen is een taak die op gemeentelijk niveau moet worden gefaciliteerd. De wijzigingen in de Woningwet van 2015 versterken deze beweging. In deze wet is geregeld dat gemeenten en woningcorporaties prestatieafspraken met elkaar moeten maken, onder andere ook over wonen met zorg (voor zover het sociale huurwoningen betreft). Ook zorgorganisaties zijn hierbij in toenemende mate nauw betrokken. De Taskforce Wonen & Zorg appelleert aan deze samenwerking op lokaal niveau.

Prognosemodellen ABF Research heeft een aantal prognosemodellen ontwikkeld waarvan de resultaten het beleid van gemeenten, corporaties, zorgaanbieders en andere partijen in Nederland kunnen ondersteunen, omdat deze prognoses inzicht bieden in verwachte ontwikkelingen op (binnen)gemeentelijk niveau. Specifiek gaat het om de volgende drie prognosemodellen: ■ de bevolkings- en huishoudensprognose Primos, ■ het woningmarktsimulatiemodel Socrates, en ■ de prognose voor wonen met zorg Fortuna, onderscheiden in Intramuraal, Extramuraal, Volledig Pakket Thuis en Beschermd Wonen GGZ. In de modellen Socrates en Fortuna wordt de demografische prognose uit Primos gekoppeld aan de woonwensen van huishoudens respectievelijk de woon- en zorgvraag van huishoudens en personen. Daarbij wordt rekening gehouden met een aantal relevante factoren: ■ de huidige huisvestingssituatie (woningvoorraad, zorgvastgoed) ■ de verwachte mutaties in de woningvoorraad (nieuwbouw, sloop, omzettingen en huurstijgingen)

10

r2022-0007JW

■ de verwachte ontwikkelingen in intramurale instellingen (uitstroom, doorstroom, sterftekansen, bezettingsgraad op basis van trends in de registraties) ■ relevant overheidsbeleid (zoals toewijzingsregels voor sociale huurwoningen, passend toewijzen en extramuraliseringsbeleid) en het beleid van verhuurders van woningen ■ economische verwachtingen.

Samenhang tussen zelfstandig en onzelfstandig wonen De prognoses geven een beeld van de verwachte ontwikkeling in de woonsituatie van de bevolking en de huishoudens. In het in de samenvatting opgenomen schema is de samenhang tussen zelfstandig (particulier) en onzelfstandig (intramuraal) wonen goed te zien. De meeste personen wonen zelfstandig in een particulier huishouden, in een koop- of huurwoning op de gewone woningmarkt. Een deel daarvan betreft geschikte huisvesting voor wonen met zorg. Slechts een klein deel van de bevolking woont onzelfstandig in een intramurale instelling. De intramurale instellingen in de zorg hebben betrekking op drie sectoren: Verpleging en Verzorging (V&V), de grootste sector, Gehandicaptenzorg (GHZ) en Geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Anno 2021 bestaat 42 procent van de in totaal 168.280 woningen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond uit huurwoningen en 58 procent uit koopwoningen. De totale voorraad geschikte huisvesting voor wonen met zorg daarbinnen wordt ingeschat op in totaal 52.250 woningen, 31 procent van alle woningen. Van de 71.250 huurwoningen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond is een groot deel in bezit van een woningcorporatie.

De doelgroep van de corporaties bestaat uit de huishoudens die gezien hun inkomen in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning, waaronder in het bijzonder de huishoudens uit de doelgroep huurtoeslag. Tot deze doelgroep behoren de afgelopen jaren in toenemende mate ook statushouders, Oost-Europese arbeidsmigranten en personen met een zorgproblematiek. In 2021 wonen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond zo’n 4.400 personen in een intramurale instelling gefinancierd vanuit de Wlz, waarvan de V&V-sector de meeste cliënten telt (3.025). De GHZ-sector in de regio omvat 1.290 personen en de GGZ-sector in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond telt in 2021 zo’n 85 intramurale Wlz-cliënten.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt gestart met de verwachte ontwikkeling van bevolking en huishoudens in de regio ZuidKennemerland/IJmond. De demografische verwachtingen bepalen immers voor een belangrijk deel de toekomstige vraag naar geschikte woningen en intramurale zorgplaatsen. Daarna wordt in hoofdstuk 3 specifiek de aandacht gericht op de toekomstige omvang en samenstelling van huishoudens met mobiliteitsbeperkingen, voornamelijk oudere huishoudens betreffend. Aansluitend volgen een beschrijving van de voorraad geschikte woningen voor ouderen en de opgave ouderenhuisvesting. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de ontwikkeling van de vraag naar intramurale huisvesting in de drie sectoren V&V, GHZ en GGZ. In hoofdstuk 5 wordt een bandbreedte geschetst voor de mogelijke ontwikkelingen in het Volledig Pakket Thuis V&V. Hoofdstuk 6 geeft een compacte toelichting van de uitkomsten van de hoofdstukken 2 t/m 4 voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond op gemeenteniveau. Hoofdstuk 7 tot slot bevat een compacte toelichting van de resultaten op het niveau van de wijken.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

11

DEEL A DEMOGRAFISCHE VERWACHTINGEN

12

r2022-0007JW

Verwachte ontwikkeling van bevolking en huishoudens 2021-2040

2 2.1

Ontwikkeling bevolking

Sterke toename 75-plussers In 2021 wonen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond 380.300 personen. Volgens de Primos-prognose 2021 loopt het inwonertal op naar 407.300 personen in 20401. Figuur 2.1 toont voor de periode 2021-2040 de relatieve ontwikkeling van de omvang van de bevolking in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond naar 3 leeftijdsklassen. Vooral de sterke groei van het aantal personen van 75 jaar en ouder valt op. Figuur 2.1 Ontwikkeling bevolking naar leeftijdsklassen, groeicijfers t.o.v. 2021, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond, (2021-2040) Bron: Primos 2021 Basis 180 160

index (2021=100)

140 120 100 80

60 2040 <65 302,5 duizend 65-74 47,7 duizend 75+ 57,2 duizend

2021 <65 302,9 duizend 65-74 42,6 duizend 75+ 34,9 duizend

40 20

<65

65-74

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

0

75+

Tabel 2-1 toont voor 2021 en 2040 het relatieve aandeel van de bevolking per leeftijdsklasse. In 2021 bedraagt in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond het aantal 75-plussers 9,2 procent van de bevolking. In 2040 zal dit percentage naar verwachting zijn gegroeid tot 14,0 procent, ofwel een absolute groei van 4,9 procent. In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond is deze groei daarmee iets lager dan gemiddeld in heel Nederland. In absolute aantallen houdt dit in dat in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond het aantal inwoners van 75 jaar en ouder groeit van 34.860 personen in 2021 naar 57.200 personen in 2040. 1 In het lage bevolkingsscenario komt het inwonertal in 2040 uit op 395.900 personen.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

13

De ontwikkeling van het aantal personen in de leeftijdscategorie 65-74 jaar is zowel landelijk als in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond aanzienlijk gematigder. Het aandeel personen tot 65 jaar neemt in de komende 19 jaar in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond af met 5,4 procentpunt.

In de bijlagen zijn de cijfers voor de jaren 2021, 2025, 2030, 2035 en 2040 opgenomen. Tabel 2-1 Percentage van de bevolking naar leeftijdsklassen, regio Zuid-Kennemerland/IJmond in vergelijking met Nederland (2021-2040) Bron: Primos 2021 Basis <65

65-74

>=75

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

2021

80,2%

79,6%

11,3%

11,2%

8,5%

9,2%

2040

74,7%

74,3%

11,6%

11,7%

13,7%

14,0%

Ontw ikkeling % 2021-2040

-5,5%

-5,4%

0,3%

0,5%

5,2%

4,9%

2.2

Ontwikkeling huishoudens

Sterke toename huishoudens 75+ In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond wonen in 2021 in totaal zo’n 177,2 duizend huishoudens. Volgens de Primos-prognose 2021 loopt het aantal huishoudens op naar 194,6 duizend in 2040. Waar het aantal huishoudens onder 65 jaar gaat dalen, van 123.720 in 2021 naar 120.330 in 2040 (een afname van -2,7% ten opzichte van een lichte toename met 0,2 procent landelijk), groeit het aantal huishoudens 75+ in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond van 25.140 in 2021 naar 43.280 in 2040 (een toename van 72 procent ten opzichte van landelijk 77 procent). Met een toename van 9,4 procent (van 28.300 naar 30.940) is de ontwikkeling van het aantal huishoudens in de leeftijdscategorie 65-74 aanzienlijk gematigder (landelijke groei is 13,6 procent).

Figuur 2.2 Ontwikkeling huishoudens naar leeftijdsgroep, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Socrates 2021 Basis 200,0 180,0

index (2021=100)

160,0 140,0 120,0 100,0 80,0 60,0 40,0 20,0

2040 <65 120,3 duizend 65-74 30,9 duizend 75+ 43,3 duizend

2021 <65 123,7 duizend 65-74 28,3 duizend 75+ 25,1 duizend

<65

14

r2022-0007JW

65-74

>=75

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

0,0

Tabel 2-2 toont voor 2021 en 2040 het relatieve aandeel van de huishoudens per leeftijdsklasse. Van alle huishoudens in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond is 70 procent jonger dan 65 jaar. In overeenstemming met de verwachte ontwikkeling van de leeftijdsverdeling van de bevolking is in 2040 het aantal huishoudens toegenomen tot 194,6 duizend en is het aandeel 65-minhuishoudens nog maar 62 procent. Andersom neemt het aantal huishoudens van 65 jaar of ouder tussen 2021 en 2040 toe, van 30 naar 38 procent. Vooral de sterke groei van het aantal huishoudens 75+ valt op. In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond bedraagt het huidige aantal huishoudens 75+ 14,2 procent van het totaal aantal huishoudens, in 2040 zal dit percentage naar verwachting zijn gegroeid naar 22,2 procent, ofwel een toename met 8,1 procentpunt. Dit is hoger dan de landelijke groei van 7,5 procentpunt.

Tabel 2-2 Ontwikkeling huishoudens naar leeftijdsklassen, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Socrates 2021 Basis

Regio Z-Kennemerland/IJmond

<65

65-74

>=75

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

Regio Nederland Z-Kennem erland/IJm ond

2021

71,2%

69,8%

15,7%

16,0%

13,1%

14,2%

2040

63,5%

61,8%

15,9%

15,9%

20,6%

22,2%

Ontw ikkeling 2021-2040

-7,7%

-8,0%

0,2%

-0,1%

7,5%

8,1%

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

15

DEEL B WONEN MET ZORG EXTRAMURAAL

16

r2022-0007JW

Langer zelfstandig wonen

3 3.1

Ontwikkeling huishoudens met mobiliteitsbeperkingen

Vergrijzing bepaalt voor een groot deel de opgave aan ouderenhuisvesting. Voor veel ouderen gaat het klimmen der jaren gepaard met toenemende fysieke ongemakken. In het algemeen geldt dat de doelgroep voor geschikte huisvesting voor wonen met zorg en/of een beperking vooral bestaat uit personen in de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder. De typering mobiliteitsbeperking is gebaseerd op het gebruik van hulpmiddelen voor mobiliteit en de door het hoofd en de eventuele partner van het huishouden ervaren mobiliteitsbeperkingen. Er worden daarbij vier gradaties onderscheiden, op grond waarvan huishoudens zijn ingedeeld: ■

Mobiliteitsklasse 0 (Geen) Huishoudens met geen of slechts lichte mobiliteitsbeperkingen.

■

Mobiliteitsklasse A (Licht) Huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen.

■

Mobiliteitsklasse B (Matig) (i) Huishoudens die gebruikmaken van een scootmobiel, rollator of rolstoel, maar binnenshuis geen hulpmiddel voor mobiliteit gebruiken of (ii) huishoudens waarin het hoofd of de partner zonder hulp niet kan lopen en/of traplopen.

■

Mobiliteitsklasse C (Zwaar) Huishoudens die binnenshuis gebruikmaken van een rolstoel of een rollator. Op basis van de omvang van deze groep is het mogelijk een goede inschatting te maken van de vraag naar rollator- en rolstoeltoegankelijke woningen.

Het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking is in 2021 naar schatting 23.560, ofwel 13,3 procent van alle huishoudens in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. De huishoudens met een mobiliteitsbeperking zijn nader onderscheiden naar de zwaarte van de beperking: licht, matig en zwaar. Iets minder dan de helft (47 procent) van alle huishoudens met een mobiliteitsbeperking in de regio ZuidKennemerland/IJmond valt in de categorieën ‘matig’ (22,9 procent) of ‘zwaar’ (23,8 procent). Landelijk is dat ook 47 procent (23,6 procent ‘matig’ en 23,5 procent ‘zwaar’). Onder ouderen ligt dat aandeel aanzienlijk hoger. Figuur 3.1 Huishoudens naar mobiliteitsbeperking, totaal (links), 65+ (midden) en 75+ (rechts), Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021) Bron: Fortuna 2021 Matig MB 5.400 3%

Zwaar MB 5.610 3%

Licht MB 12.550 7% Geen MB 153.600 87%

Totaal

Matig MB 4.080 8%

Licht MB 8.110 15%

Zwaar MB 4.810 9%

Zwaar MB 3.840 15% Matig MB 2.960 12%

Geen MB 36.430 68%

65+

Licht MB 4.970 20%

Geen MB 13.370 53%

75+

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

17

Sterkere toename huishoudens met zwaardere mobiliteitsbeperkingen Het totaal aantal huishoudens zonder mobiliteitsbeperking neemt in de periode 2021-2040 in de regio ZuidKennemerland/IJmond toe met 8 procent (landelijk is dit 11 procent). Naar verhouding neemt het aantal huishoudens mét een beperking in diezelfde periode in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond in alle onderscheiden categorieën veel sterker toe. Het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking zal door de vergrijzing in de komende 19 jaar in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond toenemen met 5.190 huishoudens. In aandelen gaat het dan om een groei van 13,3 procent naar 14,8 procent van alle huishoudens. Deze toename met 1,5 procentpunt is hoger dan de landelijke toename met 1,3 procentpunt. Het totaal aantal huishoudens met een zware mobiliteitsbeperking neemt in de regio in die periode toe van 5.610 naar 7.330, ofwel een toename met 1.720 huishoudens. Het aandeel van deze groep op het totaal aantal huishoudens neemt daarmee toe van 3,2 procent in 2021 naar 3,8 procent in 2040. Landelijk is in die periode sprake van een toename voor deze groep van 3,1 naar 3,6 procent. Figuur 3.2 Ontwikkeling huishoudens met een mobiliteitsbeperking, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Fortuna 2021 Basis Zwaar MB

31%

Matig MB

21%

Licht MB Geen MB

18% 8%

Toename huishoudens met zware mobiliteitsbeperking door toename huishoudens 75+ Figuur 3.3 toont de verdeling en de ontwikkeling van huishoudens in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond naar mobiliteitsbeperking en leeftijd. Er is een duidelijke samenhang tussen leeftijd en mate van mobiliteitsbeperking. Onder huishoudens jonger dan 65 jaar komt een zware mobiliteitsbeperking relatief weinig voor (0,6 procent). Verwacht wordt dat hun aantal tussen 2021 en 2040 bovendien licht daalt. Bij huishoudens van 65-74 jaar ondervindt in 2021 in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond zo’n 3,4 procent een zware mobiliteitsbeperking. Tussen 2021 en 2040 is, zoals eerder geconstateerd, de groei van het totaal aantal huishoudens van 65-74 jaar zeer gematigd en is er bovendien sprake van een afname van het aandeel huishoudens met een zware mobiliteitsbeperking binnen deze leeftijdscategorie van 3,4 naar 2,8 procent. Verwacht wordt derhalve dat in de regio ook het aantal huishoudens van 65-74 jaar met een zware mobiliteitsbeperking licht daalt. Bij huishoudens van 75 jaar en ouder heeft in 2021 zo’n 15 procent een zware mobiliteitsbeperking. Door de sterke toename van het totaal aantal huishoudens van 75 jaar en ouder neemt in deze leeftijdsgroep ook het aantal huishoudens met zware fysieke beperkingen toe, met 1.860 huishoudens; van 3.840 naar 5.710.

De toename van het aantal huishoudens met een zware mobiliteitsbeperking in de regio ZuidKennemerland/IJmond is dus uitsluitend het gevolg van de toename van het aantal huishoudens 75+.

18

r2022-0007JW

Figuur 3.3 Ontwikkeling huishoudens naar leeftijd en mobiliteitsbeperking, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Fortuna 2021 Basis 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

-500 <65

65-74

Licht MB

Matig MB

75+

Zwaar MB

Tabel 3-1 geeft een resumerend overzicht van de ontwikkeling van de huishoudens naar leeftijd en mobiliteitsbeperking voor een viertal steekjaren, waarbij tevens een vergelijking met de landelijke ontwikkeling is gegeven. Een verder onderscheid in mobiliteitsbeperking is opgenomen in de bijlage. Tabel 3-1 Ontwikkeling huishoudens, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond en Nederland (2021-2040) Bron: Fortuna 2021 Basis 2021 2025 2030 totaal met MB totaal met MB totaal met MB totaal Regio Z-Kennemerland/IJmond absoluut <65 jaar 123.720 6.540 123.570 6.500 123.430 6.420 120.330 65-74 jaar 28.300 5.230 28.830 5.210 31.500 5.480 30.940 >=75 jaar 25.140 11.770 30.020 13.580 34.490 15.050 43.280 huishoudens totaal 177.150 23.540 182.420 25.290 189.430 26.950 194.550

2040 met MB

6.070 5.000 17.680 28.750

relatief <65 jaar 65-74 jaar >=75 jaar totaal

70% 16% 14% 100%

28% 22% 50% 100%

68% 16% 16% 100%

26% 21% 54% 100%

65% 17% 18% 100%

24% 20% 56% 100%

62% 16% 22% 100%

21% 17% 61% 100%

Nederland <65 jaar 65-74 jaar >=75 jaar totaal totaal (abs x dzd)

71% 16% 13% 100% 8.046

31% 22% 47% 100% 1.059

69% 15% 15% 100% 8.348

29% 20% 50% 100% 1.141

67% 16% 17% 100% 8.673

27% 20% 53% 100% 1.216

64% 16% 21% 100% 9.039

24% 18% 58% 100% 1.310

Oudere huishoudens vaker alleenstaand, 75+ en met een mobiliteitsbeperking In 2021 is in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond van alle huishoudens 48 procent alleenstaand. Bij de huishoudens 65+ ligt dit percentage met 53 procent iets hoger. Ouderen met een mobiliteitsbeperking wonen naar verhouding echter nog veel vaker alleen. Van de 65-plushuishoudens met een mobiliteitsbeperking is gemiddeld 73 procent alleenstaand tegenover 44 procent van de huishoudens 65+ zonder

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

19

mobiliteitsbeperking. Figuur 3.4 geeft de verdeling van het aantal alleenstaanden en samenwonenden voor huishoudens 65+ in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond naar leeftijd en mate van beperking. Opvallend is het grote aandeel alleenstaanden 75+ binnen de groep huishoudens met een zware mobiliteitsbeperking (57 procent). Dit komt neer op zo’n 2.730 ouderen. Figuur 3.4 Huishoudens 65+ naar samenstelling en mobiliteitsbeperking, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021) Bron: Fortuna 2021

60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 65-74

>=75

65-74

Alleenstaand Geen MB

>=75

Samenwonend Licht MB

Matig MB

Zwaar MB

Eerder is al geconstateerd dat de toename van het aantal huishoudens met een zware fysieke beperking in de periode 2021-2040 uitsluitend voortkomt uit de toename van het aantal 75-plussers. Figuur 3.5 toont dat dit bovendien voor het overgrote deel alleenstaanden betreft (79 procent). Alleenstaanden zijn kwetsbaarder dan samenwonenden waar de partner eventueel mantelzorg kan bieden. Het kan bijna niet anders dan dat deze stijging van het aantal huishoudens van 75-plussers met mobiliteitsbeperkingen invloed zal hebben op de gewenste aanpassingen in de woningvoorraad. Figuur 3.5 Ontwikkeling huishoudens 65+ naar samenstelling en mobiliteitsbeperking, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Fortuna 2021 Basis 2500 2000 1500 1000 500

0 -500 65-74

>=75

65-74

ALLEENSTAAND

Licht MB

20

r2022-0007JW

>=75 SAMENWONEND

Matig MB

Zwaar MB

3.2

Geschikt wonen voor ouderen

Geschikte huisvesting voor wonen met zorg Om de woningvoorraad van een gemeente in beeld te brengen wordt gebruikgemaakt van diverse bronbestanden, zoals de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), de Waardering onroerende zaken (WOZ), het Woononderzoek Nederland (WoON) en de Verantwoordingsinformatie (dVi) van corporaties. Het aantal woningen per geschiktheidsklasse wordt ingeschat naar rato van regionale gegevens over dergelijke woningen, gemeten in het WoON, en toegepast op de woningvoorraad van de gemeente. Hierdoor kan de aangegeven geschikte voorraad afwijken van de feitelijke (maar niet volledig bekende) aantallen per gemeente. De huisvesting voor ouderen en andere zorgbehoevenden wordt omschreven als geschikte huisvesting voor wonen met zorg. Deze valt uiteen in drie hoofdgroepen: ■

Geclusterde ouderenwoning Een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woonzorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24 uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. Hoewel specifieke voorzieningen niet noodzakelijk zijn, heeft feitelijk circa 40 procent van de geclusterde woningen een zorgsteunpunt en heeft daarnaast circa 45 procent een gemeenschappelijke ruimte, receptie, huismeester, alarmering e.d.

■

Aangepaste woning Een bestaande woning of nieuwbouwwoning waarin ten behoeve van personen met een handicap of lichamelijke beperking speciale voorzieningen zijn aangebracht of bouwkundig is aangepast. Daarbij kan het gaan om een traplift, hellingbaan, aan- of uitbouw, maar ook om kleinere aanpassingen.

■

Nultredenwoning Een woning die zowel extern toegankelijk is (de woonkamer dient bereikbaar te zijn vanaf de straat zonder trap te hoeven lopen) als intern toegankelijk is (vanuit de woonkamer zijn zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te bereiken).

Onder de overige woningen vallen alle woningen die niet tot één van de bovengenoemde categorieën behoren. De indeling in de verschillende type geschikte woningen is uitsluitend, te beginnen bij de geclusterde woningen, daarna de aangepaste woningen en tot slot de nultredenwoningen. Een woning wordt dus nooit in meerdere categorieën meegenomen. Wanneer een nultredenwoning is aangepast valt deze dus in de categorie aangepaste woningen en niet in de categorie nultredenwoningen.

Huishoudens met mobiliteitsbeperkingen wonen vaker in geschikte woning Er is een logisch verband zichtbaar in de wijze waarop huishoudens naar mate van beperkingen gehuisvest zijn: huishoudens met een zware mobiliteitsbeperking wonen vaker in een geschikte woning en geschikte vormen van huisvesting worden vaker bewoond door huishoudens met mobiliteitsbeperkingen. Aan de andere kant wonen ook huishoudens zonder mobiliteitsbeperkingen in een als voor wonen met zorg aangemerkte geschikte woning. Hoe huishoudens wonen is immers een vrije keuze. Zo wonen relatief veel huishoudens zonder mobiliteitsbeperkingen met plezier in een nultredenwoning (bijvoorbeeld een flat met lift). Ook zijn er huishoudens met mobiliteitsbeperkingen die (nog) in een gewone woning wonen, of worden geclusterde ouderenwoningen bewoond door ouderen zonder mobiliteitsbeperkingen. In de prognose worden deze verhoudingen meegenomen.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

21

3.3

Eigendom en geschiktheid

Verwachte ontwikkelingen in de huisvestingssituatie van huishoudens Via het woningmarktmodel Socrates van ABF worden de verwachte ontwikkelingen op de woningmarkt in beeld gebracht. Het gaat dan om de omvang en samenstelling van de woningvoorraad, naar eigendom, woningtype en prijsklasse, en de verdeling van de diverse typen huishoudens over die woningen. Omdat in het Fortuna-model met betrekking tot de extramurale huisvestingsvormen wordt aangesloten op deze woningmarktontwikkelingen worden deze hier kort besproken. In het Socrates-model is de omvang van de mutaties in de woningvoorraad (de totale aantallen nieuwbouw, sloop en omzettingen) vastgelegd (overgenomen vanuit het Primos-model) maar wordt de kwalitatieve samenstelling van deze mutaties bepaald door de vraag (woonwensen) van huishoudens in combinatie met het beschikbare aanbod. Daarbij wordt uitgegaan van veronderstellingen ten aanzien van de inkomensontwikkeling, het huurbeleid en het gedrag van verhuurders en de bouwvariant gelijke kansen voor doorstromers, starters en vestigers. Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport over Socrates 20211. De uitbreiding van de woningvoorraad is in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond vooral in de koopsector gewenst.

Mede als gevolg van de veranderingen in de woningvoorraad zal het aantal huishoudens in een huurwoning in de regio nog slechts zeer beperkt toenemen, als alleen de woonwensen binnen de gekozen uitgangspunten leidend zijn. Een toename in de huursector is na 2025 alleen nog voorzien bij woningen tussen aftoppings- en liberalisatiegrens en woningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens. Door de relatief sterke afname van huishoudens in een huurwoning onder de aftoppingsgrens neemt na 2030 het totaal aantal huishoudens in huurwoningen per saldo af. In de koopsector wordt een sterke stijging verwacht van het aantal huishoudens. De toename geldt voor beide prijsklassen maar vooral het goedkoopste segment; woningen met een koopprijs tot de maximale NHG2-grens van 310.000 euro (prijspeil 2020). Behalve door meer nieuwbouw in de koopsector en sloop in de huursector is de verandering van de woningvoorraad ook het gevolg van verkoop van huurwoningen en van prijsstijgingen. Corporaties verkopen huurwoningen onder andere om geld vrij te maken voor de verhuurderheffing (die vanaf 2023 wordt afgebouwd) en voor nieuwe investeringen. Bovendien houden ze rekening met de verwachte ontwikkeling van

hun

doelgroepen.

Deze

doelgroepen

van

het

huurbeleid

(doelgroep

huurtoeslag

en

corporatiedoelgroep) worden eveneens in combinatie met de kenmerken van de woningvoorraad via het woningmarktmodel gekwantificeerd en in beeld gebracht. Deze mutaties worden meegenomen in het Fortuna-model, waar de prijsklassen vanwege de combinatie met geschiktheid verder zijn ingedikt naar drie prijsklassen in de huur en twee prijsklassen in de koop.

1

https://www.abfresearch.nl/publicaties/rapportage-socrates-2021/

2 NHG = Nationale Hypotheek Garantie

22

r2022-0007JW

Tabel 3-2 Bewoonde woningvoorraad naar eigendom en prijsklasse, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Socrates 2021 Basis 2021

2025

2030

2040

2021-2025

2025-2030

2030-2040

Huur < aftoppingsgrens Huur < liberalisatiegrens Huur ≥ liberalisatiegrens Totaal huur

43.710 9.700 17.840 71.250

45.750 7.510 18.510 71.770

44.280 9.030 19.280 72.590

41.140 10.090 20.000 71.220

2.040 -2.190 670 520

-1.470 1.520 770 820

-3.150 1.060 720 -1.370

Koop ≤ 310 dzd euro Koop > 310 dzd euro Totaal koop

29.760 67.260 97.030

32.440 69.120 101.560

36.980 72.210 109.190

41.260 74.860 116.120

2.670 1.860 4.540

4.540 3.090 7.630

4.280 2.650 6.930

Totaal

168.280

173.330

181.780

187.340

5.050

8.450

5.560

Geclusterde woningen bijna uitsluitend in huursector Figuur 3.6 toont de woningvoorraad naar eigendom en geschiktheid. De meeste woningen in zowel de huurals de koopsector worden niet als voor ouderen geschikte woningen gezien en behoren vanuit dat oogpunt tot de categorie overige woningen. Het gaat in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond om 64 procent van de huurwoningen en 73 procent van de koopwoningen. Het overige deel van de woningvoorraad is wel in mindere of meerdere mate geschikt voor ouderen. Zo’n 23 procent van de woningen in de regio is een nultredenwoning, zowel in de huursector als in de koopsector. Ook aangepaste woningen zijn in de regio relatief even vaak te vinden in de huursector als in de koopsector (4 procent). Geclusterde woningen vormen nagenoeg volledig het domein van de huursector, waar zij 9 procent van het totaal aan huurwoningen uitmaken. In de koopsector komen maar weinig geclusterde woningen voor (1 procent). Opgemerkt wordt nog eens (zie ook het kader) dat het hier om schattingen gaat en dat de feitelijke aantallen voor ouderen geschikte woningen niet bekend zijn. Het is dus goed mogelijk dat lokale informatie niet overeenkomt met de genoemde startaantallen in de gemeenten. Dit doet echter niets af aan de geschetste verandering in de vraag naar ouderenhuisvesting.

Figuur 3.6 Woningvoorraad naar eigendom en geschiktheid, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021) Bron: Fortuna 2021 80.000

70.420 70.000 60.000 50.000

45.610

40.000 30.000 20.000

22.140 16.660

10.000

2.610

6.380

3.710

760

0 Huur Overig

Nultreden

Koop Aangepast

Geclusterd

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

23

Geschikte voorraad in huur relatief goedkoper dan overige woningen In de huursector in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond heeft 61 procent van de overige woningen een huur tot de aftoppingsgrens en heeft 26 procent van de woningen een huur boven de liberalisatiegrens. Onder nultredenwoningen in de huursector is de verdeling nagenoeg identiek aan die van de overige woningen. Bij de aangepaste en geclusterde huurwoningen is het aandeel woningen tot de aftoppingsgrens hoger en vooral het aandeel boven de liberalisatiegrens lager. Dit geldt vooral voor de aangepaste woningen met een aandeel tot de aftoppingsgrens van 73 procent en 16 procent in de klasse boven de liberalisatiegrens. In de koopsector is het aandeel woningen tot en met 310 duizend euro met 28 procent het laagst bij de nultredenwoningen. Figuur 3.7 Woningvoorraad naar eigendom en prijsklasse per type geschiktheid, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021) Bron: Fortuna 2021 100%

100%

26%

27%

14%

13%

80%

16%

21% 80%

10% 14%

60%

60%

40%

61%

60%

73%

46% 69%

72%

70%

31%

28%

30%

Overig

Nultreden

Aangepast

40%

64%

20%

54% 20%

0%

0%

Overig

Nultreden

Huur < aftoppingsgrens

Aangepast

Geclusterd

Huur < liberalisatiegrens

Koop ≤ 310 dzd euro

Geclusterd

Koop > 310 dzd euro

Huur ≥ liberalisatiegrens

3.4

Opgave voor ouderenhuisvesting 2021-2040

Is hiervoor ingegaan op de ontwikkeling van de huishoudens en hun beperkingen en de huidige samenstelling van de geschikte voorraad (2021), deze paragraaf gaat in op de opgave voor ouderenhuisvesting en meer specifiek voor de huishoudens 65+. Deze opgave wordt in beeld gebracht door te kijken naar de veranderingen in woonsituatie van huishoudens in de tijd, zoals die in het model op basis van de vraag en de mutaties in het aanbod worden gesimuleerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de dynamiek en ontwikkelingen op de woningmarkt.

Omdat ook rekening wordt gehouden met het feitelijke verhuisgedrag en de bestaande imperfecties tussen wonen, huishoudens en vraag, wordt – voor iedere gemeente – een zo realistisch mogelijk beeld geschetst van de toekomstige woonsituatie van de huishoudens. Daarbij wordt er wel vanuit gegaan dat de mutaties in de woningvoorraad vraaggericht – volgens de woonwensen en zorgvraag – worden ingevuld. De wijze waarop voor zorgbehoevende huishoudens feitelijke ondersteuning en/of zorg, formeel of informeel, geregeld is of wordt, vormt geen onderdeel van de prognose.

Totaal 9.160 geschikte woningen extra Op basis van demografische ontwikkelingen en veronderstellingen in het scenario (inkomensontwikkeling, huurbeleid, bouwprogramma en een constant blijvende samenhang tussen mobiliteitsbeperkingen en de geschiktheid van woningen) neemt de opgave aan geschikte woningen in

24

r2022-0007JW

de regio Zuid-

Kennemerland/IJmond de komende jaren in totaal toe met zo’n 9.160 woningen. Deze toename is deels afkomstig van huishoudens zonder een mobiliteitsbeperking. Ook in de toekomst zal een deel van de geschikte voorraad worden bewoond door huishoudens zonder mobiliteitsbeperkingen. Bij geclusterde woningen en vooral ook bij aangepaste woningen is het aandeel huishoudens met een mobiliteitsbeperking groter dan onder nultredenwoningen.

De toename van de aantallen aangepaste-, geclusterde- en nultredenwoningen is volledig toe te schrijven aan de vergrijzing door de groei van huishoudens 65+ (zie Figuur 3.8). In deze paragraaf wordt daarom verder ingegaan op de gewenste uitbreiding van de geschikte woningvoorraad voor ouderen. Figuur 3.8 Gewenste mutaties woningen naar leeftijdsklasse huishouden en type woning, Regio Zuid-Kennemerland/IJmond (2021-2040) Bron: Fortuna 2021 Basis 6000 5000 4000

3000 2000

1000 0 -1000 Nultreden

Aangepast < 65

65-75

Geclusterd

75+

Opgave voor huishoudens 65+ in relatie tot totale opgave Voor de uitwerking van de gewenste veranderingen op de woningmarkt voor ouderen is de selectie gelegd op de huishoudens van 65 jaar en ouder. Door de focus te leggen op alleen de huishoudens 65+ wordt een zuiverder beeld verkregen van de vraag van ouderen op de woningmarkt. Deze vraag maakt uiteraard onderdeel uit van de totale woningvraag, de vraag van alle huishoudens. De vraag van alle huishoudens en de vraag van oudere huishoudens kunnen echter een tegengesteld beeld geven. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de vraag van oudere huishoudens naar nultredenwoningen groter is dan de totale vraag naar nultredenwoningen, omdat deze laatste als gevolg van een vermindering van het aantal huishoudens jonger dan 65 jaar vaak negatief kan zijn. In de praktijk gaat het bij nultredenwoningen veelvuldig om appartementen of meergezinswoningen, waarvan het merendeel zich in de sociale huursector bevindt. Als de woningvoorraad in dit segment naar verwachting gaat afnemen (vanwege prijsstijgingen, sloop, verkoop of afnemende vraag), heeft dat automatisch gevolgen voor de woningvraag naar nultredenwoningen over alle huishoudens. Dat neemt niet weg dat de vraag onder oudere huishoudens naar een nultredenwoning gewoon blijft bestaan.

Bij nultredenwoningen doen zich deze verschillen het meest voor omdat deze ook relatief vaak worden bewoond door jongere huishoudens. De invulling aan nieuwbouw en sloop ten gevolge van de vraag door jongere huishoudens wordt er door de selectie 65+ zoveel mogelijk uitgefilterd.

r2022-0007JW | Verkenning wonen met zorg Regio Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2040

25

Invulling van de opgave voor huishoudens 65+ met 10.090 relatief hoger dan totaal Onder huishoudens 65+ is de vraag naar geschikte woningen in 2040 in de regio ZuidKennemerland/IJmond 10.090 woningen hoger dan in 2021 terwijl de toename van diezelfde vraag vanuit alle huishoudens op 9.160 uitkomt. Aan de opgave kan op verschillende manieren tegemoet worden gekomen. Voor een deel betreft het aanpassingen aan bestaande woningen. Het gaat daarbij veelal om de woning waarin het huishouden nu al woont en waarin men, indien geconfronteerd met een lichamelijke beperking, zelfstandig wil blijven wonen. Dit laatste kan bijvoorbeeld door het plaatsen van een traplift, een uitbouw op de begane grond of het wegnemen van (te hoge) drempels. De kosten voor de investering zijn over het algemeen voor rekening van de eigenaar van de woning3. Vandaar dat de eigendomsvorm, huur of koop, van belang is in de raming van de opgave. Afhankelijk van de bestaande woningvoorraad kan de uitbreiding van het aantal geclusterde woningen plaatsvinden binnen de bestaande woningvoorraad, denk aan het verbouwen of labelen van een bestaand flatgebouw tot voor ouderen geschikte geclusterde woningen, en/of via nieuwbouw worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267863/1