20210588923 08. Bijlage 6.1 Bouwhistorisch onderzoek MAB
Tekst van het document
BOUWHISTORISCH ONDERZOEK MET WAARDENSTELLING VOORMALIG JOODS GEMEENTEGEBOUW LANGE WIJNGAARDSTRAAT 14-14A-14F HAARLEM
Onderzoek i.o.v. gemeente Haarlem, 20 december 2018
Bouwhistorische verkenning Jansweg 52 Haarlem II blad 1
Dit is een uitgave van het Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, copyright MAB Nijmegen 20 december 2018
COLOFON Onderzoeksobject Lange Wijngaardstraat 14, 14a-14f 2011 RL Haarlem Status Gemeentelijk monument
MONUMENTEN ADVIES BUREAU
Opdrachtgever Gemeente Haarlem Afdeling Vastgoed t.a.v. mevr. M. de Groot Postbus 511 2003 PB HAARLEM
drs. C.J.B.P. Frank drs. F.A.C. Haans bnb mw. drs. C.H.J.M. van den Broek drs. J. de Jong ing. G. Korenberg bnb mw. drs. M.E.D. Lemmens D. Schaars MA mw. drs. L. Valckx
Veldwerk D. Schaars, F. Haans Rapportage F.A.C. Haans, bnb Fotografie F.A.C. Haans, bnb (Alle afbeeldingen, tenzij anders vermeld, door Monumenten Advies Bureau, 01-08-2018)
Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 Info@monumentenadviesbureau.nl www.monumentenadviesbureau.nl
Bewerking tekeningen F.A.C. Haans, bnb C. Korenberg bnb (opmeting kelder)
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 2
INHOUD
4.4.2 Vloerconstructies
60
4.4.3 Kelder
60
4.5 INTERIEUR
63
1 INLEIDING
5
4.5.1 Begane grond
63
2 SAMENVATTING BOUWGESCHIEDENIS
7
4.5.2 Eerste verdieping
71
3 HISTORISCHE ONTWIKKELING
9
4.5.3 Zolderverdieping
84
3.1 ONTSTAANGESCHIEDENIS VAN HAARLEM
9
3.2 NOORDELIJKE STADSUITLEG VAN HAARLEM
12
3.3ONTWIKKELING EN KRUISSTRAAT
VAN
HET
GEBIED
TUSSEN
JANSSTRAAT 16
4.6 DATERINGSPLATTEGRONDEN 5 BOUWHISTORISCHE WAARDENSTELLING
85 89
5.1 ARCHITECTUUR- EN BOUWHISTORISCHE WAARDEN
89
5.2 CULTUURHISTORISCHE WAARDE
89
3.4 DE ONTWIKKELING VAN LANGE WIJNGAARDSTRAAT 14
23
5.3 ZELDZAAMHEIDSWAARDE
90
3.5 JOODSE GEMEENTE IN HAARLEM
42
5.4 SITUERINGS- EN ENSEMBLEWAARDE
90
3.6 DE ARCHITECT D.E.L. VAN DEN AREND
46
5.5 GETRAPTE WAARDENSTELLING OP ONDERDELEN
90
50
5.5.1 Exterieur
90
4.1 SITUERING
50
5.5.2 Interieur
90
4.2 HOOFDVORM, DAKVORM EN OPBOUW
51
5.6 TOELICHTING WAARDENGRADATIES
91
4.3 GEVELS
51
5.7 WAARDERINGSPLATTEGRONDEN
92
4 BOUWHISTORISCHE BESCHRIJVING
6 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
95
4.3.1 Voorgevel
51
4.3.2 Zijgevels
56
Betekenis van het pand
95
4.3.3 Achtergevels
58
7 BRONNEN EN LITERATUUR
96
4.4 CONSTRUCTIEVE ELEMENTEN 4.4.1 Kapconstructie
60 60
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 3
Bouwhistorische verkenning Jansweg 52 Haarlem II blad 4
1 INLEIDING Korte inleiding object Het pand aan de Lange Wijngaardstraat 14/14a-14 e is met uitzondering van de veel oudere kelder tot stand gekomen als nieuwbouw in 1887. Door de ligging aan een smalle straat is de imposante gevel alleen van dichtbij goed te beschouwen. Die gevel, waarachter uitzonderlijk hoge verdiepingen schuil gaan, maakt duidelijk dat we hier van doen hebben met een gebouw waar een bijzondere functie en bijgevolg ook een bijzonder verhaal aan was verbonden. Dit bijzondere verhaal is enigszins in de vergetelheid geraakt door de verwaarlozing van het pand vanaf de naoorlogse periode. Het pand, dat na de oorlog niet meer passend bleek voor de gedecimeerde joodse gemeenschap, werd politiebureau en daarna leek het verhaal aan een einde te komen totdat krakers het gebouw in bezit namen vanaf de late jaren 70. Die gekraakte staat duurt inmiddels ook al ongeveer 40 jaar en in die tijd hebben de krakers er voor gezorgd dat het pand “in leven” is gebleven, al konden ze niet voorkomen dat er soms in meer of mindere mate schade bleef ontstaan. Ondanks die littekens is het verhaal nog altijd leesbaar. Hoewel al vaker is gesproken over het doorbreken van de impasse en het gebouw al diverse keren te koop i s aangeboden, bleef de status van dit oudste kraakpand van Haarlem nog altijd ongewijzigd.
Inmiddels heeft de gemeente zich voorgenomen om te kijken of de impasse kan worden doorbroken en het gebouw op een duurzame wijze kan worden hersteld en herbestemd. Ter ondersteuning van dit plan is door het Monumenten Advies Bureau een bouwhistorische verkenning met waardenstelling uitgevoerd. Daarnaast worden ook diverse andere vooronderzoeken uitgevoerd waaronder een opname van de bouwtechnische staat waarvoor het Monumenten Advies Bureau ook de opdracht voor uitvoering heeft aanvaardt.
Input planvorming De bouwhistorische verkenning en de waardenstelling dienen als input en inspiratie voor en ter toetsing van de planvorming. Het betreft een verkennende analyse en waardering van het interieur en exterieur van het gebouw en de directe omgeving. Het rapport beschrijft de huidige verschijningsvorm en gaat in op de gefaseerde bouwgeschiedenis. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke mutaties hebben plaats gevonden en welke onderdelen thans nog oorspronkelijk zijn en/of historische waarde bezitten. De getrapte waardenstellingen van exterieur, constructies en interieurelementen maken duidelijk welke onderdelen monumentwaarden bezitten en zoveel mogelijk in toekomstig e transformaties en herstelplannen gehandhaafd dienen te blijven. Onderzoeksbeperking Het onderzoek heeft de diepgang van een bouwhistorische verkenning. Dat betekent dat exterieur en interieur verkennend zijn onderzocht. Er heeft geen destructief onderzoek plaats gevonden. Wat betreft het archiefonderzoek is kennis genomen van de beschikbare informatie in de bouwdossiers van de gemeente Haarlem. Daarnaast zijn de beeldbanken van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en van het Noord Hollands Archief in Haarlem geraadpleegd. Tevens is er het een en ander aan literatuur doorgenomen. De lijst met gebruikte bronnen zijn achter in het rapport opgenomen.
Opzet rapportage In deze rapportage vindt u in hoofdstuk 2 een beknopte samenvatting van de bouwgeschiedenis en de waardenstelling. Hoofdstuk 3 beschrijft de gefaseerde bouwhistorische ontwikkeling van het complex en omgeving. Tevens wordt een overzicht gegeven van historisch beeldmateriaal (foto’s, bouwtekeningen en meer) van het object. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de dateringskaarten van het gebouw. Deze kaarten worden gemaakt op basis van in en aan het complex aangetroffen bouwsporen en
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 5
bestudering van het historische bronnenmateriaal, voornamelijk de bouwdossiers. Hoofdstuk 4 geeft een bouwhistorische beschrijving en verkenning van de huidige bouwsubstantie van het exterieur en interieur, en de belangrijkste constructies binnen in het object. In hoofdstuk 5 worden de aangetroffen historische waarden omschreven. Deze zijn tevens op de bijgaande waardenkaarten van het pand gevisualiseerd. Dit hoofdstuk is een belangrijke basis voor planvorm ing en toetsing. In hoofdstuk 6 zijn enkele aandachtspunten en aanbevelingen worden geformuleerd met het oog op eventueel toekomstig verdiepend onderzoek. Frank Haans bnb, Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, 20 december 2018
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 6
2 SAMENVATTING BOUWGESCHIEDENIS Het pand Lange Wijngaardstraat kent een complexe bouwgeschiedenis. Het pand is gelegen aan de rand van een in de vroege 14 de eeuw ontstaan kloosterterrein van de jansheren. Op de percelen zelf heeft in de kloosterperiode vermoedelijk geen bebouwing gestaan, maar er direct rechts naast stond wel het Jansgasthuis. Na de opheffing van het klooster werden kort voor 1650 de nog niet bebouwde delen van het kloosterterrein verkaveld en werden straten aangelegd en/of doorgetrokken, waardoor de thans nog bestaande structuur tussen de Kruisstraat en Jansstraat ontstond.
In die periode is ook de thans nog bestaande kelder onder het rechter deel van het pand ontstaan. Uiteindelijk is mogelijk in de loop van de achttiende eeuw een verdeling in twee percelen ontstaan waarvan de bebouwing op de oudste kadastrale kaart is ingetekend. Het linker pand kwam in 1857 in handen van de Haarlemse joodse gemeenschap die er een school voor godsdienstonderwijs in huisvestte.
Tussen 1832 en 1886, toen de joodse geme enschap besloot om alle percelen aan te kopen en nieuwbouw door te voeren, was het oude rechter perceel opgedeeld geraakt. De bebouwing op de percelen werd met uitzondering van de kelder gesloopt en vervangen door een groot nieuw pand naar ontwerp van D.E.L. van den Arend. In zijn ontwerp werden meerdere functies samen gebracht, waaronder die van godsdienstschool, vergader- en bijeenkomstruimten, de secretarie, conciërgewoning en ritueel badgebouw. Het gemeentegebouw zoals het werd genoemd verwierf binnen de joodse gemeenschap, ook ver buiten Haarlem grote faam en tal van ook nationale joodse groeperingen en instellingen zijn er voor vieringen en vergaderingen samengekomen.
Het was ook hier dat de Haarlemse joodse gemeenschap, na uitsluiting van het openbare leven in de eerste bezettingsjaren nog vertier kon vinden en culturele activiteiten kon voortzetten en het was ook hier dat de gemeenschap haar laatste vergaderingen hield voor de deportaties. Onder de gedeporteerden bevonden zich ook de feitelijke bew oners van het pand, de beheerdersfamilie Zilversmit, terwijl enkele prominente leden van de gemeenschap die veelvuldig in het gebouw zijn geweest en er hebben gewerkt als represaillemaatregel in de duinen van Bloemendaal zijn geëxecuteerd. Het gebouw bleef in tegenstelling tot de synagoge gespaard.
Voor hen die na de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog konden terugkeren bleek het gebouw aan de Lange Wijngaardstraat te groot. De gemeenschap bereikte niet meer de omvang die men voor de oorlog bezat. Een interne wijziging/aanpassing volgde in 1951 ten behoeve van de nieuwe gebruiker, de verkeerspolitie. De aanpassingen waren beperkt te noemen, enkele de klaslokalen beneden werd opgedeeld in kleinere vertrekken.
Toen de politie in de jaren 70 het pand verliet volgde een voor de toekomst van het pand ongewisse tijd met de overname door krakers. Toch bleken de krakers uiteindelijk verantwoordelijk te zijn voor het behoud, om te kunnen wonen pasten ze wel één en ander aan en probeerden ze met beperkte middelen ontstane schade te herstellen. Een gevoelig verlies, waarvoor de krakers niet verantwoordelijk waren, was de sloop van het voormalige badgebouw (mikwe) in de periode 1990 -1991, toen men achter de panden een parkeergarage aan legde en de achtererven anders werden vastgelegd. In 1997 vestigde Wim de Wagt opnieuw de aandacht op met name de joodse historie van het pand en na 2000 kreeg het verwaarloosde pand eindelijk de status van gemeentelijk monument, daar waar bescherming als Rijksmonument zeer zeker op zijn plaats was geweest.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 7
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 8
3 HISTORISCHE ONTWIKKELING 3.1 ONTSTAANGESCHIEDENIS VAN HAARLEM 1 Haarlem is ontstaan op een strandwal en voor het eerst vermeld in de tiende eeuw. De over de strandwal lopende landweg van Den Haag naar Alkmaar naderde hier de rivier het Spaarne. Dankzij ontginningen in het omliggende veengebied kwam de nederzetting in de elfde eeuw snel tot ontwikkeling. De ten zuiden van het Sant (Grote Markt) gegraven Beek diende ter afwatering van de veengronden ten westen van de strandwal. Haarlem ontving stadsrechten in 1245 van graaf Willem II, waarna een eerste omwalling rond 1274 tot stand kwam. Het oudste stadsdeel is het gebied rond het Sant, met als begrenzingen Spaarne, Bakenessergracht, Ridderstraat, Nassaustraat, Nassaulaan en Gedempte Oude Gracht. Rond 1350 breidde de stad zich in zuidelijke richting uit tot de lijn Gasthuisvest Kampervest en daarna ten westen van de Gierstraat en de Oude Gr acht tot de lijn Wilhelminastraat-Kinderhuisvest. In de tweede helft van de veertiende eeuw trok men ook het drassige gebied tussen Bakenessergracht en Spaarne bij de stad door aanplemping. De genoemde uitbreidingen werden eind veertiende eeuw binnen een n ieuwe ommuring gebracht. Deze stadsmuur bezat op den duur twaalf poorten waarvan nu alleen nog de Amsterdamse poort aan de oostzijde van de stad overeind staat.
In het noorden van de stad was het klooster van de Commanderij van Sint Jan gesitueerd. Dit klooster met de nog bestaande aangrenzende kerk werd gebouwd in de periode 1310-1318 en vormde tot 1625 de Haarlemse zetel van de Commanderij van Sint Jan. De omgeving rond het klooster kreeg verwijzingen naar dit klooster, zoals de Sint Jansstraat , Ridderstraat en Sint Janspoort.
De middeleeuwse ontwikkeling van Haarlem weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. In de gele omlijning de vroege nederzetting (1245 -1350), in rode omlijning de uitbreiding ten westen van het Spaarne (1350 -1400). Eind veertiende en begin vijftiende eeuw werden ook de oostelijke delen van het Spaarne bij de stad getrokken, weergegeven in de blauwe omlijning, en het gebied dat ten westen en zuiden van de oudste kern lag, zichtbaar gemaakt in de paarse omlijning. Bij de rode pijl is het Jansklooster gesitueerd. afb: R.Rutte en B. Vannieuwnhuyze, Stedenatlas Jacob van Deventer, Bussum 2018, p.341.
1 Tekst deels overgenomen uit R. Stenvert, e.a., Monumenten in Nederland. Deel 10: Noord –
Holland, Zeist 2006, p.310. Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 9
Zicht op de Janspoort op een tekening uit 1683 na demping van de noordelijke singel op een tekening van Vincent Laurensz. van der Vinne (1658-1729). NHA beeldbank, nr. KNA006000607.
Aan de noordzijde was in het verlengde van de Sint Jansstraat een belangrijke doorgang gemaakt in de stadsmuur die kon worden afgesloten door de Sint Janspoort. De plattegrond van deze poort is thans in de bestrating zichtbaar gemaakt. Na 1450 liep de economische voortuitgang van Haarlem snel terug. Dieptepunt was het faillissement van de stad aan het einde van de vijftiende eeuw, waardoor de stad onder curatele van enkele Bourgondische ambtenaren kwam te staan. Deze periode duurde tot ver in de zestiende eeuw.
Haarlem was zoals veel belangrijke steden voorzien van een groot aantal kloosters. Ze omvatten bij elkaar bijna een kwart van het stedelijk oppervlak! De 20 kloosters zijn hier ingetekend op de vogelvluchtkaart van Thomas Thomaszoon uit 1578. Uit: W. Cerutti, Zevenhonderd jaar Janskerk Haarlem 13182018 Haarlem 2018
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 10
godsdienstvrijheid. In 1576 waren er 18.000 Haarlemmers, in 1622 waren dit er bijna 40.000. 2
Zicht op de middeleeuwse stadsmuur ter hoogte van de Kinderhuisvest bij de hoek Nieuwe Gracht, tijdens de sloop in 1873. NHA beeldbank, nr. KNA006012642.
Na de belegering van Haarlem in 1572 door de Spanjaarden en de grote stadsbrand van 1576 leefde de stad weer op in de zeventiende eeuw. De opleving is heden nog zichtbaar aan het grote aantal huizen uit die periode dat in de stad is te vinden. Vanuit de Staten van Holland werden subsidies gegeven om zo de lakennijverheid in Haarlem te ontwikkelen. Omdat er geen belasting werd geheven op wol uit Engeland ontstond er een bloeiende economie in lakens. Deze welvaart trok ook nieuwe burgers aan, die veelal uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig waren. Deze mensen, die op de vlucht waren voor de Spanjaarden, werden naar Haarlem getrokken door gunstige vestigingsvoorwaarden, zoals subsidies en
De informeel gegroeide stad ten noorden van de stadsmuren van Haarlem, weergegeven op de plattegrond van Blaeu uit 1646. NHA beeldbank, nr. NLHlmNHA_560_000797_G.
2 B. Speet, Historische Atlas van Haarlem. 1000 jaar Spaarnestad, Amsterdam 2006, p.19.
3 E. Taverne, In ‘t land van belofte: in de nieue stadt, Ideaal en werkelijkheid van de stadsuitleg
Buiten de stadsmuren ten noorden van de stad waren de twee uitvalswegen in het verlengde van de Kruisstraat en de St. Jansstraat aan weerszijden bebouwd geraakt op het agrarische polderland. Halverwege de zeventiende eeuw werden er al 452 woningen buiten de noordelijke stadsmuur geteld die vaak door meer dan twee gezinne n bewoond werden. 3 Vanuit de stad werden nieuwe plannen gemaakt om deze delen
in de Republiek 1580-1680, Maarssen 1978, p. 338. Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 11
van de stad binnen de stadsmuren te brengen. Hiervoor moest de bestaande muur met bijbehorende poorten worden geslecht. Dit gebeurde in 1678 toen werd aangevangen met de aanleg v an een nieuwe stadswijk in het noorden van Haarlem.
3.2 NOORDELIJKE STADSUITLEG VAN HAARLEM 4 De stadsuitbreiding in het laatste kwart van de zeventiende eeuw kan dan ook gezien worden als een manier om regulering en structuur te krijgen in het bestaande gebied. Hierbij werden er nieuwe stratenpatronen in een rastervorm aangebracht.
Plattegrond van Salomon de Bray uit 1644 met daarop het eerste plan voor een stadsuitleg ten noorden van de bestaande stad. Bij de rode lijn de Jansweg, als voortzetting van de Jansstraat. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_51000396.
De bestaande structuur van poldersloten en wegen hebben deels de ondergrond gevormd van deze zeventiende -eeuwse uitleg van de stad. De eerste plannen voor de uitbreiding stammen uit 1644 en zijn van de hand van de in Haarlem woonachtige schilder en architect Salomon de Bray (1597-1664). Hij maakte deze plattegronden ongevraagd die gebaseerd waren op de mathematische principes van de ideale stad van de klassieken, zoals beschreven door de romeinse architect Vitruvius (+/ -85 - 20 v. Chr.). De uitleg die zo rondom de bestaande stad zo u komen, was in dit plan opgedeeld volgens een precies bemeten orthogonaal grid van straten en kanalen. Volgens De Bray zou een uitbreiding de kwaliteit van de stad verbeteren en de handel en nijverheid stimuleren.
De Nieuwstad werd vanaf 1671 ingericht en zou een zelfstandige wijk worden met behalve woningen ook eigen industrie en nijverheid, markten en openbare gebouwen zoals kerken en scholen. Het ontwerp van De Bray is uiteindelijk slechts ten dele uitgevoerd. Alleen het noordelijke deel, dat nu Nieuwstad wordt genoemd, is gerealiseerd en ook dit segment van de zestienhoek wijkt af van het oorspronkelijke ideale plan. De rechtgetrokken Kruis- en Jansweg, die sinds jaar en dag Haarlem verbonden met Schoten ten noorden van de stad, vormden de basis van d e plattegrond. Door de opvolgers van De Bray het plan aangepast om tot de meest efficiënte en lucratieve verkoop van de percelen te komen. Zo verdween de knik in de blokken oostelijk van de Jansweg die in De Brays plan de zestienhoekige verdedigingswerken volgden. Een andere aanpassing betrof de uiteindelijke diepte van de blokken en het weglaten van de waterwegen. Zo werd uiteindelijk de noordelijke stadsgracht omgedoopt tot Nieuwe Gracht en ten noorden van de aan deze gracht grenzende blokken werd Achter Nieuw Gracht gegraven. Laatstgenoemde waterweg zou in 1870 gedempt worden en onderdeel worden van het
4
Tekst deels overgenomen uit het rapport: Cultuur- en Stedenbouwhistorische analyse Stationsgebied Haarlem, Crimson, april 2017. Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 12
stratenpatroon in de vorm van de Parklaan. De Janspoort werd in 1673 afgebroken en er werd een nieuwe poort gemaakt ten noorden van de uitleg. Deze Kennemerpoort zou in 1866 worden afgebroken waarbij het fronton werd hergebruikt bij de jongensschool aan de Wilhelminastraat.
De Kennemerpoort of Nieuwpoort uit 1677 die ten noorden van de nieuwe stadsuitleg werd gebouwd. Het fronton is na de sloop in 1866 he rgebruikt bij de bouw van de nieuwe school voor jongens aan de Wilhelminastraat. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_54018840.
Mede door oorlogsdreiging en verschillende langlopende twisten binnen de landelijke politiek in het laatste kwart van zeventiende eeuw duurde het lang totdat de gehele uitleg was afgerond. In 1677 was een groot deel van de uitleg, vooral ten noorden van de Achter de Nieuwe Gracht, nog niet onteigend en had nog volledig het karakter van de oude voorstad behouden met her en der een paar bl okjes huizen. Doordat het onteigenen van de percelen niet vloeiend ging werd de plattegrond van de
bouwblokken in de Nieuwstad veel meer bepaald door de bestaande structuur van de percelen dan de bedoeling was geweest. Het deel van de uitleg dat gerealiseerd was zag er dan lang niet zo strak en rationeel uit als men ooit op de tekentafel had bedacht.
Prent uit omstreeks 1780 met afgebeeld een gezicht vanaf de Achter Nieuwe Gracht, nu Parklaan, op de Friese Varkenmarkt met de molen Het Fortuin en links daarvan de Vrouwebrug en het Vrouwehek. Een groot deel van de percelen is onbebouwd gebleven. NHa beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53001399_M.
Als eerste werden de kavels aan de Nieuwe gracht tussen Kruis - en Jansstraat perceelsgewijs door particulieren met statige panden bebouwd van drie tot vier lagen met een kap waarna invulling volgde langs en tussen de grachten en deze twee straten waar de bedrijvigheid zich concentreert.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 13
Aan de Nieuwe Achter Gracht en de Kruis- en Jansweg is de bebouwing lager, twee tot drie lagen met kap. Mogelijk is toen ook het huidige perceel van Jansweg 52 deels bebouwd geraakt. In de noordwestelijke hoek werd in 1696 voor korte tijd een hortus medicus aangelegd, die later de stadstuinen werden, en werd een leeg terrein in de noordoostelijke hoek gebruikt als exercitieterrein.
groot was. Zo ontstonden er wijken, voorzien van kleinschalige bebouwing, ook aan de zijden van de Achter Nieuwe Gracht.
Uitsnede uit de plattegrond van Haarlem door Isaac Tirion (1705 -1765) uit 1742. De donkere delen zijn bebouwd. Een groot deel van Nieuwstad is echter onbebouwd gebleven of ingericht als stadstuinen, met name aan de buitenzijden van de uitleg. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_51000388-1_M.
Doordat de bebouwing en invulling van Nieuwstad in de achttien de eeuw achter bleef was er voldoende ruimte voor de stichting van hofjes door welgestelden. Een van de eerste van dergelijke liefdadigheidsinstellingen is het Hofje van Beresteyn uit 1688 aan de Lange Herenstraat. Later volgden de stichting van het Hofje van Staats (1730) aan de Jansweg en het Hofje van Noblet (1760) aan de Nieuwe Gracht.
Zicht op een poort en binnenplaats aan de Achter Nieuwe Gracht op een prent uit 1810 door Daniël Kerkhoff (1766-1821).
De omgeving van Nieuwstad bleef in de achttiende eeuw een landelijk karakter houden waarbij de aantrekkingskracht voor minder welgestelden Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 14
Onder de Franse bezetting van Holland tussen 1806 en 1813 werd de situatie alleen maar erger. Vele huizen stonden leeg en werden vervolgens afgebroken omdat ze onverkocht bleven en de belasting en het onderhoud niet meer betaald konden worden.
eerste stenen stationsgebouw van Nederland gebouwd aan de noordkant van de Nieuwstad en binnen de stadswallen.
Nieuwstad werd echter vooral vanaf het midden van de negentiende eeuw verder ontwikkeld. Er werd er flink geïnvesteerd in stadsverfraaiing om nieuwe bewoners aan te trekken maar ook om de welgestelde Haarlemmers die in grote getalen naar elders vluchtten voor de stad te behouden. Het plan van de Haarlemse architect en tuinarchitect Jan David Zocher jr. (1791-1870) om het Prinsenbolwerk her in te richten als stadswandelpark viel daarom meteen op vruchtbare bodem. Zocher startte in 1821 met de herinrichting van het bolwerk .
Uitsnede van de plattegrond van Haarlem uit 1914. NHA beeldbank, nr. NLHlmNHA_560_001873_XL<br>NL-HlmNHA_560_001874_XL.
Zicht op het station voor de spoorlijn tussen Leiden-Haarlem
Tevens vormde de komst van de spoorweg voor nieuwe ontwikkelingen in Nieuwstad. In 1839 werd de spoorlijn Amsterdam – Haarlem aangelegd met een station net buiten de stadswallen aan de overkant van het Spaarne, maar in 1841 werd de lijn al doorgetrokken richting Leiden en werd het
De komst van het station betekende een boost voor de Nieuwstad die zich in de negentiende eeuw snel ontwikkelde. Men bouwde op de locatie van de voormalige hortus medicus in 1867 naar ontwerp van Zocher het Kenaupark, een villapark in Engelse stijl waar de witgepleisterde huizen los in het groen staan. In 1870 volgde het Ripperdapark aan de noordoostkant van de Nieuwstad met herenhuizen die in één overkoepelend ontwerp tegen elkaar gezet waren aan een driekantig plantso en (naar ontwerp van architecten P. Jung aan de noordkant en F.J Pannekoek aan de zuidkant). De oostkant werd gevormd door een recht blok waar het ontwerp van de panden verdeeld werd over verschillende architecten. Deze nieuwe parken met bijbehorende bebouwing werden niet volgens het gridpatroon uit 1671 aangelegd en zorgden daardoor voor een geheel ander stedenbouwkundig
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 15
patroon. In 1867 werd vervolgens de Achter Nieuwe Gracht gedempt en een boulevard-achtige straat aangelegd, de Parklaan. Aan deze straat werden grote herenhuizen gebouwd. Aan het einde van de negentiende eeuw was Nieuwstad dan eindelijk grotendeels volgebouwd.
blijkbaar voor de komst van de Commanderij al sprake van bebouwing, want Gerrit van Tetterode, lid van een adellijke Haarlemse familie, schonk gronden en huizen in dit gebied om er een klooster te kunnen stichten. Jacob van Zuden, commandeur van het Utrechtse Jansklooster was de drijvende kracht achter de stichting van de Haarlemse vestiging van de Johannieter orde. In 1316 is blijkens de kroniek het hoofdhuis (Commandeurshuis) aan de Jansstraat gereed gekomen. Het werd aangeduid als het ‘koninklijk zaalgebouw’.
Uitsnede uit de kaart van Jacob van Deventer uit 1566. Bij de rode omlijning is de Janspoort weergeven. Aan de andere zijde van de gracht is nog geen bebouwing zichtbaar. afb: R. Rutte en B. Vannieuwnhuyze, Stedenatlas Jacob van Deventer, Bussum 2018, p.341.
3.3 ONTWIKKELING VAN HET GEBIED TUSSEN JANSSTRAAT EN KRUISSTRAAT De ontwikkeling van het binnen de middeleeuwse omwalling gelegen gebied, omsloten door de Jansstraat, Kruisstraat en Ridderstraat is in hoge mate bepaald door de vestiging van de Johanni eters in 1310. 5 Toch was er
Reconstructie van het terrein van de Commanderij van Sint Jan, met weergegeven de belangrijkste kloostergebouwen. 1 = de Janskerk, 2= Commandeurshuis, 3= dwarshuis, 4= westvleugel, 5= kloostergangen, 6= Jansgasthuis. Uit W. Cerutti Zevenhonderd jaar Janskerk Haarlem 1318-2018 Haarlem 2018
5 Over de vestiging van het Jansklooster in Haarlem: W. Cerutti, Zevenhonderd jaar Janskerk Haarlem
1318-2018.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 16
17 de -eeuwse opmeting in voetmaten van het Jansgasthuis dat op de vorige kaart in stippellijnen was weergegeven. Het gebouw meet volgens die tekening 100 en een halve voet bij 32 voet. NL-HlmNHA_51001190
Rond 1317 bouwt men volop aan de kerk (de nog bestaande Janskerk) en de kloosterhof. In 1318 (nu 700 jaar geleden!) is de bouw voltooid. De belangrijkste delen van het complex grenzen aan de Jansstraat , maar het totale kloosterterrein is groot en grenst aan de Ridderstraat in het noorden en tot kort achter de Kruisstraat in het westen. Aan de zuidzijde loopt de grens een stuk langs de Lange Wijngaardstraat, waar het Jansgasthuis wordt gerealiseerd, een langgerekt gebouw (28 x 9 meter). Naast dit gasthuis volgen de percelen waarop het onderzochte pand later zal verrijzen. Deze percelen liggen ook nog binnen het kloostergebied. Kaart, vermoedelijk uit de 17 de eeuw, met de straten bij het tegenwoordige Schapenpleintje bij de Janskerk. Met schaalstok van 4 roeden of 56 voeten. Boven is de Janskerk getekend. In het bouwblok aan de Lange Wijngaardstraat staat Jans gasth. geschreven. De contour van dat gebouw is in zwarte stippellijn aangegeven. NL-HlmNHA_51001189
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 17
Het klooster ontkwam grotendeels aan de stadsbrand van 1347 al kreeg de kerk wel een nieuwe kapconstructie, mogelijk doordat de oorspronkelijke kap door een vonkenregen is getroffen. De kerk werd rond 1375 en 1428 uitgebreid met kapellen en in 1447 werd het oorspron kelijk recht gesloten koor uitgelegd en voorzien van een polygonale koorsluiting. Het St. Jansgasthuis verrees vanaf 1390 op het terrein, langs de Lange Wijngaardstraat. In 1469 had de Haarlemse Commanderij zich uiteindelijk los weten te maken van de Utrechtse commanderij. Toen waren er in de commanderij al enige tijd (sinds 1391) leden van de Haarlemse familie Van Schoten aan de macht. Het klooster gaf regelmatig onderdak aan hoog bezoek, onder andere de graven van Holland verbleven er wanneer ze stad be zochten. Ook Willem van Oranje heeft de stad en het klooster meermalen bezocht en verbleef er te midden van andere hoog geplaatste edelen onder meer in april 1560. Uitsnede met het gebied van het klooster van Sint Jan midden op de voorgrond van de kaart van het beleg van Haarlem, 1572, Antonio Lafreri 1573 FHM 614
Uitsnede van de vogelvluchtkaart van P. Saenredam uit 1628. Binnen de rode ovaal ligt het gebied waar later het onderzochte gebouw zal verrijzen . Uit W. Cerutti Zevenhonderd jaar Janskerk Haarlem 1318-2018 Haarlem 2018
In de tweede helft van de 16 de eeuw namen de spanningen toe, omdat de Spaanse overheersing de steden in de Nederlanden steeds meer in de weg zaten. Men wilde godsdienstvrijheid en de zelfstandigheid behouden. De Opstand tegen Spanje was al snel een feit en vanaf april 1572 sloten veel steden, waaronder Haarlem zich bij het verzet tegen Filips II aan. In juli 1573 wisten de Spanjaarden Haarlem weer in te nemen en werd de Bavokerk weer tijdelijk een katholieke kerk en keerden de kloosterlingen terug. Het klooster en kerk van Sint Jan bleek bij terugkeer in slechte staat te verkeren en herstel was dringend gewenst. De kerk kon op 28 oktober 1575 weer worden ingewijd door bisschop Godfried van Mierlo. Zes jaar later was de situatie voor de katholieke instellingen weer volledig omgeslagen. De stad was weer in handen van de Staatse troepen gekomen en alle kloosters en katholieke gebouwen en instellingen vervielen aan de stad. Met betrekking tot de Commanderij werd een andere regeling getroffen. De Staten van Holland en Willem van Oranje waren voor de commanderij van de Jansheren een sterfhuisconstructie o vereen gekomen. De kerk was al in handen van de stad, vanaf 1587 konden de
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 18
hervormden er gebruik van gaan maken, maar het klooster bleef in handen van de Jansheren totdat de laatste Jansheer was overleden. Het klooster zelf was overigens nog altijd een ruïne. Omdat de stad het van belang achtte dat de jansheren in Haarlem zouden blijven drong men in 1590 aan op herbouw van het klooster en besloot ook zelf daarin ondersteuning te geven. Men vermoedt dat stadsbouwmeester Lieven de Key de leiding heeft gekregen van de herbouw van met name het Commandeurshuis en het bijbehorende dwarshuis. OP 9 april 1595 kon het klooster weer door de vier overgebleven jansheren worden betrokken. Toen in 1625 de laatste Haarlemse jansheer commandeur Andries van Souwen stierf kwam het gehele klooster, kunstschatten en de bezittingen daarbuiten in eigendom van de stad.
zien, als het gehele gebied volgens de vogelvlucht bebouwd is geraakt. Het commandeurshuis werd in twee delen gesplitst (een deel met erf en een deel met het dwarshuis aan aanpalende huizen) en voor veel geld verkocht aan hoogheemraad van Rijnland mr. Cornelis van der Hoogh en de baljuw van Kennemerland Lodewijk van Alteren van Jaarsveld. Het dwarshuis, de voormalige noordvleugel van het klooster, ging bij een brand in 179 5 verloren. In 1804 kwam het gehele terrein tussen de Janskerk en de Ridderstraat in één hand, namelijk die van mr. Jan Willem Druyvestein.
De Jansorde legde zich niet neer bij de confiscatie van de goederen en spande processen aan tegen de Staten van Holland en stad Haarlem. In 1669 werd de orde in het gelijk gesteld. Uiteindelijk werd de confiscatie door de Staten afgekocht met 150.000 gulden, zodat de goederen en gebouwen in bezit van de stad en Staten bleven.
In 1628 werd bij de Janskerk aan de zijde van de Jansstraat een klassi ek poortje gebouwd en daarnaast werd een jaar later tegen het koor een kosterswoning toegevoegd. In 1640 vond de stad de tijd rijp om het klooster en kloosterterrein te verkopen. De voormalige tuin werd verkaveld en kreeg enkele straten die de bouwblokken met de beoogde huiskavels omsloten. Zo ontstond tussen de Ridderstraat en de Lange Wijngaardstraat de Korte Wijngaardstraat, werd het steeg vanuit de Kruisstraat verlengd tot aan de Korte Wijngaardstraat en gedoopt tot Nieuwe Kruisstraat en werd vanuit deze straat een winkelhaakvormige straat (Pieterstraat) aangelegd naar het pleintje voor de kerk. In dit gebied werden vijftig nieuwe kavels uitgezet die door 19 personen werden gekocht voor ongeveer 5.550 gulden en bebouwd met huizen. Dat dit proces zich snel heeft voltrokken is op de kaarten uit omstreeks 1650 te
Reconstructie van de situatie op het voormalige kloosterterrein in 1641 als in de tuinen nieuwe straten zijn aangelegd en percelen zijn u itgezet. Het commandeurshuis was in twee kavels opgedeeld het zuidelijke met de voormalige kloosterhof (aangeduid met de a) en het noordelijke met huiskavels daarbij (aangeduid met b, c, en d). Het oranje gekleurde kavel is het geheel waarop later het onderzochte complex zal verrijzen. Uit: W. Cerutti, Zeven honderd jaar Janskerk 2018, bewerking F. Haans MAB.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 19
Uitsnede van de vogelvluchtkaart van de atlas van F. de Wit uit 1698. Deze kaart is grotendeels gebaseerd op de midden 17 de -eeuwse kaarten (o.a. Pieter Wils van 1646) van de atlas van Blaeu. Het oude kloosterterrein (binnen de gele stippellijnen) is dan inmiddels geheel verkaveld en bebouwd. Binnen de gele cirkel ligt het gebied met het gasthuis waar later het onderzochte gebouw zal verrijzen. https://www.kb.nl/themas/atlassen/stedenatlas-de-wit
Het terrein aan de Jansstraat tussen Janskerk en Ridderstraat wordt in 1820 verkocht aan Willem van den Hull, die ondanks zijn eenvoudige komaf door de stichting van een succesvolle kostschool in staat bleek om voor 10.000 gulden het geheel te kopen. Hij betrok het complex met zijn ouders en ongehuwde zusters, alsmede met 30 kostschoolki nderen en onderwijzers. Er waren ook 26 halve kostgangers die overdag onderwijs genoten en lunch gebruikten maar er niet sliepen. In 1838 nam Jan Gerrit Scholten de kostschool over van Van der Hull.
Kadastrale kaart 1811-1832, minuutplan sectie C, blad 01 (uitsnede van het voormalige kloosterterrein tussen Kruistraat en Jansstraat ). Het oude kloosterterrein werd begrensd door de gele stippellijnen. Beeldbank RCE/FH MAB 2018 (bewerking)
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 20
De Armenwet van 1854 maakte het voor de hervormden noodza kelijk om een eigen diaconiehuis te stichten. Toen het Commanderijcomplex in 1856 door de kostschoolhouder Scholten te koop werd gezet, zagen de diakenen hun kans schoon. Dit gebied was voor de armenzorg al bekend terrein omdat vanaf 1650 de bedeling in de Janskerk werd gehouden en de sacristie van de kerk (vanaf 1587 consistoriekamer) van 1650 tot 1932 kantoor is geweest van de diaconie. Het Nederduitsch Gereformeerd Diaconiehuis kon vanaf 1856 worden ondergebracht “bij de buren” in het naast de Janskerk gelegen complex. In 1891 werd de open plek die het in 1795 door brand verwoeste dwarshuis had achter gelaten ingevuld met een gebouw dat in de gevelwand aan de Jansstraat een gevel kreeg in neorenaissancevormen met twee neo-zeventiende- eeuwse trapgevels.
Het voormalige Commandeurshuis aan de Jansstraat 36 met links d aarachter de Janskerk. Het huis, dat op de oudere foto’s nog 19 de -eeuwse schuiframen (6-ruits) bezat kreeg bij een restauratie weer schuiframen in 18 de -eeuwse trant. Foto G.Th. Delemarre, maart 1962. Beeldbank RCE nr. 70.559
Het tot diaconiehuis verbouwde oude Commandeurshuis en het in 1890 -91 gebouwde nieuwe deel van de het diaconiehuis met twee trapgevels op een ansichtkaart uit 1904. Uit: W. Cerutti (2018)
In 1962 werd het achterliggende complex gesloopt en vervangen door een nieuw verpleegtehuis dat de naam Janskliniek kreeg. Dit complex werd in 2000 al weer grotendeels gesloopt en door nieuwbouw vervangen. In het gebied waar voorheen de kloostertuin had gelegen en dat vanaf het midden van de 17 de eeuw met huizen was volgebouwd is de oorspronkelijke bebouwing maar beperkt behouden gebleven. Zo is veel van de bebouwing in de Pieterstraat in de late 20 ste eeuw vervangen door nieuwe sociale woningbouw. In de Nieuwe Kruisstraat is in de 19 de eeuw veel vernieuwd, maar in de Ridderstraat is veel minder gewijzigd. Hier zijn vooral gevels vernieuwd, maar achterliggende structuren overleefden.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 21
Recente luchtfoto van het gebied vanuit het oosten. Foto Maarten van de Biezen Holland Luchtfoto NHA.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 22
3.4
DE
ONTWIKKELING
VAN
HET
PAND
LANGE
WIJNGAARDSTRAAT 14 Uit de voorgaande beschreven gebiedsontwikkeling is duidelijk geworden dat de percelen waarop het onderzochte complex is gebouwd vanaf vermoedelijk de 14 de eeuw net binnen de begrenzing van het Jansklooster vielen. Onduidelijk is echter of de percelen al voor de 17 de eeuw bebouwd waren. Het Jansgasthuis, dat wel zijn oorsprong heeft in de 14 de eeuw, omvatte de percelen Lange Wijngaardstraat 2-12. Op de oudste kaarten uit de 16 de- en vroeg 17 de eeuw is dat gasthuis afgebeeld als een langwerpig gebouw. Het is verder vastgelegd op de landmeetkundige kaart uit de 17 de eeuw. Het pand bezit onder het rechter deel van het huis aan de voorzijde een vanaf de straat toegankelijke kelder, die op het eerste oog lijkt te dateren uit de 16 de eeuw. De oorspronkelijk tweebeukige kelder (later verbouwd) bezit graatgewelven en een vrijstaande middenpijler. Op enkele plaatsen is in deze kelder onder de pleisterlagen baksteen zi chtbaar. De gewelven blijken in een klein formaat, overwegend gele baksteen te zijn opgetrokken (…. X 9,5-10 x 4cm). Linksachter heeft de kelder een niet overwelfde achterbouw. Deze ruimte is afgesloten met een enkelvoudige balklaag. In de achtergevel van dit deel is baksteen gemeten met een formaat van 18 x 9 x 4cm. De Janskerk na sloop van de Janskliniek. Rechts op de voorgrond de Korte Wijngaardstraat. Foto G.
Dukker, nov 2000 Beeldbank RCE nr. 336.050
Het is ook op grond van de aangetroffen steenformaten niet uit te sluiten dat deze kelder toch pas rond het midden van de 17 de eeuw is gebouwd, nadat het gebied door de stad was verkaveld en v erkocht. Behalve deze kelder geeft ook de oudste kadastrale kaart ons meer inzicht in de bouwgeschiedenis van het complex voor 1887. Op de kadastrale kaart van 1832 is te zien dat het huidige perceel toen nog bestond uit twee percelen, respectievelijk C 650 en C 651. Op C 650 stond in die tijd een diep pand op een rechthoekige plattegrond. Het grote erf er rechts van, waar ooit het Jansgasthuis stond, behoorde ook tot dit bezit en was toen onbebouwd.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 23
C 651
C 650
Linker deel van de kelder gezien richting ach tergevel. FH MAB 2018
De ligging van de oude kelder (in gele lijnen) onder de huidige plattegrond van de begane grond. Rode stippellijnen geven de perceelsgrenzen in 1832 aan, waaruit blijkt dat de kelder destijds lag onder het huis dat op perceel C 650 stond.
Rechter deel van de kelder met de centrale pijler gezien vanuit de rechter achterhoek. FH MAB 2018
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 24
Over de ouderdom van de huizen die op de percelen C 650 en C 651 stonden is niet veel bekend. We vermoeden dat deze huizen niet ouder waren dan het midden van de 17 de eeuw en dat de kelder onder het oude perceel C 650hiervan nog een restant was. Het pand dat stond op perceel C 651 bestond blijkens de oudste kadastrale kaart uit een voorhuis en achterhuis met tussen beide een kleine binnenplaats. Voorhuis en achterhuis waren rechts van de binnenplaats met elkaar verbonden. Het achterhuis had aan de achterzijde links nog een smaller tweede achterhuis. Het perceel C 650 was breder dan C 651 en was bebouwd met een huis op ee n rechthoekige plattegrond. Een onderscheid tussen een voorhuis en achterhuis is op de kaart niet afleesbaar. Als de Joodse gemeente besluit om hier een nieuw gemeenschapshuis te bouwen is de bebouwing op C 651 nog identiek aan de situatie in 1832. C 650 blijkt dan over de lengte te zijn gesplitst in twee smalle percelen (nrs. C 2071 en C 2072). In die tijd zijn de percelen rechts van het pand (nrs. 2-12) reeds bebouwd.
Kadastrale kaart 1811-1832, minuutplan sectie C, blad 01 (uitsnede). Nummer 650 was blijkens de aanwijzende tafel (sectie C blad 22) in eigendom van Dirk van Beusekom (doorgehaald), nr. 651 was toen in bezit van de gemeente en fungeerde als school. Beeldbank RCE
Kadastrale hulpkaart uit 1888 waarop het nieuwe gebouw in rode contouren is getekend onder het nieuwe kadastrale nummer C 4670. Digitaal archief Kadaster.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 25
De stichting van het Joodse gemeentegebouw met school: 1887. 6 De Joodse gemeenschap had op deze plek al vanaf 1857 een school voor godsdienstonderwijs gevestigd in een overgenomen oud als school gebruikt pand op perceel C 651. Al in 1742 was de joden toestemming gegeven om een schooltje te stichten. Binnen de toen nog in omvang bescheiden joodse gemeenschap vond het onderwijs nog plaats bij een onderwijzer thuis. De eerste was David Hagens, die het onderwijs verzorgde in zijn huis aan de Schagchelstraat. Daarna is de school nog op diverse locaties in de stad ondergebracht geweest voordat men in 1857 neerstreek in de Lange Wijngaardstraat. In hetzelfde jaar was de Wet op het Lager Onderwijs aangenomen. Binnen die wet werd het verplicht om kinderen voor het algemeen onderwijs de openbare lagere school te laten bezoeken. Voor religieus georiënteerde lessen moesten de leerlingen dan, buiten de gewone lesuren om, naar aparte scholen. De joods e scholieren kregen dus op de joodse school les in bijbelkennis, de Hebreeuwse taal en godsdienstige gebruiken. Na aankoop van de twee smalle panden op het oude perceel C 650 in 1887 en de sloop van alle drie de panden was er genoeg ruimte voor het zo dringend gewenste nieuwe gemeentegebouw ten behoeve van de inmiddels sterk gegroeide joodse gemeenschap in Haarlem.
Bijzonder aan het gebouw was dat het verschillende met het joodse leven verbonden voorzieningen onder één dak bracht. Het gebouw, met een voorna am vormgegeven klassieke symmetrische gevel met hoekrisalieten, kreeg aan de smalle Lange Wijngaardstraat het uiterlijk van een voornaam klassiek stadspaleis. Daarachter bestond het gebouw uit een diep linker deel en een minder diep rechter deel, waarachte r diverse aanbouwen waren gepland. In de gevel werden drie entrees ontworpen. De middelste gaf toegang tot schoollokalen die waren gelegen in het diepe linker deel op de begane grond. Deze deur gaf daarnaast toegang tot de op de verdieping
in het rechter deel gelegen secretarie. Op de verdieping in het diepe linker gedeelte werden twee grote vergaderruimten en suite gemaakt. Ze konden ofwel door schuifdeuren van elkaar gescheiden, of als één groot vertrek worden gebruikt. De achterste ruimte was toegankelijk via de linker entree, met een lange gang naar achteren met een trap naar de verdieping. De voorste ruimte was ook toegankelijk vanuit de middelste deur. Twee doorgangen met dubbele deuren gaven vanuit de secretarie toegang tot dit grote vertrek. De rechter deur gaf toegang tot de woning van de conciërge op de begane grond in het rechter deel. Verder liep de gang door tot in de achterbouw waarin de mikwe (het rituele badgebouw) was ondergebracht. De architect van het nieuwe joodse gemeentegebouw was D.E.L. van den Arend (1849 – 1930), zoon van de gemeentearchitect J.E. van den Arend. Opmerkelijk is het feit dat de voor die tijd in zijn detaillering wat ouderwets aandoende classicistische/eclectische voorgevel met rijk gedecoreerde raamomlijstingen, een hoofdgestel en frontons, is gemetseld in een bruin/rode handvormsteen (formaat 20,5-21,5 x 10-10,5 x 4-4,5cm, 10 lagen = 48,5cm). Dit formaat wordt eerder geassocieerd met de late 18 de – en vroege 19 de eeuw! De rechter zijgevels en achtergevels zi jn daarentegen wel opgetrokken in dan net gangbaar geworden machinale baksteen.
Inwendig paste Van den Arend ook classicistische vormentaal toe in de houten scheidingswand met gecanneleerde pilasters tussen de klaslokalen op de begane grond en in de fraaie stucplafonds met zware kooflijsten met acanthusbladdecoraties van de grote zalen op de verdieping. Hier kregen de schouwboezems ook klassieke zuiltjes op de hoeken in stucwerk. Ook de deurkozijnen en lambriseringen in de bovenzalen met hun zware profileringen ogen op het eerste oog ouder dan 1887.
6 Gegevens afkomstig uit: Wim de Wagt, Joods Haarlem. Een topografie van hoop en herinnering.
Haarlem 2005 pp. 39 ev.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 26
Reconstructie plattegrond begane grond, toestand 1887. FH MAB 2018
Reconstructie plattegrond verdieping, toestand 1887. FH MAB 2018
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 27
De voorgevel (links) is in een volledig anders ogende baksteen opgetrokken, een handvorm baksteen van een formaat dat in de vroege 19 de eeuw gebruikelijk was (detailfoto hieronder), terwijl de zijgevels en achtergevels in een toen moderne, maar wel veel minder levendig ogende machinale baksteen zijn opgetrok ken. FH MAB 2018
Een foto, genomen in 1931 in een klaslokaal van de joodse school op de begane grond in het gemeentegebouw. Links op de achtergrond is de houten scheidingswand met klassieke pilasters zichtbaar tussen de twee lokalen. Centraal tussen de kinderen zit rabbijn De Vries (met grijze baard) en links van hem de voorganger en onderwijzer M. Petzon. Uit: Wim de Wagt, Joods Haarlem 2005.
In het Haarlems Dagblad verscheen ter gelegenheid van de opening een verslag van de festiviteiten, gepaard gaand met een beschrijving van het gebouw: De zalen zijn zeer smaakvol gedrapeerd en gemeubeld. De ramen aan straatzijde zijn behangen met prachtige gordijnen, de zittingen der fraaie antieke stoelen zijn met gebloemd satijn bekleed. Het donkere veelkleurige behangsel houdt goed den toon in de statige ruimten, waarin twee zeldzaam fraaie schoorsteenmantels prijken. Het plafond waarvan een eenvoudige doch smaakvolle gaslustre afhangt is, geheel in overeenstemming met het geheel fraai afgewerkt. De journalist beschrijft hier met name de rijk uitgedoste zalen op de verdieping , waarvan ook nu nog belangrijke elementen van de afwerking bewaard zijn gebleven. Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 28
Detail van de oorspronkelijke wand tussen de lokalen. FH MAB 2018
Schouwboezem en kooflijst plafond van d e achterzaal. FH MAB 2018
De schuifdeuren tussen de twee zalen op de verdieping. FH MAB 2018
De door de journalist als bijzonder fraai omschreven schouw in de voorzaal.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 29
Een gebouw te hoog en te voornaam voor de straat waarin het staat. Het rotsvaste geloof van mensen in hun gezamenlijke vermogen om hun gemeenschap te vertegenwoordigen. Zoekend naar gesymboliseerde waarden is dit de meest voor de hand liggende, als we de fa çade van het gemeentegebouw willen begrijpen. Zo begint het hoofdstuk over het gemeentegebouw in het boek Joods Haarlem van Wim de Wagt. 7 Bij de opening op 22 juni 1888 zei één van de joodse leiders het volgende: Mijne heeren, het gevoel dat in mij opwelt bij het aanschouwen dezer plaats van bijeenkomst is overweldigend. Het gemeentegebouw kende in de joodse gemeenschappen van Nederland zijn weerga niet, daar was men het wel over eens. Het vormde het zenuwcentrum van de Nederlands -Israëlitische Gemeente Haarlem als vergaderplaats van het kerkbestuur en kerkenraad, als godsdienstschool en als secretariaat. Het had ook nog een kleine sjoel, rituele badinrichting en een woonruimte voor de conciërge, die het bad beheerde en koster van de synagoge was.
augustus 1908 in het gemeentegebouw in Haarlem de eerste vergadering plaats van de Bond van Jonge Joden “Macbi”. De bond moest toen nog duidelijk vechten voor zijn plaats in de joodse gemeenschap, zo blijkt uit het verslag in de Telegraaf van 31 augustus 1908. Er waren maar liefst 100 jonge mannen en vrouwen van deze bond in het gebouw aanwezig.
Het gebruik tussen 1888 en 1942 8 De school werd gebruikt op vier dagen in de werkweek va n 17.00 uur tot 19.30 uur en op zondag van 9 uur tot 12.30 uur. Het gebruik van het rituele bad (mikwe) was aan strikte religieuze voorschriften gebonden. Vooral vrouwen maakten gebruik van de mikwe, kort voor de huwelijksvoltrekking en na iedere menstruatie. Ook reinigde men er het nieuwe vaatwerk om dit kosjer te maken. Doordat de joodse gemeenschap in Haarlem na 1900 sterk groeide, werd het gebruik van het gebouw ook steeds intensiever. Naast de vergaderingen van de kerkenraad en kerkbestuur kwamen ook andere instellingen in het gebouw bijeen zoals het joodse Armbestuur en de instelling Gemiloeth Gasadiem. Door de nationale faam bezochten ook organisaties van buiten de stad het gemeentegebouw. Zo vond op 30
7 Wim de Wagt, Joods Haarlem. Een topografie van hoop en herinnering. Haarlem 2005 pp. 39 ev.
De Telegraaf maandag 31 augustus 1908 Avondblad Tweede Blad Binnenland Delpher.nl
8 Wim de Wagt, Joods Haarlem. Een topografie van hoop en herinnering. Haarlem 2005 pp. 45-47
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 30
Vanaf 1933 werd de administratie van de Haarlemse afdeling van het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen ondergebracht in het gemeentegebouw. Dit Comité beoogde de sociale belangen van joodse vluchtelingen uit Duitsland en andere landen te behart igen. De oprichting van een dergelijke instelling was een voorbode van wat er binnen de joodse gemeenschap van ook ons land te wachten stond.
In 1936 ging het gebouw ook onderdak bieden aan het kantoor van het synagogaal ressort van Noord-Holland. Omdat Amsterdam een apart synagogaal ressort ging vormen nam Haarlem de standplaats van het provinciaal ressort over. De nieuw benoemde opperrabbijn van Noord Holland, Philip Frank, had vanaf dat jaar een kantoor in het gebouw.
In de eerste bezettingsjaren raakte de joodse gemeenschap meer en meer in een maatschappelijk isolement, door een reeks van door het Nazi -regime opgelegde beperkende en discriminerende maatregelen. Zo mochten joden niet meer in openbare gelegenheden komen zoals cafés en de bibliotheek. Ook mochten ze niet meer in de badhuizen (volksbaden) komen. Daarom richtte men in het gebouw een bibliotheek en een eigen café in. In de wachtkamer van de mikwe werden dus douches gemaakt. De maatregelen gingen echter steeds verder, eind 1941 mocht er in h et gebouw geen joods godsdienstonderwijs meer worden gegeven. De klaslokalen werden daarop omgevormd tot een kleuterschool. Daarnaast kon men in de lokalen literaire voordrachten, concerten en cursussen bezoeken. In het voorjaar van 1942 werd door cursiste n timmeren op de achterplaats voor de allerkleinsten een zandbak aangelegd. Tenslotte fungeerde het gebouw ook als onderkomen voor de Joodse Raad, die zich moest bezig houden met financiële kwesties, reisen verblijfsvergunningen. Omslag van het gedekboekje Ter Herinnering aan de inwijding der Israëlitische Godsdienstige School te Haarlem 5648-1888 NHA Haarlem
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 31
Nathanni Mozes Zilversmit
Leiders van de joodse gemeente bijeen in het voorjaar van 1942 bij de start van een fotocursus in het gebouw. Uiterst links op de foto opperrabbijn Frank, derde van links de voorzitter van het kerkbestuur B.J. Chapon en daar rechts naast A. de Lieme. Uit: Uit: Wim de Wagt, Joods Haarlem 2005. Coll: Joods Historisch Museum.
Minna Zilversmit-Hes www.joodsmonument.nl
Nathanni’s vrouw Minna Zilversmit-Hes is geboren in Papenburg op 9 augustus 1890 en net als haar man om het leven gebracht in Auschwitz op 31 augustus 1942. Friederika Goud-Zilversmit, dochter van Nathanni en Minna woonde in 1942 ook in de Lange Wijngaards traat 14. Zij is geboren in Papenburg op 15 augustus 1922 en net als haar ouders omgebracht in Auschwitz op 31 augustus 1942. Haar beroep was hulp in de huishouding.
Joodse bewoners van het gebouw in de eerste oorlogsjaren 9 De naam Van Nathanni Mozes Zilversmit komt voor op een met de hand geschreven opsomming van alle personen die in de eerste oorlogsjaren een functie vervulden binnen de Nederlands Israëlitische Gemeente Haarlem. Van alle functionarissen is een foto bewaard. Nathanni Mozes Zilversmit was grafdelver bij de Nederlands Israëlitische Gemeente Haarlem en drager bij de Godsdienstige Instelling Gemieloeth Chassadiem. Hij was gehuwd met Minna Zilversmit-Hes. Het echtpaar woonde in de Lange Wijngaardstraat 14 in Haarlem. Nathanni is geboren in Warsingsfehn op 31 januari 1886 en om het leven gebracht in Auschwitz op 31 augustus 1942. Friederika Goud-Zilversmit
9 https://www.joodsmonument.nl/nl/page/501209/nathanni-mozes-zilversmit-and-his-family
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 32
Emma Zilversmit www.joodsmonument.nl
Nathanni en Minna hadden nog een iets oudere dochter, Emma Zilversmit, geboren in Warsingsfehn op 7 april 1919 en ook omgekomen in Auschwitz op 24 september 1942 Emma woonde niet in Haarlem maar tot aan de deportatie in de Den Texstraat 25 b in Amsterdam.
Op 22 juni 1942 kwamen de vertegenwoordigers van verschillende joodse gemeentes uit Noord-Holland in het gemeentegebouw samen voor een zeer onheilspellende vergadering. Een groot aantal gemeenten blijkt niet aanwezig te zijn. Die kleine gemeenschappen best aan niet meer, de leden zijn gedeporteerd en hun synagogen zijn in beslag genomen.
Op 6 september 1942 komt de Haarlemse kerkenraad onder leiding van de voorzitter Barend Chapon bijeen voor de laatste vergadering waarvan de notulen zijn bewaard. De vergadering wordt gehouden krap twee weken nadat de eerste grote deportatie van Haarlemse joden heeft plaats gevonden in de nacht van 25 op 26 augustus. Bij de toen gedeporteerde joden zat ook het gezin Zilversmit, dat het gemeentegebouw tot dan toe had bewoond. Chapon spreekt in de vergadering de leden toe: Ik heb u heren leden van de kerkenraad, in deze zitting bijeen geroepen, wegens de zeer ernstige gebeurtenissen die in onze gemeente hebben plaatsgevonden. Ze zijn u niet onbekend. Daarom zou het geen zin heb ben ze weer in woorden te herhalen, woorden, die toch onvoldoende weergeven hoe vreselijk alles is geweest. Hij zorgt er voor dat van deze laatste weken getuigenis wordt afgelegd voor het nageslacht en draagt er zorg voor dat het archief met alle andere belangrijke bescheiden wordt opgeborgen in het Gemeentearchief aan de Jansstraat met goedkeuring van gemeentearchivaris Gerda Kurtz. Na het vertrek van vrijwel alle joden uit de stad per 16 februari 1943 wordt het gemeentegebouw en de synagoge gevorderd doo r het door de bezetter ingestelde Commissariaat van niet-commerciële vereenigingen en stichtingen.
Twee hoofdrolspelers in de joodse gemeenschap in Haarlem in de oorlogsjaren. Rabbijn Simon Philip de Vries (1877-1944, foto links) was rabbijn van de joodse gemeente in Haarlem. De foto is gemaakt in kamp Westerbork, vermoedelijk in 1943. NHA Haarlem. Barend Chapon (1884-1943) speelde ook een belangrijke rol in de joodse gemeenschap van Haarlem. Hij kwam uit een orthodox gezin, maar hij streefde naar modernisering van het georganiseerde joodse leven. Chapon was voorzitter van de Nederlands Israëlitische Gemeente Haarlem, voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Joles Ziekenhuis en voorzitter van het Synagogaal Ressort Noord-Holland. In het voorjaar van 1941 nam hij zitting in de plaatselijke Joodse Raad. Op 30 januari 1943 werd een Oberwachtmeister van de Duitse medische dienst gedood. Als represaille werden honderd gijzelaars in Haarlem en omgeving gevangen genomen en naar Vught overgebra cht. Tien van hen werden op 2 februari 1943 in Bloemendaal geëxecuteerd. Barend Chapon was één van hen. www.joodsmonument.nl
Het gemeentegebouw tussen 1943 en 1945 Tijdens de Duitse bezetting werd in 1944 een politiebureau in het gebouw ondergebracht ten behoeve van de uitvoering van ‘bijzondere wetten’. Per 1 januari 1944 huurt de firma N.V. Johan Enschedé en Zn. Grafische Inrichting van de Commissaris van niet-commerciële vereenigingen en stichtingen het
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 33
pand Lange Wijngaardstraat 14 voor een jaar, voor de opslag van goederen. De huursom bedraagt 1.500 gulden, te voldoen in 12 termijnen.
De aanhef van het huurcontract dat de N.V. Johan Enschedé afsloot voor Lange Wijngaardstraat 14 begin 1944. NHA Haarlem Archief 3417 Nederlands Israëlitische Gemeente Haarlem 1792-1980, inv. Nr. 263
Een klein deel van de oorspronkelijke inventaris wordt opgeslagen in Amsterdam, de rest wordt eruit gesloopt door het bedrijf dat o ok de synagoge moet kaal slopen. De Joodse gemeenschap dreigt volledig te worden uitgewist….
Het gemeentegebouw tussen 1945 en heden Na de Tweede Wereldoorlog kregen de overgebleven joden die aan de dood waren ontsnapt de gemeenschappelijke bezittingen weer in handen. In afwachting van de oplevering van het nieuwe Joodse Centrum aan het Kenaupark werd in het gemeentegebouw tijdelijk een sjoel ingericht. Daarnaast bleef Enschedé ook huurder van het pand. In 1947 sloot het kerkbestuur met Enschedé nog een nieuw huurcontract af.
De aanhef van het huurcontract dat de N.V. Johan Enschedé afsloot voor Lange Wijngaardstraat 14 op 7 juli 1947. NHA Haarlem Archief 3417 Nederlands Israëlitische Gemeente Haarlem 1792-1980, inv. Nr. 263
Als het nieuwe centrum aan het Kenaupark in december 1949 in gebruik wordt genomen verliest het oude pand, eens het kroonjuweel van de zelfbewuste joodse Haarlemse gemeenschap, zijn oorspronkelijke bestemming. Op donderdagavond 15 december 1949 wordt in de Lange Wijngaardstraat 14 voor de laatste keer een godsdienstoefening gehouden.
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 34
In 1951 verkoopt het joodse kerkbestuur het inmiddels haveloze gebouw en komt het school- en sociëteitsgebouw in handen van de Gemeente Haarlem, die er na een inwendige verbouwing een kantoor van de verkeerspolitie in vestigt.
Polisblad voor de nieuwe brandverzekering van het pand van 17 juli 1946. NHA
Plattegrond begane grond, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 1951, tekening 5-3-1951. NHA
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 35
Plattegrond verdieping, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 1951, tekening 5-3-1951. NHA
Plattegrond zolderverdieping, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 1951, tekening 5-3-1951. NHA
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 36
Plattegrond begane grond stalling en werkplaats politie Lange Wijngaardstraat 8-12, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 19 49. NHA
Plattegrond dak stalling en werkplaats politie Lange Wijngaardstraat 8 -12, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 1949. NHA
Bouwhistorische verkenning Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem II blad 37
Achtergevel en doorsnede met nieuw lessenaardak over nieuwe stalling politie achter Lange Wijngaardstraat 12, nieuwe toestand. Dienst Openbare Werken Haarlem, dienstjaar 1949. NHA
De wijzigingen die worden doorgevoerd door de gemeente ten behoeve van het politiebureau zijn beperkt. In de klaslokalen op de begane grond worden wat tussenwanden aangebracht en hie rbij worden ook nieuwe stucplafonds gemaakt. Op de verdieping wordt in de grote achterzaal een wand geplaatst die niet tot de volledige hoogte van het vertrek reikt. Hierdoor wordt een gang afgescheiden van de grote ruimte die gaat fungeren als leslokaal. Op de zolder komt een wasgelegenheid en een reeks bedden te staan. De gemeente heeft ook de lage panden rechts van het gemeentegebouw verworven en verbouwd als garage/stalling en werkplaats van de (verkeers)politie. Hiervoor wordt op het erf achter nr. 12 ook een overkapping gemaakt onder een lessenaardak. Vanuit die stalling is een trapje met doorgang gemaakt naar de achtergang bij de voormalige mikwe van het gemeentegebouw.