CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210357256 Raadsinformatiebrief Regiorapportage vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd incl bijlagen

commissie Samenleving 2 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Regiorapportage vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd20.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, jeugdhulpregio’s Amsterdam en Noord-Holland Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Bestemd voor: Bijlagen

2021/357256 Datum college 6 juli 2021 Botter, J. 2.2 Voorzieningen Jeugd JOS M.H.M. Schraven 023-5113526 mschraven@haarlem.nl Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Samenleving 1. Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd 2. Brief regio’s Noord-Holland aan de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd

Het college informeert de commissie in deze raadsinformatiebrief over de voortgang van de ontwikkelingen in de jeugdbescherming. De inspecties Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Veiligheid en Justitie (IVenJ) maken zich zorgen over kinderen in de jeugdbescherming als het gaat over het inzetten van een vaste jeugdbeschermer, het komen tot een gedragen koers en het inzetten van tijdige en passende hulp. Deze zorgen zijn verwoord in de rapportage Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd (november 2019). Om de problematiek op te lossen dienden alle Gecertificeerde Instelling (GI’ en), die de jeugdbescherming uitvoeren, in samenwerking met de regio’s een verbeteragenda op te stellen. De commissie is hierover geïnformeerd in een raadsinformatiebrief (2019/918982). In 2020 volgden de inspecties de activiteiten die moesten leiden tot verbetering. Hierover hebben zij verslag gedaan in de voortgangsrapportage van oktober 2020. De uitkomst daarvan was dat elke GI per regio in beeld moest brengen welke kinderen wachten op een vaste jeugdbeschermer, welke kinderen wachten op zorg, wat daarvan de oorzaak is en hoe hierin een doorbraak gerealiseerd kan worden. In maart/april 2021 is dit afgesloten met een verdiepende praktijktoets bij alle GI’ en.

De inspecties hebben daarbij per GI een aantal dossiers onderzocht, interviews gehouden met jeugdbeschermers en gesprekken gevoerd met ouders en kinderen. De resultaten van de praktijktoets zijn voor de 9 jeugdhulpregio’s in Noord-Holland in bijgevoegd regiorapport opgenomen. Ook voor andere jeugdhulpregio’s in het land zijn regiorapporten opgesteld. De inspecties zijn niet tevreden over de voortgang en stellen de regio’s in Noord-Holland evenals drie andere regio’s in Nederland onder verscherpt toezicht voor de periode van 6 maanden. Concreet verwachten de inspecties per direct dat de regio’s zorgen dat elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp krijgt. De inspecties zien ook dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp en zullen de stelselverantwoordelijke ministers hierop aanspreken.

Kenmerk: 2021/357256

1/4

Conclusies Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd Noord-Holland In het rapport trekken de inspecties de volgende conclusies: - Het ontbreekt aan een effectieve (bovenregionale) samenwerking om te komen tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Een thuis voor Noordje is gericht op de lange termijn. - Een aantal gemeenten heeft het proces om te komen tot passende hulp zodanig gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. - Een aantal gemeenten vertrouwt niet zonder meer op de professionaliteit van de GI bij de uitvoering van de wettelijke taken. De inspecties verwachten dat de gemeenten, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders aan de normen zoals geformuleerd in het rapport gaan voldoen en belemmeringen wegnemen. De betrokken partijen dienen in de periode van verscherpt toezicht tot een gezamenlijke aanpak te komen, waarvan zij aannemelijk kunnen maken dat dit op de korte termijn leidt tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een maatregel.

Wat betekent dit rapport voor de regio’s in Noord-Holland en voor de gemeente Haarlem De regio’s in Noord-Holland hebben in een gezamenlijke brief (bijlage 2) gereageerd naar de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. In de brief wordt aangegeven dat de regio’s het verscherpt toezicht als maatregel niet herkennen als bestaande bevoegdheid van de inspecties voor regio’s. De urgentie voor verbetering wordt gevoeld, echter denken de regio’s dat het beoogde doel van meer (boven)regionale samenwerking effectiever op andere wijzen bereikt kan worden, door elkaar te inspireren en te leren van elkaars oplossingen. En dat voorgebouwd kan worden op regionale/lokale innovatie. Ten aanzien van eventuele acute problematiek is direct schakelen tussen partijen noodzakelijk. De gemeente Haarlem is zich bewust van het belang van een goed functionerende jeugdbeschermingsketen. Ook tegen de achtergrond van de ingevoerde budgetplafonds, waarvan de inspecties in het rapport de aanbeveling doen om deze niet in te stellen voor jeugdhulpaanbod. Ook met de invoering van de budgetplafonds in het kader van kostenbeheersing is maatwerk te allen tijde mogelijk. Ter verbetering van de jeugdbescherming zijn dit de ontwikkelingen: - Haarlems Expertise Team en vervolgroute De kinderen met een maatregel die wachten op zorg zijn besproken in het Haarlems Expertise Team (HET).

Hier zijn zorgmogelijkheden onderzocht en indien nodig is zorg ingezet op basis van een light contract. Evaluatie van het HET wijst uit dat CJG, GI en gemeente tevreden zijn met de korte lijnen en elkaar goed weten te vinden. Op basis van de evaluatie heeft Haarlem met de GI en het CJG een route ontwikkeld die jeugdbeschermers helpt in het adequaat inzetten van zorg bij het bereiken van budgetplafonds en/of wanneer uitgeweken moet worden naar niet- gecontracteerde zorg. Het gezamenlijk monitoren bevordert tevens een gedeeld inzicht in knelpunten en een gemeenschappelijk leren. De GI weet welke zorg regionaal is ingekocht en welke zorg beschikbaar is.

Kenmerk: 2021/357256

2/4

-

Verwerving specialistische jeugdhulp

De inspecties benoemen het tekort aan zorgplekken voor langdurig verblijf en vormen van specialistische zorg in IJmond en Zuid-Kennemerland. Deze lacunes in de zorg zijn onderdeel van het huidige verwervingstraject. Voor de directe en korte termijn gelden maatwerkafspraken op individueel niveau. Zo heeft een aanbieder in samenspraak met de regio’s een Very Intensive Care Unit gerealiseerd waar jeugdigen (waaronder ook Haarlemse jeugdigen) langdurig kunnen blijven wonen met passende zorg. Verblijf van de jeugdige past in de visie van zo dicht mogelijk bij huis (in de regio) en in de visie van een thuis voor Noordje. - Aanpak wachtlijsten Een aantal aanbieders voor specialistische jeugdhulp kampt met wachtlijsten. Deels hebben deze wachttijden te maken met beperkte doorstroom en uitstroom. De gemeente gaat in cocreatie met partners een aanpak ontwikkelen op wachtlijsten in de specialistische zorg. - Ontwikkeling Regionaal Expert Team (RET) In IJmond en Zuid-Kennemerland is de ontwikkeling van een regionaal expert team (RET) in volle gang en een RET is eind dit jaar operationeel. In complexe casuïstiek kan een RET een doorbraak forceren om te komen tot de inzet van passende hulp. Een RET kan ook geconsulteerd worden en advies geven rondom een complexe zorgvraag. Monitoring van zorgvragen geven inzicht in ontwikkelingen en knelpunten.

Hoe verder? De inspecties maken van de regiorapportages een landelijk rapport dat op 5 juli jl. beschikbaar is gekomen. Op dit moment is dus niet bekend hoe de regio’s het verscherpt toezicht moeten duiden, wat de voorwaarden zijn en hoe de monitoring eruit ziet. Het college vindt het echter van belang om de beschikbare informatie met de commissie te delen, ook omdat op 7 juli een kamerdebat plaatsvindt over dit onderwerp. Wat wel bekend is dat op 1 juli jl. een bestuurlijk overleg plaatsvond over de regiorapporten met de ministeries, Jeugdzorg Nederland, VNG en de inspecties. In het gesprek werd de volgende boodschap benadrukt: 1. Er is in de afgelopen twee jaar ontzettend veel en goed werk verricht door gemeenten, instellingen en professionals om de hulp en bescherming aan kinderen te verbeteren en 2. Er zijn nog wel structurele problemen en diverse knelpunten in het land die nog verder moeten worden opgepakt. Bij de 4 gebieden (waaronder de regio’s in Noord-Holland) waar de inspecties in het bijzonder zorgen over hebben, gaat het ministerie het gesprek aan in het kader van het interbestuurlijke toezicht. Afhankelijk van de gesprekken wordt gekeken welke stappen daarvoor nodig zijn. De regio’s kunnen dit zien als een steun in de rug om de geconstateerde knelpunten op te pakken. De inspecties zelf zetten ook stappen richting de regio’s die onder verscherpt toezicht staan.

Kenmerk: 2021/357256

3/4

De commissie wordt over de voortgang actief geïnformeerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2021/357256

4/4

XXX

Gemeente Amsterdam

Bezoekadres Jodenbreestraat 25 1000 NH Amsterdam Postbus 1840 1000 AA Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 000, 0000 AA Amsterdam

VERTROUWELIJK Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Mw. Korrie Louwes Postbus 2518 6401 DA Heerlen

Datum

29 juni 2021

Ons kenmerk Uw kenmerk

IGJ/210615-MIJ/TT103308

Behandeld door

Margreet Wiegand, afdeling Jeugd, m.wiegand@amsterdam.nl 061039 8462

Bijlage(n) Onderwerp

Reactie op concept rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Geachte mevrouw Louwes, In uw brief van 15 juni 2021 nodigt u ons uit om een bestuurlijke reactie te geven op uw concept Regiorapport Vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, Noord-Holland en Amsterdam. Vanzelfsprekend maken we daar graag gebruik van. In de bijlage bij deze brief geven we tevens antwoord op de door u gestelde 3 vragen (pg.2 van de rapportage). De gemeenten maken zich grote zorgen over de stand van zaken in de jeugdhulp. Het gebrek aan adequate financiën vanaf 2015 doet zich op vele gebieden voelen en diverse gemeenten hebben uit algemene middelen moeten putten om hun verantwoordelijkheid voor de jeugd in te vullen. Vanuit uw verantwoordelijkheid wijst u sinds 2019 onafgebroken op de gevolgen van deze situatie voor de meest kwetsbare kinderen, en dat is terecht. Wij delen uw zorg, juist voor de meest kwetsbare kinderen. De gemeenten hebben juist voor deze groep getracht de noodzakelijke hulp te kunnen blijven bieden. In de verbeterplannen 2020 en aansluitend de doorbraakaanpak hebben de gemeenten zich tot het uiterste ingespannen om noodzakelijke verbeteringen door te voeren en op casusniveau specialistische jeugdhulp in te zetten voor wie dat niet tijdig geregeld was. In een periode van Corona mag dit gerust een uitdaging worden genoemd. Er is het nodige bereikt en daar zijn wij trots op.

Het rapport doet onvoldoende recht aan de resultaten die zijn behaald en de omstandigheden waaronder de professionals en de gemeenten hebben moeten werken. Wij zouden het waarderen als er in het landelijk rapport dat u op 8 juli uitbrengt ook aandacht is voor dat aspect.

Datum 29 juni 2021 Pagina 2 van 6

Daarnaast is het lastig om voldoende en goed gekwalificeerd personeel te vinden en te behouden voor deze sector in het zwaarste segment van de jeugdhulp, en juist hier worden kinderen en gezinnen begeleid die de hulp het meest nodig hebben. Met al deze inspanningen hebben de gemeenten zelf fors financieel moeten bijdragen met alle gevolgen van dien. De afgelopen maanden heeft het Rijk naar aanleiding van het AEF rapport over de tekorten en de arbitragezaak tussen de VNG en het Rijk incidenteel tekorten aangevuld, maar er ligt nog geen lange termijn perspectief waarmee in gemeenten en instellingen en goede jeugdzorg kunnen vormgeven. Regionale verschillen en samenwerking

De professionele en bestuurlijke energie is noodzakelijk voor vernieuwingen die met het verbeterplan zijn gestart en in de doorbraakaanpak tot wasdom zijn gekomen. Wij zijn van mening dat we op de goede weg zijn en met de opbrengsten van de praktijktoets en uw expertise kunnen wij deze nog beter inrichten. U hebt ervoor gekozen in de rapportage de regio's waarin JBRA werkt, met Amsterdam als accounthouder, en de regio's waar DJGB werkt, met Alkmaar als accounthoudende regio samen te voegen. In de regio's en gemeenten zijn de nodige verschillen. Wij willen benadrukken dat vanwege omvang, complexiteit, historie en lokale keuzes gemeenten in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. Waar mogelijk kunnen regio's elkaar ondersteunen en samenwerken. De accounthoudend wethouders zullen daarin een coördinerende rol nemen, maar hebben hierin formeel geen rol of doorzettingsmacht; elke gemeente heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. Op visieniveau wordt samengewerkt, maar inkoop en sturing is lokaal belegd. Zo heeft Amsterdam, met haar grote stadsproblematiek, bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in het behoud van personeel, b.v. in de vorm van voorrang bij een huis of parkeervergunning U spreekt van verscherpt toezicht op de regio's. Wij hechten eraan te benadrukken dat wij deze maatregel niet herkennen als bestaande bevoegdheid van de inspecties voor gemeenten/regio's.

We begrijpen uw bedoeling de urgentie in dit dossier te blijven benadrukken, echter wij denken dat het beoogde doel van meer (boven)regionale samenwerking effectiever op andere wijzen bereikt kan worden, door elkaar te inspireren en te leren van eikaars oplossingen. Concrete activiteiten per regio/gemeente

Uw rapport over de regio's in Noord-Holland en rondom Amsterdam schetst een herkenbaar beeld, maar biedt weinig inzicht in de verschillen per regio. Het geeft nog geen precies beeld van wat waar gebeurt en op welke schaal. Aan de hand van het rapport zijn nu geen concrete aanwijzingen of problemen te destilleren waarop we kunnen sturen of waarop we het gesprek met elkaar aangaan. Het zou ons helpen als u op regio-, zo mogelijk gemeenteniveau, precieze informatie op casusniveau kunt verschaffen over uw bevindingen. Dat is voor ons waardevolle informatie. Als duidelijk is waar exact de kern van het probleem ligt (systemisch, in samenwerking, in inkoop) kunnen gemeenten effectiever sturen op noodzakelijke verbeteringen. Dan kunnen de regio's in Noord-Holland precies zien waar de sturing zich op moet richten en kunnen ook wij, als accounthoudend wethouders beter onze rol ínhoud geven. Wij ondersteunen de visie dat er voor de meest specialistische hulp en begeleiding

Datum 29 juni 2021 Pagina 3 van 6

intensieve regionale samenwerking nodig is zodat kinderen, waar zij ook wonen, kunnen uitgaan van beschikbare specialistische jeugdhulp. Wij hebben ook u daarin als partner nodig. Een gemeente als Amsterdam heeft met de haar omliggende gemeenten en regio's, ondanks tekorten de tarieven structureel op een niveau gebracht waarmee een realistische caseload kon worden gerealiseerd voor de jeugdbeschermers. Hierdoor is het voor de professionals mogelijk om dit lastige werk vol te houden en kan het verloop beperkt worden. Het aantal wachtende gezinnen bij JBRA is hierdoor flink teruggebracht en de tevredenheid van gezinnen is verhoogd. Ook spant de gemeente zich in om de onveiligheid van de medewerkers te voorkomen. Tevens is Amsterdam per 2021 overgestapt op een andere systematiek van inkoop van specialistische jeugdhulp die bureaucratie vermindert en samenwerking bevordert. Voldoende beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp is echter ook in Amsterdam nog een probleem. Met transformatieprogramma's en het ondersteunen van ouders in hun ouderproblematiek hebben we getracht de vraag naar jeugdhulp te verminderen. De gemeente heeft een budgetstop moeten hanteren, maar deze gold niet voor de kinderen met een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering. Ook heeft de gemeente naast de ingekochte hulp jaarlijks miljoenen ingezet aan niet ingekocht aanbod voor deze groep cliënten.

Ook de andere regio's hebben diverse verbeteringen ingezet. Zo zijn in (boven)regionale samenwerking tussen 4 regio's de Gl gezamenlijk ingekocht. De doorbraakaanpak is goed vormgegeven en draagt bij aan de versnelde invoering van de Regionale expertteams. Enkele kleinere gemeenten en regio's en hadden al een werkwijze waardoor weinig casussen vastlopen en hebben die verder aangescherpt. Alle gemeenten hebben als stelselverantwoordelijken een sturende en faciliterende rol. De Inspectie, die de kwaliteit van werken van de instellingen beoordeelt en bewaakt, kan helpen de instellingen te stimuleren zich goed te vergewissen van de mogelijkheden van toevoegen van expertise en escalatie en daar ook op uitvoerend niveau optimaal gebruik van te maken. Vervolgacties

Wij hebben te maken met een groot maatschappelijk probleem. Met u vinden wij dat we hiervoor in Nederland gezamenlijk oplossingen moeten vinden, met inzet van het Rijk I ministeries, zorgaanbieders, gemeenten en Gl. Uw landelijke rapportage kan bijdragen aan het vergroten van de waardering van de jeugdzorgprofessionals en voor dit vak, maar het kan ook afschrikken. Het is goed om daar rekening mee te houden in de woordkeuze. Versimpeling, betere samenwerking, minder bureaucratie en snelle hulp voor de klant kunnen er aan bijdragen dat men in de sector wil blijven of gaan werken; deze wijze van framing kan helpen de interesse voor het werk van de jeugdbeschermer te vergroten. Ook kunt u vanuit uw rol belangrijke innovatiebewegingen, zoals b.v. beschreven in het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming ondersteunen. In uw eerdere rapporten heeft u aangegeven een radicale aanpassing van de jeugdbescherming in Nederland noodzakelijk te achten om deze effectiever te maken. Wij stellen het op prijs als u dit met kracht blijft benadrukken bij het Rijk. In de regio Amsterdam-Amstelland is vanuit een pilot de voorgestelde versimpeling al in ontwikkeling. Naast vele voordelen voorde cliënt zal het ook een positief effect

Datum 29 juni 2021 Pagina 4 van 6

op de arbeidsmarkttekorten hebben: minder werkdruk en geen onderlinge concurrentie op de krappe markt. Hoe dan ook willen we met professionals, met u en met het Rijk doorgaan met de ingezette transformatie en innovatie. U vraagt ons met dit rapport meer en meer (boven)regionaal te gaan samenwerken. Waar dat meerwaarde heeft, is bovenregionale samenwerking verstandig, denk aan de Jeugdzorg-plus instellingen en zeer gespecialiseerde instellingen en expertise. In onze aanpak zal de bovenregionale samenwerking in een 'Thuis voor Noordje' dan ook een prominente plek krijgen. Voor het overige zullen de oplossingen in de context van het bredere sociale domein in de gemeenten en regio's gezocht moeten worden. De komende periode gaan de gemeenten samen met de gecertificeerde instellingen, gespecialiseerde jeugdhulp en lokale teams aan de slag met een (aanvullend) plan van aanpak, waarbij zoveel mogelijk wordt ingepast in reeds lopende trajecten en plannen. Er wordt bepaald op welk niveau een plan of meerdere plannen worden opgesteld. Er is veel lokale en regionale innovatie, ook gericht op de door u eerder gesignaleerde problematiek en mogelijke oplossingen daarvoor. Daarop wordt voortgebouwd. De gemeenten en regio's zullen daarnaast op korte termijn met de Gl achterhalen welke casussen acute actie vragen en hoe we daar snel een oplossing voor kunnen realiseren.

Wij eindigen graag met een korte schets van de hoofdlijnen waarop we de plannen de komende tijd zullen richten. 1. 2.

3. 4.

5. 6. 7.

Wij willen bij voorkeur het reguliere proces versterken en versimpelen, zowel inhoudelijk als administratief. De problematiek is te zwaar en complex voor een individuele medewerker of instelling en daarom is het van belang dat met name de Gl en de aanbieders van specialistische hulp vroegtijdig met elkaar samenwerken rondom gezinnen en dat ook blijven doen, gedurende het traject. Het proces van het komen tot een verwijzing vanuit een Gl, het samen nadenken over de mogelijkheden van (welke) specialistische hulp om te komen tot de vereiste resultaten en het tijdig bieden van die hulp kan nog verbeteren. Daarnaast is ook het tijdig benutten van aanvullende expertise en de beschikbaarheid daarvan in de vorm van bijvoorbeeld een regionaal expertiseteam relevant. Ook is van belang de mogelijkheid van escalatie, als het vastloopt in het reguliere werk, beschikbaar te hebben en helder te communiceren. Eenvoud en overzicht voor cliënt én professional is ook hier het devies. Het verminderen van perverse prikkels en bureaucratie is een belangrijk aandachtspunt. De wijze van inkoop en de wijze waarop deze in de praktijk wordt vertaald, moet bijdragen aan samenwerken in het stelsel en wordt hiertoe onder de loep genomen.

Het inzetten van professionals en ervaringsdeskundigen in de praktijk bij de transformatie kan een positieve rol spelen bij de gewenste gedragsverandering en het gebruiken van (out-of-box) mogelijkheden die met de transformatie worden beoogd.

Datum 29 juni 2021 Pagina 5 van 6

Hoogachtend,

Simone Kukenheim

John Does

Wethouder Zorg, Jeugd(zorg),

Wethouder Gemeente Heerhugowaard

Beroepsonderwijs en Sport Amsterdam

Portefeuilles: Democratische vernieuwing, onderwijs, passend onderwijs, onderwijshuisvesting, kinderopvang, jeugdhulp, personeel 81 organisatie, fusie Langedijk 81 Heerhugowaard, Kunst, Cultuur 81 Media

Datum 29 juni 2021 Pagina 6 van G

BIJLAGE VOOR IN HET RAPPORT: DE REGIO'S VAN EN OM AMSTERDAM (account: Jeugdbescherming Regio Amsterdam) -

Op deze punten zijn we trots

» » * » »

Lagere caseload voor Gl profs structureel gerealiseerd Kinderen met maatregel: geen budgetplafond Succesvolle doorbraakaanpak m.b.v. professionals Versterking samenwerking Gl en lokale teams Goed werkende escalatieroute

-

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag

» » « « *

Direct oppakken casussen zonder passende hulp Verbetering samenwerking verwijzers-aanbieders Optimale inzet extra Rijksmiddelen Vermindering bureaucratische belemmeringen Kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien

-

Wat gaan de jeugdigen en ouders hiervan merken

» » » »

Door samenwerking van partijen meer overzicht voor de cliënten Sneller passende hulp Wijkteams laagdrempelig; specialistische hulp nabij de leefomgeving Alternatieven voor residentiële gesloten jeugdhulp

DE REGIO'S IN NOORD HOLLAND (account: De Jeugd- en Gezinsbeschermers) -

Op deze punten zijn we trots

»

Regionale en bovenregionale samenwerking tussen de regio's in Noord-Holland (4 regio's hebben Gl gezamenlijk ingekocht) Invoering beschikbaarheidsapplicatie voor zorgaanbieders S Gl welke inzicht geeft in het beschikbaar aanbod jeugdhulp

«

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag

» « *

Dóórontwikkeling I uitwisseling expertise Regionaal Expertteam (lerend vermogen tussen regio's versterken) Versterking samenwerking Gl en lokale teams Partnerschap Gl-gemeenten versterken

-

Wat gaan de jeugdigen en ouders hiervan merken

«

Sneller passende hulp (waar mogelijk regionaal)

Jeugdbeschermingsregio’s Amsterdam en Noord-Holland

(Amsterdam-Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, IJmond (Midden-Kennemerland), NoordKennemerland, Kop van Noord-Holland, Westfriesland, Zaanstreek-Waterland, Zuid-Kennemerland)

Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, juni 2021

De accounthoudende wethouders aan het woord namens de JB-regio’s Amsterdam-Amstelland en Noord-Holland:

Op deze punten uit het rapport zijn we trots: De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens op welke punten uit het rapport we trots zijn.

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag:

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken?

De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens welke verbeteracties hij gaat nemen naar aanleiding van het toezichtrapport.

De accounthoudende gemeente benoemt namens de regio in maximaal 600 tekens wat jeugdigen en ouders in de praktijk van de verbeteringen gaan merken.

Samenvatting [volgt]

3 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Inhoudsopgave 1 Inleiding ...........................................................................................................................5 1.3 Opzet van het onderzoek ..............................................................................................6 2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio’s ......................................................................7 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio’s (Noord-Holland en Amsterdam) ..............................7 2.2 Beschrijving betrokken GI’s ...........................................................................................8 3 Indruk na de monitoringsfase ..............................................................................................9 3.1 Beschrijving doorbraakaanpak .......................................................................................9 3.2 Beeld op basis van monitoring ..................................................................................... 10 4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets ....................................................................... 11 Bevindingen .................................................................................................................... 11 5 Conclusie ........................................................................................................................

24 Bijlage: bevindingen per jeugdhulpregio ................................................................................ 27

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Inleiding Dit rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 1 in de accounthoudende regio’s Noord-Holland en Amsterdam tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. De inspecties hebben gekozen om voor de accounthoudende regio’s Noord-Holland en Amsterdam één regiorapportage op te stellen, omdat de accounthoudende regio’s van de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (hierna: GI) De Jeugd en Gezinsbeschermers (hierna: DJGB) en Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA) overlappen. Daarnaast werken de jeugdhulpregio’s binnen deze accounthoudende regio’s (met uitzondering van Gooi- en Vechtstreek) samen op basis van het manifest Een Thuis voor Noordje. Dit rapport maakt deel uit van een landelijk onderzoek naar tijdige en passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In totaal verschijnen elf regiorapporten, tegelijk met een landelijk rapport. Het landelijke rapport bevat een overstijgend beeld van de mogelijkheden die regio’s en instellingen hebben om de hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregelen te verbeteren (best practices).

Tegelijkertijd zien de inspecties overal in het land in meer of mindere mate dezelfde (structurele) belemmeringen. Daarvoor is ook aandacht in het landelijke rapport.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de inspecties in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter tijdig wordt uitgevoerd. 1

Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld.

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1.3 Opzet van het onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot februari 2021 hebben de inspecties de doorbraakaanpak van elke accounthoudende regio 2 gemonitord, door frequente gesprekken met accounthoudende wethouders of afgevaardigde ambtenaren te voeren. In deze gesprekken werd telkens de stand van zaken omtrent bovengenoemde normen en de doorbraakaanpak besproken. Verdiepende praktijktoets In februari en maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit hebben zij gedaan door middel van dossiertoetsen en gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders. Aanvullend hierop zijn de inspecties in april met vertegenwoordigers van jeugdhulpregio’s (gemeenten) in gesprek gegaan. In april vond tevens een gesprek plaats met de verantwoordelijk wethouders van de jeugdhulpregio’s Gooi- en Vechtstreek, Kop van Noord-Holland, MiddenKennemerland, Noord-Kennemerland, Zaanstreek-Waterland, Zuid-Kennemerland over de voorlopige bevindingen van de inspecties uit de monitoring en de praktijktoets in de accounthoudende regio voor DJGB. In Noord-Holland hebben in mei 2021 aanvullend gesprekken met zorgaanbieders plaatsgevonden (Kenter, Levvel en Parlan).

In dit rapport staan de resultaten en conclusies van de monitoring en de verdiepende praktijktoets.

2

Met de accounthoudende regio wordt het gehele gebied aangeduid waarvoor de accounthoudende wethouder met de gecertificeerde instelling(en) contracten heeft afgesloten.

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio’s 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio’s (Noord-Holland en Amsterdam) Noord-Holland heeft negen jeugdhulpregio’s (Amsterdam-Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, IJmond, Noord-Kennemerland, Kop van Noord-Holland, Westfriesland, Zaanstreek-Waterland, Zuid-Kennemerland). Inkoop jeugdbescherming en jeugdreclassering Wat betreft de inkoop van jeugdbescherming en jeugdreclassering werkt een aantal regio’s samen. De regio’s Kop van Noord-Holland, IJmond, Noord- en Zuid-Kennemerland hebben jeugdbescherming en jeugdreclassering gezamenlijk ingekocht (trajectbekostiging). In de onderzoeksperiode van de inspecties wilden deze vier regio’s komen tot functiegerichte financiering (p x q), te realiseren via tijdschrijven. Hier was weerstand tegen bij de in de regio’s werkzame GI’s. In mei 2021 hebben de regio’s de GI’s laten weten niet tot tijdschrijven over te gaan. De overige jeugdhulpregio’s hebben jeugdbescherming en jeugdreclassering per regio ingekocht. Hierdoor hebben de regionale GI’s te maken met respectievelijk vijf (DJGB) en vier (JBRA) verschillende financieringswijzen of tarieven. Ook de landelijk werkende GI’s hebben hiermee te maken. De contracten lopen op verschillende momenten af. Inkoop specialistische jeugdhulp De jeugdhulpregio’s hebben voor de specialistische jeugdhulp een eigen manier van inkopen.

Er zijn regio’s die resultaatgericht inkopen (Westfriesland, Zaanstreek-Waterland). Deze regio’s werken met SPIC’s (Segment Profiel Intensiteit-Combinaties). Gemeenten, lokale teams, verwijzers en jeugdhulpaanbieders gebruiken de SPIC’s om de hulpvraag van het gezin/jeugdige te categoriseren, de duur en intensiteit van de jeugdhulp aan te geven. Deze SPIC’s zijn primair bedoeld om afspraken te maken tussen verwijzers en jeugdhulpaanbieders, waarbij de gemeente administratief registreert en financiert 3. Amsterdam werkte tot 2021 met SPIC’s, maar is per 2021 overgegaan naar een lumpsumfinanciering voor tien kernpartners die alle jeugdhulp voor de Amsterdamse kinderen en gezinnen moeten realiseren (eventueel met inzet van een onderaannemer). Er zijn ook regio’s die p x q financieren, waarbij gewerkt wordt met een vast tarief per geleverd traject (regio’s in Kennemerland en Kop van Noord-Holland). De regio’s IJmond, Noord- en Zuid-Kennemerland hebben de JeugdzorgPlus en de bovenregionale crisisdienst gezamenlijk ingekocht. IJmond en Zuid-Kennemerland werken sinds 2015 samen in de inkoop van alle vormen van specialistische jeugdhulp en specialistische J-GGZ. Bij de volgende aanbesteding werken IJmond en Zuid-Kennemerland samen voor de JeugdzorgPlus. Hetzelfde geldt voor Noord-Kennemerland, de Kop van Noord-Holland en Westfriesland.

De regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland hebben gezamenlijk enkelvoudige specialistische jeugdhulp ingekocht. Meervoudige specialistische jeugdhulp heeft Amsterdam anders ingekocht dan de overige gemeenten in Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland. De jeugdhulp en de jeugd-GGZ (ambulant en met verblijf) is voor het overige per jeugdhulpregio ingekocht. De meeste jeugdhulpregio’s maken daarbij wel gebruik van dezelfde grote specialistische jeugdhulpaanbieders, zoals Kenter, Levvel en Parlan. De regio Gooi- en Vechtstreek vormt hierop een uitzondering. Deze regio is meer gericht op het aanbod in de regio Utrecht.

3

SPIC - Jeugdhulp Regionale Samenwerking (zorgomregioamsterdam.nl)

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Verbeterplannen De jeugdhulpregio’s in de accounthoudende regio voor DJGB hebben in 2020 een verbeteragenda opgesteld in het kader van het onderzoek dat de VNG in 2020 heeft laten uitvoeren. 4 Dit is een verbeteragenda van de regio’s Kop van Noord-Holland, Westfriesland, IJmond, Zuid-Kennemerland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, Zaanstreek-Waterland, Aalsmeer-Amstelveen en Alkmaar e.o. (Noord-Kennemerland). De jeugdhulpregio’s in de accounthoudende regio voor JBRA hebben ook een verbeteragenda opgesteld. Dit is een verbeteragenda van de regio’s AmsterdamAmstelland, Haarlemmermeer, Westfriesland en Zaanstreek-Waterland. De regio’s Haarlemmermeer en Westfriesland hebben een addendum opgesteld. Dit hangt ermee samen dat deze regio’s zowel onder de accounthoudende regio voor DJGB als JBRA vallen. De inspecties hebben in 2020 geconstateerd dat de verbeterplannen die de gecertificeerde instellingen met de jeugdhulpregio’s in de eerste helft van 2020 hebben opgesteld - hoewel dit de intentie was - beperkt voorzien in maatregelen die de jeugdbescherming en jeugdreclassering op de korte termijn verbeteren. Een thuis voor Noordje De jeugdhulpregio’s in Noord-Holland hebben (met uitzondering van Gooi- en Vechtstreek) een gezamenlijk manifest opgesteld onder de naam Een thuis voor Noordje.

De doelgroep van het manifest bestaat uit jeugdigen met een complexe zorgvraag die momenteel een verblijfs- en intensieve behandelbehoefte hebben. Aanleiding voor dit manifest was het sluiten van de JeugdzorgPlus van Transferium in de regio. De ambitie van de regio’s is om in plaats van JeugdzorgPlus kleinschalige en ambulante hulp in te zetten voor de doelgroep. De ambitie is intussen verbreed: de regio’s willen een bovenregionale samenwerking tot stand brengen die ertoe leidt dat kinderen niet te veel doorgeplaatst worden (zeker niet naar andere regio’s buiten NoordHolland). Onderdeel van het plan is de transformatie van residentiële voorzieningen naar kleinschalig aanbod in de regio. Behalve de jeugdhulpregio’s zijn ook de vijf grootste zorgaanbieders betrokken (Levvel, Parlan, IHUB (Horizon en Altra) ’s-Heerlenloo en GGZ Noord-Holland-Noord) en de vier GI’s (DJGB, JBRA, WSS en LJenR).

2.2 Beschrijving betrokken GI’s In Noord-Holland zijn vijf gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (GI’s) actief, namelijk: De Jeugd- en Gezinsbeschermers (hierna: DJGB), Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA), Briedis 5, Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (hierna: LJ&R) en William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS). DJGB en JBRA zijn de regionaal georganiseerde GI’s die zich richten op een brede doelgroep. Briedis is in deze accounthoudende jeugdbeschermingsregio werkzaam in Gooi- en Vechtstreek en richt zich dezelfde ‘reguliere’ jeugdbescherming en jeugdreclasseringsdoelgroep. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland als landelijk werkende GI. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft te maken met gezinnen en jongeren die vastlopen in complexe situaties en met meervoudige problematiek. Het gaat hierbij vaak om langdurige problematiek. De WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

4 https://vng.nl/nieuws/stel-gemeenten-in-staat-jongeren-te-helpen 5

Briedis is per 1 juni 2021 failliet verklaard.

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3 Indruk na de monitoringsfase Tijdens de monitoringsfase van oktober 2020 tot en met februari 2021 voerden de inspecties vier gesprekken met twee beleidsmedewerkers die als contactpersonen zijn aangewezen voor de accounthoudende regio van DJGB. Bij het derde en vierde gesprek was naast de contactpersonen een vertegenwoordiger van DJGB aanwezig. In dezelfde periode hebben de inspecties drie gesprekken gevoerd met een senior adviseur jeugd aangewezen voor de accounthoudende regio van JBRA. Bij het tweede en derde gesprek was de directeur van JBRA aanwezig. Tijdens deze gesprekken bespraken de inspecties en de regio’s de stand van zaken omtrent bovenstaande normen en de doorbraakaanpak.

3.1 Beschrijving doorbraakaanpak Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De GI’s in de regio’s hebben maatregelen genomen om te zorgen dat elk kind met een maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers heeft. DJGB heeft een overdracht van gezinnen naar LJ&R gedaan, nieuwe jeugdbeschermers geworven, tijdelijk medewerkers ingehuurd en een apart VOTS-team in Gooi- en Vechtstreek ingezet. Deze maatregelen zouden ertoe leiden dat bij de start van een maatregel geen kinderen wachtten op een jeugdbeschermer en dat tijdig een gedragen koers werd ingezet. Wel was op basis van de informatie uit de monitoring duidelijk dat de beperkte (financiële) ruimte bij DJGB ertoe leidt dat een kind met een jeugdbeschermingsmaatregel bij vertrek of ziekte van een jeugdbeschermer een tijdlang zonder jeugdbeschermer zit. Dit zou niet gelden tijdens uitval van de jeugdbeschermer in de eerste zes weken van de maatregel, want dan krijgt het gezin een vervangende vaste jeugdbeschermer. Deze maakt vervolgens met het gezin tijdig een plan van aanpak. JBRA heeft een aanpak ingezet om te zorgen dat elk kind met een maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer 6 en tijdig een gedragen koers krijgt. Uit de monitoring werd duidelijk dat het JBRA in Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland niet tijdig lukt om een jeugdbeschermer in elk gezin te laten starten.

In Haarlemmermeer en Westfriesland lukt dit wel. De inspecties hadden op basis van de monitoring vragen of de methodiek die JBRA toepast, leidt tot tijdig een gedragen koers voor de jeugdige.

Tijdig passende hulp De accounthoudende regio voor DJGB inventariseerde welke kinderen met een maatregel langer dan drie maanden op hulp wachtten. Deze inventarisatie was in december 2020 gereed: dit waren 61 kinderen. De afzonderlijke jeugdhulpregio’s hebben zelf een structuur ingericht om te komen tot passende hulp voor de kinderen die hier op wachtten. De regio heeft niet in beeld gebracht welke kinderen (korter dan drie maanden) op hulp wachtten, maar waarvan de jeugdbeschermer en betrokkenen eerdere/directe inzet van hulp noodzakelijk achtten. Daarnaast zijn geen kinderen en gezinnen in beeld gebracht die wel hulp kregen, maar niet de passende hulp. Hiermee is de inventarisatie niet volledig geweest. In de accounthoudende regio voor JBRA was gedurende de monitoring lang onzekerheid over de cijfers. De regio Amsterdam-Amstelland heeft uiteindelijk in totaal 28 casussen van de vier GI’s ontvangen tot en met medio januari; voor 22 ervan was op dat moment passende hulp ingezet, de anderen waren toen nog in behandeling bij het doorbraakteam. Belangrijk aandachtspunt was dat jeugdhulpaanbieders voor de start van de hulp de intakedatum rekenden, terwijl de hulp aan de jeugdige of het gezin dan nog niet kan starten.

6

JBRA spreekt van gezinsmanagers en niet van jeugdbeschermers. Omwille van de eenduidigheid in de rapporten spreken de inspecties voor alle GI’s van jeugdbeschermers.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Ook voor de accounthoudende regio voor JBRA is gekozen voor een doorbraakaanpak per jeugdhulpregio. In Haarlemmermeer is geen doorbraakaanpak gevolgd omdat volgens deze jeugdhulpregio alle kinderen tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp krijgen.

3.2

Beeld op basis van monitoring

 Tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers Over de accounthoudende regio’s voor JBRA en DJGB concludeerden de inspecties aan het eind van de monitoringsfase dat niet volledig aan de normen ‘tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘tijdig een gedragen koers’ werd voldaan. In de accounthoudende regio voor JBRA werd niet aan alle kinderen direct een jeugdbeschermer gekoppeld en na zes weken was de eerste aanzet tot een gezinsplan gemaakt. Wel was er binnen zes weken een veiligheidsplan. In de accounthoudende regio voor DJGB werden zaken direct na de uitspraak van een maatregel opgepakt. Wel kwamen kinderen/gezinnen bij wachtlijstbeheer als de jeugdbeschermer later in het traject uitviel. Door verschillen in werkwijzen, methoden en definities tussen de regio’s en de GI’s was het echter denkbaar dat in een regio waar niet direct een vaste jeugdbeschermer was gekoppeld in de eerste zes weken, even veel voortgang was bereikt met het gezin als in een andere regio waar wel direct een jeugdbeschermer was gekoppeld. De verdiepende praktijktoets, waarover in dit rapport wordt gerapporteerd, moest dit uitwijzen.  Tijdig passende hulp Het beeld dat de inspecties op basis van de monitoring hadden, was dat in de jeugdhulpregio’s Amsterdam, Westfriesland, Haarlemmermeer en Zaanstreek-Waterland een beperkte, specifieke groep kinderen nog wachtte op passende hulp.

In januari 2021 was een duidelijke afname zichtbaar van de kinderen die wachtten op passende hulp (van 22 naar 6 kinderen). De verwachting op basis van de monitoring was dat Amsterdam er volledig in zou slagen om elk kind met een maatregel passende hulp te bieden. Voor Westfriesland en Zaanstreek Waterland was dit niet zeker. In Westfriesland en Zaanstreek-Waterland leek de aanpak in de laatste fase wat te stagneren. Een zorgpunt was daarnaast dat kinderen na een intake bij een zorgaanbieder van de wachtlijst afgingen, maar nog niet feitelijk hulp kregen. Een succesfactor in Amsterdam was de zogenaamde ‘pitbullaanpak’: Er zijn ‘pitbulls’ aangesteld bij alle jeugdhulpaanbieders en GI’s: dit zijn 30 tot 40 mensen die transformatie aanjagen in alle organisaties zoals GI’s en hulpaanbieders. De inspecties hadden geen goed beeld van het aantal kinderen dat nog wachtte op passende hulp in de overige jeugdhulpregio’s in Noord-Holland, als gevolg van de beperkte inventarisatie die in de accounthoudende regio voor DJGB was gedaan. Het aantal jeugdigen dat langer dan drie maanden wachtte op hulp, was volgens opgave van de regio in januari 2021 wel afgenomen naar 26.

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets In dit hoofdstuk geven de inspecties hun conclusies uit de verdiepende praktijktoets weer per norm. De inspecties hebben in totaal 49 dossiers onderzocht, 21 gesprekken met jeugdbeschermers gevoerd en 16 gesprekken met ouders en kinderen. Aanvullend hierop zijn de inspecties in april met vertegenwoordigers van jeugdhulpregio’s (gemeenten) in gesprek gegaan. In april 2021 vond tevens een gesprek plaats met de verantwoordelijk wethouders van de jeugdhulpregio’s Gooi- en Vechtstreek, Kop van NoordHolland, Midden-Kennemerland, Noord-Kennemerland, Zaanstreek-Waterland, Zuid-Kennemerland over de voorlopige bevindingen van de inspecties uit de monitoring en de praktijktoets in de accounthoudende regio voor DJGB. Ook hebben in mei 2021 aanvullend gesprekken met DJGB, JBRA, een aantal zorgaanbieders plaatsgevonden (Kenter, Levvel en Parlan).

Bevindingen Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar/op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst/wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Bevindingen De regio’s Noord-Holland en Amsterdam zijn er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat niet elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Noord-Holland tijdig een vaste jeugdbeschermer had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 61 casussen beoordeeld op een vaste jeugdbeschermer. Dit was in totaal in acht gevallen niet op orde. De inspecties hebben in totaal 32 casussen die na half november 2021 zijn gestart, beoordeeld op de tijdige beschikbaarheid van een jeugdbeschermer. Dit was in acht gevallen niet op orde. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. DJGB Bij DJGB hebben de inspecties dertien casussen die tussen half november 2020 en 1 januari 2021 zijn gestart in zijn geheel beoordeeld op zowel de normen tijdig een jeugdbeschermer als een vaste jeugdbeschermer. Voor vijf jeugdigen / gezinnen was dit niet op orde.7

7 De inspecties hebben bij DJGB dertien casussen beoordeeld die tussen half november 2020 en 1 januari 2021

zijn gestart op het tijdig toewijzen van een jeugdbeschermer. In vijf gevallen was er niet tijdig een jeugdbeschermer aan het gezin gekoppeld. De inspecties hebben 23 casussen beoordeeld op de beschikbaarheid van een vaste jeugdbeschermer. Dit was in vier gevallen niet op orde.

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

DJGB heeft in de onderzoeksperiode in veel zaken wachtlijstbeheer ingezet. De inspecties hebben eerder gesteld wachtlijstbeheer niet wenselijk te vinden en niet passend bij de urgentie van de jeugdbeschermingsmaatregel 8. In dossiers is terug te zien dat ouders een brief ontvangen van DJGB dat hun kind onder toezicht is gesteld, dat er nu nog geen jeugdbeschermer is toegewezen en dat als zij dringend iemand willen spreken ze contact kunnen opnemen met de bureaudienst met een algemeen nummer. De inspecties beoordelen het werken met wachtlijstbeheer als niet wenselijk, maar wel als voldoende, als de jeugdbeschermer daadwerkelijk met het gezin aan de slag gaat, in contact is met het gezin en samen met hen werkt aan een gedragen koers. Als een vaste jeugdbeschermer niet tijdig met een gezin aan de slag gaat om uitvoering te geven aan de maatregel, ontstaan risico’s. Wachttijden leiden ertoe dat gezinnen en kinderen onvoldoende verandering in hun situatie ervaren. Het vertrouwen van cliënten in de jeugdbescherming neemt af, door personeelswisselingen en doordat de voorspelbaarheid van de hulpverlening ontbreekt. Daarnaast is er sprake van een bestaande bedreiging van de gezonde en veilige ontwikkeling van een kind.

Als een zaak niet actief wordt opgepakt, ontbreekt het zicht op de veiligheid van het kind en gebeurt er onvoldoende om de (acute) onveiligheid af te wenden (zie voorbeeld).

Voorbeeldcasus Over de pasgeboren baby wordt ruim twee weken na de geboorte een ondertoezichtstelling uitgesproken, nadat de huisarts tijdens de zwangerschap een zorgmelding had gedaan wegens GGZ-problematiek moeder. Na anderhalve maand is het eerste inhoudelijke gesprek tussen de jeugdbeschermer en het gezin. Kort daarna vinden twee incidenten plaats met huiselijk geweld en gaat het psychisch slecht met moeder. Er worden bodemeisen gesteld en ambulante spoed hulp (ASH) ingezet. ASH legt de opdracht terug bij de jeugdbeschermer en geeft aan dat verantwoordelijkheid voor de baby genomen moet worden: ‘Het gaat zo niet, het kind lag maar te huilen. Dit kan niet’. In de eindevaluatie benoemt ASH dat er onvoldoende zicht is op de veiligheid van de baby: ‘De zorgen omtrent veiligheid zijn hetzelfde als bij de aanmelding’.

In een deel van de onderzochte casussen van DJGB is het wachtlijstbeheer onvoldoende actief opgepakt. Het duurde soms twee maanden of langer voordat een jeugdbeschermer daadwerkelijk met het gezin aan de slag ging. De inspecties hebben zaken als onvoldoende beoordeeld indien alleen administratief een jeugdbeschermer aan een gezin was gekoppeld, maar deze jeugdbeschermer niet met het gezin aan de slag is gegaan om te komen tot een gedragen koers en de inzet van noodzakelijke hulp. De belangrijkste oorzaak dat niet elk kind met een maatregel via DJGB tijdig een vaste jeugdbeschermer krijgt, is het personeelsverloop en –verzuim. Jeugdbeschermers vertrekken onder andere doordat zij op een andere plek onder betere omstandigheden aan het werk kunnen. Daarnaast ervaren jeugdbeschermers werkdruk. Dit hoort deels bij het werk, doordat op onverwachte momenten crisissituaties ontstaan en een beroep op hen wordt gedaan. Andere oorzaken van de werkdruk zijn:    

Het zoeken naar een passende plek of passende hulp voor een kind of gezin; Bureaucratie / administratieve afhandeling (tijdschrijven 9 en verwijzingen); Hoge caseload; Personeelsverloop en ziekteverzuim, wat de werkdruk voor het zittende personeel verhoogt.

8

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd (november 2019) p12. In de regio’s Kennemerland en Kop van Noord-Holland is in de onderzoeksperiode een pilot geweest met tijdschrijven. DJGB heeft op 12 mei 2021 laten weten dat zij bericht hebben gekregen van de gemeenten dat zij hier definitief van af zien.

9

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Nieuwe medewerkers krijgen een inwerkprogramma, maar benoemen toch het gevoel in het diepe gegooid te worden. Ook werken de coronamaatregelen belemmerend, er is minder contact en er zijn minder natuurlijke feedbackmomenten tussen jeugdbeschermers onderling.

“De jeugdbeschermer luistert heel goed naar ons kind en naar ons. Wij vinden het belangrijk dat naar ons kind geluisterd wordt. De jeugdbeschermer zit er bovenop. Ook om de hulp op tijd te laten aansluiten. De jeugdbeschermer wil graag dat de psycholoog die nu met ons kind werkt blijft. Ook na zijn verblijf in de JeugdzorgPlus.” ouder

Ouders zijn positief over hun jeugdbeschermer als deze actief met hen aan de slag gaat (zie voorbeeld). In de zaken met een lager veiligheidsrisico, maken jeugdbeschermers gedurende de coronacrisis de afweging om vaker het contact via beeldbellen te zoeken. Ouders ervaren dat zij hierdoor minder een relatie met de jeugdbeschermer opbouwen. JBRA Bij JBRA hebben de inspecties tien casussen die tussen half november 2020 en 1 januari 2021 zijn gestart in zijn geheel beoordeeld op zowel de normen tijdig een jeugdbeschermer en een vaste jeugdbeschermer. Voor drie jeugdigen / gezinnen was dit niet op orde 10. De inspecties hebben geconstateerd dat bij JBRA niet altijd tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen als een gezin wordt ondergebracht bij het basisteam/instroomteam. De GI zet een instroomteam in als personele krapte in een team dit noodzakelijk maakt. Het moment waarop een vaste jeugdbeschermer een gezin overneemt van de instroommedewerker is afhankelijk van de beschikbaarheid en prioriteit die aan een zaak wordt gegeven. De regio Zaanstreek-Waterland valt hierin in negatieve zin op. Zoals eerder benoemd, geldt dat de inspecties het werken met een instroomteam onwenselijk vinden, maar dat zij zaken in dit toezicht als voldoende hebben beoordeeld indien een zaak actief is opgepakt.

In de casussen die de inspecties als onvoldoende hebben beoordeeld, heeft het basisteam/instroomteam enkel bodemeisen voor veiligheid geformuleerd en is niet gewerkt aan een gedragen koers of de inzet van hulp.

“Voor mij zijn er twee andere jeugdbeschermers betrokken geweest. Eén collega is uitgevallen en daarvoor, in team Noord, ook. De werkdruk is hoog, eigenlijk altijd. Ik zit er wel lekker in, dat is een jaar geleden wel anders geweest. (…) De aanleiding hiervan was het uitvallen van een teammanager en 50% personeelsverloop. Door het uitvallen van de teammanager was het lastig om problemen n.a.v. van verloop op te lossen.” jeugdbeschermer

Een belangrijke oorzaak voor het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer voor elk kind is ook bij JBRA het hoge personeelsverloop. In 2020 was het verloop mede als gevolg van de coronacrisis verminderd, maar nu stijgt het weer. Soms ontstaat er na een wisseling een periode waarin een gezin geen jeugdbeschermer heeft. In de interviews die tijdens de praktijktoets hebben plaatsgevonden, geven de meeste jeugdbeschermers aan dat zij werkdruk ervaren. Deze werkdruk is afhankelijk van de caseload en de complexiteit ervan. De werkdruk zorgt ervoor dat jeugdbeschermers telkens prioriteiten moeten stellen. Een te hoge werkdruk vormt een risico voor verloop.

10 De inspecties hebben bij JBRA 10 casussen beoordeeld die tussen half november 2020 en 1 januari 2021 zijn

gestart op het tijdig toewijzen van een jeugdbeschermer. In twee gevallen was er niet tijdig een jeugdbeschermer aan het gezin gekoppeld. De inspecties hebben 21 casussen beoordeeld op de beschikbaarheid van een vaste jeugdbeschermer. Dit was in vier gevallen niet op orde.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

In Amsterdam wordt verder concreet benoemd dat jeugdbeschermers uitstromen naar Veilig Thuis, waar medewerkers hetzelfde zijn ingeschaald als jeugdbeschermers maar waar zij extra periodieken krijgen. Landelijk werkende instellingen: Briedis, LJ&R en WSS Bij LJenR hebben de inspecties vijf Noord-Hollandse/Amsterdamse casussen beoordeeld op tijdig een vaste jeugdbeschermer. Alle jeugdigen hadden een vaste jeugdbeschermer, in één geval was deze niet tijdig aan het gezin gekoppeld. LJ&R heeft de keuze bewust gemaakt voor aparte teams van medewerkers die juist de start van een jeugdbeschermingsmaatregel actief oppakken. Deze werkwijze is in Noord-Holland nog niet overal doorgevoerd. Dit is de oorzaak van de niet tijdige start in genoemde casus. Bij LJ&R hebben de inspecties waargenomen dat het gebruik van een instroomteam zonder een vaste contactpersoon voor ouders onpersoonlijk is. Ook blijkt het voor ouders vaak onduidelijk hoe lang het gaat duren voordat er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. Voor ouders in de eerste fase van de OTS is dit heel naar. Ze geven in gesprek aan dat ze vooral in die beginfase graag meer ondersteund hadden willen worden. Zeker als het gaat om een uithuisplaatsing. Ze ervaren veel onzekerheid. Vanaf het moment dat er een jeugdbeschermer betrokken is, zijn ouders vaak positief.

Bij de WSS hebben de inspecties 11 casussen beoordeeld op een vaste jeugdbeschermer en 3 op de tijdigheid van een vaste jeugdbeschermers. Dit was in alle gevallen op orde. De WSS werkt in Noord-Holland-Noord met een instroomteam. De dossiers die de inspecties hebben ingezien bij de WSS, zijn over het algemeen overzichtelijk, gestructureerd en de handelingen en verrichtingen van de jeugdbeschermer zijn goed en navolgbaar bijgehouden. In geval van overdracht van een casus is goede dossiervorming bevorderend. Bij Briedis is één casus op deze norm beoordeeld. Deze was op orde.

14 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging/recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaatregel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging/het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.

Bevindingen De regio’s Noord-Holland en Amsterdam zijn er niet in geslaagd om tijdig een gedragen koers uit te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat niet elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Noord-Holland tijdig een gedragen koers had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 33 casussen die na half november zijn gestart beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. In 27 zaken was er een koers. De inspecties hebben in totaal 28 casussen beoordeeld op de tijdigheid 11 van de koers. Dit was in 16 gevallen op orde. De inspecties hebben 36 zaken beoordeeld op de gedragenheid van de koers. In 30 zaken was dit op orde. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. DJGB Bij DJGB hebben de inspecties dertien casussen die tussen half november 2020 en 1 januari 2021 zijn gestart in zijn geheel beoordeeld op de normen aanwezigheid van een koers, tijdigheid van de koers en gedragenheid van de koers. Voor negen van de dertien gezinnen was niet tijdig een gedragen koers gerealiseerd 12.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272233/1