CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210425435 2. Bijlage 1 Rapportage derde meeting onderzoek MO BW in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer

commissie Samenleving 30 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 3e Rapportage onderzoek naar ambulantisering en regionalisering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer18.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ambulantisering en Regionalisering van MO en BW in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Rapportage 2020-2021

Dr. Nienke Boesveldt Universiteit van Amsterdam

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Colofon Opdrachtgever/Financier

Vertegenwoordiging vanuit de opdrachtgever

Gemeente Haarlem

Simone Leensen

Auteurs

Onze ervaringsdeskundigen

Dr. Nienke Boesveldt

Robbert Brouwer

Marte Kuijpers, MSc

Helen Urbanowitz-Kloppenborg

Met dank aan De deelnemers aan de interviews op verschillende MO/BW-locaties in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Omslagillustratie Frida Kole, Bussum

Deze rapportage en de bijbehorende factsheet zijn te downloaden zijn via onderzoekmobw.socsci.uva.nl © 2021, Nienke Boesveldt, Universiteit van Amsterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van de Universiteit van Amsterdam.

Onderzoekscontext Dit regionale onderzoek maakt onderdeel uit van een overkoepelend, landelijk onderzoek naar de ambulantisering en regionalisering van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen in Nederlandse gemeenten. Op het moment van deze rapportage 2020 nemen zes regio’s aan deel aan dit onderzoek (zie Figuur 1). Daarnaast volgen wij in Utrecht het voorkomen van herhaalde dakloosheid, netwerkaanpak bij bankslapers in Rotterdam, het welzijn van ongedocumenteerde ouderen in Amsterdam en de cliëntparticipatie in de GGZ in Drenthe, Amsterdam en Den Bosch. Figuur 1. Regio’s waar het onderzoek vanaf 2018 tot op heden plaatsvindt. Den Haag;

Meierij

en

Bommelerwaard;

Zuid-Kennemerland,

IJmond

en

Haarlemmermeer; Gooi en Vechtstreek; Rijnstreek, Waterland en Utrecht. In de grijs gekleurde regio’s is het onderzoek nog in behandeling.

1

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Herstelervaringen cliënten MO/BW regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Deze herstelervaringen zijn zowel in de gemeente Haarlem als in de regiogemeenten opgetekend. Mijn langste opname was drie jaar achter elkaar [...] daarna ben ik in een paar woonvormen geweest om te kijken of dat wat voor mij was. En toen realiseerde ik me dat ik dat niet nodig heb, dat ik ambulant geholpen wil worden en niet weer in een instelling ga zitten. [...] Ik kan doen en laten wat ik zelf wil, in het normale natuurlijk. Er is niet meer een verpleegkundige of wat voor therapeut dan ook. Ik heb gemerkt dat ik wel zelfstandig kan wonen, alleen wel met die ambulante hulp. Maar zoals het nu gaat, zie ik mezelf ook nooit meer opgenomen worden. AIs iemand het aan zijn hart heeft krijgt hij medicijnen. Ik heb een psyche en daar heb ik medicijnen voor en dat accepteer ik. En dan denk ik van: "Nou oké, ik heb antipsychotica, anti- depressie, maar so what?" Zo kan ik met goede moed zelfstandig leven. [...] Ik heb een huis, dat is een thuis, daar voel ik me heel erg veilig. En de mensen om mij heen die helpen me waar het maar mogelijk is. En dat is gewoon heel erg positief. [...] Toevallig appte ik gisteren mijn dochter dat ik wat later kwam, omdat ik het interview had. En toen zei ze van: "Jeetje mam, ga je verhuizen naar beschermd wonen?" Ik zeg: "Nee, het is een onderzoek.

Het gaat zo goed met me, ik word nooit meer opgenomen." En toen zegt ze: "Ik ben zo trots op je mams." Nou, dat is voor mij iets ongekends, want ik had zo'n slechte band met mijn dochter. En nu spreken we elkaar elke dag. Dus het is echt fijn. (Wilma, uitgestroomd uit BW naar zelfstandige woning in Heemskerk)

De begeleiding ziet natuurlijk ook dat het met mij goed gaat. Het eerste jaar dat ik die sleutel kreeg, was natuurlijk een heel grote verandering voor mij. Ik had nog nooit op mezelf gewoond, niet clean. Ik was natuurlijk altijd in gebruik. Het was natuurlijk wel spannend of ik het eerste jaar clean zou doorhalen. Nu ben ik weer een jaar verder en het gaat goed. Ik heb een structuur te pakken: ik heb de dagelijkse dingen die ik doe, ik doe vrijwilligerswerk. Het gaat goed. Ik houd me aan mijn structuur. Het gaat prima en dat zien zij natuurlijk ook. Want anders hadden ze misschien zelf gezegd: "Wij doen het nog een jaar door. Dat huis blijft nog even op onze naam staan omdat je nog een risico bent". Zij vinden het niet nodig dat ik nog een jaar zorg nodig heb. Maar ja, ik kies er zelf voor. (Denise, uitgestroomd naar zelfstandige woning in Haarlem na behandeling van haar verslaving in een voorziening)

2

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Inhoudsopgave Inleiding Eén jaar later: waar staan cliënten nu?

4 5

1. Werken aan herstel in de opvang en beschermd wonen

9

1.1 Ervaringen met verblijf in de maatschappelijke opvang

10

1.2 Ervaringen verblijf beschermd wonen

12

2. Uitstroomtraject naar een zelfstandige woning in de regio

14

2.1 Uitstroomtraject: ondersteuningsbehoefte bij uitstroom

15

2.2 Uitstroom naar een andere gemeente in de regio

16

2.3 Huurcontract en voorwaarden

17

3. Wonen in de wijk: een zachte landing en goede start

22

3.1 Ondersteuning in de wijk

23

3.2 Participatie en integratie in de wijk

25

3.3 Vroegsignalering en opschaling zorg

28

4. Conclusie, discussie en aanbevelingen

30

Samenstelling onderzoeksteam

37

Bijlage 1. Samenvatting Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer Rapportage 2019 38

Verklarende begrippenlijst Uitleg over afkortingen of concepten in deze onderzoeksrapportage zijn terug te vinden op onze website. Scan om deze pagina te openen de QR-code hiernaast met de camera van je mobiele telefoon.

3

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Inleiding Voor u ligt onze derde rapportage, waarin wij verslag doen van de derde keer dat wij cliënten maatschappelijke opvang en beschermd wonen in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer hebben geïnterviewd over ambulantisering en regionalisering. Achtergrond onderzoek Sinds 2015 zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO), terwijl alle gemeenten verantwoordelijk zijn voor ambulante begeleiding, inclusief dagbesteding. Haarlem organiseert sinds 2007 als centrumgemeente MO voor de regio 1 en sinds 2015 ook BW. De afgelopen jaren gaf de regio met het regionaal beleidskader Opvang, Wonen en Herstel (2017-2020) en een regionaal en lokaal uitvoeringsprogramma gezamenlijk invulling aan regionale samenwerking, waar nu op wordt voortgebouwd. In afwachting van duidelijkheid over de financiële kaders en consequenties van de doordecentralisatie en andere ontwikkelingen zal de regio een nieuw beleidskader vaststellen. Het huidige beleidskader en het in 2020 bijgestelde uitvoeringsprogramma zijn om deze reden in 2020 verlengd tot de start van de doordecentralisatie. In de regio werken gemeenten, corporaties en zorginstellingen samen om de doorstroom naar zelfstandige woningen vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang te bevorderen.

In Haarlemmermeer wordt de opstapregeling gezien als een succesvol instrument, in Zuid-Kennemerland wordt de contigentregeling toegepast en in de IJmond de kansregeling. Het aantal woningen voor deze doelgroep is vergroot en de afspraken zijn verbeterd. In oktober 2020 sloten deelnemende partijen (corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeenten) in Zuid-Kennemerland en IJmond het Pact voor uitstroom. Dit pact vormt in deze gemeenten de gezamenlijke leidraad om nog betere invulling te geven aan de opgave om verlaters van zorginstellingen een passende woning en een goede start te geven. Per 1 januari 2022 moeten de gemeenten verplichte regionale samenwerking gerealiseerd hebben op het gebied van Beschermd Wonen en samen beslissingen nemen. In deze regio is hiertoe een gemeenschappelijke regeling/ kader in voorbereiding. Vanaf 1 januari 2023 wordt Beschermd Wonen een taak van alle gemeenten en ontvangen ze budget voor nieuwe cliënten. Centrumgemeente Haarlem blijft geld ontvangen voor de eerdere cliënten. MO blijft in ieder geval tot 2026 belegd bij centrumgemeente Haarlem. De doelstelling van dit onderzoek is om gedurende vijf jaar de voorbereiding op deze decentralisatie en het verbeteren van de randvoorwaarden te volgen. Dit doen we met inclusie van cliënten en ervaringsdeskundigen om wiens kwaliteit van leven het gaat, en andere relevante stakeholders.

De eerste meting en tweede meting vonden respectievelijk in 2018 en 2019 plaats (zie bijlage 1 voor de samenvatting). Met deze derde rapportage geven wij een vervolg aan het gezamenlijk leren op basis van ervaringen in de regio. Onderzoeksfocus: cliëntervaringen Voor de derde meting is gekozen voor een focus op de ervaringen en perspectieven van de eindgebruiker: cliënten met ervaringen in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Vanaf 2018 volgen wij daarom de trajecten van 25 personen door middel van jaarlijkse interviews. Het meerjarig volgen van deze personen en hun trajecten stelt ons in

1

Deze regio wordt naast Haarlem gevormd door de gemeenten Haarlemmermeer, Beverwijk, Heemskerk, Zandvoort, Bloemendaal,

Heemstede, en Velsen.

4

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

staat een dieper begrip te krijgen van de routes naar herstel, participatie, zelfredzaamheid en voorwaarden huisvesting. De ervaringen en beleving van de cliënten staat hierin centraal en wordt in samenwerking met ervaringsdeskundig onderzoekers zo goed mogelijk uitgevraagd en in beeld gebracht. 2 Er is uiterste inzet geleverd om participanten van de eerste meting wederom te spreken. Bij de totstandkoming van de rapportage is er veel aandacht besteed aan de representativiteitscriteria voor kwalitatieve onderzoeksbevindingen. Numeriek gezien geven de ervaringen van 25 participanten slechts een beperkte basis om representatieve uitspraken te doen voor de gehele doelgroep in de regio. Echter, gezien de verdiepende aard van kwalitatief onderzoek is representativiteit in kwalitatief onderzoek minder gericht op een juiste numerieke afspiegeling en meer op het geven van een zo volledig mogelijk beeld van alle verschillende houdingen, meningen en gedragingen die bestaan binnen de doelgroep van onderzoek (Boeije, 2010). Hierbij is gelet op een diverse selectie van participanten op

verschillende

verblijfslocaties,

met

verschillende

achtergronden

en

tevens

op

de

verzadiging

van

onderzoeksbevindingen in de verschillende interviews. Tevens zijn onderzoeksbevindingen afgespiegeld aan bevindingen uit interviews met 270+ individuele MO/BW-participanten in de andere onderzoeksregio’s. Uitgevoerde onderzoeksactiviteiten 2020-2021 Voor de totstandkoming van de derde rapportage interviewden onze duo-onderzoekers 3 tussen december 2020 en maart 2021 25 cliënten in de regio die gebruik maken of recent hebben gemaakt van voorzieningen voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen. 15 van de 25 participanten spraken we dit jaar voor de derde keer, en 7 voor de tweede keer. Twee participanten deden dit jaar niet mee met het onderzoek, wel hebben we contact gehad over hun verblijfssituatie (zie kopje ‘situatie instabiel’ in onderstaande tabel). Wij hopen hen volgend jaar weer te kunnen interviewen. Een participant is recent overleden, kort na uitstroom uit de MO naar een zelfstandige woning. Om voldoende participanten te kunnen spreken zijn dit jaar ook twee nieuwe participanten geïnterviewd (uit de gemeente Haarlemmermeer) over ervaringen met maatschappelijke opvang.

Eén jaar later: waar staan cliënten nu? Cliënten MO 4 (11) afkomstig uit gemeente: Haarlem (7); Velsen (2); Haarlemmermeer (2) 2019 (n=25)

2020/2021 (n=27)

Woon-/verblijfssituatie

3

75

Zelfstandige woning in de wijk (incl. omklapcontract en Housing First)

-

2

Doorstroom naar beschermd wonen (waarvan één buiten de regio en één wachtend op een passende plek na tijdelijk verblijf buiten de regio)

2

Gezien het cliëntperspectief het uitgangspunt is van dit onderzoek, is hierbij geen aanvullende uitvraag gedaan bij begeleiders of opvangende organisaties voor aanvullende informatie. 3

Duo’s bestaan uit een UvA-onderzoeker en een getrainde ervaringsdeskundige co-onderzoeker (zie bijlage onderzoeksteam)

4

We hebben uitsluitend gesproken met personen in een individueel volwassen opvangtraject die in de start van hun traject

verbleven in het pand op de Wilhelminastraat of locatie Velserpoort. 5

Twee van deze participanten zijn dit jaar voor het eerst geïnterviewd, zij verbleven in 2019 de maatschappelijke opvang en

stroomden het afgelopen jaar uit naar een eigen woning. Zij vervangen twee niet dit jaar gesproken participanten.

5

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

-

1

Doorstroom naar een verzorgingshuis

-

1

Onderhuur kamer buiten regio afgewisseld met dakloze episodes

6

0

Verblijf in nachtopvang/MO

Cliënten BW (16) verblijf/woonachtig in: Haarlem (6); Haarlemmermeer (3); Heemskerk (1); Velsen (3); Bloemendaal (1); Zandvoort (1); gemeente buiten regio (1) 2019

2020/2021

Woon-/verblijfssituatie

7

10

Zelfstandige woning in de wijk (incl. omklapcontract en Housing First)

2

1

Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW) in woning met eigen voorzieningen op naam en in nabijheid van zorgaanbieder (waarvan in 2021 één i.h.k.v WLZ)

7

5

Intramuraal beschermd wonen (in 2021: drie i.h.k.v. WLZ-indicatie), waarvan twee opgeschaald naar zwaardere (somatische) zorg

Afgelopen jaar uitgestroomd (7) ● Het afgelopen jaar stroomde zeven participanten uit ons cohort uit naar een zelfstandige woning in de wijk. Vier van hen stroomde uit via de maatschappelijke opvang (twee van hen zijn nieuwe participanten), twee van hen vanuit beschermd wonen van Parnassia en één vanuit een BZW-woning van RIBW K/AM. ● Contractvormen:

zes

van

deze

participanten

stroomden

uit

naar

een

contingentwoning

met

een

driepartijenovereenkomst van twee jaar (waarvan één via Housing First). Eén van de participanten stroomde uit naar een seniorenwoning met regulier huurcontract via wachttijd bij Woningnet. ● Begeleiding: de vijf participanten met een driepartijenovereenkomst ontvangen de komende twee jaar wekelijks (of tweewekelijks) begeleiding van de RIBW (3) of Parnassia (2). De participant die uitstroomde via eigen inschrijftijd heeft akkoord van de gemeente om nog een half jaar begeleid te worden door diens RIBW-begeleider. ● Eén van onze MO-participanten stroomde met een terminaal ziektebeeld uit naar een zelfstandige woning met begeleiding. Kort na de transitie is hij in het ziekenhuis overleden. Jaar ervoor al uitgestroomd (10) ● Tien participanten woonden vorig jaar al zelfstandig. ● Omgeklapt: vijf van hen zijn het afgelopen jaar omgeklapt en hebben nu een woning op eigen naam, 2 andere cliënten zullen kort na het interview een woning op eigen naam krijgen. ● Begeleiding na omklap: Van de drie participanten met een BW-achtergrond die zijn omgeklapt ontvangen er twee nog begeleiding van het RIBW en FACT. De drie andere MO-participanten ontvangen na omklap geen vorm van begeleiding/behandeling meer.

● Eén participant met een Housing First-traject zou een week na het interviewen worden omgeklapt maar stond op het moment van interviewen op het punt om te worden uitgezet door de woningbouwvereniging wegens overlast (zie kader Jonas hoofdstuk 2). ● Eén participant had op het moment van interviewen na tien jaar een terugval in verslaving en is voor een aantal weken opgenomen bij de Brijder. Zijn woning kon hij behouden (zie kader Freek hoofdstuk 3).

6

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Doorstroom (4) ● Eén participant stroomde afgelopen jaar vanuit de MO door naar een passend aanbod voor dubbeldiagnose buiten deze regio, ● Eén MO-participant stroomde wegens leeftijd gerelateerde klachten door naar een verzorgingshuis in de regio. ● Twee BW-participanten stroomden afgelopen jaar vanuit beschermd wonen door naar een voorziening met meer somatisch zorgaanbod. Verblijfssituatie gelijk gebleven (4) ● Drie BW-participanten gaven aan dat hun woonsituatie de komende jaren hetzelfde zal blijven. Twee van hen wonen intramuraal beschermd en één participant woont begeleid zelfstandig in een BW-voorziening. Elk van hen heeft een WLZ-indicatie gekregen en kan op de huidige woonplek blijven wonen. ● Eén BW-participant die verblijft in een beschermd wonen setting, om te werken aan zijn verslavingsgevoeligheid, verbleef het afgelopen jaar ook op dezelfde plek. Hij zal binnenkort doorstromen naar een tijdelijke begeleid zelfstandige wooneenheid (HAT) waar hij zich één jaar in de buurt van zijn begeleiding zal voorbereiden op het zelfstandig wonen, waarna hij bij een succesvol traject zal uitstromen naar een zelfstandige woning. Situatie instabiel (2) ● Eén MO-participant zoekt nog met zijn behandelaar naar een passende plek. Deze verbleef afgelopen jaar vanwege schorsing tijdelijk in een voorziening voor kort verblijf buiten de regio.

Momenteel heeft hij geen vaste verblijfplaats. Hij verblijft in een hostel in deze regio, in afwachting van een passende plek 6. ● Een andere MO-participant verblijft momenteel buiten de regio waar hij zwart een kamer onderhuurt. Zijn leven is naar eigen zeggen onstuimig, waardoor hij in het verleden al meerdere malen in detentie verbleef. In de sociale kringen waarin hij zich begeeft gebeuren regelmatig heftige incidenten. Recentelijk is zijn partner overleden, waardoor hij momenteel niet openstaat voor een interview of vragen.

Bijzondere omstandigheden COVID-19 In verband met de situatie rondom COVID-19 zijn de interviews afgenomen in een digitale omgeving. In de interviews met cliënten is gevraagd naar ervaringen met verblijf in beschermd wonen en/of de maatschappelijke opvang, uitstroom 7- of verhuismomenten, de continuïteit en eventuele overdracht van zorg, ervaringen met het landen in de wijk en risicovolle en beschermende factoren bij hun routes naar herstel. Ook de beschreven ervaringen en bevindingen in ons rapport staan dit jaar niet los van de grote impact die COVID-19 en de daarvoor getroffen maatregelen het afgelopen jaar hadden. Zowel de (ambulante) begeleiding als o.a. ook de

6

Ondanks diverse benaderpogingen zowel direct als via hulpverlening hebben we deze participant dit jaar helaas niet kunnen

spreken. I.v.m. zijn precaire situatie wordt direct contact afgehouden door de betrokken professionals. 7

Bij de transitie naar een zelfstandige woning (al dan niet met driepartijenovereenkomst/zorgbepaling) kan worden gesproken over

zowel doorstroom of uitstroom. In deze rapportage spreken we over ‘uitstroom’ en gebruiken we ‘doorstroom’ bij het verhuizen naar een andere (intramurale) voorziening/verblijfplaats. Wanneer een participant uitstroomt uit zorg (bijvoorbeeld bij het omklappen van de woning) dan zal dit expliciet worden benoemd.

7

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

dagbestedingsactiviteiten en sociale activiteiten van onze participanten zagen er daarom het afgelopen jaar, ondanks het harde werk en inzet van de betrokken ondersteuningspartijen, anders uit. Opbouw van dit rapport De verschillende cliëntervaringen die hier kort staan weergegeven presenteren wij in dit rapport aan de hand van drie hoofdthema’s: verblijf en start van herstel in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen (hoofdstuk 1), het uitstroomtraject naar een zelfstandige woning (hoofdstuk 2) en ambulante ondersteuning, ontmoeting en participatie in de wijk (hoofdstuk 3). Elk hoofdstuk start met de belangrijkste hoofdpunten van dat hoofdstuk, waarna we de verschillende ervaringen van onze participanten met elk van de fases van hun (uitstroom)traject zorgvuldig uiteenzetten. Elk van de belangrijkste conclusies worden in gezamenlijkheid besproken in het laatste hoofdstuk, waarna de rapportage wordt afgesloten met een discussie en aanbevelingen, ook in relatie tot voorbeelden uit andere regio’s. Zo maken we een begin aan de overkoepelende conclusie welke wij over de jaren kunnen trekken over de Nederlandse transitie van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De resultaten zoals deze in deze rapportage worden gepresenteerd, worden in sommige gevallen ondersteund met illustratieve citaten.

Tenzij anders vermeld, zijn de bevindingen altijd gebaseerd op meerdere interviews. Hierbij wordt gebruik gemaakt van pseudoniemen om de identiteit van de gesproken participanten te beschermen. Op het moment van het verschijnen van de conceptrapportage zijn in de rapportage aangehaalde organisaties, die dit jaar niet geïnterviewd zijn, betrokken bij een proces van wederhoor. HVO-Querido en RIBW K/AM hebben hier gehoor aan gegeven.

8

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

1. Werken aan herstel in de opvang en beschermd wonen De afgelopen jaren kreeg de nachtopvang in deze regio veel kritiek te verduren. Zo verscheen er een zwartboek vanuit de SP. Ook onze participanten in de MO lieten zich in eerdere metingen soms kritisch uit over de onrust en combinatie van verschillende problematieken in de opvang. Inmiddels verblijft geen van onze MO-participanten meer in de opvang en is ook een groot deel van onze participanten die beschermd woonden uitgestroomd naar een zelfstandige woning. Daarnaast heeft een deel van de participanten afgelopen jaar een indicatie gekregen binnen de WLZ. In dit hoofdstuk bespreken we de ervaringen van onze participanten met het verblijf in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, de begeleiding die ze ontvangen of ontvingen en reflecteren ze op de voorbereiding op uitstroom.

Belangrijkste punten uit dit hoofdstuk: Ervaringen verblijf maatschappelijke opvang/nachtopvang ● De gebruikersruimtes op de Wilhelminastraat zorgen voor veel onrust bij verblijvers in de opvang die zelf niet gebruiken of dit in het verleden hebben gedaan. In het kader van toegenomen aandacht voor herstel in de voorziening pleit een groot deel van onze participanten voor het onderbrengen van deze ruimtes op een aparte locatie. ● Kleinschalige opvanglocaties met eigen voorzieningen, zoals ingezet tijdens de COVID-periode werden door participanten als zeer positief en herstelbevorderend beschreven. Meer rust en privacy zouden het traject aanzienlijk kunnen verkorten. ● Een groot deel van de participanten die op een moment in de afgelopen twee jaar in de MO verbleef, geeft aan tevreden te zijn met de trajectbegeleiding. Wel wordt er meer duidelijkheid gewenst over de duur waarop het traject gestart kan worden bij binnenkomst in de opvang. ● Driekwart van de participanten met ervaringen in de opvang benadrukt het belang van eigen motivatie bij hun perspectief op uitstroom en de snelheid van hun traject. Voor personen bij wie de interne motivatie (bijvoorbeeld door verslavingsproblematiek en onrust in en rondom de opvang) minder is/wordt verstoord, duurt het traject volgens hun vaak langer.

● Evenals in de eerdere twee metingen blijft het vinden van een doorstroomplek voor cliënten met complexe problematiek of een dubbeldiagnose in de regio lastig. Deze door ons gesproken cliënten bleken daarom aangewezen op een BW-plek buiten deze regio. Ervaringen verblijf beschermd wonen ● De ambulantiseringsbeweging wordt onder participanten in een BW ook steeds zichtbaarder, er is veel in- en uitstroom en er is steeds meer aanbod ter voorbereiding op uitstroom. Wel wordt er regelmatig geklaagd over de grote hoeveelheid wisselingen van BW-begeleiders. Dit zorgt voor onrust en gevaar op discontinuïteit in hun traject. Tevens is een vertrouwelijke band voor sommigen cruciaal voor stabiliteit. ● Een aantal cliënten die langere tijd in BW verbleven stroomde naar grote tevredenheid de afgelopen maanden uit naar een zelfstandige woning. Wel hadden zij het idee dat dit met de juiste begeleiding en tijdige inschrijving voor een woning bij start van het BW-traject ook al eerder had gekund. ● Vier van onze participanten kregen dit jaar een WLZ-indicatie. Veel van hen hebben vaak moeten verhuizen voor de juiste zorg. Zij hopen nu te kunnen blijven wonen waar ze wonen.

9

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

1.1 Ervaringen met verblijf in de maatschappelijke opvang Verblijf (en voorwaarden voor herstel): behoefte aan privacy minder onrust Verblijf in de opvang wordt ervaren als zwaar. Velen omschrijven deze periode in hun leven als ‘overleven’. Wel wordt er een groot verschil ervaren in de voorwaarden voor herstel die de fysieke opvanglocaties in de regio bieden. Elk van de participanten geeft aan dat er bij de Wilhelminastraat een gebrek aan privacy wordt ervaren doordat deuren van kamers niet dicht kunnen, er met meerdere mensen op een kamer wordt geslapen en er veel wordt gestolen. Dit zorgt volgens velen voor een continue staat van alertheid en stress. Tevens wordt het gebrek aan frisse lucht en ventilatie op de kamers (met name tijdens hete zomers) veelvuldig aangekaart. De locatie Velserpoort wordt op elk van deze fronten beter en prettiger ervaren, maar is niet voor elke doelgroep die verblijft op de Wilhelminastraat toegankelijk zoals personen met ernstige verslavingsproblematiek. Als belangrijkste verbeterpunt noemen veel participanten de gebruikersruimten van de Brijder in het pand op de Wilhelminastraat. Deze zorgen voor veel onrust en staan een meer op herstel gericht verblijf in de weg. Veel van hen pleiten er dan ook voor om deze ruimtes op een andere locatie onder te brengen, om de drempel voor gebruik in de opvang te verhogen en een rustigere omgeving te creëren.

Doorstroomduur: wens om sneller door te stromen naar kleinschaligere en zelfstandigere opvanglocaties Eind 2020 is een vergroot aantal woningen beschikbaar gekomen, waardoor een groot deel van onze participanten dat in de opvang verbleef versneld de mogelijkheid kreeg om door te stromen. Desalniettemin wordt de doorstroomduur door deze participanten als een belangrijk verbeterpunt aangehaald. Aangegeven wordt dat de doorstroomtijd bij aanvang erg onduidelijk is en op den duur zorgt voor een verlies van perspectief en groei van afhankelijkheid. Hoewel er begrip is voor de gespannen woningmarkt wordt er aangegeven dat het lastig is om bij langdurig verblijf in de nachtopvang (langer dan drie maanden) zelfredzaamheid te behouden. De wens wordt daarom uitgesproken om een snellere doorstroom te faciliteren naar meer zelfstandige verblijf locaties om de focus op herstel te behouden en zelfredzaamheid te stimuleren. Perron18 8, een verblijfslocatie waar een deel van onze participanten mede door de COVID-19 situatie kon verblijven, wordt hierbij veelvuldig aangehaald als een voorbeeld voor kleinschalige op herstelgerichte opvang. Zo vertelt Misha, een van onze recent uitgestroomde MOparticipanten: Als mensen van een plek binnen de opvang sneller doorstromen naar een kleinere locatie, dan houden mensen hun zelfstandigheid […] Er wordt gekeken naar hoe zelfstandig jij bent.

Maar hoe zelfstandig kun jij nog zijn na anderhalf jaar? Dan moet je echt overleven [...] Een te langdurig verblijf maakt je afhankelijk. Ik ben een voorstander van meer locaties zoals Perron 18. Je hebt daar je eigen privacy, je doet je eigen huishouding — koken, boodschappen en schoonmaken — waardoor je je zelfstandigheid behoudt. Als die doorstroom van de maatschappelijke opvang naar een kleinere, zelfstandige maatschappelijke opvang sneller gaat, zal het beter gaan met een persoon en minder nazorg nodig zijn.

8

Perron 18 - HVO-Querido

10

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Tevens blijkt uit de ervaringen van participanten dat personen die tijdens het traject in de opvang een grote focus hadden op hun eigen traject gecombineerd met werk/zinvolle daginvulling buiten de opvang, hun tijd in de opvang naar eigen zeggen sneller en mentaal fitter doorkwamen. Trajectbegeleiding: ondersteuning bij herstel en zicht op uitstroom De meeste participanten geven aan tevreden te zijn met de trajectbegeleiding die zij ontvangen tijdens hun tijd in de opvang. Respondenten omschrijven de individuele ondersteuning van de maatschappelijk werkers/trajectbegeleiders als betrokken. Een groot deel van hen omschrijft hulp te hebben gehad bij het vinden van passende ondersteuning bij problematiek, ondersteund te zijn bij het regelen van zaken rondom inkomen, schulden en financiën en het zoeken naar passende huisvesting. Ook benoemen zij het fijn te vinden dat trajectbegeleiders mee gingen naar afspraken met UWV, woningbouw of andere instanties om ook daar passende afspraken te maken. Wel wordt aangegeven dat bij binnenkomst in de opvang vaak onduidelijk is wanneer het traject van start kan gaan en soms lang op zich laat wachten. 9 Ook was het niet voor iedereen duidelijk dat de aangegeven streeftermijn voor uit- en doorstroom van zes tot negen maanden pas ingaat als het traject met de trajectbegeleider is gestart.

Om zoveel mogelijk perspectief te behouden in de opvang wordt de wens uitgesproken om hier in de toekomst bij aanvang nog duidelijker over te communiceren. Een groot deel van de participanten geeft aan dat assertiviteit en eigen motivatie van groot belang zijn bij het tijdig ontvangen van ondersteuning en van invloed zijn op de duur voor uitstroom. Zo vertelt Mia over haar zoektocht naar een woning: Ik heb toen drie maanden - iedereen moet dat zo'n beetje – aan de bel getrokken: is er al plaats voor me? Maar ik ben gelukkig niet verslaafd. Ik heb overal altijd aan meegewerkt, dus dat is ook in mijn voordeel. Ik ging ook altijd overal achteraan. Sommigen gooien hun kop in de wind en dan word je steeds maar later geholpen. Veel van de participanten geven aan de focus op eigen regie ook belangrijk en logisch te vinden. Er wordt echter ook benoemd dat er een groep met personen in de opvang verblijft bij wie de interne motivatie wordt verstoord door externe factoren als onrust en verslavingsproblematiek in de opvang of directe omgeving. Voor hen pakt de focus op eigen regie volgens onze participanten soms minder goed uit. Aangezien afspraken met trajectbegeleiding volgens participanten deels afhankelijk zijn van eigen initiatief, kan voor hen een vervolgtraject soms lang op zich laten wachten. Behandelcontacten blijken in het geval van verslavingsproblematiek lastig (zie onder).

Over de dagelijkse begeleiding binnen de dag- en nachtopvang geven participanten aan dat er soms weinig tijd en aandacht wordt ervaren. Ze geven aan dat er relatief weinig mensen op de vloer staan en er veel aandacht nodig is voor het beheersen van de rust in het gebouw. Hierdoor hebben sommige participanten het idee dat er bij de dagelijkse ondersteuning in de opvang soms weinig aandacht is voor de verhalen en ervaringen van individuele bezoekers. Behoefte aan meer begeleiding en doorstroommogelijkheden bij complexe problematiek en dubbeldiagnose In de afgelopen twee metingen kwam naar voren dat er nog onvoldoende aanbod is voor cliënten met een dubbeldiagnose (e.g. psychiatrische en verslavingsproblematiek), waardoor uitstroom wordt vertraagd en sommige personen verblijven in minder passende tijdelijke voorzieningen. Ook dit jaar zien we dat terug. Van de twee

9

De gemeente Haarlem vraagt hierbij de aandacht voor de grote impact van COVID-19. Door de extra locaties die op de zeer korte

termijn gerealiseerd moesten worden en de beperkte uitstroommogelijkheden tijdens de eerste COVID-19- golf zijn de trajectbegeleiders vooral op locatie ingezet. De individuele trajectbegeleiding is een periode gepauzeerd geweest. Dit kan verklaren waarom het tijdens het verblijf niet altijd helder was wanneer een traject begon. Inmiddels zijn deze wachtlijsten opgelost en krijgt iedereen weer een traject.

11

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

participanten die zijn geïndiceerd met complexe psychiatrische problematiek of dubbeldiagnose is een van de participanten doorgestroomd naar een beschutte beschermde woonplek buiten de regio. Hij geeft aan dat er in de regio geen passende plek voor hem beschikbaar was. De ander verblijft tijdelijk in een hostel op afwachting van een passende vervolgvoorziening in de regio. Er lijkt dus nog steeds tekort te zijn in aanbod voor passend verblijf, begeleiding en behandeling bij dubbele diagnoses en complexe problematiek. Ook zien respondenten dat vervolgplekken en begeleiding in het geval van verslavingsproblematiek lastig blijkt. Zo wordt verteld dat dit in de meeste gevallen de belangrijkste reden is voor herhaaldelijke dakloosheid en terugkeer naar de opvang. Ook in andere onderzoeksregio’s zien we terug dat passend (behandel- en verblijf) aanbod bij verslaving alvorens het uitstromen naar een eigen woning en aanbod op ambulante verslavingszorg in de wijk van groot belang zijn voor stabiele huisvesting. Hierover meer in hoofdstuk vier.

1.2 Ervaringen verblijf beschermd wonen Ambulantiseringsopgave beschermd wonen: steeds zichtbaarder onder bewoners Uit de verhalen van participanten die op het moment van interviewen beschermd wonen blijkt dat er op veel BW-locaties merkbare veranderingen plaatsvinden, waarbij meer gericht wordt op het ambulant wonen in de wijk. Zo merken een aantal participanten op dat er de afgelopen twee jaar veel wisselingen zijn van medebewoners. Met name voor mensen die langer binnen dezelfde BW-voorziening verblijven is dat een opvallende verandering: Er zijn steeds meer mensen die weggaan en dan komen er weer nieuwe. Dan komt er iemand binnen en dan denk ik: ja, ben je nou een bewoner of kom je op visite? Geen idee. Vroeger wist ik van iedereen waar iedereen woonde, maar het gaat het laatste half jaar zo af en aan. [...] Ja, een nieuw systeem. Daar moet ik erg aan wennen. Hoewel een zelfstandige woning in de wijk (nog) niet voor iedereen passend is, wordt er door participanten wel genoemd dat er vergrote aandacht is voor herstel en zelfredzaamheid. Naast begeleiding bij het huishouden en koken, worden ook benoemd dat er aandacht wordt besteed aan het beheren van eigen financiën. Op een aantal locaties worden daarnaast door maatschappelijk werkers trainingen gegeven over het zelfstandig wonen en het beheren van eigen financiën.

Wel signaleren BW-bewoners dat begeleiding minder aanwezig is op BW-locaties dan voorheen. Er wordt nu vaker begeleid op afspraak, waarbij ook in deze directe tijd rapportages worden gemaakt. Hier moeten sommige bewoners aan wennen. Intramurale continuïteit van begeleiding: bron van onrust Waar BW-cliënten bij de tweede meting het idee hadden minder wisselingen in begeleiding te ervaren, is dat dit jaar op sommige locaties weer sterk toegenomen. Met name in een RIBW K/AM-locatie in Hoofddorp geven een aantal participanten aan last te hebben van de hoeveelheid wisselingen. Hoewel de constructie van een begeleider en een schaduwbegeleider voor elk van de cliënten wel zorgt voor enige continuïteit, zorgen wisselingen voor veel onrust. Zo vertelt Karin: Ik heb de afgelopen twee/drie jaar om de haverklap een andere gehad. [...] Wat ook logisch is met die werkdruk. Ik bedoel, in de zorg, ik zie het op televisie ook, er is een hele hoge werkdruk. Ik neem het ze niet kwalijk, maar het is wel vervelend [...] ik vind het lastig, omdat je je gewoon ook niet echt aan iemand kan binden. Omdat je dan denkt: ja, die gaat toch misschien wel weer weg. Ja, dus dat vind ik vooral lastig. Dat je denkt: zal ik wel wat dingen vertellen? Want ja, die gaat ook misschien weer weg.

12

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

Er lijken hierdoor soms onwenselijke situaties te ontstaan wanneer wisselingen van begeleiding zorgen voor verminderde afstemming tussen BW en in het traject betrokken netwerkorganisaties, zoals een GGZ-behandelaar. Een BW-participant geeft aan dat ’rond de tafel’ gesprekken worden uitgesteld of al lange tijd niet zijn gevoerd door wisselingen in begeleiding. Ze vertelt: door steeds die wisseling van al die begeleiders komen we niet tot zulke structurele dingen. Hierdoor worden er soms tegenstrijdige beslissingen gemaakt door begeleider en behandelaar, bijvoorbeeld over het al dan niet continueren van dagbesteding bij intensieve behandeling. Voorbereiding op uitstroom: ook in BW tijdig zicht op vervolg Drie participanten die allen vijf à zes jaar beschermd woonden, waar zij onder andere begeleid werden bij hun verslavingsproblematiek, hebben het afgelopen jaar een woning gekregen. Zij geven aan al een tijd relatief zelfstandig te verblijven binnen de voorziening en hebben het idee dat ze al langere tijd klaar waren om zelfstandig te wonen. Hoewel ze erg blij zijn een woning te hebben gekregen, hebben ze het idee dat ze al eerder hadden kunnen uitstromen met meer proactieve begeleiding en meer vertrouwen. Ook vertelt een van hen na vijf jaar beschermd wonen, pas in het zesde jaar te zijn ingeschreven voor een woning.

Hij vertelt: na vijf jaar hebben ze me pas ingeschreven, ik dacht altijd dat het in het begin automatisch was geregeld dat ik ingeschreven werd. Dat vertelde begeleiding me toen. Had ik mij toen laten inschrijven, had ik misschien nou op normale wegen een woning. En dat frustreert mij. Hij en twee anderen spreken daarom de wens uit dat er bij start van het traject in beschermd wonen direct ingeschreven wordt bij Woningnet. Zo wordt onnodige wachttijd aan het einde van het traject te voorkomen. Openstelling WLZ Een vijftal participanten dat momenteel beschermd woont heeft het afgelopen jaar een WLZ-indicatie gekregen. Ze geven aan het fijn te vinden niet meer jaarlijks gesprekken te voeren over indicaties. Anderen moeten nog wennen aan het idee voor altijd zorg te ontvangen: aan de ene kant is het positief nieuws, omdat ik dan hulp krijg, maar het is ook weer daardoor negatief. Je wordt dan als het ware een beetje gestigmatiseerd of zoiets, dat je dan echt voor altijd die zorg hebt. Verschillende participanten hopen met een WLZ-indicatie te kunnen blijven wonen waar ze wonen. Verschillende participanten hebben vaak moeten verhuizen voor de juiste zorg en hebben dat als zeer onrustig ervaren.

Zo vertelt Ann, die de afgelopen 20 jaar vaak van voorziening verhuisde: Toen ik in de psychiatrie terecht kwam rond 2000 moest ik heel vaak verhuizen en ik raakte al mijn spullen telkens kwijt. Dus op een gegeven moment kwam ik hier wonen en toen dacht ik, ik wil niet weer de hele tijd blijven verhuizen. Dus voorlopig wil ik gewoon hier blijven [...] Zolang ik zorg heb kan ik blijven wonen volgens mij. Wat opvalt aan dit verhaal is de mate waarin deze participant behoefte heeft aan permanente huisvesting.

13

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

2. Uitstroomtraject naar een zelfstandige woning in de regio In de regio werken gemeenten, corporaties en zorginstellingen samen om de doorstroom naar zelfstandige woningen vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang te bevorderen. In Haarlemmermeer is de opstapregeling snel en voortvarend tot stand gekomen. Ook bij de contingent regeling in Zuid-Kennemerland en de kans woningen in de IJmond werken corporaties, zorg- en

welzijnsorganisaties en gemeenten steeds hechter samen om verlaters van

zorginstellingen een passende woning en een goede start te geven. In dit hoofdstuk bespreken we de ervaringen van participanten die verbleven in MO/BW en de afgelopen periode uitstroomden naar een zelfstandige woonvorm in de regio. Hun ervaringen met voorbereiding op uitstroom, afspraken en voorwaarden voor verschillende woonvormen en overgang naar de verschillende (regio)gemeenten staan hierin centraal.

Belangrijkste punten uit dit hoofdstuk: ● Uitstroom vanuit MO/BW in en naar de regiogemeenten lijkt goed op gang gekomen. Het overgrote deel van ons cohort dat is uitgestroomd heeft een zelfstandige woning gevonden in de gemeente van voorkeur/herkomst en is blij deze mogelijkheid te hebben om hier een voorkeur in uit te spreken. ● Praktische ondersteuning bij de grote hoeveelheid regelzaken rondom de transitie wordt zeer gewaardeerd. Dit helpt bij het behouden van het overzicht en tegengaan van overvraging. Het is daarmee een essentiële voorwaarde voor een goede start in een eigen woning. ● Wel benadrukken participanten het belang van tijdig en goed voorbereid papierwerk om bij toekenning van het huurcontract, aanvraag van budgetten, toeslagen en andere zaken zo snel mogelijk te regelen en daarmee het uitstroomtraject zo gestroomlijnd mogelijk te laten verlopen. Met name bij overgang naar een andere gemeente vraagt dit soms om extra zorgvuldigheid van professionals in beide gemeenten. ● Voorwaarden voor lokale voorrangswoningen als een contingent-, kanswoning of opstapregeling worden door het merendeel van de participanten zonder problemen geaccepteerd. Wel geven sommigen aan behoefte te hebben aan meer maatwerk. ● Zelfredzame daklozen bevinden zich nog vaak tussen wal en schip wanneer het gaat om het vinden van een woning in de regio.

Voorwaarden voor voorrangswoningen zijn vaak niet passend waardoor zij zich minder zelfredzaam opstellen om in aanmerking te komen. ● Contact met de woningbouw wordt door participanten ervaren als zakelijk, maar prettig. Betrokkenheid van begeleiding bij contactmomenten is volgens hen prettig en heeft een belangrijke ondersteunende functie in het aangeven van kwetsbaarheden. ● Ook blijkt het belangrijk om te zorgen voor direct, heldere en eenduidige communicatie tussen corporatie, zorgaanbieder en cliënt. Met name binnen Housing First-trajecten kunnen verschillende signalen over voorwaarden en regels vanuit zorgaanbieder en corporatie zorgen voor onwenselijke situaties waarin iemands woonsituatie op het spel kan komen te staan. Wel is het hierbij belangrijk uitstromers ook door middel van de juiste woonvoorwaarden een goed en eerlijke start te geven.

14

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

2.1 Uitstroomtraject: ondersteuningsbehoefte bij uitstroom Uitstroom naar een zelfstandige woning is een vreugdevolle maar ook impactvolle gebeurtenis in de levens van MO/BWparticipanten. Naast het wisselen van de woonplaats, verandert ook regelmatig de (nabijheid van) begeleiding en de sociale omgeving. Een belangrijke voorwaarde voor een goede stabiele start is het voorkomen van overvraging en het behouden van overzicht. Uitgestroomde MO- en BW-participanten geven aan dat praktische ondersteuning bij de transitie daarbij van groot belang was. Ze benoemen met name gebaat te zijn bij: •

Het afsluiten van contracten met aanbieders voor gas, water, elektra en wifi

•

Het organiseren van papierwerk voor het aanvragen van een eventuele uitkering, toeslagen (bv. huurtoeslag), verzekeringen, inrichtingsbudget/noodfonds of bijzondere bijstand/lening via gemeente (om bv. één maand dubbele huur te overbruggen).

•

Indien van toepassing helpen bij overstappen naar een andere huisarts en apotheek

•

Het meedenken over/organiseren van betaalbare stoffering en meubilering van het huis

•

Het organiseren van transport voor de verhuizing

Afhankelijk van de eigen zelfredzaamheid van de cliënt geven onze participanten aan goed te zijn begeleid bij deze regelzaken. Tijdelijk extra beschikbaarheid van begeleiding wordt daarbij zeer gewaardeerd. 70% van de participanten (zowel MO als BW) gaf aan bij een of meerdere van deze praktische zaken tevens hulp te hebben gehad van een bewindvoerder of budgetcoach. Met name bij participanten uit de opvang lijkt een bewindvoerder/budgetcoach een belangrijke rol te spelen bij het organiseren van deze praktische (financiële) zaken. Participanten die bij verblijf in de opvang of beschermd wonen onder bewind of budgetbeheer stonden gaven aan blij te zijn dat er in de tussentijd wat geld was opgespaard wat gebruikt kon worden voor de verhuizing en inboedel. Tijdig aanvragen van uitkering, toeslagen en regelingen om uitstroom te bespoedigen Als aandachtspunt bij uitstroom benadrukken zowel participanten met een MO- als BW-verleden het tijdig organiseren van papierwerk voor het aanvragen van regelingen, verzekeringen en budgetten. Veel van deze regelingen kunnen pas worden aangevraagd zodra het huurcontract is getekend en moeten daarna snel geregeld worden.

Zo vertelt Peter die op het moment van interviewen net twee dagen de sleutel van zijn eigen woning heeft gekregen, na een traject van zes jaar in verschillende beschermde woonlocaties: Zolang je geen contract hebt, kun je helemaal niets [...] maar wij hebben dat echt gewoon zo snel mogelijk aangepakt. We hadden de papieren allemaal al klaarliggen, dat op het moment dat het startschot op groen was, we alles konden invullen. Inrichtingskosten en natuurlijk moesten zij de eerste huur betalen. Dus er zijn best veel papieren geweest. Ik moest natuurlijk mijn huurtoeslag aanvragen [...]. Je moet een verzekering hebben en ga zo maar even door. We hebben gisteren het laatste afgerond, dat is de stroom. Daarvoor moet je een waarborg betalen. Dus dat hebben we ook betaald. Dus alles is in principe helemaal goed en zo moet het blijven. Hulp van een begeleider bij het tijdig organiseren van deze papieren kan volgens de participanten veel stress wegnemen. Het gezamenlijk maken van een actielijst helpt volgens hen om dit te overzien.

15

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

2.2 Uitstroom naar een andere gemeente in de regio In de regio wordt gezocht naar de beste match tussen cliënt, woning en woonomgeving. Participanten geven aan dat ze bij het aanvragen van een voorrangswoning in de regio ruimte ervaren om een voorkeur uit te spreken over de gemeente of wijk waar ze naar zouden willen uitstromen. Ze ervaren dit als zeer positief. Overigens geeft een derde van de participanten aan het krijgen van een eigen woning belangrijker te vinden dan de gemeente of woonomgeving. Uitstroom naar gemeente van herkomst In onderstaande tabel zie je de verdeling van uitgestroomde MO/BW-participanten over de gemeenten in de regio. Tussen de haakjes achter de aantallen uitgestroomde participanten per gemeente zie je de hoeveelheid participanten die oorspronkelijk uit deze gemeente kwamen voor verblijf in MO/BW of hier langere tijd (4 jaar of meer) beschermd woonden voor uitstroom. Gemeente van uitstroom

Participanten MO

Participanten BW

Haarlem

4 (3)

3 (3)

Velsen

-

3 (3)

Haarlemmermeer

3 (3)

1 (1)

Heemskerk

-

1

Zandvoort

-

1*

Buiten regio

-

1

* Respondent verbleef hier voor uitstroom 1,5 jaar in een tijdelijke BZW-woning op naam van de zorgaanbieder.

Van de zeven uitgestroomde participanten uit de MO, stroomden zes participanten uit naar een woning in de gemeente waar ze voorheen woonden (3 in Haarlem, 3 in Haarlemmermeer). Één participant stroomde op eigen wens uit naar een woning buiten zijn recente gemeente van herkomst (Velsen) om contact te vermijden met zijn oude netwerk. Hij stroomde naar eigen tevredenheid uit in Haarlem, zijn oorspronkelijke gemeente van herkomst, waar hij ook opgroeide. Van de tien participanten die uitstroomden uit beschermd wonen, stroomde het overgrote deel (negen participanten) uit in de gemeente waar ze langere tijd beschermd woonden. Voor vier van hen is dit ook de gemeente van herkomst. Voor de vijf andere participanten was bekendheid met de omgeving en mensen de reden om voorkeur uit te spreken voor deze gemeente. Een van hen kon via een aangeboden woningruil voorkomen dat hij een woning kreeg in de buurt van oude gebruikerscontacten. Één andere participant stroomde uit naar een corporatiewoning buiten de regio omdat hij niet wilde voldoen aan de voorwaarde voor bewindvoering die verbonden was aan het huurcontract.

Ondanks de woningschaarste geeft elk van onze participanten die uitstroomden binnen de regio uiteindelijk aan blij te zijn met de woonmatch. Waar een aantal participanten vorig jaar aangaf dat er bij de woonmatch onvoldoende rekening werd gehouden met hun verslavingsverleden, lijkt daar dit jaar op te worden gelet. De drie participanten voor wie de aanvankelijke woonmatch niet paste (i.v.m. nabijheid negatief netwerk of juist afstand van ondersteunend netwerk) kregen een aanbod om van woning te ruilen naar de gemeente van voorkeur. Participanten geven aan deze

16

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

mogelijkheid als zeer prettig te hebben ervaren. Wel geven een aantal participanten bij uitstroom naar een andere gemeente aan last te hebben ondervonden van de overbruggingsperiode. Het (weer) aanvragen van een uitkering of inrichtingsbudget in een andere gemeente in de regio, met name de gemeente Haarlemmermeer, duurde soms langer dan verwacht. Meerdere participanten geven aan dat bij het in- en uitstromen uit de opvang soms misverstanden ontstaan over ingevuld papierwerk waardoor participanten soms lang moesten wachten tot ze toegang hadden tot hun woning. Ook geeft een tweetal respondenten aan hierdoor langere tijd moeten overbruggen zonder uitkering. Zo vertelt Ruud die het afgelopen jaar vanuit de MO in Haarlem terug uitstroomde naar Hoofddorp: Dat was wel een heel gedoe. Toen ik van Hoofddorp naar Haarlem ging duurde het heel erg lang [...], daarin zijn zoveel fouten gemaakt. Maar uiteindelijk is dat goed gekomen. En van Haarlem naar Hoofddorp duurde het ook weer even voor die uitkering weer rond was. [...] Maar ik weet nu ook dat er heel veel misverstanden waren over hoe het papierwerk was ingevuld.

Dat kun je ook altijd een keer navragen aan [begeleider], wat heel raar was, was dat [contactpersoon in gemeente waar naar wordt uitgestroomd] dan weer dat kwijt was, dan weer zus kwijt was en dan weer zo kwijt was en dan kwam ze een paar weken later met: "Ik heb het toch gevonden." Dat zijn dingen die echt wel beter kunnen. Mensen die in zo'n penibele situatie zitten en die misschien mentaal helemaal gebroken zijn en dat niet zelf doen, die gaan alleen maar meer in de schulden raken of meer problemen krijgen. Ook in andere regio’s waar we onderzoek doen horen we regelmatig terug dat er vanuit begeleiding/gemeenten zaken mislopen bij het invullen of opsturen van papierwerk. Dit heeft invloed op de uitstroom uit de opvang en kan zorgen voor onnodig lange overbruggingsperiodes. Overgang naar andere gemeenten bij uitstroom vraagt daarom om extra zorgvuldigheid vanuit betrokken partijen aan beide kanten.

2.3 Huurcontract en voorwaarden Zeventien participanten stroomden uit naar een zelfstandige woning met begeleiding. Dertien van hen (76%) maakte hierbij aanspraak op een contingent woning (Zuid-Kennemerland), kanswoning (de IJmond) of opstapregeling (Haarlemmermeer). Zij hebben een zelfstandige woning met een tijdelijk huurcontract (al dan niet op naam van de zorgaanbieder) met een zorgbepaling. In de meeste gevallen wordt de woning na 2 (soms 1) jaar omgezet in een vast huurcontract op eigen naam (indien omklapconstructie). Vier participanten (elk met BW-achtergrond) vonden een zelfstandige woning via andere routes. Twee via wachttijd bij Woningnet, één via een medische urgentie en één via aanbod van een corporatie elders in het land. Elk van hen kreeg hierbij direct de woning op eigen naam, zonder zorgbepaling. Op eigen initiatief krijgt elk van hen wel ondersteuning van een begeleidende en/of behandelende partij. Huurvoorwaarden: het belang van maatwerk De belangrijkste voorwaarden waaronder het huurcontract wordt getekend waren voor elk van de cliënten die een woning kreeg via een voorrangsregeling vrij uniform: het accepteren van een begeleidingsovereenkomst, het (indien nodig) accepteren van bewindvoering of budgetcoaching, het voorkomen van overlast en het niet laten inwonen van een derde gedurende de eerste één of twee jaar.

Het merendeel van de cliënten geeft aan zonder veel twijfels akkoord te gaan met deze voorwaarden als deze bijdragen aan de stap naar een zelfstandige woning. Het grootste deel van de cliënten geven aan het fijn te vinden dat ondersteuning en contact met begeleiders tijdelijk doorloopt bij het zelfstandig

17

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

wonen. Een kwart van de participanten (elk met een MO-achtergrond) geeft aan het te zien als een noodzakelijke voorwaarde voor zelfstandig wonen waar ze mee akkoord gaan, maar zelf niet om zouden vragen. Hoewel het accepteren van bewindvoering/budgetbeheer volgens participanten niet in alle gevallen een strikte voorwaarde

is,

werd

deze

in

de

praktijk

wel

vaak

als

voorwaarde

gesteld.

Het

accepteren

van

bewindvoering/budgetcoaching om in aanraking te komen voor een voorrangswoning wordt door de meeste participanten ervaren als prettig en rustgevend. Zeker voor participanten met een BW-achtergrond die vaak lange tijd geen regie op eigen financiën hebben gevoerd. Toch vindt niet iedereen deze voorwaarde prettig. Voor een van onze participanten die verbleef bij een RIBW-voorziening was het accepteren van bewind door eerdere negatieve ervaringen in het verleden een onacceptabele huurvoorwaarde. Hij heeft daarom met hulp van begeleiding een woning gevonden buiten de regio waar bewind geen voorwaarde was. Vanuit hem en drie anderen komt de wens om meer ruimte tot maatwerk te creëren in deze voorwaarden en hierin een onderscheid te maken tussen noodzakelijke en wenselijke voorwaarden. Een vergelijkbare maar tegelijk andere behoefte aan maatwerk zien we bij meer zelfredzame of economisch dakloze personen. Zelfredzame/economisch daklozen - tussen wal en schip

Het verhaal van Misha Toen haar relatie strandde stond Misha op straat. Tijdelijk huurde ze een kamer onder in Haarlem om te zoeken naar een woning in de buurt van familie waar zij graag de zorg voor draagt. De Brede Centrale Toegang (BCT) vertelde haar dat ze in haar situatie (het hebben van tijdelijk onderdak) geen recht had op verblijf in de opvang/trajectbegeleiding van de BCT en verwees haar door naar het sociaal wijkteam. Volgens Misha gaf het sociaal wijkteam aan geen ervaring te hebben met haar specifieke problematiek, gerelateerd aan de wens tot zorg voor haar familie, en niet te weten hoe ze haar aan een woning konden helpen waarin ze hiervoor kan zorgen. Omdat ze zelf geen woning kon vinden, via inschrijftijd geen recht had op een woning en een verantwoordelijkheid voelde en wilde voor haar familie, voelde ze zich genoodzaakt om naar de opvang te gaan. Door te liegen over haar verblijfssituatie kreeg ze vervolgens een plek in de opvang. Bij de start van haar traject zocht ze vijf maanden via Woningnet/Woonservice naar beschikbare woningen in de buurt waar ze ook voor haar familie zou kunnen zorgen. Ook zocht ze buiten de regio naar woningen in gebieden waar de woningnood minder was. Echter, in verband met de verantwoordelijkheid voor de familie waar zij zorg voor draagt was dit geen optie.

Na vijf maanden werd aangegeven dat ze gebruik kon maken van een voorrangsregeling, naar haar eigen zeggen de enige mogelijkheid om versneld aan een woning te komen. Om in aanmerking te komen voor een voorrangswoning moest ze echter naar eigen zeggen een zwaardere hulpbehoefte hebben. Toen ik deze contingentregeling aan wilde gaan, heb ik aangegeven dat ik niet kon schoonmaken, dat ik moeite had om de post te openen. Dat ik een beetje koekoek ben. Alles om te zorgen dat ik een woning krijg. Momenteel verblijft ze in haar nieuwe woning, waar ze verplicht twee jaar begeleiding van het RIBW ontvangt en betaalt ze een bijdrage voor Wmo-ondersteuning. Ze vertelt: die man van de RIBW die hier gisteren was, zei al: 'Jij bent één van de weinigen die alles op orde heeft, ik zie geen reden waarom ik hier moet langskomen. De moeite bij het vinden van een woning bij grotere zelfredzaamheid horen we vaker bij participanten uit de MOnachtopvang. Hoewel HVO-Querido en de gemeente haar naar eigen zeggen goed hebben ondersteund bij het

18

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

vinden van een woning in de omgeving, was het traject wellicht niet de meest passende in haar situatie. Er komen verschillende knelpunten naar voren in haar traject: ●

Sociale wijkprofessionals en de Brede Centrale Toegang dienen in gevallen nog beter samen te werken met aanpalende zorgketens als mantelzorgondersteuning en jeugdzorg.

●

Het MO-traject duurde relatief lang, langer dan drie maanden, en uit het interview bleek dat dit om verschillende reden niet bevorderlijk was voor het behouden van de zelfredzaamheid, deze nam af.

●

Voorwaarden voor een voorrangswoning zijn niet bedoeld en dus niet passend voor meer zelfredzame personen. Ook is het onwenselijk om prijzige ondersteuning in te zetten waar het niet nodig is.

●

Onder de Pannen is gestart in de regio Haarlem, maar zou nog beter aangehaakt kunnen worden bij de wijkprofessionals, opdat dit preventieve aanbod bij meer verhuurders en potentiële huurders bekend wordt.

Zorgbepaling bij uitstroom via eigen route geen verplichte voorwaarde Een viertal participanten stroomde uit via alternatieve routes dan via een voorrangswoning (bijvoorbeeld via wachttijd bij Woningnet) met gezamenlijk overeengekomen maatwerk. Voor hen werden voor de doelgroep vaak gebruikte huurvoorwaarden zoals een zorgbepaling door de corporatie en zorgaanbieder niet als verplichte voorwaarde gesteld, en bleek dat ook niet nodig. Peter die na een begeleid traject van zes jaar weer een zelfstandige woning krijgt, heeft op eigen initiatief met zijn RIBW-begeleider een lage Wmo-indicatie aangevraagd om nog een half jaar samen op te lopen. Hij vertelt: Nou, daarvoor zijn ze wel naar de gemeente gegaan en gezegd: "Oké, luister. Meneer is vijf/zes jaren natuurlijk onder beheer geweest bij instanties en meneer heeft zelf aangegeven dat hij het wel fijn zou vinden, als hij toch zo zoetjesaan weer gewoon op de weg terug wordt gezet en dat het niet in één keer gaat van boem, de volgende dag moet je alles alleen doen. [...] voor mijn gevoel heb ik mezelf als het ware ingedekt. Zowel in het traject van Peter, als drie anderen die uitstroomden via een alternatieve route is hier gezamenlijk overeengekomen maatwerk geleverd voor een natraject. In andere Nederlandse regio’s zien we dat dit nog regelmatig niet gebeurt.

Dergelijke situaties zijn kwetsbaar en uitstromen zonder natraject is een belangrijke oorzaak voor herhaalde dakloosheid. Ook bij uitstroom buiten de contingentregeling (ook bij het vinden van een eigen woning of kamer in de private huurmarkt) is dan tijdige betrokkenheid van een begeleidende aanbieder bij het afwegen van een passend natraject wenselijk. Het maken van duidelijke werkafspraken met de cliënt over betrokkenheid bij uitstroom via dergelijke routes kan daarbij helpen. Fijn om te merken dat dat bij deze participanten goed is verlopen. Contact tussen cliënt en woningcorporatie: zakelijk maar prettig, begeleiding belangrijke ondersteunende rol Het tekenen van het huurcontract met de corporatie wordt gezien als een heugelijk, maar ook spannend moment. Aangegeven wordt dat het fijn is dat de begeleidende organisatie aanwezig is bij het tekenen van het contract en het gesprek bij het omklapmoment. Zorgaanbieders lijken een belangrijke ondersteunende/intermediaire rol te hebben in deze gesprekken door te helpen bij het verwoorden van eventuele aandachtspunten of vertalen van informatie. Het grootste deel van de participanten geeft aan het contact met de woningcorporatie als zakelijk maar prettig te ervaren en naast het tekenen van het contract en het omklapmoment weinig tussentijds contact te hebben met de woningcorporatie, tenzij er iets mankeert aan de woning.

Dit vinden zij prima. Opvallend is dat bij een groot deel van de

19

Rapportage 2020-2021 Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en de Haarlemmermeer

Universiteit van Amsterdam

participanten het contact met de woningbouw volledig loopt in samenspraak met - of geheel via de begeleiding. Er is daarbij weinig direct contact tussen de woningbouw en cliënt. Het overgrote deel van de participanten geeft aan dit fijn en duidelijk te vinden. Housing First: belang van eenduidige communicatie en voorwaarden voor een goede start Dat er ook een risico blijkt te schuilen in het indirecte contact tussen cliënt en de corporatie, zien we naar voren komen in de trajecten van onze twee Housing First participanten. In de vertaling van informatie van de corporatie door de zorgaanbieder kunnen waarschuwingen of voorwaarden soms anders of verzacht worden overgebracht dan ze worden gehandhaafd door de corporatie. Dit kan onwenselijke situaties opleveren voor zowel cliënt, zorgaanbieder, corporatie als de woonomgeving. Zoals ook te is zien in het voorbeeld van Jonas.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268296/2