20210156827 Transcript commissie Bestuur d.d. 9 september 2021
Tekst van het document
Iemand neemt het mee en die doet er wat mee of die gooit het weg, dat maakt niet uit, maar beoordeelt niet en kan ook niet beoordelen wat precies de historische waarde daarvan is. Wij besteden vrij veel geld in Nederland, in Europa, aan het proberen daar zorgvuldig mee om te gaan, met archeologisch erfgoed. Om die reden is er in allerlei gemeenten dit zo geregeld en zou het college ook willen voorstellen om dat ook bij ons te doen en voor wat betreft het verwijderen van wrakken en dergelijke uit het water, dat gebeurt dan met toestemming en op zorgvuldige wijze. Dat is wat anders dan metaaldetectie om te kijken of je bijzondere dingen uit het water tevoorschijn kunt halen. Ja, en uiteindelijk het is uw besluit, maar de argumentatie heeft te maken met de archeologische waarde van spullen en het feit dat het ook in de praktijk tamelijk rommelig verloopt. Ik bedoel, dit is iets, dit is gewoon mijn eigen observatie. Ik zie regelmatig als er dan weer iemand langs geweest is, dat er allerlei troep aan de kant blijft liggen. Wat leuk gevonden wordt, wordt meegenomen en de rest blijft gewoon liggen en dat wordt te zijner tijd wel weer opgeruimd, maar dat is eigenlijk ook niet wat je wil. Dus nog afgezien van het feit dat op deze manier waardevolle spullen uit het zicht raken, is het ook ongewenst uit het oogpunt van zorgvuldig omgaan met openbare ruimte.
Oké, dan een punt waar ja, diversen van zeggen moet je dat nou wel willen, dat je zo’n toch best wel verstrekkend iets als een vergunningplicht in bepaalde gebieden of op bepaalde sectoren of voor bepaalde sectoren in bepaalde gebieden, dat je die gaat opleggen. Laat ik
33
beginnen met te zeggen dat gaat natuurlijk never nooit zomaar gebeuren. Er staat in het stuk niet voor niks dat dat juridisch dan ook wel heel erg zorgvuldig moeten worden opgebouwd, want er zal bezwaar gemaakt worden, dat kan je niet zomaar doen. Dan moet je ook wel heel stevige argumenten hebben op grond waarvan je dat ook zegt van ik zie hier problemen. Mevrouw Van der Windt die vroeger van zijn er voorbeelden in of buiten Haarlem, dat je dat mist? Nou, in Haarlem moet ik zeggen dat je bij sommige plekken rond massagesalons ontwikkelingen zien waarvan we zeggen dat baart ons zorgen en dat zou best kunnen leiden tot het feit van joh, daar moet je toch een aantal informaties eerst leveren voordat je dat kunt doen, zodat wij kunnen controleren dat dat gaat conform de bedoeling en de regels en ik weet uit een aantal andere gemeenten waarin en dat is vaak lokaal, maar een bepaalde branche dat je merkt van daar zitten criminele activiteiten, ondermijningsactiviteiten, die zijn zich in die branche aan het indringen. Dan krijg je klachten van bonafide ondernemers die zeggen van ja, er gebeuren echt gekke dingen.
Je hebt de malafide ondernemers waar het heel moeilijk is om je greep erop te krijgen en op zo’n moment dan is een overweging om te zeggen van kunnen wij door dit vergunningplichtig te maken niet alleen veel beter overzicht krijgen van wat er aan de hand is en daarmee ook meer greep krijgen op dat risico van ondermijning die in een bepaalde sector in een stad of in een wijk kan doordringen. Ik denk zelf bijvoorbeeld dat het in onze aanpak in Haarlem-Noord, Lelie Project, dat je daar zou kunnen zeggen van nou, als we daar bepaalde bedrijven tegenkomen waar toch wel veel vraagtekens bij zijn, dan willen wij naast de inzet van de Bibob-instrumentarium, terecht wordt daarnaar verwezen, willen wij eigenlijk ook wel de mogelijkheid hebben om dit te doen. Ik vind de suggestie om ook om te voorkomen … Sowieso denk ik, u hoeft echt niet bang te zijn dat dit een willekeurig gebeuren wordt. Als iemand doordrongen is van het feit van jongens we gaan toch niet zomaar weer een hele bureaucratie ontwikkelen met vergunningen, et cetera, als er niet een heel evident iets aan de hand is, dat lijkt mij duidelijk. Dat is … Ik zit helemaal niet te wachten om allerlei extra bureaucratische problemen op te gaan roepen als er niet echt een aanwijzing is van hiermee kunnen we de ondermijning aanpakken.
Ik wil ook wel graag de afspraak met u maken dat het instrument alleen wordt ingezet nadat er met de commissie ook daarover gesproken is, maar ik zou het wel graag in de APV willen hebben, omdat het als instrument en dat weet ik gewoon ook van een aantal collega’s die zeggen toen wij dat deden en daar echt nou, een barrière opwierpen, toen zagen we dat bepaalde activiteiten in die branche, dat die voortaan dat ondermijnende, dat konden we terugdringen en dat lukte voor die tijd niet en ik zou het instrument, want ik ben wel heel erg gemotiveerd om hier in Haarlem gewoon die strijd tegen ondermijning zo stevig mogelijk te voeren, gewoon in het belang van de samenleving, van bonafide burgers en bonafide bedrijven. Ik wil graag met u overleggen, dus het gaat er mij niet omdat ik het naar mezelf toe wil trekken, alleen de manier waarop we het in Nederland organiseren, dat is dat de burgemeester dan het uiteindelijke besluit neemt, maar ik wil het wel graag met u bespreken. Dat kan desnoods zelfs onder geheimhouding, in de besloten vergadering als dat nodig zou zijn, maar nogmaals, het instrument wordt op een aantal plekken toegepast en is dan effectief en ik zou die mogelijkheid dan ook graag in Haarlem dan willen hebben. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt.
De heer Van den Raadt: Ja, wat ziet u dan precies als toegevoegde waarde? Want er staat bijvoorbeeld over dat sluiten, als er een vrees is dat het geopend blijven en dat wordt dan besloten door de burgemeester en bij die andere staat een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als naar oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in gevaar is. Nou, dan gaat u dat straks overleggen met de raad en dan stuurt u ons in de appgroep van nou jongens, ik heb toch echt het idee dat hier iets aan de hand is, maar dat is een idee. Vindt u nog dat u daar dan bewijs voor moet hebben? Want in het vorige onderwerp zegt u, u weet hoe erg het is als mensen ergens van beschuldigd worden over integriteit, terwijl het misschien nog niet eens bewezen is, maar dan ben je voor de rest van je leven de sigaar, vrij vertaald. Maar eigenlijk speelt dat argument dan hier niet meer. Hier
34
kunt u, omdat u denkt of er ergens een vermoeden bestaat, de hele tent te sluiten zonder bewijs. Vindt u dat dan niet een beetje tegenstrijdig? Burgemeester Wienen: Nou, in de eerste plaats is het niet de bedoeling om bepaalde bedrijven bij voorbaat te stigmatiseren. Dus dat is een eerste punt. In de tweede plaats heb ik al gezegd je gaat er zeer terughoudend mee om. Je doet het alleen als er hele stevige aanwijzingen zijn dat er iets niet klopt en dat gebeurt echt en dan is het dat omgekeerde. Het is soms ergerniswekkend om te zien dat er dingen gebeuren waarvan je zegt jongens, dit klopt van geen meter, hier gaan echt dingen fout en dan geen instrumenten te hebben om te kunnen inzetten. Eén van de punten rond Bibob, want dat is een instrument wat je kunt inzetten, maar dat zet je in als er een vergunningplicht is. Als er geen vergunningplicht is kan ik ook … Ik bedoel, Bibob betekent dat in het kader van het toekennen van de vergunning, dat ik een onderzoek kan doen van is dit inderdaad een bonafide ondernemer of deugt hier iets niet en dan krijg ik extra informatie. Als er geen vergunningplicht is dan komt die niet eens bij me langs, dus ik kom er helemaal niet aan te pas. De gemeente komt er niet aan te pas. Je voelt aan alles dat er dingen niet kloppen, maar je kunt niks, bestuurlijk kun je helemaal niks.
Dan kun je hooguit hopen dat het Openbaar Ministerie op een gegeven moment een zaak begint, maar je kunt zelf bestuurlijk helemaal niks doen, terwijl een buurt daar ook echt heel veel last van kan hebben. Er zijn voorbeelden waar dat echt speelt en ik zou zeggen van waarom zouden wij die mogelijkheid dan niet willen gebruiken, vooral ook omdat ik ervan overtuigd ben, dat is het omgekeerde van wat u zegt, als er iemand last van heeft dan zijn het de bonafide ondernemers in zo’n sector als een malafide organisatie of organisaties zich van zo’n sector meester maken en die komen dan met crimineel geld. Bedrijven houden het niet vol, die worden eruit gegooid. Die komen bij ons, die zeggen hoe kan dat nou, er gebeuren hier gekke dingen. Ja, sorry, ik kan er helemaal niks aan doen en op het moment dat je stevige argumenten hebt om te zeggen het klopt gewoonweg niet dan heb je de mogelijkheid om dat te doen en ik heb al gezegd, ik wil graag afspreken met u dat ik dan ook met u overleg om te kijken van nou, ik denk dat het verstandig is om dat te doen, hoe kijken jullie daarnaar. De voorzitter: Meneer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Meneer de burgemeester, ik volg uw verhaal en u heeft het over het Lelie Project, een project dat met meerdere partijen is opgezet, waarin ik de indruk heb gehad, we hebben het in de raad gevolgd, dat de gezamenlijkheid zoals de partijen erin acteerden men daarmee in staat was om problematieken op te lossen. U suggereert nu dat het eigenlijk niet is en dat u in gevallen onmachtig bent geweest en dat verbaast mij als het gaat om het Lelie Project. Als u dan vervolgens zegt, één opmerking van mijn collega Sander van den Raadt, die mis ik nog als er staat de vrees, dan wordt de suggestie gewekt dat er meer impulsief karakter in kan zitten dan uitgebreide analyse vooraf en toch staat hier het woord de vrees, maar u zegt er zijn buurten waar dit echt speelt en ik geloof u. Ik denk dat de onderwereld een ongelofelijke macht heeft als ik zie dat er 10 miljard, staat in de krant, aan drugs afgelopen jaar of jaren is onderschept en nu is dat een tiende, dan is Nederland al verantwoordelijk voor 100 miljard aan drugstransport, -verkoop en noem maar op. Ja, dat geld moet ergens ingezet worden, dus waarom ook niet in Haarlem, maar dan zou ik zeggen dan had ik u eerder bij ons op de koffie gezien, anders dan bij het Lelie Project, om met de raad in vertrouwelijkheid, in beslotenheid, na te gaan hoe zaken aangepakt moeten worden.
Maar nu herken ik een goedlopend Lelie Project, waarin ik een tevredenheid zag bij de burgemeester en vervolgens zie ik hier nu nieuwe artikelen in de APV met uw frustratie en dan moet u nog een paar dingen toch nog uitleggen die ik u geschetst heb. Burgemeester Wienen: Ja, ik heb het Lelie Project genoemd als een voorbeeld waar wij dus gebiedsgewijs kijken en het is niet zo dat ik op dit moment zeg van daar mis ik het. Dus ik gebruik het als voorbeeld van als je in zo’n
35
gebied bezig bent en je constateert daar dat een bepaalde branche, dat je daar het gevoel van hebt dit gaat niet goed hier, dat je dan dat instrument zou kunnen inzetten. En daarmee zeg ik niet dat dat op dit moment in het Leliegebied aan de orde is. Ik heb wel gezegd en dat is ook een beetje een uitspraak die best wel ver gaat, maar u vraagt aan mij is het dan voorstelbaar dat je in bepaalde sectoren dit zou passen in Haarlem. Nou, dan zeg ik er zijn een aantal ontwikkelingen en constateringen op het gebied van massagesalons die maken dat de mensen die daar werken, de misstanden die daar worden aangetroffen, dat ik zeg ik sluit niet uit dat dat een sector is waar op enig moment je zegt van nou, alles bij elkaar opgeteld denken we dat het verstandig is om hier zo’n vergunningsplicht te krijgen en dan kunnen de bonafide ondernemers gewoon door. Want het is absoluut niet de bedoeling dat we die het werken onmogelijk maken, maar wel dat we dan een check kunnen doen waardoor je malafide ondernemers eruit kunt plukken, in ieder geval daar meer instrumenten voor hebt. De formulering in de APV, dat is typisch voor juridisch taalgebruik. De vrees bestaat, maar dat is natuurlijk niet een kwestie van nou jongens, ik weet niet hoor, ik maak me een beetje zorgen en het zal wel.
Nee, dan heb je echt aanwijzingen en dan ga je daartoe over en daarom zeg ik ook, ik kan me voorstellen dat u zegt van nou wij vinden het nogal wat. Ik vind het ook nogal wat en ik zou het niet zo snel doen en als ik meen dat er aanwijzingen zijn van in deze sector zou ik het graag willen gaan passen, dan ga ik eerst, dat is dan een harde toezegging, met de commissie in gesprek om te kijken of u, op basis van wat ik dan aan informatie heb, of u dat een stap vindt die u ook kunt volgen. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, mag ik nog even aanvullen? De voorzitter: Ja, meneer Smit, u mag nog even heel kort, want het is bijna kwart voor 8, we lopen nu ook een uur uit op onze agenda. De heer Smit: Het gaat om kwaliteit … De voorzitter: Ja, nee, meneer Smit, dat vind ik ook, maar het gaat ook om het behandelen van de agendapunten die behandeld dienen te worden en als we alsmaar blijven uitlopen dan, maar gaat u gerust uw gang. De heer Smit: Meneer de burgemeester, ik snap u.
Ik heb alleen het gevoel dat waar u toezegt dat u met ons in vertrouwelijkheid een aantal van deze probleemsituaties wil doornemen, dat er wellicht eerder die samenspraak met de raad had moeten zijn, want wij zitten hier als raad toch om een stad samen vorm te geven die goed bewoonbaar is, die de tweedeling zo goed mogelijk tegenwerkt en eigenlijk valt dit mij toch min of meer als een verrassing, omdat u voordien niet met ons gecommuniceerd heeft over de toenemende zorgen die u op dit punt heeft. Burgemeester Wienen: Ik … Hoe kan ik dit het beste duidelijk maken? Wat ik zie … Die strijd tegen ondermijning, daar probeer ik echt in Haarlem samen met de mensen die we daarvoor in dienst hebben, samen met de politie, samen met andere samenwerkingspartners, voorop te lopen. Ik praat met wat er elders in het land gebeurt. Ik zie wat er elders in het land gebeurt. Ik zie dat dit een mogelijkheid is. We praten daarover van kan dat in Haarlem mogelijk ook een positieve bijdrage leveren? Nou, ik noem nu een sector waarvan ik zeg daar zijn we op het ogenblik naar aan het kijken en daar merken we dat er een aantal dingen niet goed zitten en dan zeg ik van nou ik vind dat als dit een mogelijkheid is dan wil ik het instrument ook graag aan de raad voorleggen om te kunnen doen via de APV en als het ook daadwerkelijk tot zo’n voorstel zou komen wil ik dat eerst met de commissie bespreken.
De heer Smit: Nee, maar dat snap ik …
36
Burgemeester Wienen: En daar staan we. Daar staan we. De heer Smit: Dat snap ik, meneer de burgemeester. Dat snap ik, maar ik heb het gevoel dat u met uw zorgen wel eerder bij de Raad had kunnen komen en dat zei ik net. Voordat u met een wijziging komt in de APV, vind ik dat de problematiek aan ons door u voorgelegd had moeten worden. De voorzitter: Meneer Trompetter, u heeft een interruptie op de heer Smit? De heer Trompetter: Ja, meneer Smit. De voorzitter: ‘…’. Gaat uw gang, meneer Trompetter. De heer Trompetter: Meneer Smit, misschien is het u niet opgevallen, mij wel. Ik ben heel blij met dit voorstel, vooral omdat er ook signalen zijn afgegeven, ook door mensen van mijn fractie en dingen die ik uit de stad hoor, dingen die ik zie, die ik meemaak. Niet per se in een wijk, maar gewoon dingen die daar gebeuren en ik herken wat de burgemeester zegt, je kan er gewoon niks aan doen. Toen we bij Lelie zaten, in het college zaten te praten, hebben we het er ook over gehad, ook over die zaak van gemeente Haarlem, daar was ook de heer Van den Doel bij, daar waren meerdere partijen. U was er zelf niet bij. Ik zie en ik weet een hele hoop en ik zie een heleboel. Het is niet nieuw. En dat we er nu wat aan doen, maar het feit dat u het nog niet heeft gezien, daar doe ik geen kwalificatie aan, maar het is niet ineens nieuw of zo.
Burgemeester Wienen: Mag ik nog één kleine aanvulling? Meneer Smit, omdat ik … Ik snap ook dat u zegt van nou als het dan zo zorgelijk is dan wil ik daar ook graag van op de hoogte zijn. U bent één van degenen die dat altijd gesteund heeft rond Lelie. Trouwens, heel deze raad volgens mij, maar ik heb u ook in de rapportages gezegd dat één van de dingen die we daar ons zorgen over maken en dat zou ook zo’n sector kunnen zijn, dat zijn woningbemiddelingbureautjes die in … Nou, daar heeft u zelfs als raad aan mij gevraagd van kunt u daar niet op de een of andere manier wat aan doen en dat is nou zo’n sector waar, als je een aantal aanwijzingen hebt, je zou kunnen zeggen van joh daar gaan we gewoon een vergunningplicht op instellen dat niet iedereen dat zomaar kan doen, maar dat wij een check kunnen doen van zijn dit wel bonafide mensen. De heer Smit: Ik spreek hier u niet tegen. Ik spreek mijn collega van de Actiepartij ook niet tegen, alleen ik leg die link met een vrij succesvol Lelie Project, waarin het blijkbaar niet nodig was en ik leg de link met het feit dat u de zorgen zo ernstig vindt dat u ze op wil nemen in de APV en dat ik zeg ik had het gewaardeerd als u eerder met deze problematiek, bijvoorbeeld de massagesalons, ik heb het ook zelf al geconstateerd, dat u daar eerder bij ons was gekomen. Dat is het enige wat ik zeg, dus ik speel hier niet de tegenstander.
Ik speel de meedenker. De voorzitter: Ik stel voor dat … O, mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Ja, ik wil de burgemeester nog vragen of hij nog zou willen reageren op de tekstvoorstellen voor metaaldetectie van de stadsarcheoloog. Of die akkoord zijn of niet. Burgemeester Wienen: Ja, ik … In principe wil ik dat gewoon doen. Ik check nog heel eventjes van of, als het juridisch al echt helemaal gedekt is, dan is het ook niet nodig, maar ik heb zeker als het gaat om detectie in plaats van detector, ik denk dat dat gewoon verstandig is en die van water, daar check ik ook nog eventjes expliciet, maar als dat inderdaad een toegevoegde waarde heeft dan neem ik aan dat de commissie akkoord is dat ik die wijzigingsvoorstellen doe toekomen aan de griffie voor het raadsbesluit.
37
De voorzitter: Goed. Dan wil ik dit onderwerp graag afsluiten. Ik heb het verzoek gekregen van de VVD, waar de heer Rutten vandaag niet aanwezig kan zijn, ook zijn vervanger niet, om dit op te waarderen naar een bespreekpunt, omdat zij willen komen met een amendement op vuurwerk. Dus mijn voorstel zal zijn het sowieso als bespreekpunt te agenderen. Nou, dan doen we twee bespreekpunten. Goed, en dan gaan we nu even en let even op, want nu wordt het ingewikkeld. Meneer Van den Raadt, u wil nog wat zeggen? De heer Van den Raadt: Ja, even dan. Of er dan ook nog een andere definitie komt bij het artikel 2 75, want wat ik nu van de burgemeester begrijpt is dat die dan bij bijvoorbeeld die woningverhuurbedrijfjes een vergunning wil invoeren en als je die vergunning overtreedt, dan kan je eruit geknikkerd worden, maar dat staat er natuurlijk niet. Er staat dat je er gewoon uitgeknikkerd kan worden als er ergens een vrees is, niet als je een vergunning overtreedt. Dus ik neem aan dat die zin, dat dat nog wordt toegevoegd, want dan kunnen we best akkoord gaan. Zoals het er nu staat, staat het niet zoals u zegt. Burgemeester Wienen: Ik heb net ook al gezegd, volgens mij is dit de manier waarop dat in wetsteksten en juridische teksten gewoon neerslaat. Zo wordt het ook in de wet gezegd.
Ik wil ook daarvan zeggen dat ik er nog een keer even naar kijk of er nog een alternatieve formulering is, maar het gaat erom dit is een juridische formulering om duidelijk te maken van dan moet je ook een gegronde vrees hebben. Je kan natuurlijk niet zomaar zeggen van nou ja, jongens, ik ben er gewoon bang voor, voelt niet goed, dus laten we dat maar doen. Dan moet je echt stevige argumenten hebben en anders houdt het juridisch geen stand. De voorzitter: Goed, dus ik heb de toezegging dat die teksten, daar wordt naar gekeken en waar het gewijzigd moet worden, dan wordt het voor die tijd nog gewijzigd en … Oké, goed. Dus hij gaat als bespreekpunt nogmaals naar de raad. Nu even het volgende. We lopen enorm uit. Dat heeft een aantal consequenties. We hebben twee insprekers, die vinden het niet erg om nog even te wachten. We gaan dus zo meteen eten, dan hebben wij na het eten staat agendapunt 8 en dat gaat over … O nee, dat is nog voor het eten, neem me niet kwalijk. Dat is nog voor het eten. Dat gaat over de verkiezingen. Dat is geagendeerd door de heer Aynan, die had eigenlijk twee vragen over hoe gaan we dat doen met corona en de verkiezingen. Die vragen stammen uit mei, het is nu geagendeerd. Het is niet erg voor meneer Aynan als we dat niet meer gaan bespreken.
Dus ik stel voor dat die vragen die hij nog heeft, die kunnen technisch gesteld worden en dan slaan we agendapunt 8 over, als u het daarmee eens kan zijn. Goed, maar dan heb ik ook nog even het volgende. Wij gaan agendapunt 9, dat gaat over, even kijken hoor … Het RKC-rapport externe inhuur, daarvoor is de heer Blokpoel gevraagd om hier een korte toelichting te geven, maar omdat wij zo uitlopen is dat niet meer mogelijk. Dus ik stel voor dat wij dat onderwerp verplaatsen naar de agenda van 7 oktober wordt dat, denk ik. Zoiets, bij in ieder geval de volgende agenda, naar de volgende commissievergadering. Het andere onderwerp waar het RKC weer aan het woord komt, daar komt mevrouw Snijders, dat is het Jaarverslag. Dat kunnen we gewoon wel behandelen, want daar is de inbreng, ook zij zal niet aanwezig zijn, maar daar is de inbreng wat minder belangrijk. Dus we kunnen dat onderwerp wat mij betreft en als u daarmee akkoord gaat, gewoon door laten gaan. En dan heb ik nog een laatste voorstel om de insprekers direct na de eetpauze aan het woord te laten. Dat is het enige waar u echt heel enthousiast van wordt, begrijp ik, meneer Smit. De heer Smit: Ik ben constant enthousiast, mevrouw de voorzitter. Echt waar. 9.
Eetpauze 18.30 – 19.00.
De voorzitter: Ja en dan heb ik nog een korte vraag. Is 20 minuten eetpauze voldoende? In dit extreme geval. Nee? Nou, dan … Oké, weet je wat, dan zeg ik gewoon kwart over ‘…’, ik zal proberen kwart over acht weer terug hier? Oké. Buon appetito, tot zo ‘…’.
38
De voorzitter: Hartelijk welkom terug als wij … Ja, we kunnen. Even kijken hoor, agendapunt 9 is komen te vervallen en wij gaan nu naar agendapunt … O. ‘…’. Dat hebben we zojuist gedaan en nu zijn wij weer terug. Agendapunt 10 is verplaatst naar oktober en wij gaan nu naar agendapunt 11 en dat zijn de insprekers over niet op de agenda staande onderwerpen. 11. 19.45-19.50 uur Spreektijd voor belangstellenden (over niet op de agenda staande onderwerpen). De voorzitter: En de eerste inspreker is meneer De Bruin, we hebben hem al eens eerder zien inspreken hier, dus ik hoef ook niet uit te leggen hoe het allemaal werkt, want u weet het, hè. 3 minuten. De rechter, bijna goed. Dus veel succes, gaat uw gang. De heer De Bruin: Dank je wel. Goedenavond. Wij, bewoners Nieuweweg Parkwijk-Zuiderpolder, hebben met grote verontwaardiging kennisgenomen van de raadsinformatiebrief, welke is opgesteld door Dorien van Duivenboden, Veiligheid en Handhaving. Onze ervaringen met drugsdealers, overlast, wordt door dit rapport volledig ontkent en in dat rapport staat er zijn geen concrete aanwijzingen dat er sprake is van het dealen van harddrugs op deze locatie. Wel is het beeld dat jongeren veelvuldig gebruik maken van lachgas, volgens het rapport. Er wordt ook in het rapport genoemd dat wij een vuilniszak met afval hebben overhandigd.
De inhoud van de zaak met afval was onder andere rijkelijk gevuld met drugsgerelateerde verpakkingen, welke wij voor aanvang van de scan met onze werkgroep ‘s morgens vroeg verzameld hadden. Eén van onze leden is werkzaam bij de marechaussee en vanuit zijn professie herkende hij dat materiaal direct. Zelf hebben we regelmatig contact gehad met de politie aangaande de bezoekende dealers en scooterkoeriers. Politie vertelde ons niets te kunnen doen, moet een heterdaadje zijn, mogen niet zomaar fouilleren. Advies: blijf ons alsjeblieft bellen. Een andere keer hadden wij gebeld dat er gedeald werd en er stonden een aantal auto’s, agenten kwamen, maar vertrokken weer, want ze waren opgeroepen voor een ander incident. De informatiebrief is zo geschreven, dat vinden wij tenminste, dat het helemaal in de richting van de gemeente is. In het beginrapport van Henk Esselink, van de gemeente Haarlem, wellicht weet u dat nog, staat dat er geen drugsgerelateerde activiteiten mogen zijn in en bij de nabijheid van eventueel te vestigen Domus Plus-locatie. Zijn ook van mening dat de raadsleden met de inhoud van dit schrijven, welke niet de werkelijkheid weergeeft, onjuist worden geïnformeerd. De inhoud van dit schrijven geeft weer dat wij bewoners, omwonenden en de gebruikers van het Reinaldapark, een en ander uit onze duim zuigen. Nou, onze ervaringen zijn anders. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, meneer De Bruin. Zijn er vragen voor deze in spreker? Ja, meneer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nee, het is me duidelijk. Het is een duidelijk verhaal, wat u zegt en u noemt het ook voornamelijk in relatie tot de beoogde vestiging van de maatschappelijke … U noemt dit ook in relatie tot de vestiging van de maatschappelijke opvanglocatie, toch? De heer De Bruin: Ja, zo staat het ook in het rapport vermeld. Wij hebben natuurlijk aangedrongen al eerder op meer handhaving in het Reinaldapark en dat stond eigenlijk los van het Domus Plus, want het speelt al jaren. Maar ja, we hebben ook begrepen dat er ook in de komende periodes, zoals de burgemeester ook naar de raad heeft geschreven in de brief van vorig jaar november, dat er behoorlijk bezuinigd moet worden op handhaving en politie het komende jaar. Dus ja, ik weet ook niet hoe dat verder gaat, maar er zijn nog genoeg dingen die niet door de beugel kunnen in het Reinaldapark. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van den Doel.
39
De heer Van den Doel: Zijn er na deze schouw van deze zomer en de gesprekken en de brief van de burgemeester, zijn er nog vervolgstappen voorgesteld vanuit de gemeente of is dit het? Er zijn natuurlijk een aantal maatregelen voorgesteld. Hoe ziet het proces er verder uit volgens u? De heer De Bruin: Nou, wat ik begrepen heb is dat ze nu eigenlijk gaan kijken van nou wat gaan we ermee doen en dat er weer met ons gesprekken gevoerd gaan worden, maar er is in de tussentijd niets gebeurd. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Meneer Smit. De heer Smit: Dank u wel. Meneer De Bruin, heeft u het gevoel dat de problematiek zoals die al bekend was en zoals die ook aan ons verteld was in het voorjaar, onder andere april in de raad, dat die wordt gedownsized om de komst van Domus Plus accommodatie eigenlijk te faciliteren? De heer De Bruin: Ja, ik denk van wel, ja. En daar zullen we nog een tijd mee bezig zijn samen, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: We spreken hier over volgende maand in deze commissie, omdat ik dacht meneer Smit dit punt had geagendeerd voor volgende maand. De voorzitter: Nee, meneer Van Kessel heeft het geagendeerd en meneer Smit heeft dat waarschijnlijk ondersteund.
Mevrouw Wisse: En mijn vraag was: nodigt u de commissie dus dan voordat wij die vergadering hebben over een maand uit bij u, zodat we zelf ook kunnen zien hoe de stand van zaken is? De heer De Bruin: Nou, wij willen u graag uitnodigen om voorafgaande aan de ontmoetingen bij ons te komen kijken. Dus we zullen de uitnodiging naar u doen laten uitgaan. De voorzitter: Ik neem aan dat mevrouw Wisse dit allemaal gaat organiseren voor de commissie? Prima. Meneer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, zou u, want we kunnen natuurlijk denken dat er misschien een boze opzet is. We kunnen ook denken dat het misschien gewoon een falend systeem is. Kunt u misschien voor de volgende keer dan als ze dit gaan bespreken ongeveer of misschien specifiek aangeven hoe vaak er een klacht is ingediend en dan kunnen wij bij de politie navragen hoe vaak die klacht dan ook geregistreerd is, want ik heb zelf wel eens meegemaakt dat als je wat doorgeeft en de volgende dag bel je en dan weet niemand van die melding. Dat zou natuurlijk ook kunnen dat daar in dat hele systeem iets faliekant verkeerd gaat. De heer De Bruin: Ja, ik denk niet dat alle meldingen geregistreerd worden, want ik heb zelf al dit jaar als ik kijk alsnog vijf keer gebeld, maar als ik dan lees dat er in de loop van de periode nu negen meldingen zijn geweest dan denk ik ja, dat klopt niet helemaal.
Daarbij ontstaat er ook moeheid bij de mensen dat ze niet meer durven te bellen of niet meer willen bellen. Want ja, het gevoel is gewoon er gebeurt toch niks. De voorzitter: Mevrouw Van der Windt.
40
Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dank u wel voor uw heldere inspreekbijdrage. Ik had nog een vraag. U zegt u doet meldingen bij de politie, maar doet u ook meldingen bij de handhaving hiervan bij de gemeente? De heer De Bruin: Ik heb ook rechtstreeks contact met de handhaving, maar handhaving zien we niet zoveel in het park. Zien we ook niet voorbijkomen. We zien wel dat er af en toe nu wat vaker een politieauto rondrijdt, maar hoe vaak dat is, dat weet ik ook niet en ik weet ook niet hoe vaak dat ‘s avonds gebeurt, nu op het Reinaldapark, want nogmaals, er zijn erg veel jongeren daar. Vooral met name in het weekend en naast lachgas wordt er echt wat andere dingen gebruikt en daar wordt ook in gedeald en gehandeld. Daarom zeggen we ook van nou als Domus Plus er komt, dan is het voor de handelaren nog meer een grote uitdaging om in dat gebied aanwezig te zijn, want de mensen zijn gewoon dagelijks op zoek alleen maar naar hun verslaving. Dat zien we nu in het centrum ook. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen aan deze inspreker? Nee? Dan wil ik u graag hartelijk bedanken voor uw komst. U mag weer plaatsnemen even in de kamer hiernaast en dan wil ik graag de heer Kleist, die mij ongetwijfeld hoort, vragen om deze kant op te komen en het plekje in te nemen van de heer De Bruin. Meneer Kleist, u kunt eventueel … Nee, daar.
U kunt een doekje pakken en daarmee even eventueel de microfoon schoonmaken als u dat … Daar. Ja. U bent eigenlijk zo goed als familie inmiddels, van de heer De Bruin, dus … Heeft meneer De Bruin hem schoongemaakt? O, nou, dan kunt u na gebruik weer schoonmaken. Hartelijk welkom. U bent vicevoorzitter van de wijkraad Parkwijk-Zuiderpolder en ook u krijgt drie minuten de tijd om in te spreken, daarna is weer de gelegenheid om vragen te stellen. Ik zou zeggen, gaat uw gang. De heer Kleist: Goedenavond, geachte Commissie Bestuur. Onder de ter kennisname meegezonden stukken vindt u onder punt 3.1 van de agenda de raadsinformatiebrief met als bijlage een samenvatting van tien pagina’s getiteld Stand van zaken aanpak overlast Reinaldapark, gedateerd 26 augustus 2021, van de hand van D. van Duivenboden, V en H. Deze stand van zaken, door uw college gepresenteerd, is niet in lijn met eerdere constateringen van uw college. Wethouder Meijs schrijft mij op 12 februari dit jaar verwijzend naar informatie die uw raad al eind vorig jaar heeft ontvangen als volgt: in het locatieonderzoek dat op 22 oktober 2020 door de gemeenteraad is besproken staat hierover het volgende: Nieuweweg 2 bevindt zich in de buurt van een actuele bekende overlastlocatie. Aan het dode eind van de Fuikvaartweg vindt namelijk illegale prostitutie en handel in drugs plaats.
Ook zijn meldingen gemaakt over het dealen van drugs in het Reinaldapark. Lijkt me duidelijk. In de raadsinformatiebrief staat nu op pagina 1: de ervaren overlast bestaat uit het samenkomen door jongvolwassenen op deze locaties, waarbij het vermoeden is dat er gedeald wordt. Het vermoeden. Op pagina 8 van de Stand van zaken staat nu: er zijn geen concrete aanwijzingen dat er sprake is van het dealen van harddrugs op deze locaties. Nee, geachte commissie, geen vermoedens, zoals wethouder Meijs al schreef, er wordt gedeald en er wordt zelfs prostitutie bedreven. Zo mag de recente raadsinformatiebrief dus niet beginnen. In de Stand van zaken van aanpak staat op pagina 2 en 3: op 16 juli 2021 heeft een schouw in het Reinaldapark plaatsgevonden waarbij vertegenwoordigers van drie wijkraden, omwonenden, ondernemer van het Pannenkoekenparadijs, vertegenwoordiger van de Moskee, de politie, raadsleden en de gemeente aanwezig waren. De bijeenkomst op 29 juli 2021 vond plaats in het Pannekoekenparadijs en werd voorgezeten door burgemeester Wienen. Aanwezig waren de vertegenwoordigers van drie wijkraden (Amsterdamse Buurten, Parkwijk-Zuiderpolder en Slachthuisbuurt), omwonenden, ondernemer en de manager van het Pannenkoekenparadijs, vertegenwoordiger van de Cliëntenraad van het Reinaldahuis en een journalist van het HD. Dat klinkt best interactief.
Helaas, leden van de commissie, de praktijk is anders. Geschetst begin van dit proces, voorgezeten door de burgemeester, is niet overeenkomstig de werkelijkheid. De aanwezigen zijn bij aanvang van de 29e getrakteerd op een concept van de schouw met problemen en mogelijke oplossingen. Dit
41
concept is door diverse aanwezigen becommentarieerd, er zijn verbeteringsvoorstellen gedaan conform de actuele werkelijkheid, maar wat daarvan is overgenomen is mij niet geheel duidelijk. Wat u voorgeschoteld krijgt is namelijk een voorgekookt slap aftreksel van wat u al eerder is gepresenteerd in de raadsvergadering van april. Het moge duidelijk zijn dat een, op deze wijze, ingestoken proces om de visie van de omwonenden op te halen volkomen overbodig is, waarbij saillant genoeg de meeste relevante zetten uit het verleden weggepoetst of milder gemaakt worden. Het af en aan rijden op scooters klinkt toch prettiger dan het beeld dat er gedeald wordt door of aan de jongeren of prostitutie wordt bedreven. De werkelijkheid die eraan gaat komen staat al in het veiligheidsrapport van Kernel, ook in de raad behandeld, waarin wordt uitgelegd dat de bewoners van Domus Plus uitbehandelde drank- en drugsverslaafden zijn en dat er een ambitie is om de bewoners door middel van activiteiten meer aan de accommodatie te binden. Tja, dan zullen de drugs toch echt aan huis gebracht moeten worden door bijvoorbeeld jongeren op scooters. De voorzitter: Meneer Kleist, zou u langzamerhand een beetje willen afronden. De heer Kleist: Ik rond nu af. De voorzitter: Goed zo, mooi. De heer Kleist: Bij de behandeling van de RIB in uw commissie kom ik graag weer bij u langs.
Ik wens u wederom, als voorheen, alle benodigde wijsheid toe. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Kleist. Zijn er vragen voor de heer Kleist uit deze commissie? De heer Kleist: Weinig. De voorzitter: Meneer Van den Raadt. Meneer Van den Raadt, u krijgt eerst het woord en dan de heer IJsbrandy. De heer Van den Raadt: Ja, meneer Kleist, we zien u heel vaak hier inspreken. Heeft u daar nog steeds zin in? De heer Kleist: Ik blijf doorgaan ‘…’ wat moet gebeuren, namelijk dat het niet doorgaat, dus voorlopig zijn jullie nog niet aan mij af. De heer Van den Raadt: En heeft u het idee dat gaat gebeuren wat moet gebeuren, als u dan dit rapport leest? Ik ben vier jaar geleden ook met u geweest door dat park, toen hebben we inderdaad ook al die taferelen van drugs en prostitutie kunnen waarnemen en dat u dan nu getrakteerd wordt op dat dat niet bestaat, wat denkt u dan hoe dit verder gaat? Heeft u straks zin nog om mee te werken aan die Domus Plus-onderzoek of wilt u daar dan nog in een commissie zitten, of? De heer Kleist: Nou, ik denk dat de burgemeester heeft aangegeven in het gesprek van de 29e dat hij het verzoek heeft gedaan dat er dus inderdaad uit de bewoners een commissie dus komt en daar heb ik volledig gezegd dat ik daar alle medewerking aan wil verlenen. Dus ook dat zou al bekend moeten zijn.
Maar ja, zoals gezegd, waar ik ongelooflijk van baal, de stoom komt echt uit mijn oren, is het feit dat de commissieleden eigenlijk onvolledig worden voorgelicht en jullie moeten wel op basis, denk ik, van vijftig procent informatie honderd procent beslissingen nemen. Ik heb eigenlijk een beetje met jullie te doen, dat meen ik serieus. Jullie worden gewoon niet serieus genomen. Dat is misschien een leuk doordenkertje. De voorzitter: Meneer IJsbrandy.
42
De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel, die indruk heb ik wel vaker, dus dat is op zich geen verrassing. De vraag die ik wel heb is van hoe kunnen we dit nu op een soort feitenbasis gaan terugvoeren, want als we elkaar blijven bestoken met beelden, percepties, dan blijft het heel moeilijk discussies voeren. Zijn er ook mogelijkheden om gewoon aantallen, feiten, omvang op de een of andere manier een beetje greep op te krijgen van hoe erg het dan is? De voorzitter: De heer Kleist. De heer Kleist: Helaas moet ik u zeggen dat ik daar eigenlijk geen vertrouwen in heb, omdat het heel simpel is, als ik lees het aantal meldingen wat gedaan wordt en wat geregistreerd wordt, is een aanzienlijk verschil van de meldingen die gedaan worden en die geregistreerd worden. U hoort heel goed wat ik zeg. Degene die dus inderdaad de meldingen in ontvangst neemt, die beslist of het een melding is of niet. Dus dat betekent heel simpelweg, dat kan geregeld worden. Een heel klein voorbeeldje: ik zit ook in de omgevingsraad Schiphol en dan heb je een BAS, dat is bewonersomgeving, daar kan je de meldingen doen en dat geven ze dan inderdaad aan onder andere Den Haag door. Nou blijkt dus inderdaad dat zes maanden dus het systeem niet gewerkt heeft, maar er worden wel dus inderdaad meldingen gedaan van het aantal meldingen wat gedaan is.
Nou, dat gebeurt hier ook met betrekking tot de meldingen over overlast en dat soort zaken. Wij hebben een, denk ik, een voormalig voorzitter, de heer Edwin Hein, die werkt bij de NS als machinist en die komt heel vaak ‘s avonds laat thuis en dan maakt hij wel eens foto’s van wat er dus inderdaad gebeurt en dan doet hij meldingen. Ik weet ook dat er andere mensen in de omgeving meldingen doen, er wordt gewoon niet voldoende geregistreerd. Dus wat dat betreft staan we gewoon met onze rug tegen de muur, want het wordt aan de andere kant bepaalt. Dus ja, ik kan alleen maar zeggen van luister naar de mensen hoe vaak ze dus daarnaar bellen en wat de heer De Bruin ook zei, op een gegeven moment word je meldingsmoe. Ik niet, maar andere mensen wel. Die zien gewoon dat er geen fluit en dan zeg ik het netjes, geen fluit gebeurt. Dus ja … De heer IJsbrandy: Maar dat je die meldingen ook in eigen hand neemt, ik neem aan dat jullie ook een website hebben van de wijkraad, daar kan je natuurlijk gewoon een formulier opzetten waar mensen dan hun waarnemingen en dergelijke kunnen doen. Dan heb je in ieder geval een eigen logboek als het ware van wat er langskomt. De heer Kleist: Ik denk dat het een hele leuke is als we eens zouden gaan kijken bij de site van de gemeente, dat geeft dus weer wat het hele geweest is.
Alle meldingen die er geweest zijn uit de omgeving, die staan er ook denk ik genoteerd. Als we nagaan dat er zevenduizend stuks zijn overhandigd aan burgemeester, dat vinden we ook niet terug in de stukken en het is net alsof er bijna niets gebeurt. Nou, er gebeurt genoeg, alleen het wordt niet onderkend en het wordt aan de kant geschoven. En nogmaals, ja, jullie worden gewoon inderdaad gepiepeld. Sorry hoor, jongens, maar echt, jullie worden gewoon gepiepeld. En dat vind ik te triest voor woorden, maar het is wel zo. Vind ik. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen vanuit deze commissie aan de heer Kleist? Meneer Smit. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Meneer Kleist, heeft u net toegelicht dat wat de wethouder al u in februari schreef en ook de raad heeft medegedeeld dat er drugshandel plaatsvindt en prostitutie, dat met name die drugshandel het risico heeft toe te nemen door de drugsbehoefte van de bewoners van toekomstig Domus Plus? De heer Kleist: Nee, nee, dit gebeurt al jaren en als het inderdaad ook wordt toegelicht en beschreven en met de commissie wordt besproken dat dat gebeurt, dan is het toch van de gekken dat ik in 2021 in een verslag van
43
tien pagina’s, door iemand die dus vanuit Den Haag is ingehuurd, dat het inderdaad het vermoeden dat er misschien, ja … De heer Smit: Nee, maar ik bedoel u te vragen, de wethouder heeft gezegd er is gewoon drugshandel, er is prostitutie, er komen bewoners van Domus Plus straks, maar u heeft toegelicht dat door hun drugsbehoefte in feite de handel alleen maar toe gaat nemen, is uw angst. De heer Kleist: Nou, ik denk dat het simpel is, want helaas en … We moeten gewoon iets goeds te doen voor deze mensen. Ik heb niets tegen die mensen. Het gaat om de plek. Het gaat om uitbehandelde drugsverslaafden en alcoholverslaafden, die alleen maar op zoek zijn naar hun behoefte en dat snap ik, dat snap ik. Dat is logisch. Dus dat betekent gewoon dat er meer vraag komt en als er meer vraag komt, komt er ook meer aanbod. Het kan niet anders als ik ga kijken naar Amsterdam wat daar gebeurt, is precies hetzelfde. Ja, dus … De heer Smit: Dank u wel, meneer Kleist. De voorzitter: Dank u wel voor het inspreken. Ik stel voor dat we deze vragenronde beëindigen omdat dit stuk ook geagendeerd staat. Die is geagendeerd door de VVD, dus hij komt nog aan de orde waarschijnlijk volgende maand en dan mag u nog een keer terugkomen om in te spreken, mag natuurlijk altijd. De heer Kleist: Dank. De voorzitter: En ditmaal bij het onderwerp wat erbij hoort, dat kan ook.
Oké, dank u wel voor uw komst en tot ziens. Fijne avond en bedankt voor uw geduld. Ter advisering aan de raad. 12. 19.50 – 20.10 uur Jaarverslag RKC en overzicht openstaande aanbevelingen (MR). De voorzitter: Dan gaan wij door met agendapunt 12, het Jaarverslag RKC en overzicht openstaande aanbevelingen. Dus dan wil ik graag de wethouder vragen die hiernaast zit om deze kant op te komen. Intussen ga ik alvast even voorlezen wat op mijn papiertje staat. Het Jaarverslag is geagendeerd op verzoek van de Actiepartij. Het overzicht met de aanbevelingen is geagendeerd op verzoek van de commissie en de RKC. Met haar brief informeert RKC u over de aanbevelingen die nog openstaan voor de Commissie Bestuur, zodat u die met elkaar kunt bespreken. Als achtergrond geef ik u mee dat de door de Raad overgenomen aanbevelingen door de RKC worden geregistreerd en zodra het college aan de raad hierover verantwoording aanbiedt wordt de RKC in de gelegenheid gesteld de raadscommissie hierover te adviseren. De verantwoordelijke raadscommissie beslist dan of zij het advies van de RKC overneemt. In haar brief adviseert de RKC de Commissie Bestuur in gesprek te gaan over langlopende aanbevelingen en hoe de commissie hiermee om dient te gaan en de rol van de rekenkamercommissie in het streven naar afdoening van lang openstaande aanbevelingen.
De RKC stelt voor dat als een aanbeveling vier jaar na vaststelling nog niet is afgedaan de RKC dan verslag doet aan de relevante commissie over de status van de aanbeveling, waarna de RKC opvolging van de desbetreffende aanbeveling niet meer zal monitoren en agenderen. Dus dat betekent na vier jaar wordt aan u overgelaten wat gaan we er mee doen. De RKC gaat in ieder geval dat niet langer meer volgen. De commissie kan dan het college verplichten een raadsinformatiebrief aan te bieden over de stand van zaken omtrent de aanbeveling waarop de commissie kan beslissen of de aanbeveling nog voldoende relevant is om open te laten staan of niet. Verder stelt zij voor dat verouderde aanbevelingen, met name omtrent de jaarstukken, te beleggen bij een commissie die er doorlopend aandacht voor heeft, bijvoorbeeld bij de auditcommissie. Tot zover de uitgebreide informatie.
44
Ik denk ik lees ze even helemaal voor, want dat leek mij gewoon wel handig, want er moet wat over gezegd worden. De commissie wordt dus gevraagd om aan te geven wat zij vinden van de voorstellen van de RKC ten aanzien van deze aanbevelingen en dan wil ik graag nu de heer Trompetter als eerste het woord geven. De heer Van den Doel: Volgens mij heeft Trots het geagendeerd. Heb jij het geagendeerd? O, het staat op mijn papiertje niet hoor. Sorry, Remko. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, wij hebben dit punt geagendeerd en eens met de aanvullingen van de commissie van RKC, daar eindig ik ook mijn bijdrage mee. Actiepartij constateert dat er een lichte verbetering is waar te nemen in het opvolgen van de RKC-adviezen, maar er valt nog veel te verbeteren, er zijn er 20 van de 53 aanbevelingen nu nog niet opgevolgd. De meesten daarvan betreffen verantwoording, doelmatigheid en kwaliteit van de jaarstukken. Dit zijn essentiële punten die de raad in staat stellen om zijn controlerende taak uit te voeren. Nu is dat het college dat de relevantie van de aanbevelingen over de jaarstukken 2014 niet meer zo actueel zijn. Het argument daarbij is dat het punt er al zo lang op staat.
Als dit argument valide zou zijn kun je als college gaan wachten tot de aanbevelingen zo lang op de agenda staan dat ze ineens niet meer hoeven worden opgevolgd, blijkens ook de RKC nu zegt van nou als het langer dan vier jaar is dan moeten we maar wat anders doen. Dus mijn fractie is van mening dat er nog zeker wel een kwaliteitsslag gemaakt kan worden als het gaat over de opzet en de informatiewaarde van de jaarstukken. Wat denkt het college te gaan doen om de opvolging van de adviezen voortvarend ter hand te nemen? Kan dan ook gelijk de lange lijst, de lange actielijst, van de Commissie Bestuur worden meegenomen? En mijn fractie stemt in en sluit zich aan bij de adviezen van de RKC en geeft de opdracht vanuit de raad, vanuit het college, om niet met spoed uit te gaan voeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet daar heel veel aan toe te voegen, anders dan inderdaad, ook wij vinden dat die aanbevelingen maar blijven staan totdat ze niet meer nodig zijn en een termijn van vier jaar is goed om dan een besluit erover te nemen in de commissie of we er wel of niet opgevolgd nog moet gaan worden, werk ingestoken moet worden. En het lijkt ons buitengewoon goed om twee keer jaar die lijst even door te nemen van wat vinden wij daar nou van en wat moet er nou gedaan worden.
Kortom, wij steunen van harte de aanbeveling van de RKC, het komt recht uit ons hart. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van den Doel. Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Wij sluiten ons daar helemaal bij aan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Meneer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, wij kunnen ons daar ook geheel in vinden. Misschien zijn de verkiezingen, gemeenteraadsverkiezingen, ook een mooi markeringspunt van die vier jaar om te zorgen dat de nieuwe raad weer met een schone lei kan beginnen en alle oude punten dan zijn opgedoekt. De voorzitter: Dus in maart gaat alles de deur uit, meneer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Dan is alles klaar. De voorzitter: Dan is alles klaar.
45
De voorzitter: Dan is alles klaar, dat is ook een betere, ja. Nog beter. Prima, dat is het streven natuurlijk, hoe kan ik dat over het hoofd zien. Zijn er verder nog mensen die iets willen bijdragen over dit onderwerp? Dan ga ik nu graag naar de wethouder, gaat uw gang. Wethouder Rog: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we in de afgelopen periode in goed gesprek zijn, ook met de rekenkamercommissie. Ik had zelf een beetje ook verwacht dat zij nu het woord zouden krijgen, maar volgens mij is er wat met de agenda misschien … De voorzitter: Klopt, wij liepen een beetje uit, dus zij kon hier helaas niet bij aanwezig zijn. Wethouder Rog: Ja. Nee, omdat het mij natuurlijk ook enige bescheidenheid paste en ik graag ook zou reageren op de reflectie van de rekenkamercommissie. Als we kijken naar de aantallen, openstaande aanbevelingen, is dat in ieder geval redelijk teruggebracht en tegelijkertijd begrijp ik ook en zie ik ook dat er ja, dat het ook wat lastig is inderdaad om soms specifieke actie vanuit de organisatie te hebben bij die openstaande aanbevelingen vanuit de jaarstukken. En nou ja, een moment waarop de zaken worden overgeheveld, dan wel naar de auditcommissie, dan wel die vierjaarstermijn een natuurlijk moment wordt van even kijken wat willen we nu met elkaar. Daar kan ik van harte ook mee instemmen.
Dus in die zin, wat ons betreft ook vanuit het college, alle begrip en steun daarvoor. De voorzitter: Wil iemand hier nog iets op opmerken? Of zijn we het gewoon allemaal eens met elkaar? Nou, fantastisch. Meneer Van den Doel. De heer Van den Doel: Dat betekent dat het college de aanbeveling van de RKC van harte ondersteunt. De voorzitter: Dat is precies wat het betekent. Nou, volgens mij was dit uw enige onderwerp, meneer Rog. Dank u wel voor uw komst. Wethouder Rog: Ja, hier, ja. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw komst en een fijne avond. 12.1 Informatiebrieven over stand van zaken RKC aanbevelingen. Overige punten ter bespreking. 13. 20.10 – 20.55 uur Evaluatie organisatieontwikkeling 2015-2020 en samenstelling directie (JB). De voorzitter: Dan gaan wij door naar onderwerp en agendapunt nummer 13. Eigenlijk heeft mijn inleiding langer geduurd dan dit hele agendapunt bij elkaar, grappig is dat. Is ook wel eens leuk. Evaluatie organisatieontwikkeling 2015-2020 en samenstelling directie. Op verzoek van de commissie geagendeerd door Trots, dit onderwerp dus wel. De fractie van Trots heeft aangegeven dat het doel van de bespreking is om te komen tot een verdere uitwerking waarbij een verbinding wordt gemaakt tussen de uitvoerbaarheid en de visie, missie en doelstellingen. Dan wil ik nu graag als eerste het woord geven aan de heer Rijbroek van Trots, gaat uw gang.
De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik zal voor degene die die meekijkt, wie het niet helemaal heeft kunnen volgen bij de vorige vergadering, dat is van voor het zomerreces, even dit gezegd. Waarom nu agenderen? Het onderzoek Berenschot, rapport evaluatie organisatieontwikkeling, gedurende de periode 2015-2020, dan blijkt
46
dat binnen de organisatie onvoldoende samenhang en slagvaardigheid tot stand komt tussen afdelingen, geen duidelijke visie aanwezig is, meer inhoudelijke participatie moet plaatsvinden met de stakeholders in de stad, dus de diverse partijen tot wijkraden aan toe. Nut en noodzaak, we zien dat externe inhuur is toegenomen en reeds extra mensen in vaste dienst zijn aangenomen. Inmiddels, die 23 vacatures zijn ingevuld, maar nieuwe volgen, vaak tijdelijk en komen de financiële risico’s van Zandvoort wel overeen met die van Haarlem? Dat waren allemaal vraagstellingen en er volgen er nog meer op. Naar aanleiding daarvan, want ik doe dat even beknopt, zijn er nog een aantal dingen niet beantwoord en als ik dan die stukken lees, dank aan de wethouder trouwens die nu aanwezig is, de heer Botter, die toch even wat aanvullingen heeft gedaan, blijven er toch een paar vragen liggen. Ik begin eigenlijk met de belangrijkste. Ik zie in de organisatie, Zandvoort-Haarlem, 24 afdelingen die hun uiterste best doen van de beide gemeentes en dat vraagt heel veel inzet, veel druk. Geloof ik graag. Die werken dus samen, ik neem aan dat die interpretatie juist is. Dan haal ik er even een voorbeeld uit en daar heb ik reden toen. Werken VEG en Fysiek Domein, oftewel Cultuur en Evenementen, al samen, net als afdeling VEG Toezicht en Handhaving. Dat is wat ik tenminste daaruit opmaak.
Blijkens eerdere vragen van Trots over evenementenvergunning met betrekking tot handhaving coronamaatregelen, anderhalvemeter van de Formule 1 Zandvoort, dan wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid van zowel provincie Noord-Holland en gemeente Zandvoort en dan denk ik is die implementatie dan nog in voorbereiding of is hij al in doorstart? Want er wordt verwezen naar de gemeente Zandvoort als verantwoording. Een ander punt vind ik toch ook wel opvallend uit dat Berenschot-rapport, bladzijde 89 en verder. Dat zijn die horizontale staven waarop staat dat het intern onderzoek, waar 46 procent van de medewerkers aan heeft meegedaan, dat men over het algemeen toch wel kan vinden in de vraagstellingen en positief beantwoord. Het lijkt mij ook een goed idee, geste, om de vragen voor te leggen bij een representatief aantal Haarlemse burgers en mensen uit Zandvoort. Dan als laatste en ik denk dat dat een toch wel nuttige vraag is nu we in september leven, want binnenkort krijgen we de programmabegroting, dan vind ik iets heel belangrijks daarin terug: komen de financiële risico’s van Zandvoort, gezien de jaarstukken van 2020, wel overeen met die van Haarlem? En volgens het raadsstuk van de gemeente Zandvoort, dat is, even kijken, 2021/281411, is dat niet gelukt om tot overeenstemming te komen over oplossingen van de financiële knelpunten.
Wij moeten daar nog een oordeel over geven en dat is ook een risico wanneer wij anders besluiten, dan heeft het een financieel risico en daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u… Voor het geval er leden zijn van deze commissie die inhoudelijk willen reageren op de bijdrage van de heer Rijbroek en zijn aannames als uitgangspunt daarvoor gebruiken, daar valt nog wel wat op af te dingen, dat zal de wethouder zo meteen toelichten. Dus als het daarover gaat dan liever niet. Meneer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het kernpunt bij de organisatieontwikkeling lijkt de kwaliteit van coördinatie en sturing te zijn, met name als een project of een doel afdelingoverstijgend is. Zo is gepoogd om een horizontale structuur op te zetten, dat is op zich prachtig en democratisch, maar de vraag is of dat niet … Hoe dat zich verhoudt met sturing en met coördinatie en of dat wel leidt tot een efficiëntere manier van samenwerken. Dus de vraag die er misschien ligt is wat is een mooie mix tussen enerzijds het horizontale gelijkwaardige en anderzijds meer wat sturing en wat management, ook om te voorkomen dat we veel te veel informatie krijgen, mensen niet meer weten wat ze moeten doen. Als ik de stukken lees is een groot aantal ambtenaren die aangeeft niet te weten of te begrijpen waarom er veranderingen op hun afdelingen doorgevoerd worden of nodig zijn.
Ik wil daar graag een reflectie van de wethouder op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Verhoeff. Zal ik dan eerst het woord geven aan mevrouw Van der Windt? Of bent u er al? Oké.
47
Mevrouw Verhoeff: Mag ik nu wel praten? Kijkt u maar. Het was een flitsactie even in de tas. Ik wilde beginnen met te zeggen dat de PvdA ook een compliment uit wil delen, want uit het stuk blijkt wel dat er heel betrokken en betrouwbaar en zorgvuldig door de meeste mensen worden gewerkt. Word je dan blij van dit stuk? Nou, nee. Wel dat het stuk er ligt, maar het blijkt dat ondanks dat iedereen heel erg zijn best doet, dat de samenwerking en de cohesie tussen afdelingen als ze weer werken aan één en hetzelfde onderdeel, dat het nog niet echt bijdraagt aan de doelen en eigenlijk is voor de PvdA wel de conclusie het is geagendeerd op verzoek van een fractie, maar als er zulke conclusies uit een onderzoek, die prima zeg maar intern zou kunnen worden gehouden, als we gewoon weer eens een thermometer in de organisatie steken, maar dit type conclusies dat er 24 torens zijn gebouwd, niet schuttinkjes ontstaan tussen 24 afdelingen, maar echt 24 torens bestaan. Dat het management ongetwijfeld met de beste bedoelingen niet in staat is geweest om die torens tot één gebouw te smeden en dat ze zelfs maatregelen hebben genomen waar de directie geheel buitenspel staat. Ik spreek geen oordeel uit of dat aan de directie of aan de managementlaag ligt die met misschien een specifieke ondertoon dacht van we gaan het dan zelf maar oplossen.
Hier is iets ernstigs aan de hand, ook al hebben mensen dus heel hard gewerkt en volgens mij wordt er hard gewerkt binnen deze gemeente, dat lees je ook in de stukken. Men heeft hart voor de zaak, vindt het ook nog fijn om hier te werken en toch als je dit stuk gelezen hebt, heb je als raad wel twijfels of je inderdaad goed wordt gesteund en dat is dan niet zozeer de mensen, maar wel de organisatiestructuur. Basisprobleem is waarom is dit niet actief geagendeerd met een visie al op hoofdlijnen en dan is het logisch dat het college denkt we komen nog wel met een verder uitgewerkte visie. Nee, ik pak altijd maar één voorbeeld waar je in ieder geval de bewoners in de stad, ook al vinden ze dat mensen goed voor ze werken, het bos ingaan. Wat volgens mij ook illustratief is voor die verschillende schuttingen die er staan. Ik weet dat een wijkraad die meldt aan een, in dit geval in de onderwijshoek, er komt een groot pand vrij in onze wijk. Daar zal in onze ogen prima een school in kunnen komen, weet u daarvan? Het enige antwoord wat terugkwam: nee, want dat is niet ons eigendom. Ja, dan zakt bij mij ook de broek af en bij deze wijkraad ook die bij mij aanklopte.
Dit is niet om de afdeling Onderwijs een duwtje te geven, maar het is volgens mij wel een voorbeeld dat op het moment dat iemand iets meldt, dat er niet nagedacht wordt van hé zou het niet wat kunnen zijn, naar de afdeling Vastgoed stapt of naar Ontwikkeling of weet ik bij wie ze moeten zijn. Ik lees ook en wethouder Botter, ik weet dat u heel veel zorg besteed heeft aan het tot stand brengen van en wil besteden aan het tot stand komen van een strategisch personeelsbeleid, dat u daar al een tijdje mee bezig bent en daarom willen wij ook niet schimpen of zo, maar wij hopen wel dat u ons als raad en dat zullen wij misschien niet meer zijn, maar eens in het half jaar of eens in het jaar, de voortgang meldt en of uw opvolger. Zodat wij wel het gevoel krijgen deze organisatie wordt met kleine stapjes, met grote stappen, de synergie wel gevonden, waardoor er ook een meerwaarde met dezelfde mensen meer kan worden gecreëerd dan nu, als je dit rapport leest, mogelijk is. Dus dit is niet gericht op u, maar wel in wanhoop over hoe heeft een organisatie met al die goedwillende mensen op dit punt uit kunnen komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ook D66 heeft met heel veel belangstelling het rapport van Berenschot gelezen. Wij erkennen hetgeen de onderzoekers beschrijven en ondersteunen de aanbevelingen.
Er wordt heel hard gewerkt, dat zegt mijn collega zojuist ook terecht, maar de samenhang lijkt wat te ontbreken en D66 vindt het belangrijk dat de gemeente, zeker in het fysieke domein, veel meer vanuit de geïntegreerde visie en aanpak gaat werken en de organisatie zegt dat ze dit wil oppakken, maar denkt de wethouder dat het ook gaat lukken? Is daar misschien ook wat politieke sturing bij nodig, wat we belangrijk vinden om verder te komen met deze gemeente. Wat in het rapport wat onderbelicht blijft is dat er ook een misfit is tussen aan de ene kant de plannen die worden gemaakt en de plannen die vervolgens uitgevoerd kunnen worden en D66 vindt het belangrijk dat de uitvoering van plannen en beleid centraal komt te staan. We
48
hebben niets aan prachtige plannen en prachtig beleid dat vervolgens jaren op de plank blijft liggen, omdat er geen mankracht of geld is om die plannen uit te voeren. Is de wethouder het met D66 eens dat de kans op uitvoering centraal moet komen te staan, voordat er plannen worden gemaakt? En hoe kijkt de wethouder aan tegen de rol van het college en de raad daarbij? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel. Dit ontwerp heeft natuurlijk het risico dat het alle kanten op kan vliegen. Ik heb mij eigenlijk geconcentreerd op de voorlopige directiereactie op het rapport Berenschot en de dingen die daarin vermeld worden om mee aan de slag te gaan. Wat mij eigenlijk opviel was iets wat er niet in staat en dat is eigenlijk de, laat ik zeggen, de dynamiek tussen de politiek en het ambtenarenapparaat. Er wordt wel gezegd ja we reageren op externe omstandigheden, maar dat zijn dan meestal dingen die in de stad gebeuren of wetten die uit Den Haag komen, zoals de Omgevingswet. Maar dat er natuurlijk ook een belangrijke dynamiek is tussen wat in deze zaal gebeurt en wat wethouders van het ambtenarenapparaat verlangen, als uitvloeisel van een coalitieakkoord bijvoorbeeld en ambities die daarin geformuleerd zijn en wat de organisatie uiteindelijk kan leveren, die aansluiting die ontbreekt volgens mij.
Die kan ook best wel eens een oorzaak zijn van het soms moeizaam functioneren van de organisatie. Dus ik ben eigenlijk benieuwd naar de visie van de wethouder op die afstemming. Hoe vindt dat nou plaats, zodat wij dingen bedenken die de ambtelijke organisatie ook daadwerkelijk kan uitvoeren en dat de organisatie ook terugduwt als we hier dingen verzinnen die dus niet uitvoerbaar zijn. Dan snap ik dat het niet gebeurt, ja, dan heeft het natuurlijk de basis gelegd voor allerlei drama’s die we in de overheid natuurlijk vaak zien, van verwachtingen aan uitvoerende apparaten die dus nooit ingelost worden en eerst afgewenteld worden op of medewerkers of op burgers en inwoners. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Drost. De heer Drost: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, GroenLinks heeft ook kennisgenomen van alle stukken die we toegestuurd hebben gekregen, het rapport van Berenschot, de reactie van directie, ook natuurlijk die presentatie voor het reces en de reactie van de directie daarop, dat was uitgebreid. Dus dat werd gewaardeerd. We zijn met een aantal dingen echt wel blij, de organisatie is echt wel wat stappen gezet afgelopen jaren. Nou, de wethouder heeft daar ook hard aan gewerkt. We zijn ontzettend trots ook op alle mensen die hier werken, keihard zich voor de stad inzetten. We ondersteunen de reactie vanuit de directie, kunnen die aanbevelingen ook goed volgen.