20200888826 Transcript commissie Bestuur 1 december 2020
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAASCIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 1 december 2020
1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom bij deze extra vergadering van de commissie bestuur. Het is vandaag 1 december 2020. We gaan het vandaag hebben over corona, over de wetgeving en alle zaken die daar bij horen, lokaal en regionaal. Ik heb geen berichten van verhindering ontvangen, klopt dat? Iemand die nog wat wil zeggen daarover? Nee.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: De agenda heeft u toegestuurd gekregen. We beginnen zo meteen met een presentatie van de burgemeester. Vervolgens gaan we het hebben over de tijdelijke wetmaatregelen COVID-19. En dat gaat met name over de bevoegdheden van de burgemeester, gemeenteraad en het college. Dus als u daar opmerkingen over heeft, dat valt onder dat agendapunt. Dan gaan we over de regionale lokale invulling, wat kunnen we zelf doen en wat gaan we doen. En dan gaan we praten over de manier waarop de informatie wordt verstrekt aan de raad en ook aan de stad, neem ik aan, en aan de andere raden. En hoe de raad hierin wordt meegenomen en wordt geconsulteerd. We beginnen dus met een presentatie van de burgemeester. Deze vergadering, dat is u misschien opgevallen, staat geen eindtijd genoemd op de agenda. Dat is altijd een beetje gevaarlijk, want zoals ik goed weet: dingen met een open eind, daar dreigt altijd een overschrijding, zo ook in tijd. Dus ik stel voor dat ik daar gewoon een eindje aan ga brijen. Het streven is om half 9 klaar te zijn. Iedereen is het daar onmiddellijk mee eens.
3.
Brief namens college d.d. 19 nov Informatie tijdelijk wet maatregelen Covid-19 De voorzitter: Dus wel gaan onmiddellijk van start met de burgemeester. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, dank u wel, voorzitter. Heel korte presentatie, een beetje samenvattend wat ook in de brieven staat, maar misschien toch goed om even dingen in hun verhouding te zetten. We hebben het afgelopen jaar vanaf maart een enorm effect gehad van coronamaatregelen. We hebben toen door een ministeriële aanwijzing aan de veiligheidsregio’s opgelegd. En vervolgens in de veiligheidsregio’s door noodverordeningen vastgesteld. En die waren dan bindend voor alle gemeenten binnen zo’n veiligheidsregio. De formele bevoegdheid is dat de voorzitter dat doet, de collega burgemeesters gehoord hebbende. Maar het moet wel het landelijk beleid volgen. Nou, zo is het ook iedere keer gegaan. We hebben in het begin heel succesvol beleid gehad, wat in Haarlem ook denk ik begeleid werd door heel veel initiatieven vanuit de bevolking om de zwaarst getroffenen bij te staan. Dat was op zich heel verheugend, daar was veel consensus. We moeten deze strijd aangaan, we moeten mensen helpen. En er was ook een redelijke naleving van de maatregelen. Daarna kon er afgeschaald worden met maatregelen. En iedereen kent het verhaal, het is daarna langzaam maar zeker weer uit de hand gelopen.
En nu hebben we opnieuw stevige maatregelen, maar het lukt nog niet goed om het echt goed naar beneden te krijgen. Het is iets gedaald, maar het stagneert nu op het niveau waar het zit. En dat is veel te hoog. Er is eigenlijk de hele crisis doorgezegd van: het is toch gek dat wij een zo langdurende crisis met een noodverordening te lijf gaan. Die zijn ooit bedoeld en bedacht om korte heftige crisis, om die gecoördineerd aan te pakken in een regio. En nu is het al meer dan een halfjaar is het gewoon de werkelijkheid. En dat moeten wij proberen beter democratisch te legitimeren. Daarom is die tijdelijke wet maatregelen COVID-19 gekomen. In de eerste plaats wordt daardoor de Tweede Kamer in de
1
positie gezet ten opzichte van de minister. Want tot nog toe werd er wel regelmatig over gediscussieerd, maar er was eigenlijk niets afgesproken over op welke manier de Kamer invloed kon hebben op het beleid. Dat is in deze wet wel geregeld. De een is daar tevreden over, de ander wat minder. Maar maatregelen die de minister van plan is te nemen stuurt die toe aan de Tweede Kamer. De Tweede Kamer kan vragen om daarover te debatteren en de Kamer kan eventueel besluiten om dat te blokkeren. Ze kunnen niet wijzigen, ze kunnen geen amendementen indienen, ze kunnen ook niet zeggen: doe het een beetje meer zus of een beetje meer zo. Maar ze kunnen wel besluiten van: dit kan zo niet. Onderdeel van de door de minister op te leggen maatregelen, die niet meer naar een noodverordening hoeven, omdat ze direct geldigheid hebben in heel Nederland. Dat is dat de minister kan aangeven dat er op lokaal niveau door de burgemeester bepaalde uitzonderingen gemaakt kunnen worden, dat de burgemeester de opdracht heeft om te handhaven. En dat die plekken kan aanwijzen waar bepaalde zaken geldig zijn en andere waar dat wellicht niet het geval is. De burgemeester die moet met de gemeenteraad afspraken maken over de wijze waarop ook de gemeenteraad in ieder geval daar haar opvattingen over kenbaar kan maken.
Maar de bedoeling is ook dat de burgemeester dat doet op basis van enerzijds de regels van de minister, want die bepalen de speelruimte. Aan de andere kant de adviezen die regionaal gegeven worden door de GGD en in overleg met de burgemeesters in de omgeving. Dat betekent dat het aan de ene kant spannender wordt, want wij kunnen weer met elkaar daarover praten. En een aantal bevoegdheden zitten in ieder geval, laat ik maar zeggen, in Haarlem. Aan de andere kant, je moet wel met heel veel partijen schaken en schakelen en proberen ervoor te zorgen dat er uiteindelijk ook nog iets goeds uitkomt. De rol en functie van de voorzitter veiligheidsregio, wij hebben in onze veiligheidsregio hebben wij de afgelopen maanden een hele nauwe samenwerking opgezet. Die er in resulteerde dat ons beraad, dat is het regionaal beleidsteam, dat is het team van de burgemeesters rondom de voorzitter zeg maar. Dat daar een aantal zaken besproken werden die onder de noodverordening vielen. En daarnaast hadden wij het zogenaamde burgemeestersberaad. Daar was ik voorzitter van. En daar werden alle andere dingen, die tussen gemeenten gecoördineerd kunnen worden, samenwerking van: hoe kijk je tegen bepaalde maatregelen aan? Die werden daar besproken.
Wij hebben afgesproken van: als straks de noodverordening niet meer van kracht is en de veiligheidsregio ook dus niet meer de bevoegdheden heeft, dan blijven wij gewoon heel nauw met elkaar samenwerken. En daarin is deze regio zo’n beetje uniek in Nederland, omdat in heel veel regio’s men toch een beetje angstig is van: hoe gaat het nou lopen als het niet meer een verplichte samenwerking is? Dat heeft er ook toe geleid dat 23 van de 25 veiligheidsregio’s zeiden: wij willen wel de grip 4-fase handhaven. Grip 4, dat is een soort niveau waarbij allerlei bevoegdheden worden uitgeoefend door de voorzitter van de veiligheidsregio. Want dan is er een crisis of een ramp van bovenlokale betekenis en dan moet die voorzitter, die oefent dan bevoegdheden uit. Het gekke is, die bevoegdheden zouden dan te maken moeten hebben met de crisis die er nu aan de hand is, dat is COVID-19. Alleen COVID-19 wordt niet bestreden via een grip 4 of door de veiligheidsregio, maar door de maatregel van de minister op basis van de wet. Juridisch prevaleert dat boven die grip 4-fase. Maar merkwaardig genoeg is er toch besloten door de voorzitters van de veiligheidsregio’s: wij willen toch maar de grip 4-fase handhaven, omdat dat in ieder geval toch enigszins het idee geeft dat we er nog steeds over gaan en dat het geen chaos wordt.
In onze regio waren wij van mening dat die grip 4-fase nergens meer voor nodig is. Wij werken samen en dat hebben we goed georganiseerd, ook met de GGD, met de veiligheidsdiensten, met de politie, met het Openbaar Ministerie. En daar hebben we geen grip 4 voor nodig. Het heeft ook geen praktische betekenis, want er zijn geen bevoegdheden op dit moment die de voorzitter kan uitoefenen, tenzij de minister die aanwijst. Maar daar is dan weer geen grip 4 voor nodig. Wij hebben wel in onze regio gezegd: nou ja, als kennelijk in heel Nederland men van mening is dat we dan toch die grip 4 als een soort theoretisch vehicle in stand moeten houden, dan gaan wij daar niet in dwarsliggen. Alleen het heeft geen feitelijke betekenis. Vanaf vandaag werken we samen op basis van de vrijwillige gemeentelijke samenwerking. En dat komt onder andere tot uitdrukking in het feit dat het wekelijks beraad, wat we gewoon voortzetten, waar we dezelfde adviezen
2
krijgen van de hulpinstanties, dat die nu worden voorgezeten door mij en niet door de voorzitter van de veiligheidsregio. De voorzitter van de veiligheidsregio blijft wel verantwoordelijk voor het contact met het Rijk, omdat dat een beraad is met de minister, waar alle veiligheidsregio’s inzitten. Die blijft ook verantwoordelijk voor de directe aansturing van de GGD, omdat die bij ons onder de veiligheidsregio valt. En blijft verantwoordelijk voor eventuele maatregelen waarvan de minister zegt dat ze op regionaal niveau genomen moeten worden. Ik denk dat wat ons nu te doen staat, dat is dat wij met elkaar kijken of dat wat we al hebben besproken in eerdere bijeenkomsten, of dat voor ons een beetje het goede kader is voor de samenwerking. En voor een deel denk ik overigens dat het ook zoeken wordt, want het kan best zijn dat we na verloop van tijd zeggen: sommige dingen zouden we anders willen doen. Als ik het even probeer samen te vatten, dan is dat ik als burgemeester en het college zorgen voor snelle informatieverstrekking aan de raad van: wat is er aan de hand, wat speelt er. De raad wordt geconsulteerd en dat doen we door het een vast agendapunt te maken bij de commissie bestuur. Door bij maatregelen, waar een opvatting van de gemeenteraad van belang kan zijn, de commissie te vragen om op heel korte termijn een bijeenkomst te hebben.
Dat is dan virtueel via de video en dat zou binnen 24 uur moeten kunnen. En hier staat nog dat dat een vast agendapunt is op een maandagavond, dat hoeft niet. Het kan best zijn dat het op een andere dag is dat je het nodig hebt. Maar het loopt altijd via de voorzitter, dus de voorzitter wordt benaderd, wordt gevraagd om een bijeenkomst van de commissie bestuur. Er wordt een tijdstip afgesproken en dan kunnen we met elkaar van gedachten wisselen. Waarbij aan de ene kant duidelijk is van: oké, waar gaat het over? En aan de andere kant, er worden geen besluiten genomen. Besluiten worden genomen na afstemming met de gemeenteraad, maar niet dat daar als het ware gekeken wordt: waar is een meerderheid voor of tegen? Al was het maar om het ook mogelijk te maken om de andere samenwerkingsverbanden ook te betrekken bij de besluitvorming. Dus de relatie met de andere gemeenten. Het zou toch een beetje lastig worden als de ene gemeente met een totaal andere aanpak komt van bepaalde specifieke punten als de andere gemeente, terwijl je wel aan elkaar grenst. Dus wij willen proberen op die manier te zorgen dat we als regio het goed blijven doen. En tegelijkertijd ook echt recht doen aan de rol van gemeenteraden.
Dus wat ik mij nu voorstel, dat is dat we aan de hand van de brieven die gestuurd zijn en de situatie waar we nu vanaf vandaag inzitten, dat we met elkaar even kijken van: voelt dit goed, is dit de goede manier, willen we het misschien toch nog net iets anders? Daar ben ik ook benieuwd naar hoe u daar naar kijkt. Nog een ding is denk ik van belang. U heeft als het goed is, ik weet niet of dat gelukt is via de griffie, vandaag ook de brief gekregen waarbij de voorzitter van de veiligheidsregio aangegeven heeft dat de noodverordening is ingetrokken. Dus de noodverordening is gewoon over, vanaf nu gelden alleen de regels die door de minister zijn uitgevaardigd. Overigens in de praktijk maakt dat geen verschil. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Zijn er op dit moment vragen naar aanleiding van deze presentatie? Ja, mijnheer Rutten, gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. En burgemeester, bedankt voor de uiteenzetting en ook voor de openhartigheid en deze gelegenheid. U zegt: bij maatregelen die van belang kunnen zijn wordt het besproken. Kunnen we dat nader duiden en wat nader specificeren wanneer het van belang is en wie dat bepaalt? Burgemeester Wienen: Ja, ik denk dat dat een hele relevante vraag is. In eerste instantie betekent het de ruimte die de minister in de regelingen aangeeft voor lokale afwijkingen.
Kijk, als die ruimte nul is, dan kan je op zich wel jullie informeren van: joh, dit zijn de maatregelen. Maar we kunnen er niks mee. Maar op het moment dat er ruimte is, dan wordt het ook van belang om te kijken: hoe gaan wij er dan in Haarlem mee om? En dan is het ook relevant om de gemeenteraad in te schakelen. Het kan ook zijn dat buiten de maatregelen van de minister om, in verband met COVID-19, het college bepaalde dingen zou willen aanpakken of doen. En
3
ook dan is voordat daar besluitvorming over plaatsvindt het verstandig om gewoon eerst een consultatie te hebben van de gemeenteraad. Dus dat zijn wat mij betreft de twee meest voor de hand liggende situaties. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer IJsbrandy. e
De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, burgemeester. De 20 was ik afwezig bij het ingelaste beraad, omdat ik mijn stiefvader toen begraven heb, die na 98 mooie jaren overleden was toch uiteindelijk ook aan corona. Dus het is wel degelijk een crisis af en toe. Voorzitter, voor een timmerman met een hamer is ieder probleem een spijker. Deze spreuk valt mij in bij het zien van de wetten, verordeningen, regels, kaders en routekaarten, waarmee onze overheid deze pandemie denkt te bestrijden. Dat dit weinig succesvol is tonen de cijfers. Nederland doet het gewoon vrij slecht en niet veel beter dan landen die wij plegen te verguizen, vanwege hun les e fair beleid. Ondertussen nemen we zogenaamd intelligente, maar in realiteit arbitraire maatregelen, die vooral ten koste gaan van sectoren met een zwakke onderhandelingspositie. Zoals sport, cultuur, horeca, de evenementensector. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, ik ga u even onderbreken. Gaat dit naar een vraag toe? De heer IJsbrandy: Dit gaat naar een concrete vraag toe, maar ik heb even een aanloopje nodig. Staat u mij dat toe. De voorzitter: Oké, zou u het aanloopje iets willen inkorten, voordat u de hink-stap-sprong gaat nemen? Dank u wel. De heer IJsbrandy: We hebben toch geen spreektijd nu? De voorzitter: Nee, dat snap ik. Maar het is een hele lange inleiding voor iets wat volgens mij veel korter kan.
Maar gaat uw gang. De heer IJsbrandy: Dat kunt u niet beoordelen, want u weet niet wat ik ga zeggen. De voorzitter: Het leek erop, zei ik. De heer IJsbrandy: Goed. Het MKB betaalt zo de rekening van deze crisis. Natuurlijk is het onvermijdelijk om sociale activiteiten, waarbij mensen samenkomen, af te schalen. Maar waarom wel winkelen bij de IKEA en niet naar de bibliotheek of het museum? Waarom wel eten in het restaurant van hotels, maar niet in andere restaurants? Waarom wel naar kerk en moskee, nota bene zonder mondkapje, maar niet naar het voetbalveld. Ik kan het niet uitleggen. Succesvolle indamming van het virus zien we alleen in landen die bereid zijn geweest draconische maatregelen te nemen, zoals China, Nieuw-Zeeland, Australië, Japan, Zuid-Korea. Ze hadden hier geen nieuwe wetten voor nodig, maar hebben gewoon gehandeld. Het resultaat is een korte hevige pijn, maar inmiddels zijn deze landen zo goed als virusvrij. In Nederland zijn we hier om allerlei redenen kennelijk niet toe bereid of niet toe in staat en kiezen we daarmee onvermijdelijk voor een langdurige en zure maanden. Kappen en nat houden is het devies tot een vaccin wellicht soelaas gaat bieden. Ondertussen zijn we honderd miljard verder, stijgen de beurskoersen door al dat geld naar nieuwe hoogten. Maar er zal evengoed halve sectoren straks alsnog failliet gaan.
Ja, wat is nou in dit scenario het handelingsperspectief voor een gemeente als Haarlem? Enerzijds voeren we via de veiligheidsregio uiteraard het landelijke beleid uit, of dit nu effectief is of niet. Veel ruimte voor eigen beleid is er op dat punt ook niet, als we dat al regionaal zouden kunnen bedenken. Rechtszaken en waterbedeffecten liggen immers op de loer. De VRK staat voor veiligheid,
4
crisisbestrijding en gezondheidszorg. En in de brief die wij ontvingen staat ook dat de sociale, maatschappelijke en economische belangen worden afgewogen. Maar hoe dit gebeurt is volstrekt onduidelijk. De vertegenwoordigers van deze groepen zitten bij mijn weten niet aan tafel bij de VRK, en ook hier zal de beleidsruimte zeer beperkt zijn. De VRK heeft immers noch het mandaat, noch de financiële middelen om hier beleid te voeren. De bijzin over de afweging van deze andere belangen is volgens ons daarom alleen voor de tribune. Maar we laten ons graag overtuigen van het tegendeel. Dit brengt ons dan bij de drie vragen. Hoe worden deze bredere belangen exact bepaalt en afgewogen? Hoe gaat de VKR als regionale uitvoerder en regisseur van de crisisbestrijding ervoor zorgen dat de pijn eerlijk verdeeld wordt? Of in andere woorden, ervoor zorgen dat deze pijn niet eenzijdig terecht komt bij sectoren en mensen die toevallig het slachtoffer zijn van wat in essentie arbitrair overheidsbeleid is. En als de VRK tot slot dit laatste niet als zijn taak ziet, wie gaat er dan voor zorgen? Of zijn we hier met zijn allen de volgende toeslagen affaire aan het organiseren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer IJsbrandy. Burgemeester, u mag daar antwoord op geven. Burgemeester Wienen: Ja, ik denk dat er een misverstand is. De VRK speelt dus helemaal die rol niet meer, vanaf vandaag.
Dus de VRK heeft dat gedaan, maar vanaf vandaag niet meer. Wat er gebeurt, dat is dat de gemeenten die in de VRK zitten hebben afgesproken van: wij gaan bij de rol die wij hebben op basis van de wet gaan wij dat doen in nauwe samenwerking, om ervoor te zorgen dat we in ieder geval hier niet een gatenkaas laten ontstaan van maatregelen, maar dingen in samenhang doen. Dat we alles overzien, omdat de verschillende gemeenten de verschillende kanten inbrengen. En proberen recht te doen aan wat er uit de democratische organen wordt aangereikt. En vervolgens nemen wij gezamenlijk bepaalde besluiten. Wat is dat bredere belang? Dat bredere belang dat is precies wat we nu ook al doen. Wat de VRK dus niet doet, dat is kijken naar economische effecten. Dat speelt geen enkele rol. Er is een aanwijzing van de minister, die gaat over volksgezondheid, en die wordt nagekomen. Daar kan je heel verschillend naar kijken. De een zegt: dat is veel te strak. De ander zegt: het is lang niet strak genoeg. Het is willekeurig, je kan er van alles van vinden. Maar we hebben het in Nederland wel zo geregeld dat wij ons daar gewoon aan moeten houden. Dat was in het vorige regime zo in het kader van de VRK door de noodverordening. En dat is nu op basis van de wet, dat zal niet veranderen.
Wat wij al eerder gedaan hebben, dat is zeggen: hoe kunnen wij in ieder geval proberen nog enigszins ruimte te geven waar het kan aan zwaar getroffen sectoren. Wij hebben ons uiterste best gedaan door een aantal regelingen, die normaal gesproken beperkingen met zich meebrengen, om die op te rekken en te verruimen. De terrassen hebben we meer mogelijkheden voor gegeven. Hetzelfde voor ons eigen beleid. Wat we als gemeente gedaan hebben in samenwerking met andere gemeenten hier, en daar staat de VRK verder buiten. Dat hopen we ook in de toekomst te doen, dat is redelijk marginaal. Want de echte maatregelen, dat zijn die gezondheidsmaatregelen die dat enorme effect hebben. Wij kijken of we meer kunnen doen. Als er suggesties zijn van uw kant, dan willen we daar ook naar kijken. Want het is precies een van de dingen waarvan we gezegd hebben: als het kan en we kunnen iets extra’s doen, bijvoorbeeld, wij zijn nu op het ogenblijk ook aan het kijken van: kunnen we wellicht voor jongeren toch op de een of andere manier nog helpen om op een aardige manier de oud en nieuw te beleven. In plaats van met alleen maar verboden. Maar goed, dan zullen we kijken van wat de mogelijkheden zijn binnen de regels die gelden. En volgens mij is dat hoe het in elkaar zit. De voorzitter: Ik zie plotseling allemaal handen. Zijn dit allemaal interrupties op het verhaal? U wilt allemaal een termijn.
Mijnheer Rutten, u heeft wel een interruptie? De heer Rutten: Een vraag naar aanleiding van.
5
De voorzitter: Dat vind ik ook prima, gaat uw gang. De heer Rutten: Hart voor Haarlem maakt het enigszins politiek nu, terwijl het voor een groot gedeelte technisch is en we gewoon met Rijksbeleid geconfronteerd worden. Nou vinden we daar allemaal iets van. Ik denk dat het ongemak wat we voelen ten aanzien van, NRC schreef het vandaag ook van: wel naar de winkel, niet naar het café, hoe leggen we dat nog uit? De VVD maakt zich daar ook zorgen over, maar ik denk dat dat voor iedereen hier geldt. Vraag is wel, in die overleggen van die veiligheidsregio’s, die 25 regio’s die met elkaar spreken, geeft u namens Haarlem of de regio die daar vertegenwoordigd wordt tegengas, of brengt u dat in discussie die belangen. Is dat mogelijk überhaupt in de gesprekken met de Rijksoverheid om dat soort ingewikkelde zaken, die er nu plaatsvinden, en we kunnen het allemaal niet meer zo goed uitleggen. Vindt die discussie plaats? En denkt u op die manier ook de belangen van de Haarlemse ondernemers? Burgemeester Wienen: Zeker. Misschien moet ik beginnen te zeggen dat natuurlijk het helemaal waar, wat u beiden zegt, je kunt zo je eigen ideeën hebben over sommige maatregelen. Maar ik vind dat het mijn verantwoordelijkheid en mijn rol is om als een regel geldt, om die uit te leggen en niet publiekelijk de discussie daarover te voeren. Dat is niet mijn rol denk ik.
Want als er een ding slopend is, dan is dat dat wat we met elkaar doen, om dat vervolgens met onze discussies dood te slaan en het draagvlak daarvoor aan te tasten. Dus ik doe dat in ieder geval niet. Maar intern, binnenskamers, voeren wij wel degelijk discussies. Eerst in onze eigen veiligheidsregio. Hoe kijken we hiernaar, wat vinden we ervan? De voorzitter neemt die mee naar het veiligheidsberaad, daar zitten voorzitters van 25 regio’s, en die hebben daar overleg in ieder geval met de minister van justitie en veiligheid en vaak ook met de minister van volksgezondheid. Als de voorzitter, die is er niet altijd, dan ga ik, dus ik heb een redelijk beeld hoe het daar functioneert. Daar wordt zo nu en dan stevig gediscussieerd. Een van de problemen is dat ze het ook lang niet altijd met elkaar eens zijn. En ook de interpretatie van sommige discussies wil nog wel eens verschillen. Laat ik er maar eentje noemen, dat kan ik rustig zeggen, want dat heb ik via de radio zelf kunnen vernemen. De burgemeester van Rotterdam zegt dat 25 voorzitters hebben gezegd dat Black Friday, daar moest een stokje voorgestoken worden. Vervolgens hoor ik een andere voorzitter zeggen van: nou, ik kan het me niet herinneren dat we het daarover gehad hebben op die manier. Dus dan zie je al van: er is niet sprake van 25 regio’s die hetzelfde denken.
Rond die grip 4-fase waren er twee regio’s die zeiden van: dat is juridische onzin. En de anderen zeiden: ja, maar het is wel hartstikke handig, dus laten we het toch maar houden. Maar goed, zo loopt die discussie dan. En het zijn besloten bijeenkomsten, dus ik kan verder over de inhoud, behalve die dingen die dan toch al op straat liggen. En helaas zijn dat er veel te veel, naar mijn mening. Maar goed, kan ik verder ook niet zo veel over zeggen. Maar wees er van overtuigd dat een van de elementen die ik in ieder geval inbreng, dat is dat het effect van maatregelen op bepaalde bedrijvigheid gigantisch is. En dat ik vind dat zo nu en dan ook onderbelicht is in de discussies die er bestuurlijk over gevoerd worden. Ik denk dat het goed is om dat in ieder geval ook in te brengen. De voorzitter: Mevrouw Otten. Mevrouw Otten: Ja, allereerst wil ik bedanken voor deze bijeenkomst. Zeker in het begin heb ik het enorm gemist dat we goed geïnformeerd werden. Dus ik hoop dat dit voortgezet wordt. U heeft het steeds over de veiligheidsregio. Strekt het overleg ook buiten de veiligheidsregio? Ik kan me voorstellen als je denkt aan Noordwijk, Scheveningen, ik noem maar even wat, als het gaat om uitgaan, dat dat natuurlijk plaatsen zijn zeg maar waarmee het ook handig om te overleggen en dat zelfde beleid te voeren. Burgemeester Wienen: Ja. Dat klopt.
De maatregelen waren tot nog toe per veiligheidsregio, maar ze waren ongeveer identiek overal. Maar je brengt ook je eigen punten in. En een van de dingen waar wij onze inbreng
6
in hadden en vaak die coördinatie met Midden-Holland, daar valt Noordwijk onder. Dat is van: hoe zit het met de stranden en hoe gaan we daarmee om? De bereikbaarheid, de grote aantallen mensen die daar zeker in de zomer op af kwamen. Moeten we daar bepaalde beheersingsmaatregelen wel nemen of niet nemen? Scheveningen hoort daar ook bij. En dan merk je ook dat soms regio’s daar dan toch, ondanks het feit dat ze allebei met dezelfde dingen te maken hebben, er toch weer wat anders inzitten. Maar dit waren discussies waar het grootste deel van de andere regio’s nou niet direct bij betrokken was. En wat wij dan doen, dat is dat de burgemeester, want die is altijd het meest geïnformeerd en het meest betrokken zeg maar binnen zo’n veiligheidsregio. In dit geval was dat de burgemeester van Zandvoort, daarnaast die van Bloemendaal en Velzen, want we hebben een aantal stranden in onze regio. Maar Zandvoort speelt een prominente rol daarin. Die heeft ook contact met zijn collega in Noordwijk, die brengt in ons beraad bepaalde zaken in. En dat gaat via onze regio en ook de regio Midden-Holland dan naar het veiligheidsberaad. En soms leidt dat ook tot aparte maatregelen die daarmee te maken hebben. De voorzitter: Mijnheer Linder. De heer Linder: Met die nieuwe wetgeving die nu in kracht is getreden vandaag.
Is dat meer bevoegdheid naar de burgemeester teruggelegd? Wat is de speelruimte daarin? Burgemeester Wienen: Op dit moment zo ongeveer nul. Dus het klinkt heel mooi, maar het is gewoon in alle eerlijkheid, het is heel bescheiden. En hoe komt dat? Het kabinet heeft op een gegeven moment een soort routekaart gemaakt en gezegd van: wij onderscheiden verschillende fases. En als het ernstig of zeer ernstig is, dan zijn er eigenlijk geen uitzonderingen mogelijk. Dan vinden we, dan moet het eigenlijk overal gelden. Nou, dat is de fase waar we in zitten en in blijven hangen, helaas. En dat betekent dat op dit moment de lokale speelruimte minimaal is. Maar het is denkbaar dat als de maatregelen uiteindelijk toch een effect hebben, dat het verder naar beneden gaat, dat er dan een situatie ontstaat waarbij gezegd wordt van: nou, de verschillen in het land zijn vrij groot. Dat is op dit moment trouwens ook zo. Maar goed, omdat de situatie op veel plekken zeer ernstig is, dan wordt er gezegd: dan mag dat niet een te grote rol spelen. Maar als je ziet dat er in Friesland bijna geen of veel en veel minder besmettingen zijn, dan zeg je van: ja, dan is er ook wel wat ruimte om wat afwijkende maatregelen te hebben ten opzichte van bijvoorbeeld Rotterdam, waar gigantisch ernstig is de situatie. Dus ik verwacht dat daar wel wat meer van gaat komen. Maar op dit moment is die speelruimte minimaal.
De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ook dank voor deze bijeenkomst, om ons even bij te praten. En het is voor mij glashelder hoe die wet in elkaar zit en wat de speelruimte is van de gemeenteraad. En het lijkt mij goed om niet zoals het Rijk vaak doet dubbele boodschappen mee te geven, dus gewoon ook te zeggen van hoe het is. Ik bedoel, als je als premier Rutte zegt van: blijf thuis, maar u kan op vakantie gaan. Dan geef je een dubbele boodschap af. En ik denk heel vaak van dat soort dubbele boodschappen. Dus het lijkt mij ook goed voor Haarlem, voor de burgemeester, maar ook voor deze commissie, dat we in ieder geval duidelijkheid scheppen. En ja, mij is het glashelder van hoe het er nu voorstaat. Dank u. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag. Ik ga het rijtje af. Mijnheer Amand, gaat uw gang. Dan ga ik eerst even naar mijnheer Van Reenen, gaat uw gang. O, moment, we hebben ook een digitale deelnemer, mijnheer Van den Raadt. Die is via Teams aanwezig. Mijnheer Van den Raadt, gaat uw gang.
7
De heer Van den Raadt: Even kijken. Kunt u mij horen? Dat is de belangrijkste vraag. Kunt u mij horen? Hallo? Kunt u mij horen of niet? ‘…’ . De heer Amand: Nu wel. Een vraag heb ik enkel, dat is een hele goede denk ik. Mondkapjes worden belast met BTW, waarom gebeurt dat? De mensen hebben het al heel erg moeilijk in Haarlem en omstreken. Waarom gaan we dat nou zo doen? Als we nou alles in de hand willen houden, dan moeten we daarmee beginnen. Ik heb al vanaf januari dat bij de burgemeester ook al geroepen: mondkapjes verplicht, mondkapjes verplicht. Nou zijn ze er en dan hoor ik van de mensen om me heen, en dat zal u zelf ook wel horen, dat je dus de BTW op die mondkapjes. Nou, dat vinden wij van Trots Haarlem natuurlijk helemaal niks. Want de mensen hebben het al moeilijk. Dus ik wou toch even vragen aan de burgemeester: wat gaat u daaraan doen? Den Haag is heel groot, lees je en hoor je op televisie. Maar het is niet zo groot als wij het zouden willen zien. En eerlijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Amand. Even voor de duidelijkheid, het valt een beetje buiten de scope van deze bijeenkomst. Het is een prima vraag op zich, maar die had u ook kunnen stellen bijvoorbeeld bij het vragenuurtje, maar ik sta hem maar even toe. Burgemeester, wil u daarop antwoorden? Burgemeester Wienen: Ja, ik moet eerlijk zeggen dat ik het gevoel heb dat het een redelijk marginaal punt is.
Omdat op heel veel plekken mondkapjes op niet beschikbaar gesteld worden. Natuurlijk worden ze dan wel betaald, maar niet door de consument. Bovendien zijn er ook heel veel mensen ondertussen die met stoffen mondkapjes werken, die je kunt wassen. Dus ik heb ook de neiging om te zeggen van, ik wil best eens een keer vragen van: joh, hoe zien jullie dat met BTW tarief? Maar ik zie het niet als een echt probleem. De heer Amand: Mag ik een vervolgvraag even stellen, voorzitter? Als u het niet erg vindt. Het is natuurlijk wel zo, er zijn een heleboel mensen die hebben het al heel erg slecht en die moeten dan dubbelop gestraft worden. Want als ze natuurlijk een supermarkt in gaan, dan moeten ze wel een mondkapje kopen als ze het niet kunnen betalen. En als het maanden of een halfjaar nog duurt, dan wordt het toch nijpend. Dus denk daar wel over na. Burgemeester Wienen: Ik zou iedereen in die situatie aanraden om een stoffen mondkapje te nemen en met grote regelmaat te wassen. Dat is in principe gewoon een aanvaardbare vorm. De heer Amand: Dat is mijn vraag niet. Waarom zit die BTW erop? De voorzitter: Ja, mijnheer Amand, dat is volgens mij als je iets verkoopt, dan gaan er BTW overheen. Dat lijkt mij een logisch antwoord. Maar goed, misschien wil u die nog een keer stellen bij het volgende vragen uurtje, dat kan natuurlijk. Mijnheer Van Reenen, gaat uw gang.
De heer Van Reenen: Dank u wel, voorzitter. Jouw Haarlem heeft de documentatie gelezen, hebben drie vraagjes. We lezen over de verruimde openingstijden van supermarkten, in met name de avond. Dat is mooi in verband met de spreiding en zo. Maar wij begrepen dat ze op dit moment eerder open zijn dan in deze verruimde tijden wordt aangegeven. En dat er dus eigenlijk een uur vanaf wordt gesnoept ’s ochtends. Dat vinden we vreemd, ook omdat het Rijk aangeeft: ’s ochtends graag de aparte tijden voor oudere mensen te hebben en zo. Dus mijn vraag aan de burgemeester is uit te leggen hoe dat zit. En dan lezen wij dat met name een toename van twee bedrijven genoemd worden voor wie de herbestemming van een oorspronkelijke horecafunctie is goedgekeurd. Namelijk beide met kerstbomen en met gedistilleerde rijproducten. Mijn vraag is of de herbestemming van café Luggosis tot platenzaak officieel is goedgekeurd door het college. En zo niet is
8
de vraag of dat alsnog kan gebeuren. En dan tot slot de vraag: welke andere regio, naast Kermeland, afgestapt is van grip 4. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Reenen. Even een kleine terzijde. Er is een bijeenkomst geweest, een consultatie, vorige week vrijdagavond. En daarin zijn deze punten aan de orde gekomen, punt 1 en punt 2. Dus het is jammer dat u daar niet bij was of dat u niet op de hoogte bent gesteld van deze bijeenkomst of van de uitkomsten hiervan. De heer Van Reenen: Dat ben ik wel, voorzitter. En ik stel deze vragen naar aanleiding van het verslag van die bijeenkomst. De voorzitter: Goed. Dan herhaal ik, ik vind het prima, maar dan haal ik nog een keer … Eigenlijk had ik me voorgesteld dat deze bijeenkomst precies niet over deze zaken zou gaan, maar over de manier waarop de raad geïnformeerd zou worden. Maar nogmaals, de burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja, die verruimde openstelling, die heeft geen beperking voor uren die toch al gebruikt kunnen worden. Dus het is een misverstand als daar de indruk zou ontstaan dat die vroege openstelling niet mogelijk is. Dat is gewoon regulier mogelijk. Waar het om gaat is hoe je buiten het reguliere om, bij een aantal beperkingen die de wet kent, zegt van: oké, dan geven wij toch mogelijkheden.
Bijvoorbeeld door op feestdagen waar de winkel geloof ik om 7 uur ’s avonds dicht moet, of om 6 uur, ik weet niet precies, te zeggen dat die tot 10 uur open kan blijven. De heer Van Reenen: Dan is dat misverstand ontstaan doordat in het document staat dat ze van 8 tot 10 open mogen zijn nu. Burgemeester Wienen: Ja, niet open mogen, maar dat is op twee dagen. Dat is op Eerste Kerstdag, meen ik, en op Nieuwjaarsdag. Maar goed, in ieder geval ook die specifieke dagen, maar alle andere dagen gelden gewoon de normale regels. De heer Van Reenen: Bij mijn weten staat er in het document dat dat nieuw is, dat ze van 8 tot 10 open mogen zijn buiten om de feestdagen. En anders van 10 tot 10. Burgemeester Wienen: Nee, nogmaals: het gaat om aanpassingen in een periode waarin er andere regels gelden. Maar de gewone regels, daar zitten wij verder niet aan. De heer Van Reenen: Dat klopt, dat gaat over de komende drie weken. Burgemeester Wienen: Maar ik zal het even voor u natrekken. In ieder geval hebben wij geen beperkingen aangebracht ’s morgens op de gewone reguliere tijden. Dus ik check het nog even voor u, maar dat is zeker niet de bedoeling geweest van het college. En het is wel in het college geweest, die maatregelen. Dus datgeen wat u te horen hebt gekregen, dat zijn besluiten die het college genomen heeft nadat ik met u van gedachte daarover heb gewisseld.
En dat afstappen van het grip 4 hebben wij dus ook niet gedaan. We hebben gezegd: we gaan er geen punt van maken, het heeft geen betekenis, wij zijn er niet voor. Maar ja, als de anderen dat met alle geweld zo willen laten, dan zij het zo, alleen het betekent niks. En de andere regio die er net zo over dacht was Middelland.
9
De heer Van Reenen: Dank u wel, dan blijft over de vraag over dat café. Dat het een platenzaak is geworden. Hebben ze daar officieel toestemming voor gehad van het college? Zo ja, kan dat alsnog? Burgemeester Wienen: Even, … De heer Van Reenen: Ik wil de vraag wel even herformuleren. In het document dat ik las staat dat met name toestemming is verleend voor herbestemming vanaf café bestemming voor twee zaken, namelijk voor beide met de kerstbomen en de rijproducten. En nou weet ik dat café Lugosis een platenzaak is geworden. Mijn vraag is of die daar officieel toestemming voor heeft gekregen. Burgemeester Wienen: Ik denk dat dat kan. Want wat we gedaan hebben als college is dat wij een aantal regels hebben opgesteld, waarbinnen het kan worden verleend. En dat dat in ambtelijk mandaat kan worden gedaan. Dus die eerste twee, die zijn in het college geweest. Wij hebben gezegd: wij hoeven niet iedere particuliere vraag van een ondernemer hoeven wij in het college te bespreken. Wij stellen de spelregels vast en daarbinnen kan er dan toestemming worden gegeven. De heer Van Reenen: Helder, dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Wisse gaat. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Twee vragen voor de burgemeester.
Als het risiconiveau straks weer in onze regio omlaag gaat, en u kunt weer lokale maatregelen treffen, kunt u dan uitleggen wanneer u ons zal consulteren en wanneer informeren? Want bij het afstemmingsmoment, wat we anderhalve week geleden hadden, toen waren er vier punten. En voor mij was het niet helemaal duidelijk waarom het niet gewoon vier consultatiepunten waren, wat nou de reden was dat ze op twee punten het besluit was genomen. En de andere vraag die gaat ook over de supermarkten, de verruiming van de openingstijden. Ik zag dat supermarkten tot 10 uur open mogen zijn en andere winkels tot 8 uur. Maar we hebben nou net zo’n mooie campagne koop lokaal. Waarom mogen die lokale ondernemers dan ook niet tot 10 uur open zijn, als ze dat kunnen behappen in hun eentje of tweeën. Dank u wel. De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Wienen: Ja, wat de eerste vraag betreft, ik denk dat die dingen normaal gesproken in de toekomst, dat zullen we althans ons uiterste best voor doen, samenlopen. Dus je informeert en vraagt vervolgens van: hoe kijkt u daarnaar? Dus de informatie gaat over van: dit zijn maatregelen die voorgeschreven zijn, dit is de bandbreedte. En hoe kijkt u naar die bandbreedte? Dus dat zijn dan niet twee verschillende acties, maar het ligt direct in elkaars verlengde.
Mevrouw Wisse: Ja, bij het afstemmingsmoment was ons uitgelegd dat we niets meer te zeggen hadden over de twee informatiepunten, want daar had het college of de burgemeester al over besloten. Dus ik kreeg daar niet de indruk, hoewel we dat allemaal toch deden, dat we daar ook nog over geconsulteerd werden. Maar als we in feite altijd geconsulteerd worden, dan vind ik dat natuurlijk hartstikke fijn. Burgemeester Wienen: Kijk, die keer op vrijdagavond was ook met elkaar zoeken van: hoe kunnen we dit doen? Wij hadden tot nog toe een ander regime. Binnen dat regime was ook door de raad gezegd: wij willen graag zo veel mogelijk betrokken worden en informatie krijgen. Om die reden hebben we in ieder geval gezegd van: alle maatregelen die er nu spelen, ik zou even moeten kijken welke het ook alweer waren, die
10
geven we in ieder geval informatief door. En er zijn er een aantal waar nog een formeel besluit over moet komen en daar wil ik graag dan horen hoe de commissie daarnaar kijkt, want dan nemen we dat mee. Maar dat had toen dus niet zo zeer een principieel karakter van: dit is iets voor informatie en dat is iets voor consulteren. Maar het was het praktische van dat moment van: wij moeten nu gaan proberen naar een andere manier van omgang te gaan. En dan moeten we op heel korte termijn bij elkaar kunnen komen, dan informeer ik over dingen die spelen. In dit geval waren dat twee dingen die al liepen. En twee andere dingen die nog besloten zouden worden, en waarvan we het zinnig worden om eerst de commissie te vragen, hoe kijkt u daarnaar? Mevrouw Wisse: Maar die twee dingen die al liepen, dat ging toen over het fietsverbod bij de Gierstraat en de campagne koop lokaal. Daarvan denk ik dan van: waarom zijn we daar dan niet eerder over geconsulteerd? Burgemeester Wienen: Ja, ik zei al: het is zoeken. Voor wat betreft die campagne, dat is eigenlijk, daar hebben wij nog een discussie over gehad met het bedrijfsleven. Want die zeiden van: het is toch een beetje raar, wij kunnen toch gewoon zelf, als wij ons maar aan de regels houden, dan kunnen wij zelf campagne voeren. Het is toch een beetje wonderlijk dat u daar kennelijk een opvatting over hebt.
En wij hebben gezegd, de wethouder economische zaken, Robert Berkhout en ik, van: je hebt wel een punt. Dus wij moeten met elkaar nog eens even kijken van: moeten wij eigenlijk daarover wel willen gaan? Want het is uiteindelijk hun eigen vrijheid om campagnes te voeren. Hooguit kunnen we het ondersteunen, dat geeft ons een positie. Ten aanzien van die fietspaden, ja, dat had gekund. Dat was een beetje, het hing samen met het feit dat het voor een bepaalde periode was besloten. Die periode die liep af, dus de evaluatie die was in het college. En toen heeft het college inderdaad gezegd: daar nemen we dan een besluit over. En ja, dan moet ik u niet daarna doen alsof u geconsulteerd wordt, terwijl het besluit al genomen is. Dus vandaar dat ik het een informatiepunt heb genoemd. Maar u heeft wel een punt. Ik denk dat wij scherper in de toekomst dit soort zaken ook aan de voorkant willen meedelen, zodat u de kans hebt om er ook wel een opvatting over weer te geven. Mevrouw Wisse: En dan mijn tweede vraag nog. U heeft net gezegd: wij ondersteunen van harte, ook namens de wethouder economische zaken, die koop lokaal campagne. Waarom mogen die winkels, die lokale winkels, dan niet tot 10 uur open zijn en de supermarkten wel? Burgemeester Wienen: Dat is een afweging. En u heeft het via de media kunnen volgen, het afgelopen weekend met de Black Friday.
Je wil aan de ene kant, en dat was ook het idee van die actie. Je wil mensen zeggen van: joh, als je koopt, koop dan lokaal. Maar je wil voorkomen dat er een beeldvorming gaat ontstaan rond de feestdagen van: kom nou massaal naar de winkels en dan gaan we daar eens heerlijk inkopen doen. er zijn er ook die zeggen van: je moet daar eigenlijk mee gaan kappen, want het wordt veel en veel te druk. Nou, dan zijn er weer anderen, dan kom je precies in die discussie waar de een zus denkt en de ander zo. Die zegt van: joh, dat moet je niet overdrijven, want er zijn maar heel weinig besmettingen die terug te voeren zijn op winkels. Zoveel meningen. Wij hebben gezegd van: het is in de praktijk wordt het niet gevraagd. Want we hebben gereageerd op de vraag, als winkels zeggen: wij willen graag langer open. Dat zijn supermarkten, die zien daar mogelijkheden. Ik heb geen vraag in Haarlem gezien van winkels die zeiden van: wij willen in die periode tot ’s avonds 10 uur open zijn. En als die vraag wel komt, dan is onze benadering: daar moeten we echt mee uitkijken, want er moet niet gaan gebeuren wat wij ook gehad hebben in de shopping night. Dat was tot ’s avonds, en toen heb ik van handhaving een aantal keren rapportage gehad van: het wordt echt te druk in de binnenstad ’s avonds. De voorzitter: Mevrouw Wisse.
11
Mevrouw Wisse: Nou ja, ik zou dan toch echt de keuze maken om de supermarkten om 8 uur dan ook te sluiten. Want als je een campagne hebt voor lokale ondernemers en je stelt de supermarkten tot 10 uur open. Ja, ik begrijp niet zo goed, in plaats van de een dan omhoog te brengen, breng de ander dan omlaag, zou ik zeggen. Maar goed, er is kennelijk geen vraag geweest vanuit lokale ondernemers zegt u. Ja, ga je gang. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Ik wil even de mogelijkheid geven aan mijnheer Van den Raadt om in de herkansing nog een keer een poging te wagen. Mijnheer Van den Raadt, als het nu niet lukt, dan bent u af. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Ik heb mijn mooiste stem opgezet, voorzitter. Hoort u het? De voorzitter: Ja, klinkt fantastisch, mijnheer Van den Raadt. Gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Eigenlijk ook een beetje in het verlengde van de PvdA over het consulteren. Kijk, er was volgens mij afgesproken dat we 10 uur na iets belangrijks geconsulteerd zouden worden. En we zitten nu op 1 december over wetgeving die vanochtend is ingegaan. Dus hoe zit dat eigenlijk precies? Vraag 2 is, ik lees in de media dat handhaving en politie zeggen: zeker de eerste week kunnen wij mondkapjesplicht niet handhaven, kunnen wij geen boetes uitschrijven wegens de capaciteit.
Kan de burgemeester ingaan op mijn eeuwig terugkerende vraag, en daar dan niet de eeuwig terugkerende belofte op geven om dat binnenkort te gaan bespreken, maar dan nu. Hoe zit het met de capaciteit van handhaving? En als we nu alles gaan handhaven van corona gerelateerd, wat gaan ze dan niet doen? Even kijken. Vraag 3, dat gaat over die online VRK-meeting. Nu is de burgemeester weer de baas, maar tijdens die VRK-meeting werd er gezegd, werd er in ieder geval gesuggereerd, dat de mondkapjesplicht boven de zorgplicht gaat. En daar viel ik eigenlijk nogal een beetje van mijn stoel, toen ik dat hoorde. En kunt u vertellen hoe dat zit? Want er werd gesuggereerd dat als jij een mondkapje weigert te dragen in een ziekenhuis, dat je dan, ik weet niet door wie, maar misschien door een stel sterke jongens het ziekenhuis uitgezet wordt. En dat je dan niet je kan beroepen op de zorgplicht. Nou, dat vond ik nogal opmerkelijk. Dus ik hoor graag hoe dat zit. En zeker als mensen naar de eerste hulp gaan, kunnen die dan ook zorg geweigerd worden met deze nieuwe wetgeving? De voorzitter: Dank u wel, meneer Van den Raadt. Burgemeester. De heer Van den Raadt: Ja, ik was nog niet klaar, voorzitter. De voorzitter: U was nog niet klaar, meneer Van den Raadt? De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik had vier vragen. Dus nee, ik had vier vragen.
De RIVM heeft natuurlijk in het begin gezegd dat mondkapjes niet helpen en dat het geen nut heeft. Nu is het wel verplicht. In de medische wereld wordt gezegd: het enige masker wat helpt is die FFP2 maskers. En die medische maskers die nu iedereen moet dragen, die helpen eigenlijk niet. Dus wat is eigenlijk het nut van deze mondkapjesplicht? En zou dan niet de FF2 masker verplicht moeten worden? Dat was het, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, misschien hoort u het gemor hier vanuit de raadszaal, daar sluit ik me volledig bij aan. De vraag die u nu stelt zijn echt bij uitstek heel erg geschikt, maar echt ook echt heel erg geschikt voor een vragenuurtje en minder geschikt voor deze bijeenkomst, die toch iets meer van bovenaf kijkt naar de hele situatie, naar de wetgeving en naar de mandaten van college en raad. Ik geef de burgemeester de mogelijkheid om te antwoorden. Mochten er vragen zijn die hij op dit moment niet kan
12
beantwoorden, dan heb ik daar alle begrip voor. En u kunt ze nogmaals stellen tijdens het vragenuurtje aanstaande donderdag. Burgemeester, gaat uw gang. De heer Van den Raadt: Voorzitter, in het vragenuur krijg je meestal geen antwoord op deze vragen. Want die eerste vraag heb ik al drie keer in een vragenuurtje gesteld. Dus daarom doe ik het nog een keertje hier. De voorzitter: Burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ja. Nou, wat de eerste betreft. Ik vind dat als die wetgeving vanmorgen is ingegaan en wij zitten hier vanavond, op overigens keus van de commissie, want wij hadden een commissievergadering. Toen is er gezegd van: dit gaat er aankomen, laten wij daar tijdig over vergaderen. Toen heb ik afgesproken: er komt een webinar op 24 november. En toen is er gezegd: dan willen wij rond 1 december, maar niet wachten tot de volgende commissie, maar rond 1 december willen we om de tafel zitten. En dat is 1 december geworden, dus ik denk: ja, wat is het probleem? Het tweede, dat is de handhaving van de mondkapjesplicht. Ik heb al vaker gezegd: als er gezegd wordt door mensen van vakbonden of iets dergelijks van: ja, dat kunnen we niet of dat doen we niet. Die gaan er gewoon niet over. De handhavingsprioriteiten, die worden bepaald door het bevoegd gezag.
Wat wel waar is, dat is: er is onvoldoende handhaving om alle regels die wij in dit land bedacht hebben te handhaven. Daar heeft u altijd gelijk, u zult dit punt zult u ook altijd kunnen blijven maken. Dus op dat punt, daar zeg ik gewoon helder: er zal nooit zoveel handhaving zijn dat wij alle regels kunnen handhaven. Coronaregels hebben op het ogenblik een hoge prioriteit. Binnen corona kijken we ook naar wat de zaken zijn waar we extra aandacht aan geven. En het lijkt mij heel erg logisch als je met een maatregel nieuw begint, dat doen we altijd, dat hebben we bij andere coronamaatregelen ook gedaan. Je begint met aanspreken, daarna ga je waarschuwen en pas daarna komen er stevige handhavingsinstrumenten. En dat is nu ook de bedoeling. Of het zinnig is of niet zinnig is, ik ga die discussie nu niet voeren. Ik heb er natuurlijk ook net als u het een en ander over gelezen. Ik constateer dat het inderdaad hoort bij de maatregelen waarvan je kunt zeggen van: wonderlijk dat een halfjaar geleden gezegd werd van, het heeft niet de prioriteit, we gaan dat nu niet doen want het biedt te weinig echte bescherming. En dat het nu verplicht wordt. Nou, ik wil best die discussie een keer met u voeren. Maar ik heb net uitgelegd dat mijn rol is dat de maatregelen, die worden opgelegd, die zal ik zo veel mogelijk uitleggen en verdedigen. En daar hoort nu dus ook de mondkapjesplicht bij.
Het is niet mijn rol om hier publiekelijk de voors en de tegens te gaan bespreken. Ik constateer gewoon: het is een plicht, dat is gebaseerd op adviezen die gegeven zijn landelijk. En wij proberen daar zo goed mogelijk handen en voeten aan te geven. De heer Van den Raadt: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Nee, mijnheer Van den Raadt, ik ga even door naar de volgende. De heer Van den Raadt: Voorzitter, wat is dat nou? Ik krijg geen antwoord. De voorzitter: De volgende vragenstellen, mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant dank voor het organiseren van deze bijeenkomst. Er zijn al wat vragen gesteld, ik heb er zelf een aantal. Even kijken, u zei van: ja, bij het consulteren, daar gaan we niet stemmen, we gaan geen koppen tellen dus. Dat bleek ook. Vorige week vrijdag natuurlijk lag er dus een vraag vanuit, ja, u noemt het supermarkten, ik noem het beursgenoteerde multinationals, die vroegen van: ja, kunnen we alsjeblieft die openingstijden verruimen? Nou, er waren drie partijen die zeiden: ja, alsjeblieft, laten we die multinationals ondersteunen. En geloof ik een partij die
13
verbond er wat voorwaarden aan. En er waren vijf partijen die toch wel eigenlijk hele sterke argumenten te berde bracht, allemaal verschillende argumenten, waarom we dat eigenlijk niet zouden moeten doen. Dat we als overheid zouden moeten zorgen voor een gelijk speelveld en onze Mkb’ers op die manier moeten beschermen. Dus ja, mijn vraag is van: wat heeft u dan precies met die informatie gedaan? Hoe heeft u dat dan verwerkt? En nou, hoe is die afweging dan gegaan in het college? Daar ben ik wel benieuwd naar. Want daar ligt ook in het verlengde van: wat is dan dus het verschil tussen consulteren en informeren? Want als ik namelijk weet dat u, nou ja, een beetje naar gelang wat aan cherry picking doet. Nou ja, dan hoef je er misschien niet altijd je vrijdagavond voor vrij te houden. Dus daar ben ik dan wel benieuwd naar. En dan eigenlijk ook, waar ik dan ook wel benieuwd naar ben. Want dan wordt er dus om consultatie gevraagd aan ons. En dan is de documentatie die we krijgen, dat is dan een mailtje van zes zinnen. En daar staat eigenlijk dus ook alleen maar dat ene argument van die multinational in. En dan denk ik: ja, maar er zijn zoveel tegenargumenten ook in te brengen, maar die moeten we dan zelf verzinnen.
Dus op basis waarvan, van welke documentatie geven we dan die consultatie? En dan mijn laatste vraag is van: ziet u ook nog mogelijkheden om ons wel als gemeenteraad wel een stem te geven in de besluitvorming? Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Rutten. Wilt u niet even het antwoord van de burgemeester afwachten? De heer Rutten: Nou, ik heb een interruptie op mevrouw De Raadt. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Rutten: Maar ja, misschien … De voorzitter: Ja, het is een beetje een eigenaardige vergadering, maar ik sta het toe. De heer Rutten: Ja, mevrouw De Raadt, wil u dan, en daar is best over te spreken, maar wil u dan voortaan bij alle collegevoorstellen ook de tegenargumenten hebben? Dus de dingen die het college niet voorstelt. Want dat is waar u feitelijk nu om vraagt. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Nou, daar legt u dus inderdaad precies de vinger op de juiste plek. Want ik zag het inderdaad meer als een collegevoorstel aan ons. Het college had namelijk een argument, dat was het argument van de multinationals. Dat werd bij ons neergelegd. En vervolgens moesten wij zelf tegenargumenten verzinnen op het moment dat we het niet wilden. Maar in mijn ogen is dat geen consultatie. Dat is gewoon het voorgenomen collegevoorstel aan ons voorleggen. En een consultatie zou volgens mij gewoon zijn dat wij objectieve informatie krijgen, voors en tegens.
En vervolgens het debat kunnen doen en dat het college dan pas de afweging maakt. De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Wienen: Bij heel veel onderwerpen is dat denk ik ook de logische gang van zaken. Ik herinner me die vergadering heel erg goed, en ook dat mijnheer Bloem die begon. Die zei van: ja, ik zou eigenlijk veel meer informatie willen. En ik zou willen weten hoe vakbonden er naar kijken, et cetera. En dan consulteer ik gewoon van: dit zijn maatregelen, die worden op hele korte termijn gevraagd. Daar moet je ook op korte termijn een antwoord op geven. Dat leent zich niet voor een procedure waarbij we zeggen: we gaan ambtenaren vrij maken om dat eens op een rij te gaan zetten. Vervolgens hebben we een mooi betoog
14
opgebouwd, we gaan vervolgens allerlei belangengroepen vragen: hoe kijken jullie ernaar? Brengen vervolgens een voorstel bij de commissie. En na de commissie gehoord te hebben gaan we dan nog een keer een besluit nemen. Dit type maatregelen in een crisisachtige sfeer, want dat is waar we het over hebben, vraagt toch een zekere snelheid. Dat wat er nu gebeurd is, sorry dat ik uw naam genoemd heb. De voorzitter: Mijnheer Bloem, gaat uw gang. De heer Bloem: Ja, een duit in het zakje te doen. Want als het gaat om echte crisismaatregelen die snel genomen moeten worden en een snel besluit moet worden genomen, dan heeft u natuurlijk helemaal gelijk. Maar het besluit voor langere openingstijden, dat had echt wel een weekje later gekund. En dan had u de fracties de ruimte gegeven om erover na te denken. Dus ik vind het echt flauw en ik vind het eigenlijk, ik vind het heel erg dat u de crisis erbij haalt om dit besluit, wat best even later had gekund, te verantwoorden. Nee, hier had best de tijd voor genomen kunnen worden. U heeft de keuze gemaakt om het niet te doen, prima. Dat is uw stijl. Maar dat is het dan ook. De voorzitter: De burgemeester. Burgemeester Wienen: Dat is goed. Maar ik hou het erop, we hebben hier te maken met een situatie waarin mensen als gevolg van de crisis waar we in zitten vragen van: mogen we dit, mogen we dat.
Die willen daar graag wel snel antwoord op, omdat ze zich daar ook op voorbereiden. Het is niet zo, kijk, in de beeldvorming, weet je ... Mevrouw …: Dit heeft niks met corona te maken. Ze vragen elk jaar om langere openingstijden. Dus dit had u kunnen weten. De voorzitter: Duidelijk, u heeft uw punt gemaakt. Burgemeester. Burgemeester Wienen: Kijk, ik vind dit onderwerp ongelooflijk interessant. En ik zou daar ook graag forse discussies over voeren. Maar waar het nu om gaat, dat is: er is een vrij simpele vraag. Mogen wij langer open zijn, ja of nee? En daar heeft het college na geluisterd te hebben naar wat er in de commissie gezegd is, van: we geven een zekere ruimte, maar die is beperkt. Er is gevraagd om tot 12 uur ’s nachts open te mogen zijn. Het antwoord was: gaan we niet doen. Er is gevraagd om op een aantal dagen, feestdagen, ’s morgens van 8 tot 10 open te mogen zijn. Toen hebben we gezegd: jongens, die bijdrage is marginaal, vinden we eerlijk gezegd niet voldoende van belang, gaan we niet doen. Maar we geven wel wat extra ruimte vanuit het idee: het is een drukke maand, je kunt het beter spreiden. Dat zijn de afwegingen, die zijn in dat overleg. En misschien zou het toch interessant zijn om dan nog een keer terug te luisteren, voor mij en voor u.
In dat overleg bleek, er zijn een paar partijen die hebben dit punt, want u framed het ook door het te hebben over multinationals. Want er zijn geen vragen gesteld over multinationals. Mevrouw …: Ahold is een multinational. Dat is een beursgenoteerde multinational. Burgemeester Wienen: Het is volgens mij, ik vind het hartstikke interessant, en misschien ben ik het zelfs nog wel met u eens. Maar waar het om gaat, dat is: er zijn een aantal winkels die hebben iets gevraagd, wij moeten daar antwoord op geven. Er is in de commissie zijn er een aantal overwegingen gegeven. Die gaven het college de ruimte om niet heel toeschietelijk te zijn en te zeggen: je krijgt allemaal wat je wil. We doen dat met een zekere terughoudendheid. En in die commissievergadering, in die consultatie, hebben de meeste partijen gezegd: nou ja, we zitten wel in een crisis, dus misschien voor deze situatie kan het wel. Dus ik zou u
15
aanraden om het gewoon nog eens een keertje goed te bekijken. Want volgens mij hebben wij wel degelijk heel goed geluisterd naar wat er gezegd werd. Alleen het was niet precies wat u zei, dat is waar. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Nee, er waren echt meer partijen tegen dan voor, dat staat ook in het verslag. Maar goed, laten we dit maar even afsluiten. Mijn overkoepelende vraag was dus van … Burgemeester Wienen: U begint nu weer de vraag te herhalen. Ik wil het antwoord geven. Mevrouw De Raadt: Omdat ik nog geen antwoord heb gekregen. Burgemeester Wienen: Nee, natuurlijk. Ik bedoel, ik heb mijn eerste vraag heb ik gehad. De tweede vraag ging over documentatie, mag ik die beantwoorden? Mevrouw De Raadt: Ik dacht dat u al klaar was. Maar als u mijn vraag wel wilt beantwoorden, heel graag. Burgemeester Wienen: Nee, helemaal niet. De voorzitter: Burgemeester, gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Ik was absoluut niet klaar. Maar u zei: ik wil u onderbreken. Documentatie, daar heeft u helemaal gelijk in. Ik heb gezegd tegen de medewerkers van: jongens, zoals dat nu gegaan is. Het is ook een beetje zoeken. Dat heb ik net ook uitgelegd. Maar ik vind: je moet wel een wat beter kader hebben als je dingen voorlegt. Dit is zo, zo’n klein beetje informatie. Dat is gewoon te weinig.
Dus u kunt verwachten dat in de toekomst in ieder geval een betere documentatie, net even wat meer informatie, mee gestuurd wordt als dit hele korte stukje wat u nu gehad heeft. En waarom is dat nu wel gebeurd? Omdat, wat ik al een paar keer gezegd heb, het echt zoiets was op donderdag van: kunnen we niet eerst eventjes voordat dat donderdag in het college komt nog even met de commissie sparren? Ik bel de voorzitter. Ik vraag aan de voorzitter: wat vindt u? Kan dat op vrijdagavond? De voorzitter zegt ja. De commissie wil graag geïnformeerd worden. Laten we het op vrijdagavond doen. Toen is er direct heel kort een briefje getypt van die paar regels. En uw kritiek daarop is dus terecht. En in de toekomst doen we dat uitgebreider. Ziet u mogelijkheden wel een stem te krijgen in besluitvorming? Ik denk zeker dat er ook onderwerpen zijn waarbij dat heel goed kan. Dan heeft het niet te maken met heel directe crisisbestrijding met een crisisachtig karakter. Of het heeft niet te maken met de ruimte die de minister geeft. Maar het heeft veel meer te maken met de eigen lokale keuzes die je wilt maken. Bijvoorbeeld om bepaalde steun te geven of bepaalde middelen vrij te maken, et cetera. Dat zijn zaken waar u helemaal gewoon in charge bent.
De voorzitter: Mijnheer Rutten, u had nog een opmerking? De heer Rutten: Ja, ik heb nog een vraag aan mevrouw De Raadt die volhardt in haar framing over multinationals. Ik wil. Mevrouw De Raadt, bent u ermee bekend dat er een grote zelfstandige ondernemer in Haarlem actief is als zelfstandige ondernemer binnen de Albert Heijn formule? En dat dat ook voor de Jumbo’s bijvoorbeeld geldt. AH Vos opereert hier in deze regio, brengt daar werkgelegenheid. Is een Haarlemse zelfstandige ondernemer. Is geen beursgenoteerde onderneming. Is geen multinational. De voorzitter: Waarvan akte. Ja. Mevrouw De Raadt, gaat u maar antwoord geven dan.