CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210385018 Rapport Berenschot Haarlem

commissie Bestuur 9 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Toezenden Stukken organisatieontwikkeling.39.435 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

HOOFDRAPPORT

Samen meer dan de som der delen Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 3 juni 2021

HOOFDRAPPORT

Samen meer dan de som der delen Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 Philip van Veller Anne van Heerwaarden Peter Kuiperij Evelien Bults Roy Valks 3 juni 2021

Foto voorzijde: MCJ Campfens

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Inhoudsopgave 1

Inleiding.................................................................. 4

5.

Draagvlak bij inwoners en partners ........... 49

1.1

Aanleiding .................................................................................................. 4

5.1

Draagvlak voor het realiseren van

1.2

Vraagstelling.............................................................................................. 4

publieke waarde met partners.................................................50

1.3

Evaluatiekader in een notendop................................................5

5.2 Samenwerking met inwoners en partners .................... 53

1.4

Onderzoeksaanpak en verantwoording ..............................6

1.5

Scope van het onderzoek ................................................................6

1.6

Leeswijzer .....................................................................................................7

2.

Visie op de organisatie en de organisatie­ ontwikkeling ..........................................................9

2.1

Missie van de organisatie ............................................................... 11

2.2 Vertaling van missie naar visie op de organisatie....... 13 2.3 Uitwerking van organisatievisie naar

Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................ 56

6.1

Beantwoording hoofdvragen.....................................................57

6.2 Beantwoording deelvragen.........................................................59

7.

Handvatten voor doorontwikkeling ........... 65

7.1

Samenhangend sturen op de ontwikkeling van de organisatie...............................................................................66

organisatiemodel.................................................................................. 15

7.2 Publieke waarde ..................................................................................66

2.4 Sturing op de organisatie­ontwikkeling .............................17

7.3 Organisatie ............................................................................................. 68

3.

Publieke waarde­propositie............................. 21

3.1

Ambities en doelen ............................................................................ 21

3.2 Vertaling van maatschappelijke opgaven naar de organisatie................................................................................................. 23

4.

Inrichting en werking van de organisatiestructuur en cultuur .................. 26

4.1

Inrichting van de organisatie......................................................28

4.2 Coördinatiemechanismen en samenwerking.............. 32 4.3 Besluitvorming, sturing en strategie....................................37 4.4 Bedrijfsvoering.......................................................................................45 4.5 Gedragspatronen ...............................................................................47

3

6.

7.4 Legitimiteit ..............................................................................................70

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

HOOFDSTUK 1

Inleiding

1.1

Aanleiding

1.2 Vraagstelling

De gemeente Haarlem zette in 2015 vanuit een nieuwe

De gemeente Haarlem stelde de volgende twee hoofdvragen in

organisatievisie de ontwikkeling in naar een flexibele en

de evaluatie centraal:

wendbare organisatie. Onderdelen van deze ontwikkeling waren de opheffing van hoofdafdelingen, de vorming van 24

1. Hoe dragen de organisatieontwikkelingen sinds 2015 bij

afdelingen en de introductie van de drie sturingsprincipes:

aan de missie om tegelijkertijd wendbaar, slagkrachtig,

lijn, programma en gebied. Tussentijdse ontwikkelingen gaven

opgavegericht, betrouwbaar en zorgvuldig, te werken

verdere invulling aan de sturingsfilosofie uit de visie.

aan het realiseren van maatschappelijke resultaten? Zijn de ingrepen in de organisatie effectief geweest om de

Het doel van de organisatieontwikkeling is om als gemeentelijke organisatie – in lijn met haar missie – wendbaar, slagkrachtig,

missie te realiseren? 2. Welke effectieve en belemmerende organisatiepatronen

opgavegericht betrouwbaar en zorgvuldig maatschappelijke

zijn er, hoe worden deze binnen de organisatie ervaren en

doelen te bereiken. De gemeente wil effectief in kunnen spelen

hoe kan de organisatie versterkt worden in het licht van

op de veranderende verwachting en vraag van inwoners van

de missie?

Haarlem en Zandvoort en de opgaven van stad en dorp. De organisatievisie en -ontwikkeling moet daartoe bijdragen.

Voortvloeiend uit deze centrale onderzoeksvragen zijn de volgende zes deelvragen opgesteld:

Inmiddels is de gemeente Haarlem een aantal jaren op weg met deze ontwikkeling van de organisatie. Om vast te kunnen

1. Welke probleemanalyse en ex ante evaluatie lagen aan de visie ten grondslag?

stellen in hoeverre de organisatieontwikkeling bijdraagt aan

2. Interactie met en effect op samenleving: in hoeverre

het realiseren van de maatschappelijke doelen van Haarlem

heeft de organisatieontwikkeling bijgedragen aan de missie

en Zandvoort, was behoefte aan een onafhankelijke evaluatie.

om wendbaar, slagkrachtig, opgavegericht, betrouwbaar en

Berenschot is gevraagd deze evaluatie uit te voeren. In

zorgvuldig met de samenleving te werken aan huidige en

voorliggend rapport treft u de uitkomsten van de evaluatie.

toekomstige opgaven? Waar ligt het verbeterpotentieel? 3. Sturing en interne samenwerking: in hoeverre dragen

De organisatie werkt voor twee gemeentebesturen, Haarlem

de verschillende sturingsprincipes en de wijze waarop deze

en Zandvoort. Omdat medewerkers in dienst zijn bij de

tot uiting komen in de lijnorganisatie, programma’s en

gemeente Haarlem, wordt in dit rapport kortheidshalve over

gebieden bij aan de samenwerking en wat kan verbeterd

‘Haarlem’ gesproken, tenzij expliciet verwezen wordt naar de bestuurlijke doelen van beide gemeenten.

worden. 4. Sturing en interne samenwerking: in hoeverre slaagt de organisatie in sturing en samenwerking op doelen en resultaten, zowel op ‘deel’ (i.e. projecten, afdelingen, facetten, gebieden, zones) als ‘geheel’ (i.e. portefeuillebreed, stedelijk niveau, concern, integraal)? Wat gaat goed, wat kan versterkt, wat werkt belemmerend?

4

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

5. Sturing en samenwerking: In hoeverre draagt de

1.3.1

bedrijfsvoering (de ondersteunende afdelingen zoals

Publieke waarde als richtinggevend perspectief

HRM, ICT, ID etc.) van het primair proces en de wijze waarop deze georganiseerd is bij aan het bereiken van de maatschappelijke doelen? 6. In hoeverre worden samenhangende strategie­ vorming, sturing en beheersing gefaciliteerd, zodat

Publieke waarde

de organisatie haar rol als strategisch adviseur van beide colleges kan waarmaken? Berenschot is gevraagd om langs deze onderzoeksvragen een oordeel te geven over het (huidig) functioneren van de gemeentelijke organisatie van Haarlem en het verbeterpotentieel van de organisatie, afgezet tegen de missie

Draagvlak

om wendbaar, slagkrachtig, opgavegericht, betrouwbaar en

Organisatie

zorgvuldig te zijn. Er is gevraagd om in kaart te brengen wat goed werkt en versterkt kan worden en wat belemmerend werkt en bijstelling nodig heeft. De evaluatie moet resulteren

Figuur 1.

in handvatten voor de doorontwikkeling van de gemeentelijke

De essentie van het publieke waardeperspectief is dat al het

organisatie van Haarlem. De gemeente Haarlem heeft

overheidshandelen draait om het realiseren van publieke

aangegeven niet op zoek te zijn naar een geschiedschrijving

waarde voor de inwoners en het gebied: oplossingen voor

van de ontwikkelingen binnen de organisatie sinds 2015,

maatschappelijke opgaven. Om dit te realiseren werkt de

maar wel scherp terug te blikken op het waarom van de

organisatie vanuit een waardedriehoek die bestaat uit de

organisatieontwikkeling en hoe deze bijdraagt aan de missie van

volgende drie elementen:

de organisatie.

•

Visualisatie evaluatiekader.

Publieke waardepropositie: de maatschappelijke ambities en doelen die de gemeente Haarlem, samen met stakeholders, wil verwezenlijken en de resultaten die zij

1.3 Evaluatiekader in een notendop

daarvoor wil bereiken (het waarom en wat). •

Organisatie: de wijze waarop de gemeentelijke organisatie

Om tot een beantwoording van de hoofd- en deelvragen

van Haarlem haar ambities en doelen wil realiseren

te komen, hebben we in het onderzoek een evaluatiekader

(het hoe) is een afgeleide van ‘het waarom en wat’ en

gebruikt dat is opgebouwd langs het perspectief van publieke

is vervat in de organisatievisie. De organisatie betreft de

waarde van Mark Moore. Het evaluatiekader staat centraal in

structuren, processen en mensen die nodig zijn om die

de wijze waarop wij tot beantwoording van de onderzoeksvragen

doelen en resultaten te realiseren en de wijze waarop dit is

komen. De elementen uit het evaluatiekader zijn gebruikt om

ingericht en wordt bestuurd (het hoe). De wijze waarop de

informatie langs te verzamelen, te ordenen en te analyseren.

organisatie functioneert in de praktijk is bepalend voor de realisatie van de publieke waardepropositie. •

Draagvlak: steun en draagvlak van de omgeving waarin de gemeentelijke organisatie opereert en de stakeholders waar zij mee samenwerkt. Dit draagvlak richt zich op de wijze waarop de organisatie (met hen) opereert en publieke waarde realiseert.

Om als gemeente Haarlem op effectieve wijze publieke waarde te realiseren is het cruciaal dat er balans is tussen deze drie elementen. Zoals gevisualiseerd in figuur 1 ligt in deze evaluatie de focus op de bijdrage van de organisatie(ontwikkeling) aan deze balans. 5

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

1.3.2 Operationalisering van het evaluatiekader Het evaluatiekader staat centraal in de wijze waarop wij tot

1.4 Onderzoeksaanpak en verantwoording

beantwoording van de onderzoeksvragen komen. Per element van het publieke waardemodel analyseren we hoe het is

Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan deze rapportage is

bedacht (richten), of dat op een goede manier in de organisatie

uitgevoerd in de periode januari 2021 tot en met april 2021.

is vertaald (inrichten) en of dat tot het gewenste resultaat

Om de onderzoeksvraag langs de lijnen van het evaluatiekader

leidt (verrichten). Uit deze analyse destilleren we effectieve en

te kunnen beantwoorden hebben we gegevens verzameld door

belemmerende patronen en dynamieken die voortkomen uit

middel van een uitgebreide deskstudie van documenten die

de organisatiestructuur (bovenstroom) en de organisatiecultuur

door de gemeente aan ons beschikbaar zijn gesteld. Daarnaast

(onderstroom).

hebben we via interviews en groepsgesprekken meer dan negentig betrokkenen van binnen en buiten de organisatie

In figuur 2 wordt het evaluatiekader nader geoperationaliseerd

gesproken, een enquête onder alle medewerkers uitgezet

naar elementen die we systematisch en achtereenvolgend

(met een respons van 43,7%) en een kengetallenonderzoek

in kaart brengen in het rapport. Op basis van deze analyse

uitgevoerd. De gegevens die in het onderzoek zijn opgehaald,

(hoofdstukken 2, 3, 4 en 5) formuleren we conclusies op de

zijn geanalyseerd en verwerkt in voorliggende rapportage. We

onderzoeksvragen (hoofdstuk 6) en doen we aanbevelingen

hebben in de weergave van de gesprekken en de enquête de

over hoe wij menen dat de gemeentelijke organisatie van

opvattingen niet tot de persoon herleidbaar gerapporteerd,

Haarlem een stap vooruit kan zetten om (nog) meer publieke

maar schetsen de patronen daarvan.

waarde te realiseren (hoofdstuk 7). Visie op de organisatie (hoofdstuk 2) • Missie van de organisatie • Vertaling naar visie op de organisatie • Uitwerking van visie naar organisatiemodel • Sturing op de organisatie (ontwikkelingen) in periode 2015-2021 Publieke waardepropositie (hoofdstuk 3) • Ambities en doelen van Haarlem en Zandvoort • Vertaling van maatschappelijke opgaven naar de organisatie Inrichting en werking van de organisatie (hoofdstuk 4) • Inrichting van de organisatie • Coördinatiemechanismen en samenwerking • Besluitvorming, sturing en strategie • Bedrijfsvoering • Cultuur Draagvlak bij inwoners en partners (hoofdstuk 5) • Draagvlak voor het realiseren van publieke waarde met partners • Samenwerking met inwoners en partners Figuur 2.

Operationalisering van het evaluatiekader.

Voor een overzicht van de gesprekspartners en bestudeerde documenten zie bijlage 1. Voor de uitkomsten van het kengetallenonderzoek en de enquête zie bijlage 2.

1.5 Scope van het onderzoek Voorafgaand aan het onderzoek willen we een aantal zaken meegeven met betrekking tot de scope van het onderzoek. •

Dit onderzoek betreft een onderzoek naar de gehele organisatie; van organisatieonderdelen tot processen en van de interne cultuur tot de visie van externe partijen. Gegeven de beschikbare tijd voor dit onderzoek samen met de wens om een handzaam rapport op te leveren, is daarmee de ‘korrelgrootte’ (het abstractieniveau) waarop uitspraken worden gedaan relatief groot.

•

Dit bovenstaande betekent ook dat afzonderlijke organisatieonderdelen wel aan de orde komen, maar deze niet moeten worden beschouwd als specifieke doorlichtingen van die onderdelen. Onderzoek en analyse waren op het niveau van de hele organisatie en uitspraken over de positie en samenhang van afzonderlijke onderdelen staan in dienst van het onderzoek naar het geheel. Dit heeft ook betekenis voor de handvatten die in hoofdstuk 7 geformuleerd worden. Deze zijn gericht op het niveau van de algehele organisatie, niet op het detailniveau van afdelingen.

6

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

•

In dit onderzoek worden veel beelden van binnen de

Elk hoofdstuk start met een samenvatting

organisatie weergegeven. Vaak gaat het om de opbrengst

van de centrale bevindingen. Vervolgens

van de interviews en sessies met gesprekspartners. Dat

wordt per element van het evaluatiekader de

kan - zoals bij veel kwalitatief onderzoek - de vraag oproepen hoe representatief die beelden nu zijn. We willen

Leestip!

bevindingen onderbouwd op basis van feitelijke informatie en beelden vanuit de

aangeven dat het hier in alle gevallen gaat om patronen

gesprekken en de enquête. Elke paragraaf eindigt met de

in de gesprekken en niet om individuele uitspraken van

analyse van Berenschot.

een enkele medewerker. Alle weergaven van ‘beelden van gesprekspartners’ zijn te plaatsen in de bredere context van

Indien u weinig leestijd heeft, maar toch een goed beeld

wat we ophaalden.

wilt krijgen van de essentie van dit rapport adviseren wij u voor de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 de samenvatting aan het

•

Dit onderzoek richt zich zoals gezegd op de ambtelijke

begin van het hoofdstuk te lezen en de onderzoeksconclusies

organisatie en gaat eveneens in op de wisselwerking tussen

(hoofdstuk 6) en aanbevelingen (hoofdstuk 7) door te nemen.

organisatie en bestuur. Het onderzoek richt zich niet op de wisselwerking tussen beide colleges van B&W en de raden.

1.6 Leeswijzer Ons evaluatierapport bestaat uit een hoofdrapport met verschillende onderzoeksbijlagen. Voor u ligt het hoofdrapport. Het hoofdrapport kent de volgende opbouw: •

In hoofdstuk 2, 3 4 en 5 worden de hoofdbevindingen uiteengezet langs de lijnen van het evaluatiekader.

•

In hoofdstuk 6 beantwoorden we de onderzoeksvragen van de evaluatie.

•

In hoofdstuk 7 formuleren we handvatten voor de gemeente Haarlem om de organisatie in het licht van haar missie verder te versterken.

De onderzoeksbijlagen bestaan uit de volgende onderdelen. •

Gesprekspartners en geraadpleegde documenten (bijlage 1). Dit document bevat een overzicht van de gesprekspartners en de geraadpleegde documenten.

•

Achtergrondbronnen van het onderzoek (bijlage 2). Dit document bevat de opbrengsten van de enquête en het kengetallenonderzoek.

7

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

De clustering van afdelingen binnen Netwerkteams van de enquête

Afdeling

Netwerkteams (sinds corona)

Bedrijven

VECH

Beheer en Beleid Openbare

Binnen dit onderzoek wordt regelmatig gerefereerd aan

Ruimte

Concernstaf en Bedrijfsvoering en

een onderverdeling van afdelingen in domeinclusters

Bestuur en Communicatie

of netwerkteams. Het gaat hierbij om vijf verschillende

Concern control

Concernstaf

domeinen/netwerkteams te weten het Sociaal domein,

Data, Informatie en Analyse

Bedrijfsvoering en dienstverlening

Fysiek domein, VECH, Concernstaf, en Bedrijfsvoering en

Directie

Niet van toepassing

dienstverlening. In onderstaande tabel vindt u terug hoe

Economie, Cultuur, Duurzaamheid

de verschillende afdelingen gekoppeld zijn aan de diverse

en Wonen

domeinen. Het kan voorkomen dat een afdeling onder meer

Facilitaire Zaken

Bedrijfsvoering en dienstverlening

dan een domein valt. We hebben er voor gekozen om deze

Financiën

Bedrijfsvoering en dienstverlening

onderverdeling aan te houden omdat er in het afgelopen

Griffie

Niet van toepassing

jaar op dit niveau Netwerkteams zijn ingesteld waarbinnen coördinatie en afstemming plaatsvindt tussen de afdelingen.

dienstverlening

VECH en Fysiek domein

Concernstaf en Bedrijfsvoering en

HRM

dienstverlening

Op deze wijze sluiten we in ons onderzoek en rapportage zo

Informatievoorziening

Bedrijfsvoering en dienstverlening

goed mogelijk aan op de ontwikkelingen in de organisatie.

Interne Dienstverlening

Bedrijfsvoering en dienstverlening

Jeugd, Onderwijs en Sport

Sociaal domein

Juridische Zaken

Bedrijfsvoering en dienstverlening

Klantcontactcentrum

Bedrijfsvoering en dienstverlening

Maatschappelijke Ondersteuning

Sociaal domein

Managementondersteuning

Bedrijfsvoering en dienstverlening

Omgevingsbeleid

Fysiek domein

Programma en Gebiedsmanagement Project- en contractmanagement Schulden, Minima en Sociale Recherche

Fysiek domein en Concernstaf Fysiek domein Sociaal domein

Vastgoed

Fysiek domein

Veiligheid en Handhaving

VECH

Vergunningen, Toezicht en Handhaving Werk en Inkomen Tabel 1.

8

Fysiek domein

Fysiek domein en VECH Sociaal domein

Overzicht koppeling afdelingen aan domeinen.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

HOOFDSTUK 2

Visie op de organisatie en de organisatieontwikkeling Focus

Zowel de organisatieontwikkeling zelf als deze

Dit hoofdstuk heeft tot doel om beknopt en scherp de

evaluatie daarvan begint met de missie. In dit

uitgangspunten en doelen voor de organisatieontwikkeling te

hoofdstuk gaan we in op de missie van de

schetsen en te analyseren. Dit vormt het kader waarbinnen

organisatie en de vertaling van deze missie naar

deze evaluatie plaats heeft gevonden.

de visie op de organisatie. Met de missie op de organisatie maakt de gemeente duidelijk wie ze

Deze evaluatie heeft nadrukkelijk niet het doel om een historisch

is, wat ze doet en wat ze wil bereiken. De visie is

beeld te geven van de organisatieontwikkeling van 2015 tot

afgeleid van de missie en geeft het toekomst­

nu. Wel gaan we in dit hoofdstuk in op een aantal belangrijke

beeld van wat de organisatie wil zijn. Samen

stappen in de organisatieontwikkeling. In de volgende figuur

geven de missie en visie richting aan de orga­ni­

hebben we een beknopt overzicht gegeven van de relevante

satie ontwikkeling en stellen hier kaders in.

momenten in de organisatieontwikkeling sinds 2015.

• Programma-brief ‘Flexibel en Veilig’ • Visie op organisatie gemeente Haarlem • Project leiderschapsontwikkeling

2015

2016

• Organisatie in ontwikkeling • Haarlem in 2040 • Projectplan Leiderschapsprogramma

2017

• Uitwerkingsopdrachten organisatievisie • Organisatiemodel • Organisatievisie volgende stap ‘Samen doen’ • Kick-off leiderschapsontwikkeling Figuur 3.

9

2018

2019

• Start heringerichte organisatie • Gemeenschappelijke regeling ambtelijke samenwerking Zandvoort-Haarlem

Overzicht markeringsmomenten in de organisatie­ ontwikkeling.

• Evaluatie organisatieontwikkeling Haarlem

2020

• Uitbraak COVID-19 • Instellen netwerkteams

2021

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Hoofdbevindingen visie op de organisatie en organisatieontwikkeling

• Alhoewel dat destijds een bewuste keuze is geweest, constateren we dat de uitwerking van de visie meer een optelsom van onderdelen is geworden, en weinig duidelijkheid

2.1 Missie van de organisatie

biedt over welke richting de organisatie op moet gaan. De

• Het vertrekpunt van de Haarlemse missie is de maatschap-

organisatievisie biedt daarin geen houvast. Er is geen een-

pelijke ontwikkelingen die zich voordoen. De gemeente wil

-op-een doorvertaling van de organisatievisie naar de vele

daarop effectief inspelen. De missie is algemeen en geeft

beleids- en organisatiedocumenten. Deze hebben elk hun

geen betekenis aan de Haarlemse (en later Zandvoortse)

eigen missies, visies, doelen en prioriteiten. Het is daardoor

context en opgaven. Het DNA van Haarlem en Zandvoort –

moeilijk te duiden wat voor wie en wanneer leidend is en

en wat dat vraagt van de organisatie – ontbreekt.

waarom dat het geval is.

• De kernwaarden en missie geven – ook in de praktijk – geen heldere richting aan de organisatie. De status van de missie en de kernwaarden zijn niet helder binnen de organisa-

2.3 Vertaling van de organisatievisie naar het organisatiemodel

tie. De kernwaarden komen zowel in documenten als in

• In onze visie maakt het niet uit of het organisatiemodel

gesprekken met medewerkers niet terug en lijken niet te

van de gemeente Haarlem het beste past bij een net-

leven.

werkorganisatie of een andere structuur. Een organisatie-

• De verschillende elementen van de missie hebben een

ontwerpproces zou moeten worden ‘ontworpen’ vanuit

intrinsieke spanning in zich. We zien een spanning tussen

de maatschappelijke opgaven, het (reguliere) werk, de

slagkracht en zorgvuldigheid; immers slagkracht sugge-

context en de ambities van een organisatie in plaats van

reert snelheid en doortastendheid, terwijl zorgvuldigheid

vanuit een gekozen archetype organisatiemodel. Het gaat

meer appelleert aan onverstoorbaarheid en bezinning.

er in het ontwerp vervolgens om of de gekozen structuur

Ook wendbaarheid en betrouwbaarheid kunnen schuren.

goed is uitgewerkt, een oplossing biedt voor de geïdenti-

Het is belangrijk om helder te hebben hoe er gekozen

ficeerde problemen en een goede invulling geeft aan de

en geprioriteerd wordt wanneer deze spanningen zich

ontwerpcriteria.

voordoen en wat in welke situatie prevaleert. Dat is voor-

• De gemeente Haarlem heeft gekozen voor het organisa-

alsnog onduidelijk en leidt tot stapeling. Daarmee werken

tieprincipe van de flexibele netwerkstructuur om wend-

de wensen tegen elkaar in; op papier maar ook – zoals we

baar in te kunnen spelen op de Haarlemse opgaven. Zoals

zullen zien – in de praktijk.

gesteld zijn deze opgaven niet nader toegespitst op de

2.2

Vertaling van de missie naar de organisatievisie

• De analyse dat toenemende complexiteit van opgaven

Haarlemse context. De netwerkstructuur is vervolgens voor zowel de vaste als de flexibele gemeentelijke taken

vraagt om een flexibelere wijze van organiseren op onder-

toegepast. Andere oplossingen dan een netwerkstructuur

delen van de organisatie is een goed te volgen redenering.

zijn (zover wij weten) niet onderzocht.

Dit is eveneens in lijn met de ontwikkeling die bij veel over-

• In de uitwerking van de organisatievisie naar het organisa-

heden momenteel gaande is. Wat in de redenering van

tiemodel zien we dat er geen nadere uitwerking geweest

de visie (en de missie) ontbreekt, is een vertaalslag van de

is van de werking van de nieuwe structuur en er geen

Haarlemse maatschappelijke opgaven naar wat dat vraagt

extra begeleiding na de transitiefase is geweest voor me-

in termen van flexibel en vast organiseren van taken en het inrichten van (overkoepelende) randvoorwaarden.

dewerkers en leidinggevenden. • In de praktijk blijkt dat er is teruggevallen op een model

• De verdere uitwerking en vertaling van de visie heeft heel

van traditionele lijnsturing. De medewerker wordt voor

duidelijk bottom-up plaatsgevonden. Een eenduidige

de inhoud en prioritering van werkzaamheden gestuurd

redenering en kader voor de organisatie en de sturing op

vanuit zijn of haar hiërarchische leidinggevende. Ook voor

het geheel en per onderdeel mist.

bijvoorbeeld het werken in projecten en programma’s loopt de beoogde sturing in de praktijk via de lijn. Die is dominant in de toedeling van capaciteit en middelen. De horizontale coördinatie wordt in de invulling niet gematcht met de benodigde bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Hiermee is niet alleen geen aansluiting op de filosofie van de flexibele netwerkstructuur, maar is ook de

10

vermenging tussen vast en flexibel werk compleet.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

2.4 Sturing op de organisatieontwikkeling

2.1.1

• Tot nu toe is de organisatieontwikkeling (bewust) geleide-

In de loop der tijd is sprake geweest van verschillende

Formulering van verschillende missies

lijk en organisch verlopen. Er is niet gestuurd en gereflec-

formuleringen van de missie. Hiernavolgend zijn deze

teerd op het bereiken van de organisatiebreed geformu-

verschillende formuleringen weergegeven:

leerde doelstellingen. Er is wel binnen afdelingen en soms ook domeinen gestuurd op het realiseren van doelstellin-

Organisatiemissie opgenomen in ‘visie op de organisatie’

gen. Er is niet helder gestuurd op de samenhang daartus-

(2015)

sen

Onze organisatie ondersteunt de stad en het bestuur bij

• Er is geen procesvoering op de ontwikkeling van de orga-

het bereiken van haar doelen. We zijn een betrouwbare

nisatie geweest. We zien dat de organisatieontwikkeling

dienstverlener, een professioneel opdrachtgever, een

zich heeft voltrokken als een stapeling van losse verande-

deskundig regisseur en een aantrekkelijk en maatschappelijk

rinitiatieven – gericht op de bovenstroom - die niet vaak

bewuste organisatie.

zijn afgemaakt. De organisatie heeft daarmee geleerd dat veranderingen uiteindelijk niet doorgaan en heeft ook suc-

We zijn één organisatie

cesvolle manieren ontwikkeld om veranderingen tegen te

• Met slagkracht, weinig regels en veel ruimte

gaan. Er is hierdoor een ‘taaiheid in verandering ’ ontstaan,

• Waar zelfbewuste medewerkers met eigen verantwoorde-

1

die met elke keer dat een verandering niet goed wordt

lijkheid, lef en trots werken

afgemaakt zal vergroten.

• Die steeds meer projectmatig en/of thematisch werkt

• Er is voor de organisatiebrede ontwikkeling geen duide-

• Die transparant is in haar handelen

lijke stip op de horizon, met daarin concreet in gedrag

• Samenwerking met partners binnen en buiten de stad in

uitgewerkt wat er van leidinggevenden en medewerkers

steeds wisselende netwerken.

wordt verwacht. Door deze onduidelijkheid en door de hoge werkdruk is het voor medewerkers lastig om ander

Organisatiemissie opgenomen in ‘organisatie in

gedrag te vertonen.

ontwikkeling’ (2017)

• Leidinggevenden zijn cruciaal om gedrag in organisaties

Als gemeente Haarlem willen wij blijvend een betrouwbare

te veranderen. Hier is enkel in het begin aandacht voor ge-

dienstverlener, een professioneel opdrachtgever, een

weest. Later in de ontwikkeling van de organisatie is deze

deskundig regisseur en een aantrekkelijk en maatschappelijk

aandacht verslapt/afgenomen. Nadat het leiderschaps-

bewuste werkgever zijn. Om dit mogelijk te maken, bereiden

programma werd overgedragen aan de lijnorganisatie is

wij als ambtelijke organisatie besluiten voor en voeren deze

de aandacht hiervoor weggezakt en is er geen benodigde

uit.

capaciteit vrijgemaakt. Het lijkt er eveneens op dat in het leiderschapsprogramma weinig aandacht was voor het

Organisatiemissie opgenomen in vraagstelling ‘evaluatie

begeleiden van leidinggevenden in het leidinggeven aan

organisatieontwikkeling’ (2020)

verandering.

De gemeente Haarlem heeft de missie om tegelijkertijd wendbaar, slagkrachtig, opgavegericht, betrouwbaar en zorgvuldig te werken aan het realiseren van

2.1 Missie van de organisatie

maatschappelijke resultaten voor de inwoners van Haarlem en Zandvoort.2

Met de missie op de organisatie maakt de gemeente duidelijk waarom zij er is, wat ze doet en wat haar ambities daarbij zijn. Een missie vormt, samen met de kernwaarden, een kompas om de organisatie op in te richten en processen te organiseren, te sturen op gewenst gedrag, en om op terug te vallen bij het nemen van complexe besluiten die buiten de reguliere structuren en processen vallen. De missie wordt geconcretiseerd in de visie, waarover later meer. 2 1

11

Met ‘taaiheid in verandering’ bedoelen we dat het systeem/de organisatie geneigd is om de verandering buiten de deur te houden en steeds terug te bewegen naar de oude situatie. Naarmate men vaker veranderinitiatieven niet afmaakt, wordt de beweging naar de oude situatie sterker.

Deze formulering is tot stand gekomen en vastgesteld in de directie bij de bespreking van de vraagstelling van deze evaluatie. Daarbij werd de visie van 2015 als uitgangspunt genomen (wendbaar, flexibel, slagkracht). Zorgvuldigheid en betrouwbaarheid zijn daaraan toegevoegd om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in het overheidshandelen te benadrukken, en opgavegericht omdat dit verwijst naar wendbaar inspelen op wat nodig is en daarop prioriteren.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Naast de organisatiemissie identificeert de gemeente Haarlem

Echter, de bekendheid van de missie is gering; zij ‘leeft’ niet.

(kern)waarden, normen en gedragscodes die richting geven

Medewerkers geven aan dat er niet een duidelijk ‘mantra’

aan het dagelijkse werk, binnen en vooral ook buiten onze

is waar vanuit zij werken, waar de Haarlemse organisatie

organisatie. Deze kernwaarden geven aan waar de Haarlemse

van is. In de enquête hebben we gevraagd de gemeentelijke

organisatie voor staat en welke koers zij wil varen. De volgende

organisatie en de wijze van werken in enkele steekwoorden

vier kernwaarden staan centraal.3

te beschrijven. Kernwoorden die dan veelvuldig naar voren komen zijn: ‘betrokken en collegiaal’, ‘bureaucratisch en

•

• • •

Haarlem/Zandvoort/Spaarndam centraal: we werken

stroperig’, ‘onsamenhangend’ en ‘eilandjes’. Er wordt, naast

voor de stad/dorp en de Haarlemmers/Zandvoorters/

betrouwbaarheid en zorgvuldigheid, weinig gerefereerd aan de

Spaarndammers.

kernelementen van de missie.

Samenwerken: we werken respectvol samen met collega’s op basis van geïnformeerd vertrouwen.

Over de missie wordt aangegeven dat ‘je er ook niet tegen

Eigenaarschap: we voelen ons verantwoordelijk en staan

kunt zijn’; de woorden moeten worden geladen naar wat het

voor ons product.

(concreet) betekent voor de organisatie en de manier waarop

Lef & ontwikkeling: wij geven en krijgen ruimte voor

daarbinnen met elkaar gewerkt wordt. Dat gebeurt onvoldoende

initiatief en innovatie.

en onvoldoende consequent. Daarnaast geven respondenten aan dat er niet wordt geprioriteerd in de verschillende

Wat we zien is dat de missie in de verschillende stukken (ook

onderdelen van de missie en de kernwaarden. Daarmee wordt

niet in andere documenten) niet specifiek betekenis krijgt

geen duidelijke focus gekozen, maar wordt de wijze waarop

voor Haarlem (en later ook Zandvoort). De missie geeft geen

de organisatie haar taken moet realiseren (opgavegericht,

betekenis aan de Haarlemse context en opgaven. Het DNA van

wendbaar, flexibel, betrouwbaar en zorgvuldig) beleefd als een

Haarlem en Zandvoort komt niet duidelijk terug in de missie.

stapeling.

De gemeentelijke organisatie van Haarlem heeft de missie en

2.1.3 Analyse

kernwaarden niet eenduidig vastgelegd, maar beschrijft deze

Het vertrekpunt van de missie zijn de maatschappelijke

in verschillende documenten op onderdelen net iets anders.

ontwikkelingen die zich voordoen waarop de gemeente

Wat eveneens opvalt is dat in de verschillende documenten

effectief wil inspelen. Wat opvalt is dat is deze ontwikkelingen

in het kader van de organisatieontwikkeling, jaarplannen

zich overal voordoen en niet specifiek gelden voor Haarlem

en visiedocumenten niet (expliciet) wordt gerefereerd aan

(en later ook Zandvoort). De missie geeft geen betekenis aan

de missie van de organisatie en hoe daar invulling aan

de Haarlemse context en opgaven. Het DNA van Haarlem en

wordt gegeven. Daarnaast worden de missie en de visie in

Zandvoort ontbreekt.

documenten door elkaar heen gebruikt. Voor de fysieke leefomgeving en het maatschappelijk domein zijn eigen

Het is niet helder wat de status van de kernwaarden van de

domeinspecifieke missies geformuleerd.4 Het is onduidelijk

missie binnen de organisatie is. De kernwaarden komen zowel

hoe deze zich tot elkaar en tot de organisatiebrede missie

in documenten als in gesprekken met medewerkers niet terug

verhouden.

en lijkt niet te leven. Daarmee geven missie en kernwaarden

5

op zichzelf nog niet zoveel richting.

2.1.2 Missie in de beleving van gesprekspartners Desgevraagd wordt breed aangegeven dat de missie op zich

In de verschillende wensen van de missie constateren we

wordt gedragen. Over de hele organisatie, van directie tot

een intrinsieke spanning. Dat is op zich geen bezwaar mits

medewerkers, wordt het belang ingezien van een missie.

er een samenhang of verhaal achter zit, zodat wanneer die

Bovendien worden de elementen van de missie op zich –

spanningen zich voordoen ook helder gekozen en geprioriteerd

wanneer zij worden voorgelegd – onderschreven.

kan worden. Zo zien we een spanning tussen slagkracht en zorgvuldigheid; immers slagkracht suggereert snelheid

3

4 5

12

In het document Organisatie in Ontwikkeling is aangegeven dat deze vier kernwaarden een bundeling zijn van alle waarden die de afgelopen jaren zijn geformuleerd. In april 2017 is een werkgroep gevormd om focus aan te brengen door vier kernwaarden te benoemen, die als startpunt dienen bij de praktische doorvertaling. Bijvoorbeeld in jaarplannen van afdelingen worden weer afdelingsspecifieke missies en visies genoemd en visies op leiderschap en competenties. Zie onder meer de DT-opdracht ‘De fysieke leefomgeving ontwikkelen, beheren en onderhouden’

en doortastendheid, terwijl zorgvuldigheid meer appelleert aan onverstoorbaarheid en bezinning. Ook wendbaarheid en betrouwbaarheid kunnen schuren. Daarmee werken de wensen tegen elkaar in; op papier maar ook – zoals we zullen zien - in de praktijk.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

Hiermee raken we aan een achtergrond die vaker naar

•

Daarnaast vraagt het kunnen inspelen op complexiteit om

boven komt: er is een missie waarvan de onderdelen vanuit

een platte organisatie met korte snelle (besluitvormings)

herken­baarheid en wensen van de opstellers en betrokkenen

lijnen die flexibel werkt aan afdelingoverstijgende thema’s

zijn geformuleerd. Het is meer een opeenstapeling dan een

en opdrachten. Dat vraagt om goed samenwerkende

beredeneerd verhaal; keuzes zijn blijven liggen.

afdelingen en een directie die stuurt op organisatiebrede thema’s, domeinen en waarden. Om dit te bereiken wordt het organiseerprincipe van een flexibele netwerkorganisatie

2.2 Vertaling van missie naar visie op de organisatie

gehanteerd.7 •

Er wordt onderkend dat naast de wens voor een flexibele organisatie ook een organisatie nodig is die betrouwbaar

De visie is afgeleid van de missie en geeft het toekomstbeeld van

en gedegen haar diensten levert. Met andere woorden: niet

wat de organisatie wil zijn. Zij bevat concrete opvattingen over

alles moet flexibel.

de gewenste staat van de organisatie, een ontwikkelingsrichting en de gewenste perceptie van de organisatie. De missie en

•

De organisatieontwikkeling moest – mede ingegeven door

visie geven samen richting aan en stellen de kaders voor de

vervelende ervaringen met de reorganisatie in 2013 –

organisatieontwikkeling.

nadrukkelijk organisch en samen tot stand komen zonder

Ofschoon in de organisatieontwikkeling van Haarlem zelden

strakke sturing van bovenaf of een hele duidelijke stip op de

expliciet onderscheid werd gemaakt tussen de missie en visie,

horizon.

gaan we in deze paragraaf wel in op deze vertaalslag. De visie bevat geen stip op de horizon, maar richting en kaders

2.2.1 Missie, visie en het geven van richting aan de organisatie

voor de organisatieontwikkeling vanuit de missie. De kern van de organisatievisie vatten we in het volgende kader samen.

In november 2015 formuleerde de gemeente Haarlem een visie op de organisatie als startpunt voor de organisatieontwikkeling.

Kern van de organisatievisie

Een verandering in de opgaven en de context waarin de

Wij zijn één organisatie met slagkracht waar zelfbewuste

gemeente moet acteren werd als aanleiding gezien voor deze

medewerkers met eigen verantwoordelijkheid, lef en trots

nieuwe visie op de organisatie. De organisatieontwikkeling

werken.

moest inspelen op een omgeving waarin maatschappelijke, politiek-bestuurlijke, economische en technologische

Onze toegevoegde waarde zal meer dan ooit afhankelijk zijn

ontwikkelingen zich snel opvolgen, de vraag en verwachting

van de deskundigheid van onze mensen.

van Haarlemmers veranderen, Haarlemse en Zandvoortse opgaven steeds complexer worden en waar de gemeentelijke

We ontwikkelen ons naar een organisatie met daadkrachtige

dienstverlening wordt geoptimaliseerd.6

medewerkers die ruimte krijgen om met een breder mandaat te handelen.

Aan de hand van de missie en visie van 2015 is een traject ingezet om deze te vertalen naar een nieuwe opzet en werking

Brede inzet, ontwikkeling en opleiding van medewerkers zijn

van de organisatie. Ten grondslag aan deze vertaling destilleren

voorwaarden voor de verbetering van de prestaties van onze

we de volgende redeneerlijn:

organisatie.

•

De complexiteit van de vraagstukken die zich voordoen in de samenleving vragen om hoogwaardige en daadkrachtige

Een organisatie die flexibel werkt aan afdelingoverstijgende

medewerkers en leidinggevenden die dicht op de materie

thema’s en opdrachten, vraagt om inzet van iedereen.

zitten. Zij moeten vrijheid, professionele verantwoordelijkheid en een breed mandaat hebben. Medewerkers moeten worden gestimuleerd om zelf netwerken te vormen en initiatieven op te zetten om naast het vaste werk ook het flexibele werk op te pakken. Verantwoordelijkheden worden dus laag in de organisatie belegd. 13

6

Visie op de organisatie (2015).

7

Organisatie in Ontwikkeling (2017).

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

De richting van de visie is dat de organisatieontwikkeling moet

hoofd­lijnen van de visie, welke ontwikkelstappen en keuzes nu

inspelen op (complexe) veranderingen en flexibel moet kunnen

echt gemaakt worden, wat daar de reden voor is (los van dat er

meebewegen met de opgaven die voor Haarlem en Zandvoort

veranderd moet worden), en welke organisatorische eisen en

relevant zijn. Tegelijkertijd moet ook niet alles flexibel worden

rand­voorwaarden dat stelt aan de afzonderlijke delen en het

ingericht; de gemeentelijke dienstverlening moet gedegen

geheel.

en betrouwbaar blijven. In algemene zin vraagt dit om een andere inrichting, samenwerking, competenties en gedrag van

Een heldere, eenduidige en samenhangende redenering van

medewerkers. Daarvoor wordt het model van een flexibele

wat de visie beoogt naar hoe de deelopdrachten invulling geeft

netwerkorganisatie gekozen.

aan de visie (of vice versa) en wat dat voor eisen stelt aan de organisatieontwikkeling mist. Daarnaast wordt ook niet

De visie op de organisatieontwikkeling is tussen 2015 en

duidelijk hoe de verschillende deeluitwerkingen samenhangen

2017 is op organische wijze tot stand gekomen. Er is besloten

én samenvallen (bijvoorbeeld in competenties en beoogd

om niet via een traditioneel reorganisatieplan tot een

gedrag van medewerkers, welke randvoorwaarden moeten

organisatieverandering te komen, maar om vanuit een door de

worden ingevuld) en hoe daarop gestuurd is en wordt. De

directie geformuleerd richtinggevend kader opdrachten uit te

deelopdrachten zijn zo meer een optelsom van losse prioriteiten

laten werken door (hoofd)afdelingsmanagers

en uitgangspunten.

Vanuit deze opdrachten hebben de afdelingsmanagers met

Het totaal van de uitwerking van de organisatieontwikkeling

afdelingshoofden vanuit (hoofd)afdelingsspecifieke vraag­

is na uitwerking van de deelopdrachten geconsolideerd in

stukken verder invulling gegeven aan de uitwerking van de

het document Organisatie in Ontwikkeling (2017). Dat is

richting uit de organisatievisie. Ook dat proces is organisch

nadrukkelijk geen eindstation van de visie op de organisatie

vormgegeven. Er zijn de volgende deelopdrachten geformuleerd

en de organisatieontwikkeling, maar consolideert de

en opgepakt:

genomen stappen. Aanvullend zijn ook in het document

8

1. Versterken van de juiste verbinding tussen het werken voor stad en bestuur. 2. De fysieke leefomgeving ontwikkelen, beheren en

organisatieplan Bedrijfsvoering (2017) en het document directie en bestuursondersteuning (2017) de genomen stappen geconsolideerd.

onderhouden. 3. Vertrouwen in samenwerking: geïnformeerd vertrouwen.

2.2.2 Beleving van de richting

4. Onze organisatie op weg naar 2018: Sociaal Domein.

Gesprekspartners geven aan de filosofie van de organisatievisie

5. Integrale Dienstverlening en Veiligheid 2016-2020.

– in lijn met de missie- op hoofdlijnen te delen. De noodzaak

6. Ondersteuning afdelingen bedrijfsvoeringsmodel

van een slagkrachtige, wendbare, opgavegerichte, zorgvuldige

(projectopdracht). 7. Operational Excellence (projectopdracht).

en betrouwbare organisatie, die effectief inspeelt op complexer wordende opgaven, geldt nog steeds.

8. Resultaat Verantwoordelijk Manager (projectopdracht) Onze gesprekspartners geven in de interviews aan dat Er is (bewust) geen duidelijk samenhangend kader van

de visie op de organisatie echter onvoldoende eenduidig

uitgangspunten waarbinnen de deeluitwerkingen van de visie

wordt uitgedragen. Het is niet helder voor medewerkers en

tot stand zijn gekomen. Er is gekozen voor een bottom-up

leidinggevenden wat er concreet van hen wordt verwacht en

benadering, die is uitgemond in sterk van elkaar verschillende

wat de visie voor hun betekent.

en ogenschijnlijk vormvrije uitwerkingen van opdrachten van het directieteam (DT).

De nadere vertaling van de missie en visie naar een uitwerking van de visie op de organisatie en de verschillende onder­

De deelopdrachten bestaan elk uit een groot aantal uitgangs­

delen is naar het beeld van de gesprekspartners met name

punten, doelen, resultaten en activiteiten en gevraagde

door afdelingshoofden vormgegeven in de verschillende

competenties en rolinvullingen. Het is onduidelijk hoe deze

uitwerkingen. Dat is organisch gegaan zonder strakke blauw­

verschillende deelopdrachten concreet uitwerking geven aan de

drukken. Het beeld is dat vanuit het directieteam niet strak op het geheel is gestuurd.

8

14

In Organisatie in Ontwikkeling wordt gesproken over 6 opdrachten: Integrale Dienstverlening en Veiligheid, Stads- en gebiedsgericht werken, Omgevingswet, Transformatie Sociaal Domein, Bedrijfsvoering en ondersteuning, Flexibel & Veilig.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

2.2.3 Analyse

In het richtinggevende stuk ‘Organisatie in ontwikkeling’ uit

De analyse dat de toenemende complexiteit van opgaven

2017 wordt het fenomeen flexibele netwerkorganisatie naast de

vraagt om een flexibelere wijze van organiseren op onderdelen

‘vaste’ organisatie aangeduid: ‘Een flexibele netwerkorganisatie

van de organisatie is een goed te volgen redenering en is in lijn

is geen vervanger voor het huidige organisatiemodel. Het is een

met de ontwikkeling die bij veel overheden momenteel gaande

aanvulling op onze wijze van werken die ontstaat in situaties

is.

waar deze meerwaarde heeft. Want naast een organisatie die snel en flexibel weet in te spelen op veranderingen van

Wat in de redenering van de visie ontbreekt is een vertaalslag

klantvraag, is er ook een organisatie nodig die betrouwbaar en

van de Haarlemse maatschappelijke opgaven en wat dat vraagt

gedegen haar diensten levert.’

in termen van flexibel en vast organiseren van taken en het inrichten van (overkoepelende) randvoorwaarden: wat is flexibel en waarom? En wat is vast en waarom?

Figuur 4.

De netwerkorganisatie - hiërarchische organisatie (naar J.P. Kotter). Bron: Organisatie in ontwikkeling, 2017

De verdere uitwerking en vertaling van de visie heeft heel duidelijk bottom-up plaatsgevonden. Een eenduidige

Om invulling te geven aan het organiseerprincipe is er gekozen

redenering en kader voor de organisatie en de sturing op

om de structuur van hoofdafdelingen te veranderen naar

het geheel en per onderdeel mist. Alhoewel dat een bewuste

een nieuwe structuur met 24 afdelingen. Deze afdelingen

keuze is geweest destijds, constateren we dat de uitwerking

hebben een een-op-een relatie hebben met de directie en de

van de visie een optelsom van onderdelen is geworden

ondersteunende afdelingen. Daarbij wilde men een organisatie

en weinig duidelijkheid en houvast biedt over welke

inrichten die niet enkel uitgaat van structuur en functies, maar

richting de organisatie op moet gaan. Er is geen heldere

van doelstellingen en samenwerkingen in wisselende vormen.

doorvertaling van de organisatievisie naar de vele beleids- en

Er wordt daarbij vaker in clusters en ketens aan uiteenlopende

organisatiedocumenten. Deze hebben elk hun eigen missies,

opdrachten gewerkt, in een werkvorm die past bij de aard van

visies, doelen en prioriteiten. Het is daardoor moeilijk te

het vraagstuk, de betrokken spelers en hun competenties.

duiden wat voor wie en wanneer leidend is en waarom dat het

Processen, procedures en structuur zijn daarbij hulpmiddelen

geval is.

en ondergeschikt aan het beoogde resultaat, waarbij de directie stuurt op organisatiebrede thema’s, domeinen en waarden.

2.3 Uitwerking van organisatievisie naar organisatiemodel

In de stukken komt de noodzaak naar voren om de gemeentelijke organisatie zo in te richten dat ze in staat is om met steeds wisselende – en deels nog onbekende – vraagstukken om te gaan. De organisatieopdracht in de startbrief, evenals

2.3.1 Naar een flexibele netwerkorganisatie

de invulling in het organisatieplan, legt de nadruk op de

Bij het document ‘Organisatie in Ontwikkeling’ werd het

structuur (ofschoon ook de onderwerpen processen en

organiseerprincipe van een flexibele netwerkorganisatie als

cultuur zijn vermeld in de startbrief). In de uitwerking van

uitgangspunt genomen. Dit wordt door de gemeente Haarlem

het organisatiemodel ligt weinig nadruk op de werking van die

omschreven als ‘een organisatie waarin medewerkers de

structuur.9

juiste netwerken weten te vormen om de opgaven, waar wij voor staan, te realiseren. Deze netwerken ontstaan

Er zijn verschillende manieren waarop een organisatie

vanuit de verschillende opgaven en zijn niet gebonden aan

flexibiliteit in kan bouwen in de structuur van de organisatie.

afdelingsgrenzen. Bij volbrengen van de opgave verdwijnen

Een netwerkorganisatie is één van die manieren. In de

deze netwerken of gaan zij over naar een nieuw netwerk met

stukken is geen heldere afweging terug te vinden over welke

een andere opgave. De flexibele netwerkorganisatie draagt

verschillende manieren zijn overwogen om flexibiliteit in de

ook bij aan het flexibel inzetten van onze medewerkers en

organisatie in te bouwen.

aan een organisatie die makkelijk mee kan ademen met het veranderende werkpakket.’ 9

15

De werking van de structuur gaat bijvoorbeeld over de coördinerende mechanismen zoals managementprocessen (‘hoe worden besluiten genomen binnen de nieuwe structuur?’) en resultaatsturing (‘hoe wordt geborgd dat organisatiedoelen worden gerealiseerd in de nieuwe structuur?’).

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

2.3.2 Beelden (achteraf) over het principe van de flexibele netwerkorganisatie

2.3.3 Analyse

In de gesprekken en interviews wordt de noodzaak onderkend

missie uitgewerkt en er werd gekozen voor een flexibele net-

van een flexibele organisatie waarbinnen in wisselende

werkorganisatie naar het model van Kotter. Andere oplossingen

samenstellingen aan verschillende opgaven wordt gewerkt. Ook

dan een netwerkstructuur om het werk op de gewenste flexibele

de brede verscheidenheid aan onderwerpen die onder de term

manier te organiseren zijn wij in de gesprekken en documenten

‘organisatie’ vallen worden herkend. Als randvoorwaarden

niet tegengekomen. Wij vinden het belangrijk om op te merken

worden onder andere genoemd de noodzaak voor transparante

dat oplossingen in een organisatieontwerpproces zou moeten

processen, professionaliteit en professionele vrijheid van

worden gezocht vanuit de opgaven, het (reguliere) werk, de con-

medewerkers, heldere taakverantwoordelijkheid op het

text en de ambities van een organisatie in plaats van vanuit een

niveau van afdelingen, maar ook van medewerkers. Ook

gekozen archetype organisatiemodel.

De visie op de organisatie is – min of meer - in lijn met de

wordt erkend dat de flexibele netwerkorganisatie eisen stelt aan de medewerkers zoals het flexibel kunnen zijn, het om

Het is niet duidelijk waarom uiteindelijk voor dit model is

kunnen gaan met onzekerheid en het ‘door de organisatie

gekozen en niet voor andere modellen of sturingsprincipes die

heen kunnen laveren’. Hiermee ontstaat het beeld dat er

wellicht ook een antwoord hadden kunnen bieden op de andere

een brede herkenning is van de organisatievisie als oplossing

eisen die vanuit de omgeving gesteld werden. Daarnaast valt op

voor de uitdagingen waar de gemeente voor staat, evenals de

dat, hoewel is onderkend dat niet alles in de organisatie flexibel

herkenning dat dit organisatievraagstuk vele facetten heeft die

hoeft te worden ingericht, er geen expliciete aandacht is voor

met elkaar samenhangen.

welke taken ‘vast’ zijn en hoe deze worden georganiseerd.

In de beleving van respondenten is de uitwerking van de

Een netwerkorganisatie verschilt, volgens het geadopteerde mo-

organisatie echter niet afgemaakt in lijn met de oorspronkelijke

del van Kotter, op fundamentele punten van de domeinstruc-

gedachte van de nieuwe organisatie – en functioneert deze ook

tuur die Haarlem gewend was. De rol, scope en samenstelling

niet als bedoeld. Vaak wordt aangegeven dat het ontwerptraject

van leidinggevende functies en rollen verschuift van verticale

gestopt is bij het tekenen van de nieuwe structuur, terwijl

sturing naar horizontale verbinding. Medewerkers moeten in

onvoldoende is uitgewerkt en gedetailleerd hoe de nieuwe

verschillende samenstellingen, rollen en invalshoeken aan op-

organisatie vervolgens moet gaan werken. Bovendien is in

gaven werken. De overstap van een domeinstructuur naar een

de beleving van de respondenten niet vastgehouden aan de

netwerkstructuur is daarmee complex. In de vertaling van de

principes die werden geformuleerd.

organisatievisie naar het organisatiemodel zien we dat er geen nadere uitwerking geweest is van de werking van de nieuwe

Met name managers geven aan dat de verhouding tussen vaste

structuur.

en flexibele taken in de uitwerking te weinig aandacht heeft gekregen. Dit onderscheid was wel in de visie op de nieuwe

In de praktijk blijkt dat is teruggevallen op een model van tradi-

organisatie aanwezig, maar is niet verder uitgewerkt naar

tionele lijnsturing waarbij een medewerker voor de inhoud en

organisatieprincipes en -oplossingen.

prioritering van de werkzaamheden wordt gestuurd vanuit zijn of haar hiërarchische leidinggevende. Ook voor, bijvoorbeeld, het

Ook wordt erop gewezen dat niet is voldaan aan de

werken in projecten en programma’s loopt de sturing via de lijn.

randvoorwaarden waardoor dit systeem zou werken. Zo

Hiermee is er niet alleen geen aansluiting op de filosofie van de

blijft de formele sturing op inhoud en prioritering, ook die

flexibele netwerkstructuur volgens Kotter, maar is ook de vermen-

voor flexibele opgaven, via de lijnorganisatie dominant en

ging tussen vast en flexibel werk in de uitvoering compleet.

is er daardoor weinig ruimte voor het ontstaan van flexibele netwerken.

Uiteindelijk maakt het niet uit of het organisatiemodel van de gemeente Haarlem het beste past bij een netwerkorganisatie zoals Kotter beschreef, of een domeinstructuur. Het gaat erom of de gekozen structuur goed is uitgewerkt, een oplossing biedt voor de geïdentificeerde opgaven en een goede invulling geeft aan de ontwerpcriteria. In het geval van de gemeente Haarlem ontbreekt de link tussen de opgaven, de daaruit volgende ont-

16

werpcriteria en de structuur.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

2.4 Sturing op de organisatie­ ontwikkeling

Leiderschapsontwikkeling Eén van de projecten die onder het programma Flexibel en Veilig viel, was het project leiderschapsontwikkeling.

2.4.1 Flexibel en Veilig

Begin 2015 sprak de toenmalige directie de wens uit om de

In 2016 heeft de directie een aantal programma’s in het leven

organisatieontwikkeling te laten ondersteunen door een proces

geroepen om vorm te geven aan de principes van haar visie

van Leiderschapsontwikkeling.10 Vanuit het programma zijn

op de organisatie. De organisatieontwikkeling vond plaats

er in 2015 gesprekken met leidinggevenden gevoerd over wat

onder de titel ‘Flexibel en Veilig’. De filosofie was dat de

leidinggevenden nodig hadden in hun ontwikkeling. In de

organisatieverandering ‘organisch’ zou plaatsvinden. Ofschoon

maand september 2016 is er een kick-off geweest van het

het dus formeel niet om een reorganisatie ging, werd de

leiderschapsprogramma. Tijdens deze kick-off gingen zowel

structuur aangepast en werden medewerkers en managers

leidinggevenden als medewerkers met elkaar in gesprek over het

daarin geplaatst. Daarbij vielen nadrukkelijk geen ontslagen;

leiderschap dat de gemeente Haarlem nodig had. Ook is men

iedereen kreeg een (nieuwe) plek.

in werkateliers aan de slag gegaan met de visie op leiderschap en het projectplan voor het leiderschapsprogramma. Op basis

Sturing op de organisatieontwikkeling

van deze kick-off zijn er vijf basiskwaliteiten benoemd voor

Ten behoeve van onze documentstudie heeft de organisatie ons

leidinggevenden. In januari 2017 is het projectplan vastgesteld.

zeer veel documenten ter beschikking gesteld. Noch uit deze

Het leiderschapsprogramma zou gebaseerd zijn op de eerder

stukken, noch uit de gesprekken blijkt dat er met ingang van

ontwikkelde vijf basis kwaliteiten, het zou worden aangeboden

2018 gestructureerd en integraal werd gestuurd, gemonitord en

aan zowel formele leiders als informele leiders (onder

bijgesteld op de organisatieontwikkeling. Het invoeren van de

andere programma en projectmanagers, coördinatoren en

A3-jaarplannen van de directie en van afdelingen was wel een

veiligheidsmanagers) en het aanbod zou worden samengesteld

vorm van sturing, maar dit heeft niet binnen de organisatie

samen met de doelgroep. In het leiderschapsprogramma

een sturende rol gekregen in de praktijk. Ook zijn verder op

zaten drie leerlijnen: een kennisleerlijn (onderwerpen als

deelonderwerpen en binnen onderdelen van de organisatie

bedrijfsvoering en juridische zaken), de persoonlijke leerlijn en

interventies gepleegd. Deze evaluatie is echter het eerste

de inspiratieleerlijn (inspiratiebijeenkomsten met onder andere

(integrale) onderzoek naar de gehele organisatie(ontwikkeling)

Dopper11 en met de gemeenten Alkmaar en Haarlemmermeer).

sinds de start in 2015. Er is geen sprake van (tussentijdse)

In de persoonlijke leerlijn zat een instapmodule, die nagenoeg

evaluatie- en dus leermomenten.

alle leidinggevenden hebben doorlopen. Deze instapmodule gaf leidinggevenden zicht op waar hun kwaliteiten en

Een belangrijke veranderingsfactor die nog eens bovenop de

ontwikkelpunten lagen, gezien de vijf basis kwaliteiten. Na

organisatieontwikkeling kwam, was de centrumconstructie

de instapmodule was er een reviewafspraak met één van de

van Haarlem ten behoeve van alle taken van de gemeente

projectleiders. In dit gesprek werd besproken waar nog de

Zandvoort. Deze centrumconstructie ging per 1 januari 2018

verdere ontwikkelbehoefte lag. Op basis van deze gesprekken is

in. In dat kader zijn vrijwel alle medewerkers die in dienst

er een voorstel gedaan voor een aanbod voor leidinggevenden.

waren van de gemeente Zandvoort in de Haarlemse organisatie

Leidinggevenden hebben zelf aangegeven waar het meeste

opgenomen. De gemeentelijke organisatie van Haarlem voert

behoefte aan was. De top 5 van meest aangevraagde modules

sindsdien vanuit een centrumconstructie alle taken voor de

is vervolgens ingekocht. Het leiderschapsprogramma heeft als

gemeente Zandvoort uit. Dit betekent dat de organisatie vanaf

project tot de zomer van 2018 gelopen. Daarna is het door de

2018 een stuk groter werd en de inwoners en bestuurders

directie overgedragen aan de afdeling HRM.

van twee gemeenten ging bedienen. De instroom van nieuwe medewerkers in 2018 bedroeg 24,2%; iets meer dan het dubbele van de normale instroom van de gemeente Haarlem. De inpassing van de nieuwe medewerkers in de organisatie, en het werken voor twee besturen, is gelijktijdig met de organisatiewijzigingen uitgerold.

10 11

17

Presentatie Leiderschapsontwikkeling overdracht (2018). Dopper is een Haarlems bedrijf dat plastic hervulbare waterflessen in de handel brengt om het gebruik van plastic wegwerpflesjes tegen te gaan.

Evaluatie organisatieontwikkeling gemeente Haarlem 2015-2021 | Hoofdrapport

2.4.2 Beelden over de organisatieontwikkeling Sturing op de organisatieontwikkeling In de gesprekken komt regelmatig het begrip ‘ad hoc’ voorbij als het gaat om de implementatie van de voorgenomen wijziging van de organisatie. Nadat de nieuwe organisatiestructuur is geïmplementeerd, is binnen de gemeente Haarlem

Bij veranderingen in ... ...de afdeling weet ik wat de reden en bedoeling daarvan is

...de afdeling voel ik wat me welkom om hieraan bij te dragen

...de organisatie weet ik wat de reden en bedoeling daarvan is

veel aandacht besteed aan het maken van verschillende plannen. Afdelingsmanagers en medewerkers zijn uitgebreid betrokken bij de planvorming en totstandkoming van de organisatieontwikkeling, maar dit is nagelaten in het

...de organisatie voel ik wat me welkom om hieraan bij te dragen 0-10%

vervolgproces. In de interviews wordt aangegeven dat deze plannen maar deels worden opgepakt en vaak na een tijdje stranden, omdat er steeds nieuwe prioriteiten zijn. De plannen worden niet afgemaakt. Denk hierbij onder andere aan het

10-20%

20-30%

30-40%

40-50%

50-60%

60-70%

70-80%

80-90%

90-100%

Zeer mee oneens

Mee oneens

Neutraal

Mee eens

Zeer mee eens

Geen mening

Figuur 5.

Enquêteresultaten over organisatieveranderingen naar aanleiding van de evaluatie van de organisatie (N= 643).

leiderschapsprogramma. Dit geldt ook voor plannen om de cultuur te veranderen. In de gesprekken met medewerkers komt

Uit de enquête komt naar voren dat het voor het merendeel

naar voren dat er geen duidelijk eindbeeld werd neergezet en

(54%) van de medewerkers voor hun afdeling redelijk duidelijk

overgebracht. Veelzeggend is de uitspraak ‘wel een organogram,

is wat de redenen voor veranderingen in de afdeling zijn.

maar geen stip’.

Voor 17% van de medewerkers is dit niet duidelijk. Bij de domeinen bedrijfsvoering en dienstverlening (23%) en de

De voortgang over de organisatieontwikkeling kwam richting

concernstaf (30%) geven de meeste medewerkers aan de reden

de medewerkers via ‘nieuws en mededelingen’. Bovendien

en bedoeling van veranderingen in de afdeling niet te kennen.

beperkten de werkdruk en de ‘waan van de dag’ de inzet

In het sociaal domein ligt dit aantal met 5% verreweg het

om mee te doen met de aangeboden activiteiten. Ook de

laagst. Voor hen is het ook met 66% het meest duidelijk wat

managers geven aan dat zij weinig werden meegenomen in de

de reden voor veranderingen in de afdeling zijn. Het merendeel

organisatieontwikkeling, noch een helder benoemde rol kregen

van de medewerkers voelt zich ook welkom om bij te dragen

in die ontwikkeling en daarvoor werden geëquipeerd.

aan veranderingen in de afdeling (61%). Ook hier voelen medewerkers van het sociaal domein zich het meest welkom

Uit de interviews blijkt dat de organisatiebrede verandering

en medewerkers van de concernstaf en bedrijfsvoering en

vooral is gericht op het ontwerpen en implementeren van een

dienstverlening het minst.

nieuwe structuur en bijbehorende processen (de bovenstroom). Er wordt gezien dat cultuur en gedrag ook aandacht moeten

Bij veranderingen in de organisatie is een kleiner gedeelte van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266714/1