CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210313959 4. Bijlage 3 Mobiliteitsbeleid

commissie Beheer 9 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.55 uur Vaststellen Mobiliteitsbeleid (RB).20.549 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Mobiliteitsbeleid

Colofon Augustus 2021 Studio Bereikbaar Adres Stationsplein 45 – E1.186 3013 AK Rotterdam info@studiobereikbaar.nl

Mobiliteitsbeleid

4

Samenvatting

een duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem Haarlem wil een aantrekkelijke, gezonde en goed bereikbare stad zijn.

Ambities

Maar Haarlem groeit ook.

In het mobiliteitsbeleid kijken we met bovenstaande principes van

Het aantal woningen stijgt naar verwachting met 10.000 en dat heeft

de mobiliteitstransitie in het achterhoofd naar het jaar 2030, met een

gevolgen voor het verkeer binnen en buiten de stad. Het bereikbaar

doorkijk naar 2040, want een deel van de maatregelen zal gestart zijn,

houden van de groeiende stad vormt een grote uitdaging, waarop

maar nog niet voltooid voor 2030. Hoe verplaatsen we ons in Haarlem

oude oplossingen als het verbreden of toevoegen van wegen en

in 2030 en hoe ziet Haarlem er dan uit? Met andere woorden, wat

parkeerplaatsen geen afdoende antwoord meer bieden. In veel wijken

hebben we met de mobiliteitstransitie dan concreet bereikt?

wordt nu al dagelijks ervaren hoe de parkeerdruk toeneemt. Haarlem

De transitie is erop gericht dat in 2030 bijna alle (90%) korte

staat bovenaan in jaarlijkse lijstjes van moeilijk bereikbare steden met

verplaatsingen met een afstand van minder dan 2,5 km binnen de stad

de auto. Het autoverkeer vormt daarnaast een belangrijke bron van

met de fiets of te voet plaatsvinden en dat meer dan de helft (60%)

CO2 uitstoot in een stad waar de klimaatcrisis is uitgeroepen. Als we niet

de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem toe met het OV of de fiets

wezenlijk iets veranderen aan de manier waarop we ons voortbewegen,

plaatsvinden. Het aantal auto’s in de stad is niet gegroeid.

groeien deze problemen alleen maar met ons mee. De komende jaren

Deze verplaatsingen vinden plaats op veilige wegen, waar de snelheid

staat onze stad daarom voor de uitdaging om een steeds gezondere en

in de meeste gevallen terug is gebracht naar 30km/ uur. De wegen

groenere stad te worden, die wel goed bereikbaar is, zowel voor wonen,

die wel nog een snelheid van 50km/ uur hebben, zijn voorzien van een

werken als winkelen.

vrijliggend fietspad. Het centrum van de stad is goed bereikbaar, er zijn verschillende overstappunten gerealiseerd waar reizigers uit de

Om dit te kunnen bereiken is een transitie nodig waarin we voorrang

auto kunnen overstappen op het OV of op een fiets en in en rondom

geven aan schone manieren van vervoer, die zo min mogelijk ruimte

het centrum zijn nieuwe fietsenstallingen gerealiseerd, waardoor we te

innemen. Wij noemen dit de mobiliteitstransitie.

voet het centrum in kunnen lopen. Het OV dat nodig is voor de regionale

De principes hiervan zijn eenvoudig: Binnen de stad reizen we zoveel

verplaatsingen rijdt via optimale routes, al dan niet via het nieuwe OV-

mogelijk te voet of met de fiets, de reizen van en naar de stad doen

knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid. Haarlem heeft er autoluwe gebieden

we zoveel mogelijk met een steeds schoner OV en we gebruiken

bij, de voormalige ontwikkelzones, en het voetgangersgebied met

de (elektrische) auto alleen als het niet anders kan. Onze distributie

fietsers te gast is uitgebreid. In Haarlem kunnen (elektrische) auto’s

organiseren we steeds schoner, en door voorzieningen dichtbij huis

niet overal zomaar voor de deur geparkeerd worden. In 2030 is in heel

beperken we de noodzaak tot lange(re) reisafstanden.

Haarlem gereguleerd parkeren ingevoerd, waar nodig voorzien van een vergunningenplafond.

De maatregelen die nodig zijn om de stad effectief naar deze principes in te richten vragen tijd en aanzienlijke investeringen.

5

Welke stappen zijn hiervoor nodig? Om Haarlem, ondanks de groei, leefbaar en bereikbaar te houden

2. Vervoerwijze afhankelijk van het schaalniveau van de reis

zijn stappen nodig. Dit mobiliteitsbeleid geeft aan hoe Haarlem met

•

In het centrum wordt zo veel mogelijk te voet gereisd; Op verschillende plekken in en rondom het centrum worden overstappunten (zowel huidige als toekomstige) benoemd: parkeergarages, fietsenstallingen en (H)OV-haltes waar de stedelijke reiziger een centrumbezoeker (te voet) wordt.

•

Binnen de hele stad Haarlem reist de stedelijke reiziger met name te voet en met de fiets; Aan de rand van de stad vormen P+Rterreinen of mobiliteitshubs een goede overstap voor (H)OV en (e-) fiets en vormen met name in de toekomst een belangrijke schakel in het mobiliteitssysteem van Haarlem.

•

De regionale (MRA)-reiziger maakt met name gebruik van de (e-) fiets, het OV of de combinatie daarvan en indien de bereikbaarheid op deze manier niet voldoende is, van de auto.

zeven stappen leefbaar en bereikbaar kan blijven. Deze zeven stappen hangen met elkaar samen; ze zijn alle zeven nodig.

1. Haarlem groeit met behoud van ruimte •

door voorzieningen dichtbij huis beperken we de noodzaak tot lange(re) reisafstanden, dit wordt het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen.

•

Nieuwe wijken worden autoluw ontworpen (met een lagere parkeernorm). In de bestaande wijken worden wijkhubs (gericht op deelmobiliteit) gerealiseerd.

•

Gefaseerde invoering van parkeerregulering, beginnend bij de schil rondom de ontwikkelzones en vervolgens de rest van de stad.

•

Stedelijke logistiek gericht op verminderen van goederenstromen in de stad: pakketpunten bij de wijkhubs.

6

3. Fiets en voetganger krijgen prioriteit

4. Een duidelijke wegenstructuur gebaseerd op 30 km/uur

•

•

In de voorbereiding van projecten en herinrichtingen wordt het

Haarlem wordt een stad waar 30km/ uur de norm is. Hierop

principe van omgekeerd ontwerpen toegepast. Eerst wordt de

vormen de hoofdroutes van auto en (H)OV de uitzondering. Voor

benodigde ruimte gecreëerd voor de fiets en voetganger, waarna

deze routes geldt een maximumsnelheid van 70 - 50 km/ uur.

vervolgens gekeken wordt wat de beschikbare overgebleven ruimte is voor de auto (rijden en parkeren).

•

Op de routes waar 30 km/ uur de norm wordt, is de 1e stap om met behulp van een goede verkeerscirculatie de hoeveelheid auto’s op

•

•

Binnen projecten komt voldoende aandacht en budget om de

deze wegen te verminderen, zonder dat dit zorgt voor onveilige

doelstellingen vanuit het fiets- en voetgangersnetwerk (denk aan

situaties op omliggende 30 km/ uur wegen. Wanneer dit lukt kan

hoofdroutes) ook daadwerkelijk te realiseren.

een standaardinrichting van 30 km/ uur worden toegepast.

Het gehele centrumgebied wordt voetgangersgebied met fietsers te gast om zo meer ruimte voor de voetganger en fiets te creëren.

•

Voor de wegen, waarbij de hoeveelheid auto’s niet past bij een standaardinrichting van 30 km/ uur, wordt een wegcategorie toegevoegd: de wijkontsluitingsweg met 30 km/ uur (GOW 30

•

De mobiliteitsmonitoring wordt met voet- en fietsverplaatsingen

km/ uur). We gaan onderzoeken hoe deze nieuwe wegcategorie

uitgebreid, zodat toekomstige beleidskeuzes beter gebaseerd

eruitziet. Het doel is een veilige weg, waar door de inrichting

kunnen worden op beschikbare data.

de maximumsnelheid afgedwongen wordt en die toch ook een ontsluitende functie kan vervullen.

7

5. Evenwichtige verdeling van HOV routes: bereikbaarheid verbeteren, impact spreiden

6. Bundelen autoverkeer op hoofdroutes

•

Er wordt ingezet op de aanleg van OV-knooppunt Haarlem Nieuw

door de wijken te voorkomen wordt er gezorgd voor een goede

Zuid bij de Europaweg/Schipholweg.

hoofdontsluitingsstructuur. Om deze hoofdstructuur goed vorm te geven

Om doorgaand verkeer door de stad te minimaliseren en sluipverkeer

wordt ingezet op: •

Er wordt in gezamenlijk onderzoek van de gemeente Haarlem,

•

provincie Noord-Holland en de vervoerregio Amsterdam

de Velserverbinding om doorgaand verkeer door Haarlem een alternatief te bieden;

onderzocht of het mogelijk is om de HOV-busroutes door de binnenstad te herverdelen.

•

een onderzoek over de doorstroming/bereikbaarheid van de Oudeweg (N200) in combinatie met het Kennemerplein

•

Naast de twee bestaande routes worden de Gedempte

en Amsterdamsevaart/Gedempte Oostersingelgracht. Bij het

Oostersingelgracht/Lange Herenvest en Amsterdamsevaart/

Kennemerplein (N200) is de wens om het doorgaand oostwest

Prins Bernhardlaan als alternatieve route onderzocht. Daarbij

autoverkeer te ontmoedigen en de noord-zuid verbinding voor

wordt in dit onderzoek ook gekeken naar het opwaarderen van de

fietsers te verbeteren;

HOV-bereikbaarheid van andere delen van de stad en specifiek Haarlem Zuid-West.

•

een onderzoek naar de mogelijkheden voor het verbeteren van de doorstroming op het zuidelijk tracé van de regioring tussen de Schipholweg (N205) en de Westelijke Randweg (N208). Ook wordt specifiek gekeken naar de doorstroming op de N208 ter hoogte van de kruising Pijlslaan ten behoeve van de ontsluiting van Haarlem Zuidwest.

8

7. Haarlem zet in op een duurzame gedragsverandering

Niet alles tegelijk

•

Terwijl de stad en het netwerk ingericht worden voor de

De ambities van dit mobiliteitsplan zijn hoog, maar noodzakelijk.

mobiliteitstransitie zullen de Haarlemmers en bezoekers ook

We kunnen natuurlijk niet alles tegelijk realiseren, maar alle ambities

gestimuleerd worden om daadwerkelijk minder, anders en schoner

moeten wel als totaalpakket worden bezien om het gewenste effect te

te reizen. Haarlem zet hierbij niet alleen in op personenvervoer,

behalen. Met het uitvoeringsprogramma van de SOR en het Actieplan

maar ook op goederenvervoer.

Fiets zijn we al op de goede weg.

Hiervoor zal Haarlem voortbouwen op reeds bestaande

beleidsstuk wordt dan ook een uitvoeringsagenda gekoppeld, waarin

campagnes en andere maatregelen en deze

alle benodigde maatregelen uitgezet worden in de tijd.

uitbreiden op de plekken waar de meeste kansen liggen.

Zo zal het gereguleerd parkeren bijvoorbeeld gefaseerd ingevoerd

Er is echter meer nodig om de ambities te realiseren. Aan dit •

worden, worden de fietsknelpunten in de tijd geprioriteerd, zal •

Ook zet Haarlem in op een andere benadering van

gestudeerd moeten worden op de nieuwe GOW 30 en wordt geoefend

stedelijke distributie door middel van (gecombineerde)

met het omgekeerd ontwerpen.

innovaties op het terrein van techniek, regelgeving en gedrag. Om de doelen te bereiken en tijdig bij te kunnen sturen op nieuwe omstandigheden, wordt de uitvoeringsagenda regelmatig gemonitord. Indien uit de monitoring blijkt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn, waarvoor middelen nodig zijn, zullen die via de jaarlijkse begrotingscyclus aangevraagd worden.

9

10

Inhoudsopgave 1. Inleiding

12

1.1. Aanleiding

13

1.2. Doelstellingen van het mobiliteitsbeleid

14

1.3. Opgave voor het mobiliteitsbeleid

16

1.4. Mobiliteitsprincipes

20

1.5. Vervolgproces

23

2. Integrale benadering ruimte en mobiliteit

24

3. Haarlem duurzaam bereikbaar: Een toekomstgericht mobiliteitsnetwerk28 3.1. Voetgangersnetwerk

29

3.2. Fietsnetwerk

30

3.3. Openbaar vervoer

32

3.4. Auto

34

3.5. (OV)-knooppunten

37

4. Mobiliteit en gedrag

40

4.1. Gedragsverandering noodzakelijk

41

4.2. Personenmobiliteit 

42

4.3. Stedelijke distributie

45

4.4. Innovatie: Haarlem stimuleert innovatie om te komen tot de mobiliteitstransitie 

46

5. Effecten, monitoring en evaluatie van het beleid

48

Bijlage 1: Haarlem in beeld

53

1. Inleiding

12

1.1. Aanleiding Het Haarlems Verkeers- en Vervoersplan (HVVP) is vastgesteld in 2003.

Structuurvisie Openbare Ruimte

Inmiddels geeft het onvoldoende antwoord op de bereikbaarheid-

In 2017 is de Structuurvisie Openbare Ruimte opgesteld met de titel

en mobiliteitsvraagstukken en ambities waar we vandaag de dag

‘Haarlem 2040, groen en bereikbaar’. Met de Structuurvisie Openbare

voor staan. De combinatie van de (regionale) verdichtingsopgave,

Ruimte wil Haarlem de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte

de doelen uit het klimaatakkoord, de energietransitie, de (landelijke)

verbeteren. Een stad met een prettige openbare ruimte. Een stad die de

trend van meer mobiliteit per persoon en tegelijkertijd de wens om

Haarlemmers en bezoekers verbindt met elkaar, het buitengebied en

een bereikbare en leefbare stad te blijven zorgt voor een complex

de natuur. Haarlem is ook een welkome stad voor bezoekers. Haarlem

vraagstuk. Hoe gaan we hiermee om? Waar zetten we als Haarlem op

is economisch en sociaal sterk verbonden met de regio. Dat vereist

in ten aanzien van mobiliteit en waarom? En hoe zorgen we dat dit ook

een slimme afhandeling van regionale verkeersstromen en goede

daadwerkelijk gebeurt? De antwoorden hierop worden gegeven in het

verbindingen voor voetgangers, fietsers en voor openbaar vervoer en

mobiliteitsbeleid.

autoverkeer.

Mobiliteitsbeleid staat niet op zichzelf

Coalitieakkoord Duurzaam Doen 2018 – 2022

Het mobiliteitsbeleid bepaalt richting tot 2030, met een doorkijk naar

De richting die in het coalitieakkoord genoemd is sluit goed aan op de

2040. In het mobiliteitsbeleid worden kaders gegeven op hoofdlijnen

ambitie uit de SOR. Dit staat als volgt beschreven:

en wordt de samenhang hiertussen en met ander (landelijk, regionaal

‘Haarlem moet goed bereikbaar zijn en blijven voor bewoners en

en gemeentelijk) beleid duidelijk. De kaders op hoofdlijnen worden

bezoekers, vooral nu Haarlem gaat groeien. Een transitie van onze

verder uitgewerkt in separate deelbeleidstrajecten, zoals fiets-,

mobiliteit is daarbij nodig. We kiezen voor schone en duurzame

deelmobiliteit- en verkeersveiligheidsbeleid en per ontwikkelzone wordt

mobiliteit. We geven prioriteit aan voetgangers, fietsers en reizigers met

een mobiliteitsplan uitgewerkt. Daarnaast wordt het mobiliteitsbeleid

het openbaar vervoer. Die nemen ook minder ruimte in beslag, ruimte

uitgewerkt in een uitvoeringsagenda met daarin concrete maatregelen

die goed kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld groen en water.’

en realistische en haalbare wensen tot 2030. Bij het opstellen van het Haarlemse mobiliteitsbeleid is aandacht

Stuctuurvisie Openbare Ruimte en Coalitieakkoord Duurzaam Doen vormen kader

uitgegaan naar de (gevolgen van) Corona. Het is onduidelijk in welke

De hoofdkeuzes voor het mobiliteitsbeleid zijn bepaald door de

We hebben een afname van het woon-werkverkeer gezien ten gunste

kaders uit de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 (SOR) en het

van het thuiswerken maar tegelijkertijd ook een forse afname van het

coalitieakkoord Duurzaam Doen 2018-2022. Hierin zijn principiële

gebruik van het openbaar vervoer. Het mobiliteitsbeleid speelt in op

keuzes gemaakt over hoe we om willen gaan met mobiliteit. Deze

het (deels) vasthouden van het verminderen van mobiliteit en het (later

principiële keuzes vormen de basis voor het mobiliteitsbeleid.

weer) faciliteren van het veranderen naar fiets en OV.

mate de effecten van Corona op het gedrag van mensen blijvend is.

13

1.2. Doelstellingen van het mobiliteitsbeleid Bereikbaarheid en mobiliteit zijn issues voor de stad, de Metropoolregio

Gezonde/sociale stad

Amsterdam, en voor Zuid Kennemerland. De Structuurvisie

Belang van groen voor welzijn, voor iedereen toegankelijk,

Openbare Ruimte 2040 geeft richting aan de oplossingen van de

klimaatbestendig, energietransitie, minder hinder van verkeer,

mobiliteitsopgaven, die nodig zijn om bij een toenemend aantal

ongedeelde stad met een gezond ecosysteem

inwoners en bezoekers een evenwicht te vinden tussen ruimte voor

Metropolitane economie

mobiliteit, recreatie en groen. Om ruimte te winnen en bij te dragen

Betere verknoping met de regio, ruimte voor nieuwe economie, potentie

aan een klimaatneutrale stad is ervoor gekozen om prioriteit te geven

toerisme benutten, Haarlem bezoekstad, bereikbare werklocaties

aan vormen van mobiliteit die, zowel rijdend als stilstaand, het meest

Bereikbare stad

ruimte-efficiënt en duurzaam zijn. Denk aan de voetganger, de fietser,

Faciliteren groei fiets- en voetgangersstromen, regionaal autoverkeer

de gebruiker van het OV en de (elektrische) deelautomobilist.

om de stad heen, bereikbaarheid binnenstad garanderen, aanpak parkeerdruk binnenstad/omliggende wijken, verbeteren metropolitane

Ambitie van de Structuurvisie Openbare Ruimte

verbindingen

Haarlem wil een aantrekkelijke, gezonde en bereikbare stad zijn, binnen een metropolitane economie. De openbare ruimte speelt daarin

Ambitie Groei van Haarlem

een belangrijke rol. In de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 staat

Er is een tekort aan woningen in Haarlem. Volgens de prognoses zijn

het verbeteren van de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte

minimaal veertienduizend extra woningen nodig tot 2040. Daarom

centraal.

heeft de gemeente de ambitie om 10.000 woningen te bouwen in de periode tot en met 2025. We gaan deze periode versneld aan de

In de stad wordt zichtbaar dat mobiliteit in de loop der jaren een

slag met de bouwopgave om voldoende betaalbare ruimte te blijven

steeds groter deel van de openbare ruimte heeft ingenomen. Andere

toevoegen om te wonen en werken met daarnaast ook ruimte voor

belangrijke functies, zoals ruimte voor groen, speelruimte voor kinderen

belangrijke voorzieningen zoals dokterspraktijken, scholen, recreatie ,

en voetgangers zijn daardoor in de verdrukking gekomen. Met de groei

winkels en buurthuizen. Dit alles moet, door mobiliteit op een slimme

van de stad neemt deze claim alleen nog maar toe.

manier in de stad te organiseren, voor iedereen bereikbaar blijven.

Voor een goede kwaliteit en beleving van de openbare ruimte (en dus

Met de groei van de stad dient de huidige woon-werkbalans van 0,43

Haarlem) is het nodig om prioriteiten te stellen en keuzes te maken over

baan per inwoner behouden te blijven (peildatum 2018: 68.739 banen,

welke functie op welke plek de ruimte krijgt. Deze ambitie is uitgewerkt

159.717 inwoners). Bij 20.000 nieuwe inwoners gaat het om 8.600 nieuwe

in vier doelen voor de Structuurvisie Openbare Ruimte:

banen. Er vanuit gaande dat de bestaande werkgelegenheid behouden blijft. Om de woon-werkbalans in de stad te behouden, en de daarmee

Aantrekkelijke stad Opvang groeiende woningvraag, meer ruimte voor groen en water, natuur in/rond stad versterken, verbinding met omgeving, belevingswaarde historische punten/structuren

14

benodigde ruimtevraag te faciliteren, is een stadsbrede en adaptieve aanpak wenselijk (Economische Visie Haarlem)

Klimaatakkoord

Bereikbare winkelgebieden

In het klimaatakkoord is voor de mobiliteitssector de afspraak gemaakt

Haarlem heeft een aantal winkelgebieden, zoals bijvoorbeeld de

om in 2030 het aantal zakelijke autokilometers met 8 miljard en de

Generaal Cronjéstraat en de binnenstad. Om als Haarlemse binnenstad

CO2 uitstoot van de totale mobiliteitssector met 22% te verminderen.

aantrekkelijk te blijven voor inwoners, ondernemers, bezoekers en

Ook zal meer van onze energie op een duurzame manier moeten

toeristen is het noodzakelijk dat de binnenstad goed bereikbaar is

worden opgewekt en moeten we met slimme ingrepen zorgen dat

en blijft. In het Convenant Binnenstad 2018-2022 staan een aantal

ons energieverbruik afneemt. Mobiliteit vormt een belangrijke bron

belangrijke punten waaraan de partijen uit de stad gezamenlijk

van uitstoot van CO2. Om deze te beperken in combinatie met het

werken zoals goede parkeerplaatsen voor touringcarbedrijven, goed

energiegebruik moeten we de overstap maken naar duurzame

bereikbare en vindbare parkeergarages en een mobiliteitshub aan de

ruimtevriendelijke mobiliteit. Hierbij maken we gebruik van de volgende

rand van de stad.

drie stappen: 1. 2. 3.

Verminderen: het verminderen van de impact van de mobiliteit

Bereikbare werklocaties

door het voorkomen van reizen en/of verkorten van de afstand

Voor ondernemers en werknemers is bereikbaarheid van de

Veranderen: de reizen die gemaakt worden, maken we met

werklocaties van groot economisch belang, zowel voor bezoekers,

duurzame vervoerswijze (voetganger, fiets, openbaar vervoer)

goederen als het eigen personeel. Voor het Waarderpolder Haarlem

Verschonen: reizen die gemaakt worden met auto of bus, worden

Business Park (Convenant Waarderpolder 2021-2025) is afgesproken om

gemaakt met schone voertuigen (elektrisch of waterstof)

deze bereikbaar te houden voor alle vormen van mobiliteit. En hierbij wel aanvullend in te zetten op een OV-hub bij Station Spaarnwoude

Klimaatadaptief

en een hub in de Waarderpolder voor stedelijke distributie over weg en

De ontwikkeling en groei van de stad valt samen met een veranderend

water. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verder verschonen

klimaat. Dit betekent dat heel Nederland – en dus ook Haarlem

van de mobiliteit.

– een aantal grote transformaties zal moeten doormaken: de bebouwde omgeving moet beter bestand worden tegen hevige

Gezondheid

regenval, langdurige hitte en een veranderend grondwaterpeil. Vanuit

Meer bewegen draagt bij aan een gezonde stad. Door de verschuiving

klimaatadaptatie wordt gezocht naar meervoudig ruimtegebruik om al

naar meer fietsen en lopen binnen Haarlem, zorgen we ook voor een

deze functies te combineren in de beperkte openbare ruimte.

actieve en gezonde levensstijl. Hierbij is het belangrijk om in te zetten op een omgeving die uitnodigt om meer te bewegen.

Ambitie economie Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor het economisch functioneren van Haarlem. Een goed bereikbare binnenstad, winkelgebieden en werklocaties (zoals de Waarderpolder) dragen bij aan de aantrekkelijkheid en een goede economische concurrentiepositie van Haarlem.

15

1.3. Opgave voor het mobiliteitsbeleid In de historische groei van Haarlem zijn in verschillende periodes

Vooroorlogse wijken

sterke stijgingen van het inwonersaantal te zien. Deze sterke stijgingen

•

Beperkte ruimte in de smalle woonstraten in relatie tot de grote

zijn mede ontstaan door een verandering in mobiliteit en het in

hoeveelheid auto’s zorgt ervoor dat auto’s op de stoep, op

gebruik nemen van nieuwe vervoersmiddelen. Hierdoor heeft de

straathoeken en in groenstroken geparkeerd staan. Hierdoor

economie zich ontwikkeld en werden nieuwe inwoners aangetrokken.

worden trottoirs en straten ontoegankelijk, met name voor kinderen,

Deze geschiedenis laat zien dat in het verleden ook een aantal keer

mensen met een beperking ( in een rolstoel), ouderen en nood- en

een ‘mobiliteitstransitie’ heeft plaatsgevonden. Sinds 2010 is er een

hulpdiensten. Dit leidt tot veel klachten en onbegrip van bewoners.

herontdekking van de stad te zien. Haarlem gaat zich specialiseren

•

in de kwaliteit van leven: ruimtelijke kwaliteit en de nabijheid en bereikbaarheid van mensen, relaties, ketens, kansen, kennis, creativiteit

Sluipverkeer van auto’s door wijken leidt tot een verminderde verkeersveiligheid .

•

en kapitaal. De ontwikkeling van Haarlem heeft in het verleden altijd

Daarnaast is er daardoor ook geen ruimte voor extra groenvoorzieningen in de wijken.

geleid tot een toename van de mobiliteit. Deze vraag naar mobiliteit zorgt voor een aantal knelpunten in de stad, zowel wanneer gekeken

Naoorlogse wijken

wordt naar gebieden als naar de verschillende netwerken.

•

(profiel straat en ruimte parkeren) om ruimte te creëren voor

Gebiedsaandachtspunten

alternatieve vormen van mobiliteit, verbetering van leefbaarheid,

Op basis van gesprekken met vertegenwoordigers (zowel ambtelijk als

kwaliteit van de openbare ruimte en de stad toekomstbestendig en

vanuit de wijkverenigingen en belangenorganisaties) zijn de volgende

klimaatadaptief te maken.

aandachtspunten geïdentificeerd voor de verschillende gebieden binnen Haarlem.

Centrumgebied Haarlem •

Druk op openbare ruimte is groot vanwege vele functies en gebruikers (voetgangers, (doorgaand) fietsverkeer, bevoorradend verkeer, autoverkeer).

•

Overlast geparkeerde fietsen en auto’s

•

Impact doorgaand HOV en autoverkeer door binnenstad

•

Autobereikbaarheid van de parkeergarages aan de rand van de binnenstad

•

Stadsdistributie binnenstad en goede opstaplocaties voor toeristische bezoekers (touringcars)

16

Dominantie van de auto verminderen in het mobiliteitssysteem

Ontwikkelzones: •

Opgave vormt het bouwen voor bewoners met een minder grote autoafhankelijkheid en autobezit.

Opgave voor de verschillende vervoerswijzen Ook voor de netwerken zijn de aandachtspunten in kaart gebracht.

Voetganger •

Voor de voetganger is er een kwaliteitsverbetering mogelijk op een aantal locaties in de stad: de binnenstad, belangrijke OV-knopen, school-thuis-routes en wijkwinkelcentra.

•

Het stationsplein wordt op dit moment geen aantrekkelijke entree naar de binnenstad gevonden.

•

De doorgaande route voor fietsers en voetganger tussen Haarlem Noord, het stationsgebied en de binnenstad over de Kruisweg (de Rode Loper) is vrij smal en wordt op meerdere plekken met verkeerslichten doorbroken.

•

Conflicten tussen fietsers en voetgangers in de binnenstad.

•

Trottoirs staan vol met geparkeerde auto’s, bankjes, geparkeerde fietsen of scooters of (overhangend) groen en zijn daarmee ontoegankelijk voor rolstoelen, scootmobiels, etc.

Fiets •

Voor langere verplaatsingen (2.5 - 10) wordt voor 35% de fiets gebruikt, terwijl ook nog voor bijna 60% de auto wordt gebruikt. Hier liggen kansen voor de fiets.

•

Er is op dit moment geen duidelijk ‘hoofdfietsnetwerk’ in de stad waar écht voor de fiets wordt gekozen. Er worden door fietsers nu meerdere parallelle routes gebruikt, die geen van allen over de hele route uitblinken in fietsvriendelijkheid en hoofdfietsroutes zijn uiterlijk niet herkenbaar.

•

Op meerdere plekken in de stad is te weinig ruimte/capaciteit, zijn er lange wachttijden bij kruispunten, is de oversteekbaarheid slecht, is er regelmatig sprake van gevaarlijke situaties of is er een onduidelijke inrichting/routering.

•

Er zijn vooral in het centrum te weinig fietsparkeervoorzieningen, waardoor een hoge fietsparkeerdruk ontstaat

1. Aandachtspuntenkaart

17

Openbaar vervoer •

de CO2-uitstoot in Haarlem (Duurzaamheidsmonitor 2017,

de bus of fiets naar een opstappunt reizen. Opgave is om de HOV-

gemeente Haarlem) Voor veel reizen – inwoners van Noord, Centrum of Zuidwest en regionaal doorgaand verkeer - loopt de snelste route door de stad

Aanvullend is een fijnmazig toegankelijk stedelijk OV-systeem

heen in plaats van via de wegen om de stad heen. Dit zorgt voor

nodig, dat gericht is op binnenstad en OV-knooppunten (station

overlast in de wijken. Opgaven zijn om het doorgaand verkeer

Haarlem en Haarlem Spaarnwoude, OV-knooppunt Haarlem

(verkeer dat geen herkomst en bestemming in Haarlem heeft)

Nieuw Zuid). Tot slot dienen HOV-haltes te zijn ingericht voor een

door de stad en het sluipverkeer door de woonwijken te minimaliseren.

Naar verwachting groeit het aantal bussen naar het Stationsplein

Regionale opgaven en samenwerking

met 50% in de toekomst (bron: Visie Stationsgebied, 2020); het

De opgaven waar Haarlem voor staat zijn niet uniek. Ook in de

Stationsplein raakt vol. Opgave is om de toekomstige groei van

omliggende steden is er de noodzaak om, in het licht van de

OV-reizigers te faciliteren en de ontwikkeling van het

ontwikkelingen, te werken aan een bereikbare en leefbare stad.

Stationsgebied mogelijk te maken. •

•

Haarlem Zuidwest te verbeteren.

overstap van fiets naar OV. •

Mobiliteit (voornamelijk wegverkeer) zorgt voor ongeveer 17%van

Een deel van de stad blijft onbediend wat betreft HOV en moet met bereikbaarheid van de ontwikkelzones, Haarlem Noord en

•

•

Het aantal bussen dat door de binnenstad rijdt, groeit. Door de vele én grote bussen in de binnenstad wordt op sommige plekken overlast ervaren. Opgave is om de overlast te verminderen (geluid, uitstoot, trillingen en veiligheid) en het busverkeer beter over de stad te spreiden (herrouteren).

Bereikbaarheid en mobiliteit gaan over systemen, netwerken en routes en houden zich niet aan gemeente- of provinciegrenzen. Om de bereikbaarheid én leefbaarheid van de regio te kunnen borgen, is ook voor Haarlem samenwerking op meerdere schaalniveaus nodig. Samen met de andere overheden binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het Rijk werkt Haarlem aan een Verstedelijkingsstrategie en aan het MRA Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Via dit

Auto

Rijk-regio programma worden voor de lange termijn, maar ook voor de

•

Op de N208 is de reistijd tijdens spits iets hoger dan op rustige

komende jaren, keuzes en afwegingen voorbereid die het MRA-gebied

uren. Op zowel de N200 en N205 is tijdens de ochtendspits de

als geheel betreffen. Met de provincie, regio Zuid-Kennemerland

reistijd ongeveer anderhalf maal zo groot in vergelijking tot de

en IJmond en de gemeente Haarlemmermeer wordt gewerkt aan

reistijd tijdens rustige uren, eens per maand is dit tweemaal zo

samenwerkingsagenda’s om te komen met gezamenlijke prioriteiten,

groot. (Bron: floating car data 2018, Inrix). Vertragingen worden

specifiek voor deze regio. Deze samenwerkingsagenda’s bouwen voort

veroorzaakt door de kruispunten en brugopeningen. Een aantal

op o.a. de Zuid-Kennemeragenda en de Bereikbaarheidsvisie Zuid-

kruisingen op de Schipholweg zitten al tegen de grenzen van hun

Kennemerland. Ook zal Haarlem bijvoorbeeld samen met deze regio

capaciteit aan.

een voorkeurstrategie uitwerken over hoe de regio aan kan haken op het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol/Hoofddorp.

18

Trend: het mobiliteitsgedrag verandert al

Een transitie is een geleidelijke overgang die niet van vandaag op

Een landelijke trend is zichtbaar waarbij het autogebruik in de stad

morgen plaatsvindt. Van nu tot 2040 (en daarna) wordt stap voor

stabiliseert, en rondom de binnenstad zelfs afneemt. In de stad zorgt

stap ingezet op een verandering van mobiliteit. Hierbij vormt het

een toename van inwoners voor een groei van de stedelijke dynamiek.

mobiliteitsbeleid een samenhangend pakket van beleidskeuzes die

Het stedelijk gebied krijgt meer metropolitane kenmerken met een

elkaar versterken: het is zowel nodig om lopen, fietsen en Openbaar

bijbehorende mobiliteit. Dit zijn verbindingen in de stad en tussen de

Vervoer aantrekkelijker en vanzelfsprekender te maken, het autogebruik

steden: lopen, fietsen en treingebruik. De stad kan groeien zonder dat

af te remmen en de kwaliteit van de gehele reis te verbeteren voor

de automobiliteit toeneemt.

zowel inwoners als bedrijven en bezoekers.

Op de snelwegen is juist een grote groei van autoverkeer te

De historie van Haarlem laat zien dat in het verleden ook een aantal

zien. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt doordat men steeds

keer een ‘mobiliteitstransitie’ heeft plaatsgevonden. Meestal in

grotere (woonwerk-)afstanden aflegt. In Haarlem is dezelfde trend

combinatie met het in gebruik nemen van nieuwe vervoersmiddelen,

zichtbaar als in de andere steden. Binnen de stad is een verschuiving

zoals de trekschuit in de 17e eeuw richting Amsterdam en Leiden en de

zichtbaar: het aandeel fietsverplaatsingen neemt toe en het aandeel

trein in de 19e eeuw. Ook zorgde de fiets voor individuele mobiliteit in

autoverplaatsingen neemt af. Deze verschuiving wordt versterkt door

de stad. Door deze veranderingen heeft de economie zich ontwikkeld,

een aantal andere trends ten aanzien van afnemend autobezit in

veranderde het straatbeeld (zoals auto’s op de Groenmarkt) en werden

combinatie met de opkomst van Smart Mobility (zoals bijvoorbeeld

nieuwe inwoners aangetrokken.

mobiliteitshubs en deelmobiliteit).

Doelstelling van het mobiliteitsbeleid: de mobiliteitstransitie Het Mobiliteitsbeleid zet in op schone, gezonde en ruimte efficiënte vormen van mobiliteit, zoals de voetganger en fietser. Door in te zetten op de mobiliteitstransitie is het de bedoeling dat de stad, ondanks de toenemende groei, bereikbaar en leefbaar blijft. In het mobiliteitsbeleid staat de mobiliteitstransitie centraal: een verschuiving naar meer lopen, fietsen en gebruik van OV en minder autogebruik. De ambitie is dat in 2030 90% van de Haarlemse verplaatsingen te voet of met de fiets gemaakt worden en dat voor de ritten van en naar Haarlem (voornamelijk woon-werk) 60% gebruik maakt van de fiets, het Openbaar Vervoer of de combinatie daarvan 2. Modal split - Bewoners (2017)

19

1.4. Mobiliteitsprincipes Om richting te geven aan de mobiliteitstransitie zijn vier leidende principes opgesteld:

1 Haarlem kiest voor het slim organiseren van het mobiliteitssysteem om daarmee ruimte te winnen In de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 is uitgewerkt hoe de bereikbaarheid van stad en regio kan worden gegarandeerd door het slim organiseren van het mobiliteitssysteem. Om ruimte te winnen is er gekozen om prioriteit te geven aan vormen van mobiliteit die, zowel rijdend als stilstaand, minder ruimte innemen. Denk aan de voetganger, de fietser, de gebruiker van het OV en deelvervoer. Door de ruimte in de groeiende stad efficiënt te benutten, blijft Haarlem bereikbaar en kan de ruimte tevens worden benut voor de versterking van andere doelen, zoals aantrekkelijke stad, gezonde stad en metropolitane economie.

20

2 Haarlem kiest voor duurzame mobiliteit

topprioriteit. In aanvulling daarop wordt met stimuleringsmaatregelen

In de SOR kiest Haarlem voor duurzame mobiliteit. Dit wordt gedaan op

ingezet op een gedragsverandering, waarbij het vanzelfsprekender

2 manieren:

wordt om gebruik te maken van (een combinatie van) andere

a. Inzetten op een mobiliteitstransitie (minder gebruik van de auto):

vervoersvormen dan de auto.

De landelijke trend van meer mobiliteit in combinatie met de groei

b. Inzetten op zero emissie (ZE) van gemotoriseerd vervoer

van het aantal inwoners in de regio zorgt voor extra mobiliteit in, van

In 2030 wil Haarlem voldoen aan het klimaatakkoord. Dit dient voor een

en naar de stad. Door deze groeiende mobiliteit en met name het

belangrijk deel bereikt te worden door 22% CO2-reductie van mobiliteit1.

groeiende gebruik van de auto, neemt de druk op de openbare ruimte

Dit doel wordt het meest effectief bereikt door een vermindering of

zodanig toe dat alle eerder (bij principe 1) genoemde doelen van de

verandering van mobiliteit (=mobiliteitstransitie, zie 2a). In aanvulling

SOR in het geding komen. Om dit te voorkomen, wordt ingezet op een

daarop wordt ingezet op het verschonen van mobiliteit. Denk aan

reductie van het aantal autoritten. In de SOR is per zone in de stad een

ZE openbaar vervoer, Green Deal ZE Stadslogistiek (GD ZES) en het

ambitie ten opzichte van de trend benoemd:

stimuleren van de omzetting naar elektrische auto’s.

•

In de binnenstad en het centraal stedelijk gebied wordt gestreefd naar een reductie van het aantal autoritten van 15% t.o.v. de groei.

•

In het stedelijk gebied eromheen wordt gestreefd naar een reductie van 7,5% van het aantal autoritten t.o.v. de groei.

De ambitie van het mobiliteitsbeleid gaat nog een stap verder en heeft als doel om ondanks de groei van de stad het autogebruik niet evenredig mee te laten groeien bovenop de autonome groei van het autogebruik Om deze reducties op de groei te bereiken, wordt in de openbare ruimte prioriteit gegeven aan directe, aangename en comfortabele routes en goede faciliteiten voor voetgangers en fietsers in de stad en een verbetering van het fiets- en OV-netwerk in de MRA. Fietsparkeren, vooral bij OVknooppunten (ketenmobiliteit), wordt hierbij gezien als

1

Deze doelstelling is t.o.v. 1990. In dat jaar was de CO2 uitstoot van mobiliteit 32 Mton. In de

periode daarna is deze gestegen (2019: 35 Mton). De actuele opgave om de doelstelling van het Klimaatakkoord te halen (maximaal 25 Mton in 2030), ligt dus hoger. Uitgaand van 2019 is de verminderingsopgave 29%.

21

3 Haarlem kiest voor een veilige, toegankelijke en aantrekkelijke openbare ruimte Ruimtelijke kwaliteit maakt het mogelijk dat Haarlemmers kunnen ontmoeten, deelnemen aan het economische en maatschappelijke verkeer en biedt een veilige plek voor kinderen om te spelen en op te groeien. Voor kinderen, ouderen en minder validen is dit extra belangrijk. Verkeersveilige schoolomgevingen en veilige school-thuisroutes hebben prioriteit. Dit draagt ook bij aan de mobiliteitstransitie waarop in wordt gezet vanuit de SOR.

4 Haarlem als onderdeel van het Daily Urban System op MRA schaal. Mobiliteit is bij uitstek een thema dat niet ophoudt bij de stadsgrenzen. Het is voor Haarlem van belang dat de bereikbaarheid met de andere MRA-steden uitstekend is. De geplande grote groei van het aantal woningen in de Metropoolregio Amsterdam en de bijbehorende bereikbaarheidsopgave is uitdagend. In de SOR is onderkend dat voor de aanpak van deze complexe opgave een goede samenwerking met 3. Verplaatsingen van en naar Haarlem in de MRA

22

MRA-partners onontbeerlijk is.

1.5. Vervolgproces Met dit beleidsstuk wordt handen en voeten gegeven aan de visies

Omgevingsvisie

uit onder andere de SOR, het Klimaatakkoord en het coalitieakkoord

Het Mobiliteitsbeleid heeft de SOR als kader en heeft de principes uit

Duurzaam Doen. Het gehele mobiliteitsbeleid is hiermee nog

de SOR verder uitgewerkt. Het is de bedoeling dat de Omgevingsvisie

niet klaar. Voor bepaalde delen van de stad, zoals bijvoorbeeld

eind 2021 wordt vastgesteld. In deze visie en het bijbehorende

de urgente ontwikkelzones, worden er mobiliteitsplannen op

raadsbesluit zal aangegeven worden welke delen van de SOR

gebiedsniveau gemaakt en voor specifieke werkvelden, zoals

worden overschreven/ aangepast door de Omgevingsvisie. In het

bijvoorbeeld verkeersveiligheid en fiets worden verdiepende

mobiliteitsbeleid is reeds voorgesorteerd op de Omgevingsvisie en valt

beleidsplannen opgesteld, die allemaal onder de paraplu van dit

inhoudelijk en met betrekking tot de uitvoeringsagenda onder de

mobiliteitsbeleid komen te vallen.

opgave ‘Duurzaam Bereikbare Stad’ uit de Omgevingsvisie.

Uitvoeringsagenda

Participatie

Om de gewenste doelen te bereiken en de mobiliteitstransitie te

Omdat over de mobiliteitsprincipes en het inzetten op de

realiseren, zijn we met het uitvoeringsprogramma van de SOR en

mobiliteitstransitie reeds uitgebreid is geparticipeerd bij het

met het Actieplan Fiets al op de goede weg. Echter er is meer nodig.

opstellen van de SOR, luidde de vraag, die bij de participatie van

Daarom wordt er aanvullend op bovengenoemde programma’s

het mobiliteitsbeleid centraal stond: hoe kan de overgang naar een

een uitvoeringsagenda opgesteld. Om de doelen te bereiken

duurzaam, veilig en slim mobiliteitssysteem, ook wel mobiliteitstransitie

en tijdig bij te kunnen sturen op nieuwe omstandigheden, zal de

genoemd, vormgegeven worden? Het mobiliteitsbeleid is beleid op

uitvoeringsagenda iedere twee jaar gemonitord worden, waarbij de

hoofdlijnen voor de gehele stad. Daarom is ervoor gekozen om voor de

SOR-monitoring als basis wordt gebruikt. Indien uit de monitoring blijkt

participatie belangengroepen en wijkraden uit te nodigen. Bij verdere

dat er aanvullende maatregelen en middelen nodig zijn, zullen deze

uitwerking van verdiepende plannen, van mobiliteitsplannen of van

middelen via de jaarlijkse begrotingscyclus aangevraagd worden.

projecten vindt, waar dat van toepassing is, weer verdere participatie plaats.

23

2. Integrale benadering ruimte en mobiliteit

24

vinden plaats in een samenhangend gebied. De combinatie van deze

Evenwichtig groeien: meer woningen en banen zonder nieuwe autoverplaatsingen

verplaatsingen wordt het daily urban system (DUS) genoemd. Binnen

In het huidige systeem met een groeiende pendel vanuit de regio

Nederland manifesteren deze daily urban systems zich voornamelijk op

slibben de stedelijke gebieden dicht, waarmee de leefbaarheid van

regionale schaal en concentreren zich rondom de (historische) steden;

stad en regio ook afneemt. Een mogelijk antwoord is om bij nieuwe

de locaties waar bij uitstek werk, wonen en voorzieningen in nabijheid

ruimtelijke ontwikkelingen en transformaties te kijken naar de rol van de

van elkaar gevonden worden. Dit is ook het geval in Haarlem. Werken

auto. Door in het ontwerp van nieuwe stadswijken het gebruik van de

kan bovendien inmiddels overal en altijd, waardoor deze activiteit

auto te beperken, bijvoorbeeld door een lagere parkeernorm, ontstaat

steeds meer met reizen en vrije tijd gecombineerd wordt (zoals het

meer ruimte voor duurzame modaliteiten zoals openbaar vervoer, de

geval bij thuiswerken).

fiets en voetgangers en kan de stedelijke bereikbaarheid verbeterd

Veel dagelijkse verplaatsingen voor werk, onderwijs en vrije tijd

Stedelijk gebied: nadruk op fiets, voetganger en OVverplaatsingen

worden. Haarlem heeft de wens om binnen het huidige bebouwd gebied te

Dit daily urban system heeft er inmiddels voor gezorgd dat er naast

verstedelijken, waarbij randvoorwaarde is dat de de bereikbaarheid

de gestructureerde en voorspelbare woon-werk-bewegingen zich een

van het gebied op niveau blijft. Autoluw ontwikkelen en transformeren

veel diffuser mobiliteitspatroon heeft ontwikkeld in stedelijk gebied.

zijn nog nieuwe begrippen in de ruimtelijke ordening, maar met

Deze mobiliteitspatronen vinden plaats in een complex systeem van

een grote invloed op verkeer en vervoer, logistiek en economie.

verplaatsingen met voornamelijk de fiets, te voet en met het openbare

Om stedelijke kwaliteit te kunnen bieden in de wijken, is een van

vervoer.

de belangrijkste opgaven om te zorgen voor voldoende ruimtelijke kwaliteit en ruimte voor verblijven, ontmoeten en groen. Voor stedelijke

Dit komt ten eerste doordat de auto door haar ruimtegebruik (zowel

verplaatsingen zijn de fiets en te voet de belangrijkste vervoerswijzen.

rijdend als stilstaand) maar beperkt en in steeds mindere mate

Een groot deel van de verplaatsingen binnen Haarlem zijn op loop- of

gefaciliteerd kan worden in stedelijk gebied. Ten tweede omdat functies

fietsafstand. Doel is om de voetganger en fiets meer ruimte te geven

en activiteiten zich veel meer dan in de landelijke omgeving op korte

om zo de verkeersveiligheid en toegankelijkheid te verbeteren. Hiermee

afstand van elkaar bevinden. Hierdoor zijn fiets, ov en wandelen dikwijls

neemt de kwaliteit van de routes toe en maken we de vervoerswijzen

sneller en betrouwbaarder in stedelijk gebied.

aantrekkelijker.

25

Terugdringen ruimtevraag van stilstaande auto’s in de wijken om stedelijke kwaliteit te bieden

Levendigheid, ontmoeten, winkelen en verblijven voorop in het centrum

Door de verdichting in de ontwikkelzones dient de toekomstige

Met name het centrum is het hart van de stad waar levendigheid,

parkeervraag inpandig opgelost te worden in combinatie met

ontmoeten, winkelen en verblijven centraal staat. Ambitie is om in

parkeerregulering om ruimte te reserveren voor stedelijke kwaliteit

de toekomst het gehele centrumgebied voetgangersgebied met

(zoals groen en spelen, maar ook groen en water in het kader van

fietsers te gast te maken om zo meer ruimte voor de voetganger te

klimaatadaptatie). Ook in de bestaande wijken moet ruimte gemaakt

creëren.

worden voor deze stedelijke kwaliteit. Hierom wordt stadsbreed ingezet op terugdringen van het autobezit en daarmee de ruimtevraag voor

Pas inrichting en regelgeving aan voor meer duidelijkheid in het

geparkeerde auto’s door het gefaseerd invoeren van parkeerregulering.

voetgangersgebied voor de voetganger: geen doorgaande fietsroutes

Dit gebeurt in 2 parallelle sporen:

door voetgangersgebied, maar wel voldoende en goed per fiets bereikbare stallingsmogelijkheden in en rondom het centrum

Spoor 1: het uitbreiden van het gebied met parkeerregulering. •

harde afspraak over toekomstige lagere parkeernormen en parkeerregulering in de ontwikkelzones •

•

(Smedestraat, Botermarkt, Raaks, Toekomstige Nieuwe Groenmarkt).

Stap 0+: voortzetting huidig beleid aangevuld met een

Verbetering verkeersveiligheid voor fiets en voetganger: 30 km/ uur als standaardsnelheid binnen de bebouwde kom

Stap 1: gefaseerde uitbreiding parkeerregulering in schil rondom de ontwikkelzones, waarbij we varianten onderzoeken hoe dit zo

Er wordt in de stad gekozen voor het principe “30 km/ uur, tenzij”.

kostenneutraal mogelijk in te voeren

30 km/ uur wordt de standaardsnelheid binnen de bebouwde kom

Stap 2: stadsbrede invoering van parkeerregulering

om de verkeersveiligheid te verbeteren, met name voor de fiets en voetganger.

Spoor 2: de adaptieve aanscherping van het parkeerbeleid Om het autobezit verder terug te dringen, zullen aanvullende

Er zijn redenen om hiervan af te willen wijken: het bundelen van verkeer,

maatregelen per gebied genomen moeten worden. Als eerste brengen

snelheid voor de HOV-assen of als het noodzakelijk is voor de aanrijtijd

we de hoeveelheid beschikbare parkeerruimte en hoeveelheid uit

van de hulpdiensten. Met een standaardinrichting van 30 km/ uur

te geven vergunningen met elkaar in overeenstemming. Vervolgens

(drempels, klinkers, geen voorrangskruisingen) zal er bijvoorbeeld

kan een adaptief vergunningenplafond ingesteld worden, zodat in

sluipverkeer door de wijken ontstaan omdat er geen hiërarchie meer in

de buurten waar dat nodig is gestuurd kan worden op vermindering

de wegen is, verkeer niet gebundeld wordt en men de kortste route gaat

van het aantal parkeerplaatsen om de openbare ruimte groener en

kiezen door de wijk heen. Met behulp van een goede verkeerscirculatie

voetgangersvriendelijk te maken. Eventueel in combinatie met het

kan een deel van dit ongewenste sluipverkeer voorkomen worden (stap

verhogen van de parkeertarieven om straatparkeren (voor bezoekers)

1), maar er zullen wegen blijven waarbij de hoeveelheid auto’s niet

verder te ontmoedigen.

passen bij een standaardinrichting van 30 km/ uur.

26

Daarom kiezen we in het mobiliteitsbeleid om te onderzoeken of er een

Om dit omgekeerd ontwerpen daadwerkelijk onderdeel van de

tussenoplossing mogelijk is, de zogenaamde “gebiedsontsluitingsweg

standaard werkwijze te maken, is het noodzakelijk om een andere

30 km/ uur” (stap 2), waar door de inrichting de maximumsnelheid

manier van werken te introduceren binnen de ambtelijke organisatie en

afgedwongen wordt, maar toch ook een ontsluitende functie kan

bij de voorbereiding van projecten. Deze werkwijze wordt stapsgewijs

vervullen (voorrangskruisingen, asfalt). Als dit niet mogelijk is kan toch

ingevoerd:

gekozen worden voor 50 km/ uur als maximumsnelheid. Belangrijke

•

randvoorwaarde hiervoor is dat er vrijliggende fietspaden aanwezig

Stap 1 (uitproberen): concretiseren van de werkwijze door een aantal keer met behulp van dit principe een ontwerp te maken voor

zijn.

een project binnen Haarlem •

Stap 2 (kaders vaststellen): met behulp van de leerervaringen uit

De keuze voor 30 km/ uur zorgt ervoor dat de benodigde ruimte voor

de vorige stap wordt het Handboek Inrichting Openbare Ruimte

de auto kleiner wordt en de beperkte beschikbare ruimte meer gebruikt

(HIOR) aangepast op dit specifieke punt

kan worden voor lopen, fietsen, verblijven en groen. Op het moment

•

Stap 3 (toepassen): na vastelling van de HIOR zullen alle komende

dat de maximumsnelheid van de weg toch 50 km/ uur is, zorgt de

projecten worden getoetst aan de principes van omgekeerd

randvoorwaarde vrijliggende fietspaden dat de fietser beschermd

ontwerpen, zoals beschreven in het handboek

wordt.

Voetganger en fiets staan voorop tijdens ontwerpfase

Verkeersveiligheidsbeleid:

Op dit moment worden wegen en de openbare ruimte vaak ontworpen

prioriteit voor de fietser, veilige infrastructuur, veilig gedrag

met de ruimte voor de auto als startpunt. Bij de indeling van de ruimte

De meeste slachtoffers vallen onder de kwetsbare verkeersdeelnemers,

in het wegprofiel speelt de benodigde ruimte voor de auto (en parkeren

voornamelijk gebruikers van de fietsinfrastructuur. In het

en OV) een grote rol, waarna de ‘resterende’ ruimte of de minimaal

mobiliteitsbeleid wordt gekozen voor (ruimte voor) de voetganger en

benodigde ruimte wordt toegewezen aan voetganger en fiets. In het

fiets door te kiezen voor 30 km/u als standaardsnelheid binnen de

mobiliteitsbeleid kiezen we ervoor om bij herinrichtingsprojecten dit

bebouwde kom en voetganger en fiets voorop tijdens ontwerpfase.

principe om te draaien, het zogenaamde ‘omgekeerd ontwerpen’:

Aanvullend hierop wordt in het verkeersveiligheidsbeleid invulling

eerst wordt de gewenste ruimte voor de voetganger en fiets

gegeven aan veilige infrastructuur (zoals veilig ontwerp van wegen,

gereserveerd, waarna wordt bepaald hoe de overgebleven ruimte

aanpak risicolocaties, schoolomgevingen) en veilig verkeersgedrag

wordt ingericht. Dit kan betekenen dat er keuzes gemaakt moeten

(inzet regionale verkeersveiligheidsaanpak en gemeentelijke invulling

worden, omdat er bijvoorbeeld geen ruimte is voor autoverkeer in

van acties en campagnes)

twee richtingen met een parkeerstrook aan beide kanten van de straat. Een aanpassing van de verkeerscirculatie binnen de wijk zal dan noodzakelijk zijn.

27

3. Haarlem duurzaam bereikbaar: Een toekomstgericht mobiliteitsnetwerk

28

3.1. Voetgangersnetwerk Gewenst eindbeeld: •

Een betere kwaliteit en beleving voor de voetganger van de voetgangersverbindingen tussen de OV-knopen (Station Haarlem, station Haarlem Spaarnwoude, het nieuw te realiseren OV-knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid) en hun nabijgelegen bestemmingen. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van de route station en parkeergarages (en touringcarstops) naar de binnenstad en de voetgangersverbindingen rondom wijkwinkelcentra en scholen. Er wordt gekozen voor deze verbindingen omdat dit locaties zijn waar veel voetgangers gebruik van maken.

•

Met name het centrum is het hart van de stad waar levendigheid, ontmoeten, winkelen en verblijven centraal staat. Hier wordt gekozen voor de voetganger als belangrijkste gebruiker.

•

Meer inzicht in de voetganger incl. school-thuis-routes, door het verzamelen van data/gegevens (bijv. trottoirscan), zodat duidelijker wordt waarop ingezet moet worden om de positie van de voetganger te verbeteren.

•

Meer ruimte (toegankelijkheid trottoirs), veiligheid en kwaliteit voor de voetganger.

Wat is daarvoor nodig? •

Het verbeteren van de kwaliteit van deze verbindingen wordt gerealiseerd door aanleg van brede trottoirs en verbetering van de aantrekkelijkheid van de routes, waarbij specifiek aandacht is voor sociale veiligheid van de routes (met name in de avonduren).

•

Ambitie is om in de toekomst het gehele centrumgebied voetgangersgebied met fietsers te gast te maken om zo meer ruimte voor de voetganger en fiets te creëren (zie hoofdstuk 3). Pas inrichting en regelgeving aan voor meer duidelijkheid voetgangersgebied voor de voetganger: geen fietsroutes door voetgangersgebied.

•

Meer ruimte, veiligheid en kwaliteit voor de voetganger wordt gecreëerd door de beleidskeuzes uit hoofdstuk 3

4. Voetgangersnetwerk

29

3.2. Fietsnetwerk Gewenst eindbeeld: Voor de fiets wordt gekozen voor een duidelijke hoofdstructuur van fietsvriendelijke verbindingen naar de belangrijkste bestemmingen (OV-knopen, binnenstad, werklocaties, winkellocaties en scholen). Deze hoofdfietsroutes zijn rechtstreeks, aantrekkelijk, veilig en zonder oponthoud. Doorfietsen, beleving, (sociale) veiligheid en comfort staan centraal: brede fietspaden, weinig kruisingen/voorrang, een aantrekkelijke route. De gewenste groei van het fietsverkeer leidt tot noodzaak voor meer ruimte voor de fietsers. Deze hoofdstructuur bestaat uit: •

1A regionale plusroutes verbinden de ov-knooppunten van Haarlem met omliggende kernen. Deze routes maken deel uit van het provinciale en regionale netwerk en zijn bedoeld om zonder barrières over een langere afstand prettig en veilig door te kunnen fietsen. We sluiten aan bij de kwaliteitseisen van doorfietsroutes van het CROW, zoals de provincie heeft beschreven in het ’Perspectief fiets’.

•

1B stedelijke plusroutes zijn de belangrijkste stedelijke fietsroutes en de toeleidingsroutes van de regionale routes. De stedelijke plusroutes zijn zeker niet minder belangrijk dan de regionale routes.

Uitgangspunt is omgekeerd ontwerpen: in het ontwerp zijn fietsers belangrijker dan autoverkeer. Bij 50km wegen krijgen plusroutes een vrijliggend fietspad (in principe 2x eenrichting; maar bij wegen met 2x2 rijstroken voor het autoverkeer, wordt dit 2x tweerichting voor het fietsverkeer) Indien dit niet mogelijk is wordt de weg afgewaardeerd tot een 30km weg. Daar wordt, afhankelijk van de situatie gekozen voor een fietsstraat of een oplossing, die voor fietsers minimaal zo goed is.

5. Hoofdfietsnetwerk

30

•

2 Hoofdnet fiets zijn alle andere belangrijke fietsroutes. We nemen hier, zoals overal in de gemeente, de CROW richtlijnen als uitgangspunt. Daarnaast maken we de route in het hoofdnet voor fietsers extra comfortabel. Denk aan rijlopers in asfalt, in plaats van een standaard 30km-woonstraat- profiel.

Onder deze hoofdroutes ligt het onderliggend fietsnetwerk. Dit zijn alle andere straten in Haarlem. Overal moet je veilig kunnen fietsen en hanteren we de CROW-richtlijnen Daarnaast zet de gemeente ook in op ontvlochten of parallelle routes. Dit zijn (plus of hoofd-) fietsroutes, die veelal parallel aan een drukke plusnetfietsroute lopen en deze ontlasten. Ze zijn aantrekkelijk omdat deze rustiger, auto-luwer en/of groener zijn.

Wat is daarvoor nodig? •

Samen met provincie en MRA in het plusnet ontbrekende schakels aanleggen en kwaliteit verhogen.

•

Aanpassen van de inrichting van de 30 km/uur wegen (ook GOW30), waardoor meer ruimte en veiligheid ontstaat voor de fiets. Zorg bij wegen met een maximumsnelheid van 50 km/uur voor vrijliggende fietspaden indien deze nog niet aanwezig zijn.

•

Extra fietscomfort door aanleg van fietsstraten en vergroting van de ruimte voor de fiets op de weg, waarbij specifiek aandacht is voor sociale veiligheid van de routes (met name in de avonduren).Dit wordt verder uitgwerkt in het op te stellen Fietsbeleid.

31

3.3. Openbaar vervoer Gewenst eindbeeld: •

Voor verplaatsingen van en naar Haarlem wordt ingezet op het (hoogwaardig) openbaar vervoer als ruggengraat, waarbij de toekomstige groei van OV-reizigers gefaciliteerd wordt en de ontwikkeling van het stationsgebied mogelijk wordt gemaakt. Hiervoor is een goede aansluiting van Haarlem en Haarlem Spaarnwoude op het nationale spoorsysteem van groot belang.

•

Er wordt ingezet op het verbeteren van de HOV-bereikbaarheid van de ontwikkelzones, Haarlem-Noord en Haarlem Zuidwest. Daarnaast wordt ingezet op een fijnmazig toegankelijk stedelijk OVsysteem gericht op binnenstad en station Haarlem.

•

Er wordt ingezet op verminderen van overlast (vermindering geluid, uitstoot en trillingen en verbeteren veiligheid) van de huidige HOVroutes.

•

Voor inwoners zijn in de stad en in diverse wijken aanvullende vervoerdiensten beschikbaar. Deze vrijwilligersinitiatieven zijn vrij toegankelijk (bijvoorbeeld de Rolmobiel, Zoefzoef en de Buurtbus Noord). De diensten richten zich met name op ouderen en inwoners met een beperking.

•

Naast het vrijwilligersvervoer is er voor inwoners met een Wmoindicatie de mogelijkheid om gebruik te maken van RegioRijder. RegioRijder biedt binnen de regio vervoer van deur tot deur voor inwoners die geen gebruik kunnen maken van eigen vervoer of het openbaar vervoer.

6. OV-netwerk

32

Wat is daarvoor nodig?

Coronacrisis en het OV

•

Er wordt ingezet op de aanleg van OV-knooppunt Haarlem Nieuw

In de huidige Coronacrisis is een grote afname te zien in het aantal

Zuid bij de Europaweg/Schipholweg. Hiermee neemt de groei

reizigers in het openbaar vervoer. In het mobiliteitsbeleid is er vanuit

van de bussen naar het Stationsgebied, en daarmee de gevoelde

gegaan dat deze afname van reizigersaantallen tijdelijk is. Zodra de

overlast van het busverkeer in de binnenstad, niet toe. Ook kan

situatie verandert en men weer in contact kan komen met elkaar (zonder

dit knooppunt reizigers vanuit een aantal ontwikkelzones beter

1.5 m afstand) is de verwachting dat het openbaar vervoer ook weer

bedienen.

aantrekt. Wellicht wordt niet het oude niveau van reizigersaantallen

Er wordt in gezamenlijk onderzoek van de gemeente Haarlem,

bereikt, vanwege het effect dat mensen meer gaan thuiswerken of hun

provincie Noord-Holland en Vervoerregio Amsterdam gekeken in

verplaatsingen meer gaan spreiden over de dag, maar zal het openbaar

hoeverre het mogelijk is een deel van de verwachte reizigersgroei

vervoer zeker een belangrijke drager zijn van regionale verplaatsingen.

•

via andere HOV-routes dan de bestaande routes door de binnenstad her te verdelen over de stad. Hiermee wordt enerzijds

•

de toenemende druk op de binnenstad verlicht en anderzijds

Ontwikkelingen op het spoor

worden andere delen van de stad (waaronder de ontwikkelzones)

De komende 15 jaar verwacht de Ruit Amsterdam 30% meer treinreizigers.

op deze manier beter bediend. Er wordt specifiek gekeken naar

Daarvoor worden het spoor en de stations uitgebreid, waaronder de

de routes Gedempte Oostersingelgracht/Lange Herenvest en

ombouw van Amsterdam Centraal en Amsterdam Zuid (Zuidasdok)

Amsterdamsevaart/Prins Bernhardlaan als alternatieve routes.

en worden meer treinen ingezet. Hierdoor ontstaat meer ruimte op

Er wordt ingezet op het verbeteren van de OV-bereikbaarheid van

Amsterdam Centraal. Die kan gebruikt worden om meer treinen te rijden

de ontwikkelzones, Haarlem-Noord en Haarlem Zuidwest en een

tussen Amsterdam Centraal en Haarlem (30% meer zitplaatsen).

fijnmazig toegankelijk stedelijk OV-systeem gericht op binnenstad en OV-knooppunten. •

Gezamenlijk met de regio wordt ingezet op een volwaardige HOV/ lightrailverbinding tussen Haarlem en Schiphol(Noord)/AmsterdamZuid en tussen Haarlem- Hoofddorp. Op dit moment wordt de variant naar Schiphol Noord/Amsterdam-Zuid als meest kansrijk gezien. Deze wordt ook ondersteund door de gemeente Amsterdam, de provincie en de Vervoerregio Amsterdam (onderdeel van regionaal OV-Toekomstbeelden Uitvoeringskompas VRA).

33

3.4. Auto Gewenst eindbeeld: •

Ook in de toekomst blijft Haarlem bereikbaar met de auto door een goede doorstroming van de hoofdinprikkers (N200, N205 en N208) naar de binnenstad (parkeergarages) en de woonwijken.

•

Om doorgaand verkeer door de stad te minimaliseren en sluipverkeer door de wijken te voorkomen wordt er gezorgd voor een goede hoofdontsluitingsstructuur. Als de hoofdontsluitingsstructuur goed functioneert is dit de snelste en meest comfortabele route en wordt de route door de wijk minder aantrekkelijk. De hoofdontsluitingsstructuur bestaat uit een aantal hoofdroutes en gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u.

•

In de rest van de stad wordt 30 km/ uur in principe de standaard. Hiermee wordt gekozen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fiets en voetganger en wordt de route voor de auto binnendoor/door de wijken heen minder aantrekkelijk.

7. Auto hoofdstructuur

34

Wat is daarvoor nodig?

regioring tussen de Schipholweg (N205) en de Westelijke

Als eerste wordt ingezet op een goede hoofdontsluitingsstructuur:

Randweg (N208) gestart, en wordt ook gekeken naar de

•

De gemeente zet zich in voor de Velserverbinding om doorgaand

doorstroming op de N208 specifiek ter hoogte van de kruising

verkeer door Haarlem een alternatief te bieden. Doorgaand

Pijlslaan ten behoeve van de ontsluiting van Haarlem Zuidwest.

verkeer zal daardoor eerder de route buiten de stad om nemen.

Op deze wegen kan gedacht worden aan het verminderen van het

Ook zorgt dit ervoor dat verkeer uit Haarlem-Noord via de

aantal kruisingen of aanpassen van de verkeerscirculatie. Dit

regioring naar de A9 kan rijden en niet meer door de stad heen

zorgt voor minder conflicterende stromen met een betere

rijdt. Aanvullend hierop wordt een onderzoek gestart over de

doorstroming.

doorstroming/bereikbaarheid van de Oudeweg (N200), hierin

Met behulp van aanpassingen van de regeling van de VRI’s wordt ervoor gezorgd dat het voor autoverkeer aantrekkelijk is om (zo

van de Amsterdamsevaart/Gedempte Oostersingelgracht (wel nog

lang mogelijk) gebruik te maken van de hoofdstructuur.

zoekgebied HOV). Bij het Kennemerplein (N200) is de wens om het

•

•

wordt ok gekeken naar het Kennemerplein en het afwaarderen •

Het HOV dient een aantrekkelijk alternatief te zijn voor de auto

doorgaand oostwest autoverkeer te ontmoedigen en de noordzuid

en rijdt daarom comfortabel, snel, veilig en betrouwbaar door

barrièrewerking voor fietsers te verminderen (onderzoek Visie

Haarlem. Op de HOV-routes geldt op dit moment een

Stationsgebied). Onderzocht moet worden hoe de bereikbaarheid

maximumsnelheid van 50 km/ u om voldoende reiskwaliteit voor het

aan deze zijde van de stad geborgd kan worden.

HOV te bieden. Een aantal wegen hiervan verdient aandacht,

De Kennemertunnel is niet opgenomen in het mobiliteitsbeleid,

aangezien nog niet overal vrijliggende fietspaden aanwezig zijn.

omdat in dit beleid wordt ingezet op de mobiliteitstransitie, op

Voor een aantal routes, afhankelijk van de locatie, bijvoorbeeld door

maatregelen die voor de voetganger, fiets en het openbaar vervoer

het kernwinkelgebied of bij het station, wordt op termijn bekeken of

het meeste effect hebben. Zo blijft de stad bereikbaar per auto en

een verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/ uur mogelijk

niet door het aanleggen van grootschalige auto-infrastructuur.

is, waarbij de aantrekkelijkheid van het HOV als product behouden

Daarbij is ook het oplossend vermogen van de tunnel voor de

blijft.

stedelijke bereikbaarheid beperkt en is cofinanciering vanuit de provincie en het rijk niet reëel gebleken (vanwege de specifieke binnenstedelijke auto-oplossing). Wel is er een onderzoek naar de mogelijkheden voor het verbeteren van de doorstroming op het zuidelijk tracé van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268156/1