CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Overeenkomst Haarlem-Rijnland over AWZI

commissie Ontwikkeling 9 oktober 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aangaan overeenkomst over vernieuwen AWZI Waarderpolder (FR)23.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Formaat hoofdriool HWA, DWA en • gemengd riool • Het hoofdriool bestaat uit buizen met een minimale diameter van 300 mm.

• Gemengd stelsel

• 2158 • Locatie bomen tov riool en drainage. • • Gemengd stelsel • Bij uitwerking van het ontwerp dient de afstand tussen boom en riool/drainage zodanig te zijn dat onderhoud en vervanging van het riool/drainage mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van het riool en boom is minimaal 2 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. • 2162 • Locatie huisaansluitleidingen tov bomen • • Gemengd stelsel • De afstand tussen boom en huisaansluiting dient zodanig te zijn dat onderhoud en vervanging van huisaansluitingen mogelijk is zonder de boom te kappen. Onderlinge afstand van de huisaansluiting en boom is minimaal 1 meter en eventueel voorzien van een antiwortelscherm. • 2164

• Planten nieuwe boom tov oude • • Gemengd stelsel huisaansluitingen. • Bij het planten van nieuwe bomen dienen bestaande huisaansluitingen binnen een afstand van 5 meter van de boom van gresbuizen vervangen te worden door PVC leidingen met waterdichte koppelingen.

14

• 2048

• Hoogte maximale grondwaterstand

• Riolering & • Grondwater Grondwater • Een grondwaterstand die niet hoger uit mag komen dan 0,20 m onder de vloer in de kruipruimte van de te bouwen woningen en niet hoger dan 1,00 m beneden het maaiveld. • 2043

• Rioolgemaal, maximale stroomsnelheid • Riolering & persleiding Grondwater • Maximale stroomsnelheid in persleiding tussen 0,6 en 2,0 m/s.

• Mechanische Riolering

• 2044

• Rioolgemaal, materiaaleigenschappen • Riolering & • Mechanische persleidingen Grondwater Riolering • Materiaal persleidingen HDPE, kleur zwart, Kwaliteit PN10 of PN16, verbinding middels spiegellassen. • 2045

• Rioolgemaal, nieuwe persleiding

• Riolering & • Mechanische Grondwater Riolering • Bij aanleg van nieuwe persleiding een minimale gronddekkking van 1,0 m toepassen. • 2078

• Rioolgemaal, pompinstallaties

• Riolering & • Mechanische Grondwater Riolering • De gemalen dienen voorzien te zijn van elektrische pompinstallaties. De pompinstallaties dienen automatisch werkend uitgevoerd te worden door middel van besturings- en signaleringsapparatuur, op te stellen in een apparatuurkast. De pompinstallaties dienen d.m.v. een UDSO of LM8N te kunnen communiceren met de hoofdpost van de gemeente (telemetrie) van de firma Kuipers Electronic Engineering, deze is momenteel uitgerust met het TMX systeem. • 2130

• Toetsingsdocumenten Mechanische • Riolering & Riolering Grondwater • De FAT/SAT documenten moeten in de overdrachtstukken worden verwerkt. • 2150

• Levensduur pompen en gemalen

•

• 2151

• Levensduur pompen en gemalen

•

• 2156

• Electra aansluiting realiseren.

•

• Mechanische Riolering

• Mechanische Riolering • Mechanische en elektromechanische onderdelen ontwerpen en realiseren met een levensduur van 20 jaar. De pompput heeft een levensduur van 60 jaar. • Mechanische Riolering • Mechanische en elektromechanische onderdelen ontwerpen en realiseren met een levensduur van 20 jaar. De pompput heeft een levensduur van 60 jaar. • Mechanische Riolering

• vanuit het project via de site aansluitingen.nl wordt de aansluiting aangevraagd. • Adres waarop de aanvraag komt te staan is: Gemeente Haarlem, Gedempte Oude Gracht 2 • De aansluiting wordt dan fysiek aangelegd en van de netbeheerder ontvang je een EAN-code. • Wanneer de aansluiting is opgeleverd, moet er een mail naar mharteveld@haarlem.nl met de volgende gegevens: • Adres aansluiting • EAN-code • Kostenplaatsnummer • Type object

15

• Met deze gegevens wordt de aansluiting aangemeld bij de energieleverancier door de heer Ment Harteveld. • • 2007

• Technische levensduur riolering

• Riolering & Grondwater • De technische levensduur van de riolering bedraagt minimaal 60 jaar.

• Riolering en Grondwater

• 2049

• Vervallen delen van riolering en • Riolering & • Riolering en drainagesystemen Grondwater Grondwater • Oude, niet meer in gebruik zijnde riolering en drainage, dienen te worden gereinigd en op een milieuverantwoorde wijze te worden afgevoerd. • 2052

• Duurzaamheid en milieu

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • Er dient zoveel mogelijk gebruikt te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke toepassingen en materialen. • 2079

• Verantwoordelijkheid Ontwerp

• 2082

• Goedkeuring Ontwerp

• 2083

• Goedkeuring wijzigingen Ontwerp

• 2084

• Start uitvoering

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • De ontwikkelaar of opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het riool en drainage ontwerp. Eventuele faseringen dienen uitgewerkt te worden in het ontwerp. De ontwikkelaar c.q. opdrachtnemer dient alle nodige onderzoeken en inventarisaties te doen om tot een onderbouwd ontwerp te komen. Een bemalingsadvies of eventueel saneringsplan maakt onderdeel uit van het ontwerp. • Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • Ontwerpen dienen na verwerking van de opmerkingen en samen met het verslag van de controle en aanbevelingen ter goedkeuring aangeboden te worden aan GOB. De ontwerpen dienen (in PDF) samen met de tekeningen (in .dwg) ingeleverd te worden. • Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • Wijzigingen in het ontwerp dienen goedgekeurd te worden door GOB/Rijnland. • Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • De start van de uitvoering en planning van het werk wordt schriftelijk aangegeven bij GOB/Rijnland. Tijdens de uitvoering kan GOB/Rijnland onaangekondigd veldcontrole uitvoeren. • 2085

• Overdracht goedkeuring riolering en • Riolering & • Riolering en drainage aan gemeente, eisen aan Grondwater Grondwater revisie en inspectie • Een overdracht vindt plaats na bestuurlijke goedkeuring, als alle revisies en inspecties zijn ingeleverd en het werk is goedgekeurd door GOB. • 2086

• Aanleveren revisies

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • Alle revisies en inspecties dienen ingeleverd te zijn bij GOB binnen twee weken na aanbrengen (Wet WION). Gebeurd dit niet is en blijft de opdrachtnemer of ontwikkelaar verantwoordelijk voor alle eventuele tussentijdse schades en/of boetes ten gevolge van het niet tijdig aanleveren.

16

• 2103

• Afstroming ontwerp eis

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • De afstroming van al het water moet zeker gesteld zijn door voorzieningen in het openbaar gebied. • 2104

• Toegankelijkheid inspectieputten • Riolering & • Riolering en riolering en drainage. Grondwater Grondwater • Rioolputten en Instelputten, eindputten en kruisputten in de drainagesystemen dienen toegankelijk te zijn voor onderhoud, de minimale interne doorsnede bedraagt 0,80 m. • 2116

• Aanduidingen ontwerp

• Riolering & Grondwater • Rioleringaanduidingen op tekeningen conform NEN 3219 • 2117

• Ontwerp inspectieputten

• Riolering en Grondwater

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • In de hoofdrioolleidingen dienen inspectieputten te worden opgenomen. De maximale afstand tussen twee inspectieputten bedraagt 80m. • 2131

• Oplevering en overdracht • Riolering & • Riolering en revisietekeningen Grondwater Grondwater • Revisietekeningen aanleveren conform eisen databeheer, afdeling DIA, tekeningen aanleveren in .DGN formaat en PDF-formaat. • 2132

• Vrijkomende materialen, aannemer

• Riolering & • Riolering en Grondwater Grondwater • Voor rekening van de aannemer zijn: reinigen, afvoeren en/of storten van vrijkomende materialen en stoffen in overleg met de gemeente, conform wettelijke eisen. • 2017

• Toetsing ontwerp

• 2018

• Dekking hoofdriolering

• 2022

• Leidingdiameter DWA-leidingen

• 2080

• Controle Riool ontwerp

• 2087

• Ontwerp leeftijd

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Ontwerp dient vooraf getoetst te worden aan de huidige en toekomstige kabels en leidingen en aanleg dient te voldoen aan het standaard detail 5.2 "Standaard K&L tracé". • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • De dekking van de hoofdriolering op het hoogste punt dient 1,20 m te bedragen, gemeten van de bovenkant van de buis tot het ter plaatse beoogde peil van het openbaar gebied. • Riolering & Grondwater • De minimale leidingdiameter van de rioolleidingen bedraagt 300 mm.

• Vrij verval riolering

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Rioolontwerpen dienen voor rekening van de ontwikkelaar of opdrachtnemer gecontroleerd te worden door Witteveen en Bos raadgevend ingenieurs vestiging Almere. • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Bij uitbreidingen dient riolering als een gescheiden systeem aangelegd te worden. Het rioolsysteem ontwerpen op een minimale levensduur van 60 jaar.

17

• 2099

• Algemene eis riolering.

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • De riolering mag de grondwaterstand niet negatief beïnvloeden (bv schade aan funderingen) en mag geen stank- en lawaaioverlast veroorzaken. Het rioolsysteem dient maximaal bereikbaar te zijn en zonder bijzondere maatregelen te kunnen worden beheerd en onderhouden. • 2113

• Funderingsadvies Ontwerp

• 2114

• Berekeningen Ontwerp

• 2115

• Riool ontwerp uitgangspunten

• 2119

• Materialisatie ontwerp inspectieputten

• Riolering & Grondwater • Minimale afmeting van toe te passen inspectieputten is Ø 800mm.

• Vrij verval riolering

• 2120

• Revisie huisaansluitingen

• Vrij verval riolering

• 2125

• Toetsing en acceptatie

• 2127

• Putnummers ten behoeve van Inspectie

• 2128

• Resultaten Inspectie

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Voor aanleg van riolering, rioolputten en eventuele gemalen dient een funderingsadvies/rapport overlegd te worden. • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Berekeningen dienen te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module C2100 ‘Rioleringsberekeningen, hydraulisch functioneren’. • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Het gehele ontwerp dient te worden uitgevoerd conform de Leidraad Riolering, Module Module B3000 "Detaillering en aanleg van stelselonderdelen". Met inachtneming van de module's ontwerpgrondslagen B1100, B2100, B2200, B2300

• Riolering & Grondwater • Aansluitleidingen intekenenen op de digitale revisietekening.

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Het rioleringswerk wordt beoordeeld conform EN 13508-1 buitenriolering "inspectie en toestandbeoordeling door middel van video-inspectie van riolen" en EN 13508-2 buitenriolering "classificatiesysteem" bij visuele inspectie van riolen". Alle toestandsaspecten moeten minimaal gelijk aan klasse 1 zijn. • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Aanlegtekeningen en revisietekeningen van riolering en drainage dienen voorzien te worden van putnummers welke door afdeling DIA worden aangegeven. overstorten krijgen eigen nummers, daarom deze apart aangeven bij de aanvraag. De nummers zijn verkrijgbaar via mail aan dia@haarlem.nl o.v.v. aanvraag putnummers. • Voor de oplevering dient het riool geïnspecteerd te worden. Voor het inspecteren dienen de putnummers gecontroleerd te worden op juistheid. Zonder de juiste putnummers kan de videoinspectie NIET geaccepteert worden. Fictieve putnummers zijn NIET toegestaan. • Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Inspectieresultaten moeten ten alle tijden voldoen aan het document "PvE opleveringsinspectie riolering"

18

• 2135

• Tracébepaling Riolering

• Riolering & • Vrij verval Grondwater riolering • Tracé in de rijbaan mag NIET in het rijspoor aangebracht worden. Putdeksel mogen NIET in het rijspoor terecht komen. • 2189

• functioneren riool tijdens • • Vrij verval werkzaamheden aan het riool riolering • Ten behoeve van werkzaamheden een riolering tijdelijk afsluiten kan alleen nadat navraag gedaan is of dat mogelijk is bij de DDO partner en de gemeente. Indien het bericht terug komt dat dat niet bekend is of dit zondermeer afgesloten kan worden, dient de maatregel doorgerekend te worden. • 2190

• functioneren riool tijdens • • Vrij verval werkzaamheden aan het riool riolering • Ten behoeve van werkzaamheden een riolering tijdelijk afsluiten kan alleen nadat navraag gedaan is of dat mogelijk is bij de DDO partner en de gemeente. Indien het bericht terug komt dat dat niet bekend is of dit zondermeer afgesloten kan worden, dient de maatregel doorgerekend te worden. • 2191

• functioneren riool tijdens • • Vrij verval werkzaamheden aan het riool riolering • Ten behoeve van werkzaamheden een riolering tijdelijk afsluiten kan alleen nadat navraag gedaan is of dat mogelijk is bij de DDO partner en de gemeente. Indien het bericht terug komt dat dat niet bekend is of dit zondermeer afgesloten kan worden, dient de maatregel doorgerekend te worden. • 2192

• functioneren riool tijdens • • Vrij verval werkzaamheden aan het riool riolering • Ten behoeve van werkzaamheden een riolering tijdelijk afsluiten kan alleen nadat navraag gedaan is of dat mogelijk is bij de DDO partner en de gemeente. Indien het bericht terug komt dat dat niet bekend is of dit zondermeer afgesloten kan worden, dient de maatregel doorgerekend te worden. • 2051

• Oude rioleringen Gemengd stelsel

• Riolering & • Grondwater • Oude, niet meer in gebruik zijnde rioleringen, dienen te worden gereinigd en op een milieuverantwoorde wijze te worden afgevoerd. • 2069

• Aanleg Inspectieput Gemengd stelsel

• 2070

• Aanleg Instelput Drainage

• 2093

• Fundering Droogweerafvoer

• Riolering & • Grondwater • Tussen kegelstuk of afdekplaat en putrand dienen indien nodig drie stellagen van kelderklinkers of prefab betonnen stelringen te worden aangebracht. • Riolering & • Grondwater • Tussen kegelstuk of afdekplaat en putrand dienen indien nodig drie stellagen van kelderklinkers of prefab betonnen stelringen te worden aangebracht. • Riolering & • Grondwater • Bij de aanleg en ontwerp van riolering dient rekening gehouden te worden met de ondergrond, het afschot dient gedurende de gehele levensduur gewaarborgd te zijn, de waterdiepte in een stelsel mag als gevolg van zettingen nooit meer bedragen dan 1/10 van de buisdiameter (klasse 1).

19

• 2094

• Fundering Gemengd stelsel

• Riolering & • Grondwater • Bij de aanleg en ontwerp van riolering dient rekening gehouden te worden met de ondergrond, het afschot dient gedurende de gehele levensduur gewaarborgd te zijn, de waterdiepte in een stelsel mag als gevolg van zettingen nooit meer bedragen dan 1/10 van de buisdiameter (klasse 1). • 2101

• Algemene Gemend Stelsel eis

• 6001

• Doel van openbare verlichting

• OV & VRI

• 6002

• Plaatsing openbare verlichting

• OV & VRI

• 6003

• Sociaal onveilige routes

• OV & VRI

• 6004

• Plaatsing openbare verlichting

• OV & VRI

• Riolering & • Grondwater • De riolering mag de grondwaterstand niet negatief beïnvloeden (bv schade aan funderingen) en mag geen stank- en lawaaioverlast veroorzaken. Het rioolsysteem dient zonder bijzonder maatregelen te kunnen worden beheerd en onderhouden. • Openbare verlichting • De openbare verlichting heeft tot doel om bij duisternis alles zichtbaar te maken dat voor een veilig en doelmatig gebruik van de openbare ruimte van belang is • Openbare verlichting • Op openbare wegen, straten, pleinen en (achter)paden wordt in de gemeente Haarlem openbare verlichting geplaatst. • Openbare verlichting • Op sociaal onveilige routes waar géén alternatieve route beschikbaar is wordt in de gemeente Haarlem openbare verlichting geplaatst. • Openbare verlichting • Openbare verlichting wordt zoveel mogelijk geplaatst op bij de gemeente Haarlem in beheer zijnde gemeentelijke eigendommen. Indien dit niet mogelijk is dient dit overlegd te worden met directie, bijvoorbeeld in geval van gevelarmaturen. • 6005

• Gecombineerde laagspanning / • OV & VRI • Openbare openbare verlichtingsnet verlichting • Haarlem maakt gebruik van het gecombineerde laagspanning / openbare verlichtingsnet van de netbeheerder • 6006

• Lichtniveau en gelijkmatigheid

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Het lichtniveau en de gelijkmatigheid dienen te voldoen aan de NPR13201:2017, dit is in afwijking van Beleidsplan openbare verlichting 2017-2020) • 6007

• Sociale veiligheid

• OV & VRI

• 6008

• Verblinding en overlast verlichting

• OV & VRI

• Openbare verlichting • De sociale veiligheid dient gewaarborgd te zijn conform het PolitieKeurmerk Veilig Wonen • Openbare verlichting • Verlichting mag niet verblinden in woningen en geen overlast bezorgen. Om dit te voorkomen mag in verblijfsgebieden geen hoger milliamperage worden toegepast dan 350mA.

20

• 6009

• Dimmen verlichting

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Verlichting moet worden gedimd volgens standaard dimregime Haarlem (beschreven in Beleidsplan openbare verlichting 2017-2020; Dimmen). • 6010

• Calamiteitenverlichting

• OV & VRI

• 6011

• Calamiteitenverlichting

• OV & VRI

• 6012

• Calamiteitenverlichting

• OV & VRI

• 6013

• Calamiteitenverlichting

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Calamiteitenverlichting geeft een hoog lichtniveau ten behoeve van gezichtsherkenning en sociale veiligheid. Specificaties dienen afgestemd te worden met directie. • Openbare verlichting • Calamiteitenverlichting moet door de meldkamer van de politie aan en uitgeschakeld kunnen worden door middel van Luminext en door middel van een SMS. Specificaties dienen afgestemd te worden met directie. • Openbare verlichting • Calamiteitenverlichting moet met hoge snelheid en betrouwbaarheid functioneren. Specificaties dienen afgestemd te worden met directie. • Openbare verlichting

• Calamiteitenverlichting is een separaat onderdeel in de openbare verlichting. • 6014

• Materiaalkeuze masten en armaturen

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Materiaalkeuze conform "Openbare verlichting Haarlem, Kaart en omschrijving armaturen" en Hior. • 6015

• Monteerbaarheid

• OV & VRI

• 6016

• Onderhoud

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Alle onderdelen van het systeem dienen eenvoudige en doelmatig monteerbaar te zijn. • Openbare verlichting

• Het systeem dient laag in onderhoud of zelfreinigend te zijn. • 6017

• Muteren databeheergegevens

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Mutaties doorvoeren middels BOR-online. Gebruik conform bijgeleverde instructies DIA • 6018

• Revisie

• OV & VRI

• 6019

• Attentiepunten locatie mast

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Revisie dient aangeleverd te worden conform het document van de gemeente Haarlem "Format Logboek Revisie". • Openbare verlichting • Attentiepunten zoals drempels, voetganger en fietser oversteekplaatsen, buitenbochten en bushaltes dienen een verlichtingsklasse hoger dan de omgeving verlicht te worden.

21

• 6020

• Beleidsplan openbare verlichting

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Het "Beleidsplan openbare verlichting 2017-2020" is leidend voor het beleid van de openbare verlichting. Uitzonderingen hierop zijn expliciteit vermeld in dit document. • 6021

• Prioritering beleid versus contracteisen

• OV & VRI

• 6022

• Kwaliteitsbepalingen materialen

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Daar waar tegenstrijdigheden zijn tussen de eisen uit het contract en het beleidsplan, dient het beleidsplan te worden gevolgd. • Openbare verlichting • Gebruik voor de kwaliteitsbepaling van de te leveren materialen, voor zover deze niet zijn omschreven in het contract, de standaard RAW-bepalingen. • 6023

• Opbreekwerkzaamheden openbare • OV & VRI • Openbare ruimte verlichting • Alle bijkomende opbreekwerkzaamheden en grondwerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor werkzaamheden aan de openbare verlichting dienen door opdrachtnemer te worden uitgevoerd en hersteld • 6024

• Kwaliteit herstel openbare ruimte

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Opbreekwerkzaamheden aan de openbare ruimte die noodzakelijk zijn voor werkzaamheden aan de openbare verlichting dient in originele staat hersteld te worden. Afwijkingen hierop in overleg met directie • 6025

• Verkeersmaatregelen

• OV & VRI

• 6026

• Verkeersplan tbv bereikbaarheid stad

• OV & VRI

• 6027 •

•

• OV & VRI

• 6028

• Proces goedkeuring verkeersplan

• OV & VRI

• 6029

• Werken conform arbowet

• OV & VRI

• Openbare verlichting

• OV & VRI

• Openbare verlichting

• Openbare verlichting • Opdrachtnemer dient verkeersmaatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor werkzaamheden aan de openbare verlichting, conform CROW publicatie 96B • Openbare verlichting • Voor werkzaamheden aan de openbare verlichting die van invloed zijn op de bereikbaarheid van de stad (leefbaarheid en/of bereikbaarheid voor bewoners en bedrijven) dient een verkeersplan te worden opgesteld. Deze dient overlegd te worden met de directie. •

• Openbare verlichting • Verkeersplannen dienen te worden ingebracht in het bereikbaarheidsoverleg van de gemeente Haarlem en dienen goedgekeurd te worden door het bereikbaarheidsteam

• Opdrachtnemer dient te werken conform de arbowet • 6030

• Lichthinder

22

• Gevels van woningen en/of gebouwen mogen niet verlicht worden, tenzij expliciet bij opdracht aangegeven een uitzondering hierop aanvaard is. Door middel van juiste lichtberekening en / of de toepassing van afscherming dient lichthinder te worden voorkomen • 6031

• Verlichtingsplan eisen

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Voor ieder nieuw te verlichten gebied, of in het geval van grootschalige vervanging, dient een verlichtingsplan aangeleverd te worden. Dit dient te bestaan uit lichtberekeningen + rapportage conform NPR13201:2017, een stippenplan in DWG en PDF waarbij lichtpunten op juiste X,Y en Z zijn ingetekend. Dit plan dient ter goedkeuring bij de gemeente voorgelegd te worden • 6032

• Verlichtingsplan verlichtingsklasses

• OV & VRI

• Openbare verlichting • Verblijfsgebieden in bebouwde omgeving dienen minimaal conform verlichtingsklasse P5 te worden verlicht. Wijkontsluitingswegen dienen minimaal conform verlichtingsklasse M6 te worden verlicht en doorgaande wegen conform verlichtingsklasse M5. Uitgaansgebieden in het centrum waar extra attentie dient te zijn tbv sociale veiligheid dient minimaal conform verlichtingsklasse P3 te zijn verlicht. • 6033

• Lichtpunthoogte grote kruisingen van • OV & VRI • Lichtpunten gebiedsonsluitings- en stroomwegen • Bij grote kruisingen van gebiedsontsluitings- en stroomwegen dient een lichtpunthoogte te worden toegepast van ten minste 9 meter. • 6034 • Depriciatiefactor • OV & VRI • Lichtpunten • De verouderingsfactor of depreciatiefactor dient in de berekening ingesteld te worden op de door de fabrikant aangegeven waarde. Hiervan dient een schriftelijk bewijs te worden overlegd. De minimale waarde is 0,9. • 6035

• Afstand lichtmasten t.o.v. • OV & VRI • Lichtpunten afvalcontainters • De afstand tussen de lichtmasten en verzinkbare afvalcontainers dient minimaal 5 meter te zijn. • 6036 • Afstand lichtmasten t.o.v. bomen • OV & VRI • De afstand tussen bomen en lichtmasten dient minimaal 5 meter te zijn.

• Lichtpunten

• 6037 • Lichtpunten in woonstraten • OV & VRI • In woonstraten is de onderling afstand tussen lichtpunten maximaal 25m.

• Lichtpunten

• 6038

• Lichtpunten in • OV & VRI • Lichtpunten Gebiedsontsluitingswegen • Op gebiedsontsluitingswegen is de onderlinge afstand tussen lichtpunten maximaal 35m. • 6039 • Lichtpunt bij T-splitsing • OV & VRI • Lichtpunten • Bij een T – splitsing dient een lichtmast achter het kruisingsvlak in de as van de toeleidende weg te worden geplaatst • 6040 • Lichtpunt bij parkeerplaats • OV & VRI • Lichtpunten • Masten bij parkeerplaatsen moeten zo worden geplaatst dat rekening wordt gehouden met openslaande portieren. In geval van gestoken parkeerplaatsen dient de plaats van een lichtmast te worden gekozen op de kop van de overgang van de parkeervakken.

23

• Langs trottoirs waar langs-parkeervakken zijn geprojecteerd dienen de lichtmasten op de vakscheidingen te worden geplaatst • 6041

• Plaatsing lichtpunten in bebouwde • OV & VRI omgeving • Plaatsing bij voorkeur in de lengteas van de scheiding tussen woningen.

• Lichtpunten

• 6042

• Kenmerk lichtpunt door middel van • OV & VRI • Lichtpunten sticker • Bij ieder lichtpunt dient een sticker geplakt te worden met een uniek nummer. Stickers conform formaat Haarlem en in overleg met DBC partner. Sticker dient op 2 meter hoogte op de mast geplakt te worden. Bij decoratieve wandarmaturen dient deze aan de voorzijde van de wandsteun geplakt te worden. Bij functionele wandarmaturen en een overspanning dient deze op de wandkast geplakt te worden. • 6043 • Kenmerk ophangsysteem • OV & VRI • Ophangsysteem • Een ophangsysteem (mast, wandsteun, overspanning) moet worden gestickerd met een uniek nummer. Stickers conform formaat Haarlem en in overleg met DBC partner. • 6044 • Aansluitplan openbare verlichting • OV & VRI • Aansluitsysteem • Het aansluitplan van de OV moet passen in de gestelde aansluitvoorwaarden van de regionale netbeheerder. Voor Haarlem is dit Liander. • 6045 • Aansluitblok • OV & VRI • Het aansluitblok dient van het type faget of vergelijkbaar te zijn.

• Aansluitsysteem

• 6046 • Zekering • OV & VRI • Aansluitsysteem • Plaats een zekering van 6 Ampère. Indien er twee armaturen zijn aangesloten op de mast dienen deze apart gezekerd te worden. • 6047 • Plaatsing wandkast • OV & VRI • Aansluitsysteem • De wandkast dient van RVS te zijn en op minimaal 1.50 meter (voor zover mogelijk) vanaf onderzijde maaiveld gemonteerd te worden • 6048 • Maatvoering wandkast • OV & VRI • Aansluitsysteem • De wandkast dient aan de volgende maatvoering te voldoen: hoogte 350 mm/ breedte 80mm en diepte 75mm. • 6049 • Zekeringhouder wandkast • OV & VRI • Aansluitsysteem • De wandkast dient goedgekeurd te zijn voor een aansluitblok van het type CAM. • 6050 • Stijgleiding wandarmatuur • De stijgleiding dient van RVS te zijn

• OV & VRI

• Aansluitsysteem

• 6051

• Aanvraag wijziging aansluiting bij • OV & VRI • Aansluitsysteem netbeheerder • Afsluitingen en (her)aansluitingen van de openbare verlichting dienen te worden aangevraagd bij de netbeheerder door opdrachtnemer • 6052

• Armaturen functioneel Koffer

• OV & VRI

• Armatuur

24

• Kofferarmatuur, afmetingen conform document "Openbare verlichting Haarlem, Kaart en omschrijving armaturen", 350mA, 8/16/32/40/48 LED, in overleg met directie dient armatuur ZD4I te zijn. • 6053 • Armaturen functioneel Kegel • OV & VRI • Armatuur • Kegel armatuur , afmetingen conform document "Openbare verlichting Haarlem, Kaart en omschrijving armaturen", 350mA, 8/16/32 LED in overleg met directie armatuur ZD4I te zijn. • 6054 • Armaturen decoratief < 4m • Bakenesse type Haarlem

• OV & VRI

• Armatuur

• 6055 • Armaturen decoratief > 4m • OV & VRI • Spaarne/ Patrimonium bol met LED van Modernista en Hahn a11 LED,

• Armatuur

• 6056 • Armatuur kleur • Gelijk aan mastkleur, muv Bakenes.

• OV & VRI

• Armatuur

• 6057 • Levensduur armaturen • Minimale levensduur (LED) armaturen is 25 jaar.

• OV & VRI

• Armatuur

• 6058 • Armatuur voorziening • OV & VRI • Armatuur moet voorzien zijn van een 3 x 1,5 mm² aansluitsnoer

• Armatuur

• 6059 • Armatuurrendement • OV & VRI • De depreciatiefactor van de functionele verlichting dient minimaal 0,9 te zijn.

• Armatuur

• 6060

• Mechanische invloeden en vocht • OV & VRI • Armatuur armatuur • Armatuur dient voldoende beschermd te zijn tegen stof, water en mechanische invloeden. Minimale waardes van functionele armaturen IP 66 IK 08, minimale waardes decoratieve armaturen IP 65 IK 07 • 6061

• Materiaal verlichtingstechniek en • OV & VRI decoratieve armaturen • Verlichtingstechniek is standaard LED. Ook voor de decoratieve armaturen.

• Lamp

• 6062 • Dimmodule • OV & VRI • Lamp • De LED modules dienen dimbaar te zijn uitgevoerd met het standaard dimregime Haarlem (beschreven in Beleidsplan openbare verlichting; Dimmen) aan 100%; 20.00 uur 70%; 23:00 uur 50%; 05.00 uur 70%; 7.00 uur 100%. • 6063 • Kleurtemperatuur armaturen functioneel • OV & VRI • Lamp • De kleurtemperatuur dient in het centrum voor de functionele armaturen 2200K of 2700K te zijn, voor (hoofd)ontsluitingswegen 3000K en overige woonwijken en verbiedsverblijfgebied 2700K • 6064 • Kleurtemperatuur armaturen decoratief • OV & VRI • Lamp • De kleurtemperatuur van het licht in het centrum dient niet hoger te zijn dan 2700 Kelvin • 6065 • Combinatie met wegmeubilair • OV & VRI • Lichtmast • De positionering van de lichtmasten dient zodanig te zijn dat de combinatie met bebording, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties en ANWB masten mogelijk is. • 6066

• Vandalismebestendigheid masten

• OV & VRI

• Lichtmast

25

• Masten moeten vandalismebestendig zijn; IP65. • 6067 • Materiaal functionele masten • OV & VRI • Lichtmast • Leverancier PMF (of gelijkwaardig)- standaard conische stalen mast thermisch verzinkt + bescherming grondstuk NOXYDE. • 6068 • Kwaliteitscriteria Stalen Lichtmasten • OV & VRI • Lichtmast • Zie document van Gemeente Haarlem "Kwaliteitscriteria Stalen Lichtmasten" voor aanvullende informatie mbt toe te passen stalen lichtmasten • 6069

• Specificaties masten decoratief LPH 4 • OV & VRI • Lichtmast meter • Klassieke mast type Haarlem HM 114, gietijzer GG20 voorzien van vast meegegoten grondstuk,5 laags verfsysteem RAL 6012, Mastluik met gegoten Haarlem logo, voorzien van rozet en laddersteun, • 6070

• Specificaties masten decoratief LPH 5 • OV & VRI • Lichtmast meter • Decoratieve mast type Patrimonium van fabricaat PMF, LPH 5 meter, PMF type 1701476P5 met uitlegger 3401053P5, materiaal: Staal termisch verzinkt, cilindrisch verjongd, sierelementen gegoten aluminium, 5 laags verfsysteem Coating Ral 7016 • 6071

• Specificaties masten decoratief LPH 8 • OV & VRI • Lichtmast meter • Decoratieve mast type Spaarne van fabricaat PMF, LPH 8 meter, PMF type 13011225P5 met uitlegger 3400758V, materiaal: Staal termisch verzinkt, cilindrisch verjongd, sierelementen gegoten aluminium, 5 laags verfsysteem Coating Ral 7016 • 6072 • Masthoogte Gebiedsontsluitingswegen • OV & VRI • Masthoogte Gebiedsontsluitingswegen ten minste 7,0 m.

• Lichtmast

• 6073 • Onderkant luik • OV & VRI • De onderkant van het luik dient op 0,6m boven maaiveld te liggen.

• Lichtmast

• 6074 • Lichtmast in trottoir • OV & VRI • Lichtmast • De lichtmast in een trottoir dient 45cm uit de trottoirband te worden geplaatst. • 6075 • Levensduur masten • Minimale levensduur van een lichtmast is 50 jaar

• OV & VRI

• Lichtmast

• Masthoogte verblijfsgebieden • OV & VRI woonstraten • Masthoogte verblijfsgebieden: woonstraten max 6 meter.

• Lichtmast

• 6077 • Mastkleur combimast VRI • Mastkleur zwart-wit geblokt tot eerste verjonging.

• Lichtmast

• 6076

• OV & VRI

• 6078

• Mastkleur combimast VRI met • OV & VRI Spaarnebol • Mastkleur zwart-wit geblokt tot eerste verjonging, daarboven RAL 7016 grijs

• Lichtmast

• 6079

• Lichtmast

• Mastkleur overige

• OV & VRI

26

• Mastkleur overige: RAL 7016 grijs of onbewerkt bij niet decoratieve masten. • 6080 • Sluiting mastdeurtje • De mast sluiting dient Kaalfix te zijn. •

• OV & VRI

• Lichtmast

• 6081 • Verankering lichtmasten • OV & VRI • Lichtmast • Lichtmasten die niet worden geplaatst in elementenverharding moeten worden verankerd. • 6082 • Plaatsing lichtmasten in tegelverharding • OV & VRI • Lichtmast • Lichtmasten dienen geplaatst te worden in de tegelverharding, ook bij vrij liggende voetpaden; als niet mogelijk dan plaatsing in de niet verharde ondergrond. • • 6083 • Mastluik • OV & VRI • De mastluik dient zich aan trottoirzijde tegen de rijrichting in te bevinden.

• Lichtmast

• 6084 • Montage uithouder functionele lichtmast • OV & VRI • Lichtmast • De uithouder van een lichtmast wordt geplaatst onder een hoek van 4 graden. • 6085 • Masthoogte verblijfsgebieden overig • OV & VRI • Lichtmast • Masthoogte verblijfsgebieden: parken, plantsoenen, voetgangergebied en fietsgebied: 4 meter. • 6086 • Windgebied- en terreincategorie • OV & VRI • Lichtmast • De lichtmast dient ontworpen te zijn voor windgebiedcategorie en terreincategorie dat gebruikelijk is voor de locatie • 6087 • Botsvriendelijkheid • OV & VRI • De botsvriendelijkheid van een lichtmast dient passend te zijn voor de situatie

• Lichtmast

• 6088 • Plaatsing lichtmasten: visueel • OV & VRI • Lichtmast • Plaatsing en locatie lichtmast bij rijbanen bij voorkeur aan beide zijden van de rijbaan in zig-zag opstelling • 6089 • Afvullen lichtmast • OV & VRI • Lichtmast • Lichtmasten dienen bij plaatsing tot 10 cm boven maaiveld te worden afgevuld met schoon zand. • 6090 • Reclame • OV & VRI • Lichtmast • Bij het vervangen of nieuw plaatsen van een mast met lichtmastreclame dient een sterkteberekening te worden uitgevoerd en aan de hand hiervan een mast bepaald te worden. • 6091

• Overspanningskabel • OV & VRI verlichtingsarmatuur • Minimale levensduur van overspanning ophangsysteem is 40 jaar

• Overspanning

• 6092

• Materiaal overspanningskabel • OV & VRI • Overspanning verlichtingsarmatuur • Materiaal van de overspanningskabel dient aan volgende specificaties te voldoen: • Armidekabel minimaal 8 mm. 35Knewton • Verbinding plaat-kabel instellen op 7 Knewton • 6093

• Muurplaten overspanningskabel

• OV & VRI

• Overspanning

27

• Materiaal van muurplaat dient aan de volgende specificaties te voldoen: • 10mm dikke RVS 3-16 plaat van 200x200mm gemonteerd met RVS 3-16 M12 bouten in chemische muurankers. • 6094

• Bevestigingspunt muurplaten overspanningskabel • Leveren rapportage sterkteberekening na montage.

• OV & VRI

• Overspanning

• 6095 • Specifiacties decoratieve wandsteun • OV & VRI • Wandsteun • Decoratieve wandsteun van type Haarlem HM115, Staal, Thermisch verzinkt en voorzien van 5-laags poedercoating RAL 6012, • 6096 • Hoogte wandsteun Haarlem lantaarn • OV & VRI • Wandsteun • Onderzijde wandsteun dient ongeveer 4,20 mtr boven maaiveld geplaatst te worden, definitieve bepaling in overleg met directie • 6097 • Levensduur wandsteun • Minimale levensduur van een wandsteun is 50 jaar.

• OV & VRI

• Wandsteun

• 6098

• OV & VRI

• Openbare verlichting

• Feestverlichting

• feestverlichting hangt minimaal 0,50 meter buiten de rijbaankant, • feestverlichting boven de openbare weg moeten hoger hangen dan 4,50 meter, • feestverlichting boven een fietspad moeten hoger hangen dan 3,50 meter, • feestverlichting boven het openbare voetpad moeten hoger hangen dan 2,20 • feestverlichting wordt minimaal 25 meter uit kruispunten en rotondes geplaatst, gemeten vanaf de voor- of achterkant van het kruispunt of de rotonde en inclusief eventuele voetgangers- en fietsoversteken, • Ter hoogte van de verzamelpunten van de minicontainers worden geen feestverlichting aangebracht. • 7013 • Riolering • • Onderzoeken • Bepalen van de juiste diameters van de riolering in de toekomstige eindsituatie en voor de onvoltooide situatie • 7016 • bemalingsadvies • • Advies • indien het voor de werkzaamheden nodig is om een bemaling te gebruiken dient er een bemalingsadvies opgesteld te worden tijdens de ontwerpfase • 7017 • constructieberekeningen • • Advies • indien het voor de werkzaamheden nodig is om een constructieberekening op te stellen dient er een constructieberekening opgesteld te worden tijdens de ontwerpfase • 7018 • Trillingsadvies • • Advies • Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden veel trillingen ontstaan dient er een trillingsadvies op te worden gesteld.

• 7019 • Verlichtingsplan • • Advies • Indien het vervangen van openbare verlichting onderdeelis van het project dient er tijdens de ontwerpfase een verlichtingsplan opgesteld te worden. • 7020

• Beplantingsplan

•

• Advies

28

• Bij het aanbrengen van groen in een project dient er een beplantinsplan opgesteld te worden in de ontwerpfase. • 7021 • V&G-plan • • Advies • Bij het opstellen van de contractstukken dient een V&G-plan meegenomen te worden. • 7023 • Revisie/mutaties • • Advies • revisies en mutaties in het areaal van de gemeente dienen volgens de afspraken verwerkt te worden. • 7024 • Kapvergunning • • indien nodig dient een kapvergunning aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7025 • Sloop/bouwvergunning • • indien nodig dient een sloop/bouwvergunning aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7026 • onttrekkingsvergunning grondwater • • Vergunningen • indien nodig dient een onttrekkingsvergunning grondwater aangevraagd te worden • 7027 • Keurvergunning • • indien nodig dient een keurvergunning aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7028 • Lozingsvergunning/melding • • Vergunningen • indien nodig dient een lozingsvergunning aangevraagd, of een melding gedaan te worden • 7029 • Saneringsvergunning • • indien nodig dient een saneringsvergunning aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7030 • BUS-melding • • indien nodig dient een BUS-melding gedaan te worden

• Vergunningen

• 7031 • ontheffing nachtwerk • • indien nodig dient een ontheffing voor nachtwerk aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7032 • Verkeersbesluit • • indien nodig dient en verkeersbesluit aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7033 • Ontheffing Flora & Fauna • • indien nodig dient een ontheffing Flora en Fauna aangevraagd te worden

• Vergunningen

• 7034 •

• Vergunningen

• Overig

•

• 7035 • Bereikbaarheid • • Stakeholders • Bij werkzaamheden die invloed hebben op de openbare ruimte is de commisie bereikbaarheid een stakeholder. • 7036 • Connexxion • • Stakeholders • Bij werkzaamheden die invloed hebben op een busroute is Connexxion een stakeholder. • 7037

• Politie

•

• Stakeholders

29

• Bij werkzaamheden die invloed hebben op de openbare ruimte is de politie een stakeholder. • 7038 • Brandweer • • Stakeholders • Bij werkzaamheden die invloed hebben op de openbare ruimte is de brandweer een stakeholder. • 7042 • Nutsbedrijven • • Stakeholders • Bij werkzaamheden die invloed hebben op de openbare ruimte zijn de nutsbedrijven een stakeholder. • 7043 • Telecombedrijven • • Stakeholders • Bij werkzaamheden die invloed hebben op de openbare ruimte zijn de telecombedrijven een stakeholder. • 7049 • SROI • • • in verband met het voldoen aan deze regeling dient contact opgenomen te worden met de SROIcoordinator van Haarlem • 7050 • Brandkranen • Brandkranen dienen bereikbaar te blijven

•

•

• 7051 • Depot • • • locatie van het depot te bepalen binnnen de werkgrenzen in overleg met de gebeidsregisseur • 7052 • Ketenpark • • • locatie van het ketenpark te bepalen binnnen de werkgrenzen in overleg met de gebeidsregisseur • 7053 • Informatiebord • • • locatie informatiebord te bepalen in overleg met het procesteam van de Gemeente. • 7054 • VRI • • • Werkzaamheden aan de VRI dienen in overleg met en door de DDO-partner van gemeente Haarlem te gebeuren. • 7059 • BRO • • Onderzoeken • Bodemgegevens moeten worden doorgezet naar BRO (bro-beheer@haarlem.nl) • 7060 • Tekeningen, ondergrond • • • Van alle beschikbare Haarlemse datasets kan, op kaart.haarlem.nl een export gedownload worden in DXF-formaat, op basis van de RD-projectie. • 7061 • Tekeningen, eisen • • tekeningen opstellen conform Nederlandse CAD-standaard (NLCS)

•

• 7062 • Toetsing • Algemeen • gemeente • Het uitvoeringsontwerp met bijbehorende werkomschrijving dient ter toetsing aan de gemeente Haarlem worden aangeboden. U dient rekening te houden met een toetsperiode van 3 weken

30

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, [Kies datum]

Tekst: [Naam], Fotografie: [Naam], Ontwerp: [Naam], Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 31

BIJLAGE 5 HANDBOEK INRICHTING OPENBARE RUIMTE

HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte)

BIJLAGE 6 PVE OPLEVERINGSINSPECTIE RIOLERING HAARLEM

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen

Versiedatum: 25 maart 2020

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 2 van 12

1

Inleiding

1.1

Algemeen

Dit document is opgezet om de uitvoering en beoordeling van opleveringsinspecties in de gemeente Haarlem te standaardiseren. Tevens is in dit document opgenomen welke maatregelen getroffen dienen te worden als de toestand van de riolering niet aan de eisen van de gemeente Haarlem voldoet. Het document wordt op verzoek aangeleverd door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM). Het beheer en onderhoud van riolering, drainage en het gedeelte van de rioolaansluiting in de openbare ruimte wordt uitgevoerd onder eindverantwoording en voor rekening van de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem heeft het beheer en onderhoud van de openbare ruimte uitbesteed aan marktpartijen. Eén van deze marktpartijen, is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de riolering, drainage en de huisaansluitingen in de gemeente Haarlem. Dit is de DDO-partner van de gemeente Haarlem op het gebied van riolering. Onderdeel van de werkzaamheden van de DDO-partner is het adviseren van de gemeente ten aanzien van riolering en drainage. Voor het reinigen en inspecteren van een nieuw riool, drainage of het vervangen van een bestaande rioolaansluiting gelden de procedure, kwaliteitseisen en beoordelingsmethode zoals beschreven in dit document.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt omschreven hoe de reiniging en inspectie dient te worden uitgevoerd en wat aangeleverd dient te worden. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven welke eisen door de gemeente Haarlem aan een opgeleverd riool worden gesteld. In hoofdstuk 4 is opgenomen welke maatregelen getroffen dienen te worden als het opgeleverde riool niet aan de eisen van de gemeente Haarlem voldoet.

1.3

Procedure

De volgende procedure wordt aangehouden: · · · · · · · ·

Document als bijlage bij contract aanbestedingsprocedure dan wel overhandigen aan ontwikkelaar als onderdeel van de anterieure overeenkomst; Uitvoering en levering van de reiniging en inspectie zoals in hoofdstuk 2 omschreven; De resultaten dienen digitaal aan de procesmanager van de gemeente aangeleverd te worden; De resultaten worden volgens hoofdstuk 3 van dit document beoordeeld door de gemeente en / of diens DDO partner; Na beoordeling wordt, indien noodzakelijk, aangegeven welke maatregelen getroffen dienen te worden. Hierbij wordt hoofdstuk 4 van dit document aangehouden. De maatregelen worden aangegeven door de gemeente; De eventuele maatregelen worden besproken met de aannemer; Indien daar aanleiding toe is dient de reiniging en/of inspectie opnieuw gedaan te worden na treffen van de maatregelen; Overdracht van de opleveringsinspectie van de opdrachtnemer aan de gemeente.

Eventuele overige procedurele stappen vallen buiten dit document.

1.4

Contacten

Gemeente: afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM), de heer R. Snijder DDO partner: BAM / Van der Valk en de Groot DIA: Data, Informatie & Analyse; contactpersoon dia@haarlem.nl o.v.v. controle putnummers

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 3 van 12

2

Uitvoering en levering opleveringsinspectie

2.1

Algemeen

De opdrachtnemer en/of uitvoerende partij is in het bezit van de volgende geldige certificaten: · Veiligheidsbeheerssysteem certificaat volgens VCA**; · Kwaliteitsmanagementsysteem volgens ISO 9001; · BRL K10014 (reiniging); · BRL K10015 (inspectie). Eisen aan de werkzaamheden, het resultaat en bijkomende werkzaamheden: · De aannemer dient zich te houden aan het gestelde in de genoemde BRL tav reiniging en inspectie; · bovenop de BRL ten aanzien van reiniging en inspectie gelden de eisen zoals deze in dit document zijn opgenomen. Indien deze afwijken van de BRL, dan gaan de eisen in dit document boven de eis vanuit de BRL. · Alle werkzaamheden voortvloeiend uit dit document, ten einde de riolering naar behoren over te kunnen dragen aan de gemeente, dienen in de aanneemsom te zijn inbegrepen. · Alle bijkomende werkzaamheden, waaronder ook Veiligheidsmaatregelen, worden geacht tot de werkzaamheden te behoren;

2.2

Eisen rioolreiniging

In paragrafen 4.1 en 4.2 van BRL K10014 (reiniging) worden eisen gesteld aan het riool- en kolkreinigen. In deze paragraaf wordt ingehaakt op de BRL. Uitgangspunten van de rioolreiniging Aanvullende uitgangspunten van de rioolreiniging ten opzichte van artikel 4.1.3 van de BRL: · de omvang van de rioolreiniging; o alle riolen/rioolonderdelen welke in het project zijn gerealiseerd; o alle riolen/rioolonderdelen welke binnen het projectgebied gelegen zijn; o de eerstvolgende rioolstreng buiten de projectgrens tot de volgende put en met een minimale afstand van 50m vanaf de projectgrens. · de wijze van reinigen; o Uitvoeringswijze is geheel aan de uitvoerende partij en dient in overeenstemming te zijn met de resultaatsverplichting. · de afvoer van de afvalstoffen; o conform Artikel 4.1.7 van betreffende BRL · Moment van reinigen o Afhankelijk van de locatie in overleg met gemeente een tijdstip bepalen Uitgangspunten van het reinigingsplan Aanvullende uitgangspunten van het reinigingsplan ten opzichte van artikel 4.1.4 van de BRL. Voor een goede reiniging dienen identificatie- en overige inventarisatiegegevens beschikbaar te zijn. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie en vraagt tijdig de nodige informatie op bij de gemeente ten behoeve van het op te stellen reinigingsplan.

De identificatiegegevens bestaan uit: · het nummer van de put van waaruit gereinigd wordt en het nummer van de put/object in de richting waarvan gereinigd wordt; o Het identificatienummer van de put volgt uit het Geovisia informatie beheersysteem van de gemeente Haarlem. o Indien in het project putten zijn toegevoegd dienen deze een putnummer te krijgen welke door de gemeente (DIA) bepaald wordt. De nummers zijn in de bestekfase op tekening aangegeven echter dienen voorafgaand aan de reiniging en inspectie gecontroleerd te worden. De controle zal door DIA verricht worden. Onder par 1.4 staat de contactinformatie.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 4 van 12

Indien foutieve putnummers worden toegepast zal gemeente de stukken afkeuren, waarna uitvoerende partij de geleverde stukken aanpast en opnieuw ter goedkeuring voorlegt aan de gemeente. de reinigingsperiode. o Reiniging inclusief leveren rapportage binnen 3 maanden na afronding van de werkzaamheden. o Bij deelfasen is extra reiniging van belang indien de werking van de riolen binnen de projectgrens slecht is geworden door de uitvoering. o Afhankelijk van de locatie kan het van belang zijn dat de reiniging op bepaalde uren van de dag dient te geschieden. Het moment van reinigen dient met de gemeente overeengekomen te worden. o

·

Aanvullende eisen rioolreiniging De riolen dienen op het moment van inspectie schoon en droog te zijn. Dit betekent dat: · De riolen en putten moeten zijn ontdaan van alle materialen, die geen deel uitmaken van de constructie van het riool en de put en met hoge druk reinigingsmaterieel zijn te verwijderen. · Bovenstrooms en eventueel benedenstrooms zal indien noodzakelijk het aanbod van rioolwater moeten worden afgestopt. Aanbod van rioolwater via huisaansluitingen en drains in het te inspecteren riool wordt geaccepteerd tot een maximum hoogte van 0,03 m. · Waterdiepte ten gevolge van zonken in een riool wordt toegestaan, indien in de begin- en eindput de waterdiepte niet meer dan 0,03 m bedraagt. Het niet voldoen aan deze criteria leidt tot afkeuring van de uitgevoerde reiniging in het betreffende riool. Het werktempo van de reiniging dient zodanig te zijn dat het maximale tijdverschil tussen reiniging en inspectie niet meer bedraagt dan 24 uur. Bij de reinigingswerkzaamheden mag geen rioolslib op de bestrating worden gemorst. Indien dit onverhoopt toch gebeurt dient het straatwerk direct, tot genoegen van de directie, schoon gemaakt te worden. Gebreken of afwijkingen aan het rioleringssysteem, die worden geconstateerd tijdens de uitvoering, worden geregistreerd op de dagrapporten en werktekeningen en overhandigd aan de directie.

Gebreken of afwijkingen die een direct gevaar vormen voor de omgeving worden direct gemeld aan de directie. Bijkomende werkzaamheden: · Gangbaar maken van vastzittende putdeksels; · Zich tijdig op de hoogte stellen van blinde putten en deze melden bij de directie; · Het toegankelijk maken van blinde putten valt buiten dit contract; · Het schoon spuiten van schachtwanden, klimijzers en bordessen; · Het verwijderen van incidenteel voorkomende stukken puin ter grootte van een baksteen.

2.3

Eisen en uitvoering rioolinspectie

Aanvullende eis op de kwalificatie van de inspecteur ten opzichte van artikel 4.2.2 van de BRL. De inspecteur heeft aantoonbaar minimaal 2 jaar werkervaring als rioolinspecteur. Uitgangspunten van de inspectie Aanvullende eis op de uitgangspunten van de inspectie ten opzichte van artikel 4.4 van de BRL. Het doel van de inspectie: · Het vastleggen van de kwaliteit inclusief aantonen van de reiniging van de riolering op beeld; · De kwaliteit van de beelden dient dusdanig te zijn dat het riool goed te beoordelen is. De omvang van de inspectie van: · alle riolen/rioolonderdelen welke in het project zijn gerealiseerd; · alle riolen/rioolonderdelen welke binnen het projectgebied gelegen zijn; · de eerstvolgende rioolstreng buiten de projectgrens tot de volgende put en met een minimale afstand van 50m vanaf de projectgrens. Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 5 van 12

De wijze van inspecteren · De riolering > 200 mm wordt geïnspecteerd aan de hand van een rijdende kleurencamera met 3-D kogelbeeldopnamen (Panoramo) vanuit het riool. Het betreft opname van de riolering m.b.v. een op afstand bediende camera met rondom registrerende lens, aan voor- en achterzijde, waarbij de beelden bovengronds worden gevolgd op een monitor en digitaal worden vastgelegd ter verwerking op later tijdstip. · camerasysteem dient minimaal te voldoen aan de volgende specificaties: o Rijsnelheid max. 35 cm/s; o Maximaal interval tussen opname 5cm., dit geldt zowel voor de voor- alsmede voor de achterlens van het camerasysteem; o Minimale resolutie camera-elektronica 1392x1040 pixels; o Maximale bewegingsonscherpte 0,2 mm; o Indien metingen tbv ovaliteit of binnendiameter worden toegepast (al dan niet dmv de inzet van hulpapparatuur) is de maximale afwijking 0.5%. · Voor riolen < 200 mm mag de opdrachtnemer een inspectiecamera met video-opname inzetten. · Een hellingshoekmeting dient te worden uitgevoerd ongeacht de leidingdiameter.

o De hellingshoek meting dient gekoppeld te zijn aan gereviseerde BOB-waarden van de riolen; o Omdat hoekverdraaiing niet verder is onderverdeeld (klasse 1 = wel geconstateerd en klasse 5 = niet geconstateerd) stelt de gemeente Haarlem als aanvullende eis dat alle buisverbindingen gefilmd dienen te worden; o Indien hoekverdraaiingen geconstateerd worden, dient de mate hiervan middels voegwijdte meting bepaald te worden. · Detailfoto’s moeten een representatief beeld geven van het toestandsaspect van het desbetreffende onderdeel van de riolering, in het bijzonder de aard van de vervuiling. · Alle aansluitingen dienen zodanig in beeld te worden gebracht, dat zowel het inwendige van de aansluitleiding als de aansluiting op het riool goed beoordeeld kunnen worden. · Behalve de riolen dienen ook de putten inwendig te worden geïnspecteerd vanaf de putbodem met de camera waarmee ook de leiding wordt geïnspecteerd. De put-buis aansluiting van de begin- en eindput dient in beeld te worden gebracht. Zo nodig de camera achteruit rijden in de beginput. · Bij een niet te passeren obstakel dient het riool van 2 kanten te worden geïnspecteerd. De wijze van rapporteren: · Afwijkingen van de bestaande situatie van het rioleringssysteem, worden geregistreerd op de dagrapporten en werktekeningen en overhandigd aan de directie.

Gebreken of afwijkingen die een direct gevaar vormen voor de omgeving worden direct gemeld aan de directie; · De rapportage dient te zijn opgesteld in het Standaard Uitwisselingsformaat voor Riool Inspectiebestanden (SUF-RIBX 1.2 (meest recente versie)) en te worden aangeleverd op een mediadrager, voorzien van een eigen legale mediaplayer die zelf startend is. De mediadrager wordt eigendom van de gemeente Haarlem; · De werktekeningen dienen digitaal in DGN en Pdf formaat en analoog, met eventuele opmerkingen, te worden aangeleverd Het complete inspectierapport, inclusief beeldmateriaal, analoge en digitale werktekeningen, dienen binnen 10 werkdagen na inspectie in het bezit te zijn van de directie. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie. Voor een goede uitwisseling van gegevens en implementatie in het beheersysteem dienen identificatie- en overige inventarisatiegegevens beschikbaar te zijn en toegepast te worden. Uitvoerende partij verricht de inventarisatie en vraagt tijdig de nodige informatie op bij de gemeente ten behoeve van een eenduidige inspectie met de juiste gegevens. Het nummer van de put van waaruit geïnspecteerd wordt en het nummer van de put in de richting waarvan geïnspecteerd wordt cq het nummer van de put/object die geïnspecteerd wordt.

De identificatiegegevens bestaan uit: · Het identificatienummer van de put volgt uit het Geovisia informatie beheersysteem van de gemeente Haarlem. · Indien in het project putten zijn toegevoegd dienen deze een putnummer te krijgen welke door de gemeente (DIA) bepaald wordt. De nummers zijn in de bestekfase op tekening aangegeven echter

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 6 van 12

·

dienen voorafgaand aan de reiniging en inspectie gecontroleerd te worden. De controle zal door DIA verricht worden. Onder par 1.4 staat de contactinformatie. Indien foutieve putnummers worden toegepast zal gemeente de stukken afkeuren, waarna uitvoerende partij de geleverde stukken aanpast en opnieuw ter goedkeuring voorlegt aan de gemeente.

De inspectieperiode: · Inspectiegegevens inclusief leveren rapportage binnen 2 weken na afronding van de werkzaamheden; · Afhankelijk van de locatie kan het van belang zijn dat de inspectie op bepaalde uren van de dag dient te geschieden. Het moment van inspecteren dient met de gemeente overeengekomen te worden. Opleveringsrapportage Aanvullende eis op de Opleveringsrapportage ten opzichte van artikel 4.9.2 van de BRL. In de opleveringsrapportage dient bijlage 1 van dit PVE volledig ingevuld opgenomen te worden.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 7 van 12

3

Beoordeling opleveringsinspectie

In dit hoofdstuk wordt beschreven welke eisen gesteld worden aan een opgeleverd riool. Indien niet wordt voldaan aan de gestelde eisen is een maatregel noodzakelijk. De maatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Het resultaat van de inspectie dient, overeenkomstig NEN 3398 en standaard RAW bepalingen, te voldoen aan klasse 1 van de in de tabellen 1 tot en met 3 van NEN 3399-2015 genoemde normatieve toestandsaspecten, met uitzondering van de hierna onder a tot en met d genoemde toestandsaspecten. Voor de uitgezonderde toestandsaspecten dient het resultaat te voldoen aan: a) Toestandsaspect BAG: instekende inlaten zijn slechts toegestaan tot de mate waarin dat door de aard van de constructie van de aansluiting wordt veroorzaakt; b) Op toestandsaspect BAJ is een aanpassing gedaan, zie 3.3.; c) Toestandsaspecten BBB, BBC en BBE: leiding moet inwendig vrij zijn van verontreiniging, obstakels, aangehechte afzettingen en overige ongerechtigheden; d) Uitzonderingen, zoals genoemd in onderstaande beschrijving per toestandsaspect. Hieronder zijn alle aspecten, met eventuele uitzonderingen, nogmaals in detail weergegeven:

3.1

BBF Infiltratie

Lekkage is niet toegestaan. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Uitzondering hierop vormt de aansluiting van nieuw materiaal op oud materiaal (b.v. oude ei-buis op nieuwe put). Lekkage t/m klasse 2 is hierbij toegestaan.

3.2

BBD Binnendringen van grond

Binnendringen van grond is niet toegestaan. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Opgemerkt dient te worden dat zandinloop moeilijk te constateren is, doordat de riolering vooraf gereinigd wordt.

3.3

BAJ Verplaatste verbinding in de langsrichting A

In de NEN 3399 is de classificatie van axiale verplaatsing weergegeven. Klasse 1 houdt in dat een kleine verplaatsing is toegestaan. Grotere axiale verplaatsingen kunnen leiden tot vervroegde lekkage, zandinloop en wortelingroei. Bij klasse 2 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. M.b.t. de NEN 3399 wordt door de gemeente Haarlem het volgende onderdeel gewijzigd. Voor beton mof/spie-verbindingen gelden de volgende maatstaven: · < diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 20 mm toegestaan (norm is 10 mm); · ≥ diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 30 mm toegestaan (norm is 20 mm). Voor PVC mof/spie-verbindingen gelden de volgende maatstaf: · < diameter 700 mm axiale verplaatsing t/m 20 mm toegestaan (norm is 10 mm).

3.4

BAJ Verplaatste verbinding in de omtrek B

Reeds bij kleine radiale verplaatsingen is het mogelijk dat de buisverbinding is afgebroken. Daarom is hoger dan klasse 1 niet toegestaan. Bij klasse 2 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.5

BAJ Verplaatste verbinding, Hoekverdraaiing C

De opdrachtnemer dient aan te tonen (d.m.v. gegevens van de fabrikant) dat deze hoekverdraaiing geen (versnelde) problemen (b.v. na verloop van tijd lekkage, zandinloop of wortelingroei) oplevert en de werking van het riool niet nadelig beïnvloedt.

3.6

BAL Defectieve reparatie

Een defectieve reparatie is niet toegestaan. Indien deze waarneming het gevolg is van de toepassing van een voorgeschreven reparatie methode dient de opdrachtnemer aan te tonen dat er geen nadelig effect is voor de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

Programma van eisen oplevering riolering en drainagesystemen Versiedatum 25 maart 2020 Pagina 8 van 12

3.7

BAK Defectieve lining

Een defectieve lining is niet toegestaan. Indien deze waarneming het gevolg is van de toepassing van een voorgeschreven lining methode dient de opdrachtnemer aan te tonen dat er geen nadelig effect is voor de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

3.8

BAI Indringend afdichtingmateriaal, afdichtingring A

Klasse 3, 4 en 5 zijn niet toegestaan. De rubberring dient goed aangebracht te zijn. Bij klasse 3, 4 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.9

BAI Indringend afdichtingmateriaal, andere afdichting Z

Het voegmateriaal dient goed aangebracht te zijne is niet toegestaan. Bij klasse 3 en 5 dient een maatregel getroffen te worden.

3.10 BAF Oppervlakte-schade, Mechanische schade A Beschadiging klasse 1 en 5 is toegestaan met uitzondering van: · Beschadiging door slecht aangebrachte inlaten; · Inlaten op de zijkant van de buis, tenzij vooraf bepaald; · Beschadiging die de stabiliteit van het riool vermindert. Dit wordt bepaald door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM).

3.11 BAF Oppervlakte-schade, Chemische aantasting B, C en D Aantasting is niet toegestaan. Bij klasse 3 t/m 5 dient een maatregel getroffen te worden. Opgemerkt dient te worden dat aantasting bij een opleveringsinspectie veelal niet aan de orde is.

3.12 BDD Waterpeil (h) t.o.v. buishoogte Waterdiepte klasse 2 t/m 5 is niet toegestaan. Indien dit geconstateerd wordt zal aan de hand van het beeldmateriaal en de hellingshoekmeting aangetoond moeten worden dat er geen sprake is van een niet toelaatbare verzakking en / of tegenschot.

3.13 Rioolputten De rioolputten mogen niet zodanig beschadigd zijn dat de constructieve sterkte van de rioolput hierdoor wordt beïnvloed. Beoordeling vindt plaats door de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner. De rioolputten dienen overeenkomstig het bestek met een stroomprofiel te worden uitgevoerd.

3.14 Schadebeelden niet door uitvoering Geconstateerde schade aan de riolering als gevolg van het vervoer van materiaal of ontstaan tijdens het fabricageproces is de verantwoording van de aannemer. De aannemer dient zorg te dragen voor een goede controle van het materiaal voordat het de grond in gaat. Indien deze onverhoopt voorkomen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat deze schadebeelden geen nadelig effect hebben op de waterdichtheid, stabiliteit en afstroming van het riool, een en ander ter goedkeuring van de afdeling Programma- en Contractmanagement (PCM) en / of diens DDO partner.

3.15 Hellinghoekmeting De resultaten van de hellinghoekmeting worden gebruikt om de beoordeling van een aantal toestandsaspecten te staven. Hoekverdraaiing, waterdiepte en afstroming worden hiermee gecontroleerd. Tevens kunnen met een hellinghoekmeting de inspectieresultaten worden gecontroleerd. De resultaten van de hellinghoekmeting worden tevens gebruikt, in combinatie met meetgegevens uit het veld, om de hoogteligging en het verhang van het riool te bepalen t.o.v. de gestelde eisen in het bestek. De beoordeling hiervan valt buiten dit PvE.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16021264/1