20200774230 2. Bijlage 1 Rapportage Combinatiefunctionarissen in Haarlem, 213a onderzoek naar de inzet, doeltreffendheid, successen en verbeterpunten
Tekst van het document
COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN HAARLEM 213a-onderzoek naar de inzet, doeltreffendheid, successen en verbeterpunten
Coördinatie: Lisette Goudsmit, afdeling Concerncontrol gemeente Haarlem Rapportage: Mascha Kunst, MK Onderzoek en Advies
Met dank aan: Alle lokale partners en hun combinatiefunctionarissen, medewerkers van de gemeente Haarlem en overige betrokkenen die hun medewerking hebben verleend aan het onderzoek in de vorm van een interview of anderszins.
Haarlem, juni 2020
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
3
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor het onderzoek 1.2 Vraagstelling van het onderzoek 1.3 De onderzoeksaanpak 1.4 De opzet van het rapport
7 7 7 8 10
2. LANDELIJK EN LOKAAL BELEID 2.1 Landelijk beleid 2.2 Haarlems beleid
11 11 14
3. ORGANISATIESTRUCTUUR 3.1 Bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen en de rol van de gemeente 3.2 Werkgevers en overige betrokkenen 3.3 Cofinanciering
17 17 18 19
4. FORMATIEPLAATSEN, SECTOREN EN OPLEIDINGSNIVEAU 4.1 Aantal formatieplaatsen en personen 4.2 Sectoren 4.3 Opleidingsniveau
23 23 25 28
5. INZET IN DE STAD, TAKEN EN ACTIVITEITEN 5.1 Inzet in de stad 5.2 Taken in het onderwijs, bij sportaanbieders en cultuuraanbieders 5.3 Activiteiten en bereik
30 30 30 33
6. DOELTREFFENDHEID 6.1 Criteria en indicatoren om doeltreffendheid aan af te meten 6.2 Mate van doeltreffendheid conform aangeleverde data voor landelijke monitoring 6.3 Mate van doeltreffendheid conform oordeel geïnterviewden
41 41 42 46
7. SUCCESSEN EN VERBETERPUNTEN 7.1 Successen van de combinatiefunctionarissen 7.2 Verbeterpunten bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties
48 48 50
8. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 8.1 Conclusies 8.2 Aanbevelingen
57 57 63
BIJLAGE 1 GERAADPLEEGDE DOCUMENTEN
68
BIJLAGE 2 GERAADPLEEGDE PERSONEN
72
SAMENVATTING Vanaf 2008 kunnen gemeenten via opeenvolgende landelijke regelingen, deels gefinancierd door het Rijk, zogenaamde ‘combinatiefunctionarissen’ inzetten die de sectoren sport en bewegen of kunst en cultuur combineren met ten minste één andere sector zoals onderwijs, zorg en welzijn. Al sinds de start neemt de gemeente Haarlem deel aan deze landelijke regelingen, zo ook aan de in 2019 gestarte Brede Regeling Combinatiefuncties (2019-2022). De voornaamste doelen van de regeling zijn een leven lang sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken; duurzaam versterken en innoveren van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders/vrijwilligersorganisaties; en lokale verbindingen tot stand brengen en uitbouwen. In opdracht van het college van B&W is een 213a-onderzoek gedaan naar de inzet van combinatiefunctionarissen in Haarlem, de doeltreffendheid, de successen en de verbeterpunten. Ter beantwoording van de centrale onderzoeksvraag en de acht deelvragen van het onderzoek is gebruik gemaakt van informatie uit documenten, cijfermatige gegevens en informatie uit interviews met betrokkenen.
De centrale vraag van het onderzoek is: In hoeverre bestaat er inzicht in de doeltreffendheid van de Haarlemse combinatiefunctionarissen en hoe doeltreffend zijn zij op basis van dit inzicht; wat zijn de successen en eventuele verbeterpunten? Uit het onderzoek blijkt dat de inzet van de combinatiefunctionarissen over het algemeen als doeltreffend wordt beoordeeld en dat er door de combinatiefunctionarissen in de stad veel successen worden geboekt. Er is echter ook ruimte voor verbeteringen bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties. De onderzoeksresultaten en aanbevelingen kunnen benut worden bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties in de komende jaren en mogelijk op punten ook nog input bieden bij de herijking van het cultuur- en sportbeleid in 2020. In 2019 werd er door het Rijk subsidie verleend voor 37,7 fte combinatiefunctionarissen (€20.000 per fte) en zijn in Haarlem 33,05 fte combinatiefunctionarissen (waaronder ook buurtsportcoaches en cultuurcoaches) gerealiseerd die vervuld werden door 88 personen. Met name door de inzet van ‘duurdere’ combinatiefunctionarissen is het gerealiseerde aantal fte in Haarlem lager dan het aantal waarvoor rijkssubsidie werd verleend. Dit is een constructie die sinds 2019 is toegestaan.
De gemiddelde omvang van de functie in aantal uren is in Haarlem per combinatiefunctionaris lager dan landelijk: 0,38 fte in Haarlem versus 0,59 fte landelijk. In Haarlem is het aandeel formatieplaatsen dat qua salarisniveau op of boven het, als richtlijn gehanteerde, landelijke normbedrag van €50.000 per fte ligt hoger dan landelijk (76% versus 53% landelijk). Het Rijk draagt gemiddeld 40% bij aan de financiering, de gemeente 25% en lokale partners 35%. De omvang van de (geschatte) cofinanciering door de eigen organisatie varieert bij de lokale partners tussen (ongeveer) een kwart en bijna drie vijfde en wordt vaak bekostigd middels andere gemeentelijke subsidies en middelen, fondsen, inkomsten van scholen, kinderopvangvoorzieningen en sponsoring. Er is vaak sprake van een sterke vervlechting zowel financieel als inhoudelijk van de Brede Regeling Combinatiefuncties en andere subsidieregelingen. Naast de gemeente Haarlem zijn er zeven organisaties die combinatiefunctionarissen in dienst hebben: SportSupport, Hart, Stichting Sint Bavo (sinds 2020 Stichting Twijs), Bibliotheek ZuidKennemerland, Triple Threat, SRO en De Wereld Kindertheater. SportSupport is met 17,4 fte verreweg de grootste werkgever, gevolgd door Hart met 5,2 fte. De Wereld Kindertheater is met 0,5 fte de kleinste. De meerderheid (58%) van alle Haarlemse formatieplaatsen wordt ingevuld op hboniveau 5.
Dit is conform het landelijke beeld. Ruim een vijfde wordt ingezet op mbo-niveau 3/4 en 3
een vijfde op hbo-niveau 6/plus. Van de combinatiefunctionarissen is 72% werkzaam vanuit de sector sport en bewegen en 28% vanuit de sector kunst en cultuur. Het aandeel combinatiefunctionarissen dat in Haarlem wordt ingezet vanuit de sector kunst en cultuur ligt een stuk hoger dan landelijk (28% versus 17%). Door de Haarlemse combinatiefunctionarissen worden verbindingen gelegd met veel andere sectoren. Gezamenlijk leggen zij met meer sectoren verbindingen dan landelijk het geval is. Haarlemse combinatiefunctionarissen vervullen uiteenlopende taken in het onderwijs (zowel onder als na schooltijd), bij sportaanbieders (met name sportverenigingen) en cultuuraanbieders. De taken van de Haarlemse combinatiefunctionarissen bestaan voor een groot deel uit adviseren, initiëren, organiseren, faciliteren en coördineren bij projecten en processen. Daarnaast worden er door de combinatiefunctionarissen ook uitvoerende taken verricht. Te denken valt aan de begeleiding van activiteiten die in de wijken worden aangeboden en het zelfstandig les geven op een school (bijvoorbeeld muzieklessen, toneellessen en gymlessen). De tijd die aan uitvoerende taken wordt besteed varieert per werkgever en ook per combinatiefunctionaris.
Veel van de in 2019 door combinatiefunctionarissen aangeboden activiteiten hadden als doelgroep kinderen en/of jongeren en werden aangeboden in Schalkwijk en Haarlem Oost en in mindere mate ook in Haarlem Noord. Een aantal lokale partners houdt het aantal deelnemers per activiteit precies bij, anderen doen dat meer globaal. Met de activiteiten worden vaak grote aantallen deelnemers bereikt. Cijfers zeggen echter niet alles, ook het verhaal achter de cijfers is van belang. Een belangrijke meerwaarde van de combinatiefunctionarissen is dat zij bepaalde doelgroepen bereiken met activiteiten op het gebied van sport en bewegen en kunst en cultuur die hier anders (waarschijnlijk) niet mee in aanraking waren gekomen. Met name een aanbod van activiteiten tijdens schooltijd is in deze zin doeltreffend. Hiermee worden alle kinderen, ook kwetsbare kinderen, bereikt. Ook andere (wijkgerichte) activiteiten gericht op specifieke doelgroepen, zoals minder kansrijke en kwetsbare jongeren en ouderen, dragen in belangrijke mate bij aan het verhogen van de participatie op het gebied van sport en bewegen en kunst en cultuur. Geïnterviewden van de gemeente en van werkgevers van combinatiefunctionarissen zijn het er vrijwel unaniem over eens dat de combinatiefunctionarissen (heel) doeltreffend zijn.
Nagenoeg alle werkgevers van combinatiefunctionarissen baseren hun oordeel over de doeltreffendheid op zowel kwantitatieve gegevens als meer kwalitatieve gegevens. Bij de kwantitatieve gegevens gaat het vooral om gegevens die ook opgenomen zijn in de (half)jaarlijkse verantwoordingsrapportages aan de gemeente, zoals deelnemersaantallen, resultaten van tevredenheidsmetingen en soms ook andere gegevens. Bij de kwalitatieve gegevens gaat het vooral om informatie die verkregen is uit gesprekken en observaties, die meer verhalend van aard is en die soms ook in de verantwoordingsrapportages is opgenomen. Alle werkgevers inventariseren meer kwantitatief of meer kwalitatief regelmatig de tevredenheid (en het plezier) van deelnemers aan activiteiten van combinatiefunctionarissen. Net als de geïnterviewden van werkgevers van combinatiefunctionarissen en van de gemeente zijn ook overige geïnterviewde betrokkenen in de stad over het algemeen positief over de doeltreffendheid van de combinatiefunctionarissen. Zij maken daarbij echter ook een paar kanttekeningen met name wat betreft het bereik van kwetsbare kinderen met naschoolse c.q. buitenschoolse activiteiten en de kwaliteit van bepaalde diensten.
De belangrijkste successen van de Haarlemse combinatiefunctionarissen zijn volgens geïnterviewden dat zij een belangrijke bijdrage leveren aan de landelijke en gemeentelijke doelen, er een kwalitatief goed aanbod aan activiteiten wordt gerealiseerd met een kwantitatief en kwalitatief succesvol bereik, dat deelnemers en afnemers van diensten enthousiast zijn en dat de aangeboden activiteiten 4
effect hebben. Geïnterviewden noemen diverse factoren die bij hebben gedragen aan deze successen, onder andere succesvolle samenwerkingsverbanden en samenwerkingsrelaties, de vrijheid en autonomie om als organisatie c.q. als combinatiefunctionaris de eigen werkzaamheden vorm te geven, een duidelijk profiel van de organisatie en herkenbaarheid in de wijk, het bij scholen ondergebrachte werkgeverschap van combinatiefunctionarissen en de daar aangeboden activiteiten, een succesvol en energiek team van medewerkers van combinatiefunctionarissen en combinatiefunctionarissen die echt het verschil maken door de kwaliteiten die ze hebben en door de activiteiten die ze organiseren die nauw aansluiten bij de behoeften en wensen van de doelgroep. Naast de successen zijn door de geïnterviewden ook diverse (vooral procesmatige) verbeterpunten genoemd. Verbeterpunten die het vaakst werden genoemd hebben betrekking op de rol van de gemeente, de (co)financiering, de monitoring en de wenselijkheid van een netwerk van (werkgevers van) combinatiefunctionarissen. Daarnaast zijn diverse andere verbeterpunten genoemd onder andere op het gebied van samenwerking, het bereik van kwetsbare kinderen met naschoolse c.q. buitenschoolse activiteiten, de verdeling van middelen over sectoren en organisaties, de kwaliteit van bepaalde diensten en de kwaliteit en beschikbaarheid van accommodaties en materiaal.
Bij de door geïnterviewden meest genoemde verbeterpunten kan de gemeente een belangrijke rol spelen. De voornaamste aanbevelingen zijn: Een duidelijker gemeentelijke regierol Zowel qua doelen als te bereiken doelgroepen zijn de landelijke en lokale doelstellingen op het gebied van combinatiefunctionarissen vrij breed en omvangrijk geformuleerd. Zeker wanneer middelen beperkt zijn of er sprake is van bezuinigingen, en soms ook bij nieuwe combinatiefuncties, is het wenselijk dat de gemeente een duidelijke prioritering aangeeft qua gewenste taken en activiteiten, te bereiken doelgroepen en resultaatverwachtingen. Ook is soms een duidelijker regierol gewenst bij de definiëring van de rollen van en de taakverdeling tussen betrokken partners. Het onderzoeken van de genoemde verbeterpunten op het gebied van de lokale cofinanciering Het is wenselijk dat de gemeente onderzoekt wat de mogelijkheden zijn wat betreft de door geïnterviewden genoemde verbeterpunten op het gebied van de lokale cofinanciering zoals het verstrekken van meerjarige subsidies en een activiteitenbudget, de betaalbaarheid van bepaalde diensten, simpeler en tijdige subsidieverlening en meer gelijkheid tussen werkgevers qua aandeel subsidie dat door de gemeente wordt verstrekt.
Het verbeteren van de monitoring Het gaat hier met name om het creëren van meer eenduidigheid in de monitoring door de lokale partners en om het doorvoeren van verbeteringen in de door de gemeente aan te leveren gegevens voor de landelijke monitoring door het Mulier Instituut zowel qua volledigheid, met name wat betreft de opbrengsten van de regeling, als qua juistheid. Bij de lokale monitoring gaat het om de definitie van een qua omvang beperkte set kwantitatieve gegevens, waarbij gebruik kan worden gemaakt van gegevens die nu al door veel werkgevers bijgehouden worden, aangevuld met een beknopte kwalitatieve toelichting. Het realiseren van een netwerk van (werkgevers van) combinatiefunctionarissen Een netwerk van (werkgevers van) combinatiefunctionarissen kan een rol spelen bij kennismaking, kennisuitwisseling tussen en deskundigheidsbevordering van combinatiefunctionarissen en een betere programmering en onderlinge afstemming van activiteiten. Daarbij is het belangrijk dat de gemeente duidelijk formuleert wanneer er sprake is van effectief beleid en hoe de te meten indicatoren en ingezette middelen zich hiertoe verhouden, rekening houdend met de inhoudelijke en financiële vervlechting die er is tussen de Brede Regeling Combinatiefuncties en ander beleid van de gemeente Haarlem. 5
COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN HAARLEM 213a-onderzoek naar de inzet, doeltreffendheid, successen en verbeterpunten
Combinatiefunctionarissen (waaronder buurtsportcoaches en cultuurcoaches) verbinden de sectoren sport en bewegen of kunst en cultuur met ten minste één andere sector zoals onderwijs, zorg en welzijn. 213a-onderzoek naaraan decultuur inzet, Doelen zijn een leven lang sporten, bewegen en deelnemen voordoeltreffendheid, iedereen mogelijk maken; duurzaam versterken en innoveren van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders/vrijwilligersorganisaties; en lokale verbindingen tot stand brengen en uitbouwen. successen en verbeterpunten De inzet van de combinatiefunctionarissen wordt over het algemeen als doeltreffend beoordeeld. Een belangrijke meerwaarde van de combinatiefunctionarissen is dat zij bepaalde doelgroepen bereiken met activiteiten op het gebied van sport en bewegen en kunst en cultuur die hier anders (waarschijnlijk) niet mee in aanraking waren gekomen.. Het oordeel over de doeltreffendheid is vaak op zowel kwantitatieve als meer kwalitatieve gegevens gebaseerd. Alle werkgevers inventariseren meer kwantitatief of meer kwalitatief regelmatig de tevredenheid (en het plezier) van deelnemers aan activiteiten van combinatiefunctionarissen. Verschillende werkgevers peilen ook de tevredenheid van afnemers van activiteiten en diensten (met name scholen en verenigingen) en samenwerkingspartners. Er worden door de combinatiefunctionarissen in de stad veel successen geboekt.
Er is echter ook ruimte voor, vooral procesmatige, verbeteringen bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties.
8 WERKGEVERS
SECTOREN
SportSupport, Hart, Triple Threat, Stichting Sint Bavo, Bibliotheek ZuidKennemerland, SRO, De Wereld Kindertheater en de gemeente Haarlem. Sportsupport is met 17,4 fte de grootste werkgever, gevolgd door Hart met 5,2 fte.
72% wordt ingezet vanuit de sector sport en bewegen en 28% wordt ingezet vanuit de sector kunst en cultuur (landelijk 83% versus 17%).
TAKEN
In 2019 was het aantal gerealiseerde fte combinatiefunctionarissen 33,05 ingevuld door 88 personen. Met name vanwege de inzet van ‘duurdere’ combinatiefunctionarissen is dit aantal lager dan de 37,7 fte waarvoor rijkssubsidie is verleend. Deze constructie is sinds 2019 toegestaan.
OPLEIDINGSNIVEAU
Er worden verbindingen gelegd met veel sectoren, gemiddeld meer dan landelijk.
33 FTE
Adviseren, initiëren, organiseren, faciliteren en coördineren bij projecten en processen. Uitvoerende taken zoals de begeleiding van activiteiten die in de wijken worden aangeboden en het zelfstandig les geven op een school (bijvoorbeeld muzieklessen, toneellessen en gymlessen).
€1.100.000 Er werd in 2019 aan de 7 lokale partners ruim 1,1 miljoen euro aan geoormerkte subsidie verleend voor de inzet van combinatiefunctionarissen.
LOKALE COFINANCERING Het Rijk draagt gemiddeld 40% bij aan de financiering van de combinatiefunctionarissen, de gemeente 25% en lokale partners 35%. De cofinanciering door lokale partners wordt vaak bekostigd middels andere gemeentelijke subsidies en middelen, fondsen, inkomsten van scholen en kinderopvangvoorzieningen.
De meerderheid (58%) van alle formatieplaatsen wordt ingevuld op hbo-niveau 5. Dit is conform het landelijke beeld. Ruim een vijfde wordt ingezet op mbo-niveau 3/4 en een vijfde op hbo-niveau 6/plus.
ACTIVITEITEN Veel van de in 2019 door combinatiefunctionarissen aangeboden activiteiten hadden als doelgroep kinderen en/of jongeren. Ze werden aangeboden in Schalkwijk en Haarlem Oost en in mindere mate ook in Haarlem Noord. Met de activiteiten werden vaak grote aantallen deelnemers bereikt.
SALARISNIVEAU Ruim driekwart (76%) van de Haarlemse formatieplaatsen ligt qua salarisniveau op of boven het landelijke normbedrag van €50.000 (landelijk 53%).
BELANGRIJKSTE SUCCESSEN
MEEST GENOEMDE VERBETERPUNTEN
Belangrijke bijdrage aan landelijke en gemeentelijke doelen. Kwalitatief goed aanbod aan activiteiten. Activiteiten hebben een kwantitatief en kwalitatief succesvol bereik. Deelnemers en afnemers van diensten zijn tevreden en enthousiast. De aangeboden activiteiten hebben effect.
Genoemde factoren die een bijdrage hebben geleverd aan de successen zijn o.a.: Succesvolle samenwerking. Vrijheid om de eigen werkzaamheden vorm te geven. Duidelijk profiel van de organisatie en herkenbaarheid in de wijk. Bij scholen ondergebracht werkgeverschap. Succesvol en energiek team van combinatiefunctionarissen. Combinatiefunctionarissen die echt het verschil maken.
Rol van de gemeente. (Co)financiering. Monitoring. Realiseren van netwerk van (werkgevers van) combinatiefunctionarissen.
Overige genoemde verbeterpunten zijn o.a.: Samenwerking. Bereik van kwetsbare kinderen met naschoolse en buitenschoolse activiteiten. Verdeling van middelen over sectoren en organisaties. Kwaliteit van bepaalde diensten en kwaliteit en beschikbaarheid van accommodaties en materiaal.
6
AANBEVELINGEN Duidelijker gemeentelijke regierol, onderzoeken van mogelijkheden wat betreft genoemde verbeterpunten op het gebied van de lokale cofinanciering, verbeteren van de monitoring en realiseren van een netwerk van (werkgevers van) combinatiefunctionarissen.
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor het onderzoek Conform artikel 213a van de Gemeentewet voert het college van de gemeente Haarlem periodiek onderzoeken uit naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde bestuur. Het uitgangspunt van dit type onderzoek is leren en verbeteren. Eén van de twee onderzoeken die in dit kader opgenomen is in de Programmabegroting 2019-2023 (reg. nr. 2018/568234, p. 55) is een 213aonderzoek naar de combinatiefunctionarissen. Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever maar gelijk, of in ieder geval voor een substantieel deel, te werk wordt gesteld in of ten behoeve van twee of meer werkvelden/sectoren. Onderzocht dient te worden in hoeverre de inzet van de combinatiefunctionarissen bijdraagt aan het gemeentelijk beleid. Vanaf 2008 kunnen gemeenten via opeenvolgende landelijke regelingen, deels gefinancierd door het Rijk1, zogenaamde ‘combinatiefunctionarissen’ inzetten die de sectoren sport en bewegen of kunst en cultuur combineren met ten minste één andere sector zoals onderwijs, zorg en welzijn. Al sinds de start van de eerste regeling Impuls brede scholen, sport en cultuur (2008-2011), neemt de gemeente Haarlem deel aan deze landelijke regelingen. Zowel in 2012 als recent op 1 januari 2019 is de regeling verbreed en uitgebreid.
Kort samengevat zijn de voornaamste doelstellingen van de Brede Regeling Combinatiefuncties (2019-2022): - een leven lang sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken; - duurzaam versterken en innoveren van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders/ vrijwilligersorganisaties; en - lokale verbindingen tot stand brengen en uitbouwen. Mede omdat het aantal combinatiefunctionarissen de laatste jaren sterk gegroeid is, conform normering van het gemeentefonds van 10,3 in 2008 naar 37,7 fte in 2019, vindt de gemeente het zinvol om onderzoek te doen naar de doeltreffendheid van de combinatiefunctionarissen, de successen en de verbeterpunten. De onderzoeksresultaten kunnen benut worden bij de uitvoering van de tweede helft van de Brede Regeling Combinatiefuncties (2019-2022) en mogelijk op punten ook nog input bieden bij de herijking van het cultuur- en sportbeleid (2020). De gemeente wil de resultaten van het onderzoek vooral gebruiken om haar rol als regisseur en coördinator, gericht op goed opdrachtgeverschap, (ook) in de komende jaren succesvol vorm te geven en waar gewenst en mogelijk te verbeteren.
1.2 Vraagstelling van het onderzoek De centrale vraag van het onderzoek is: In hoeverre bestaat er inzicht in de doeltreffendheid van de Haarlemse combinatiefunctionarissen en hoe doeltreffend zijn zij op basis van dit inzicht; wat zijn de successen en eventuele verbeterpunten? Op basis van de resultaten van landelijk evaluatie onderzoek van het Mulier Instituut naar de lokale implementatie van de Brede impuls combinatiefuncties2 (de voorloper van de op 1 januari 2019 gestarte Brede Regeling Combinatiefuncties) is de veronderstelling dat er, ook in Haarlem, mogelijk
1
De rijksoverheid heeft het eerste jaar van deelname van gemeenten (2008) volledig gefinancierd. Vanaf het tweede jaar dienden gemeenten ook eigen middelen in te zetten. 22 Mulier Instituut, Evaluatie Buurtsportcoaches “De Brede impuls combinatiefuncties als werkend proces”, Utrecht, oktober 2017.
7
beperkingen zijn wat betreft het inzicht in de mate van doeltreffendheid. Uit het onderzoek van het Mulier Instituut komt naar voren dat gemeenten en buurtsportcoaches vaak moeite hebben met het monitoren en evalueren van doelstellingen op effectniveau. Buurtsportcoaches vinden het moeilijk om harde cijfers te geven over hun resultaten. Dikwijls is de bewijslast voor de beoogde effecten gebaseerd op zachte signalen uit de beroepspraktijk, mede omdat resultaten van activiteiten en processen niet altijd goed te meten zijn. De centrale onderzoeksvraag valt uiteen in de volgende deelvragen: 1) Wat wordt door de gemeente Haarlem verstaan onder combinatiefunctionarissen? 2) Wat zijn de rijks- en lokale doelen waar de combinatiefunctionarissen een bijdrage aan dienen te leveren en om welke doelgroepen gaat het? 3) Hoe is de organisatiestructuur? Wat is de rol van de gemeente, wie zijn de extern betrokken partners in de stad, waar is het werkgeverschap van de combinatiefunctionarissen belegd en hoe wordt de lokale cofinanciering (60%) vorm gegeven? 4) Om hoeveel formatieplaatsen en personen gaat het, wat is het opleidingsniveau van de combinatiefunctionarissen en hoe is hun inzet over de sectoren? 5) Waar in de stad zijn de combinatiefunctionarissen actief, wat zijn de door hen verrichte taken en aangeboden activiteiten en wat is het bereik van de activiteiten? 6) In hoeverre bestaat
er inzicht in de mate waarin de combinatiefunctionarissen bijdragen aan de rijks- en gemeentelijke doelen, welke rol spelen monitoring, evaluaties en praktijkervaringen hierbij en hoe is de doeltreffendheid op basis van dit inzicht? Peilen combinatiefunctionarissen periodiek de mate van tevredenheid van afnemers van diensten c.q. doelgroepen (bijv. kinderen en jongeren op scholen of in de wijk), en zo ja op welke wijze? 7) Wat zijn de successen van de combinatiefunctionarissen? 8) Wat zijn eventuele verbeterpunten bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties? Bij de beantwoording van de vragen 6 tot en met 8 over de doeltreffendheid, successen en verbeterpunten wordt met name ook belang gehecht aan de mening van de betrokken partners in de stad en de combinatiefunctionarissen zelf. Zijn zij tevreden? Wat zijn hun wensen en ideeën? Zijn er dingen die beter kunnen, bijvoorbeeld qua randvoorwaarden om het werk goed uit te kunnen voeren? Bij de successen en verbeterpunten gaat het zowel om de resultaten als de processen. De hoofdvraag en deelvragen worden beantwoord in hoofdstuk 8 bij de conclusies van het rapport. De onderbouwing daarvoor is terug te vinden in hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 7.
1.3 De onderzoeksaanpak Om de onderzoeksvragen goed te kunnen beantwoorden is gebruik gemaakt van zowel meer objectieve gegevens (feiten en cijfers) als meer subjectieve gegevens (meningen en oordelen). Het veldwerk voor het onderzoek vond plaats in de periode van december 2019 tot en met april 2020. Ter beantwoording van de onderzoeksvragen is gebruik gemaakt van de volgende drie onderzoeksmethoden: 1) documentenstudie; 2) analyse van cijfermatige gegevens; en 3) interviews met sleutelpersonen. Ad 1) Documentenstudie Voor het onderzoek zijn documenten van de gemeente Haarlem en documenten en websites van betrokken partners in de stad bestudeerd. Daarnaast is een beperkt aantal overige relevante 8
documenten bestudeerd. Het ging hierbij met name om documenten betreffende landelijke beleidskaders en rapportages van BMC en het Mulier Instituut die een landelijk beeld schetsen van de inzet van combinatiefunctionarissen op basis van monitoringgegevens en evaluatieonderzoek. Daarnaast zijn enkele documenten van andere gemeenten en organisaties bestudeerd. Zie voor een compleet overzicht van de geraadpleegde documenten bijlage 1. Ad 2) Analyse van cijfermatige gegevens Voor het onderzoek zijn diverse cijfermatige gegevens verzameld en geanalyseerd. Onder andere over het aantal fte en aantal personen dat werkzaam is als combinatiefunctionaris, het opleidingsniveau, de sectoren waarin de combinatiefunctionarissen werkzaam zijn, de cofinanciering en de aantallen deelnemers aan activiteiten die georganiseerd c.q. gecoördineerd worden door combinatiefunctionarissen. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie afkomstig uit collegebesluiten uit de periode van 2008 tot en met 2018, subsidiebeschikkingen betreffende het jaar 2019, door de gemeente Haarlem aangeleverde gegevens ten behoeve van landelijke monitoring door eerst BMC en sinds 2019 het Mulier Instituut, en van informatie (uit rapportages) van partners in de stad die betrokken zijn bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties.
De focus was hierbij vooral gericht op cijfermatige gegevens betreffende het jaar 2019, het eerste jaar van de (nieuwe) Brede Regeling Combinatiefuncties. Waar mogelijk en relevant zijn vergelijkingen met eerdere jaren gemaakt en/of is voor 2019 een vergelijking met het landelijk beeld gemaakt. Ad 3) Interviews met sleutelpersonen Voor het onderzoek zijn ruim 30 personen geïnterviewd. Het betrof zowel sleutelpersonen uit de gemeentelijke organisatie als sleutelpersonen van organisaties in de stad die betrokken zijn bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties. Van alle Haarlemse organisaties die combinatiefunctionarissen in dienst hebben conform de Brede Regeling Combinatiefuncties is tenminste één sleutelpersoon geïnterviewd. Een aantal van hen is zelf geheel of gedeeltelijk werkzaam als combinatiefunctionaris. Daarnaast zijn ook enkele directeuren van scholen voor primair onderwijs, vertegenwoordigers van hogescholen en vertegenwoordigers van sportverenigingen geïnterviewd vanuit hun betrokkenheid bij combinatiefunctionarissen, als afnemer van diensten, opleider van buurtsportcoaches, aanbieder van stagiairs of anderszins. Zie voor een compleet overzicht van geraadpleegde personen bijlage 2. In de meeste gevallen werd een face-to-face interview afgenomen met één respondent, soms waren meerdere respondenten tegelijk aanwezig bij een interview.
Met een deel van de respondenten is, vanwege het coronavirus, een telefonisch interview gehouden. Eén van de respondenten heeft vooral schriftelijk informatie verschaft. De interviews hadden plaats aan de hand van een semigestructureerde vragenlijst afgestemd op de te interviewen personen. Van de interviews met respondenten ‘uit het veld’ zijn, vaak uitgebreide, concept-verslagen gemaakt die aan hen zijn voorgelegd met als doel deze te verifiëren op juistheid en aan te vullen waar gewenst. Aanvullend op de interviews is aan sleutelpersonen van organisaties in de stad die combinatiefunctionarissen in dienst hebben de mogelijkheid geboden om deze combinatiefunctionarissen zelf ook verbeterpunten bij de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties aan te laten dragen voor het onderzoek. In de rapportage zijn meningen van respondenten doorgaans niet tot de persoon herleidbaar weergegeven. Uitzonderingen hierop vormen passages in de tekst waar het wenselijk of nodig was om deze informatie wel weer te geven. Waar in de tekst meningen worden gepresenteerd van een 9
organisatie (bijvoorbeeld ‘de gemeente’, ‘SportSupport’ of ‘Triple Threat’) gaat het om uitspraken die de geïnterviewde sleutelpersonen hebben gedaan namens de organisatie waar zij werkzaam zijn. 1.4 De opzet van het rapport Voorin het rapport is een beknopte samenvatting van de belangrijkste resultaten van het onderzoek opgenomen. Vanaf 2008 zijn er landelijke regelingen die erop gericht zijn, deels gefinancierd door het Rijk, deelname aan sport en bewegen en/of kunst en cultuur te stimuleren door het inzetten van combinatiefunctionarissen. Deze regelingen worden samen met de wijze waarop er in het Haarlemse beleid aandacht is voor combinatiefunctionarissen beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 gaat het over de organisatiestructuur. Beschreven wordt welke gemeentelijke afdelingen een rol spelen als het gaat om de combinatiefunctionarissen, wie de werkgevers en overige betrokken organisaties zijn en hoe de lokale cofinanciering georganiseerd is. In hoofdstuk 4 en 5 komen diverse meer beschrijvende kenmerken van de inzet van combinatiefunctionarissen aan bod. In hoofdstuk 4 gaat het om de omvang van de inzet in aantal formatieplaatsen en aantal personen, de sectoren van waaruit combinatiefunctionarissen verbindingen c.q. combinaties aangaan met andere sectoren en het opleidingsniveau van de combinatiefunctionarissen.
In hoofdstuk 5 komen aan bod waar in de stad de combinatiefunctionarissen worden ingezet, de taken die zij vervullen, de door hen aangeboden activiteiten en het bereik ervan. Hoofdstuk 6 gaat over de doeltreffendheid. Aan de orde komen criteria en indicatoren om de doeltreffendheid aan af te meten en de mate van doeltreffendheid conform de door de gemeente Haarlem aangeleverde data voor de landelijke monitoring en het oordeel van geïnterviewden. Hoofdstuk 7 beschrijft de door geïnterviewden genoemde successen en verbeterpunten. In hoofdstuk 8 worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd. In dit hoofdstuk wordt de centrale onderzoeksvraag over de doeltreffendheid van de Haarlemse combinatiefunctionarissen, de successen en de verbeterpunten beantwoord. Ook worden hier de voornaamste resultaten gepresenteerd voor de acht deelvragen van het onderzoek. Tot slot zijn nog bijlagen opgenomen over de geraadpleegde documenten en de geïnterviewde personen. Overal waar bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten het begrip combinatiefunctionaris wordt gebruikt worden ook buurtsportcoaches en cultuurcoaches bedoeld.
10
2. LANDELIJK EN LOKAAL BELEID 2.1 Landelijk beleid Vanaf 2008 kunnen gemeenten deelnemen aan landelijke regelingen die mede gefinancierd worden door het Rijk en die erop gericht zijn om, middels de inzet van combinatiefunctionarissen, deelname aan sport en bewegen en/of kunst en cultuur te stimuleren. Het gaat om de volgende drie opeenvolgende regelingen: Impuls brede scholen, sport en cultuur, Brede Impuls Combinatiefuncties en Brede Regeling Combinatiefuncties. Het Mulier Instituut beschrijft de focus van de regelingen respectievelijk als de jeugd tot 18 jaar, de buurt en inclusiviteit (Mulier Instituut 2019, p. 6). Op 1 september 2019 namen in Nederland in totaal 347 gemeenten deel aan de Brede Regeling Combinatiefuncties en waren landelijk in totaal 3.400 fte combinatiefunctionarissen (inclusief buurtsportcoaches en cultuurcoaches) gerealiseerd (Mulier Instituut 2019, p.8). Impuls brede scholen, sport en cultuur (2008-2011) De eerste regeling, met een looptijd van 2008 tot en met 2011, was de Impuls brede scholen, sport en cultuur. Een combinatiefunctie werd in de Bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen, sport en cultuur gedefinieerd als een functie waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever, maar gelijkelijk, of in ieder geval voor een substantieel deel, te werk wordt gesteld in of ten behoeve van tenminste twee werkvelden/sectoren.
Met de regeling, waarbij jeugdigen tot 18 jaar de doelgroep vormden, werden de volgende doelen nagestreefd: de uitbreiding van het aantal brede scholen met sport- en cultuuraanbod in zowel het primair als het voortgezet onderwijs, om te beginnen in de 40 krachtwijken; de versterking van sportverenigingen met oog op hun maatschappelijke functie en de inzet van sportverenigingen voor het onderwijs, de naschoolse opvang en de wijk; het stimuleren van een dagelijks sport- en beweegaanbod op en rond scholen voor alle leerlingen; en het bevorderen dat de jeugd tot 18 jaar vertrouwd raakt met één of meer kunst- en cultuurvormen en het onder jongeren stimuleren van actieve kunstbeoefening. Namens het kabinet hebben de toenmalige bewindslieden van OCW en de staatssecretaris van VWS met de landelijke vertegenwoordigers/koepels van gemeenten en van de sport-, onderwijs- en cultuursector bij de aanvang van de regeling de bestuurlijke afspraak gemaakt dat er in 2012 tenminste 2.500 fte aan combinatiefuncties diende te zijn gerealiseerd. Mede gelet op de herkomst van middelen diende hiervan tenminste 850 fte (34%) gerealiseerd te zijn in het primair onderwijs, tenminste 250 fte (10%) in het voortgezet onderwijs, tenminste 1.250 fte (50%) in de sportsector en tenminste 150 fte (6%) in de cultuursector. Eind 2009 heeft een wijziging op deze afspraken plaats gevonden.
Het normaantal fte voor 2012 is toen vanwege een verhoging van het normbedrag per fte (van €45.000 naar €50.000) en vanwege het wegvallen van de enveloppemiddelen van OCW bijgesteld tot 1.800 formatieplaatsen eind 2012 (BMC Onderzoek, 2017). Brede Impuls Combinatiefuncties (2012-2018) In 2012 is de Impuls brede scholen, sport en cultuur verbreed en uitgebreid en hernoemd tot de Brede Impuls Combinatiefuncties. Op 13 februari 2012 is een Addendum op de bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen, sport en cultuur getekend waarbij het structurele karakter van de Impuls brede scholen sport en cultuur behouden bleef. Daarnaast werden vanuit het VWSprogramma Sport en bewegen in de buurt extra middelen beschikbaar gesteld voor de inzet van buurtsportcoaches waarbij als officiële definitie werd gehanteerd: “Buurtsportcoaches zijn 11
combinatiefunctionarissen met als specifieke opdracht het organiseren van een sport- en beweegaanbod in de buurt en het maken van een verbinding tussen sport- en beweegaanbieders en anders sectoren zoals zorg, welzijn, jeugdzorg, kinderopvang en onderwijs. Er is altijd sprake van een combinatie met sport en bewegen.” (BMC Onderzoek, 2017, p. 5) Met het beschikbaar stellen van extra middelen voor de inzet van buurtsportcoaches wilde de minister van VWS bereiken dat meer mensen konden sporten en bewegen in de buurt, dat sportverenigingen versterkt werden en dat er een verbinding werd gelegd tussen sport en bewegen en andere sectoren. Buurtsportcoaches konden breder worden ingezet dan voor de combinatie sport en school, waarbij alleen de jeugd werd bereikt. Door verbindingen te realiseren met ook andere sectoren konden de buurtsportcoaches ook een bijdrage leveren aan lokale opgaven als het bevorderen van de gezondheid en de leefbaarheid. Met de uitbreiding van het aantal buurtsportcoaches werd het mogelijk om vanaf 2013 in totaal 2.900 fte te realiseren. Onder meer uit onderzoek van het Mulier Instituut komt naar voren dat de inzet van buurtsportcoaches landelijk als erg succesvol gezien. “Kijken we specifiek naar de Buurtsportcoachregeling, dan zien we een programmaonderdeel dat zeer succesvol is verlopen.
Nog steeds mag dit beleidsinstrument (blijven) rekenen op grote betrokkenheid van gemeenten en lokale partners. Gemeenten vinden dat de inzet van de buurtsportcoach een impuls geeft aan hun lokale sport- en beweegbeleid. Buurtsportcoaches brengen verbinding tussen lokale organisaties en zorgen voor ‘doekracht’ zodat op lokaal niveau nieuwe sport- en beweegaanbod tot stand komt of bestaand aanbod wordt verbeterd.”(Voortgangsrapportage Monitor Sport en Bewegen in de buurt 2018, Mulier Instituut, p. 14)
Brede Regeling Combinatiefuncties (2019-2022) De Brede Impuls Combinatiefuncties is per 1 januari 2019 overgegaan in de Brede Regeling Combinatiefuncties. Er is wederom sprake van een uitbreiding van het aantal jaarlijks te realiseren fte (3.665 fte3) en een verbreding van de regeling. De regeling heeft betrekking op combinatiefunctionarissen, buurtsportcoaches en cultuurcoaches, waarbij opgemerkt wordt dat men lokaal vrij is de functionarissen te benoemen zoals dat het beste past in de lokale situatie. De nieuwe doelstellingen zijn samengevat4: Een leven lang sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken. Met in het bijzonder aandacht voor de (talent)ontwikkeling van jeugd en jongeren op en rond scholen, voor mensen die in armoede leven en voor andere groepen die belemmeringen ervaren om deel te nemen aan sport en cultuur (bijvoorbeeld vanwege leeftijd/levensfase, gender, fysieke of mentale gezondheid, seksuele geaardheid of etnische/sociale achtergrond of positie). Duurzaam versterken en innoveren van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders/ vrijwilligersorganisaties. Bijvoorbeeld op het gebied van besturen, vrijwilligers, kader, diversiteit, inclusief en vraaggericht handelen. Lokale verbindingen tot stand brengen en uitbouwen.
Bijvoorbeeld tussen gemeentelijke beleidsdomeinen en voorzieningen, gesubsidieerde en commerciële sport en cultuur, organisaties in het onderwijs, bso/kinderopvang, welzijn, zorg en het bedrijfsleven.
3
Ministerie van BZK (2018), Decembercirculaire gemeentefonds 2018, p. 18. Uit de brochure: Nieuwe kansen voor buurtsportcoaches en cultuurcoaches. Een gezamenlijke uitgave van: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Vereniging Sport en Gemeenten; LKCA; VNG en Kenniscentrum Sport. 4
12
De belangrijkste veranderingen zijn5: - De ministeries van VWS, OCW en SZW verhogen het beschikbare jaarbudget waardoor er extra fte beschikbaar komen. De regeling heeft betrekking op combinatiefunctionarissen, buurtsportcoaches en cultuurcoaches, waarbij opgemerkt wordt dat men lokaal vrij is de functionarissen te benoemen zoals dat het beste bast in de lokale situatie. - De verdeling van de nieuwe fte over gemeenten vindt plaats op basis van de verdeelsleutels: ‘inwoners’ en ‘inwoners t/m 17 jaar’. - De rijksgelden worden per 2019 voor vier jaar toegekend. Gemeenten dienen een intentieverklaring in voor de gehele periode van vier jaar, maar hebben jaarlijks de mogelijkheid om het aantal fte aan te passen. - Het normbedrag per fte (€50.000) is een richtlijn; het staat gemeenten vrij om meer of minder fte in te zetten dan het toegewezen aantal gelet op het gewenste opleidingsniveau. De eis blijft wel dat de middelen op de fte worden ingezet. - Van gemeenten wordt verwacht dat zij met werkgevers goede afspraken maken over opleidingen en versterking van de kwaliteit van combinatiefunctionarissen, buurtsport- en cultuurcoaches. Met bij voorkeur 2% van de beschikbare middelen. - Cultuurcoaches kunnen nu, net als buurtsportcoaches, niet alleen voor het onderwijs worden ingezet, maar ook voor bijvoorbeeld de domeinen zorg en welzijn.
Monitoring van de landelijke regelingen Monitoring van de landelijke regelingen voor combinatiefuncties vindt vanaf de start plaats in opdracht van de rijksoverheid. Gemeenten en sectoren worden geacht hun medewerking hieraan te verlenen. De VNG krijgt de taak om zorg te dragen voor een jaarlijks landelijk beeld van de (output) afspraken. Voor het meten van de (outcome) doelen is aanvankelijk het streven dat zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande monitors zoals de brede schoolmonitor, aangevuld met monitoring in de sport- en cultuursector. In opdracht van de VNG voert BMC Onderzoek in de periode van 2009 tot en met 20186 de monitoring van de output uit. De vraagstelling is, met het oog op het beperken van de administratieve lasten, bewust beperkt gehouden. De vragen hadden betrekking op het aantal gerealiseerde formatieplaatsen per gemeente, de verdeling en inzet van deze combinatiefunctionarissen over de verschillende sectoren, de gerealiseerde cofinanciering en het werkgeverschap. Vanaf 2016 werden ook enkele vragen opgenomen over het betalen van btw en vanaf 2017 werd ook een vraag over het opleidingsniveau opgenomen. Vanaf 2019, het eerste jaar van de Brede Regeling Combinatiefuncties, wordt de monitoring uitgevoerd door het Mulier Instituut.
De monitoring is, gezien wijzigingen in de landelijke regeling, anders van opzet en op punten ook qua wijze van formulering van de vragen anders dan de monitoring door BMC Onderzoek waardoor vergelijking met voorgaande jaren volgens het Mulier Instituut meestal niet mogelijk is. Vergelijking met komende jaren waarin de Brede Regeling Combinatiefuncties van kracht is, is wel mogelijk omdat de monitoring dan op dezelfde wijze zal worden uitgevoerd. Naast vragen die vooral betrekking hebben op de output van de regeling (o.a. aantal formatieplaatsen, aantal fte ingezet voor de sector sport en bewegen en kunst en cultuur, sectoren waarmee een verbinding wordt gelegd, functieniveau en salarisniveau, werkgever en 5
Idem. In 2015 heeft er geen meting plaats gevonden onder alle deelnemende gemeenten. In plaats daarvan is onderzoek gedaan onder 71 gemeenten die het afgesproken aantal fte in het voorgaande jaar (2014) niet hadden gehaald. 6
13
cofinanciering) is in de monitor ook een aantal vragen opgenomen over de doelen en opbrengsten van de regeling, ofwel de outcome. In november 2019 is de eerste, door het Mulier Instituut opgestelde, rapportage van de Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2019 verschenen. Een paar jaar eerder, in 2017, had het Mulier Instituut al een uitgebreide rapportage uitgebracht over evaluatieonderzoek naar de Brede impuls combinatiefuncties. Samen met acht sportkundeopleidingen heeft het Mulier Instituut de implementatie en opbrengsten van de inzet van buurtsportcoaches middels landelijk onderzoek en een verdiepend onderzoek in 34 casegemeenten in kaart gebracht. 2.2 Haarlems beleid Gemeente Haarlem behoort tot de zogenaamde eerste tranche gemeenten (30 grootste gemeenten) die in 2008 gelijk bij de start van de eerste landelijke regeling in 2008, Impuls brede scholen, sport en cultuur, begonnen zijn met het aanstellen van combinatiefunctionarissen. Bij de start van de eerste regeling worden combinatiefunctionarissen door de gemeente vooral gezien als instrument om de sociale samenhang in wijken te bewerkstelligen en de samenwerking in de wijk tussen onderwijs, sport en cultuur te bevorderen (Collegebesluit Realisatie Impuls brede scholen, sport en cultuur, reg. nr. 2008/159706).
Onder combinatiefuncties worden verstaan, functies waarbij de werknemer in dienst is bij één werkgever, maar werkzaam is op minstens twee van de volgende terreinen: primair/voortgezet onderwijs, sport en cultuur. Het streven is om middels de inzet van combinatiefunctionarissen laagdrempelige voorzieningen te creëren gericht op het bieden van een samenhangend aanbod van onderwijs, sport en cultuur. Dit aanbod biedt kinderen de kans om hun talenten optimaal te ontplooien, sociale vaardigheden op te doen en plezier te hebben. Bij de uitvoering van de regeling zijn er duidelijke raakvlakken met de Brede School Ontwikkeling (School in de Wijk) en Buurt Onderwijs Sport projecten. Dat de combinatiefunctionarissen sinds de start een belangrijk instrument zijn geweest binnen het Haarlemse sportbeleid wordt duidelijk uit het grote aantal keren dat zij genoemd worden in respectievelijk de Agenda voor de Sport 2010-2014 (reg.nr. 2009/215475) en de Agenda voor de Sport 2015-20197 (reg.nr. 2015/29476). Conform de in de Programmabegroting 2015-2019 opgenomen doelstelling, en de landelijke verbreding en uitbreiding van de regeling in 2012, is de focus er vanaf 2015 op gericht dat de inzet van combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches gecontinueerd wordt waardoor alle Haarlemmers in de buurt kunnen sporten.
Combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches vervullen niet alleen een rol bij het aanbod Sport in de Wijk en projecten vanuit School in de Wijk maar ook voor ouderen en mensen met een beperking, bij interventies gericht op een gezonde leefstijl en bij sportverenigingen die een bredere maatschappelijke rol willen oppakken. In de tussentijdse evaluatie in 2017 van de Agenda voor de Sport 2015-2019 is over de buurtsportcoaches de volgende passage opgenomen: “De buurtsportcoaches vormen een integraal onderdeel binnen de uitvoering van het sportbeleid en zijn voor het bereiken van de doelstellingen uit de Agenda van cruciaal belang. SportSupport Kennemerland, de grootste gemeentelijke uitvoerder van het sportstimuleringsbeleid, heeft ruim 16 fte buurtsportcoaches in dienst. 7
Volgens analyse van Erik Puyt van Team Sportservice, opsteller van de herijking van de Agenda voor de Sport 2020+/het sportbeleid, wordt in de Agenda voor de Sport 2010-2014 tien keer over combinatiefunctionarissen gesproken en in de Agenda voor de Sport 2015-2019 wordt het begrip buurtsportcoaches dertig maal genoemd en het begrip combinatiefunctionarissen vijf maal.
14
Daarnaast zijn buurtsportcoaches actief binnen het onderwijs en SRO. De buurtsportcoaches werken veelal stadsdeelgericht in combinatie met partners uit het sociaal domein. Omdat de buurtsportcoaches in de haarvaten van de samenleving verankerd zijn, zijn zij in staat om in te spelen op wensen en behoeften in de wijk, kwetsbare doelgroepen te bereiken, maatschappelijke vraagstukken in een wijk te signaleren en verbindingen te maken tussen sportverenigingen en bewoners of partners (zorg, welzijn, onderwijs, cultuur) in een wijk. Naast het zelf organiseren van sport- en beweegaanbod in de wijk, faciliteert en stimuleert de buurtsportcoach andere organisaties en bewoners om sport en beweegaanbod te organiseren.” (Gemeente Haarlem, Tussenevaluatie Agenda voor de Sport 2015-2019, september 2017)
In 2018 ondertekent de gemeente de ‘Verklaring deelname Brede Regeling Combinatiefuncties 20192022’, waarmee de inzet van de huidige combinatiefunctionarissen/buurtsportcoaches kan worden voortgezet en uitgebreid. Onder een combinatiefunctie wordt conform de landelijke definitie verstaan een functie waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever maar gelijk, of in ieder geval voor een substantieel deel, te werk gesteld wordt in of ten behoeve van twee of meer werkvelden/sectoren. De begrippen die de gemeente hanteert zijn combinatiefunctionarissen, buurtsportcoaches en cultuurcoaches. De gemeente onderschrijft de landelijke doelen van de nieuwe regeling: een leven lang sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken; duurzaam versterken en innoveren van sport-, beweeg- en cultuuraanbieders/vrijwilligersorganisaties; en lokale verbindingen tot stand brengen en uitbouwen (zie ook paragraaf 2.1). Daarnaast kunnen met de inzet van de combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches ook de doelstellingen uit de Programmabegroting, de ‘Agenda voor de Sport 2015-2019, Samen Bewegen’, de Cultuurnota 2013-2020 en de Nota lokaal volksgezondheidsbeleid 2017-2020 (reg.nr. 2017/232133) behaald worden (Collegebesluit Brede Regeling Combinatiefuncties 2019-2022, reg.nr. 2018/422959, p. 3-4): -
-
-
-
-
Combinatiefunctionarissen verhogen de sportparticipatie. De combinatiefunctionarissen werken samen met scholen, sportverenigingen en de wijk. Dit heeft tot gevolg dat er meer of actueler bewegingsonderwijs wordt gegeven, meer buurtsport en een betere aansluiting en doorstroming van beiden met de sportvereniging in de wijk wordt gerealiseerd. Een combinatiefunctionaris versterkt de ontwikkeling van School in de Wijk (brede scholen) in Haarlem. De combinatiefunctionaris heeft een spilfunctie in de activiteiten van programmering van School in de Wijk of is uitvoerder van activiteiten binnen-/buitenschools of bij clubs of verenigingen. Combinatiefunctionarissen die ingezet worden bij culturele organisaties en in het onderwijs verzorgen cultureel aanbod op school en na school, met name op gebied van muziek en theater. Dit gebeurt grotendeels in die delen van de stad waar kinderen wonen voor wie kunst- en cultuurdeelname niet vanzelfsprekend is en waar de (financiële) drempels voor bijvoorbeeld het volgen van muzieklessen hoog zijn. Met de inzet van combinatiefunctionarissen/ buurtsportcoaches wordt het project vandalisme op sportcomplexen uitgevoerd. Zij zijn de verbindende factor tussen de sportverenigingen, het jeugd- en jongerenwerk, handhaving, SRO en de gemeente. Hierdoor komt overlast sneller in beeld en kan een goede strategie worden bepaald met alle betrokkenen.
Combinatiefunctionarissen/buurtsportcoaches dragen bij aan het verkleinen van de gezondheidsverschillen. Een voorbeeld op het gebied van gezondheid is de JOGG-aanpak (Jongeren op Gezond Gewicht), die zich focust op de omgeving van de jeugd. Deze is gestart in Haarlem Noord en is uitgebreid met Schalkwijk en Oost, waar de gezondheidsachterstanden groter zijn. Een buurtsportcoach pleegt hier inzet op.
Daarnaast ziet de gemeente Haarlem met de nieuwe regeling mogelijkheden om de verbinding tussen de domeinen zorg/welzijn, cultuur en sport te versterken, aansluitend op het Coalitieprogramma Duurzaam Doen 2018-2022 (Collegebesluit Brede Regeling Combinatiefuncties 2019-2022, reg.nr. 2018/422959, p.4):
15
-
-
Sport en cultuur kunnen breder ingezet worden voor zorg- en welzijnsvraagstukken zoals bestrijding van eenzaamheid en armoede, gezond ouder worden en stimuleren van ontmoeting. De combinatiefunctionarissen, als schakel tussen de verschillende domeinen, kunnen met een integrale aanpak een belangrijke rol vervullen in het bereiken van specifieke doelgroepen (ouderen, minima, chronisch zieken) en het toegankelijker maken van het sport- en cultuuraanbod. Met extra buurtsportcoaches kunnen meer kwetsbare groepen worden geactiveerd en wordt de sportdeelname verhoogd. Daarnaast kan de uitbreiding van JOGG worden ondersteund. Extra combinatiefunctionarissen op het gebied van cultuur (cultuurcoaches) kunnen worden ingezet voor het vergroten van cultuurparticipatie van jongeren, ouderen en groepen voor wie kunst- en cultuurdeelname niet vanzelfsprekend is. Door het stimuleren van cultuur in de wijk kunnen deze doelgroepen beter bereikt worden. De uitbreiding van de regeling biedt tevens kansen de huidige inzet op cultuurparticipatie van ouderen te continueren en te verduurzamen. Met het programma Age Friendly Cultural Cities is een start gemaakt om cultuur met ouderenzorg te verbinden. Het netwerk tussen cultuur en zorginstellingen kan verder opgebouwd en verduurzaamd worden.
In de Programmabegroting 2019-2023 worden de buurtsportcoaches meermalen genoemd, onder andere bij beleidsveld 1.1 Onderwijs en Sport, waar als prestatie is opgenomen: sport en bewegen stimuleren voor jongeren, ouderen en kwetsbare doelgroepen met behulp van buurtsportcoaches. Meer specifiek alleen gericht op de doelgroep jeugd zien we combinatiefunctionarissen, buurtsportcoaches en cultuurcoaches terug in de nota Samen voor jeugd Haarlem (2019) als een van de instrumenten om sport en cultuurdeelname te bevorderen. Ook bij de uitvoering van het Sportakkoord Haarlem 2020-2021, dat in navolging van het Nationaal Sportakkoord is opgesteld in co-creatie met een groot aantal betrokken partners uit de stad en waarin de ambities voor de komende tijd zijn opgetekend, vervullen combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches een belangrijke rol. De afdeling Jeugd, Onderwijs en Sport schat dat zij ongeveer 80% van het ingezette instrumentarium vormen. In 2019 en 2020 heeft de gemeente Haarlem, als voorbereiding op een nieuwe beleidsnota over sport, een herijking van het sportbeleid laten uitvoeren door Sportservice Noord-Holland. In de herijking is aparte aandacht voor de buurtsportcoaches als belangrijk instrument binnen het Haarlemse sportbeleid en de daarbinnen benoemde doelen, naast accommodaties en het jaarlijks beschikbare budget voor (projecten gericht op) breedtesport.
Het werk dat combinatiefunctionarissen doen wordt beschouwd als complementair aan het reguliere sportaanbod, maar cruciaal bij de uitvoering van het sportstimuleringsbeleid. Daarbij wordt gesteld dat een helder kader, monitoring en evaluatie belangrijk zijn voor lerend beleid. Op basis van dit lerende beleid kan de uitvoering van de thema’s binnen het sportbeleid worden bijgesteld. Ook het cultuurbeleid wordt binnenkort herijkt. Het meest recente en belangrijkste beleidsdocument op het terrein van cultuur is de Cultuurnota 2013-2020. In deze nota is slechts één keer het begrip combinatiefunctionarissen opgenomen. Het betreft een korte verwijzing naar de rijksmiddelen die beschikbaar zijn via de regeling Brede scholen, sport en cultuur. In het nieuwe cultuurbeleidsplan, waarvoor afdeling Economie, Cultuur, Duurzaamheid en Wonen momenteel voorbereidende werkzaamheden verricht, zal uitgebreider aandacht worden besteed aan de combinatiefunctionarissen. Zij worden gezien als belangrijk instrument als het gaat om cultuureducatie. Ook hebben zij een belangrijke rol bij het verbinden van culturele en maatschappelijke organisaties en het ondersteunen van programma’s die onder meer de cultuurparticipatie van ouderen stimuleren (Programmabegroting 2020-2024, p. 86).
16
3. ORGANISATIESTRUCTUUR 3.1 Bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen en de rol van de gemeente De combinatiefunctionarissen vallen onder de verantwoordelijkheid van meerdere collegeleden. Inhoudelijk hoofdverantwoordelijk is de wethouder die het beleidsterrein sport in zijn portefeuille heeft. Daarnaast is ook de wethouder die cultuur in haar portefeuille heeft verantwoordelijk. De wethouder die jeugd in zijn portefeuille heeft is meer zijdelings betrokken. Hoofdverantwoordelijke beleidsafdeling als het gaat om de combinatiefunctionarissen is de afdeling Jeugd Onderwijs en Sport (JOS). Afdeling JOS is verantwoordelijk voor het opstellen van de B&Wnota’s betreffende de combinatiefunctionarissen. Daarnaast is de afdeling verantwoordelijk voor het opstellen van de beleidsinhoudelijke kaders voor het thema sport, waarbinnen de combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches als belangrijk instrument worden gezien (zie ook paragraaf 2.2). Samen met afdeling Economie, Cultuur, Duurzaamheid en Wonen (ECDW) is afdeling JOS inhoudelijk opdrachtgever naar en aanspreekpunt voor de partners in de stad die de combinatiefunctionarissen in dienst hebben. Afdeling JOS stelt, in samenwerking en afstemming met afdeling Economie, Duurzaamheid, Wonen en Cultuur, ook de subsidiebeschikkingen op voor deze partners.
In 2013 is hiertoe voor de uitvoering van de Brede Impuls Combinatiefuncties (2012-2018) de Uitvoeringsregeling Subsidieverlening combinatiefuncties door het college vastgesteld (2013/358466). Met de regeling kregen organisaties inzicht in de subsidievoorwaarden en kon door de gemeente een afgewogen keuze worden gemaakt in de aanvragen van de uitvoerende partijen. In de regeling zijn de selectiecriteria, de verplichte cofinanciering, de subsidieverstrekking, het subsidieplafond en de aanvraagtermijn voor combinatiefunctionarissen vastgelegd. Voor de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties (2019-2022) is (nog) geen uitvoeringsregeling voor subsidieverlening opgesteld. Wel zijn uitgangspunten geformuleerd voor de uitbreiding van de invulling van de extra fte’s die met de Brede Regeling Combinatiefuncties beschikbaar kwamen. De subsidies voor de combinatiefunctionarissen worden doorgaans voor de duur van een jaar verleend. De in 2019 gestarte Brede Regeling Combinatiefuncties heeft, door de uitbreidingsmogelijkheden, voor de gemeente de mogelijkheid gecreëerd om eind 2019 bij de afdeling JOS een nieuwe beleidsmedewerkster aan te trekken die als taak de regie over en coördinatie van de combinatiefunctionarissen heeft en die een ‘verbindersrol’ vervult zowel binnen de gemeente als daarbuiten.
De gemeente vindt het belangrijk om te sturen op de doelen en prestaties, om goed inzicht te hebben in wat de combinatiefunctionarissen doen, dat het beleid goed verantwoord kan worden aan derden en dat gemonitord wordt op welke punten eventueel verbeteringen mogelijk zijn. Omdat de gemeente sturen op vertrouwen en betrokkenheid en inspraak van lokale partners ook belangrijk vindt, kan haar rol het beste beschreven worden als faciliterende regierol. Naast de afdelingen JOS en ECDW zijn diverse andere gemeentelijke afdelingen (meer zijdelings en/of meer indirect) betrokken bij de combinatiefunctionarissen. Het gaat hierbij vooral om de afdelingen Maatschappelijke Ondersteuning (afstemming over onder andere de inzet van JOGGregisseurs, sporten voor statushouders en de rol van welzijnsorganisaties zoals Haarlem Effect en DOCK), Veiligheid en Handhaving (gezamenlijke aanpak vandalismebestrijding/onveiligheid en overlast bij de sportvelden), Programma- en Gebiedsmanagement (onder andere gebiedsmanager en sociaal wijkteam in Schalkwijk), en afdeling Schulden, Minima en Sociale Recherche (afstemming 17
over regelingen voor sporten en bewegen en deelname aan kunst en cultuur tegen gereduceerd tarief). 3.2 Werkgevers en overige betrokkenen Bij de start van de eerste regeling voor combinatiefuncties in 2008 hadden de volgende organisaties combinatiefunctionarissen in dienst: SportSupport, Stadsbibliotheek Haarlem, Muziekcentrum ZuidKennemerland en de brede basisscholen Franciscus Xaveriusschool en De Talenten. Door de jaren heen is het werkgeverschap op punten anders ingevuld en ook uitgebreid. Vanaf 2019 zijn er, naast de gemeente Haarlem zelf zeven organisaties die combinatiefunctionarissen in dienst hebben: SportSupport, Hart, Stichting Sint Bavo (sinds 2020 Stichting Twijs), Bibliotheek Zuid-Kennemerland, Triple Threat, SRO en De Wereld Kindertheater. Van deze organisaties is Triple Threat de enige die in 2019 voor het eerst gesubsidieerd wordt door een regeling voor combinatiefuncties. Vaak zijn de combinatiefunctionarissen bij de werkgevers in loondienst. Daarnaast huren werkgevers ook zzp’ers in als combinatiefunctionarissen. Zo zet bijvoorbeeld Hart voor het uitvoerende werk (contacturen met doelgroepen, zoals bijvoorbeeld bij MuziekLab) vrijwel uitsluitend zzp’ers in. Hart is naar hen de opdrachtgever en coördineert, faciliteert, monitort en evalueert deze werkzaamheden.
Met uitzondering van SportSupport geldt voor veel organisaties dat medewerkers vaak voor een deel van hun functie werkzaam zijn als combinatiefunctionaris en deels ook ingezet worden voor andere werkzaamheden binnen de organisatie. Bij een aantal organisaties wordt het begrip combinatiefunctionaris (inclusief buurtsportcoaches en cultuurcoaches) vooral gehanteerd als subsidiebegrip. Medewerkers die (gedeeltelijk) gefinancierd worden uit de Brede Regeling Combinatiefuncties zijn werkzaam in functies die functienamen hebben die verwijzen naar het inhoudelijke werkveld waarbinnen zij actief zijn. Uitzonderingen hierop vormen de buurtsportcoaches van SportSupport, de buurtsportcoaches (ook combinatiefunctionarissen genoemd) van SRO, de cultuurcoach van Triple Threat, de cultuurcoach van Hart en de cultuurmakelaar van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland. Op basis van de gehouden interviews is de indruk dat niet iedereen die met combinatiefunctionarissen te maken heeft, precies weet wat en/of wie een combinatiefunctionaris is c.q. wie precies (mede) gefinancierd wordt uit de Brede Regeling Combinatiefuncties. Dit lijkt met name bij sommige scholen het geval. Mogelijk is dit ook het geval bij sommige combinatiefunctionarissen zelf die slechts voor een (klein) deel van hun functie gefinancierd worden door de regeling.