20210208767 15. Bijlage 14 Toelichting onderzoek cultuurhistorie
Tekst van het document
Cederström bij de maquette van het Södersjukhuset in Stockholm. Uit: Noor Mens/Cor Wagenaar, Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Het Bürgerspital in Bazel van Herman Baur is ontworpen vanaf 1937 en in 1945 was de eerste fase gereed. Ook hier was een beddenhuis gepland van maar liefst 1000 bedden, met verpleegeenheden van 16 bedden. Deze hadden twee zespersoons- en twee vierpersoonskamers. Om de patiënten de nodige rust te verschaffen was de verpleegafdeling duidelijk gescheiden van de behandelafdeling, laboratorium, onderzoeks- en universiteitsafdelingen. Tussen het beddenhuis en behandelgebouw waren vijf bruggen aangebracht met korte verbindingen. 3D schets van een standaard-verpleegeenheid door P.C. Cleyndert. Uit: Noor Mens/Cor Wagenaar, Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 68
Het Bouwcentrum en de Nederlandse ziekenhuizen Het Bouwcentrum was tijdens de oorlog door het Regeringscommissariaat voor de Wederopbouw voorbereid en in 1945 officieel opgericht met het doel om het bouwbedrijf te moderniseren en geschikt te maken als stuurwiel voor de economie. Binnen dat Bouwcentrum werd ook een Ziekenhuisbouwcentrum ondergebracht onder de naam Stichting het Nederlandse Ziekenhuiswezen, die een schakel vormde tussen de overheid, industrie en internationale ziekenhuiswereld. In 1949 werd voorts de Commissie Ziekenhuisbouw opgezet met daarin mensen van het Bouwcentrum, de Stichting het Nederlandse Ziekenhuiswezen, TNO, Ratiobouw, architecten en geneesheer-directeuren.
kamer werden als maximaal gesteld. Er werd geëxperimenteerd met verschillende bouwvormen zoals het gestrekte systeem, het Y-systeem, het kruis- of stersysteem, het kamsysteem en het chevronsysteem. Volgens het Amerikaanse adagium to save nurses steps moest de lengte zoveel mogelijk beperkt worden. Dit deed men door de beddenkamers aan twee zijden te projecteren, zoals in het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam, waar men het Amerikaanse dubbel-corridorsysteem gebruikte. Wel kon men dan niet aan de wens om de beddenkamers aan de zuidzijde te projecteren voldoen. In Haarlem zou men vasthouden aan het enkele corridorsysteem met de beddenkamers op het zuiden. Uiteraard werd al snel duidelijk dat hoogbouw voor het beddenhuis het meest geschikt was.
Het Ziekenhuisbouwcentrum dat op 28 februari 1950 werd geopend kreeg de taak om de normalisatie op te zetten. Bij bijvoorbeeld een verpleegeenheid moesten de functie, de afmetingen en fysieke uitvoering worden genormaliseerd. Bij de normalisatie van de fysieke uitvoering speelde de architect de hoofdrol. Hoewel men ook andere afdelingen onderzocht was het normaalblad voor de verpleegeenheid de belangrijkste uitkomst, gepubliceerd in 1951. Binnen de naoorlogse ziekenhuisbouw was duidelijk geworden dat voor het goed functioneren drie hoofdonderdelen noodzakelijk waren; het beddenhuis met verpleegafdelingen, het behandelcentrum met onder andere operatiekamers en de polikliniek. Het beddenhuis Bij het beddenhuis werd al snel gewerkt met een koppeling van twee verpleegeenheden van ongeveer 25 bedden elk. Hierbij konden een kamer voor de hoofdverpleegkundige, onderzoekkamer, dagverblijf, magazijn, spoelkeuken e.d. voor beide afdelingen dienst doen. Zes bedden per
Plattegrond van de verpleegafdeling volgens het Amerikaanse dubbel-corridorsysteem in het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam. Uit: Noor Mens/Cor Wagenaar, Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 69
De polikliniek De polikliniek, aanvankelijk bestemd voor onvermogende ambulante patiënten die medische hulp nodig hadden, werd door uitbreiding van het arbeidsveld een onderdeel dat binnen het totaal steeds belangrijker werd. De bouwvorm en bouwtypen moesten zich dus nog ontwikkelen en feitelijk was het wenselijk om een gebouw te maken dat eenvoudig kon worden uitgebreid. We zagen in Haarlem bij het Elisabeth Gasthuis dat men al bij de bouw rekening hield met een toevoeging van een verdieping. Behandelafdeling Deze afdeling was de feitelijke geneesmachine, volgestopt met medische apparatuur die steeds breder en complexer werd. De operatiekamers hadden geen daglicht meer nodig en konden zo worden geplaatst dat ze centraal lagen en goed bereikbaar waren vanuit de chirurgische afdeling en ook zodanig afgesloten dat de rust gewaarborgd was. In dit complex was ook de röntgenafdeling ondergebracht, die vanwege omgang met straling en radioactieve stoffen om speciale voorzieningen vroeg. Verder waren vaak in dit onderdeel ook de laboratoria ondergebracht. Ook hier werd vaak al gekozen voor een meerlaags gebouw, met gangen of loopbruggen verbonden met het beddenhuis. Een punt van discussie vormde de keuken. In Nederland gaf men de voorkeur aan het model van de centrale keuken. In Zweden had men gewerkt met decentrale opwarmkeukens, gevoed door een centrale keuken.
Ook de administratieve afdeling ging steeds meer in belang en omvang toenemen, met al zijn patiëntendossiers middels fichesystemen. Verpleegstersflat, kapel, administratie In de eerste decennia na de oorlog was de verpleegstersflat ook nog altijd een vertrouwde metgezel van het ziekenhuis. Verpleegsters woonden er intern in de nabijheid van het werk. Deze opzet was praktisch en stelde de
leiding van het ziekenhuis in staat om de verpleegsters in de juiste sfeer op te voeden. Bij de confessionele ziekenhuizen, zoals ook het toenmalige Sint Elisabeths Gasthuis, was daarnaast een kapel een onlosmakelijk onderdeel van het complex. De eerste naoorlogse ziekenhuizen (1950-1965) Omdat de voorschriften in architectonische zin al weinig ruimte voor experiment boden en bovendien de materiaalschaarste voor de uitstraling beperkingen oplegde, waren de eerste naoorlogse complexen weinig vooruitstrevend te noemen. Ondanks de schaarste aan ijzer en staal hadden wel alle naoorlogse ziekenhuizen een gewapend betonskelet. Het Dijkzigt Ziekenhuis (1961) van architect Viergever had reeds een alles dominerend beddenhuis, in opzet en massa gelijkend op het iets jongere voorbeeld van Hallink in Haarlem. Net als later in Haarlem toegepast, had het beddenhuis van het Dijkzigt per verdieping verpleegeenheden die correspondeerden met een medisch specialisme, wat eigenlijk al snel standaard zou worden.
Het Koningin Julianaziekenhuis in Hengelo uit 1954 is nog uitgevoerd in een mengvorm van modernisme en tradiotionalisme (Shake Hands). Uit: Noor Mens/Cor Wagenaar, 2010
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 70
Het door A. Viergever ontworpen Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam uit 1961. De opzet van het beddenhuis met drie ten op[zichte van elkaar verspringende vleugels met balkons bij de beddenkamers aan de zuidzijde doet denken aan het jongere beddenhuis van Haarlem. Uit: Noor Mens/Cor Wagenaar, Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Eisen en dynamiek van de naoorlogse ziekenhuizen De ziekenhuisbouw kreeg al snel met twee feiten te maken, te weten de grote toename van patiënten, door sterke bevolkingsgroei en het toegankelijk worden van medische zorg voor alle lagen van de bevolking en de door de ontwikkelingen in de medische wetenschap voortdurende wens tot aanpassing. Men stelde dan ook vaak; Het ziekenhuis dat nu gereed komt is het ziekenhuis van 5 of 10 jaar geleden, het ziekenhuis dat over 5 of 10 jaar klaar zal komen is het ziekenhuis van nu. Bij het ontwerp van het nieuwe Elisabeth Gasthuis in Schalkwijk was men zich hiervan bewust en men besloot om te proberen het complex van gebouwen zo flexibel mogelijk te maken, zodat aanpassingen betrekkelijk eenvoudig doorgevoerd zouden kunnen worden. Met name de operatiekamers, röntgenafdelingen en laboratoria vroegen voortdurend om aanpassing en modernisering, een gegeven dat nu nog steeds actueel is. De toenemende specialisatie zorgde ervoor dat afdelingen zich gingen opsplitsen in op specifieke afdelingen die weer om eigen ruimte en voorzieningen vroegen. Zo werd interne geneeskunde opgesplitst in afdelingen die zich specialiseerden in het hart, de longen en stofwisseling. Chirurgie specialiseerde zich in orthopedische, plastische en neurochirurgie en deze verfijning in specialisatie zette zich later nog verder door.
Bij het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam was de entree voor de ambulances net als bij de oorspronkelijke opzet van het St. Elisabeths Gasthuis in Haarlem ondergebracht in het behandelhuis, met een grote betonnen luifel. Uit: Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Door de drie hoofdelementen, het beddenhuis, behandelgebouw en polikliniek strikt te scheiden kon men makkelijker voldoen aan de wens om de gebouwen flexibel en uitbreidbaar te maken. In architectonische zin koos men daarbij voor modellen opgezet volgens het lettersysteem, waarbij de H- en T-vorm het meest werden gehanteerd. Een variant op het H-type was het K-type, bijvoorbeeld toegepast bij het Diaconessenhuis in Groningen door J.P. Kloos (1965).
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 71
Het Sint Elisabeth’s of Groote Gasthuis, zoals het Haarlemse ziekenhuis ook na de oplevering van de nieuwbouw in 1971 nog heette, volgde de Hvorm, waarbij het grote 9 laags hoge beddenhuis bestaat uit drie in grondvlak rechthoekige vleugels die in elkaars verlengde staan maar wel ten opzichte van elkaar iets verspringen. Het vierlaags behandelgebouw is wel in een langgerekte rechthoek ondergebracht parallel aan het beddenhuis verbonden door twee drielaags gangen. De binnenruimte bevat de verdiept gelegde keuken en het gebouw voor de beddenreiniging. De polikliniek met laboratoria werd ondergebracht in een laag groot rechthoekig gebouw parallel aan het behandelgebouw. Aan de oostzijde loopt langs het gehele complex een laag langgerekt rechthoekig gebouw, waarin de technische dienst, wasserij en mortuarium waren ondergebracht.
Het breedvoettype toegepast door P. Nelson in het invloedrijke Hôpital Mémorial FranceEtats-Unis in Saint-Lô, voltooid al in 1956. Uit: Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Inmiddels was een nieuw type ontwikkeld, het breedvoettype waarbij het behandelhuis en polikliniek samen werden ondergebracht in een breed laag gebouw waarop vervolgens het hoge beddenhuis werd geplaatst. In Haarlem besloot men om de behandelafdeling te scheiden van de polikliniek. P. Nelson had dit breedvoettype toegepast bij het invloedrijke Hôpital Mémorial France-Etats-Unis in Saint-Lô, voltooid al in 1956. Het daar op de laagbouw geplaatste beddenhuis had reeds de as-verspringing tussen de twee rechthoekige, met negen verdiepingen boven de laagbouw uitrijzende beddentorens. Wellicht waren Kruisheer en Hallink door deze opzet geïnspireerd bij de bouw van het Haarlemse beddenhuis. Het breedvoettype toegepast door K.L. Sijmons bij het Ziekenhuis Leyenburg in Den Haag, gereed gekomen in 1971. Uit: Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 72
3D schets van de opzet van het Sint Elisabeth’s of Groote Gasthuis in Haarlem van Kruisheer en Hallink (1971). Uit: Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010
Boven: Het Sint Franciscus Gasthuis Rotterdam van Kraaijvanger (1975) en onder het Sint Elisabeth’s of Groote Gasthuis in Haarlem van Kruisheer en Hallink (1971). Uit: Architectuur voor de gezondheidszorg in Nederland. Rotterdam 2010 Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 73
3
BOUWHISTORISCHE BESCHRIJVING Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 74
3
BOUWHISTORISCHE BESCHRIJVING
In dit hoofdstuk volgt een beknopte beschrijving van het complex, waarbij de nadruk ligt op het exterieur. Daarbij worden zoveel mogelijk ook bouwhistorische bijzonderheden vermeld.
3.1
LIGGING
Uitsnede uit de satelietfoto van Schalkwijk van Google Maps. Het beddenhuis ligt binnen de gele ovaal.
Uitsnede uit de kaart van Schalkwijk van Google Maps. Het roze terrein is van het Spaarne Gasthuis. In rood de footprint van het beddenhuis.
Het Spaarne Gasthuis, locatie Zuid is gesitueerd centraal in het noordelijke deel van de in de jaren 60 ontwikkelde nieuwbouwwijk Schalkwijk. Het ziekenhuis is gebouwd op een groot trapeziumvormig terrein, omsloten door de Europaweg aan de westzijde, de Kennedylaan aan de zuidzijde, de Amerikaweg aan de oostzijde en de Boerhaavelaan aan de noordzijde. De entree naar het complex en parkeerterreinen ligt aan de Boerhaavelaan. De westelijke strook van het terrein wordt geheel ingenomen door parkeerterreinen. Het hoge, uit drie geschakelde en ten opzichte van elkaar verspringende vleugels bestaande, gezichtsbepalende beddenhuis heeft een oost-west oriëntatie en ligt centraal op het terrein. Noordelijk
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 75
van het beddenhuis liggen de lagere bouwdelen van het complex, waaronder het behandelcentrum en polikliniek, en een langgerekte laagbouw aan de oostzijde langs de Amerikaweg. In de zuidoostelijke hoek van het terrein is in 2003/2004 het eveneens aanmerkelijk lagere centrum voor GGZ en KG gebouwd, verbonden met het trappenhuis van gebouw 2 van het beddenhuis. Zuidelijk van gebouw 1 en een deel van gebouw 2 van het beddenhuis ligt een tuin met een grote vijver met een L-vormig grondvlak. Het terrein wordt aan alle zijden door groenstroken van de brede wegen gescheiden.
Het beddenhuis vanuit het zuid-oosten. FH MAB 2019
Het beddenhuis vanuit het zuiden. FH MAB 2019
Het beddenhuis vanuit het zuidwesten. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 76
3.2
HOOFDOPZET, CONSTRUCTIE EN GEVELS
Opzet, indeling Het beddenhuis bestaat uit drie rechthoekige oost-west georiënteerde vleugels die met een as-verschuiving per vleugel aan elkaar zijn gekoppeld. Zo is de middelste vleugel ten opzichte van de westelijke vleugel in zuidelijke richting verschoven en de oostelijke is ook weer ten opzichte van de middelste vleugel in zuidelijke richting verschoven. Voor de noordgevel van de westelijke vleugel en de noordgevel van de oostelijke vleugel is een vrijstaande toren op rechthoekig grondvlak gebouwd met het noodtrappenhuis, waarvan de trappen met loopbruggen verbonden zijn met acht verdiepingen van de vleugels. Het oostelijke deel van de westelijke vleugel en het oostelijke deel van de middenvleugel bevat het trappen- en liftenhuis, waarop de gangen van de drie vleugels en de gangen van de lagere noordelijke gebouwen aansluiten. Deze secties hebben aan de zuidzijde rechthoekige uitbouwen van twee bouwlagen met platte daken. De bouwdelen zijn genummerd van west naar oost als gebouw 1 (westelijke vleugel), gebouw 2 (middenvleugel) en gebouw 3 (oostvleugel). De gebouwen verschillen onderling in lengte. Uit het ontwerp blijkt dat het betonskelet is uitgezet op een stramien van 6 meter in de lengte. Gebouw 1 telt 7 ½ stramien (45 meter), gebouw 2 telt 9 stramienen (54 meter) en gebouw 3 telt 5 ½ stramien (33 meter). De breedte per vleugel bedraagt ongeveer 15 meter.
Alle vleugels hebben een opbouw bestaande uit een kelder, begane grond, acht verdiepingen en een zolderverdieping. Bij gebouw 2 en 3 ligt het maaiveld aan de noordzijde lager waardoor hier de gevel van de kelder op maaiveldhoogte ligt. De gebouwen hebben aan de zuidzijde en aan de westzijde van gebouw 1 en oostzijde van gebouw 3 vanaf de tweede tot en met de zevende verdieping een doorlopend balkon. Bij gebouw 3 is vanaf de eerste verdieping al een balkon aanwezig. Ter hoogte van de
trappenhuissecties (die twee stramienen omvatten) en aan de zuidzijde twee kamers hebben waarvan de zuidgevel terug ligt ten opzichte van de zuidgevels van de beddenkamers daarnaast is het balkon dieper en is een gegalvaniseerde vluchttrap geplaatst aan de buitenzijde.
Doorsnede dwars over het trappenhuis en regentenkamer van gebouw 1.
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 77
Constructies
eerder uit betonnen wandvlakken, die met een betonnen balk zijn verbonden die als vloerdrager fungeert. In het zuidelijke deel zijn deze wandvlakken in het stramien geplaatst, bij de gangen in het noordelijke deel staan ze een kwart slag gedraaid in de oost-west richting. Hierop liggen de gewapende betonvloeren. Tussen de eerste en tweede verdieping ligt een dubbele vloer met daartussen de hoofdbuizen van de installaties. De daken bestaan uit gekoppelde, zeer licht hellende dakvlakken van betonnen cassetteplaten ondersteund door stalen liggers en stalen vakwerk onder de dwarse nokken. De zolderverdieping is geheel blind uitgevoerd, met betonnen platen bevestigd tegen een stalen vakwerkconstructie aan de binnenzijde.
Doorsnede dwars over gebouw 2 ter hoogte van het amphitheater dat zich uitstrekt over de begane grond en eerste verdieping. In rood aangegeven een betonnen wandplaat/kolom met een daaraan gekoppelde betonnen ligger.
Het gebouw is gezet op een betonnen paalfundering. Het gewapende betonskelet bestaat feitelijk niet uit de gebruikelijke kolommen, maar
In rood gemarkeerd de hoofdstructuren van gebouw 1 (verpleegafdeling verdieping 2) in beton en gevelpuien. In donkergrijs de gangen en overlopen, in lichtgrijsraster de balkonvloeren.
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 78
De gevels De zuidgevels en de westgevel van gebouw 1 en oostgevel van gebouw 3 hebben in de onderbouw vliesgevels met stalen puien. De puien van de beddenkamers op de verdiepingen zijn in bruin geverfd hout uitgevoerd. De noordgevel heeft een meer gesloten karakter met een opbouw met een vliesgevel in de onderbouw en daarboven een gevel met betonplaten in de borstwering, afgewisseld door doorgaande, verdiept gelegen stroken met telkens afwisselend een stalen tweelicht venster en een gegroefde betonplaat, die omhoeken in de oostgevels van gebouw 1 en 2. Bij de sectie links van gebouw 1 en 2 waar de liften achter zijn gelegen is de gevel blind, met uitzondering van de linker hoek waar vanaf ede vijfde tot en met de achtste verdieping een staand rechthoekig venster is opgenomen. Bij gebouw 1 ligt de begane grond in de zuid- en westgevel terug en is geheel in stalen puien met glas tot aan het maaiveld gevuld. De borstwering van de eerste verdieping is bij gebouw 1 en 2 voorzien van betonplaten, bij gebouw 3 is hier een balkon met betonnen borstwering aanwezig. Het onderste balkon bij de tweede verdieping heeft een hoge betonnen borstwering (vanwege de erachter gelegen dubbele betonvloer) met daarboven een stalen hekwerk. Vanaf de derde verdieping hebben de balkons een tussen stalen stijlen geplaatste glazen balustrade, die ook naar beneden toe als een zonnescherm is doorgezet.
Haaks op deze glazen platen zijn aan de buitenzijde tegen de stalen stijlen glazen platen geplaatst die dezelfde diepte hebben als de overkragende stalen leuning van de balkons. De gevels van de beddenkamers en kantoren die grenzen aan de balkons hebben volledig stalen puien met beglazing over de volle hoogte. Bij de achtste verdieping ontbreekt aan de zuidzijde en bij de westgevel van gebouw 1 en oostgevel van gebouw 3 een balkon. De gevelpuien liggen hier iets terug en worden van elkaar
gescheiden door betonnen wandvlakken, die in de stramienen zijn geplaatst. De westgevels van gebouw 2 en 3 zijn geheel blind uitgevoerd met een bekleding van betonplaten, die zich voortzetten in de blinde, overkragende gevels van de zolderverdieping (deze liggen in het vlak van de glazen balustraden van de balkons) waarmee de gebouwen afsluiten. De daken gaan achter deze betonnen vlakken schuil.
Maquette van het beddenhuis, waarop de noordgevel en het dak zichtbaar zijn. FH MAB 2019
De aan de zuidzijde uit de trappenhuissectie van gebouw 1 vanaf de eerste verdieping over een glazen vliesgevel van de begane grond uitkragende regentenkamer heeft betonnen wanden. In de zuidgevel heeft deze betonnen gevel een rechthoekige nis, waarachter een balkon en een glazen pui. Een soortgelijke uitbouw tegen het trappenhuis van gebouw 2 is thans gekoppeld aan een transparante gangstructuur (tweelaags) van het in 2004 gerealiseerde gebouw GGZ en KG. De beide vrijstaande torens met de noodtrappen hebben blinde betonnen gevels met afgeronde hoeken. Ze lopen door tot en met de achtste verdieping en hebben een plat dak. De betonnen loopbruggen aan de zuidzijde van deze torens hebben gepleisterde betonnen borstweringen
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 79
met een afdekking in kaal beton en een stalen balustrade. Per bouwlaag is in de zuidgevel van deze trappenhuistorens een stalen pui met glazen deur en zijlichten aanwezig.
Het beddenhuis vanuit het zuiden, boven en onder. FH MAB 2019
Bovendeel van de westgevel en zuidgevel van gebouw 1 van het beddenhuis. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 80
Westgevel en zuidgevel van gebouw 1 van het beddenhuis vanuit het zuiden. FH MAB 2019
De uitspringende blinde westgevels van gebouw 2 en 3 met daarvoor de tweelaags uitbouwen. De voorste uitbouw bevat de regentenkamer. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 81
Foto boven en onder: De terugliggende onderbouw van de zuidgevel van gebouw 1 van het beddenhuis naar het oosten gezien. FH MAB 2019
De uitbouw met de regentenkamer van gebouw 1. FH MAB 2019
Detail van de balkon en balustradeconstructie met het zonwerende glas. FH MAB 2019 Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 82
Gebouw 2 van het beddenhuis vanuit het zuiden. FH MAB 2019
Gebouw 1 van het beddenhuis vanuit het zuid-oosten. FH MAB 2019
Gebouw 2 en 3 van het beddenhuis vanuit het zuidwesten. Op de voorgrond de met het beddenhuis verbonden gang van het in 2004 gebouwde GGZ en KG gebouw. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 83
Gebouw 3 van het beddenhuis, bovenste delen van de zuid- en oostgevel. FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis vanuit het zuid-oosten. De laagbouw op de voorgrond is in 2004 ingekort. FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis, bovenste delen van de zuidgevel. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 84
Gebouw 3 van het beddenhuis, begane grond en eerste verdieping van de zuidgevel. FH MAB 2019
Gebouw 3 zicht langs zuidgevel naar boven. FH MAB 2019
Gebouw 1 van het beddenhuis, rechter deel noordgevel en noodtrappentoren. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 85
Gebouw 1 van het beddenhuis, de noordgevel naar het oosten. FH MAB 2019
Gebouw 2 van het beddenhuis, zicht langs de noordgevel naar het oosten. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 86
Gebouw 2 van het beddenhuis, detail verdiepte vensterstrook met tweelichtvensters en geribbelde prefabbetonpanelen (foto boven en onder). FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis, zicht langs de noordgevel naar het oosten met op de achtergrond de noodtrappentoren met loopbruggen. FH MAB 2019 Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 87
Gebouw 3 van het beddenhuis, zicht langs de bovendelen van de noordgevel naar het oosten. FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis, overzicht van de noordgevel. FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis, zicht op de linker helft van de noordgevel vanuit de verdiept gelegen binnenplaats. De onderste laag is hier de kelder. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 88
Gebouw 3 van het beddenhuis, zicht op de onderbouw van de noordgevel vanuit de verdiept gelegen binnenplaats. De onderste laag is hier de kelder. FH MAB 2019
Gebouw 3 van het beddenhuis, zicht op de rechter helft van de noordgevel vanuit de verdiept gelegen binnenplaats. De onderste laag is hier de kelder. FH MAB 2019
Gebouw 1 van het beddenhuis, zicht op de noordgevel. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 89
3.3
INTERIEUR
Bij gebouw 1 en 2 hebben de interieurs, vanwege het herbergen van ondersteunende functies andere indelingen dan de verdiepingen met de verpleegafdelingen. Gebouw 1 en 2 hebben verder een trappenhuis/liftensectie die bij gebouw 3 ontbreekt. Bij de beide trappenhuis/liftensecties bevinden zich aan de noordzijde naast elkaar vier liftschachten met liften. Tot aan de vierde verdieping bevindt zich oostelijk van die liftensectie een doorgang naar een gang die tussen het beddenhuis en behandelhuis is aangebracht. Bij de wanden en plafonds zijn bekistingsporen in het beton afleesbaar. In de plafonds zijn rechthoekige uitsparingen aanwezig waarin een rechthoekige armatuur van de plafondverlichting is ingelaten. Het betonwerk is thans wel geverfd. De vloer is van beton, thans belegd met linoleum. Beide secties bezitten vanaf de begane grond tot de eerste verdieping een in de ruimte vrijstaande trap omhoekende bij het aan de zuidzijde gelegen tussenbordes. Deze geheel betonnen trappen hebben ook gesloten betonnen borstweringen. Aan de binnenzijde van de borstweringen is een houten, plankvormige handlijst/leuning geplaatst. Vanaf de verdieping hebben de trappenhuis/liftensecties tegenover de liften een in westelijke richting verlopende steektrap met tussenbordes. Deze trap bestaat uit een betonnen plaat waarop stalen hoekdragers van de houten treden zijn geplaatst.
De uit vier stalen buizen bestaande balustrade is gekoppeld aan zes aan weerszijden van de trap geplaatste stalen kokerprofielen. Zuidelijk van deze trap bevinden zich werkkamers en een receptie van elke verpleegafdeling. In de zuidoostelijke hoek van deze secties is de doorgang naar de gang van de verpleegafdeling in het naast gelegen gebouw gesitueerd. In de westgevel van deze trappenhuis/liftensecties is de dubbele deur naar de centrale gang in de verpleegafdeling aanwezig.
De oorspronkelijke kozijnen en puien van de branddeuren, tochtportalen, deuren naar beddenkamers en werkkamers/kantoren zijn in gevernist tropisch hout uitgevoerd. Verder hebben de wanden en plafonds een lichte/witte afwerking. Deuren zijn uitgevoerd als stompe deuren, bij de bijzondere ruimten, zoals die de regentenkamer zijn deze deuren in een vlakke fineerafwerking in tropisch hout uitgevoerd. Bij de regentenkamer is de wand waarin de deuren zijn aangebracht geheel in vlakke houten panelen uitgevoerd. Dit geverniste hout treffen we ook aan als afdekking op betonnen balustraden bij vides. Daarop is dan soms ook een glazen vlak geplaatst. Bij de verpleegafdelingen, die het leeuwendeel van de ruimten in de drie gebouwen vullen, zijn steeds aan de noordzijde van de gang de ondersteunende ruimten aanwezig, op sommige afdelingen zijn hier ook eenpersoons beddenkamers ondergebracht. De doorlopende wand is hier bekleed met houten geverniste platen met daarboven een strook van verdiept gelegen sleuven met verlichting. Aan de zuidzijde liggen de beddenkamers waarvan de entrees in nissen liggen tussen de vooruitspringende sanitaire blokken. De vloeren zijn hier van linoleum, de plafonds van geverfd beton.
Bij gebouw 1 is de oorspronkelijke ontvangsthal met een vide naar de verdieping geheel verbouwd, waarbij de vide aan de noordzijde werd verkleind door invoeging van een bibliotheek met studieruimte op de verdieping, terwijl aan de west- en zuidzijde op de begane grond kantoren werden ingebracht.
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 90
Keldergang aan de noordzijde in gebouw 3 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Keldergang aan de noordzijde in gebouw 3 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 91
Kelder in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Leestafelruimte naast de bibliotheek in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Kelder in gebouw 2 naar het westen gezien. FH MAB 2019 Leestafelruimte naast de bibliotheek in gebouw 1 naar het oosten gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 92
De trap naar de verdieping in gebouw 1 naar het zuiden gezien. FH MAB 2019
Gang met vide in westelijk deel in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
De trap naar de verdieping in gebouw 1 naar het noorden gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 93
De overloop met liftensectie op de eerste verdieping in gebouw 1 naar het noordwesten gezien. FH MAB 2019
De trap naar de tweede verdieping in gebouw 1 naar het zuid-oosten gezien. FH MAB 2019
De vide met gangen op de verdieping in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
De wand van de regentenkamer op de verdieping in gebouw 1 naar het zuid-oosten gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 94
De dubbele wand van de regentenkamer op de verdieping in gebouw 1. FH MAB 2019
De uitsparing in het plafond voor een plafondlamp. FH MAB 2019
De trap met tussenbordes naar de tweede verdieping in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 95
Detail van een trap in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Een trappenhuis op de verpleegafdelingen in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
De trap met tussenbordes naar de derde verdieping in gebouw 1 naar het zuidwesten gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 96
Een gang van een verpleegafdeling in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Een gang in het trappenhuis naar gebouw 2 in gebouw 1 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Het trappenhuis met overloop op de achtste verdieping in gebouw 1 naar het oosten gezien. FH MAB 2019
Een gang van een verpleegafdeling in gebouw 2 naar het oosten gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 97
Een gang van een verpleegafdeling in gebouw 2 naar het zuidoosten gezien. FH MAB 2019
De trap naar de verdieping in gebouw 2 naar het zuiden gezien. FH MAB 2019
De gang aan de noordzijde op de eerste verdieping in gebouw 2 naar het westen gezien. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 98
Het stiltecentrum op de verdieping in het westelijk deel van gebouw 2 is niet oorspronkelijk, maar ingericht na 2000 in een voormalige vergaderruimte. FH MAB 2019
Zicht door een smalle ruimte op de verdieping in gebouw 2 die ligt tussen het amphitheater (ruwe wand rechts) en de voormalige kapel die links lag. Op begane grondniveau was in deze ruimte een vijver. FH MAB 2019
Een oorspronkelijke radiator op een overloop in gebouw 1. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 99
De dwarsgang aan de oostzijde op de verdieping in gebouw 3 bij de kantoren van de Raad van Bestuur naar het noorden gezien. FH MAB 2019
Een oorspronkelijke radiator op een overloop in gebouw 1. FH MAB 2019
De dwarsgang aan de oostzijde op de verdieping in gebouw 3 bij de kantoren van de Raad van Bestuur naar het zuiden gezien. Hier zijn oude tekeningen en meubilair uit het oude Gasthuis geplaatst. FH MAB 2019
Spaarne Gasthuis Cultuurhistorisch onderzoek - Haarlem april 2019 blad 100