20200915061 3. Bijlage B Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Goede Ruimtelijke Onderbouwing
Qgis
gemeente
Haarlem
opdrachtgever projectnummer versie datum
Dura Vermeer 2019 – 132 definitief 17 juli 2020
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Dura Vermeer heeft in 2015 het nieuwe kantoor voor Fluor opgeleverd en het voormalige kantoor aan de Surinameweg 17 overgenomen voor (her)ontwikkeling. Het pand is gelegen in de wijk Schalkwijk te Haarlem tussen de Europaweg en Amerikaweg en maakt onderdeel uit van de grotere gebiedsontwikkeling Schalkwijk Midden. Hier worden de komende jaren circa 1.000 woningen gebouwd. De locatie is circa 2 hectare groot en heeft de bestemming kantoor. Het voormalige kantoor van Fluor staat sinds 2015 leeg en het pand wordt momenteel tijdelijk beheerd door Camelot. Dura Vermeer heeft het voormalige bedrijfsrestaurant in gebruik als tijdelijke showroom. De eigenaren van bestaande bedrijfspanden en gronden in Schalkwijk Midden en de Gemeente Haarlem werken actief samen aan een visie en de planvorming voor de herontwikkeling van het gebied naar een gemengd woon- werkgebied. 20 juli 2017 heeft de Gemeenteraad het zogenaamde ontwikkelkader vastgesteld dat op 4 oktober 2017 door Dura Vermeer en de Gemeente is ondertekent. Met het ontwikkelkader als uitgangspunt is er een Stedenbouwkundig Plan gemaakt dat als basis dient voor de verdere uitontwikkeling van het terrein. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt middels een uitgebreide Wabo-procedure afgeweken van het bestemmingsplan.
Ten behoeve van de Wabo-procedure dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggend document vormt deze ruimtelijke onderbouwing.
De locatie is 2 hectare groot en ligt aan de Surinameweg 17. Aan de westzijde wordt het omsloten door de Europaweg, aan de oostzijde door de Amerikaweg en aan de zuidkant ligt de verlengde Aziëweg.
Afbeelding: weergave luchtfoto
DNS Planvorming BV
2/29
Ter plaatse van het projectgebied zijn twee bestemmingsplan van kracht. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018’ (vastgesteld op 17 mei 2017) geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente en betreft een regeling voor parkeren, stallen, laden en lossen zoals die voorheen in de bouwverordening was voorzien.
Op de projectlocatie is het bestemmingsplan “Schalkwijk Midden” van kracht (vastgesteld op 6 juni 2013). In dit bestemmingsplan is het perceel Surinameweg 17 voorzien van de bestemming “Kantoor”. Deze gronden zijn bestemd voor kantoren en daarbij behorende ‘andere bouwwerken, groenvoorzieningen, wegen en paden, (ondergrondse)parkeervoorzieningen etc. Het realiseren van woningen, horeca en commerciële voorzieningen is op basis van deze bestemming niet toegestaan. Op de verbeelding zijn twee bouwvlakken opgenomen waarbinnen bebouwing is toegestaan. Voor het hoofdgebouw is een bouwhoogte opgenomen van 27 meter. Verder zijn er nog twee gebouwen toegestaan met hoogtes van respectievelijk 6 meter (tegen het hoofdgebouw aan) en 3 meter.
Afbeelding: weergave projectlocatie op www.ruimtelijkeplannen.nl met de projectlocatie binnen rode lijn.
In deze ruimtelijke onderbouwing wordt onder meer ingegaan op de onderstaande aspecten: • In hoofdstuk 2: het project • In hoofdstuk 3: beleid • In hoofdstuk 4: milieu- en omgevingsfactoren • In hoofdstuk 5: uitvoerbaarheid
DNS Planvorming BV
3/29
De kantorenwijk Schalkwijk Midden (het gebied tussen de Europaweg, Kennedylaan en Amerikaweg) ligt tussen de woonwijken van Schalkwijk en bestaat voornamelijk uit kantoorgebouwen en parkeerplaatsen. Het gebruik als kantorenzone sluit al geruime tijd niet meer aan bij de eisen van bedrijven, de stad en de omwonenden. Een aantal kantoorgebouwen staat leeg of is tijdelijk in gebruik. Onderdeel van Schalkwijk Midden is het Fluor terrein. De locatie is 2 hectare groot en ligt aan de Surinameweg 17. Op de locatie is op dit moment een verouderd kantoorgebouw aanwezig met daaromheen een grotendeels verhard terrein dat is ingericht met parkeerplaatsen. De buitenranden van het terrein zijn ingericht met grasperken, hagen en bomenrijen.
afbeelding: het bestaande kantoorgebouw
In groter verband maakt de ontwikkeling Fluor onderdeel uit van de gebiedstransformatie van geheel Schalkwijk - Midden. Dit gebied transformeert naar een intensief, hoogstedelijk woon werkgebied, dat wordt gekenmerkt door een groene buitenruimte met veel bomen. De transformaties in Schalkwijk midden leiden samen tot een metamorfose van het gebied: de kleur verloopt van een zakelijke, ietwat verouderde kantorenlocatie naar een aantrekkelijk, levendig woonwerkgebied. In het gebied wordt ingespeeld op nieuwe vormen van mobiliteit, waardoor de auto grotendeels uit het zicht is en betaalbare woningen voor doelgroepen die voor Schalkwijk een meerwaarde bieden. Daarnaast wordt er ruimte geboden voor werken, bij voorkeur op manieren die passen bij deze tijd zoals genoeg ruimte voor zzp-ers en woonwerkwoningen. De mix van wonen en werken levert een levendige wijk op, die door de centrale positie in Schalkwijk een belangrijke rol kan gaan spelen.
DNS Planvorming BV
4/29
Dura Vermeer is eigenaar van het voormalige Fluor terrein. Het plan van Dura Vermeer betreft de duurzame transformatie van het bestaande kantoorpand van circa 20.000m² naar een nieuw icoon voor Haarlem. Daaromheen komt nieuwbouw bestaande uit koop- en huurappartementen en ook zogenaamde townhouses (grondgebonden) om in te wonen en te werken.Parkeren kunnen gebruikers en bezoekers straks voornamelijk in een gebouw met innovatieve mobiliteitsoplossingen (Multiflex). In de Multiflex is plek om de (deel)fiets en (deel)auto te stallen, andere bewoners te ontmoeten en bijvoorbeeld pakketpost kan worden opgehaald.
Minimaal 60% van de nieuwe bebouwing moet in de rooilijn aan de Europaweg en Amerikaweg gebouwd worden. De verscheidenheid aan bebouwing wordt verbonden door een aaneengesloten, parkachtig landschap tussen de rooilijnen van de Amerikaweg, VerlengdeAziëweg, Europaweg en de Kennedylaan. Door aan de corridor verschillende soorten functies te realiseren wordt de levendigheid vergroot. De plinten langs de corridor zijn zo veel mogelijk transparant en er wordt een passend stedelijk programma gehuisvest zoals: werken en horeca.
N
afbeelding: bovenaanzicht van de ontwikkeling.
DNS Planvorming BV
5/29
Het plan kent een diverse programmatische invulling. Werken en publieke functies worden geconcentreerd aan de corridor en de verblijfsplek. Het Europawegblok en de westzijde van Fluor is een mix van wonen en werken. Naast dat er weer nieuwe bedrijven komen, zijn er lofts gepland en komt er horeca aan het plein aan de noordkant. Het programma bestaat per blok uit de volgende invulling: Surinametoren: • 41 huurappartementen • 83 m2 bvo kantoorfunctie (zonder balie)
Fluor: • 96 koopappartementen • 1.114 m2 bvo kantoorfunctie (zonder balie)
Townhouses: • 10 koopwoningen (woon-werk)
Amerikawegblok: • 149 huurappartementen • 56 parkeerplaatsen
Kopblok: • 8 koopappartementen • 169 m2 bvo kantoorfunctie (zonder balie)
Multiflex: • 283 parkeerplaatsen, (zie ook § 4.8.2) • 380 m2 bvo bijeenkomstfunctie (buurtcafé)
Deelplan
aantal woningen
m² BVO COG
Totaal m² BVO
83
4.546
12
Europaweg Surinametoren
41
Amerikawegblok
149
Fluor
96
Townhouses
10
Kopblok
8
Multiflex Totaal
aantal pp
304
56
20.403 1.114
18.197 1.806
159
1.323
283
380
9.620
351
1.736
55.895
De ruggengraat van het plan Schalkwijk-Midden is de corridor die centraal door het gebied gaat. De corridor is een zone van minimaal 15 meter bebouwingsvrije ruimte waar een minimaal een 4.5 meter breed voetpad/fietspad doorheen gaat. Langs de corridor wordt publieke activiteit geconcentreerd in de vorm van ‘plekken’ in de openbare ruimte. Om de interactie tussen corridor en gebouw te maximaliseren, worden de adressen en woningtoegangen voornamelijk aan de corridor en de Europaweg, Amerikaweg en Aziëweg geconcentreerd. Afgezien van de hoofdroute, is het merendeel van de buitenruimte toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Op de plots worden de opties qua wandelroutes vergroot door het introduceren van secundaire routes. Er is gekozen voor een variëteit aan bomen in een uitgesproken kleurpalet. Het kleurpalet vormt een gradiënt dat verandert in de noord-zuid richting van het plan. De soorten zullen aan de buitenranden bestaan uit inheemse soorten en langs de corridor uit exoten. Door de seizoenen heen ontstaat een veranderend kleurenpalet. Bestaande bomen worden waar kan zo veel mogelijk gerespecteerd en behouden.
DNS Planvorming BV
6/29
Het kader voor een ruimtelijke onderbouwing wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het project waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het project het relevante algemene beleid beknopt samengevat.
Op het schaalniveau van deze omgevingsvergunning is geen specifiek beleid van Europa van toepassing.
In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Hierin heeft het Rijk drie doelstellingen voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid voor Nederland verwoord. Deze zijn als volgt samengevat: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. In de structuurvisie is een aantal ontwikkelingen van nationaal belang aangewezen. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte leidt ertoe dat provincies en gemeenten in het ruimtelijke beleid meer bevoegdheden krijgen.
Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het opstellen van deze onderbouwing past in die lijn. Zoals beschreven, is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe vereenvoudigde laddersystematiek geldt. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige benutting van de ruimte
DNS Planvorming BV
7/29
nagestreefd. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Deze motiveringsplicht is in artikel 3.1.6, lid 2, Bro als volgt geformuleerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Haarlem. In artikel 1.1.1 lid 1 onder het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bestaand stedelijk gebied gegeven: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". Het project voorziet in de herontwikkeling van (en woninginbreiding op) een voormalige kantoorlocatie. De eerste trede van de Ladder strekt tot het vaststellen van de behoefte aan een bouwplan. Wanneer voorzien wordt in verstedelijking, dient hier wel behoefte aan te zijn. In het kader hiervan is met name het regionale beleid van belang voor de bepaling van de regionale behoefte.
Uit paragraaf 3.5.1 blijkt dat binnen de regio Kennemerland-Zuid/IJmond, waar het plangebied onder valt, behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Uit het Regionaal Actie Programma Wonen (RAP) blijkt namelijk dat in Haarlem behoefte is aan een kwantitatieve toename van de woningvoorraad in de periode tot 2020, maar vooral ook op de langere termijn vanwege de verwachtte bevolkingsgroei en de huidige plancapaciteit. Daarbij is tevens behoefte aan een kwalitatieve toename van de woningvoorraad in elk segment. De behoefte aan woningen in het middenhuur-segment is het grootst, maar in elk segment is behoefte aan extra woonruimten. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met het RAP. Ook uit andere (gemeentelijke) beleidsstukken en voornemens blijkt dat behoefte bestaat aan de voorgenomen ontwikkeling. De vraag naar woningen maakt dat er veel nieuwe woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. De inzet is om 4.300 woningen toe te voegen t/m 2020 en 7.500 woningen t/m 2025, maar daarvoor moet het tempo omhoog
Op 19 november 2018 is de Omgevingsvisie 2050 vastgesteld door Provinciale Staten, deze heeft de Structuurvisie Noord-Holland 2040 vervangen. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. De doorwerking van de structuurvisie in bestemmingsplannen vindt plaats door middel van de provinciale ruimtelijke verordening. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is de doorwerking van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 in bestemmingsplannen nader uitgewerkt. In de verordening zijn verschillende regels opgenomen. Er zijn regels voor het zowel het bestaand bebouwd gebied (BBG) als het landelijk gebied, regels voor uitsluitend het bestaand bebouwd gebied en regels voor uitsluitend het landelijk gebied. Op verschillende regels die van belang zijn voor het plangebied wordt in het navolgende ingegaan. De ontwikkeling die door het voorliggende Wabo afwijkingsvergunning mogelijk gemaakt wordt, ligt binnen het bestaand bebouwd gebied en leidt daarmee niet tot een onwenselijke verdichting van stedelijke functies in het landelijk gebied.
Haarlem is centrumgemeente in de samenwerking met Zuid-Kennemer land, IJmond en Haarlemmermeer op het gebied van onder meer beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
DNS Planvorming BV
8/29
De beleidskaders hierin, worden regionaal opgesteld en uitgevoerd. Op woongebied werkt Haarlem ook samen met de regiogemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond, de provincie Noord-Holland en met de Metropoolregio Amsterdam.
Als uitvoeringsinstrument van de provinciale woonvisie 2010.2020 stelt elke regio in Noord-Holland twee Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP) vast. Zo heeft de regio Zuid-Kennemerland-IJmond een eerste RAP 2012 tot en met 2015 vastgesteld. De regionale samenwerking is opnieuw bekrachtigd door vaststelling van het RAP 2016 tot en met 2020, dat als motto heeft: 'De regio Zuid-Kennemerland en IJmond geeft thuis! Dit tweede RAP draagt bij aan een zo goed mogelijke afstemming van vraag en aanbod op de regionale woningmarkt in Zuid-Kennemerland en IJmond met bijzondere aandacht voor groepen die in de verdrukking dreigen te komen, zoals inwoners met lagere inkomens. Gemeenten werken via het RAP samen om de regio prettig leefbaar te houden voor (toekomstige) bewoners. Ze bundelen kennis en besparen (onderzoeks-)kosten door samen te werken. De provincie heeft een belangrijk aandeel in de financiering van projecten en onderzoek. De inspanningen in het RAP maken deel uit van gezamenlijk regionaal volkshuisvestingsbeleid en vormen een kader voor onderlinge afstemming. Daarmee voldoet de regio aan de wettelijke verplichting uit de Woningwet om met buurgemeenten het volkshuisvestingsbeleid af te stemmen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, is een woningbouwprogramma van 8.100 woningen met een bandbreedte van 20 procent gewenst voor de periode 2016 tot en met 2020.
Voor Haarlem zijn dit 4.133 woningen. Omdat op de korte en de lange termijn een tekort dreigt aan woningbouwplannen in de regio, wordt in de komende RAP-periode gezocht naar extra locaties. Primair wordt ingezet op bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, met prioriteit voor locaties rondom OV-knooppunten en door transformatie van leegstaande bedrijfspanden naar woningbouw. Omdat er veel vraag is naar betaalbare huurwoningen en er sprake is van nieuwe doelgroepen hebben de gemeenten in het RAP afgesproken de voorraad sociale huurwoningen in de regio te handhaven op het niveau van 2015. Ook wordt gewerkt aan verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, wordt de doorstroming gestimuleerd en wordt een woonzorgagenda voor de hele regio opgesteld.
Tabel: Woningbehoefte 2015 – 2025, Zuid-Kennemerland / IJmond (bron: Actualisatie woningbehoefte 2015, Rigo 2016)
3.5.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het RAP en voorziet - op basis van het RAP - in zowel de lokale als de regionale behoefte.
3.6
Gemeentelijk beleid
Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en
DNS Planvorming BV
9/29
verder uitbouwen. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. 3.6.2 Structuurvisie Openbare Ruimte ‘Groen en bereikbaar’ Op 21 december 2017 stelde het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de Structuurvisie Openbare Ruimte 'Groen en bereikbaar' (SOR) vast. Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de openbare ruimte en het buitengebied.
Doel van de Structuurvisie is het nastreven van een aantrekkelijke stad, een gezonde stad, een metropolitane economie en een bereikbare stad. Haarlem wil een openbare ruimte die aansluit bij een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. In de Structuurvisie openbare ruimte wordt een zonering van de stad en een twaalftal hoofdkeuzes voorgesteld. Deze zijn vertaald naar ruimtelijke ingrepen in de stad in de vorm van sleutelprojecten en themakaarten voor ecologie, groen, bomen, water, hitte, voetganger, fiets, recreatie, erfgoed, openbaar vervoer en gemotoriseerd verkeer. Deze zijn samengevat op de visiekaart. Het plangebied is op de Visiekaart aangeduid als 'stedelijk gebied'. Voorts zijn voor onderhavig plan de volgende thema's relevant: Groenstructuur Buitengebied Haarlem ligt in een landschappelijk rijke omgeving, met aan de westkant duinen en bos en aan de oostkant veenweide en grootschalig polderlandschap. Met een goede recreatieve verbinding van de woonwijken naar het groene buitengebied neemt de belevingswaarde toe. Ecologische structuur Vanuit ecologisch oogpunt ligt Haarlem op een bijzondere locatie vanwege de drie verschillende ondergronden: open strandvlakte met land en tuinbouwgrond, strandwal met bebouwing en veenweidegebied. De Haarlemse de ecologische structuur bestaat vooral uit losse waardevolle plekken en routes.
De inrichting en het beheer van plekken en routes wordt afgestemd op mensen en op de leefvoorwaarden voor flora en fauna. Ecologisch waardevolle gebieden worden beschermd en behouden. Waar mogelijk worden groene structuren op elkaar aangesloten om ecologische routes te creëren om natuur de stad in te brengen. Zuid Schalkwijkerweg vormt een waardevol gebied en een ecologische route. Recreatiestructuur (routes) Haarlem wil bewoners op twee wijzen toegang geven tot groen: door recreatieve routes te maken naar het buitengebied en door kleine plantsoenen in de wijk. Het buitengebied, de parken en het Spaarne zijn de belangrijkste recreatieve voorzieningen van de stad. Recreatieve routes volgen zoveel mogelijk de bestaande groenplekken en waterwegen en hebben een groene inrichting. Zuid Schalkwijkerweg vormt een recreatieroute naar het buitengebied. Recreatiestructuur (water) De watergangen van Haarlem spelen voor bewoners en bezoekers een belangrijke rol voor het recreëren. Die rol kan verder worden ontwikkeld door het volledige waternetwerk bevaarbaar te maken en de oevers aantrekkelijker. Voor de waterrecreatie zijn goede havenvoorzieningen, opstapplekken en verblijfsplekken nodig. Fietsnetwerk
DNS Planvorming BV
10/29
Het fietsnetwerk bestaat uit alle fietsroutes die bijdragen aan een goede bereikbaarheid in, naar en vanuit Haarlem. Prettige fietsroutes worden 'ontvlochten fietsroutes' genoemd. Zuid Schalkwijkerweg is een ontvlochten fietsroute. Cultuurhistorie Als historische stad herbergt Haarlem een aantal belangrijke waarden in het gebouwde en het ongebouwde. Lange lijnen als het Spaarne zijn historische lijnen waarlangs de stad op natuurlijke wijze is gegroeid. Voor de inrichting van de lange lijnen wordt vooral gekeken naar de continuïteit van het profiel, verhoging van de belevingswaarde, historische leesbaarheid, een stevige bomenstructuur en goede voetgangersvoorzieningen. Het Spaarne en Zuid Schalkwijkerweg vormen lange lijnen in het landschap.
Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2015 In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2015 (HIOR) vormt de verdere uitwerking en materialisering van de structuurvisie openbare ruimte. In de HIOR is de uitstraling van de zuid oost Haarlem voor een groot deel vastgelegd. Opgenomen is een visie op de inrichting van de openbare ruimte (inclusief groen) en richtlijnen voor de toe te passen materialen, profielen, details en objecten, waarmee bij ontwerp, inrichting, uitvoering en beheer rekening moet worden gehouden. Het HIOR kan als instrument gebruikt worden bij kwaliteitsverbetering van vooral bestaand groen. Het doel van de HIOR is te komen tot een kaderstellende en samenhangende visie op de openbare ruimte, die bovendien is uitgewerkt in concrete voorschriften voor de inrichtingen van de openbare ruimte van de binnenstad, gericht op een beheerbaar en uitvoerbaar straatbeeld van goede ruimtelijke kwaliteit. Nota Ruimtelijke Kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie.
Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. Onderhavig plan maakt door zijn ligging nabij het Spaarne onderdeel uit van De lange lijnen. De lange lijnen in de stad zijn gebiedsoverschrijdend. Deze lijnen verbinden, begrenzen woonwijken of snijden stukken stad voor het oog af. De allerbelangrijkste dragende structuurlijn is het Spaarne. De groene randen om de stad vormen daarnaast de overgang naar het omliggende veenweidelandschap. Prioriteit ligt bij het zorgvuldig omgaan met structurerende lange lijnen (Spaarne, oude routes, groen, zichtlijnen, verbindingen). Deze zorgen, samen met de beschermde stadsgezichten, voor de samenhang en de herkenbaarheid van Haarlem. Onderhavig plan gaat uit van een goede landschappelijke inpassing waarbij nadrukkelijk rekening is gehouden met de structuurbepalende elementen in het landschap. Het stedenbouwkundig plan voorziet op diverse plaatsen in doorzichten door het plangebied naar het omringende gebied. Ook draagt de ontwikkeling van het plangebied bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit op deze entree naar Haarlem doordat een verpauperd voormalig bedrijventerrein wordt herontwikkeld tot aantrekkelijk woongebied. Nota Dak De gemeenteraad heeft op 28 juni 2012 de nota Dak vastgesteld. Deze nota is een bijlage van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
In de nota Dak is vastgelegd hoe het Haarlemse daklandschap op een duurzame manier kan bijdragen aan enerzijds het behouden en vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en anderzijds aan een intensiever ruimtegebruik. De duurzaamheidsmaatregelen die voor onderhavig plan relevant zijn, zijn uitgewerkt in paragraaf 4.10. Haarlem is een aantrekkelijke stad om in te wonen. De vraag naar woningen in Haarlem blijft onverminderd hoog. De woonvisie Haarlem 2017-2020: “Doorbouwen aan een (t)huis” benoemt
DNS Planvorming BV
11/29
drie hoofddoelen. Dat zijn het verbeteren van de beschikbaarheid van woningen voor verschillende doelgroepen, het voorkomen van een tweedeling in de stad en het werken aan een energie-neutrale stad. Door de populariteit van Haarlem als stad om in te wonen staan de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen onder druk, vooral van sociale huurwoningen. De woonvisie zet daarom in op het vergroten en versnellen van de woningproductie. Door de grote opgave om woningen te realiseren en de ruimtelijke beperking die Haarlem heeft, moet het toevoegen van extra woningen binnen het bestaand stedelijk gebied gebeuren. De prioriteit ligt daarbij op locaties rondom OV-knooppunten en door transformatie van leegstaande panden naar woningbouw. De ambitie is om tot en met 2025 7.500 extra woningen toe te voegen. Hiermee voert Haarlem de afspraken die gemaakt zijn over de regionale woningbouwopgave in het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 en de Actie-Agenda 2016-2020 Metropoolregio Amsterdam uit. De woonvisie zet ook in op de ambitie om Haarlem een ongedeelde stad te laten zijn, met gemengde wijken waar plaats is voor iedereen. Dat gebeurt vooral door het stimuleren van een divers woningaanbod en door ervoor te zorgen dat er verschillende soorten huishoudens (rijk, arm, jong, oud, etc.) samen in dezelfde wijk kunnen (blijven) wonen.
Om dat te bereiken is het voornemen om sociale huurwoningen bij te bouwen aan met name de westkant van de stad. Aan de oostkant komen naast sociale huurwoningen ook duurdere woningen ter bevordering van de gewenste gemengde wijken. De opgave geformuleerd in de woonvisie bedraagt 1.200 sociale huurwoningen voor het westelijke deel van de stad en 700 voor het oostelijke deel. Ook het verduurzamen van zowel de bestaande als de nieuwe woningvoorraad heeft hoge prioriteit in Haarlem. Uitgangspunten daarbij zijn onder andere levensloopbestendig bouwen, flexibiliteit en bij voorkeur aardgasvrij wonen. Stadsdeel Schalkwijk is ruim en groen van opzet en de verschillende functies (wonen, werken, winkelen, verkeer en recreëren) zijn van elkaar gescheiden. Doordat veel woningen in een korte tijd zijn gebouwd (46 % is gebouwd in de jaren '60) is er weinig differentiatie in woonmilieus, zowel in type als in prijssegment. In Schalkwijk zijn veel sociale huurwoningen en er is veel hoogbouw. Het gevolg is een nogal eenzijdige samenstelling van de bevolking. Voor onderhavig plangebied is relevant dat als opgave voor dit stadsdeel wordt gezien om differentiatie te bereiken door toevoeging van (middel)dure woningen (koop en huur).
Onderhavig plan speelt daarop in door de ontwikkeling van 114 koopwoningen en 190 vrije sector huurwoningen in een bijzondere landschappelijke en kwalitatief hoogwaardige setting. Op 28 augustus 2018 heeft het college ter uitwerking van het coalitieakkoord met betrekking tot het woningbouwprogramma uitgangspunten vastgesteld welke zijn besproken in de commissie ontwikkeling van 20 september 2018. Projecten die onder één van de genoemde uitgangspunten vallen, hoeven niet programmatisch te worden aangepast aan de in het coalitieprogramma genoemde 40% - 40% - 20% verdeling. In het project Fluor is genoemde verdeling niet van toepassing. Dit vanwege het feit dat er al vergaande privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt.
Het projectgebied van Fluor maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Schalkwijk-Midden. In samenspraak met de eigenaren is het ontwikkelkader ‘Schalkwijk-Midden, stad tussen de bomen’ opgesteld, dat de raad op 8 juli 2017 heeft vastgesteld. Dit ontwikkelkader gaat uit van een transitie van het gebied naar een intensief, hoog stedelijk woon-werkgebied, dat wordt gekenmerkt door een groene buitenruimte met veel bomen. Uitgangspunt voor Schalkwijk-Midden is dat zoveel mogelijk van de huidige behoudenswaardige bomen blijven staan of worden verplaatst en nieuwe bomen worden aangeplant. Iedere eigenaar van een plot kan aan de hand van het ontwikkelkader in eigen tempo het eigendom transformeren waarbij een deel van het eigendom aan de gemeente wordt overgedragen om de openbare groene buitenruimte te kunnen aanleggen. Bovendien dragen zij financieel bij, in ruil voor mogelijkheden om te transformeren.
DNS Planvorming BV
12/29
Het stedenbouwkundig plan is een concrete uitwerking van de kaders door raad vastgelegd in het ‘Ontwikkelkader Schalkwijk-Midden’ (Stad tussen de bomen). Het stedenbouwkundig plan voor het Fluorterrein heeft ter inzage gelegen van 17 juni tot en met 29 juli 2019. In deze periode zijn twee inspraakreacties ontvangen van de werkgroep Verkeer en Vervoer Schalkwijk en de vier wijkraden van Schalkwijk. Deze reacties hebben niet geleid tot het aanpassen van het stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan biedt inzicht in de stedenbouwkundige opzet bij de herontwikkeling van het terrein: verkaveling en situering van de bebouwing, de volumes, programma, parkeren en het groen. Het plan voldoet aan de door de raad vastgestelde ruimtelijke kaders, het Ontwikkelkader (met de plotregels) Schalkwijk-Midden. Het Regieteam en de commissie ruimtelijke kwaliteit hebben het plan positief beoordeeld, ook de commissie ruimtelijke kwaliteit heeft het positief beoordeeld. Het stedenbouwkundig plan laat de samenhang zien tussen de gebouwen en het programma en dient als basis voor de ontwerpen van de gebouwen en buitenruimte en uiteindelijk de aanvraag van de omgevingsvergunning. Het college heeft het stedenbouwkundig plan 17 september 2019 ongewijzigd vastgesteld.
Vervolgens heeft de commissie ontwikkeling het stedenbouwkundig plan op 16 oktober ter kennisgeving aangenomen waarmee het plan zijn definitieve status heeft bereikt.
DNS Planvorming BV
13/29
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen de effecten van het initiatief op een aantal milieu- en omgevingsfactoren te worden getoetst.
In het kader van goede ruimtelijke ordening dient in een ruimtelijk plan aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Daarbij kan onderzoek van de bodem nodig zijn om te weten welke kosten mogelijk met een sanering zijn gemoeid. Een verplichting daartoe is er niet voor een ruimtelijk plan. De verplichting is er wel bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dan dient een onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid te worden overgelegd (conform artikel 2.4 onder d. van de Regeling omgevingsrecht). Voor het plangebied is door BK Ingenieurs het ‘Actualiserend bodem- en verkennend asbest-ingrondonderzoek Surinameweg 17 te Haarlem’ uitgevoerd (projectnummer 172502, 12 december 2017). Het rapport van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat de bodem vrij is van verontreiniging. De hypothese 'onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen anders dan op basis van de Bodemkwaliteitskaart worden verwacht' is juist gebleken. De hypothese ‘locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bovengrond’ is onjuist gebleken. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Op grond van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaat geen bezwaar voor de voorgenomen locatieontwikkeling.
De rapportage kan gebruikt worden voor een omgevingsvergunningaanvraag.
Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap zal het plan beoordelen op haar effecten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Het Waterschap eist compenserende waterberging als er meer dan 500 m 2 extra verharding gerealiseerd wordt. In het project vindt er geen toename van verharding plaats. Het plan voorziet juist in een afname van de verharding. Het regenwater wordt ter hoogte van het plangebied beter geïnfiltreerd in de
DNS Planvorming BV
14/29
bodem. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan watergangen in de directe nabijheid van de planlocatie. Een watertoets is daarom niet noodzakelijk.
Conform plotregels geldt voor 30% van de plot als (semi-)openbaar gebied de eis om 70mm regenwater per vierkante meter op verhard oppervlak vertraagd af te voeren. Voor de overige (openbare) gebieden en privé daken met buitenruimten is de eis om 29,4mm regenwater per vierkante meter verhard oppervlak vertraagd af te voeren. In het buitenruimte ontwerp gemaakt door bureau ZUS zijn maatregelen opgenomen om regenwater vertraagd af te voeren. Ter onderbouwing van de maatregelen zijn berekeningen gemaakt door bureau Waterpas en inmiddels goedgekeurd door de gemeente Haarlem. De maatregelen betreffen geulen met een grondkoffer langs de corridor en secundaire route en ter plaatse van het bosplein middels ene wadi en grondkoffers.
Nieuwe ontwikkelingen kunnen archeologische waarden aantasten. In het kader van het bouwplan dienen dan ook de aanwezige of verwachte waarden te worden beschouwd. In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld, dit conform het Verdrag van Malta. Deze wet verplicht om bij het bouwplan rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verachten archeologische waarden. Door bureau The Missing Link is archeologisch bureau-onderzoek uitgevoerd (rapport 371, project 2086, d.d. 09 september 2018). Het onderzoek is als bijlage 2 bij deze onderbouwing opgenomen. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er voor het plangebied geen archeologische resten ouder dan het Neolithicum worden verwacht. In de top van de strandzanden kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Neolithicum - Bronstijd. Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Laat Neolithicum - Bronstijd. In het plangebied kunnen nog niet gekarteerde strandwallen (duin en strandafzettingen) aanwezig zijn. In de top van het veenpakket kunnen resten voorkomen uit de periode (Midden) Bronstijd t/m Romeinse tijd. Hiervoor geldt een middellage archeologische verwachting. Gelet op de historisch geografische gegevens geldt voor het gehele plangebied een lage verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
In deze periode was het plangebied alleen in gebruik als agrarisch gebied. vanaf de jaren 70 was er bebouwing aanwezig. Als vervolg op het bureau-onderzoek is door ArcheoPro een inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) uitgevoerd (projectcode 18-187, ArcheoPro rapport Fluor, Haarlem 2018 04 09, archis melding 4630149100). Het onderzoek is als bijlage 3 bij deze onderbouwing opgenomen. Hieronder volgt de conclusie: ‘In verband met het overwegend ontbreken van strandwalafzettingen, het verloren gaan van de top van het veen en het ontbreken van archeologische indicatoren en sporen van bodemvorming in het in de noordwesthoek aangetroffen duin- of strandwalzand, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden’. Het onderdeel archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Nader onderzoek is niet nodig.
DNS Planvorming BV
15/29
Binnen de Nederlandse natuurwetgeving wordt onderscheid gemaakt in de bescherming van soorten en gebieden. De soortenbescherming is geregeld in de Flora- en faunawet, terwijl gebieden worden beschermd door middel van de Natuurbeschermingswet 1998. In deze wetten zijn, naast het nationaal natuurbeschermingsbeleid, ook tal van internationale verdragen en richtlijnen verankerd, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Wetlands Conventie, Conventie van Bonn en CITES. Een belangrijk speerpunt in het Nederlandse natuurbeleid vormt daarnaast het Natuur-netwerk Nederland (NNN, in de wet wordt nog gesproken over EHS).
Door bureau Groenteam is natuuronderzoek uitgevoerd op de Fluorlocatie (29 mei 2017). Het rapport van het onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een Natura2000 gebied en/of Natuur Netwerk Nederland. Als gevolg van de recente jurisprudentie met betrekking tot stikstof is door IDDS een stikstofberekening uitgevoerd. Het rapport is opgenomen als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase geldt dat de depositiewaarde 0,00 mol/ha/jaar betreft. Er is geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Uit het uitgevoerde onderzoek van Groenteam komen de volgende bevindingen m.b.t. vogels: • Er zijn géén nesten van of condities voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. • Indien werkzaamheden aan het platte dak moeten worden verricht vergt dit tijdig controle op aanwezigheid van een nesten-kolonie van mantelmeeuwen, of wellicht andere broedvogels. Deze dienen tijdens het broedgebruik te worden ontzien. Eventueel kunnen vóór maart preventieve maatregelen worden genomen, waartoe een ongedierte-bestrijdend bedrijf kan worden ingeschakeld. • Ook in bomen en struiken zijn mogelijk broedvogels te verwachten, die tijdens het broedgebruik evenmin mogen worden verstoord. Bevindingen m.b.t.
overige geregistreerde soorten: Er zijn geheel géén vestigingscondities aangetroffen voor in deze regio geregistreerde ontheffingsplichtige planten, zoogdieren inclusief vleermuizen, en Rugstreeppad zodat deze op basis van habitatbeoordeling geheel kunnen worden uitgesloten. Nader veldonderzoek kan dus geheel achterwege worden gelaten. Overige soorten: Wellicht kunnen enkele algemeen voorkomende soorten als Egel, muizen en/of Gewone pad worden aangetroffen: deze vergen toepassing van de wettelijke zorgplicht. Overige zwaarder beschermde soorten kunnen op basis van verspreiding op voorhand worden uitgesloten. Het onderdeel natuurwetgeving vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Nader onderzoek is niet nodig.
De Wabo afwijkingsvergunning biedt de mogelijkheid tot het realiseren van woningen. De Wet geluidhinder (Wgh) beschouwt dergelijke gebouwen als geluidsgevoelig. Onderzocht dient te worden of wordt voldaan aan de voorwaarden van de Wgh. In en in de omgeving van het projectgebied is geen sprake van spoorweg- of industrielawaai. Om deze reden wordt hierop niet verder ingegaan. De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig, behalve:
DNS Planvorming BV
16/29
• •
wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).
Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wet geluidhinder. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wet geluidhinder door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. De wettelijke zone voor de hier te beschouwen wegen bedraagt 200 meter.
Door Bureau Bouwfysica is akoestisch onderzoek uitgevoerd (documentnummer 16310.08 van 15 februari 2018), zie bijlage 6. Door Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. is de ‘Notitie visiedocument beleidsregel hogere waarden wet geluidhinder’ opgesteld (referentie 20171908 / 13900 d.d. 27 september 2019), zie bijlage 7. De locatie is ingesloten tussen de Europaweg en de Amerikaweg in Haarlem. Uit het verkennend onderzoek van Buro Bouwfysica blijkt dat de geluidbelasting op een aantal gevels hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet Geluidhinder (Wgh). Bij een aantal gevels wordt de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh niet overschreden. De gemeente Haarlem heeft een geluidbeleid voor gebouwen met een verhoogde geluidbelasting. Het beleid is in de hoofdopzet vrij algemeen en is niet volledig toegespitst op de situatie die zich op de projectsituatie voordoet. Er is sprake van een uitzonderlijke situatie waarvoor maatwerk nodig is. Een Hogere Waarde wordt alleen vastgesteld indien ten minste aan één van de volgende criteria wordt voldaan: 1. De geluidgevoelige bestemming wordt gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing; 2. De gekozen bouwvorm of situering vervult een doelmatige functie als akoestische afscherming voor bestaande of nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen; 3.
De geluidgevoelige bestemming vult een open plaats tussen bestaande bebouwing; 4. Het betreft een grond- of bedrijfsgebonden geluidgevoelige bestemming. Bij de wooneenheden in het Amerikablok, het plandeel Europaweg en de Surinametoren liggen aan wijkontsluitingswegen in Haarlem. De locaties liggen ingeklemd tussen twee wegen die een verhoogde geluidbelasting genereren. Hierdoor is het niet mogelijk om bij alle wooneenheden rechtstreeks invulling te geven aan het gemeentelijk geluidbeleid. Op de hoeken van de locatie en bij eenzijdig georiënteerde wooneenheden is het niet mogelijk om de vereiste geluidluwe zijde te realiseren. Deze wooneenheden zijn onderdelen van nieuwe gebouwen die ten eerste een doelmatige afscherming realiseren voor het bestaande Fluorgebouw en ten tweede open plaatsen tussen bebouwing opvullen. Daarmee wordt voldaan aan het hoofdcriterium dat de gemeente stelt aan de procedure hogere waarden op verzoek. In de betreffende wooneenheden is het niet mogelijk om een geluidluwe zijde te realiseren die voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh. Dat is mede ingegeven door de bouwopgave voor veel, relatief kleine wooneenheden. In de ‘Notitie visiedocument beleidsregel hogere waarden wet geluidhinder’ staan per blok de maatregelen beschreven die worden getroffen om te komen tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De maatregelen bestaan onder meer uit het toepassen van dichte balustrades, akoestische balkonplafonds, Hafencity fensters en ‘silent air’ schermen. Uit het verkennend onderzoek van Buro Bouwfysica blijkt dat de geluidbelasting op een aantal gevels hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet Geluidhinder (Wgh). Er is geen Hogere Waardebesluit nodig.
DNS Planvorming BV
17/29
De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst van milieubelastende activiteiten met richtafstanden ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. De aan te houden richtafstand hangt tevens samen met het omgevingstype waar het project zich in bevindt. In een rustige omgeving is een grotere richtafstand genoemd dan in een gemengd gebied. In de omgeving van het plangebied zijn, naast woningen, verschillende bedrijven/inrichtingen aanwezig en/of bestemd in het vigerende bestemmingsplan. Bovendien is het plangebied gelegen aan de Europaweg en de Amerikaweg. Deze wegen behoren tot de hoofdinfrastructuur. Daardoor is het gebied aan te merken als ‘gemengd gebied’.
Voor een dergelijk gebied mogen de VNG-richtafstanden, zoals genoemd in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de oorspronkelijke richtafstand) Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. MilieuRichtafstand bij omgevingstype Richtafstand bij omgevingstype categorie rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
Bestaande bedrijven Op een afstand van ruim 120 m van de projectlocatie ligt aan de Europaweg een tankstation. Voorts bevindt zich op een afstand van 70 meter aan de Amerikaweg een (onbemand) tankstation. Het gaat om stations zonder LPG. Benzineservicestations zonder LPG vallen in milieucategorie 2 . De richtafstand tot gevoelige functies in een rustige woonwijk is 30 m. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich winkels en kantoren op een afstand van ca. 40 meter. Deze vallen in milieucategorie 1. Hiervoor geldt geen richtafstand.
DNS Planvorming BV
18/29
Nieuwe functies De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een gemengd programma met op een aantal plaatsen ruimte voor andere functies dan woningen. Deze andere functies laten zich goed mengen met de nieuw te realiseren woningen. Bij de uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met het woon- en leefklimaat zoals bij de positie van de in- en uitgang van de parkeergarage ten opzichte van de nieuwe woningen.
De vestiging van woningen en de commerciële functies op de projectlocatie voldoet aan de richtlijnen uit de VNG-Publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009). Het voorgenomen project zal geen belemmeringen opleveren voor het omliggende bedrijven en er zal ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In de bestaande situatie is er op de projectlocatie een kantoor gevestigd. Dit kantoor creëert verkeersbewegingen. 4.8.1.1 Betekenis voor het plan Op basis van werkdagintensiteiten zoals opgenomen in het ASVV 2012 bedraagt de verkeersgeneratie van het plangebied circa 1.900 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag. Uit de prognosesituatie 2030 van het verkeersmodel is af te leiden dat voor het gehele plangebied van Schalkwijk-Midden rekening is gehouden met een verkeersgeneratie van 7.800 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit betreft echter het gehele Schalkwijk-Midden gebied. Het plangebied van het Fluorterrein is kleiner (circa 35% van de totale oppervlakte). Indien het gehele Schalwijk-Midden terrein met vergelijkbare functies en aantallen eenheden ontwikkeld zal worden, dan bedraagt de verkeersgeneratie van het gehele plangebied circa 5.500 motorvoertuigen per
DNS Planvorming BV
19/29
etmaal. In het verkeersmodel wordt zoals beschreven rekening gehouden met 7.800 motorvoertuigen. 4.8.1.2 Conclusie Er is geen reden om aan te nemen dat de verkeersgeneratie van het plangebied hoger uitvalt dan waar in het verkeersmodel van Haarlem rekening mee is gehouden. Het realiseren van nieuwe woningen en commerciële functies heeft ook gevolgen voor de parkeersituatie. De van toepassing zijnde Haarlemse parkeernormen zijn benoemd in het Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2018 met een verwijzing voor de te hanteren normen voor parkeren, stallen, laden en lossen naar de beleidsregels voor het parkeren van de gemeente Haarlem: de 'Beleidsregels parkeernormen 2015'. Alsmede de gewijzigde parkeernormen zoals beneoemd in de 2e Wijziging Beleidsregels Parkeernormen Haarlem, vastgesteld op 31 januari 2019. . 4.8.2.1 Betekenis voor het plan Door bureau Spark zijn berekeningen gemaakt met betrekking tot het benodigd aantal parkeerplaatsen. Als eerste is berekend wat de parkeerbehoefte is van het te realiseren programma als daartoe de parkeernormen van de gemeente Haarlem worden gevolgd. Deze parkeernormen zijn respectievelijk 1,5 parkeerplaats voor dure woningen, 1,3 parkeerplaats voor middeldure huurwoningen en 1,0 parkeerplaats per 100 m2 bvo voor de kantoorruimte (zonder balie) en 4,0 parkeerplaats per 100 m2 bvo voor de horeca (buurtcafé).
Voor beide woningtypen is van de genoemde parkeernorm 0,3 parkeerplaats per woning bestemd voor bezoekers. Bij de commerciële ruimte is dat 0,05 parkeerplaats per 100 m2 bvo voor de kantoorfunctie zonder balie en 3,6 parkeerplaats per 100 m2 bvo voor het buurtcafé. Op basis van deze parkeernormen en de verdeling daarvan over vast gebruik (bewoners, personeel) en bezoek (van bewoners en kantoren/horeca) bedraagt de totale normatieve parkeerbehoefte van het te realiseren programma (naar boven afgerond) 447 parkeerplaatsen, waarvan 341 plaatsen voor vaste gebruikers en 106 plaatsen voor bezoekers. Deze som houdt nog geen rekening met de mogelijkheid van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Met dubbelgebruik bedraagt de maximale gelijktijdige parkeerbehoefte 381 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen conform de norm. Dura Vermeer heeft een alternatief ontwikkeld dat inzet op een duurzame mobiliteitsoplossing met onder meer de inzet van voor de toekomstige bewoners beschikbare deelauto’s en -fietsen. Hierbij wordt getracht om met name het aandeel 2e/3e auto van de te vestigen huishoudens om te zetten naar deelauto’s. Dura Vermeer heeft da ambitie om in totaal 20 deelauto’s in te zetten en gaat er daarbij van uit dat 1 deelauto gemiddeld 4 auto’s in eigendom kan vervangen.
Met de inzet van 20 deelauto’s daalt de normatieve parkeerbehoefte naar in totaal 390 parkeerplaatsen. Deze normatieve parkeerbehoefte kan worden gefaciliteerd op in totaal 351 parkeerplaatsen, verdeeld over de volgende parkeeroplossingen: • 56 (exclusieve) parkeerplaatsen in een parkeergarage onder de woningen aan de Amerikaweg; • 12 openbare parkeerplaatsen aan de Europaweg; • 283 parkeerplaatsen in de Multiflex, waarvan 20 exclusief voor deelauto’s. De 12 parkeerplaatsen langs de Europaweg zijn primair bedoeld voor bezoekers van de commerciële ruimten en de bezoekers van de bewoners. De parkeerplaatsen in de parkeergarage aan de Amerikaweg staan ter beschikking van de bewoners (exclusief gebruik). De parkeerplaatsen in de Multiflex zijn bedoeld voor de deelauto’s (20 stuks), bewoners (huurplaatsen) en de bezoekers van bewoners en het personeel en de bezoekers van de commerciële ruimten.
DNS Planvorming BV
20/29
Rekening houdend met genoemd exclusief gebruik (van 56 + 20 plaatsen) bedaagt de maximaal gelijktijdige behoefte van het totale programma 340 plaatsen (maatgevend moment: weekdag avond) 4.8.2.2 Conclusie Uitgangspunt van de ontwikkeling is een ambitieus en innovatief mobiliteitsplan met onder meer de inzet van 20 deelauto’s. De ontwikkeling leidt tot een parkeeropgave van maximaal 340 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte kan worden gefaciliteerd op 351 parkeerplaatsen. Het aanbod aan parkeerplaatsen is daarmee ruimschoots voldoende. Mocht de inzet van deelauto’s niet of deels niet slagen, dan bestaat de mogelijkheid om het aantal parkeerplaatsen in de Multiflex ter vergroten, zodanig dat per saldo volledig aan de parkeerbehoefte volgens de vigerende gemeentelijke parkeernormen kan worden voldaan.
De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico's op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10ˉ⁶ per jaar als grenswaarde gehanteerd.
Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de10ˉ⁶ PR contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting.
Door Kuiper Compagnons is onderzoek uitgevoerd naar Externe Veiligheid (werknummer 617.124.81 d.d. 22 oktober 2019). Het onderzoek is als bijlage 9 opgenomen bij deze onderbouwing. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt, zoals woningen. In de omgeving van de locatie zijn twee verschillende risicobronnen aanwezig. Het betreft de risicobronnen: • hogedruk aardgastransportleiding W-532-01; • transportroute gevaarlijke stoffen over de Europaweg/Amerikaweg (aflevering voor Schouwbroekerbrug) en afrijden via Heemstede.
DNS Planvorming BV
21/29
Gebiedsvisie en ontwikkelkader De ontwikkeling van het Fluorterrein past binnen de ambitie van de gemeente Haarlem om een aanzienlijke verstedelijkingsopgave te realiseren in Schalkwijk. Juist vanwege deze ambitie zijn er weinig tot geen mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. De gebouwen die in het plangebied gerealiseerd gaan worden zullen zelf gasloos worden. Dit past binnen de ambitie van de gemeente Haarlem om in 2040 alle woningen binnen de gemeente aardgasvrij te maken. In 2009 is de gebiedsvisie Schalkwijk Midden door de Gemeenteraad vastgesteld om actief aan de slag te gaan met de transformatie van leegstaande kantoren. Het college heeft de Ontwikkelstrategie Schalkwijk Midden op 26 april 2016 vastgesteld met de daaraan gekoppelde plotregels. De beleidsdocumenten “Werkwijze ontwikkelaar” en “Plotregels Schalkwijk Midden” vormen de kaders voor de planontwikkeling van Dura Vermeer m.b.t. de plots 10a en b. Voorwaarden: • Minimale Floor Space Index (FSI) van 2. • Minimaal bouwvolume van 31.320 m2. • De belemmeringstrook van 8 meter vrijhouden. • Hoogte accenten tot maximaal 41 meter. • 50% van de plotoppervlakte als groen ingericht. • “Stad tussen de bomen” van landschapsarchitect ZUS.
Stedenbouwkundige afwegingen Vanwege de reden dat de kans op overlijden aanzienlijk groter is als men zich dichterbij de gasleiding bevindt, wordt aanbevolen om op stedenbouwkundig niveau rekening te houden met de hierboven beschreven verschillende zones en, indien mogelijk, meer aanwezigen te plaatsen op een grotere afstand van de aardgastransportleiding. Om op de locatie van plot 10a (het gebied ten noorden van de gasleiding) een woontoren te ontwikkelen is onder andere door de ligging van het gastrace niet verder uitgewerkt. Er is bewust gekozen om een mobiliteitshub/parkeergarage (Multiflex) te ontwikkelen op deze plot om het groepsrisico te verkleinen. Hier kunnen deelauto’s en auto’s van bewoners en bezoekers geparkeerd worden en zich tevens bevindt zich hier een kleine horeca unit. In een parkeergarage verblijven minder mensen – en minder lang – dan in panden met een woonfunctie. De keuze om de mobiliteitshub op deze locatie te realiseren biedt dus voordelen op het gebied van externe veiligheid. Er was al vastgesteld om het bestaande kantoorpand van Fluor te transformeren. Doordat in de toekomst over de Europaweg minder autoverkeer plaats gaat vinden en de Amerikaweg mogelijk meer verkeer te verwerken krijgt is gekozen om de hogere accenten aan de Amerikaweg te realiseren, zodat deze gebouwen het verkeersgeluid naar het binnenterrein kunnen reduceren.
De oriëntatie van de gebouwen is loodrecht op het gastrace Vervolgens is er een studie gedaan naar gesloten bebouwing en open bebouwing. Er is in overleg met het Regieteam van de Gemeente gekozen voor de open variant. Met deze open variant is het binnenterrein zowel aan de Noord als de Zuidkant bereikbaar voor hulpdiensten. Deze bovenliggende argumenten zijn de belangrijkste stedenbouwkundige aspecten hoe het uiteindelijke plan tot stand gekomen is. Tevens is een berekening van het GR uitgevoerd waarbij het bouwblok wat zich langs de Amerikaweg bevindt 20 meter richting het zuiden verplaatst is. De resultaten van deze berekening brachten echter geen significante verbetering van het GR met zich mee, waardoor ervoor gekozen is het bouwblok op de huidige locatie te houden. Aangezien de kans aanzienlijk groter is dat een incident overdag tijdens werkzaamheden plaatsvindt dan ’s nachts is het nieuwe plan een goede ontwikkeling in vergelijking met de huidige situatie. De huidige kantoorfunctie zorgt ervoor dat het aantal aanwezigen in het plangebied in de dagperiode in de huidige situatie hoger is dan in de plansituatie. Door in het plangebied woningen te realiseren neemt het aantal personen wat zich in het plangebied bevindt tijdens de meest risicovolle periode van het etmaal dus af ten opzichte van de huidige situatie.