20201131235 4. Bijlage 3 Bijlagen bij AO's
Tekst van het document
3.7
Groen en ecologie
Het is belangrijk om diversiteit in beplanting (heesters en bomen) aan te brengen i.v.m. het verhogen van de natuurwaarden. Daarnaast dient de grootte van de bomen te worden afgestemd t.o.v. de omgeving.
3.9
Kabels en leidingen
In het ontwerp dient ruimte te worden gereserveerd voor kabels en leidingen van derden, zoals weergegeven in paragraaf 4.8. Het bepalen van nieuwe tracés en het coördineren van de aanleg van nieuwe K&L van derden in de openbare ruimte t.b.v. nieuwbouw dient door ontwikkelaar te worden verzorgd. 11
Benodigde verleggingen van kabels en leidingen (incl. bovengrondse stations) van derden in de openbare ruimte dienen door de Ontwikkelaar vroegtijdig te worden gecoördineerd. Het is aan de Ontwikkelaar om conflicten tussen de onder- en bovengrondse inrichting van de openbare ruimte te constateren en op te lossen samen met de K&L beheerders. Welke verleggingen noodzakelijk zijn hangt af van de plannen van de ontwikkelaar. De plaatsing van UPC- en andere kasten in het plangebied dient visueel zo min mogelijk hinder op te leveren. Plaatsing integreren in (kop)gevels verdient de voorkeur. Trafo’s dienen inpandig te worden opgenomen. Dat geldt zowel voor trafo’s die voor het gebouw noodzakelijk zijn als voor trafo’s voor de omgeving. Voor de eisen die aan de traforuimte’s worden gesteld wordt verwezen naar het Programma van Eisen van Liander (https://www.liander.nl/grootzakelijk/pve).
3.10 Afvalinzameling Ontwikkelaar of aannemer is verantwoordelijk voor de realisatie van afvalinzameling. Specifieke eisen die aan de afvalinzameling wordt gesteld zijn: - Afvalinzameling in de openbare ruimte en van woningen en bedrijven dient ten minste te voldoen aan de geldende afvalstoffenverordening en bijbehorende uitvoeringsbesluit(en), nadere regels en aanwijsbesluiten behorende bij de geldende afvalstoffenverordening van de Gemeente Haarlem (2009). - Het ontwerp van de afvalinzameling moet worden opgesteld in overleg met Spaarnelanden NV - Het ontwerp van de afvalinzameling moet voldoen aan het vigerende gemeentelijke afvalbeleid. - De levering en plaatsing geschied door Spaarnelanden. - De Ontwikkelaar/aannemer neemt het initiatief voor overleg met Spaarnelanden in een zo vroeg mogelijk stadium over: o de plaatsing van ondergrondse containers voor restafval en grondstoffen in de openbare ruimte; o het plaatsen van bovengrondse inzamelvoorzieningen voor grondstoffen in de openbare ruimte; o het plaatsen van inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk restafval die gebonden zijn aan een perceel bij de oplevering van nieuwbouwwoningen - De plaatsing van de inzamelmiddelen is ter goedkeuring van de gemeente. - Inzamelmiddelen dienen te worden geplaatst op locaties die voor de gebruikers en voor het inzamelvoertuig gegarandeerd bereikbaar zijn.
- De ontwikkelaar dient gedurende uitvoering tijdelijke inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval te laten plaatsen via de door gemeente Haarlem aangewezen inzamelaar (Spaarnelanden N.V.), vanaf het eerste moment dat bewoners of gebruikers woningen kunnen betreden tot het moment dat de definitieve inzamelmiddelen operationeel zijn. De kosten hiervan zijn voor rekening van de aannemer / ontwikkelaar. - De kosten t.b.v. de voorbereiding en plaatsing van de inzamelmiddelen zijn voor de Ontwikkelaar/aannemer. Spaarnelanden brengt hiervoor € 350,= per nieuwe aansluiting in rekening.
3.11 Straatmeubilair 3.11.1 Meubilair In Haarlem wordt uniformiteit in straatmeubilair nagestreefd, om zodoende tot een samenhangende openbare ruimte te komen. 12
Locaties die als verblijfsgebied worden ingericht, dienen te worden voorzien van bankjes en prullenbakken. Plaats prullenbakken nabij bankjes maar niet pal ernaast, prullenbakken worden ook gebruikt voor het deponeren van hondenuitwerpselen. In het gebied worden zo min mogelijk antiparkeerpalen e.d. opgenomen. Uit de inrichting dient zonder paaltjes duidelijk te zijn waar wel en niet geparkeerd mag worden. Bij de plaatsing van straatmeubilair met betonnen voeten dient de betonnen voet onder de bestrating te worden aangebracht. 3.11.2 Verkeersborden In het plan dienen verkeersborden te worden geplaatst conform de regels van het ASVV en de uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. De Ontwikkelaar moet een bebordings- en belijningsplan opstellen en voorleggen aan politie en gemeente. Borden moeten volgens bebordingsplan worden geplaatst. Indien er sprake is van projectgebied waarbinnen parkeerautomaten ver- of geplaatst dienen te worden, of deze verwijderd dienen te worden dienen verwijsborden naar de parkeerautomaten conform geldende beleidsregels geplaatst, verplaatst of verwijderd te worden. Bij verwijdering dienen de borden terug geleverd te worden aan gemeente Haarlem via Spaarnelanden N.V. 3.11.3 Straatnaamborden In Haarlem worden straatnaamborden geplaatst op elke hoek van elke straat. De borden worden gemonteerd op de gevel.
De straatnaamborden dienen dezelfde uitstraling, kwaliteit en materiaal te hebben als de reeds aanwezige straatnaamborden rondom. Er dienen aluminium borden te worden toegepast, welke verwijst naar de oude gietijzeren borden. Het formaat van het bord verwijst naar een gevelplaatsteen. De letter is de DTL Haarlemmer. Om de juiste verhouding van het bordformaat te behouden wordt bij lange straatnamen een deling aangebracht (zie voorstellen). De specificaties zijn als volgt: Bord Hoogte 300 mm Minimale breedte 500 mm Maximale breedte 700 mm Straatnaam (klein) DTL Haarlemmer Corps 150 Straatnaam (groot) DTL Haarlemmer Begin kapitaal corps 270 Onderkast: corps 270 Wijknaam DTL Haarlemmer Corps 80
13
Materialisering Aluminium Kleur Wit (EG Klasse 1) mat
Voorstellen straatnaamborden
Plaatsing Borden worden uitgelijnd tussen of over de horizontale voegen van de gevel. Dit kan per gevel verschillen i.v.m. de maat van steensoorten en de voegbreedte. Borden worden bij een hoek op één lijn op de gevel geplaatst. Daarbij is de afstand van rand gevel tot zijkant bord minimaal 300 mm. Vervolgens wordt het bord dan uitgelijnd op de verticale voeg.
14
Straatnamen Wanneer straten en stegen vervallen, vervallen ook de straatnamen. Wanneer nieuwe straten en stegen worden gecreëerd zullen ook nieuwe straatnamen moeten worden bepaald. Het vervallen en creëren van straatnamen dient Ontwikkelaar vroegtijdig te melden bij de straatnamencommissie van Haarlem. De straatnaamcommissie bepaald nieuwe straatnamen en zorgt voor vaststelling door college van B&W.
15
Technische eisen per domein In dit hoofdstuk worden de technische eisen beschreven, zoals die worden gesteld aan de diverse aspecten van de openbare ruimte. De technische eisen zijn beschreven als systeemeisen waarbij de gehele toekomstige openbare ruimte wordt gezien als een systeem met diverse subsystemen. Het detailniveau van de eisen en de daarmee corresponderende vrijheidsgraden zijn daarmee zo duidelijk mogelijk weergegeven. De hierboven genoemde eisen blijven daarbij van toepassing. Voor het gehele systeem zijn Algemene Systeemeisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op het gehele werk. De eisen gesteld onder de diverse subsystemen hebben alleen betrekking op die betreffende subsystemen. Het kan voorkomen dat er voor sommige onderdelen geen specifieke eisen zijn gesteld. Van de Ontwikkelaar wordt verwacht dat deze onderwerpen zo goed mogelijk in het gehele systeem worden ingepast.
4.1 Algemeen Onderdeel
Algemeen
Eisen - De inrichting van de openbare ruimte binnen het gebied dient één geheel te vormen. - Dat wil zeggen dat het voor toekomstig gebruik en beheer het gebied als één geheel moet worden gezien. Voor het beheer van de semi-openbare ruimte kunnen de eigenaren zelf een partij kiezen. - Er dient een aaneensluitend beeldkwaliteit te worden gecreëerd. - De afwatering binnen openbaar gebied moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het (semi) openbaar gebied. - De afwatering moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het openbaar gebied. - De maatvoering ten behoeve van de inrichting dient te zijn afgestemd op tegel- en/of steenmaten. - Het systeem dient functioneel en fysiek aan te sluiten op zijn omgeving. - Het systeem dient te worden ingepast in de omgeving - Het systeem dient zonder schade voor de omgeving te zijn aangebracht. - De aanwezige te handhaven groenvoorzieningen dienen niet te worden aangetast - De aanwezige bebouwing dient niet te worden aangetast. - De aanwezige materialen en constructies die behouden en/of hergebruikt moeten worden, dienen niet te worden aangetast. - De effecten van de werking van het systeem dienen, bij gangbaar beheer en onderhoud, onder alle weersomstandigheden acceptabel te zijn.
Het systeem dient hiertoe op een veilige en eenvoudige wijze onderhouden te kunnen worden, waarbij de beschikbaarheid van de openbare ruimte zo min mogelijk wordt beïnvloed. - De kwaliteit van de te leveren materialen is conform de standaard RAW-bepalingen. - Te leveren materialen moeten kleurvast zijn. - Het systeem dient een ontwerplevensduur te hebben van minimaal 20 jaar, tenzij elders specifiek anders vermeld. - Het systeem dient de functionaliteit gedurende de gehele levensduur te waarborgen. 16
Onderdeel
Grondverzet
Eisen - Het systeem dient laag in onderhoud of zelfreinigend te zijn. - Het systeem dient onkruidwerend ontworpen te worden. - Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te dragen. - Het systeem dient de effecten en/of belastingen voortkomend uit het gebruik te geleiden. - Het systeem dient de verkeersstroom te faciliteren. - Het zicht aan dorpels/ erfafscheidingen dient minimaal 0,02m te zijn. - De inrichting van de systeem dient te zijn afgestemd op gebruik door mindervaliden. - De openbare ruimte moet optimaal worden ingericht. Aanwezig straatmeubilair moet worden geminimaliseerd. Bebording, bewegwijzering, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, ANWB masten e.d. moeten zoveel mogelijk gecombineerd worden. Let op toegankelijkheid voor reinigings- en onkruidverwijderingsapparatuur. - Probeer aantal doordringbare voegen te minimaliseren door waar (tegen redelijke kosten) mogelijk: - Gebruik elementen met standaardmaten (minder knipwerk), - Dichtmaken van voegen en kieren (cement, asfalt, kit) - Vermijd opbrekingen van gesloten oppervlakken in verband met kabels en leidingen door toepassing van kabelbuizen - Op het moment dat er bij de ontwikkeling van dit perceel grond worden toegepast, dan moet dit voldoen aan de kwaliteitseisen die de gemeente Haarlem daarvoor heeft opgesteld.
Dit houdt in dit geval in dat toe te passen grond moet voldoen aan de lokale maximale waarden, zoals deze zijn vastgelegd in de nota 'Bodembeheer Haarlem 2013'. - Indien het bevoegd gezag een (aanvullend) milieukundig bodemonderzoek verreist voor Het ontgraven, afvoeren en aanbrengen van grond dan dient plaats te vinden conform de vergunning en het evaluatierapport. Ontwikkelaar zorg te dragen voor dit onderzoek. - De ondergrond dient tot 1,50 minus toekomstig maaiveld zoveel mogelijk puinvrij te zijn
4.2 Verharding Diverse onderdelen van het ontwerp zijn nader te detailleren aan de hand van onderstaande tabel. Onderdeel
Algemeen
Eisen - Het systeem dient de verkeersstroom te dragen. - Het systeem dient de verkeersstroom te geleiden. - De constructie van het nieuwe weglichaam dient zodanig opgebouwd te zijn dan spoorvorming (gedurende de levensduur van de verhardingsconstructie) beperkt blijft tot 15 mm - Abrupte hoogteverschillen in/op het direct bereden vlak van de verhardingsconstructie, groter dan 7mm, dienen niet voor te komen (geldt ook voor aangebrachte markeringen) - Het wegontwerp dient zettingsarm uitgevoerd te worden.
17
Onderdeel
Rijbaan
Eisen - Zettingsverschillen langsrichting. 10 jaar na oplevering dient het zettingsverschil in langsrichting over een lengte van 25 meter maximaal 0,05 meter te bedragen. - Zettingsverschillen dwarsrichting. 10 jaar na oplevering dient het zettingsverschil in dwarsrichting maximaal 0,2% te bedragen. - Bij langsnaden van bestaand met nieuw asfalt moet wapening worden toegepast. - Pas op/afritten toe op plaatsen waar overgestoken moet worden dmv een verlaagde band in het tangentpunt van de bocht - Het zicht aan dorpels/ erfafscheidingen dient minimaal 0,02m te zijn - Wegen dienen 10 jaar na oplevering bij overgangen tussen wegconstructie en kunstwerken niet meer te zetten dan 10 mm per m1. - De ontwerplevensduur voor de wegconstructie dient 50 jaar te zijn, berekend bij een de verwachtte verkeersintensiteit over 10 jaar. - Voor de direct berijdbare delen van de verhardingsconstructie dient de stroefheid (als gemiddelde) voor weglengten van 5 m en voor het gem. per meetvak gemeten in het rijspoor ten minste 0,40 (volgens proef 150 uit de Standaard RAW bepalingen 2010 bijlage III) te bedragen - De tolerantie in de ligging van de bovenzijde van de verhardingsconstructie dient minder dan 0,05m (verticaal) te bedragen gemeten over 25m in lengterichting van de weg. - De verhardingsconstructie dient een samenhangend geheel te zijn.
Er dienen geen constructievreemde elementen in de verharding te worden opgenomen. - Markering dient bij elementenverharding ingestraat te zijn. - Markering dient de kleur wit te zijn. - Aanwezig straatmeubilair dient te worden ingepast in de nieuwe situatie. - Naden rondom verkeers- en straatmeubilair in verharding dienen onkruidwerend te worden uitgevoerd. - Verhardingen dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. - Verhardingen en brugdekken dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. Algemeen: - Onder de rijbaan dient een funderingslaag te worden toegepast van menggranulaat van minimaal 250mm. - Onder een fietspad dient een funderingslaag te worden toegepast van menggranulaat van minimaal 150mm. - Onder de fundering van nieuwe wegen en nieuwe fietspaden dient een zandlichaam van minimaal 0,50m te worden aangebracht. - De wegfundering moet doorlopend onder de band worden aangebracht. Asfaltverharding: - De asfaltverharding dient een ontwerplevensduur te hebben van 20 jaar berekend bij de verkeersintensiteit 10 jaar na oplevering. 18
Onderdeel
Parkeervakken
Trottoirs
Fietspad
Eisen - De tolerantie van de dwarshelling gedurende de levensduur dient tussen de absolute hellingswaarden van 1% en 2% te liggen (uitzondering de verkantingovergangen) - Scheurdoorgroei vanuit de fundering naar de direct bereden delen van de asfaltverhardingsconstructie dient niet voor te komen. - De sterkte van een asfaltconstructie moet met een ASCON / VECON / AIO berekening worden aangetoond. - Asfalt type PR (partieel recycled) toepassen. - Er dient een gootconstructie langs de asfaltrijbaan te zijn. - De asfaltverharding dient te zijn voorzien van thermoplastische markering, kleur wit. - Verhardingen van hoofdfietspaden en rijbanen dienen bestand te zijn tegen gladheidsbestrijdingsmiddelen. Elementenverharding: - De tolerantie van de dwarshelling gedurende de levensduur dient tussen de absolute hellingswaarden van 1% en 4% te liggen (uitzondering de verkantingovergangen) - Oude straatbakstenen dienen te zijn ingeveegd met kifgrind. - Straatbakstenen moeten zijn van kwaliteit A, sortering 4/12 Straten in keperverband - Onder de parkeervakken dient een zandlichaam te worden aangebracht. Straten in elleboogverband, afschot haaks op de weg-as 2%. - Parkeervakken in groen dienen waterdoorlatend te zijn en bestand te zijn tegen de te verwachten verkeersbelasting. - Bij parkeervakken langs beplanting dient een uitstapstrook aanwezig te zijn.
- Daar waar het ontwerp niet in voorziet, verharding van beton betontegels KI (300 mm x 300 mm x 45 mm), kleur grijs, met vellingkant. Straten in halfsteensverband, afschot vanaf de gevel maximaal 2%. - Op plaatsen waar (incidenteel) auto of vrachtverkeer verwacht wordt verharding toegepast die dit verkeer kan dragen. - Op plaatsen waar autoverkeer wordt verwacht dient een wegfundering van minimaal 250mm menggranulaat te worden toegepast. - Onder trottoirs dient een zandlichaam te worden aangebracht. - Het zicht aan een verlaagde band bedraagt 0,01m. - Er dienen voorzieningen te worden getroffen ter voorkoming van opdrukking van de verharding van het fietspad door boomwortels. - Fietspaden dienen voldoende breed te zijn om gladheidsbestrijdingsvoertuigen (type Ravo) te kunnen faciliteren - Alle fietspaden dienen voldoende draagkracht te hebben om gladheidsbestrijdingsvoertuigen te kunnen dragen (type Ravo). - Alle fietspaden dienen bereikbaar te zijn voor een veegwagen (type Ravo). - De toplaag van de asfaltverharding dient Haarlems rood te zijn (pigment 1,5% oxide rood, bindmiddel mexphalte C.pen. 80/100, tilred ipv steenslag) 19
Onderdeel
Kantopsluitingen
Eisen - Trottoirbanden tussen voetpaden en fietspaden: parkeerbanden 65/150 x 250 mm, kleur grijs, met hol/dolverbinding. - Daar waar fundering wordt toegepast, de trottoirbanden stellen in specie en voorzien van een steunrug. Opsluitbanden langs plantsoen en erfscheidingen: banden 100 mm x 200 mm x 1.000 mm deklaag glad, kleur grijs, met hol-/dolverbinding. - Trottoirbanden tussen rijbaan en voetpaden: trottoirbanden KI 130/150 mm x 250 mm x 1.000 mm, deklaag gewassen basaltporfier, voorzien van hol-/dolverbinding. - Daar waar fundering wordt toegepast, de trottoirbanden stellen in specie en voorzien van een steunrug. Opsluitbanden langs plantsoen en erfscheidingen: banden 100 mm x 200 mm x 1.000 mm deklaag glad, kleur grijs, met hol-/dolverbinding.
4.3 Openbare verlichting -
-
Openbare verlichting
-
-
-
-
Armatuur type KIO van Schreder of de Skypark van Modernista: o Masten 4m standaard conisch o Kleur RAL 9005 (gitzwart) o Armatuur type Modernista o Mast type Patrimonium: o Bijbehorende mast o Kleur RAL 7016 Armatuurtype Historische Hängeleuchten A11 (alleen bij overspanningen): o RVS muurplaten o Zekering plaatsen in de wandsteun o Kleur RAL 7016 (antraciet) o Materiaal van de overspanningskabel dient aan volgende specificaties te voldoen: Stainless Steel Strand, Material AISI 316, Construction 1 x 19 Armatuur type Skypark van Modernista: o Masten 4m o Kleur onbewerkt Armatuur type Schreder Teceo: o Masten 5m standaard met uithouder o Kleur onbewerkt o Uithouder 4 graden Standaard masten: PMF (of gelijkwaardig)- standaard conische mast thermisch verzinkt + bescherming grondstuk NOXYDE. Openbare verlichting wordt uitsluitend geplaatst op bij gemeente Haarlem in beheer zijnde gemeentelijke eigendommen. Haarlem maakt gebruik van het gecombineerde laagspanning / openbare verlichtingsnet van netbeheerder Alle onderdelen van het systeem dienen eenvoudige en doelmatig monteerbaar te zijn. Het systeem dient laag in onderhoud of zelfreinigend te zijn. Mutaties in overleg met DIA verwerken. Gegevens voor DIA: Locatiegegevens, datum, type, aantal, hoogte, nummer, materiaal, oppervlaktebehandeling, specificaties lichtbron en dimmer. Conform paspoort DIA. 20
-
-
-
-
-
-
Attentiepunten zoals drempels, bloembakken, oversteken van voetgangers en fietsers, in buitenbochten, bushaltes, moeten extra goed zichtbaar zijn. Het systeem aansluiten op omgeving De behoudfactor = 0,85 Lichtpunten moeten op voldoende afstand staan van bomen. In woonstraten is de onderling afstand tussen lichtmasten maximaal 25m. Plaatsing bij voorkeur in de lengteas van de scheiding tussen woningen. Locaties van lichtpunten moeten ingetekend worden stippenplan (in x, y en z coördinaten) met bijbehorende lichtberekening en worden voorgelegd aan de gemeente Haarlem ter goedkeuring. Een ophangsysteem (mast, wandsteun, overspanning) moet worden voorzien van unieke BAR code en uniek nummer. Stickers conform formaat Haarlem In overleg met DDO partner. Het aansluitplan van de OV moet passen in de gestelde aansluitvoorwaarden van de regionale netbeheerder (Liander). Plaats een zekering van 6 Ampère. Met dubbel armatuur apart zekeren. De wandkast dient van RVS te zijn De wandkast dient (voor zover mogelijk) op 1.50 meter vanaf onderzijde maaiveld gemonteerd te worden De stijgleiding dient van RVS te zijn afsluitingen en (her)aansluitingen van dient tijdig te worden aangevraagd bij de netbeheerder (Liander) door Ontwikkelaar Minimale levensduur armaturen is 25 jaar. Armatuur moet voorzien zijn van een aansluitsnoer. Armatuur moet functioneel zijn, armatuurrendement 70%.
Armatuur moet beschermd zijn tegen mechanische invloeden en vocht, IP klasse 65. Armaturen dienen dimbaar te zijn uitgevoerd. Masten moeten vandalismebestendig zijn IP65. De onderkant van het luik dient op 0,6m boven maaiveld te liggen. OV masten worden niet geplaatst naast ondergrondse afvalbakken ivm kans op beschadiging. De lichtmast in een trottoir dient 45cm uit de trottoirband te worden geplaatst. Minimale levensduur van een lichtmast is 40 jaar. De mast sluiting dient Kaalfix te zijn. Lichtmasten die niet worden geplaatst in elementenverharding moeten worden verankerd. Plaatsing en locatie van de lichtmasten dienen het wegebeeld zo min mogelijk te verstoren Plaatsing en locatie lichtmast bij rijbanen bij voorkeur aan beide zijden van de rijbaan om en om Bij wandarmaturen wordt de zekering in de wandsteun geplaatst. Onderzijde armatuur 3,76 mtr boven maaiveld Minimale levensduur van een wandsteun is 50 jaar.
21
4.4 Waterhuishouding, riolering en drainage 4.1.1 Riolering
Riolering
Riolering - Nieuwbouw moet afkoppelen. Regenwater mag niet meer lozen op het Haarlemse gemengde rioolstelsel. - Maatgevende afvoer voor DWA woningen is 12 l/h/inw gedurende 10 uur/dag. - Het stelsel dient te worden ontworpen aan de hand van neerslaggebeurtenis 09 (bui 9) uit de Leidraad Riolering (module C2100), met een herhalingstijd van eens per 2 jaar. Bij deze bui mag er geen water op straat ontstaan. - De technische levensduur van de riolering/drainage stelsel bedraagt minimaal 60 jaar. - In de hoofdriolering dienen inspectieputten te worden opgenomen. De maximale afstand tussen twee inspectieputten bedraagt 80m. - De minimale leidingdiameter van de rioolleidingen bedraagt 250 mm. - Het verhang van de rioolstrengen van het DWA riool bedraagt gemiddeld 2,5‰ en niet minder dan 2‰. - Minimale dekking nieuwe riolen is 1,20m –mv. - Alle putten moeten te allen tijde toegankelijk zijn en bereikbaar zijn (voor een 3-assige zuig/pers wagen van 35 ton) en worden geplaatst buiten de tracés voor kabels en leidingen en plantsoenen. Ze dienen te worden geplaatst in de openbare ruimte. - Inspectieputten worden aangebracht op alle kruisingen, knikken en bijzondere voorzieningen in het rioolstelsel. Tevens bij wijzigingen in het verhang en van diameter. - Minimale diameter van toe te passen inspectieputten is Ø 800mm of minimale doorsnede 800 x 800 mm.
Inspectieputten dienen zodanig uitgevoerd te zijn dat er geen risico is op opdrijving. - DWA putten dienen te zijn voorzien van een stroomprofiel. - HWA putten dien te zijn voorzien van een zandvang van 20 cm - Nieuwe trottoir- of straatkolken dienen te zijn Klasse Y, conform NEN7067, voorzien van een stankscherm, gietijzeren kop, uitneembaar rooster en zandvang. - Kolken dienen te worden aangesloten op die zijde die zich in de elementenverharding bevindt. - De straat- en trottoirkolken dienen op zodanige onderlinge afstanden te worden geplaatst dat een goede afvoer van het hemelwater gewaarborgd is en het wegprofiel zodanig vormgegeven kan worden dat onder alle weersomstandigheden geen overlast en hinder voor de weggebruiker ontstaat. - Iedere kolk moet minstens 80m2 verhard oppervlak kunnen afvoeren, berekend bij Bui 9. - Inspectieputten voorzien van een deksel van gietijzer, verkeersklasse conform betreffende weg, voorzien van opschrift HWA of DWA.; Mangat minimaal ø 600mm. - Alle putten dienen te zijn voorzien van een stroomprofiel. - Kolkleidingen en huisaansluitingen sluiten aan op de hoofdriolering door een haakse inboring op 12 uur. De 22
aansluiting dient waterdicht te zijn en bestand tegen zettingen. - De gemeente streeft ernaar de hoeveelheid rioolgemalen zoveel mogelijk te beperken. Toepassing van rioolgemalen is alleen mogelijk na gemeentelijke toestemming. Persleidingen en gemalen dienen uitgevoerd te worden conform het PvE Rioolgemalen. Huisaansluitingen - De huisaansluiting dient ten minste 60 centimeter gronddekking te hebben De huisaansluitingen dienen in een afschot van ten minste 7 millimeter per meter naar het hoofdriool te liggen. - Aansluitlengte max. 20 m; PVC min. ø 125 mm; bochten maximaal 45 graden, aansluiten op opzetter. - De huisaansluitingen dienen aan de bovenzijde van het riool, te worden aangesloten. - In de huisaansluiting dient een ontstoppingsstuk te worden aangebracht 0,50 m voor de erfgrens op particulier terrein, op een goed bereikbare plaats. - Het ontstoppingsstuk dient aan de bovenzijde een afsluitbare opening te hebben met een diameter van 160 millimeter. De opening dient een gronddekking te hebben van minimaal 50 centimeter. Drainage - Ontwerp conform de bijlage: "Richtlijnen voor het ontwerp van drainagesystemen, Gemeente Haarlem''.
- De drain is van PE dubbelwandige drainagebuis (merk Strabusil of gelijkwaardig) en wordt gelegd in een grindkist van 0,50m x 0,50m van betongrind N31,5, omwikkeld in polyamide filterdoek 66212 nicolon nylondoek, waarbij een overlap van minimaal 250 mm gemaakt wordt. - De korrelgrootte van drainagegrind moet 4-16mm of 1632mm zijn en het grind moet een ronde korrel hebben voor een optimale drainerende werking. - Materiaal drainageleiding PE (≥ Ø150mm), kleur zwart Kwaliteit SN8. De drain ligt met de bovenzijde tenminste 0,40 m onder het niveau van het in te stellen grondwaterpeil. - Instellen van het drainagepeil gaat via opzetstukken in de instelputten conform het buurtgerichte drainageplan. - De putten tot een diepte van 1,80m minus maaiveld, zijn van beton rond of vierkant 800 mm (inwendig). De putten met een diepte groter dan 1,80m minus maaiveld zijn van beton 1000 mm (inwendig). - Elke put wordt voorzien van een beton/gietijzerenputrand hoog 240 mm en opgemetseld met twee lagen steens metselwerk. In de putrand staat duidelijk leesbaar de tekst “DRAIN”. - In de drainput is een zandvang van 200 mm aanwezig. - Doorspuitputten in de drainage, behoudens de instel- en eindputten, hebben een minimale Ø 600 mm, zijn van beton en moeten voorzien zijn van 20 cm zandvangruimte. - Geleverde materialen moeten voorzien zijn van een KOMO/KIWA certificaat.
Overige eisen aan riolering en WKO - Bij uitwerking van het ontwerp dient de afstand tussen boom en riool/drainage zodanig te zijn dat onderhoud en 23
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
vervanging van het riool/drainage mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van het riool en boom is minimaal 2 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. De afstand tussen boom en huisaansluiting dient zodanig te zijn dat onderhoud en vervanging van huisaansluitingen mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van de huisaansluiting en boom is minimaal 1 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. Bij het planten van nieuwe bomen dienen bestaande huisaansluitingen binnen een afstand van 5 meter van de boom van gresbuizen vervangen te worden door PVC leidingen met waterdichte koppelingen. Oude, niet meer in gebruik zijnde riolering en drainage, dienen te worden gereinigd en op een milieuverantwoorde wijze te worden afgevoerd. Er dient zoveel mogelijk gebruikt te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke toepassingen en materialen. De lozingen op oppervlaktewater dienen via een betonnen instelput te worden uitgevoerd, indien nodig met opzetstukken. Alle revisies en inspecties dienen ingeleverd te zijn bij PCM binnen twee weken na aanbrengen (Wet WION). Gebeurd dit niet, dan is en blijft de opdrachtnemer of ontwikkelaar verantwoordelijk voor alle eventuele tussentijdse schades en/of boetes ten gevolge van het niet tijdig aanleveren.
De aangelegde riolering dient voor overdracht digitaal beoordeeld te worden conform de geldende NENnormeringen en dient bij overdracht kwaliteit 1 te door middel van de KIC-systematiek en vastgelegd te worden op DGN-shape. De onderstaande eisen gelden voor de aanlevering van gegevens (zie ook Bijlage C PVE Opleveringsinspectie Riolering) • Video inspecties alleen als Panoramo (IBAK)video inspecties. • Rapportages aanleveren in SUF-RIB2 met gevulde coördinaten (conform NEN) • Rapportages inclusief hellingshoek meting. • KIC aan te leveren op DGN-shape, inleesbaar in GBI 6. • Aansluitingen op bestaande riolering dient plaats te vinden op basis van bestaande riooltekening en bestaande putnummers. Tekening, lege SUF is te verkrijgen bij de gemeente, afdeling DIA. • Inspectie op USB-stick of harde schijf aanleveren!" Bij uitbreidingen dient riolering als een gescheiden systeem aangelegd te worden. Al het “schone” regenwater dient te worden ingezameld en getransporteerd naar het oppervlaktewater. Er mag geen vermenging optreden met het grondwater. Overtollig grondwater dient ingezameld te worden middels de drainagebuizen en getransporteerd te worden naar het oppervlaktewater. Er mag geen vermenging optreden met het hemelwater.
Bij de aanleg en ontwerp van riolering dient rekening gehouden te worden met de ondergrond, het afschot dient gedurende de gehele levensduur gewaarborgd te zijn, de 24
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
waterdiepte in een stelsel mag als gevolg van zettingen nooit meer bedragen dan 1/10 van de buisdiameter (klasse 1). De riolering mag de grondwaterstand niet negatief beïnvloeden (bv schade aan funderingen) en mag geen stank- en lawaaioverlast veroorzaken. Het rioolsysteem dient maximaal bereikbaar te zijn en zonder bijzondere maatregelen te kunnen worden beheerd en onderhouden. De afstroming van al het water moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het openbaar gebied. Voor aanleg van riolering, rioolputten en eventuele gemalen dient een funderingsadvies/rapport overlegd te worden. Berekeningen dienen te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module C2100 ‘Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren’. Het gehele ontwerp van het rioolstelsel dient te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module Module B3000 "Detaillering en aanleg van stelselonderdelen". Met inachtneming van de module's ontwerpgrondslagen B1100, B2100, B2200, B2300 Rioleringaanduidingen op tekeningen conform NEN 3219 Ontwerp het drainagestelsel conform de Leidraad Riolering, Module B2300 "Functioneel ontwerp: grondwater(overlast) maatregelen" Aansluitleidingen intekenenen op de digitale revisietekening. Na het aanbrengen van de hoofdriolering dienen de werkelijke (of evt.
afwijkende definitieve) hoogtematen van bob (binnen onderkant buis) en straat hoogten opnieuw ingemeten te worden en op een revisietekening te worden vermeld. Ook de inlaten (bob) vanuit de inspectieputten dienen te worden ingemeten en als basis te dienen voor de rioolinspectie. Het rioleringswerk wordt beoordeeld conform EN 13508-1 buitenriolering "inspectie en toestandbeoordeling door middel van video-inspectie van riolen" en EN 13508-2 buitenriolering "classificatiesysteem" bij visuele inspectie van riolen". Alle toestandsaspecten moeten minimaal gelijk aan klasse 1 zijn. Aanlegtekeningen en revisietekeningen van riolering en drainage dienen voorzien te worden van putnummers welke door afdeling DIA worden aangegeven. overstorten krijgen eigen nummers, daarom deze apart aangeven bij de aanvraag. De nummers zijn verkrijgbaar via mail aan dia@haarlem.nl o.v.v. aanvraag putnummers. Voor de oplevering dient het riool geïnspecteerd te worden. Voor het inspecteren dienen de putnummers gecontroleerd te worden op juistheid. Zonder de juiste putnummers kan de videoinspectie NIET geaccepteerd worden. Fictieve putnummers zijn NIET toegestaan." De FAT/SAT documenten moeten in de overdrachtstukken worden verwerkt. Revisietekeningen aanleveren conform eisen databeheer, afdeling DIA, tekeningen aanleveren in .DGN formaat en PDF-formaat.
Voor rekening van de aannemer zijn: reinigen, afvoeren en/of storten van vrijkomende materialen en stoffen in overleg met de gemeente, conform wettelijke eisen.
25
-
-
-
-
Tracé in de rijbaan mag NIET in het rijspoor aangebracht worden. Putdeksel mogen NIET in het rijspoor terecht komen. Stroombanen voor hemelwater dienen intact gehouden te worden of versterkt te worden om overlast te voorkomen. "Voorkom foutieve aansluitingen HWA/DWA Stem ligging huisaansluitingen af met installatietekening woningen. " De lozing van spuiwater uit WKO systemen op het riool mag niet groter zijn dan 5 m3/uur. Het chloridegehalte van te lozen water uit WKO installaties mag niet groter zijn dan 10.000 mg/liter. Het af te voeren water dat vrijkomt vanuit een WKO installatie met een hoger chloridegehalte dan 10.000 mg/liter dient direct in het riool afdoende verdund te worden. Moment van lozen afstemmen met beheerder gemeente Haarlem. Dit kan via de site van de gemeente Haarlem https://www.haarlem.nl/melding-doen-of-vraag-stellen/ "De volgende gegevens dienen bij een aanvraag WKOvergunning minimaal geleverd te worden: vergunninghouder, locatie lozing, hoeveelheid te lozen water, chloridegehalte van het te lozen water, wijze waarop een eventuele verdunningsstap gerealiseerd zal worden. Bij het vergunnen van WKO installaties dient met name de locatie van de lozing bekeken te worden. Het overige rioolwater moet de kans krijgen om de lozing goed te verdunnen alvorens het in de buurt van stalen en gewapende leidingen en pompsystemen komt.
Boor- en spoelvloeistof, bij aanleg van een WKO-systeem, dient voorafgaand aan de lozing een bezinkstap te ondergaan. Opgevangen slib dient afgevoerd te worden naar een eindverwerker."
In de onderstaande tabel is aangegeven wat de eigenschappen zijn van de toe te passen materialen: Onderdeel Materiaal Kleur Kwaliteit Bijzonderheden DWA (droogweer afvoer) Pvc riolering (< Ø500 mm) Beton (≥ Ø400 mm) HWA (hemelwaterafvoer) Pvc riolering (< Ø500 mm) Beton (≥ Ø400 mm) Kolkleidingen
Pvc
Bruin
SN8
beton grijs belastingklasse 450 conform VOSB, milieuklasse 5b Bruin SN8 beton grijs belastingklasse 450 conform VOSB, milieuklasse 5b grijs SN8
Huisafvoerleidingen DWA Pvc (≥ Ø125mm)
bruin
SN8
Huisafvoerleidingen RWA Pvc
grijs
SN8
Kolk
k
Klasse Y, conform NEN7067
verbinding met steekmoffen met rubbermanchet/ beton mof-spie met rubber afdichtring verbinding met steekmoffen met rubbermanchet/ beton mof-spie met rubber afdichtring verbinding met steekmoffen met rubbermanchet verbinding met steekmoffen met rubbermanchet verbinding met steekmoffen met rubbermanchet Voorzien van stankscherm en gietijzeren kop, 26
uitneembaar rooster en zandvang Drainageleidingen
PE
zwart
SN8
merk strabusil of gelijkwaardig
4.5 Groen en ecologie Onderdeel
Groen
Eisen - Er dient gewerkt te worden overeenkomstig de bepalingen uit de vigerende gedragscode soortbescherming voor gemeenten van Vereniging Stadswerk Nederland www.stadswerk.nl. - Groenvoorzieningen worden/zijn afgestemd op de stijl en karakter van het gebied. - De inrichting en het beheer van het gebied worden/zijn, naast op de menselijke functies, afgestemd op de leefvoorwaarden voor flora en fauna. - Koppelingen tussen het recreatief -, verkeer en vervoers-en het groen-blauwe netwerk worden/zijn gerealiseerd. - Ecologische verbindingen worden/zijn, waar dit het maatschappelijk draagvlak en de waardering voor ecologie in de stad vergroot, begeleidt door voet- en/of fietspaden. - Bij de (her)inrichting van groene structuren wordt/is aansluiting gezocht met aanwezig particulier groen. - Bij afname van bestaande waarden, gerekend tot 5 jaar na uitvoering van werkzaamheden, wordt/is voorzien in compenserende maatregelen buiten het plangebied, doch binnen de gemeentegrenzen van Haarlem. - Belangrijke bestaande ecologische elementen worden/blijven/zijn in stand gehouden. - Groenvoorzieningen worden/zijn zodanig uitgevoerd dat deze door middel van ecologisch beheer de gewenste kwaliteit kunnen bieden. - De soort-/sortimentskeuze wordt/is gebaseerd op de bijbehorende voorwaarden overeenkomstig bijlage 7 van de Nota Ecologisch Beleid 2013-2030 (2014-036877).
- De inrichting is/wordt afgestemd op een zo duurzaam mogelijk beheer. - Verrijking van grond wordt/is voorkomen. - Aanvullingen worden/zijn uitgevoerd met een humusarmmengsel. - Waar mogelijk worden/zijn 'groene- en blauwe structuren' met elkaar verbonden. - Verdichting van de bodem, groeiplaats en omstandigheden wordt/is voorkomen. - De soort-/sortimentskeuze wordt/is afgestemd op de gewenste omvang, zijn omgeving, het grondprofiel en de beschikbare hoeveelheid vocht. - Beperkte toepassing van groen dat veel onderhoud vergt, zoals 'kleine snippers' groen of vormbomen, wordt/is voorkomen. - In hoogstedelijke gebieden wordt/is een sortiment toegepast dat (in redelijke mate) bestand is tegen verharding, wind, luchtverontreiniging, ziekten en strooizout. - Door een goede sortimentskeuze wordt/is in hoogstedelijke gebieden wortelopdruk tegengegaan. - Van het aangeplante sortiment in het buitengebied wordt/is minimaal 80% van inheems materiaal verwerkt. 27
Onderdeel
Eisen - Van het aangeplante sortiment in de parken wordt/is minimaal 80% van het volume van inheems materiaal verwerkt. - Van het aangeplante sortiment in de woonwijken en het centrum wordt/is minimaal 50% van inheems materiaal verwerkt. - Er worden/zijn verschillende begroeiingen gecombineerd waardoor een aantrekkelijke variatie ontstaat. - Klimop op de stam van de bomen wordt/is toegestaan, mits dit in het beheersysteem is geregistreerd. - Verstoring van planten en dieren wordt/is zoveel mogelijk voorkomen, door interventies op momenten volgens de natuurkalender uit te voeren. - Agressieve schadelijke/verdringende soorten in het openbaar groen wordt/is teruggedrongen. - Braakliggende terreinen dienen te worden ingezaaid met een (bij voorkeur bloemrijk) zaadmengsel. - Dood hout wordt/is (deels) achtergelaten in het gebied. - Kansen voor meervoudig ruimtegebruik worden benut. - Kansen om de ecologische kwaliteit met behulp van boomstructuren en/of bermen langs wegen te vergroten worden/zijn benut. - Waar mogelijk worden mogelijkheden voor uitvoering door vrijwilligers bij inrichting en beheer benut. - Soorten die fijnstof vasthouden worden/zijn toegepast. - Soorten die beter ozon absorberen worden/zijn toegepast. - Soorten die beter stikstofoxiden absorberen worden/zijn toegepast.
- Voor insecten waardevolle kruidachtige gewassen (planten) worden toegepast - Waardevolle inheemse houtachtige gewassen worden toegepast. - Ecologisch effectief gekweekte gewassen worden toegepast. - Waardevolle inheemse planten worden toegepast - De oplossing dient te leiden tot een toename in biodiversiteit. - Een 'Quickscan kansen/bedreigingen Ecologie' wordt/is tijdig uitgevoerd. - De wijze van beheer wordt vastgelegd in beheer- en werkplannen.
4.6 Kabels en leidingen De aanleg van kabels en leidingen dient te worden uitgevoerd volgens het Standaardprofiel van de gemeente Haarlem.
28
Hieronder wordt een aantal standaardvoorwaarden genoemd. - Kabelbuizen moeten gebundeld en gestapeld worden gelegd. - Het is niet toegestaan kabels te leggen in de vrije zone, dat wil zeggen tussen de 55 en 80 centimeter onder straatniveau. - Bovendien mogen kabels in geen geval hoger worden gelegd dan 50 centimeter onder straatniveau. - Riool- en drainleidingen, alsmede huis- en kolkafvoerleidingen moeten volledig in stand worden gelaten. - Noodzakelijke afwijkingen hierop op het parkeerdek, moeten worden voorgelegd aan de gemeente ter goedkeuring. - Bij nieuwe tracés moeten HDPE-buizen onder de vrije zone worden aangebracht en bij bestaande tracés zo veel mogelijk. - De geul dient in gescheiden grondsoorten of verhardingen te worden ontgraven en in de juiste volgorde, met de bovenlaag vrij van puin, te worden teruggebracht. - De verdichtingsgraad van aangevulde sleuven dient minimaal 95% te zijn en/of 98% van de direct naastliggende grond. - Om verzakkingen te voorkomen dient de verdichting in lagen te geschieden van maximaal 30 centimeter, waarbij iedere laag afzonderlijk moet worden afgetrild. - Bij kruising van wegen en onder asfaltwegen moeten mantelbuizen worden aangebracht of doorpersingen of boringen worden gerealiseerd. Naast de standaardvoorwaarden kunnen aan een instemmingbesluit nog specifieke voorschriften worden verbonden.
4.7 Afvalinzameling Plaatsing geschiedt door Spaarnelanden op kosten van de Ontwikkelaar.
4.8
Straatmeubilair
De plaatsing van straatmeubilair geschiedt conform de voorschriften van de fabrikant. 29
Bij de plaatsing van straatmeubilair met betonnen voeten dient de betonnen voet onder de bestrating te worden aangebracht.
30
Proceseisen Inleiding
Ontwikkelaar dient kwaliteitsmanagement toe te passen, waarmee hoogwaardige kwaliteit wordt geborgd voor zowel de processen als de producten gedurende ontwerpfase, uitvoeringsfase en nazorgfase. In dit hoofdstuk worden diverse procesomschrijvingen, proceseisen en daaraan gerelateerde producteisen beschreven die gemeente noodzakelijk acht om nader te beschrijven. Deze zijn niet uitputtend.
Planningsmanagement 5.2.1 Algemeen De Opdrachtnemer dient de Werkzaamheden met betrekking tot planningsmanagement te verrichten, zodanig dat de Werkzaamheden en afstemming daarover met de Opdrachtgever in de tijd worden beheerst en dat het Werk uiterlijk op de gestelde opleverdatum en eventueel gestelde mijlpaaldata wordt gerealiseerd. 5.2.2 Eisen aan planning De Ontwikkelaar dient een planning op te stellen gebaseerd op de vast te stellen verschillende projectonderdelen. Dit dient een integrale planning te zijn, waarbij de diverse ontwikkelingen in zijn opgenomen (zoals nieuwbouw) alsmede de werkzaamheden van derden (zoals werkzaamheden K&L beheerders). Deze planning dient gerelateerd te zijn aan het algemeen tijdschema. In de planning zullen naast de door de Ontwikkelaar te leveren documenten, ook zaken als toetsing door de gemeente Haarlem, overleggen etc. worden opgenomen, waardoor op basis van de planning een goede tijdsgebonden projectbeheersing kan plaatsvinden. In de planning dient eenduidig, middels “milestones”, aangegeven te zijn wanneer de gemeente welke documenten kan verwachten. Ontwikkelaar dient ook het participatie- en inspraaktraject, het traject van bestuurlijke vaststelling en vrijgave van het ontwerp, alsmede het vergunningsproces op te nemen in de planning.
De planning dient geactualiseerd te worden naar aanleiding van wijzigingen of voortschrijdend inzicht. Het bestuurlijke traject verloopt conform het planning en processchema (bijlage 4) behorende bij de AO.
Ontwerpen 5.3.1 Algemeen Het ontwerp van de Openbare Ruimte moet worden vastgelegd met tekeningen, berekeningen, adviezen, rapportages, werkplannen en tekstuele beschrijvingen van de uit te voeren werkzaamheden. De belanghebbende partijen dienen op elk onderdeel van het werk overeenstemming te bereiken. Om de documentstroom over het gehele werk te kunnen overzien dient dit op een systematische wijze uitgevoerd te worden, conform gebruikelijke ontwerpprocessen en fasen, zoals omschreven in de toelichting Standaardtaakbeschrijving 2014 van de DNR (STB 2014). Daarbij dient opdrachtnemer tevens verificatie en validatie (V&V) toe te passen, dusdanig dat het resultaat van de werkzaamheden expliciet en objectief aantoonbaar zijn met de eisen en geschikt voor het beoogde gebruikt.
31
Ontwerpen dienen, per fase (en afhankelijk van de fase in meer of minder mate), te bestaan uit: 1. Ontwerponderbouwing 2. Tekeningen 3. Berekeningen 4. V&V rapportage(s) 5. Werkplannen met bijbehorende keuringsplannen en vergunningen Met de ontwerpen dient te worden aangetoond dat het voldoet aan de gestelde eisen, waarbij ten minste op de volgende onderdelen inzicht moet worden verschaft: - Inrichting openbare ruimte / ruimtelijke kwaliteit - Toegepaste materialen - Verband in verharding - Tracés en ligging van de kabels en leidingen - Ligging, diameters, materiaal en bob maten van riolering en drainage - Ruimte voor kabels en leidingen onder wegen en trottoirs - Waterhuishouding - Aansluiting riolering - Functies in de openbare ruimte - Aanwezigheid en plaatsing van parkeerplaatsen - Plaatsing van ondergrondse afvalcontainers - Plaatsing en toegepaste materialen van openbare verlichting - Locatie van ondergrondse afvalcontainers - Locaties en typen groen, soorten beplanting - Plaatsing van bomen (locatie en technische uitvoering) - Breedte van wegen en trottoirs - Tracés van de kabels en leidingen - Locaties en typen groen - Breedte van wegen en trottoirs - Constructies 5.3.2 Eisen aan ontwerptekeningen De ontwerptekeningen die ingediend worden, moeten ten minste aan de volgende eisen voldoen: - Ontwerpen vervaardigen op basis van te verrichten digitale detailmetingen en op
basis van gegevens gegenereerd uit ‘Open Data Haarlem’; - Op het plan dienen de aanduidingen van de huidige en nieuwe kadastrale perceel grenzen te zijn aangegeven; - Op de grenzen van het beschouwde gebied moet duidelijk de plangrens zijn aangegeven, herkenbaar, dus niet dwars door straat en plantsoen en dergelijke; - Grenzen tussen openbaar en niet-openbaar (bestaand en uit te geven) in de nieuwe toestand; - Peilen van de toekomstige bebouwing in de nieuwe toestand en van de bestaande aanwezige aansluitende bebouwing ten opzichte van NAP; - Hoogten van het toekomstige maaiveld en van het oude maaiveld ten opzichte van NAP; - voldoende informatie van de buitenruimte (het buitengebied), zoals oppervlakten en functies (bijvoorbeeld voetpad, fietspad, rijbaan, parkeerstrook, speelplek, straatmeubilair, verlichting, putten, kolken, groen en bestrating, eventuele kunstwerken met de aanduiding van de materiaalsoorten); - Tekeningen dienen te worden gemaakt in een standaard CAD formaat.
32
Toetsing en Acceptatie De openbare ruimte die in dit project wordt ontworpen en aangelegd komt uiteindelijk bij de gemeente in beheer. Om de gerealiseerde openbare ruimte uiteindelijk in beheer te nemen wordt tijdens het proces op een aantal momenten getoetst of het ontwerp, respectievelijk de uitvoering, voldoet aan de daarvoor geformuleerde eisen. De gemeente toetst daarbij de ontwerpen en realisatie op hoofdlijnen. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de eisen ligt bij de ontwikkelaar. De opdrachtgever wenst zo veel als mogelijk op afstand te blijven, behoudens het toetsen van in de Annex opgenomen documenten. Echter de gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid bij de realisatie van dit werk. De gemeente houdt zich, naar redelijkheid en billijkheid, het recht voor om van onderdelen die niet expliciet in het toetsing- en acceptatieplan zijn beschreven de specificaties op te vragen en te toetsen. De Ontwikkelaar verleent hieraan zijn medewerking. Levering van documenten geschiedt zoveel mogelijk digitaal.
Verificatie en Validatie Om te waarborgen dat het ontwerp en uiteindelijk de realisatie van de openbare ruimte voldoet aan de gestelde uitgangspunten en eisen dient de Ontwikkelaar zelf, middels verificatie en validatie van de gestelde eisen, aan te tonen dat aan de eisen wordt voldaan. Dit geldt voor zowel de algemene eisen uit hoofdstuk 2 als de functionele en ontwerpeisen in hoofdstuk 3 en de technische eisen per domein (hoofdstuk 4). Hieronder de eisen die gesteld worden aan de verificatie en validatie: - De Ontwikkelaar dient de Werkzaamheden met betrekking tot verificatie en validatie te verrichten, zodanig dat de resultaten van de Werkzaamheden expliciet en objectief aantoonbaar in overeenstemming zijn met de eisen aan (onderdelen van) het Werk en geschikt zijn voor het beoogde gebruik van (onderdelen van) het Werk zoals vermeld in de UAV-GC 2005. - Een keuring als bedoeld in § 21 UAV-GC 2005 is een verificatie en validatie. - De Ontwikkelaar dient gelijktijdig met het analyseren per eis een geldige V&V-methode te beschrijven en ter kennis te brengen van de gemeente.
- De V&V-methoden dienen: - te bestaan uit een bewijsvoeringmethode, een beoordelingscriterium, een beoordelaar en eventuele voorwaarden die invloed kunnen hebben op de verificatie en validatie; - betrekking te hebben op en relevant te zijn voor de betreffende eisen en (de onderdelen van) het Werk; - te voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de verificatie en validatie die bij de eisen in de Vraagspecificatie Eisen zijn genoemd. - De Ontwikkelaar dient een V&V-dossier op te stellen en actueel te houden. - Het V&V-dossier dient ten minste de tot dan toe verrichte verificaties en validaties te bevatten waarvan de volgende zaken zijn vastgelegd: - de betreffende objecten; - de betreffende eisen; - een beschrijving van de V&V-methode en afwijkingen ten aanzien van de geplande methode; - de bewijsvoeringmethode; - het beoordelingscriterium; - de eventuele voorwaarden die invloed kunnen hebben op de verificatie; - de functionaris die de V&V-activiteit heeft verricht (naam en - functie); - het objectieve resultaat van de V&V-activiteit (waarde); - de beoordelaar (naam en functie); - het resultaat van de beoordeling. 33
-
De Ontwikkelaar dient op basis van het verzamelde bewijs te beoordelen, vast te stellen en te verklaren dat aan de eisen is voldaan.
Oplevering en overdracht
De ontwikkelaar dient voor de oplevering een opleverdossier op te stellen. De oplevering van de openbare ruimte vindt pas plaats als de openbare ruimte is overgedragen conform het protocol van overdracht. Het protocol van overdracht beschrijft de wijze waarop de gerealiseerde openbare ruimte wordt overgedragen van achtereenvolgens de aannemer naar Ontwikkelaar, en van de Ontwikkelaar naar de gemeente. Het Protocol van overdracht is toegevoegd als bijlage bij dit PvE. Eisen die worden gesteld in het protocol zijn bindend. 5.6.1 Eisen aan het opleverdossier Het opleverdossier dient digitaal te worden aangeleverd en dient ten minste te bevatten: - Inhoudsopgave; - De definitieve versies van alle Documenten die binnen deze overeenkomst ter kennis zijn gebracht van de Opdrachtgever; - As-built tekeningen van permanente objecten en in de grond achtergebleven (hulp)constructies in pdf en in CAD formaat, incl. Toegepaste materialen.
- Documentatie revisie riolering en drainage; - Documentatie revisie openbare verlichting; - Opleverinspectie rioleringssysteem; - Ingevuld formulier “Areaalwijzigingen dagelijks beheer en onderhoud”; - Garantiecertificaten; - Test- en Keuringsrapporten; - Vergunningen/verklaring van geen bezwaar van de vergunningverleners; - Notulen van vergaderingen; - Wijzigingendossier; - Productcertificaten van de geleverde en verwerkte materialen; - Afvalstoffenadministratie; - Klachtenregister; - Huisaansluitingenregister; - Installatie beschrijvingen , tekeningen, schema's en gebruikshandleidingen / voorschriften; - Ondertekende formulieren zoals omschreven in het Protocol van overdracht. - Documentatie kunstwerken: - toelaatbare belastingen (verkeersklasse VOSB); - leveranciers (prefab beton, hekwerken ed.); - typenummers van toegepaste materialen (bijvoorbeeld tegenwerk); - kleurnummers van schilderafwerking; - garantieverklaringen verstrekt door leveranciers/hoofdaannemer.
34
Bijlage 1 Protocol van overdracht
Protocol van Overdracht
35
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................37
2
Voortraject .....................................................................................................38
3 Overdracht aan gemeente Haarlem ...................................................................39 3.1 Verzoek tot overdracht 39 3.2 Vooropname 39 3.2 Opname en overdracht van de openbare ruimte 39 3.3 Overdracht van openbare ruimte naar beheer van gemeente Haarlem. 40 3.4 Onderhoudstermijn 41 3.5 Eindinspectie voor het gehele gebied 41 3.6 Verantwoordelijkheden / aansprakelijkheden 41 4. Over te dragen documenten ..........................................................................42 MODEL A : PROCES VERBAAL VAN INGEBRUIKNAME 43 MODEL B : PROCES VERBAAL VAN OVERDRACHT 44 MODEL C : PROCES VERBAAL VAN EINDINSPECTIE 45 Bijlage A Protocol van Overdracht: Standaard overdrachtsdocument Bijlage B Hoeveelhedenstaat areaalwijzigingen Bijlage C PvE Opleveringsinspectie riolering
46 48 51
36
Inleiding Ontwikkelaar is onder meer verantwoordelijk voor de voorbereiding, realisatie en herinrichting van wegen, rioleringen, groengebieden etcetera. Op enig moment na de realisatie zal de Ontwikkelaar de openbare ruimte in eigendom, beheer en onderhoud moeten overdragen aan verschillende eigenaren en beheerders. Afhankelijk van welk onderdeel van de openbare ruimte het betreft, zullen dat verschillende eigenaren en beheerders zijn:
Straten, Groen Riolering en toebehoren Bluswatervoorzieningen
eigenaar Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem PWN
Uitgangspunt is dat overdracht plaats vindt van complete plandelen. De gemeente zal de overdracht accepteren middels een overdrachtsdocument. In dit zogeheten 'protocol' zullen de overdrachtsprocedures met de verschillende partijen gebundeld zijn beschreven, teneinde per deelgebied tot een gelijktijdige overdracht van de Ontwikkelaar aan alle partijen te komen. Voor wat betreft de overdracht van beheer en onderhoud geldt dat vanaf het moment van overdracht, de volledige verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de openbare ruimte wordt overgenomen van de Ontwikkelaar (slechts met uitzondering van eventuele uitsluitingen). Dit impliceert dat de Ontwikkelaar tot het moment van overdracht verantwoordelijk is voor het onderhoud van de openbare ruimte, (incl. speelterreinen) met uitzondering van de publieke taken als wetshandhaving, ophalen huisvuil, stroomlevering t.b.v. openbare verlichting et cetera. Deze laatste taken zijn, ook vóór de overdracht van de openbare ruimte, de verantwoordelijkheid van de Gemeente Haarlem vanaf de oplevering van de gebouwen.
37
Voortraject De Gemeente Haarlem is als toekomstig beheerder van de openbare ruimte ook intensief betrokken bij het ontwikkelings- en realisatietraject. In formele zin is de rol van de Gemeente in die fasen echter beperkt tot het beoordelen van fasedocumenten. In dit kader zijn er de volgende, door de Gemeente te beoordelen fasedocumenten (niet limitatief): 1. Definitief ontwerp openbare ruimte 2. Uitvoeringsontwerp openbare ruimte
38
Overdracht aan gemeente Haarlem In de procedure naar het in onderhoud nemen van de openbare buitenruimte door de Gemeente Haarlem zijn in hoofdlijnen de volgende stappen/momenten te onderscheiden: 1. Verzoek tot overdracht 2. Vooropname door de gemeente Haarlem 3. Opname van het werk door de gemeente Haarlem en overdracht van de openbare buitenruimte aan de gemeente Haarlem 4. Onderhoudstermijn Het proces van realisering en overdracht van de openbare buitenruimte wordt hieronder nader toegelicht.
3.1
Verzoek tot overdracht
Zodra de Ontwikkelaar van oordeel is dat het Werk gereed is voor overdracht, zendt hij een schriftelijk verzoek daartoe aan de Opdrachtgever. Bij dit verzoek zijn de documenten t.b.v. de verificatie en validatie van de gestelde eisen bijgevoegd.
3.2
Vooropname
De gemeente toetst, samen met de Ontwikkelaar, of er zichtbare gebreken aan het werk zijn die noodzakelijk hersteld moeten worden.
3.2
Opname en overdracht van de openbare ruimte
Na het eventueel herstel van geconstateerde gebreken bij de vooropname wordt een inspectie gehouden. Het resultaat van de inspectie wordt door de Gemandateerde van de Gemeente Haarlem vastgelegd in een "Proces Verbaal van Inspectie voor Overdracht" (overeenkomstig model B). Voor de oplevering van de riolering geldt het ‘PvE opleveringsinspectie riolering’ welke als bijlage D bij het PvE is toegevoegd. Voor de inspectie van rioleringen dient Ontwikkelaar een video inspectie uit te voeren. Voor de inspectie van drainageleidingen dient de Ontwikkelaar een gangbaarheidscontrole door middel van doorspoeling te houden. Het resultaat dient in een rapportage te worden vastgelegd. Bij goedkeuring van het werk door de gemeente Haarlem, wordt het proces verbaal door beide partijen getekend. Kleine gebreken, die op korte termijn kunnen worden verholpen en een openbaar gebruik van de werken niet in de weg staan, kunnen geen reden zijn tot onthouding van goedkeuring. De Ontwikkelaar is gehouden deze gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Deze gebreken staan vermeld in het Proces Verbaal van Inspectie voor Overdracht. Voor de revisie en inspectie van riolering gelden de volgende eisen: - Eisen die zijn gesteld in ‘PvE opleveringspectie riolering’ - De opleverinspectie dient te worden uitgevoerd en beoordeeld conform de geldende NEN-normen en NPR 3398.
Revisiegegevens, inclusief uitsluitend Panorama (IBAK)video inspecties, aanleveren binnen 14 dagen na oplevering. Inspectie en beelden op USB-stick of harde schijf aanleveren. 39
-
-
-
Het rioleringswerk dient te worden beoordeeld conform EN 13508-1 buitenriolering "inspectie en toestand beoordeling door middel van video-inspectie van riolen" en EN 13508-2 buitenriolering "classificatiesysteem" bij visuele inspectie van riolen". Alle toestandsaspecten moeten minimaal gelijk aan klasse 1 zijn. Na het aanbrengen van de hoofdriolering dienen de werkelijke (of eventuele afwijkende definitieve) hoogtematen van b.o.b. (binnen onderkant buis) en straathoogten opnieuw ingemeten te worden en op een revisietekening te worden vermeld. Ook de inlaten (b.o.b.) vanuit de inspectieputten dienen te worden ingemeten en als basis te dienen voor de rioolinspectie. Aansluitleidingen intekenen op de digitale revisietekening. Revisietekeningen (incl. maatvoering van inlaten en aansluitingen) maakt, vervaardigd in het R.D.-stelsel (Rijks Driehoek Stelsel) op DGN,SUF-RIB2 formaat (laatste versie) via de vastgestelde laagindeling. Aandachtspunt zijn de correcte coördinaten en de verplichte hellingshoek meting. Bestaande riolering op basis van bestaande riooltekening en bestaande putnummers. Lege SUF-tekening is te verkrijgen bij de gemeente.
Overdracht drainage Na afloop van de werkzaamheden wordt het drainsysteem schoon opgeleverd, de Ontwikkelaar levert een in de GBKH ingemeten revisie, hoogten ingemeten t.o.v. NAP, op schaal 1:200. De revisie wordt op tekening en digitaal (DGN-formaat) aan de directie overgedragen. Voor revisie en inspectie van de openbare verlichting gelden de volgende eisen: - Na plaatsing van de openbare verlichting dienen de exacte locaties te worden vastgelegd. - Daarbij dienen de volgende gegevens in te worden opgenomen: Locatiegegevens, datum, type, aantal, hoogte, nummer, materiaal, oppervlaktebehandeling, specificaties lichtbron en dimmer (allen conform paspoort afdeling DIA, gemeente Haarlem). - Vastlegging geschiedt dmv verwerken op een Toughtbook op locatie door Ontwikkelaar. - Toughtbnook dient gereserveerd te worden bij afdeling DIA van de gemeente Haarlem. Gebruik conform bijgeleverde instructies DIA.
3.3
Overdracht van openbare ruimte naar beheer van gemeente Haarlem.
Volgend op de inspectie en het herstel van eventuele gebreken wordt de openbare ruimte overgedragen aan de gemeente, die deze in beheer neemt. De overdracht vindt plaats door de ondertekening van het proces verbaal door de Ontwikkelaar en de Gemeente Haarlem na de inspectie voor overdracht. De Ontwikkelaar garandeert hierbij dat de openbare ruimte normaal gebruikt wordt, d.w.z. dat er geen bouwverkeer meer door het overgedragen gebied gaat. Bij de overdracht gaan het onderhoud en beheer van de openbare ruimte, de rioleringen en drainage over naar de Gemeente. Bij de overdracht gaat het economisch eigendom (terug) over naar de Gemeente. Vanaf dat moment is de Ontwikkelaar niet meer aansprakelijk voor het optreden van verouderingsschade die een gevolg is van normaal gebruik van de openbare ruimte. Ontwikkelaar dient een hoeveelhedenstaat in te vullen van de wijzigingen in het areaal van de openbare ruimte. De invullijst hoeveelhedenstaat zijn als bijlage B bij protocol toegevoegd.
40
3.4
Onderhoudstermijn
De onderhoudstermijn zoals bedoeld in paragraaf 27 van de UAV-GC 2005 bedraagt 3 maanden, tenzij in de eisen anders is opgenomen.
3.5
Eindinspectie voor het gehele gebied
Na de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om te constateren of de Ontwikkelaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De procedure is hierbij analoog aan de procedure bij de overdracht. Met de ondertekening van het Proces Verbaal van Eindinspectie (model C) eindigt de onderhoudstermijn officieel.