20210367476 Bijlage bij brief erfgoedvereniging Bond Heemschut betreffende behoud drukkerij Fietsznfabriek
Tekst van het document
BOUWHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDENSTELLING OOSTVEST 54-56 HAARLEM
Onderzoek i.o.v. Gemeente Haarlem, 21 juni 2018
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 1
COLOFON Dit is een uitgave van het Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, copyright MAB Nijmegen 2018
Onderzoeksobject Oostvest 54-56 2011 AK Haarlem Status geen status Opdrachtgever Gemeente Haarlem Veldwerk D. Schaars Rapportage D. Schaars Fotografie D. Schaars (Alle afbeeldingen, tenzij anders vermeld, door Monumenten Advies Bureau, 31 mei & 13 juni 2018)
MONUMENTEN ADVIES BUREAU drs. C.J.B.P. Frank drs. F.A.C. Haans mw. drs. C.H.J.M. van den Broek drs. J. de Jong ing. G. Korenberg mw. drs. M.E.D. Lemmens D. Schaars MA mw. drs. L. Valckx Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 Info@monumentenadviesbureau.nl www.monumentenadviesbureau.nl
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 2
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 3
INHOUD 1 INLEIDING
5
4.2 HOOFDVORM, PLATTEGROND EN OPBOUW, DAK
41
2 SAMENVATTING
8
4.3 GEVELS
43
8
4.4 CONSTRUCTIEVE ELEMENTEN
53
10
4.5 INDELING
54
3.1 ONTWIKKELING VAN DE STRAAT OOSTVEST
10
4.6 INTERIEUR
63
3.2 BROUWERIJ HET SCHEEPJE
14
3.3 ONTWIKKELING VAN HET TERREIN NA 1916
24
2.1 BOUWGESCHIEDENIS 3 HISTORISCHE ONTWIKKELING
5 BOUWHISTORISCHE WAARDENBEPALING
68
5.1 ARCHITECTUUR- EN BOUWHISTORISCHE WAARDEN
68
3.4 DE BOUW VAN HET PAKHUIS OOSTVEST 54-56 IN 1928 25
5.2 CULTUURHISTORISCHE WAARDE
69
3.5 LATERE AANPASSINGEN
26
5.3 ZELDZAAMHEIDSWAARDE
69
3.6 VERBOUWING TOT DRUKKERIJ IN 1954
28
5.4 SITUERINGS- EN ENSEMBLEWAARDE
69
3.7 VERBOUWINGEN NA 1954
30
5.5 GETRAPTE WAARDENSTELLING OP ONDERDELEN
69
3.8 DE ARCHITECT J. PH. PEPER (1891-1980)
31
5.6 TOELICHTING WAARDENGRADATIES
71
3.9 DATERINGSPLATTEGRONDEN
33
5.7 WAARDERINGSPLATTEGRONDEN
71
4 BOUWHISTORISCHE VERKENNING
38
6 SUGGESTIES EN AANBEVELINGEN
75
38
7 BRONNEN EN LITERATUUR
76
4.1 SITUERING
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 4
1 INLEIDING Korte inleiding object Het uit twee bouwdelen bestaande gebouw aan de Oostvest 54-56 is in 1928 en 1935 tot stand gekomen. Beide delen zijn gemaakt naar een ontwerp van de regionale architect J. PH. Peper en deden van oorsprong dienst als kaaspakhuis. Vanaf 1954 is het gebouw in gebruik geweest als drukkerij. Vanaf het einde van de twintigste eeuw heeft het een culturele functie gekregen, onder meer als onderkomen voor het poppodium Het Patronaat. Thans is voor het gebouw een herbestemmings- en wijzigingsplan in voorbereiding. Ter ondersteuning van dit plan is door Monumenten Advies Bureau, in opdracht van gemeente Haarlem, een bouwhistorische verkenning met waardenstelling uitgevoerd. Input planvorming De bouwhistorische verkenning en de waardenstelling van het exterieur en het interieur dienen als input voor en ter toetsing van de planvorming. Het betreft een verkennende anal yse en waardering van het interieur en exterieur van het gebouw en de directe omgeving. Het rapport beschrijft de huidige verschijningsvorm en gaat in op de gefaseerde bouwgeschiedenis. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke mutaties hebben plaats gevonden en welke onderdelen thans nog oorspronkelijk zijn en/of historische waarde bezitten. De
getrapte waardenstellingen van exterieur, constructies en interieurelementen maken duidelijk welke onderdelen monumentwaarden bezitten en zoveel mogelijk in toekomstige transformaties en herstelplannen gehandhaafd dienen te blijven. Onderzoeksbeperking Het onderzoek heeft de diepgang van een bouwhistorische verkenning. Dat betekent dat exterieur en interieur verkennend zijn onderzocht. Er heeft geen destructief onderzoek plaats gevonden. Wat betreft het archiefonderzoek is kennis genomen van de beschikbare informatie in de bouwdossiers van de gemeente Haarlem in het Noord-Hollands Archief. Daarnaast zijn de beeldbanken van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en van het Noord-Hollands Archief geraadpleegd. Tevens is er het een en ander aan literatuur doorgenomen. De lijst met gebruikte bronnen zijn achter in het rapport opgenomen. Opzet rapportage In deze rapportage vindt u in hoofdstuk 2 een beknopte samenvatting van de bouwgeschiedenis en de waardenstelling . Hoofdstuk 3 beschrijft de gefaseerde bouwhistorische ontwikkeling van het complex en omgeving. Tevens wordt een overzicht gegeven van historisch beeldmateriaal (foto’s, bouwtekeningen en meer) van het object. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de dateringskaarten van het gebouw. Deze
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 5
kaarten worden gemaakt op basis van in en aan het complex aangetroffen bouwsporen en bestudering van het historische bronnenmateriaal, voornamelijk de bouwdossiers. Hoofdstuk 4 geeft een bouwhistorische beschrijving en verkenning van de huidige bouwsubstantie van het exterieur en interieur, en de belangrijkste constructies binnen in het object. De aangetroffen historische waarden worden in hoofdstuk 5 omschreven. Deze zijn tevens op de bijgaande waardenkaarten van het pand gevisualiseerd. Dit hoofdstuk is een belangrijke basis voor planvorming en toetsing. In hoofdstuk 6 zullen zonodig enkele aandachtspunten en aanbevelingen worden geformuleerd met het oog op eventueel toekomstig verdiepend onderzoek. Daan Schaars, Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, 20 juni 2018
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 6
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 7
2 SAMENVATTING 2.1 BOUWGESCHIEDENIS Op de funderingen van voorlopers is in 1928 het voorste deel en in 1935 het achterste deel van het perceel Oostvest 54 -56 gebouwd. Deze voorlopers zijn wellicht bekend via oude afbeeldingen en prenten en bestonden vermoedelijk uit drie aaneengeschakelde zeventiende-eeuwse pakhuizen die onderdeel waren van de brouwerij Het Scheepje. Deze brouwerij werd omstreeks 1610 opgericht door voormalige schipper en de latere burgemeester van Haarlem: Dirck Dirckszn. De brouwerij zou tot 1818 in handen blijven van de familie en met name in de zeventiende eeuw uitgroeien tot een belangrijke industrie binnen de stadsmuren van Haarlem , inclusief eigen moutmolen. Het terrein waar de brouwerij op was gevestigd strekte zich uit van de Houtmarkt tot aan de Oostvest en Dijkstraat. In 1913 werd de brouwerij opgedoekt en werden de gebouwen in gebruik genomen door N.V. Kaashandel Maatschappij Gouda en werden er verschillende pakhuizen gebouwd voor de opslag van kaas. Doordat de nieuwe bouwdelen tussen de bestaande bebouwing kwam te staan sloten de afmetingen van de nieuwbouw veelal aan op die van voor 1916.
De nieuwbouw op nummer 54-56 zou tot 1954 in gebruik zijn als pakhuis. Dit zorgde voor een sober uiterlijk van het gebouw, zonder een indeling. In 1954 werd het pand ingericht als drukkerij voor de firma Vernhout en Van Sluyters. Ook na deze functieverandering bleef het gebouw grotendeels ongedeeld. Wel werden er een aantal grote veranderingen aan het exterieur uitgevoerd zoals het vervangen van de meeste oorspronkelijke vensters met vullingen. Aan de zuid- en noordzijde werden nieuwe entrees tot het gebouw gemaakt en er werden trapopgangen naar de verdiepingen aangebracht. Na 1954 werden er aan de zuidzijde nieuwe entrees met portalen gemaakt en werd er een indeling gemaakt op de verdiepingen en aan de achterzijde op de begane grond.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 8
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 9
3 HISTORISCHE ONTWIKKELING 3.1 ONTWIKKELING VAN DE STRAAT OOSTVEST 1 Haarlem is ontstaan op een strandwal en wordt voor het eerst vermeld in de tiende eeuw. De over de strandwal lopende landweg van Den Haag naar Alkmaar naderde hier de rivier het Spaarne. Dankzij ontginningen in het omliggende veengebied kwam de nederzetting in de elfde eeuw snel tot ontwikkeling. Haarlem ontving stadsrechten in 1245 van graaf Willem II, waarna een eerste omwalling rond 1274 tot stand kwam. Het oudste stadsdeel is het gebied rond de huidige Grote Markt, met als begrenzingen Spaarne, Bakenessergracht, Ridderstraat, Nassaustraat, Nassaulaan en Gedempte Oude Gracht. Rond 1350 breidde de stad zich in zuidelijke richting uit tot de lijn Gasthuisvest-Kampervest en daarna ten westen van de Gierstraat en de Oude Gracht tot de lijn WilhelminastraatKinderhuisvest. In de tweede helft van de veertiende eeuw trok men ook het drassige gebied tussen Bakenessergracht en Spaarne bij de stad door aanplemping. De genoemde uitbreidingen werden eind veertiende eeuw binnen een nieuwe ommuring gebracht.
De middeleeuwse ontwikkeling van Haarlem weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. In de gele omlijning de vroege nederzetting (1245 -1350), in rode omlijning de uitbreiding ten westen van het Spaarne (1350 -1400). Eind veertiende en begin vijftiende eeuw werden ook de oostelijke delen van het Spaarne bij de stad getrokken, weergegeven in de blauwe omlijning , en het gebied dat ten westen en zuiden van de oudste kern lag, zichtbaar gemaakt in de paarse omlijning. afb: R.Rutte en B. Vannieuwnhuyze, Stedenatlas Jacob van Deventer, Bussum 2018, p.341.
1 R. Stenvert, e.a., Monumenten in Nederland. Deel 10: Noord – Holland, Zeist 2006, p.310.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 10
Aan de overzijde van het Spaarne was vanaf de dertiende eeuw de nodige nijverheid gevestigd in het open veld, die zich later zou uitbreiden tot de belangrijkste economieën van Haarlem, zoals de bierbrouwerijen aan het Spaarne en de textielnijverheid en scheepsbouw aan de Scheepmakersdijk .
Dit nieuwe gebied werd door een burgwal van het platteland was afgesloten en was via twee bruggen met de oude stad verbonden: de Catharijnebrug in het noorden (tussen de Zanderstoren en de Goede Vrouwetoren, de latere molen de Adriaan) en de St. Nicolaasbrug tussen Houtmarkt en Koudenhorn. 2 Ter verdediging van dit belangrijke stuk stad werd dit deel n a 1426 bij de stad getrokken door de aanleg van een dubbele muur met muurtorens, stadspoorten en een brede gracht. Het kende vijf torens in het noordelijke deel en een toren in het oostelijke deel. Vanaf het Spaarne tot aan de nog altijd bestaande Amsterdamse poort (toen nog Spaarnwouderpoort genoemd omdat de route naar Amsterdam via Spaarnwoude liep) stonden om de circa 80 meter zware muurtorens. De muur vormde een duidelijke grens/barriere met het omringende platteland. In de muur zaten, afgezien van de Spaarnwouderpoort, geen doorgangen of poorten. De Oostvest is de meest oostelijke straat van dit gebied en is pal achter de thans verdwenen stadsmuur van na 1426 gelegen, in de noordoostelijke hoek van de uitbreiding.
Uitsnede van de Oostvest en omgeving uit de plattegrond van Haarlem door Joan Blaeu uit 1646. In de gele omlijning het bouwblok van het onderzoekso bject. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_51001757_M.
2 Rapport i.o.v. Gemeente Haarlem, afdeling Ruimtelijk Beleid: Ontwikkelingsvisie
Spaarnesprong. Visie op de ontwikkeing van de omgeving Papentorenvest – Oudeweg – Oostvest – Harmenjansweg, 27 juni 2017, p.11. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 11
Gezicht over de Stadsbuitensingel op de wal van Haarlem tussen de Papentoren en Spaarnwouderpoort op een schilderij van Gerrit Roemer uit 1745. UB L beeldbank, coll.: Topografie van Nederland.
Na de stagnatie in economische groei en de bevolkingsafname in de loop van de vijftiende en zestiende eeuw, ontwikkelt Haarlem zich tot een belangrijke Hollandse stad in de zeventiende eeuw, mede dankzij de toestroom van vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, die de lakenhandel introduceren in Haarlem. Op de kaart van Joan Blaeu uit 1646 is het gebied ten oosten van het Spaarne weergegeven als een volkomen volgebouwd terrein. Het gebied wordt gekenmerkt door een aantal recht-, en veelhoekige bouwblokken, die veelal de loop van de rivier volgen.
Gravure van H.Spilman, 1761 met daarop duidelijk zichtbaar de molen van Het Scheepje uit 1618 en de drie grote pakhuizen met tui tgevels. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53000589_K.
Het bouwblok waar het onderzoekobject in is gelegen heeft in die periode een vierhoekige vorm met ongelijke hoeken. In de loop van de zeventiende eeuw zijn er enkele duidelijk herkenbare objecten en gebouwen neergezet in het gebied ten oosten van het Spaarne. Op prenten uit de achttiende eeuw zijn deze objecten duidelijk herkenbaar, zoals de moutmolen die in 1618 is gebouwd ter ondersteuning van de brouwerij Het Scheepje. Deze wipstellingmolen torende hoog boven de andere bebouwing uit en moet een behoorlijk hoogte hebben gehad.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 12
Zicht op Oostvest, gezien in de richting van de Papentoren omstreeks 1775. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53015922_K.
Tegen de omwalling aan lagen drie grote pakhuizen met tuitgevels en zadeldaken, die haaks op de Oostvest waren gesitueerd. Naast de Amsterdamse poort was er in dit deel van de ommuring nog een tweede toren opgenomen in de middeleeuwse ommuring. Op de uiterste noordoostelijke hoek van de stadsmuur was de Papentoren gesitueerd. De toren, opgetrokken in opgaand werk van baksteen en spekbanden, bezat een halfronde vorm richting de buitenzijde.
Oostvest gezien naar het zuiden op een tekening van F. Meppelink uit omstreeks 1900. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53001094_M.
De stadszijde van de toren was voorzien van een trapgevel die aansloot op de Oostvest. Op een prent uit 1775 is deze onverharde straat weergegeven en blijkt ter hoogte van de Papentoren te zijn bebouwd geweest met woonhuizen van twee bouwlagen onder zadeldaken. Vanaf 1866 is de stadsmuur rond Haarlem gesloopt en in de eerste helft van de twintigste eeuw is de gracht ten westen van de muur gedempt. Deze ingrepen hebben een grote impact gehad op de stedenbouwkundige ontwikkeling. Het gebied ten oosten van de gracht werd
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 13
3.2 BROUWERIJ HET SCHEEPJE 1610-1818 Haarlem is eeuwenlang een belangrijke brouwersstad binnen West Europa geweest. Op het hoogtepunt in 1650 waren er 55 brouwerijen. Eén daarvan was Het Scheepje. Brouwerij Het Scheepje is volgens de overlevering opgericht in 1351. Op welke locatie in de stad de brouwerij precies gesitueerd is geweest is niet bekend.
op de prenten en tekeningen uit de periode 1600-1800. Het aanzien van Dirck was zo groot dat Prins Maurits hem tot burgemeester van Haarlem benoemde in 1618. Na zijn dood zou de familie Dirckszn, wat later verbasterde naar Dicx, tot 1818 de brouwerij in bezit houden.
Omstreeks 1610 wordt de brouwerij verplaatst van een niet nader bekende plek in de stad naar de Houtmarkt 7. Hier is toen een dubbelhuis van twee bouwlagen gebouwd met trapgevels onder zadeldaken. Eigenaar op dat moment is Dirck Dirckszn de Jonge (1570-1619), die enkele jaren daarvoor nog stond geregistreerd als schipper. 3 Sinds 1606 kocht Dirck verschillende percelen aan de Scheepmakersdijk en Spaarne op. Enkele jaren voor zijn dood in 1619 deed hij dat ok met percelen aan de Dijkstraat. De omvang van het terrein zoals het in de latere eeuwen is overgeleverd op kaarten en plattegronden zou zeer goed al in de zeventiende eeuw tot stand zijn gekomen. Andere uitbreidingen omtrent de brouwerij zijn gedaan in 1618, toen op 18 december van dat jaar de vroedschap vergunning gaf om op de brouwerij Het Scheepje een moutmolentje te plaatsen. Deze molen zou een belangrijk herkenningspunt zijn
Uitsnede van de plattegrond van Haarlem van Romeyn de Hooghe uit 1688. Weergegeven is het bouwblok met daarin de brouwerij het Scheepje. De moutmolen is ook afgebeeld, zij het wat verder richting de Melkboersteeg dan vermoedelijk het geval is geweest. NHA beeldbank, nr. NLHlmNHA_51001152<br>NL-HlmNHA_51001152_01.
3 P. Biesboer, ‘Een Haarlems interieur in Philadelphia’, in: Haerlem Jaarboek 1986, p.98
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 14
Rond 1700 was het verval reeds ingetreden in de economische ontwikkeling van Haarlem. Binnen de brouwnijverheid waren er nog maar 14 van de 55 brouwerijen over. In het jaar 1800 bleef enkel nog het Scheepje over. Een indruk van de aanwezige bebouwing in die periode wordt weergegeven op de kaart uit 1688 van Romeyn de Hooghe. Het blok is vrijwel geheel gevuld met panden, zowel aan de straatzijde als in de buik van het blok. Aan de straten zi jn de percelen langgerekt en met een oriëntatie die haaks op de straat is gesitueerd. Achter de dubbelpanden aan de Houtmarkt 7 die in 1610 gebouwd zijn door Dirck Dirckszn is een kleine binnenplaats zichtbaar. Ook is de moutmolen uit 1618 weergegeven. Anders dan bij de stadsgezichten uit deze periode is de molen op de kaart van De Hooghe wat meer richting het zuiden getekend, grenzend aan de Melkboersteeg. Wellicht dat de molen ooit is verplaatst? 1832 In de negentiende eeuw bloeide de brouwnijverheid weer wat op in Haarlem, waarbij nieuwe brouwerijen werden opgericht. Het terrein van het Scheepje was ondertussen uitgegroeid tot een grote omvang. Op de kadastrale minuutkaart uit 1832 is de toenmalige situatie weergegeven.
Het terrein van het Scheepje in 1832 met in de rode omlijning de bebouwing en in de blauwe omlijning de binnenplaatsen en andere open ruimtes. Bij de rode pijl het pand aan Oostvest dat in handen was van Van der Aa. RCE beeldbank, kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Haarlem, Noord Holland, sectie D, blad 01.
De brouwerij, geregistreerd op de bijbehorende onderlegger onder perceelnummer 2016, omvatte een terrein dat verschillende ontsluitingen naar de omliggende straten Oostvest, Houtmarkt, Melkboersteeg en vermoedelijk ook de
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 15
Dijkstraat heeft gehad. De oriëntatie van de bebouwing was in hoofdlijn waarschijnlijk gericht op de Houtmarkt en het Spaarne. Op het middenterrein waren enkele kleine binnenplaatsen aanwezig en een tweetal doodlopende paden. Op de minuutkaart is niet te zien uit hoeveel losse onderdelen de bebouwing van het Scheepje bestaat. De moutmolen uit 1618, die in 1832 nog wel aanwezig moet zijn geweest, is ook niet nader aangegeven. De brouwerij was in 1832 in handen van W.M. van der Aa & Cons, die van 1818 tot 1870 eigenaar was van de brouwerij. De bebouwing op het perceel wordt omschreven als zijnde Bierbrouwerij, schuur en erf. Deze Van der Aa bezat tevens een aantal zeepziederijen in Haarlem die dezelfde familienaam droegen als de brouwerij. Naast perceelnummer 2016 bezat Van der Aa ook nog nummer 2030 aan de Oostvest dat omschreven werd als huis en erf. 1857 Enkele decennia later, in 1857, wordt het bouwblok opnieuw ingemeten voor de plattegrond van Haarlem door C.K. de Geus. Ook op deze plattegrond is een onderscheid gemaakt tussen de open ruimtes en de bestaande bebouwing. Hierdoor kan een goed beeld gekregen worden over de inrichting van het brouwerijterrein van het Scheepje in dat jaar. Interessant aan deze plattegrond is dat de locatie van de uit 1618 stammende moutmolen is weergegeven.
Uitsnede van de plattegrond van Haarlem door C.K. de Geus uit 1857, met bij de rode pijl de locatie van de moutmolen uit 1618. NHA beeldbank, nr. NLHlmNHA_53019016_M.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 16
Deze stond aan de noordzijde van het terrein, aan het einde van de smalle doodlopende weg die de ontsluiting vormde van het binnenterrein met de Houtmarkt. De locatie van de molen is anders dan op de kaart van De Hooghe uit 1688 is aangegeven. In vergelijking met de prenten en stadsgezichten uit de periode tussen 1600-1800 lijkt de positie van de moutmolen op de kaart van 1857 echter wel correct te zijn. Wat betreft indeling van het terrein lijkt er niet veel gebeurd te zijn ten opzichte van de situatie in 1832. Wel wordt duidelijk dat er geen ingang tot het terrein was vanuit Oostvest, aangezien hier een gesloten gevelwand is getekend. In deze gevelwand moeten de drie pakhuizen gesitueerd zijn geweest die ook op de oudere prenten getekend zijn. Wellicht waren deze pakhuizen onderdeel van de brouwerij. 1897 Het terrein is in 1897 opgemeten door landmeter P. Vierkant en was toen in grote lijnen vergelijkbaar met de situatie in 1857. Veranderingen zijn opgetreden aan de zijde van de Melkboersteeg, waar de toegangen tot het terrein waren volgebouwd. Het voormalige binnenterrein dat hier van opsprong aanwezig was kreeg daardoor een smalle rechthoekige vorm. Kadastraal veldwerk uit 1897 met het terrein van het Scheepje. Bij de blauwe omlijning is de nieuwe binnenplaats aangegeven die is ontstaan na de nieuwbouw aan de Melkboersteeg. Kadastrale archiefviewer: Haarlem, sectie D, nr.
7081.
Een ander opvallend detail is de deels terugliggende bebouwing aan de Oostvest. Waar tot 1897 een doorlopende gevelwand is getekend blijkt er nu een trapsgewijze vorm te
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 17
zijn ontstaan. Dit zou kunnen betekenen dat een deel van de bestaande bebouwing is gesloopt of opgesplitst is. Ondanks de aangegeven afmetingen van de bouwdelen op het veldwerk uit 1897 is het lastig om te bepalen waar de drie pakhuizen gestaan moeten hebben. 1913 In 1913 wordt de brouwerij verkocht aan de gebroeders Stuyt die in de daaropvolgende jaren de bestaande bebouwing op het terrein vrijwel geheel slopen ten behoeve van hun kaashandel. Op een plattegrond uit 1916 van het terrein is de bestaande toestand weergegeven, die grotendeels overeenkomt met de situatie zoals die in de negentiende eeuw al is weergegeven . Op de plattegrond van 1916 zijn de verschillende functies van de bouwdelen opgeschreven. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat het overgrote deel van de gebouwen dienst deed als bergplaats. Opvallend is dat de brouwerij, die behoorlijk groot was in omvang, drie brouwketels had. Deze brouwerijen werden omgeven door een aantal kleinschalige gebouwtjes waar het kolenhok, de werkplaats en het ketelhuis waren gesitueerd. Grotere bouwdelen waren gesitueerd in het verlengde van Houtmarkt 7 en deden dienst als bergplaats en bierkelder. Op de positie van de bierkelder, een langwerpig dubbelpand grenzend aan de Oostvest, is later het onderzoeksobject van dit rapport neergezet.
Plattegrond van het terrein van brouwerij Het Scheepje in 1916, vlak voor afbraak. Bij de blauwe cirkels zijn de brouwketels weergegeven, bij de groene omlijning de drielaagse bergplaats waarvan verderop i n het rapport foto’s van zijn opgenomen. In de rode omlijning zijn vermoedelijk de drie pakhuizen gesitueerd, waarvan twee delen de zogenaamde bierkelder vormen. Deze bierkelder stond op de positie van het onderzoeksobject van dit rapport. Ten noorden sloten een open ruimte en laag bouwdeel aan op de pakhuizen (gele omlijning). GABD.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 18
Foto van de Amsterdamse Poort vanaf het dak van een van de bouwdelen op het brouwerijterrein, voor de sloop. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_54018637.
Een overgeleverde fotodocumentatie van het terrein in aanloop naar de sloopwerkzaamheden geeft een indruk van het brouwerijterrein. Een foto van de Amsterdamse Poort, genomen vóór 1916 vanaf het dak van een van de bouwdelen op het brouwerijterrein, laat een deel van het dakenlandschap zien. De gebouwen, die kris kras op het terrein lijken te staan, waren voorzien van zadeldaken die bedekt waren met gesmoorde oud Hollandse pannen. Hier en daar stak een bakstenen schoorsteen door de daken heen. Met name het bouwdeel uiterst rechts op de foto valt op door de forse afmetingen van het schilddak.
Foto uit 1917 van twee pakhuisgevels van de brouwerij en de naastgelegen toegangspoort tot het complex aan de Houtmarkt 5. De opschriften op de gevels lezen: 'BIERBROUWERIJ HET SCHEEPJE VAN DER AA - SCHMID & COMP", het jaartal "1690", en opschrift op het boogveld boven de poor t: "BIERBROUWERIJ 't SCHEEPJE OPGERICHT 1351". NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53000250_M.
De bebouwing aan de Houtmarkt bestond uit het dubbelpand van Dirck Dirckszn uit omstreeks 1610 op nummer 7 en een tweetal bouwdelen met tuitgevel en dubbel zadeldak met voorschild op nummer 5, gescheiden door een bakstenen poort met rondboog. Het enkellaagse bouwdeel met tuitgevel had een jaartal van 1690 op de gevel geplaatst en deed
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 19
vermoedelijk dienst als stal. 4 Het bouwdeel met afgeknot schilddak had de tekst BIERBROUWERIJ HET SCHEEPJE VAN DER AA - SCHMID & COMP op de voorgevel geschilderd, verwijzend naar de eigenaren die in 1818 het terrein in bezit kregen. Beide voorgevels waren overigens wit geschilderd met een zwarte plint.
vensters met afwisselden hoogtes op de verdiepingen met rondbogen. Dit soort type vensters zijn nog zichtbaar bij andere pakhuizen uit de zeventiende eeuw in Haarlem.
De toegangspoort had in de wit geschilderde boogtrommel de tekst BIERBROUWERIJ HET SCHEEPJE OPGERICHT 1351 staan. Deze laatgenoemde bouwdelen zouden in 1916 gesloopt worden, met uitzondering van het dubbelpand op nummer 7. 5 Op het achterterrein waren zoals gezegd verschillende bouwdelen aanwezig. Ook hier is voor de sloop in 1916 het een en ander gedocumenteerd waardoor er een indruk gekregen kan worden van het uiterlijk van deze industriële gebouwen. Een van de meest in het oog springende gebouwen is een drielaags bouwdeel geweest, uitgevoerd met wit geschilderde langsgevel. Dit gebouw is in gebruik geweest als bergplaats (zie groene omlijning plattegrond op op.18).
Foto uit 1917 van de noordgevel van het gebouw achter Houtmarkt 7, gezien richting het zuiden. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_559_004040.
De locatie van het gebouw is pal achter het dubbelpand op Houtmarkt 7. De gevel bezat verschillende openingen, waaronder een brede toegang onder een korfboog met dubbele bedrijfsdeuren op de begane grond en verschillende
Deze vensters waren uitgevoerd met luiksponningen en lijken ingezet te zijn met ijzeren ramen.
4 Het Scheepje, Haarlem’s Dagblad 26 mei 1917.
Enderman, Bouwhistorische verkenning: ‘Brouwerij Het Scheepje’ Houtmarkt 7 te Haarlem, mei 2007.
5 Voor het pand Houtmarkt 7 is door Enderman, Bureau voor bouwhistorie in 2007 reeds een
De korfboog bij de toegang op de begane grond is ook van dichtbij gefotografeerd waardfoor het duidelijk wordt dat er natuurstenen aanzetstenen en sluitsteen zijn aangebracht.
bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd en zal hier niet verder worden behandeld. Zie: M. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 20
Op een van de aanzetstenen is de tekst KANTOOR geschilderd. De sluitsteen is voorzien van een gebeeldhouwd schip verwijzend naar de naam van de brouwerij. Vermoedelijk zijn de drie zeventiende-eeuwse pakhuizen aan de Oostvest ook nog tot 1913 in gebruik geweest, blijkens een tekening uit 1916 gemaakt door Paulus van Alff. De panden zijn echter lastig te traceren op het bestaande kaartmateriaal. Vermoedelijk vormen de twee noordelijke pakhuizen samen de eerder genoemde bierkelder. Het zuidelijke pand is minder diep en in 1913 in gebruik als bergplaats.
Berging achter perceel Houtmarkt 7. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_54015543.
Afbeelding uit 1916 van Paulus van Alff met zicht op de drie hoge zeventiendeeeuwse panden aan de Oostvest. De twee gebouwen in de rode omlijning zijn vermoedelijk de bierkelder, met aansluitende open ruimte en laag bouwdeel in de blauwe omlijning. Het zuidelijke pakhuis in de gele omlijning was vermoedelijk minder diep. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53000247_M.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 21
bedekt met rode pannen. De kapconstructie bestond uit een halfspant aan weerszijden van elke pakhuis.
Uitsnede van de plattegrond bestaande situatie uit 1916 van de bierkelder met omliggende gebouwen. De situatie lijkt overeen te komen met de tekening van de drie zeventiende-eeuwse pakhuizen uit 1916. GABD.
De voorgevels aan de Oostvest van de drie pakhuizen bestonden uit bakstenen gevels met een horizontale geleding per bouwlaag. De op de oudere prenten aanwezige zadeldaken met zakgoot waren inmiddels voorzien van een voorschild en
Doorsnede bestaande toestand van de bierkelder op de bouwtekening van 1928. GABD.
Wellicht tegelijkertijd met de aanpassing van de daken was ook een lijstgevel aangebracht, die doorliep over de breedte van de drie pakhuizen. Dit nieuwe gevelwerk was witgeschilderd en voorzien van de tekst BIERBROUWERIJ HET SCHEEPJE.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 22
De voorgevels waren verder voorzien van verschillende type vensters met rechte en gebogen bovenzijden, ingezet met luiken. Het zuidelijke pakhuis had een afwijkende geveli ndeling ten opzichte van de twee pakhuizen die mogelijk de bierkelder hebben gevormd.
constructie van standvinken en balklagen. Aan de hand van deze constructies kan helaas geen harde datering worden gegeven voor de bierkelder. Dergelijke constructies worden veelal tot de negentiende eeuw toegepast.
Ten noorden van de pakhuizen was een open ruimte aanwezig, van de Oostvest afgesloten met een ommuring. Haaks op het pakhuis sloot een kort bouwdeel aan, zoals ook zichtbaar is op de plattegrond van 1916. Naast het exterieur is ook het interieur van de bierkelder vastgelegd op een tekening uit 1916 van Paulus van Alff. Hierop is een van de verdiepingen weergegeven, gezien in de richting van een van de langsgevels in het noorden of zuiden. De weergegeven verdieping werd gekenmerkt door een ongedeelde ruimte die over de breedte van de twee pakhuizen liep. Wel was er binnen de ruimte een tweedeling tot stand gebracht door het aanbrengen van een zware geschoorde standvink waarop de samengestelde balklaag van de verdiepingsvloer en het opgaande werk lag. De massieve scheiding tussen de twee pakhuizen zoals die op de tekening van 1916 is weergegeven bestond op de begane grond niet. Op een doorsnede over de bestaande toestand op de bouwtekening van 1928 is tevens zichtbaar dat de begane grond opgedeeld was in twee delen. Alle bovenliggende verdieping bestonden uit ongedeelde ruimtes met een
Afbeelding uit 1916 van Paulus van Alff met het interieur van de zogenaamde bierkelder aan de zijde van de Oostvest achter het perceel Houtmarkt 7. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_53000246_M.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 23
De vensters in de wit geschilderde langsgevel op een van de verdiepingen van de bierkelder waren ingezet met meerruits ramen en opgeklampte luiken. 3.3 ONTWIKKELING VAN HET TERREIN NA 1916 1916-1935 Na de verkoop van de brouwerij aan de gebroeders Stuyt werd het terrein in een periode van een kleine twintig jaar opnieuw ingericht. Onder de naam N.V. Kaashandel Maatschappij Gouda werden er verschillende pakhuizen gebouwd voor de opslag van kaas. Doordat de nieuwe bouwdelen tussen de bestaande bebouwing kwam te staan sloten de afmetingen van de nieuwbouw veelal aan op die van voor 1916. Hierdoor is het huidige terrein een goede weerspiegeling van het brouwerijterrein zoals dat eeuwenlang bestaan heeft. De nieuwbouw uit 1926, 1928 en 1930 bestond veelal uit gekoppelde enkellaagse gebouwen die voorzien waren van een bakstenen opbouw en een plat dak met lichtstraten of schilddak. De open ruimtes op het terrein kwamen vrijwel allemaal onderdaks te liggen. Met name de nieuwbouw uit 1926 is interessant omdat dit bouwdeel tegen de bestaande noordgevel van de bierkelder is gebouwd.
Doorsnede over de nieuwbouw uit 1926. GABD.
Doorsnede over de nieuwbouw uit 1928. GABD.
Doorsnede over de nieuwbouw uit 1930. GABD. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 24
Plattegrond met de nieuwe gebouwde bouwdelen op het terrein, geprojecteerd op de plattegrond van 1916. afb: M. Enderman 2007, p.23.
3.4 DE BOUW VAN HET PAKHUIS OOSTVEST 54-56 IN 1928 In 1928 werd door de firma Stuyt besloten om de bestaande bebouwing die in de periode van de brouwerij in gebruik was als bierkelder aan de Oostvest af te breken en te vervangen door een bouwdeel van gelijksoortige afmetingen. Omdat tegen de noordgevel in 1926 een nieuw bouwdeel was gemaakt kon de gevel aan deze zijde tot aan de verdieping niet worden afgebroken. Hier is dus het zeventiende-eeuwse muurwerk zeer vermoedelijk in tact gebleven.
Situatieschets op de bouwtekening van 1928. In het zwarte blok de nieuwbouw van dat jaar. GABD.
De architect die de ontwerpen heeft gemaakt is de op dat moment in Heemstede woonachtige J. PH. Peper (zie voor meer informatie over de architect paragraaf 3.8). De vorm van de nieuwbouw volgde de bestaande bebouwing van de bierkelder maar was wel minder diep, waarbij de achtergevel wat verder het pand in kwam te liggen. In plaats van hoge daken heeft de nieuwbouw een plat dak gekregen. Tevens werd de voorgevel rechtgetrokken ten opzichte van de licht schuin lopende gevels uit vermoedelijk de zeventiende eeuw. De open plaats die zichtbaar is op de tekening van de Oostvest van Van Alff uit 1916 werd toen ook overkapt.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 25
Aanzicht zijgevel op de bouwtekening van 1928. GABD.
Aanzicht voorgevel op de bouwtekening van 1928. GABD.
De opzet van de voorgevel, de gevel aan de Oostvest, kreeg een vierkant uiterlijk van drie lagen. Aan de bovenzijde van de gevel staken de hoeken boven de wat lager gelegen gevellijst uit. De borstwering onder de vensteropeningen bestonden verder uit horizontale vlakverdelingen. Wat betreft gevelopeningen was op de begane grond een toegang met dubbele deur gemaakt. Alle andere openingen in de voorgevel werden ingezet met 16-ruits ramen. Aan de linkerzijde van de gevel was op de tekeningen een enkellaags bouwdeel getekend dat aansloot op de voorgevel en voorzien was van twee toegangen met dubbele deuren. Dit bouwdeel zou echter niet gebouwd worden, dat ook aangegeven is op de tekening in de vorm van een groot kruis.
De zijgevel, die vermoedelijk aan beide zijden een gelijke indeling zal hebben gehad, had 22 vensterassen. Alle openingen waren ingezet met 8-ruits ramen. De noordgevel zal in het voorste deel ter hoogte van de begane grond vermoedelijk nog uit zeventiende-eeuws muurwerk bestaan van de voormalige bierkelder. Wat betreft constructies was de begane grondvloer van gestort beton. De verdiepingsvloeren waren op enkelvoudige balklagen aangebracht. De indeling van de verschillende bouwlagen is niet bekend, maar zal vermoedelijk hebben bestaan uit ongedeelde ruimtes. 3.5 LATERE AANPASSINGEN 1931: VERBOUW VOORGEVEL In 1931 is de voorgevel van het pakhuis aangepast, waarbij de twee deuren op de begane grond zijn vervangen voor vensters,
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 26
die aansloten op de afmetingen van de bestaande vensters. Ook de vulling van 16-ruits ramen sloot aan op het bestaande.
constructie van standvinken. De indeling van de bouwlagen was ongedeeld.
De nieuwe voorgevel op de bouwtekening uit 1931. GABD.
1935: NIEUWBOUW AAN DE ACHTERZIJDE Een volgende verbouwing volgde in 1935. Hierbij werd aan de achterzijde van het bouwdeel uit 1928 een nieuwe aanbouw gemaakt van twee bouwlagen onder een plat dak. De bestaande bebouwing bestond uit een ouder dubbelpand onder een zadeldak met zakgoot van drie bouwlagen dat als berging in gebruik was. Ook dit dubbelpand had, net als de in 1928 vervangen oudbouw aan de Oostvest, een karakteristieke
Situatieschets op de bouwtekening van 1935 met in het grijze vlak de nieuwbouw uit dat jaar. GABD.
De architect voor de nieuw te plannen vleugel was wederom J. PH. Peper uit Heemstede, die ook het voorste deel uit 1928 had ontworpen. Hij borduurde voort op de vormgeving van deze nieuwbouw uit 1928, waarbij een zelfde type bebouwing ontstond onder een plat dak. Groot verschil was wel dat de nieuwe vleugel een verdieping minder hoog was dan het bouwdeel uit 1928. Ook was de nieuwe vleugel minder diep van in totaal 12 vensterassen.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 27
zuidzijde was er tevens een ontsluiting gemaakt met dubbele deuren naar de daar aanwezige binnenplaats.
Zicht op de nieuwe zijgevel op de bouwtekening uit 1935. GABD.
Net als bij de nieuwbouw uit 1928 waren ook hier de verdiepingsvloeren op enkelvoudige balklagen aangebracht. De begane grond had een vloer van gestort beton. De indeling van de nieuwe vleugel uit 1935 was ongedeeld. Doorsnede bestaande toestand op de bouwtekening van 1935. GABD.
3.6 VERBOUWING TOT DRUKKERIJ IN 1954
De nieuwe vleugel sloot aan op de achtergevel van het voorste deel uit 1928. De noordgevel van de nieuwbouw uit 1935 bestaat op de begane grond zeer vermoedelijk uit oud muurwerk, aangezien hier in 1928 aan de andere zijde al een bouwdeel tegen aan was gezet. De noordgevel werd vanaf de verdieping wel opnieuw opgemetseld.
Een grote ingreep die heeft gezorgd voor een belangrijk deel van het huidige uiterlijk van de twee vleugels uit 1928 en 1935 is de transformatie van kaaspakhuis naar drukkerij in 1954 in opdracht van de firma Vernhout en V. Sluijters. Bij de verbouwing zijn bijna alle vensters in de zijgevels van zowel het bouwdeel uit 1928 als 1935 opengebroken en ingezet met
De vensters in de zijgevels werden ingezet met dezelfde 8-ruits ramen als bij de zijgevel van de nieuwbouw uit 1928. Aan de
nieuwe 4-ruits ramen met ongelijke vlakken waardoor het aantal vensterassen gehalveerd werd.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 28
Zicht op de gewijzigde zijgevels van het hoge bouwd eel uit 1928 en het lage bouwdeel uit 1935 op de bouwtekening van 1954. Tegen de noordgevel stond een enkellaags bouwdeel uit 1926 dus zijn op de tekening alleen de bovenste verdiepingen weergegeven. GABD.
Boven de ongewijzigde bestaande entree in de zuidgevel werden twee smalle vensters met dubbelruits indeling gemaakt. Alleen aan de noordzijde van de vleugel uit 1935 zijn op de verdieping de oude vensters met vullingen bewaard gebleven. Wat betreft de indeling van de begane grond werd de vleugel uit 1928 ingericht met snij- en stansmachines. De begane grond in het bouwdeel uit 1935 werd ingericht als perserij met verschillende persmachines. In de vleugel uit 1928 werden ook nog nieuwe trapopgangen gemaakt tussen begane grond en tweede verdieping tegen de voor- en achtergevel.
Plattegrond van de begane grond met rechts de nieuwe situatie en links de bestaande situatie op de tekening van 1954. In het rode vlak de nieuwbouw uit 1928 en in het blauwe vlak die van 1935. GABD.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 29
Plattegrond van de eerste verdieping met boven de nieuwe situatie en onder de bestaande situatie op de tekening van 1954. In het rode vlak de nieuwbouw uit 1928 en in het blauwe vlak die van 1935. GABD.
Ook tegen de achtergevel werd een nieuwe lift met koker gemaakt, die alle lagen met elkaar verbond. De eerste en tweede verdieping in de vleugel uit 1928 werd verder ingericht met verschillende machinerie. De vleugel uit 1935 werd op de eerst verdieping ingericht met een afdeling lithografie, bestaande uit drie ruimtes. Tevens werd er op de verdieping een zogenoemde Repetex drukapparaat geplaatst.
Plattegrond van de tweede verdieping met boven de nieuwe situatie en onder de bestaande situatie op de tekening van 1954. GABD.
3.7 VERBOUWINGEN NA 1954 De drukkerij van Vernhout & Van Sluyters zou tot 1966 actief blijven aan de Houtmarkt en Oostvest. Vanaf dat jaar wordt het terrein opgesplitst en deels verkocht. De drukkerij in het
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 30
fabrieksgebouw aan de Oostvest blijft in handen van Vernhout & Sluyters en blijft in gebruik na 1966. Uit de kadastrale gegevens blijkt dat in 1984 er een naamswijziging optreed wat betreft de eigenaar van het perceel Oostvest 54-56. In 1999 is het terrein weer grotendeels onder één perceel nummer ondergebracht, met uitzondering van het pand aan Houtmarkt 5. Omstreeks deze periode is de gemeente Haarlem eigenaar geworden van het terrein en wordt het terrein ingericht voor culturele doeleinden. Zo is er onder meer het poppodium Patronaat in ondergebracht en anno 2018 is de Voedselbank actief op de begane grond van het gebouw.
3.8 DE ARCHITECT J. PH. PEPER (1891-1980) 6
Het huis uit 1926 aan de Adriaan Pauwlaan 5 in Heemstede waar J . Peper zelf woonde. afb: F. Harm 2010, p.33.
De architect Johannes Philippus Peper, werd geboren in 1891. Hij was als architect van 1917 tot 1956, vooral actief in Haarlem en later Heemstede, en overleed omstreeks 1980. Hij hield zich bezig met villabouw, stedenbouw en industriële objecten.
Zicht op de zuidgevel van het bouwdeel uit 1928 en 1935 op een foto van 1972. NHA beeldbank, nr. NL-HlmNHA_JosF19720225_071.
In 1926 ontwierp hij zijn eigen woonhuis aan de Adriaan Pauwlaan 5 in Heemstede. Peper woonde in dit door hem zelf ontworpen huis tot zijn overlijden omstreeks 1980. De vormgeving van dit huis refereert aan de Engelse landhuisstijl, waarbij het opgaande werk voor een deel uit gepotdekselde planken bestaat.
6 F. Harm, ‘Architect J. PH. Peper’, in: HeerlijkHeden nr.143 (2010) p.33-36.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 31
materiaalgebruik zoals baksteen en hout geen exponent van het nieuwe bouwen, maar is met de platte daken, de strakke geometrische bouwvolumes, het nagenoeg ontbreken van ornament en het benadrukken van de horizontale lijnen voor de tijd zeker ‘modern’ te noemen. Zoals gezegd vertoont de stijl van de villa verwantschap met de Haagse School. 7
Villa Craneburgh uit 1928-1929. afb: B. Laan, e.a., Zuid Kennemerland. Interieurportretten van stadshuizen en villa’s 1875 1945 , Amsterdam 2017, p.176.
Tevens maakte Peper in 1928-1929 het ontwerp voor villa De Cranenburgh, het woonhuis voor de Haarlemse notaris R.C.A. Cranenburgh aan de Haarlemse Wagenweg 63. Het heeft twee etages en is opgetrokken uit roodbruine baksteen. Het exterieur van de villa is mede door traditioneel
De villa aan het Fredrikspark 2 in Haarlem uit 1931. HlmNHA_54021659.
NHA beeldbank, nr. NL-
Ook in Haarlem kwam aan het Frederikspark 2 in 1931 een villa gereed naar ontwerp van Peper. Hij kwam te staan op de plaats van de oude villa, die op de kelder na werd gesloopt. De schoonheidscommissie keurde het bouwplan eerst af omdat
7 A. Westra, ‘Villa De Cranenburgh door Thunnissen-Hendricks en Peper’ 26-08-2016, op de
website van Stichting Historische Interieurs in Amsterdam. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 32
het nieuwe pand niet met de omgeving in overeenstemming zou zijn. Het exterieur van deze villa is veel traditioneler vormgegeven dan bij het ontwerp voor Villa Cranenburgh.
vormen met drie bouwlagen en een plat dak. De vormgeving van de voorgevels is uiterst sober met een haast symmetrische indeling.
Zicht op de bebouwing aan de Meer en Boslaan in Heemstede. NHA beeldbank, nr. KNA003002346
Naast de villabouw heeft Peper in Heemstede een groot aandeel gehad in de bebouwing van de Meer en Boslaan. In de periode tussen 1932 en 1933 werden in één keer de panden met de nummers 4 tot en met 34 en 15 tot en met 43 ontworpen en gebouwd. Het zijn blokken van vier wooneenheden, die in een Haagse Schoolachtige vormgeving zijn opgetrokken. Een vroeg ontwerp van industriële architectuur van de hand van Peper stamt uit 1927 voor een winkel en een smederij van de firma Felix in Haarlem. Het ontwerp van Peper uit 1920 is een combinatie van werken en wonen. Het gebouw heeft rechte
Zicht op de voorgevel van de Smederij Felix in Haarlem uit 1927. afb: F. Harm 2010, p.35
3.9 DATERINGSPLATTEGRONDEN De volgende dateringsplattegronden zijn gemaakt op basis van de in dit hoofdstuk behandelde tekeningen en beeldmateriaal. De plattegronden zijn gemaakt op basis van de beschikbare inmeting bestaande situatie uit 2003, aangeleverd door gemeente Haarlem.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 33
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 34
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 35
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 36
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 37
terrein waarop het onderzoeksobject zich begeeft is vanaf 1610 tot 1913 in gebruik geweest als brouwerij het Scheepje.
4 BOUWHISTORISCHE VERKENNING In dit hoofdstuk wordt de historische bouwsubstantie van het pand besproken. Daarbij worden tevens de bouwhistorische bijzonderheden verkend en geanalyseerd. De eerste paragrafen gaan in op de situering, de plattegrond en opbouw, daarna wordt ingezoomd op de afzonderlijke bouwdelen en gevels en de constructies. De bijzonderheden van het interieur worden behandeld vanaf paragraaf 4.6. NB: wanneer in deze tekst de term “oorspronkelijk” valt, wordt gedoeld op de eerste bouwfase: 1928 en 1935, afhankelijk van het bouwdeel. 4.1 SITUERING Het object aan de Oostvest 54-56 is gesitueerd aan de oostzijde van het Spaarne, in de noordoosthoek van de middeleeuwse stadskern van Haarlem. De straat is gelegen achter de voormalige stadsmuur die omstreeks de veertiende eeuw is aangelegd en de laatste middeleeuwse uitbreiding van Haarlem vormde. De Amsterdamse Poort die in de nabijheid van het onderzoeksobject ligt is een restant van deze, verder uit het straatbeeld verdwenen, stadsmuur. Dit deel van de stad is altijd in gebruik geweest als industrieel gebied, ook voor en na dat de stadsmuur werd aangelegd. Straatnamen in het gebied wijzen nog op de oude ambachten en functies zoals de Scheepmakersdijk en de Houtmarkt. Het
Huidige situatie van Haarlem met in het omlijnde gebied het bouwblok waar het onderzochte pand zich in bevindt. Google Maps 2018.
Het onderzoeksobject is gelegen op een terrein dat zich bevindt in een bouwblok dat wordt omgeven door de Dijkstraat in het noorden, de Oostvest in het oosten, de Melkboersteeg in het zuiden en de Houtmarkt in het westen. Het pand is onderdeel van een groot terrein dat vermoedelijk al in de loop van de zeventiende eeuw is ontstaan waarbij de toenmalige eigenaar van de brouwerij Het Scheepje percelen rondom Houtmarkt 7 heeft opgekocht.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 38
Zicht op de Oostvest gezien richting het noorden met links de voorgevel van het in dit rapport onderzochte pand.
Huidige situatie van het bouwblok met in het rode omlijnde gebied het terrein van de voormalige brouwerij Het Scheepje. Bij gele omlijning is het onderzoeksobject aangegeven. Google Maps 2018.
Zicht op de Oostvest gezien richting het zuiden met de Amsterdamse Poort in de verte.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 39
Zicht over het voormalige terrein gezien vanaf de tweede verdieping richting de Oostvest.
Zicht op de aansluiting van het achterste deel uit 1935 met de bebouwing op Houtmarkt 7, dat duidelijk herkenbaar is aan de topgevels.
Het onderzoeksobject van dit rapport is gesitueerd aan de oostzijde van het terrein, met een oriëntatie op de straat Oostvest. Het L-vormige gebouw dat in twee fases is opgetrokken sluit aan de westzijde aan op de achterzijde van Houtmarkt 7. De gebouwdelen, die in 1928 en 1935 zijn opgetrokken, hebben overeenkomstige vormen met de bouwdelen die hier tot die tijd stonden. Deze voorgangers zijn in de zeventiende eeuw gebouwd. Muurwerk hiervan is zeer vermoedelijk nog aanwezig in de noordgevel van beide bouwdelen. Zicht op de teruggelegen bouwdelen aan de Oostvest die onderdeel uitmaakte van het voormalige terrein. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 40
De voorgevel aan de Oostvest. Zicht op de noordgevel met de aansluiting van het hogere vooste deel met het lagere achterste deel. De begane grond is hier geheel overbouwd.
4.2 HOOFDVORM, PLATTEGROND EN OPBOUW, DAK Het L-vormige gebouw aan Oostvest 54-56 bestaat uit twee delen, met aan de straatzijde een deel dat in 1928 is opgetrokken en een aansluitend achtergelegen deel uit 1935. Het deel aan de straatzijde heeft drie bouwlagen en het achterste twee lagen. Beide delen zijn gelegen onder een met bitumen bedekt plat dak. Aan de achterzijde van het voorste bouwdeel staat nog een liftuitbouw uit 1954 op het plat dak.
Zicht op de zuidgevel bij de aansluiting van het lage achterste deel bij het voorste deel. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 41
Detail van de hergebruikte bakstenen in de erfscheidingsmuur aan de Oostvest, waarvan sommige stenen een witte afwerking hebben. De erfscheidingsmuur aan de Oostvest ten zuiden van het gebouw.
Het gebouw is aan de noordzijde geheel ombouwd met bouwdelen uit de periode 1926-1928. Aan de zuidzijde is een open plaats waar tot 1928 een bouwdeel stond. De achterzijde van het achterste bouwdeel sluit deels aan op het noordelijke deel van het dubbelpand Houtmarkt 7. Aan de zuidzijde van de voorgevel aan de Oostvest is verder nog een afsluitende erfscheidingsmuur met stalen poort aanwezig, bestaande uit een borstwering met muurdammen waartussen houten stijl- en regelwerk is opgehangen. De borstwering en muurdammen zijn van hergebruikte bakstenen. De muur is na 1928 gemaakt ter vervanging van een afgebroken bouwdeel en in 1955 deels vernieuwd. Achter de afscheiding is nog een recent aangebrachte berging van baksteen aanwezig.
Achter de erfscheidingsmuur is nog een berging aanwez ig.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 42
Detail van het metselwerk van de voorgevel met verschillende lagen witte verf.
4.3 GEVELS De opbouw van de beschrijving bestaat uit een eerste deel waarin het gevelwerk per windrichting wordt omschreven en daarna komen de openingen met vullingen aan bod. Hoewel het gebouw in twee fases tot stand is gekomen is het gevelwerk overeenkomstig en zal dus algemeen worden besproken. De gevels van het gebouw zijn opgetrokken in kruisverband met een roodkleurige baksteen. De gevels zijn vervolgens afgewerkt met een witte verflaag. Dit is in lijn met de afgebroken gebouwen op het terrein, die ook veelal een witte afwerking hebben gehad.
Zicht op de voorgevel met in het middelste vlak vaag de tekst VERNHOUT & VAN SLUYTERS DRUKKERIJ zichtbaar.
4.3.1 Voorgevel (zijde Oostvest) De voorgevel uit 1928 heeft vier vensterassen en wordt horizontaal opgedeeld door naar voren gelegen vlakken onder de vensters. Ook aan de bovenzijde van de gevel is een dergelijk vlak aanwezig. Op het vlak onder de vensters op de tweede verdieping is vaag nog in zwarte verf de tekst VERNHOUT & VAN SLUYTERS DRUKKERIJ zichtbaar. De hoeken van de gevel zijn aan de bovenzijde iets hoger dan het middendeel.
De noordgevel van het voorste deel is vermoedelijk ouder en vanwege aanwezige afwerkingen niet nader onderzocht. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 43
Detail van de verhoogde hoek bij de voorgevel/zuidgevel.
Op de bouwtekening van 1928 is op de begane grond een doorgang getekend aan de noordzijde van de gevel, die in 1931 vervangen is door twee nieuwe vensters. Het muurwerk is toen in aansluiting op het bestaande metselwerk opnieuw opgemetseld waardoor deze aanpassing niet opvalt. Ook de vulling van de in 1931 nieuw gecreëerde vensters sluit aan op de bestaande ramen. Anders is de aanpassing op de begane grond van het zuidelijke deel van de gevel uitgevoerd. Hier is recentelijk een deel van de gevel opgemetseld met een afwijkende machinale baksteen. De twee oorspronkelijke ramen zijn toen herplaatst.
Detail van de voorgevel met het venster waar van oorsprong een door gang was gesitueerd. Deze is in 1931 dichtgezet. De herstellingen zijn amper zichtbaar in het muurwerk.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 44
De voorgevel is op de begane grond aan de zuidzijde voorzien van nieuw metselwerk, opgemetseld met machinaal gefabriceerde bakstenen.
Detail van de overgang tussen oorspronkelijke bakstenen en machinale bakstenen.
Een van de vensters in de voorgevel op de tweede verdieping met stalen vulling, gezien van binnenuit.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 45
Detail van de kruising van de stalen roede bij een van de vensters in de voo rgevel. Er zijn meerdere verflagen aanwezig op de roeden.
De vensters in de voorgevel stammen uit 1928 en hebben een rechte vorm en zijn ingezet met oorspronkelijke 16-ruits stalen ramen. De boven- en onderdorpel worden gevormd door de naar voren gelegen borstwering van de vensters. Aan de binnenzijde hebben de stalen roeden verschillende verfafwerkingen.
De zuidelijke zijgevel gezien in de richting van de Houtmarkt. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 46
Detail van de vensters op de eerste en tweede verdieping in de zuidgevel van het voorste deel.
4.3.2 Zijgevels Zuidgevel De opbouw van het pand in twee faseringen is duidelijk zichtbaar in de zuidelijke zijgevel. Bij de overgang tussen de twee delen is een bouwnaad aanwezig waarbij een inkassing met staande tanden is gemaakt in het muurwerk uit 1928. Het muurwerk uit 1935 grijpt zich als het ware vast in het bestaande werk uit 1928.
De overgang tussen het muurwerk van voorste en achterste deel is goed zichtbaar bij de bouwnaad in de zuidelijke gevel.
De vensters uit 1928 en 1935 in de zuidgevel zijn in 1954 vrijwel allemaal verbreed en ingezet met de huidige houten kozijnen met dubbele indeling waarvan een deel kan draaien. De rechte vensters hebben aan de bovenzijde een rollaag en een onderdorpel van gemetselde dorpelstenen. Op de begane
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 47
grond in het achterste deel zijn in de zuidgevel nog twee oorspronkelijke vensters met later aangebracht rooster en draairaam aanwezig. Tevens zijn er in 1954 of daarna een reeks nieuwe toegangen op de begane grond in de zuidgevel gemaakt. In het voorste deel van de gevel zijn drie entrees gemaakt, waarvan de voorste twee zijn voorzien van een portaal van machinale baksteen onder een plat dak. Deze portalen zijn verstoken gebleven van witte verf als afwerking. Bij de aansluiting met het bouwdeel uit 1935 is een entree met daarboven op elke verdieping smalle horizontale vensters met dubbele ramen, allemaal stammend uit 1954. Het achterste deel heeft een latere entree met dubbele deuren.
Zicht op het portaal met entree van na 1954. Het plat dak heef t een omlijsting van trespa gekregen.
Zicht op de entree in de zuidgevel uit 1954 die thans is dichtgezet. Ook het venster met dubbele ramen is uit 1954.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 48
Zicht op de toegang (rode pijl) met dubbele deuren in de zuidgevel van het achterste deel. foto: Gert-Jan Nieuwenhuis @ 2018.
Noordgevel De noordelijke zijgevel van beide delen deel is op de begane grond ingebouwd met enkellaagse bouwdelen uit de periode 1926-1928. Door de bouw van deze enkellaagse delen kon bij de nieuwbouw in 1928 en 1935 van het voorste en achterste deel dit deel van de noordgevel niet worden gesloopt. Zeer vermoedelijk is hier dan ook nog ouder, wellicht zeventiendeeeuws, muurwerk aanwezig. Er heeft in het kader van dit rapport geen destructief onderzoek plaatsgevonden waardoor dit muurwerk niet nader onderzocht is. Zicht op de hoek van de zuidgevel met de achtergevel aan de binnentuin bij het achterste deel. Het venster in de zuidgevel is nog oorspronkelijk, het ventilatierooster is van een latere datum. foto: Gert -Jan Nieuwenhuis @ 2018. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 49
Zicht op de noordelijke zijgevel bij het bouwdeel uit 1935, gezien naar de Houtmarkt.
Het opgaande werk van de noordgevel van het voorste deel is in 1954 voorzien van nieuwe vensteropeningen. De vulling van de vensters, die in opzet hetzelfde zijn als aan de zuidzijde, bestaan uit dubbele indeling waarvan een deel kan draaien. Op de begane grond is op de hoek met de voorgevel een nieuwe toegang gemaakt in de noordgevel. De huidige vulling stamt uit een recente periode.
Zicht op de noordgevel bij het voorste deel, gezien vanaf de Oostvest. De entree op de begane grond is uit 1954.
De gevel van het bouwdeel uit 1935 heeft op de bovenste verdieping nog de oorspronkelijke vensters met vullingen, bestaande uit rechte vensters met 8-ruits stalen draairamen. De vensters hebben een opbouw van bakstenen rollaag aan de bovenzijde en een bakstenen onderdorpel. De ramen zijn uitgevoerd met het oorspronkelijke sluitwerk en hebben een olijfgroene afwerking.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 50
Detail van het sluitwerk bij een van de ramen uit 1935 in de noordgevel van het achterste bouwdeel.
4.3.3 Achtergevel De achtergevel van het voorste bouwdeel is gepleisterd met een grijze raaplaag. Tegen de achtergevel steekt een hoge aluminium schoorsteen boven het plat dak uit, behorende tot de keuken op de begane grond.
Detail van het sluitwerk bij een van de ramen uit 1935 in de noordgevel van het achterste bouwdeel.
Aan de achterzijde van het achterste deel sluit een deel aan op de bebouwing aan de Houtmarkt 7. Het zuidelijke deel van het achterste bouwdeel is gelegen aan een binnentuin. De onbeschilderde gevel die aan deze tuin grenst bezit op begane grond en verdieping nog respectievelijk twee en vier vensters met oorspronkelijke stalen vulling.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 51
De achtergevel van het achterste deel kijkt deels uit op een binnentuin die achter Houtmarkt 7 is gelegen en bezit nog de oorspronkelijke vensters met vulling.
Zicht op de achtergevel van het voorste bouwdeel met de schoorsteen en liftkoker.
Detail van een omstucte kolom op de begane grond van het achterste bouwdeel.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 52
Zicht op de houten vloerdelen van de tweede verdiepingsvloer.
4.4 CONSTRUCTIEVE ELEMENTEN 4.4.1 Draagconstructies De draagconstructies bij de twee bouwdelen zijn voorzien van een betonnen begane grond vloer uit de bouwtijd van de twee delen. De verdiepingsvloeren zijn oorspronkelijk en gemaakt van houten enkelvoudige balklagen met houten vloerdelen daarop aangebracht. De balklagen worden in het midden ondersteund door een reeks van tot de oorspronkelijke bouwfase beho rende kolommen. Deze kolommen zijn gemaakt van stalen profielen en hebben een stalen onderslag. Later zijn de kolommen geheel omkleed met stucwerk.
Detail van een omstucte kolom op de begane grond van het voorste bouwdeel.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 53
De aanwezigheid van de kolommen past in de bouwtraditie van de bouwdelen die hier tot 1928 en 1935 hebben gestaan en als bierkelder in gebruik waren. Deze gebouwen hadden ook een opzet van een tweedeling door middel van de toevoeging van standvinken. Aan de keuken in het achterste deel is in 1954 op de begane grond een ondersteuning aangebracht van de verdiepingsbalklaag in de vorm van een onderslag met stalen kolom. Deze toevoeging zal te maken hebben gehad met het extra gewicht van de machines van de drukkerij die op de verdieping zijn geplaatst. 4.5 INDELING 4.5.1 Begane grond De indeling van de begane grond van het voorste bouwdeel uit 1928 is ongedeeld. Aan de voorzijde bij de hoek met de voorgevel en noordelijke zijgevel is recentelijk een kantoortje gemaakt met houten wanden. Naast dit kantoor is in de noordgevel een doorgang met deur naar de ruimte die in 1954 overkapt is.
Zicht op de ondersteuning u it 1954 op de begane grond in het achterste deel. Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 54
Zicht op de begane grond van het voorste deel, gezien richting de Houtmarkt.
Plattegrond uit 2003 van de begane grond met daarop de huidige situatie. In het rode vlak is het voorste deel weergegeven uit 1928, het blauwe vlak geeft het bouwdeel uit 1935 aan. tek: opdrachtgever.
Tegen de voorgevel is recentelijk een kantoorruimte gemaakt.
Bouwhistorische verkenning Oostvest 54-56 Haarlem II blad 55
De gang komt uit aan de Houtmarkt tussen nummer 5 en 7 in.
Via de exterieure toegang uit 1954 in de noordgevel is de trapopgang bereikbaar die bestaat uit een houten trap met bovenkwart, inclusief leuning en balustrade bij de overloop op de verdiepingen. Deze trap loopt van de begane grond tot tweede verdieping. Ook aan de achterzijde van het voorste deel is een trapopgang uit 1954 gesitueerd. Deze sluit aan op de bovenliggende overloop op eerste en tweede verdieping en is via de dichtgezette exterieure toegang in de zuidgevel bereikbaar . Via een brede doorlopende gang tegen de noordgevel wordt het achterste bouwdeel bereikt. Deze gang loop door tot aan de poort aan de Houtmarkt tussen nummers 5 en 7 in.
Zicht op de trapopgang met bovenkwart naar de verdieping die tegen de voorgevel is gesitueerd en in 1954 is aangebracht.