20210061797 Bijlage artikel Korf et al. (2016)
Tekst van het document
Dat geldt niet alleen voor de invoering van deze maatregel in het kader van het afstandscriterium (hoofdstuk 1), maar het gebeurde bijvoorbeeld ook in Rotterdam, toen daar de sluitingstijd ’s avonds voor de meeste coffeeshops werd vervroegd (Korf & Liebregts, 2015). In de Nieuwendijkbuurt zijn er al coffeeshops die overdag op schooldagen gesloten zijn, met temporele verplaatsing als een van de gevolgen (hoofdstuk 1 en 2).
92
andere coffeeshops zou optreden.44 Daarop wijzen ook de resultaten van de survey onder coffeeshopbezoekers: het merendeel zegt overdag uit te zullen wijken naar andere coffeeshops in de buurt en elders in Centrum. Bij Scenario III (alle coffeeshops in het onderzochte gebied binnen het afstandscriterium dicht) wordt nog meer ruimtelijke verplaatsing verwacht. Volgens de coffeeshops zouden vooral in de beginperiode met name veel toeristen toch naar de Haarlemmerbuurt en de Nieuwendijkbuurt blijven komen. Op den duur zou de drukte zich meer verplaatsen naar coffeeshops in andere delen van Centrum en in andere buurten. Maar, zo menen de coffeeshops, toeristen zullen toch nog steeds naar de Haarlemmerbuurt en de Nieuwendijkbuurt blijven komen. Omwonenden/ondernemers zeggen eveneens dat coffeeshopklanten vooral naar de dichtstbijzijnde coffeeshops elders in Centrum zullen trekken. Ook nu valt niet uit te sluiten dat de verwachtingen enigszins gekleurd zijn door eigenbelang (zoals vrees voor minder omzet of hoop op minder drukte en overlast). De geïnterviewde bezoekers zelf zeggen ook dat zij vooral zouden uitwijken naar andere coffeeshops in de buurt en elders in Centrum. Daarnaast zegt een kleiner deel dan te zouden kiezen voor coffeeshops buiten Centrum. Over waar coffeeshopbezoekers daadwerkelijk naartoe zouden uitwijken, valt veel te speculeren.
Zoveel is echter duidelijk: bij Scenario III zouden er, uitgaand van de huidige situatie, in de (nabije omgeving van de) Haarlemmerbuurt en de Nieuwendijkbuurt niet veel coffeeshops meer overblijven. Gezien het verplaatsingsgedrag en de tijdsbesteding van toeristen die coffeeshops bezoeken (hoofdstuk 5), lijkt primair uitwijking naar coffeeshops in de omgeving van het Centraal Station voor de hand te liggen. Daar zou het dan heel druk – te druk? – worden.45 Bij alle drie scenario’s verwachten coffeeshops en (een deel van de) buurtbewoners/ondernemers meer straatdealers en (andere vormen van) overlast. Volgens hen zou in de Haarlemmerbuurt bij Scenario I meer op straat gedeald worden en zouden er bij Scenario II overdag nog (veel) meer straatdealers zijn. En bij Scenario III wordt gevreesd dat dan, door het (grotendeels) wegvallen van het toezicht dat coffeeshops houden, de straathandel vrij spel zal krijgen – in de Haarlemmerbuurt en de 44
Dat zich bij verkorting van de openingstijden van coffeeshops (naast van temporele verplaatsing) ook ruimtelijke verplaatsing naar andere coffeeshops voordoet, bleek zowel bij latere openingstijden op schooldagen vanwege het afstandscriterium in Amsterdam (Bieleman e.a., 2015b), als bij vervroeging van de sluitingstijd ’s avonds voor de meeste coffeeshops in Rotterdam (Korf & Liebregts, 2015). 45 Ter vergelijking: in Rotterdam bleven na sluiting vanwege het afstandscriterium vaak de kleinere coffeeshops over. Daar werd het veel drukker, met klachten over overlast tot gevolg (Korf & Liebregts, 2015).
93
Nieuwendijkbuurt, maar ook in aangrenzende buurten. In de survey onder coffeeshopbezoekers zegt bij alle scenario’s (overdag gesloten en geheel gesloten) een deel van zowel de toeristen als de lokale bezoekers dan hasj of wiet van straatdealers te zullen gaan kopen. Daarbij moeten we wel de (methodologische) vraag stellen: gaan zij wat ze zeggen te gaan doen, ook in werkelijkheid doen? Is dat echt hun intentie? En zetten zij hun intentie, als een scenario daadwerkelijk in de praktijk zou worden gebracht, ook om in de nu voorgenomen daden? Het percentage coffeeshopbezoekers dat nu zegt van cannabis van straatdealers te zullen gaan kopen, zou dus in werkelijkheid lager uit kunnen vallen. Maar ook als relatief gezien maar een hele kleine minderheid het zou doen, zou het gezien het totale aantal coffeeshopbezoekers (hoofdstuk 4) in absolute zin een fors aantal zijn. En omdat het bij de bezoekers van onderzochte coffeeshops in ruime meerderheid om toeristen gaat, zou vooral die groep straatdealers in de kaart spelen.
94
9 Samenvatting en slotbeschouwing Sinds 2013 hebben in Amsterdam flink wat coffeeshops hun deuren moeten sluiten. In stadsdeel Centrum gebeurde dit vooral in het kader van Project 1012 en daarnaast (net als in andere stadsdelen) omdat zij in het zicht lagen van een school voor voortgezet onderwijs: het zogeheten afstandscriterium. Vanwege dit criterium moesten ook de op loopafstand tot en met 150 meter gelegen coffeeshops op schooldagen overdag dicht. Daarbovenop was het voornemen om in januari 2016 de gedoogverklaring te laten vervallen van alle coffeeshops die liggen op een loopafstand tussen 150 en 250 meter van scholen voor voortgezet onderwijs. De gemeente besloot echter tot een moratorium. Hierdoor werd de voorgenomen verdere invoering van het afstandscriterium opgeschort. In de eerste helft van 2016 onderzochten we de gevolgen van het sluitingsbeleid voor coffeeshops in stadsdeel Centrum in de afgelopen jaren en voor de huidige situatie, plus de te verwachten consequenties in het geval dat verdere invoering van het afstandscriterium alsnog zou plaatsvinden.
Dat gebeurde met een combinatie van methoden: bronnenstudie, interviews met exploitanten en personeel van coffeeshops (28) en buurtbewoners/ondernemers (30), analyse van omzetcijfers in de periode 2013-2015, systematische observaties en klantentellingen in en bij coffeeshops, een survey onder 587 coffeeshopbezoekers en veldonderzoek naar straathandel in drugs. In het onderzoek stonden drie buurten centraal, alle gelegen in en rond postcodegebied 1012: Warmoesbuurt en directe omgeving (veel coffeeshops gesloten in het kader van Project 1012); Nieuwendijkbuurt (coffeeshops in het zicht van middelbare school gesloten, op loopafstand tot en met 150 meter overdag op schooldagen dicht; volgende voorgenomen fase opgeschort); de Haarlemmerbuurt (invoering van het afstandscriterium door het moratorium opgeschort).
9.1 Steeds drukker in overgebleven coffeeshops De bevindingen wijzen sterk in de richting van een waterbedeffect, in dit geval een fasegewijze, uitdijende ruimtelijke verplaatsing naar andere coffeeshops, met een voorkeur van klanten voor coffeeshops in nabijgelegen straten en buurten. Naarmate er in het kader van Project 1012 minder coffeeshops overbleven in de Warmoes95
buurt, zagen nabijgelegen coffeeshops het aantal klanten toenemen. Eerst ging dit geleidelijk, maar na sluiting van de laatste coffeeshops in de Warmoesbuurt in 2015 met een forse sprong. Nog sterker gold dat voor de resterende coffeeshops in de Nieuwendijkbuurt, waar eveneens in het kader van Project 1012 coffeeshops werden gesloten. Daarbovenop kwamen hier de effecten van de invoering van het afstandscriterium. Gaandeweg werd het ook in wat verder van de Warmoesbuurt gelegen coffeeshops, in de Haarlemmerbuurt, drukker; volgens de coffeeshops eerst geleidelijk en in 2015 in hoog tempo. Buurtbewoners/ondernemers in de directe omgeving van de onderzochte coffeeshops schetsen eenzelfde beeld. Deze ontwikkelingen worden bevestigd door de omzetcijfers van huidige coffeeshops in en rond het 1012-gebied en in de Haarlemmerbuurt. Daar was in het vierde kwartaal van 2015 de cannabisomzet ruim anderhalf tot meer dan drie keer zo hoog als in het eerste kwartaal van 2013 (net voor de eerste coffeeshops in het kader van Project 1012 werden gesloten). Nu werd ook de wiet (waarnaar veel meer vraag is dan hasj) duurder (zie 9.2), waardoor de groei in het aantal klanten wat minder groot zal zijn geweest dan de stijging in de cannabisomzet. De cannabisomzet ging met name in 2015 echter zo snel en zo fors omhoog, dat dit bij lange na niet valt te verklaren door prijsstijging.
Strikt genomen is pas sprake van een (ruimtelijk) waterbedeffect als aan drie voorwaarden wordt voldaan: (1) de aanpak in de ene wijk was effectief, de problematiek is er gedaald, (2) de problematiek is in de andere wijk gestegen, en (3) daartussen bestaat een oorzakelijk verband. Vertaald naar het Amsterdamse coffeeshopbeleid is (in stadsdeel Centrum) aan de eerste twee voorwaarden voldaan. Zoals vaak het geval is, ligt het empirisch bewijs voor de derde voorwaarde lastiger. Voor een oorzakelijk verband spreken de stapsgewijze (centrifugale) groei van het aantal bezoekers en de bevinding dat een fors deel van de geïnterviewde coffeeshopbezoekers voorheen (ook) naar inmiddels gesloten coffeeshops ging. Maar uit de bezoekerssurvey blijkt ook dat veel toeristen voor het eerst in Amsterdam zijn, c.q. een coffeeshop bezochten. Aardig wat van deze toeristen stappen de eerste coffeeshop in die zij tegenkomen. Zij vormen onderdeel van de algemene sterke groei in aantal toeristen dat naar Amsterdam komt. Met andere woorden: het waterbed is ook veel voller geworden. Ongetwijfeld heeft deze laatste factor bijgedragen aan de toegenomen drukte in coffeeshops en de hogere cannabisomzet. Daarnaast hebben de sluiting van coffeeshops en de kortere openingstijden op schooldagen geleid tot meer klanten in andere coffeeshops.
Deze factoren lijken echter overschaduwd te worden door de belangrijkste motor: het waterbedeffect door het uitwijken van klanten naar andere coffee96
shops in Amsterdam-Centrum als gevolg van de sluiting van coffeeshops in de Warmoesbuurt en op en rond de kop van de Nieuwendijk in het kader van Project 1012.
9.2 Huidige drukte in en rond coffeeshops In negen coffeeshops werden in maart en april 2016 systematische observaties en tellingen gedaan. Deze coffeeshops vormen een goede doorsnee van de coffeeshops in de onderzochte gebieden. Ze verschillen in grootte, sfeer en ligging. Allemaal zijn ze gevestigd in levendige straten of stegen, tussen winkels, horeca en andere bedrijven – maar in de Haarlemmerbuurt ook tussen woningen. Tijdens de observaties en tellingen bevonden zich op een willekeurig moment in de middag of avond gemiddeld 49 bezoekers in de coffeeshop. Het hoogst geturfde aantal was 205. Afhankelijk van het tijdstip, de dag en de coffeeshop gingen per coffeeshop ’s middags en ’s avonds gemiddeld ca. 50-100 bezoekers per halfuur naar binnen (dus bovenop degenen die al er waren). Het drukst was het op vrijdag in de namiddag en op de vroege avond, en op zaterdag in de vroege middag. Regelmatig was het binnen zo druk dat bezoekers wel de coffeeshop ingingen, maar snel weer vertrokken. Dit gebeurde tijdens een op de drie halfuurtellingen. Omgerekend naar de hele week, waren er naar schatting gemiddeld meer dan 6 000 bezoekers per coffeeshop, uiteenlopend van ca. 3 000 bezoekers in de kleinste en 12 000 in de grootste coffeeshop.46 De coffeeshops zeggen het hele jaar door veel aanloop te hebben en geen rustige periodes meer te ervaren.
Op sommige feestdagen is het extreem druk. De Paasdagen zijn niet eens de allerdrukste periode in het jaar. Op bijvoorbeeld Koningsdag of rond de jaarwisseling is het nog (veel) drukker. In 2016 viel Pasen vroeg en was het koud. Toch gingen er toen (tussen donderdag en maandag) per halfuur gemiddeld per coffeeshop 80 bezoekers naar binnen. De grootste uitschieter was 161 per halfuur, oftewel ruim vijf bezoekers per minuut. De forse groei in het aantal bezoekers had ook gevolgen voor de bedrijfsvoering en noopte tot meer personeel en herinrichting van de coffeeshop, waaronder soms meer zitplaatsen en/of meer loketten voor cannabisverkoop. Meestal hebben de coffeeshops een aparte balie voor de cannabisverkoop. Het aantal loketten varieert van één tot en met vier. Het is volgens de coffeeshops tegenwoordig niet ongewoon dat klanten in de rij voor de balie staan. Tijdens de systematische observaties en tellin46
Let wel: het aantal individuele bezoekers (personen) per week was beduidend kleiner, want blijkens de survey vaak kwamen bezoekers binnen een week meermaals in dezelfde coffeeshop en/of (vooral toeristen) in meerdere coffeeshops.
97