CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210607709 2. Bijlage 1. Toekomstperspectief JeugdzorgPlus ZKIJ - nov. 2021

commissie Samenleving 13 januari 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Toekomstperspectief afbouw JeugdzorgPlus Zuid-Kennemerland en IJmond10.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e concept Toekomstperspectief JeugdzorgPlus ZuidKennemerland en IJmond

Onderwerp

Toekomstperspectief JeugdzorgPlus Zuid-Kennemerland en IJmond 2e concept t.b.v. Portefeuillehouders overleg Jeugd 24 juni 2021

Start uitvoering

7-6-2021

Bestuurlijk opdrachtgevers

Wethouders Jeugd van de Jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond

Ambtelijke opdrachtnemers

Eric van Tatenhove/Arnaud Brix

1. Inleiding ‘Verreweg de meeste jongeren1 in Nederland groeien gelukkig en gezond op. Een heel klein deel heeft echter grote problemen. Het gaat om kwetsbare jongeren met gedragsproblematiek – meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een verstandelijke beperking. Ze zijn vaak een gevaar voor zichzelf of hun omgeving. Deze jongeren helpen we nog niet altijd op een goede manier. We kennen allemaal de schrijnende incidenten die het symbool zijn geworden van de situatie in de gesloten jeugdhulp. Soms hebben ze een naam (Alicia of Jason). Soms zijn ze anoniem.’ Om te zorgen dat de meest kwetsbare jongeren eerder, sneller en beter passende hulp krijgen is transformatie van de gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Voor deze transformatie bestaat een grote politieke urgentie. Deze politieke urgentie is vertaald in de ambitie om ‘minder en betere gesloten jeugdhulp’2 te bieden. Naast inhoudelijke vraagstukken brengt dit vastgoedvraagstukken met zich mee: minder plaatsingen leiden immers tot leegstand en uiteindelijke afbouw van de capaciteit. Ook vraagt de omvorming naar kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen om investeringen.

Voor de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond is de vastgoedtransitie urgent: de sluiting van de grootschalige JeugdzorgPlus voorziening Transferium in november 2020 en de tijdelijkheid van de locatie waar de meeste jongeren momenteel verblijven vraagt om tijdige realisatie van nieuwe verblijfslocaties. Verblijfslocaties die aansluiten bij de transformatie van gesloten jeugdhulp en ons toekomstperspectief. Het voorliggende toekomstperspectief bevat een toelichting op de gewenste beweging en het gewenste resultaat, inclusief onze ambities en uitgangspunten. Na een schets van het huidige JeugdzorgPlus zorglandschap wordt ingegaan op de toekomstig in te zetten hulpvormen en voorzieningen. Voor deze hulpvormen wordt een prognose van de aantallen cliënten en benodigde voorzieningen gegeven voor de periode tot en met 2025. In het kader van monitoring en doorontwikkeling van de transformatie gesloten jeugdhulp wordt ingegaan op de beoogde samenstelling van de klankbordgroep en aandachtspunten rond triage en onderwijs. Het toekomstperspectief is opgesteld in samenwerking met Parlan Jeugdhulp. Daarnaast is er feedback gegeven op dit Toekomstperspectief door zowel landelijk als regionale werkende collega’s.

Het toekomstperspectief heeft betrekking op de transformatie van het gehele aanbod gesloten jeugdhulp voor jongeren uit de regio en is daarmee niet beperkt tot een specifieke aanbieder.

1

Overal waar jongere(n) kan ook kind(eren) worden gelezen. Zie actieplan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’, Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (maart 2019). 2

1/20

Het toekomstperspectief is afgestemd met een brede groep stakeholders. Dit betreft onder meer de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs Midden-Kennemerland en Zuid-Kennemerland, Gecertificeerde Instellingen, het bovenregionaal plan specialistische jeugdhulp ‘Een thuis voor Noordje’, het regionaal beleidsoverleg, het regionaal contractmanagement en inkoopteam, het expert netwerk complexe casuïstiek regio Zuid-Kennemerland en IJmond (i.o.), het bovenregionaal expertise netwerk en de Academische Werkplaats Risicojongeren. Daarnaast is gesproken met de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd, ambtenaren van OCW en VWS. Ook zijn ervaringsdeskundigen geraadpleegd.

2. Gewenste beweging: vastgoedtransformatie JeugdzorgPlus Een essentiële veranderopgave van de transformatie van JeugdzorgPlus is de vastgoedtransitie: de overgang van de huidige accommodaties gesloten jeugdhulp met een groot aantal plaatsen door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen. Hier lopen instellingen tegen de grenzen van hun mogelijkheden aan. Deze grenzen staan beschreven in het rapport van bureau HEVO. Dit bureau heeft in opdracht van Jeugdzorg Nederland, de VNG en het ministerie van VWS quickscans uitgevoerd naar het vastgoed van alle gesloten jeugdhulpaanbieders. De onderzoekers concluderen dat het huidige vastgoed vaak een belemmering vormt voor het transformeren van de gesloten jeugdhulp. Er zijn investeringen nodig om bestaande panden aan te passen of oude panden af te stoten en nieuwe panden te verwerven. Hierbij blijkt in de praktijk dat aanbieders van gesloten jeugdhulp onvoldoende in staat zijn deze investeringen te doen.

Rijksmiddelen vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp Het ministerie van VWS stelt op landelijk niveau € 33,5 miljoen beschikbaar om de transformatie van gesloten jeugdhulp te faciliteren. Met deze middelen kunnen JeugdzorgPlus instellingen werken aan ombouw van hun vastgoed, richting meer kleinschalige en minder gesloten woonvormen. Ook het afstoten van vastgoed valt onder deze regeling. De middelen voor de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond betreffen circa € 2,3 miljoen. Deze middelen zijn op grond van de ´Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020´ op 30 oktober 2020 verstrekt aan de coördinerende gemeente Velsen. Deze middelen dienen voor minimaal 95% te worden doorgezet naar JeugdzorgPlus instelling Parlan Jeugdhulp en dienen primair te worden besteed aan vastgoed. Van de middelen mag 5% gebruikt worden voor het inschakelen van projectleiding of andere vormen van ondersteuning tijdens dit traject. De regiogemeenten hebben de verantwoordelijkheid om met Parlan Jeugdhulp te komen tot een toekomstperspectief dat een bij de transformatie passende vastgoedtransitie ondersteunt en de basis is voor de toekenning van middelen aan Parlan Jeugdhulp. Dit plan bestaat uit het voorliggende Toekomstperspectief JeugdzorgPlus Zuid-Kennemerland en IJmond en een strategisch vastgoedplan op te stellen door Parlan Jeugdhulp.

Uitgangspunt is om de middelen zo toekomstgericht mogelijk in te zetten. Maximaal 30% van de middelen die Parlan Jeugdhulp ontvangt, wordt besteed aan frictiekosten als gevolg van de sluiting van Transferium. De overige middelen worden ingezet voor de realisatie van kleinschalige en gezinsgerichte verblijfslocaties passend binnen het kader van dit toekomstperspectief.

2/20

3. Gewenst resultaat: JeugdzorgPlus zo thuis mogelijk! Onze ambitie De gemeenten van de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond zetten een duidelijk stip op de horizon: in 2030 plaatsen wij in onze regio’s geen jongere meer in geslotenheid. In de tussenliggende transformatieperiode werken we aan de twee doelen 1) voorkomen dat jongeren in gesloten jeugdhulp terecht komen en 2) de zorg verbeteren voor jongeren die tijdelijk een gesloten plaatsing nodig hebben, waarbij we deze zo thuis mogelijk organiseren. De jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond zien het als hun verantwoordelijkheid om de instroom in verblijfsvoorzieningen verder terug te dringen. De behandeling die geboden wordt is bij voorkeur ambulant. We willen immers dat jongeren zo lang als mogelijk thuis kunnen wonen. Sommige jongeren kunnen echter niet meer thuis of in hun netwerk wonen. Voor hen zijn er pleeggezinnen en gezinshuizen. Hoewel voor pleeggezinnen en gezinshuizen veel varianten en extra ondersteuningsmogelijkheden op maat te creëren zijn, blijkt dit voor een klein deel van de jongeren toch geen passend aanbod. Dit heeft te maken met het ontwrichtende gedrag van deze jongeren, en soms ook met het ontwrichtende gedrag van de ouders.

Voor hen willen we kleinschalige woonvormen waarin de jongere tot ontwikkeling kan komen in een veilig, positief en open leefklimaat met begeleiders die goed afstemmen op de individuele jongere. Jongeren willen we zo dicht als mogelijk bij huis plaatsen. Jongeren kunnen, wanneer terug naar huis geen optie is, blijven wonen in deze kleinschalige woonvormen. Vanuit het belang van hechting willen we onnodig doorplaatsen voorkomen. Voor iedere jongere staat centraal het tot zelfstandigheid komen in de eigen leefomgeving. Dit afgestemd op de behoeften van de jongere en het gezin, met een individuele benadering, continuïteit en ruimte voor stapsgewijs groeien. De jongere en het gezin hebben waar dit kan hierbij de regie.

Ambitie bovenregionaal plan ‘Een thuis voor Noordje’ Het afgelopen jaar is door de betrokken jeugdhulpregio’s gezamenlijk met aanbieders, samenwerkingsverbanden VO, schoolbesturen van aan jeugdhulpinstellingen met verblijf verbonden scholen, Gecertificeerde Instellingen en ervaringsdeskundigen in Noord-Holland gewerkt aan een bovenregionaal plan voor specialistische jeugdhulp met als werktitel ‘Een thuis voor Noordje’. Het toekomstperspectief JeugdzorgPlus Zuid-Kennemerland en IJmond heeft een sterk verband met het bovenregionale plan als het gaat om de ambities voor de doelgroep en transformatie van gesloten jeugdhulp. De eerste ambitie in het bovenregionaal plan voor Noord-Holland is eveneens de beweging om het aantal jongeren in JeugdzorgPlus terug te brengen naar nul. Dit behelst dus de afbouw van JeugdzorgPlus en alles wat nodig is om de uitstroom te bevorderen en instroom te voorkomen. De tweede ambitie is om binnen twee jaren nul jongeren buiten de provincie te plaatsen. Nu wordt nog 10 tot 15 % van de jongeren die JeugdzorgPlus of anderszins jeugdhulp met verblijf nodig heeft buiten de provincie geplaatst omdat de huidige JeugdzorgPlus instellingen niet toegerust zijn om deze jongeren op te vangen. Hierbij verbinden de zorgaanbieders zich eraan om het benodigde aanbod in Noord-Holland te organiseren.

De onderwijs partijen willen zich inzetten voor de inrichting van het juiste onderwijs voor deze jeugdigen. Dit kan als er constructieve en effectieve manieren van samenwerking met gespecialiseerde jeugdhulpinstellingen worden ontwikkeld. De Gecertificeerde Instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en het Centrum voor Jeugd en Gezin zich committeren aan de ambities en zetten zich actief in om kinderen ’zo thuis mogelijk’ te laten wonen. Zo wordt gezamenlijk het juiste aanbod in de verschillende regio’s georganiseerd; een combinatie van zorg en onderwijs. Deze ambities vragen een transformatie van het huidige zorgaanbod en de behandelcultuur binnen de jeugdhulp en het onderwijs. En het vraagt om een brede scope op het 3/20

geheel aan jeugdhulp en, daar waar nodig, aanpalende velden; minder en betere gesloten jeugdhulp is niet alleen een opgave van individuele aanbieders. In dit toekomstperspectief borgen we onderstaande uitgangspunten: • Jongeren zo dicht mogelijk bij huis plaatsen, betekent dat jongeren zo veel mogelijk in de eigen regio worden geplaatst en buiten-regionale plaatsingen zo veel mogelijk worden teruggebracht. Binnen twee jaren wordt er geen jongere buiten de provincie geplaatst. Hierbij moeten het aantal plaatsen als ook de aanwezigheid van bepaalde specialismen in ogenschouw worden genomen. • Gesloten jeugdhulp moet beschikbaar zijn op het moment dat de kinderrechter bepaalt dat deze zorg nodig is. De verschillende bovenregionale plannen voor de transformatie van het vastgoed moeten optellen tot een verantwoord totaal waarbij in afstemming op provinciaal niveau bijgestuurd kan worden wanneer er frictie ontstaat. • Een goed samenspel met lokale teams, onderwijs, zorgaanbieders, Gecertificeerde Instellingen, het regionale expertteam, Raad van de Kinderbescherming en kinderrechters is nodig om te zorgen dat tijdig het juiste ingezet wordt om escalatie en uithuisplaatsing te voorkomen en te komen tot gedeelde beelden over wat veilig genoeg is en wat er nodig is om dit te bereiken.

Het uitgangspunt dat een gesloten plaatsing altijd binnen de regio is vraagt om korte lijnen en hier op afgestemde procesregie. In het samenspel is het helder beleggen van de regie van belang, de verantwoordelijkheden en rollen moeten goed besproken en duidelijk afgestemd zijn, tijdens alle fasen van het traject dat de jongere doorloopt. • Voldoende beschikbaarheid van passende ambulante hulp, gezinsgerichte oplossingen en verblijfsvormen voor het voorkomen van gesloten plaatsingen en onnodig doorplaatsen en om plaatsingen zo kort mogelijk te laten duren.

De benodigde transformatie Voor de realisatie van bovenstaande ambities en uitgangspunten is het volgende nodig: 1. Voorkomen uithuisplaatsing door intensieve ambulante hulp Zorgaanbieders, gemeenten, de veiligheidsketen en onderwijs zijn gezamenlijk verantwoordelijk om uithuisplaatsingen te voorkomen. Bij de beoordeling of een jongeren al dan niet uithuisgeplaatst moet worden, blijft immer het uitgangspunt dat door integrale samenwerking en het najagen van de ambitie om geen enkel jongere uit huis te plaatsen, creativiteit en lef ontstaat die een uithuisplaatsing alsnog voorkomt. Het voorkomen van uithuisplaatsingen vraagt ook om doorontwikkeling van intensieve ambulante hulp aan jongeren en hun gezinnen. De ambulante hulp is gericht op zowel behandeling als op het ondersteunen van de jongere bij een positieve ontwikkeling. Uitgangspunt is dat de jongere niet verplaatst wordt maar dat de zorg en ondersteuning om hem of haar heen wordt georganiseerd. Behandeling en normalisatie gaan daarbij hand in hand. De hulp is gericht op zowel thuis, school als vrije tijd. Veiligheid en ontwikkeling ontstaan dan door contact, ondersteuning en behandeling om de jongere en het gezin heen te plaatsen, in plaats van door een jongere uit zijn gezinssituatie te halen. 2.

Waar nodig directe inzet van behandeling zonder wachttijd Bewezen effectieve behandeling wordt ingezet op basis van een haarscherpe, samen met de jongere en ouders opgestelde, verklarende analyse. Niet wat beschikbaar is maar wat nodig is, staat centraal. Alle eventueel benodigde jeugdhulp disciplines moeten dus nabij de jongere georganiseerd kunnen worden. Snelle inzet van gedegen diagnostiek en behandeling vraagt ook dat hiervoor de randvoorwaarden zijn georganiseerd: de diagnostiek en behandeling moet ingekocht zijn en met een korte doorlooptijd kunnen worden toegewezen.

4/20

3. Stabiele, goed opgeleide teams die samenwerken met de jongeren en de mensen die voor hen belangrijk zijn Professionals zijn de sleutel voor goede jeugdhulp, het investeren in hun vakmanschap en werkgeverschap is cruciaal. Voor de gesloten jeugdhulp betekent dit het verankeren van de methoden die bijdragen aan de sensitiviteit en responsiviteit van de professionals, meer systeemgericht werken, het versterken van vakmanschap dat nodig is om gedwongen afzonderingen en suïcides te voorkomen en stabiele teams. In het sensitief werken wordt afgestemd op de behoefte van jongeren aan persoonlijk en oprecht contact en echt gehoord en gezien worden en er ingespeeld wordt op wie zij zijn, hoe zij leren en wat hen motiveert. Professionals blijven dus naast hen staan, hoe ingewikkeld het ook is. De voor de jongere belangrijke anderen, waaronder gezinsleden, voelen zich welkom en zijn zoveel mogelijk onderdeel van het proces om de stap naar buiten te zetten. De gezins- en/of ouderproblematiek die een rol speelt in de situatie is zoveel mogelijk onderdeel van de behandeling3. Waar nodig wordt gezorgd voor begeleiding en behandeling van het gezin in de thuissituatie om uithuisplaatsing te voorkomen of te komen tot een goede terugkeer naar huis. 4. Plaatsing in eigen regio Indien een uithuisplaatsing toch de enige remedie is, dan vindt deze zo dicht mogelijk bij huis plaats.

Het uitgangspunt is plaatsing in de regio van herkomst van de jongere. Op die manier kunnen gezonde onderdelen van het leven van de jongere, zoals onderwijs, doorgang blijven vinden. Ouders kunnen onderdeel blijven uitmaken van het leven van hun kind. Ook blijft de ambulante hulp die eerder thuis is ingezet beschikbaar en houden jongere en gezin regie. 5. Kleinschaligheid met een groepsgrootte van maximaal vijf Kleinschaligheid is een randvoorwaarde voor een veilig, positief leefklimaat waarin de individuele doelen van de jongeren centraal staan. Het kleinschalig vormgeven van zorg leidt tot minder incidenten en minder vrijheidsbeperkende maatregelen, en tot meer maatwerk4, huiselijkheid en normalisatie. Kleinschaligheid verbetert de rechtspositie van deze jongeren welke uitgaat van de inzet van zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen.5 We willen jongeren immers niet onnodig in hun vrijheid beperken, niet separeren, noch onnodig gesloten plaatsen. Om deze reden gaan we uit van een groepsgrootte van maximaal vijf. Er wordt in aanleg niet ‘bijgeplust’.

We sluiten aan bij de definitie van de Academische Werkplaats Risicojeugd, opgesteld op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkkennis, gezamenlijk met instellingen voor gesloten jeugdhulp: ‘Een kleinschalige voorziening is een 24/7-verblijf binnen een gesloten of open residentiële jeugdzorginstelling, op een instellingsterrein of in een woonwijk, van maximaal zes - en bij voorkeur vier - jongeren tussen 8 en 23 jaar, in een huiselijke setting door een vast team van begeleiders met een minimum ratio op de groep van 1 op 4, waarbij een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat - en zolang als nodig - wordt gegeven, met perspectief op wonen, zorg en onderwijs/arbeid tijdens verblijf en/of daarna’. 3

Ouderproblematiek – los van de opvoeding – wordt doorgaans niet behandeld binnen de Jeugdhulp maar vanuit de Volwassen GGZ. De wachtlijsten in de Volwassen GGZ zijn echter lang. 4 Van Schie, L., Mulder, E., Nijhof, K., Van Domburgh, L., Harder, A.T., Konijn, C., Kolkman, J., Kranenburg, M., Lekkerkerker, L., & Popma, A. (2020). Kleine groepen bij Grote problemen: Kleinschalige voorzieningen als alternatief voor reguliere gesloten jeugdhulp. Nijmegen: Pluryn. 5 Wetsvoorstel verbetert beschikbaarheid specialistische zorg voor jeugdigen | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp.

5/20

De kernelementen van een kleinschalige voorziening zijn dus een klein aantal jongeren (4-6), een stabiel en beperkt aantal begeleiders (minimum van 1 op 4), contact als basis, een huiselijke sfeer, een programma op maat, integrale aandacht voor alle leefgebieden en duidelijkheid over perspectief (of tussentijds veranderen daarvan). 6. Een veilige, vriendelijke en zo open mogelijke omgeving In de verblijfssetting en de omgeving willen we een zo open mogelijke en vriendelijke uitstraling, het gesloten karakter van de zorg moet zo min mogelijk waarneembaar zijn. We zetten in op verblijf op een plek waar inclusie in de maatschappij bevorderd wordt. Belangrijk hierbij zijn voldoende sport, spel en recreatiefaciliteiten die zelfstandig of onder begeleiding te gebruiken zijn, zonder dat daarvoor extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Er is aandacht voor transparantie, daglicht en uitzicht zodat er een zo open mogelijk karakter is en materialen en kleur zijn zo gebruikt dat een warme, prettige sfeer gecreëerd wordt. Veiligheidsmaatregelen zijn zo min mogelijk zichtbaar aanwezig. Er zijn voldoende medewerkers om de jongere bij oplopende stress en spanning individueel te kunnen ondersteunen en nabijheid en veiligheid te bieden. 7. Stoppen met doorplaatsen Jongeren kunnen, wanneer terug naar huis na geslotenheid vooralsnog geen optie is, blijven wonen op de kleinschalige locaties.

Vanuit het belang van hechting en stabiliteit willen we onnodig doorplaatsen voorkomen. Deze jongeren hebben recht op een vaste gezinsgerichte woonplek waar zij tot ontwikkeling kunnen komen. Het huidige systeem met overplaatsingen naar behandelgroepen, en daarmee gepaard gaande verhuizingen, is voor hen contraproductief en niet gezinsgericht. 8. Onderwijs op school van herkomst en een ontwikkelingsgericht dagprogramma op maat Jongeren in de gesloten jeugdhulp ervaren vaak weinig of geen zingeving en hebben niet het gevoel van waarde te zijn voor een ander. De rol van school is belangrijk hierbij. Naar school gaan betekent meedoen, doen waar je goed in bent, bezig zijn. Om deze reden is het belangrijk om te zorgen dat alle jongeren binnen de gesloten jeugdhulp naar school gaan, het niveau hiervan aansluit bij hun capaciteiten en ambities en de context zo georganiseerd is dat zij tot leren komen. Onderwijs vindt dan op een zo normaal mogelijke manier doorgang, bij voorkeur op de school van herkomst. Jongeren worden hierbij ondersteund door begeleiders van de woonvorm. Er is bewust geen onderwijsvoorziening gekoppeld aan de kleinschalige woonvormen, omdat dit inclusie tegengaat. Inclusief onderwijs betekent ook dat een school ieder kind kan bieden wat het nodig heeft aan extra aandacht of ondersteuning, zodat het tot leren kan komen.

Het onderwijs moet zich kunnen aanpassen aan het kind en niet andersom. Dit onderwijs moet passen in een integraal dagprogramma waarin ook behandeling en een bij de jongere passende vrije tijd invulling een plek heeft. Dit dagprogramma is uitgewerkt op basis van het met de jongere en het gezin uitgewerkte perspectief, waarbij steeds wordt aangesloten bij de groei en ontwikkeling. 9. Bieden mogelijkheden om geleidelijk te groeien naar zelfstandigheid Een plaatsing in geslotenheid heeft een grote impact op de motivatie en het gevoel van perspectief van jongeren. Om een positief toekomstperspectief te kunnen realiseren, zijn geleidelijke overgangen passend bij de jongere belangrijk. Dit kan zitten in het deels thuis of op een andere plek wonen, het maken van een overgang naar een open plek op dezelfde locatie of het leren zelfstandig wonen in een aanpalende unit of in een klein appartement in de nabije omgeving. Diversiteit in voorzieningen in de nabijheid is belangrijk om op maat aan te sluiten bij wat de jongere nodig heeft om succeservaringen op te doen en zo een duurzame stap richting zelfstandigheid te zetten.

6/20

Maatschappelijke kosten en baten Door een onafhankelijk onderzoekbureau is een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) uitgevoerd met als doel een doorkijk te geven naar de maatschappelijke kosten en baten van de vastgoedtransitie van JeugdzorgPlus. Insteek was om verder te kijken dan alleen de kosten en baten in financiële zin. Doel is immers om de kwaliteit van leven te verhogen en te vergroten voor de meest kwetsbare jongeren door eerder, sneller en beter passende hulp te realiseren. Uit bureau onderzoek blijkt dat er geen wetenschappelijke longitudinale onderzoeken zijn die voldoende aanknopingspunten bieden om de maatschappelijke effecten van kleinschaligheid gevalideerd te monetariseren in een MKBA. Wel zijn drie werkzame elementen zichtbaar: kleine groepsgrootte, vast en stabiel team van professionals en een positief en veilig groepsklimaat. Deze werkzame elementen passen goed bij de doelen van zorg binnen kleinschalige woonvormen: aandacht bieden aan jongeren, interactie tussen de jongeren, individueel behandeltraject en creëren van veiligheid.

4. Huidig zorglandschap JeugdzorgPlus Locaties Na sluiting van de grootschalige JeugdzorgPlus voorziening Transferium in november 2020 verblijven momenteel de meeste jongeren uit Zuid-Kennemerland en IJmond op een tijdelijke locatie in Heerhugowaard, gelegen op het terrein naast het Transferium gebouw. Op deze locatie zijn twee groepen van maximaal vijf jongeren ondergebracht. Het betreft zowel jongeren met en zonder een machtiging gesloten jeugdhulp6, allen met complexe problematiek, maar soms met en soms zonder het label JeugdzorgPlus. Enkele jongeren hebben tijdelijk meer beveiliging nodig dan geboden kan worden op deze groepsvoorziening. Zij worden ter stabilisatie, bij voorkeur kortdurend, opgevangen in een grootschalige extra beveiligde JeugdzorgPlus voorziening. Aangezien Transferium is gesloten wordt hiervoor De Koppeling in Amsterdam benut. Na de stabilisatie-fase stromen deze jongeren door naar de groepsvoorziening om daar hun opname te vervolgen. Plaatsing buiten de provincie komt, omwille van zorginhoudelijke, veiligheidsredenen of beschikbaarheid, sporadisch voor.

Aanbieders De jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond hebben in totaal vijf JeugdzorgPlus aanbieders gecontracteerd. Dit betreft de drie JeugdzorgPlus aanbieders actief in de provincie Noord-Holland: Parlan Jeugdhulp, Levvel (voorheen Spirit) en Horizon. Aanbieder Parlan Jeugdhulp is in onze regio’s het meest actief op de JeugdzorgPlus en verankerd in de structuren en samenwerkingsverbanden aangaande deze doelgroep. De groepslocaties in Heerhugowaard zijn van Parlan Jeugdhulp. De grootschalige JeugdzorgPlus voorziening De Koppeling is van Levvel. Naast bovenstaande drie JeugdzorgPlus aanbieders zijn ’s Heerenloo en Pluryn, beide met locaties buiten Noord-Holland, gecontracteerd. Van hun aanbod is in de afgelopen periode niet meer dan sporadisch gebruik gemaakt. Plaatsing bij andere JeugdzorgPlus aanbieders dan gecontracteerd kan in uitzonderlijke 6

In de procedure gedwongen opname JeugdzorgPlus beslist een Gecertificeerde Instelling of en welke zorg nodig is. Bij dit besluit vindt altijd een dubbele toetsing plaats doordat er een instemmingsverklaring van een onafhankelijk gedragswetenschapper noodzakelijk is. De Gecertificeerde Instelling vraagt een machtiging aan bij de kinderrechter. De kinderrechter beslist of een kind met ernstige gedragsproblemen gedwongen wordt opgenomen. Deze beslissing heet een 'machtiging gesloten jeugdzorg'. In deze beschikking staat hoe lang een jongere in een gesloten instelling moet blijven. Dit kan 3 of 6 maanden zijn, maar nooit langer dan een jaar.

7/20

gevallen voorkomen. In dat geval wordt per traject met de betreffende aanbieder een aparte betaalovereenkomsten afgesloten.

Onderwijs De genoemde JeugdzorgPlus aanbieders actief in Noord-Holland hebben elk een onderwijsinstelling als partner. Bij Parlan Jeugdhulp is dat Stichting Aloysius, bij Levvel is dat Altra; bij Horizon is dat Altra en Ronduit. Genoemde schoolbesturen verzorgen momenteel het (gesloten) onderwijs bij deze instellingen op basis van rechtstreekse plaatsbekostiging vanuit het Ministerie van OCW. Daarnaast zijn de twee samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs beleidsmatig betrokken. De jongeren uit Zuid-Kennemerland en IJmond gaan momenteel nagenoeg allemaal naar VSO het Molenduin, van Stichting Aloysius.

Transformatie tot nu toe In de afgelopen jaren is reeds gestart met de transformatie door: • Het terugdringen van het aantal crisisplaatsingen in de JeugdzorgPlus. Nog te vaak werden jongeren in een crisissituatie, bij gebrek aan een passende opvang of verblijfsplek, geplaatst in een JeugdzorgPlus voorziening. Deze plaatsingen zijn de afgelopen periode in samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen teruggedrongen. • De ontwikkeling van een open kortdurend opnameaanbod, waardoor jongeren met complexe meervoudige problemen in de eigen provincie geplaatst konden worden, waar zij voorheen buiten de provincie werden geplaatst. • De start van intensieve ambulante begeleiding die specifiek voor de doelgroep outreachende hulp biedt gericht op het voorkomen van uithuisplaatsing. Dit outreachende team biedt behandeling en begeleiding en komt bij de jongere thuis en op school, ook na kantoortijden. • Jongeren onderwijs op scholen in de regio van herkomst te laten volgen in plaats van intern op locatie, vooralsnog gaan jongeren nog alleen naar Het Molenduin (VSO). • Het omvormen van grootschalige groepen, zowel gesloten als open, naar meer kleinschalige groepen per november 2020. De sluiting van Transferium is hierbij aangegrepen om een eerste stap naar meer kleinschaligheid te zetten.

Dit betreft de twee genoemde groepen, van 6 jongeren per groep, tijdelijk gehuisvest in Heerhugowaard. • Het mogelijk te maken dat jongeren na geslotenheid, indien terug naar huis niet mogelijk is, in deze kleinschalige vormen kunnen blijven wonen. Hierdoor stopt de doorplaatsing en hoeven jongeren niet meer te verhuizen naar een andere behandelgroep. Hierbij is in de afgelopen periode ervaring opgedaan met een gemengde groep, waarbij jongeren, met en zonder machtiging gesloten jeugdhulp, op dezelfde groep verblijven.

Aantal trajecten Het aantal en type trajecten vanaf 2018 duidt erop dat de transformatie reeds is ingezet. In de afgelopen jaren heeft er in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond een verschuiving van gesloten JeugdzorgPlus naar trajecten ‘open residentieel zwaar’ plaatsgevonden. Van 2017 op 2018 steeg het aantal JeugdzorgPlus trajecten nog van 30 naar 42. Vanaf 2018 daalde het aantal gesloten trajecten, naar 38 in 2019 en verder naar 25 in 2020. Een mogelijke deelverklaring voor deze daling is de inzet van open verblijfstrajecten voor de JeugdzorgPlus doelgroep. Vanaf 2018 is er een stijging van het aantal trajecten residentieel verblijf c.q. ‘open zorg’ van 9 trajecten in 2019 naar 15 trajecten in 2020. Het totaal aantal trajecten daalde met 14% in 2020 (in totaal 40 trajecten) ten opzichte van 2019 (in totaal 47 trajecten). Een verklaring voor deze daling kan deels liggen in de versterking van het intensieve ambulante aanbod in de regio. Door de ontwikkeling en het samenspel van dit

8/20

gedifferentieerde aanbod is meer passende zorg ontstaan. Een ander deel van de verklaring ligt mogelijk in het sterker inzetten op het voorkomen van een machtiging gesloten jeugdhulp dan wel de inzet van JeugdzorgPlus trajecten door onder andere Gecertifieerde Instellingen, Raad voor de Kinderbescherming, CJG en aanbieders.

Aantal trajecten 2017-2020 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2017

2018

2019

open zorg

2020

gesloten zorg

Figuur 1. Aantal trajecten open en gesloten zorg van 2017-2020 in ZK-IJ voor de JZ+ doelgroep.

De verblijfsduur in de JeugdzorgPlus schommelde in de afgelopen jaren tussen de 5 en de 7,4 maanden. De hoge gemiddelde trajectduur in 2019 wordt verklaard doordat een aantal jongeren, bij gebrek aan een uitstroombestemming, lang moesten verblijven in de JeugdzorgPlus.

2017 2018 2019 2020

Gemiddelde trajectduur JZ+ in maanden 6,0 5,0 7,4 5,4

Tabel 1. Trajectduur in de JeugdzorgPlus 2017-2020

5. Omschrijving Doelgroep Voor de transformatie is het van belang niet langer te spreken over de JeugdzorgPlus-doelgroep. Immers deze naamgeving stuurt het denken en handelen naar één hulpaanbod, namelijk ‘de JeugdzorgPlus': een gesloten gebouw waar jongeren gedwongen opgenomen worden. Bij de transformatie willen we het handelen laten bepalen door de hulpvraag van de jongere en het gezin, en daar het best passende aanbod bij realiseren. Bij voorkeur een aanbod dat uithuisplaatsing en een machtiging gesloten jeugdhulp voorkomt. Daarom spreken we over de doelgroep van ‘jongeren met complexe meervoudige problemen'. Op die manier blijven we in een onderzoekende houding: welk aanbod is passend bij de complexe meervoudige problemen van juist déze jongere, en juist dít gezin? Is dat een gesloten opname, of is er ander hulpaanbod dat passender is, ondanks dat de problemen van deze jongere complex zijn? Bij jongeren met meervoudige complexe problematiek en hun gezinnen is sprake van zeer complexe problematiek, een stagnerende ontwikkeling en (dreigende) onveiligheid. De doelgroep kenmerkt zich door zware gedragsproblematiek, meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een verstandelijke beperking. Het betreft jongeren en gezinnen waarbij zich meerdere problemen op meerdere levensgebieden gelijktijdig voordoen. Deze groep jongeren

9/20

kenmerkt zich vaak ook door ‘niet willen’, zoals het niet willen deelnemen aan de onderwijs, het zorgtraject of de samenleving an sich. Onder deze doelgroep vallen jongeren met en zonder een machtiging gesloten jeugdhulp vanaf 12 jaar.

6. Type hulpaanbod en voorzieningen Het hulpaanbod en voorzieningen voor jongeren met complexe meervoudige problematiek, benodigd voor de transformatie, bestaat uit vier typen: 1. Intensieve ambulante ondersteuning 2. Open kleinschalige woonvoorziening 3. Gesloten kleinschalige woonvoorziening 4. Extra beveiligde gesloten vorm Jongeren worden bij voorkeur ambulant of in een open kleinschalige voorziening ondersteund. Dit is ook mogelijk voor jongeren met een machtiging gesloten jeugdhulp, indien de rechter de machtiging gesloten jeugdhulp - vaak onder bepaalde voorwaarden - heeft geschorst7. De verschillende typen voorzieningen maken het mogelijk om maatwerk te bieden per jongere of per fase waarin een jongere en zijn gezin verkeren.

Intensieve ambulante ondersteuning •

•

•

•

Jongeren met complexe meervoudige problemen kunnen vaak thuis blijven wonen en naar de eigen school blijven gaan, met behulp van intensieve ambulante outreachende hulp thuis, op school en/of in de vrije tijd. De inzet van een intensief dag-/onderwijsprogramma kan hiervan onderdeel uitmaken, zeker waar dat de haalbaarheid van thuis wonen vergroot. De ambulante ondersteuning kan op elk moment van de dag geboden worden. Hulp wordt geboden door een regionaal team dat outreachend begeleiding en behandeling biedt met kennis van en ervaring met de doelgroep. Het team is ook gericht op het versterken van het netwerk van de jongere. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten van een JIM (Jouw Ingebracht Mentor). Het team wordt ingezet als extra drempel wanneer het CJG/Sociaal wijkteam, de huisarts, de Gecertificeerde Instelling, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis een uithuisplaatsing overweegt. In alle gevallen wordt nogmaals gezocht naar creatieve oplossingen met lef om de jongere alsnog thuis te laten wonen8. Gezamenlijk wordt bepaald welke risico's hierbij genomen kunnen worden. In geval van een uithuisplaatsing wordt het team in ieder geval betrokken door de plaatsende instantie om vooraf in te schatten of het gaat om een kortdurende, tijdelijke opname of een 'nieuw thuis’ voor de jongere.

Op die manier wordt bij opname het perspectief al helder, en kunnen jongeren, ouders en begeleiders zich direct richten op dit perspectief.

Open kleinschalig woonvoorziening (KWV Open) •

Jongeren met complexe meervoudige problemen kunnen op een KWV Open geplaatst worden. Hier verblijven maximaal vijf jongeren. Deze plaatsing is kortdurend indien een jongere weer terug naar huis kan, of langerdurend omdat thuisplaatsing niet mogelijk is, en de jongere een stabiele woonplek nodig heeft. Een jongere 'vliegt uit’ wanneer hij er aan toe is om zelfstandig te wonen, net als dit het geval is bij leeftijdgenoten zonder complex meervoudig probleemgedrag.

7

De kinderrechter geeft hierbij een machtiging onder voorwaarden af om een jongere te plaatsen in een instelling voor gesloten jeugdzorg. Zolang een jongere zich aan de voorwaarden houdt, kan hij opname in een gesloten instelling voorkomen. 8 Hierbij kan het gaan om thuiswonenden jongeren en jongeren die in een pleeggezin wonen.

10/20

Hiermee doorbreken we de huidige, vaak schadelijke systematiek van doorplaatsen. De totale opnameduur op de levensloop van een jongere blijft maximaal gelijk, maar is nu gekoppeld aan één adres. De KWV Open is een huiselijk, gezinsgericht pand, gelegen in een omgeving die inclusie in de maatschappij bevordert. Jongeren kunnen zelfstandig in- en uitlopen. Aanpalend aan het moederhuis met vijf plaatsen zijn bij voorkeur één of meerdere units en/of één of meerdere kleine appartementen in de nabije omgeving waar jongeren in groeiende zelfstandigheid kunnen wonen. De KWV’s Open worden in de regio gerealiseerd. Jongeren bezoeken hun school van herkomst en worden hierbij ondersteund door begeleiders van de woonvorm. Er is bewust geen onderwijsvoorziening gekoppeld aan deze kleinschalige woonvorm, omdat dit inclusie tegengaat.

•

•

Gesloten kleinschalige woonvoorziening (KWV Gesloten) •

Jongeren met complexe meervoudige problemen met een machtiging gesloten jeugdhulp worden op een gesloten kleinschalige woonvorm (KWV Gesloten) geplaatst. In de KWV gesloten wonen maximaal vijf jongeren. Het betreft alleen jongeren met een machtiging gesloten jeugdzorg en alleen gedurende de duur van de machtiging. Het pand is een huiselijk, gezinsgericht pand, gelegen in een omgeving die inclusie in de maatschappij bevordert. De buitendeur is gesloten, er mogen vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast worden. Echter, er wordt niet gesepareerd en jongeren worden niet vastgepakt. De KWV Gesloten heeft een zo open mogelijk karakter en kent een minder gesloten karakter dan de grotere JeugdzorgPlus instellingen, zoals voorheen Transferium. De KWV Gesloten wordt in de regio gerealiseerd. Jongeren bezoeken hun school van herkomst of – indien dit tijdelijk niet mogelijk is – wordt een alternatief dagprogramma verzorgd waarvan digitaal onderwijs onderdeel kan uitmaken.

•

•

Vanuit de huidige ervaringen van Parlan Jeugdhulp op de tijdelijke groepslocatie in Heerhugowaard wordt overwogen om jongeren met en zonder machtiging gesloten jeugdhulp in dezelfde kleinschalige woonvoorziening te laten verblijven. De begeleiding en behandeling van jongeren met complexe meervoudige problematiek is namelijk niet wezenlijk anders bij jongeren zonder machtiging. Op deze manier kan een jongere, die na afloop van de machtiging gesloten jeugdhulp niet naar huis kan, op dezelfde locatie blijven wonen en wordt een overplaatsing naar een andere open residentiële voorziening voorkomen. Dit is voor Nederland vooralsnog een unieke beweging, die we goed zullen volgen en indien nodig bijsturen9. Voorwaarde voor de gemende doelgroep qua status vanuit de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) is dat aan een aantal basisvoorwaarden wordt voldaan, waarvan de kern is dat jongeren zonder machtiging niet geconfronteerd mogen worden met vrijheidsbeperkende maatregelen.10 Zo mogen jongeren met een machtiging in een dergelijke KWV niet worden vastgepakt en gaat de voordeur niet blijvend op slot. Dit sluit aan bij de gewenste inhoudelijke transformatie van de zorg. Hiermee vervalt het verschil tussen een KWV Open en KWV Gesloten. 9

Zie ook Hoofdstuk 8 Monitoring en doorontwikkeling. Wanneer jongeren met en zonder machtiging samen worden geplaatst binnen de gesloten jeugdhulp gelden de bodemeisen die de IGJ daaraan stelt. De bodemeisen gaan uit van een aantal basisvoorwaarden: 1. Bodemeis 1 stelt dat jongeren zonder machtiging de locatie moeten kunnen verlaten als ze dat willen. 2. Bodemeis 2 gaat ervan uit dat er geen vrijheidsbeperkende maatregelen op jongeren zonder machtiging worden toegepast. 3. Bij bodemeis 3 gaat het om het getuige zijn van zware vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals vastpakken, vasthouden en afzonderen. Het getuige zijn van het inleveren van een telefoon valt hier niet onder.

10

11/20

Extra beveiligde gesloten vorm Er zal naar verwachting, in ieder geval voor de komend periode, nog een klein aantal jongeren zijn die tijdelijk niet te handhaven is op een KWV Gesloten. Hiertoe dient een voorziening voorhanden te zijn die dienst kan doen als achtervang. • Jongeren die forse fysieke agressie vertonen of veelvuldig weglopen en zichzelf hiermee in levensbedreigende situaties brengen kunnen voor kortdurende stabilisatie in een extra beveiligde gesloten vorm worden geplaatst en behandeld. Verblijf betreft enkele weken tot enkele maanden. De jongeren gaat zo snel mogelijk terug naar huis of naar een KWV Gesloten. De KWV zal actief betrokken zijn bij de opname van de jongere in de Extra beveiligde gesloten vorm, omdat een groot deel van de jongeren na stabilisatie door- of terugstroomt naar de KWV Gesloten. Met andere worden, de aanbieder die voorafgaand zorg en/of verblijf bood, blijft in aanleg dossierhouder tijdens plaatsing in de Extra beveiligde gesloten vorm. • Vanwege het kleine aantal jongeren dat naar verwachting van deze voorziening gebruik maakt, wordt de voorziening bovenregionaal vormgegeven binnen de landsdeel Noord-Holland11 12. Zodoende kan het gezin betrokken blijven in het leven van de jongere.

Uitgangspunt is dat de voorziening wordt gerealiseerd in samenspraak tussen de drie JeugdzorgPlus aanbieders in Noord-Holland (Parlan Jeugdhulp, Levvel en Horizon)13. Hiertoe worden afspraken gemaakt binnen het bovenregionaal plan ‘Een thuis voor Noordje’.

7. Prognose omvang en kosten hulpvormen Aannames en verwachtingen Onderstaand zijn de verwachtingen en aannames, in lijn met de ambities en uitgangspunten van de toekomstvisie, die van invloed zijn op de prognose van het aantal benodigde plaatsen per hulpvorm, opgenomen. 1. Omvang doelgroep blijft gelijk Het totaal aantal jongeren met complexe meervoudige problemen, dat gebruik zal maken van de vier bovengenoemde hulpvormen blijft voorlopig gelijk. Jongeren die voorheen buiten de provincie werden geplaatst maken hier onderdeel van uit. 2. Afname uithuisplaatsingen Van het totaal aantal jongeren met complexe meervoudige problemen zullen meer jongeren dan voorheen thuis kunnen blijven wonen door de inzet van intensieve ambulante begeleiding en behandeling in de thuis-, school- en vrije tijdsituatie. Een extra kritische blik indien een opname wordt overwogen voorkomt eveneens uithuisplaatsingen. Dit zorgt voor een afname van de instroom in de verblijfsvoorzieningen (KWV Open, KWV Gesloten en Extra beveiligde gesloten vorm). Uitgaande van een gelijkblijvende omvang van de doelgroep vindt hierdoor een stijging van het aantal cliënten plaats binnen Intensieve ambulante ondersteuning.

11

Momenteel wordt De Koppeling benut als Extra beveiligde gesloten vorm. De noodzaak voor het realiseren van deze nieuwe bovenregionale voorziening wordt versterkt doordat De Koppeling naar verwachting op termijn zal sluiten. 12 Landsdeel Noord-Holland betreft de provincie Noord-Holland exclusief Gooi- en Vechtstreek.

12/20

3. Afname doorplaatsingen jeugdhulp met verblijf Jongeren die toch uit huis geplaatst worden verblijven in kleinschalige woonvormen. De opnameduur is kortdurend (gemiddeld 6 maanden) indien een jongere weer naar huis kan. Dit is bij ongeveer een derde van de jongeren het geval. Indien een jongere niet terug naar huis kan, bestaat de mogelijkheid om langdurig te blijven wonen in de KWV. Het aantal jongeren dat doorgeplaatst wordt naar verschillende behandel- en leefgroepen14 met verblijf zal hierdoor afnemen. De totale verblijfsduur per jongere blijft gelijk maar zal van verschillende behandelgroepen naar één woonvorm en één adres verschuiven. Immers achtereenvolgens kortdurend wonen op verschillende behandelgroepen is gelijk aan het langdurig wonen in één kleinschalige vorm. 4. Toename plaatsen KWV Open Doordat ongeveer twee derde van de jongeren langdurig (gemiddeld 2,2 jaar) op de KWV Open zal blijven wonen stijgt het aantal benodigde plaatsen binnen de KWV Open de komende jaren fors. Dit betreft substitutie van ander verblijf; voorheen verbleven jongeren ook langdurig alleen dan op verschillende behandelgroepen en bij verschillende aanbieders in de regio. Het niet langer doorplaatsen kan op termijn effect hebben op het volume van het aanbod jeugdhulp met verblijf bij andere aanbieders in de regio.

In 2024 stabiliseert het aantal benodigde plaatsen omdat er tegen die tijd evenveel jongeren in- als uitstromen. De instroom in de KWV Open zal ook toenemen doordat meer intensieve begeleiding binnen de kleinschaligheid kan worden geboden, waardoor doorplaatsing naar gesloten vormen minder snel nodig is. En doordat het gedrag van jongeren verbetert omdat zij een woonperspectief geboden krijgen. 5. Afbouw Extra beveiligde gesloten vorm en KWV Gesloten Zowel de instroom als de verblijfsduur in de gesloten voorzieningen zal de komende jaren gestaag afnemen. De instroom in de KWV Gesloten vorm neemt af, omdat meer jongeren een passende verblijfsplek in KWV Open vinden (zie bovenstaand punt). De verblijfduur in de KWV Gesloten zal worden verkort, doordat de intensievere begeleiding horend bij kleinschaligheid zorgt voor een snellere uitstroom. Een klein deel van de jongeren zal tijdelijk gebruik moeten maken van de Extra beveiligde gesloten vorm, waarvoor bovenregionaal een nieuwe voorziening en vorm van hulp zal worden ontwikkeld. Deze ondersteuning is gericht op 'stabilisatie' en is altijd kortdurend. Plaatsingen in de Extra beveiligde gesloten vorm zullen afnemen naarmate de voorliggende hulpvormen beter aansluiten bij de doelgroep.

Prognose omvang per hulpvorm Onderstaande tabel geeft het verloop weer van het aantal cliënten per hulpvorm voor de jaren 20212025. De tabel is de uitkomst van een business case, een nauwkeurige modelmatige doorrekening door Parlan Jeugdhulp. De opgenomen prognose betreft de totale populatie en het totaal aan benodigde plaatsen en voorzieningen in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond, welke ook door andere aanbieders dan Parlan Jeugdhulp kunnen worden gerealiseerd.

14

In leef- en behandelgroepen krijgen kinderen en jongeren met psychosociale problemen hulp en begeleiding. Zij kunnen de hele dag en nacht bij de instelling verblijven; de instelling is dan de vaste woon- en verblijfplaats. Kinderen kunnen ook een deel van de dag bij de instelling verblijven en daarnaast bij hun familie zijn. De term leefgroep wordt vaak gebruikt wanneer de hulp gericht is op opvoeden en opgroeien. In behandelgroepen is de hulp vaak gericht op de behandeling van specifieke problemen, bijvoorbeeld gedragsproblemen.

13/20

Onafhankelijke toetsing De business case, inclusief onderliggende aannames en rekenmodel, is getoetst en gevalideerd als onderdeel van een onafhankelijk maatschappelijk kosten-baten analyse15 (zie bijlage 1),. De onderzoekers concluderen dat ondanks de aannames (zie bovenstaand) het mogelijk is om de ontwikkeling van de cijfers te gebruiken als duiding van de transformatie que ontwikkeling zorgvolume ne financiën. Men acht de business case valide en realistisch, waarbij de gekozen variabelen en aannames goed onderbouwd zijn. De uitwerking is robuust en goed te toetsen. Onderstreept dient te worden dat het prognoses blijven van een transformatieproces waarvan de uitkomst niet exact te voorspellen is. Er zijn geen “harde” cijfers of praktijkvoorbeelden beschikbaar omdat deze vorm van transformatie nog niet eerder is uitgevoerd. Gedurende 2021 en de daaropvolgende jaren zal de prognose bijgesteld worden op grond van de werkelijke data en ontwikkelingen16. Tabel 2 ‘Totaal aantal jongeren per hulpvorm’ geeft per hulpvorm het aantal cliënten weer aan het einde van ieder kalenderjaar. Het weergeven van het aantal cliënten op een zeker moment, i.c. einde kalanderjaar, maakt het mogelijk een directe vertaling te maken naar het aantal benodigde verblijfsplaatsen en daarmee naar voorzieningen. Aantallen Jongeren

2021

2022

2023

2024

2025

schatting schatting schatting schatting schatting

TOTAAL eind

dec

71,8

75,0

78,4

76,5

76,2

Intensief ambulant eind

dec

40,3

34,9

40,0

38,4

38,2

KWV Open eind

dec

26,3

35,7

34,2

34,3

34,2

KWV Gesloten eind

dec

4,0

3,6

3,6

3,5

3,5

Extra beveiligde gesloten zorg eind dec

1,2

0,8

0,6

0,4

0,4

Tabel 2. Totaal aantal jongeren per hulpvorm 2021-2025

In tabel 2 is te zien aan hoeveel jongeren we verwachten zorg te bieden per hulpvorm aan het einde van de jaren 2021 t/m 2025. In de bovenste rij met getallen, onder TOTAAL, zijn alle jongeren die aan het einde van het jaar in alle vier de hulpvormen verblijven bij elkaar opgeteld. Die totaal aantallen zijn dus opgebouwd uit de jongeren die vallen binnen de doelgroep ‘jongeren met complexe meervoudige problematiek’. In tabel 2 wordt zichtbaar dat het aantal cliënten in de gesloten vormen Extra beveiligde gesloten vorm en KWV Gesloten over de jaren afnemen. Het aantal cliënten in Extra beveiligde gesloten vorm neemt af van 1,2 eind 2021 naar 0,4 eind 2025. Voor de KWV Gesloten geldt een afname van 4 cliënten eind 2021 naar 3,5 eind 2025. Deze beweging komt overeen met de afbouw van JeugdzorgPlus.

15 16

MKBA JeugdzorgPlus, bureau JB Lorentz Zie ook hoofdstuk 8 Monitoring en doorontwikkeling

14/20

Dat een jongere gedurende zijn traject meerdere hulpvormen doorloopt laat bovenstaande tabel niet zien. Dit is echter wel het geval; jongeren die instromen met een status ‘gesloten’ (KWV Gesloten) blijven voor een groot deel binnen de KWV wonen, maar krijgen dan de status ‘open’ (KWV Open). Zodra zij zelfstandig gaan wonen of terug naar huis gaan krijgen zij de status ‘Intensief ambulant’.. In 2021 stromen 14,3 en 2,4 jongeren door vanuit respectievelijk gesloten vormen en intensief ambulant. In onderstaande tabel hebben we de blauwe regel in bovenstaande tabel 2 ‘uitgeklapt’ waarmee als het ware een foto op 31 december van de bezetting op de open KWV zichtbaar wordt. Voor 2021 en de jaren erna tot 2025. Aantallen Jongeren

2021 schatting

2022 schatting

KWV Open begin 3,0 26,3 Instroom regulier 6,6 7,3 doorstroom gesloten vormen 14,3 10,6 doorstroom Intensief Ambulant 2,4 -1,3 uitstroom -7,1 eind 26,3 35,7 Tabel 3. Aantal jongeren Open KWV, inclusief in- en uitstroom

2023 schatting

2024 schatting

2025 schatting

35,7 7,3 10,2 -4,9 -14,1 34,2

34,2 7,3 10,3 -4,4 -13,1 34,3

34,3 7,3 10,1 -4,3 -13,0 34,2

Onderstaand lichten we toe hoe het aantal jongeren in de KWV Open is opgebouwd. In januari 2021 is men gestart met 3 jongeren op de KWV Open. Vervolgens stromen er dit jaar 6,6 op de reguliere wijze in. Ook vanuit de gesloten vormen komt in 2021 naar verwachting een groot deel ingestroomd in de KWV Open, namelijk 14,3. In de jaren na 2021 neemt de instroom in de KWV Open, door jongeren die doorstromen uit de gesloten vormen, af doordat er jaarlijks 10% minder jongeren in de JZ+ zullen verblijven (is de aanname). De derde aanname is dat een klein deel van de jongeren vanuit de hulpvorm Intensief ambulant (10%) toch een woonvraag blijkt te hebben, dus ook zij stromen in de open KWV. Gezamenlijk is de instroom in de KWV Open daarmee in 2021 23,3 cliënten. Omdat er begin 2021 al 3 jongeren verbleven zullen er vermoedelijk op 31 december 2021 in totaal 26,3 jongeren verblijven. De verwachting is dat jaarlijks 10% meer instroom in de KWV Open plaatsvindt, omdat de jongeren in de gesloten vormen korter worden opgenomen en verdere jeugdzorg geboden krijgen vanuit de KWV Open. Daarom rekenen we in 2022 en verder met een instroom van 7,3 (dit is immers 10% meer dan de instroom van 6,6 in 2021). Omdat het aantal jongeren in de gesloten vormen afneemt is de doorstroom vanuit de gesloten vormen lager dan het jaar ervoor (namelijk 10,6 in plaats van de 14,3 in 2021).

Vanaf 2022 komt ook de uitstroom uit de KWV Open op gang. Eind december 2022 zullen er naar schatting 35 jongeren in de KWV Open verblijven en de jaren erna blijft dat ongeveer hetzelfde. De instroom is dan gelijk aan de uitstroom. Voorzieningen In lijn met de prognose dienen idealiter de komende periode meerdere KWV’s in de regio te worden gerealiseerd. De aantallen cliënten van de KWV Gesloten en KWV Open tezamen komen uit op 30,3 eind 2021 tot 39,7 eind 2025. Per KWV Gesloten gaan we uit van 5 plaatsen en voor een KWV Open van in totaal 7 plaatsen: een moederhuis met 5 plaatsen en 2 plaatsen in de vorm een losse wooneenheid (dit kan een aanpalende studio zijn of een klein appartement in de buurt). Idealiter zou er daarmee er eind 2021 in totaal 1 KWV Gesloten en 4 KWV Open gerealiseerd moeten zijn. Gezien de ontwikkelingen op de woning- en vastgoedmarkt is dit niet realistisch. De prognose geeft daarmee aan hoe de gewenste realisatie van het vastgoed er uit ziet.

15/20

De voorziening voor de Extra beveiligd gesloten vorm wordt gerealiseerd op het niveau van het landsdeel Noord-Holland en in samenwerking tussen de huidige drie JeugdzorgPlus aanbieders.

Kosten en bekostiging Uitgangspunt is dat de kosten voor de zorg als gevolg van de transformatie van de JeugdzorgPlus niet duurder worden, bij voorkeur dalen de kosten. Om dit uitgangspunt te toetsen is, als onderdeel van de business case, op basis van de bovenstaande prognose door Parlan een doorrekening gemaakt waarbij de huidige tarieven zijn gehanteerd. Het betreft de tarieven voor producten die aansluiten bij de vier te onderscheiden hulpvormen zijn gehanteerd. De business case inclusief de financiële doorrekening, is als onderdeel van de MKBA gevalideerd en getoetst. De onderzoekers concluderen ook met betrekking tot het de financiële doorrekening van de kosten dat deze valide en realistisch is. Clustering woonvoorzieningen als voorwaarde Op basis van de doorrekening is aangegeven dat de beweging naar kleinschaligheid op basis van de huidige tarieven kostendekkend doorgevoerd kan worden. Uit de businesscase van Parlan zelf komt naar voren dat een clustering van woonvoorzieningen gerealiseerd kan worden. Hiermee wordt bedoeld dat de voorzieningen dicht bij elkaar in de buurt liggen zodat de behandelcapaciteit moet worden gedeeld. De clustering bestaat uit een combinatie van een moederhuis (KWV) met studio’s en/of appartementen. De studio’s zijn aanpalend gesitueerd en de appartementen op fietsafstand.

Per moederhuis is daarbij sprake van een volledige bezetting van 5 jongeren en minimaal 7 jongeren in de studio’s /appartementen. De onafhankelijke MKBA geeft aan dat door clustering er sprake is van een zogenaamd combinatievoordeel. Indien clustering niet mogelijk is (alleen sprake van een KWV met vijf jongeren) vervalt het combinatievoordeel en liggen de gemiddelde kosten per jongere 5% hoger dan het huidige tarief dat wordt vergoed. Vooralsnog gaan wij uit van het feit dat Parlan in staat is om dit product kostendekkend aan te bieden binnen de huidige tarieven. Daarnaast dienen voor het nieuw te realiseren hulpaanbod, de Extra beveiligde gesloten vorm, de kosten nader in beeld te worden gebracht. Deze vorm bestaat nu nog niet en hoe deze eruit komt te zien is afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek dat Parlan Jeugdhulp, Levvel en Horizon gezamenlijk uitvoeren. Voor de doorrekening heeft men gekozen voor een tarief dat aansluit bij het huidige JeugdzorgPlus-tarief, aangevuld met extra uren begeleiding. In onderstaande tabel 4 is aangegeven welke kosten men per woonvorm verwacht in de periode 2021-2015. Hierbij verschillen de gemiddelde kosten per hulpvorm per jaar als gevolg van een verschillend aantal trajecten. Het verwachte volume is dus invloed op de gemiddelde kosten per traject.

Door een verplaatsing van Extra beveiligde gesloten vorm en KWV Gesloten naar KWV Open, met daarbinnen weer een doorstroom van Moederhuis naar Studio’s en Appartementen, gaan de gemiddelde kosten per cliënt per traject met zo’n 14% omlaag. Wanneer we de geïndexeerde gemiddelde overall trajectprijs a € 42.227,- in 2025 terugrekenen naar 2021 komen we op € 39.011,-. Dat is een systeembesparing van ruim 14% ten opzichte van de € 45.580 waar we voor 2021 op uit komen. Omdat de onderstaande gemiddelde kosten per client mede afhankelijk zijn van het totaal aantal cliënten is de bijhorende winstwaarschuwing dat – als gevolg van een kleiner aantal cliënten de besparing lager kan uitvallen.

16/20

Gemiddelde kosten per Client per jaar Extra beveiligde gesloten vorm Gesloten KWV KWV Open (Moederhuis) KWV Open (Studio) KWV Open (Appartement) Intensief Ambulant Totaal

€ € € €

2021 72.383 60.521 55.449 36.288

€ 30.825 € 45.580

€ € € € € € €

2022 70.107 56.888 48.059 48.985 35.139 31.360 41.828

€ € € € € € €

2023 72.021 58.825 49.906 48.585 31.368 30.346 40.661

€ € € € € € €

2024 72.552 60.675 50.933 49.701 32.029 31.527 41.375

€ € € € € € €

2025 75.869 61.983 51.634 50.905 32.689 32.083 42.227

Tabel 6. Gemiddelde kosten per client per jaar per hulpvorm, periode 2021-2015

Woonplaatsbeginsel Bepalend voor de wijze waarop de zorg per client wordt bekostigd bij jeugdhulp met verblijf is het woonplaatsbeginsel. Per 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel en geldt als woonplaats de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan de zorg met verblijf stond ingeschreven. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft in dat geval verantwoordelijk voor de kosten van de jeugdhulp met verblijf voor deze jeugdige. Voor de bekostiging van plaatsingen in KWV Open, KWV Gesloten en Extra beveiligde gesloten vorm biedt dit per 2022 een werkbare oplossing. Voor de periode tot 2022 is het uitgangspunt dat gemeenten binnen de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond in de geest van het nieuwe woonplaatsbeginsel handelen17. Dat wil zeggen dat de gemeente waar de jeugdige vandaan komt verantwoordelijk blijft voor bekostiging van de jeugdhulp met verblijf, ook al staat de jeugdige ingeschreven in de gemeente waar de KWV Open, KWV Gesloten dan wel de Extra beveiligde gesloten vorm is gevestigd. Inkoop jeugdhulp De bekostiging van JeugdzorgPlus trajecten loopt via de huidige inkoop jeugdhulp. De nieuw te realiseren voorziening ‘Extra beveiligde gesloten vorm’ is regionaal nog niet ingekocht, omdat deze nog niet bestaat.

Zolang we te maken hebben met de huidige inkoop kan deze zorg – indien deze voorziening binnen deze periode gerealiseerd wordt - via een light contract (maatwerkovereenkomst) worden toegewezen. JeugdzorgPlus is onderdeel van de op handen zijnde aanbesteding specialistisch jeugdzorg van de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. In de daarbij gehanteerde strategie wordt gekozen voor een integrale opdrachtbenadering wat zoveel wil zeggen dat straks de gecontracteerde aanbieders in staat moeten zijn alle vormen van jeugdzorg te leveren, en dus ook JeugdzorgPlus. De aanbieders die straks gecontracteerd worden, worden onze strategische partners. In de nieuwe inkoop jeugdhulp dienen de kleinschalige verblijfsvormen als nieuw zorgaanbod een plek te krijgen. Het inkooptraject jeugdhulp staat in formele en juridisch gezien los van de Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020 vanuit het ministerie van VWS. Kortom, de subsidie van de vastgoedtransitiemiddelen zoals ontvangen door de coördinerende gemeente Velsen dient te worden vertrekt aan Parlan Jeugdhulp, los van het verloop en de uitkomst van het inkooptraject jeugdhulp. Omgekeerd geniet Parlan Jeugdhulp als gevolg van de uitkering vanuit het ministerie van VWS geen voorkeurspositie binnen de aanbesteding.

17

In lijn met het besluit / te nemen besluit aangaande de bekostiging van de zorg in de VIC Unit in Beverwijk.

17/20

8. Monitoring en doorontwikkeling Monitor Met de transformatie van de gesloten jeugdhulp naar intensief ambulante vormen en kleinschalige woonvoorzieningen lopen de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond voorop. Een noodzakelijke maar ook uitdagende beweging waarvan we op voorhand het verloop niet exact kennen. Daarbij kunnen toekomstige veranderende maatschappelijke omstandigheden ook van invloed zijn op de zorgbehoefte. Om de voortgang van de transformatie te monitoren, bij te sturen en op onderdelen door te ontwikkelen stellen we stuurgroep en een klankbordgroep in. De klankbordgroep heeft zowel aandacht voor de effecten op de ontwikkeling van jongeren en de kwaliteit van zorg en onderwijs als voor de beschikbaarheid en kosten van dit specifieke zorgaanbod. Met de klankbordgroep geven we vorm aan een lerend netwerk rond de zorg voor jongeren met meervoudige complexe problematiek, gesloten jeugdhulp en kleinschalige woonvoorzieningen. Daarbij wordt er een monitor opgezet. De monitor zal zowel een kwantitatief als kwalitatief onderdeel bevatten. In lijn van het advies in de MKBA zal de monitor gezamenlijk met de klankbordgroep worden uitgewerkt en een zeker adaptief vermogen hebben om goed aan te kunnen blijven sluiten indien de uitvoeringspraktijk wordt aangepast als gevolg van inzichten en ervaringen.

Binnen de klankbordgroep en de monitor benutten we consequent de input van ervaringsdeskundigen. In aansluiting op het advies uit de MKBA is het uitgangspunt op de ontwikkeling ook over een langere periode te volgen. Bij doorgang zullen we deelnemen aan het onderzoek dat de Academische Werkplaats Risicojeugd met het Consortium 'kleinschaligheid in de jeugdhulp' heeft uitgewerkt, waarbij een vijf jaren plan is opgesteld voor ontwikkelen en volgen van kleinschaligheid in de jeugdhulp om verblijf in JeugdzorgPlus te voorkomen of verkorten. In dit plan staan vijf deelprojecten centraal: 1) Diversiteit van het aanbod (welke varianten kleinschaligheid heb je nodig voor welke doelgroep?); 2) kwaliteit en effectiviteit van kleinschaligheid (wat werkt, wanneer en waarom?); 3) Integraal dagprogramma (hoe geef je onderwijs op maat vorm binnen een integraal dagprogramma?); 4) personele randvoorwaarden (hoe zorg je voor goed gekwalificeerd personeel, weinig verloop, passende training en opleiding?); 5) financiële randvoorwaarden (op welke manier zorg je dat kleinschaligheid betaalbaar blijft?). Governance De resultaten van de monitor worden voorgelegd aan de stuurgroep door de klankbordgroep met als doel bestuurlijke afstemming, bijstellen en door ontwikkelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264003/1