CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210513892 Brief burgemeester Wienen d.d. 16-9 incl RIB evaluatie demonstraties Beahuis en Bloemenhovekliniek en bijlagen

commissie Bestuur 7 oktober 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.20 – 23.00 uur Brief burgemeester Wienen d.d. 16-9 incl RIB evaluatie demonstraties Beahuis en Bloemenhovekliniek (JW)13.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

Zie bv. HR 16-06-2017, ECLI:NL:HR:2017:1106.

17

ongewenste opmerkingen. De verordening zou in de opvatting van de gemeente niet de vrijheid van meningsuiting beperken, maar alleen gericht zijn op het tegengaan van het hinderlijk bejegen van personen. Die redenering vond geen genade in de ogen van het Hof ’s Gravenhage. Het Hof verklaarde de desbetreffende APV-bepaling onverbindend met de volgende overweging:23 ‘Met art. 2:1a APV Rotterdam is het duidelijk niet de bedoeling van het gemeentebestuur om geluidshinder of ander fysiek ongemak tegen te gaan. De te bestrijden overlast is rechtstreeks gevolg van de inhoud van de boodschap die jouwend, sissend, schreeuwend, roepend, zwaaiend of hoe dan ook wordt uitgezonden.’

De gemeenteraad komt in de bestaande grondwettelijke beperkingensystematiek niet de bevoegdheid toe om bij verordening de vrijheid van meningsuiting inhoudelijk te beperken. 24

Een van de drie wezenlijke elementen van het recht tot betoging is de meningsuiting. Het recht vertoont een hele sterke parallel met de vrijheid van meningsuiting. Niet voor niets wordt het censuurverbod van artikel 7 Grondwet in de Wet op de openbare manifestaties herhaald. Zou dan een locatieverbod voor een demonstratie de meningsuiting ook niet ontoelaatbaar beperken? Het gaat bij een locatieverbod – anders dan bij het sisverbod – niet om een inhoudelijk verbod op het doen van uitingen, maar slechts om het beperken van de hinder. Onweerlegbaar heeft dit echter gevolgen voor de verspreiding van een boodschap. De burgemeester wijst immers een plek aan waar de betogingsvrijheid nog wel tot haar recht komt, maar waar de hinder voor bezoekers van een abortuskliniek tot een aanvaardbaar niveau wordt gereduceerd. Een parallel met het te doen gebruikelijke onderscheid tussen het openbaren en

verspreiden van een boodschap zoals dit in de jurisprudentie ten aanzien van artikel 7 Grondwet al heel lang wordt gehanteerd, dringt zich dan op. Een beperking van de vrijheid van meningsuiting naar plaats en of tijd is in de rechtspraak toegestaan. Wel dient er ‘ruimte van enige betekenis’ over te blijven voor de verspreiding van de

23

Gerechtshof Den Haag 19-12-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3293. Zie hierover uitgebreid A. Nieuwenhuis, Los van de inhoud: gemeentebestuur, meningsuiting en betoging, De Gemeentestem 2017,174. 24

18

boodschap, anders komt het verbod immers neer op een inhoudelijke beperking.25 Zolang bij een locatiebeperking de afstand tussen de betoging en de kliniekbezoekers met andere woorden niet onredelijk groot is zodat ruimte van enige betekenis overblijft voor de verspreiding van de boodschap is zij in beginsel in overeenstemming de Grondwet. Volledigheidshalve melden we dat de Afdeling bestuursrechtspraak tot nu toe weinig op lijkt te hebben met dit onderscheid als het gaat om het recht tot betoging.26 De voorzieningenrechter lost – zo zagen we hierboven – het probleem anderszins op. Hij redeneert dat het individueel aanspreken van bezoeksters door individuele demonstranten zodanig losstaat van het meest wezenlijke element van betogen – de gemeenschappelijke meningsuiting – dat dit gedrag niet valt onder de reikwijdte van de betogingsvrijheid, maar wordt beschermd door de vrijheid van meningsuiting, zoals neergelegd in artikel 7 lid 3 Grondwet en artikel 10 EVRM. In dat geval is het beperken van het verspreidingsrecht op het niveau van de Algemene plaatselijke verordening in ieder geval toegelaten.

2.7 Locatiebeperking en verdragsrecht Tot nu toe heeft het Europees Hof voor de Bescherming van de Rechten van de Mens (EHRM) zich nooit uitgesproken over de toelaatbaarheid van het beperken van een demonstratie in de nabijheid van een abortuskliniek. Wel heeft het Europees Hof in Straatsburg meerdere keren beslist dat aan demonstranten in beginsel het recht toekomt om zelf te bepalen waar, wanneer en op welke wijze ze willen demonstreren. Dat het niet om een absoluut recht gaat is evident gelet op de doelcriteria die in art. 11 EVRM zijn genoemd, zoals de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten en de bescherming van rechten en vrijheden van anderen. Locatiebeperkingen zijn in overeenstemming met het verdrag indien hiervoor

25

Zie hierover Van der Pot, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Kluwer: Deventer 2014, p. 344 e.v. ABRvS 27 augustus 2014. ECLI:NL:RVS:2014:3174, AB 2015, 181, m.nt. Brouwer en Roorda en ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NLRVS:2015:923, AB 2015, 198, m.n.t. Brouwer en Roorda. 26

19

gegronde redenen bestaan mits de demonstratie plaatsvindt binnen gezichts- en geluidsafstand van het object waartegen zij zich richt.27 Op Europees niveau is er een drietal uitspraken gedaan over de verhouding van hinder en intimidatie bij abortusklinieken tot de vrijheid van meningsuiting in artikel 10 EVRM en de vrijheid van godsdienst, zoals beschermd door artikel 9 EVRM. In een zaak tegen Nederland in 1995 oordeelde de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (ECRM) – het toenmalige voorportaal van het EHRM – over vergelijkbaar gedrag van een zekere Van den Dungen als dat van de huidige demonstranten dat het civielrechtelijk verbod op om zich gedurende zes maanden te begeven binnen een straal van 250 meter van de abortuskliniek in Groede als in overeenstemming met de vrijheid van meningsuiting van artikel 10 EVRM. De beperking is gebaseerd op een wettelijke bevoegdheid en wordt ingegeven door een legitiem doel: de bescherming van de rechten van de kliniekbezoekers en haar medewerkers.

Tevens vindt de Commissie de beperking noodzakelijk in een democratische samenleving en is het verbod proportioneel nu het slechts geldt voor een beperkte duur in een beperkt gebied.28 In een vergelijkbare zaak van Van Schijndel, Van de Heyden en Leenman tegen Nederland oordeelt de Europese Commissie in 1997 dat artikel 9 lid 1 EVRM met hierin de vrijheid van godsdienst niet elke door het geloof ingegeven uiting beschermt. Voor zover een gezamenlijke bidsessie in de hal van een abortuskliniek zonder daar toestemming voor te hebben als een uiting van geloof in de zin van het verdrag kan worden beschouwd, is de veroordeling wegens verstoring van de openbare orde een gerechtvaardigde beperking van dat recht nu aan de voorwaarden van artikel 9 lid 2 EVRM wordt voldaan.29

27

“The right to freedom of assembly includes the right to choose the time, place and manner of conduct of the assembly, within the limits established in paragraph 2 of Article 11 (see Sáska v. Hungary, no. 58050/08, § 21, 27 November 2012).” Zie ook EHRM 7 februari 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0207JUD005781809 (Lashmankin e.a./Rusland). “The Court considers that the practice whereby the authorities allow an assembly to take place, but only at a location which is not within sight and sound of its target audience and where its impact will be muted, is incompatible with the requirements of Article 11 of the Convention.” (EHRM 7 februari 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0207JUD005781809, appl.nr. 57818/09 e.a. (Lashmankin e.a./Rusland), par. 405 en 426). 28 29

ECRM 27 februari 1995, 22838/93 (Van den Dungen/Nederland). ECRM 10 september 1997, 30936/96 (Van Schijndel, Van der Heyden en Leenman/ Nederland).

20

In een andere zaak van Annen tegen Duitsland oordeelt het Hof in 2015 anders. 30 Annen is door de Duitse rechter een civielrechtelijk verbod opgelegd om folders te verspreiden in de onmiddellijke omgeving van een dagkliniek waarin hij de twee artsen M. en R. beticht van het uitvoeren van onwettige abortussen. Het Hof is het met Annen eens dat er sprake is van een beperking van de vrijheid van meningsuiting, zoals beschermd door artikel 10 EVRM. Die is echter geoorloofd nu zij is voorzien bij wet en als doel heeft de rechten van anderen te beschermen.31 Over de vraag of de maatregel noodzakelijk is in een democratische samenleving overweegt het Hof het volgende : ‘Freedom of expression constitutes one of the essential foundations of a democratic society and one of the basic conditions for its progress and for each individual’s self-fulfillment. Subject to paragraph 2 of Article 10, it is applicable not only to ‘information’ or ‘ideas’ that are favorably received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb. Such are the demands of pluralism, tolerance and broadmindedness without which there is no ‘democratic society’.

As set forth in Article 10, this freedom is subject to exceptions, which (...) must, however, be construed strictly, and the need for any restrictions must be established convincingly.’32 Volgens het Hof laat artikel 10 EVRM weinig ruimte voor ‘restrictions on political expressions or on debate on questions of public interest’.33 De inhoud van de folder is een zaak van publiek belang. Bij het nastreven van politieke doelen mag iemand gebruik maken van overdreven en polemische termen. De stelling in de folder dat abortus in Duitsland onwettig is, is juridisch niet onjuist. Door zich rechtstreeks te richten op de twee artsen wint Annens campagne aan effectiviteit en is een debat op gang gekomen over een controversieel onderwerp. Het Hof concludeert op grond hiervan dat de Duitse rechter een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de reputatie als onderdeel van het recht op privacy.

Dit laatste onderdeel over de mogelijke botsing van twee (of meer) grondrechten heeft betrekking op het uitdelen van folders. Op de mogelijke beperkingen ten aanzien van het verspreidingsrecht komen we nog terug in paragraaf 3.3. De vraag naar de 30

EHRM 26 november 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1126JUD000369010 (Annen/Duitsland), para. 11. Ibid, para. 50-51. 32 Ibid, para. 52; EHRM 16 juni 2015, ECLI:CE:ECHR:2013:1010JUD006456909 (Delfi AS/Estonië), para. 131. 33 EHRM 26 november 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1126JUD000369010 (Annen/Duitsland), para. 53. 31

21

eventuele voorrang van een bepaald grondrecht speelt eveneens bij de mogelijke legitimatie van locatiebeperkingen. 2.8 Botsing van grondrechten als rechtvaardiging voor een locatiebeperking In de literatuur is wel geopperd dat ook een botsing van grondrechten een beperking van het betogingsrecht kan rechtvaardigen.34 Het aanspreken en het volgen van cliënten van de kliniek door demonstranten is in deze context intimiderend en maakt een grove inbreuk op de persoonlijke levenssfeer – beschermd in artikel 10 van de Grondwet – van de betrokkenen. Demonstranten moeten de mogelijkheid krijgen om hun gedachten en gevoelens te uiten, maar bezoekers van een kliniek hebben het recht op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Onder die omstandigheden is het dan aanvaardbaar dat de burgemeester in zijn belangenafweging een groter gewicht toekent aan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van (kwetsbare) vrouwen dan dat van de demonstranten die (door een opdringerige manier van actievoeren) inbreuk maken op dat recht. Een locatiebeperking kan dan een geschikt middel zijn om beide grondrechten te waarborgen. Op enige afstand mag er nog steeds worden gedemonstreerd, maar zonder dat bezoekers aan een kliniek onevenredig worden gehinderd. Bij een botsing van grondrechten maakt de civiele rechter meestal gebruik van deze oplossing.

Het probleem van deze constructie in het bestuursrecht hier aan de orde is dat er een bevoegdheid voor de burgemeester wordt gecreëerd buiten de weg om van de doelcriteria van artikel 9 Grondwet in verbinding met artikel 2 Wom. En dat stuit op bezwaren. Nu wordt het recht op de persoonlijke levenssfeer ook beschermd in artikel 8 EVRM. En die bepaling brengt voor autoriteiten zowel negatieve als positieve verplichtingen met zich mee. In principe is artikel 8 EVRM erop gericht individuen te beschermen tegen willekeurige inmenging van de autoriteiten. Dit betekent dat autoriteiten zich dienen te

34

B. Roorda en J.G. Brouwer, Demonstratievrijheid en bufferzones bij abortusklinieken, https://www.openbareorde.nl/

22

onthouden van inmenging in de persoonlijke levenssfeer van burgers.35 De bepaling kan volgens het EHRM echter ook positieve verplichtingen voor de overheid meebrengen. Zo heeft het EHRM in verschillende zaken overwogen dat de overheid een positieve verplichting heeft om het recht op fysieke en psychische integriteit van burgers te garanderen.36 In P. en S./Polen voegt het Hof daaraan toe dat de autoriteiten een positieve verplichting hebben om een wettelijk kader vast te stellen dat zwangere vrouwen ertoe in staat stelt hun recht tot toegang tot wettelijke abortus uit te oefenen.37 Ook hier geldt echter dat positieve verplichtingen niet uit het niets een bevoegdheid kunnen creëren.38 2.9 Waar leiden deze bevindingen toe De burgemeester kan een locatiebeperking instellen in de nabijheid van een abortuskliniek indien hij gemotiveerd aannemelijk kan maken dat er wanordelijkheden dreigen in de zin van artikel 5 Wom en het noodzakelijk is vanwege de kwetsbaarheid van de vrouwen op die plaats om op dat moment die wanordelijkheden te voorkomen. In dit geval hebben betogers zich eerder schuldig gemaakt aan het strafbaar gestelde veroorzaken van onnodige hinder in de zin van artikel 2:47 APV. Op grond hiervan denken wij dat de burgemeester rechtmatig een beperking kan stellen ten aan van de locatie.

Voor de goede orde merken we op dat het niet de verordening is die het recht om te betogen beperkt. Het begrip wanordelijkheden wordt slechts ingekleurd met een democratisch tot stand gekomen strafbepaling waarvan het primaire doel niet was om de demonstratievrijheid te beperken. De bepaling heeft slechts dit vooraf niet-beoogde effect. 35

EHRM 16 januari 2003, ECLI:CE:ECHR:2007:0410JUD000633905 (Evans/Verenigd Koninkrijk), para 75; EHRM, Guide on Article 8 of the European Convention on Human Rights, para 4. 36 EHRM 30 oktober 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:1030JUD005737508 (P. en S./Polen), para 96; EHRM 19 oktober 2005, ECLI:CE:ECHR:2005:1019JUD003255596 (Roche/Verenigd Koninkrijk), para 162. 37 EHRM, Guide on Article 8 of the European Convention on Human Rights, para 5; EHRM 30 oktober 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:1030JUD005737508 (P. en S./Polen), para 200. 38 Zie ook de slotopmerkingen van A. Nieuwenhuis in zijn artikel ‘Los van de inhoud: gemeentebestuur, meningsuiting en betoging’, Gst. 2017/174: ‘Positieve verdragsverplichtingen kunnen het gemeentebestuur (…) niet een grotere bevoegdheid geven dan uit Grondwet en wet voortvloeit. Dergelijke verplichtingen kunnen met andere woorden het genoemde constitutionele uitgangspunt niet doorbreken. Evenmin kunnen zij de openbare orde bevoegdheden oprekken tot buiten de ruimtelijke sfeer.’

23

Bij het instellen van een locatiebeperking zal voldaan dienen te worden aan de verdragsrechtelijke eis dat de betoging moet kunnen plaatsvinden ‘within sound and sight’ van het object waartegen zij zich richt.

3. Andere beperkingen van de betoging 3.1 Looproute vrijwaren van demonstraties In hoeverre kan een burgemeester een bepaalde (loop)route of een bepaalde straat of deel van de straat vrijwaren van demonstraties? Uit het voorafgaande blijkt dat de burgemeester hiervoor gegronde redenen moet kunnen aanvoeren die terug te voeren zijn op de in de Wet openbare manifestaties genoemde doelcriteria en met inachtneming van de verdragsrechtelijke beperkingen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent dat de burgemeester geen looproute kan opleggen alleen omdat dit hem opportuun of wenselijk acht. Gelet op de vrijheid van de demonstranten om in beginsel hun eigen looproute te bepalen, zal de burgemeester dus overtuigend moeten kunnen aantonen waarom het nodig is om een bepaalde straat dan wel een deel daarvan te vrijwaren van demonstraties. Ook hierbij is van belang dat bijvoorbeeld de vrees voor wanordelijkheden als zodanig niet voldoende is: het is immers goed denkbaar dat met de inzet van de politie of particuliere ordehandhavers wanordelijkheden kunnen worden voorkomen. En het belang van verkeer is evenmin per definitie zwaarder wegend: er zal een afweging van belangen moeten worden gemaakt, waarbij ook denkbaar dat het verkeer langs alternatieve routes wordt geleid indien redelijkerwijs mogelijk.

3.2 Locatiebeperkingen bij demonstraties bij abortusklinieken en andere gevoelige objecten zoals scholen en ziekenhuizen Uit de toelichting bij de Wet openbare manifestaties vloeit voort dat de mate van wanordelijkheden op basis waarvan kan worden ingegrepen een plaatsgebonden karakter heeft: de mate van orde en rust welke naar algemeen inzicht op een bepaalde 24

plaats behoort te heersen bepaalt mede wanneer ‘de grens van wanordelijkheden’ wordt overschreden.39 Wat betekent het voorgaande voor het opleggen van locatiebeperkingen bij demonstraties bij abortusklinieken en andere gevoelige objecten zoals scholen en ziekenhuizen? Vaststaat wel dat deze zones niet standaard mogen worden aangewezen als verboden plekken om te demonstreren. De burgemeester zal nog steeds moeten aantonen waarom een dergelijke beperking nodig is ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. De bewijslast is alleen lichter. De te maken belangenafweging zal eerder in het nadeel van de demonstranten kunnen uitvallen gelet op het bijzondere karakter van een plaats in combinatie met concrete factoren zoals eerder genoemd. Zo kan er reden zijn om betogers uit de directe nabijheid van bezoekers aan een abortuskliniek te houden, ook al ondervinden bezoekers of personeel van de kliniek betrekkelijk weinig hinder van de demonstranten. Dat wil echter niet zeggen dat de omgeving van een ziekenhuis kan worden gevrijwaard van demonstraties. Steeds dienen de concrete belangen die in het geding zijn door de burgemeester te worden afgewogen als hij een locatieverbod overweegt. 3.3 Uitdelen van folders Een afzonderlijke vraag in het adviesverzoek is in hoeverre de burgemeester het uitreiken van folders aan publiek of een specifieke groep personen kan beperken.

Een eerste vraag die dan opkomt is of het uitdelen van folders onder het grondwettelijke recht tot betoging valt. De Rechtbank Noord-Holland overweegt in de eerder aangehaalde uitspraak in dit verband: ‘Het aanspreken van individuele personen, in dit geval bezoeksters van de abortuskliniek, valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onder het betogingsrecht. Immers betreft de betoging dan niet meer het uitdragen van een maatschappelijk probleem, maar het aankaarten van een individuele zaak bij een individueel persoon. Nu dat niet behoort tot het betogingsrecht, geniet dat ook niet de bescherming van artikel 9 van de Grondwet.’

39

Kamerstukken II, 1985/86, 19247, nr. 3, p. 17.

25

In de Duitse rechtspraak komen we op rechtbankniveau een soortgelijke uitspraak tegen. Het aanspreken van een individuele persoon is volgens de Duitse rechter in dit geval niet gericht op het voeren van een maatschappelijk debat, maar op het redden van ongeboren leven in de situatie ter plaatse.40 In het Duitse recht heeft dit consequenties: een ‘Versammlung’ geniet meer bescherming dan een ‘Ein-MannDemonstration’ die onder de vrijheid van meningsuiting valt. Dat zou ook het gevolg onder het Nederlandse recht kunnen zijn. Maar laten we eerst eens bezien of de overweging van de Nederlandse voorzieningenrechter hout snijdt. Zijn opvatting zou betekenen dat het verspreiden van folders met daarin verwoord het collectief gedeelde standpunt van de betogers onder een willekeurig publiek wel onder het recht tot betoging zou vallen, maar het gericht uitdelen van een folder aan een individuele persoon om haar ervan te weerhouden om een kliniek te bezoeken, niet. Voor een dergelijk standpunt is geen aanknopingspunt in de wet noch haar totstandkomingsgeschiedenis te vinden.

De drie centrale elementen van de betogingsvrijheid – collectiviteit, openbaarheid en meningsuiting – zijn ook bij het uitdelen van folders volledig aanwezig.41 In de literatuur is men het er algemeen over eens dat de inhoud van een betoging niet beperkt hoeft te blijven tot een politiek of maatschappelijk debat.42 En aan de doelgroep – een individu of een collectief – worden in ons recht al evenmin eisen gesteld. Kortom, ook het uitdelen van folders door demonstranten geniet de bescherming van het recht tot betoging. Een beperking van het uitdelen zal haar rechtvaardiging dienen te vinden in het voorkomen van wanordelijkheden: het voorkomen van onnodige hinder. Is men – anders dan wij – wel van oordeel dat het hier om het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting gaat, ook dan hoeft een gemeentebestuur niet met lege handen te staan. Maar dan is een verordening zoals die bijvoorbeeld in Arnhem vigeert noodzakelijk op grond waarvan beperkingen kunnen worden aangebracht: 40

Verwaltungsgericht München 12 mei 2016, M 22 K 15.4369, 3.c. B. Roorda, Het recht om te demonstreren, Een rechtsvergelijkende studie naar de betogingsvrijheid in Nederland, Duitsland en Engeland vanuit een internationaalrechtelijk perspectief, 2016, p. 34. 42 A.E. Schilder, Het recht tot vergadering en betoging, Arnhem: Gouda Quint 1989, p. 246; J.P. Loof, De burgemeester en de demonstratievrijheid, De Gemeentestem 2007/104. 41

26

‘Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.’

4. Samenvatting De vrijheid van betogen is een groot goed hetgeen tot uitdrukking wordt gebracht in zowel onze Grondwet als verschillende ons land bindende verdragsrechtelijke bepalingen. Van dit recht tot betoging maakt deel uit de vrijheid om zelf de locatie te kiezen waar demonstranten hun boodschap willen uitdragen. Dit valt weliswaar niet expliciet in de Grondwet of een relevante verdragsbepaling zelf te lezen, maar volgt evident uit de aard en het wezen van deze vrijheid: het recht tot betoging zou veel van haar betekenis verliezen als de overheid demonstranten zonder redelijke grond zou kunnen verwijzen naar achterafplaatsen. Dat wil echter niet zeggen dat het om een absoluut recht gaat. De burgemeester heeft de bevoegdheid een plaats aan te wijzen of te verbieden, indien een dergelijke beperking noodzakelijk is vanwege een van de drie grondwettelijke doelcriteria: a. gezondheid, b. het belang van het verkeer en c. de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Alleen de c-grond biedt de burgemeester een argument om bij aan te sluiten als het gaat om demonstraties in de directe nabijheid van een abortuskliniek als ook andere bijzondere locaties. De wijze waarop de demonstranten de zich in een kwetsbare positie bevindende kliniekbezoeksters benaderen, kan met zich meebrengen dat de burgemeester gemotiveerd mag vrezen voor wanordelijkheden.

Op grond hiervan mag hij een beperking stellen aan de plaats waar de betogers hun boodschap wensen uit te dragen, mits die beperking binnen redelijke grenzen blijft en niet feitelijk neerkomt op een verbod. Rechtspraak van het Europese Hof kleurt die eis verder in: de demonstratie dient te kunnen plaatsvinden binnen gezichts- en geluidsafstand van het object waartegen zij zich richt.

27

Bijlage: gerapporteerde ervaringen van bezoekers en personeel van een abortuskliniek Het Humanistisch Verbond sprak volgens een persbericht in 2020 met elf van de veertien abortusklinieken over de status van intimidatie van abortusklinieken. Daaruit zou blijken dat in Utrecht nog steeds bezoekers ‘worden opgewacht, toegang tot de kliniek bemoeilijkt, aangesproken of nageroepen, bestookt met “woorden Gods”, of ze krijgen folders of plastic embryo’s in de handen gedrukt”. Ook bij Gynaikon Klinieken Rotterdam zouden bezoekers worden ‘belaagd’ door anti-abortusdemonstranten. In Enschede was het aantal demonstraties toegenomen, aldus de Emmakliniek. En in Amsterdam, waar voorheen geen demonstraties waren, was op 14 februari voor het eerst een demonstratie. https://www.humanistischverbond.nl/intimidatie-bijabortusklinieken-blijft-onverminderd-hoog/# De directie van de abortuskliniek in Groningen heeft in de periode van 18 september 2020 t/m 9 april 2021 aan haar cliënten verzocht om een vragenlijst in te vullen. Nagenoeg alle 31 ondervraagde vrouwen waren door de demonstranten aangesproken. Bijna de helft van hen geeft aan dit onaangenaam te hebben gevonden, waarbij onder meer kwalificaties worden gebruikt als confronterend, respectloos, opdringend en heel erg. Ruim een kwart van de vrouwen geeft aan niet de vrijheid te voelen om een gesprek met de demonstranten uit de weg te gaan.

In een brief van 20 mei 2021 heeft de abortuskliniek in Groningen schriftelijk gemeld wat de gevolgen zijn van de anti-abortusdemonstraties voor de bezoekers én het personeel van de kliniek: ‘Niet alleen op onze cliënten, ook op onze medewerkers hebben de demonstraties impact. U kunt zich voorstellen dat onze medewerkers op scherp staan wanneer er demonstranten op de stoep staan. Bovendien worden zij zelf ook regelmatig aangesproken door demonstranten. Dit is ondermijnend en beledigend voor onze medewerkers die integer, professioneel en zorgvuldig invulling geven aan de abortuszorg. Daarnaast is de duur, de frequentie en de mate van hinderlijkheid van de anti-abortusdemonstraties toegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat de gevoelens van onveiligheid die een deel van onze medewerkers ervaren sterker zijn geworden. In Nederland, maar ook in andere landen wordt de sfeer rondom het thema abortus grimmiger.

28

Denk bijvoorbeeld aan doodsbedreigingen die medewerkers en directies van verschillende klinieken vorig jaar ontvingen. Wij zijn daarom bezorgd over onze mensen.’

De directeur van GGD Groningen geeft aan dat de (mentale) gevolgen van de demonstraties bij de abortuskliniek op de door demonstranten aangesproken vrouwen onmiskenbaar belastend zijn en dat de ongevraagde interventies van de demonstranten als zeer schadelijk worden ervaren. Zie verder ook https://www.trouw.nl/religie-filosofie/deze-mensen-blijven-vrouwen-bijabortusklinieken-confronteren-zo-n-twee-a-drie-keer-per-week-werkt-het~b8ba3211/

29

Bijlage 2. Voorschriften en beperkingen demonstraties Donum Domini Op grond van artikel 5 van de Wet Openbare Manifestaties zijn sinds 22 februari 2021 de volgende voorschriften en beperkingen verbonden aan de betogingen van Donum Domini in nabijheid van de Beahuis & Bloemenhovekliniek: 1. Uw betoging dient plaats te vinden op de Claus Sluterweg op 25 meter van de ingang van het eigen terrein van de abortuskliniek in het blauwe vak, zoals aangeduid op de plattegrond die bij dit besluit is gevoegd. Om deze locatie te markeren zal er een pen worden geslagen tussen de tegels van het trottoir. U dient zich achter deze pen op te stellen; 2. Buiten deze aangewezen locatie is het niet toegestaan om te betogen; 3. Het volgen van bezoekers van de abortuskliniek is niet toegestaan; 4. Deelnemers aan uw betoging dienen altijd 1,5 meter afstand tot elkaar en tot derden zoals voorbijgangers en bezoekers van de abortuskliniek te houden; 5. Flyers, folders of andere producten mogen worden uitgedeeld aan voorbijgangers met inachtneming van de 1,5 meter afstand; 6. Materialen die over de straat worden gespannen worden op een hoogte van tenminste 4,2 meter opgehangen; 7. Het voetgangersverkeer wordt zo weinig mogelijk gehinderd; 8. Op of boven brandkranen mogen geen materialen worden opgesteld; 9. Het verkeer wordt niet gehinderd, noch worden er wegen afgesloten of geblokkeerd; 10.

Het gebruik van geluidsversterkende apparatuur en een megafoon is niet toegestaan; 11. De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade of letsel ontstaan als gevolg van uw activiteiten; na afloop van de demonstratie dient u de locatie waar u gedemonstreerd heeft, schoon achter te laten. Weggeworpen flyers of enig ander drukwerk dat door u is verspreid dient te worden opgeruimd. Indien dit naar het oordeel van de gemeente niet voldoende is gebeurd, dan zal dit alsnog door de gemeente, maar voor uw rekening worden gedaan; 12. Eventuele schade aan openbare verhardingen of openbaar groen zal door de gemeente, maar voor uw rekening, worden hersteld; 13. Voertuigen die het terrein van Beahuis & BloemenhoveKliniek op rijden mogen op geen enkele wijze gehinderd of belemmerd. Dit geldt eveneens voor bezoekers die het terrein van het Beahuis & BloemenhoveKliniek oplopen; 14. Te allen tijde dienen de deelnemers van de door u gemelde betoging zich verwijderd te houden van het eigen terrein van Beahuis & BloemenhoveKliniek; 15. U dient gebruik te maken van de trottoirs; 16. Alle aanwijzingen en bevelen gegeven door of namens de politie en/of handhaving moet u direct opvolgen; 17. U dient de geldende verkeersregels na te leven; 18. Deze brief moet ter plaatse aanwezig zijn en aan politie en/of handhaving ter inzage worden gegeven als daarom gevraagd wordt.

Plattegrond demonstratielocatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12270502/1