2 Bijlage VTH Evaluatieprogramma 2025 en Uitvoeringsprogramma 2026
Tekst van het document
Handhaven op de langere termijn (‘uitgesteld handhaven’) kan juist een bewuste strategische keuze zijn in het kader van integraal programmatisch handhaven. Uitgesteld handhaven moet dan ook niet verward 52
worden met gedogen. In situaties waarbij sprake is van gedogen wordt een gedoogbeschikking afgegeven. Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, maar geheel afzien van handhaving niet. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat prioritering in handhavingsbeleid is toegestaan, maar dat beleid dat inhoudt dat tegen overtredingen die in het handhavingsbeleid een lage prioriteit hebben in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden, rechtens niet aanvaardbaar is, omdat daarmee het te handhaven wettelijk voorschrift wordt ondergraven. 11.10.2
Handhaving in Haarlem (VTH)
Bij de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken wordt de eigen verantwoordelijkheid en de betrokkenheid van burgers en bedrijven gestimuleerd bij het oplossen van vraagstukken. Als dat niet leidt tot een voldoende resultaat kan in voorkomende gevallen handhaving volgen. In geval van vergunningplichtige activiteiten is dit aan de orde wanneer tijdens controles wordt geconstateerd dat niet conform de verleende vergunning wordt gewerkt. De toezichthouders proberen zoveel mogelijk afwijkingen ten opzichte van de vergunningen direct met de vergunninghouder op te lossen. Lukt dit niet, dan volgt op grond van de Algemene wet bestuursrecht eerst een waarschuwing. Als dat ook niet tot een oplossing leidt, wordt veelal besloten tot bestuursrechtelijke handhaving. Daarnaast vindt handhaving plaats naar aanleiding van geplande toezichtacties of de afdeling van klachten en meldingen. Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding wordt de overtreder gewaarschuwd of wordt er direct bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk opgetreden. In het geval van een klacht of incidentmelding neemt een toezichthouder contact op met de melder en beoordeelt hij of zij de situatie ter plaatse. Indien sprake is van een overtreding, wordt hiertegen opgetreden. In sommige gevallen kan de melding middels een overleg worden afgedaan.
Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt (indien sprake van een overtreding) een handhavingstraject gestart. Dit kan leiden tot intensieve trajecten waarbij ook juridische capaciteit moet worden ingezet. Indien een formeel verzoek om handhaving wordt ingediend, wordt hier standaard juridische capaciteit op ingezet. In veel gevallen blijkt dat er achter indienen van een klacht of het doen van een melding, sprake is van (ook) andere conflicten tussen omwonenden. Een duurzame oplossing wordt dan niet gevonden in het volgen van (handhavings-)procedures, maar in het opstarten van het goede gesprek tussen alle betrokken partijen. 11.10.3
Handhaving onder de Wkb
Onder de Wkb komt een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de kwaliteitsborger te liggen. Echter, heeft de kwaliteitsborger zelf geen handhavingsbevoegdheid, waardoor het college van B&W het bevoegd gezag blijft voor de handhaving. Dit is bepaald in artikel 18.2 van de Omgevingswet, gelezen in samenhang met artikel 4.3, lid 1, sub a van de Omgevingswet en artikel 4.9 van de Omgevingswet. Indien bij een overtreding wordt geconstateerd dat er geen verklaring van de kwaliteitsborger is, moet er handhavend worden opgetreden. Of er wel of niet handhaven wordt opgetreden is een afweging die de afdeling VTH elke keer moet maken. Het is echter belangrijk om de evenredigheid van handhaving te bewaren. 11.11 Vormen van toezicht en handhaving In de fysieke leefomgeving in Haarlem zijn de volgende vormen van toezicht en controle te onderscheiden: 53
1. Vergunningsgericht toezicht: uitvoeren van controles naar aanleiding van verleende vergunningen/meldingen; 2. Objectgericht toezicht: toezicht op categorieën objecten zoals eigen gemeentelijk bezit en monumenten; 3. Gebiedsgericht toezicht: toezicht op wijkniveau naar aanleiding van klachten, meldingen of voor enig jaar geformuleerde speerpunten; 4. Doelgroepsgericht toezicht: toezicht op bepaalde groepen met dezelfde soort overtreding; 5. Signaaltoezicht: toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen; 6. Piepsysteem: vergunde bouwwerken, waarbij bouwkosten niet hoger zijn dan €50.000,-.
54
Bijlage 2 – Procescriteria beleidscyclus VTH-taken De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De procescriteria zijn te vindingen in het Omgevingsbesluit, artikelen 13.5 tot en met 13.11. 12.1
Twee cycli: beleidsvormend en uitvoerend
De beleidsvormende cyclus is voornamelijk het domein van de bevoegde gezagen. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deels bij bevoegde gezagen zelf. 12.2
Big-8 model is een samenhangend geheel
Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel de Big-8 genoemd (zie figuur 1). Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. 12.3
De procescriteria volgens de Omgevingswet
De procescriteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn. Daarnaast moeten de criteria worden gebruikt bij het inrichten van de organisatie. De volgende procescriteria worden onderscheiden: • • • • • • • 12.4
De uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); De handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6); Het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8); De uitvoeringsagenda (artikel 13.6); De uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9); De borging van middelen (artikel 13.10); De evaluatierapportage (artikel 13.11). Huidige regelgeving opgenomen via Invoeringswet
Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over VTH uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Bij algemene maatregelen van bestuur (zoals het Omgevingsbesluit) stellen de betrokken bestuursorganen regels over de strategische en programmatische uitoefening van deze taken op. Dat doen zij in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. 12.5
Randvoorwaarden hogere kwaliteit handhaving
In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staan de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Met name de artikelen 13.5 tot en met 13.11 gaan dieper in op de procescriteria, de afzonderlijke onderdelen van de strategische en programmatische uitvoering en handhaving.
55
12.6
Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet
Figuur 3. Beleidscyclus VTH onder de Omgevingswet
56