20210375480 2. Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Datum Auteurs Controle:
J.J. Hamelinkstraat te Haarlem versie 1.2 19042 5 maart 2021 L.G.A. van Laar MSc BBE & S. Elfrink MSc drs. I.M. Dias
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6 Bijlagen
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Geldend bestemmingsplan
5 5 10
Ruimtelijk beleid
15
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
15 17 18 18
Omgevingsaspecten
25
Motivering behoefte / Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
25 26 27 28 31 31 33 35 36 39 41 44
Beschrijving uitvoerbaarheid
45
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid 47
46
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8
Visualisatie strijdigheid plan (Fazo Architecten, 2021) Verkennend bodemonderzoek + asbest (APS Milieu, 2019) Aanvullend bodemonderzoek inclusief asfaltonderzoek (APS Milieu, 2020) Parkeeronderzoek (Bono Traffics bv, 2020) Ecologisch onderzoek (Groenadvies Amsterdam bv, 2018) Ontheffing soorten (Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, 2019) Stikstofdepositieberekening (Cauberg Huygen, 2020) Voorlopig Ontwerp openbare ruimte Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. (ORKA, 2020)
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 3
1
INLEIDING In opdracht van Elan Wonen heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van (vervangende) nieuwbouwwoningen ter plaatse van de J.J. Hamelinkstraat te Haarlem. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie ligt aan de J.J. Hamelinkstraat te Haarlem, evenwijdig aan de Schipholweg (N205). De Schipholweg is de oostelijke stadsentree van Haarlem en begrenst de Slachthuisbuurt. De projectlocatie ligt in het zuidelijk deel van de Slachthuisbuurt en dit deel van de buurt kenmerkt zich door bebouwing, waaronder portiekflats uit de jaren ’50. Tegenover de portiekflats van vier bouwlagen is lagere bebouwing gesitueerd (2 bouwlagen), welke tevens een woongebruik kent, bestaande uit beneden- en bovenwoningen. Figuur 1. Globale ligging projectlocatie
PROJECTPLAN De voorgenomen ontwikkeling maakt in totaal 297 woningen mogelijk, zowel appartementen als grondgebonden woningen. Elan Wonen bouwt een gevarieerd woonprogramma. Een groot deel wordt ingevuld met sociale woningbouw. Er komen 198 sociale huurwoningen van 1-, 2- en 3 kamerwoningen, variërend van 47m2 tot 85m2. Daarnaast worden 31 woonwerkwoningen voor de vrije sector gebouwd. Ook komen er 42 huurappartementen voor de vrije sector en 26 koopwoningen.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 5
Figuur 2. Huidige situatie. Bron: Google Maps, geraadpleegd op 23 november 2020.
Het doel is om de bestaande bebouwing te slopen en te voorzien van vervangende nieuwbouw. Bij de ontwikkeling wordt het gebied stedenbouwkundig opnieuw ingericht. Het toekomstig gebruik blijft ‘wonen’, maar de woningen worden deels elders binnen het projectgebied gerealiseerd. Daarnaast bestaat het programma uit grondgebonden woningen, dit in tegenstelling tot de bestaande situatie. Figuur 3. Toekomstige situatie totaalplan. Bron: fazo architecten,
Stedenbouw Het project in Haarlem bestaat uit drie blokken aan de Schipholweg en een rij grondgebonden woningen aan de Hamelinkstraat. Het project is aan de Schipholweg een voortzetting van een aantal, reeds gerealiseerde, stedelijke blokken. Tot aan blok 6 zijn dit gesloten bouwblokken. Het geldend bestemmingsplan voor blok 6, 7 & 8 wijkt af van het gesloten bouwblok dat voor de rest van de Schipholweg geldt. Aan de Schipholweg wordt net als bij de andere blokken wél een stedelijke wand gevraagd, maar aan de achterzijde (Hamelinkstraat) zijn de blokken open en ontstaat er een groot contrast
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 6
met de grondgebonden woning. Ook wordt de achtergevel van blok 7 en 8 met het huidige bestemmingsplan volledig zichtbaar vanuit de Hamelinkstraat. Figuur 4. Impressie grondgebonden woningen. Bron: fazo architecten.
Door de Hamelinkstraat iets naar het noorden te verleggen en blok 7 en 8 af te sluiten met drielaagse grondgebonden woningen, ontstaan er twee gesloten bouwblokken. Hierdoor is er minder contrast met de stedelijke wand aan de Schipholweg en krijgt de Hamelinkstraat aan beide zijden een voorgevel. Ook wordt de achter gevel van blok 7 en 8 ondergeschikt en is deze minder prominent aanwezig. Daarnaast krijgt de Hamelinkstraat door deze wijziging in het bestemmingsplan meer kwaliteit en wordt dit een echt Haarlems straatje met een eigen identiteit. Door toevoeging van een ‘pleintje’ tussen blok 7 en 8 ontstaat er een speciale plek in deze autovrije straat en wordt deze onderdeel van een reeks aaneengesloten openbare ruimtes in de binnenwijkse fiets-/ wandelroute. Functies Overwegend komen er woningen in het plangebied. In de plint van de gebouwen langs de Schipholweg worden ook andere functies mogelijk gemaakt. Zo zullen er woon-werkwoningen gerealiseerd worden in blok 6, 7 en 8 die zorgen voor een dynamische plint en een toevoeging van woonconcept in het gebied. Daarnaast zijn enkele ruimtes in blok 7 en 8 op de hoeken gereserveerd voor maatschappelijke functies, waaronder een wijkcentrum.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 7
Figuur 5. Impressie toekomstige situatie met de grondgebonden woningen op de voorgrond. Bron: Enzo architectuur & interieur, mei 2019.
Openbare ruimte Op advies van Platform Groen is de openbare ruimte van de Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. aangepast door bureau ORKA. Het Voorlopig Ontwerp van d.d. 21 oktober 2020 is bijgevoegd in de bijlagen. Conform de Woningwet 2015 mag Elan Wonen het openbaar gebied niet zelfstandig herinrichten. In de afgelopen maanden heeft de gemeente Haarlem daarom in samenspraak met Elan Wonen en raakvlakprojecten Schipholweg 1 en 5 het Voorlopig Ontwerp uitgewerkt. Het voorlopig ontwerp ligt vanaf 17 november voor zes weken ter visie. Het Voorlopig Ontwerp bestaat uit onder andere de volgende wijzigingen in de openbare ruimte: Verkeerskundige aanpassingen in de Merovingenstraat. Geadviseerd is de ventweg doodlopend uit te voeren met een mogelijkheid tot keren;
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 8
Het principeprofiel ‘gevel, trottoir, rijweg, parkeren en openbaar groen’ is in dit ontwerp ‘omgeklapt’ door het realiseren van het nieuwe gescheiden rioolstelsel in de toekomstige ventweg. Bijkomende voordeel is dat het openbaar groen nu dichtbij de woningen komt en ook daadwerkelijk beleefd en gebruikt kan worden. Er wordt daarmee opvolging geven aan de oproep om de openbare ruimte een groene uitstraling te geven en prettige plek te realiseren. Door Platform Groen is hier zeer positief op gereageerd.
Bomen Voor dit plangebied is een bomenbalans opgesteld voor het gebied Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o. Conform de bomenbalans en kapvergunning vindt dan ook herplanting van bomen plaats. Het Voorlopig Ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte rondom het project voldoet aan de bomenbalans van Elan Wonen (herplant plichtig 19 stuks). Binnen de plangrens bevinden zich geen bomen ouder dan vijftig jaar. Het Voorlopig Ontwerp gaat uit van 44 nieuwe bomen. Dit aantal is exclusief kleinere bomen en struiken die worden geplaatst. De bomen die gekapt worden binnen voorliggend plangebied worden daarmee ruimschoots gecompenseerd. Waterberging De wijzigingen ten opzichte van het schetsontwerp hebben geresulteerd in circa 1.000 m² meer groen binnen het plangebied. Zo worden er wadi’s toegepast om het waterbergend vermogen te vergroten en tevens om bloemrijk gras, vaste planten en bomen hierin te laten groeien. Planspecifieke veranderingen In de ‘Hamelinksteeg’ was eerst geen groen voorzien, maar worden in het huidige ontwerp geveltuinen en plantenbakken gerealiseerd. De doorgang van de J.J. Hamelinkstraat naar de Schipholweg aan de westzijde van het plangebied krijgt een veel groenere uitstraling met een groot perk voor bomen, struiken en een wadi voor de waterberging.
En de ‘ventweg’ langs de Schipholweg krijgt meer groenvoorzieningen aan de gevelzijde door alle parkeervakken aan de Schipholweg-zijde te plannen. Figuur 6. Uitsnede kaart Voorlopig Ontwerp Slachthuisbuurt Zuidstrook blok 6 t/m 8 e.o., (bron: ORKA, 21 oktober 2020).
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 9
GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Slachthuisbuurt Zuidstrook” geldend. Dit plan is op 29 november 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Haarlem. De projectlocatie bestaat uit verschillende bestemmingen/ functieaanduidingen te weten:
enkelbestemming ‘Wonen’; enkelbestemming ‘Gemengd-2’; enkelbestemming ‘Gemengd-3’; enkelbestemming ‘Tuin -1’; enkelbestemming ‘Tuin -2’; enkelbestemming ‘Tuin -3’; enkelbestemming ‘Verkeer’; dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’; functieaanduiding ‘parkeergarage’; functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – ondergrondse parkeergarage’.
Daarnaast is de projectlocatie voorzien van meerdere bouwvlakken ter plaatse van de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Gemengd-2’ en ‘Gemengd-3’. Binnen de bouwvlakken voor wonen geldt een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. Binnen de bestemming Gemengd-2 en 3 gelden diverse bouwhoogtes, varierend van een maximum hoogte van 13 meter, een minimum en maximum hoogte van respectievelijk 13 en 23 meter en een minimum en maximum hoogte van respectievelijk 22 en 28 meter. Binnen het projectgebied zijn drie enkelbestemmingen voor tuinen opgenomen. De gronden met de enkelbestemming ‘Tuin -1’ liggen in de bestaande situatie tussen de bouwvlakken voor ‘Wonen’. Ter plaatse van de bestemming ‘Tuin -1’ zijn gronden bestemd voor tuinen en verharding behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen bebouwing. Bouwwerken geen bebouwen zijnde mogen worden opgericht met een max. hoogte van 1 meter. De achtertuinen van de bestaande woningen kennen de enkelbestemming ‘Tuin -2’. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en verhardingen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen bebouwing. Op de gronden met de bestemming ‘Tuin -2’ mogen aan- en uitgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht.
De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de begane grondlaag vermeerderd met 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw met een maximum bouwhoogte van 4 meter. Voor bijgebouwen geld dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. Erfafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met een hoogte van respectievelijk maximaal 2 en maximaal 3 meter. De gronden met de enkelbestemming ‘Tuin -3’ bevinden zich aangrenzend aan de bestaande portiekflats in het plangebied. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en ondergrondse, bovengrondse en halfverdiepte parkeervoorzieningen ten dienste van de daarbij behorende hoofdbebouwing en de op hetzelfde bouwperceel toegelaten bestemming. Voor de gronden met de bestemming ‘Tuin -3’ geldt dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht en dat deze volledig mogen worden bebouwd. De bouwhoogte van de ondergrondse parkeervoorzieningen mag niet meer bedragen dan 1 meter boven het maaiveld. De bouwhoogte van de bovengrondse en halfverdiepte parkeervoorzieningen (pg) mag niet meer bedragen dan de maximum bouwhoogte van 1 meter, zoals op de verbeelding is aangegeven.
Het bestemmingsplan kent ontheffingsmogelijkheden om de toegestane bouwhoogte onder voorwaarden te mogen verhogen. De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, straten en voet- en fietspaden, kiosken, ondergrondse bovengrondse en halfverdiepte parkeervoorzieningen, speel- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, waterlopen, waterpartijen, waterberging en waterhuishoudkundige Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 10
voorzieningen, oeververbindingen (bruggen) en bijbehorende voorzieningen, waaronder straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, kunstwerken, abri's, (ondergrondse) inzamelplaatsen voor afval- en recyclecontainers en (ondergrondse) bergbezinkbassins. Figuur 7. Uitsnede bestemmingsplankaart. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 14 januari 2021.
Toets aan het bestemmingsplan Het bouwplan is onder te verdelen in de realisatie van 270 woningen in blok 6, 7 en 8 en 27 grondgebonden woningen. De bestemmingsplantoets maakt onderscheidt tussen deze twee bouwplannen, die in één vergunningaanvraag zijn ingediend. De plannen passen binnen de uitgangspunten van het geldende bestemmingsplan om hier de huidige woningvoorraad te herstructureren. Echter, door uitwerking van de plannen en in overleg met gemeente Haarlem en Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) zijn de plannen geoptimaliseerd waardoor er strijdigheid is ontstaan met de regels van het geldende bestemmingplan. Het betreft veelal strijdigheden die te maken hebben met een kleine overschrijding van hoogte of bouwvlak en een paar die wat groter zijn. De strijdigheden worden hieronder per plan stuk voor stuk langsgelopen en gemotiveerd, voor zover het een kleine afwijking is. In bijlage 1 is de visualisatie van de strijdigheden terug te vinden in drie tekeningen. De grotere afwijkingen worden hier benoemd en in voorliggende ruimtelijke onderbouwing nader gemotiveerd. 2.3.1.1 Strijdigheden bouwplan blok 6, 7 en 8 De aangetroffen strijdigheden zijn zoveel mogelijk gebundeld per categorie. 1. Footprint overschrijding blok 6 en blok 8 a.
Overschrijding bouw- en bestemmingsvlak blok 6 tbv trappenhuis Ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' worden bij blok 6 de bouwgrens van Gemengd-3 overschreden ter plaatse van beide noodtrappenhuizen. Het trappenhuis is strijdig met artikel 11.1 van het bestemmingsplan 'Slachthuisbuurt Zuidstrook'. Motivering: in samenspraak met de ARK en stedenbouw zijn de noodtrappenhuizen aan het einde van de galerijen door metselwerk ingepakt. Hierdoor wordt het bouwvlak marginaal overschreden, maar is dit stedenbouwkundig acceptabel. Ingevolge artikel 18, lid 1, onder d kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van artikel 11.1 voor het realiseren van een trappenhuis voor een noodzakelijke en goede uitvoering van het plan. Zie voor positie bijlage 1, tekening A, blok 6, punt 1 en 2 b. Overschrijding bestemmingsvlak blok 8 Ter plaatse van de bestemming ‘Verkeer’ wordt bij blok 8 aan de zijde van de Schipholweg het bouwvlak miniem overschreden. De lijn van de bebouwing volgt het bebouwingsvlak wel, maar wijkt hier iets van af. Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 11
Motivering: de aangehouden lijn van het ontwerp is een samenvoeging van de diverse boogstralen die door de gemeente zijn aangegeven. Er is hier één boogstraal van gemaakt in verband met de bouwbaarheid, het gebruik van 1 tunnelkist versus betaalbaarheid. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van artikel 18 lid 1 onder d van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiermee kan B&W afwijken voor het overschrijden van de in het plan aangegeven bouwvlakken en dwingende gevelrooilijnen, voor zover dit ten gevolge van onnauwkeurigheden op de kaart (meetverschillen) dan wel voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een betere situering van bouwwerken en noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van het plan, tot een maximum van 1,0 meter. Zie voor positie bijlage 1, tekening A, blok 8, punt 3 2. Parkeren binnen bestemming Gemengd-2 blok 6 In blok 6 worden achter het te realiseren woongebouw parkeerplaatsen op maaiveld gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen liggen echter binnen het bouwvlak van de bestemming Gemengd-2, zonder dat hier een aanduiding voor parkeren is. Dit betekent dat deze parkeerplaatsen strijdig zijn met het bestemmingsplan. Motivering: in blok 6 is het woonblok kleiner gemaakt dan het bestemmingsplan toe staat.
Het parkeren is bedacht binnen de woonblokken op maaiveld en valt door het kleinere ontwerp voor een deel binnen de bestemming Gemengd-2. Om te kunnen voldoen aan een goede parkeerbalans en uit stedenbouwkundig oogpunt is het wenselijk de parkeerplaatsen hier op maaiveld te realiseren. Deze afwijking kan niet middels een binnenplanse afwijking gerealiseerd worden. Zie voor positie bijlage 1, tekening A, blok 6, punt 4 3. Bouwhoogte a. Overschrijding maximum bouwhoogte 13 meter bij blok 6 Ter plaatse van blok 6 wordt een bouwdeel gerealiseerd van 13,17 meter hoog. De maximale bouwhoogte is hier echter 13 meter en deze wordt overschreden. In het kader van de technische uitwerking van het gebouw is de bouwhoogte uiteindelijk overschreden met 17 centimeter. Motivering: Deze overschrijding is van ondergeschikte aard en stedenbouwkundig acceptabel. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van artikel 18 lid 1 onder a van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiermee kan B&W afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van onder andere bouwhoogte met 10%. Zie voor positie bijlage 1, tekening B, blok 6, punt 5 b. Overschrijding maximum bouwhoogte 28 meter bij blok 7 Ter plaatse van blok 7 geldt een maximum bouwhoogte van 28 meter.
De bouwhoogte van de nieuwbouw wordt hier 29, 375 meter hoog en overschrijdt daarmee de maximum bouwhoogte. Motivering: Deze overschrijding, die door technische uitwerking ontstaan is, is van ondergeschikte aard en stedenbouwkundig acceptabel. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van artikel 18 lid 1 onder a van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiermee kan B&W afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van onder andere bouwhoogte met 10%. Zie voor positie bijlage 1, tekening B, blok 7, punt 6 c. Niet voldoen aan minimale bouwhoogte blok 7 en 8 Over een groot deel van de bestemming Gemengd waar blok 7 en 8 in liggen geldt een minimale bouwhoogte van 13 meter. Aan de binnenzijde van het woonblok (zowel blok 7 als 8) wordt een buitenberging gerealiseerd die binnen deze 13 meter valt, maar een bouwhoogte heeft van 3,375 meter. Ook bij het deel in blok 7 waar een minimum bouwhoogte geldt van 22 meter zijn hier aan de binnenzijde van het gebouw buitenbergingen gerealiseerd die de minimale bouwhoogte van 22 meter dus niet halen. Motivering: de reden om een minimale bouwhoogte op te nemen is om langs de Schipholweg een minimale massa te kunnen waarborgen. De hoogte ter plaatse van de galerijzijde (binnenzijde) is daarom ondergeschikt aan de gevels langs de Schipholweg. Het gebouw is slanker dan het
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 12
bestemmingsplan toestaat en de te realiseren bergingen zijn daarom een stuk lager dan de minimale bouwhoogte. In samenspraak met de stedenbouwkundige en de ARK is dit plan tot stand gekomen en is deze afwijking vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel. Deze afwijking kan niet middels een binnenplanse afwijking gerealiseerd worden. Zie voor positie bijlage 1, tekenning B, blok 7 en 8, punt 7 en visualisatie doorsnede tekening C, punt 8 d. Overschrijding maximale bouwhoogte 13 meter bij blok 7 Aan de oostkant van blok 7 ligt een deel waar de maximum bouwhoogte 13 meter is. Hier wordt een gebouw gerealiseerd van 13,23 meter en wordt de maximale bouwhoogte overschreden. Motivering: Deze overschrijding, die door technische uitwerking ontstaan is, is van ondergeschikte aard en stedenbouwkundig acceptabel. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van artikel 18 lid 1 onder a van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiermee kan B&W afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van onder andere bouwhoogte met 10%. Zie voor positie bijlage 1, tekening B, blok 7, punt 9 e.
Overschrijding maximale bouwhoogte 23 meter bij blok 7 en 8 De maximale bouwhoogte van 23 meter wordt overschreden bij zowel blok 7 als blok 8 met circa 1 meter, waaronder ter plaatse van de liftuitloop van blok 7 Motivering: Deze overschrijding, die door technische uitwerking ontstaan is, is van ondergeschikte aard en stedenbouwkundig acceptabel. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van artikel 18 lid 1 onder a van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiermee kan B&W afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van onder andere bouwhoogte met 10%. Zie voor positie bijlage 1, tekening B, blok 7 en 8, punt 10 4. Programma plint blok 6, 7 en 8 woon-werkwoningen Ter plaatse van blok 6, 7 en 8 zal een deel van de begane grond in dienst staan van aan-huis-verbondenberoep (woon-werkwoningen). De voor Gemengd-3 aangewezen gronden staan dit niet toe, aangezien woonfuncties enkel op de verdiepingen zijn toegestaan. Ingevolge artikel 5.3, lid 1, onder b, kunnen Burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor wonen op de begane grond. Zij toetsen dan of geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Motivering: het realiseren van woon-werkwoningen past in zoverre bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan om een levendige plint te realiseren. De woon-werkwoningen zorgen juist voor een beroepsmatige invulling van de plint en meer levendigheid dan als ware het enkel een woning. Hiermee vindt ook geen onevenredige aantasting plaats van het straat- en bebouwingsbeeld. De verkeerssituatie ter plaatse ondervindt ook geen aantasting. Sterker nog, het realiseren van een woon-werkwoning leidt in beginsel tot minder verkeersbewegingen (ondernemen woont boven werkplek) en een lagere parkeerbehoefte (geen extra parkeerplek voor losstaand bedrijf). Ook de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzend gronden worden niet aangetast: de woon-werkwoning past zowel ruimtelijk als milieutechnisch uitstekend naast de reeds toegestane functies zoals maatschappelijk, dienstverlening en kantoor. Een woon-werkwoning zorgt niet voor een belemmering van de bedrijfsvoering van deze functies. Zie voor positie woonwerk woningen bijlage 1, tekening A, blok 6, 7 en 8, punt 11 5. Balkons blok 6, 7 en 8 Ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' worden bij blok 6, 7 en 8 balkons gecreëerd. Balkons zijn strijdig met artikel 11.1 van het bestemmingsplan 'Slachthuisbuurt Zuidstrook'.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 13
Motivering: in overleg met de ARK en stedenbouw is gekozen om uitstekende balkons te realiseren ten behoeve van de plasticiteit van de gevels aan de zuidkant (langs de Schipholweg). Ten aanzien van deze afwijking is het mogelijk balkons toe te staan indien deze kleiner of gelijk zijn aan 1,5m diepte volgens artikel 18, lid 1, onder e van dit bestemmingsplan. De balkons voldoen aan voorgenoemde afmeting (maximale diepte is overal 1,5 meter), waardoor voldaan wordt aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van artikel 18.1. Zie voor principe balkons doorsnede bijlage 1, tekening C, punt 12 en voor gedetailleerde maatvoering balkons eerder ingediende aanvullingen OLO 6. Technische ruimte blok 8 Ter plaatse van blok 8 zal een gedeelte van het gebouw ten dienste staan van een WKO-installatie, een inkoopruimte en een traforuimte. Deze functies passen niet binnen de in artikel 5.1 (Gemengd-3) aangegeven kaders. Motivering: Vanuit de landelijke en gemeentelijke duurzaamheidsambities, die door ontwikkelaar omarmd worden, is het beleid gasloze woningen aan te leggen. Hiervoor wordt een WKO installatie aangelegd. Om de energie die hieruit vrij komt te verdelen en te leveren aan de woningen is ook een inkoopruimte en traforuimte nodig. Het beleid van de gemeente is om deze functies inpandig in nieuw te realiseren gebouwen op te lossen.
In overleg met de gemeente is dan ook gekozen voor deze inpandige oplossing. Het geldende bestemmingsplan uit 2012 kon destijds nog niet anticiperen op deze gewenste duurzaamheidsambitie en biedt derhalve geen ruimte voor energieoplossingen binnen de bestemming Gemengd-3. Vanuit zowel stedenbouwkundig oogpunt als de duurzaamheidsambitie is deze inpandige energieoplossing echter zeer wenselijk en acceptabel. Deze strijdigheid kan niet middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid gerealiseerd worden. Zie voor positie WKO installatie, inkoopruimte en traforuimte bijlage 1, tekening A, blok 8, punt 13 2.3.1.2 Strijdigheden grondgebonden woningen De ontwikkeling van woningbouw is op een viertal globale onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. De grondgebonden woningen vallen binnen diverse bestemmingen waar woningbouw niet is toegestaan: 1. Wonen binnen de bestemmingen Tuin 1, 2 en 3 2. Wonen binnen de bestemming Verkeer 3. Bouwen buiten het bouwvlak van de bestemming Wonen 4. Niet realiseren kappen ter plaatse van blok 7 Deze strijdigheden zijn bij elkaar te groot om gebruik te kunnen maken van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Voor de realisatie van de grondgebonden woningen wordt de motivering in deze ruimtelijke onderbouwing gegeven in de volgende hoofdstukken. 2.3.1.3 Conclusie In voorliggend hoofdstuk zijn de diverse strijdigheden geconstateerd.
Een aantal strijdigheden kunnen opgelost worden door de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Hierbij is direct ook de motivering gegeven waarom de strijdigheid acceptabel is. Voor een viertal strijdigheden kan geen gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Het betreft het parkeren binnen Gemengd-2 (achter blok 6), het niet kunnen voldoen aan de minimale bouwhoogtes van 13 en 22 meter bij blok 7 en 8, het realiseren van de technische ruimte ten behoeve van de WKO in blok 8 en het realiseren van de grondgebonden woningen. De eerste drie zijn in dit hoofdstuk reeds gemotiveerd. De strijdigheid van de grondgebonden woningen met diverse bestemmingen wordt in deze ruimtelijke onderbouwing nader gemotiveerd in de volgende hoofdstukken.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 14
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 8. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 15
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van vervangende nieuwbouw is in lijn met ambitie 5 ‘zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften’. Naast het realiseren van voldoende nieuwe woningen, behoort tevens het aanbieden van veilige woningen. De huidige woningen aan de J.J. Hamelinkstraat voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd en zijn aan vervanging toe. De beoogde ontwikkeling is daarmee in lijn met nationaal belang nummer 5 uit het NOVI.
Op het projectgebied zijn de andere twintig nationale belangen niet van toepassing. 3.1.1.2 Conclusie Geen van de 21 nationale belangen is in strijd met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich volgens de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening binnen een radarverstoringsgebied windturbines. Binnen het plangebied mogen geen windturbines worden gerealiseerd hoger dan negentig meter. De voorgenomen ontwikkeling maakt geen windturbines mogelijk. 3.1.2.2 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de voorgenomen ontwikkeling.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 16
3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.2 Conclusie Het Bro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 en Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.
Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van vervangende nieuwbouw, wat niet het toevoegen van woningen tot gevolg heeft. Vanuit de omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH2020 worden voor een dergelijke ontwikkeling geen restricties opgelegd.
3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit vervangende nieuwbouw. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er worden daarom geen restricties opgelegd voor onderhavige ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 17
REGIONAAL BELEID Regionaal Actieprogramma 2016 - 2020 'Zuid-Kennemerland en IJmond geven thuis!' Als uitvoeringsinstrument van de provinciale woonvisie 2010.2020 stelt elke regio in Noord-Holland twee Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP) vast. Zo heeft de regio Zuid-Kennemerland-IJmond een eerste RAP 2012 tot en met 2015 vastgesteld. De regionale samenwerking is onlangs opnieuw bekrachtigd door vaststelling van het RAP 2016 tot en met 2020, dat als motto heeft: 'De regio Zuid-Kennemerland en IJmond geeft thuis! Dit tweede RAP draagt bij aan een zo goed mogelijke afstemming van vraag en aanbod op de regionale woningmarkt in Zuid-Kennemerland en IJmond met bijzondere aandacht voor groepen die in de verdrukking dreigen te komen, zoals inwoners met lagere inkomens. Gemeenten werken via het RAP samen om de regio prettig leefbaar te houden voor (toekomstige) bewoners. Ze bundelen kennis en besparen (onderzoeks-)kosten door samen te werken. De provincie heeft een belangrijk aandeel in de financiering van projecten en onderzoek. De inspanningen in het RAP maken deel uit van gezamenlijk regionaal volkshuisvestingsbeleid en vormen een kader voor onderlinge afstemming.
Daarmee voldoet de regio aan de wettelijke verplichting uit de Woningwet om met buurgemeenten het volkshuisvestingsbeleid af te stemmen Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, is een woningbouwprogramma van 8.100 woningen met een bandbreedte van 20 procent gewenst voor de periode 2016 tot en met 2020. Voor Haarlem zijn dit 4.133 woningen. Omdat op de korte en de lange termijn een tekort dreigt aan woningbouwplannen in de regio, wordt in de komende RAP-periode gezocht naar extra locaties, mogelijk al vanaf 2017. Primair wordt ingezet op bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, met prioriteit voor locaties rondom OV-knooppunten en door transformatie van leegstaande bedrijfspanden naar woningbouw. Omdat er veel vraag is naar betaalbare huurwoningen en er sprake is van nieuwe doelgroepen hebben de gemeenten in het RAP afgesproken de voorraad sociale huurwoningen in de regio te handhaven op het niveau van 2015. Ook wordt gewerkt aan verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, wordt de doorstroming gestimuleerd en wordt een woonzorgagenda voor de hele regio opgesteld. De harde plancapaciteit voor de periode 2016 tot en met 2020 bedraagt 6.006 woningen, voor de periode 2021 tot en met 2024 bedraagt dit 3.543 woningen. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het projectplan voor de vervangende nieuwbouw van 26 grondgebonden woningen.
De beoogde ontwikkeling is een vorm van binnenstedelijk bouwen, namelijk een herstructurering van een bestaande wijk. De realisatie van nieuwe grondgebonden woningen voorziet niet alleen in het verbeteren van het vastgoed, maar tevens in het verbeteren van de openbare ruimte. Zo worden de straten versmald en verlegd, waardoor het gebied autoluw wordt. Ook wordt er groen toegevoegd en worden er pleintjes aangelegd. 3.3.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de woningbouwambities uit het RAP.
GEMEENTELIJK BELEID Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 20052020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbouwen. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 18
De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. Wonen Haarlem heeft veel wijken en panden met een gewilde identiteit. De woningvoorraad is gevarieerd en van relatief goede kwaliteit. Er is een redelijk goed aanbod van goedkope woningen en de gemeente wil dat in stand houden om lagere inkomensgroepen een huis te kunnen bieden. Probleem is wel dat ook in dit segment de doorstroming beperkt is, deze voorraad dus feitelijk niet beschikbaar is en er daardoor nauwelijks starterswoningen zijn. Deze krappe woningmarkt maakt het bijvoorbeeld voor jongeren moeilijk om woonruimte te vinden, terwijl Haarlem in regionaal verband juist voor die doelgroep een rol heeft.
De kwaliteit van de woningvoorraad, ook in aandachtswijken, wordt verbeterd door herstel van de gevolgen van de palenpest, het opheffen van bouw- en woontechnische achterstand, het realiseren van veilige en energiezuinige woningen, bevorderen van ‘wonen boven winkels’ en het realiseren van een veilige en mooie woonomgeving. Differentiatie van de soms eenzijdige voorraad zal daarbij in bepaalde wijken een bijdrage leveren aan het verbeteren van de leefbaarheid. Aandachtswijken Het streven van Haarlem is over de stad verspreid een diversiteit van de woningvoorraad te hebben. Dit heeft een toegevoegde waarde, als diversiteit selectief wordt toegepast. In alle aandachtswijken grootschalige woningdifferentiatie realiseren, lost het probleem van de individuele Haarlemmer echter niet op. Dit vergroot eerder het isolement en de verzwakking van bestaande sociale verbanden. Verschillen tussen wijken zijn positief waar het gaat om het behouden van binnen een wijk levende gevoelens van solidariteit, saamhorigheid en de bestaande sociale verbanden. Verandergebied Schipholweg De Schipholweg wordt als route voor autoverkeer (oost-west) èn als barrière (noord-zuid) ervaren. De beeldvorming van de Schipholweg zal worden omgebouwd van een vrij karakterloze randweg tot een entree van de stad. Daarvoor is een omkering nodig van een buitenstedelijke naar een stedelijke sfeer en context.
3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie ligt in één van de aandachtswijken van Haarlem, de Slachthuisbuurt en aan de rand van het verandergebied Schipholweg. Het realiseren van vervangende nieuwbouw draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad in de Slachthuisbuurt. 3.4.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities uit het Structuurplan Haarlem 2020.
Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. De gemeenteraad stelde de nota op 28 juni 2012 vast. Het bestaat uit twee delen. In het eerste deel draagt Haarlem uit waar haar kracht en ambitie liggen. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit, is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. Relevante gouden regels zijn onder andere: 1. Kiezen voor toekomstbestendigheid. Haarlem legt de prioriteit bij toekomstbestendigheid: duurzame verstedelijking in relatie tot ruimtelijke kwaliteit;
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 19
3. De bestaande kwaliteit is het vertrekpunt. Elk ruimtelijk initiatief in Haarlem wordt gezien als een herstructureringsopgave omdat deze ingrijpt in de bestaande stad; 4. Gebouwen en buitenruimtes vormen samen de stad. Haarlem geeft prioriteit aan het goed vormgeven van de samenhang tussen openbare ruimte en privé gebied, en op de relatie van een bouwinitiatief met het stedelijke ensemble; 8. De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen. Haarlem pakt vragen en opgaven in onderlinge samenhang op en zorgt ervoor dat de gebiedsidentiteit en gebiedskenmerken daarbij centraal staan. De geconsolideerde stad Het stadslandschap van Haarlem is in vier delen ingedeeld: de beschermde stad, de geconsolideerde stad, de stad in transformatie en de lange lijnen die alles samenbinden, oriëntatie geven en de stad als één geheel leefbaar maken. Figuur 9. Uitsnede kaart ‘Het karakter van Haarlem’. Bron: Haarlem Nota Ruimtelijke Kwaliteit, 2012.
De projectlocatie ligt in het deelgebied 'De Geconsolideerde stad'. De consolidatie regie richt zich op de gebieden in Haarlem waar niet zo snel iets zal veranderen aan de stedelijke structuur. Het gaat om een schakering aan buurten uit verschillende tijdsperiodes met elk hun eigen karakteristiek. De openbare ruimte wordt gevormd door een stelsel van woonstraten, breder en smaller maar altijd sober en doelmatig ingericht met een trottoir, parkeervakken, vaak gecombineerd met de plaatsing van bomen en een rijbaan voor fiets en auto. De consolidatie regie is gericht op behoud van het onderscheidende karakter van de buurten en - daarbinnen - vrijheid voor individuele invullingen. Plannen en ontwikkelingen moeten zich voegen naar de stedenbouwkundige context: naar het stratenpatroon, het bouwbloktype en de bestaande massa- en gevelopbouw. Er is vrijheid mogelijk in architectonische expressie en materialisering op pandniveau. In het algemeen geldt hier: hoe meer een plan zich voegt naar zijn context, hoe groter de vrijheid op pandniveau. Bij panden die deel uitmaken van een serie (vrijwel) identieke gebouwen kunnen ingrepen afwijken van de buurpanden, zolang het verbouwde pand blijft passen binnen de maat- en schaalverhoudingen van de wand als geheel.
In de openbare ruimte is de opgave een samenhangende inrichting te ontwerpen, waarbij de parkeerdruk in combinatie met de behoefte aan groen en speelruimte wordt aangepakt.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 20
Bebouwing langs belangrijke structuurlijnen en op bijzondere plekken valt onder de bijzondere regie, en heeft in de beoordelingskaders een aantal ‘extra’ criteria gekregen die te maken hebben met de gewenste samenhang van het straatbeeld en met de grotere maat van de openbare ruimte, waardoor de dakcontour goed zichtbaar is. Figuur 10. Uitsnede kaart ‘Gebiedstypen’. Bron: Haarlem Nota Ruimtelijke Kwaliteit, 2012.
Slachthuisbuurt De stedelijke bebouwing bestaat in de Slachthuisbuurt uit bouwblokken van twee tot drie lagen hoog, al of niet met kap. Erkers en verspringingen in de voorgevel verlevendigen de gevelopbouw bij de complexmatige bebouwing. Wanneer in één bouwlaag met kap is gebouwd, zijn de woningen veelal bloksgewijs uitgebreid met een dakkapel, waardoor een ritmiek in het gevelbeeld ontstaat. De kappen zijn gedekt met matte antraciet of rode pannen. Bij de vroeg naoorlogse bebouwing zoals aan het Van Zeggelenplein springen de geschilderde betonnen ornamenten van de wederopbouwarchitectuur in het oog. 3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie ligt in het deelgebied ‘De geconsolideerde stad’ en in het gebiedstype ‘Gebieden 1920 – 1960’. Plannen en ontwikkelingen in dit gebiedstype voegen zich naar de stedenbouwkundige context: naar het stratenpatroon, het bouwbloktype en de bestaande massa- en gevelopbouw. Dit geldt op hoofdlijnen voor onderhavig project. De grondgebonden woningen lopen parallel aan de hoge bebouwing langs de Schipholweg. 3.4.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Structuurvisie Openbare Ruimte Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering en het beheer en onderhoud van het publieke domein in de stad. De Structuurvisie Openbare Ruimte noemt als ambitie het behouden en ontwikkelen van een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Om in 2040 tot een groene en bereikbare stad te komen, maakt Haarlem twaalf hoofdkeuzes. Voor elke hoofdkeuze geldt dat deze consequenties heeft voor de openbare ruimte. Haarlem kiest voor:
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 21
1. verblijfskwaliteit; 2. recreatieve mogelijkheden en routes; 3. ruimte voor stadsnatuur; 4. gezonde straatbomen; 5. klimaatadaptatie; 6. ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes; 7. de fiets binnen de stad; 8. duurzame mobiliteit; 9. de auto te gast in het centraal stedelijk gebied; 10. het versterken van de HOV-corridor; 11. ketenmobiliteit; 12. bundelen op de grote ring. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling vindt aansluiting bij meerdere van de voornoemde hoofdkeuzes. Zo zal de beoogde ontwikkeling voorzien in gasloze woningen, aansluitend bij de hoofdkeuze klimaatadaptie. Tevens worden er bomen geplaatst binnen het plangebied, waarbij de locatie van de bomen een belangrijke rol speelt en invulling wordt gegeven aan de ruimte voor stadsnatuur. De boom dient namelijk zichtbaar te zijn vanuit elk straatje. Ook wordt er invulling gegeven aan hoofdkeuzes 5 tot en met 9, aangezien de Hamelinkstraat en Hamelinksteeg autoluw worden ingericht, waarbij de voet- en fietsverbinding centraal staat. 3.4.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de hoofdkeuzes uit de Structuurvisie Openbare Ruimte Haarlem 2040. Het plangebied wordt groen en bereikbaar ingericht.
Woonvisie Haarlem 2017 – 2020 ‘Doorbouwen aan een (t)huis’ In de Woonvisie Haarlem 2017 - 2020 'Doorbouwen aan een (t)huis' wordt ingezet op doorbouwen. Er wordt gestreefd naar een toename van sociale huurwoningen, zodat de wachttijd korter wordt. Dit is ook noodzakelijk omdat er veel ontwikkelingen zijn die vragen om een grotere voorraad. Hierbij te denken aan ouderen die langer zelfstandig blijven wonen, aan statushouders, een groep nieuwe Haarlemmers die ook een plek moeten krijgen, maar ook aan de jonge woningzoekers en aan mensen die vanuit de maatschappelijke opvang komen en weer een eigen plek moeten vinden. Haarlem wil een inclusieve stad zijn, een stad voor iedereen. Toevoegen woningen Om bovenstaande reden moet de komende jaren, tot en met 2025, 7.500 extra woningen worden toegevoegd, waarvan 1.900 sociale huurwoningen. De sociale huurwoningen dienen voornamelijk aan de westkant van de stad gerealiseerd te worden. Aan de oostkant komen naast sociale ook duurdere woningen ter bevordering van gemengde wijken in de stad. Aan de oostkant van de stad is veel ruimte voor het toevoegen van woningen. Omdat de gemeente ziet dat de groep eenpersoonshuishoudens de komende jaren stevig zal groeien, en kleiner wonen in een stedelijke omgeving goed kan, is het logisch dat een groot deel van de nieuwe woningen uit kleine woningen zal bestaan.
Bij nieuwbouw dient aandacht besteed te worden aan levensloopbestendig bouwen, flexibiliteit en duurzaamheid. Bij voorkeur gasloze woningen. De opgave is om met de toevoeging van woningen tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van buurten en wijken te verbeteren. In de wijken dient de verscheidenheid aan inwoners vergroot te worden, hoewel de wijken van elkaar mogen verschillen. Duidelijk is dat die verbetering niet alleen in de fysieke omgeving en alleen via het aanbod van woningen kan plaatsvinden, aandacht voor sociale infrastructuur is daarbij noodzakelijk. De Woonvisie gaat voor Haarlem Oost uit van woningdifferentiatie waarbij het uitgangspunt is dat maximaal 30% van de woningtoevoegingen in de categorie sociaal (huur tot €710 pm, koop <€210.000).
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 22
(Boven)regionale samenwerking Haarlem is centrumgemeente in de samenwerking met Zuid-Kennemer land, IJmond en Haarlemmermeer op het gebied van onder meer beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De beleidskaders hierin, worden regionaal opgesteld en uitgevoerd. Op woongebied werkt Haarlem ook samen met de regiogemeenten ZuidKennemerland en IJmond, de provincie Noord-Holland en met de Metropoolregio Amsterdam, zoals reeds behandeld in paragraaf 3.3. 3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling Het hele projectplan voor de vervangende nieuwbouw van 26 grondgebonden woningen (en 270 overige woningen) bestaat uit gasloze woningen waarbij met een collectieve installatie zal worden gewerkt. Daarnaast hebben de woningen zonnepanelen. In onderhavig project wordt alleen duurzame energie gebruikt. Verder is in het ontwerp aandacht uitgegaan naar duurzame materialen en wordt aangesloten bij de regels uit het Bouwbesluit, ook voor wat betreft de EPC/ BENG norm. 3.4.4.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonvisie Haarlem 2017 – 2020.
Groenstructuurplan Met haar landschappelijke structuur is Haarlem een langgerekte stad; zeven kilometer bij maximaal vier kilometer. Het grootste deel van de stad bestaat uit compact gebouwde wijken. Het groen in Haarlem ligt hierdoor vooral langs de west- en oostrand van de stad. Met deze opbouw is in Haarlem het landschap altijd dichtbij. Dit handelsmerk van Haarlem, de compacte stad in een groene omgeving, is een belangrijk uitgangspunt voor het groenstructuurplan. De groene stadsranden en de grote groengebieden (parken, begraafplaatsen, een aantal sportvelden en volkstuinen) behoren tot de hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur is vastgesteld in het Structuurplan 2020 en is beschermd. De ambities voor het groen tot 2020 zijn: 1. het versterken van de hoofdgroenstructuur, 2. het verbeteren van de kwaliteit van het huidige stedelijk groen, 3. het realiseren van goede recreatieve verbindingen naar het groen buiten de stad, maar ook tussen de grote groengebieden in de stad zelf en 4. het bieden van een richtlijn voor de hoeveelheid groen. In dit groenstructuurplan staat waar in de stad de kansen liggen om de ambities te realiseren. Binnen elke typologie in Haarlem zijn voorbeelden waar de kwantiteit en kwaliteit van de groenstructuur goed is:
centrumgebieden: Binnenstad verdichte buurten zonder voortuin: Slachthuisbuurt verdichte buurten met voortuin: Dietsveld/ Houtvaartkwartier gemengde buurten met royale aanleg: Koninginnebuurt/ Bos en Vaart tuindorpen: Overdelft villawijken: Den Hout kleinschalige strokenbouw: Sinnevelt grootschalige strokenbouw: Boerhaavewijk woonerven: Meerwijk
Er is een aantal buurten binnen de typologieën ‘Verdichte buurten met en zonder voortuin’ waar de kwaliteiten in de openbare ruimte het gebrek aan groen onvoldoende compenseren. Een positief voorbeeld is de Binnenstad. De structuur, compositie en architectuur in die buurten zijn niet van dienaard dat het beschermde stadsgezichten betreft, zoals de Stationsbuurt, de Spaarnwouderbuurt en de Patrimoniumbuurt. Groenarme wijken zonder voortuin en soms een kleine achtertuin zijn aangewezen op groen in de buurt.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 23
3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied is niet aangewezen als een gebied met groenarmoede, maar wel als een gebied zonder voortuinen. Het totale projectplan bestaat, naast de sloop- en nieuwbouw van de woningen, uit een stedenbouwkundig plan voor een deel van de J.J. Hamelinkstraat. Daar waar in de huidige situatie de verkeersroute tussen de portiekflats en de lagere woonbebouwing is gesitueerd, verschuift dit in de gewenste situatie naar de zuidzijde, parallel aan de Schipholweg. De parkeergelegenheid op maaiveldniveau verschuift hierdoor tevens naar de gronden aan de rand van het project in plaats van in de wijk. De kenmerkende smalle straten blijven behouden, maar zullen in de gewenste situatie niet meer volgepakt zijn met auto’s. De straten bestaan in de nieuwe situatie uit fiets-/voetverbindingen. De “straten” worden met elkaar verbonden via een drietal pleintjes, met mogelijkheden voor speel- en zitplekken en groen. Daarnaast is een bomenbalans opgemaakt, waaruit tevens blijkt dat er nieuwe bomen worden teruggeplaatst. Daarnaast worden er wadi’s aangelegd, komt er meer ruimte voor bomen en struiken en wordt er een ‘omgeklapt’ principeprofiel gerealiseerd. Voorgenomen groene en waterbergende maatregelen zijn reeds besproken in paragraaf 2.2 met betrekking tot de openbare ruimte.
3.4.5.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling in lijn met de ambities uit het Groenstructuurplan Haarlem 2020.
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 24
4
OMGEVINGSASPECTEN MOTIVERING BEHOEFTE / LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen:
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro:
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van vervangende nieuwbouw. Deze vervangende nieuwbouw blijft qua aard en omvang gelijk aan de huidige situatie. De vervangende nieuwbouw wordt enkel vanuit stedenbouwkundig oogpunt elders binnen het projectgebied gerealiseerd. De ontwikkeling voorziet derhalve niet in het toevoegen van woningen, maar enkel in het verplaatsen van de vervangende nieuwbouw. Omdat de ontwikkeling naar aard en omvang gelijk blijft (er worden zelfs minder huishoudens gepositioneerd) aan de huidige situatie, kan niet gesproken worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in
Mees Ruimte & Milieu | 19042.02
Pagina | 25
de zin van artikel 1.1.1 onder i Bro. Derhalve is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling komt enkel voort uit een stedenbouwkundige overweging. 4.1.2.1 Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.