CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20200888826 Transcript commissie Bestuur 1 december 2020

commissie Bestuur 14 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 1 december en 10 december 2020 (openbaar en besloten deel) (alleen naar aanleiding van)15.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16

Mevrouw De Raadt: Ik ben bekend met de franchise formules die sommige beursgenoteerde multinationals hanteren. Dat klopt. En het is volgens mij dus in die zin ook geen framing, maar de waarheid. En ik denk dat de PvdA de spijker op de kop heeft geslagen. Het is natuurlijk eigenlijk heel bijzonder. Want dat is ook niet verteld in die consultatie aan ons. Dat deze verruiming echt alleen specifiek voor de supermarkten zou gelden. De voorzitter: Volgens mij had de vraag moeten zijn: heeft familie De Vos aandeelhouders? Dan was u eruit geweest, denk ik. Mevrouw Van der Windt, gaat uw gang. Mevrouw Van der Windt: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik ben eigenlijk op dit moment best wel tevreden met hoe het gaat. Ik bedoel, ik denk dat we een van de weinige gemeenteraden zijn die kunnen zeggen dat we in de afgelopen 2 weken 2 keer bijeen zijn geroepen om te praten over de mogelijkheid van lokale maatregelen en hoe dat gaat. Ik zie dat we echt nog wel bezig zijn om een beetje ons pad te vinden van: wat is nou precies consulteren? Wanneer moeten we informeren? Maar echt complimenten voor hoe u ons betrekt en voor hoe wij daarmee om kunnen gaan. Dus ik heb er eigenlijk geen vragen over. Ik hoop dat we het zo kunnen doorzetten en dat ook bij toekomstige veranderingen of wijzigingen dat we gewoon weer hier bij elkaar kunnen zitten om het daarover te hebben.

Nu ik toch het woord heb wil ik nog één opmerking maken, want de heer Amand maakte zich net zorgen over het BTW tarief. En u nodigt hem bijna uit om daar nog een vraag over te stellen. Ik heb het eventjes opgezocht, maar er zit, het mondkapje zit 0% BTW. Dus mondkapjes zit geen BTW op. Dus dan weet u dat voor de volgende keer. Dank u wel, voorzitter. De heer Amand: Ik zoek het voor u op. De voorzitter: Goed. Dank u wel, mevrouw Van der Windt, voor het uitzoekwerk. Dat wist ik ook niet. Mijnheer Bloem, gaat uw gang. De heer Bloem: Ja, voorzitter. Ik denk dat dat eerste afstemmingsoverleg dat we hebben gehad van een half uurtje, dat dat echt heel goed is geweest. Want toen hebben we geleerd hoe het absoluut niet moet. Dat kan gewoon zo niet. Is het nou consulteren? Is het informeren? Het ging er tussenin. De burgemeester heeft zelf al gezegd: er was gewoon te weinig informatie om een goed oordeel te vormen. En de burgemeester is een druk bezet man. Die moest allemaal andere belangrijke dingen doen. Dat is prima. Maar even in een half uurtje dit zo doen zoals het ging, zonder een verslaglegging, zonder dat iedereen daar kennis van kan nemen. Want we hebben het er nu over, maar mensen konden dit niet openbaar volgen. Dat kan natuurlijk niet. Maar ik zie perspectief voor beterschap. Ik hoop dat we er echt van geleerd hebben dat we het zo in ieder geval nooit meer doen.

En nu ik toch het woord heb. Ja, er is al best veel gezegd over multinationals en alles daaromheen. Ik wil daar niet heel specifiek op ingaan. Natuurlijk ondersteunen we het volgens mij allemaal als het gaat om lokaal te kopen. Dat we niet alle centen richting het grote kapitaal schuiven, maar vooral die kleine ondernemers hier steunen. Zeker richting kersttijd. Dus volle steden. Ook een vol Haarlem waar mensen allemaal naar de winkels gaan. En u hoort het mij zeggen. Ik wens natuurlijk alle ondernemers een hele goede gevulde portemonnee toe. Zeker de meeste kleine ondernemers hebben het lastig gehad. Maar ik wens niet een Haarlem wat te druk wordt bij de komende dagen die eraan komen. En daar ben ik wel bang voor. Als ik afgelopen zaterdag door de stad heen liep. Het was goed druk, maar het moet niet heel veel drukker meer worden. Ook wens ik niet dat onze lokale multinational meubelboer in de Waarderpolder een nieuwe coronahaard gaat worden als mensen daar massaal heen gaan zoals normaal gesproken ook met kerst het verhaal is. Mijn vraag aan de burgemeester is hieromtrent nu, hoef ik niet meteen antwoord op.

Maar kunt u ons in ieder geval wat informeren wat nou de stappen zijn die u zet om ervoor te zorgen dat het niet uit de hand loopt met de drukte in de komende tijd? Kunt u ons daar misschien wat uitgebreider over informeren? Hoe gaan we dat monitoren? Hoe gaan we wel zoveel mogelijk mensen lokaal laten kopen, maar tegelijkertijd

17

tijdig ingrijpen op een goede effectieve manier? Oftewel, welke lessen leren wij van wat er met Black Friday is gebeurd? Waarbij ik nog op wil merken dat Rotterdam ook duidelijk heeft aangegeven dat het verruimen van openingstijden geen goede oplossing was. De voorzitter: Goed. Ja, ik vrees. Ik ga even ingrijpen. Van de orde. Ik vreesde al dat dit zo zou gaan. We hebben een aantal agendapunten hebben we vastgesteld. Ik merk al dat we daar een beetje doorheen zigzaggen. Prima. Ik ben enorm voor freestylen. Dat vind ik allemaal uitstekend. Maar als we dat ook maar gezamenlijk dan bepalen. Dat we niet zo meteen nog die hele agenda nog gaan afwerken. Want die vragen die overal staan benoemd, die komen nu allemaal een beetje zo langs zij. Dat is prima. Nu wordt er ook een aantal vragen gesteld. Onder andere door u, mijnheer Bloem. Die ook, volgens mij, zich beter lenen voor het vragenuurtje. Ik kan mij vergissen, maar die indruk die maakt het wel. De heer Bloem: Voorzitter, we kunnen het af met een toezegging als u ons gewoon daarover goed informeert. Dat kan een brief zijn. De voorzitter: Nou, daar wil ik nog wel. Daar wil ik ook nog wel even wat over zeggen. Want u heeft het net gehad over deze bijeenkomst van anderhalve week geleden.

Wij zijn allemaal op zoek, de griffie samen met de voorzitter en met het college en met de burgemeester, naar de beste manier om te zorgen dat u informatie tijdig krijgt. Dat u waar u er wat over te zeggen heeft, dat u er wat over te zeggen krijgt. Dat het niet helemaal lekker gaat af en toe. Vergeeft het mij. Vergeef het de griffie. Vergeef het, het college. We zijn op zoek naar de juiste manier. Daarin heeft u gelijk. Dat had beter gekund. Nogmaals, we leren ervan en we gaan op zoek naar een andere manier. Een betere manier. De heer Bloem: Precies wat ik zeg, voorzitter. De voorzitter: Ja, maar daarin wil ik toch even. De reden dat ik dit zeg is dat ik hier de verantwoordelijkheid voor neem. Er is aan mij gevraagd: hoe gaan we dit organiseren? Dit was mijn voorstel. Ook het voorstel voor die avond was mijn voorstel. Deze manier was mijn voorstel. Ook ik heb daarvan geleerd en het gaat de volgende keer gaan we dat anders doen. Dus voordat er een vinger naar wie dan ook wordt gewezen. Wijs hem dan maar naar mij, want ik voel me hiervoor verantwoordelijk. Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Nou, juist dat wou ik graag even anders doen. Want wij schieten hier natuurlijk weliswaar in onze eigen voet door zelf het college te vragen om vaker geïnformeerd te worden. Dat gebeurt dan keurig.

Dan komt er een ladinkje stukken op ons af dat soms op een erg laat moment komt en niet alle mensen kunnen dat dan nog lezen, kan ik mij voorstellen. Maar ik had die tijd vandaag toevallig wel en ik heb alles gelezen. En ik heb daaruit opgemaakt dat dat hele besluit over de verruiming van de winkeltijden vooral bedoeld is om verspreiding te bewerkstelligen van het winkelend publiek. Dus dan vraag ik aan meneer Bloem: lijkt u dat geen goed idee? Want dat is toch eigenlijk waar u om vraagt net. Dat gebeurt dus al. De heer Bloem: Nou, dat is. Het grappige is dat je daar theoretisch naar kunt kijken van: als we nou langere openingstijden hebben, dan spreiden we de boel. Dat zou kunnen. Maar de praktijk is als je kijkt naar bijvoorbeeld Rotterdam dat het juist meer mensen aantrekt en misschien wel, nog niet eens misschien, teveel ook dit weekend. Dus het gaat om praktisch. Het gaat om nadenken. Ja, we moeten ze ondersteunen. Maar nee, de boel moet niet uit de klauwen lopen. En dan is niet elk middel wat op papier goed lijkt meteen oké. De voorzitter: Mevrouw Van der Windt.

18

Mevrouw Van der Windt: Ja, voorzitter. Even van de orde. Ik heb de indruk dat we nu een debat aan het over zijn doen dat anderhalve week geleden is gevoerd. Ik ben op zich voor freestylen en vrolijk door de agenda gaan, maar ik vraag me nu wel een beetje af: waar zijn we nu mee bezig? De voorzitter: Ja, en daarbij weet ik: u heeft ook honger. Want u heeft nog niet gegeten. Ik geef graag het woord. Mevrouw Van der Windt: En Ajax begint om 9 uur. De voorzitter: Ja. Ik geef het woord aan mijnheer Van den Doel. En ik ben het overigens zeer met u eens wat betreft de orde van deze vergadering. Ook hierin zijn we kennelijk nog aan het zoeken. De heer Van den Doel: Dank u, voorzitter. De heer Bloem: Voorzitter, even van de orde. Sorry. Ik had een vraag gesteld aan de burgemeester. De voorzitter: Burgemeester, er wordt nog een antwoord verwacht van u. Burgemeester Wienen: Zeker. Het lijkt mij op zich goed om er een keer over van gedachten te wisselen. Ik zeg er wel bij dat alles wat wij op dit punt doen is redelijk van te voren nadenken van: oké, wat voor situaties kunnen zich voordoen en hoe kun je daar zo goed mogelijk op improviseren? Er is niet een masterplan van: jongens als je het zo doet. Ik ken wel een paar voorstellen in die richting die zeggen van: je moet het per leeftijdsgroep doen. Als je zo oud bent, dan mag je zo laat gaan winkelen.

Lijkt me niet de manier waarop we het moeten gaan doen. Wij hebben een aantal dingen. Wij kijken heel kort. Het komt erop neer: we kijken hoe druk het is. En op momenten dat we het gevoel hebben van het wordt echt te druk gaan we fysiek afzettingen gebruiken om mensen te zeggen: het wordt te druk hier. Je kan hier nu niet verder. En voor de rest is er niet een wetenschap die ons het exacte antwoord geeft. Maar we zoeken naar een manier om precies te doen wat u zegt. Mensen kunnen gewoon inkopen doen. Gaan we ook niet geforceerd tegen, want we willen ook de ondernemers de ruimte geven en de mensen ook de kans geven. Maar als het gevoel is van: dit loopt uit de hand, dan hebben we wel een aantal maatregelen om daar wat tegen te doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: In de herkansing dan. Dank u wel, voorzitter. Corona, de pandemie, is een avontuur hoe we met elkaar om moeten gaan om de regelgeving en de ruimte die we daarin hebben om die in te stellen. En dat betekent dat we avonden organiseren die minder doelmatig zijn en avonden die heel doelmatig zijn. Vanavond is zo’n avond waar we het zouden gaan hebben hoe we met elkaar omgaan en hoe we dat moeten doen. En blijkbaar een aantal partijen kan het niet laten om een avond waar we dingen uitproberen als ongelofelijk negatief te framen.

Andere partijen kunnen het niet laten om vragen die in het vragenuurtje thuishoren toch hier te zetten waardoor we een debat hebben waardoor we tot kwart voor 9 door moeten gaan. Ik zou u willen vragen als we een avond organiseren die over een overkoepelend gaat en hoe gaan we met elkaar om, over het proces, laten we het daar dan bij houden. Vandaar dat ik nog een paar vragen heb. Als u aan ons informeert of consulteert, dan zouden we het fijn vinden om dezelfde informatie die u als college krijgt ook te krijgen zodat we ook over alle informatie beschikken. Dat lijkt me een vrij eenvoudige zaak. Dat zou ons erg helpen. Zoals u al zei, een zes regel berichtje is wat klein en wat kort. Daar kunnen we weinig mee aan. U zegt u wilt ons informeren binnen 24 uur. We hadden in de motie 10 uur staan. Waarom heeft u daarvoor gekozen? Wij zijn blij als GroenLinks hoe we het nu aanpakken. Hoe we het proberen. D66

19

heeft het ook al gezegd. We lopen samen op een pad en we proberen elkaar in elkaars kracht te zetten. Dat is in een pandemie allemaal nieuw. Dat moeten we samen uitvinden. Ik denk dat we heel goed op weg zijn om dat te doen. Ik denk dat ik het daarbij wil laten. Dank u wel. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, ik heb al gezegd van: die informatie, die moet inderdaad ruimer. Of dat altijd hetzelfde stuk is als wat uiteindelijk in het college komt of niet, dat weet ik niet. Want ik heb gezegd, en dat is wat nu voorbereid wordt. Er zal heel weinig tijd zijn tussen het toesturen van de dingen die wij van het Rijk krijgen en het u informeren. Voor een deel zal het bestaan uit het doorsturen en voor een deel uit een kort en bondig weergeven van: dit zijn in ieder geval volgens ons relevante punten. Maar uitgebreider dan wat u in ieder geval gehad heeft bij die langzamerhand beroemde vrijdagavond. En over die 24 uur. Dat is eerlijk gezegd. Maar ik sta open als u echt vindt van: je moet echt alles op alles zetten. Maar ik denk eerlijk gezegd dat 24 uur is, denk ik, te doen, maar kost heel veel moeite. 10 uur. Ja, dan moet je echt met een horloge in de hand gaan zitten kijken van: jongens, hoe laat hebben we dit binnen gekregen. Hoe laat moet het door. Ik denk dat we niemand ermee dienen, deze organisatie niet, maar ook u niet, als we er zo’n druk op zetten.

Ik snap waar het uit voort gekomen is. Maar ik denk bij nader inzien, als je het nu je voorstelt van hoe werkt het, dat je met 24 uur eigenlijk redelijk uit de voeten moet kunnen. De voorzitter: U heeft een aanvullende vraag van mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel. Nou ja, wat met dat supermarktbesluit gebeurd is, is dat we dat eerst hebben gelezen in de nieuwbries van de gemeente en toen vervolgens nog lekker in het Haarlems Weekblad. En dat mag denk ik echt niet meer gebeuren gezien onze coronamotie. Daar staat inderdaad 10 uur in. 24 uur mag het misschien worden als we daar met zijn allen mee kunnen leven. Maar niet dat de raad uit de pers of zelfs uit de nieuwsbrief van de gemeente zelf moet lezen hoe het zit. Wij moeten echt als eerste geïnformeerd worden. Burgemeester Wienen: Ja, dat is trouwens wel een interessant punt. Want dat moeten we echt even met elkaar afstemmen. Ik ben begrepen dat inderdaad in een aantal gevallen wordt er een bericht gemaakt waarin datgene wat de raad krijgt en wat de pers krijgt in principe hetzelfde is. Maar voor zover ik weet, en als u zegt van: ja, dat vinden wij geen goede manier van werken, dan moeten we dat aanpassen. Maar als er een stuk naar de pers gaat, dan gaat dat automatisch ook naar u. En dat betekent: het is eerder bij u dan dat de pers het kan verwerken.

Maar als u zegt van: ja, er moet als het ware echt een onderscheid in zitten, dan moet ik zeggen van: voortaan voordat een persbericht naar buiten gaat moet eerst een bepaalde tijd afgesproken worden dat het stuk in ieder geval naar u is toegestuurd. Zodat u het een uur of weet ik niet hoeveel eerder heeft dan de pers. De voorzitter: Mevrouw Wisse, een aanvullende vraag? Burgemeester Wienen: Andersom. Even nog andersom. Dat is volgens mij nooit de bedoeling. En als dat gebeurd is, dan is het een fout geweest. Mevrouw Wisse: Dat ging dan inderdaad nu fout. Want op zaterdagochtend las ik over dat supermarkten openingsgebeuren in de gemeentelijke nieuwsbrief en op maandagochtend in het Haarlems Weekblad en maandagmiddag kregen we pas een email van de griffie. Dus dit was echt andersom.

20

De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ik dank voor de moeite die u probeert, niet probeert. De moeite die u neemt en doet en ook het college doet. Maar ik ondersteun wel. Het is raar. Ik word soms geïnformeerd door omdat ik net even iets mis van de landelijke regelingen die al eerder of die betrekking hebben op onze regio, door andere word ik geïnformeerd. Dan sta ik soms met een mond vol tanden en dat vind ik vervelend. Want iedereen denkt dat wij het altijd allemaal weten en vervolgens weten wij het later of als het even tegenzit gelijker tijd met de rest van Haarlem. Dus als we even een voorsprong, een informatie voorsprong, krijgen, dan is het aan mij of ik elk uur mijn mail check of niet. Maar dat zou toch wel fijn zijn, want dan kunnen we ons een beetje voorbereiden en dan kan ik de burger van Haarlem ook als raadslid goed te woord staan. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, nou ik zei al: ik hoor het graag. Ik heb daar geen enkele moeite mee. Dat betekent dat ik moet afspreken met de communicatieafdeling dat stukken. Er moet een bepaalde tijd afgesproken worden van: het is naar de raad gestuurd en na verloop van die tijd kan het naar de pers. Ik neem aan dat het dan niet erg is dat dat waarschijnlijk niet een kwestie is van dagen maar van uren. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van den Doel.

De heer Van den Doel: Ik denk dat het misschien handig is om dat even als commissie met elkaar te bespreken. We hebben ook een commissieapp. Dat we het even heen en weer gooien wat wij een handige tijd voor ons vinden. Dan kunnen we bij u terugkomen en dan kunt u kijken of u daaraan kunt voldoen of niet. Dat lijkt me een goed voorstel. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, u was eerst. Gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Ja, ik had nog een interruptie op de heer Van den Doel. U zei dat een aantal partijen zich niet aan de vorm hebben gehouden die u voor deze avond kennelijk bedacht heeft. Ik voelde me daar uiteraard door aangesproken. Maar ik wil dan toch wel een bestuurlijke vraag aan u stellen als we het dan vooral daarover moeten hebben. Als raadslid heb je eigenlijk een dubbelrol. Je hebt een soort besturende rol en je hebt een volk vertegenwoordigende rol. Dat is toch de spagaat waar we vaak in zitten. Wat ik nu eigenlijk beluister een beetje ook de discussie aanhorende en de toelichtingen van de burgemeester is dat er eigenlijk een soort, laat ik zeggen, een regiem over ons wordt afgekondigd. Dat komt uit Den Haag. En we worden eigenlijk geacht dat allemaal keurig uit te voeren. Alleen nog eigenlijk maar op de eensgezindheid ons te focussen zodat we niet verdeeldheid verder in het volk zaaien.

Dus dat we eigenlijk alleen maar ons als bestuurder mogen gedragen onder die paraplu van het Rijk die weet wat goed voor ons is en die bepaald wat we moeten doen. Dus de bestuurlijke vraag die ik daarbij dan heb is: waar en wanneer komt die volk vertegenwoordigende rol van ons als raadsleden dan nog aan bod in dit hele dossier? De voorzitter: Begrijp ik het nu goed, meneer IJsbrandy? U stelt die vraag aan mijnheer Van den Doel? De heer IJsbrandy: Nou ja, hij wil het daar graag over hebben. Dus, ja. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel.

21

De heer Van den Doel: Ik vind het opmerkzaam van u. Ik moet helaas antwoorden dat als in Den Haag een besluit wordt genomen en dat wordt binnen een wet geregeld, dan hebben wij daaraan te voldoen. Ik ben bestuurder van Haarlem en ik ga niet tegen de wet in. Dat is hetzelfde antwoord eerder door de burgemeester al gegeven. Ik vind soms van dingen vind ik het anders. Maar ik zal me moeten conformeren, want dat past bij de positie van raadslid. Dat je je aan de wet houdt en niet daar tegenin gaat. Dus dat lijkt me volstrekt duidelijk. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Nee, het gaat ook niet erom dat wij tegen de wet in moeten gaan. Maar we moeten ons wel realiseren dat er natuurlijk in de maatschappij bij sommige groepen gewoon, ik zeg het maar gewoon, wanhoop heerst op dit moment over de manier waarop zij het slachtoffer worden van al deze maatregelen. En als wij die wanhoop niet op de ene of de andere manier bij de bestuurders neer kunnen leggen als doorgeefluik, ja, wie doet het dan. Dan wordt iedereen maar gedwongen achter de viruswaanzin aan te rennen. Als het bestuur zich volstrekt autistisch gaat gedragen, dan zijn we volgens mij niet goed bezig. De heer Van den Doel: Voordat we te diep op deze discussie ingaan. Ik vind het wel een interessante discussie overigens.

Ik denk dat we er juist voor zijn om als er onder de bevolking en de bewoners van Haarlem in het bijzonder, als daar onvrede leeft of, zoals u het benoemd, wanhoop leeft, en ze dat bij ons aankaarten, dat wij als plicht hebben om dat door te geven. Alleen vanavond wilde ik duidelijk maken dat vanavond hebben we het over de structuur. Hoe gaan we met elkaar om? Hoe gaan we om met de regels die van Den Haag komen? Hoe gaan we om met de ruimte die we hebben als gemeente om regels te stellen? En hoe gaan we als college en burgemeester om met de commissie en de raad. En dat is wat we wilde doen en we verzanden veel te vaak vanavond is een discussie over: hoe kijkt u hier tegenaan? Hoe kijkt u daar tegenaan? Over de landelijke maatregelen. Ik denk dat dat niet de plek was vanavond. Ik zeg niet dat de vragen niet gesteld mogen worden. Ik zeg alleen dat je moet, het juiste platform, het juiste podium moet zoeken om die vragen te stellen. En veel vragen die ik vanavond hoorde en die toch beantwoord zijn door de burgemeester met dank aan de voorzitter horen hier gewoon niet thuis maar aanstaande donderdag. Dat is wat ik wil. We moeten elkaar scherp houden dat we als we bij elkaar komen met een bepaald doel en een bepaalde reden, dat we daar scherp op zijn en dat we niet van alles er gaan bijhalen. Want dat is zonde van onze tijd. We doen het op de verkeerde plek.

De bewoners weten niet meer wanneer ze moeten luisteren. Dus dat is het enige wat ik zeg. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Doel. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Voorzitter, ik begrijp meneer Van den Doel best wel. En net zoals mijnheer Van den Doel. De vragen die gesteld worden die niet over de structuur gaan begrijp ik. Maar ik hoop toch wel een beetje begrip, wat meer begrip. Kijk, als het gaat ook om mensen die luisteren. Dit is, corona staat op de agenda. Mensen kijken ernaar. Ik weet dat het voor ons hier binnen deze kaasstolp een structuuroverlegje is, maar er is een crisis buiten gaande. Er is net een weekend geweest waar het een en ander flink mis is gegaan. De besmettingen lopen nog steeds op. Dan is het toch niet zo raar dat wij als volksvertegenwoordiger in een volk vertegenwoordigende vergaderingen daar vragen over de actualiteit heen stelt. Ik begrijp uw frustratie, want u had het alleen over structuur willen hebben. Maar zo werkt het natuurlijk wel nu. De voorzitter: Goed. Ik ga nog even van de orde. Meneer Bloem, wij snappen u ook. Daarom is er ook ruimte gegeven om deze vragen te stellen en ook ruimte aan de burgemeester gegeven om deze te beantwoorden. Laat onverlet dat er. Het kan zijn dat er, omdat al die vragen worden gesteld, vragen die gaan over deze onderwerpen die op onze agenda staan, dat die in dit geval worden overgeslagen.

En de vraag is dan

22

vervolgens: wanneer gaan we die vragen dan stellen? Dit is het moment daarvoor. Dus ik stel nu voor om weer terug te gaan naar de kern. We hebben allemaal een agenda doorgekregen. Het gaat erover. Ik zal het nog even toelichten. Het gaat over de bevoegdheden van de burgemeester, gemeenteraad en het college. Daar kunnen we het over hebben. We kunnen het hebben over lokale en regionale invulling van de maatregelen. En we kunnen het hebben over de afspraken. Of de afspraken die nu zijn gemaakt tussen de raad en het college of die verder enige aanscherping behoeven. Ja of nee. Dan heb ik nog één vraag. Ik ga hem toch maar even stellen, burgemeester. Want ik heb meneer Van den Raadt onvriendelijk afgekapt. Hij heeft 1 vraag die hij wanhopig alsmaar probeert te stellen aan u. Als de maatregelen. Ik stel hem even namens de heer Van den Raadt. Het is niet mijn tekst. Als de handhaving wordt ingezet op het handhaven van de coronamaatregelen, waar gaat die handhaving dan weg? Hij wil heel graag nog antwoord op die vraag en dat gun ik hem. Ik kan hem wel even voorlezen, want ik weet niet of ik het duidelijk heb gemaakt. Burgemeester Wienen: Volkomen duidelijk. Er is niet een bepaald iets wat we dan niet doen. Wij hebben in deze commissie besproken aan het begin van het jaar wat de opdrachten van de handhaving waren. Dus daar werden bepaalde prioriteiten gesteld.

Er werden ook zelfs uren aan gekoppeld. En wij zullen dus over de hele linie zullen de handhavers wat minder kunnen doen aan al die dingen die daarin benoemd worden, maar er is er niet eentje waarvan we zeggen: dat doen we nu gewoon helemaal niet meer. Dus het gaat over het geheel wordt het iets minder. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Ik denk dat die zo scherp genoeg is gesteld. De heer Van den Raadt wil nog wat verduidelijking, maar ik stel voor, mijnheer Van den Raadt, dat u dat tijdens het eerstvolgende vragenuurtje gewoon nog een keer probeert die verscherping. Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou alleen nog maar even dit kwijt naar aanleiding van het betoog van meneer Van den Doel. Ik begrijp dat u terug naar de structuur van de vergadering wilt en daar überhaupt bij wilt blijven. Maar bij deze vergadering wordt een aantal stukken geleverd en het gaat over structuur in een tijd die snelle ontwikkelingen kent. En als ik dan vragen zie opdoemen naar aanleiding van die stukken die te maken hebben met die snelle ontwikkelende situatie en waarschijnlijk donderdag aanstaande helemaal niet meer relevant zijn, dan wil ik ze toch stellen in zo’n vergadering. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Voorzitter, om dan terug te gaan naar de vragen van de agenda, zeg maar.

Ik denk dat we daar nu aanbeland zijn. Het is zoals ik in mijn eerste termijn al zei over het hele onderwerp. Ik begrijp ook, zeg maar, de standpunten van zowel de vraagstellingen als de standpunten van meneer Van den Doel. Maar als we over nu kijken is het glashelder dat er nu een wet is in plaats van een noodverordening en dat die wet een aantal dingen zeg maar aangeeft. En dat is, zeg maar, de burgemeester die kan, zeg maar, in overleg met de GGD zou die eventueel iets kunnen verruimen. En de burgemeester heeft de opdracht om de maatregelen te handhaven. Dat zijn 2 dingen. En voor de rest is er dus nu gewoon verder weinig over te zeggen. Helemaal niets. Ik ben blij dat we toch überhaupt bij elkaar zitten en dat we geïnformeerd worden. En dat we ook, zeg maar, de punten en zorgen worden geuit. En ik denk dat het gewoon voor nu gewoon klaar is. Als er volgende week iets anders gebeurt, gebeurt er volgende week iets anders en dan zitten we hier weer. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij. Mevrouw Otten gaat weg, dus ik neem aan dat de vergadering is afgelopen. Dat is altijd een heel duidelijk teken. Dus als mevrouw Otten weggaat, dan is het feest voorbij. Ja, volgens mij. Mijnheer Linder, u heeft nog het woord. Gaat uw gang.

23

De heer Linder: Ik wil in het kader van deze nieuwe wet ook iets meegeven aan de burgemeester. Probeer te denken. Vooral als op begeven moment er mogelijkheden zijn of speelruimte komt, waar u ook meer in kunt doen. Probeer te denken in mogelijkheden en niet in beperktheden. In die zin dat we kunnen gaan kijken van: wat is er wel mogelijk in de kaders die we krijgen en niet wat is er niet mogelijk. Er zijn mensen die er erger naar snakken naar mogelijkheden, onze jeugd en alles. Dat wil ik even meegeven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Linder, voor deze raadgeving. Het lijkt mij zo prachtig als we, tenzij er nog vragen zijn op dit moment die prangend zijn over alles wat we hebben opgenoemd waar deze vergadering eigenlijk over ging. Is alles duidelijk? Ja? Waar de bevoegdheden liggen en of we dat allemaal goed doen. Prima. Dan lijkt het mij zo prachtig als we dan toch de heer Van den Raadt dan nog even het laatste woord geven. Nu hoeft het niet meer? Ja. Hij heeft nog een interruptie op de burgemeester. Mijnheer Van den Raadt, kom er maar in. De heer Van den Raadt: Ja, dank u wel. Want u zei: sommige vragen moet u in het vragenuurtje stellen. Ik heb 3 keer in het vragenuurtje gevraagd: hoe zit het met de capaciteit van handhaving. Daarvan heeft toen de burgemeester gezegd: dat is nogal een ingewikkeld punt, daar kom ik op terug in de eerstkomende commissie bestuur.

Nou, dat leven we vandaag. Dus ik had eigenlijk verwacht dat daar een uitgebreid verhaal over kwam als dat zo moeilijk was om te beantwoorden bij het vragenuurtje. Maar het antwoord is dus gewoon: we gaan alles een beetje minder doen. Nou, dat had u dan ook meteen kunnen vertellen. En dan, welke vraag ik wel morgen of donderdag in het vragenuur ga stellen waar ik geen antwoord op heb gekregen is: gaat de mondkapjesplicht boven de zorgplicht? Want daar zijn heel veel mensen die zich daar zorgen over maken in het medisch circuit en daar graag een duidelijk antwoord op willen hebben. Dus donderdag daar een antwoord op. Dank u wel. De voorzitter: Burgemeester, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Vandaag is ook goed. Burgemeester Wienen: Ja, 2 dingen. Ik heb gezegd bij het vragenuur dat de volgende keer dat wij over dat veiligheid en handhavingsplan praten dat het goed is om dan opnieuw met elkaar in deze commissie, ik verwacht dat dat in januari is, te praten van of wij bepaalde prioriteiten anders zouden willen. Dat is één. En het tweede punt over die zorgplicht. Wat daar op die bijeenkomst gezegd is door de voorzitter. Dat is dat ziekenhuizen kunnen hun eigen regels hanteren en doen dat ook. Dus ze kunnen zeggen van: je bent verplicht om je hier aan bepaalde maatregelen te houden. Op het moment dat mensen daar een soort principieel bezwaar tegen maken.

Dus stel iemand is hartstikke ziek en die zegt: ja maar, ik ben niet zo ziek dat ik een mondkapje op wil doen. Want dat doe ik gewoon niet. Dan neem ik aan dat een arts, dat die toch zoekt naar manieren om iemand te helpen. Daar heeft die de eed van Hippocrates op afgelegd. Ik denk dat die dan niet zegt van: dit zijn de voorwaarden, maar dat die toch hulp zal geven. Maar of dat juridisch ook het juiste antwoord is, dat weet ik niet zeker. Dus dat zal ik nog even natrekken. 4.

Sluiting De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. En dank u wel voor uw aanwezigheid hier. De heer Rutten: Klein puntje van orde. Er werd net een melding gemaakt van een commissieapp. Die zag ik eerder ook al langskomen. Ik denk dat ik mijn ballotage sinds vorig jaar november wel door ben, dus ik zou graag daaraan toegevoegd willen worden.

24

De voorzitter: Maar natuurlijk. Ik weet niet precies wie de beheerder is, maar ik ga zorgen dat dat gebeurt mijnheer Rutten. En excuses dat het zo lang heeft geduurd.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272972/1