CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210299985 2. Bijlage 1 P+R strategie in de MRA, 6 februari 2020

commissie Beheer 9 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Parkeren op afstand, o.a. P+R (RB)11.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

P+R strategie in de MRA Rapportage | 06 februari 2020

Inhoudsopgave 0.

Managementsamenvatting ………………………………………………………………………………………………………

3

1.

Aanleiding voor het onderzoek

………………………………………………………………………………………………

4

2.

Het onderzoek

…………………………………………………………………………………………………………………………

5

3.

Opzet van deze rapportage

4.

Huidig gebruik van de P+R locaties in de MRA

5.

Conclusies en gevolgtrekkingen op basis van huidig gebruik

………………………………………………

8

6.

De huidige rol van P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA

……………………………………………

9

7.

Ontwikkelingen i.r.t. de veranderende rol van de P+R

………………………………………………….………

12

8.

De toekomstige rol van P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA

9.

Probleemanalyse

10.

Opgaven

11.

De P+R-opgaven zijn (boven-)regionaal

12.

Voorstel voor één conceptueel model

13.

Maatregelen voor één conceptueel model

14.

Uitwerking van het conceptueel model

…………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………

5 6

……………………………………

14

………………………………………………………………………………………………………………………

17

……………………………………………………………………………………………………………………………………

18

…………………………………………………………………………………

19

……………………………………………………………………………………

20

………………………………………………………………………………

21

…………………………………………………………………………………

22

–

Deel A: Hoofdopgave P+R-beleid: extra capaciteit / betere benutting

………………………

23

–

Deel B: Overige elementen regionaal beleid P+R

………………………………………………………

32

–

Deel C: Implementatievraagstukken P+R-beleid

…………………………………………………………

40

………………………………………………………………………………………………………………………………………

42

Colofon

Bijlage 1 – Betrokkenen

P+R in de MRA

……………………………………………………………………………………………………………

43

2

0. 1.

Managementsamenvatting Binnen de MRA bleek dat er grote behoefte is om tot verdere afstemming te

Naast de traditionele combinatie van auto en ov, zal het model moeten

komen over de werking van de P+R in de MRA: In stedelijke gebieden zijn

voorzien in de mogelijkheden tot aanleg van voorzieningen voor multimodale

fiets, openbaar vervoer (ov) en wandelen steeds meer de aangewezen

aanpak (fiets, deelfiets, deelauto).

modaliteiten. In het landelijk gebied groeit de rol van de auto daarentegen.

2.

gehele MRA kan worden opgezet. Het rapport gaat uit van een conceptueel

modaliteiten.

model dat op hoofdlijnen is uitgewerkt. Naast de hoofdopgave van het P+R-

De bureaucombinatie MuConsult/ARUP is door het programma Samen

beleid - betere benuttig van de P+R en extra capaciteit - is er ook aandacht

Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) gevraagd om het onderzoek naar de P+R

voor een betere aansluiting van de P+R op het ov. Verder kent het rapport

in de MRA uit te voeren. Hiertoe heeft zij een intensief traject met de

een eerste uitwerking voor één samenhangend product en voor een

stakeholders doorlopen, zijn er uitgebreide analyses gemaakt van de

reserverings- en betaalsysteem. Tenslotte is er aandacht voor voorzieningen

vervoerstromen en hebben wetenschappers hun licht laten schijnen over de

voor multimodale aanpak.

5.

7.

Het onderzoek behoeft vervolgstappen voor de verdere uitwerking van het

De P+R-locaties zijn op dit moment onvoldoende toegerust op het oplossen

P+R-concept. Daarbij zijn ook implementatievraagstukken aan de orde: Wie

van de bereikbaarheidsproblemen; de capaciteit is te beperkt en veel locaties

doet wat? Hoe wordt het afgesproken en met wie? Wie betaalt het?

staan nu al vol. Doordat de P+R vaak gratis is, is het gebruik door andere 4.

Dit rapport geeft een advies hoe een dergelijk systeem voor de P+R in de

P+R wordt een steeds belangrijkere schakel in de koppeling van

materie rond de P+R.

3.

6.

8.

Alle partijen hebben een aantoonbaar belang in de P+R: Rijk, Provincie,

doelgroepen dan P+R-reizigers ook zeer hoog (30%).

Regio, gemeenten en vervoerders. Denkbaar is dat er een stuurgroep in het

Daarbij is het voorts voor reizigers moeilijk te voorspellen of er op een P+R

leven wordt geroepen, waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd. In

plek is of niet, is er geen eenduidig concept en is er een gebrek is aan

opdracht van de stuurgroep zullen verschillende aspecten nader uitgewerkt

multimodale aanpak. Op de P+R-locaties zelf is de kwaliteit van de

moeten worden. Van belang daarbij is dat de P+R een onderdeel wordt van

voorzieningen vaak onvoldoende.

het totale netwerk om zodoende een goed instrument te kunnen zijn voor het

De opgave is dan ook om één conceptueel model te ontwikkelen dat logisch,

oplossen van de bereikbaarheidsproblemen. Daarnaast is het essentieel dat

gemakkelijk, herkenbaar en voorspelbaar is en waarbij het autoverkeer van

investeren in de P+R samen dient te gaan met het nemen van flankerende

en naar het grootstedelijk gebied zo veel als mogelijk wordt afgevangen.

maatregelen, die er voor zorgen dat in de verschillende gebieden met de juiste modaliteiten gereisd wordt.

P+R in de MRA

3

1. 1.

2.

Aanleiding voor het onderzoek In het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) worden

In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal:

strategische keuzes op het gebied van ruimtelijke ordening en bereikbaarheid

–

Wat is de rol van P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA?

samengebracht. Eén van de doelen van het programma is: de (huidige en

–

Hoe werkt het P+R-systeem in de MRA nu?

toekomstige) economische toplocaties van de MRA bereikbaar houden.

–

Hoe kun je de huidige P+R locaties optimaliseren?

–

Welk regionaal draagvlak is er voor deze P+R optimalisatie?

Eén van de lijnen binnen SBAB is Stedelijke Bereikbaarheid. Stedelijke bereikbaarheid richt zich op het verbeteren van reizen met een herkomst of bestemming in het stedelijk gebied. Uit het MIRT-onderzoek ‘Stedelijke

3.

5.

6.

Daarnaast is er gekeken naar de specifieke rol van hubs bij de ontwikkeling van P+R locaties. Hierbij zijn de volgende vragen van belang:

Bereikbaarheid’ blijkt dat in het stedelijk gebied vooral de eerste en laatste

–

Wat is een mobiliteitshub?

kilometers van de reis diverse zwakke elementen hebben.

–

Wat zijn kansrijke locaties of gebieden voor een hub?

–

Welke P+R-locaties kunnen een hub worden?

De programmalijn richt zich op alle modaliteiten. In stedelijke gebieden zijn

fiets, openbaar vervoer (ov) en wandelen de aangewezen modaliteiten. In

Op dit moment lopen er meerdere onderzoeken naar P+R-locaties, zoals een

het landelijk gebied groeit de rol van de auto daarentegen. P+R is, als

onderzoek voor P+R-locaties nabij Het Schouw en in de gemeente Ronde

onderdeel van de deur-tot-deur reis, een belangrijke schakel in de koppeling

Venen en Ouder-Amstel. Deze onderzoeken zijn hier niet meegenomen, maar

van modaliteiten.

de resultaten van deze onderzoeken zullen in een vervolgfase zeker betrokken moeten worden.

4.

Binnen de MRA bleek dat er grote behoefte is om tot verdere afstemming te komen over de werking van de P+R in de MRA. Vanuit de gemeenten was er duidelijk behoefte aan regie. De rol van de P+R-locaties staat ook in een ander daglicht met de komst van het programma ‘Amsterdam Autoluw’. Deze ontwikkelingen zijn ook elders in de regio en het land zichtbaar: Er is minder ruimte voor de auto, wat vraagt om goede overstappunten buiten de steden.

P+R in de MRA

4

2. 1.

Het onderzoek

3.

De bureaucombinatie MuConsult/ARUP is door het programma gevraagd om

De resultaten van het onderzoekstraject zijn bondig samengevat in dit document.

het onderzoek naar de P+R in de MRA uit te voeren. Hiertoe heeft zij een

De hiervoor geformuleerde vragen zullen beantwoord worden, door uitwerking van

intensief traject met de stakeholders doorlopen. Zo zijn er sessies met

de navolgende onderdelen:

ambtelijke stakeholders geweest en is er een groot aantal 1-op-1 interviews

–

Huidig gebruik en effecten van de P+R-locaties in de MRA.

met essentiële partijen gehouden. Ook hebben er analyses plaatsgevonden

–

De huidige rol van de P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA, in termen

van het huidig gebruik van de P+R-voorzieningen en de verschillende

van het aandeel van de P+R in het totaal aantal verplaatsingen.

vervoerstromen binnen de MRA én van/naar de MRA. Bovendien hebben

–

Idem, wat betreft de toekomstige rol van de P+R.

vooraanstaande wetenschappers hun licht laten schijnen over de materie

–

Hoe werkt het P+R-systeem in de MRA nu? En daaraan gekoppeld; de

rond de P+R. De betrokken partijen staan opgesomd in bijlage 1. 2.

Opzet van deze rapportage

MuConsult/ARUP heeft een conceptueel model uitgewerkt voor een

probleemanalyse. –

De uit de probleemanalyse voortvloeiende opgaven.

–

Een voorstel voor één conceptueel model voor de P+R om de invulling te geven

samenhangend P+R-systeem. Tijdens de verschillende bijeenkomsten is

gebleken dat er op ambtelijk niveau draagvlak is voor de vervoers-technische

aan de opgaven.

–

uitgangspunten en uitwerking. Bij het model voor het samenhangend P+Rsysteem worden ook voorstellen gedaan voor een set van maatregelen die

Uitwerking van het conceptueel model, inclusief aandacht voor de mobiliteitshubs.

–

Implementatievraagstukken behorende bij het voorgestelde P+R-beleid.

ingaat op aspecten die bijvoorbeeld de governance of het beprijzen van het systeem raken. Het spreekt voor zich dat deze aspecten verder zullen moeten worden uitgewerkt en op termijn een verdere (bestuurlijke) behandeling vergen. 3.

In dit onderzoek gaat het om algemeen advies voor het gehele P+R-systeem in de MRA. SBAB zal in 2020 een aanvullend gedetailleerder onderzoek laten uitvoeren, afhankelijk van de met programmaraad en in het provinciaal overleg besproken aanbevelingen uit dit onderzoek.

P+R in de MRA

5

4.

Huidig gebruik van de P+R locaties in de MRA

Empaction Mobility B.V. heeft in april 2019 een verkenning gedaan van problemen

3.

Hoofdredenen gebruik

en knelpunten op de 61 officiële P+R locaties binnen de MRA. Deze verkenning

–

P+R goedkoper dan op eindbestemming (56%).

vormt de basis voor de analyse van het huidig gebruik. De volgende bladzijde geeft

–

Op bestemming bijna nooit plaats (24%).

een overzicht van de locaties, inclusief de bezettingsgraad.

–

Drukte en file op de weg vermijden (9%).

1.

Aantal P+R-locaties en parkeerplaatsen –

4.

De MRA kent ongeveer 60-65 officiële P+R-locaties; in de praktijk

Gebruiksprofiel van P+R –

schommelt het aantal P+R-locaties licht als gevolg van onder andere

Gemiddeld 70% is P+R-reiziger, 30% dus niet; die 30% parkeert veelal vanwege het gratis parkeren en andere voorzieningen dichtbij de P+R.

bouwwerkzaamheden en ruimtelijke ontwikkelingen. –

De P+R locaties tellen samen ca. 12.000 parkeerplaatsen.

5.

Herkomst en bestemming van de P+R-reiziger

–

Daarvan zijn er 7.500 in de regio en 4.500 binnen de gemeente

Herkomst:

Amsterdam.

–

P+R gebruikers komen vooral uit de gemeente waar de P+R gesitueerd is.

Bestemming: 2.

Bezettingsgraad

Gemiddeld genomen hebben de P+R’s een hoge bezettingsgraad. Dit komt door:

–

Meer dan 50% van de P+R-reizigers reist naar Amsterdam.

–

Het aandeel van reizigers naar Utrecht en Haarlemmermeer (beiden circa

–

Goede aansluiting op ov.

10%) is beduidend minder. Andere bestemmingen kennen een nog lager

–

Gebruik door andere doelgroepen dan P+R-reizigers.

percentage.

–

Gratis parkeren.

–

Regionaal zijn er verschillen: Vooral in de Haarlemmermeer en de Gooi- en Vechtstreek hebben de P+R-locaties een ‘dubbelfunctie’: In de

Een aantal P+R-locaties kennen een lagere bezettingsgraad, vanwege:

Haarlemmermeer reist men ook richting Leiden en Den Haag. De Gooi- en

–

Een slechte aansluiting op ov (m.n. lange reistijden).

Vechtstreek is ook sterk gericht op de regio Utrecht. Dit betekent dat voor

–

Betaald parkeren.

deze P+R-locaties ook het verkeer naar deze regio’s moet worden

–

Een weinig attractieve ligging tegen de binnenstad van Amsterdam aan.

betrokken. Dit valt buiten dit onderzoek, dat zich beperkt tot de MRA.

P+R in de MRA

6

De 61 P+R-locaties in de MRA met de bijbehorende bezettingsgraad (bron: Empaction-studie)

P+R in de MRA

7

5.

Conclusies en gevolgtrekkingen op basis van huidig gebruik

1. Gratis parkeren leidt tot hoog gebruik

2.

a) Grote verschillen in bezettingsgraad

P+R-locaties die het goed doen hebben aansluiting op snel ov; voor de meeste

Gratis parkeren bepaalt in hoge mate het gebruik: Er zijn dan ook grote

locaties hiervan geldt dat de reis via de P+R minstens net zo snel is dan

verschillen in bezettingsgraad wanneer er gratis en betaalde P+R-locaties bij

rechtstreeks met de auto. P+R-locaties die door bus en tram worden ontsloten

elkaar in de buurt liggen. Voorbeelden daarvan zijn:

doen het vaak minder goed, ondanks dat de ov-verbinding soms snel is. Bus en

– –

Almere-Buiten (betaald, 17% bezet) en Almere-Oostvaarders (gratis,

tram wordt vaak als minder hoogwaardig gezien dan de trein. Aansluiting op ov

109% bezet);

van - in de ogen van de gebruiker - hoogwaardige kwaliteit lijkt essentieel.

Naarden-Bussum (betaald, 45% bezet) en Bussum-Zuid (gratis, 105% bezet).

3.

Dit wordt onderstreept door eerdere onderzoeken (o.a. Empaction, april 2019).

b)

Goede aansluiting op snel ov is essentieel

P+R-locaties tegen de binnenstad van Amsterdam zijn minder attractief voor forensen

Hieruit blijkt dat voor de P+R-reizigers de onderlinge uitwisselbaarheid van de

Forensen die met de auto tot aan de rand van de binnenstad rijden, gebruiken de

locaties groot is; zo lang er elders gratis geparkeerd kan worden is de

P+R niet of nauwelijks. Als men met de auto de stad bereikt heeft, rijdt men direct

betalingsbereidheid niet hoog.

door naar de eindbestemming. Vanwege de agenda ‘Amsterdam autoluw’ kunnen

Gebruik door andere doelgroepen

deze P+R-locaties in de toekomst vooral ook als locatie voor bewoners van

Gratis parkeren trekt voor een aanzienlijk deel andere doelgroepen dan P+R-

Amsterdam benut gaan worden.

reizigers aan. De mate waarin verschilt sterk per P+R-locatie en is afhankelijk van het soort voorzieningen in de omgeving van de P+R en of er in de

4.

Herkomst en bestemming van P+R-reizigers

omgeving van de P+R sprake is van gereguleerd parkeren. In dat laatste geval

P+R-locaties worden vooral gebruikt voor verplaatsingen binnen de regio. De P+R-

is de druk op de gratis P+R extra hoog. Sommige gemeenten ervaren het

reizigers zijn vooral afkomstig uit de eigen gemeente en hebben vooral hun

gebruik door andere doelgroepen voor de lokale parkeersituatie niet als een

bestemming binnen de regio. De P+R wordt daarbij vooral gebruikt voor

probleem. Op de momenten wanneer de P+R-ruimte schaars is (doordeweekse

verplaatsingen naar de hoog-stedelijke gebieden vanwege het flankerend beleid

dagen) is dit voor de mobiliteit op MRA-schaal echter ongewenst.

(geen plek en hoge tarieven). De verplaatsingen naar Amsterdam zijn daarbij dominant. Dit verklaart de sterke focus in dit onderzoek op de reisrelaties met Amsterdam.

P+R in de MRA

8

6. 1.

De huidige rol van P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA Het huidig aantal verplaatsingen binnen de MRA

2. Aantal verplaatsingen via een P+R

Voor het bepalen van de huidige rol van de P+R binnen de totale mobiliteit van de

De vervolgvraag luidt: wat is het aantal verplaatsingen dat via een P+R verloopt?

MRA is het huidig aantal verplaatsingen binnen de MRA bezien. Daarbij is vanwege

Hiervoor beschouwen we beschikbare enquêtegegevens die onder treinreizigers

de dominantie van deze vervoerstromen in het P+R-gebruik, uitsluitend het

zijn gehouden (Bron: NS-ketenonderzoek (2019)).

verkeer van/naar Amsterdam beschouwd. SBAB heeft in 2018 hier een onderzoek

naar laten verrichten. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal

Aan de hand van de enquêteresultaten zijn de volgende vragen beantwoord:

verplaatsingen per auto en OV. De tabel is exclusief de verplaatsingen uit de

a)

Hoeveel reizigers gaan met de auto naar het treinstation?

categorie ‘overig’ (zoals fietsen en wandelen)).

b)

Parkeren deze automobilisten op een P+R-locatie?

Gegevens studie Daily-Urban-System

Verplaatsingen Totaal

Auto

De volgende bladzijde geeft antwoord op de twee bovenstaande vragen.

OV totaal

trein

BTM

71.000

44.000

19.000

25.000

Tussen Amsterdam en: Zaanstreek en Waterland

130.000

Haarlem/IJmond

90.000

53.000

31.000

25.000

6.000

Amstelland-Meerlanden

190.000

109.000

50.000

21.000

29.000

Gooi- en Vechtstreek

70.000

42.000

18.500

17.000

1.500

Almere/Lelystad

60.000

34.000

26.000

22.000

4.000

Totaal

540.000

309.000

169.500

104.000

65.500

Rest Noord-Holland

60.000

35.000

25.000

24.000

1.000

Zuid-Holland

140.000

69.000

60.000

58.000

2.000

Utrecht

120.000

62.000

51.000

49.000

2.000

Rest Nederland

94.000

62.000

32.000

31.000

1.000

Totaal

414.000

228.000

168.000

162.000

6.000

Tussen Amsterdam en:

P+R in de MRA

9

a)

Hoeveel reizigers gaan met de auto naar het treinstation? – –

b)

22% van de treinreizigers in de provincies Noord-Holland en Flevoland

–

30% van de ‘treinreizende automobilisten’ parkeren op een P+R-locatie

komen met de auto (als bestuurder) naar het treinstation.

–

Vooral gratis parkeren is in trek; zowel op P+R-locaties als op andere

Landelijk is dit percentage 13%; vanwege congestie en parkeerkosten kiezen reizigers binnen de MRA nu al eerder voor een multimodale reis.

–

Parkeren deze automobilisten op een P+R-locatie?

locaties nabij het station. –

Daarnaast is er een grote groep (50%) automobilisten die wisselend hun

Niet bekend is hoeveel van deze reizigers ook met de fiets nar het station

parkeerplek kiezen (waarschijnlijk omdat de P+R vaak vol is); wat

hadden kunnen gaan. Wanneer dit er veel zijn, zal dit aantal vanuit de rol

aangeeft dat er nog voldoende potentie is voor P+R-gebruik; ook dit is een

van de P+R met maatregelen beperkt moeten worden (zie ook hoofdstuk

indicatie van de vaak (te) beperkte capaciteit van de P+R.

14, deel B). A. Hoe wordt naar het station gegaan?

B. Waar parkeren de automobilisten? 30%

21%

22%

2%

2%

50%

13%

5%

1% 34%

17%

1%

Auto/motor als bestuurder

Auto/motor als passagiers

Bus

Tram

Metro

Taxi

Op gratis P+R terrein

Gatis parkeerlocatie in omgeving

NS-zonetaxi/regiotaxi/deeltaxi

Fiets

Betaald P+R terrein

Andere betaalde parkeerlocatie in omgeving

Bromfiets, snorfiets of scooter

Lopend

Wisselend

P+R in de MRA

3%

10

3. Analyse

reizen of tussen de Haarlemmermeer en Leiden/Den Haag.

Uit de gegevens volgt dat: – – –

7% van het totale aantal treinreizigers de auto altijd op een P+R zet (namelijk

Conclusie:

1/3 van 22%);

De onderstaande diagram geeft de modal-split percentages weer voor de

binnen de MRA 104.000 dagelijkse treinverplaatsingen naar Amsterdam zijn

verplaatsingen van/naar Amsterdam. Let wel: dit zijn cijfers voor de totale MRA.

(zie de tabel op bladzijde 9);

Lokaal kunnen er (grote) verschillen zijn.

er dagelijks 7.600 verplaatsingen naar Amsterdam binnen de MRA via een P+R

Uit de cijfers blijkt dat binnen de MRA de rol van de P+R relatief beperkt is. Voor

lopen (7% van 104.000).

een deel komt dit vanwege de huidige beperkte capaciteit van de P+R. Echter ter nuancering: 8.100 verplaatsingen komt overeen met de uur-capaciteit van 4

Daarnaast is er een beperkte groep reizigers die met de auto naar de bushalte reist

rijstroken van een autosnelweg. De P+R is vanuit het oogpunt van de

om verder met - veelal het R-netsysteem - naar Amsterdam te reizen. Uit analyse

bereikbaarheid dan ook zeker belangrijk. Bovendien biedt de P+R nu

van gebruik van de P+R-locaties blijkt dat het hier om ongeveer 250 reizigers gaat.

reismogelijkheden voor reizigers die geen ov voor de deur hebben.

Dit zijn 500 verplaatsingen. Tezamen verlopen er dagelijks 8.100 verplaatsingen 11%

(7.600+500) via een P+R. Hoewel deze reizigers voor een groot deel van hun reis

2%

het ov gebruiken, zijn zij hier niet als ‘ov-reiziger’, maar als ‘P+R-reiziger’ geteld. Op basis van het voorgaande kan de volgende tabel worden opgesteld: Verplaatsingen Aantal

Auto

OV

309.000

161.400

P+R 8.100

30%

Overig 61.500

57%

Totaal 540.000

Daarnaast zijn er andere groepen treinreizigers die hun auto op een P+R binnen de MRA zetten. Dat zijn de reizigers die bijvoorbeeld tussen Het Gooi en Utrecht

P+R in de MRA

Auto

OV

P+R

Overig

11

7.

Ontwikkelingen i.r.t. de veranderende rol van de P+R

Er is een groot aantal ontwikkelingen waardoor de rol van de P+R in de mobiliteit

arbeidsplaatsen zal dit de komende tijd nog sterker worden, waardoor de

binnen de MRA zal, maar ook móet toenemen. Deze bladzijde geeft een (niet

mobiliteitsproblemen groter zullen worden.

uitputtend) overzicht: 3. 1.

Ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen:

– –

Daily-Urban-system breidt zich uit –

Uit het onderzoek van Goudappel Coffeng komt eveneens naar voren dat,

Tussen 2008 en 2016 was de toename van het aantal arbeidsplaatsen in

door de sterke ontwikkeling van Amsterdam, het aantal gebieden met een

Amsterdam 16% (= 82.400).

sterke oriëntatie van de beroepsbevolking op Amsterdam toeneemt. Ook

Het aantal arbeidsplaatsen buiten Amsterdam is juist afgenomen

gebieden buiten de MRA - zoals Hoorn - maken inmiddels deel uit van het

waardoor, door de eenzijdige woningbouw, er een nog eenzijdigere pendel

Daily-Urban-system van Amsterdam.

ontstaat. –

2.

Het percentage van de beroepsbevolking dat in Amsterdam werkt stijgt,

4.

In de stad is het autoverkeer niet meer wenselijk:

zowel voor de gemeenten binnen de MRA als voor de gemeenten

–

Het aantal beschikbare parkeerplekken zal afnemen.

daarbuiten.

–

Parkeertarieven zullen naar verwachting verder stijgen.

–

Huidige P+R voorzieningen zullen in toenemende mate voor bewoners

Mobiliteit richt zich nog sterker op Amsterdam –

gebruikt moeten worden voor hun multimodale reis tussen stad en de rest

Goudappel Coffeng heeft in december 2018 in opdracht van SBAB een

van Nederland.

onderzoek gedaan naar de Daily-Urban-system binnen de MRA (Rapportage ‘Daily Urban System Metropoolregio Amsterdam’ 4 december 2018, Opdrachtgever: Programma SBAB, Opdrachtnemer: Goudappel

5.

De regio is in toenemende mate op de auto aangewezen: –

Coffeng). Deze analyse van verplaatsingspatronen laat een sterk radiaal patroon van de mobiliteit zien, waarbij de dikste stromen van en naar

Nieuwbouw van de afgelopen jaren ligt op grotere afstand van treinstations.

–

De kwaliteit van het busvervoer buiten de grotere steden is veelal

Amsterdam lopen, ongeacht of er naar vervoerwijze, motief, leeftijd of

onvoldoende (behoudens een aantal sterke R-netverbindingen naar

inkomen wordt gekeken. Vanwege de ontwikkeling van het aantal

Amsterdam) om de totale reis per ov te maken.

P+R in de MRA

12

6.

Reizen worden steeds meer multimodaal afgelegd. –

–

Ook de auto zal ‘slim’ gebruikt moet worden, met als resultaat; zo veel

De auto heeft daarbij een toenemende rol als onderdeel van die

mogelijk auto’s zo vroeg mogelijk afvangen en autobewegingen aan te

multimodale verplaatsing tussen regio en stad.

laten sluiten op corridors met hoogwaardig ov dat nog capaciteit heeft of waar relatief eenvoudig extra capaciteit kan worden gecreëerd.

7.

Resultaten NMCA

–

De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) brengt potentiële

Het P+R-beleid is slechts één onderdeel in het mobiliteitsbeleid. De P+R

ontwikkelingen op de lange termijn in beeld voor de infrastructuur. Uit

kan alleen een grotere rol spelen wanneer er, als onderdeel van het totale

deze NMCA blijkt dat er binnen de MRA zowel knelpunten zijn op de weg

mobiliteitsbeleid, flankerende maatregelen worden genomen.

als op het spoor. Niet alleen vanuit het perspectief van het oplossen van 5.

Mogelijkheden uitbreiding (weg-)infrastructuur –

6.

mobiliteitsknelpunten zal de rol van de P+R groter moeten worden. Ook in

Vanwege de moeilijke inpasbaarheid en/of waardevolle gebieden is het

het kader van het Klimaatakkoord past het streven om in te zetten op een

steeds moeilijker om infrastructuur uit te breiden. Voorbeelden hiervan zijn

integrale benadering van het mobiliteitssysteem, waarbij alle modaliteiten

de A7 (Oostzaan) en de A1 (Het Gooi).

en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut.

Conclusie –

Het voorgaande zorgt voor extra druk op het mobiliteitssysteem, dat niet door de traditionele uitbreiding van weginfrastructuur verhopen kan worden. Hierdoor moet er slim naar het gehele systeem worden gekeken. De rol van het ov en de fiets in de reisketen zal daarbij groter worden, waardoor - vanwege de toename van multimodaal reizen – ook de rol van de P+R groter zal worden.

P+R in de MRA

13

8.

De toekomstige rol van P+R in het mobiliteitssysteem van de MRA

1. Potentie van de P+R in de MRA

Voor interregionale verplaatsingen (tussen Amsterdam en de rest van Nederland)

Op basis van het huidig gebruik van de P+R-locaties en het huidig aantal P+R-

Op dit moment zijn er 228.000 dagelijkse autobewegingen tussen Amsterdam en

verplaatsingen kan een prognose gemaakt worden van de potentie van de P+R in

de gebieden buiten de MRA. Hiervan wordt slechts een klein deel afgevangen; naar

de MRA en de effecten op het gebruik van het hoofdwegennet. Let wel: ook hier

schatting nog geen 1.000. Dat gebeurt in Breukelen en aan de ring A10. Wanneer

gaat het om het effect voor de totale MRA. Lokaal kunnen de effecten (sterk)

ook hier 4% van de autoverplaatsingen naar Amsterdam kan worden afgevangen

verschillen.

(net als bij de regionale verplaatsingen), dan betekent dit ca. 8.100 minder autoverplaatsingen van en naar Amsterdam. Te weten: 4% x 228.000 -/- 1.000.

Er is eerst gekeken naar de situatie in een beleidsarme omgeving. Waarbij er wel

De laatst genoemde 1.000 is het aantal autobewegingen dat al wordt afgevangen.

extra ruimte voor P+R-gebruikers wordt gecreëerd, maar er geen sprake is van additionele ‘push‘ en ‘pull’-factoren om het gebruik van de P+R te beïnvloeden:

Totaal Uitgaande van een aandeel van de P+R van 4% in het totaal aantal

a) In een beleidsarme omgeving:

autoverplaatsingen, leidt dit tot een toename van 12.380 verplaatsingen via een

Voor regionale verplaatsingen (tussen Amsterdam en de rest van de MRA)

P+R. Ofwel de uur-capaciteit van 6 rijstroken op een autosnelweg. Hiervoor zijn

Het gebrek aan (gratis) parkeerplaatsen op een P+R is op dit moment een

6.100 extra parkeerplaatsen ten behoeve van P+R-reizigers nodig. Een deel

beperkende factor. Het percentage daadwerkelijke P+R-reizigers op een P+R is nu

(1.700) kan vrijgespeeld worden door medegebruik tegen te gaan op de bestaande

ongeveer 70% (en fluctueert afhankelijk van de P+R-locatie tussen de 50% en

P+R-locaties.

86%). Het is wenselijk vanuit de rol van de P+R om het gebruik van de andere doelgroepen (de 30%) op de P+R tegen te gaan. Wanneer dit beleid succesvol is en de P+R-locaties volledig benut worden door P+R-reizigers - neemt het aantal

Toename P+R-verplaatsing bij 4% van de autobewegingen via P+R

Verplaatsingen Totaal

Auto

Via P+R huidig

dagelijkse P+R-verplaatsingen tussen Amsterdam en de overige MRA-gebieden van

toename

nieuw

8.100 tot 11.600 toe. Dit is 3,8 procent van het aantal autoverplaatsingen tussen

Tussen Amsterdam en rest MRA

540.000

309.000

8.100

Amsterdam en de rest van de MRA. We gaan hier verder uit van een te behalen

Tussen Amsterdam en rest Nederland

414.000

228.000

1.000

8.120

9.120

P+R-aandeel van 4%.

Totaal

954.000

537.000

9.100

12.380

21.480

P+R in de MRA

4.260

12.360

14

b) Additioneel beleid

De mate waarin een P+R-locatie succesvol is, hangt af van de ‘pull-factoren’. Deze

Het gebruik van de P+R kan worden bevorderd door zowel ‘push’ als ‘pull’-factoren.

factoren omvatten de volgende componenten:

De belangrijkste push-factoren zijn hier de beperkte beschikbaarheid van parkeergelegenheid en een stijging van de parkeerkosten in de (omgeving van)

i.

De kwaliteit van het P+R-systeem

Amsterdam, waardoor het gunstiger wordt om P+R faciliteiten als alternatief te

–

Vindbaarheid en Bereikbaarheid van de P+R’s

gebruiken. Pull-factoren zijn een goede kwaliteit van de ov-verbinding of van de

–

Beschikbaarheid van de P+R’s

P+R-faciliteit, waardoor er een stimulans is om die te gebruiken.

–

Frequentie van het ov

–

Snelheid en betrouwbaarheid van het ov

De effecten van het push- en pullbeleid is in diverse studies onderzocht. De belangrijkste is die van Dijk en Parkhurst uit 2014. In de studie zijn een aantal

ii.

De kwaliteit van de P+R-locatie:

Nederlandse en Britse steden onderzocht, waaronder Amsterdam, Rotterdam,

–

Veiligheid

Utrecht, Oxford, York en Bristol.

–

Openingstijden

–

Overdekte en afsluitbare wachtruimte

–

Beschikbaarheid overige voorzieningen

In Amsterdam kwam het succes van het P+R-beleid vooral door de hoge 'push’factoren; de lage beschikbaarheid en hoge prijzen van parkeren in het centrum van de stad.

Gegeven de ontwikkelingen dat er meer van modaliteit naar (deel-)mobiliteit wordt gegaan hoort hier een derde component bij:

Door uitvoering van de agenda ‘Amsterdam autoluw’ zullen de parkeertarieven verder worden verhoogd en zal het aantal parkeerplaatsen sterk worden

iii.

De mogelijkheden van de mobiliteits-hub:

gereduceerd. Hierdoor zal de behoefte van aan P+R-locaties sterk toenemen,

–

Ligging ten opzichte van ov-, auto- en fietsnetwerk

ongeacht waar de gebruikers vandaan komen.

–

Voorzieningen voor multimodale aanpak

P+R in de MRA

15

c) Toekomstige rol P+R met additioneel beleid

In deze rapportage zullen de pull-factoren verder worden uitgewerkt. In het

Er is een groot aantal factoren dat bepalend is voor hoe succesvol de P+R in de

verlengde van de voorgaande paragraaf zal hierbij zal de volgende indeling worden

MRA kan worden. Zoals in de inleiding reeds aangegeven, is dit onderzoek bedoeld

gehanteerd:

om een algemeen advies te geven voor het P+R-systeem binnen de gehele MRA. Dit onderzoek behoeft hierna dan ook een gedetailleerdere uitwerking (zie ook het

laatste hoofdstuk van deze rapportage).

P+R-systeem

Na deze gedetailleerde uitwerking – waarin bijvoorbeeld ook opgenomen de extra capaciteit voor P+R, de prijsstelling voor het gebruik van de P+R, flankerende

P+R

P+R-locatie (op locatie niveau)

maatregelen, overige maatregelen voor gedragsbeïnvloeding, enzovoorts – kan de toekomstige rol van de P+R nader worden gekwantificeerd, door bijvoorbeeld het toepassen van een verkeersmodel.

Multimodaal netwerk (i.r.t. mobiliteitshubs)

Echter, een aandeel van meer dan 4% van de P+R in het aantal autoverplaatsingen zal, alleen al door push- en pullfactoren, zeker haalbaar moeten zijn. Om getalsmatig hier enig reliëf aan te brengen: een extra aandeel van 1% van de P+R in het totaal aantal autoverplaatsingen betekent 5.370 minder dagelijkse autoverplaatsingen, ofwel de uur-capaciteit van 3 rijstroken! Uitbreiden van de P+R-mogelijkheden in de MRA lijkt – mits dit volgens een juiste strategie gebeurt op dit moment dan ook erg voor de hand te liggen.

P+R in de MRA

16

9.

Probleemanalyse

Uit de stakeholder-sessies en interviews is een eenduidig beeld naar voren

Op basis van de voorgaande analyses en op basis van de verschillende aspecten

gekomen over de huidige werking van het P+R-systeem en wat er verbeterd zou

die de stakeholders naar voren hebben gebracht is een uitgebreidere

moeten opdat het P+R-systeem een grotere rol kan gaan spelen in mobiliteit van

probleemanalyse opgesteld. Deze luidt als volgt:

de MRA. P+R-systeem

De stakeholders geven een matige beoordeling voor het huidig functioneren van de P+R locaties in de MRA. Zie hiervoor de beoordeling op een vijf-punts-schaal:

a)

Op dit moment is de samenhang in beleid nog onvoldoende; gemeentelijke- en MRA-doelstellingen komen niet altijd overeen

35%

b)

De P+R-locaties zijn moeilijk herkenbaar/te vinden

30%

c)

Het is moeilijk voor de reizigers te voorspellen of er plek is of niet

d)

De P+R-locaties zijn onvoldoende toegerust op het oplossen van de

25% 20%

bereikbaarheidsproblemen; de capaciteit is te beperkt en veel locaties staan nu

15%

al vol

10%

e)

5%

Er is sprake van veel gebruik door andere groepen (gemiddeld 30% van het gebruik niet P+R-gerelateerd)

0% 1

2

3

4

5

Het belangrijkste punt dat door de stakeholders naar voren is gebracht is dat de

f)

Er is geen eenduidig concept en betaalsysteem

g)

Er is een gebrek aan multimodale-aanpak

P+R

P+R-locatie (op locatie niveau)

P+R-locaties een té beperkte rol spelen vanwege te weinig capaciteit op de P+Rlocaties en in het aansluitende ov.

a)

De kwaliteit is van de voorzieningen is vaak onvoldoende (het ontbreekt vaak aan reizigersinfo, veiligheid en beschutting)

b)

P+R in de MRA

De capaciteit is op veel locaties is onvoldoende

17

10. Opgaven Multimodaal netwerk (i.r.t. mobiliteitshubs) a) b) c)

P+R-systeem

De capaciteit in de spits van met name het tram- en busvervoer is

a)

Het formuleren van samenhangend P+R beleid in de regio

onvoldoende om groei op te vangen

b)

Bedenken van één conceptueel model dat logisch, gemakkelijk, herkenbaar en

Er is in sommige gevallen onvoldoende aansluiting op bus/tram/metro en op

voorspelbaar is

hoogwaardige fietsinfrastructuur

c)

Het afvangen van autoverkeer van en naar grootstedelijk gebied.

Het samenhangend beleid op deelfiets en deelauto staat nog in de

d)

Het beter benutten van de bestaande capaciteit (waaronder tegengaan van

kinderschoenen, in de praktijk zijn (nog) onvoldoende voorzieningen voor deelmobiliteit en fiets

gebruik door andere doelgroepen) en vervolgens creëren van extra capaciteit e)

Maken van eenduidig concept en betaalsysteem als onderdeel van de regionale P+R-visie

De probleemanalyse leidt op zijn beurt tot de op de hierna geformuleerde opgaven.

f)

Focussen op alle modaliteiten

P+R-locatie (op locatie niveau) a)

Het verbeteren van voorzieningen waar knelpunten worden geconstateerd

b)

Capaciteit uitbreiden waar extra groei wordt verwacht Multimodaal netwerk (i.r.t. mobiliteitshubs)

P+R in de MRA

a)

Maken van samenhangend ov-plan in de MRA voor uitbreiding capaciteit

b)

Betere aansluiting bus, tram en metro bij (huidige) P+R locaties

c)

Formuleren van samenhangend beleid op deelmobiliteit

d)

Voorzieningen aanleggen voor multimodale aanpak (fiets, deelfiets, deelauto)

18

11. De P+R-opgaven zijn (boven-)regionaal

De P+R-opgaven eisen een samenhangend maatregelenpakket:

Hierdoor zijn gezamenlijke opgaven (boven-)regionaal: a)

Iedere P+R locatie heeft zowel een lokale als regionale functie (bijv. bewoners van de gemeente Wijdemeren parkeren bij een P+R in de gemeente Gooise

A.

Buiten de regio

Meren) b)

P+R locaties hebben invloed op elkaars gebruik (bijv. Naarden-Bussum en Bussum Zuid)

B.

Binnen de MRA

C.

Binnen het hoog-stedelijk gebied

D. Binnen de stad

E.

A t/m D: leidt tot één conceptueel model

P+R in de MRA

c)

Bestemmingen van gebruikers zijn veelal vergelijkbaar

Een P+R-beleid op (boven-)regionaal niveau is bovendien gunstig voor: a)

Capaciteit en capaciteitsverdeling

b)

Reizigersinformatie

c)

Tarieven

d)

Marketing

Daarbij is er de inzet nodig van lokale, regionale en landelijke partijen.

19

12. Voorstel voor één conceptueel model Conceptueel model

Stappen

Er is op zoek gegaan naar één conceptueel model dat logisch, gemakkelijk, herkenbaar en voorspelbaar is. Daarbij zijn de volgende principes gehanteerd:

Buiten de regio:

a.

Autoverkeer zo ver mogelijk van het (groot-)stedelijk gebied afvangen

1.

b.

Eerst benutten, dan bouwen

c.

Steeds zoekend naar wat het meest effectief is; van buiten naar binnen werkend

Maatregelen in samenspraak met andere partijen

Binnen de MRA: 2.

Lopend/per fiets naar ov

3.

Gebruik P+R in de regio

Aan de rand van hoog-stedelijk gebied:

4. P+R met aansluiting op hoogstedelijk ov

Aan de rand van de binnenstad 5.

P+R met aansluiting op lokaal ov / fietsen / te voet

6.

Werkgeversaanpak (*)

(*) Werkgeversaanpak loont altijd, maar is essentieel voor automobilisten die anders tot in de binnenstad van de auto gebruik maken

P+R in de MRA

20

13. Maatregelen voor één conceptueel model Het conceptueel model is uitgewerkt in een aantal maatregelen. Deze maatregelen

b)

zijn uitgebreid besproken in de stakeholder-sessies, tijdens de interviews en met de experts. De betrokken partijen zijn er van overtuigd dat dit conceptueel model

beperkt mogelijk van de P+R gebruik dienen te maken. c)

geschikt is om de P+R-locaties een zo goed mogelijk rol in de mobiliteit te geven. Voor het principe van het model is er op ambtelijk niveau dan ook draagvlak.

Reizigers met goed ov op loop- of fietsafstand van hun woning, zullen zo Voor deze groep reizigers zullen er aanvullende fietsvoorzieningen op de stations/halten dienen te worden gerealiseerd.

d)

Reizigers die geen hoogwaardig ov op loop- of fietsafstand hebben, en dus

voor de eerste kilometers aangewezen zijn op de auto, kunnen hierdoor zoveel Buiten de regio

a)

als mogelijk gebruik maken van de P+R.

Buiten haar eigen regio is de rol van de MRA beperkter. Echter kan de MRA

Binnen het hoog-stedelijk gebied

zeker pleiten om buiten de regio een vergelijkbare systematiek toe te passen als in dit onderzoek om er voor te zorgen dat automobilisten zoveel als

b)

a)

De automobilisten die niet eerder ‘afgevangen’ kunnen worden, zullen aan de

mogelijk buiten de MRA-regio op het ov overstappen voor het vervolg van hun

rand van het grootstedelijk gebied d.m.v. flankerend beleid bewogen moeten

reis.

worden om over te stappen op het ov.

Binnen de MRA moet men alert zijn op meekoppelkansen bij bijvoorbeeld

b)

uitbreiding/wijziging van ov-diensten die buiten de regio plaatsvinden. Zo kan

Dit gebeurt op ‘hubs’ die goed met de auto bereikbaar zijn en aansluiting hebben op hoogwaardig, snel ov met voldoende capaciteit.

bijvoorbeeld een nieuwe treindienst leiden tot een nieuw potentieel transferpunt tussen auto en ov. Binnen de MRA

Binnen de stad

a)

De restcategorie dient ‘afgevangen’ te worden aan de rand van de binnenstad (‘de ring A-10’).

a)

Om zoveel mogelijk de reeds bestaande P+R-capaciteit te benutten zal allereerst het gebruik van de P+R door andere doelgroepen tegen moeten worden gegaan, dit kan bijvoorbeeld door een slimme manier van beprijzen.

P+R in de MRA

b)

Vandaar kan men met ov, fiets of wandelend de stad in.

c)

De voorzieningen aan de rand van de binnenstad staan echter vooral ook ten dienste van inwoners van Amsterdam.

21

14. Uitwerking van het conceptueel model De uitwerking van het conceptueel model vindt plaats in drie gedeelten:

B.

Overige elementen regionaal P+R-beleid

Het slechts toevoegen van extra capaciteit is niet voldoende. Het P+R-beleid moet A.

Hoofdopgave P+R-beleid: extra capaciteit / betere benutting

er voor zorgen dat er de juiste sturing optreedt en de juiste gebruikers de P+R

B.

Overige elementen regionaal P+R-beleid

weten te vinden en daar gebruik van kunnen maken. Dit betekent:

C.

Implementatievraagstukken P+R-beleid

B1. Een eenduidig concept en betaalsysteem

B2. Aanvullende voorzieningen op P+R-locatie A. Hoofdopgave P+R-beleid: extra capaciteit / betere benutting De hoofdopgave van het P+R-beleid is om het autoverkeer van en naar de grootstedelijke gebieden zoveel mogelijk af te vangen door extra capaciteit te creëren, dan wel de huidige locaties beter te benutten. Daarbij zullen vooral de inwoners, die niet de beschikking hebben over goed ov, geaccommodeerd moeten worden. Met inachtneming van de stappen van het conceptueel model zullen de

volgende vragen moeten worden beantwoord: A1. Welke inwoners kunnen per ov naar de grootstedelijk gebieden reizen? A2. Welke P+R-voorzieningen in de regio zullen beter benut moeten worden en/of uitgebreid voor de inwoners die geen beschikking hebben over goed ov?

B3. Voorzieningen voor een multimodale aanpak C.

Implementatievraagstukken P+R-beleid

Tot slot is het van belang hoe het conceptueel model verder uitgewerkt en geïmplementeerd gaat worden. De belangrijkste vragen die daarbij moeten worden beantwoord zijn: C1. Wie doet wat? C2. Wat wordt het afgesproken en met wie? C3. Wie betaalt het?

A3. Waar zijn nieuwe P+R-voorzieningen kansrijk om meer automobilisten van buiten de regio af te vangen?

A4. Waar zal de capaciteit van het ov moeten worden uitgebreid en/of de P+Rlocaties een betere aansluiting op BTM moeten krijgen?

P+R in de MRA

22

Deel A: Hoofdopgave P+R-beleid: extra capaciteit / betere benutting Nadere uitwerking van de hoofdopgave:

Beantwoording vraag A3: A3. Waar zijn nieuwe P+R-voorzieningen kansrijk om meer automobilisten van

Met behulp van onder andere kaartanalyse is nagegaan waar extra P+R-capaciteit

buiten de regio af te vangen?

of een betere benutting het meest noodzakelijk/kansrijk is. Hiertoe is nagegaan waar het aanbod van het ov hoog is. Specifiek is gekeken naar

Beantwoording vraag A1 en A2:

locaties:

A1. Welke inwoners kunnen per ov naar de grootstedelijk gebieden reizen?

–

die zeer gemakkelijk te bereiken zijn vanaf het hoofdwegennet;

A2. Welke P+R-voorzieningen in de regio zullen beter benut moeten worden en/of

–

waar een zeer goed aanbod van hoogwaardig ov is;

uitgebreid ten behoeve van inwoners die geen beschikking hebben over goed

–

waar er ruimtelijke mogelijkheden zijn, de P+R zal andere ruimtelijke

ov? Eén van de randvoorwaarden om reizigers met het ov naar de grootstedelijke gebieden te laten reizen, is de beschikking over hoogwaardig ov. Door middel van de kaartbeelden is dit inzichtelijk gemaakt. Daarbij is uitgegaan van gebieden binnen een (fiets-)afstand van 2,5 kilometer van een halte van hoogwaardig ov.

ontwikkelingen niet in de weg moeten staan. –

waar de P+R minder autokilometers genereert, in plaats van meer.

De kansrijkheid van de gevonden locaties uit stap A2 en A3 is tenslotte getoetst aan reistijd per ov richting de grootstedelijke gebieden en of deze concurrerend is met die van de auto.

Vervolgens is er een analyse gemaakt van het aantal inwoners binnen die straal van 2,5 kilometer van het hoogwaardig ov. Daarbij is het aantal inwoners in de

Beantwoording vraag A4:

leeftijdscategorie 24-64 jaar gehanteerd.

A4. Waar zal de capaciteit van het ov moeten worden uitgebreid en/of de P+Rlocaties een betere aansluiting op BTM moeten krijgen?

Deze informatie is gebruikt om na te gaan op welke locaties P+R-voorzieningen in

–

Waar is een betere aansluiting bij (huidige) P+R locaties gewenst?

de regio beter benut kunnen worden en/of uitgebreid ten behoeve van inwoners

–

Bij welke bestaande P+R-locaties is de huidige capaciteit van het ov

die geen beschikking hebben over goed ov.

P+R in de MRA

onvoldoende?

23

A1

Waar rijdt het hoogwaardig OV? De aanwezigheid van hoogwaardig OV is de eerste randvoorwaarde voor de locatie van een P+R. De hiernaast afgebeelde kaart geeft een overzicht van het netwerk van hoogwaardig OV, zoals dat in de analyses van dit onderzoek is gebruikt. Voor het hoogwaardig ov is uitgegaan van:

P+R in de MRA

-

de treinverbindingen;

-

de verbindingen van R-net

-

de Amsterdamse tram- en metrolijnen.

24

A1

Welke inwoners wonen op 2,5 kilometer van een halte van hoogwaardig ov? Vervolgens is er nagegaan welke inwoners binnen de straal van 2,5 kilometer van een halte van hoogwaardig ov wonen. Dit komt overeen met ongeveer 10 minuten fietsen. Van de inwoners binnen deze straal wordt aangenomen dat deze - mits er voldoende voorzieningen zijn voor het parkeren van de fiets - een goed reisalternatief hebben door middel van de combinatie lopen/fiets en hoogwaardig ov en derhalve geen gebruik hoeven te maken van P+R-voorzieningen. Inwoners buiten de straal van 2,5 kilometer van een halte van hoogwaardig ov, zullen sneller geneigd zijn om de totale reis met de auto af te leggen. Deze inwoners hebben baat bij P+R-faciliteiten. De volgende bladzijde geeft een analyse van het aantal inwoners dat op een grotere afstand dan 2,5 kilometer van hoogwaardig ov woonachtig is.

P+R in de MRA

25

Analyse inwoners (24-65) binnen 2,5 kilometer van hoogwaardig ov Deelregio

Inwoners Binnen 2,5 km HOV Absoluut

Hoorn/Almaar eo

Waterland IJmond

Zaanstreek

Zaanstreek

87.665

82.385

94%

Waterland

80.225

75.255

94%

IJmond

84.500

81.900

97%

Gooi en Vecht

122.635

108.270

88%

Haarlem

121660

118280

97%

Flevoland

151.230

137.615

91%

Amsterdam

508.215

508.020

100%

Amstel-Meerlanden

172.560

168.515

98%

1.328.690 1.280.240

96%

Totaal MRA Hoorn/Alkmaar eo

Haarlem

Flevoland Amsterdam

%

Totaal

155.935

122.185

78%

1.484.625 1.402.425

94%

In het MRA-regio woont 96% van de inwoners (24-64 jaar) binnen een hemelsbrede afstand van 2,5 kilometer van het hoogwaardig ov. Amstelland - Meerlanden

Gooi en Vecht

Binnen de MRA hebben de Gooi- en Vechtstreek en Flevoland het laagste ‘bereik’ met een percentage rond de 10% en rond de 14.000 inwoners

buiten het invloedsgebied van het hoogwaardig ov. Buiten de MRA heeft de deelregio Hoorn/Alkmaar het laagste ‘bereik’, met 22% van de inwoners buiten het invloedsgebied van het hoogwaardig ov.

P+R in de MRA

26

A2

Zoeklocaties t.b.v. regionale verplaatsingen Op de bijgaande kaart zijn locaties aangegeven die kansrijk worden geacht om meer inwoners uit de regio op het ov te laten overstappen: De zoeklocaties t.b.v. regionale verplaatsingen. Zoeklocaties die een bestaande P+R betreffen zullen beter benut moeten worden. Daar waar nu sprake is van schaarste in het aantal P+R-plekken, zal gebruik van de P+R door andere doelgroepen tegengegaan moeten worden, dan wel zullen de locaties verder uitgebreid moeten worden. Daarnaast zijn er locaties die een nieuwe P+R betreffen. De bijgaande kaart geeft een overzicht. Met blauwe pijlen zijn de reisrelaties aangegeven vanuit woonkernen op grotere afstand dan 2,5 kilometer van hoogwaardig ov.

P+R in de MRA

27

A3

Zoeklocaties t.b.v. interregionale verplaatsingen Ten behoeve van de zoektocht naar P+R-locaties voor het afvangen van interregionaal autoverkeer, is nagegaan welke halten van hoogwaardig ov in de onmiddellijke nabijheid van autosnelwegen liggen. Daarbij is een maximale afstand van 2 kilometer van een afslag gehanteerd. Op de kaart zijn deze aangegeven als rode cirkels.

P+R in de MRA

28

A2+A3: Alle zoeklocaties De rode, blauwe en gele stippen geven de zoeklocaties uit de twee voorgaande stappen weer. De keuze voor de zoeklocaties is niet alleen gebaseerd op een cijfermatige analyse, maar ook op de resultaten van gesprekken en werksessies met stakeholders en op gebiedskennis. Ten aanzien van de gebiedskennis is door middel van een quick-scan gekeken naar de ruimtelijke componenten. De mogelijke inpasbaarheid is daarbij één component. De andere component betreft de waarde die de locatie heeft voor het oplossen van de mobiliteitsproblematiek; op welke wijze kan de locatie hiervoor het beste worden ingezet.

De P+R is van belang voor het oplossen van de bereikbaarheidsproblematiek. Op belangrijke locaties nabij knooppunten van OV is het echter ook van belang om woningen en werkgelegenheid te ontwikkelen. Ook dat is van belang voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Dit issue ook aan de orde gekomen in de gesprekken met de wetenschappers. P+R-locaties worden dan ook bij voorkeur uitgebreid / ontwikkelend op locaties die

andere goede ontwikkelingen rondom OV-knooppunten zo min mogelijk in de weg staan. Een aansprekend voorbeeld in dit kader is station Sloterdijk; de vraag is of hier uitgebreide P+R-voorzieningen nog wel wenselijk zijn.

P+R in de MRA

29

A2+A3: Kansrijke locaties voor P+R Voor de kansrijkheid van de zoeklocaties is nagegaan of de reis per ov concurrerend genoeg is ten opzichte van die van de auto. Daartoe is de verhouding tussen de reistijd van het ov en die van de auto (de VF-factor) berekend tot het dichtstbijzijnde ov-knooppunt van hoogwaardig stedelijk railvervoer langs de ring A-10 (Metrostation Noord, Amsterdam Zuid, Amsterdam Sloterdijk, Duivendrecht). Zie hiervoor de kaart. Daarbij is de stelling dat vanaf deze knooppunten iedere locatie in Amsterdam ook zeer goed per ov - dus concurrerend met de auto bereikbaar is. Hieruit volgen de kansrijke locaties om automobilisten over te laten stappen op het ov. De tabel geeft een overzicht. Daarbij is onderscheid gemaakt in de kansrijke locaties voor regionale verplaatsingen en voor interregionale verplaatsingen. Ook maakt de tabel onderscheid in bestaande en nieuwe P+R-locaties. Kansrijke P+R-locaties T.b.v. regionale verplaatsingen Uitbreiding P+R

Nieuwe P+R

T.b.v. interregionale verplaatsingen Uitbreiding P+R

Nieuwe P+R

Uitgeest NS

Purmerend Zuid, N235

Uitgeest NS

Purmerend, N235

Breukelen NS

Legmeer, N201 (*)

Breukelen NS

Amsterdam, Gaasperplas

Halfweg-Zwanenburg NS

Amsterdam, Holendrecht

Heemstede-Aerdenhout NS

Hoofddorp, De Hoek

Hillegom NS

Knooppunt Schiphol Noord

Hollandsche Rading NS

Rijssenhout

Bussum Zuid NS

Velsen-Zuid

Weesp NS Almere Poort NS (*) na realisatie Amsteltram

P+R in de MRA

30

A4

Betere aansluiting P+R op het ov en/of hogere capaciteit ov

Voor de hiervoor geselecteerde locaties is nagegaan of:

aantal gebruikers op de navolgende P+R-locaties: Uitgeest, Bussum-Zuid,

–

er een betere aansluiting van de P+R op het ov noodzakelijk is.

Hollandsche Rading, Weesp, Hillegom, Heemstede-Aerdenhout en Halfweg-

–

bij welke huidige P+R-locaties de huidige capaciteit van ov onvoldoende is.

Zwanenburg.

Betere aansluiting van de P+R op het ov? De kansrijke locaties zijn zodanig geselecteerd dat deze altijd in de onmiddellijke nabijheid van een halte van hoogwaardig ov liggen. Verder geldt dat de kansrijke locaties geselecteerd zijn op basis van de VF-factor. Dit alles volgt uit de gehanteerde methodiek. Hiermee is per defintie invulling gegeven aan een goede aansluiting van de P+R op het ov. Voor de kansrijk geachte P+R-locatie ‘Legmeer, N201’ is reeds rekening is gehouden met de Amsteltram. De huidige capaciteit van het ov onvoldoende? Op veel ov-corridors is de huidige capaciteit niet berekend op extra reizigers c.q. is bij het extra reizigers het comfort van het ov in het geding. Op deze zal de capaciteit verruimd moeten worden om de extra P+R-gebruikers te kunnen vervoeren

Ten behoeve van de P+R-locaties in de regio Met name de huidige capaciteit op de spoortrajecten Uitgeest - Amsterdam C, Utrecht - Hilversum - Amsterdam C/Amsterdam Zuid en Leiden - Haarlem Amsterdam C. is zeer kritisch. Dit betekent met name een belemmering voor het verder kunnen groei van het

P+R in de MRA

Veel treinen rijden hier nog niet op de lengte dan waarvoor het baanvak geschikt

is. En anders is het vaak mogelijk om tegen relatief geringe kosten de perrons te verlengen. Capaciteitsverruiming zal dan ook primair gezocht moeten worden in langere treinen. Verder zou de bediening van Breukelen verbeterd kunnen worden. Het ov is aantrekkelijk bij een kwartierdienst of meer. Breukelen kent weliswaar een bediening van 4 treinen per uur, maar deze liggen onregelmatig over het uur

verspreid. Ten behoeve van de P+R-locaties langs de snelwegen Een groot deel van de groei van het aantal P+R-gebruikers zal afkomstig moeten zijn van de automobilisten van buiten de regio, die van de P+R-locaties langs de snelwegen gebruik zullen maken. In aanvulling op de locaties die hierboven al zijn genoemd, is de capaciteit van de R-netverbindingen die de kansrijke P+R-locaties Hoofddorp, De Hoek, Knooppunt Schiphol Noord en Rijssenhout een aandachtspunt. Specifiek gaat het daarbij dan om de bussen naar Schiphol-Plaza en Amsterdam-Zuid.

31

Deel B: Overige elementen regionaal beleid P+R

Uit de probleemanalyse en de hierbij geformuleerde oplossingsrichtingen is naar voren gekomen dat er meer nodig is om tot een goed P+R-systeem in de MRA, opdat deze een grotere rol zou kunnen spelen in de afwikkeling van het verkeer. De opgaven zijn als volgt: P+R-systeem

P+R

1.

Eén systeem dat logisch, gemakkelijk, herkenbaar en voorspelbaar is

2.

Maken van eenduidig betaalsysteem

P+R locatie 1.

Maken van aanvullende voorzieningen

Multimodaal netwerk (i.r.t. mobiliteitshubs) 1.

Voorzieningen aanleggen voor multimodale aanpak (fiets, deelfiets, deelauto)

2.

Formuleren van samenhangend beleid op deelmobiliteit

P+R in de MRA

32

Deel B: Uitwerking overige elementen

P+R-systeem

a.

Promotie Voortbordurend op het voorgaande, zal het P+R-systeem, het ov-aanbod en

B1. Een eenduidig concept en betaalsysteem

andere deelmobiliteitsoplossingen in de markt gezet moeten worden als één

a.

Product

systeem dat een volwaardig reisalternatief biedt.

Vanuit gebruikersperspectief is één samenhangend product wenselijk. Om er

Niet alleen de Nederlandse Spoorwegen maar ook de lokale- en regionale BTM

voor te zorgen dat de P+R-locaties gemakkelijk vindbaar zijn en dat de

vervoerders zetten nu al de eerste stappen om van het aanbieden van

gebruiker weet wat hij kan verwachten. Daarbij kan geacht worden aan een

modaliteit naar aanbieden van mobiliteit te gaan.

product als R-net. Daarbij kunnen de dezelfde kernwaarden gelden: b. Betrouwbaar, Samenhang, Herkenbaar, Aantrekkelijk, Moeiteloos

Prijs De prijs moet zodanig sturend zijn dat het totale systeem doet wat het doen moet. Allereerst zal het gebruik van andere doelgroepen tegen moeten worden

Om de gebruikers duidelijk te maken of er op een P+R-locatie nog plek is of

gegaan. Wetenschappers wijzen er op dat een relatief laag bedrag al kan

niet, zal er een eenduidig informatiesysteem voor de gehele MRA moeten

helpen, dit voorkomt dat de financiële drempel voor de P+R-reiziger te hoog

komen. In de reis-apps zitten dan ook de reisadviezen via een P+R in

wordt. Dit betaald parkeren kan eventueel verdisconteerd worden in de prijs

verwerkt. Daarbij wordt aangegeven via welke P+R-locatie een automobilist op

voor de aansluitende reis per ov. Hierbij horen aanvullende maatregelen om de

dat moment het beste kan reizen, afhankelijk van de op dat moment

parkeeroverlast in de wijk tegen te gaan (blauwe zones e.d.).

beschikbare ruimte op de P+R, de reistijd per auto/ov/andere deelmobiliteit en de drukte in het ov. Bij voorkeur heeft de automobilist de mogelijkheid om een

Verder zal het basisprincipe moeten zijn: Hoe dichterbij de uiteindelijke

plek op de P+R van te voren te reserveren om er voor te zorgen dat de P+R

bestemming, des te duurder het parkeren. Wetenschappers wijzen er op dat

niet vol is op het moment dat de automobilist arriveert.

daarbij de prijsopbouw per vervoercorridor logisch opgebouwd zal moeten zijn. Tussen de corridors kunnen er wel verschillen zijn, afhankelijk van onder andere de capaciteit, de vraag en de hoeveelheid medegebruik.

P+R in de MRA

33

Eenduidig reserverings- en betaalsysteem: Bij het samenhangende product hoort een eenduidig reserverings- en betaalsysteem voor de MRA. Daarbij wordt in één keer betaald voor de gehele reis. Het reserverings- en betaalsysteem geeft van te voren zekerheid over een plek op de P+R (in combinatie met een ‘no show’ tarief). Ook zonder reservering vooraf moet het voor iedereen duidelijk zijn of een P+R nog plek heeft, door zowel online

Naast de uitbreiding van fietsvoorzieningen zal met name de prijsstelling als het reserverings- en betaalsysteem zodanig ingericht moeten worden dat de genoemde

negatieve neveneffecten zo beperkt mogelijk optreden. Dit vereist nadere verdieping; de ene reiziger op de P+R weren en de andere niet is in de praktijk erg moeilijk.

als bijvoorbeeld via borden langs de autosnelweg het aantal vrije plaatsen aan te geven. Verder is het reserverings- en betaalsysteem voor de gebruiker gemakkelijk en moeiteloos door bijvoorbeeld de toegang tot de P+R door middel van kentekenherkenning. Zoals beschreven, kan de P+R positieve effecten hebben als schakel in de deur-totdeur reis naar de stedelijke gebieden. En dan vooral tussen de gebieden die minder goed met het ov ontsloten kunnen worden (en daarom grotendeels afhankelijk zijn van de auto) en het hoogstedelijke gebied. De keerzijde van het investeren in extra P+R-faciliteiten is, dat dit ook kan leiden tot meer gebruik van de auto. Omdat reizigers voorheen de gehele reis met het ov maakten en dit dan voor een deel gaan doen. Of omdat reizigers die voorheen wandelend of met de fiets naar het station kwamen, die nu met de auto doen.

P+R in de MRA

34

P+R locatie

Met name op de aspecten veiligheid, comfort en beleving zijn er aanvullende voorzieningen op de P+R-locaties gewenst. De Empaction-studie noemt de navolgende maatregelen:

B2. Aanvullende voorzieningen op de P+R-locatie

–

Tijdens het onderzoek van Empaction uit 2019 is toolkit ontwikkeld waarmee

partijen aan de slag kunnen om problemen en knelpunten op locatieniveau op te

Hanteren van de checklist van het CROW op het gebied van veilgheid van een P+R

–

lossen.

Bieden van informatie over het ov: naast informatie over de looproute richting het station (wayfinding), bieden van actuele reisinformatie over vertrektijden van het natransport.

Voor deze toolkit is gebruik gemaakt van de in P+R literatuur bekende klantwenspiramide: Veiligheid en betrouwbaarheid zijn daarbij de belangrijkste voorwaarden. Daarna komt snelheid en gemak; aspecten die een reiziger vanzelfsprekend vindt. Tenslotte is er comfort en beleving; aspecten die in

–

Plaatsen van een afsluitbare (beschutte) wachtruimte, zodat de reiziger droog en warm kan wachten op het aansluitende openbaar vervoer.

–

Bieden van extra voorzieningen/dienstverlening

positieve zin opvallen en bijdragen bij aan de tevredenheid van de klanten. Een aantal van de reeds hiervoor in deze rapportage genoemde maatregelen zorgen er voor dat er invulling wordt gegeven aan de aspecten betrouwbaarheid (vindbaarheid, bekendheid en capaciteit), snelheid (P+R op een locatie met een goede vf-factor) en gemak (reserverings- en betaalsysteem).

P+R in de MRA

35

Multimodaal netwerk

Aan de rand van het hoogstedelijk gebied Aan de rand van het hoogstedelijk gebied zullen de P+R-locaties gericht moeten

B3. Voorzieningen voor multimodale aanpak (fiets, deelfiets, deelauto)

zijn op het overstap van auto op het hoogstedelijke ov-systeem. Van belang is

De P+R zal zich niet alleen moeten richten op de traditionele combinatie van auto

voldoende aantal parkeerplaatsen voor de auto en voldoende (extra) capaciteit van

en ov. Allereerst zullen de voorzieningen voor de multimodale aanpak op orde

het hoogwaardig ov. Op deze locaties zijn vooral voorzieningen kansrijk als

moeten zijn. Deze voorzieningen zijn steeds meer geënt op deelmobiliteit.

gemakswinkels, ophaalpunten voor pakketjes, maar ook E-laad-pleinen voor het

Daarnaast zal er een samenhangend beleid op deelmobiliteit geformuleerd moeten

opladen van de elektrische auto.

worden. Aan de rand van de stad 1.

Voorzieningen

Het type voorzieningen is afhankelijk van de plek van de betreffende P+R in de

Aan de rand van de stad zullen de P+R-locaties gericht moeten zijn op de overstap

vervoersketen. Bepalend is of de P+R-locatie zich in de regio, aan de rand van het

tussen auto en het stedelijk ov en de modaliteiten fiets en voet. Bij voorkeur

hoogstedelijk gebied of aan de rand van de stad bevindt.

worden deze locaties gericht voor het verkeer dat de stad uit gaat (dus voor inwoners van de stad). Hiervoor zal er aanbod moeten zijn van verschillende

In de Regio

mobiliteitsdiensten, zoals deelauto en -fiets. Concentratie van deze diensten op P+R-locaties, biedt de mogelijkheid voor een breder aanbod. Bijvoorbeeld het

In de regio zal de P+R vooral gericht blijven om de combinatie van auto-ov en

aanbod van meerdere typen deelauto’s, in plaats van losse deelauto’s verspreid

fiets-ov. Met aandacht voor zowel de capaciteit van de P+R voor auto en fiets, als

over de binnenstad.

de capaciteit van het aansluitende ov. Het aantal extra voorzieningen op de P+R zal beperkt zijn.

P+R in de MRA

36

2. Formuleren van samenhangend beleid op deelmobiliteit

a) Wat is een mobiliteitshub?

Het formuleren van één MRA-breed beleid op het gebied van deelmobiliteit is

Voor de mobiliteitshub zijn de volgende elementen van belang:

veelomvattend en valt buiten het bestek van dit onderzoek. Eén onderdeel daarvan

1. Het knooppunt van slimme (en nieuwe) mobiliteit: het verbinden van meerdere

- de rol van de mobiliteitshubs - is wel relevant voor dit onderzoek.

modaliteiten en mobiliteitsdiensten om optimaal te kunnen voorzien in de vraag

van de reiziger Want, het blijkt dat niet alleen: –

de verschillende P+R-locaties met elkaar verweven moeten zijn;

–

deze P+R-locaties op hun beurt ook weer verweven moeten zijn met de netwerken van auto en ov;

maar dat: –

ook de P+R-locaties (met voorzieningen voor auto en ov) en locaties met aanvullende mobiliteitsdiensten nauw op elkaar afgestemd moeten zijn.

2. De verblijfsplek (met verblijfskwaliteit) omdat het meer is dan slechts een vertrek-, overstap- of eindpunt 3. De locatie waar meerdere functies bij elkaar komen (zoals wonen, werken en recreëren) met voldoende voorzieningen om er te kunnen verblijven. De provincie Noord-Holland heeft het ov-knooppunten-beleid ontwikkeld. Passend

binnen de gedachte van de mobiliteitshub wil de provincie daarbij stationsomgevingen beter benutten en in samenhang met elkaar ontwikkelen. Omdat stations belangrijke schakels zijn in de reis van mensen op weg naar werk,

Rol van mobiliteitshubs

naar voorzieningen of recreatieve bestemmingen, stimuleert de provincie

De mobiliteitshubs zullen een belangrijke rol moeten gaan spelen om de

nieuwbouw van woningen en bedrijvigheid rondom stations. Momenteel wordt

verschillende mobiliteitsdiensten bij elkaar te brengen. Hierbij zijn de volgende

langs verschillende corridors (spoortrajecten) aan knooppuntontwikkeling gewerkt.

vragen van belang: a) Wat is een mobiliteitshub?

Het parkeerbeleid heeft echter een grote invloed op de mogelijkheden voor de

b) Wat zijn kansrijke locaties of gebieden voor een hub?

knooppuntontwikkeling. Zo leiden geparkeerde auto’s tot aanzienlijke ruimteclaims

c) Welke P+R-locaties kunnen een hub worden?

P+R in de MRA

die door de schaarse ruimte niet beschikbaar is voor andere doeleinden.

37

Op dit moment laat de provincie Noord-Holland door Muconsult onderzoek doen

Het zogenaamde ‘vlindermodel’ uit het onderzoek Maak Plaats! van de provincie

naar de manier waarop op een de autogebruiker gericht beleid (met een focus op

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268884/1