CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20200991803 2. Bijlage bij raadsstuk 2 Actualisering nota Verbonden Partijen

commissie Bestuur 4 november 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.20 – 18.25 uur Actualisering nota verbonden partijen (FR)25.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit biedt ruimte om in de subsidiëring een grens op te nemen wat betreft de besteding aan salarissen en het laat daarnaast onverlet dat gesubsidieerde instellingen zich uit eigener beweging aan de WNT moeten houden en dat hun accountant daar ook op moet letten bij de controle.

5.5 Wijziging en beëindigen van een relatie Het aangaan van een relatie met een verbonden partij of een (grote) gesubsidieerde instelling doet de gemeente om haar doelstellingen te verwezenlijken. Sommige doelstellingen hebben een permanent karakter, andere doelstellingen zullen op enig moment verwezenlijkt zijn. In beide gevallen is het goed om met enige regelmaat na te gaan of de relatie nog steeds een bijdrage levert aan het realiseren van de beoogde doelstellingen, of dat bijstelling van de relatie nodig is. Beëindiging is daarbij de meest vergaande vorm van bijstelling. Een andere reden voor bijstelling kan zijn, dat niet of niet voldoende wordt voldaan aan de formele voorwaarden of het naleven van de voorwaarden uit de subsidiebeschikking. Voor het onderzoeken of een relatie nog de juiste vorm heeft en nog bijdraagt aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen, is de meest voor de hand liggende methodiek het opnieuw aflopen van de beslisboom (zie paragraaf 3.3). Aan de hand daarvan ontstaat immers een antwoord op de vraag of het realiseren van de doelstellingen via een verbonden partij nog steeds voor de hand ligt en zo ja, welke juridische vorm daar dan bij past. De wijze waarop de relatie met een verbonden partij formeel kan worden veranderd hangt af van de juridische vorm daarvan.

25

6.

Gemeentelijke governance In dit hoofdstuk staat de zogenoemde gemeentelijke governance centraal. Het gaat dan om de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de gemeente zelf. Daarbij wordt allereerst de verhouding tussen de raad en het college met betrekking tot verbonden partijen aan de orde gesteld (§ 6.1). De taken en bevoegdheden van de raad (§ 6.2) en die van het college (§ 6.3) worden algemeen toegelicht. Meer specifiek wordt ingegaan op de instrumenten die de raad ter beschikking staan en wordt de informatievoorziening en verantwoording door het college aan de raad toegelicht. Ook de betrokkenheid van de Rekenkamercommissie komt aan bod (§ 6.4).

6.1 Verhouding raad - college Een van de doelstellingen van het invoeren van het dualisme in 2002 was het aanbrengen van een scheiding in bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de raad en het college. De raad is het orgaan dat de kaders stelt en daarmee bepaalt wat de gemeente wil bereiken. Welke politieke doelstellingen wil de raad de komende periode realiseren, wat gaan we daarvoor doen en wat mag dat kosten zijn de bijbehorende vragen. Het college is het orgaan dat vervolgens bepaalt hoe dit gebeurt: welke instrumenten en wettelijke bestuursbevoegdheden zet het college in om de doelstellingen te realiseren. Voor een efficiënte en effectieve uitvoering kan het college waar dat mogelijk én wenselijk én zinvol is, gebruik maken van een verbonden partij. Over de uitvoering legt het college verantwoording af aan de raad. Het gaat bij verbonden partijen dus alleen om de uitvoering van beleid waarmee bestuursbevoegdheden van het college zijn gemoeid. Daarom is het college het bestuursorgaan binnen de gemeente dat verantwoordelijk is voor de relaties met verbonden partijen. Daar waar de gemeente eigenaar of mede-eigenaar is van een formele verbonden partij wordt deze rol door (leden van) het college uitgeoefend.

Raadsleden kunnen in deze opzet te allen tijde het college ter verantwoording roepen over hoe het college zijn verantwoordelijkheden neemt ten aanzien van het realiseren van gemeentelijke doelen met behulp van een verbonden partij (of gesubsidieerde instelling).

6.2 Het college Zoals hiervoor al is gesteld, is het aan het college om aan te geven hoe het de door de raad vastgestelde doelen denkt te kunnen bereiken. Een van de mogelijkheden voor het realiseren van doelstellingen is het inzetten van een verbonden partij. Daar kan het college voor kiezen. Het vervolgens aansturen van die verbonden partij met als doel het laten uitvoeren van de activiteiten die nodig zijn om de door de raad bepaalde doelstellingen te realiseren, is ook de bevoegdheid van het college. Het gaat immers alleen om de uitvoering van beleid dat eerder al door de raad is vastgesteld. Daarbij blijven de alle regels van informeren en verantwoorden gelden, zoals hiervoor ook genoemd. Het college heeft zowel een eigenaarsrol als een opdrachtgeversrol. Die zijn in hoofdstuk 4 beschreven.

26

Het college heeft de algemene plicht de raad juist, tijdig en volledig te informeren over wat er speelt in een verbonden partij, luistert naar de opvattingen daarover in de raad en verantwoordt zich over welk standpunt het heeft ingenomen in het bestuur van de verbonden partij. Ook in het informeren over en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid is er sprake van eerder genoemde twee rollen vanuit het college richting de raad. De inhoudelijk portefeuillehouder (opdrachtgever) legt verantwoording af over de bereikte resultaten ten opzichte van de door de raad vastgestelde doelstellingen. De portefeuillehouder voor verbonden partijen legt aan de raad verantwoording af over het voortbestaan van die partijen en het financieel en bestuurlijk belang dat de gemeente daarin heeft.

6.3 De raad 6.3.1 Kaderstellende rol met betrekking tot verbonden partijen De kaderstellende rol van de raad komt voor verbonden partijen op twee manieren tot uitdrukking. Ten eerste stelt de raad de algemene kaders vast voor hoe Haarlem omgaat met verbonden partijen: het raambeleid (deze nota). Ten tweede stelt de raad de doelstellingen op de diverse gemeentelijke beleidsterreinen vast. Dat betekent dat voor de controlerende rol de politieke discussie zich kan toespitsen op de vraag of het werken met de verbonden partij een goede manier is om de beleidsdoelen te behalen en of het college zich daarbij goed van zijn taak kwijt. Belangrijke beleidswijzigingen van de verbonden partij en strategische besluiten ten aanzien van verbonden partijen zullen dan ook voordat deze een feit zijn aan de raad moeten worden voorgelegd voor bespreking en akkoord. Het gaat dan om belangrijke koerswijzigingen op de middellange tot lange termijn, die zijn aangedragen door de verbonden partij zelf of voortvloeien uit wensen van de gemeente(n) zelf. Meer concreet staan de raad de volgende kaderstellende instrumenten in relatie tot verbonden partijen ter beschikking. Startnotities Het opstellen van nieuwe kaders of wijzigingen in bestaande kaders begint met een startnotitie.

Daarin legt het college de raad de omstandigheden van het onderwerp voor, de keuzes omtrent de richting voor de kaders en de stappen die moeten leiden tot het vaststellen van de kaders. Op basis van deze startnotitie bepaalt de raad de richting voor de op te stellen kaders (gaan we linksaf of gaan we rechtsaf) en de stappen die nodig zijn om de kaders op te stellen, te behandelen en vast te stellen. Onderdeel van die stappen kan bijvoorbeeld zijn welke andere organisaties en/of overheden er bij worden betrokken, of sprake is van participatie van bewoners en op welke momenten de raad informerend en besluitvormend wordt betrokken. Wijze van uitvoeren Onderdeel van een kader kan zijn de wijze waarop het beleid vervolgens wordt uitgevoerd. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld zelf uitvoeren, inkopen, aanbesteden of regionaal samenwerken. De raad kan hierover bij het behandelen van de startnotitie al een richtinggevende uitspraak doen of aangeven dat meerdere opties worden uitgewerkt en voorgelegd aan de raad. Bij de vraag of het oprichten van of deelnemen in een verbonden partij met andere deelnemers raadzaam is, is belangrijk om te benoemen wat het belang van die gezamenlijkheid is, welk belang de gemeente Haarlem heeft (‘what’s in it for me?’) in relatie tot belangen van andere deelnemers (‘what’s in it for them?’).

De voordelen en de nadelen van deelname in een verbonden partij– of anders gezegd:

27

de kansen en de risico’s – moeten eveneens in beeld worden gebracht en tegen elkaar worden afgewogen. Oprichten verbonden partij: toestemming of wensen en bedenkingen van de raad Als besloten wordt tot het oprichten van een verbonden partij (aan de hand van het afwegingskader dat in hoofdstuk 3 is opgenomen) hangt het af van de rechtsvorm hoe de formele betrokkenheid van de raad eruit ziet. Als het college een gemeenschappelijke regeling wil oprichten (meestal gaat het namelijk om het uitbesteden van collegetaken en –bevoegdheden), moet de raad toestemming geven. (Als de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen van kracht is per 1 januari 2022, gaat aan die formele toestemming een stap vooraf, namelijk de gelegenheid van het indienen van een zienswijze door de raad op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling.) De raad kan de toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of met het algemeen belang. Als het gaat om b.v. een vennootschap, vereniging, coöperatie of stichting wordt de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Budgetrecht raad Een gemeenschappelijke regeling (met als bestuur een openbaar lichaam, gemeenschappelijk orgaan of zogenoemde bedrijfsvoeringsorganisatie) moet jaarlijks uiterlijk 15 april zijn financiële kaders, beleidsmatige uitgangspunten en voorlopige rekening met accountantsrapport aan de deelnemende gemeenten sturen. De raad kan het college daar op aanspreken vanwege diens rol in het bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Voor de ontwerpbegroting van een gemeenschappelijke regeling geldt een zwaardere procedure. Bedoelde gemeenschappelijke regelingen moeten namelijk hun ontwerpbegroting tenminste acht weken voor vaststelling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze hebben het recht hier hun zienswijze op te geven. De uiterste datum van indiening van de begroting bij de provincie is 31 juli, zodat de ontwerpbegroting vóór 1 juni moet zijn toegezonden.3 Als een gemeenschappelijke regeling vervolgens haar begroting heeft vastgesteld, dan is elke gemeente verplicht om haar bijdrage te betalen. Haarlem stelt zich op het standpunt dat het ook mogelijk moet zijn dat de raad een reactie geeft op de financiële kaders en beleidsmatige uitgangspunten en over de voorlopige rekening, met name waar het gaat om de totstandkoming en bestemming van het resultaat.

Daartoe worden deze stukken ter kennisname naar de commissies gestuurd en kunnen commissies deze agenderen voor bespreking. Drie gemeenschappelijke regelingen hebben trouwens zelf al bepaald dat de raden van de deelnemende gemeente een zienswijze kunnen inbrengen op de voorlopige jaarrekening.4 6.3.2 Controlerende rol: informatie en verantwoording van college aan raad De raad kan zijn controlerende taak ten volle uitvoeren, mits de raad over tijdige en adequate informatie van het college beschikt. Dat geldt natuurlijk altijd, maar omdat het college vaak weer afhankelijk is van een goede informatievoorziening door de betrokken verbonden partij, kan hier een spanning optreden. De raad en het college hebben de volgende afspraken gemaakt over de actieve informatievoorziening aan de raad.

3

De termijnen worden verruimd als de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen in werking treedt (verwacht per 1 januari 2022). 4 Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, Recreatieschap Spaarnwoude en de VRK.

28

Protocol Actieve Informatieplicht De raad en het college hebben in 2020 gezamenlijk het Protocol Actieve Informatieplicht vastgesteld. Daarin hebben zij afspraken gemaakt over de invulling van de wettelijke plicht van het college wat betreft de actieve informatievoorziening aan de raad. In artikel 7 van de Financiële Verordening is aanvullend bepaald dat het college over zaken met ingrijpende gevolgen voor de gemeente of verplichtingen van een zekere omvang vooraf de raad of de commissie raadpleegt (de zogenoemde voorhangprocedures). Het Protocol heeft het karakter van een richtlijn. Het Protocol is niet uitputtend en het is afhankelijk van de specifieke context of en zo ja, welke informatie wordt verstrekt. De eisen van de Gemeentewet en eventuele bijzondere wetten blijven bovendien voorop staan. Het Protocol laat de politieke verantwoordelijkheid voor het dagelijks bestuur van de gemeente van het college als geheel en zijn leden afzonderlijk onverlet. De waarde van het Protocol ligt ook niet in de afdwingbaarheid of formalisering van afspraken, maar in het feit dat met de uitgangspunten die erin zijn opgenomen een voorzet wordt gedaan voor een andere manier van denken en de daaruit voortvloeiende proactieve opstelling bij college, ambtelijke organisatie en raad.

In het protocol is onder andere opgenomen dat de financiële resultaten van de verbonden partijen in de vorm van jaarrekeningen en jaarverslagen - met een toelichting van het college - aan de raad worden gestuurd. Overigens wordt in de programmabegroting en jaarrekening van de gemeente ook verslag gedaan van ontwikkelingen binnen verbonden partijen en van eventuele bijzonderheden en risico’s. Prestatieafspraken betreffen uitvoering van opdrachtgeverschap en zijn niet (direct) van belang voor de raad als de afspraken binnen de door de raad gestelde kaders en beleidsdoelen vallen. Op grond van het Protocol Actieve Informatieplicht wordt hierover dan in principe ook niet gerapporteerd aan de raad. Als een verbonden partij (deelneming) echter andere dan de gebruikelijke uitvoeringswerkzaamheden wil gaan verrichten (b.v. activiteiten die buiten het statutair doel of de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen belangen vallen en/of de 20% vrije ruimte te boven gaan), waarmee ook mogelijke financiële of andere risico’s gepaard gaan, of als buiten de kaders en beleidsdoelen wordt getreden, wordt niet overgegaan tot het maken van afspraken dan nadat de raad hierover is geïnformeerd en in staat is geweest inbreng te leveren.

In het bijzonder wat betreft overheidsvennootschappen geldt dat de 20% ruimte om (markt)activiteiten buiten de initiële opdrachten te verrichten, wordt ingevuld met inachtneming van de statutaire doelen van de betreffende vennootschap. Dit geldt als kader voor deze marktactiviteiten. Als activiteiten buiten het statutair doel vallen, worden deze niet verricht zonder dat de aandeelhouder goedkeuring heeft gegeven aan een wijziging op dit punt en de raad hierover vooraf in staat is geweest zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Informatieprotocol deelnemingen Voor de raad is het in het bijzonder van groot belang om goed geïnformeerd te zijn over het reilen en zeilen in de vennootschappen waar Haarlem als aandeelhouder deelneemt. Het publiek belang moet zijn gewaarborgd en er moet sprake zijn van een goede financiële prestatie. Deelname in een vennootschap brengt de nodige risico's met zich mee. De informatie die de raad van het college ontvangt is een middel voor de raad om (bij) te sturen in de leidende kaders die voor deelnemingen gelden en te controleren of deze kaders in de praktijk in acht worden genomen. Heldere afspraken over de informatievoorziening door het college aan de raad zijn van belang. Dit geldt voor de verschillende fasen van de oprichting, de looptijd en de

29

eventuele beëindiging van een deelneming. In het Informatieprotocol deelnemingen dat als bijlage 8.6 bij deze nota is gevoegd zijn deze afspraken opgenomen. Informatievoorzieningen vanuit de verbonden partijen Naast informatieverstrekking door of via het college over een verbonden partij, kan dit ook rechtstreeks gebeuren door een verbonden partij aan raadsleden van de deelnemende gemeenten. Zo houdt bijvoorbeeld de Veiligheidsregio Kennemerland tweemaal per jaar een bijeenkomst om raadsleden te informeren over actuele ontwikkelingen. Na inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (vermoedelijk per 1 januari 2022) zal aanvullend een actieve informatieplicht van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling aan de raden van de deelnemende gemeenten gelden, welke plicht buiten de colleges om gaat. Het gaat dan om gemeenschappelijke regelingen met een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan (deze vormen worden in de bijlagen toegelicht). Zie voor verdere uitleg over de aankomende wetswijziging bijlage 1.Het college is bij wet bevoegd te besluiten tot de oprichting van en deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen (na het inwinnen van de wensen en bedenkingen van de raad).

6.4 Rekenkamercommissie Per 1 januari 2015 is de wettelijke bevoegdheid van de rekenkamercommissie als volgt uitgebreid. Vanaf dat moment mag de rekenkamercommissie ook onderzoek doen bij vennootschappen waarvan de gemeente alleen of samen met andere gemeenten tenminste 50% van de aandelen bezit. Tevens mag de rekenkamercommissie onderzoek doen bij instellingen waaraan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste 50% van de baten van deze instelling. Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (beoogd) per 1 januari 2022 wordt aan de bevoegdheid van de rekenkamer(commissie) toegevoegd dat deze ook onderzoek mag doen ten aanzien van door gemeenschappelijke regelingen gevoerd bestuur, althans waar dat betreft een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan. Dit betekent dus op termijn een uitbreiding van de bevoegdheid van de raad om controle uit te oefenen op gemeenschappelijke regelingen.

Concreet houdt het in dat de rekenkamercommissie van Haarlem zelfstandig een onderzoek mag instellen naar het gevoerd bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland, het Noord-Hollands Archief, het Recreatieschap Spaarnwoude, de Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, Schoolverzuim en VSV, de Omgevingsdienst IJmond, Paswerk en Cocensus.

6.5 Overzicht wettelijke instrumenten In de voorgaande hoofdstukken zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden van raad en college voor de sturing, beheersing, de verantwoording en het toezicht de revue gepasseerd. Ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen zijn deze formele instrumenten opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Voor deelnemingen in privaatrechtelijke rechtspersonen moet het instrumentarium primair worden gevonden in de Gemeentewet.

30

Voor het goede overzicht zijn al deze wettelijke instrumenten in bijlage 8.5 op een rij gezet, voor zowel de publiekrechtelijke samenwerking (gemeenschappelijke regelingen), als de privaatrechtelijke samenwerking (in de vorm van deelneming in private rechtspersonen).

31

7.

Samenvatting leidende principes (kaders) nota In de voorgaande hoofdstukken is stilgestaan bij wat verbonden partijen van Haarlem zijn en op welke wijze wordt afgewogen dat een relatie met een verbonden partij wordt aangegaan, beheerd en eventueel weer wordt beëindigd. De verschillende rollen en belangen die de gemeente met betrekking tot verbonden partijen heeft zijn toegelicht. Ook de interne gemeentelijke governance is besproken. In dit laatste - samenvattende - hoofdstuk worden de leidende principes (kaders) die uit dit alles zijn te distilleren op een rij gezet. Het gaat om de volgende punten: 1. Een verbonden partij is een organisatie waar de gemeente zowel een financieel belang in heeft als (gedeeltelijke) bestuurlijke zeggenschap over heeft. Er is een financieel belang als de gemeente geld kwijtraakt als de organisatie failliet gaat of wanneer financiële problemen bij de organisatie kunnen worden verhaald bij de gemeente. Er is sprake van bestuurlijke zeggenschap als de gemeente zitting heeft in het bestuur van de organisatie of daarvan aandeelhouder is. 2. Gesubsidieerde organisaties zijn formeel geen verbonden partij, omdat de gemeente er geen bestuurlijke zeggenschap over heeft. Toch is de relatie ermee soms zeer intensief.

Daarom past Haarlem de kaders voor verbonden partijen ook toe op instellingen die gedurende tenminste drie jaar € 0,5 miljoen of meer per jaar subsidie van de gemeente ontvangen. 3. De kaders kunnen ook worden toegepast op instellingen die een meerjarige subsidie van minder dan € 0,5 miljoen per jaar ontvangen, onder andere als het een nieuwe subsidieontvanger betreft, deze gevestigd is in een gemeentelijk vastgoed, er met behulp van de subsidie een wettelijke taak van de gemeente wordt uitgevoerd en/of er politieke of maatschappelijke imagoschade optreedt als afgesproken prestaties niet worden behaald. 4. Organisaties die taken uitvoeren voor de gemeente op basis van inkoop of aanbesteding zijn daarmee nog geen verbonden partij, ondanks dat de relatie met de organisatie soms zeer intensief kan zijn. Invloed en sturing wordt dan ook uitsluitend uitgeoefend (door het college) in het kader van de bestaande contractrelatie via de rol van opdrachtgever. 5. Een methode van risicoclassificatie bepaalt de intensiteit van het toezicht door de gemeente op een verbonden partij of grote gesubsidieerde instelling. 6. De gemeente hanteert een beslisboom voor het beantwoorden van de vraag of samenwerking nodig én wenselijk én zinvol is bij taakuitvoering en zo ja, welke vorm van samenwerking daarbij het meest passend is (met daarbij in beeld gebracht de voordelen en de nadelen daarvan).

De beslisboom wordt ook gebruikt bij periodieke evaluatie van bestaande relaties. 7. Deelname aan een verbonden partij vindt alleen plaats als dat noodzakelijk is voor het publiek belang. Het is een manier om een gemeentelijk doel effectiever te bereiken: met meer efficiency, kwaliteit of continuïteit. 8. Naast de beslisboom wordt een eventuele samenwerking in een verbonden partij getoetst aan wettelijke (Europese) regels, zoals voor aanbesteding, mededinging, staatssteun en belastingen. 9. Raad en college houden hun verantwoordelijkheden gescheiden: de raad heeft een kaderstellende en controlerende taak ten aanzien van de doelen en effecten die de gemeente wil bereiken (het ‘wat’), het college is verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan (het ‘hoe’). Verbonden partijen zijn een middel om beleid te realiseren en daardoor in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van het college. 10. De beslissing tot deelname aan een verbonden partij, de aansturing van de verbonden partij en daarmee de bestuurlijke verantwoordelijkheid behoren primair tot de taken van het college.

32

11. Alleen leden van het college worden benoemd in besturen van verbonden partijen en vertegenwoordigen de gemeente als aandeelhouder in de algemene vergadering van aandeelhouders van vennootschappen. 12. Vanwege een goede scheiding van verantwoordelijkheden nemen zittende raads- en collegeleden en werknemers van de gemeente geen zitting in bestuursorganen van privaatrechtelijke rechtspersonen (zoals stichtingen, vennootschappen, verenigingen) die een verbonden partij vormen met de gemeente, noch van daarmee gelijkgestelde grote gesubsidieerde instellingen. 13. Waar sprake is van meerdere rollen van de gemeente, zoals een eigenaars- en opdrachtgeversrol bij vennootschappen en gemeenschappelijke regelingen, worden deze rollen zoveel mogelijk door verschillende collegeleden vervuld. Vervolgens worden deze rollen door verschillende ambtenaren ondersteund, die bij verschillende organisatieonderdelen kunnen werken. In het college vindt de afstemming tussen belangen van de verschillende rollen plaats. 14. De relaties met verbonden partijen en grote gesubsidieerde instellingen worden vormgegeven rond de begrippen sturing, beheersing, verantwoording en toezicht (governance). Overkoepelend element daarbij is onderling vertrouwen. 15.

Het college informeert de raad actief met betrekking tot verbonden partijen met inachtneming van het Protocol Actieve Informatieplicht en het Informatieprotocol deelnemingen.

33

8.

Bijlagen 8.1 Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke samenwerkingsvormen 8.1.1 Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan samen met een of meer andere gemeenten een publieke organisatie oprichten op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In artikel 1 van de wet is dit als volgt beschreven: Lid 1: De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of te samen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. Lid 2: De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Lid 3: Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Wie neemt deel aan een gemeenschappelijke regeling? Wie deelneemt aan een gemeenschappelijke regeling is afhankelijk van de bevoegdheden die worden ingebracht. Er zijn de volgende mogelijkheden. Raadsregeling Een raadsregeling is een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend gemeenteraden (en eventueel provinciale staten of het algemeen bestuur van een waterschap).

Een raadsregeling kan worden voorbereid door het college, want het college bereidt immers de besluiten van de raad voor. De raad kan de raadsregeling ook zelf initiëren. Het is de raad die over een dergelijke regeling beslist. Het algemeen bestuur bestaat uitsluitend uit raadsleden die door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen. De invloed van de gemeenteraad is logischerwijs groot. Collegeregeling Een collegeregeling is een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders (en eventueel gedeputeerde staten of een dagelijks bestuur van een waterschap). De gemeenschappelijke regeling wordt door het college getroffen. Het is aan het college om te bepalen hoe deze eruit komt te zien en of de regeling daadwerkelijk tot stand komt. Het college dient de gemeenteraad wel om toestemming te vragen. De raad kan deze toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Het algemeen bestuur bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. Dit betekent dat er geen raadsleden in het algemeen bestuur mogen zitten. De invloed van de gemeenteraad is bij collegeregelingen gering. Het college en de gemeenteraad kunnen onderling afspraken maken waardoor de gemeenteraad betrokken is bij de uitvoering van de gemeenschappelijke regelingen.

Burgemeestersregeling Dit betreft een gemeenschappelijke regeling tussen uitsluitend burgemeesters (en eventueel een commissaris van de Koning of voorzitter van een waterschap). De burgemeesters vormen dan het algemeen bestuur. Een burgemeestersregeling komt nauwelijks voor.

34

Gemengde regeling Een gemengde regeling is een regeling tussen de raden en colleges, de raden, colleges en burgemeesters en colleges en burgemeesters van twee of meer gemeenten. De raad en het college samen beslissen over deelname aan een dergelijke regeling. Daarnaast moet de raad ook nog toestemming verlenen. Het algemeen bestuur kan uit leden van de raad en het college bestaan. Het kan ook voorkomen dat er alleen collegeleden in het algemeen bestuur plaatsnemen. Typen gemeenschappelijke regelingen In de Wet gemeenschappelijke regelingen staan verschillende vormen van gemeenschappelijke regelingen. Deze variëren van 'licht' (weinig wettelijke bepalingen waaraan moet worden voldaan) tot 'zwaar' (uitgebreide wettelijke voorschriften) en kunnen voor samenwerking op diverse terreinen worden gebruikt. Regeling met openbaar lichaam De samenwerkende gemeenten creëren door het instellen van een openbaar lichaam een rechtspersoon, die, zoals als alle rechtspersonen, zelfstandig kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Het openbaar lichaam kan personeel in dienst nemen met behoud van ambtenarenstatus en de gemeenten die in de regeling deelnemen kunnen bevoegdheden overdragen. In hoeverre dat laatste gebeurt, leggen de deelnemers vast in de regeling. In de wet is vrij uitgebreid voorgeschreven hoe het bestuur van een openbaar lichaam wordt ingericht.

Het moet bestaan uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter die beide besturen voorzit. Verder zijn er bijvoorbeeld wettelijke voorschriften over de begroting, onverenigbare functies en verboden handelingen voor bestuursleden en over het verstrekken van inlichtingen. Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden het dagelijks bestuur. Bedrijfsvoeringsorganisatie Deze tweede vorm is een organisatievorm die rechtspersoonlijkheid heeft met een enkelvoudig bestuur. Dus geen geleed bestuur met een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De bedrijfsvoeringsorganisatie kan hierdoor zelf direct en slagvaardig haar organisatie aansturen, eigen personeel in dienst nemen, opdrachten geven en overeenkomsten sluiten. Hiermee wordt recht gedaan aan de bedrijfsmatige aard van de taken, bijvoorbeeld personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, inkoop en huisvesting. Ook uitvoerende taken zonder of met geringe beleidsmatige component kunnen in een bedrijfsvoeringsorganisatie worden ondergebracht, omdat dergelijke taken naar hun aard geen of weinig bestuurlijke aansturing en controle vragen. Denk aan taken waarbij geen beleidsmatige keuzes nodig zijn, zoals het opleggen van belastingaanslagen en het invorderen van belastingen, groenvoorziening, afvalinzameling, gemeentereiniging, leerlingenvervoer en het uitvoeren van de Leerplichtwet.

Voor een bedrijfsvoeringsorganisatie kan ook worden gekozen indien sprake is van uitvoerende taken waarbij wel enige keuzeruimte mogelijk is maar dan alleen om tot een zo efficiënt en effectief mogelijke bedrijfsvoering te komen. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan de sturing en beheersing van bedrijfsprocessen met als uiteindelijk doel beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren. Gemeenschappelijk orgaan Een derde vorm is het oprichten van een gemeenschappelijk orgaan ‘in daarvoor bijzonder in aanmerking komende gevallen’. Een gemeenschappelijk orgaan heeft geen rechtspersoonlijkheid en heeft dus ook geen eigen personeel in dienst. Wel kunnen deelnemers bevoegdheden aan het orgaan overdragen, zij het geen regelgevende bevoegdheden. Het gaat vaak om samenwerking tussen gemeenten met een coördinerend karakter.

35

Centrumgemeente Een vierde vorm is gebruik te maken van de zogenoemde centrumgemeente-constructie. Deelnemers komen dan overeen dat bevoegdheden van de ene gemeente krachtens de regeling worden uitgeoefend door een andere gemeente. Bevoegdheden worden dan gemandateerd door het ene aan het andere gemeentebestuur. Het gaat feitelijk om het gebruik van het ambtelijk apparaat van één van de deelnemende gemeenten door de andere deelnemende gemeenten. Het gaat meestal om uitvoerende taken, zoals het ophalen van afval, die worden ‘uitbesteed’ aan de grotere buurgemeente. Ook hier is geen sprake van een rechtspersoon noch van een organisatie. Regeling zonder meer Een regeling zonder meer (‘lichte regeling’) is een vijfde vorm en heeft ongeveer eenzelfde functie als een convenant. Hierin wordt bijvoorbeeld gemeenschappelijk beleid opgenomen. Er is geen sprake van een organisatie of rechtspersoonlijkheid en er gelden geen bijzondere voorschriften. 8.1.2 Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is in de maak: de Wet versterking legitimiteit gemeenschappelijke regelingen (35513). Beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2022. Er geldt een overgangsrecht van 2 jaar voor implementatie van de wijzigingen. Effectief krijgen de wetswijzigingen dus per 2024 hun beslag.

Niettemin is het nu alvast zinvol om de contouren van de belangrijkste wijzigingen te schetsen. Het wetsvoorstel beoogt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het gaat daarbij wat betreft gemeenten om de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Om dit doel te bereiken introduceert het wetsvoorstel een aantal aanpassingen en aanvullingen op bestaande instrumenten van de raad. De bedoeling is om de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Dit vindt onder meer plaats door verruiming van de zienswijzeprocedure bij bepaalde besluiten van het bestuur van de regeling. Verder worden meer controle-instrumenten voor gemeenteraden opgenomen. Zo wordt een gemeenschappelijk enquêterecht mogelijk gemaakt en mag een lokale rekenkamer ook het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling onderzoeken. Daarnaast bevat het voorstel een verbetering van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling, zoals een actieve informatieplicht van het bestuur van een regeling aan de raad (buiten het college om). Ook is het mogelijk om een gemeenschappelijke raadscommissie op te richten die tot taak heeft om gemeenteraden en de besturen van gemeenschappelijke regelingen van advies te bedienen en de besluitvorming voor raden voor te bereiden.

Daarnaast richt het wetsvoorstel zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming van gemeenschappelijke regelingen. Ten aanzien van de begroting van een gemeenschappelijke regeling biedt de nieuwe Wgr een (nog) ruimere termijn waarbinnen gemeenteraden hun zienswijzen kunnen inbrengen. Bovendien wordt de verplichting opgenomen dat moet worden gemotiveerd als het bestuur van een gemeenschappelijke regeling zienswijzen niet overneemt. In de actualisering van deze nota in 2024 zullen de daadwerkelijke instrumenten die de raad ter beschikking staan nader worden beschreven, alsook de wijze waarop deze in de bestaande

36

gemeenschappelijke regelingen waaraan Haarlem op dat moment deelneemt kunnen worden ingezet (of zo veel eerder als nodig wordt de nota geactualiseerd). 8.1.3 Privaatrechtelijke rechtspersonen De gemeente kan ook besluiten om een privaatrechtelijke rechtspersoon op te richten of daarin deel te nemen. Op private rechtspersonen is het rechtspersonenrecht uit het Burgerlijk Wetboek (boek 2) van toepassing. Het college van burgemeester en wethouders is krachtens artikel 160, tweede lid van de Gemeentewet bevoegd tot het oprichten van en besluiten tot deelneming in private rechtspersonen (stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen), indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Stichting Een stichting is te kenmerken als een zeer zelfstandige rechtspersoon: er zijn geen eigenaren in de vorm van aandeelhouders die kapitaal verschaffen en daarmee zeggenschap hebben. Een tweede belangrijk kenmerk is dat zij niet gericht is (en niet mag zijn) op het maken van winst.

Voor de gemeente betekent dit dat zij de taken die een stichting voor haar uitvoert alleen kan beïnvloeden via de subsidie en bijbehorende voorwaarden. Een mogelijkheid tot beïnvloeding kan daarnaast zijn het deelnemen in de raad van toezicht of het bestuur van de stichting, maar in die hoedanigheid mag een toezichthouder of bestuurder alleen handelen in het belang van de stichting. Dat belang hoeft niet gelijk te lopen met dat van de gemeente, zeker niet wanneer de gemeente niet de enige is die een financiële bijdrage levert aan de stichting. Vennootschap Een vennootschap is evenals een stichting een zelfstandige rechtspersoon, maar hier hebben de aandeelhouders het uiteindelijk voor het zeggen. In het geval de gemeente (enig) aandeelhouder is, heeft zij dus grote invloed op het beleid van de vennootschap. Bij vennootschappen zijn er drie mogelijkheden: een besloten vennootschap (BV), een naamloze vennootschap (NV) of een commanditaire vennootschap (CV). Naamloze vennootschap (NV) Kenmerk van de NV is dat de aandeelhouders hun aandelen vrij kunnen verkopen, dus wanneer en aan wie ze maar willen, zonder toestemming van de andere aandeelhouders. Voor NV’s die gemeenten (of andere overheden) oprichten is dit echter juist niet de bedoeling, reden waarom de verhandelbaarheid vaak in de statuten is beperkt.

Een tweede kenmerk is dat een NV verplicht is om zijn jaarverslag en jaarrekening te publiceren en dit geldt dus ook voor NV’s met een gemeente als (enig) aandeelhouder. De zeggenschap van de gemeente loopt in elk geval via de rol van aandeelhouder; daarnaast is de gemeente vaak ook opdrachtgever met de bijbehorende zeggenschap. Soms heeft de gemeente (in de persoon van een collegelid) ook zitting in de raad van commissarissen. Een commissaris dient echter volgens de wet het belang van de onderneming voorop te stellen en niet dat van de aandeelhouder. Dit kan leiden tot tegenstrijdigheden en is de belangrijkste reden om terughoudend te zijn in het benoemen van collegeleden tot commissaris. In de statuten van een NV kunnen allerlei zaken omtrent zeggenschap worden geregeld (mits niet strijdig met het recht) tussen aandeelhouder, raad van commissarissen en directie, waardoor de gemeente (via haar rol van aandeelhouder) zoveel grip op de onderneming kan creëren als zij wenselijk acht.

37

Besloten vennootschap (BV) Kenmerkend voor een BV is dat de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn en dat zij geen jaarverslag noch jaarrekening hoeft te publiceren. Voor het overige zijn vanuit de gemeente bezien de kenmerken gelijk aan die van een NV. Commanditaire vennootschap (CV) Een CV is een speciaal soort vennootschap onder firma. In deze vennootschapsvorm zijn er één of meer beherende vennoten en één of meer stille vennoten. Deze laatste hebben slechts een financiële inbreng en worden ook wel commanditaire vennoten genoemd. De beherende vennoot is dan de gecommanditeerde vennoot, hij die bevoegd is om te handelen namens de vennootschap. Stille vennoten zijn, net als aandeelhouders van een NV of BV slechts aansprakelijk voor het bedrag dat zij investeren. Zij mogen niet namens de vennootschap optreden. Doen zij dit toch, dan worden ze net als de beherende vennoten aansprakelijk voor alle schulden. Publiek-Private-Samenwerking (PPS) Bij een PPS werken overheid en private partijen samen om hun doelstellingen te realiseren. Een belangrijk kenmerk van de samenwerking is dat risico’s op het gebied van bijvoorbeeld financiering, deskundigheid en uitvoering door de partijen worden gedeeld. Samenwerking kan op diverse terreinen, zoals parkeervoorzieningen en gebiedsontwikkeling. Een PPS bestaat doorgaans uit meerdere vennootschappen, vaak een combinatie van BV’s en CV’s.

Voordeel hiervan is dat de zeggenschap van de gemeente en de private partijen op deze manier geheel op maat kan worden gesneden, evenals de verdeling van de risico’s en het fiscale regime. Helaas maakt dit de verhoudingen binnen PPS niet altijd even eenvoudig te doorgronden voor wie er niet nauw bij betrokken is. Binnen de gemeente is het daarnaast niet eenvoudig om de verschillende rollen in de diverse vennootschappen voldoende van elkaar te scheiden. 8.1.4 Overzicht juridische vormen Het volgende overzicht geeft een beknopte karakterisering van de verschillende juridische vormen van verbonden partijen. Waar relevant is dit bezien door de bril van de gemeente, dus bijvoorbeeld welke zeggenschap heeft de gemeente over een verbonden partij. Stichting

Vennootschap

Bestuursstructuur van organisatie

Stichtingsbestuur met organisatie of raad van toezicht met directeur / bestuurder

Aandeelhouder (s) directie en eventueel raad van commissarissen

Zeggenschap van gemeente

Afhankelijk van deelname in bestuur; geen deelname betekent geen zeggenschap

Via aandeelhouderschap en soms via deelname in raad van commissarissen

Gemeenschappelijke regeling Algemeen bestuur en dagelijks bestuur, bestaande uit raadsleden, collegeleden of burgemeesters van deelnemende gemeenten Gezamenlijke zeggenschap voor deelnemende gemeenten

Publiek-Private Samenwerking Constructie van meerdere vennootschappen

Geen volledige zeggenschap

38

Stichting

Vennootschap

Meestal via subsidie en/of garantstelling door gemeente Beperkt tot subsidie of garantstelling

Aandelenkapitaal (gestort door gemeente)

Juridische aansprakelijkheid gemeente

Geen bestuurders stichting zijn hoofdelijk aansprakelijk

Geen

Slagvaardigheid van organisatie Aard van activiteiten

Groot

Groot

Nietwinstgerichte activiteiten

Winstgerichte activiteiten

Kapitaalverkrijging van organisatie

Financiële aansprakelijkheid van gemeente

Beperkt tot aandelenkapitaal

Gemeenschappelijke regeling Jaarlijkse bijdrage deelnemende gemeenten

Publiek-Private Samenwerking Investeringsbijdrage (soms in natura)

Gezamenlijke, volledige aansprakelijkheid deelnemende gemeenten Geen in geval van openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie; heeft eigen rechtspersoonlijkheid Beperkt

Afhankelijk van specifieke vormgeving

Publieke activiteiten

Gemengde activiteiten

Geen

Neutraal

39

8.2 Overzicht verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen De gemeente Haarlem neemt deel in de volgende verbonden partijen (de situatie per 1 januari 2021). Formele verbonden partijen:

A) Gemeenschappelijke regelingen5 GR Veiligheidsregio Kennemerland GGD Veilig Thuis

GR Noord-Hollands Archief GR Recreatieschap Spaarnwoude GR Omgevingsdienst IJmond

GR Werkvoorzieningschap ZuidKennemerland (Paswerk) GR Cocensus

Verantwoordelijke afdeling

Bijdrage volgens begroting 2021 x € 1.000

Taakveld

Vorm

wettelijk verplichte regeling; uitvoering taken brandweer, GGD en crisisbeheersing, en met ingang van 1 januari 2020 de taken van de voormalige stichting Veilig Thuis beheer archiefbescheiden en collecties beheer recreatiegebied Spaarnwoude verplichte deelname wat betreft het basistakenpakket; voorbereiding en uitvoering wettelijke milieu(beleids)taken uitvoering sociale werkvoorziening

Openbaar lichaam

VH MO JOS

12.711 3.368 4.192

Openbaar lichaam

ECDW

2.181

Openbaar lichaam

ECDW

637

Openbaar lichaam

VTH

1.372

Bedrijfsvoeringsorganisatie

WI

14.947

uitvoering belastingheffing en –inning en waardering onroerende zaken

Openbaar lichaam

CC

3.051

5

In de paragraaf Verbonden partijen staat ook de Gemeenschappelijke regeling ambtelijke samenwerking Zandvoort-Haarlem als verbonden partij genoemd. Het betreft hier echter een zogenoemde centrumgemeenteregeling, die als zodanig niet onder het begrip verbonden partij van het BBV valt.

40

Formele verbonden partijen:

GR Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten Regio WestKennemerland

Verantwoordelijke afdeling

bevorderen bereikbaarheid uitvoering Leerplichtwet en regionale meld- en coördinatiefunctie

Gemeenschappeli jk orgaan Gemeenschappeli jk orgaan

BBOR

Bijdrage volgens begroting 2021 x € 1.000 1.090

JOS

687

B) Stichting Stichting Parkmanagement Waarderpolder

C) Vennootschappen NV SRO

Spaarnelanden NV

Werkpas Holding BV

BNG Bank N.V.6 Alliander NV

bevorderen kwaliteit bedrijventerrein Waarderpolder

Stichting

ECDW

-

beheer, onderhoud en exploitatie van accommodaties voor sport, recreatie en onderwijs uitvoering afvalinzameling en onderhoud openbare ruimte uitvoering reintegratiewerkzaam heden bank voor de publieke sector ontwikkeling en beheer energienetten

Naamloze vennootschap

JOS en CC

10.094

Naamloze vennootschap

BBOR en CC

n.n.b

Besloten vennootschap

CC

n.v.t.

Naamloze vennootschap Naamloze vennootschap

CC

-

CC

-

Gesubsidieerde instellingen boven de € 500.000

Verantwoordelijke afdeling

Subsidie volgens jaarrekening 2020 x € 1.000

Stichting Blijfgroep

MO

2.009

Stichting Zorgbalans

MO

1.277

Stichting Dock

MO

5.251

6

Het aandeel van Haarlem in het aandelenkapitaal van BNG en Alliander is zeer gering (minder dan 1%); formeel zijn het verbonden partijen, maar in praktische zin heef Haarlem geen invloed op het beleid ervan.

41

Gesubsidieerde instellingen boven de € 500.000

Verantwoordelijke afdeling

Subsidie volgens jaarrekening 2020 x € 1.000

Haarlem Effect

MO

4.668

Jeugdgezondheidszorg Kennemerland

JOS

3.378

Hero-SPP

2.456

Stichting SportSupport Kennemerland

JOS

1.332

Stichting Hart

ECDW

1.939

Stichting Bibliotheek ZuidKennemerland

ECDW

4.724

Stichting Haarlem Marketing

ECDW

638

Stichting Frans Halsmuseum | De Hallen Haarlem

ECDW

3.804

Stichting Patronaat

ECDW

1.697

Stichting Stadsschouwburg en Philharmonie Haarlem

ECDW

6.089

Stichting Toneelschuur

ECDW

2.213

HVO-Querido

MO

1.604

MEE & de Wering

MO

1.281

Parnassiagroep

MO

1.410

Centrum voor jeugd en gezin

JOS

5.974

Stichting Arkin

MO

2.662

Stichting Kennemerhart (SHDH)

MO

626

Kenter Jeugdhulp

JOS

1.151

In de paragraaf 'Verbonden partijen en subsidies' in de programmabegroting en de jaarrekening wordt jaarlijks informatie over deze Haarlemse verbonden partijen opgenomen. In lijn met artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreft het informatie over de volgende zaken: • Het openbaar belang dat door de verbonden partij wordt gediend (wettelijke taken die worden uitgevoerd) • De bijdrage van de verbonden partij aan de programmadoelstelling van Haarlem • Concreet takenpakket (activiteiten) • Deelnemers • Eventuele bijzonderheden/risico’s • Gecertificeerd kwaliteitssysteem • Duurzaamheidsgegevens (m.i.v. jaarrekening 2020) • Het belang dat de gemeente heeft in de verbonden partij (aandeel in %) • Financiële gegevens met betrekking tot resultaat, eigen vermogen en vreemd vermogen.

42

8.3 Kenmerken en actualiteiten per verbonden partij 1. GR Veiligheidsregio Kennemerland 2. GR Noord-Hollands Archief 3. GR Recreatieschap Spaarnwoude 4. GR Omgevingsdienst IJmond 5. GR Werkvoorzieningschap Zuid-Kennemerland (Paswerk) 6. Werkpas Holding BV 7. GR Cocensus 8. GR Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland 9. GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten Regio West-Kennemerland 10. NV SRO 11. Spaarnelanden nv 12. BNG Bank N.V. 13. Alliander nv 14. Stichting Parkmanagement Waarderpolder

43

1. GR Veiligheidsregio Kennemerland Naam: Soort: Aangegaan door:

Deelnemers: Doel:

Samenstelling algemeen bestuur:

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland Openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid en personeel. Wettelijk verplichte regeling, waar de gemeenten in de regio aan moeten deelnemen. Op grond van de wet zijn het de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers die de regeling aangaan. Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort De veiligheidsregio heeft de volgende door de Wet veiligheidsregio’s bepaalde taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak brandweerzorg (het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h.

het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. De voorzitter van de het algemeen bestuur wordt bij koninklijk besluit benoemd uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 3. De colleges wijzen uit hun midden voor elk lid een plaatsvervangend lid aan. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het moment dat het lid de hoedanigheid van burgemeester verliest. Artikel 16: Besluitvorming Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. De voorzitter oefent zijn doorslaggevende stem alleen uit in een volgende vergadering wanneer in deze vergadering de stemmen over hetzelfde onderwerp opnieuw staken. De verdeling van de stemmen is als volgt: twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Uitgeest en Zandvoort; vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede; acht stemmen voor het lid afkomstig van de gemeente Velsen;

44

Naam:

bestuurscommissie openbare veiligheid

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland d. vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer. Samenstelling De bestuurscommissie openbare veiligheid bestaat uit tien leden. De bestuurscommissie openbare veiligheid kiest uit haar midden een voorzitter. De voorzitter is geen lid van het dagelijks bestuur. De leden van de bestuurscommissie openbare veiligheid zijn de burgemeesters van de gemeenten. Bevoegdheden De bestuurscommissie openbare veiligheid is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de brandweer zoals omschreven in artikel 8 van deze regeling. De bestuurscommissie openbare veiligheid is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de GHOR. De bestuurscommissie fungeert als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van veiligheid en brandweer voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen.

bestuurscommissie publieke gezondheid

Besluitvorming De bestuurscommissie openbare veiligheid vergadert zo dikwijls als zij dit nodig oordeelt. De bestuurscommissie openbare veiligheid besluit bij meerderheid van stemmen. De verdeling van de stemmen is als volgt: twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Uitgeest en Zandvoort; vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede; acht stemmen van het lid afkomstig van de gemeente Velsen; d. vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer. Samenstelling De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg bestaat uit tien leden. De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg kiest uit haar midden een voorzitter. De voorzitter is geen lid van het dagelijks bestuur. De leden van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg zijn de wethouders van de gemeenten die publieke gezondheidszorg of maatschappelijke zorg in hun portefeuille hebben. Bevoegdheden De bestuurscommissie is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de taken van de GGD zoals omschreven in artikel 10 van deze regeling. De bestuurscommissie fungeert als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van gezondheid, maatschappelijke zorg en jeugd voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen.

45

Naam:

Samenstelling dagelijks bestuur:

Ambtelijk verantwoordelijk: Belang Haarlem: Bijdrage Haarlem 2021:

Vermogen: Website: Beschrijving Haarlem:

Actualiteit:

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland Besluitvorming De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg vergadert zo dikwijls als zij dit nodig oordeelt. De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg besluit bij meerderheid van stemmen. De verdeling van de stemmen is als volgt: twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Uitgeest en Zandvoort; vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede; acht stemmen van het lid afkomstig van de gemeente Velsen; vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, zoals aangewezen in de Wet Veiligheidsregio's, de burgemeester van Haarlemmermeer, de burgemeester van Velsen en twee leden van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, aan te wijzen door het algemeen bestuur binnen een maand na het aantreden van het algemeen bestuur. De leden van het dagelijks bestuur zijn afkomstig uit vijf verschillende gemeenten.

Afdeling veiligheid en handhaving; team Openbare Orde en Veiligheid 30% € 3.368.000 bijdrage GGD basispakket € 12.711.000 bijdrage regionale brandweertaken € 4.192.000 bijdrage Veilig Thuis € 4.054.000 eigen vermogen (raming 31-12-2019) € 42.445.000 vreemd vermogen (raming 31-12-2019) www.vrk.nl De gemeenschappelijke regeling VRK stamt van 1 januari 2008. De VRK is de rechtsopvolger van de Hulpverleningsdienst Kennemerland (HDK). Op 1 januari 2008 wordt de HDK omgezet in de VRK, vooruitlopend op de in 2010 in werking getreden Wet veiligheidsregio’s. Op 1 juli 2008 zijn alle gemeentelijke brandweerkorpsen in het regionale korps Kennemerland opgegaan. De VRK heeft sindsdien de volgende taken voor de gemeenten in de veiligheidsregio Kennemerland: het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises; het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; het instellen en in stand houden van een brandweer; het instellen en in stand houden van een GHOR; het voorzien in de meldkamerfunctie; het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel. Overgaan Meld-, Informatie- en Coördinatiecentrum Kennemerland (MICK) naar Landelijke Meldkamerorganisatie.

Herijkingsonderzoek van het Rijk naar het onderdeel Veiligheid in het gemeentefonds en de BDUR financiering van de veiligheidsregio’s. Brandweer Nederland gaat meer energie steken in preventie.

46

Naam:

Rol opdrachtgever:

Rol eigenaar:

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland De ontwikkelingen op het gebied van de jeugd zijn ook van grote betekenis voor de jeugdgezondheidszorg. De gemeente Uitgeest onderzoekt of het mogelijk is om over te gaan van de VRK naar de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord, vanwege hun in het algemeen sterkere oriëntatie op gemeenten in die regio. De opdrachtgevende rol is verdeeld over twee functies. Voor openbare orde en veiligheid is de burgemeester opdrachtgever, in zijn rol als zelfstandig bestuursorgaan (en niet als voorzitter van het college). Voor volksgezondheid is de portefeuillehouder volksgezondheid opdrachtgever. Voor Veilig Thuis is de portefeuillehouder Jeugd en maatschappelijke ontwikkeling opdrachtgever. Portefeuillehouder financiën

2. GR Noord-Hollands Archief Naam: Soort: Aangegaan door: Deelnemers: Doel:

Samenstelling algemeen bestuur:

Noord-Hollands Archief Openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid en personeel. Colleges van burgemeester en wethouders en raden van de deelnemers Rijk (ministerie van OCW), Haarlem en Velsen Artikel 2: Er is een openbaar lichaam, Noord-Hollands Archief, dat gevestigd is in Haarlem. Het Noord-Hollands Archief is ingesteld met het doel de belangen van de minister en de gemeenten bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en de collecties die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Holland en in de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten in gezamenlijkheid te behartigen. Het Noord-Hollands Archief is mede ingesteld met het doel diensten aan derden te leveren ten aanzien van het beheer van archiefbescheiden en collecties.

Aan het Noord-Hollands Archief zijn daartoe de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de minister en de gemeenten opgedragen: de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in het tweede lid genoemde archiefbewaarplaatsen; de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 20, 26, tweede lid, 31 en 32 van de Archiefwet 1995; het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister en de gemeenten over de taken en bevoegdheden, die door de minister of de gemeenten worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995; het verrichten van door de minister of de gemeenten opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid. Artikel 4: Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden. De minister wijst drie leden aan.

47

Naam:

Samenstelling dagelijks bestuur: Ambtelijk verantwoordelijk: Belang Haarlem: Bijdrage Haarlem 2021: Vermogen: Website: Beschrijving Haarlem:

Actualiteit:

Rol opdrachtgever: Rol eigenaar:

Noord-Hollands Archief De raad van de gemeente Haarlem wijst twee leden aan: uit de wethouders één lid; de burgemeester. De raad van de gemeente Velsen wijst uit de wethouders één lid aan. Artikel 5: Het algemeen bestuur wijst de burgemeester van de gemeente Haarlem aan als voorzitter van het bestuur van het NoordHollands Archief. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden. Afdeling Economie, Cultuur, Duurzaamheid en Wonen 34% € 2.181.000 € 1.419.000 eigen vermogen (raming 31-12-2019) € 2.047.000 vreemd vermogen (raming 31-12-2019) www.noord-hollandsarchief.nl Het Noord-Hollands Archief is op 1 februari 2005 ontstaan door een fusie tussen de Archiefdienst voor Kennemerland (AVK) en het Rijksarchief in Noord-Holland (RANH). De instelling heeft alle taken en bevoegdheden overgenomen van de twee gefuseerde archiefdiensten en functioneert als rijksarchief in de provincie Noord-Holland en als regionaal archief voor twaalf aangesloten gemeenten. Voor Haarlem fungeert het Noord-Hollands Archief als gemeentelijke archiefbewaarplaats en is de directeur van het Archief tevens de gemeentearchivaris. Daarnaast beheert het Noord-Hollands Archief de polderarchieven van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en het Hoogheemraadschap van Rijnland.

In de komende jaren zal NHA verder werken aan de ontwikkeling van en de advisering over het e-depot en digitale archivering. Met de gemeente Haarlem wordt in 2021 een pilot gedaan, gericht op aansluiting van de gemeente op het e-depot van het NHA. Hiermee blijft de gemeente Haarlem voldoen aan de wettelijke verplichting om haar archiefwaardige digitale informatie tijdig over te brengen naar de archiefbewaarplaats. Het doel hiervan is het duurzaam toegankelijk houden van de overgebrachte digitale informatie voor gemeente en publiek. De Archiefwet wordt gemoderniseerd, zodat ook digitale informatie goed bewaard blijft. Het kabinet wil verder dat overheden belangrijke informatie na 10 jaar overbrengen naar hun (regionale) archief en beperkingen in openbaarheid beter motiveren. Een nieuwe Archiefwet wordt in 2021 verwacht. Portefeuillehouder Cultuur Portefeuillehouder Financiën

3. GR Recreatieschap Spaarnwoude Naam: Doel:

Recreatiegebied Spaarnwoude Besturen en beheren van het recreatiegebied Spaarnwoude.

48

Naam: Deelnemers: Aangegaan door: Samenstelling algemeen bestuur:

Samenstelling dagelijks bestuur: Ambtelijk verantwoordelijk: Belang Haarlem: Bijdrage Haarlem 2021: Vermogen: Website: Beschrijving Haarlem:

Recreatiegebied Spaarnwoude Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Velsen, Provincie Noord-Holland. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Elk van de colleges van de deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden één lid aan, die hem in het gemeenschappelijk orgaan vertegenwoordigt. De provincie is vertegenwoordigd door de gedeputeerde, tevens voorzitter van het AB; besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft, met uitzondering van de provincie die twee stemmen heeft. De samenstelling van het dagelijks bestuur komt overeen met de samenstelling van het Algemeen Bestuur. Afdeling Beleid en Beheer Openbare Ruimte 13% € 637.000 € 17.074.000 eigen vermogen (raming 31-12-2019) € 1.715.000 vreemd vermogen (raming 31-12-2019) www.spaarnwoude.nl De gemeenschappelijke regeling dateert uit 1971 en heeft tot doel het bevorderen van een evenwichtige openluchtrecreatie en het hiermee in relatie tot stand brengen en bewaren van een natuurlijk milieu en landschap. De participanten dragen gezamenlijk zorg voor het beheer en ontwikkeling van dit openbare gebied dat grotendeels samenvalt met de Bufferzone Amsterdam-Haarlem. Ook het toezicht op en handhaven van de Algemene Verordening Spaarnwoude maakt onderdeel uit van het beheer. Het werkingsgebied betreft het Recreatiegebied Spaarnwoude (oud), in totaal ca. 2700 ha.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268683/1