CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201157964 3. Bijlage B Zienswijzenota

gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Weigering verklaring van geen bedenkingen in verband met de weigering omgevingsvergunning voor de realisatie van 4 woningen aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en 2314.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijzenota inzake ontwerp weigering omgevingsvergunning realisatie van 4 woningen op het perceel Zuid Schalkwijkerweg tussen nr.21 en nr. 23 en ontwerp weigering Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) Behoort bij het besluit 2020/1157964 en het besluit weigering omgevingsvergunning met kenmerk 2017-08114

Voorgeschiedenis Er is in 2017 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van 4 woningen aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23. De aanvraag paste niet binnen het bestemmingsplan Zuid Schalkwijkerweg. Het bewuste perceel heeft de bestemming “Landschappelijke doeleinden, weide.” Medewerking aan deze aanvraag is vanuit stedenbouwkundig-planologisch oogpunt niet wenselijk gebleken. Het perceel is gelegen in de lintbebouwing aan de Zuid Schalkwijkerweg en heeft de landschappelijke bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide”. Het wijzigen van de functie ten behoeve van woningen tast de openheid en de landschappelijke waarde en beleving van dit perceel in het buitengebied van de Zuid Schalkwijkerweg aan. Het college heeft de ontwerp-omgevingsvergunning (weigering) ter visie gelegd waartegen zienswijzen zijn ingediend. Deze zienswijzen zijn verwerkt in de nota van zienswijzen, welke uiteindelijk niet hebben geleid tot een ander standpunt. (bijlage bij weigering omgevingsvergunning) De aanvraag is in januari 2019 geweigerd. Beroep bij de rechtbank Noord Holland Tegen deze weigering omgevingsvergunning heeft de aanvrager beroep ingesteld. De rechter heeft geoordeeld dat het college ten onrechte het besluit heeft genomen zonder dat de raad een oordeel heeft kunnen geven over de (on)wenselijkheid van de aanvraag aan de Zuid Schalkwijkerweg.

Kort samengevat had het besluit van het college vergezeld moeten gaan van een besluit van de raad om een verklaring van bedenkingen af te geven, dan wel te weigeren. Omdat met dit plan meerdere hoofdgebouwen worden voorzien aan de Zuid Schalkwijkerweg en omdat de vastgestelde categorieën van gevallen waarvoor geen VVGB is vereist, zien op ‘een hoofdgebouw’ (zie onder paragraaf 2.2 van de bijlage) valt de aanvraag volgens de rechter strikt genomen niet onder deze aangewezen categorieën van gevallen waarvoor géén verklaring van de raad is vereist. Dat het totaal aantal vierkante meters van de vier hoofdgebouwen onder de 2500 m2 blijft (minder dan 1000 m2, excl. bijgebouwen) is niet relevant, aldus de rechtbank. De rechter heeft het college daarom opgedragen om het ontwerpbesluit opnieuw ter inzage te leggen, vergezeld van een (weigering) VVGB van de Raad. Het college heeft aan het bovenstaande uitvoering gegeven aan deze uitspraak en heeft de raad voorgesteld om de afgifte van de VVGB te weigeren ten behoeve van de terinzagelegging van de weigering ontwerp omgevingsvergunning. De raad heeft dit voorstel in de vergadering van 30 maart 2020 bevestigd en een ontwerp weigering VVGB afgegeven.

1

Terinzagelegging stukken Het ontwerpbesluit en de bijbehorende relevante stukken hebben vanaf 21 april 2020 tot en met dinsdag 2 juni 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konden belanghebbenden eventuele zienswijzen tegen het ontwerpbesluit indienen.

Zienswijzen Tijdens de zienswijzetermijn zijn zienswijzen ontvangen van de eigenaren en aanvragers van het perceel Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en 23. Daarnaast hebben de eigenaren van de Zuid Schalkwijkerweg nr. 21 en nr. 23 en Jaagpad 33T een zienswijze ingediend. Omdat de zienswijzen voor een groot deel ook al in de eerdere besluitvorming van de Wabo procedure zijn beantwoord, dient de nota van zienswijzen, welke behoort bij B&W besluit 2018/865112: weigering besluit realisatie vier woningen aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23 en welke behoort bij het besluit weigering omgevingsvergunning kenmerk 2017/08114, hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Deze nota van zienswijzen is als bijlage I bij dit stuk bijgevoegd. Daarnaast zijn opnieuw adviezen opgevraagd bij de vakafdeling Omgevingsbeleid, Ruimtelijke Plannen en Ontwerp en de vakafdeling Beheer en Beleid en Openbare Ruimte. De adviezen zijn opgenomen in deze zienswijzenota op pagina 9 e.v. en op pagina 15 e.v.

Zienswijzen eigenaren perceel Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23 Voorgaande procedure

1. Aanvragers hebben een WOB verzoek ingediend. Uit de stukken hebben aanvragers afgeleid dat de omwonenden, de buren, zonder dat aanvragers daarover zijn ingelicht, overleg hebben kunnen voeren met de gemeente over de aanvraag. Deze aanvraag was op dat moment nog niet ter visie gelegd en dus niet openbaar.

2. Vervolgens is er met omwonenden door de wethouder gecorrespondeerd over de aanvraag, buiten de zienswijzeprocedure om. Tot slot hebben wel de omwonenden de initiële weigering toegestuurd gekregen, maar aanvragers niet. 3. Aanvragers hebben hier een onprettig gevoel aan overgehouden. Zij hebben de indruk gekregen dat niet hun onderbouwde aanvraag leidend is geweest, maar de lobby van de buurt, en dat de gemeente daarin niet oprecht is geweest. 4. De rechtsvoorgangers hebben meerdere keren een principe verzoek ingediend en daar ook daadwerkelijk antwoord op ontvangen. Aanvragers kenden die verzoeken en de reacties daarop van de gemeente niet. Zijzelf werden niet in de gelegenheid gesteld om een principe verzoek in te dienen en moesten om die reden een volledige aanvraag indienen.

2

Zienswijzen 5. Het is niet fair dat het door aanvragers bestreden standpunt van het college, zonder enige tegenargumenten van aanvragers aan de raad is voorgelegd. Ik heb toen namens de aanvragers de stukken aan de griffie toegestuurd. Deze zijn, samen met de inspreekbijdrage op de digitale agenda geplaatst. Ontwerp-weigering VVGB 6. Geconcludeerd wordt dat de voorgestelde bebouwing niet passend is in de lintbebouwing ter plaatse. De voorgestelde bebouwing past nu juist precies in de lintbebouwing ter plaatse. Het perceel is het enige perceel in de wijde omtrek aan deze zijde van de Zuid Schalkwijkerweg dat niet bebouwd is. Bebouwing zou nu juist het enige gat in de lintbebouwing aanvullen. Van enige openheid als kwaliteit en karakteristiek van de Groene Zoom ontbreekt volledig aan de oostzijde van de Zuid Schalkwijkerweg. Het wordt er simpelweg met de haren bijgesleept. 7. De percelen rondom het betreffende perceel zijn bebouwd. Dat het betreffende perceel niet is bebouwd betekent niet dat er sprake is van een karakteristieke openheid en kwaliteit van het gebied. 8. Vasthouden aan een invulling in lijn met de vigerende bestemming is niet reëel; ‘landschappelijke doeleinden, weide’ zou het gebruik als weide mogelijk moeten kunnen maken.

Dat gebruik is echter niet mogelijk: het perceel is daarvoor te klein, te nat te geïsoleerd ten opzichte van bijvoorbeeld agrarische percelen waar wel bebouwing is toegestaan. Ook hobbymatige beweiding behoort niet tot de mogelijkheden. Toen jaren geleden er enkele paarden stonden is de dierenbescherming erbij gehaald, omdat de paarden in een te voedselarme weide, met de benen in het water stonden. 9. Van natuurwaarden is nooit gebleken, ook niet na een recente update en analyse van Ecoresult, deze is aan u en de raad voorgelegd. 10. Overwogen wordt nu dat de ‘groene zone langs de Zuid -Schalkwijkerweg een belangrijke ecologische noord-zuidroute vormt die als zodanig ook is benoemd in het Ecologisch Beleidsplan’. Aan de westzijde, waar het perceel van aanvragers ligt, is geen sprake van een groene zone, noch van ecologische waarden die de term “ecologische noord-zuidroute” zou kunnen rechtvaardigen. 11. Bebouwing van het betrokken perceel doet niet méér afbreuk aan een landelijke of recreatieve sfeer van het gebied, dan de bebouwing van de buurpercelen zelf. Waarom mogen alle buren wel bouwen en de eigenaren van dit perceel niet? 12. Het perceel heeft de bestemming landschappelijke doeleinden- weide, zonder dat er een bouwvlak aan is toegekend om een schuilgelegenheid voor vee te kunnen bouwen.

In de toelichting staat dat het gaat om gronden die zijn bestemd voor grasland waarbinnen in de huidige situatie noch natuurontwikkeling, noch recreatief medegebruik aan de orde is. 13. Ecoresult concludeert dat van enige natuurwaarden geen sprake is, maar dat door enkele aanpassingen in de oevers het perceel wel weer aantrekkelijker gemaakt kan worden voor waterminnende diersoorten. 14. Het is onjuist vast te houden aan de vigerende bestemming, nu het niet geschikt is voor “graslanden waarop vee geweid en gestald mag worden”. Als gesteld, stallen mag sowieso niet, en het perceel is voorts te nat, te voedselarm, te geïsoleerd en te klein om er vee te weiden en dat geldt ook voor hobbymatig weiden van dieren. 3

Tussenconclusie 15. Het perceel heeft de bestemming ‘Landschappelijke doeleinden- weide’. Er is geen sprake van natuurwaarden en/of recreatieve waarden. 16. Het lint aan de Zuid Schalkwijkerweg westzijde is volledig volgebouwd, behalve waar het dit eiland aangaat. 17. Aanvragers hebben aangevoerd dat zij alles hebben voorgelegd aan de gemeente, maar dat wordt overwogen dat het perceel niet bebouwd mag worden. Wat dan wel mag op het perceel, blijft ongewis. 18. Het blijft voor aanvragers onbegrijpelijk dat zij zo ongenuanceerd de deur wordt gewezen. Het raadsstuk is na behandeling in de commissie als hamerstuk in de raad van 30 maart behandeld. Feitelijk is het dus niet behandeld, maar er is zonder enige beraadslaging conform besloten. 19. Het ontwerp-weigeringsbesluit voor de omgevingsvergunning is voor wat betreft de inhoudelijke afweging exact hetzelfde als het ontwerpbesluit uit 2018. Dit ondanks de tussentijds ingebrachte zienswijzen, het beroepschrift, de nadere memorie, het nieuwe Ecoresult rapport en alles wat tussen voorjaar 2018 en nu aan argumenten is gewisseld op zijn minst mee te wegen of er in ieder geval rekenschap van te geven.

Ik verzoek u hier andermaal de zienswijze, het beroepschrift, de nadere memorie, de correspondentie na uitspraak van de rechtbank, het nadere rapport van Ecoresult, in inspreekreactie en de nadere brief van aanvragers aan de raadsleden hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Zienswijzen bewoners/gebruikers Zuid Schalkwijkerweg nr. 21 en nr. 23 en Jaagpad 33T Met aandacht en blijdschap hebben wij als omwonenden kennis genomen van het feit dat nu ook de Gemeenteraad zich heeft uitgesproken tegen woningen op het weiland, en hiermee het eerdere collegebesluit om de vergunning voor vier woningen te weigeren, heeft bekrachtigd. Wij zien dit besluit in lijn met de visie die de gemeente Haarlem al lange tijd heeft op deze omgeving, en die in een brief die wij op 25 juli 2018 van de Wethouder Roduner ontvingen (inmiddels onderdeel van het WOB verzoek inzake deze aanvraag) nog eens duidelijk is benadrukt. Wij denken dat de beslissing in lijn is met de wensen van vele Haarlemmers die dagelijks genieten van het groene en landelijke karakter van de zo gekoesterde Groene Zoom.

Algemene overwegingen Voordat puntsgewijs wordt ingegaan op de voormelde gronden van zienswijzen, wordt eerst ingegaan op algemene overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan de beantwoording van de zienswijzen. Het betreffende perceel is sinds jaar en dag een open gebied met een functie dat in de lijn de ligt met functie van het huidige bestemmingsplan. Volgens de archieven is dit perceel ook nooit bebouwd geweest of heeft een bestemming met bebouwing toegekend gekregen. En dat is niet zo gek. Het gebied kenmerkt zich in het algemeen door een landelijk karakter van recreatieve waarde. De opengesloten bebouwingslint van de noord-zuidgerichte Schalkwijkerweg is een van de kernwaarden die dit gebied in zich draagt.

4

Het perceel heeft, net zoals een groot deel van het plangebied Schalkwijkerweg, de bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide’. Dit betekent dat de gronden bestemd zijn voor graslanden waarop vee geweid en gestald mag worden en water.

Landschappelijke Doeleinden In het bestemmingsplan zijn twee varianten voor de bestemming landschappelijke doeleinden aangehouden. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat zich in het veenweidegebied gronden bevinden die een verschillend karakter hebben en daardoor vragen om verschillende vormen van bescherming of gebruik. Bovendien geldt voor beide beschermingsregimes geldt een aanlegvergunningstelsel welke tot doel heeft om de karakteristiek van het gebied te beschermen.

Zoals uit het bovenstaande blijkt, is de bestemming Landschappelijke doeleinden, Weide (Lw) niet alleen toegekend voor de gronden van het Veenweidegebied van de Verenigde Polders, welk dus een groot deel van het bestemmingsplan beslaan, maar is deze ook toegekend aan de groene onbebouwde terreinen gelegen aan de weerszijden van de Zuid- en de Noord-Schalkwijkerweg, ook al behoren deze gronden tot een bij een woning behorend perceel. Het bestemmingsplangebied “Schalkwijkerweg” behelst veel van deze percelen. Het waarborgen van deze openheid is niet alleen kenmerkend voor de Verenigde Polders en het Veenweidegebied, maar juist ook voor percelen die behoren bij een woning. De woonbestemmingen zijn in dit buitengebied in de minderheid. De open en gesloten verhoudingen blijven op deze manier intact, welke de karakteristiek van dit gebied in zijn geheel ten goede komt. Er zijn tal van vergelijkbare percelen in de directe en indirecte omgeving van het plangebied die eenzelfde soort bestemming hebben en waar jaar en dag het gebruik conform de bestemming wordt uitgevoerd en waar zich geen problemen met betrekking tot uitvoerbaarheid van de bestemming hebben voorgedaan. Zie hieronder een uitsnede van een luchtfoto van de Schalkwijkerweg met de karakteristieke open en gesloten verhoudingen: 5

6

Rapport Ecoresult – uitvoerbaarheid bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide’ Aanvragers hebben in het kader van de zienswijzeprocedure een rapport van Ecoresult ingediend. het betreft de ‘Notitie Advies Wet natuurbescherming Plangebied: Zuid Schalkwijkerweg (Haarlem Y 279), Haarlem’, d.d. 5 februari 2020, versie 03, Bijlage II. Het rapport beoogt onder meer een motivering te geven van de (on) uitvoerbaarheid van de huidige bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide’. De conclusie van het rapport onderstreept daarmee de Ruimtelijke onderbouwing welke door aanvragers ten tijde van de eerdere Wabo-procedure was ingediend. De bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide’ is echter gezien de huidige situatie op basis van onderstaande redenen onuitvoerbaar. Voor een verdere analyse aangaande de onuitvoerbaarheid van de huidige bestemming wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing . Het rapport licht dit standpunt verder als volgt toe: Op het perceel mag geen onderkomen worden gebouwd waardoor het stallen van vee onmogelijk is. Tevens behoort het plaatsen van een perceelafscheiding niet tot de mogelijkheden. Verder is het perceel nat (gedurende 9 tot 10 maanden per jaar) en beperkt van oppervlakte. Gelet op de open verbinding met het Spaarne en de hoge waterstanden is het weiden van vee in de winter hoe dan ook niet mogelijk.

Bovenstaande geldt zowel voor het bedrijfsmatig als het hobbymatig stallen van paarden en/of koeien. Voor beide vormen van beweiding is het perceel wegens de natte ligging en beperkte oppervlakte (nagenoeg) ongeschikt. Tabel 1 geeft de minimale oppervlakte van een gemiddeld ontwikkeld graslandperceel per veeeenheid weer . Te zien is dat een graslandperceel met een oppervlakte van 3700 m2 te klein is voor een rund/koe. Door de natte ligging van het perceel is de grasgroei verre van optimaal. Intensief bijvoeren is dan de enige optie om het dier aan genoeg eten te helpen. Paarden en pony’s vereisen minder ruimte.

Deze dieren zijn echter veel beweeglijker en kennen een ander graasgedrag. Waar een koe na de maaltijd gaat liggen herkauwen, beweegt een paard veel in de wei en staat het bekend om zijn ‘hapje stapje’ graaswijze. Door het vele bewegen, rennen en afzetten met de hoeven op de grond, is een stevige bodem belangrijk om de wei optimaal te houden7 . Dit is in het plangebied echter niet aan de orde. Het plangebied is te nat en kent voor paarden een te eentonige vegetatie. Schapen zijn echte kuddedieren. Een minimale kudde bestaat al snel uit 10 dieren. Een dergelijk aantal heeft ongeveer 1 hectare aan begraasbaar land nodig . Een perceel van amper 4000 m2 is dus verreweg te klein voor een kudde van minimale grootte (10 schapen). Naast voldoende oppervlak vereisen schapen een omheining, beschutting en een droge en stevige graszode. Het plangebied voldoet in de huidige situatie niet aan deze voorwaarden.

7

Reactie van de gemeente Haarlem Aanvragers hebben in de eerdere Wabo procedure het standpunt naar voren gebracht dat de huidige bestemming niet uitvoerbaar blijkt. Deze stelling is in de zienswijzenota van de eerdere procedure ook weerlegd (zie zienswijzenota van eerdere Wabo procedure, pagina 5, punt 5 bijlage I) Aanvragers willen met het onderhavig rapport aantonen dat de geldende bestemming niet uitvoerbaar is. Secundair willen aanvragers daarmee een onderbouwing geven dat de beoogde woningbouw op het perceel op zijn plaats is. Kort gezegd komt het erop neer dat meer ruimte benodigd is om de vee te beweiden. Daarnaast mag er geen onderkomen worden gebouwd waardoor het stallen van vee onmogelijk is, aldus de aanvragers. Met de toekenning van de bestemming Landschappelijke doeleinden, weide, is in eerste instantie beoogd de graslanden te behouden waar eventueel ook vee kan worden geweid. Het beweiden van vee is geen doel op zich om de graslanden te behouden. Niet is beoogd om om de percelen uitsluitend en jaarrond te gebruiken om uitsluitend vee te kunnen beweiden. Percelen met dezelfde bestemming in de omgeving hebben niet allen jaarrond vee op de graslanden lopen. De gebruikers van deze percelen passen het aantal koeien/schapen en ander vee aan op de omvang van het perceel. Graslanden zijn in de regel ook nat en daarom zijn het geen akkers maar graslanden.

Desalniettemin is het goed voor te stellen dat dit terrein gebruikt wordt voor het hobbymatig weiden van dieren gedurende de “droge maanden” van het jaar en dat ze elders op stal staan gedurende de “natte / koude maanden” van het jaar. Het is redelijk ongebruikelijk om dieren het jaar rond buiten te laten lopen. Dat het perceel echter 9 tot 10 maanden per jaar te nat is, wordt niet nader onderbouwd. In het verleden is door de eigenaren /gebruikers gekozen om het perceel te beweiden, zowel door paarden als door koeien en schapen. Zie foto hieronder uit de gemeentelijke Stroomlijn

8

Daarnaast dient naar objectieve maatstaven te worden onderbouwd waarom de huidige bestemming niet meer uitvoerbaar zou worden gemaakt. Er wordt bijvoorbeeld niet ingegaan op de maatregelen die zijn getroffen om de bestemming wel uitvoerbaar te maken en het weiland zo optimaal mogelijk te onderhouden. Dit onderdeel klemt temeer nu aanvragers het perceel destijds hebben aangekocht met de duidelijke informatie dat het perceel een Landschappelijke bestemming heeft. Zoals opgemerkt, is onderhavige perceel niet het enige perceel in de omgeving met dezelfde kenmerken en dezelfde bestemming. Het beweiden, het onderhouden conform de bestemming van de percelen is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de eigenaar/gebruiker. Het ligt dan veelal niet aan de bestemming, maar aan de eigen keuze en het beoogde gebruik van eigenaar/gebruiker. Tevens heeft de afdeling Omgevingsbeleid, Ruimtelijke plannen en Ontwerp hierover als volgt geadviseerd. Advies afdeling Omgevingsbeleid, Ruimtelijke plannen en Ontwerp, gemeente Haarlem Aanleiding Voor de locatie Zuid Schalkwijkerweg tussen 21 en 23 is een omgevingsvergunning aangevraagd (en geweigerd) voor de realisatie van 4 woningen, waarvan 2 woningen direct aan de weg, en 2 woningen in de tweede lijn aan nieuw te graven water hierachter.

De planlocatie heeft in het bestemmingsplan Schalkwijkerweg (vastgesteld 15 februari 2012) de bestemming Landschappelijke doeleinden, weide. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor graslanden waarop vee geweid en gestald mag worden en water. De bestemming is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden. Het huidige gebruik is conform de bestemming. Binnen de bestaande bestemming is de woningbouwontwikkeling niet mogelijk. De landschappelijke waarden van de gronden worden hierna beschreven.

9

Geen bestaand stedelijk gebied Bij de vergunningaanvraag is een ruimtelijke onderbouwing gevoegd. In de ruimtelijke onderbouwing wordt de plaats van de locatie in stedelijk of landelijk gebied van Haarlem niet correct beschreven. De veronderstelling dat de beoogde woningbouwlocatie in bestaand stedelijk gebied ligt is niet juist. De locatie ligt in landelijk gebied. Dit kan als volgt worden onderbouwd: De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend 25 oktober 2017. De ruimtelijke onderbouwing gaat in op ondertussen verouderd provinciaal beleid (Provinciale Structuurvisie en PRV). Inhoudelijk worden deze stukken echter niet juist weergegeven. De provinciale kaart Bestaand Bebouwd Gebied, waar naar wordt verwezen in de onderbouwing, betreft een indicatie voor bestaand bebouwd gebied, en geen rode contourenkaart. De bijbehorende definitie is leidend ten opzichte van de kaart. Als bestaand bebouwd gebied wordt (lees: aangegeven) de bestaande of bij een – op het moment van inwerkingtreding van de verordening – geldend bestemmingsplan toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing, uitgezonderd bebouwing op agrarische bouwpercelen en kassen. Op basis van de definitie ligt de locatie buiten het bestaand bebouwd gebied.

In de PRV wijzigt per 1 maart 2017 het begrip BBG in het landelijke BSG (bestaand stedelijk gebied) begrip: gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening; bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Landschappelijk, weide’. Het bestemmingsplan maakt een zodanig samenstel van bebouwing, zoals bedoeld in de Bro, niet mogelijk. Het plangebied legt nieuw beslag op de ruimte. Op basis van de definitie ligt de locatie in het landelijk gebied van Haarlem. Bebouwingsinitiatieven zijn hier, op basis van de PRV, niet zonder meer realiseerbaar. Kleinschalige initiatieven gaan in op het aantonen van nut en noodzaak en de ruimtelijke kwaliteitsverbetering. In de vergunningaanvraag ontbreekt deze informatie. Ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt niet aangetoond (hierop wordt later in dit advies nader ingegaan). Niet passend in Bijzonder Provinciaal Landschap en Werkingsgebied MRA landelijk gebied Sinds medio november 2020 is voor het gebied de Omgevingsverordening NH 2020 van kracht. Dat planlocatie ligt in o.a.

in de werkingsgebieden Landelijk gebied, Bijzonder Provinciaal Landschap en MRA landelijk gebied. Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling indien: a. de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlakte niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Op deze wijze worden functiewijzigingen in het landelijk gebied mogelijk gemaakt, met uitzondering van woningbouwontwikkelingen. Voor een woningbouwontwikkeling geldt artikel 6.46 Bijzonder Provinciaal Landschap, lid 3.

10

Het derde lid bevat een verbod op nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het bijzonder provinciaal landschap. Onder een stedelijk ontwikkeling wordt verstaan een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1f, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (zie begrip in bijlage 1 bij de verordening). Uit de jurisprudentie over dit begrip volgt dat een ontwikkeling geen zekere omvang dient te hebben om te worden gekwalificeerd als stedelijke ontwikkeling. Voor woningen is er op grond van de jurisprudentie sprake van een stedelijke ontwikkeling bij meer dan 11 woningen. Daarbij geldt dat de ontwikkeling de kernkwaliteiten van het bijzonder provinciaal landschap niet aan mag tasten. Een bescheiden woningbouwontwikkeling in combinatie met versterking kernkwaliteiten is dus mogelijk. De beoogde ontwikkeling versterkt de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap echter niet. Wat de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap zijn, laat het werkingsgebied BPL Spaarne en omgeving zien. Openheid en ruimtebeleving is relevant. Tevens geldt het werkingsgebied MRA landelijk gebied: Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling.

Dit betekent dat kleinschalige woningbouw (huidige jurisprudentie tot en met 11 woningen) is uitgesloten, tenzij gebruik kan worden gemaakt van de in het artikel genoemde mogelijkheden. Bij de functiewijziging van agrarisch naar wonen moet er bijvoorbeeld al een bestaande bedrijfswoning aanwezig zijn. Op beoogde locatie is dit niet het geval.

Tevens is ook het werkingsgebied Beschermingszone regionale waterkering – Regionale waterkering van toepassing. Ter plaatse van het werkingsgebied beschermingszone regionale waterkering voorziet een ruimtelijk plan in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering waar geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn. In afwijking hiervan zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk indien hierover blijkens de toelichting bij het ruimtelijk plan overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie. In de legger van de waterschappen worden regels gesteld voor deze zone. De Schalkwijkerweg is een regionale waterkering en als zodanig opgenomen op de legger regionale waterkering Hoogheemraadschap van Rijnland. De planlocatie ligt in de beschermingszone van de dijk. Onduidelijk is of de afstemming met Rijnland heeft plaatsgevonden. De ruimtelijke onderbouwing noemt alleen watercompensatie, zonder daarbij een Watertoets toegevoegd te hebben. Afweging stadsniveau (coalitieakkoord): niet bouwen in de groene zoom Bouwen in de groene zoom rond Schalkwijk een politiek en maatschappelijk gevoelig punt. Haarlemmers vinden de monumentale parken als de Bolwerken, Kenaupark, Frederikspark en Haarlemmerhout en de groene zoom direct om de stad belangrijk voor hun ‘groenbeleving’. (Structuurvisie Openbare ruimte)

11

Het huidige bestuur wil niet de groene zoom van de stad bebouwen, zoals dit ook is opgenomen in het coalitieprogramma 2018 (“We bouwen niet in de groene gebieden rondom de bestaande stad”). De is een voortzetting van het bestaande beleid. ‘Samen Doen’, het coalitieprogramma Haarlem 2014–2018, stelt zich ten doel de woonkwaliteit in Haarlem te versterken. In het coalitieprogramma is opgenomen dat er buiten het stedelijk gebied in de groene zoom geen woningen worden toegevoegd. Dit gaat ook niet ten koste van de kwaliteit van het bestaand groen binnen de stadsgrenzen. Verdichting binnen de stadsgrenzen is mogelijk, maar alleen als het de ruimtelijke kwaliteit versterkt. Een beleid dat is vastgelegd in de Woonvisie 2017-2020. In de Agenda 2020 staat specifiek: Haarlem realiseert de woningbouwopgave binnen de stadsgrenzen en blijft buiten de groene zoom. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit van het bestaand groen binnen de stadsgrenzen. De ruimtelijke kwaliteit is randvoorwaarde voor de ontwikkeling van (woning)bouwlocaties. Haarlem staat voor de opgave voor 2025 tienduizend woningen bouwen, dat is 15 procent stad erbij. Om maar niet lukraak te bouwen is een ´dashboard´ gemaakt, met acht ontwikkelzones.

Niet alleen is bepaald hoeveel woningen er per locatie moeten komen, maar ook bijvoorbeeld het percentage sociale woningbouw (Informatienota Rapportage woningbouw 2018 en Dashboard Ontwikkelzones). Het afwijzen van het verzoek tot bestemmingswijziging naar wonen sluit aan bij het vigerende beleid.

Afweging context landschappelijke en cultuurhistorische context: waarde groene zoom De Zuid-Schalkwijkerweg is onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van Haarlem. Het is als weg, in samenhang met de Noord-Schalkwijkerweg, aangewezen als een van de 19 belangrijke lange lijnen van de stad. De Zuid-Schalkwijkerweg wordt in de SOR (2017) als een groengebied bestempeld waar een recreatieve route doorheen loopt die toegang geeft tot en onderdeel is van het buitengebied. Haarlem ontwikkelde zich op een raakpunt tussen de strandwal en het Spaarne. De rivier vormt nog steeds een belangrijke structuur die de stad met het buitengebied verbindt. Langs de rivier is aan de oostzijde een Jaagpad aanwezig. Het langgerekte lintdorp Schalkwijk is vermoedelijk ontstaan in de 13de eeuw bij de ontginning van het veengebied oostelijk van het Spaarne. De Schalkwijkerweg, de enige weg in het dorp liep vanaf de voormalige Schalkwijkerpoort aan de zuidoostkant van Haarlem en eindigde aan het toen nog niet drooggelegde Haarlemmermeer. In de 16de eeuw stonden er boerderijen langs de weg, en een aantal kalkmolens dicht bij de stad. Vanaf de 17de eeuw werden ook enkele buitenplaatsen of herenboerderijen aangelegd. Het - nog bestaande - jaagpad direct langs het water dateert uit de 18de eeuw. Na 1850 werd het noordelijk deel van de weg in de stadsuitbreidingen opgenomen.

Bij de aanleg van stadsuitbreiding Schalkwijk bleven de Schalkwijkerweg en de strook veenweidegebied langs het Spaarne ongemoeid, om te kunnen dienen als uitloop- en recreatiegebied voor de vele nieuwe bewoners. Langs de weg is gaandeweg de hoeveelheid bebouwing toegenomen. Ontwikkelingen moeten zorgvuldig beoordeeld worden om de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden voor bewoners en gebruikers te behouden. Langs de weg is bebouwing aanwezig. Aan de Zuid-Schalkwijkerweg heeft het bebouwinglint een open karakter door de verspreid staande losse bebouwing met onderlinge tussenruimtes. 12

Karakteristiek voor het gebied is de variatie in open ruimten. Bezien vanuit Jaagpad en bezien vanaf de Zuid Schalkwijkerweg is er sprake van vrij zicht. Verdichting van het lint doet afbreuk aan de beleving van het recreatieve en landelijke karakter van dit gebied. De kernkwaliteiten van het gebied Zuid-Schalkwijkerweg (groene zoom) zijn: · Lange historische weg door grotendeels landelijk gebied, parallel aan het Spaarne. Het prestedelijke polderlandschap is zichtbaar gebleven. · Het wegtracé is niet of nauwelijks gewijzigd. · Het historisch profiel van een smalle weg met wegsloot aan weerskanten en met bomen (knotwilgen) erlangs is grotendeels bewaard. Dit houdt de geschiedenis van de weg afleesbaar. · Langs de weg staat vooral vrijstaande (voormalige) agrarische bebouwing, die de historische gelaagdheid laat zien. · De openheid tussen de bebouwing geeft een zichtrelatie tussen weg en Spaarne (met jaagpad) en maakt de landschappelijke context van het veenweidegebied beleefbaar. · Er is sprake van een wisselende afstand van de weg tot het Spaarne. De volkstuinen langs het jaagpad versterken de ‘lijn’ van de rivier. De waarde van de groene zoom wordt in de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie onderschreven. Het gebied is aangewezen als Beschermd Provinciaal Landschap (BPL), waarin behoud openheid tussen water en stedelijke rand van Haarlem belangrijk is.

Dit kan in combinatie met waterberging. De in het plan voorgestelde combinatie van bebouwing met waterberging past hier echter niet binnen. Tussen de Schalkwijkerweg en het Spaarne is de bebouwing weliswaar doorgaans vrijstaand, maar door bijgebouwen en bedrijfsbebouwing is de visuele verbinding tussen weg en Spaarne op veel plekken verbroken. Slechts op enkele plekken is de visuele relatie tussen weg en Spaarne bewaard gebleven. De planlocatie is nog een van de weinige overgebleven open weilanden in dit deel van de Schalkwijkerweg. De openheid is waardevol. Bebouwing en/of beplanting doet afbreuk aan de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het plan is stedenbouwkundig niet verder beoordeeld. In ieder geval wordt gesignaleerd: · Onduidelijk is op welke wijze het plan beoogt de bestaande ruimtelijke kwaliteit ter plekke te versterking. Het plan wordt niet in een ruimere landschappelijke en cultuurhistorische context geplaatst. In het plan is er geen sprake van versterking van de lintbebouwing, omdat er in de tweede lijn gebouwd wordt. Ook wordt de lineaire structuur van Dijk en Spaarne met jaagpad niet versterkt (de achterliggende bebouwing ligt in een plas water tussen dijk en jaagpad, ruimtelijk onduidelijk aangehaakt).

Huidige gebruiksmogelijkheden Het perceel heeft op basis van het bestemmingsplan Schalkwijkerweg (2012) de bestemming Landschappelijke doeleinden, Weide (Lw). Gronden die onder deze bestemming vallen zijn bestemd voor grasland waarbinnen in de huidige situatie noch natuurontwikkeling, noch recreatief medegebruik aan de orde is. De gronden mogen worden gebruikt voor het weiden van vee. In de groene zoom betreft het niet alleen de gronden van het veenweidegebied van de Verenigde Polders, maar ook de groene onbebouwde terreinen gelegen aan weerszijden van de Zuid- en NoordSchalkwijkerweg (ook al behoren deze gronden tot een bij een woning behorend perceel). Deze bestemming is aan de gronden gegeven om verdichting (bebouwing) en versnippering (tuinen en beplantingen) te voorkomen. 13

Veenweidegebied is van oudsher cultuurhistorisch landschap met uitdagingen. Uit het bestemmingsplan blijkt dat het gebruik van de gronden zowel gericht kan zijn op bedrijfsmatige activiteit (grote agrarische bedrijven) als hobbymatig (weide bij een woning). Een vuistregel is beweiden met maximaal 1- 1,5 GrootVeeEenheid of 10 tot 15 schapen (met lammeren) per hectare, en het niet beweiden in natte perioden in verband met vertrapping van de grasmat. Aangezien gras in de winterperiode niet groeit, is het jaarrond beweiden van weilanden niet voor al het vee gangbaar. Vee staat daarom in het algemeen de winterperiode meestal op stal (november tot maart, april). Schapen kunnen, indien de grond niet te nat is, wel jaarrond in een weiland staan. Niet relevant is te onderzoeken hoeveel koeien er op basis van grootte kunnen grazen. Het perceel maakt immers geen onderdeel uit van een volwaardig agrarisch bedrijf. Gedacht kan worden aan paarden, of kleinvee zoals schapen, geiten e.d. Daarin laat het bestemmingsplan vrijheid. Het bestemmingsplan staat geen bebouwing toe. Ook het weiden is niet verplicht. Verwacht mag dan ook worden dat wanneer er vee geweid wordt op het perceel, deze dieren op een andere locatie een deugdelijke stal hebben. Natuurlijk betreft het wel grasland dat (goed) onderhouden moet worden.

In het verleden zijn paarden door de dierenbescherming van het land gehaald vanwege de voedselarme omstandigheden en de hoge grondwaterstand. Uit het onderzoek Ecoresult blijkt echter dat het perceel bestaat uit een weide met daarop een vegetatie die zich kenmerkt door soorten van voedselrijke omstandigheden. Door afwisselend weiden en maaien, het zaaien van andere grassoorten (bijvoorbeeld met meer kruiden) en door bijvoorbeeld natuurlijke bemesting wordt voorkomen dat de grond voedselarm wordt. Daarmee is de weide wel degelijk geschikt voor weidegang voor langdurige periodes. Op basis van normaal beheer zijn werkzaamheden mogelijk die drassigheid van de grond verminderen. Omdat het perceel aan de Schalkwijkerweg aan vier zijden wordt omgeven door sloten, is alleen een damhek noodzakelijk. Binnen de beheersruimte in het bestemmingsplan is een bescheiden afrastering mogelijk (paal met draad). Conclusie Vanuit de huidige gebruiksmogelijkheden is er geen aanleiding de bestemming van het perceel te wijzigen. Historisch gebruik en gebruik van omliggende vergelijkbare percelen toont aan dat beweiding mogelijk is. Op basis van het geldende bestemmingsplan is onderhoud en beheer van het perceel mogelijk. Waardoor condities kunnen worden geoptimaliseerd. De huidige bestemming kan daarmee zonder meer in stand blijven.

De weide is een landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol open perceel tussen de afwisselend open en gesloten lintbebouwing langs de Schalkwijkerweg. Zowel binnen het gemeentelijk beleid (“niet bouwen in de groene zoom’) als binnen het provinciaal beleid (beschermd provinciaal landschap’) is het open houden van de ruimte en het niet bebouwen van het perceel uitgangspunt. Er zijn geen maatschappelijk zwaarwegende motieven om van dit beleid af te wijken. Daarnaast ligt het perceel gedeeltelijk in de beschermingszone van de regionale waterkering. Noodzakelijke toestemming van (provincie en) hoogheemraadschap is in de vergunningaanvraag niet aanwezig.

14

Advies BBOR Natuurwaarden gemeente Haarlem In hetzelfde rapport van Ecoresult wordt ook ingegaan op het aspect natuurwaarden. In het kader van de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning is in de voorgaande Waboprocedure geadviseerd over de flora en fauna en de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied. Het advies luidde: De activiteit is door de adviseur flora en fauna getoetst aan de flora- en fauna wet. De adviseur heeft bezwaar tegen het afgeven van de omgevingsvergunning. Het advies luidt als volgt: Bij de aanvraag zit een quickscan flora en fauna. Bij de bouw gaat er echter een aanzienlijk oppervlak groen verdwijnen. Dit leefgebied van diverse soorten. Dit moet gecompenseerd worden.De bijgeleverde rapporten geven enkele suggesties van maatregelen. Maar geen overzicht wat er echt gaat gebeuren.Ook is de onderbouwing waarom dit past binnen het ecologisch beleidsplan en de Structuurvisie Openbare Ruimte onvoldoende. Op basis van de ingediende stukken is het advies negatief. Kort samengevat komt het er op neer dat met de aanvraag de natuurwaarden in dit gebied onder druk komen te staan. De onderbouwing die ten grondslag wordt gelegd aan de aanvraag, geeft geen antwoord op de vraag hoe de natuurwaarden voldoende kunnen worden beschermd.

Gelet op de voorgenomen plannen met betrekking tot de overgang van een weidegebied naar een woongebied is het niet onredelijk dat daarin nader wordt ingegaan op de compensatiemaatregelen, in tegenstelling tot het volstaan met een aantal aanbevelingen. Op basis van het bovenstaande hebben aanvragers in het aanvullend rapport van Ecoresult enkele voorstellen voor natuurinclusieve maatregelen opgenomen. Enkele te noemen maatregelen zijn: -

Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, Bloemrijke bermen, Aangepaste verlichting Aangepaste woningen, met faunavoorzieningen, realiseren van groene daken en gevels, inbouwstenen voor gebouwbewonende vleermuizen en vogels, Stimuleren van groene tuin-inrichting.

Naar aanleiding van de aanvullende notitie van Ecoresult is opnieuw aanvullend advies gevraagd bij afdeling BBOR, Groen en Ecologie. Het advies luidt: De Haarlemse ambitie is het borgen van een kwalitatief ecologisch netwerk. Hiertoe is door de raad het Ecologisch Beleidsplan 2013-2030 vastgesteld. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om de aanwezige flora en fauna zo goed mogelijke levensomstandigheden te bieden. Dit betreft alle levende wezens, niet alleen de strikt beschermde soorten. Relevante wetgeving is de Flora- en Faunawet (2002), de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) en de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (1992). Het Ecologisch beleidsplan ziet toe op : -

het duurzaam in stand houden en vergroten van de natuurlijke waarden in Haarlem; het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en biodiversiteit;

15

-

ecologische richtlijnen verankeren in alle planprocessen alsmede in beheer- en onderhoudsprogramma`s; kaderstelling vanuit ecologie voor het gemeentelijk beleid, gekoppeld aan de Kadernota Duurzaamheid en onderlegger voor de Structuurvisie Openbare Ruimte.

Voor deze locatie geldt dat deze is aangewezen als onderdeel van een ecologische route, vandaar dat het vereist is dat hier veel aandacht wordt besteed aan de ecologische waarden. Verbetering is mogelijk door het opvolgen van de adviezen uit het rapport, maar het aandachtspunt is dan met name dat de aangelegde waarden dan ook in de toekomst blijven bestaan. Voor een locatie die in het Ecologisch Beleidsplan is aangewezen als ecologische route geldt dat de ecologische waarde bij ontwikkelingen moet toenemen. Bestaande ecologische waarden mogen bovendien niet verloren gaan. Zodoende is het advies een ontwikkeling alleen toe te staan indien alle aanbevelingen in het rapport goed worden gevolgd en een Ecologisch Adviesbureau wordt betrokken bij het ontwerp. Bovendien moet geborgd kunnen worden dat de waarden ook na de aanlegfase blijven bestaan. Dit is met name van belang wanneer de grond volledig in handen komt van een particulier, omdat deze de locatie vrij kan aanpassen waardoor de waarde mogelijk verloren gaat. Langs het water zal een strook met natuurlijke vegetatie van enkele meters breed moeten blijven bestaan die niet door toedoen van particulier eigendom kan worden aangetast. Deze strook moet zonnig zijn en mag zodoende niet worden beschaduwd door de te realiseren bebouwing.

Er kan alleen een ontwikkeling plaatsvinden, als de aanbevelingen in het rapport ook goed worden gevolgd. De ecologische waarde zal dan omhoog moeten gaan. Bestaande ecologische waarden mogen bovendien niet verloren gaan. Omdat er bij privégrond niet gegarandeerd kan worden dat er groene ruimte blijft bestaan met een hoge ecologische waarde, is het essentieel dat er een doorgaande groenstrook blijft bestaan van ecologisch waardevol groen en water (met een natuurlijke overgang tussen water en land). Deze strook mag niet beschaduwd worden door de beoogde bebouwing. Om de huidige situatie met nat grasland niet verloren te laten gaan, dienen ondiepe poelen gecreëerd te worden die bij regen onder water komen te staan. Verder zullen ook alle mogelijke natuur inclusieve maatregelen in het plan moeten worden opgenomen.

Dat betekent het aanleggen van huizen met zowel groene daken als groene gevels, het stimuleren van een groene inrichting van de tuinen, géén (dichte) schuttingen: dieren moeten de mogelijkheid hebben van de ene naar de andere kant te verplaatsen (het meest optimaal zijn heggen/struiken/takkenrillen als erfafscheiding, dit wordt ook in het rapport benoemd), zo min mogelijk verlichting (en wanneer verlichting wordt toegepast dient dit natuurvriendelijke – amberkleurige – verlichting te zijn die niet uitstraalt naar de omgeving), nestgelegenheid voor vogels, vleermuizen en insecten. 100% van de beplanting die aangebracht zal worden op de planlocatie dient inheems te zijn, en er dient een goede structuurvariatie aangebracht te worden, waarbij ook de struiklaag goed vertegenwoordigd is. Verder dient er rekening mee gehouden te worden dat de begroeiing niet voor te veel schaduwwerking zorgt bij het lager blijvende groen. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er zeker ruimte is om een zekere kwaliteitsimpuls aan de bestaande natuurwaarden te geven. Het is echter nodig dat er ook sprake is van goed beheer tijdens én na de realisatie van het ruimtelijke project. Het is nog steeds de vraag in hoeverre dit geborgd kan worden bij de beoogde ontwikkeling. Gelet hierop is de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het plan niet voldoende sluitend.

16

Beantwoording zienswijzen Voorgaande procedure

1. Alle inwoners van de gemeente Haarlem hebben de vrijheid om inzage te vragen over de ingediende aanvragen omgevingsvergunningen. Zo ook de omwonenden van het plangebied. Niet is in te zien op basis waarvan dit niet mogelijk zou moeten zijn. Ook aan aanvragers is de nodige informatie verstrekt. Er wordt geen uitzondering gemaakt op het geven van inlichtingen, of het burgers of initiatiefnemers zijn. 2. Zie onder Ad 1. De initiële weigering waar aanvragers naar verwijzen, is reeds uitvoerig aan bod gekomen in de initiële procedure. Deze weigering is via de publieke organen en via de gebruikelijke weg op overheid.nl gepubliceerd. Echter, de verzending ervan naar de aanvragers toe, heeft onbedoeld en abusievelijk op een later moment plaatsgevonden. Dit is ook uitvoerig aan bod geweest ten tijde van de voorgaande procedure. 3. De gemeente heeft van begin af aan hierover een eigen stedenbouwkundig/planologisch standpunt ingenomen. Dit blijkt ook uit de advisering van vele eerdere principeverzoeken voor dit perceel, waaronder ook die van de aanvragers (de laatste drie nummers) . Hieronder een korte opsomming van deze (principe) verzoeken die hebben plaatsgevonden voor dit perceel en de conclusie: 2015-02479 de heer X vooroverleg bouw 2 woonhuizen, negatief 2015-02590 mevr. X, vooroverleg afgewezen aangezien ze geen eigenaar is.

2015-03147dhr X, vooroverleg gebruik van gronden t.b.v. het grazen van paarden en het plaatsen van mobiele schuilstal, negatief 2015-05092 dhr. X, officiële aanvraag om een haven te mogen graven, is ingetrokken 2015-06498 dhr. X, vooroverleg volkstuintjes en of boomgaard, negatief 2015-06859 mevr. X, vooroverleg/uitleg bestemmingsplan, duidelijk gemaakt dat de bestemming uitsluitend is bestemd voor graslanden waarop vee wordt geweid en gestald en water 2016-02378 mevr. X vooroverleg vraag over plaatsen hek en bomen, negatief 2017-08114 mevr. X, officiële aanvraag 1e fase, geweigerd Er is bij de beantwoording nooit afgeweken van het eerder genomen standpunt. Dat de omwonenden met dit standpunt eens zijn, wil uiteraard niet zeggen dat de gemeente geen eigen standpunt heeft in deze. Zie ook verder de uitgebreide adviezen die van begin af aan zijn gegeven op onderhavige aanvraag. 4. Dat aanvragers een principe verzoek hebben ingediend, klopt. Zie bovenstaande opsomming. Dat de aanvragers het standpunt van de gemeente niet kenden, klopt overigens niet. Zowel bij de principe verzoeken, als bij de aanvraag omgevingsvergunning is hen duidelijk kenbaar gemaakt dat zij vrij stonden om een aanvraag in te dienen, maar dat deze aanvraag, gelet op het standpunt van de gemeente in deze, niet kansrijk werd geacht.

Aanvragers hebben uiteindelijk gekozen om een aanvraag in te dienen met de nodige aanvullingen. 5. De stukken waarnaar door aanvragers wordt verwezen, zijn processtukken die in de juridische procedure bij de rechtbank in geding zijn gebracht in het kader van de eerdere Wabo-procedure. De rechtbank heeft reeds uitspraak gewezen op basis van deze 17

processtukken. Desalniettemin zijn de stukken op de website van de gemeente Haarlem geplaatst zodat eenieder ervan kennis kan nemen. 6. ‘Het gat’ op het perceel en in de wijde omgeving wordt in de stedenbouwkundige en de landschappelijke literatuur aangemerkt als lintbebouwing. Deze kenmerkt zich ook met open en gesloten verhoudingen. Het lint is niet alleen aanwezig aan een zijde van de ZuidSchalkwijkerweg, maar is aan beide zijde duidelijk aanwezig. Elk lint heeft een ‘structuurdrager’ waaraan het lint is gegroeid, meestal een dijk, een weg, een kanaal of een vaart. De woningen zijn op deze structuurdrager georiënteerd en het lint ontleent daar, samen met de opbouw van het landschap, zijn verschijningsvorm en identiteit aan. Zie verder de uitgebreide advisering van afdeling Omgevingsbeleid. 7. Dat het perceel niet is bebouwd betekent niet dat er geen sprake is van een karakteristieke openheid en kwaliteit. Juist de open gesloten verhouden in de lintbebouwing is een belangrijke karakteristiek van het gebied en wordt afgewisseld met open weilanden. De percelen rondom het betreffende perceel zijn bebouwd. Dat het betreffende perceel niet is bebouwd betekent niet dat er geen sprake is van een karakteristieke openheid en kwaliteit van het gebied. Meer specifiek wordt het volgende opgemerkt.

Het onderhavige perceel vervult een belangrijke rol in de afwisseling van dicht en open in het lint. Met name de doorzichten richting Spaarne zijn hier nog goed. Meer zuidwaarts is het bebouwingslint aan de Spaarnezijde sterk verdicht. Mede juist hierom weegt het behoud van deze kwaliteiten zwaar. 8. Zoals hierboven reeds toegelicht, zijn graslanden ook in de regel nat. Dat de dierenbescherming erbij is gehaald voor de paarden heeft o.i. eerder te maken met de genomen maatregelen die niet voldoende zijn gebleken dan de uitvoerbaarheid van de bestemming. Het ligt eerder op de weg van aanvragers om het perceel beter geschikt te maken voor de landschappelijke doeleinden, dan te opteren voor bebouwing, nu aanvragers het perceel ook met die bestemming hebben aangekocht in 2017. Indien de voedselwaarde van het perceel onder de maat is voor de weide, kan dit worden ondervangen door het vee bij te voeren. Dit is niet ongebruikelijk. 9. De Haarlemse ambitie is het borgen van een kwalitatief ecologisch netwerk. Voor deze locatie geldt dat deze is aangewezen als onderdeel van een ecologische route, vandaar dat het vereist is dat hier veel aandacht wordt besteed aan de ecologische waarden. Verbetering is mogelijk door het opvolgen van de adviezen uit het rapport, maar het aandachtspunt is dan met name dat de aangelegde waarden dan ook in de toekomst blijven bestaan.

Het is de vraag in hoeverre het in praktische maar ook juridische zin uitvoerbaar is, wanneer de grond volledig in handen komt van de particuliere gebruikers van het perceel, omdat deze de locatie vrij kan aanpassen waardoor de waarde mogelijk verloren gaat. Een voorbeeld die eerder is aangehaald is: langs het water zal een strook met natuurlijke vegetatie van enkele meters breed moeten blijven bestaan die niet door toedoen van particulier eigendom kan worden aangetast. Deze strook moet zonnig zijn en mag zodoende niet worden beschaduwd door de te realiseren bebouwing. Dit is in praktische zin onuitvoerbaar maar ook niet te handhaven. De huidige ecologische waarden zullen hoe dan ook achteruitgaan, een onwenselijke situatie.

18

10. Het is niet juist dat de ecologische route Noord- en Zuid-Schalkwijkerweg zich uitsluitend aan de oostzijde van de weg bevindt. Het gaat hier om een route die wordt gevormd door het groen langs beide zijden van deze weg. Er is wisselend meer groen aanwezig aan de oostkant of meer groen aan de westkant. Dit maakt het niet dat er geen sprake is van de waarde van ecologische route Noord- en Zuid Schalkwijkerweg. Voor een locatie die in het Ecologisch beleidsplan is aangewezen als ecologische route geldt dat de ecologische waarde bij ontwikkelingen moet toenemen. 11. Zoals eerder opgemerkt ligt de bestemming ‘Landschappelijke doeleinden, weide’ op een groot deel van de gronden in het bestemmingsplangebied Schalkwijkerweg. Dit betekent ook dat veel eigenaren van de percelen op deze bestemming niet mogen bouwen. Zelfs bebouwde percelen waarvoor aanvragen worden ingediend om de schuur op een agrarische bestemming om te zetten naar één woning is niet wenselijk gebleken binnen dit gebied. Dit omdat een woning een andere uitstraling heeft op het landschap. De stedelijke impact van woningen, dat wil zeggen de ontsluiting van de woningen, parkeerplaatsen, de opstallen bij de woning (schuur, schuttingen) terras, tuinmeubilair etc. is groot vergeleken met de huidige situatie en is daarom onwenselijk. 12. Dit klopt. Zie ook de ‘algemene overwegingen’ 13.

Zie de eerdere beantwoording onder ‘Algemene overwegingen’ hierboven. Dat er geen sprake is van natuurwaarden, wordt niet onderschreven. De locatie biedt een leefplaats voor algemene (niet-beschermde) flora en fauna. In het rapport worden als voorbeeld algemene amfibieën, vissen en watervogels genoemd. Ook deze soorten genieten bescherming vanuit het Ecologisch beleid van de gemeente. Deze algemene soorten hebben een doorgaande groene/ecologische structuur zonder barrières nodig zodat zij zich van de ene locatie naar de andere locatie kunnen verplaatsen. Wanneer deze structuur wordt weggehaald op een bepaalde locatie, of wordt onderbroken, dan raken deze dieren de mogelijkheid kwijt om zich te kunnen verplaatsen binnen de groene structuur. Onderbrekingen hoeven niet altijd letterlijk stukken te zijn waar geen groen is: ook ongeschikt groen, bijvoorbeeld door de afwezigheid van voedselplanten of de afwezigheid van zonlicht, kan een barrière vormen. Vandaar dat de ecologische structuren beschermd moeten worden en moet de ecologische waarde op zulke locaties bij ruimtelijke ingrepen toenemen. 14. Zie eerdere beantwoording onder ‘Algemene overwegingen’ hierboven. De toestand van het perceel geeft op basis van het vooroverwogene geen aanleiding om aldaar de bestemming te wijzigen ten behoeve van de bouw van woningen. 15.

In de regel dienen percelen met de bestemming ‘’ Landschappelijke doeleinden, weide’ gevrijwaard te zijn van bebouwing, dit gelet op de karakteristiek van het gebied. 16. In de directe omgeving en aan de westzijde van de Zuid Schalkwijkerweg zijn voldoende doorzichten die gevrijwaard zijn van bebouwing. 17. De aanvraag ziet op het wijzigen van het gebruik van het perceel zodat er woningen mogen worden bebouwd. De adviezen zijn dan ook gebaseerd op deze aanvraag. Aanvrager heeft ervoor gekozen om maatregelen te treffen om de natuurwaarden te beschermen bij de bouw van woningen. Aanvrager kan er ook voor kiezen om maatregelen te treffen om uitvoering te geven aan de huidige bestemming. 18. De raadscommissie heeft de raad geadviseerd over het onderwerp waarna de raad het advies heeft overgenomen. Voor een volledige beeldvorming heeft de raadscommissie enkele vragen gesteld aan de aanvragers en aan het college, de wethouder. De zienswijzen, tezamen met de uiteindelijke besluitvorming worden opnieuw aan de raadscommissie en de raad voorgelegd, waarna opnieuw zal worden besloten. 19

19. De rechtbank Noord Holland heeft duidelijk in haar uitspraak onder punt 12. overwogen dat verweerder opnieuw op de aanvraag moet beslissen en in dat kader bij de gemeenteraad een (ontwerp) vvgb vragen, zodat de gemeenteraad kennis kan nemen van eventuele zienswijzen gericht tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen of de weigering ervan. Middels de terinzagelegging van het ontwerp weigeringsbesluit, het ontwerp weigering VVGB, het aanvullend rapport van Ecoresult, de bijbehorende zienswijzen en de uiteindelijke besluitvorming wordt uitvoering gegeven aan deze uitspraak. De inhoudelijke beoordeling is in de voorgaande procedure niet aan bod gekomen bij de rechtbank. Dit omdat de raad de eerst aangewezene is om hierover een standpunt in te nemen. Met het bovenstaande neemt de raad hierover een standpunt in. Reactie op de zienswijzen bewoners/gebruikers Zuid Schalkwijkerweg nr. 21 en nr. 23 en Jaagpad 33T 1. De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. De zienswijze is betrokken bij de afweging van de belangen van de aanvrager en het algemeen belang.

Conclusie Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat de zienswijzen van aanvragers ongegrond zijn. Bij de ruimtelijke inpasbaarheid van een initiatief wordt rekening gehouden met de belangen van de aanvrager en het algemeen belang. De ingediende zienswijzen zijn beoordeeld en hebben niet geleid tot gewijzigde inzichten. Het initiatief levert een onevenredige aantasting van de te beschermen landschappelijke en ecologische waarden in het gebied in de Groene Zoom op. Wij zijn van oordeel dat het belang van deze waarden zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager bij realisatie van dit initiatief. Er kan derhalve geen medewerking worden verleend aan de gevraagde omgevingsvergunning.

20

Bijlagen I

II

De nota van zienswijzen, welke behoort bij B&W besluit 2018/865112: weigering besluit realisatie vier woningen aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23 en welke behoort bij het besluit weigering omgevingsvergunning kenmerk 2017/08114. Notitie Advies Wet natuurbescherming Plangebied: Zuid Schalkwijkerweg (Haarlem Y 279), Haarlem’, d.d. 5 februari 2020, versie 03

21

Aanvraag omgevingsvergunning Zuid Schalwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23

NOTA VAN ZIENSWIJZEN Behoort bij B&W besluit 2018/865112: weigering besluit realisatie vier woningen aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23 Behoort bij het besluit weigering omgevingsvergunning kenmerk 2017/08114

I. Inleiding Er is een aanvraag ingediend voor het wijzigen van de bestemming (eerste fase) op het perceel Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23. Dit betreft de wijziging van de huidige bestemming “Landschappelijke doeleinden-weide” in de bestemming ‘Wonen’ van de kavel aan de Zuid Schalkwijkerweg tussen nr. 21 en nr. 23 waarop 4 woningen zijn geprojecteerd. Aan deze aanvraag zijn in een eerder stadium vragen vooraf gegaan met betrekking tot het wijzigen van de bestemming en/of bebouwen van deze kavel. Voor een volledige weergave van de situatie wordt hieronder eerst kort ingegaan op deze voorgeschiedenis. Voorgeschiedenis In 2015 is middels de zogenoemde ‘quick scan’ door voormalige eigenaren advies opgevraagd bij afdeling Omgevingsbeleid over de invulling van deze kavel ten behoeve van de bouw van een dubbel woonhuis. Omdat op de huidige bestemming de gronden uitsluitend bestemd zijn voor graslanden waarop vee geweid en gestald mag worden is er negatief op geadviseerd. Het gebruik als “Wonen” is onwenselijk gebleken. Bovendien is het gelegen in de Groene Zoom rond Schalkwijk waarvoor geldt dat het onwenselijk is om hier extra bebouwing toe te voegen. Verder is destijds de vraag voorgelegd of het bouwen van een stal en bijbehorende bouwwerken zou zijn toegestaan, dit ten behoeve van het houden van paarden.

Ook dit voornemen heeft geen positief planologisch advies opgeleverd. Ten slotte is nog de vraag voorgelegd of de gemeente wilde meewerken aan de invulling van de kavel met volkstuintjes of een boomgaard. Ook dit stuitte op een negatief stedenbouwkundig advies. De invulling van de kavel ten behoeve van volkstuintjes zou betekenen dat het perceel opgedeeld wordt waarbij eventueel kassen en bouwwerkjes zouden kunnen worden geplaatst. Een boomgaard is evenmin wenselijk gebleken, nu ook deze functie de karakteristiek van het gebied met de variatie aan open ruimten geweld zou aandoen.

1

De aanvraag Aanvrager heeft het perceel in 2017 aangekocht en tegelijk bij de gemeente geïnformeerd naar de bouwmogelijkheden. Aan aanvrager is meegedeeld dat woningbouw niet tot de mogelijkheden behoort, gelet op de eerder afgegeven negatieve adviezen. Aanvrager heeft er desondanks voor gekozen om een volledige aanvraag in te dienen. In 2017 is de aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor het wijzigen van de bestemming. Aanvrager beoogt hiermee een viertal woningen te bouwen binnen de lintbebouwing (Groene Zoom). Opnieuw is bij afdeling Omgevingsbeleid advies gevraagd om de aanvraag te beoordelen. Het advies is wederom negatief. Samenvattend kwam het advies erop neer dat de openheid van dit gebied de kwaliteit en karakteristiek van dit gebied is. Met het instemmen van de aanvraag zal ook een aanzienlijk oppervlak aan groen verdwijnen welke thans het leefgebied van diverse soorten flora en fauna vormt. De aanvraag is op deze punten negatief beoordeeld. Alle adviezen zijn meegenomen in het ontwerp-besluit.

Ontwerpbesluit De aanvraag om omgevingsvergunning is in behandeling genomen volgens de uitgebreide procedure. Het ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning en de bijbehorende stukken zijn op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de algemene wet bestuursrecht (Awb) vanaf 15 juni 2018 voor zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode konden belanghebbenden eventuele zienswijzen tegen het ontwerpbesluit indienen. Binnen de gestelde termijn is een aantal zienswijzen ontvangen. Deze reacties zijn verwerkt in deze zienswijzennota en voorzien van een reactie.

Er zijn zienswijzen ontvangen van de volgende reclamanten -Aanvrager d.d. 25 juli 2018 -Bewoners van Zuid Schalkwijkerweg nr. 21 d.d. 18 juli 2018 -Bewoners van Zuid Schalkwijkerweg nr. 23 d.d. 18 juli 2018 - Bewoners van Jaagpad nr. 33T d.d. 18 juli 2018. Omdat de bewoners van de Zuid Schalkwijkerweg nr. 21, nr. 23 en de bewoners van Jaagpad nr. 33T een gezamenlijke brief met zienswijzen hebben gegeven, zullen de zienswijzen hieronder onder ‘Reclamanten B’ worden beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273420/1