20210147873 2. Bijlage 1 Toekomstscenario's FHM 8 sept 2020
Tekst van het document
23
6.3 Scenario III: Topmuseum (met blijvende lokale, nationale en internationale betekenis) Wat houdt het scenario Topmuseum in? Basis voor scenario III is het Gezond museum (BASIS+FUNDAMENT+TREDEN A+B+C). Maar aanvullend gaat het scenario Topmuseum uit van de ambitie van de gemeente om het musem grotere maatschappelijke waarde te doen toevoegen voor de stad, de regio en het land dan tot nu toe mogelijk was - met het beschikbare vastgoed en de beschikbare gemeentelijke subsidie. Het gaat om het beter benutten van de potentie van Frans Hals en het Frans Hals museum voor Haarlem en zijn bewoners. In overeenstemming met het BMC-rapport gaat het dan om: a. toerisme en economie: bekendheid in binnen- en met name buitenland van Frans Hals en van het museum, met de bijbehorende fysieke publiekstoegankelijkheid; b. culturele verdieping gericht op grotere bekendheid en meer bezoek. Kennisdeling en schaalvergroting (ook meer aanhaken bij culturele programma’s MRA); c. sociale cohesie: meer aanhaken bij (sluimerende) ambities van de gemeente op de terreinen sociaal domein en onderwijs. In dit scenario bereikt het museum een optimaal aantal bezoekers, en is een inclusief museum dat sociale cohesie bevordert en alle scholieren in Haarlem bedient. Het maximale museum geeft door optimale aantrek van culturele toeristen uit binnen -en buitenland een grote impuls aan de lokale economie.
Het museum maakt in dit scenario een begin met een bloeiend Kenniscentrum en begint zich te profileren als DE plek waar alle kennis over Frans Hals is geconcentreerd. In internationaal opzicht is het museum ‘incontournable’ – DE plek die je moet hebben bezocht als je Nederland aandoet. Let wel: in dit scenario zijn de ambities op het vlak van huisvesting in de financiële zin nog niet meegenomen, aangezien de kosteninschatting daarvan nader onderzoek behoeft. Om deze effecten van het TOPmuseum echt te kunnen bereiken moeten deze ambities worden gerealiseerd. Ook dit scenario kent dus de volgende soorten oorzaken van ontwikkelingen in baten en lasten over de jaren: 1. ontwikkelingen als gevolg van een aangepaste wijze van uitvoering door het museum van taken en activiteiten. Het gaat hierbij om het nemen van maatregelen tot het benutten van het potentieel; 2. ontwikkelingen als gevolg van de bestaande wijze van uitvoering door het museum. Het gaat hierbij om taken en activiteiten waarvoor verandering geen bijdrage levert aan benutten van potentieel; 3. autonome ontwikkelingen. Bij het scenario Topmuseum gaan we er vanuit dat de bestaande prestatieafspraken tussen de gemeente en het museum in overeenstemming wordt gebracht met de maatregelen en verwachte gevolgen van dit scenario.
24
SCENARIO III– Samenvatting in cijfers TOPMUSEUM
tot 2020
2021
2022
2023
2024
3.268.157
3.161.566
1.760.986
1.704.866
4.781.452
5.029.143
4.866.431
233.530
239.095
236.508
701.322
937.830
SCENARIO III – FUNDAMENT is verhoging subsidie conform totaal SCENARIO II 203.921
3.221.748
2.961.919
SCENARIO III - plus verhoging subsidie bovenop dit fundament voor SCENARIO III 0
2.114.574
1.819.534
SCENARIO III – totale verhoging subsidie bij gehele pakket SCENARIO III - Topmuseum 203.921
5.336.322
Exploitatieresultaat bij besluit gemeente SCENARIO III 218.617
228.696
Vrij besteedbaar vermogen per einde jaar, bij besluit gemeente SCENARIO III 0
228.697
462.227
De specifieke aannames en ramingen voor scenario Topmuseum Dit scenario leidt, anders dan de andere twee scenario’s niet alleen tot verhoging van lasten, maar ook tot verhoging van baten. Voor scenario Topmuseum gelden specifieke aannames voor de wijze van uitvoering door het museum van activiteiten / maatregelen, met bijbehorende kostenramingen. We onderscheiden drie soorten specifieke aannames en ramingen: aannames en ramingen voor de aanpassing van de inhoud van taken en activiteiten; een aanname en raming voor het sneller opbouwen van het beoogde eigen vrij besteedbaar vermogen van 15% van de omzet dan bij scenario Gezond museum, namelijk in 4 in plaats van 10 jaar tijd; aannames en ramingen voor de (positieve) gevolgen van de inhoudelijke aanpassingen van taken en activiteiten voor de eigen inkomsten. Aandachtsgebied
Onderdeel
Lasten activiteiten/maatregelen 2021
Collectiebeheer
2023
2024
Registratie en ontsluiting
67.273
52.273
52.273
52.273
Opslag in depot
234.750
234.750
234.750
234.750
Restauratie
308.500
308.500
308.500
308.500
200.000
200.000
200.000
200.000
10.000
10.000
10.000
10.000
Aankoopbudget oude meesters FH Research Centre
2022
Internationale symposia
25
Tentoonstellingen
Databases
50.000
50.000
50.000
50.000
Onderzoek & publicatie
160.000
160.000
160.000
160.000
33.000
33.000
33.000
33.000
57.500
57.500
57.500
57.500
40.000
40.000
40.000
40.000
Personeelsinzet
92.000
92.000
92.000
92.000
Personeelsinzet
245.000
245.000
245.000
245.000
Overig
26.000
26.000
26.000
26.000
Klimaat
80.000
80.000
80.000
80.000
Inrichting/afwerking
60.333
60.333
60.333
60.333
Planvorming
18.000
0
0
0
Training
10.000
2.000
2.000
2.000
Personeelsinzet
285.000
285.000
285.000
285.000
1.977.356
1.936.356
1.936.356
1.936.356
Materiële kosten periodieke grote tentoonstelling
Educatie, rondleidingen
Personeelsinzet
en doelgroepenbeleid Publieks-
Opzetten Public
Begeleiding
Programming
Marketing, pr en communicatiie
Vastgoed (verantwoordelijkheden gebruiker gebouwen, tuin en depots)
Hospitality & beveiliging
Totaal lasten inhoudelijke aanpassingen (structureel)
2021 Eigen vrij besteedbaar
Meerkosten bij doen van
vermogen
4 jaarlijkse stappen naar
(incidenteel)
15% van de omzet (i.p.v.
2022
2023
2024
137.218
140.118
143.457
141.905
2.114.574
2.076.474
2.079.813
2.078.261
10 stappen) Totaal lasten van aanpassingen inhoud en eigen vermogen
26
2021 Eigen inkomsten
Entreegelden
2022
2023
2024
0
123.500
135.850
149.435
0
113.940
154.452
186.862
0
19.500
28.525
37.099
0
256.940
318.827
373.395
2.114.574
1.819.534
1.760.986
1.704.866
Bijdragen derden aan tentoonstellingen Bijdragen derden aan activiteiten Totaal baten (structureel) Totaal alle lasten minus baten (structureel)
Gevolgen subsidie en financiële resultaten scenario Topmuseum In onderstaande tabel tonen we de verwachte gevolgen van scenario Topmuseum voor de gemeentelijke subsidie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen in de periode 2021 t/m 2024. Omdat dit scenario als basis het scenario Gezond museum heeft, tellen we in onderstaande tabel de verhoging van de gemeentelijke subsidie mee die het gevolg zijn van scenario Gezond museum. De bedragen luiden in euro’s: (2020)
2021
2022
2023
2024
3.221.748
2.961.918
3.268.157
3.161.565
2.114.574
1.819.534
1.760.986
1.704.866
203.921
5.336.322
4.781.452
5.029.143
4.866.431
218.617
228.696
233.530
239.095
236.508
0
228.697
462.227
701.322
937.830
BASIS: Verhoging subsidie conform scenario Gezond museum is de basis
203.921
voor scenario Topmuseum Verhoging: conform scenario Topmuseum Totale verhoging subsidie bij scenario Topmuseum: Exploitatieresultaat, na besluit gemeente tot keuze voor scenario Topmuseum Vrij besteedbaar vermogen, einde jaar
De verschillen tussen het door BMC voorspelde structurele tekort (€ 250.000, gestaag oplopend en met diverse aantekeningen, zie hoofdstuk 3) en de tekorten 2021 t/m 2024
27
volgens bovenstaande tabel bij dit scenario, worden veroorzaakt door de algemene aannames (hoofdstuk 4) en aanvullende specifieke aannames bij dit specifieke scenario.
Gevolgen voor gemeentelijke investeringen in vastgoed Voor het scenario Gezond museum zijn ook investeringen wenselijk in het gemeentelijke vastgoed voor de museale presentatie, het collectiebeheer en de backoffice. Deze investeringen en de bijbehorende jaarlasten voor de gemeente hebben wij in dit scenario niet opgenomen. Wij verwijzen naar onze voorlopige ontwerp voor verbouwing van de HOF dat SO-IL en MeesVisser in onze opdracht heeft gemaakt. Ook verwijzen wij naar de tekst over het onderwerp Locatie, zoals opgenomen in bijlage 6.
Hoofdstuk 7. Waardering per scenario door het Frans Hals Museum In dit hoofdstuk geven we eerst aan hoe het Frans Hals Museum aankijkt tegen elk van de drie scenario’s en in welke mate het bereid is de gemeentelijke opdracht die elk scenario omvat te aanvaarden. Vervolgens laten we zien hoe de gemeentelijke investering (in de vorm van subsidieverhoging) zich per scenario verhoudt tot het subsidieniveau van vergelijkbare musea. Tot slot geven we aan welke belangrijke kansen en risico’s we zien voor alle scenario’s en voor elk per scenario afzonderlijk.
7.1 De uitvoerbaarheid voor het museum Het museum heeft in dit rapport de scenario’s en de denkrichtingen geobjectiveerd en becijferd zonder hieraan een waardeoordeel of voorkeur te koppelen. In dit hoofdstuk wil het museum, aanvullend op deze analyse en berekeningen, aangeven welke opties vanuit zijn perspectief uitvoerbaar / haalbaar zijn en daadwerkelijk tot een duurzame exploitatie en dito toekomst zullen leiden. Bij de introductie van Hoofdstuk 2 wou het museum één mogelijkheid niet onbenoemd laten: de onverhoopte situatie dat het niveau van de gemeentelijke exploitatiesubsidie in de komende periode niet wordt verhoogd. Als dit het geval is dan kan niet worden ingezet op een duurzame toekomst maar is het doel zo veel mogelijk reduceren van de vaste kosten op de lange termijn. Deze situatie is niet uitgewerkt als scenario maar wordt hier aangestipt als denkrichting. In deze denkrichting wordt het museum gereduceerd tot opslagplaats c.q. archief. De denkrichting ‘Archief’ is wat het museum betreft niet werkbaar. Het overgrote deel van de kerntaken van het museum wordt hierbij opgeheven en de financiële uitkomst van de radicale inkrimping is hoogst onduidelijk (wegens o.a. kosten ontslagregeling en eigen risico WW). De organisatie wordt tot op het bot uitgekleed, kan formeel geen museum meer worden genoemd, toch blijven de kosten op de korte en middellange termijn hoog.
Scenario I – ‘Eroderend museum’ is wat het museum betreft eveneens niet uitvoerbaar. Dit scenario bestendigt de situatie van het museum zoals die bestond voor de publicatie van het BMC-rapport van november 2019, en er sprake was van enorme erosie van de organisatie en personeel, en risico’s voor de conditie van de collectie. In dit scenario blijft er oneigenlijke druk op de organisatie liggen, moet een aanhoudend hoog percentage eigen inkomsten worden gerealiseerd en zijn alle budgetten voor tentoonstellingen, aankopen en restauraties 28
100% afhankelijk van externe partijen c.q. de markt. De Corona-crisis heeft bovendien aangetoond dat een dergelijk grote afhankelijkheid van eigen inkomsten uit ticketverkoop en fondsenwerving zeer kwetsbaar maakt. Dit scenario houdt het museum in leven maar het water blijft aan de lippen staan en het museum is gedwongen om te blijven watertrappelen met een continue angst voor de verdrinkingsdood. Het museum ziet dat scenario II – ‘Gezond museum’ veel kansen biedt in de uitvoering. De opbouw van dit scenario in treden als groeimodel biedt hier ook mogelijkheden tot fasering. In dit scenario heeft het museum ademruimte, kan de uitholling van de organisatie en de risico’s voor de collectie tegengaan en kan het de stad Haarlem en haar inwoners nieuwe mogelijkheden bieden tot verrijking en ontwikkeling. Dit scenario is pragmatisch / realistisch en vooral ook duurzaam: omdat het het museum revitaliseert en tegelijkertijd kansen kan aangrijpen om zich zelf verder te ontwikkelen. Het is een scenario dat zorgt voor stabiliteit en vanuit die stabiliteit kan kwalitatieve groei plaatsvinden. Het fundament – dat nu is aangetast door erosie - wordt opnieuw gelegd en op die pijlers en grondvesten kan het huis weer stevig worden neergezet. Zodat het museum opnieuw als thuis kan gaan fungeren voor de kunst en haar bezoekers.
Het liefste natuurlijk willen directie, Raad van Toezicht en medewerkers van het museum het volle potentieel van het museum benutten en gaan voor Scenario III – ‘ Topmuseum’. Wij weten en beseffen dat dit in tijden als deze – tijdens en vooral ook post-Corona – een grote opdracht is. Maar gezien de getrapte samenstelling, waardoor als het ware het ene scenario volgt uit het andere, is voor ons voorstelbaar dat we kiezen voor het Topmuseum, te bereiken over een vooraf afgesproken periode. Met het Gezonde museum als basis, kunnen we gezamenlijk streven naar een Topmuseum dat straks op economisch en breed maatschappelijk vlak een maximaal rendement zal bieden voor Haarlem. In alle scenario’s – ook in scenario II – zitten risico’s. Omdat de situatie van de gebouwen en depots en conditie van de collectie nog niet ten volle – door externe onderzoeksorganen – is onderzocht kan de staat hiervan in de komende jaren tot verlies aan aantrekkingskracht en additionele kosten leiden.
7.2 Subsidie per scenario in verhouding tot subsidie vergelijkbare musea Hieronder vergelijken wij het subsidieniveau dat behoort bij elk van de scenario’s, met het subsidieniveau van vergelijkbare musea (BMC-rapport).
Frans Hals Museum ontvangt minder gemeentelijke subsidie dan vergelijkbare musea In het BMC-rapport zijn de vergelijkingen gebaseerd op het jaar 2017. Daaruit bleek de totale gemeentelijke subsidie voor het Frans Hals Museum € 16 per bezoeker, tegenover € 37 voor het gemiddelde van vergelijkbare musea. In deze vergelijking is het museum met de hoogste gemeentelijke subsidie (Museum De Lakenhal) en het museum met de laagste gemeentelijke subsidie (provinciaal museum Museum de Fundatie) weggelaten om de vergelijking zoveel mogelijk te vrijwaren van uitzonderlijke ‘gevallen’. Het verschil bedraagt op deze wijze berekend, € 21 per bezoeker. Bij een bezoekersaantal van het Frans Hals Museum van 128.153 (2019) gaat het dus om een jaarlijks verschil van afgerond € 2,7 miljoen (prijspeil 2017).
29
De scenario’s leiden tot een verhoging van de gemeentelijke subsidie De verschillende scenario’s leiden tot verschillende verhogingen van de bestaande gemeentelijke subsidie voor het Frans Hals Museum (bedragen in euro’s): Verhoging subsidie per scenario, in euro’s
(2020)
Scenario Eroderend museum (zonder financiële tekorten) Scenario Gezond museum (basis op orde, kan de concurrentie aan) Scenario Topmuseum (met blijvende internationale betekenis)
2021
2022
2023
2024
203.921
463.221
628.890
938.902
833.346
203.921
3.221.748
2.961.918
3.268.157
3.161.565
203.921
5.336.322
4.781.452
5.029.143
4.866.431
Uitkomst vergelijking Uit het voorgaande volgt dat het gehele scenario Gezond museum tot een gemeentelijke subsidie leidt die in de buurt ligt van de gemiddelde van gemeentelijke subsidie – uitgedrukt per bezoeker – van vergelijkbare musea (zoals besproken in het BMC-rapport, en getoetst bij Amsterdam Museum, Dordrechts Museum, Van Abbemuseum, Cobra Museum en Museum Boijmans Van Beuningen). Het gemiddelde over de periode 2020 t/m 2024 (€ 2.563.462) ligt 5% lager.
7.3 Kansen en risico’s Wij zien de volgende belangrijke kansen en risico’s:
Bij alle scenario’s
Kansen
Risico’s
De eigen inkomsten kunnen
De ontwikkeling van de Corona-crisis kan voor de
meevallen doordat meer mensen
exploitatie van het museum zeer nadelig zijn,
naar musea gaan dan de
direct maar ook indirect. Bezoekersaantallen
afgelopen jaren of doordat meer
kunnen dalen en internationale toeristen kunnen
fondsen en legaten beschikbaar
voor langere tijd wegblijven.
komen De disputen tussen Raiola en de gemeente resp. het museum kunnen voor de exploitatie van het museum zeer nadelig zijn, in financieel opzicht door beperking aantal bezoekers en advocatenkosten, in logistieke zin door mogelijke definitieve sluiting van HAL onder druk van Raiola of tijdelijke sluiting door werkzaamheden ter versterking van de vloer in de Verweyhal De inkomsten van het fonds FHM Public Foudation kunnen aanmerkelijk lager zijn dan geraamd en kunnen tot een volledige stilstand komen omdat
30
het fonds is uitgeput zoals in een eerder stadium werd aangekondigd door de verstrekkers.
Specifiek bij scenario 1
Bezoekersaantallen kunnen eerder dan na 2024
Eroderend museum
dalen, als gevolg van de beperking in
(zonder financiële
tentoonstellingen en van geleidelijke relatieve
tekorten)
afname van concurrenend vermogen als gevolgen van achterstanden op diverse terreinen
Specifiek bij scenario 2
Onafhankelijk onderzoek naar beheer en behoud
Gezond museum
van de collectie leidt tot meer kosten dan wij op
(basis op orde, kan de
basis vanonze eigen expertise hebben geraamd
concurrentie aan)
Bij scenario 3
De kans is groot dat de stijging in
Topmuseum (met
entreeinomsten en overige eigen
blijvende
baten na 2024 geleidelijk aan
internationale
verder doorzet
betekenis)
31
Bijlage 1. Gevolgen scenario’s voor samenleving en organisatie Gevolgen scenario I - Eroderend museum voor samenleving en organisatie We onderscheiden hieronder voor scenario ‘Eroderend museum’ primair de consequenties voor de samenleving (gemeente, regio en land), en secundair voor het museum als uitvoerende organisatie. We verwachten het volgende: TYPE ONTWIKKELINGEN
SPECIFIEKE AANNAMES
Kwaliteit collectiebeheer (registratie,
●
behoud, toegankelijkheid)
Bestaande achterstanden blijven bestaan en worden in verhouding tot vergelijkbare en concurrerende musea groter;
●
Vanaf 2023 wordt niets meer gerestaureerd;
●
De collectie wordt steeds moeilijker te ontsluiten voor publiek, omdat registratie en staat van de kunstwerken achterblijft;
●
Bruikleenverkeer neemt af, zowel van uitgaande als van inkomende bruiklenen.
Waarde collectie
●
Blijft vanaf 2023 relatief achter omdat niet meer wordt gerestaureerd.
Publieksbereik en
●
gastheerkracht/gastvrouwschap
Nemen geleidelijk aan steeds verder af omdat het zonder eigen budget voor tentoonstellingen steeds moeilijker wordt om grote tentoonstellingen te organiseren en omdat niet wordt geïnvesteerd in gebouwen en gastvrijheid.
Betekenis voor toerisme / economie, voor
●
Neemt geleidelijk aan steeds verder af door teruglopend
de stad en de regio’s Haarlem en
aantal bezoekers en beeldbepalende tentoonstellingen in
Amsterdam
de stad.
Betekenis voor imago Frans Hals en Frans
●
Hals Museum
Neemt geleidelijk aan steeds verder af, vanwege achterblijvende tentoonstellingen en stopzetten restauraties en tot stilstand komen van onderzoek.
Betekenis voor sociaal-maatschappelijk leven en onderwijs in de stad
●
Blijft op het huidige bescheiden niveau met focus op gemiddelde Haarlemmer zonder aandacht voor minderheidsgroepen..
Gevolgen scenario I – Eroderend museum van organisatorische / bedrijfsvoerende aard voor het Frans Hals Museum: Omvang en kwaliteit van
Onvoldoende. Grote tentoonstellingen zijn bijna niet meer te
programmering/tentoonstellingen
organiseren.
32
Restauraties
Onvoldoende. Het niveau van restaureren van de collectie blijft in eerste instantie gelijk aan het huidige niveau, maar dit houdt 2023 op omdat deze basistaak afhankelijk is van een externe bijdrage die dan stopt.
Aankopen
Onvoldoende. Het niveau van aankopen van collectiestukken daalt omdat het met een minder positief imago moeilijker wordt externe bijdragen te vinden.
Kwaliteit gebouwen
Onvoldoende. Het onderhoud van de gebouwen stokt op een niveau voor gebouwen zonder museale functie.
Kwaliteit beveiliging
Voldoende. Blijft op het huidige niveau.
Wervende kracht (werving fondsen en
Onvoldoende. Neemt na verloop van tijd af door ontbreken van
publiek)
aantrekkelijke tentoonstellingen en door overbevragen van steeds dezelfde fondsen.
Personele kracht interne bedrijfsvoering
Blijft op het huidige (beperkte) niveau.
(omvang en kwaliteit personeel) Ondernemende kracht (ruimte voor
Niet aanwezig.
benutten kansen en opvangen risico’s)
Gevolgen scenario II – Gezond museum voor samenleving en organisatie We onderscheiden hieronder voor scenario Gezond museum primair de consequenties voor de samenleving (gemeente, regio en land) en secundair die voor het museum als uitvoerende organisatie. We verwachten de volgende gevolgen voor de samenleving: BASIS+ FUNDAMENT
PLUS TREDE A
PLUS TREDE A+B
PLUS TREDE A+B+C
Kwaliteit
Ruim onvoldoende.
Matig. Er zijn
Voldoende. Er zijn
Op het niveau van
collectiebeheer
Gelijk aan gevolg bij
geen belangrijke
geen
vergelijkbare musea
(registratie, behoud,
scenario Eroderend
en urgente
achterstanden
toegankelijkheid)
museum
achterstanden
meer
meer Waarde collectie
Blijft op huidig
Blijft op huidig
Ontwikkelt zich
Ontwikkelt zich tot
beperkt niveau.
beperkt niveau.
licht positiever dan
het niveau van
Gelijk aan gevolg bij
Gelijk aan
in de afgelopen
vergelijkbare musea
scenario Eroderend
gevolg bij
jaren
museum
scenario Eroderend museum
Publieksbereik en
Gelijk aan gevolg bij
Publieks- bereik
Publieks- bereik
Publieks- bereik
gastheerkracht
scenario Eroderend
gelijk aan gevolg
gelijk aan gevolg
wordt licht groter
33
museum
bij scenario
bij scenario
Eroderend
Eroderend
Gastheer-
museum
museum
kracht is op niveau
Gastheer-
Gastheer-
kracht verbetert
kracht verbetert
tot niveau matig
tot niveau voldoende
Betekenis voor
Blijft achter. Gelijk
Blijft achter.
Verbetert licht tot
Ontwikkelt zich tot
toerisme/economie
aan gevolg bij
Gelijk aan
niveau beperkt
het niveau van
voor de stad en de
scenario Eroderend
gevolg bij
regio’s Haarlem en
museum
scenario
Amsterdam
vergelijkbare musea
Eroderend museum
Betekenis voor imago
Blijft achter. Gelijk
Blijft achter.
Verbetert licht tot
Ontwikkelt zich tot
Frans Hals en Frans
aan gevolg bij
Gelijk aan
niveau beperkt
het niveau van
Hals Museum
scenario Eroderend
gevolg bij
museum
scenario
vergelijkbare musea
Eroderend museum Betekenis voor het
Blijft achter. Gelijk
Blijft achter.
Verbetert licht tot
Ontwikkelt zich tot
sociaal-
aan gevolg bij
Gelijk aan
niveau beperkt
het niveau van
maatschappelijke
scenario Eroderend
gevolg bij
leven en het onderwijs
museum
scenario
in de stad
vergelijkbare musea
Eroderend museum
Gevolgen scenario II – Gezond museum van organisatorische / bedrijfsvoerende aard voor het Frans Hals Museum: BASIS+ FUNDAMENT
PLUS TREDE A
PLUS TREDE A+B
PLUS TREDE A+B+C
Omvang en kwaliteit
Blijft achter. Gelijk
Gelijk aan
Verbetert licht tot
Op het niveau van
van
aan gevolg bij
gevolg bij
niveau beperkt
vergelijkbare musea
programmering/tento
scenario Eroderend
scenario
onstellingen
museum
Eroderend
Voldoende
Op het niveau van
museum Restauraties
Aankopen
Beperkt. Gelijk aan
Beperkt. Gelijk
niveau afgelopen
aan niveau
jaren
afgelopen jaren
Voldoende. Gelijk
Voldoende.
Voldoende. Gelijk
Op het niveau van
aan niveau
Gelijk aan niveau
aan niveau
vergelijkbare musea
vergelijkbare musea
34
Kwaliteit gebouwen
afgelopen jaren
afgelopen jaren
afgelopen jaren
Onvoldoende. Gelijk
Matig. Er zijn
Voldoende
aan gevolg bij
geen belangrijke
scenario Eroderend
en urgente
museum
achterstanden
Op het niveau van vergelijkbare musea
meer Kwaliteit beveiliging
Beperkt. Gelijk aan
Matig. Er zijn
gevolg bij scenario
geen belangrijke
Eroderend museum
en urgente
Voldoende
Op het niveau van vergelijkbare musea
achterstanden meer Wervende kracht
Beperkt. Gelijk aan
Matig. Er zijn
(verwerving fondsen
gevolg bij scenario
geen belangrijke
en publiek)
Eroderend museum
en urgente
Voldoende
Op het niveau van vergelijkbare musea
achterstanden meer Personele kracht
Gelijk aan gevolg bij
Er zijn geen
interne bedrijfsvoering
scenario Eroderend
belangrijke en
(omvang en kwaliteit
museum
urgente
personeel)
Voldoende
Op het niveau van vergelijkbare musea
achterstanden meer
Ondernemende
Geleidelijk aan
Geleidelijk aan
Geleidelijk aan
Geleidelijk aan
kracht (ruimte voor
ontstaat kracht voor
ontstaat kracht
ontstaat kracht
ontstaat kracht voor
benutten kansen en
benutten nieuwe
voor benutten
voor benutten
benutten nieuwe
opvangen risico’s)
kansen en
nieuwe kansen
nieuwe kansen en
kansen en
opvangen nieuwe
en opvangen
opvangen nieuwe
opvangen nieuwe
risico’s
nieuwe risico’s
risico’s
risico’s
Gevolgen scenario III – Topmuseum voor samenleving en organisatie We onderscheiden hieronder voor scenario Topmuseum primair de consequenties voor de samenleving (gemeente, regio en land) en secundair die voor het museum als uitvoerende organisatie. We verwachten de volgende gevolgen voor de samenleving: Kwaliteit collectiebeheer (registratie, behoud,
Uitstekend
toegankelijkheid) Waarde collectie
Ontwikkelt zich sterk
Publieksbereik en gastheerkracht
Op niveau van een museum met internationale allure
Betekenis voor toerisme/economie voor de stad en de
Groot
regio’s Haarlem en Amsterdam
35
Betekenis voor imago Frans Hals en Frans Hals Museum
Komt op lange termijn in de buurt van Van Gogh en het van Gogh Museum
Betekenis voor het sociaal-maatschappelijke leven en
Groot
het onderwijs in de stad
Gevolgen scenario III – Topmuseum van organisatorische / bedrijfsvoerende aard voor het Frans Hals Museum: Omvang en kwaliteit van
Eenmaal per drie jaar een grote tentoonstelling
programmering/tentoonstellingen Restauraties
Op niveau van een museum met internationale allure
Aankopen
Op niveau van een museum met internationale allure
Kwaliteit gebouwen
Op het niveau van vergelijkbare musea
Kwaliteit beveiliging
Op het niveau van vergelijkbare musea
Wervende kracht (verwerving fondsen en publiek)
Op het niveau van vergelijkbare musea
Personele kracht interne bedrijfsvoering (omvang en
Op het niveau van vergelijkbare musea
kwaliteit personeel) Ondernemende kracht (ruimte voor benutten kansen
Geleidelijk aan ontstaat kracht voor benutten nieuwe
en opvangen risico’s)
kansen en opvangen nieuwe risico’s (voldoende, maar niet ruim)
Bijlage 2. Verschillen tussen begroting 2019 en begroting 2020 In deze bijlage geven we - zeer globaal - de belangrijkste redenen aan dat het begrote resultaat over 2020 vóór de eenmalige extra exploitatiesubsidie (tekort van € 335.303) in structurele zin ongeveer € 64.000 negatiever uitkomt dan het tekort over 2019, zoals destijds geraamd € tekort van 271.000). In de tabel staan de bedragen met een + voor een vermindering exploitatietekort: Verschillen
Bedrag
Meer (+) en minder (-) baten meer realistisch ramen baten uit entree bijdragen van fondsen aan activiteiten
+ € 265.000 -
€ 125.000
36
meer realistisch ramen baten uit rondleidingen, zaalverhuur, etc
+
€ 62.000
indexering gemeentelijke subsidies
+
€ 60.000
tentoonstellingen
+
€ 213.000
collectiebeheer (met name restauratie Van Heemskerck)
-
€ 193.000
salarissen en inhuur
-
€ 184.000
Meer (-) en minder (+) lasten
huisvesting
-
€ 64.000
publiciteit (gerelateerd aan baten uit rondleidingen, etc)
-
€ 62.000
afschrijvingen op huisvesting en kantoorinvesteringen
-
€ 36.000
Totaaleffect
€ 64.000
Bijlage 3. De cijfers en berekeningen in detail Deze bijlage heeft de vorm van een separaat document.
Bijlage 4. Governance Vragen: Heeft de gemeente voldoende invloed op het Frans Hals Museum? Heeft het toegevoegde waarde als de gemeente een vertegenwoordiger kan benoemen in de Raad van Toezicht van het museum? Antwoorden: Doel verzelfstandiging en rolverdeling Met de verzelfstandiging is het museum los komen te staan van de gemeentelijke organisatie. Het doel dat met de verzelfstandiging werd beoogd was een verheldering van de beheersmatige en de beleidsmatige sturing, “waarbij de gemeente zich meer richt op de beleidsmatige beleidsbepaling op hoofdlijnen met daarin een duidelijke voorwaardenscheppende en kwaliteit-toetsende rol, terwijl de uitvoering en het beheer zoveel mogelijk wordt overgelaten aan het verzelfstandigde museum.” Er is sinds de verzelfstandiging dus een scheiding tussen het beleid dat de gemeente voert (ten aanzien van de collectie, de presentatie, de educatieve en eventuele andere maatschappelijke wensen en het vastgoed) en de uitvoering van de museale activiteiten die
37
het Frans Hals Museum verricht. Deze rolverdeling beoogt een verheldering van de verdeling van verantwoordelijkheden en tevens een versterking van de uitvoerende kracht van het museum, waartoe ook de mogelijkheid behoort om zelf middelen te verwerven uit private bronnen. Rechtsvorm en intern toezicht Sinds de verzelfstandiging heeft het museum de rechtsvorm ‘stichting’ met een bestuur (directie) en een Raad van Toezicht. Daarnaast functioneert een Raad van Advies. De Raad van Toezicht houdt toezicht op de directie. Het museum houdt zich aan de Governance Code Cultuur 2019. Eigendoms- en subsidierelatie en bijbehorende afspraken, overleg en toezicht De gemeente is eigenaar van de collectie en het museum-vastgoed. De gemeente verstrekt de collectie in beheer voor (telkens) een duur van 30 jaar, op basis van een collectiebeheerovereenkomst. De gemeente verhuurt het vastgoed aan het museum, op basis van een huurovereenkomst per pand. De gemeente en verstrekt jaarlijks een exploitatiesubsidie en een subsidie voor huur en onderhoud van het vastgoed. Per periode van vier jaar (nu: 2017 - 2020) maakt de gemeente meerjarenafspraken met het museum. Het gaat om budgetafspraken in relatie tot de beleidsdoelstellingen van de gemeente.
De jaarlijkse voorlopige subsidiebeschikking geeft aan dat de subsidie wordt verleend voor de uitvoering van het meerjarenbeleidsplan van het museum en in het bijzonder de afspraken die met de gemeente zijn overeengekomen in de meerjarenafspraken. Ook geeft deze beschikking de mate aan waarmee de gemeente toezicht houdt op het museum en het aantal tussentijdse rapportages dat de gemeente van het museum verwacht. Elk jaar vinden verschillende gesprekken plaats tussen de gemeente en het museum over de voortgang en de resultaten van de afspraken over onder meer de exploitatie, de collectie en het vastgoed, op ambtelijk en op bestuurlijk niveau. Beide partijen houden aan de hand van de begroting, de jaarrekening, tussentijdse voortgangsdocumenten en de gesprekken de vinger aan de pols. Het museum heeft daarnaast de mogelijkheid bezwaar en beroep aan te tekenen tegen subsidiebeschikkingen. Naar aanleiding van het voorstel daartoe in het BMC-rapport van november 2019 worden de bestuurlijke gesprekken in het vervolg onderscheiden naar gesprekken die worden gericht op de gezamenlijke strategie en tactiek en op het benutten van kansen en het beheersen van de risico’s daarvan, en gesprekken die worden gericht op de actuele museumexploitatie (exploitatie van het afgelopen jaar, lopende begroting, begroting voor het komende jaar).
Hardnekkige geschillen van mening Geschillen over de uitvoering van de verzelfstandigingsovereenkomst en de collectiebeheerovereenkomst die na onderling overleg blijven bestaan worden volgens die overeenkomsten opgelost door middel van mediation, in overeenstemming met het reglement van het Nederlands Mediation Instituut. Indien dat niet leidt tot een oplossing is de rechtbank bevoegd. Tot nu toe is er geen aanleiding geweest gebruik te maken van deze mogelijkheden.
38
De verantwoordelijkheid van de leden van de Raad van Toezicht In het verleden werd aangenomen dat de leden van een Raad van Toezicht van een stichting zich bij de vervulling van hun taak dienen te richten naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Maar formeelwettelijk was een dergelijke norm niet geregeld. Het huidige Burgerlijk Wetboek, deel 2 (BW2), regelt dit uitsluitend voor de naamloze vennootschap, de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. Sinds 28 januari 2020 is het voorstel van Wet bestuur en toezicht rechtspersonen aanhangig bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Dit wetsvoorstel bevat een toevoeging aan BW2 (artikel 44) waarmee deze norm ook voor stichtingen wordt vastgelegd. Extra toezicht wenselijk? Uit het voorgaande blijkt de gemeente in de bestaande verhoudingen beschikt over ruime mogelijkheden om toezicht te houden en invloed uit te oefenen op de museale uitvoering. Het aanwijzen van een gemeentelijke vertegenwoordiging in de Raad van Toezicht voegt hieraan geen waarde toe - integendeel: het zou leiden tot rolvermenging - en zou in strijd zijn met de rolverdeling die werd beoogd met de verzelfstandiging, met de aanstaande nieuwe wetgeving en met de bedoeling van de Governance Code Cultuur 2019. Een dergelijke constructie wordt evenmin toegepast bij andere musea in het land met een eigen rechtspositie.
Bijlage 5. Ontzamelen 1. Wat is ontzamelen/afstoten? Het afstoten van collectieonderdelen – ontzamelen genoemd – wordt beschouwd als onderdeel van professioneel collectiebeheer bij musea. Afstoten is erop gericht om (over)volle depots op te schonen en daar ruimte te creëren, het museum te ontlasten van objecten die niet meer in de verzameling passen of om objecten een betere en meer betekenisvolle bestemming te geven in een ander museum of elders. 2. Richtlijnen Professionele musea die zijn opgenomen in het Museumregister zijn bij het ontzamelen gebonden aan een wet en een set richtlijnen namelijk: Sinds 2016 : De Erfgoedwet Sinds 1999 : de LAMO of Leidraad Afstoten Museale objecten. De gedragsregels en voorschriften voor musea zijn vastgelegd in de Ethische Code voor Musea, ingesteld in 1991. Verschillende handleidingen geven museumdirecties en -medewerkers houvast bij het professioneel beheren van de hun toevertrouwde collecties. Een daarvan is de LAMO, de Leidraad Afstoten Museale Objecten. 3. Ontzamelen is een proces Bij ontzamelen moeten verschillende stappen worden gevolgd. Het is hierdoor een tijdrovend en arbeidsintensief proces. Grosso modo gaat het om onderstaande stappen en fases: A. Voorbereiding Collectieplan uitwerken Controle van de basisregistratie: herkomstonderzoek
39
Motivering selectie en collectiewaardering: raadplegen deskundigen Mogelijke beschermwaardigheid in kaart brengen B. Publicatie Publicatie voornemen tot ontzameling in de Staatscourant Melding van de af te stoten objecten op de afstotingsdatabase Wachten op zienswijze Staatscourant (6 weken) Wachten op reacties afstotingsdatabase (8 weken) Beoordeling zienswijze en reacties Eventuele toetsing beschermwaardigheid Publicatie besluit in de Staatscourant C. Uitvoering afstoting Collega Musea informeren over af te stoten objecten Eerst zoeken naar herbestemming binnen museumsector Vervolgens Schenking of verkoop buiten museumsector D. Afronding Bestemming eventuele opbrengsten: collectiebehoud en ontwikkeling Collectieregistratie invoeren Afstotingsdocumentatie Eventuele vernietiging. 4. Ontzamelen levert zelden financiële winst op. Waarom niet ? Ontzamelen is een tijdrovend proces dat zorgvuldig moet worden uitgevoerd en vele man/vrouw uren kost. Ontzamelen is geen basistaak en voor dit proces moeten doorgaans 1 of meerdere additionele medewerkers worden ingehuurd. Ontzamelen kost dus in eerste instantie geld met name arbeidsuren/personele inzet. Topstukken of kunstwerken met een hoge artistieke en daardoor ook financiële waarde kunnen niet ontzameld worden omdat ze deel uitmaken van het artistiek erfgoed van Nederland.
Doorgaans worden in fase C stukken verkocht die niet meteen de hoofdprijs opleveren. Opbrengsten behaald uit het ontzamelproces mogen niet worden aangewend voor de algemene exploitatie of voor tentoonstelling/projecten. Opbrengsten moeten worden geïnvesteerd in collectiebehoud of ontwikkeling of nieuwe aankopen. Doorgaans levert ontzamelen dus in de financiële zin geen meerwaarde op maar is het hoofddoel ruimtebesparing in het depot. 5. Voorbeeld uit de praktijk Van 2012-2017 heeft het Frans Hals Museum een ontzamelproces uitgevoerd, gefinancierd met een projectsubsidie van de Gemeente Haarlem. Hiervoor werd voor ca. 3600 uren een registrar in schaal 8 ingehuurd. De opbrengsten waren minimaal: - Selectie: 1847 objecten konden ontzameld worden - Afgestoten: Uiteindelijk zijn 811 objecten afgestoten.
Bijlage 6. Locatie Bestaande situatie Het museum rekent anno 2019 op 130.000 bezoekers op jaarbasis. Het overgrote deel daarvan, met name museumkaarthouders, komt af op de tijdelijke tentoonstellingen.
40
Tijdelijke tentoonstellingen zijn dus een motor voor het aantrekken van bezoekers en voor het verdienen van eigen inkomsten uit ticketverkoop. Om tijdelijke tentoonstellingen te kunnen realiseren – naast de collectieopstelling met hoogtepunten uit de collectie – is fysieke ruimte nodig. Een tentoonstelling van gemiddelde omvang heeft 800 tot 1000 vierkante meter vloeroppervlak nodig. Om die reden heeft het Frans Hals Museum heeft sinds de jaren negentig twee locaties, een aan het Groot Heiligland en een aan de Grote Markt. De locatie aan Groot Heiligland wordt gebruikt voor opstelling van de collectie oude (en deels hedendaagse kunt) en voor tentoonstellingen. De locatie aan de Grote Markt – bestaande uit de Vleeshal en de Verweyhal – wordt gebruikt als tentoonstellingslocatie. Gezien de slechte klimaatomstandigheden kan daar geen oude kunst worden tentoongesteld zonder kunstwerken in acuut gevaar te brengen.
Locatie Groot Heiligland /HOF omvat 3000 vierkante meter aan oppervlakte waarvan 2600 voor opstelling van kunst. Locatie Grote Markt/HAL omvat 1600 vierkante meter aan oppervlakte waarvan 1140 voor opstelling van kunst.
Huidige ontwikkelingen rondom locatie HAL De conditie van gebouw HAL neemt in toenemende mate af door verouderingsprocessen en het gebrek aan infrastructurele ingrepen. Door de steeds onstabieler wordende klimaatsituatie is het met ingang van 2020 niet meer mogelijk om er in de maanden december-februari moderne kunst te tonen (modern = periode 1860 tot 1960). Oude kunst kan er überhaupt niet worden getoond. De Gemeente Haarlem is sinds 2018 in discussie en rechtszaken verwikkeld met de heer Raiola – eigenaar van de Begane Grond van de Verweyhal. Discussie concentreert zich momenteel op de verzakte vloer van de Verweyhal die dringend moet worden hersteld. Gemeente en Raiola komen vooralsnog niet tot overeenstemming over een aanpak van deze werkzaamheden. Daarnaast heeft de heer Raiola het verlangen om het bovengedeelte van de Verweyhal aan te kopen. Daarenboven beschuldigen de partijen elkaar via diverse rechtszaken van wanbeleid. Gevolg voor het museum: een gebruiksbeperking in de Verweyhal (max 100 personen), extra beveiligingskosten om dit te handhaven, advocatenkosten voor de rechtszaken, onzekerheid in de tentoonstellingsplanning (gezien de onduidelijkheden over wanneer de herstelwerkzaamheden zullen plaatsvinden en daarmee HAL ook tijdelijk zal zijn gesloten). Sluiten locatie HAL? Dit levert geen vermindering van huurlasten op, omdat hier huursubsidie tegenover staat.
Wel hebben we minder kosten voor inzet personeel Hospitality en Beveiliging. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 180.000 op jaarbasis. We verliezen echter publieksinkomsten van bezoekers aan HAL (per jaar fluctuerend, afhankelijk van het type tentoonstellingen die we in HAL organiseren). Het niet organiseren van tentoonstellingen in HAL levert geen besparing op, omdat alle tentoonstellingskosten met externe gelden worden gefinancierd.
41
Waarom heeft het museum behoefte aan Locatie Hal/Grote Markt of vervangende locatie? Het museum heeft niet specifiek behoefte aan de locatie Hal maar wel een additionele locatie naast HOF die ruimte biedt aan tentoonstellingen. Idealiter is deze ruimte ook geschikt voor het tonen van de oude kunst. Op die manier kan de collectie permanent getoond worden in HOF en kunnen alle wisselende en tijdelijke tentoonstellingen plaatsvinden op een aparte locatie dichtbij HOF.
Waarom is dat voordelig? Het gedeeltelijk uitruimen van de collectie in locatie HOF – nodig om daar jaarlijks een tentoonstelling oude meesters te kunnen maken als bezoekersmagneet – kost in financieel en logistiek opzicht veel. Het is niet goed voor de conditie van de schilderijen om halfjaarlijks versleept te worden – in ons geval omhoog getakeld naar het depot – en het kost een groot aantal manuren om dit voor elkaar te krijgen. Daarnaast betekent dit ook dat een deel van het gebouw gedurende ruim 2 tot maximaal 3 weken niet toegankelijk is voor het publiek. Aangezien dan slechts de helft van de collectie te zien is, wordt de toegangsprijs ook navenant gehalveerd. Een alternatief zou een locatie zijn waar zowel collectie als tentoonstellingen kunnen worden ondergebracht.
Bijlage 7. Mogelijkheden tot uitstellen faillissement In deze bijlage geven we, onder de noemer Mogelijkheden tot uitstellen faillissement, aan in hoeverre het Frans Hals Museum zelf een dergelijk faillissement in de periode 2021 t/m 2024 zoveel mogelijk kan uitstellen, door het het eigen vrij besteedbare vermogen zo veel en zo lang mogelijk positief te houden. We hanteren daartoe een tweetal denkrichtingen die we voorzien van maatregelen en die we per maatregel en per denkrichting als geheel kwantificeren in de vorm van baten, lasten en effect op het exploitatieresultaat. In denkrichting 1 – het inkrimpen van de museale activiteiten - moeten we concluderen dat dit niet tot de noodzakelijke kostenbesparingen leidt. Denkrichting 2 – de presentatiefunctie schrappen en enkel als archief functioneren – is een veel rigoureuzere ingreep. Deze denkrichting kent grote gevolgen maar levert op termijn wel een kostenbesparing op en een verminderde subsidiebehoefte.
Wat bedoelen we met Mogelijkheden tot uitstellen faillissement? De mogelijkheden tot uitstellen faillissement kennen als basis de Prognose vanuit bestaande situatie. We bezien hierbij alle mogelijkheden die in technisch opzicht realistisch zouden kunnen zijn om het exploitatietekort en het vermogen in de periode 2021 t/m 2024 zo spoedig mogelijk en zoveel mogelijk in de zwarte cijfers te krijgen en te houden. We laten hierbij zien wat het museum nog maximaal kan doen in de onverhoopte situatie dat het niveau van de gemeentelijke exploitatiesubsidie in deze periode niet wordt verhoogd. Mogelijkheden tot uitstellen faillissement is niet gericht op een duurzame toekomst van het museum in de jaren na 2024.
42
De uitvoering van taken en activiteiten ondergaat wijzingen bij Mogelijkheden tot uitstellen faillissement veranderingen, maar alleen veranderingen die zijn gericht op het vermijden van een exploitatietekort, gedurende zo mogelijk de gehele periode 2021 t/m 2024. Volgens het BMC-rapport is er geen realistische mogelijkheid om inkomsten (na aftrek van kosten) structureel te verhogen dan wel lasten te verminderen. Dit betekent dat er dan radicale keuzes moeten worden gemaakt. Er zullen daarom activiteiten worden stopgezet of verminderd die, al dan niet op termijn, afbreuk doen aan de kwaliteit van een of meer van de huidige museale functies. De keuze van deze activiteiten is gericht op het zoveel mogelijk vermijden van afbreuk aan de capaciteit van het museum om eigen inkomsten te blijven verwerven en van schade (aan resultaten, bedrijfsvoering of bedrijfsmiddelen) die in een latere fase meer kost om te herstellen dan de besparing die er nu mee wordt gerealiseerd. Mogelijkheden tot uitstellen faillissement bevat geen maatregelen die zijn gericht op het verminderen van de netto-kosten van tentoonstellingen, restauratie en aankopen. Deze netto-kosten (lees: kosten minus eigen inkomsten) zijn immers in 2020 al nihil.
Bij de uitwerking van de Mogelijkheden tot uitstellen faillissement gaan we ervan uit dat de bestaande prestatieafspraken tussen de gemeente en het museum worden aangepast om de maatregelen van het museum die hierbij in technische zin realistisch zouden kunnen zijn ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Wij gaan er bij Mogelijkheden tot uitstellen faillissement vanuit dat het museum, bij gebrek aan vrij besteedbaar eigen vermogen, niet in aanmerking komt voor een uitkering uit de BISregeling. Voor zover het eigen vermogen in de periode 2021 t/m 2024 wel minimaal nihil is, blijft nog wel een beroep mogelijk op externe fondsen.
Denkrichting 1: De museale activiteiten inkrimpen Samenvatting -we vatten Denkrichting Activiteiten inkrimpen als volgt samen: Maatregel en gevolg voor bezoekersaantallen en entreebaten Beperking openingstijden Sluiten locatie HAL Geen tentoonstellingen meer
Bevriezen behoud en beheer collecties
Hoogtepunten uit de collectie on tour Educatie
Minder lasten per jaar
Meer (+) en minder (-) baten per jaar
Noodzakelijke eenmalige investering
€ 100.000 € 180.000 Opgenomen in Inkrimpen personeel € 25.000 + deel opgenomen in Inkrimpen personeel € 100.000 € 30.000
43
Marketing en Communicatie Inkrimpen personeel
Gevolg voor entreegelden Gevolgen voor bijdragen externen Totaal jaarlijks gevolg voor exploitatie Totale eenmalige investering
€ 70.000 € 900.000
Minimaal € 450.000, maximaal veelvoud daarvan -/- € 1.000.000 -/- € 1.200.000 Negatief Minimaal € 450.000, maximaal veelvoud daarvan
We kunnen concluderen dat het op deze wijze downscalen van de activiteiten en de organisatie in financiële zin onvoldoende rendabel is, terwijl de impact op de maatschappelijke betekenis van het museum voor de stad Haarlem zeer groot is. Hieronder gaan we nader in op de maatregelen en gevolgen van die maatregelen. Beperking openingstijden Om de kosten voor inzet personeel Hospitality en Beveiliging aanzienlijk naar beneden te brengen en de drukst bezochte dagen maximaal te benutten, zal het museum alleen nog in de weekenden en op woensdagen geopend zijn voor het publiek. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 100.000 op jaarbasis. Sluiten locatie HAL Dit levert gaan vermindering van huurlasten op, omdat hier huursubsidie tegenover staat. Wel hebben we minder kosten voor inzet personeel Hospitality en Beveiliging. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 180.000 op jaarbasis. Geen tentoonstellingen meer We schrappen het tentoonstellingsprogramma omdat we geen geschikte locatie meer hebben voor wisselende exposities (sluiting HAL). We beperken ons tot de collectiepresentatie in HOF. Dit levert geen kostenbesparing op, want de tentoonstellingen worden met externe gelden gefinancierd. Wel kunnen we het personeelsbestand inkrimpen (zie Inkrimpen personeel).
Bevriezen behoud en beheer collecties We stoppen met wegwerken van achterstanden in registratie en doen niet meer aan preventieve conservering van de collectie. We stoppen met het behoud en beheer van de collectie stadhuis. Dit zal leiden tot een ontbinding van de beheersovereenkomst Verweycollectie en tot het terugtrekken langdurige bruiklenen van particulieren, waardoor de kracht van de collectiepresentatie in HOF afneemt. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 25.000 op jaarbasis. En we krimpen het personeel in (zie inkrimpen personeel). Hoogtepunten uit de collectie on tour
44
We laten een aantal meesterwerken en highlights uit de collectie nationaal en internationaal touren tegen betaling. Hierdoor boet de collectiepresentatie in HOF aan aantrekkelijkheid in. Dit levert extra inkomsten op van ongeveer € 100.000 op jaarbasis. Educatie We schrappen het publieksprogramma (activiteiten en rondleidingen) en ontvangen alleen op de nog geopende woensdagen scholenbezoek. We bereiken nog maar een kwart tot een vijfde van het aantal scholieren wat we nu in het museum ontvangen. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 30.000 op jaarbasis Marketing en Communicatie We richten ons enkel nog op corporate communicatie en leggen de focus op dagjesmensen. We promoten het museum niet meer internationaal. Door de statische collectieopstelling verliest het museum aantrekkingskracht voor de Haarlemmers, want eens gezien is klaar. Dit levert een kostenbesparing op van ongeveer € 70.000 op jaarbasis.
Inkrimpen personeel We brengen de organisatie terug naar een minimaal aantal medewerkers om de werking te kunnen garanderen: - Inkrimpen Restauratieatelier naar 2 medewerkers - Inkrimpen marketing & communicatie naar 1 medewerker - Inkrimpen Educatie en Publiek naar 1 medewerker - Inkrimpen Facilitair, coördinator in plaats van hoofd en 2 medewerkers - Registrar Tentoonstellingen wordt registrator/registrar touring exhibitions - Schrappen conservator moderne kunst - Downscalen overhead (secretariaat, financiën, directie, etc.) - Schrappen van alle externe inhuur. We verwachten hiermee van zo’n 15 mensen in het museum afscheid te nemen (ruim 1/3 van het huidige personeelsbestand). Verder schrappen we opleidingskosten, professionalisering- en organisatieontwikkelingstrajecten. Dit levert een structurele besparing op van ongeveer € 900.000 op jaarbasis. Echter de kosten gaan voor de baten uit. De ontslagkosten en afvloeiingsregelingen zijn fors en variëren per medewerker tussen de € 30.000 (alleen transitie-uitkering) en een veelvoud van dat bedrag (in geval betrokkenen geen nieuw werk vinden tijdens hun WW-periode). Het museum is een instelling met B3-status en dus eigen risicodrager bij de WW. Bij ontslag moet worden gerekend op een transitievergoeding en een risico op het volledig dragen van de WW-kosten door het museum voor een periode van 2 jaar.
Bij een ontslagprocedure van 15 medewerkers ontstaan eenmalige ontslagkosten met een geraamd minimum van € 450.000 en een maximum dat kan oplopen tot een veelvoud van dat bedrag. Gevolgen voor entreegelden Het aantal te verwachten bezoekers loopt in deze denkrichting terug van 130.000 op jaarbasis naar tussen de 25.000 en 35.000 per jaar. Dit betekent dat de inkomsten uit kaartverkoop met ongeveer € 1.000.000 per jaar dalen. Gevolgen voor bijdragen externen
45
Fondsenwerving droogt op want er zijn nauwelijks nog projecten of tentoonstellingen. Inkomsten BGL verdwijnen, omdat we geen aantrekkelijke partner meer voor ze zijn. Bijdragen Beminnaers vervallen, want er zijn geen internationale tentoonstellingen meer. Dit betekent dat de bijdragen uit activiteiten en indirecte inkomsten met ongeveer € 1.200.000 per jaar afnemen.
Denkrichting 2: Archief: presentatiefunctie schrappen In denkrichting 2 brengen we de denkoefening nog een stap verder en maken een veel rigoureuzere keuze. We schrappen de presentatiefunctie van het museum en zetten alleen nog maar in op behoud en beheer van de collectie. Dit betekent dat we de collectie voor toekomstige generaties goed bewaren, maar tot er andere keuzes worden gemaakt, de collectie niet of nauwelijks zullen ontsluiten. We nemen afscheid van de locaties HOF en HAL, omdat we geen bezoekers meer ontvangen. We brengen de gehele collectie onder in een extern depot, wat aan alle geldende voorwaarden voldoet. We nemen afscheid van de opslag bij Baars en Kortman. We zorgen voor een gedegen beheer van de collectie, doen aan minimaal onderhoud om de collectie op peil te houden, maar verrichten geen nieuwe restauratiewerkzaamheden. Samenvatting Bij Denkrichting Archief gaan we niet uit van maatregelen om lasten te besparen en baten te verhogen, maar gaan we uit van een geheel nieuwe exploitatieopzet. We vatten de nieuwe raming van baten en lasten als volgt samen: Lasten Huur extern depot
€ 300.000
Team van 4 medewerkers
€ 240.000
Operationele kosten Hoogtepunten uit de collectie on tour Totaal Benodigde jaarlijkse gemeentelijke subsidie Benodigde eenmalige gemeentelijke subsidie Te vergelijken met de geraamde exploitatiesubsidie 2021 uit Prognose vanuit bestaande situatie
Baten
Noodzakelijke eenmalige investering
Minimaal € 1.110.000, maximaal veelvoud daarvan
€ 120.000 € 100.000 € 660.000 € 560.000 Minimaal € 1.110.000, maximaal veelvoud daarvan € 2.595.132
46
Hieronder gaan we nader in op de maatregelen en gevolgen van die maatregelen. Maatregelen en gevolgen Om een dergelijke operatie zorgvuldig te kunnen uitvoeren, is een kleine kern van gespecialiseerde medewerkers nodig. Met een depotbeheer, depotmedewerker, registrar, en 1 restauratiemedewerker is het team compleet. Ondersteuning voor administratie en financiën zou door de gemeente kunnen worden opgepakt. In dit model kan er wel voor gekozen worden om net als in de vorige denkrichting de topstukken uit de collectie te laten reizen. We verwachten hiermee zo’n € 100.000 per jaar uit de markt te kunnen halen. Een ruwe inschatting van de kosten: - Huur extern depot € 300.000 - Team van 4 medewerkers: € 240.000 - Operationele kosten: € 120.000 Totale kosten € 660.000. Netto kost deze denkrichting zo’n € 560.000 op jaarbasis. Hierbij moet er wel afscheid genomen worden van nagenoeg het gehele personeelsbestand, van nu 41 medewerkers. Slechts 10% van het personeelsbestand wordt behouden, zo’n 37 medewerkers laten we afvloeien. Dit vergt een eenmalige investering in afvloeiing personeel. De ontslagprocedures vergen een minimale eenmalige investering in de bandbreedte van € 1.110.000 (37 x € 30.000 transitieuitkering). Deze investering kan oplopen tot een veelvoud van dit bedrag (indien betrokkenen geen nieuw werk vinden in hun WW-periode).
Ook moet worden opgemerkt dat gemeente Haarlem een andere bestemming moet vinden voor de locaties HOF en HAL. De collectie van het Frans Hals Museum en met name de oude meesters zullen niet meer in Haarlem te zien zijn. Haarlemmers zullen voor het zien van de topstukken moeten reizen naar andere musea in het land en meer waarschijnlijk over de hele wereld.
47