20210208538 2. Bijlage 1 . Bestemmingsplan Foodhal centrum Schalkwijk
Tekst van het document
Onderzoek Algemeen geldt dat bij bestemmingswijzigingen of verbouwingen een bodemonderzoek uitgevoerd zal moeten worden. In navolging van bovenstaande gegevens zijn in het kader van de boogde herontwikkeling van het centrum, incl. het plangebied, twee onderzoeken uitgevoerd. Het eerste onderzoek is verricht in 20149 en betreft een verkennend onderzoek. De gestelde hypothese, dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verontreiniging wordt verwacht boven de vastgestelde achtergrondconcentraties uit de bodemkwaliteitskaart, wordt in dit onderzoek bevestigd. Het tweede onderzoek betreft een actualiserend onderzoek uit 2017 10. Gesteld wordt dat de locatie met dit onderzoek voldoende onderzocht is om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. De verontreinigingen leveren bij normaal gebruik geen risico op. De bodemkwaliteit komt overeen met wat op basis van de Bodemkwaliteitskaart verwacht werd en resultaten van de voorgaande onderzoeken op de locatie. Ook zijn er voldoende gegevens over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel vrijkomende materialen. Geconcludeerd kan worden dat de bodem geen belemmering vormt voor het initiatief en dat deze ter plaatse van het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik als foodhal.
Beide onderzoeken zijn opgenomen in de bijlage bij dit bestemmingsplan.
4.8 Water Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.
8
Bron: Toelichting bestemmingsplan Schalkstad, vastgesteld 26 september 2013 Grondslag, Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Winkelcentrum Schalkwijk te Haarlem, 6 november 2014 10 Grondslag, Actualiserend en Verkennend bodemonderzoek Floridaplein e.o. Schalkstad te Haarlem, 26 april 2017 9
Hoofdstuk 4
27
Onderzoek Het plangebied valt onder het domein van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland zet zich onder andere in voor een veilig watersysteem met betrouwbare waterkeringen en het voorkomen van de afwenteling van waterproblemen naar andere watersystemen. Bij een toename van de verharding van 500 m² of meer geldt dat 15% moet worden gecompenseerd in de vorm van open water in hetzelfde peilgebied. Bij meer dan 10.000 m² extra verharding wordt een maatwerkberekening toegepast. In de huidige situatie is het plangebied in zijn geheel verhard. In de toekomstige situatie blijft dat het geval. Het aantal m2 aan verharding neemt daardoor niet toe. Een compensatieplicht is niet aan de orde. In het plangebied is voorts geen oppervlaktewater aanwezig. Doorwerking plangebied Met de realisatie van de foodhal neem het aantal m2 aan verharding niet toe, nader onderzoek is daarom niet nodig. Het aspect “water” vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Bij de uitwerking van het plan zal hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Daarnaast is het denkbaar om bij de inrichting van de openbare ruimte rekening te houden met bergingscapaciteit, waterdoorlatende verharding of groenvoorzieningen, waardoor er een verbetering optreedt.
4.9 Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Archeologie In het geldende bestemmingsplan ‘Schalkstad’ is voor het gehele centrum een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’ opgenomen. Hierbij is een archeologisch onderzoek noodzakelijk in geval de oppervlakte van een project meer dan 2.500 m² betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden. De oppervlakte van de foodhal is kleiner dan 2.500 m², zodat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie In het kader van de 1e fase van de herontwikkeling van het centrum van Schalkwijk (bestemmingsplan Schalkstad 1e fase herontwikkeling) is er een cultuurhistorische analyse van het centrum gemaakt11. Er is een waardenkaart gemaakt waarop alle objecten, complexen en structuren staan. Relevant is de Californiëbrug, die wordt aangemerkt als object van hoge cultuurhistorische waarde.
De komst van de foodhal heeft echter geen negatief effect op deze brug. Doorwerking plangebied Voor archeologie geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een omvang van groter dan 2.500 m2. De foodhal wordt enkel maximaal 800 m 2 groot en is dus niet onderzoekplichtig. Daarnaast heeft de realisatie van de foodhal geen negatieve invloed op omliggende cultuurhistorische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormen derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 11
CULTUURHISTORISCHE ANALYSE Winkelcentrum Schalkwijk, Haarlem (Monumenten adviesbureau, mei 2014).
Hoofdstuk 4
28
4.10 Duurzaamheid en energie Het Haarlems beleid ten aanzien van Duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn Duurzaam Bouwen Haarlem (in ontwikkeling) vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen. Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Wanneer nieuw beleid wordt gemaakt of wordt aangescherpt wordt dat in de richtlijn toegevoegd. Bij elk project kan bepaald worden of er doeleinden zijn die als aanvullende randvoorwaarden gesteld worden. Bij elke stap van het ontwikkelproces wordt het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen scherper geformuleerd: Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico's van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke doeleinden toegevoegd kunnen worden aan de randvoorwaarden. Definitiefase: Het pakket aan randvoorwaarden wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de Raad van dit stuk worden de randvoorwaarden bestendigd.
Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst. Ontwerpfase: De randvoorwaarden worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (College BenW). Voorbereidingsfase: In het geval van een omgevingsplan kunnen de eisen vertaald worden in beleidsregels van het omgevingsplan en worden de uitgangspunten juridisch geborgd. Als meetinstrument wordt de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam Bouwen (GPR) gehanteerd. Met het rekeninstrument kunnen projecteigenaren zelf een alternatief maatregelenpakket samenstellen. GPR Gebouw zet ontwerpgegevens van een gebouw om naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. Als randvoorwaarden gelden de volgende onderdelen: - Energie en Warmte - Klimaatadaptatie - Groen en Ecologie - Circulair bouwen en ontwikkelen - Mobiliteit Doorwerking plangebied Energie en warmte De foodhal wordt gasloos. Er wordt gekeken naar PV panelen op het dak. De foodhal kan worden voorzien van een LED-verlichting. Onderzocht wordt of op het terrein van de foodhal bronnen kunnen worden geslagen voor een WKO installatie.
Klimaatadaptatie Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af- en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen / gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden.
Hoofdstuk 4
29
Met de realisatie van de foodhal neem het aantal m2 aan verharding niet toe, waardoor er geen verslechtering van de waterhuishouding of versnelde toename van de af- en aanvoer van water ontstaat. Bij de uitwerking van het plan zal hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Daarnaast is het denkbaar om bij de inrichting van de openbare ruimte rekening te houden met bergingscapaciteit, waterdoorlatende verharding of groenvoorzieningen, waardoor er een verbetering optreedt. Voor de watertoets ten behoeve van de foodhal wordt verwezen naar par. 4.8 van deze toelichting. Doeleind: Toekomstbestendig watersysteem Groen en Ecologie Randvoorwaarde: Natuurtoets en compensatiemaatregelen ecologie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een natuurtoets beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten (o.a. Wet natuurbescherming 2017 en Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem).
Voor de natuurtoets ten behoeve van de foodhal wordt verwezen naar par. 4.6 van deze toelichting. Doeleind: Natuurinclusief bouwen Circulair bouwen en ontwikkelen Randvoorwaarde: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. (Bouwbesluit 2018) Doeleind: verbeterde Milieu Prestatie Gebouwen Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan deze doelstelling. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie), te weten: 0,8 Doeleind: Duurzame GWW Bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst. Het opstellen van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster 7, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt bij aan het hergebruik van materialen. Het betreft een relatief eenvoudig uitvoerbare maatregel omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft. Doeleind: Toekomstbestendig ontwerpen Mobiliteit De openbare ruimte wordt duurzaam en eenduidig ingericht. Het centrum is en blijft goed bereikbaar voor auto’s.
De Europaweg, Amerikaweg en Schipholweg verbinden Schalkwijk met andere delen van Haarlem, met de rijksweg A9 en met ander gemeenten in de regio. Parkeren wordt aan de randen van Centrum Schalkwijk opgevangen, door middel van verspreid liggende parkeergarages. Voor de foodhal zelf worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden circa 1.400 parkeerplaatsen gerealiseerd om de totale parkeerbehoefte van het vernieuwde centrum, incl. ontwikkeling van de foodhal, op te vangen. Voor de parkeerbalans ten behoeve van de foodhal wordt verwezen naar par. 4.1 van deze toelichting.
Hoofdstuk 4
30
In lijn met de beleidskaders en ambities van gemeente Haarlem wordt op voldoende wijze ingezet op duurzaamheid en energie bij de beoogde ontwikkeling van de foodhal.
4.11 Groenparagraaf 4.11.1 Inleiding De groenparagraaf biedt inzicht in de kwaliteit en de kwantiteit van het aanwezige groen binnen het plangebied. Deze paragraaf eschrijft niet alleen duidelijk welke effecten dit bestemmingsplan heeft op het aanwezige groen, maar gaat ook in op de kansen voor en de bescherming van groen. 4.11.2 Beleid De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Structuurplan Haarlem 2020. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Uitgangspunt voor de bomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand. De gemeente Haarlem beschikt verder over een Haarlemse Monumentale Bomenlijst (2009). Vanwege de waarden van monumentale bomen zal in beginsel geen omgevingsvergunning voor het kappen worden verleend voor deze bomen. De Bomenverordening beschermt monumentale bomen. Een bestemmingsplan biedt bescherming aan de groeiplaats van alle monumentale bomen in de openbare ruimte die (deels) binnen het plangebied liggen.
Op die manier zijn niet alleen de monumentale bomen beschermd op basis van de Bomenverordening, maar op basis van het bestemmingsplan ook de ruimtes die de monumentale bomen nodig hebben om te kunnen groeien. 4.11.3 Beschrijving groen in het plangebied
In de huidige situatie is geen enkele sprake van groen in het plangebied. De foodhal wordt gerealiseerd op verhard terrein, wat tot voor kort in gebruik was als parkeerplaatsen. Voor deze ontwikkeling hoeven derhalve geen bomen of plantsoenen te worden verwijderd. Inrichting openbare ruimte De foodhal ligt binnen projectgebied van fase 1 centrum Schalkwijk. Fase 1 is aanbesteed als een integrale ontwikkeling bestaande uit de realisatie van vastgoed, oa. commerciële ruimten, wonen, parkeren, en de herinrichting van de openbare ruimte. Voor de openbare ruimte van fase 1 heeft de gemeente een uitvraag opgesteld en een Programma van Eisen meegeven waaraan de nieuwe openbare ruimte moet voldoen. De openbare ruimte is UAV-GC aanbesteed wat inhoud dat de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerptraject en de gemeente toetst of het plan voldoet aan de uitvraag. Fase 1 wordt gerealiseerd op een voormalig parkeerterrein. Het destijds aanwezige groen bleek niet kwalitatief meer handhaafbaar en is voor aanvang van de ontwikkeling verwijderd. Het ontwerp van de openbare ruimte voor fase 1 is onderdeel van een grotere visie voor de openbare ruimte
Hoofdstuk 4
31
voor het Centrum Schalkwijk welke als onderdeel van de structuurvisie Centrum Schalkwijk nog zal worden voorgelegd aan het gemeentebestuur. De inpasbaarheid van de foodhal binnen dit ontwerp is een ontwerpuitgangspunt.
Figuur 4.3: Hoofdbomenstructuur
4.12 M.e.r.-plicht
Hoofdstuk 4
32
Met dit planvoornemen wordt een foodhal van maximaal 800 m 2 mogelijk gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r. (beoordelings)plicht. Om na te gaan of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. Doorwerking plangebied In voorgaande paragrafen zijn de voorgenomen activiteiten en bijbehorende milieueffecten beschreven. Uit deze beoordeling blijkt, dat het voornemen geen nadelige milieugevolgen heeft. De voorgenomen activiteit komt niet voor in Bijlage D van Besluit m.e.r. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is er ook geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Wel dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld. Deze is separaat bij dit bestemmingsplan toegevoegd als bijlage. Het besluit is eveneens toegevoegd.
Hoofdstuk 4
33
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Plansystematiek Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling van de foodhal, inclusief het omliggende openbaar gebied, juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De regels zijn daarnaast afgestemd op het bestemmingsplan “Schalkstad 1e fase ontwikkeling”. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels.
Hoofdstuk 5
34
Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels; afwijken van de bouwregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben.
Deze bestaan uit de volgende onderdelen: anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd. algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van nietingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. overige regels: in dit artikel is een parkeerregeling opgenomen. Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3 Bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Centrum – 3 Ter plaatse van de foodhal is de bestemming ‘Centrum – 3’ opgenomen. Met deze bestemming is het concept van de foodhal in concrete, faciliterende regels vertaald. Binnen deze bestemming is een versmarkt met een maximaal bruto vloeroppervlak van 200m² toegestaan. Verder is maximaal 600 m² aan horeca (categorie 1 en 2) toegestaan, alsmede bij de bestemming behorende voorzieningen.
Hoofdstuk 5
35
Het bestemmingsvlak is tevens een bouwvlak. De foodhal is aan te merken als een gebouw. De maximale bouwhoogte het gebouw is op de verbeelding aangegeven. Voor overige bouwwerken zijn specifieke bouwregels opgenomen. Verkeer Het omliggende plein en de omliggende wegen zijn bestemd als ‘Verkeer’. Deze bestemming maakt een flexibele invulling van het openbaar gebied rondom de foodhal mogelijk. Binnen de bestemming zijn onder meer wegen, straten, voet- en fietspaden, parkeer- en groenvoorzieningen en standplaatsen toegestaan. Binnen de bestemming mogen kleinschalige gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Waarde - Archeologie 4 Ter plaatse van het gehele plangebied is tevens de bestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ opgenomen. De gronden zijn naast andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarde van de gronden. Hiervoor zijn daarom aanvullende bouwregels opgenomen welke moeten borgen dat archeologisch waardevolle objecten behouden en beschermd worden.
Hoofdstuk 5
36
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid Uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar. Kostenverhaal Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal is vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Hoofdstuk 6
37
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Behoefteonderzoek Bijlage 2: Verkeersgeneratie + Parkeren Bijlage 3: Bodemonderzoeken Bijlage 4:Natuuronderzoeken Bijlage 5: Aanmeldingsnotitie MER Bijlage 6: Wijzigingsoverzicht wettelijk vooroverleg
Hoofdstuk 6
38
Regels
Hoofdstuk 6
40
Foodhal Centrum Schalkwijk
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 8
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
9
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Centrum - 3 Verkeer Waarde - Archeologie 4
9 10 11
Hoofdstuk 3
Algemene regels
13
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
13 14 15 16
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
17
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
17 18
2
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
Plan
het bestemmingsplan Foodhal Centrum Schalkwijk met identificatienummer NL.IMRO.0392.BP9120016-va01 van de gemeente Haarlem. 1.2
Bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels. 1.3
Aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid op de verbeelding, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.6
Archeologisch deskundige
professioneel archeoloog die op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologische onderzoek uit te voeren en programma's van eisen op te stellen en te toetsen. 1.7
Archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarde binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.8
Archeologisch rapport
in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden. 1.9
Archeologische waarde
vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context.
4
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
1.10
Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11
Bestaand
a. met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als legaal aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan danwel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning; b. met betrekking tot gebruik: het gebruik als legaal aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan. 1.12
Bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.13
Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14
Bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.15
Bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16
Bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.17
Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18
Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijn toegelaten. 1.19
Bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
5
1.20
Bruto vloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, met inbegrip van de bouwconstructie, bergingen, trappenhuizen, interne verkeersruimten, magazijnen, dienstruimten et cetera, met uitzondering van balkons, galerijen, parkeer- en stallingsvoorzieningen. 1.21
Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van horeca. 1.22
Foodhal
Een gebouw met een overdekte verzameling van hoofdzakelijk verschillende eetkramen en/of keukenunits van horecacategorie 1 en 2, ondergeschikt een versmarkt en gezamenlijke zitruimten. 1.23
Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24
Horeca categorie 1
horecabedrijven die hoofdzakelijk overdag eenvoudige etenswaren verstrekken en als nevenactiviteit licht- en niet-alcoholische dranken verstrekken, zoals lunchrooms, ijssalons, koffie/theehuizen, broodjeszaken en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. 1.25
Horeca categorie 2
horecabedrijven die hoofdzakelijk maaltijden verstrekken en als nevenactiviteit alcoholische en niet-alcoholische dranken verstrekken waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants en eethuisjes, snackbars en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven. 1.26
Kunstwerk
civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf. 1.27
Open looproute
Doorgang door een ruimte, die voldoende bewegingsvrijheid biedt voor consumenten om elkaar te passeren. 1.28
Peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk gemiddelde waterpeil.
6
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
1.29
Prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.30
Seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam) prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een besloten huis, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.31
Standplaats
een plaats in de openbare ruimte waar met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel: a. bedrijfsmatig goederen of diensten te koop worden aangeboden of verstrekt; b. voorlichting wordt gegeven al dan niet met promotionele activiteiten. 1.32
Straatmeubilair
voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting, telecommunicatie, gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse kabels en leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.33
Supermarkt
een specifieke vorm van detailhandel in de vorm van een zelfbedieningszaak in goederen met (hoofdzakelijk) een grote verscheidenheid en verse levensmiddelen, eventueel aangevuld met huishoudelijke artikelen. 1.34
Versmarkt
een specifieke vorm van detailhandel al dan niet in de vorm van een zelfbedieningszaak waar in hoofdzaak versproducten zoals groente, fruit, brood, vlees en zuivel worden aangeboden en verkocht en in beperkte mate huishoudelijke artikelen tot een maximum van 20% van het bvo. 1.35
Voorzieningen van openbaar nut
voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting, telecommunicatie, gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse kabels en leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.36
Waterberging
een aangewezen gebied waarbinnen incidenteel of permanent het teveel aan water wordt vastgehouden op het ene moment totdat er water nodig is op een later moment.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
7
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Wijze van meten bij toepassing van de regels
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen. Siergevels zoals trapgevels, halsgevels, klokgevels en lijstgevels worden niet meegerekend bij het bepalen van de bouwhoogte. oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2
Overschrijden bouwgrenzen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 m; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 10% van de breedte van de aangrenzende straat en met een maximum van 1 m. Deze werken mogen niet lager gelegen zijn dan 4,2 m boven de rijweg met inbegrip van een strook van 0,6 m breedte ter weerszijden van de rijweg, dan wel 2,2 m boven een fiets- en/of voetpad; c. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 5 m boven peil. d. het overschrijden van de in het plan aangegeven bouwgrenzen voor het realiseren van balkons, luifels, erkers, buitentrappen, koelinstallaties of andere ondergeschikte delen van een gebouw tot een maximum van 2 m.
8
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Centrum - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Centrum - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. een Foodhal bestaande uit: a. een versmarkt tot een maximale bruto vloeroppervlak van 200 m²; b. eetkramen en/of keukenunits van horecacategorie 1 en 2 tot een maximale gezamenlijke bruto vloeroppervlak van 600 m²; 2. bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, waterberging, bergbezinkbassins, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport, (gebouwde) laad- en losvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, wegen en paden. 3.2
Bouwregels
Binnen de bestemming 'Centrum - 3' mogen bouwwerken worden opgericht onder de volgende voorwaarden: 3.2.1
Gebouwen
a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. een bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan; d. er is maximaal één gebouw toegestaan; e. alle gevels van het gebouw dienen (per gevel) voor minimaal 90% transparant te zijn. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Inrichtingsregels
a. de eetkramen en/of keukenunits als bedoeld in artikel 3.1 lid a sub 1 dienen vormgegeven en gepositioneerd te worden in minimaal 5 afzonderlijke en zelfstandig functionerende eetkramen en/of keukenunits, met dien verstande dat elk afzonderlijk eetkraam en/of keukenunit een minimum bruto vloeroppervlak van 10 m² heeft en een maximum bruto vloeroppervlak van 200 m²; b. de foodhal dient te voorzien in een open looproute. 3.3.2
Parkeren
Voor wat betreft parkeren en laden en lossen dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 9.1.
3.3.3
Strijdig gebruik
In aanvulling op artikel 7 wordt tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: a.
een supermarkt als bedoeld in artikel 1.33.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
9
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
straten en wegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; terrassen, standplaatsen, uitstallingen; ondergeschikte bouwdelen uit aanpalende bestemmingen zoals balkons, luifels, erkers, buitentrappen of andere ondergeschikte delen van een gebouw; bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water, waterlopen en waterpartijen, speelvoorzieningen, bruggen, kunstwerken, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins, reclame-uitingen, warmte-koudeopslag, warmte-koudetransport, e.d.
4.2
Bouwregels
Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen bouwwerken worden opgericht onder de volgende voorwaarden: 4.2.1
Gebouwen
a. de maximum oppervlakte van gebouwen bedraagt 10 m²; b. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de horizontale diepte van ondergeschikte bouwdelen zoals genoemd in 4.1 onder e mag niet meer bedragen dan 2 m; d. de verticale diepte van een (ondergronds) gebouw mag niet meer dan 7 m bedragen. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2 m bedragen. 4.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeerssituatie ter plaatse; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en rampenbestrijding.
4.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder a ten behoeve van speelvoorzieningen tot een maximale bouwhoogte van 5 m. 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Voorwaardelijke verplichting terrassen
Het gebruiken van de gronden en het bouwen van bouwwerken ten behoeve van terrassen, standplaatsen en uitstallingen is alleen toegestaan onder de voorwaarde dat de gronden zijn ingericht en ingericht blijven overeenkomstig het (terras)inrichtingsplan, welke vastgesteld is door het college van burgemeester en wethouders.
10
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarde van de gronden. 5.2
Bouwregels
In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' dient de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2.500 m² betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport te overleggen. b. aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' kunnen de volgende voorschriften worden verbonden; 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige; c. het bepaalde in b.1 is niet van toepassing op een bouwplan dat betrekking heeft op vervanging van een reeds bestaand bouwwerk waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut. 5.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. 5.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in dit lid, wordt verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van: a. nader archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of als er, mede naar het oordeel van de gemeentearcheoloog, geen archeologische waarden te verwachten zijn; b. andere informatie heeft aangetoond dat door bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; 2. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld;
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
11
3. 4. 5. 6. 7. 8.
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; diepploegen; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; 9. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; 10. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. dan wel de oppervlakte- dan wel de dieptemaat niet overschrijdt, behorende bij de archeologiecategorie genoemd in lid 2 die voor die gronden van toepassing zijn; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; 4. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning, zoals in lid 5.4 bedoeld, is verleend; 5. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. c. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt in ieder geval verleend, indien: 1.
de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek of een waardestellend rapport kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. de aanvrager een waardestellend rapport heeft overgelegd waarin de archeolgische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 3. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige. 5.6
Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin, dat de verbeelding wordt gewijzigd door de begrenzing van het bestemmingsvlak te veranderen of de dubbelbestemming te verwijderen, als archeologische bevindingen daar aanleiding toe geven.
12
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
13
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: a. prostitutie en seksinrichtingen; b. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, waaronder kampeermiddelen, van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen. Deze bepaling is niet van toepassing op opslag van materialen welke noodzakelijk is voor de realisering van de bestemming, welke voortvloeien uit het normale dagelijkse onderhoud.
14
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de voorgeschreven maten ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten, oppervlakten en bebouwingspercentages met ten hoogste 10%; 2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; 3. het overschrijden van de in het plan aangegeven bouwgrenzen voor het realiseren van balkons, luifels, erkers, buitentrappen of andere ondergeschikte delen van een gebouw tot een maximum van 1,5 m; 4. het overschrijden van de in het plan aangegeven hoogten ten behoeve van centrale technische voorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het hoofdgebouw. b. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning als genoemd onder a.1. tot en met 4. voorwaarden stellen met betrekking tot de situering en toetsen of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeerssituatie ter plaatse; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
15
Artikel 9
Overige regels
9.1
Parkeren
9.1.1
Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein of in de directe omgeving voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Beleidsregels parkeernormen 2015'. 9.1.2
Beleidsregels
Het bevoegd gezag past de in dit lid genoemde regels toe met inachtneming van de 'Beleidsregels parkeernormen 2015' met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 9.1.3
Specifieke gebruik sregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in sublid 9.1.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in sublid 9.1.2. 9.1.4
Afwijken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit lid overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in sublid 9.1.2.
16
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
17
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Foodhal Centrum Schalkwijk'.
18
Bestemmingsplan "Foodhal Centrum Schalkwijk" (vastgesteld)
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl