CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210208538 2. Bijlage 1 . Bestemmingsplan Foodhal centrum Schalkwijk

commissie Ontwikkeling 12 mei 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.55 uur Vaststellen bestemmingsplan Foodhal centrum Schalkwijk (FR)15.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Foodhal Centrum Schalkwijk Gemeente Haarlem

Bestemmingsplan Foodhal Centrum Schalkwijk Gemeente Haarlem

Rapportnummer:

203X01463_9

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0392.BP9120016-va01

Datum:

21 april 2021

Opdrachtgever:

Marketplace Development B.V.

Projectteam BRO:

JvdA, PZ, WB, DG

Concept:

juni 2018

Voorontwerp:

februari 2019

Ontwerp:

juni 2020, april 2021

Vastgesteld: Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van realisatie van een foodhal in Centrum Schalkwijk

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Hoofdstuk 6

39

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 6

2.PLANBESCHRIJVING

6

3.BELEIDSKADER 3.1Rijksbeleid

10 10

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

10 11 11 13

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 3.2.2 Omgevingsverordening 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 14 15 16

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Bodem 4.8 Water 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Duurzaamheid en energie 4.11Groenparagraaf 4.12 M.e.r.-plicht

21 21 22 22 23 24 25 26 27 28 29 31 32

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek

34 34 34

Inhoudsopgave

1

5.3 Bestemmingen

35

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Behoefteonderzoek Bijlage 2: Verkeersgeneratie + Parkeren Bijlage 3: Bodemonderzoeken Bijlage 4:Natuuronderzoeken Bijlage 5: Aanmeldingsnotitie MER Bijlage 6: Wijzigingsoverzicht wettelijk vooroverleg

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Marketplace Development B.V. is voornemens om een overdekte foodhal te realiseren bij het centrum Schalkwijk (Californiëplein) te Haarlem. De overdekte foodhal krijgt een omvang van maximaal 800 m² bvo (circa 615 m² verhuurbaar) en een maximale bouwhoogte van 11 meter. De realisatie van de foodhal draagt bij aan de vernieuwing en transformatie van het (bestaande) centrum en heeft de volgende uitgangspunten:  De foodhal wordt ingericht als een hal met een open structuur met horecastandplaatsen/keukenunits en een versmarkt gericht op de verkoop van dagverse producten, waarmee ruimte wordt geboden aan een mix van culturen en gezelligheid;  De loopstructuur krijgt de vorm van een markt en de hal zelf krijgt een open en transparante constructie, zoals vastgelegd in de Architectonische en Stedenbouwkundige Aanwijzingen voor Schalkstad1;  Het omliggende terrein zal worden ingericht als openbaar gebied met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie met ruimte voor onder meer terrassen;  De foodhal omvat maximaal 200 m² versmarkt in dagelijkse artikelen (food en non-food).. Ten aanzien van het assortiment, de locatie (gelegen binnen de foodhal) en de omvang (max.

200 m 2 bvo) is de versmarkt aanvullend op het overige winkel- en supermarktaanbod in het centrum Schalkwijk;  Naast de versmarkt is in de foodhal ruimte voor (dag)horeca categorie 1 en horeca categorie 2. . De ontwikkeling van de foodhal is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan ‘Schalkstad’, zodat het noodzakelijk is een planologische procedure te doorlopen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de gewenste ontwikkeling mogelijk gemaakt.

1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan het Californiëplein in de bebouwde kom van Haarlem-Schalkwijk. De foodhal geldt als toevoeging op het bestaande centrum Schalkwijk dat volledig wordt vernieuwd. De foodhal komt te liggen in het zuidoostelijke deel van het centrum. Ook het omliggende plein maakt onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Haarlem sectie X, perceelnummer 1233 en 2935.

1

Gemeente Haarlem: Markthal, Architectonisch Stedenbouwkundige Aanwijzingen Haarlem Schalkstad d.d. juni 2017

Hoofdstuk 1

3

Figuur 1.1: plangebied uitgezoomd (Bing Maps).

Figuur 1.2: plangebied ingezoomd (Bing Maps).

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan Schalkstad Het vigerende bestemmingsplan is “Schalkstad” (vastgesteld op 26 september 2013). Dit bestemmingsplan vormt reeds een aanzet voor vernieuwing van het bestaande centrum. In de visie op het gebied wordt aangegeven dat het overwegende monofunctionele centrum Schalkwijk in de toekomst

Hoofdstuk 1

4

getransformeerd zal worden tot een dynamisch, multifunctioneel knooppunt. Met name door de aanwezigheid van een halte van R-Net leent het centrum Schalkwijk zich goed voor verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied. Het is de bedoeling dat het centrum uitgroeit tot een multifunctioneel stadshart. Zo zal de economische functie gecombineerd worden met wonen. Het centrum Schalkwijk zal op termijn een compleet winkelaanbod gaan bieden voor de dagelijkse boodschappen, laagfrequente aankopen en recreatief winkelen. De aanwezige horeca en de meer recreatieve functies zullen hierop moeten aansluiten. Hiermee ontstaat een comfortabele omgeving met een eigen sfeer. Het centrum moet zich ontwikkelen tot een ontmoetingsplaats, niet alleen ingegeven door het assortiment aan winkels, maar ook de ruimtelijke inrichting en de activiteiten die er plaats vinden. Het centrum Schalkwijk zal beter aansluiten op zijn omgeving. Het nu sterk naar binnen gekeerde centrum zal een representatieve façade aan de buitenkant krijgen. Nieuwe bebouwing, waaronder de foodhal, zal met name gestalte krijgen op de terreinen die tot voor kort als parkeerplaatsen in gebruik waren. Dit heeft tot gevolg dat het parkeren in de toekomst in gebouwde vorm opgelost zal worden. Naast het toevoegen van nieuwe bouwblokken is uitgangspunt een groot deel van de bebouwing van de huidige winkels te handhaven.

Doorwerking plangebied Het plangebied is op dit moment een parkeerplaats en heeft de enkelbestemming “Verkeer” en dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 4”. Om de foodhal te kunnen realiseren is aanpassing van het bestemmingsplan nodig.

Figuur 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan “Schalkstad”. In rood: de beoogde locatie van de foodhal, in blauw de begrenzing van het gehele plangebied

Parapluplan Parkeernormen Naast het bestemmingsplan “Schalkstad” is het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018” van toepassing (vastgesteld 17 mei 2018). Dit bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en voorziet voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen in een regeling voor

Hoofdstuk 1

5

parkeren, stallen, laden en lossen. Voor het overige blijven de desbetreffende bestemmingsplannen van kracht. Het bestemmingsplan Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 heeft twee doelen. Het eerste doel is zorgen voor een toetsingskader om te kunnen bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid bij nieuwe bouwontwikkelingen en/of gewijzigd gebruik. Het tweede doel is komen tot een uniforme regeling voor parkeren, stallen, laden en lossen in Haarlemse bestemmingsplannen. Daarom heeft dit bestemmingsplan zowel betrekking op ruimtelijke plannen die al wel een dergelijke regeling bevatten als op bestemmingsplannen met een van dit bestemmingsplan afwijkende regeling. Het bestemmingsplan verwijst voor de te hanteren normen voor parkeren, stallen, laden en lossen naar de beleidsregels voor het parkeren van de gemeente Haarlem: de 'Beleidsregels parkeernormen 2015' (vastgesteld op 3 februari 2015). Uitgangspunt is dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Beleidsregels parkeernormen 2015' Doorwerking plangebied In de regels bij dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen welke in lijn is met het Parapluplan Parkeernormen.

In paragraaf 4.1 is het bouwplan getoetst aan de Beleidsregels parkeernomen 2015.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2, waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische (milieu)aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING Centrum Schalkwijk Het plan voor de foodhal maakt deel uit van een groter plan, dat als doel heeft om het centrum te vernieuwen. Schalkwijk is een grote wijk in Haarlem en biedt plaats aan ongeveer 35.000 inwoners. Het centrum fungeert als belangrijkste plek voor (inwoners van) de wijk om boodschappen te doen en elkaar te ontmoeten. De transformatie naar een stadsdeelhart vindt gefaseerd plaats. Er is bewust gekozen voor een ontwikkeling in fases mede vanwege de complexe eigendomssituatie van het bestaande winkelcentrum met ca. 70 eigenaren en mede vanwege de wens om de bedrijfsmatige activiteiten in het winkelcentrum zoveel als mogelijk door te laten lopen. Onderdeel van de vernieuwing van het centrum is de realisatie van een marktplein (aan het Californiëplein), waar de overdekte foodhal een prominente plek krijgt. Fase 1 In 2016 is het bestemmingsplan Schalkstad fase 1 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit bestemmingsplan maakt de eerste ontwikkelingen mogelijk van het nieuwe stadsdeelcentrum Schalkstad. In fase 1 - wat op dit moment in aanbouw is - vinden o.a.

de volgende ontwikkelingen plaats: uitbreiding winkelruimte  bioscoop  nieuw bouwblok op Californiëplein met ruimte voor nieuwe supermarkt (Albert Heijn XL), discountsupermarkt (Aldi), horeca en (zorg)woningen op de verdiepingen  parkeergarage De foodhal Op het zuidelijk deel van het centrum van Schalkwijk is een parkeerterrein gelegen (Californiëplein). Het plan is om hier de overdekte foodhal te realiseren van maximaal 800 m 2 bvo (circa 615 m² verhuurbaar) en een bouwhoogte van max. 11 meter. De foodhal bestaat uit het volgende programma:  Maximaal 200 m² in de vorm van een versmarkt in dagelijkse artikelen (food en non-food). Ten aanzien van het assortiment, de locatie (gelegen binnen de foodhal) en de omvang (max. 200 m2 bvo) is de versmarkt aanvullend op het overige winkel- en supermarktaanbod in het stadsdeelcentrum Schalkwijk;  Naast de versmarkt is in de foodhal ruimte voor max. 600 m 2 bvo (dag)horeca categorie 1 en horeca categorie 2. Dit betreft afzonderlijk vormgegeven en gepositioneerde eetkramen/keukenunits met een maximale oppervlakte van 200 m². De foodhal wordt ingericht als een bazaar met een open structuur met horecakramen en versmarkt, waarmee ruimte wordt geboden aan een mix van culturen en gezelligheid (zie figuur 2.1 voor een sfeerimpressie). De loopstructuur krijgt de vorm van een markt en de hal zelf krijgt een open en transparante constructie.

Het omliggende terrein zal worden ingericht als openbaar gebied met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie met ruimte voor onder meer terrassen. De vernieuwing van het centrum wordt zoveel mogelijk geschikt naar de aanwezige gridstructuur, waarbinnen ook de foodhal een plek krijgt.

Hoofdstuk 2

7

Bereikbaarheid en parkeren Het centrum is en blijft goed bereikbaar voor auto’s. De Europaweg, Amerikaweg en Schipholweg verbinden Schalkwijk met andere delen van Haarlem, met de rijksweg A9 en met ander gemeenten in de regio. Parkeren wordt aan de randen van Schalkstad opgevangen, door middel van verspreid liggende parkeergarages. Voor de foodhal zelf worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden circa 1.400 parkeerplaatsen gerealiseerd om de totale parkeerbehoefte van het vernieuwde centrum, incl. ontwikkeling van de foodhal, op te vangen. Voor de parkeerbalans ten behoeve van de foodhal wordt verwezen naar par. 4.1 van deze toelichting. Stedenbouwkundige aanvaardbaarheid Bij het bepalen van de positionering van de foodhal is een aantal criteria gehanteerd: 1. Concept: het gebouw dient een solitair object op het plein te zijn om de hal zo autonoom, en in zekere zin, ook zo belangrijk mogelijk te maken. 2. Functies/ Programma: Uitgangspunt is om binnen de nieuwe pleininrichting goede zones te definiëren waar o.a. terrassen, spelen, logistiek en groen gepositioneerd kunnen worden. 3. Zon: De positie dient in verband met de gewenste terrassen zo veel mogelijk zonne-uren te pakken in de omliggende zone. 4.

Zichtlijnen: enerzijds verbinden de zichtlijnen Schalkwijk Centrum aan de rest van de wijk en anderzijds verwelkomen de zichtlijnen mensen in de foodhal en trekken de aandacht. Bij de positionering van de foodhal is daarnaast rekening gehouden met de bestaande functies van het plein, zoals het gebruik ten behoeve van de markt, de manouvreerruimte van bevoorradingsverkeer en de brandweer (in geval van calamiteiten), de ligging van ondergrondse leidingen en WKO put en beplanting / bomenrijen. Voor wat betreft de vormgeving van de foodhal zelf, leiden de vormgeving van het dak en de transparante wanden tot een pand dat aan alle zijden een representatieve en uitnodigende uitstraling heeft. Ook wordt hierdoor aan alle zijden een verbinding gelegd met de omgeving. Doordat de installaties in het dak verwerkt zijn, ontstaat een organisch geheel.

Figuur 2.1: ontwerp foodhal Centrum Schalkwijk (NOAHH BV)

Hoofdstuk 2

8

Figuur 2.2: ontwerp foodhal Centrum Schalkwijk (NOAHH BV)

Figuur 2.3: plattegrond foodhal Centrum Schalkwijk (NOAHH BV)

Hoofdstuk 2

9

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften;

Hoofdstuk 3

10

6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuurvoor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij.

Doorwerking plangebied Met dit initiatief worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De NOVI heeft dan ook geen invloed op dit plan en vormt geen belemmering voor het plan. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijk ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsingskader Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of

Hoofdstuk 3

11

zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Sinds 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Onderzoek De ontwikkeling van de overdekte foodhal met een maximum van 800 m² bvo op een thans onbebouwd perceel, kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in het Bro. Er is daarom door BRO een behoefte-onderzoek gedaan naar de foodhal in centrum Schalkwijk 3.

Daarin is een analyse gemaakt van de aanwezige marktruimte en planologische ruimte en zijn de effecten op het bestaande supermarkt- en horeca-aanbod beoordeeld. Hieronder worden in het kort de conclusies beschreven. Het gehele onderzoek is te lezen in bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan:  Het initiatief speelt vanuit trends en ontwikkelingen in op de behoefte van de consument. Door de groeiende markt van ‘food’ zijn ook foodhalconcepten sterk in opkomst. De mix van zowel horeca (directe consumptie) als dagvers (veelal meenemen) zorgt voor een unieke beleving onder één dak. Goede horeca op de juiste zichtlocatie zet gebieden op de kaart en creëert deels zijn eigen markt.  Horeca zorgt voor reuring en verlevendigd gebieden. Zeker in monofunctionele winkelgebieden zoals Schalkwijk zorgt horeca in combinatie met dagvers voor een impuls en attractiewaarde.  Daarmee sluit de ontwikkeling aan op de beleidskaders. In zowel het regionale als het gemeentelijke detailhandelsbeleid is een transformatie van Schalkwijk naar een multifunctioneel hart voor de wijk voorzien, met ruimte voor ontmoeten en beleven. De foodhal voorziet hierin.  Stadsdeelcentra zijn doorgaans qua ruimtelijke opzet naar binnen gekeerd. Schalkwijk is hierin geen uitzondering. Een belangrijke opgave is om de zichtbaarheid en de belevingswaarde aan de buitenzijde te verbeteren.

De foodhal voorziet hierin en is vanwege de zichtlocatie aan de buitenzijde van het centrum beoogd. Een inpassing in het centrum zou zowel ten koste gaan van het concept zelf, als de meerwaarde voor het centrum.  De foodhal is als hoogwaardig totaalconcept met een mix van horeca en dagvers via eetkramen/keukenunits, een complementaire aanvulling op de horeca en de boodschappenwinkels. Met name voor de horeca, geldt dat de bestaande horeca overwegend bestaat uit fastfood, die gemiddeld matig wordt beoordeeld door bezoekers.  Uit de marktverkenning blijkt dat er verhoudingsgewijs weinig aanbod is aan horeca en boodschappenwinkels in het centrum Schalkwijk. Dit is een indicatie voor een aanvullend voorzieningenaanbod. Te meer gezien de forse groei van het inwonertal (groei consumentendraagvlak).

2 3

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). BRO, Haarlem, behoefte-onderzoek foodhal Centrum Schakwijk, april 2021

Hoofdstuk 3

12

Uit de modelmatige verrekeningen van vraag en aanbod blijkt dat er zowel nu als in de toekomst marktruimte (ofwel kwantitatieve behoefte) bestaat voor een versterking van het aanbod. Ook rekening houdende met de planontwikkelingen van de plaatselijke vestigingen van Aldi en AH. Er zijn verder geen alternatieve planontwikkelingen die voorzien in de behoefte aan horeca en dagelijkse artikelen winkels/dagvers. Wel noemenswaardig is de recente opening van de Kinepolisbioscoop, die meer bezoekers en bestedingen aan Schalkwijk bindt. De foodhal zal hiervan profiteren. Er is een structurele leegstand in het centrum Schalkwijk en daarmee in de plancapaciteit. Een deel van deze leegstand wordt echter getransformeerd. Het is niet reëel dat deze plancapaciteit in zijn geheel voor horeca of dagelijkse detailhandel wordt benut. Mocht een deel hiervan toch worden benut voor horeca of dagelijkse detailhandel, leidt dit niet tot onaanvaardbare effecten of leegstand elders. Er zijn ruime marktmogelijkheden aangetoond.

Aanvaardbare ruimtelijk-functionele effecten De conclusie is dat de effecten van het plan ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Hierbij is het volgende van belang:  Gezien de ruime marktmogelijkheden en de beperkte omvang van het initiatief wordt niet verwacht dat er andere winkels of horecazaken verdwijnen als gevolg van het initiatief. Van leegstand of zelfs onaanvaardbare leegstand is geen sprake.  Wel is de bestaande structurele leegstand in het winkelgebied een zorgelijk aandachtspunt. Deze panden zijn klaarblijkelijk niet langer marktcourant. Zodoende zijn en worden er diverse maatregelen genomen om de leegstand aan te pakken. De bestaande leegstand staat zodoende los van de foodhal-ontwikkeling. Het mag namelijk niet zo zijn dat bestaande leegstand de markt op slot zet voor nieuwe ontwikkelingen en innovatie tegenhoudt. In dit licht is ook het inpassen van de foodhal in deze leegstand geen reële optie.  De foodhal maakt onderdeel uit van de voorziene transformatie van het centrum en vergroot de aantrekkelijkheid en zal nieuwe bezoekers aan het centrum binden. Daarmee draagt de foodhal bij aan het algehele toekomstperspectief van Schalkwijk en de voorziene verkleuring naar een multifunctioneel hart voor de wijk.

Conclusie Uit het behoefte-onderzoek (bijlage 1) komt naar voren dat er in algemene zin een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en ruimte is aan versterking van het horeca- en supermarktaanbod in het centrum Schalkwijk en dat er geen functioneringseffecten optreden binnen het bestaande aanbod. De kwantitatieve ruimte betreft harde regionale planvoorraad en lokale marktruimte. De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied. Gelet op het voorgaande is het plan in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is een hoofdambitie geformuleerd: Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst

Hoofdstuk 3

13

vast te kunnen houden, richten we ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de Omgevingsvisie NH2050 zijn acht thema’s van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd, die onderverdeeld zijn onder drie ambities voor (1) de leefomgeving, (2) het gebruik van de leefomgeving en (3) de energietransitie. Doorwerking plangebied Er is aangetoond dat de foodhal voorziet in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van het versterken van het winkelaanbod in dagelijkse artikelen in stadsdeelcentra (zie pararaaf 3.1.3). Daarmee ligt het plan in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 is van kracht sinds 17 november 2020. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hiermee zoeken zij naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. Met deze omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet, omdat ze door 21 verordeningen samen te voegen alvast werken in de geest van de Omgevingswet. Er is bewust niet gewacht op invoering van de Omgevingswet, omdat de provincie NH op deze manier kunnen nagaan of de regels lokaal en regionaal maatwerk mogelijk maken en of er genoeg bestuurlijke afwegingsruimte is. In de omgevingsregeling staat uitgelegd welke overheid gaat over welke regels (welke partij welke bevoegdheid heeft). Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Doorwerking plangebied De beoogde foodhal betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Met de regio zijn beleidsafspraken gemaakt, waarmee het initiatief in overeenstemming is. Deze zijn vastgelegd in de regionale detailhandelsvisie 2018-2023 en het marktruimteonderzoek detailhandel (zie paragraaf 3.3.1).

Hoofdstuk 3

14

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Detailhandelsvisie 2018-2023 Zuid-Kennemerland De detailhandelsvisie 2018-2023 voor Zuid-Kennemerland is de opvolger van de detailhandelsvisie van 2013. Deze visie geldt als toetsingscriterium voor nieuwe winkelplannen, maar is ook in het leven geroepen om kansen te zien en te benutten met als doel de detailhandel in de regio Zuid-Kennemerland zo succesvol mogelijk te laten functioneren. De vernieuwing van het centrum Schalkwijk wordt genoemd in de Detailhandelsvisie Zuid-Kennemerland. Centrum Schalkwijk (Haarlem) Met ca. 70 winkels en ruim 16.000 m² winkelvloeroppervlak is Schalkwijk het op twee na grootste centrum in Zuid-Kennemerland. Het is een belangrijk boodschappencentrum voor inwoners van stadsdeel Schalkwijk (ca. 5.000 m² winkelvloeroppervlak aan dagelijkse winkels), maar ook de recreatieve winkelfunctie is van oudsher aanwezig; met bijna 9.000 m² winkelvloeroppervlak (54%) kent centrum Schalkwijk de op één na grootste concentratie aan winkels in mode en luxe. Een kwart (26%) van de niet-dagelijkse winkelomzet is afkomstig van buiten de gemeente Haarlem. Het centrum kampt echter al jaren met een bovenmatige leegstand. Het faillissement van V&D eind 2015 heeft de positie van het centrum verder verzwakt. Recent is gestart met de vernieuwing van Schalkwijk tot een modern en aantrekkelijk stadsdeelcentrum.

Het winkelaanbod wordt versterkt, en functies als wonen, werken en uitgaan worden toegevoegd. Hiermee ontstaat een levendig en multifunctioneel stadshart dat, samen met de centra van Heemstede en Zandvoort, een bovenlokale functie vervult. Planvoorraad Voor het marktruimteonderzoek detailhandel Noord-Holland heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de planvoorraad4. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen harde en zachte plannen:  Harde plannen betreffen initiatieven die reeds in een bestemmingsplan zijn verankerd, of in een vergevorderd stadium in de benodigde planologische procedures verkeren. De kans is zeer groot dat zij gerealiseerd worden.  Zachte plannen zijn initiatieven die de planologische procedures nog moeten doorlopen. De doorgang van deze projecten is dan ook onzeker. Harde plannen De gemeenten in Zuid-Kennemerland beschikken samen over een harde planvoorraad van ca. 37.000 m² winkelvloeroppervlak, waaronder de herontwikkeling en uitbreiding van centrum Schalkwijk. Doorwerking plangebied De foodhal draagt bij aan de vernieuwing van het Centrum Schalkwijk. Met het beoogde concept wordt het winkelaanbod versterkt. Daarmee ligt het plan in lijn met de detailhandelsvisie Zuid-Kennemerland 2018-2023.

4

Metropoolregio Amsterdam en provincie Noord-Holland, marktruimteonderzoek detailhandel provincie Noord-Holland, 19 maart 2018

Hoofdstuk 3

15

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Schalkstad In de structuurvisie van Schalkstad 2025 schetst de gemeente haar visie op de ontwikkeling van het hart van Schalkwijk, centrum Schalkwijk. De visie vormt het beleidskader waarbinnen de komende jaren de transformatie van het huidige centrum tot een hoogwaardig stedelijk gebied voor winkelen, wonen, werken, zorg en cultuur plaats kan vinden. Een plek waar 24 uur per dag, zeven dag per week wat te beleven valt. Het plan is om maximaal 16.000 m2 aan winkelaanbod te realiseren, maximaal 10.000 m 2 aan leisure, maximaal 11.000 m2 aan maatschappelijke voorzieningen en 550 woningen. Het realiseren van een overdekte foodhal is hier onderdeel van. De ontwikkeling van de foodhal op de beoogde locatie is reeds opgenomen in de Structuurvisie Schalkstad 2025 (maart 2013), omdat een foodhal bijdraagt aan een aantrekkelijk centrum, een compleet winkelaanbod en de ontmoetingsfunctie van het gebied. Het plan is om de foodhal in te richten als bazaar waar ruimte wordt geboden aan een mix van culturen en gezelligheid, waar iedereen kan samenkomen. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de foodhal. Daarmee ligt het plan in lijn met de structuurvisie Schalkstad, waarin de foodhal is opgenomen.

3.4.2 Detailhandelsvisie Haarlem Winkelstad Deze detailhandelsvisie biedt voor de periode 2016 - 2020 het beleidskader voor toekomstige ontwikkelingen in de detailhandelssector in de gemeente Haarlem. De visie verschaft bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren en ontwikkelaars duidelijkheid over de gewenste ruimtelijke structuur van de detailhandel in de gemeenten en over de ontwikkelingsrichting daarvan. Het geldt als toetsingskader voor nieuwe initiatieven waar gemeentelijke medewerking vereist is. Het prikkelt ondernemers tot het benutten van de kansen die Haarlem hen op dit terrein brengt. De gemeente heeft in de detailhandelsvisie 2016 - 2020 zes speerpunten geformuleerd: 1. Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden. 2. Stimuleren van detailhandel en nieuwe concepten die bijdragen aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige (binnen)stad. 3. Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur: ruimte geven aan kwaliteit en innovatie inspelend op de toekomstige trends zoals de groeiende grensvervaging tussen detailhandel en andere branches (o.a. horeca 'blurring'). 4. Behoud van de fijnmazige winkelstructuur: dagelijkse boodschappen op een aanvaardbare afstand ook in het kader van langer zelfstandig wonen. 5. Voorkómen van bovenmatige leegstand door het opstellen van een actieplan leegstand samen met de stakeholders in de stad. 6.

Internet-afhaalpunten faciliteren in bestaande winkelcentra.

Hoofdstuk 3

16

Gezien de beleidsdoelen voor Haarlem, de beperkte marktruimte en inspelend op de trend dat er minder fysieke winkels nodig zijn door het veranderde koopgedrag van de consument, en er wel behoefte is aan meer concentratie op sterke winkellocaties wordt de hoofdwinkelstructuur voor Haarlem in 2020 als volgt vastgesteld:

Tabel: Hoofdwinkelstructuur Haarlem 2020 in tabel

Figuur 3.2: Hoofdwinkelstructuur Haarlem 2020 op kaart

Hoofdstuk 3

17

Met deze hoofdstructuur komt Haarlem tegemoet aan het uitgangspunt tot het waarborgen van:  Zoveel mogelijk ruimtelijke concentratie van winkelvoorzieningen, met het oog op kritische massa en mix en een optimaal gebruik van bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.  Een goede ruimtelijke spreiding van met name dagelijkse winkelvoorzieningenclusters, zodat de verzorgingsfunctie voor consumenten in de stadsdelen gewaarborgd blijft.  Prioriteit bij het behoud, en zo mogelijk, versterking van de hoofdwinkelstructuur, door het faciliteren via bestemmingsplannen en regelgeving van nieuwe winkelconcepten, zodat de positie van Haarlem als de beste winkelstad van Nederland verder uitgebouwd kan worden. Doorwerking plangebied De locatie is gelegen in de hoofdwinkelstructuur, in stadsdeelcentrum Schalkwijk. De ontwikkeling omvat een inpandige versmarkt in dagelijkse artikelen (food en non-food).. Ten aanzien van het assortiment , de locatie (gelegen binnen de foodhal) en de omvang (max. 200 m 2 bvo) is de versmarkt aanvullend op het overige winkel- en supermarktaanbod in het centrum Schalkwijk. Naast de versmarkt is in de foodhal ruimte voor (dag)horeca, waarmee ingespeeld wordt op de toekomstige trend van groeiende grensvervaging tussen detailhandel en andere branches ('blurring').

Met de introductie van dit nieuwe concept in het hart van het stadsdeelcentrum wordt een nieuwe kwaliteitsimpuls gegeven aan dit stadsdeelcentrum. Hiermee speelt het plan expliciet in op de speerpunten genoemd onder 1 t/m 4. Hiermee sluit het project aan op de ambities voor de hoofdwinkelstructuur zoals genoemd in de Detailhandelsvisie Haarlem Winkelstad. 3.4.3 Structuurvisie Openbare Ruimte Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering en het beheer en onderhoud van het publieke domein in de stad. De Structuurvisie Openbare Ruimte noemt als ambitie het behouden en ontwikkelen van een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Doorwerking plangebied Onderdeel van de onderhavige ontwikkeling is dat de kwaliteit van de openbare ruimte vergroot wordt door binnen de nieuwe pleininrichting goede zones te definiëren waar o.a. terrassen, spelen, logistiek en groen gepositioneerd kunnen worden. Hiermee wordt een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu gerealiseerd. Gesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de ambitie van de Structuurvisie Openbare Ruimte.

3.4.4 Nota milieuzonering (2008) Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate te reguleren, wordt ten aanzien van bedrijven in het bestemmingsplan gebruikgemaakt van een milieuzonering. De zonering van bedrijven gebeurt door het omschrijven van toelaatbare categorieën in de planregels. Daarbij wordt verwezen naar categorieën uit een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een mate van milieubelasting. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is opgesteld met behulp van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2007).

Hoofdstuk 3

18

In het plangebied zijn verschillende functies (zoals woningen, detailhandel en horeca) aanwezig. In gebieden waar bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies reeds naast elkaar voorkomen of gewenst zijn, wordt gebruikgemaakt van de SvB 'functiemenging'. Door middel van een passende bestemmings- en gebruiksregeling kan het bestemmingsplan een bijdrage leveren aan een afname van overlast binnen het plangebied, door niet-passende bedrijvigheid of activiteiten zoveel mogelijk te weren, te reduceren, of door hinder beperkende maatregelen te treffen. Ingeval van wegbestemming zal een financiële regeling moeten worden getroffen en/of zal er een verplaatsing moeten worden geregeld. Met de Nota milieuzonering (2008) sluit de gemeente Haarlem aan bij het landelijke beleid met betrekking tot bedrijven en milieuzonering. Hierbij wordt aangesloten bij de eerdergenoemde VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2007). Het grondgebied van Haarlem is ingedeeld in gebieden of zones waar functiemenging wenselijk is. Deze opdeling is bepaald door de specifieke kenmerken van die gebieden. Hierbij worden geen afstanden meer genoemd maar zijn de bedrijven in de categorieën A, B en C ingedeeld. Per relevante milieucategorie wordt beschreven welke maatregelen het bedrijf getroffen heeft om de overlast voor woningen van derden te beperken.

 Categorie A: activiteiten kunnen aanpandig aan woningen worden uitgevoerd;  Categorie B: activiteiten mogen in principe alleen bouwkundig gescheiden van woningen en kwetsbare bestemmingen worden uitgevoerd;  Categorie C: activiteiten zoals genoemd onder B, maar met een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur. Doorwerking plangebied Het plangebied is getypeerd als een stedelijk centrum, wat betekent dat het een omgevingstype ‘gemengd gebied’ is met functiemenging. De maximaal toegestane milieucategorie bij een dergelijk gebied is C. Er kan dan ook gesteld worden dat voor bestaande woningen een goed woon- en leefklimaat zal worden gewaarborgd. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.4 (Bedrijven en milieuzonering). 3.4.5

Ecologisch beleidsplan 2013-2030

Het ecologisch beleidsplan uit 2013 heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer- en onderhoudsprogramma's. Duurzaamheid, biodiversiteit en participatie zijn onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de invulling en uitvoering hiervan. Het ecologische beleid bevat een afwegingskader bij projecten en andere ingrepen dat weergeeft waar men op moet letten bij projecten. Hierdoor is minder kans op vertraging. Ook wordt ingezet op het verbeteren van beheer en inrichting van de locaties met ecologische potentie. Dit kan alleen als beheer en inrichting zoveel mogelijk gebaseerd zijn op ecologische principes. Doorwerking plangebied Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Geen van deze gebieden bevinden zich in het plangebied. Daarnaast omvat het beleidsplan ook het ecologisch actieplan van de gemeente Haarlem met daarin de ambities voor de periode van 2013-2022 voor onder andere het afkoppelen van regenwater en het

Hoofdstuk 3

19

toepassen van gevelgroen. Bij nieuwe relevante ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken. Zie hiervoor verder paragraaf 4.6 (Ecologie). 3.4.6

Nota ruimtelijke kwaliteit (2012)

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de Visie op Ruimtelijke Kwaliteit. Deel twee is het Beoordelingskader voor Ruimtelijke Kwaliteit. De in deel 2 opgenomen criteria hebben betrekking op alle vergunningplichtige plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in het gebied dat in de nota behoort tot de 'stad in transformatie'. De gebieden die vallen onder de stad in transformatie betreft het gedeelte van Haarlem waar voor de toekomst nog wat te kiezen valt. Dit deel van de stad is klaar voor een nieuw stedelijk milieu, waarbij de lange lijnen in deze stadsdelen een specifieke ontwerpopgave vormen. Deze lijnen worden met onderhavige ontwikkeling in stand gehouden. Met deze ontwikkeling wordt het nieuwe stedelijke milieu verder vormgegeven, middels een kwaliteitsimpuls aan de bestaande structuur.

Figuur 3.3: De stad in Transformatie op kaart

Hoofdstuk 3

20

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Parkeren Ten aanzien van parkeren moet in het plan in voldoende mate ruimte zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Beleidsregels parkeernormen 2015'. Voor het plan moet minimaal voldaan worden aan de parkeernormen die gelden voor stadsdeelcentra binnen de gebiedszonering schil/overloopgebied. Dit betekent dat het plan moet voorzien in 2,9 parkeerplaatsen per 100 m2 5. Aangezien de foodhal maximaal 800 m2 bvo groot wordt dienen er op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid (afgerond naar boven) minimaal 24 parkeerplaatsen beschikbaar te zijn voor deze functie. De CROW gaat uit van een ruimere norm (zie hierna). Parkeren wordt aan de randen van Centrum Schalkwijk opgevangen, door middel van verspreid liggende parkeergarages. Voor de foodhal zelf worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd. In de parkeerbalans voor bestemmingsplan Schalkstad 1e fase ontwikkeling is parkeren reeds meegenomen en berekend voor de foodhal. Dit zijn publieke parkeerplaatsen die zich in het gebied bevinden waarvoor een betaald parkeerregime geldt. Er worden circa 1.400 parkeerplaatsen gerealiseerd om de totale parkeerbehoefte van het vernieuwde centrum, incl. ontwikkeling van de foodhal, op te vangen.

Minimaal 38 parkeerplaatsen zouden daarvoor, op basis van berekening van het CROW 6 (zie bijlage 2), voor rekening moeten zijn van de foodhal. Op het aan het plangebied direct aangrenzende Floridaplein en Californiëplein is een openbare parkeergarage voorzien met ca. 600 plaatsen. Deze voorziet op loopafstand voor voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van de foodhal en vloeit voort uit de bovengenoemde parkeerbalans die is opgesteld voor het bestemmingsplan Schalkstad 1e fase ontwikkeling. Deze parkeergarage wordt medio 2021 opgeleverd en voorziet daarmee voldoende in de behoefte. Bereikbaarheid Op basis van kerngegevens van het CROW is berekend wat de extra verkeersaantrekkende werking van de nieuwe foodhal is. De berekening is opgenomen in bijlage 2 bij dit bestemmingsplan. Een foodhal van 800 m² (winkel- en boodschappenvoorziening in een stadsdeelcentrum in Haarlem) genereert op de drukste maatgevende momenten tot 727 verkeersbewegingen. Dit aantal leidt niet tot verkeersonveilige situaties en onevenredige verkeersdrukte. De omliggende wegen (Aziëweg, Briandlaan, Amerikaweg, Europaweg) beschikken over voldoende capaciteit om alle verkeersbewegingen die verband houden met de totale vernieuwing van centrum Schalkwijk te kunnen opvangen.

5 6

Bron: Beleidsregels parkeernormen Gemeente Haarlem 2015 CROW is een stichting zonder winstoogmerk dat zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid

Hoofdstuk 4

21

4.2 Geluid Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van:  wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;  wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Doorwerking plangebied Er worden met het plan geen geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh) gerealiseerd. Het aspect “geluid” vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.3 Luchtkwaliteit Toetsingskader Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of er sprake is van effecten op de luchtkwaliteit. Er moet aangetoond worden dat de luchtkwaliteit door het project ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:  de ontwikkeling is opgenomen in het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit);  de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project (zie hierna);  de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden;  projectsaldering kan worden toegepast. ‘Niet In Betekenende Mate’ De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden.

Doorwerking plangebied Het aantal extra verkeersbewegingen neemt met maximaal 727 motorvoertuigen toe (zie paragraaf 4.1 en bijlage 2). Op basis van de NIBM-tool (figuur 4.1) kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit in niet betekenende mate door de voorgestane ontwikkeling beïnvloed wordt en dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect “luchtkwaliteit” vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

Hoofdstuk 4

22

Figuur 4.1: NIBM-tool (Bron: Kenniscentrum InfoMil).

4.4 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 7. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype Het plangebied kan worden getypeerd als gemengd gebied.

De locatie ligt zowel in de huidige als in de toekomstige situatie in een multifunctioneel gebied met woningen en winkels. Het betreft een omgeving met een sterke mate van stedelijke functiemenging. Omdat het plangebied en de omgeving zijn gelegen in gemengd gebied, worden de richtafstanden met één stap verlaagd. Doorwerking plangebied Het plangebied kan goed getypeerd worden als stedelijk centrum, waarbij vervolgens is aangesloten bij het omgevingstype 'gemengd gebied' met functiemenging. Hier zijn bedrijven t/m bedrijfscategorie

7

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Hoofdstuk 4

23

C toegestaan. Dit betekent dat in gebieden met functiemenging niet gewerkt wordt volgens het principe van functiescheiding. De minimale afstand van de foodhal ten opzichte van de omliggende woningen bedraagt 150 meter. Op basis van de richtafstanden conform de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" en de gemeentelijke Nota milieuzonering 2008 zijn de beoogde activiteiten op een passende afstand ten opzichte van bestaande en beoogde woningen gesitueerd en treedt er geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van onderhavig planvoornemen.

4.5 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:  activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd.

Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

Hoofdstuk 4

24

Quickscan externe veiligheid Op de risicokaart hieronder (figuur 4.2) is te zien welke risicobronnen met gevaarlijke stoffen er in de directe nabijheid van het plangebied liggen. Voor een aardgasleiding van 12,76 inch en maximaal 40 bar geldt bij 100% letaliteit een afstand van 80 meter en bij 1% letaliteit 150 meter. De buisleiding ligt op (minimaal) 550 meter afstand en daarmee valt het plangebied buiten het invloedsgebied van de buisleiding. Voor het Texaco tankstation, linksonder in beeld (zie figuur 4.2), geldt voor installatie 1 (vulpunt), installatie 2 (LPG) en installatie 3 (LPG) een risicoafstand van respectievelijk 15, 25 en 35 en voor het groepsrisico een afstand van maximaal 150 meter. Het plangebied ligt echter op 1.000 meter afstand en valt daarmee niet binnen het invloedsgebied van de Texaco.

Plangebied

Figuur 4.2: risicokaart (risicokaart.nl).

Doorwerking plangebied Het bestemmingsplan maakt een nieuwe functie mogelijk, waarin mensen zullen verblijven. Het plangebied ondervindt geen hinder van risicobronnen en andersom is dit ook niet het geval. Het oprichten van de foodhal leidt op het gebied van externe veiligheid niet tot belemmeringen.

4.6 Ecologie Toetsingskader De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Hoofdstuk 4

25

Doorwerking plangebied Het plangebied is momenteel een parkeerterrein en is in zijn geheel verhard. Er worden geen bomen gekapt. Gezien de aard van het plangebied, de functies in de directe omgeving en de aard van de ingrepen in het kader van dit bestemmingsplan, kunnen negatieve effecten op beschermde soorten redelijkerwijs worden uitgesloten. Het doen van nader onderzoek in het kader van soortenbescherming is daarom niet nodig. Desalniettemin zijn de voorgenomen werkzaamheden volledigheidshalve in een korte notitie getoetst aan het onderdeel soortbescherming van de Wet natuurbescherming (zie bijlage 4). Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten. Wel dient het volgende in acht te worden genomen:  Om kolonisatie door rugstreeppad tijdens de werkzaamheden te voorkomen wordt geadviseerd maatregelen hiertegen te treffen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het plaatsen van een amfibieënscherm, het voorkomen van ondiepe plassen in het voorjaar, en het niet voor langere tijd opslaan van vergraafbaar zand.

 Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op de Europavaart en zijn oeverbegroeiing te worden vermeden;  Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Wat betreft gebiedsbescherming geldt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland is. Dit ligt op meer dan 3,5 km afstand van het plangebied. Er is een Aerius-berekening uitgevoerd om te bepalen wat de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase van dit project is (zie bijlage 4). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Het aspect “ecologie” vormt geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan. Wel dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen bij het uitvoeren van de werkzaamheden.

4.7 Bodem Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Doorwerking plangebied Haarlem ligt in een polderland met droogmakerijen, ten oosten van de duinenrij. De wijk Schalkwijk is op een ophooglaag van ongeveer 2 meter gelegen. Schalkwijk ligt daardoor hoger dan de omliggende polders. Onder de ophooglaag ligt een slecht doorlatende deklaag. De deklaag is een complexe eenheid, overwegend bestaande uit lichte tot zware kleien en veenafzettingen, met inschakelingen van fijne slibhoudende zanden. De dikte van deze slecht doorlatende deklaag is 10 - 15 meter.

Hoofdstuk 4

26

Uit boorprofielen van de bodem blijkt dat zich op een diepte van circa 3 tot 5 meter onder het maaiveld een veenlaag bevindt. Onder de deklaag bevindt zich het eerste watervoerende pakket, dat bestaat uit fijne tot grove zanden. In 2002 zijn vier sonderingen uitgevoerd in het plangebied. In iedere sondering komen dezelfde grondlagen voor, echter de dikte en diepte van de grondlagen varieert sterk. Daarnaast zijn in 2004 enkele tientallen milieuboringen tot 6 meter beneden het maaiveld uitgevoerd 8. Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Haarlemse bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In de Haarlemse bodemkwaliteitskaart worden bodemkwaliteitszones onderscheiden. Per bodemkwaliteitszone is de gemiddelde bodemkwaliteit vastgesteld. Het plangebied is gelegen in de bodemkwaliteitszones 5. Bodemkwaliteitszone 5 In de bodemkwaliteitszone 5 is de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) gemiddeld licht verontreinigd met minerale olie en PAK (teerachtige stoffen in bijvoorbeeld koolas). Er komen plaatselijk ook lichte verontreinigingen met kwik, koper, lood en zink voor. De ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) is gemiddeld licht verontreinigd met minerale olie en PAK. In de ondergrond komen bovendien plaatselijk lichte verontreinigingen met koper, lood en zink voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268268/1